CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

6c BP Moorsel 3 Toelichting

Gemeenteraad 24 maart 2022, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan herziening Moorsel 3 te Lierop12.904 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Crijns Rentmeesters BV Witvrouwenbergweg 12 5711 CN Someren T: 0493 – 47 17 77 E: info@crijns-rentmeesters.nl

BESTEMMINGSPLAN HERZIENING MOORSEL 3 LIEROP

Crijns Rentmeesters bv Februari 2022

I: www.crijns-rentmeesters.nl

PLANGEGEVENS Naam bestemmingsplan

Herziening Moorsel 3 Lierop

IMRO-idn Versie voorontwerp

NL.IMRO.0847.BP02021016-VS01 Juni 2020

Versie ontwerp

November 2021

Versie vastgesteld

Maart 2022

Opgesteld door

Guido Bosmans

Tweede contactpersoon

Mat Crijns

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING________________________________________________________ 3 1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding ___________________________________________________________ 3 Ligging en begrenzing plangebied ________________________________________ 3 Vigerend bestemmingsplan ______________________________________________ 4 Leeswijzer ___________________________________________________________ 5

2. HUIDIGE SITUATIE ________________________________________________ 6 2.1 2.2 2.3

Ontstaansgeschiedenis omgeving ________________________________________ 6 Functionele structuur ___________________________________________________ 6 Bestaande situatie plangebied ___________________________________________ 7

3. PLANBESCHRIJVING _____________________________________________ 10 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Inleiding ____________________________________________________________ 10 Planologische situatie _________________________________________________ 10 Landschappelijke inpassing _____________________________________________ 12 Verkeer en parkeren __________________________________________________ 15 Huisregels accommodatie ______________________________________________ 15

4. BELEIDSKADER _________________________________________________ 16 4.1 4.2 4.3

Rijksbeleid __________________________________________________________ 16 Provinciaal beleid ____________________________________________________ 17 Gemeentelijk beleid ___________________________________________________ 20

5. MILIEUASPECTEN ________________________________________________ 23 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12

Bodemonderzoek ____________________________________________________ 23 Waterhuishouding ____________________________________________________ 23 Cultuurhistorie _______________________________________________________ 25 Archeologie _________________________________________________________ 27 Natuur _____________________________________________________________ 28 Geluid _____________________________________________________________ 32 Agrarische bedrijvigheid _______________________________________________ 32 Gezondheid _________________________________________________________ 33 Bedrijven en milieuzonering ____________________________________________ 34 Externe veiligheid ____________________________________________________ 34 Luchtkwaliteit ________________________________________________________ 38 M.e.r-beoordeling ____________________________________________________ 40

6. JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING __________________________________ 42 6.1 6.2 6.3 6.4

Inleiding ____________________________________________________________ 42 Algemene toelichting verbeelding ________________________________________ 42 Algemene toelichting regels ____________________________________________ 42 Toelichting bestemmingen______________________________________________ 43

7. UITVOERBAARHEID ______________________________________________ 45 7.1 7.2

Economische uitvoerbaarheid ___________________________________________ 45 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ________________________________________ 45

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

1

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

8. PROCEDURE ____________________________________________________ 46 8.1 8.2 8.3 8.4

Inleiding ____________________________________________________________ 46 Inspraakprocedure ____________________________________________________ 46 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro _____________________________________________ 46 Zienswijzen _________________________________________________________ 47

Bijlagen: 1. Huisregels Moorselse Hoeve 2. Aeriusberekening

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

2

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

1.

INLEIDING

1.1

Aanleiding

Dit bestemmingsplan is opgesteld ten behoeve van de herontwikkeling van de locatie Moorsel 3 te Lierop, hierna ook het plangebied genoemd. Het plangebied is in het vigerende bestemmingsplan ‘Moorsel 3 Lierop’ deels bestemd als ‘Recreatie’ en deels als ‘Agrarisch met waarden – Landschappelijke waarden. Ter plaatse van het plangebied wordt door initiatiefnemer de groepsaccommodatie ‘Moorselse Hoeve’ geëxploiteerd. Initiatiefnemer beoogt de huidige recreatieve mogelijkheden op de locatie te vergroten en een bestaand bijgebouw bij de bedrijfswoning planologisch te verplaatsen. Dit is niet rechtstreeks mogelijk op basis van het vigerende bestemmingsplan. Derhalve is een herziening van het vigerende bestemmingsplan ‘Moorsel 3 Lierop’ noodzakelijk. Om de beoogde herontwikkeling mogelijk te maken is een partiële bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Daartoe is onderhavig bestemmingsplan opgesteld.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen aan Moorsel 3, ten westen van de kern Lierop, in het buurtschap Moorsel. In navolgende figuur is de ligging van het plangebied in de omgeving weergegeven op luchtfoto. Het plangebied is daarbij tevens uitgelicht en omkaderd met een bolletjeslijn.

Figuur 1: Luchtfoto waarop de ligging van het plangebied met een bolletjeslijn is aangeduid en is uitgelicht

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

3

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

Het plangebied omvat het perceel kadastraal bekend als gemeente Someren, sectie O, nummer 998 en heeft een oppervlakte van 11.855 m². Navolgende figuur geeft een beeld van de kadastrale situatie van het plangebied. Het plangebied is hierbij met een bolletjeslijn aangeduid.

Figuur 2: Kadastraal overzicht plangebied

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Het plangebied is in het vigerende bestemmingsplan ‘Moorsel 3 Lierop’ van de gemeente Someren deels bestemd als ‘Recreatie’ en deels als ‘Agrarisch met waarden – Landschappelijke waarden’. Dit bestemmingsplan is door de raad vastgesteld op 4 september 2013 en is onherroepelijk. Het plangebied is in dit bestemmingsplan tevens voorzien van de dubbelbestemmingen ‘Waarde Archeologie’, ‘Waarde – Attentiegebied EHS’ en ‘Waarde Cultuurhistorie’. Het plangebied kent daarnaast nog de gebiedsaanduidingen ‘overige zone – bebouwingsconcentratie’, ‘vrijwaringszone – radar’ en de functieaanduidingen ‘specifieke vorm van recreatie – groepsaccommodatie’ en ‘bedrijfswoning’. In de groepsaccommodatie mogen thans maximaal 56 personen verblijven, het maximum aantal slaapplaatsen voor de bed and breakfast betreft 10. Navolgende figuur betreft een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

4

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

Figuur 3: Uitsnede vigerend bestemmingsplan

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 is de huidige situatie beschreven. In hoofdstuk 3 is de beoogde situatie beschreven. In hoofdstuk 4 wordt het geldende beleidskader weergegeven. Het relevante Rijksbeleid, het provinciale beleid, het regionale en het gemeentelijke beleid wordt toegelicht. In hoofdstuk 5 worden de planologische relevante (milieu)aspecten met betrekking tot de beoogde ontwikkeling toegelicht. Hoofdstuk 6 bevat een juridische planbeschrijving. In hoofdstuk 7 wordt de uitvoerbaarheid van het plan aangetoond. In hoofdstuk 8 wordt de procedure nader toegelicht.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

5

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

2.

