6c Toelichting BP Veegplan XI bijlage 1 Ruimtelijke onderbouwing Eindje ong
Tekst van het document
4.6
Geluid
4.6.1
Wegverkeerslawaai
De Wet geluidhinder biedt geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) bescherming tegen geluidhinder van wegverkeerslawaai bij de aanleg/wijziging van wegen of bij de bouw van woningen in de buurt van wegen. De reikwijdte van de Wet geluidhinder is beperkt tot een geluidszone langs wegen. Binnen deze geluidszone zijn de regels van de Wet geluidhinder van toepassing. Door M-tech is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd ter plaatse van de planlocatie Eindje ong. te Lierop. Uit eerste berekeningen bleek dat op een afstand van 15 meter uit de as van de weg zowel de voorkeursgrenswaarde als de maximale ontheffingswaarde zou worden overschreden. Gewerkt zou dan moeten worden met een zogenoemde ‘dove gevel’. Daar de kavels een dusdanige diepte kennen, is gekozen voor het verplaatsen van de voorgevellijn, waarmee de maximale ontheffingswaarde niet zal worden overschreden. Derhalve is in de rapportage uitgegaan van een afstand van 25 meter uit de as van de weg tot de beoogde hoofdgebouwen. Navolgende conclusies en aanbevelingen komen daarmee voort uit het uitgevoerde onderzoek: “Een akoestisch onderzoek is noodzakelijk in het kader van de planologische procedure. In dit rapport is de gevelbelasting als gevolg van wegverkeerslawaai berekend.
Met betrekking tot het aspect wegverkeerslawaai bevindt de projectlocatie zich binnen de geluidzone van het Eindje en de Herselseweg. Uit de akoestische berekeningen blijkt dat de geluidbelasting (Lden) ter plaatse van de beoogde woningen ten hoogste 52 dB vanwege het Eindje en 45 dB vanwege de Herselseweg bedraagt. Daarmee wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB
Crijns Rentmeesters bv
30
Ruimtelijke onderbouwing ‘Eindje ong. (naast 11) Lierop’
overschreden voor wat betreft het Eindje. De maximaal toegestane waarde van 53 dB in buitenstedelijk gebied wordt wel gerespecteerd. Reductie
van
deze
geluidbelasting
zou
gerealiseerd
kunnen
worden
door
geluidafscherming, vervanging van het wegdek of een verlaging van de maximum snelheid.
Gelet
op
stedenbouwkundige
de en
kleinschaligheid financiële
van
bezwaren
het
project
gepaard
en
de
praktische,
gaande
met
dergelijke
geluidreducerende maatregelen, zullen hogere grenswaarden aangevraagd worden, zoals bedoeld in artikel 83 van de Wet geluidhinder. Om een goed woon- en leefklimaat te kunnen waarborgen, dient een binnenniveau van maximaal 33 dB vanwege wegverkeer behaald te worden. Dit betekent een minimaal vereiste gevelgeluidwering van 25 dB aan de voorgevels van het plan.” Het uitgevoerde onderzoek (M-tech Nederland BV, rapportnummer Ein.Lie.20.AO BP-01, d.d. 12 maart 2020), is als bijlage bij onderhavige ruimtelijke onderbouwing gevoegd. De voorgevellijn is gelegd op 25 meter uit de as van de weg. Een ontheffing hogere grenswaarde wordt aangevraagd.
4.6.2
Industrielawaai
In de omgeving van de planlocatie bevinden zich geen bedrijven waarmee met de realisatie van de beoogde woningen rekening gehouden dient te worden voor wat betreft geluid. Ter plaatse van de aangrenzende woonbestemming, Eindje 11, is de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – wonen plus’ opgenomen. Ter plaatse wordt dan ook een bedrijfsmatige activiteit met maximaal milieucategorie 2 toegestaan binnen de bebouwing. Voor het aspect geluid geldt ten opzichte van bedrijven in de milieucategorie 2 een vaste afstand van 10 meter tot een gevoelig object. Het meest dicht bij Eindje 11 gelegen beoogde bouwvlak binnen de planlocatie bevindt zich op 8 meter uit de zijdelingse grens. De bebouwing waarbinnen de bedrijfsactiviteiten aan Eindje 11 plaats kunnen hebben, bevinden zich daarmee ruim buiten de contour van 10 meter vanuit het beoogde bouwvlak. Het aspect Bedrijven en Milieuzonering wordt nader toegelicht in paragraaf 4.9 van deze ruimtelijke onderbouwing.
4.7 Agrarische bedrijvigheid 4.7.1
Inleiding
Bij besluitvorming omtrent geurgevoelige objecten dient in het kader van het aspect ‘geur’ antwoord gegeven te worden op de vragen:
-
Is ter plaatse een aanvaardbaar woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object).
-
Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belangen veehouderij en derden).
De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierverblijven van veehouderijen. De wet geeft onder andere normen voor de voor- en achtergrondbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object (bijvoorbeeld een woning).
Crijns Rentmeesters bv
31
Ruimtelijke onderbouwing ‘Eindje ong. (naast 11) Lierop’
4.7.2
Veehouderijen in de omgeving
In de omgeving van de planlocatie Eindje ong. te Lierop is slecht een tweetal veehouderijbedrijven gevestigd:
-
Hersel 6, op een afstand van circa 350 meter ten zuiden van de planlocatie; Lungendonk 14, op een afstand van circa 600 meter ten noorden van de planlocatie.
Op deze veehouderijbedrijven zijn navolgende dieraantallen vergund:
Figuur 16: Vergunde dieraantallen Hersel 6 (Bron: Web BVB provincie Noord-Brabant)
Figuur 17: Vergunde dieraantallen Lungendonk 14 (Bron: Web BVB provincie Noord-Brabant)
4.7.3
Woon- en leefklimaat
4.7.3.1 Inleiding Als vuistregel voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat geldt dat de voorgrondbelasting bepalend is voor de hinder, als de voorgrondbelasting tenminste de helft bedraagt van de achtergrondbelasting. Navolgend worden derhalve de voorgrond- en achtergrondbelasting ter plaatse van de planlocatie inzichtelijk gemaakt.
4.7.3.2 Voorgrondbelasting Met de voorgrondbelasting wordt de geurbelasting van een individuele veehouderij bedoeld en wel van díe veehouderij welke de meeste geur op het geurgevoelige object veroorzaakt, hetzij omdat het een grote veehouderij betreft, hetzij omdat de veehouderij dicht bij het geurgevoelige object is gelegen; de dominante veehouderij. Op de veehouderij aan Hersel 6 worden enkel dieren gehouden waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij dient in het buitengebied een vaste afstand aangehouden te worden van ten minste 50 meter tot een geurgevoelig object. Met een afstand van circa 350 meter wordt aan deze afstand ruim voldaan.
Crijns Rentmeesters bv
32
Ruimtelijke onderbouwing ‘Eindje ong. (naast 11) Lierop’
Op de veehouderij aan Lungendonk 14 worden enkel dieren gehouden waarvoor wel bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld. Derhalve is voor deze veehouderij een berekening gemaakt van de voorgrondbelasting op de planlocatie Eindje ong. te Lierop. Als emissiepunt van de veehouderij is hierbij het meest dicht bij de planlocatie gelegen hoekpunt van het bouwvlak gehanteerd. De XY-coördinaten van de geurgevoelige locatie zijn hierbij de hoekpunten van de gehele planlocatie gehanteerd. Hiermee is de worst-case-scenario berekend. Navolgend is de berekening weergegeven. Berekende ruwheid: 0,18 m Meteo station: Eindhoven Brongegevens: Volgnr.
BronID
X-coord.
Y-coord.
EP Hoogte
Gem.geb. hoogte
EP Diam.
EP Uittr. snelh.
E-Aanvraag
1
Lungendonk 14
174 659
384 109
6,0
6,0
0,50
4,00
120 081
Geur gevoelige locaties: Volgnummer
GGLID
Xcoordinaat
Ycoordinaat
Geurbelasting
2
NW
174 706
383 498
5,2
3
ZW
174 729
383 417
4,2
4
NO
174 806
383 504
4,7
5
ZO
174 809
383 435
4,1
Tabel 1: Voorgrondbelasting Lungendonk 14 op planlocatie
De voorgrondbelasting afkomstig van de veehouderij aan Lungendonk 14 op de planlocatie bedraagt maximaal 5,2 oue/m³.
