CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

5q Toelichting BP Veegplan XII Ruimtelijke onderbouwing Kanaaldijk zuid ong.

Commissie Ruimte 9 februari 2022, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Veegplan XII28.769 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Ruimtelijke Onderbouwing Kanaaldijk ongenummerd Someren-Eind (tussen 23 en 25)

Onderbouwing Kanaaldijk-Zuid ongenummerd (tussen 23 en 25) 1

Verantwoording en Status Titel

:

Opdrachtgever : Rapportnr. : Ontwerp Vastgesteld

: :

Ruimtelijke onderbouwing Kanaaldijk ongenummerd Someren-Eind (tussen 23 en 25) eigenaren perceel / initiatiefnemers NL.IMRO.0847.OV02020005-VS01

Juni 2020 Juli 2020

Colofon Valk advies & bemiddeling P.J.J.M. Valk Juridisch adviseur Omgevingsrecht Postadres Amer 115 5711 KJ Someren M: 06 - 52411112 E: info@valkadviesenbemiddeling.nl

Onderbouwing Kanaaldijk-Zuid ongenummerd (tussen 23 en 25) 2

Inhoudsopgave 1

2

RUIMTELIJKE ONTWIKKELINGEN ........................................................................................5 1.1

Aanleiding ........................................................................................................................... 5

1.2

Planvoornemen .................................................................................................................. 5

1.3

Bepaling omvang plangebied ............................................................................................. 8

1.3.1

Ligging en begrenzing plangebied .............................................................................. 8

1.3.2

Status .......................................................................................................................... 9

1.3.3

Ontstaansgeschiedenis en ruimtelijke structuur...................................................... 10

1.3.4

Functionele structuur ............................................................................................... 10

Resultaten toetsing (onderbouwing) ................................................................................ 11 2.1

Beleidskader ..................................................................................................................... 11

2.1.1 2.1.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte .............................................................. 11

2.1.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) ......................................... 12

2.1.1.3

Besluit ruimtelijke ordening (Bro) ........................................................................ 12

2.1.1.4

Ladder voor duurzame verstedelijking ................................................................. 13

2.1.2

Provinciaal beleid ..................................................................................................... 13

2.1.2.1

Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ .......................................................... 13

2.1.2.2

Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant .................................................. 14

2.1.3

2.2

Rijksbeleid ................................................................................................................ 11

Gemeentelijk beleid ................................................................................................. 18

2.1.3.1

Structuurvisie Someren 2028 ............................................................................... 18

2.1.3.2

Veegplan IV gemeente Someren 2016 ................................................................. 19

2.1.3.3

Parapluplan Niet Agrarische Functies Someren ................................................... 21

2.1.3.4

Landschappelijke inpassing .................................................................................. 22

Sectorale aspecten ........................................................................................................... 24

2.2.1

Bodem ...................................................................................................................... 24

2.2.2

Waterhuishouding .................................................................................................... 25

2.2.3

Cultuurhistorie ......................................................................................................... 27

2.2.4

Archeologie .............................................................................................................. 27

2.2.5

Wet natuurbescherming .......................................................................................... 28

2.2.6

Bedrijven en milieuzonering..................................................................................... 29

2.2.7

Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) .................................................................... 30

2.2.8

Endotoxine (veehouderij en volksgezondheid) ........................................................ 31

2.2.9

Geluid ....................................................................................................................... 34

2.2.10

Externe veiligheid ..................................................................................................... 36 Onderbouwing Kanaaldijk-Zuid ongenummerd (tussen 23 en 25) 3

3

2.2.11

Luchtkwaliteit ........................................................................................................... 38

2.2.12

Verkeer en infrastructuur......................................................................................... 40

2.2.13

Besluit m.e.r. / vormvrije m.e.r ................................................................................ 40

Uitvoerbaarheid .............................................................................................................. 41 3.1

Economische uitvoerbaarheid ......................................................................................... 41

3.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid .................................................................................. 41

4

Eindconclusie .................................................................................................................. 42

5

Bijlagen ........................................................................................................................... 43 Bijlage 1

Bouwtekening – Situatietekening ............................................................................ 43

Bijlage 2

Bouwtekening – Voorgevelaanzicht ......................................................................... 43

Bijlage 3

Bodemrapport .......................................................................................................... 43

Bijlage 4a

Akoestisch rapport ................................................................................................... 43

Bijlage 4b

Aanvullend akoestisch rapport geluidwering gevels (Bouwbesluit) ........................ 43

Bijlage 5

Landschappelijk inpassingsplan – situatietekening+beschrijving ............................ 43

Bijlage 6

Verklaring inzake verkoop sloopmeters Stenen voor Stenen regeling .................... 43

Bijlage 7

Bewijsstuk aankoop bouwtitel Ruimte voor Ruimte ................................................ 43

Bijlage 8

Uittreksel Handelsregister Kamer van Koophandel ................................................. 43

Onderbouwing Kanaaldijk-Zuid ongenummerd (tussen 23 en 25) 4

1 RUIMTELIJKE ONTWIKKELINGEN 1.1 Aanleiding Deze ruimtelijke onderbouwing is opgesteld in opdracht van de initiatiefnemers, wonende aan de Nieuwendijk 2b te Someren-Eind, die samen een installatiebedrijf (elektrotechniek) runnen. Initiatiefnemers zijn voornemens een Ruimte voor Ruimte woning te realiseren op een perceel gelegen aan de Kanaaldijk-Zuid ongenummerd. Het perceel is gelegen tussen de percelen/woningen met huisnummers 23 en 25 en staat kadastraal bekend als gemeente Someren sectie T nummer 2000 (T 2000). De wens bestaat tevens om de bedrijfsactiviteiten (opslag ten behoeve van het installatiebedrijf) in een vrijstaand bijgebouw uit te oefenen op het plangebied, bestaande uit het opslaan van accessoires en onderdelen. Daarnaast worden buiten 2 bedrijfsauto’s gestald (bedrijf aan huis, ook bekend als het wonen-plus concept), 1 elektrisch 1 conventioneel aangedreven. Voor werkzaamheden op korte afstand (binnen 100 km) volstaat de elektrische bus, voor werken verder weg op locatie wordt de normaal aangedreven voertuig ingezet. Laatstgenoemd voertuig wordt ook gebruikt voor bijvoorbeeld het trekken van de zware aanhanger.