HUIDIGE SITUATIE

2.1

Ontstaansgeschiedenis omgeving

Het plangebied is gelegen in het historische gehucht Moorsel. Moorsel is te kenmerken als een historische nederzetting aan de rand van een oude akker (es). Aan de noordoostzijde is het oude akkercomplex, met bolle ligging en omgeven door houtwallen, nog goed herkenbaar. Aan de zuid en westzijde grenst de nederzetting Moorsel direct aan de Strabrechtse Heide. Moorsel ligt aan een doodlopende weg die ter plaatse van Moorsel thans eindigt in een lus. De boerderijen liggen verspreid rondom deze lus. In het verleden was hier sprake van enkele boerderijen aan een kruispunt en splitsing van wegen (zie historische kaart). Daar waar de wegen bij elkaar kwamen waren typisch kempische driehoeken (ook al brinken) te onderscheiden. De lusstructuur stamt uit de jaren ‘60 van de vorige eeuw en is a-typisch voor de Kempen. Deze structuur is om praktische redenen aangelegd om alle boerderijen middels één doorgaande structuur te kunnen ontsluiten. In het midden van de lus is een centrale brink gelegen. De brink is gedeeltelijk in gebruik als grasland en gedeeltelijk als woonlocatie en is deels omzoomd met bomen. De langgevelboerderij op de locatie Moorsel 3 is gebouwd in de periode 1850-1875.

Figuur 4: Uitsnede historische kaart omstreeks 1900-1910 (Bron: Topotijdreis)

2.2

Functionele structuur

De functionele structuur van het buitengebied van Someren bestaat uit het gebruik van de ruimte voor wonen, werken, landbouw, natuur en recreatie. De infrastructuur maakt ook onderdeel uit van deze functionele structuur. In het ruimtelijke beleid wordt de infrastructuur steeds belangrijker. De keuze voor de vestiging van een recreatiebedrijf is voor een belangrijk deel mede bepaald door de ontsluiting van het gebied. Daarbij is vooral de aansluiting op de recreatieve infrastructuur van de gemeente van belang. Het plangebied is gesitueerd in een gedeelte van Lierop dat bestaat uit een oud ontginningslandschap grenzend aan kwetsbare natuur. De locatie is reeds in gebruik als recreatieve bestemming. Van de vijf oorspronkelijke agrarische bedrijven aan Moorsel zijn er inmiddels twee

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

6

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

herbestemd naar een woonfunctie en twee naar een recreatieve functie. Alleen het agrarisch bedrijf aan Moorsel 9 is nog als zodanig in gebruik.

2.3

Bestaande situatie plangebied

2.3.1

Gebruik

Het plangebied was tot 2013 in gebruik als een reguliere woonbestemming. Middels het bestemmingsplan ‘Moorsel 3 Lierop’ is de locatie herbestemd naar een recreatieve bestemming. Ter plaatse worden thans een groepsaccommodatie en een bed and breakfast geëxploiteerd en op de locatie worden bedrijfsbijeenkomsten gehouden. De groepsaccommodatie beschikt over 14 4persoons kamers en biedt plaats aan 56 personen. De bed & breakfast biedt plaats aan maximaal 10 personen. Het recreatiebedrijf richt zich voornamelijk op de volgende doelgroepen:

-

topsporters: topsporters worden meest per bus naar de accommodatie gebracht. Een team bestaat uit ongeveer 12 personen.

-

wedstrijdsporters

incl.

gehandicaptensporters:

wedstrijdsporters

zullen

komen

voor

trainingskampen en zijn vaak met grotere groepen (tot 25 personen). De omgeving wordt benut voor sportieve activiteiten, zoals hardlopen en fietsen, naast kracht- en sporttraining op locatie;

-

sportverenigingen: sportverenigingen zullen komen voor (trainings)kampen en bestaan uit

-

management teams: management teams komen, variabel van een dag of dagdeel, tot

grote groepen. De locatie Moorsel 3 en de omgeving worden benut worden voor activiteiten. meerdere dagen om te vergaderen, wandelen en te overleggen. Deze teams bestaan vaak uit kleinere groepen à 10 personen, incidenteel zijn deze groepen ook groter.

2.3.2

Bebouwing binnen het plangebied

Binnen het plangebied is een cultuurhistorisch waardevolle langgevelboerderij aanwezig. De boerderij stamt van origine uit de periode 1850-1875. Afgelopen jaren is een gedeelte van de boerderij inpandig verbouwd om te voldoen aan de eisen van deze tijd. Daarbij is het voormalige stalgedeelte verbouwd tot groepsaccommodatie en vergaderruimte en als dusdanig in gebruik genomen. Het woongedeelte bevindt zich aan de oostzijde van de boerderij is in gebruik als bedrijfswoning. Haaks op de langgevelboerderij ligt de groepsaccommodatie welke plaats biedt aan een 14-tal kamers met elk eigen sanitaire voorzieningen. Deze groepsaccommodatie was vroeger in gebruik als agrarisch bedrijfsgebouw en is middels de voorgaande herontwikkeling, zowel inpandig als aan de buitenzijde, intensief verbouwd en voldoet aan alle bouwkundige eisen. Ten westen van de boerderij bevindt zich de voormalige beheerderswoning. Dit pand dateert uit 1925. Thans is het pand, naast vergaderruimte, tevens in gebruik als bed and breakfast, hiervoor is reeds een vergunning verleend. De bed and breakfast heeft een oppervlakte van 90 m².

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

7

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

Ten oosten van de bedrijfswoning is een bijgebouw bij de woning aanwezig. Het pand is bouwkundig in een slechte staat en voldoet niet meer aan de gebruiksbehoefte. Navolgende figuren geven een overzicht van de huidige bebouwing binnen het plangebied.

Figuur 5: Stalgedeelte en bedrijfswoning

Figuur 6: Groepsaccommodatie, haaks op de boerderij en bed and breakfast

Figuur 7: Bijgebouw

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

8

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

2.3.3

Inrichting plangebied

De grond rondom de bebouwing is thans deels in gebruik ten behoeve van de recreatieve functie en deels zijn de gronden in agrarisch gebruik. De groepsaccommodatie wordt ontsloten aan Moorsel, waar tevens plaats is voor een parkeerterrein ten behoeve van de recreatieve functies. De bedrijfswoning wordt middels een eigen inrit ontsloten aan Moorsel. Tussen de parkeerruimte en de groepsaccommodatie is thans een jeu de boules baan aanwezig. Deze komt op deze locatie te vervallen en zal plaatsmaken voor een afdak om fietsen onder te stallen. De grond ten zuiden van de inrit zijn tot noch toe in agrarisch gebruik geweest en ingericht als paardenweide. Het noordelijk deel van het plangebied is tevens in agrarisch gebruik, ter plaatse is een fruitboomgaard aanwezig. Navolgende figuur betreft een luchtfoto van het plangebied waarop de verschillende functies nader zijn aangeduid. Parkeerplaats en terras

Fruitboomgaard

Bedrijfswoning

Bijgebouw

Bed and breakfast

Ontsluiting bedrijfswoning

Paardenweide

Figuur 8: Inrichting plangebied

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

9

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

3.

PLANBESCHRIJVING

3.1 Inleiding Beoogd wordt de huidige recreatieve mogelijkheden ter plaatse van het plangebied te vergroten. De herontwikkeling

ziet

toe

op

een

wijziging

van

de

gebruiksmogelijkheden.