4.7.3.3 Achtergrondbelasting Ten behoeve van de bepaling van het woon- en leefklimaat ter plaatse van de planlocatie is tevens de achtergrondbelasting berekend. Onder de achtergrondbelasting wordt de geurbelasting als gevolg van de veelheid aan veehouderijen in de omgeving van een geurgevoelig object verstaan. De achtergrondbelasting wordt berekend met het programma V-Stacks Gebied. De XY-coördinaten van de geurgevoelige objecten betreffen hierbij de hoekpunten van de planlocatie. Ten behoeve van de berekening van de achtergrondbelasting dienen de veehouderijen binnen een straal van 2 kilometer rondom de onderzoekslocatie beoordeeld te worden. Hiertoe zijn alle bedrijven in de gemeenten Someren, Asten, Helmond en Geldrop-Mierlo ingevoerd. De invoergegevens van deze bedrijven voor het programma V-Stacks Gebied zijn afkomstig uit de database van het Bestand Veehouderijbedrijven van de provincie Noord-Brabant (uitvoer 13 maart 2020). Navolgend zijn de resultaten van de berekening van achtergrondbelasting weergeven. Berekende ruwheid: 0,30 m Meteo station: Eindhoven Rekenuren: 10 % Rasterpunt linksonder x: 173 729 m Rasterpunt linksonder y: 382 417 m
Crijns Rentmeesters bv
33
Ruimtelijke onderbouwing ‘Eindje ong. (naast 11) Lierop’
Gebied lengte (x): 2000 m , Aantal gridpunten: 50 Gebied breedte (y): 2000 m , Aantal gridpunten: 50 Cumulatieve geurbelasting op receptorpunten, zoals berekend RecepID X-coor Y-coor Geurbelasting [OU/m3] 1001 174706 383498 6,56 1002 174729 383417 5,67 1003 174806 383504 6,16 1004 174809 383435 5,74 Tabel 2: Achtergrondbelasting ter plaatse van planlocatie
De achtergrondbelasting ter plaatse van de planlocatie bedraagt maximaal 6,56 oue/m³.
4.7.3.4 Conclusie woon- en leefklimaat Als vuistregel voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat geldt dat de voorgrondbelasting bepalend is voor de hinder, als de voorgrondbelasting tenminste de helft bedraagt van de achtergrondbelasting. Derhalve is in onderhavige situatie de voorgrondbelasting bepalend. Met een voorgrondbelasting van maximaal 5,2 oue/m³ kan worden gesteld dat ter plaatse sprake is van een ‘redelijk goed woon- en leefklimaat’.
4.7.4
Ontwikkelingsmogelijkheden omliggende bedrijven
De beoogde herontwikkeling mag de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven niet belemmeren. De omliggende veehouderijen worden echter al belemmerd in de ontwikkelingsmogelijkheden door de aanwezigheid van burgerwoningen in de directe nabijheid. De beoogde Ruimte voor Ruimte woningen zullen niet de eerste belemmerende woningen zijn voor deze veehouderijen. Ontwikkeling van de planlocatie naar een woningbouwlocatie belemmert de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven dan ook niet meer dan thans het geval is.
4.8 Gezondheid 4.8.1
Endotoxinen
De intensieve veehouderijen binnen de agrarische sector dragen bij aan de emissies van fijn stof (PM10) in Nederland. Dit geëmitteerde fijn stof bestaat uit een aantal stoffen, waarvan endotoxinen onderdeel uit (kunnen) maken. Op 7 juli 2016 zijn onderzoeksrapporten gepubliceerd waarin wordt aangetoond dat omwonenden rond veehouderijen gezondheidsrisico’s lopen door de blootstelling aan emissies uit veehouderijen. Endotoxine is voor luchtwegklachten een relevante component in de (fijn)stof emissie uit veehouderijen. De ontwikkeling van een landelijk toetsingskader voor endotoxine door het Rijk, op advies van de Gezondheidsraad, is nog niet afgerond. Vooruitlopend daarop is door het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid van het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0’ opgesteld. In april 2018 is tevens de ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 uitgebracht. Hierbij wordt een advieswaarde van 30 EU/m³ aangehouden als advieswaarde voor de maximale blootstelling aan endotoxine. Bij deze advieswaarde kan ervan uitgegaan worden dat de gezondheid van omwonenden
Crijns Rentmeesters bv
34
Ruimtelijke onderbouwing ‘Eindje ong. (naast 11) Lierop’
van veehouderijen wordt beschermd tegen een overmaat aan endotoxine. Deze notitie haakt in op de lopende ontwikkeling van het landelijke endotoxinetoetsingskader en maakt gebruik van de daaruit voortkomende
onderzoeksresultaten.
Gezondheidsraad
in
2012
De
aanleiding
voorlopige
geweest
om
onderzoeksresultaten
zijn
voor
de
voor
bevolking
een
de
algemene
gezondheidskundige advieswaarde voor endotoxine van 30 EU/m³ aan het Rijk te adviseren. Deze advieswaarde wordt tevens gehanteerd in de notitie. Het uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en derhalve de advieswaarde van 30 EU/m³ niet wordt overschreden. De gemeente Someren heeft een eigen beleidskaart opgesteld ten aanzien van aanwezige endotoxine contouren. Navolgende figuur betreft een uitsnede van deze endotoxinenkaart waarop de planlocatie is aangeduid in de zwarte cirkel . De planlocatie ligt niet binnen de contouren van omliggende veehouderij bedrijven.
Figuur 18: Endotoxinecontouren in de omgeving van de planlocatie
4.8.2
Geitenhouderijen
Uit onderzoek blijkt dat mensen die in de nabijheid van een geitenhouderij wonen, meer kans hebben dan gemiddeld hebben op longontsteking. Totdat er meer duidelijkheid is over de oorzaak van de longontsteking en een integrale aanpak, adviseert de GGD het voorzorgsbeginsel toe te passen en terughoudend te zijn met uitbreiding of nieuwvestiging van geitenhouderijen in de buurt van gevoelige bestemmingen. Andersom geldt ook dat geadviseerd wordt terughoudend te zijn met het plaatsen van gevoelige bestemmingen in de buurt van bestaande geitenhouderijen. Dat betekent dat gemeenten wordt geadviseerd om in hun besluitvorming het risico op longontsteking mee te wegen. Op basis van de onderzoeksresultaten is het risico op longontsteking groter naarmate de afstand tot een geitenbedrijf kleiner is. Tot een afstand tot 2 kilometer blijft het risico vergroot. Op een afstand van circa 1,3 kilometer ten noordoosten van de planlocatie (Stipdonk 30) zijn nog 10 geiten vergund. Gesteld kan worden dat hiermee geen sprake is van een volwaardige geitenhouderij waarvoor een vergroot risico geldt in het kader van gezondheid. Binnen een straat van 2 kilometer
Crijns Rentmeesters bv
35
Ruimtelijke onderbouwing ‘Eindje ong. (naast 11) Lierop’
rondom de planlocatie is geen sprake van geitenhouderijen. De beoogde herontwikkeling is in dit kader dan ook geen bezwaar.
4.9
Bedrijven en milieuzonering
4.9.1
Inleiding
Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzoneringen van bestaande en toekomstige bedrijven om zodoende de kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde Lijst van Bedrijfsactiviteiten uit de handreiking “Bedrijven en Milieuzonering”. Deze (indicatieve) lijst geeft de richtafstanden weer voor milieubelastende activiteiten voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden gelden tussen de grens van de bestemming en de uiterste grens van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunning vrij bouwen mogelijk is. De richtafstanden zijn afgestemd op twee omgevingstypen: ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd gebied’. De planlocatie aan Eindje ong. kan getypeerd worden als gelegen in een ‘gemengd gebied’. Het kan in dergelijke gebieden gaan om bestaande gebieden met functiemenging en om gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd, bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid wordt hieronder verstaan. De richtafstanden in de VNG-publicatie kunnen in een ‘gemengd gebied’, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap verlaagd worden.
4.9.2
Bedrijven in de omgeving van de planlocatie
In paragraaf 4.7 zijn reeds de agrarische bedrijven in de omgeving van de planlocatie beschreven. In de omgeving van de planlocatie bevinden zich geen bedrijfsbestemmingen. Ter plaatse van de aangrenzende woonbestemming, Eindje 11, is wel de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – wonen plus’ opgenomen. Ter plaatse wordt dan ook een bedrijfsmatige activiteit met maximaal milieucategorie 2 toegestaan binnen de bebouwing. Voor bedrijven binnen de milieucategorie 2 dient in het ‘gemengd gebied’ een afstand van ten minste 10 meter aangehouden te worden ten opzichte van gevoelige objecten. Het meest dicht bij Eindje 11 gelegen bouwvlak is gelegen op ruim 11 meter afstand tot de bestaande bebouwing van Eindje 11. Voldaan wordt daarmee aan de richtafstand van 10 meter. Het aspect ‘Bedrijven en milieuzonering’ is derhalve geen bezwaar.
4.10 Externe veiligheid 4.10.1 Inleiding Onder externe veiligheid verstaat men het beheersen van risico’s die direct of indirect voortvloeien uit de opslag, de productie, het gebruik en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het risico is daarbij gedefinieerd als ‘de kans op overlijden’ voor personen. De aanwezige risico’s zijn zeer afhankelijk van
Crijns Rentmeesters bv
36
Ruimtelijke onderbouwing ‘Eindje ong. (naast 11) Lierop’
het brontype. De relevante typen zijn: bedrijven, vervoer van gevaarlijke stoffen (per spoor, over de weg en het water) en kabels en leidingen. Deze aspecten worden in de navolgende subparagrafen nader toegelicht.