Op 29 juni 2017 heeft de gemeenteraad van Someren (met betrekking tot het perceel van initiatiefnemers) ingestemd met het wijzigen van de bestemming van het perceel van ‘Bos’ in de bestemming ‘Agrarisch’ middels het vaststellen van het ‘Veegplan IV gemeente Someren 2016’. Voor het oostelijke deel van het kadastrale gebied T 2000 is een binnenplanse wijzigingsbevoegdheid opgenomen in de vorm van de gebiedsaanduiding ‘wetgevingzone – wijzigingsgebied’. Dit (oostelijke) deel van het perceel wordt in het vervolg van deze onderbouwing aangeduid als het plangebied. De rest van het kadastrale perceel met sectie T nummer 2000 zal in de toekomst de bestaande agrarische bestemming behouden en behoort niet tot het plangebied. Om de realisatie van een Ruimte voor Ruimte woning mogelijk te maken wordt door initiatiefnemers aangestuurd om via een aanvraag omgevingsvergunning af te wijken van het bestemmingsplan (ex artikel 2.12 lid 1, sub a onder 3 Wabo). In deze is het college van burgemeester en wethouders bevoegd. De voor dit plan benodigde Ruimte voor Ruimtetitel (het recht om te bouwen) is afkomstig van een intensieve veehouderijlocatie (varkensbedrijf) aan Wijnhovenstraat 15 te Haghorst (gemeente Hilvarenbeek). Hierover later meer in deze onderbouwing.

In overleg met de gemeente Someren is besloten onderhavige planontwikkeling niet mee te nemen in het bestemmingsplan ’Buitengebied Someren – Deelgebied 2’ (vastgesteld door de Raad op 5 maart 2020) maar om de beoogde plannen in te realiseren via een omgevingsvergunning voor de activiteit Bouwen en het (buitenplans) afwijken van het vigerende bestemmingsplan. Dit onder de nadrukkelijke voorwaarde dat aangetoond kan worden dat voldaan wordt aan de voorschriften genoemd in de wijzigingsbevoegdheid voor de bouw van een Ruimte voor Ruimte woning en, voor wat betreft de bedrijfsactiviteiten, aan de voorwaarden zoals omschreven in het bestemmingsplan ‘parapluplan NAF-beleid’. In de onderbouwing wordt hier verder op ingezoomd.

1.2 Planvoornemen Initiatiefnemers zijn voornemens op het plangebied een Ruimte voor Ruimte-woning te bouwen met een inhoud van 900 m³. De totaaloppervlakte aan aan- en bijgebouwen (privé en zakelijk) zal maximaal 350 m² bedragen. Dit aantal vierkante meters aan bijgebouwen is mogelijk via de aankoop van sloopmeters in het kader van de Stenen-voor-Stenen regeling van de gemeente Onderbouwing Kanaaldijk-Zuid ongenummerd (tussen 23 en 25) 5

Someren en het bestemmingsplan ‘parapluplan NAF-beleid’ geënt op het Beleid voor nietagrarische functies in het buitengebied en maatregelen ter stimulering van de sloop van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen (kortweg: het NAF-beleid). Ten behoeve van de plannen is tevens een bouwtitel Ruimte voor Ruimte aangekocht. Onder het kopje ‘gemeentelijk beleid’ (paragraaf 2.1.3) zal nader worden ingegaan op de randvoorwaarden voor de bouw van een Ruimte voor Ruimte woning en dat daaraan voldaan wordt. Een vrijstaand bijgebouw van 350 m² bij de woning zal gebruikt worden ten behoeve van bedrijfsmatige activiteiten die qua aard en omvang passen binnen de regels die de gemeente Someren die voor woonfuncties (plus bijbehorend bedrijf aan huis) in het buitengebied heeft bepaald in het ‘parapluplan NAF-beleid’ . Omliggende gevoelige functies zullen nauwelijks hinder ondervinden van de bedrijfsactiviteiten die bestaande uit de opslag van materieel en accessoires en het stallen van 2 bedrijfsauto’s ten behoeve van het installatiebedrijf. Het aantal vervoersbewegingen overdag is beperkt (8, dit betreft het aantal bedrijfsmatige bewegingen als ook die in de privésfeer) de bedrijfsactiviteiten vallen onder milieucategorie 2 ingevolge de VNGbrochure Bedrijven en milieuzonering en voldaan wordt aan de richtafstanden (zie verderop in deze onderbouwing).

De opslag vindt nu nog plaats in de loods van zijn vader op de hoek Havenoord/Sluisstraat (naast 84). In onderstaande schetstekening treft u een opzet aan van de beoogde plannen van initiatiefnemers (zie ook bijlagen).

Onderbouwing Kanaaldijk-Zuid ongenummerd (tussen 23 en 25) 6

Situatietekening totale plangebied (plus landschappelijke inpassing),bron Bouwburo Jos Meeuws

Gevelaanzicht (indicatief)

Onderbouwing Kanaaldijk-Zuid ongenummerd (tussen 23 en 25) 7

1.3 Bepaling omvang plangebied Als het gaat om het duiden van het plangebied dan hebben we het over het oostelijk deel van het kadastraal perceel gemeente Someren sectie T nummer 2000. De totaaloppervlakte van dit kadastrale perceel bedraagt 20.545 m². het plangebied heeft een omvang van ongeveer 3.344 m² . Dit is de oppervlakte van het gehele gebied met de gebiedsaanduiding ‘wetgevingzone – wijzigingsgebied’ uit het Veegplan IV van de gemeente Someren. 2.500 m² daarvan is bestemd voor de functie ‘wonen’ met lichte bedrijfsactiviteiten aan huis. Hierover meer in het vervolg van deze onderbouwing in de paragraaf gemeentelijk beleid in het kader van niet-agrarische functies in het buitengebied.