De

bebouwingsmogelijkheden zullen binnen het plangebied niet toenemen. Beoogd wordt het aantal slaapplaatsen voor de groepsaccommodatie uit te breiden van 56 slaapplaatsen naar 80 slaapplaatsen. De eerste etage van de boerderij is thans nog niet in gebruik voor recreatieve functies en biedt de ruimte om de benodigde slaapplaatsen inpandig te realiseren. Tevens wordt de accommodatie reeds enkele keren per week gebruikt voor vergadering, al dan niet in combinatie met de recreatieve activiteiten. In het vigerende bestemmingsplan is dit nog niet in de regels geregeld. Middels deze herziening worden alle verblijfsrecreatieve als dagrecreatieve activiteiten nader gedefinieerd en aangeduid binnen de planregels en verbeelding. In navolgende paragraaf wordt de planologische situatie nader toegelicht.

3.2

Planologische situatie

Middels onderhavige ontwikkeling wordt onder meer het bestemmingsvlak voor de recreatieve bestemming van vorm veranderd. Binnen het bestemmingsvlak voor recreatie zijn specifieke functies middels aanduidingen geregeld. Voorzien wordt om een gedeelte van de paardenweide (thans agrarisch bestemd) in gebruik te nemen als speelweide. De weide zal worden gebruikt voor sport- en spelactiviteiten. De agrarische bestemming zal derhalve gedeeltelijk worden herbestemd naar ‘Recreatie’. De vergaderruimte ter plaatse van de oude beheerderswoning is reeds herontwikkeld naar een bed and breakfast. Deze bed and breakfast is reeds vergund en wordt doormiddel van onderhavige herziening positief bestemd. Voor de bed and breakfast geldt een maximum van tien slaapplaatsen. Voor dit gebouw is de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – bed and breakfast’ opgenomen. Het

bestaande

bijgebouw

zal

worden

gesloopt

en

herbouwd

worden

op

de

oostelijke

bestemmingsgrens. Het bijgebouw mag uitsluitend worden gebruikt als bijgebouw bij de bedrijfswoning. Zoals beschreven in paragraaf 2.3, zal de jeu de boules baan plaats maken voor een ruimte om fietsen te stallen. De jeu de boules baan wordt geplaatst binnen de speelweide. Daarnaast wordt het aantal slaapplaatsen voor de groepsaccommodatie uitgebreid van 56 slaapplaatsen naar 80 slaapplaatsen. De eerste etage van de boerderij is thans nog niet in gebruik voor recreatieve functies en biedt de ruimte om de benodigde slaapplaatsen inpandig te realiseren. De gronden rondom de bestemming ‘Recreatie’ behouden de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschappelijke waarden’ en zullen worden voorzien van de aanduiding ‘specifieke vorm van groen

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

10

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

– landschappelijke inpassing’. De thans aanwezige dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen blijven gehandhaafd. Geresumeerd wordt middels de beoogde ontwikkeling voorzien in:

-

Het van vorm veranderen van het bestemmingsvlak voor ‘Recreatie’ ten behoeve van de realisatie van een speelweide en verplaatsen van een bijgebouw bij de woning;

-

Positief bestemmen van de reeds vergunde bed and breakfast; Positief bestemmen van vergaderen als ondergeschikte nevenactiviteit; Uitbreiden van de slaapplaatsen bij de groepsaccommodatie van 56 naar 80 personen; Opnemen van specifieke aanduidingen voor de verschillende functies binnen het plangebied, de aanduidingen behelzen: parkeervoorzieningen, de bedrijfswoning, groepsaccommodatie en bed & breakfast, landschappelijke inpassing, speelweide en een vuurplaats.

In navolgende figuur is de beoogde planologische situatie binnen het plangebied weergegeven.

Figuur 9: Beoogde planologische situatie

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

11

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

3.3

Landschappelijke inpassing

3.3.1

Inleiding

Nieuwe bebouwing dient landschappelijk te worden ingepast. Aangesloten dient hierbij te worden bij het ‘Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011’ van de gemeente Someren. Het plangebied is gelegen binnen de structuur ‘kampenlandschap’ en binnen ‘linten knopen en clusters’. Navolgende figuur betreft een uitsnede van de gebiedsindeling uit het ‘Beeldkwaliteitplan Buitengebied 2011’ van de gemeente Someren, waarop de ligging van het plangebied is aangeduid binnen een gebied met bijzondere ontwerprichtlijnen.

Plangebied

Figuur 10: Uitsnede ‘Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011’

Beplanting:

-

Voortuin met lagere gesneden haag (niet hoger dan 1,20 m) heeft naar voorkeur het karakter van een traditionele boerentuin (geen coniferen, laurierkersen en/of andere exotische planten).

-

Een grote boom of een groep van drie (Eik, Linde, Es, Walnoot, (Paarde)kastanje) op veilige afstand van de woning (mogelijk op de erfgrens als markering hiervan).

-

Gedeelte van de tuin als fruitgaarden of eikengaarden (bomen in onregelmatige afstand op

-

Gesneden haag van de voortuin gaat in de achtertuin over naar een vrij groeiende haag, heg,

gras). houtwal of boomsingel.

-

Dichte houtwal of onregelmatige bosperceeltjes aan de achterkant van het bouwblok.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

12

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

Figuur 11: Uitsnede beeldkwaliteitplan

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

13

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

3.3.2

Beplantingsplan

In samenwerking met het Summers landschap wordt het plangebied landschappelijk ingepast met streekeigen beplanting. Het noordelijke deel van het perceel wordt ingericht als weideland. De gronden ten noordoosten van de bedrijfswoning zijn ingericht als privé tuin. De privé tuin is, ter afscherming van de recreatieve functie, tevens omzoomd met een beukenhaag met een hoogte van circa 1,5 meter. Het gedeelte ten zuiden van de boerderij wordt deels ingericht als speelweide, deels als bloemweide. Het zuidelijk deel van het plangebied wordt ingepast als boerenboomgaard. Ten zuiden van de bloemspeelweide en langs de oostelijke perceelsgrens worden 12 walnoten gepland. Op de zuidelijke perceelsgrens worden een 8-tal fruitbomen gepland. De reeds bestaande beplanting blijft behouden. Navolgende figuur geeft de beoogde situatie weer. Het beplantingsplan is als bijlage bij de regels gevoegd.

Figuur 12: Uitsnede beplantingsplan Moorsel 3

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

14

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

3.4

Verkeer en parkeren

Middels de beoogde herontwikkeling wordt een bed and breakfast ter plaatse van de oude beheerderswoning

positief

omgevingsvergunning

bestemd.

vergund.

