CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

6c BP Moorsel 3 Toelichting

Gemeenteraad 24 maart 2022, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan herziening Moorsel 3 te Lierop12.904 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ”het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

29

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

soort”. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes) beschermd zijn. Het te slopen gebouw is niet geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Het gebouw verkeerd in slechte bouwkundige staat en is niet geïsoleerd. Het dak bestaat uit golfplaten zonder dakbeschot. Uitgesloten kan dan ook dat ter plaatse vleermuizen nestelen. Tevens vindt door afwezigheid van ramen en openingen onder de golfplaten tocht plaats. Navolgende figuren geven een beeld van het te slopen bijgebouw.

Figuur 18: Te slopen bijgebouw

Het is niet uitgesloten dat kleine marterachtigen voor komen binnen het plangebied en de omgeving daarvan. De omgeving van het plangebied met houtopstanden en rillen biedt voldoende mogelijkheden voor mitigerende maatregelen. Het ligt niet in de lijn der verwachting dat het bijgebouw wordt gebruik door zwaluwen of de kerkuil. Andere uilsoorten nestelen zoals de bosuil en de ransuil nestelen niet in dergelijke schuurtjes. Het bijgebouw staat dicht bij het woonhuis en ter plaatse vindt veel verstoring plaats. In dergelijke schuurtjes nestelen doorgaans enkel vogels die elke jaar een nieuw nest bouwen. In het bijgebouw bevinden zicht geen nesten of nestelresten. Door afwezigheid van nesten kunnen permanente verblijfplekken worden uitgesloten. Navolgende figuren geven een overzicht van het gebruik van het bijgebouw.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

30

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

Figuur 19: Dak van het bijgebouw. Het dak is incompleet

Figuur 20: Binnenkant bijgebouw

Figuur 21: Opslag van materialen

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

31

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

Het is aan te raden het bijgebouw voor sloop geheel leeg te maken om aanwezigheid van beschermde soorten geheel uit te sluiten. De landschappelijke inpassing wordt uitgebreid met gebiedseigen soorten. Foerageermogelijkheden voor diverse diersoorten worden daardoor versterkt doordat meer insecten worden aangetrokken. Sloop van het bijgebouw leidt derhalve niet tot verlies van flora en fauna waarden.

5.6

Geluid

De Wet geluidhinder (Wgh) biedt geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) bescherming tegen geluidhinder van wegverkeerslawaai bij de aanleg/wijziging van wegen of bij de bouw van woningen in de buurt van wegen. De reikwijdte van de Wgh is beperkt tot een geluidszone langs wegen. Binnen deze geluidszone zijn de regels van de Wgh van toepassing. De Wgh geldt niet voor 30-km wegen en voor woonerven. De systematiek van de zonering Wet geluidhinder voor wegverkeer houdt in dat langs een (toekomstige) verkeersweg een geluidszone ligt waarbinnen in een aantal situaties bescherming wordt geboden aan geluidsgevoelige bestemmingen. Middels de beoogde herontwikkeling wordt geen nieuwe geluidgevoelige functie wordt toegevoegd. Een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is derhalve voor de beoogde herontwikkeling niet noodzakelijk.

5.7

Agrarische bedrijvigheid

5.7.1

Inleiding

Bij besluitvorming omtrent de (her)ontwikkeling van de locatie dient in het kader van het aspect ‘geur’ antwoord gegeven te worden op de vragen: -

Is ter plaatse een aanvaardbaar woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object).

-

Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belangen veehouderij en derden).