Het plangebied (blauw omlijnd)

Deze onderbouwing is opgesteld ten behoeve van de aanvraag omgevingsvergunning om onder meer via een buitenplanse ontheffing af te wijken van het bestemmingsplan voor dit plangebied aan de Kanaaldijk-Zuid ongenummerd gemeente Someren. Deze onderbouwing dient als motivering bij de te volgen uitgebreide procedure voor het buitenplans afwijken van het bestemmingsplan. Er wordt voldaan aan het vigerende rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid en aan de relevante milieuaspecten.

1.3.1 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied is gelegen ten zuiden van de kern Someren-Eind ten westen van de ZuidWillemsvaart aan de Kanaaldijk-Zuid (de N266). De Kanaaldijk-Zuid is een belangrijke verbinding tussen enerzijds Helmond en Nederweert/Weert en wordt tevens gebruikt door het (vracht)verkeer afkomstig van de rijksweg A67 dat naar de A2 richting het zuiden rijdt en vice versa.

Onderbouwing Kanaaldijk-Zuid ongenummerd (tussen 23 en 25) 8

Plangebied Kanaaldijk-Zuid ongenummerd (aangeduid met witte ballon onderaan in het midden; Bron: Google Maps)

In algemene zin kan het gebied getypeerd worden rustig gebied in het buitengebied met diverse woningen, een aantal akkerbouwlocaties en een aantal (niet-)agrarische bedrijven die naast elkaar functioneren.

1.3.2 Status Het plangebied zelf valt onder de werkingssfeer van het bestemmingsplan ‘Veegplan IV gemeente Someren 2016’ dat inmiddels onherroepelijk is geworden. Voor het oostelijke deel van het kadastrale gebied T 2000 is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen middels de gebiedsaanduiding ‘wetgevingzone – wijzigingsgebied’. Naast het bestemmingsplan ‘Buitengebied Someren’ is ook het ‘Parapluplan-NAF beleid’ van toepassing. De plannen van initiatiefnemers voldoen niet direct aan de huidige bestemmingsplanregels daar de beoogde woonfunctie niet overeenkomt met de agrarische bestemming. Hiervan wordt afgeweken door gebruik te maken van afwijkingsbevoegdheid ingevolge artikel 2.12 lid 1, sub a onder 3 o Wabo). Daarbij zal inhoudelijk getoetst worden aan de regels van de wijzigingsbevoegdheid in het vigerende bestemmingsplan en die in het bestemmingsplan ‘parapluplan NAF-beleid’. Op 5 maart 2020 heeft de Raad van de gemeente Someren het bestemmingsplan “Buitengebied Someren - Deelgebied 2” vastgesteld. Daarin zijn dezelfde bestemming en gebiedsaanduidingen opgenomen (waaronder de gebiedsaanduiding ‘wetgevingzone – wijzigingsgebied) als voornoemd veegplan. Het bestemmingsplan “Buitengebied Someren - Deelgebied 2” is op het moment van schrijven nog niet onherroepelijk en vandaar dat in het kader van deze ruimtelijke onderbouwing nog getoetst wordt aan eerder genoemd veegplan.

Voor de inhoudelijke toetsing maakt dit geen verschil omdat de bestemming en aanduidingen van beide bestemmingsplannen met elkaar overeen komen. De omgevingsvergunning voor het plangebied voor onder meer het afwijken van het bestemmingsplan zal bij de volgende wijziging van het vigerende bestemmingsplan worden gewijzigd in ‘Wonen’ met de functieaanduiding ‘Wonen Plus’. Onderbouwing Kanaaldijk-Zuid ongenummerd (tussen 23 en 25) 9

1.3.3 Ontstaansgeschiedenis en ruimtelijke structuur In de 19e eeuw vonden er op grote schaal ontginningen plaats aan de zuidkant van Someren. Uit deze grootschalige ontginningen ontstond rond 1875 de kern Someren-eind. De toevoeging ‘eind’ duidt hierbij op de buitenzijde van de toenmalige ontginning van de oudste kern Someren. Het kanaal Zuid Willemsvaart is al in 1926 gegraven. Langs de Zuid Willemsvaart is vervolgens een belangrijke verbindingsweg van Nederweert naar Helmond aangelegd. De ontginning van SomerenEind sloot aan op het einde van de toen la aanwezige Boerenkamplaan en de weg langs het kanaal. Het plangebied ligt aan een ventweg parallel aan de doorgaande weg langs het kanaal. Rond 1900 was hier reeds verspreide bebouwing aanwezig in een kleinschalig landschap met individuele kamp ontginningen. Richting het westen begint het grootschalige verkavelingspatroon van de projectmatige ontginningen. Naast de agrarische bedrijven zijn hier incidenteel woningen geplaatst. De bebouwingsconcentraties van Someren-Eind zijn geclusterd rond enkele punten langs de rand van de ontginningen. Het cluster nabij Sluis 12 en de Kanaaldijk-Zuid is ontstaan langs de toenmalige doorgaande verbindingsweg. Het kanaal is hier het structurerende element. Het plangebied ligt dus in de oudste bebouwingsconcentratie van Someren-Eind.

De Kanaaldijk-Zuid fungeerde rond 1900 al als een van de hoofdwegen die de vele clusters die Someren rijk is met elkaar verbindt. Op onderstaande figuur is de ligging van het plangebied in 1900 weergegeven.

Uitsnede topografische atlas periode 1900 plangebied rood omcirkeld (Bron: Topotijdreis)

Het kanaal dat aan de Kanaaldijk-Zuid is gelegen, ligt plaatselijk hoger dan de omliggende gronden. Door dit hoogteverschil ontstaat plaatselijk (kanaal) kwel in de gronden die achter het plangebied zijn gelegen. De nabijheid van het dal van de Kievitsloop zorgt er tevens voor dat de achtergelegen gronden plaatselijk nat en moerig zijn. De gronden langs de kanaaldijk zijn in het verleden met gronden uit het kanaal opgehoogd en daarmee geschikt voor het bouwen van een woning.