4.10.2 Bedrijven Vastgesteld dient te worden of de planlocatie is gelegen binnen de veiligheidscontour van inrichtingen. De inrichtingen zijn weergegeven op de risicokaart van de provincie Noord-Brabant. Het risico wordt uitgedrukt in een plaatsgebonden risico en een groepsrisico. Het basisbeschermingsniveau is een basisnorm dat de kans uitdrukt dat een omwonende overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof. Het meest dicht bij de planlocatie gelegen risico-object is gelegen op een afstand van circa 530 meter ten noordoosten van planlocatie. Dit betreft een bovengrondse propaantank van 8 m³ aan Herselseweg 36. Op dusdanig grote afstand kan worden gesteld dat beïnvloeding normaliter niet kan plaatsvinden. Navolgende figuur geeft een uitsnede van de risicokaart weer waarop de ligging van de planlocatie is aangeduid middels de zwarte cirkel.
Figuur 19: Uitsnede kaart externe veiligheid
4.10.3 Transport: vervoer gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water In de gemeente Someren, in de wijde omgeving van de planlocatie kunnen gevaarlijke stoffen worden vervoerd over de Rijksweg A67, de Kanaaldijk Noord/Zuid en de Provinciale weg. De kortste afstand van het perceel tot één van deze wegen, de Kanaaldijk Noord/Zuid bedraagt circa 1,2 kilometer. De planlocatie ligt op zodanige afstand van deze routes dat de locatie buiten de invloedssfeer van deze weg gelegen is. De Rijksweg A67 is gelegen op een afstand van circa 2 kilometer ten zuiden van de planlocatie. Het invloedsgebied van de A67 bedraagt 4 kilometer in verband met het transport van toxische gassen op dit traject. Conform artikel 7 en 9 van het Besluit externe veiligheid transportroutes dient advies te worden ingewonnen bij de Veiligheidsregio. Op 11 mei 2017 heeft de Veiligheidsregio voor
Crijns Rentmeesters bv
37
Ruimtelijke onderbouwing ‘Eindje ong. (naast 11) Lierop’
ontwikkelingen op grote afstand van risicobronnen en voor kleine ontwikkelingen, zoals het realiseren van twee woningen een standaard advies opgesteld. Samengevat luidt dit advies: Breng afsluitbare mechanische ventilatie aan in de woningen;
-
Pas de beleidsregels Bereikbaarheid en Bluswatervoorziening toe; Pas risicocommunicatie toe.
De woningen moeten voldoen aan het Bouwbesluit 2012. Als de woningen worden voorzien van een mechanische ventilatie dient deze conform artikel 3.31 van het Bouwbesluit uitgezet te kunnen worden. Aan de bereikbaarheid of bluswatervoorziening vinden geen aanpassingen plaats. De gemeente Someren sluit zich aan bij de landelijke risicocommunicatie. Op het grondgebied van de gemeente Someren bevindt zich geen spoortracé. Dit aspect is dus niet van toepassing. Op een afstand van eveneens circa 1,2 kilometer is het kanaal de Zuid-Willemsvaart gelegen. Eventuele risico’s als gevolg van incidenteel transport van gevaarlijke stoffen over deze waterweg zijn zo gering dat de risico’s aan de oever verwaarloosbaar zijn. Voldaan wordt hiermee aan het Besluit externe veiligheid transportroutes.
4.10.4 Transport: hoogspanningslijnen en buisleidingen De meest dicht bij de planlocatie gelegen buisleiding is eveneens gelegen op een afstand van circa 1,2 kilometer ten oosten van de planlocatie. Deze afstand is dusdanig groot dat de ligging van deze buisleiding ten opzichte van de planlocatie geen consequenties heeft voor de beoogde herontwikkeling. Op een afstand van circa 340 meter ten noorden van de planlocatie loopt een hoogspanningslijn. De planlocatie ligt hiermee buiten de risicocontour van deze hoogspanningslijn.
4.11
Luchtkwaliteit
4.11.1 Inleiding Het beleid om tot een goede luchtkwaliteit te komen volgt twee sporen: 1. beperken van de uitstoot van schadelijke stoffen en; 2. voorkomen dat mensen langdurig worden blootgesteld aan verontreiniging. De belangrijkste regels over de luchtkwaliteit staan in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer.
4.11.2 Uitstoot van schadelijke stoffen De borging van de luchtkwaliteit vindt onder andere plaats middels een gebiedsgerichte aanpak van de
luchtkwaliteit
via
het
Nationaal
Samenwerkingsprogramma.
Binnen
het
Nationaal
Samenwerkingsprogramma werken het Rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging als de 3% grens niet wordt overschreden.
Crijns Rentmeesters bv
38
Ruimtelijke onderbouwing ‘Eindje ong. (naast 11) Lierop’
Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging als de 3% grens niet wordt overschreden. In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen’ wordt aangeven op welke manier snel kan worden vastgesteld of de bijdrage van een nieuwbouwproject op de luchtkwaliteit valt onder de term ‘niet in betekenende mate’. De regeling geeft een harde omschrijving van het aantal gevallen. Voor woningbouw geldt bij 1 ontsluitingsweg een aantal van 1.500 nieuwe woningen netto. Bij twee ontsluitingswegen geldt een aantal van 3.000 woningen netto. Aangezien de beoogde herbestemming de toevoeging van twee woningen mogelijk maakt, valt dit plan onder het begrip ‘niet in betekenende mate’, waardoor de luchtkwaliteit niet verder hoeft te worden onderzocht in het kader van de Wet luchtkwaliteit.
4.11.3 Blootstelling aan verontreiniging In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn luchtkwaliteit geïmplementeerd. Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico’s van luchtverontreiniging. De richtlijn geeft de volgende grenswaarden voor fijn stof:
-
de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM10 is 40 µg/m³. de grenswaarde daggemiddelde concentratie van PM10 is 50 µg/m³. De concentratie fijn stof mag maximaal 35 dagen per kalenderjaar hoger zijn dan deze waarde .
-
de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM2,5 is 25 µg/m³.
Navolgende figuren geven de jaargemiddelde concentratie van PM10 en PM2,5 ter plaatse van de planlocatie en directe omgeving weer. De planlocatie is hierbij weergegeven in de zwarte cirkel.
Figuur 20: Fijnstof 2017 PM10 (bron: Atlas leefomgeving) ter plaatse van de omgeving van de planlocatie
Crijns Rentmeesters bv
39
Ruimtelijke onderbouwing ‘Eindje ong. (naast 11) Lierop’
Figuur 21: Fijnstof 2017 PM2,5 (bron: Atlas leefomgeving) ter plaatse van de omgeving van de planlocatie
Ter plaatse van de planlocatie is sprake van jaargemiddelde concentratie PM10 van 18 µg/m³. De jaargemiddelde concentratie PM2,5 bedraagt 11 µg/m³. De grenswaarde van maximaal 35 dagen boven een daggemiddelde concentratie PM10 van 50 µg/m³ is sinds 2011 op geen enkele meetlocatie meer overschreden. Geconcludeerd kan worden dan de beoogde ontwikkeling in het kader van de blootstelling aan luchtverontreiniging geen bezwaar is.
4.12 M.e.r-beoordeling Op 1 april 2011 is het nieuwe Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging die daarin is aangebracht, is dat voor de vraag of een m.e.r.-beoordelingsprocedure moet worden doorlopen, een toetsing aan de drempelwaarden in de D-lijst niet toereikend is. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de grenswaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Wanneer dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. In het kader van de wijziging van het Besluit m.e.r. is een handreiking opgesteld over de vraag hoe moet worden vastgesteld of een activiteit met een omvang onder de drempelwaarde toch belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. In de handreiking is opgenomen dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de Dlijst en die een omvang hebben die beneden de drempelwaarden liggen een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gebruikt.
De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling. Ter plaatse van de planlocatie wordt een tweetal Ruimte voor Ruimte woningen gerealiseerd. Deze activiteit is niet opgenomen op de D-lijst en geldt niet als een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit. In deze toelichting wordt de ontwikkeling getoetst aan milieu-planologische randvoorwaarden. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat het milieubelang in voldoende mate is afgewogen en dat er geen nadelige effecten zijn te verwachten.
Crijns Rentmeesters bv
40
Ruimtelijke onderbouwing ‘Eindje ong. (naast 11) Lierop’
5. UITVOERBAARHEID 5.1 Economische uitvoerbaarheid Het toevoegen van een woning is exploitatieplichtig op grond van het bepaalde in artikel 6.12 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening. Dit houdt in dat de kosten voor die voor deze ontwikkeling door de gemeente worden gemaakt, verhaald moeten worden op de initiatiefnemer. Bij kleinschalige ontwikkelingen wordt veelal geen exploitatieplan vastgesteld, maar
wordt een anterieure
overeenkomst gesloten met de initiatiefnemer. Hierin worden afspraken vastgelegd over de procedure, kosten, planschadeverhaal en aan te leveren stukken. Ook in deze procedure sluiten initiatiefnemers een anterieure overeenkomst met de gemeente Someren. Op deze wijze is de financiële haalbaarheid van het plan gegarandeerd.