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierverblijven van veehouderijen. Middels de beoogde herontwikkeling wordt geen nieuw geurgevoelig object opgericht. Een geurberekening ten behoeve van de beoogde herontwikkeling is dan ook niet noodzakelijk. Daarnaast worden agrarische bedrijven in de omgeving van het plangebied als gevolg van de ontwikkeling niet verder belemmerd in hun ontwikkelingsmogelijkheden dan in de huidige situatie.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

32

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

5.8

Gezondheid

De intensieve veehouderijen binnen de agrarische sector dragen bij aan de emissies van fijn stof (PM10) in Nederland. Dit geëmitteerde fijn stof bestaat uit een aantal stoffen, waarvan endotoxinen onderdeel uit (kunnen) maken. Op 7 juli 2016 zijn onderzoeksrapporten gepubliceerd waarin wordt aangetoond dat omwonenden rond veehouderijen gezondheidsrisico’s lopen door de blootstelling aan emissies uit veehouderijen. Endotoxine is voor luchtwegklachten een relevante component in de (fijn)stof emissie uit veehouderijen. De ontwikkeling van een landelijk toetsingskader voor endotoxine door het Rijk, op advies van de Gezondheidsraad, is nog niet afgerond. Vooruitlopend daarop is door het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid van het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0’ opgesteld. Deze notitie haakt in op de lopende ontwikkeling van het landelijke endotoxinetoetsingskader en maakt

gebruik

van

de

daaruit

voortkomende

onderzoeksresultaten.

De

voorlopige

onderzoeksresultaten zijn voor de Gezondheidsraad in 2012 aanleiding geweest om voor de algemene bevolking een gezondheidskundige advieswaarde voor endotoxine van 30 EU/m³ aan het Rijk te adviseren. Deze advieswaarde wordt tevens gehanteerd in de notitie. Het uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en derhalve de advieswaarde van 30 EU/m³ niet wordt overschreden. De gemeente Someren heeft een eigen beleidskaart opgesteld ten aanzien van aanwezige endotoxine contouren. Hoewel deze kaart dateert uit 2018 is de kaart nog steeds relevant. Bij omliggende veehouderijbedrijven zijn de endotoxinecontouren niet toegenomen in omvang. Navolgende figuur betreft een uitsnede van deze endotoxinenkaart waarop het plangebied is aangeduid. Het plangebied ligt niet binnen de contouren van omliggende intensieve veehouderij bedrijven.

Plangebied

Figuur 22: Endotoxinen contouren in de omgeving van het plangebied

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

33

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

Uit VGO-onderzoeken is naar voren gekomen dat tot twee kilometer rond geitenhouderijen een verhoogde kans op longontsteking bestaat. Naar aanleiding daarvan hebben Provinciale Staten van Noord-Brabant besloten tot een moratorium op de geitenhouderij, om uitbreiden van dierenverblijven en omschakelen naar geitenhouderij tegen te gaan. In verband hiermee vraagt men zich af men of woningbouwontwikkelingen binnen twee kilometer nog verantwoord zijn. Binnen een afstand van twee kilometer van het plangebied zijn geen geitenhouderijen gesitueerd. De beoogde ontwikkeling is in het kader van volksgezondheid geen bezwaar.

5.9

Bedrijven en milieuzonering

Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzoneringen van bestaande en toekomstige bedrijven om zodoende de kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde Lijst van Bedrijfsactiviteiten uit de handreiking “Bedrijven en Milieuzonering”. Deze (indicatieve) lijst geeft de richtafstanden weer voor milieubelastende activiteiten voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden gelden tussen de grens van de bestemming en de uiterste grens van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunning vrij bouwen mogelijk is. Met de beoogde herontwikkeling wordt geen nieuw gevoelig object opgericht. Het bestemmingsvlak voor ‘Recreatie’ wordt vergroot, de bouwmogelijkheden worden echter niet gewijzigd. Het bestemmingsvlak ‘Recreatie’ wordt gebruikt ten behoeve van de groepsaccommodatie. Een groepsaccommodatie valt op grond van de lijst ‘Bedrijven en milieuzonering’ onder de omschrijving ‘hotels en pensions met keuken, conferentieoorden en congrescentra’ (SBI code 5510) en valt daarmee in milieucategorie 1. Bij een milieucategorie 1 dient een richtafstand van 10 meter te worden gehanteerd. De aspecten geur, geluid en gevaar zijn hierbij de bepalende afstand.

Binnen een straal van 10 meter rondom de uitbreiding van de recreatiebestemming zijn geen objecten van derden gelegen. Het aspect ‘bedrijven en milieuzonering’ is dan ook geen bezwaar. Agrarische bedrijvigheid is reeds getoetst in paragraaf 5.7.