Deze

Beoogd

bed

and

breakfast

wordt

het

aantal

reeds

middels

een

slaapplaatsen

is

binnen

de

groepsaccommodatie uit te breiden tot 80 slaapplaatsen. Daarnaast wordt, als ondergeschikte nevenactiviteit bij het recreatiebedrijf, het verhuren van vergaderruimte voor groepen positief bestemd. Het plangebied wordt ontsloten aan Moorsel. De recreatieve voorzieningen en de bedrijfswoning beschikken ieder over een separate inrit. Ten westen van de boerderij is een parkeerplaats aanwezig. Dit parkeerterrein kent een oppervlakte van 819 m² en is ook als zodanig aangeduid middels de aanduiding ‘parkeerterrein 1’. Ter plaatse kunnen circa 26 personenauto’s parkeren. Omdat de meeste bezoekers doorgaans met meerdere personen een auto gebruiken is de capaciteit van 26 parkeerplaatsen doorgaans ruim voldoende. Ten zuiden van de boerderij is tevens een gedeelte van het plangebied bestemd als ‘parkeerterrein 2’. In principe biedt het primaire parkeerterrein voldoende parkeerruimte. Enkel wanneer het recreatiebedrijf volledig bezet is kan het voorkomen dat aanvullende parkeerplaatsen noodzakelijk zijn. Om parkeren op eigen terrein op te lossen is hiertoe een noodoverloop-parkeerterrein opgenomen. Daartoe is de aanduiding ‘parkeerterrein 2’ opgenomen. Hier dient enkel te worden geparkeerd indien de ruimte op het primaire parkeerterrein volledig benut is. Zodoende kan worden zeker gesteld dat parkeren ten allen tijde op eigen terrein plaatsvindt.

In de publicatie van het CROW wordt in de verblijfsrecreatieve sfeer geen parkeerkencijfer gegeven voor groepsaccommodaties. In de groepsaccommodatie zijn momenteel 14 kamers gerealiseerd. Beoogd wordt ten behoeve van de extra slaapplaatsen 4 tot 6 nieuwe kamers toe te voegen op de eerste etage van de boerderij. Dit brengt het totaal op maximaal 22 kamers. Het aantal parkeerplaatsen wordt bepaald op basis van de CROW richtlijnen. De gemeente Someren onderschrijft een norm van 1,5 parkeervoorziening per kamer. Dit betekent voor 22 kamers plus 3 kamers in de bed and breakfast een totaal van 38 parkeervoorzieningen. Binnen het plangebied is voldoende ruimte voor de realisatie van 38 parkeervoorzieningen. De wegen in de omgeving hebben voldoende capaciteit om de verkeersbewegingen op te vangen. Verkeersbewegingen vinden met name plaats in weekenden en vakanties. De ontwikkeling van 24 extra slaapplaatsen draagt niet bij aan een substantiële toename van verkeersbewegingen.

3.5

Huisregels accommodatie

De ‘Moorselse Hoeve’ hanteert huisregels om zeker te stellen dat eventuele overlast wordt voorkomen en dat gasten zich conform deze regels gedragen. De huidige huisregels zijn opgenomen als bijlage bij deze toelichting.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

15

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

4.

BELEIDSKADER

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie

Het Rijk heeft de Nationale Omgevingsvisie opgesteld voor de fysieke leefomgeving. De fysieke leefomgeving is een gedeelde verantwoordelijkheid van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale politiek-bestuurlijke aandacht. De nationale belangen zijn in veel gevallen sectoraal. De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten. Deze vier integrale prioriteiten betreffen: -

Klimaat & Energie; ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;

-

Duurzame economie; duurzaam economisch groeipotentieel;

-

Stad & Regio; sterke en gezonde steden en regio’s;

-

Landelijk gebied; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

In deze vier prioriteiten komen complexe, omvangrijke en dringende opgaven samen, die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Centraal in te maken afwegingen tussen belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving in zijn volledige omvang (boven- en ondergrond). Het belangrijkste spanningsveld in die afwegingen is dat tussen beschermen en ontwikkelen. Om aan dit afwegingsproces richting te geven worden drie afwegingsprincipes gehanteerd. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Dit bestemmingsplan heeft door omvang en aard van de ontwikkeling geen betrekking op de geformuleerde nationale belangen.

4.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Op grond van artikel 3.1.6, tweede lid, Bro is het verplicht om in het geval dat een bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, in de toelichting de zogenoemde ladder voor duurzame verstedelijking op te nemen. Per 1 juli 2017 is een wijziging van de Ladder voor duurzame verstedelijking’ in werking getreden. Het doel van deze wijziging is het vereenvoudigen van regeling. Waar de ‘Ladder’ voorheen bestond uit drie treden waaraan getoetst diende te worden, is de kern van de gewijzigde ‘Ladder’ nu terug gebracht tot navolgende tekst: ‘De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.’

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

16

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

Artikel 1.1.1 Bro definieert een stedelijke ontwikkeling als een “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”. Middels de beoogde herontwikkeling worden de huidige recreatieve mogelijkheden ter plaatse van het plangebied verruimd en een bestaand bijgebouw planologisch verplaatst. Er is geen sprake van verruiming van de bouwmogelijkheden. Hiermee is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Derhalve is toetsing van onderhavige ontwikkeling aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1

Brabantse Omgevingsvisie

Op 14 december 2018 is de Brabantse Omgevingsvisie in werking getreden. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is: ‘Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit’. Voor 2030 is het doel om voor alle aspecten te voldoen aan de wettelijke normen. Brabant heeft dan een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit. Voor 2050 is het doel om een goed leefomgevingskwaliteit te hebben door op alle aspecten beter te presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. De visie noemt een vijftal hoofdopgaven: 1.

De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant.

2.

Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energie op gaan wekken.

3.

Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en we stellen andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen.

4.

Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag. Hoe gaan we deze gevolgen aanpakken?

5.

Concurrerende, duurzame economie: Brabant wil top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt.

4.2.2

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

4.2.2.1 Inleiding De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, hierna ook de Interim omgevingsverordening genoemd, is een planologische verordening waarin eisen gesteld worden aan de door de gemeente op te stellen ruimtelijke plannen en vormt een direct toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen. In de Interim omgevingsverordening zijn regels opgenomen waarvan de provincie het belangrijk vindt dat die door iedere gemeente worden toegepast bij ruimtelijke besluiten. De onderwerpen die in de Interim omgevingsverordening staan, vinden hun basis in de in december 2018 vastgestelde Brabantse Omgevingsvisie. De omgevingsvisie formuleert een vijftal hoofdopgaven en ambities voor 2050 gericht op het bereiken van een gezond en veilig Brabant met een goede omgevingskwaliteit. Hoofddoel van de Interim omgevingsverordening is het beleidsneutraal samenvoegen van de verschillende verordeningen die gaan over de fysieke leefomgeving.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

17

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

In navolgende subparagrafen wordt ingegaan op de aanduidingen van het plangebied in de Interim omgevingsverordening en wordt de beoogde ontwikkeling getoetst aan de regels van de Interim omgevingsverordening.

4.2.2.2 Aanduidingen in de Interim omgevingsverordening Navolgende figuur geeft een overzicht van de aanduidingen ter plaatse van het plangebied in de Interim omgevingsverordening.