5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De bestemmingsplanprocedure waarvan deze ruimtelijke onderbouwing onderdeel uitmaakt wordt conform de wettelijke vereisten kenbaar gemaakt. Naar aanleiding van reacties op deze publicatie kan een heroverweging op deze onderdelen plaatsvinden en kan besloten worden de ruimtelijke onderbouwing op een aantal punten te wijzigen of het bestemmingsplan (eventueel op onderdelen) niet vast te stellen.
Crijns Rentmeesters bv
41
EINDJE ONG. LIEROP - Landschappelijke inpassing Legenda Bouwvlak Landschappelijke inpassing
N¹N¹NN¹¹N¹
Boomvormers: Beuken, Eiken Struikvormers: Gelderse roos, Gele kornoelje, Kardinaalsmuts, Vogelkers Lengte: 70 meter Breedte: 6 meter
(50 m x 3 m) (45 m x 1,5 m)
[¹ [¹ [¹ [¹ z [¹ z [ z ¹ ¹B ¹ ¹B ¹ ¹B ¹ ¹B ¹ B Bz[B ¹B ¹ Bz[B Bz[B B[B B[B ! z z !
¹ ¹B B ¹ ¹B ¹B ¹B ¹ B ¹B ¹B ¹B ¹ B ¹B ¹B B ¹ ¹B ¹ B ¹B ¹B ¹B ¹B ¹B ¹B ¹B B
B B B B B B B B BBBB ! z
[¹ ¹ z B [ ¹ B [¹ z ¹z ¹ B [B z ¹ ¹3¹ [ z ¹ B [ z ¹ ¹ 1 [B z ¹¹¹z[B¹¹¹B¹¹
¹ ¹ B ¹B ¹ B ¹ B ¹B ¹B ¹B ¹ B ¹B ¹B ¹B ¹ B ¹B ¹B ¹B ¹ B ¹B ¹B ¹ B ¹B ¹ B ¹B ¹B ¹B ¹B ¹B ¹B ¹B B
(35 m x 1,5 m)
(45 m x 3 m)
! ` ` ! `9 !
5
(40 m x 1,5 m)
¹ B ¹ ¹B ¹B ¹B ¹ B ¹B ¹B ¹B B ¹ ¹B ¹B B ¹ ¹B ¹ B ¹B ¹B ¹B ¹B ¹B ¹B ¹B B
¹N N ¹N N ¹¹ N ¹ N ¹N N ¹ N ¹ N ¹ N ¹ N ¹ N ¹ N ¹ ¹ N ¹ ¹ N ¹ N ¹ ¹ N ¹ ¹ N ¹ N ¹ ¹ N ¹ ¹ N ¹ N N¹N¹N¹
¹ ¹B B
¹ B ¹ B ¹ B ¹ B ¹ 2B ¹z B ¹z B ¹z B ¹z B ¹B ¹B ¹z ¹B ¹B ¹ B ¹B ¹ ¹ B B ¹B ¹B ¹B ¹ B ¹B B ¹ B ¹ ¹ B ¹ B ¹ B B ¹ ¹ B B ¹ 4 B ¹ ¹ B ¹B ¹ B ¹B ¹B ¹B ¹B ¹B B 7
! `
8
[B z ¹B ¹ B ¹ ¹z[B ¹ B
! `
Vrij groeiende haag (2 en 3) Hazelnoot, Sleedoorn, Meidoorn, Vlier, Wilde Roos (gelijke menging) Lengte: 95 meter Breedte: 3 meter Hoogte: 3 meter 2 stuks per strekkende meter (380 stuks)
(70 m x 6 m)
¹B ¹B ¹B ¹B ¹B ¹ Knip- en scheerhaag (4, 5 en 6) B Beuk, Haagbeuk, Liguster, Veldesdoorn Lengte: 230 meter Breedte: 1,5 meter Hoogte: 0,5 - 1 meter 4 stuks per strekkende meter (920 stuks)
! Hoogstamfruitboom (7 en 8) z
Appel, Kers, Peer, Pruim, Noot 2 stuks (vak 7) en 1 stuk (vak 8)
¹ ¹ B ¹B ¹B ¹B ¹B ¹ B ¹B ¹B ¹ B ¹B B ¹ ¹ B B ¹ B ¹ B ¹ 11 ¹B 10 ¹B ¹B ¹B ¹B ¹B ¹B ¹B ¹B ¹B ¹ B ¹B ¹ B B ¹ B ¹ B ¹ ¹ B B ¹ ¹ B ¹ ¹B ¹B ¹ B ¹B ¹B 6 ¹B ¹ B ¹ B ¹B ¹B ¹B ¹B ¹ B ¹B ¹ B ¹ B¹B ¹ B ¹B ¹B ¹B B
! `
Houtsingel (1)
` ! ` !
! `
(110 m x 1,5 m)
0
Landschapsboom (9, 10 en 11) Noot, Linde, Eik, Kastanje, Haagbeuk 3 stuks (vak 9), 2 stuks (vak 10) en 3 stuks (vak 11)
10
20
40 Meters
Behorende bij: Ruimtelijke onderbouwing 'Eindje ong. (naast 11) Lierop' Datum: 15 mei 2020 1:1.000 Schaal: Esri Nederland, beeldmateriaal.nl
Navolgende tabel geeft een totaalbeeld van de omvang en maatvoering van de landschappelijke inpassing Vak 1
Type Houtsingel
Afmeting element
Plantverband
Soort
Aanplant-maat
Breedte: 6 meter
Driehoeksverband
Boomvormers:
Lengte: 70 meter
Plantafstand: 1,5 x 1,5
sylvatica), Eik (Quercus robur)
meter
Struikvormers:
Gelijke menging
Viburnum opulus), Gele kornoelje (Cornus
mas),
Beuk
(Fagus
Gelderse
roos
&
Totaal
kwaliteit
Hoeveelheid
Boomvormers: 12-14
Bomen: 7
Struikvormers: 60-80
Struikvormers: 180
Wortelgoed
Kardinaalsmuts
(Euonymus
europaeus),
Vogelkers (Prunus padus) 2 en 3
Vrij groeiende haag
Breedte: 3 meter
Dubbele plantrij
Sleedoorn
(Prunus
spinosa),
Hoogte: 3 meter
2 stuks per strekkende
Meidoorn (Crataegus laevigata),
Lengte: 95 meter
meter per rij
Vlier (Sambucus nigra)
60-80
380 stuks
Wortelgoed
Gelijke menging 4, 5 en
Knip- en scheerhaag
6
Breedte: 1,5 meter
Enkele plantrij
Beuk (Fagus sylvatica), Haagbeuk
60-80
Hoogte: 0,5 – 1 meter
4 stuks per strekkende
(Carpinus
1+1, 2/3 tak wortel
Lengte: 230 meter
meter
(Ligustrum vulgare), Veldesdoorn
betulus),
Liguster
920 stuks
bosplantsoen
(Acer campestre) 7 en 8
Hoogstamfruitboom
-
Plantafstand: 10 x 10
Appel (Malus domestica), Kers
Hoogstam
meter
(Prunus domestica), Peer (Pyrus
10-12
3 stuks
communis), Noot (Juglans regia) 9, 10 en 11
Landschapsboom
-
Plantafstand: 10 x 10
Noot (Juglans regia), Linde (Tilia
Minimale maat
meter
vulgaris), Eik (Quercus robur),
12-14
Kastanje
(Castanea
sativa),
Haagbeuk (Carpinus betulus)
8 stuks
VERKENNEND BODEMONDERZOEK Conform NEN 5740
Eindje, Lierop
Datum
: 28 januari 2020
Rapportnummer
: 220-LEi-vo-v1
Koolweg 64 5759 PZ Helenaveen Tel: 0493-539803 E-mail: mena@m-en-a.nl NL37 INGB 0007735391 KvK: 67445322
Type onderzoek : Verkennend bodemonderzoek Project
: Eindje, Lierop
Projectnummer : 220-LEi-vo-v1 Opdrachtgever
: Adriaan van den Heuvel
Datum rapport
: 28 januari 2020
Van toepassing zijnde certificaat Van toepassing zijnde protocollen Nummer certificaat Geldig tot
: BRL SIKB 2000 : 2001, 2002, 2018 : EC-SIKB-02236 : 22 november 2020
Veldwerk uitgevoerd door erkend en ervaren veldwerker Projectleider
: W.A. van Aerle : W.A. van Aerle
Veldwerker verklaart hierbij dat bij de uitvoering van het veldwerk geen invloed is uitgevoerd door de opdrachtgever of directie van M&A Bodem & Asbest BV. Voor akkoord:
Collegiale toets:
W.A. van Aerle
A. van der Vleuten
Koolweg 64 5759 PZ Helenaveen Tel: 0493-539803 E-mail: mena@m-en-a.nl NL37 INGB 0007735391 KvK: 67445322
Samenvatting In verband met een ruimtelijke procedure voor de nieuwbouw van woningen op een perceel aan het Eindje te Lierop is een bodemonderzoek conform de NEN 5740 en een vooronderzoek volgens de NEN 5725 uitgevoerd. Na uitvoering van het vooronderzoek kon de hypothese "onverdachte locatie" worden gesteld. Met de onderzoeksstrategie voor “onverdachte locaties” werden 17 boringen verdeeld over de locatie geplaatst. Vier van de boringen zijn doorgezet tot 2 mmv. Hiervan zijn monsters van de boven- en ondergrond genomen. Zintuiglijk werden in de grondmonsters geen afwijkingen in samenstelling, geur en / of kleur geconstateerd. Vervolgens zijn vijf mengmonsters samengesteld, te weten drie van de bovengrond en twee van de ondergrond. Een week eerder zijn twee peilbuizen geplaatst op het perceel, waaruit watermonsters werden genomen. De grondwaterspiegel werd op ca. 2,1 meter minus maaiveld aangetroffen. Na analyse van de grond- en grondwatermonsters bleek dat : ! de bovengrond niet verhoogd is t.o.v. de achtergrondwaarden (AW) voor de onderzoeksparameters; ! de ondergrond niet verhoogd is t.o.v. de AW van de onderzoeksparameters; ! het grondwater licht verontreinigd is met barium, cadmium, kwik, nikkel en zink. De verontreinigingen met zware metalen in het grondwater zijn te relateren aan de regionale problematiek met betrekking tot zware metalen in de bodem.