1.3.4 Functionele structuur De Kanaaldijk-Zuid betreft een oude bebouwingconcentratie in het buitengebied van de gemeente Someren. De bebouwingsconcentratie is gelegen ten zuiden van de kern Someren-Eind, en grenst aan de Sluisstraat. De bebouwingsconcentratie bestaat voornamelijk uit (voormalige) agrarische bedrijfswoningen in landelijke stijl en naoorlogse arbeidswoningen, tevens in landelijke stijl. Thans zijn aan de Kanaaldijk-Zuid nog enkel woonbestemmingen aanwezig. Er is ter plaatse van het plangebied sprake van een vrij hoge bebouwingdichtheid langs de Kanaaldijk-Zuid. Verder af van de kern wordt deze dichtheid sterk verminderd. Conclusie De beoogde ontwikkelingen binnen het plangebied passen binnen het kader voor de ruimtelijke en functionele structuur.

Onderbouwing Kanaaldijk-Zuid ongenummerd (tussen 23 en 25) 10

2 Resultaten toetsing (onderbouwing) 2.1 Beleidskader 2.1.1 Rijksbeleid 2.1.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. Deze nieuwe structuurvisie vervangt onder andere de Nota Ruimte en de Nota Mobiliteit. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) speelt in op de volgende ontwikkelingen en uitdagingen: • de veranderende behoefte aan wonen en werken; • de mobiliteit van personen; • economische positie tussen de tien meest concurrerende landen vasthouden voornamelijk in de sectoren logistiek, water, hightech, creatieve industrie, chemie en voedsel en tuinbouw; • de bijzondere waarden (compacte steden omringd door open en natuurrijk landelijk gebied, cultuurhistorie en natuur) koesteren en versterken; • waterveiligheid en beschikbaarheid van voldoende zoetwater in verband met de klimaatverandering en stedelijke ontwikkeling; • aandeel duurzame energiebronnen als wind, zon, biomassa en bodemenergie moet worden vergroot; • deregulering. Om goed op deze ontwikkelingen en eisen in te spelen is beleid nodig dat toekomstbestendig is en de gebruiker ruimte geeft. Dit vraagt een grondige actualisatie van de bestaande beleidsnota's voor ruimte en mobiliteit. De structuurvisie voorziet hierin door overheden, burgers en bedrijven de ruimte te geven om oplossingen te creëren.

Het Rijk gaat zich meer richten op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van belangen voor Nederland als geheel. Het Rijk ziet verder toe op de deregulering waarmee jaarlijks vele miljoenen euro's kunnen worden bespaard. De provincies en gemeenten hebben als gevolg hiervan nadere afspraken gemaakt over verstedelijking, groene ruimte en landschap. Gemeenten krijgen ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Het Rijk verbindt ruimtelijke ontwikkeling en mobiliteit en zet de gebruikers centraal. Het zijn bewoners, ondernemers, reizigers en verladers die Nederland sterk maken. Provincies en gemeenten krijgen de ruimte zelf maatwerk te leveren. Zo werkt het Rijk aan een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Deze drie criteria zijn leidend bij de in de structuurvisie benoemde rijksdoelen en bijbehorende nationale belangen. Voor de middellange termijn (2028) zijn drie doelen gesteld: • Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; • Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; • Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

Onderbouwing Kanaaldijk-Zuid ongenummerd (tussen 23 en 25) 11

Het Rijk benoemt 13 nationale belangen; hiervoor is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Deze belangen zijn gelijkwaardig aan elkaar en beïnvloeden elkaar onderling. In de SVIR is een eerste integrale afweging gemaakt van deze belangen. Dit heeft als gevolg dat het Rijk in gebieden of projecten een gebieds- of projectspecifieke afweging zal maken. Indien nodig maakt het Rijk duidelijk welke nationale belangen voorgaan. Gelet op de beoogde ontwikkelingen als omschreven in onderhavige onderbouwing is er geen sprake van een aantasting van de nationale belangen en derhalve vormt het SVIR geen beletsel voor de beoogde ontwikkelingen op het plangebied aan de Kanaaldijk-Zuid ongenummerd. Conclusie De realisatie van een Ruimte voor Ruimte woning en een loods (ten behoeve van bedrijfsactiviteiten, bestaande uit opslag van accessoires/onderdelen aan huis en het stallen van één tot twee bedrijfsauto’s) tasten de landelijke belangen als omschreven in het SVIR niet aan.

2.1.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De SVIR (zie paragraaf ‘Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte’) bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Met het Barro geeft het Rijk algemene regels voor bestemmingsplannen. Doel van dit Besluit is bepaalde onderwerpen uit de SVIR te verwezenlijken. Door middel van het Barro worden voor een aantal specifieke onderwerpen algemene regels gesteld ten behoeve van de verwerking in bestemmingsplannen. In het SVIR is aangegeven wat het nationale belang is van het stellen van regels voor deze onderwerpen. Het Barro stelt in eerste instantie regels voor het project Mainportontwikkeling Rotterdam, het kustfundament, grote rivieren, de Waddenzee en het waddengebied, defensie en erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Op een later moment zal het besluit worden aangevuld met andere onderwerpen uit de SVIR. De algemene regels in het Barro hebben vooral een conserverend/beschermend karakter waardoor geformuleerde nationale belangen niet belemmerd worden door ontwikkelingen die middels bestemmingsplannen mogelijk worden gemaakt.

Voor een aantal onderwerpen geeft het Barro de opdracht dan wel de mogelijkheid aan provincies om bij provinciale verordening regels te stellen. Conclusie Onderhavig planvoornemen voorziet in een afwijking van het bestemmingsplan (middels de afgifte van een omgevingsvergunning) voor het bouwen van een woning met een bedrijf aan huis en daarmee het toestaan van (qua aard en omvang) lichte bedrijfsactiviteiten (opslag accessoires en materieel ten behoeve van installatiebedrijf). Het Barro voorziet niet in onderwerpen die op het plangebied van toepassing zijn. Dit houdt in dat voor het planvoornemen op het plangebied geen beperkingen vanuit het Barro gelden.

2.1.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit de SVIR heeft het Rijk, op basis van de Wet ruimtelijke ordening een tweede besluit genomen waarmee dat mogelijk is: het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro stelt juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. De ‘ladder duurzame verstedelijking’ is in 2012 opgenomen in het Bro.