Figuur 13: Aanduiding plangebied in Interim omgevingsverordening

Het plangebied is gelegen in het Landelijk gebied binnen de structuur ‘Groenblauwe mantel’. Ter plaatse zijn tevens de aanduidingen ‘Attentiezone stiltegebied’, ‘Cultuurhistorisch waardevol gebied’, ‘Beperkingen veehouderij’ en ‘Stalderingsgebied’ opgenomen. De laatste twee aanduidingen strekken tot regulering van de veehouderij. Onderhavige ontwikkeling zit niet toe op de veehouderij, derhalve zijn de laatste twee aanduidingen voor onderhavige ontwikkeling niet relevant. Binnen de Attentiezone stiltegebied dient men rekening te houden met grenswaarden voor geluid. Het bevoegd gezag houdt in de Attentiezone stiltegebied rekening met de grenswaarden, genoemd in artikel 2.40. En bestemmingsplan van toepassing op een cultuurhistorisch waardevol gebied is mede gericht op behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en kenmerken zoals beschreven in de Cultuurhistorische Waardenkaart. Ter plaatse vinden geen wijzigingen plaats qua bebouwing of herindeling van de verkavelingsstructuur. De dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’ is tevens verankerd op de verbeelding.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

18

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

Zorgvuldig ruimtegebruik Het doel van de provincie is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het buitengebied en aan hergebruik van leegkomende- of bebouwingslocaties in zowel stedelijk als landelijk gebied. Het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag in het landelijk gebied door nieuwvestiging is hierbij een belangrijk uitgangspunt. Het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag krijgt ook vorm door eerst de mogelijkheden binnen bestaande bebouwde omgeving optimaal te benutten. Dat betekent niet dat alle fysieke ruimte benut moet worden voordat nieuw ruimtebeslag mogelijk is. Binnen stedelijk gebied is vanuit kwaliteitsoverwegingen bijvoorbeeld ook ruimte nodig voor groenvoorzieningen en voldoende opvang van water. Een ander aspect van zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt dat gebouwen, bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen het bouwperceel. De ontwikkeling vindt plaats op een bestaande locatie. De beoogde ontwikkeling vindt plaats binnen bestaande bebouwing. Derhalve is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 3.9 kwaliteitsverbetering landschap In artikel 3.9 van de van de Interim omgevingsverordening zijn regels opgenomen ten aanzien van de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit.

Naast bescherming van de ruimtelijke kwaliteit wil de provincie Noord-Brabant ontwikkelingsruimte bieden in het buitengebied mits een ontwikkeling bijdraagt aan een versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Om gemeenten te ondersteunen bij de uitvoering van deze regeling is in 2011 een handreiking Kwaliteitsverbetering van het landschap opgesteld. Vrijwel alle gemeenten in Brabant hebben de regeling verder uitgewerkt in beleid en regionaal afspraken gemaakt over de toepassing. De gemeente Someren heeft voor invulling van deze kwaliteitsverbetering een afsprakenkader vastgesteld. In dit afsprakenkader heeft de raad normbedragen vastgesteld voor bestemmingen. Voor recreatie zonder permanent verblijf geldt een normbedrag van € 25,- per vierkante meter, voor agrarisch onbebouwde grond geldt een normbedrag van € 8,50,- per vierkante meter en voor gronden bestemd voor landschappelijke inpassing wordt een normbedrag toegekend van € 1,- per vierkante meter. Binnen het plangebied wordt de bestemming recreatie vergroot van 5.961 m² naar 6.973 m². Sprake is van een categorie 3 ontwikkeling. Het gaat om ontwikkelingen waarbij de basisinspanning voor kwaliteitsverbetering van het landschap genormeerd wordt. Tevens moet worden voorzien in een goede landschappelijke inpassing. Door

het

herbestemmen

van

agrarisch

onbebouwde

grond

naar

recreatie

zonder

bebouwingsmogelijkheden vindt een waardevermeerdering plaatsvindt van € 16.698,-. Het overige gedeelte van de gronden binnen het plangebied, 4.705 m² wordt herbestemd van agrarisch ongebouwde grond naar grond bestemd ten behoeve van landschappelijke inpassing. Daardoor vindt een afwaardering plaats van € 35.287,-. Per saldo leidt onderhavige ontwikkeling niet tot bestemmingsplanwinst. Het plangebied wordt tevens landschappelijk ingepast. Deze landschappelijke inpassing is nader uitwerkt in paragraaf 3.2.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

19

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

Artikel 3.71 bestaande niet-agrarische functie in landelijk gebied In het algemeen geldt dat een bestemmingsplan aan bestaande niet-agrarische functies een redelijke uitbreidingsmogelijkheid kan bieden. Alleen in gevallen dat een bedrijf de maximaal toelaatbare omvang heeft bereikt die op grond van de verordening is toegestaan, ligt dat anders. Middels de beoogde herontwikkeling wordt een bestaand bestemmingsvlak ten behoeve van de bestemming ‘Recreatie’ met een oppervlak van 5.961 m² verruimd tot 6.973 m². Ter plaatse wordt geen nieuwe bebouwing beoogd en wordt geen nieuw bedrijf opgericht. Afgezien van het aantal slaapplaatsen nemen de gebruiksmogelijkheden niet toe. De aard van de bedrijfsvoering of de aard van de activiteiten zullen niet veranderen. Voor vrije-tijdsvoorzieningen geldt dat deze naar aard en karakter vaak juist in het buitengebied ontwikkeld worden. Bij deze voorzieningen geldt dat afhankelijk van het karakter, deze meestal enige ruimte nodig hebben. Daarom is het redelijk dat gemeenten voor die functies een ruimere omvang opnemen. Een uitbreiding van het bestemmingsvlak is dan ook te rechtvaardigen. Ook zal het aantal bezoekers op jaarbasis naar aanleiding van deze herontwikkeling niet significant toenemen. De beoogde herontwikkeling is passend binnen de verordening.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Structuurvisie Someren 2028

De Wet ruimtelijke ordening verplicht alle overheden tot het opstellen van een structuurvisie. De gemeente Someren heeft in april 2013 een integrale structuurvisie voor het gehele grondgebied van de gemeente opgesteld: de ‘Structuurvisie Someren 2028’. In deze structuurvisie wordt aan de hand van thema’s omschreven wat de ambities van de gemeente Someren zijn voor het jaar 2028. Onderdeel van de ‘Structuurvisie Someren 2028’ is de ‘Algemene Structuurvisiekaart Someren 2028’. Hierna is een uitsnede van deze kaart weergegeven, waarop het plangebied is aangeduid.

Plangebied

Figuur 14: Uitsnede Algemene Structuurvisiekaart Someren 2028 met het plangebied aangeduid

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

20

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

Het plangebied is gelegen in het kampenlandschap. In de Structuurvisie Someren 2028 is het plangebied tevens aangewezen ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke recreatieve functies buiten ontwikkelzone’. Het plangebied heeft reeds een recreatieve bestemming en ziet slechts toe op verruiming van de recreatieve mogelijkheden ter plaatse. De beoogde ontwikkeling is passend binnen het buurtschap Moorsel, wat reeds wordt gekenmerkt door verscheidene recreatieve functies.

4.3.2 Beleidsnota Toerisme en Recreatie gemeente Someren ‘De kracht van toerisme’ De beleidsnota Toerisme en Recreatie is op 28 april 2010 door de gemeenteraad vastgesteld. Deze beleidsnota geeft inzicht in de positie van de gemeente Someren op gebied van toerisme en recreatie, de gewenste ontwikkelingsrichting in de gemeente en welke stappen nog moeten worden genomen om deze ontwikkeling te bewerkstellingen. De beleidsnota Toerisme en Recreatie biedt een kader dat dient als: 

het ontwikkelingsdoel voor het toerisme en recreatie in Someren;

een economisch toeristisch uitvoeringsprogramma;

een toetsingskader voor nieuwe initiatieven van anderen.