Gezien de gehalten is geen nader onderzoek noodzakelijk. Indicatief kan worden gesteld dat, in verband met het hergebruik van grond, de grond van de onderzoekslocatie multifunctioneel toepasbaar is. Hergebruik dient echter te geschieden conform het Besluit bodemkwaliteit en het bodembeleid van de gemeente Someren. Geconcludeerd wordt dat er geen belemmeringen zijn tegen de bestemmingswijziging en de nieuwbouw van woningen op de locatie uit oogpunt van chemische bodemgesteldheid.
Inhoudsopgave Hfdst.
Titel
Blz.
Samenvatting 1
Doelstelling verkennend onderzoek
1
2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
Vooronderzoek Historisch gebruik Huidig gebruik Toekomstig gebruik Asbest in de bodem Bodemsamenstelling en geohydrologie Hypothese
2 3 4 4 4 5 5
3 3.1 3.2 3.3
Onderzoeksstrategie en uitvoering van het onderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerk Laboratoriumonderzoek
6 6 7
4. 4.1 4.2 4.3
Resultaten Boorbeschrijving Zintuiglijke waarnemingen Chemische en fysische analyses
8 8 9
5. 5.1 5.2 5.3
Interpretatie en toetsing van de resultaten Algemeen Grond Grondwater
11 13 13
6.
Conclusies en aanbevelingen
14
7.
Referenties
15
Bijlagen Bijlage 1a Bijlage 1b Bijlage 2 Bijlage 3a Bijlage 3b Bijlage 3c Bijlage 4
: Situatie- en boorpunttekening : Bodemloket provincie Noord-Brabant : Isohypsen : Analyserapport grond : Analyserapport grondwater : Toetsingsnormering grond en grondwater : Boorbeschrijving
Eindje, Lierop
M & A Bodem & Asbest BV
1. Doelstelling verkennend onderzoek Op 8 januari 2020 is door Adriaan van den Heuvel Makelaars en Adviseurs aan M & A Bodem & Asbest BV opdracht verleend tot het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740, op een agrarisch perceel aan het Eindje te Lierop. Het onderzoek is noodzakelijk vanwege de ruimtelijke procedure voor de nieuwbouw van woningen. In dit onderzoek zal de chemische en fysische toestand van de bodem worden beschreven. Door middel van het verkrijgen van inzicht in de kwaliteit van de bovengrond (0 tot 0.5 meter), de ondergrond (0.5 tot 2.0 meter) en het grondwater zal een uitspraak worden gedaan omtrent bovenstaande. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5740, NEN 5725, NEN 5707 en de Aangepaste Voorlopige Praktijkrichtlijnen van het Ministerie van VROM. Voorafgaand aan het onderzoek verklaart M&A dat er geen relatie bestaat tussen opdrachtgever en M&A, zodat onafhankelijkheid wordt gegarandeerd. Het procescertificaat van M&A Bodem & Asbest en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistraties, aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever. In deze rapportages zijn de protocollen 2001, 2002 en 2018 van toepassing. Het veldwerk is uitgevoerd door een erkend en ervaren veldwerker (W.A.
van Aerle). Dit bodemonderzoek is met de grootste zorg uitgevoerd. Door de statistische keuzes volgens de NEN 5740 kan het echter voorkomen dat er toch bodemverontreiniging op het perceel aanwezig is dat niet is geconstateerd tijdens het onderzoek. Hiervoor kan M&A niet aansprakelijk worden gesteld. Verder zijn alle in deze rapportage gedane aanbevelingen en adviezen vrijblijvend van aard. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend.
1
Eindje, Lierop
M & A Bodem & Asbest BV
2. Vooronderzoek conform NEN 5725 In de NEN 5725 staat beschreven welke gegevens minimaal geïnventariseerd dienen te worden om een uitspraak te kunnen doen over het vervolgtraject. Om tot een hypothese voor het vervolgonderzoek te komen dienen te worden onderzocht : 1. Historisch gebruik 2. Huidig gebruik 3. Toekomstig gebruik 4. Bodemopbouw / geohydrologie (wenselijk, niet verplicht) Bij de inventarisatie is gebruik gemaakt van de volgende bronnen : S inventarisatielijst provinciaal programma bodemsanering; S verkennende onderzoeken gesloten stortplaatsen (VOS); S gemeentelijke bestand van huidige en vervallen milieuvergunningen; S provinciale lijst van autosloopterreinen; S bestand ondergrondse en bovengrondse opslagtanks van de gemeente; S bestand bodemonderzoeken in de gemeente. S www.bodemloket.nl; S gegevens van ABdK; S Bodemloket provincie Noord-Brabant. In de volgende paragrafen wordt een samenvatting gegeven van het vooronderzoek.
2
Eindje, Lierop
M & A Bodem & Asbest BV
2.1. Historisch gebruik De onderzoekslocatie is gelegen aan het Eindje te Lierop, op een perceel ten noorden van de bebouwde kom van Lierop (gemeente Someren). De locatie is kadastraal bekend onder gemeente Lierop, sectie U, perceelnummer 563. De situatie is aangegeven op de tekening in bijlage 1a en aangeduid op onderstaande luchtfoto.
De huidige bestemming is agrarisch en is in het verleden niet gewijzigd. De bestemming van de directe omgeving is eveneens agrarisch. Bodemonderzoeken: Van het perceel zijn geen bodemonderzoeken bekend. Van de aangrenzende locatie Eindje 11 is een nader onderzoek bekend door CSO van 27-5-2008. Hierbij zijn verontreinigingen met zware metalen geconstateerd, waarvoor een BUS-melding is ingediend 11-11-2008. Er heeft een sanering plaatsgevonden, waarbij 130 m3 sterk verontreinigde grond is gesaneerd. De saneringsevaluatie is d.d. 20-7-2009 goedgekeurd door het bevoegd gezag.
3
Eindje, Lierop
M & A Bodem & Asbest BV
Bodemloket: Volgens het bodemloket zijn de bodemgegevens bekend, zoals hiervoor beschreven. Tanks: Er zijn geen tanks bekend van het perceel of de directe omgeving. Milieuvergunningen: Van het perceel zijn geen milieuvergunningen of -meldingen bekend. Er zijn geen bodembedreigende activiteiten aanwezig. Overigen: Van de onderzoekslocatie zijn geen verdere gegevens bekend over sintels, zinkassen of oude watergangen. De locatie is niet vermeld op de lijst van bodemsaneringsgevallen van de provincie en staat evenmin bekend als voormalige stortlocatie. Conclusie: vooronderzoek Van de onderzoekslocatie zijn geen directe aanwijzingen aangetroffen dat het perceel verontreinigd is.
2.2. Huidig gebruik De onderzoekslocatie is niet verhard en het perceel is in gebruik als weiland. De totale oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt ongeveer 7.207 m2. Obstakels of zichtbare verontreinigingen zijn niet geconstateerd. Kabels en leidingen zijn niet zichtbaar aanwezig op het terrein. Er zijn verder geen andere aanwijzingen gevonden, dat er calamiteiten op de onderzoekslocatie zijn geschied.
4
Eindje, Lierop
M & A Bodem & Asbest BV
2.3. Toekomstig gebruik Op de onderzoekslocatie zullen woningen worden gerealiseerd. Bodembedreigende activiteiten op de locatie zijn niet waarschijnlijk. De gebruiksfunctie van de locatie wordt gewijzigd naar wonen.
2.4 Asbest in de bodem Op de onderzoekslocatie is een vooronderzoek uitgevoerd volgens NEN 5707 ‘Asbest in de bodem’. Het onderzoeksgedeelte is hierbij rastermatig onderzocht op de aanwezigheid van asbestmateriaal, conform de NEN 5707. Vervolgens is de maaiveldinspectie uitgevoerd met behulp van een hark voor het doorwoelen van de eerste centimeters van de bovenlaag. Uit het onderzoek is gebleken dat er op de onderzoekslocatie geen asbestmaterialen op- of in de bodem zijn aangetroffen, zodat geen vervolgonderzoek noodzakelijk is.