Onderbouwing Kanaaldijk-Zuid ongenummerd (tussen 23 en 25) 12

2.1.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking Per 1 juli 2017 is de (gewijzigde) ladder voor duurzame verstedelijking vastgesteld en is artikel 3.1.6 lid 2 tot en met 4 Bro van kracht geworden. De Ladder-onderbouwing is verplicht voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen'. Voordat getoetst wordt of een voorziene ontwikkeling 'nieuw' is, dient te worden getoetst of onderhavige ontwikkeling kan worden aangemerkt als een 'stedelijke' ontwikkeling. In de definitie voor stedelijke ontwikkeling (artikel 1.1.1 lid 1 sub i van het Bro) is geen ondergrens opgenomen. Hieruit zou men kunnen concluderen dat iedere stedelijke ontwikkeling, hoe kleinschalig dan ook, valt binnen het toepassingsbereik van de Ladder. Echter uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State blijkt dat er wel sprake kan zijn van een voorziene ontwikkeling die te kleinschalig is om als nieuwe stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt. In de literatuur wordt er bij voorziene ontwikkelingen met betrekking tot woningbouw zelfs gesproken over een daadwerkelijke ondergrens. Volgens vaste jurisprudentie is het minimale aantal woningen wat gerealiseerd moet worden (op dezelfde locatie) om als stedelijke ontwikkeling te worden gekwalificeerd twaalf (ABRvS 22-07-2015, ECLI:NL: RVS:2015:2329, r.o. 6.3).

Er is in onderhavige situatie geen sprake van een stedelijke ontwikkeling in het kader van ‘de ladder’ aangezien er slechts 1 woning wordt opgericht op kadastraal perceel sectie T nummer 2000 (tussen Kanaaldijk-Zuid nummers 23 en 25) waarbij het bouwrecht aldaar voortkomt uit een aangewende bouwtitel/Ruimte voor Ruimte titel. Derhalve is de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing. Conclusie Er is in onderhavige situatie geen sprake van een stedelijke ontwikkeling en de ladder voor duurzame verstedelijking is dus niet van toepassing.

2.1.2 Provinciaal beleid 2.1.2.1 Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben in hun vergadering van 14 december 2018 de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ (met bijbehorend plan-MER) vastgesteld. Dit vooruitlopend en anticiperend op de inwerkingtreding van de nationale Omgevingswet in 2021. Met deze omgevingsvisie geeft de provincie richting aan wat zij voor Brabant wil bereiken en biedt daarmee handvatten voor haar handelen in de praktijk. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste provinciale ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Conform de Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De visie geeft daarbij richting aan deze opgaven vanwege de ingrijpende veranderingen waarmee zij gepaard gaan. Daarnaast geeft de Omgevingsvisie ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De omgevingsvisie is verplicht, maar uitsluitend zelfbindend voor de provincie. De visie zal komende jaren nader worden uitgewerkt in diverse programma’s en een provinciale omgevingsverordening.

Onderbouwing Kanaaldijk-Zuid ongenummerd (tussen 23 en 25) 13

De provincie ziet de Peel waar de locatie onderdeel van uit maakt als een gebied met levendige dorpen. Jong en oud voelen zich er thuis. Een goede gemeentelijke samenwerking, optimale voorzieningen en slim gebruik van moderne ontwikkelingen versterken het thuisgevoel. Brainporters waarderen Oost-Brabant: zij wisselen hun hightech woon- en werksfeer rond Eindhoven graag af met een bezoek aan een aangenaam dorpenlandschap in de Kempen of De Peel. Om het Panorama te realiseren en Brabant in de toekomst welvarend, verbonden en klimaatproof te laten zijn, onderscheid de provincie vier hoofdopgaven die nauw met elkaar samenhangen en die op elkaar inwerken als de tandwielen in een machine: ▪ Werken aan de Brabantse energietransitie. ▪ Werken aan een klimaatproof Brabant. ▪ Werken aan de slimme netwerkstad. ▪ Werken aan een concurrerende, duurzame economie. De (her)ontwikkeling en het gebruik van een voormalige agrarische locatie ziet op kleinschalig niveau toe op het realiseren c.q. werken aan een concurrerende, duurzame economie, waarbij extra economische kracht op een agrarische locatie wordt gerealiseerd en leegstand op termijn wordt voorkomen. De Omgevingsvisie bevat geen sectorale beleidsdoelen.

De concrete doelen, voor bijvoorbeeld natuur, water, veiligheid, milieu, mobiliteit en ruimtelijke kwaliteit, staan nu nog in de bestaande plannen van de provincie, waaronder de Structuurvisie RO. Grote delen van die beleidsplannen horen vanuit het systeem van de Omgevingswet straks thuis in een programma. De provincie werkt aan het uitwerken van beleid en maatregelen in programma’s en ook door waarden te beschermen via de op te stellen omgevingsverordening. Sommige onderwerpen worden (verplicht) opgenomen in de omgevingsverordening zoals het natuurnetwerk, werelderfgoed en stiltegebieden. De beoogde ontwikkelingen van initiatiefnemers op het plangebied passen in het streven van de provincie om de gemengde plattelandseconomie te versterken door zich te richten op de bouw van een Ruimte voor Ruimte woning en met daarbij de ontplooiing van lichte bedrijfsactiviteiten in een bijgebouw aan huis (opslag) die qua aard en omvang passen in de omgeving waarbij verschillende functies goed naast elkaar functioneren. De Omgevingsvisie vormt dan ook geen beletsel voor de plannen tot het bouwen van een woning met bedrijf aan huis middels de afgifte van een omgevingsvergunning voor de activiteiten bouwen en afwijken van het bestemmingsplan.