Voor de gemeente Someren is voor wat betreft toerisme en recreatie de volgende ambitie geformuleerd: “In het jaar 2020 is Someren een agrarische én toeristische gemeente. Someren heeft toeristisch naamsbekendheid en een toeristisch imago: een gemeente die samen met het toeristisch recreatief bedrijfsleven een spraakmakende ontwikkeling in gang heeft weten te zetten waarmee het toeristische recreatief aanbod en de toeristische uitstraling van de gemeente compleet zijn geworden. In het buitengebied van Someren is het toerisme doorontwikkeld. De Heihorsten is de peiler voor het toerisme geworden, alwaar een nieuwe grootschalige dagactiviteit is gekomen. Deze ontwikkeling werd mogelijk door de realisatie van nieuwe activiteiten, door de uitbreiding van bestaande voorzieningen en door het optimaliseren van de organisatiegraad van de toeristisch recreatieve sector in Someren.” Het plangebied is gelegen in een gebied met de aanduiding ‘Toeristisch – recreatieve zone in combinatie met natuur’. In tabel 3.2 van de beleidsnota is aangegeven dat groepsaccommodaties passend zijn binnen dit gebied. De beoogde ontwikkeling voldoet tevens aan de regels die gesteld worden ten aanzien van de ontwikkeling van groepsaccommodaties. Onderhavige herontwikkeling draagt bij een verruiming van de recreatieve gebruiksmogelijkheden binnen het plangebied aan Moorsel 3.

De ontwikkeling is passend binnen de bebouwingsconcentratie ‘Moorsel’, ter plaatse is reeds sprake van een concentratie van recreatieve functies in de omgeving. De ontwikkeling draagt bij aan de voorzetting van de exploitatiemogelijkheden van een bestaande recreatieve functie en is daarmee passend ingevolge de beleidsvisie.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

21

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

4.3.3

Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011

De gemeente Someren heeft het ‘Beeldkwaliteitplan Buitengebied’ vastgesteld als onderdeel van het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’. De gemeente Someren wil met dit beeldkwaliteitsplan de dynamiek en de landschappelijke kwaliteit van het buitengebied op een positieve wijze met elkaar verbinden zodat veranderingsprocessen in het landelijk gebied op een liefst eenvoudige en bijna natuurlijke wijze bijdragen aan een duurzame ruimtelijke kwaliteit en diversiteit. Bij het opstellen van het beeldkwaliteitsplan is het landschap ingedeeld in zes karakteristieke deelgebieden. Dit betreft de gebieden ‘heide- en bosgebieden’, ‘beekdalen’, ‘kampenlandschap’, ‘oudere heideontginningen’, ‘jongere heideontginningen’ en ‘linten, knopen en clusters’. Voor elk deelgebied

zijn

ontwerprichtlijnen

opgenomen.

Het

plangebied

is

gelegen

binnen

het

‘kampenlandschap’ en is gelegen binnen ‘knopen en clusters’. Navolgende figuur geeft een kaart met de gebiedsindeling weer, waarop de ligging van het plangebied is aangeduid.

Plangebied

Figuur 15: Gebiedsindeling landschap waarop het plangebied is aangeduid

Het kampenlandschap heeft een onregelmatige en kleinschalige structuur. Hoewel het gebied nu een relatief open karakter heeft, horen van oorsprong groenstructuren (singels, houtwallen en onregelmatige bosjes) op de kavelgrenzen en het achterliggende landschap. Hierbij is niet het doel om oude landschappen geheel “terug te brengen” maar het eigen karakter van het gebied te versterken en de ruimtelijke schaal te verkleinen. In dit gebied is veel bebouwing aanwezig. Deze kan door middel van groenstructuren veel beter in het landschap worden ingepast. Grootschalige bedrijven zijn moeilijk inpasbaar in deze kleinschalige landschapsstructuur. Oude akkers (bolle akkertjes, grotere akkerzones) zijn onderdelen van het kampenlandschap als hoger en droger gelegen open vruchtbare akkergebieden. Deze oude akkers horen vrij van bebouwing en groen te blijven. In de randzones kan er bebouwing met een groene inpassing voorkomen. Waardevol en kwetsbaar zijn de hier voorkomende steilrandjes. Het plangebied wordt landschappelijk ingepast met streekeigen beplanting. Een en ander is nader uitgewerkt in paragraaf 3.3.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

22

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

5.

MILIEUASPECTEN

5.1 Bodemonderzoek Het plangebied is thans in gebruik voor als recreatieve functie. Geen nieuwbouw voor de recreatieve activiteiten wordt beoogd, waarmee dan ook geen nieuw gevoelig object wordt opgericht. Ter plaatse is, ten behoeve van de herontwikkeling in 2013, reeds een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 uitgevoerd. Gesteld kan worden dat de bodemkwaliteit past bij zowel het huidige als het toekomstige gebruik van het plangebied en dat nader onderzoek niet noodzakelijk is. Ten behoeve van de sloop van het bijgebouw wordt een asbestonderzoek conform NEN5707 gekoppeld aan de aanvraag van de omgevingsvergunning.

5.2

Waterhuishouding

5.2.1

Inleiding

Het doel van de watertoets is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante plannen en besluiten. De watertoets is in het leven geroepen omdat met name het waterbeleid een wezenlijk andere oriëntatie heeft gekregen: van reageren naar anticiperen. Water heeft een aantal specifieke kwantitatieve en kwalitatieve eigenschappen waar de ruimtelijke ordening rekening mee moet houden. Een watertoets maakt de mogelijke negatieve invloeden van het initiatief ter plaatse van het plangebied inzichtelijk. Tevens geeft de watertoets oplossingsrichtingen aan waarmee mogelijke optredende negatieve invloeden beperkt of ongedaan gemaakt kunnen worden. Het waterschap heeft een aantal principes gedestilleerd, die van belang zijn als vertrekpunt van het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap Aa en Maas. Navolgend wordt ingegaan op zowel het relevante gemeentelijke beleid als relevante beleid van het waterschap.

5.2.2

Principes waterschap Aa en Maas

Het waterschap Aa en Maas hanteert navolgende principes: -

gescheiden houden van vuil water en schoon hemelwater;

-

doorlopen van de afwegingsstappen: ‘hergebruik-infiltratie-buffering-afvoer’;

-

hydrologisch neutraal bouwen;

-

water als kans;

-

meervoudig ruimtegebruik;

-

voorkomen van vervuiling;

-

wateroverlastvrij bestemmen;

-

waterschapsbelangen.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

23

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

5.2.3

Beleidskader

5.2.3.1 Waterbeheerplan 2016-2021 ‘Werken met water. Voor nu en later’ In het Waterbeheerplan (WBP) ‘Werken met water. Voor nu en voor later. is beschreven welke doelstellingen door Waterschap Aa en Maas worden nagestreefd in de periode 2016 - 2021 en hoe zij die doelstellingen gaan halen. Dit is geformuleerd aan de hand van vier programma’s: 1.