2.5. Bodemsamenstelling en geohydrologie De locatie is gelegen in het gebied van de Centrale Slenk. Deze Centrale Slenk wordt in het noordoosten begrensd door de Peelrandbreuk en in het zuidwesten door de Gilze-Rijenstoring. De deklaag van de bodem ter plaatse, behorende tot de Formatie van Boxtel, bevindt zich op ongeveer 21 meter boven NAP en loopt door tot 4 meter boven NAP. Deze deklaag bestaat uit middel fijn tot uiterst fijn zand, gemengd met of onderbroken door lagen (1 meter dikte) met klei of zandige klei. Deze laag is slecht waterdoorlatend. Na de deklaag begint het eerste watervoerende pakket, behorende tot de formaties van Sterksel, Veghel en Kedichem, doorlopend tot 103 meter beneden NAP waarna de eerste scheidende laag, behorende tot de Brunssum klei, begint. De grondwaterspiegel van het freatische grondwater bevindt zich op ca. 18,5 meter boven NAP. De grondwaterstromingsrichting is noordelijk.
5
Eindje, Lierop
M & A Bodem & Asbest BV
Deze gegevens zijn ontleend aan de door TNO samengestelde grondwaterkaart van Nederland (kaart 57 oost, kaartblad 57F). Op de tekening in bijlage 2 zijn de isohypsen van de omgeving van de onderzoekslocatie weergegeven.
2.6. Hypothese Gezien de informatie die uit het historische onderzoek naar voren is gekomen kan gesteld worden dat geen verontreinigingen worden verwacht in de bodem, ondanks dat het gebied bekend is met diffuse zware metalen verontreinigingen. Derhalve wordt de hypothese "onverdachte locatie" gesteld, welke aan de hand van de analyseresultaten zal worden getoetst.
6
Eindje, Lierop
M & A Bodem & Asbest BV
3. Onderzoeksstrategie en uitvoering van het onderzoek 3.1. Onderzoeksstrategie De gekozen onderzoeksstrategie is conform de NEN 5740 voor onverdachte locaties. Hierbij worden de monsters genomen volgens een gelijkmatig over het terrein verdeeld patroon. De oppervlakte van het onderzoeksgedeelte bedraagt ca. 7.207 m2. Onderzoeksstrategie niet verdachte locaties volgens NEN 5740 AANTAL BORINGEN tot 0,5 m
13
en tot 2 m
4
TE ONDERZOEKEN MENGMONSTERS
en peilbuis
grond
2
grondwater
0 - 0,5 m
0,5 - 2,0 m
3
2
2
De boorpunten zijn aangegeven op de tekening in bijlage 1a.
3.2. Veldwerk Op 20 januari 2020 zijn in totaliteit op de onderzoekslocatie 17 handboringen verricht van 0 tot 0.5 m - mv (bovengrond), welke gelijkmatig verdeeld zijn over de onderzoekslocatie. Vier van deze boringen zijn doorgezet tot 2 meter beneden maaiveld. Van alle separate boringen zijn vervolgens monsters genomen en deze monsters zijn in het laboratorium tot vijf mengmonsters samengesteld: M1 : boring 1.1 t/m 6.1 0 - 0,5 m-mv M2 : boring 7.1 t/m 12.1 0 - 0,5 m-mv M3 : boring 13.1 t/m 17.1 0 - 0,5 m-mv M4 : boring 2.2+6.2 0,5 - 1,0 m-mv boring 2.3+6.3 1,0 - 1,5 m-mv boring 2.4+6.4 1,5 - 2,0 m-mv
7
Eindje, Lierop
M5
M & A Bodem & Asbest BV
: boring 10.2+15.2 boring 10.3+15.3 boring 10.4+15.4
0,5 - 1,0 m-mv 1,0 - 1,5 m-mv 1,5 - 2,0 m-mv
Op 13 januari 2020 zijn reeds twee boringen verricht tot 1,5 meter beneden de grondwaterspiegel en afgewerkt als peilbuis (HDPE). De peilbuizen zijn stroomop- en -afwaarts op het perceel geplaatst. De peilbuizen zijn tot ca. 50 cm boven de filter aangevuld met zuiver filterzand en daar bovenop is 50 cm zwelklei (bentoniet) aangebracht. Verder zijn de boorgaten afgedekt met zuiver fijn zand. De peilbuizen zijn direct na plaatsing een aantal malen afgepompt, waarna d.d. 20 januari 2020 grondwatermonsters zijn genomen. Vervolgens werd de grondwaterstand gemeten en monsters genomen waarbij de pH en de elektrische geleidbaarheid (EGV) werden bepaald en zijn weergegeven in onderstaande tabel: Peilbuis P1
Peilbuis P2
GWS [m-mv]
2,03
2,11
pH
6,46
6,35
EGV [:S/cm]
1.126
1.085
D [NTU]
21
17
3.3. Laboratoriumonderzoek De mengmonsters van de boven- en ondergrond en de grondwatermonsters zijn door het geaccrediteerde milieulaboratorium, AL-West te Deventer, geanalyseerd op de volgende onderzoeksparameters : M1 t/m M5
: zware metalen, PAK, PCB, minerale olie, droge stof, lutum en humus
P1, P2
: zware metalen, VOH, minerale olie, BTEX, naftaleen
Het pakket van de zware metalen bestaat uit barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink. De vluchtige aromaten (BTEX) worden vertegenwoordigd door benzeen, tolueen, ethylbenzeen en de xylenen. Voor de vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOH) is een selectie gemaakt van de gechloreerde organische oplosmiddelen.
8
Eindje, Lierop
M & A Bodem & Asbest BV
4. Resultaten 4.1. Boorbeschrijving In bijlage 4 zijn de boorbeschrijvingen weergegeven, waarbij de beschrijving van de bodemopbouw is weergegeven conform NEN 5104.
4.2. Zintuiglijke waarnemingen In de grondmonsters zijn geen bodemvreemde materialen, zoals bijvoorbeeld puin, kolenassen of zinkslakken aangetroffen. Ook werden geen abnormale kleur- en/of geurafwijkingen waargenomen.
9
Eindje, Lierop
M & A Bodem & Asbest BV
4.3. Chemische en fysische analyses In de volgende tabellen 1 en 2 worden de resultaten van de grond en het grondwater weergegeven. In bijlage 3c is de toetsing aan de Wbb-normering opgenomen. Tabel 1: Analyseresultaten boven- en ondergrond Onderzoeksparameter
M1
M2
M3
M4
M5
0-0,5 m
0-0,5 m
0-0,5 m
0,5-2,0m
0,5-2,0m
Droge stof [% w/w]
88,6
90,6
89,8
86,3
88,6
Organische stof [% DS]
2,0
2,9
2,9
2,0
1,0
< 1,0
1,1
1,0
< 1,0
< 1,0
Barium
< 20
< 20
< 20
< 20
< 20
Cadmium
< 0,20
0,20
0,29
< 0,20
< 0,20
Kobalt
< 3,0
< 3,0
< 3,0
< 3,0
< 3,0
Koper
6,6
7,8
9,1
< 5,0
< 5,0
Kwik
< 0,05
< 0,05
< 0,05
< 0,05
< 0,05
Lutumgehalte [%]
Zware metalen [mg/kg DS]
Lood
< 10
10
< 10
< 10
< 10
Molybdeen
< 1,5
< 1,5
< 1,5
< 1,5
< 1,5
Nikkel
< 4,0
< 4,0
< 4,0
< 4,0
< 4,0
Zink
20
< 20
< 20
< 20
< 20
0,35
0,35
0,35
0,35
0,35
0,0049
0,0049
0,0049
0,0049
0,0049
< 35
< 35
< 35
< 35
< 35
PAK-totaal (VROM) [mg/kg DS] PCB [mg/kg DS] Minerale olie (GC) [mg/kg DS]
‘<‘ : betekent lager dan de detectielimiet voor de betreffende parameter Toetsing Wet bodemkwaliteit * : > achtergrondwaarde ** : > tussenwaarde *** : > interventiewaarde Toetsing Besluit bodemkwaliteit & : > maximale waarde voor functieklasse wonen && : > maximale waarde voor functieklasse industrie # : < 2 maal de achtergrondwaarde en kleiner dan de maximale waarde ## : < som van de achtergrondwaarde en maximale waarde voor functieklasse wonen ### : < som van de achtergrondwaarde en maximale waarde voor functieklasse industrie
10
Eindje, Lierop
M & A Bodem & Asbest BV
Tabel 2 : Analyseresultaten grondwater [µg/l] Onderzoeksparameter
P1
P2
pH
6,46
6,35
EGV 20 EC [µS/cm]
1.126
1.085
Grondwaterstand [m-mv]
2,03
2,11
Barium
79 *
160 *
50
337
625
Cadmium
0,38
< 0,20
0,4
3,2
6,0
Kobalt
< 2,0
5,9
20
60
100
Koper
29 *
17 *
15
45
75
Kwik
0,08 *
< 0,05
0,05
0,18
0,30
Lood
4,3
5,9
15
45
75
< 2,0
< 2,0
5
152
300
Nikkel
8,9
18 *
15
45
75
Zink
70 *
19
65
433
800
1,1,1-Trichloorethaan
< 0,10
< 0,10
0,01
150
300
1,2-Dichloorethaan
< 0,20
< 0,20
7
203,5
400
1,1,2-Trichloorethaan
< 0,10
< 0,10
0,01
65
130
Tetrachlooretheen
< 0,10
< 0,10
0,01
20
40
Dichloormethaan
< 0,20
< 0,20
0,01
500
1000
Tetrachloormethaan
< 0,10
< 0,10
0,01
5
10
Trichlooretheen
< 0,20
< 0,20
24
262
500
Dichloorethenen
0,21
0,21
0,01
10
20
Dichloorpropanen
0,42
0,42
0,8
40
80
Benzeen
< 0,20
< 0,20
0,2
15
30
Tolueen
< 0,20
< 0,20
7
503,5
1000
Ethylbenzeen
< 0,20
< 0,20
4
77
150
Xylenen (som)
0,21
0,21
0,2
35,1
70
Naftaleen
< 0,020
< 0,020
0,01
35
70
Minerale olie
< 50
< 50
50
325
600
S
T
I
Zware metalen
Molybdeen
Vl.gechloreerde kwst.(VOH)
Vluchtige Aromaten (BETX)
11
Eindje, Lierop
M & A Bodem & Asbest BV