2.1.2.2 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, hierna ook de Interim omgevingsverordening genoemd, is een planologische verordening waarin eisen gesteld worden aan de door de gemeente op te stellen ruimtelijke plannen en vormt een direct toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen. In de Interim omgevingsverordening zijn regels opgenomen waarvan de provincie het belangrijk vindt dat die door iedere gemeente worden toegepast bij ruimtelijke besluiten. De onderwerpen die in de Interim omgevingsverordening staan, vinden hun basis in de in december 2018 vastgestelde Brabantse Omgevingsvisie. De omgevingsvisie formuleert een vijftal hoofdopgaven en ambities voor 2050 gericht op het bereiken van een gezond en veilig Brabant met een goede omgevingskwaliteit. Hoofddoel van de Interim omgevingsverordening is het beleidsneutraal samenvoegen van de verschillende verordeningen die gaan over de fysieke leefomgeving. Hieronder wordt ingegaan op de aanduidingen van de planlocatie in de Interim omgevingsverordening en wordt de beoogde ontwikkeling getoetst aan de regels van de Interim omgevingsverordening.

Onderbouwing Kanaaldijk-Zuid ongenummerd (tussen 23 en 25) 14

Navolgende figuur geeft een overzicht van de aanduidingen ter plaatse van de planlocatie in de Interim omgevingsverordening.

Het plangebied is aangeduid als gelegen in het Landelijk gebied binnen de structuur gemengd landelijk gebied, met de aanduidingen ‘Beperkingen veehouderij’, ‘Stalderingsgebied’. Artikel 2.72 Beperkingen veehouderij Binnen het werkingsgebied Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij is het beleid gericht op een afwaartse beweging van de veehouderij. Daarom is in deze gebieden geen toename van de bestaande gebouwen of bestaande bouwwerken toegestaan. Het vervangen van een bouwwerk door een gebouw (of andersom) is ook niet mogelijk. De beoogde afwijking van het bestemmingsplan (middels een af te geven omgevingsvergunning) heeft geen betrekking op de veehouderij en is derhalve niet in strijd met de regels. Artikel 3.9 kwaliteitsverbetering landschap In artikel 3.9 van de van de Interim omgevingsverordening zijn regels opgenomen ten aanzien van de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit. Naast bescherming van de ruimtelijke kwaliteit wil de provincie Noord-Brabant ontwikkelingsruimte bieden in het buitengebied mits een ontwikkeling bijdraagt aan een versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Om gemeenten te ondersteunen bij de uitvoering van deze regeling is in 2011 een handreiking Kwaliteitsverbetering van het landschap opgesteld. Vrijwel alle gemeenten in Brabant hebben de regeling verder uitgewerkt in beleid en regionaal afspraken gemaakt over de toepassing.

Hierover meer in onderstaande weerspiegelingen inzake de randvoorwaarden voor ruimte voor ruimte woningen. Artikel 3.80 Ruimte voor Ruimte In de Interim omgevingsverordening is aangegeven dat nieuwbouw van woningen plaats dient te vinden binnen het ‘Stedelijke gebied’. Voor de bouw van Ruimte voor Ruimte woningen wordt een uitzondering op deze regels mogelijk gemaakt. In artikel 3.80 van de Interim omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor de ontwikkeling van Ruimte voor Ruimte woningen binnen ‘Landelijk gebied’. Hierna wordt de beoogde ontwikkeling getoetst aan deze regels. Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in één of meerdere ruimtevoor-ruimtekavels, ieder ten behoeve van de bouw van één woning, indien: a. er sprake is van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit; Hieraan wordt voldaan, zie het onderstaande onder lid 2. b. de ruimte-voor-ruimtekavel op een planologisch aanvaardbare locatie in een bebouwingsconcentratie ligt; Onderbouwing Kanaaldijk-Zuid ongenummerd (tussen 23 en 25) 15

Het plangebied/bouwkavel ligt in een bebouwingsconcentratie. c. een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woning is verzekerd; Het plangebied wordt landschappelijk ingepast en de uitvoering ervan zal als voorwaardelijke verplichting in de planregels worden opgenomen. d. er geen sprake is van (een aanzet voor) een stedelijke ontwikkeling behoudens in geval de locatie ligt binnen Verstedelijking afweegbaar. Zie het gestelde onder de Ladder voor duurzame verstedelijking waaruit blijkt dat er geen sprake is van een (aanzet tot) stedelijke ontwikkeling. Lid 2 Er is sprake van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit als per ruimte-voor-ruimtekavel is aangetoond dat is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. een of meer veehouderijen gericht op het houden van varkens of pluimvee zijn in het geheel beëindigd waarbij alle bedrijfsgebouwen ten dienste van deze veehouderij, niet zijnde de bedrijfswoning, zijn gesloopt; Zie bijgaande bewijsstukken waaruit blijkt dat voornoemde bedrijfsgebouwen (op de locatie waar de Ruimte voor Ruimte titel afkomstig van is) daadwerkelijk zijn gesloopt. b. de onder a. bedoelde veehouderijen zijn direct voorafgaand aan de beëindiging gedurende een periode van drie jaar onafgebroken in bedrijf geweest; Zie bijgaand bewijsstuk. c. de onder a.

bedoelde veehouderijen zijn gevestigd binnen Beperkingen Veehouderij of op een locatie die vanwege omliggende waarden en functies niet geschikt is voor de uitoefening van een veehouderij; Idem. d. er tenminste 1000 m² bedrijfsgebouwen ten dienste van de onder a. bedoelde veehouderij, niet zijnde de bedrijfswoning, zijn gesloopt met een minimum van 200 m² op iedere beëindigingslocatie veehouderij; Zie bijgaande bewijsstukken. e. de ten behoeve van de onder a. bedoelde veehouderijen geregistreerde rechten betreffende de fosfaatproductie in een gezamenlijke omvang van tenminste 3.500 kg uit de markt zijn genomen door doorhaling van de bij de Dienst Regelingen geregistreerde rechten, waarbij per beëindigingslocatie een minimum van 700 kg aan rechten betreffende de productie van fosfaat aanwezig is; Zie bijlage. De geregistreerde rechten zijn doorgehaald. f. de rechten, bedoeld onder e. moeten vanaf het moment van beëindiging van de bedrijfsvoering tot aan het moment van uit de markt nemen geregistreerd staan op naam van de veehouderij die beëindigd; Zie bijgaande bewijsstukken. g. de omgevingsvergunning milieu voor de onder a. bedoelde veehouderij op iedere beëindigingslocatie veehouderij is ingetrokken; De omgevingsvergunning milieu is ingetrokken. h. een passende herbestemming is gelegd op de locatie als onder a.