Veilig en Bewoonbaar beheergebied Bij dit programma gaat het er om het beheergebied zo goed mogelijk te beschermen tegen overstromingen van de Maas en het regionale watersysteem. Goede dijken om overstromingen vanuit de Maas te voorkomen. Voldoende ruimte voor water om overlast uit het regionale systeem te beperken en een goede calamiteitenorganisatie om als er toch problemen dreigen te ontstaan, zo adequaat mogelijk te kunnen handelen.

2.

Voldoende water en Robuust watersysteem Dit programma gaat over het zorgen voor een adequate en duurzame watervoorziening in ons beheergebied voor de diverse gebruiksfuncties in hun onderlinge samenhang. Dit doen we door het optimale peil en debiet na te streven in beken, kanalen, sloten én in de ondergrond (voorraadbeheer). Droogteperioden hebben daardoor nu en in de toekomst een zo kort en klein mogelijke impact.

3.

Gezond en Natuurlijk water Dit programma gaat in op alle activiteiten van het waterschap die bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen op het gebied van gezond en natuurlijk water. We gaan in op hoe we toewerken naar een watersysteem met een goede waterkwaliteit, dat ecologisch goed functioneert en waar de inwoners en bezoekers van ons beheergebied van kunnen genieten.

4.

Schoon water Dit programma gaat over de doelen en activiteiten met betrekking tot de afvalwaterketen met daarbinnen een centrale plek voor het zuiveren van afvalwater. Het programma vertoont een grote samenhang met het programma gezond en natuurlijk water. Immers, transporteren en zuiveren van afvalwater is een belangrijke activiteit om tot een gezond en natuurlijk watersysteem te komen.

5.2.3.2 Keur Voor waterhuishoudkundige ingrepen op het plangebied is de Keur waterschap Aa en Maas van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Op grond van de Keur is het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd, zonder een ontheffing van het waterschap. Het plangebied is aangewezen als gelegen binnen het attentiegebied en in een invloedsgebied Natura 2000. In deze gebieden gelden beperkingen ten aanzien van het gebruik van grondwater voor beregening. Onderhavig initiatief heeft geen wijziging in het onttrekken van grondwater tot gevolg. Als gevolg van de beoogde herontwikkeling vinden geen wijzigingen plaats ten aanzien van de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

24

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

5.2.3.3 Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hanteren dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn geformuleerd in de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Het waterschap maakt grofweg onderscheid in projecten met een toename van verhard oppervlak van maximaal 500 m², toename van een verhard oppervlak tussen de 500 m² en 10.000 m² en projecten met een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10.000 m².

Op basis van de Keur en de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’ wordt geen compensatie vereist voor plannen met een toename van verhard oppervlak van minder dan 500 m². Het hemelwater afkomstig van het toegenomen verhard oppervlak mag naar bestaand oppervlaktewater worden afgevoerd. Op vrijwillige basis is de aanleg van een infiltratievoorziening toegestaan, mits daarbij in voldoende mate met de omgeving rekening gehouden wordt en geen wateroverlast op eigen terrein of bij derden ontstaat. Middels onderhavig plan wordt geen nieuwe bebouwing ingericht. Het verhard oppervlak neemt dan ook niet toe.

5.2.4

Kwaliteit van te lozen en infiltreren hemelwater

Enkel schoon regenwater mag worden geïnfiltreerd. Om de kwaliteit van het hemelwater te garanderen, dienen onderdelen welke met regenwater in aanraking kunnen komen, te worden vervaardigd of te bestaan uit niet-uitloogbare bouwmaterialen zoals kunststoffen of gecoat staal of aluminium (in plaats van zink, lood of asfalt et cetera). Door het gebruik van niet-uitlogende materialen komen geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen (DuBo-maatregelen) voor in het te infiltreren water. Infiltratie van afgekoppelde verhardingen zoals opritten, parkeerplaatsen en terrassen mag niet verontreinigd zijn met chemische bestrijdingsmiddelen, olie, agressieve reinigingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen.

5.3

Cultuurhistorie

Op de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie zijn de cultuurhistorische (landschaps)waarden van bovenlokaal belang aangegeven. Het plangebied is gelegen in de regio ‘Peelrand’. De ‘Peelrand’ is een overwegend oud en gevarieerd zandlandschap met een kralensnoer van agrarische nederzettingen, akkercomplexen, weilanden en bossen. De oude dorpen liggen in een wijde boog rond het voormalige hoogveengebied.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

25

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

Het plangebied is tevens gelegen in het cultuurhistorisch landschap ‘Dommeldal’. Landschap ‘Dommeldal’ is een samenhangend en relatief gaaf oud zandlandschap met beekdalen, akkercomplexen, landgoederen, woeste gronden en jonge ontginningen. Het landschap bestaat uit een zwak golvend dekzandlandschap dat doorsneden wordt door een aantal beken. Tussen de beekdalen liggen de wat hoger gelegen dekzandruggen of – plateaus, waar zich vroeger uitgestrekte heidevelden, vennen en kleine hoogveentjes bevonden. De dorpen hebben zich in de loop van de dertiende en veertiende eeuw verplaatst naar de randen van de beekdalen en de hogere gronden. Hier ontstonden de grote akkercomplexen. Daarnaast is het plangebied gelegen in het akkercomplex ‘Moorselse Akkers’. Het gebied ‘Moorselse Akkers’ bestaat uit een akkercomplex, omringd door grasland en bospercelen. Ten noorden van het plangebied ligt een bolle es. In het oosten gaat het gebied over in het oude cultuurland van het Lieropse buurtschap Heieneind. In het gebied liggen de buurtschappen Moorsel, Oeijenbraak en Heieind, met oude (langgevel)boerderijen. Rond de Moorselse akkers liggen hier en daar wallen en met beplanting gefixeerd stuifzand.

Het gebied kent een samenhang met de akkercomplexen bij Hersel, met de jonge heidebebossingen in het gebied Lieropsche Heide, Blauwe Kei, met de Strabrechtsche Heide en met de jonge ontginning in het Meerven. De lijn ‘Moorsel’ is aangemerkt als een lijn van redelijk hoge waarde. De langgevelboerderij is tevens aangeduid als cultuurhistorisch waardevol.

Figuur 16: Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart met daarop het plangebied aangeduid middels een bolletjeslijn

Als gevolg van de beoogde herontwikkeling wordt ter plaatse van het plangebied geen cultuurhistorisch waardevolle bebouwing gesloopt. De beoogde ontwikkeling leidt ook niet tot een wijziging van de historische verkavelingsstructuur. De beoogde herontwikkeling heeft dan ook geen gevolgen voor de cultuurhistorie in de omgeving.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

26

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

5.4

Archeologie

5.4.1

Inleiding

De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta. De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. Gemeenten spelen een belangrijke rol in het archeologische stelsel. Tijdens het opstellen van bestemmingsplannen houden ze rekening met archeologische waarden. Ook maken zij meestal de afweging of archeologische waarden in situ behouden moeten blijven of kunnen worden opgegraven.

5.4.2

Nota archeologiebeleid gemeente Someren

De gemeente Someren heeft een eigen gemeentelijk archeologiebeleid geformuleerd in de ‘Nota Archeologiebeleid gemeente Someren’. In deze nota zijn enerzijds de gemeentelijke ambities en opgaven op het gebied van de economische ontwikkeling, ruimtelijke inrichting, infrastructuur en dergelijke, en anderzijds het behoud en beheer van het gemeentelijk bodemarchief toegelicht en uitgewerkt. Onderdeel van de ‘Nota Archeologiebeleid gemeente Someren’ is de ‘Archeologiekaart van Someren’. Hierna is een uitsnede van de beleidskaart weergegeven waarop het plangebied is aangeduid.