5.10

Externe veiligheid

5.10.1 Inleiding Onder externe veiligheid verstaat men het beheersen van risico’s die direct of indirect voortvloeien uit de opslag, de productie, het gebruik en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het risico is daarbij gedefinieerd als ‘de kans op overlijden’ voor personen. Middels de beoogde ontwikkeling wordt geen nieuw gevoelig object gerealiseerd. De ontwikkeling ziet toe op het vergroten van het bestemmingsvlak ten behoeve van een speelweide en het verplaatsen van een bijgebouw. Beoogd wordt het aantal slaapplaatsen voor de groepsaccommodatie uit te breiden van 56 slaapplaatsen naar 80 slaapplaatsen. Tevens wordt een reeds vergunde bed and breakfast positief bestemd.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

34

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

5.10.2 Besluit externe veiligheid inrichtingen Op 27 oktober 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) in werking getreden. Met het besluit wordt beoogd een wettelijke grondslag te geven aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Het doel van het besluit is de risico’s waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Op basis van het Bevi geldt voor het plaatsgebonden risico (PR) rondom een risicovolle inrichting een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Het plaatsgebonden risico is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtsreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Het plaatsgebonden risico wordt gebruikt bij de toetsing of een risicovolle activiteit op een bepaalde plek mag plaatsvinden en wat in de directe omgeving ervan gebouwd mag worden. Deze richtwaarden liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet aan deze normen worden voldaan. Het Bevi bevat geen norm voor het groepsrisico (GR). Wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht voor het groepsrisico in het invloedsgebied rondom de inrichting.

De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde richtwaarde voor het GR geldt hierbij als oriëntatiewaarde.

5.10.3 Vervoer van gevaarlijke stoffen Bij de risiconormering voor het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee verschillende kansen voor het PR verwerkt: de kans dat er daadwerkelijk een zwaar ongeval of ramp plaatsvindt, zoals het ontsnappen van een gevaarlijke stof en de kans dat een persoon daadwerkelijk overlijdt als gevolg van dit zware ongeval of de ramp. Bij een plaatsgebonden risico van 10-6 is de kans dat er daadwerkelijk een zwaar ongeval plaatsvindt 1 op de miljoen. Binnen het nationaal veiligheidsbeleid wordt dit risico als grenswaarde aangemerkt voor de vestiging van kwetsbare objecten. Aan deze normstelling dient voldaan te worden. Het groepsrisico is de kans per jaar dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van de transportroute of de inrichting voor handelingen met gevaarlijke stoffen in één keer het (dodelijk) slachtoffer wordt van een ongeval. Het groepsrisico geeft de aandachtspunten aan waar zich mogelijk een ramp met veel slachtoffers kan voordoen en houdt daarmee rekening met de aard en dichtheid van de bebouwing in de nabijheid van de transportroute. In tegenstelling tot het plaatsgebonden risico geldt voor het groepsrisico geen grenswaarde maar een oriëntatiewaarde. Deze oriëntatiewaarde betreft een streefwaarde en heeft geen juridische status.

Het overschrijden van de oriëntatiewaarde is mogelijk mits dit in de besluitvorming door het bevoegd gezag gemotiveerd wordt. Bij deze verantwoordingsplicht moet onder andere aandacht besteed worden aan bronmaatregelen, zelfredzaamheid, inzetbaarheid hulpdiensten en dergelijke.

5.10.4 Beoordeling van het plangebied 5.10.4.1 Inrichtingen In de omgeving van het plangebied zijn geen inrichtingen gelegen waarvoor een risico-contour (PR) aanwezig is die strekt tot het plangebied. Navolgende figuur betreft een uitsnede van de risicokaart van de provincie Noord-Brabant waarop de ligging van het plangebied is aangeduid.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