bedoeld die in ieder geval het houden van vee en het bouwen van nieuwe bedrijfsgebouwen uitsluit; Het wijzigingsplan ‘Wijnhovenstraat 15, Haghorst’ is op 12 september 2019 vastgesteld door de gemeenteraad van Hilvarenbeek. Het plan heeft vanaf 11 oktober 2019 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Er is geen beroep tegen dit vastgestelde plan ingesteld noch een verzoek om voorlopige voorziening. Daarmee is dit bestemmingsplan onherroepelijk geworden. Het wijzigingsplan voorziet in het wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch’ met de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’ naar de bestemming ‘Agrarisch’. Het bestemmingsplan wordt gewijzigd omdat de varkenstak van het bedrijf wordt beëindigd (aldus de publicatie). De huidige varkenstallen, een gedeelte van de loods en de mestput Onderbouwing Kanaaldijk-Zuid ongenummerd (tussen 23 en 25) 16

i.

zijn gesloopt en gesaneerd. Een gedeelte van de erfverharding is verwijderd. De ondergrond van de stallen zal deels als akkerland/tuinland gebruikt gaan worden en deels als erf. Ter plaatse zal het akkerbouwbedrijf worden voortgezet zonder verdere uitbreiding. Een vrijstaand bijgebouw met een oppervlakte van 300 m² blijft behouden ten behoeve van de stalling van de landbouwmachines voor het akkerbouwbedrijf. De langgevelboerderij blijft in gebruik als bedrijfswoning. in redelijkheid niet op andere wijze is voorzien in de beëindiging van de onder a. bedoelde veehouderij. Aan deze voorwaarde wordt voldaan.

In onderhavige onderbouwing (waarbij de Ruimte voor Ruimtetitel afkomstig is van een intensieve veehouderijlocatie, een varkensbedrijf, aan Wijnhovenstraat 15 te Haghorst (gemeente Hilvarenbeek) wordt aangetoond dat de plannen op het plangebied voldoen aan de voorwaarden in artikel 7.8 van de Verordening ruimte. De in het tweede lid van artikel 7.8 opgenomen nadere randvoorwaarden voor de realisatie van een Ruimte voor Ruimte woning zijn verder vertaald in de voorschriften van de wijzigingsbevoegdheid zoals die zijn opgenomen in (artikel 3.3.2 van) het ‘Veegplan IV gemeente Someren 2016’. Bij de toetsing van de beoogde plannen aan het gemeentelijk beleid wordt nader in deze onderbouwing op de in deze voorschriften opgenomen randvoorwaarden ingegaan en daarbij wordt aangetoond dat de plannen (kunnen) voldoen aan de genoemde voorwaarden. Lid 3 In afwijking van het tweede lid kan een bestemmingsplan voorzien in een ruimte-voorruimtekavel als deze wordt ontwikkeld door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte gelet op de in het verleden behaalde aanzienlijke winst van omgevingskwaliteit door toepassing van de Regeling beëindiging veehouderijtakken. Is hier niet van toepassing.

Lid 4 Het derde lid vervalt indien uit door Gedeputeerde Staten bijgehouden gegevens blijkt dat er in totaal 3500 ruimte voor ruimte kavels door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte zijn ontwikkeld. Deze omvang is nog niet behaald. Artikel 3.77 bepaalt dat wanneer “toepassing wordt gegeven aan de bepalingen van deze paragraaf [3.7], is voldaan aan de verplichting bedoeld in artikel 3.9 kwaliteitsverbetering landschap”. Op grond van artikel 3.80 lid 1 sub c dient het plangebied landschappelijk te worden ingepast. Conclusie De beoogde plannen op het plangebied voldoen aan de Verordening ruimte Noord-Brabant en aan de voorgeschreven kwaliteitsverbetering van het landschap middels het (aan)kopen van een Ruimte voor Ruimte-/bouwtitel en het landschappelijk inpassen van het plangebied. Verder zijn via de sloopbank van de gemeente 400 m² sloopmeters gekocht om de totale oppervlakte van 350 m² aan bijgebouwen mogelijk te maken. Het bewijs van aan/verkoop van de sloopmeters, die afkomstig zijn van een perceel aan de Nieuwendijk 143 te Someren, is als bijlage bij de onderbouwing gevoegd.

Onderbouwing Kanaaldijk-Zuid ongenummerd (tussen 23 en 25) 17

2.1.3 Gemeentelijk beleid 2.1.3.1 Structuurvisie Someren 2028 De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht alle overheden tot het opstellen van een structuurvisie. Op 24 april 2013 heeft de gemeente Someren de ‘Structuurvisie Someren 2028’ vastgesteld. In deze structuurvisie wordt aan de hand van thema’s omschreven wat de ambities van de gemeente Someren zijn voor het jaar 2028. Onderdeel van de ‘Structuurvisie Someren 2028’ is de ‘Algemene Structuurvisiekaart Someren 2028’.

Algemene Structuurvisiekaart Someren 2028 waarop het plangebied met een rode cirkel is aangegeven

In de Structuurvisie heeft de gemeente aangegeven in 2028 een duurzame, krachtige, zelfbewuste en zelfstandige gemeente te willen zijn die haar landelijke positie in Brainport goed weet te benutten. De gemeente Someren ontleent haar identiteit aan het landelijke Brabantse karakter. Het kwalitatief goede bos-, natuur- en buitengebied zorgt er mede voor dat Someren een goed woonklimaat kent en een aantrekkelijke vestigingslocatie is voor bedrijven met een schaal die past bij Someren. Door de verscheidenheid en toegankelijkheid van het buitengebied in zijn algemeenheid en een landelijk bekende toeristische attractie specifiek, heeft Someren een aantrekkingskracht op recreanten. Voor het buitengebied streeft de gemeente naar het handhaven en versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Om dit te bereiken, is er voorrang in dit gebied voor boeren, burgers en buitenlui (recreanten). De landschappelijk waarden en de natuur wil de gemeente behouden en daar waar mogelijk versterken. In de Structuurvisie Someren 2028 is het plangebied aangewezen als gelegen in de zone ‘Kwaliteitsverbetering bebouwingslinten of bebouwingsclusters buiten bebouwde kom’. Deze zone vormt primair het zoekgebied voor Ruimte voor Ruimte woningen binnen de gemeente Someren. De gemeente Someren is bereid om planologisch ruimhartig om te gaan met het faciliteren van deze woningen.