Plangebied

Figuur 17: Uitsnede Archeologiekaart gemeente Someren waarop het plangebied is aangeduid

Het plangebied is op de ‘Archeologiekaart van Someren’ deels aangeduid als een locatie in een categorie 3 gebied en deels als een categorie 4 gebied. Voor categorie 3 gebieden geldt een hoge archeologische waarde en voor categorie 4 gebieden geldt een hoge archeologische verwachting. Er geldt voor deze gronden met deze categorie geen onderzoeksplicht bij bodemingrepen kleiner dan 250 m² en/of een diepte van 0,4 m. Binnen het plangebied wordt een bijgebouw van maximaal 100 m² (planologisch) verplaatst binnen het plangebied. Verder vinden geen verdere bodemingrepen plaats. De verstoringsgrens van 250 m² wordt niet overschreden. Archeologisch onderzoek is niet derhalve niet noodzakelijk.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

27

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

5.5

Natuur

5.5.1

Inleiding

Natura 2000 is het Europese netwerk van beschermde natuurgebieden in de Europese Unie. Dit netwerk verbindt bestaande natuurgebieden die vallen onder de Europese Vogelrichtlijn- of de Habitatrichtlijngebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn bedoeld ter bescherming van bedreigde levensgemeenschappen van planten en dieren en bedreigde soorten van planten en dieren en hun leefgebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving middels de Wet natuurbescherming.

5.5.2

Gebiedsbescherming

De Wet natuurbescherming voorziet in specifieke kaders voor gebieden die op grond van internationale verplichtingen moeten worden beschermd, te weten de Natura 2000 gebieden, bedoeld in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Ten aanzien van de gebiedsbescherming is het de bedoeling dat plannen en projecten eenduidig en integraal worden getoetst op hun invloed op de te beschermen natuurwaarden in de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. Op een afstand van circa 1 kilometer ten westen van het plangebied is het Natura-2000 gebied ‘Strabrechtse Heide & Beuven’. Middels de beoogde herontwikkeling wordt het bestemmingsvlak voor ‘Recreatie’ vergroot, wordt een bestaande bed and breakfast positief bestemd en wordt een bijgebouw verplaatst binnen het bestemmingsvlak. Tevens vindt uitbreiding plaats van het aantal slaapplaatsen van 56 slaapplaatsen naar 80. Dit is een toename van 24 slaapplaatsen welke worden gerealiseerd binnen de bestaande bebouwing. Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) regelt sinds 2015 de ruimte voor economische ontwikkelingen die gepaard gaan met de uitstoot van stikstof nabij Natura 2000-gebieden. Enerzijds heeft het PAS tot doel het behoud en herstel van de Natura 2000-gebieden.

Anderzijds creëert het PAS door de reductie van stikstof ruimte voor nieuwe economische ontwikkelingen, zoals de verbreding van een snelweg, woningbouw of de uitbreiding van een veehouderij. Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State einduitspraken gewezen in enkele procedures tegen het Programma Aanpak Stikstof. De Afdeling komt tot de conclusie dat de passende beoordeling die aan het PAS ten grondslag ligt niet voldoet aan de eisen die het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof) daaraan stelt. De Afdeling heeft bepaald dat de PAS niet meer gehanteerd kan worden als toetsingskader voor projecten. Het Hof oordeelt dat zeker gesteld moet zijn dat een ontwikkeling geen nadelige gevolgen heeft voor een Natura 2000-gebied. Met AERIUS Calculator wordt de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden die het gevolg is van een ontwikkeling berekend. Afgaande op 1,5 parkeervoorziening per kamer kan worden gesteld dat er per week, als men er vanuit gaat dat de kamers dubbel bezet zijn, 36 verkeersbewegingen per week bij komen. Met Aerius – Calculator is de consequentie van de ontwikkeling op Natura 2000 gebieden in beeld gebracht. Realisatie van het plan leidt niet tot een toename van stikstof van meer dan 0,0 mol/ha/jaar. De Aerius-berekening is als bijlage bij deze toelichting gevoegd.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

28

Bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ - Toelichting

5.5.3

Soortenbescherming

5.5.3.1 Inleiding Om de instandhouding van de wettelijke beschermde soorten te waarborgen, moeten negatieve effecten op die instandhouding voorkomen worden. Bij de totstandkoming van een nieuw bestemmingsplan waarbij functies gewijzigd worden, moet worden voorkomen dat conflicten met beschermde dier- en plantensoorten ontstaan en dient vooraf een beoordeling plaats te vinden. De locatie is thans in gebruik als cultuurgrond en als parkachtige tuin. Het geheel kent de opzet van een grote buitenplaats of klein landgoed met een combinatie van opgaande beplanting (bosjes, bomenrijen en solitaire bomen), kleinschalig ingerichte terreindelen (tuinen) en open gebieden.

5.5.3.2 Beoordeling plangebied Middels de beoogde ontwikkeling wordt binnen het plangebied een bijgebouw gesloopt en verplaatst binnen het plangebied. Ter plaatse worden ook landschapselementen verwijderd, wel wordt het plangebied landschappelijk ingepast met streekeigen beplanting. Voor de algemene broedvogelsoorten die binnen het plangebied te verwachten zijn geldt dat, daar geen groen wordt verwijderd, er geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot deze soorten. Nesten kunnen aanwezig zijn binnen gebouwen. Artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming (Het is verboden nesten te beschadigen, te vernielen of weg te nemen) is van toepassing. De nesten mogen echter wel worden weggenomen wanneer deze op dat moment niet in gebruik zijn. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Indien er toch binnen het broedseizoen

gewerkt

gaat

worden

dient

er

voorafgaand

aan

de

werkzaamheden

een

broedvogelinspectie plaats vinden. Voor de te verwachten algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën geldt dat de werkzaamheden mogelijk verstorend kunnen werken. Als gevolg van sloopwerkzaamheden kunnen dieren verwond of gedood worden en holen kunnen worden verwijderd. Dit houdt een overtreding van artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming in. Voor de te verwachten soorten geldt, op grond van het provinciale soortenbeleid, bij ruimtelijke ontwikkelingen echter een vrijstelling, waardoor geen ontheffing hoeft te worden aangevraagd. Het is echter in het kader van de zorgplicht wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Het doden of verwonden kan plaatsvinden indien schuil- of voortplantingslocaties worden beschadigd. Dit kan door het verwijderen van stenenstapels, takkenhopen, bladeren en andere materialen die door langdurige opslag of aanwezigheid schuilplaatsen bieden. Het verwijderen van de materialen dient daarom buiten de gevoelige periode van voortplanting of winterrust plaats te vinden. Aanwezige dieren moeten de gelegenheid krijgen om veilig weg te komen. Alle in Nederland voorkomende vleermuizen zijn strikt beschermd. Alle vleermuizen staan vermeld in Tabel 3 bijlage IV van de Europese Habitatrichtlijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11301615/1