5. Interpretatie en toetsing van de resultaten 5.1. Algemeen Grond De resultaten van de chemische en fysische analyse voor de grondmonsters dienen getoetst te worden aan de achtergrondwaarden (AW) volgens het Besluit bodemkwaliteit. Verder zijn voor de bodem nog de interventiewaarden (I) van belang volgens de Circulaire bodemsanering. Alle toetsingswaarden zijn gerelateerd aan het organische stofgehalte en het lutumgehalte van de grond, welke in het laboratorium zijn bepaald. Aan de hand van een vergelijking van de analyseresultaten met de genoemde toetsingswaarden kan een uitspraak worden gedaan omtrent de mate van verontreiniging van het onderzochte terrein. Hierbij kan de volgende gradatie worden aangehouden : - niet verontreinigd : concentratie lager dan de achtergrondwaarde - verontreinigd : concentratie hoger dan de achtergrondwaarde - sterk verontreinigd : concentratie hoger dan de interventiewaarde Indien de tussenwaarde (de helft van de som AW + I) wordt overschreden voor een parameter, dan dient te worden geadviseerd om een nader onderzoek uit te voeren naar de verspreiding van deze parameter. Hergebruik van grond volgens Besluit bodemkwaliteit Indicatief kunnen de analyseresultaten worden getoetst of de beoogde gebruiksfunctie voldoet aan de kwaliteitsnorm volgens het Besluit bodemkwaliteit.
Hiermee wordt een inschatting gemaakt of de grond herbruikbaar is voor het gebruiksdoel. In het Besluit bodemkwaliteit zijn de maximale waarden geformuleerde voor het generieke gebied voor de gebruiksfuncties wonen en industrie. Er wordt dan getoetst aan de maximale waarden voor de bodemfunctieklasse wonen (maxW) en industrie (maxI). Verder gelden in dit kader een tweetal uitzonderingsregels: < indien voor (bij een standaard analysepakket) maximaal 3 parameters wordt voldaan aan het criterium dat de concentratie lager is dan 2 keer de achtergrondwaarde (maar lager dan de maximale waarde), kan deze eveneens als niet verontreinigd worden beschouwd. 12
Eindje, Lierop
<
M & A Bodem & Asbest BV
indien de concentratie hoger is dan deze maximale waarde, maar voor maximaal 3 parameters de concentratie lager is dan de som van de achtergrondwaarde en de maximale waarde, deze voldoet aan de maximale waarde.
Indien de gemeente in het bezit is van een bodemkwaliteitskaart die voldoet aan de eisen van het Besluit bodemkwaliteit, kunnen lokale maximale waarden worden geformuleerd die mogelijk hoger zijn dan de generieke maximale waarde. Grondwater De resultaten van de chemische en fysische analyses van het grondwater dienen getoetst te worden aan de streef- en interventiewaarden uit de toetsingstabel van de Circulaire Interventiewaarden Bodemsanering. Aan de hand van een vergelijking van de analyseresultaten met deze streef- en interventiewaarden kan een uitspraak worden gedaan omtrent de mate van verontreiniging van het grondwater. Hierbij wordt de volgende gradatie aangehouden : - niet verontreinigd : concentratie # S - licht verontreinigd : S < concentratie # T - matig verontreinigd : T < concentratie # I - sterk verontreinigd : concentratie > I Indien voor één of meer parameters de tussenwaarde wordt overschreden dient een nader onderzoek te worden uitgevoerd naar de verspreiding van de verontreiniging(en). Indien voor één of meer parameters de interventiewaarde wordt overschreden kan sprake zijn van een ernstig geval van bodemverontreiniging. Volgens de Wet bodembescherming is hier echter pas sprake van indien de verontreinigde hoeveelheid minimaal 100 m3 grondwater bedraagt.
13
Eindje, Lierop
M & A Bodem & Asbest BV
5.2. Grond Uit de resultaten van tabel 1 blijkt dat zowel de boven- als ondergrond niet verhoogd zijn t.o.v. de achtergrondwaarden (AW) voor de onderzoeksparameters. Indicatief kan worden gesteld dat, in verband met het hergebruik van grond, de grond van de onderzoekslocatie multifunctioneel toepasbaar is. Hergebruik dient echter te geschieden conform het Besluit bodemkwaliteit en het bodembeleid van de gemeente Someren.
5.3. Grondwater Uit tabel 2 blijkt dat het grondwater licht verontreinigd is met barium, cadmium, kwik, nikkel en zink. De verontreinigingen met zware metalen in het grondwater zijn te relateren aan de regionale problematiek met betrekking tot zware metalen in de bodem. Gezien de gehalten is geen nader onderzoek noodzakelijk.
14
Eindje, Lierop
M & A Bodem & Asbest BV
6. Conclusies en aanbevelingen Gezien de analyseresultaten en de interpretatie hiervan kan de hypothese "onverdachte locatie" worden aanvaard, ondanks de verhogingen met enkele zware metalen in het grondwater. De verontreinigingen met zware metalen in het grondwater zijn te relateren aan de regionale problematiek met betrekking tot zware metalen in de bodem. Gezien de gehalten is geen nader onderzoek noodzakelijk. Indicatief kan worden gesteld dat, in verband met het hergebruik van grond, de grond van de onderzoekslocatie multifunctioneel toepasbaar is. Hergebruik dient echter te geschieden conform het Besluit bodemkwaliteit en het bodembeleid van de gemeente Someren. Geconcludeerd wordt dat er geen belemmeringen zijn tegen de ruimtelijke procedure voor de nieuwbouw van woningen uit oogpunt van chemische bodemgesteldheid.
15
Eindje, Lierop
M & A Bodem & Asbest BV
7. Referenties 1. 2.
3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11.
Onderzoeksstrategie bij Verkennend Onderzoek, NEN-5740, NNI. NPR-5741; Nederlandse Praktijkrichtlijn Bodem. Boorsystemen en monsternemingstoestellen voor grond, sediment en grondwater, die worden toegepast bij bodemverontreinigingsonderzoek, NNI, eerste druk, februari 1994. Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek, NEN 5725, NNI. NEN 5707; monsterneming van asbest in de bodem. Besluit bodemkwaliteit. Regeling Bodemkwaliteit. Circulaire bodemsanering. Circulaire Interventiewaarden bodemsanering. Bodemkaart van Nederland, Stiboka, 1970. Grondwaterkaart van Nederland, TNO, 1976 Topografische kaart van de omgeving, 1:25.000, topografische dienst, 1991
16
Eindje, Lierop
M & A Bodem & Asbest BV
Bijlage 1a : Situatie- en boorpunttekening
Topografische situatie Schaal 1 : 25.000
P2 X
X
5
13 X
14
6
4
X
X
12 15
7 X
X
3
X
11 X
X
16
8
2 10
9
17
X
X P1
X
Legenda:
1
Projectnr: 220-LEi
Project: Eindje te Lierop
Datum: 20-1-2020
Kad. Gem. Someren, sectie U, nummer 563
Schaal 1: 920
Onderzoekslocatie met situering boringen
X boring tot 0,5 m-mv boring tot 2,0 m-mv boring met peilbuis
Grondwaterstroming: N Strategie: 13-4-2 3-2-2
Get: WvA
Bijlage 1a
Eindje, Lierop
M & A Bodem & Asbest BV
Bijlage 1b : Bodemloket
Eindje, Lierop Omgevingsrapportage
Pagina 1 van 12
-
28-01-2020
Inhoudsopgave Voorblad Inhoudsopgave Inleiding Eindje 11 Kaarten Disclaimer
Pagina 2 van 12
-
28-01-2020
Inleiding
Pagina 3 van 12
-
28-01-2020
Opbouw van de rapportage
Overzicht onderzoeken
Pagina 4 van 12
-
28-01-2020
Overzicht aanwezige ondergrondse tanks
Pagina 5 van 12
-
28-01-2020
Adres
Plaats bevoegd gezag WBB
Vervolg WBB
Beoordeling
Status rapporten
Beschikking
Status besluiten
Status asbest
Is van voor 1987
Datum
Archief
Conclusie overheid
Start Einde Vervallen Benoemd Verontreinigd Spoed
Voldoende onderzocht
Type
Naam
Auteur
Geen gegevens beschikbaar
Pagina 6 van 12
-
28-01-2020
Matrix Overschr. m² m³ Van Tot Opmerking
Geen gegevens beschikbaar
Datum
Type sanering
Datum
Besluit
Kenmerk
Zorgstatus
Uiterste start
Werkelijke start
Gerealiseerd bovengrond
Pagina 7 van 12
Werkelijke einddatum
Gerealiseerd ondergrond
Geen gegevens beschikbaar
-
28-01-2020
Status
Medium
Pagina 8 van 12
-
28-01-2020
Uitleg begrippen bij deze rapportage
Pagina 9 van 12
-
28-01-2020
Pagina 10 van 12
-
28-01-2020
Analyseresultaten in conclusie
Pagina 11 van 12
-
28-01-2020
Wat u moet weten over tankgegevens
Pagina 12 van 12
-
28-01-2020
Eindje, Lierop
M & A Bodem & Asbest BV
Bijlage 2 : Isohypsen
Eindje, Lierop
M & A Bodem & Asbest BV
Bijlage 3a : Analyserapport grond
De parameters die in dit document worden vermeld, zijn geaccrediteerd volgens ISO / IEC 17025: 2005. Alleen niet-geaccrediteerde parameters / resultaten zijn gemarkeerd met het symbool "*".