35

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

Plangebied

Figuur 23: Uitsnede risicokaart met daarop het plangebied aangeduid

5.10.4.2 Vervoer van gevaarlijke stoffen Vervoer over het spoor Op het grondgebied van de gemeente Someren bevindt zich geen spoortracé. Dit aspect is dus niet van toepassing. Vervoer over de weg Het transport van gevaarlijke stoffen moet primair via het hoofdwegennet plaatsvinden. Woonkernen moeten hierbij vermeden worden. In de omgeving van het plangebied kunnen gevaarlijke stoffen vervoerd worden over Rijksweg A67. Met een afstand van circa 880 meter tot het plangebied zal beïnvloeding normaliter niet plaatsvinden. Vervoer over water Het plangebied is gelegen op een afstand van ruim 1 kilometer van het Zuid-Willemskanaal. Als er al een significant transport over de Zuid-Willemskanaal plaatsvindt, is deze zo gering dat de risico’s aan de oever verwaarloosbaar zijn. Met een afstand van meer dan 3 kilometer tot het plangebied zal beïnvloeding normaliter niet plaatsvinden.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

36

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

5.10.4.3 Kabels en leidingen Buisleidingen Op een afstand van circa 800 meter ten oosten van het plangebied is een buisleiding gelegen van de Gasunie gelegen (A-521). Het plangebied is buiten het invloedsgebied van deze buisleiding gelegen. Hoogspanningslijnen Voor hoogspanningslijnen gelden geen risicoafstanden, maar gezondheidsafstanden. Aan de oostzijde van de gemeente Someren, parallel aan de gemeentegrens met Asten, bevindt zich een hoogspanningslijn. Deze hoogspanningslijn bevindt zich eveneens op een dermate grote afstand dat er geen risico binnen het plangebied aanwezig is.

5.10.4.4 Verantwoording groepsrisico Voor de beoordeling van de externe veiligheidsaspecten met betrekking tot vervoer over de weg is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) van toepassing. Plaatsgebonden risico In het Bevt wordt voor het plaatsgebonden risico van een weg een veiligheidszone gehanteerd. Dit is een zone langs een weg waarbinnen geen nieuwe kwetsbare objecten zijn toegestaan. De veiligheidszone wordt gemeten vanaf het midden van de weg en begrensd door de maximale 106/jaar contour. Ten aanzien van de A67 dient ter plaatse van het plangebied een veiligheidsafstand van 29 meter te worden aangehouden. Het plangebied ligt ruim buiten deze veiligheidszone. Groepsrisico In het Bevt is aangegeven dat de verantwoordingsplicht voor het groepsrisico doorlopen moet worden voor ruimtelijke ontwikkelingen wanneer deze (gedeeltelijk) binnen 200 meter van risicovolle infrastructuur liggen. Het plangebied ligt op circa 880 meter van de A67. Op een afstand van meer dan 200 meter kan worden volstaan met een algemene verantwoording van het groepsrisico. In de zone buiten 200 meter van de A67 zijn vooral de invloedsgebieden van toxische vloeistoffen/-gassen maatgevend.

Indien een ruimtelijk plan is gelegen op een afstand van meer dan 200 meter van een snelweg en tot toename van de personendichtheid leidt, betekent dit dat vanwege de afstand tot de plaats van het mogelijke incident en de aard van incident (blootstelling toxisch gas) het groepsrisico niet significant zal toenemen. Bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid De mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico door het beïnvloeden van de personendichtheid op een afstand van meer dan 200 meter van de snelweg is geen relevant onderwerp. De toename van de personendichtheid heeft geen significant effect op het groepsrisico. De kans op overlijden ten gevolge van een incident met gevaarlijke stoffen is in deze gebieden bijzonder klein. Op een afstand van meer dan 200 meter van de snelweg speelt het bestrijdbaarheidsvraagstuk niet. De bestrijding vindt plaats bij de bron. Omdat blootstelling aan een toxisch gas het bepalende scenario is, biedt schuilen de beste wijze van bescherming. Schuilen vindt plaats binnen bouwwerken. De mate waarin deze bouwwerken afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij parameters. Vanaf 200 meter van de snelweg

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

37

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

vindt alleen blootstelling plaats bij specifieke weersomstandigheden (bijvoorbeeld pasquilklasse F 1,5: nagenoeg windstil, weinig vermenging met schone lucht) die gedurende het jaar procentueel weinig voorkomen. Van belang is dat bewoners tijdig gewaarschuwd worden. Dit gebeurt door het in werking stellen van het WAS als onderdeel van de algemene Rampenbestrijding. Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. Het zelfredzame vermogen van personen is een belangrijke voorwaarde om grote calamiteiten bij een incident te voorkomen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchting en zijn afhankelijk van het maatgevende scenario. De mogelijkheden t.a.v. zelfredzaamheid zijn goed. Er zijn geen aanwijzingen dat een groep niet-of verminderd zelfredzame mensen in het plangebied aanwezig (zullen) zijn. De aanwezigen zijn naar verwachting voldoende mobiel om indien noodzakelijk zelfstandig te kunnen vluchten. Gevlucht kan worden in meerdere richtingen en van de risicobron af. Bij een toxische wolk is schuilen echter het beste handelingsperspectief. Als gevolg van de eisen in het Bouwbesluit zijn gebouwen doorgaans goed geïsoleerd. Het schuilen kan hierdoor effectief plaatsvinden.

5.11

Luchtkwaliteit

5.11.1 Inleiding Het beleid om tot een goede luchtkwaliteit te komen volgt twee sporen: 1. beperken van de uitstoot van schadelijke stoffen en; 2. voorkomen dat mensen langdurig worden blootgesteld aan verontreiniging. De belangrijkste regels over de luchtkwaliteit staan in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer.

5.11.2 Uitstoot van schadelijke stoffen De borging van de luchtkwaliteit vindt onder andere plaats middels een gebiedsgerichte aanpak van de

luchtkwaliteit

via

het

Nationaal

Samenwerkingsprogramma.

Binnen

het

Nationaal

Samenwerkingsprogramma werken het Rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging als de 3% grens niet wordt overschreden. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging als de 3% grens niet wordt overschreden. In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen’ wordt aangeven op welke manier snel kan worden vastgesteld of de bijdrage van een nieuwbouwproject op de luchtkwaliteit valt onder de term ‘niet in betekenende mate’. De regeling geeft een harde omschrijving van het aantal gevallen. Voor woningbouw geldt bij 1 ontsluitingsweg een aantal van 1.500 nieuwe woningen netto. Bij twee ontsluitingswegen geldt een aantal van 3.000 woningen netto. Aangezien middels de beoogde herontwikkeling slechts de

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

38

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

recreatieve gebruiksmogelijkheden worden verruimd en een bijgebouw wordt verplaatst, valt dit plan onder het begrip ‘niet in betekenende mate’ en hoeft de luchtkwaliteit niet verder hoeft te worden onderzocht in het kader van de Wet luchtkwaliteit.

5.11.3 Blootstelling aan verontreiniging In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn luchtkwaliteit geïmplementeerd. Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico’s van luchtverontreiniging. De richtlijn geeft de volgende grenswaarden voor fijn stof:

-

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM10 is 40 µg/m³. de grenswaarde daggemiddelde concentratie van PM10 is 50 µg/m³. De concentratie fijn stof mag maximaal 35 dagen per kalenderjaar hoger zijn dan deze waarde .

-

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM2,5 is 25 µg/m³.

Navolgende figuren geven de jaargemiddelde concentratie van PM10 en PM2,5 ter plaatse van het plangebied en directe omgeving weer.

Figuur 24: Fijnstof 2017 PM10 (bron: Atlas leefomgeving) het plangebied is aangeduid met een stip

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

39

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

Figuur 25 Fijnstof 2017 PM2,5 (bron: Atlas leefomgeving) het plangebied is aangeduid met een stip

Ter plaatse van het plangebied is sprake van jaargemiddelde concentratie PM10 van 18-19 µg/m³. De jaargemiddelde concentratie PM2,5 bedraagt 12-13 µg/m³. De grenswaarde van maximaal 35 dagen boven een daggemiddelde concentratie PM10 van 50 µg/m³ is sinds 2011 op geen enkele meetlocatie meer overschreden. Geconcludeerd kan worden dan de beoogde ontwikkeling in het kader van de blootstelling aan luchtverontreiniging geen bezwaar is.