DOC-13-13819145-NL-P1
AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110, Fax +31(0)570 788108 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl
M&A Bodem & Asbest BV W. van Aerle Koolweg 64 5759 PZ HELENAVEEN Datum Relatienr Opdrachtnr.
27.01.2020 35007190 913936
ANALYSERAPPORT Opdracht 913936 Bodem / Eluaat Opdrachtgever
35007190 M&A Bodem & Asbest BV 220-LEi; Eindje, Lierop
Uw referentie
20.01.20
Opdrachtacceptatie Monsternemer
Opdrachtgever
Geachte heer, mevrouw, Hierbij zenden wij u de resultaten van het door u aangevraagde laboratoriumonderzoek. De analyses zijn, tenzij anders vermeld, geaccrediteerd volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025 en uitgevoerd overeenkomstig de onderzoeksmethoden die worden genoemd in de meest actuele versie van onze verrichtingenlijst van de Raad voor Accreditatie, accreditatienummer L005. De analyses zijn, tenzij anders vermeld, uitgevoerd overeenkomstig onze erkenning voor de werkzaamheid "Analyse voor milieuhygiënisch bodemonderzoek" van het Besluit Bodemkwaliteit. De parameter-specifieke meetonzekerheid en informatie over de berekeningsmethode zijn op aanvraag beschikbaar. Dit rapport mag alleen in zijn geheel worden gereproduceerd. Eventuele bijlagen zijn onderdeel van het rapport. Indien u nog vragen heeft of aanvullende informatie wenst, verzoeken wij u om contact op te nemen met Klantenservice. Wij vertrouwen U met de toegezonden informatie van dienst te zijn. Met vriendelijke groet,
AL-West B.V. Dhr. Jan Godlieb, Tel. +31/570788113 Klantenservice
Blad 1 van 4 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01
Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer
De parameters die in dit document worden vermeld, zijn geaccrediteerd volgens ISO / IEC 17025: 2005. Alleen niet-geaccrediteerde parameters / resultaten zijn gemarkeerd met het symbool "*".
DOC-13-13819145-NL-P2
AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110, Fax +31(0)570 788108 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl
Opdracht 913936 Bodem / Eluaat Monsternr. Monstername
Monsteromschrijving
578268
20.01.2020
MIX(1.1 + 2.1 + 3.1 + 4.1 + 5.1 + 6.1)
578269
20.01.2020
MIX(7.1 + 8.1 + 9.1 + 10.1 + 11.1 + 12.1)
578270
20.01.2020
MIX(13.1 + 14.1 + 15.1 + 16.1 + 17.1)
578271
20.01.2020
MIX(2.2 + 2.3 + 2.4 + 6.2 + 6.3 + 6.4)
578272
20.01.2020
MIX(10.1 + 10.3 + 10.4 + 15.2 + 15.3 + 15.4)
Eenheid
578269
578270
578271
578272
MIX(1.1 + 2.1 + 3.1 + 4.1 + 5.1 + MIX(7.1 + 8.1 + 9.1 + 10.1 + 11.1 + 6.1) 12.1)
578268
MIX(13.1 + 14.1 + 15.1 + 16.1 + 17.1)
MIX(2.2 + 2.3 + 2.4 + 6.2 + 6.3 + 6.4)
MIX(10.1 + 10.3 + 10.4 + 15.2 + 15.3 + 15.4)
Algemene monstervoorbehandeling S Droge stof
%
S IJzer (Fe2O3) Fracties (sedigraaf)
% Ds
-- ++ -88,6 -<5,0
S Fractie < 2 µm Klassiek Chemische Analyses
% Ds
-<1,0
S
Voorbehandeling conform AS3000
x)
-- ++ -90,6 -<5,0
-- ++ -89,8 -<5,0
-- ++ -86,3 -<5,0
-- ++ -88,6 -<5,0
--1,1
--1,0
-<1,0
-<1,0
-2,9
x)
-2,9
x)
-2,0
x)
-1,0
x)
% Ds S Organische stof Voorbehandeling metalen analyse
-2,0
S Koningswater ontsluiting Metalen (AS3000)
-- ++
-- ++
-- ++
-- ++
-- ++
--<20 -0,20 -<3,0 --7,8 -<0,05 -- 10 -<1,5 -<4,0 --<20
--<20 -<0,20 -<3,0 --9,1 -<0,05 --<10 -<1,5 -<4,0 --<20
--<20 -<0,20 -<3,0 -<5,0 -<0,05 --<10 -<1,5 -<4,0 --<20
--<20 -<0,20 -<3,0 -<5,0 -<0,05 --<10 -<1,5 -<4,0 --<20
S Barium (Ba)
mg/kg Ds
S Cadmium (Cd)
mg/kg Ds
S Kobalt (Co)
mg/kg Ds
S Koper (Cu)
mg/kg Ds
S Kwik (Hg)
mg/kg Ds
S Lood (Pb)
mg/kg Ds
S Molybdeen (Mo)
mg/kg Ds
S Nikkel (Ni)
mg/kg Ds
S Zink (Zn) PAK (AS3000)
mg/kg Ds
--<20 -<0,20 -<3,0 --6,6 -<0,05 --<10 -<1,5 -<4,0 -- 20
S Anthraceen
mg/kg Ds
-<0,050
-<0,050
-<0,050
-<0,050
-<0,050
S Benzo(a)anthraceen
mg/kg Ds mg/kg Ds
S Benzo(ghi)peryleen
mg/kg Ds
S Benzo(k)fluorantheen
mg/kg Ds
S Chryseen
mg/kg Ds
S Fenanthreen
mg/kg Ds
S Fluorantheen
mg/kg Ds
S Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen
mg/kg Ds
S Naftaleen
mg/kg Ds
S Som PAK (VROM) (Factor 0,7) Minerale olie (AS3000/AS3200)
mg/kg Ds
-<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -- #) 0,35
-<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -- #) 0,35
-<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -- #) 0,35
-<0,050
S Benzo-(a)-Pyreen
-<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -- #) 0,35
S Koolwaterstoffractie C10-C40
mg/kg Ds
Koolwaterstoffractie C10-C12
mg/kg Ds
--<35 --<3 *
--<35 --<3 *
--<35 --<3 *
--<35 --<3 *
--<35 --<3 *
-<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -0,35
Blad 2 van 4 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01
Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer
#)
De parameters die in dit document worden vermeld, zijn geaccrediteerd volgens ISO / IEC 17025: 2005. Alleen niet-geaccrediteerde parameters / resultaten zijn gemarkeerd met het symbool "*".
DOC-13-13819145-NL-P3
AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110, Fax +31(0)570 788108 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl
Opdracht 913936 Bodem / Eluaat
Eenheid
578269
578270
578271
578272
MIX(1.1 + 2.1 + 3.1 + 4.1 + 5.1 + MIX(7.1 + 8.1 + 9.1 + 10.1 + 11.1 + 6.1) 12.1)
578268
MIX(13.1 + 14.1 + 15.1 + 16.1 + 17.1)
MIX(2.2 + 2.3 + 2.4 + 6.2 + 6.3 + 6.4)
MIX(10.1 + 10.3 + 10.4 + 15.2 + 15.3 + 15.4)
Minerale olie (AS3000/AS3200)
mg/kg Ds
--<3 * --<4 * --<5 * --<5 * --<5 * --<5 * --<5 *