5.12

M.e.r-beoordeling

De Nederlandse regelgeving voor de milieueffectrapportage (mer) is opgenomen in de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden beoordeeld of een mer moet worden opgesteld. Er dient in ieder geval een mer te worden opgesteld indien een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Daarnaast zijn in de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage drempelwaarden opgenomen voor ontwikkelingen. Wanneer een ontwikkeling groter is dan de genoemde drempelwaarden dient een mer te worden opgesteld. Op grond van een uitspraak van het Europese Hof d.d. 15 oktober 2009 en het daarop per 1 april 2011 aangepaste Besluit milieueffectrapportage geldt dat de omvang van het project niet het enige criterium mag zijn om te bepalen of een mer nodig is. Ook als een project onder de drempelwaarden uit lijst D zoals opgenomen in de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage zit, kan een project immers nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Wanneer een project beneden de drempelwaarde ligt zoals opgenomen in het Besluit mer dient een vormvrije mer-beoordeling plaats te vinden. Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit mer in werking getreden. In dit besluit is de vormvrije merbeoordeling voor activiteiten uit lijst D, ook beneden de grenswaarden, vervangen door de merbeoordelingsplicht.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

40

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

De beoogde ontwikkeling komt niet voor op lijst D van het Besluit mer. De D-lijst bevat grootschalige recreatieve ontwikkelingen zoals hotelcomplexen en vakantiedorpen. Een dergelijke grootschalige ontwikkeling wordt binnen het plangebied niet beoogd. Onderhavige ontwikkeling ziet slechts toe op een kleinschalige uitbreiding van de capaciteit (binnen bestaande bebouwing), een juiste planologische verankering en de verplaatsing van een bijgebouw. Middels onderhavige herziening nemen slechts de bebouwingsmogelijkheden niet toe. Een verdere mer-beoordeling is gezien de kleinschaligheid van de ontwikkeling dan ook niet aan de orde.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

41

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

6.

JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING

6.1 Inleiding Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels tezamen vormen het juridisch bindende deel van het plan. Verbeelding en regels dienen te allen tijde in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. De toelichting op de regels en verbeelding is niet juridisch bindend, maar biedt wel inzicht in de belangenafweging die tot de aanwijzing van bestemmingen heeft geleid. Bovendien draagt de toelichting bij aan de planinterpretatie.

6.2

Algemene toelichting verbeelding

Op de verbeelding, die bestaat uit één kaartblad, is de bestemming van de gronden in het plangebied aangegeven. Binnen deze bestemming zijn daarbij nadere aanduidingen weergegeven. De juridische betekenis van deze aanduidingen is terug te vinden in de regels. Een aantal gegevens heeft juridisch gezien geen betekenis en is alleen op de verbeelding aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid van die kaart (bijvoorbeeld kadastrale en topografische gegevens en huisnummers).

6.3

Algemene toelichting regels

De opbouw van de regels is overeenkomstig de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012. De opbouw is als volgt:

-

-

Hoofdstuk 1 Inleidende regels; -

Begrippen

-

Wijze van meten

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

- Bestemmingen - Dubbelbestemmingen -

Hoofdstuk 3 Algemene regels

-

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

- Overgangsrecht - Slotregel

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

42

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

6.4

Toelichting bestemmingen

6.4.1

Agrarisch met waarden – Landschappelijke waarden

De voor 'Agrarisch met waarden - Landschappelijke waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarisch grondgebruik, behoud, herstel en/of ontwikkeling van de aanwezige landschapswaarden en in het bijzonder de aanwezige cultuurhistorische waarden. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 1' zijn de gronden mede bestemd voor het aanbrengen en instandhouding van gebiedseigen (erf)beplanting ter landschappelijke inpassing van gebouwen en verharding.

6.4.2

Recreatie

De voor 'Recreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor verblijfsrecreatieve en dagrecreatieve voorzieningen in de vorm van een recreatiebedrijf met ondergeschikte nevenactiviteiten, in de vorm van verhuur van vergaderruimte.

6.4.3

Waarde – Archeologie 2

De voor ‘Waarde - Archeologie 2’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden.

6.4.4

Waarde - Archeologie 3

De voor ‘Waarde - Archeologie 3’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden.

6.4.5

Waarde - Archeologie 4

De voor ‘Waarde - Archeologie 4’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden.

6.4.6

Waarde - Archeologie 5

De voor ‘Waarde - Archeologie 5’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden.

6.4.7

Waarde – Attentiegebied NNB

De voor 'Waarde - Attentiegebied NNB' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, beheer en herstel van de waterhuishouding van het daarbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

43

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

6.4.8

Waarde - Cultuurhistorie

De voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, herstel en duurzame ontwikkeling van ter plaatse bestaande cultuurhistorisch en oudheidkundige waardevolle elementen (monumenten, ensembles

en

beeldbepalende

panden)

en

patronen

(beplantingspatronen,

verkavelingen,

wegenpatronen, het stedenbouwkundig beeld).

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

44

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

7.

UITVOERBAARHEID

7.1

Economische uitvoerbaarheid

In deze Grondexploitatiewet (Grexwet) is bepaald dat een gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel, die mogelijkheden biedt voor de bouw van één of meer hoofdgebouwen, verplicht is maatregelen te nemen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Voor de ontwikkeling van dit plan is er sprake van een particulier initiatief. De gemeente Someren zal in het kader van het bepaalde in de Grexwet daarom alle door de gemeente te maken kosten verhalen op de initiatiefnemer. De initiatiefnemer zal derhalve met de gemeente Someren een anterieure overeenkomst sluiten. Ook worden hierin afspraken over planschade opgenomen. Op deze wijze is de financiële haalbaarheid van het plan gegarandeerd.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Dit bestemmingsplan zal conform de wettelijke vereisten kenbaar worden gemaakt. Naar aanleiding van eventuele zienswijzen op het bestemmingsplan vindt een heroverweging op deze onderdelen plaats en kan besloten worden onderhavig bestemmingsplan op een aantal punten te wijzigen.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

45

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

8.

PROCEDURE

8.1 Inleiding De bestemmingsplanprocedure conform de Wet ruimtelijke ordening wordt beschreven in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. In de Wet ruimtelijke ordening zijn hierop nog enkele wijzigingen beschreven. Samengevat is de bestemmingsplanprocedure als volgt: -

het ontwerpbestemmingsplan ligt gedurende 6 weken ter inzage;

-

gedurende deze periode kan een ieder schriftelijke of mondelinge zienswijzen naar voren brengen aan de gemeenteraad;

-

binnen twaalf weken na de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan vast;

-

de vaststelling van het bestemmingsplan dient binnen twee weken na de vaststelling bekend

-

gemaakt te worden behoudens de hieronder genoemde uitzonderingen; o

Gedeputeerde Staten hebben een zienswijzen ingediend en deze zienswijzen is niet of niet volledige door de gemeenteraad meegenomen in het vastgestelde bestemmingsplan;

o

De gemeenteraad heeft bij de vaststelling van het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan - met uitzondering van het overnemen van de zienswijzen van Gedeputeerde Staten - wijzigingen aangebracht.

Is één van bovenstaande twee gevallen aan de orde, dan mag het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan pas bekend zijn gemaakt nadat zes weken zijn verstreken.

8.2

Inspraakprocedure

In de Gemeentewet is bepaald dat de gemeenteraad een inspraakverordening dient vast te stellen waarin geregeld wordt op welke wijze ingezetenen en andere belanghebbenden bij de voorbereiding van een bestemmingsplan worden betrokken. In de inspraakverordening is aangegeven dat inspraak wordt verleend wanneer dit wettelijk verplicht is. Daarnaast kan elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden besluiten of inspraak wordt verleend.

8.3

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

Artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgemeester en wethouders overleggen met het bestuur van de bij het plan betrokken waterschap. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Conform artikel 3.1.1 Bro zijn provincie Noord-Brabant en Waterschap Aa en Maas in het kader van dit bestemmingsplan betrokken in het vooroverleg.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

46

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

8.4

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 26 november 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen kenbaar gemaakt.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11301615/1