De oprichting van een Ruimte voor Ruimte woning ter plaatse van het plangebied

Onderbouwing Kanaaldijk-Zuid ongenummerd (tussen 23 en 25) 18

is een passende ontwikkeling binnen de bebouwingsconcentratie, aansluitend op de reeds aanwezige woningen omdat daarnaast het plangebied landschappelijk wordt ingepast. Ook de beoogde bedrijfsactiviteiten (maximaal milieucategorie 2) in een van de bedrijfsgebouwen past in de door de gemeente beoogde versterking van de gemengde plattelandseconomie met nieuwe economische dragers. Conclusie De beoogde ontwikkelingen (bouw woning met het uitoefenen van een bedrijf aan huis) passen binnen de doelstellingen van de ‘Structuurvisie Someren 2028’ en is geen beletsel de aangevraagde omgevingsvergunning te verlenen.

2.1.3.2 Veegplan IV gemeente Someren 2016 Het plangebied valt onder de werkingssfeer van het ‘Veegplan IV gemeente Someren 2016’ dat op 29 juni 2017 door de Raad is vastgesteld. Voor het oostelijke deel van het kadastrale gebied sectie T nummer 2000 is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen middels de gebiedsaanduiding ‘wetgevingzone – wijzigingsgebied’. Naast het bestemmingsplan ‘Buitengebied Someren’ is ook het ‘Parapluplan-NAF beleid’ van toepassing.

Uitsnede digitale verbeelding met aan de oostkant het plangebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming van de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘wetgevingzone - wijzigingsgebied' te wijzigen ten behoeve van de bouw van één woning, waarbij moet worden voldaan aan onderstaande voorwaarden. Hoewel de aanvraag omgevingsvergunning van verzoeker toeziet op het afwijken van het bestaande bestemmingsplan en niet (direct) op het wijzigen van de bestemming wordt toch ingegaan op deze voorwaarden: a. Aangetoond is dat sprake is van een aanzienlijke milieu- en ruimtelijke kwaliteitswinst. bestaande uit: 1. een of meer veehouderijen gericht op het houden van varkens of pluimvee zijn in het geheel beëindigd waarbij alle bedrijfsgebouwen ten dienste van de veehouderij, niet zijnde de bedrijfswoning, zijn gesloopt; Initiatiefnemers hebben (via een makelaar) een bouw-/Ruimte voor Ruimte titel gekocht vertegenwoordigend een hoeveelheid van 1.000 m² aan gesloopte stalruimte en 3.500 kg aan fosfaatrechten. Alle bedrijfsgebouwen ten dienste van de veehouderij, niet zijnde de bedrijfswoning, zijn gesloopt. Onderbouwing Kanaaldijk-Zuid ongenummerd (tussen 23 en 25) 19

2. De onder 1. bedoelde veehouderijen zijn voorafgaand aan de beëindiging gedurende een periode van drie jaar onafgebroken in bedrijf geweest; De veehouderij is voorafgaand aan de beëindiging gedurende de periode van 3 jaar onafgebroken in bedrijf geweest. 3. De onder 1. bedoelde veehouderijen zijn gevestigd binnen de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij' of op een locatie die vanwege omliggende waarden en functies niet geschikt is voor de uitoefening van een veehouderij; Hier wordt aan voldaan. 4. Er tenminste 1000 m2 bedrijfsgebouwen ten dienste van de veehouderij, niet zijnde de bedrijfswoning, zijn gesloopt met een minimum van 200 m2 op iedere beëindigingslocatie; De bijgevoegde titel vertegenwoordigen een oppervlakte aan gesloopte bedrijfsgebouwen, niet zijnde een bedrijfswoning, van 1.000 m². 5. De ten behoeve van de onder 1. bedoelde veehouderijen geregistreerde rechten betreffende de fosfaatproductie in een gezamenlijke omvang van tenminste 3.500 kg uit de markt zijn genomen door doorhaling van de bij de Dienst Regelingen geregistreerde rechten, waarbij per beëindigingslocatie een minimum van 700 kg aan rechten betreffende de productie van fosfaat aanwezig is; De gezamenlijke geregistreerde fosfaatrechten die uit de markt zijn genomen door doorhaling bij de Dienst Regelingen vertegenwoordig(d)en een (gezamenlijke) omvang van 3.500 kilogram. 6.

De rechten als bedoeld onder 5. moeten vanaf het moment van beëindiging van de bedrijfsvoering tot aan het moment van uit de markt nemen geregistreerd staan op naam van de veehouderij die beëindigd; Aan deze voorwaarde wordt voldaan. Zie bijgaand bewijs. 7. De omgevingsvergunning milieu op iedere beëindigingslocatie is ingetrokken; De omgevingsvergunning milieu is ingetrokken. 8. Een passende herbestemming is gelegd op iedere beëindigingslocatie waarbij in ieder geval het houden van vee en het bouwen van nieuwe bedrijfsgebouwen is uitgesloten; Hier wordt aan voldaan. 9. In redelijkheid niet op andere wijze is voorzien in de beëindiging van de veehouderij; Er is niet op andere wijze voorzien in de beëindiging van de veehouderij. b. De uitbreidingsmogelijkheden van omliggende agrarische bedrijven mogen door de wijziging niet onevenredig worden aangetast; Omliggende agrarische bedrijven worden niet verder in hun bedrijfsvoering beperkt dan dat zij dit eventueel nu al zijn. Voor geen enkel bedrijf zal de beoogde Ruimte voor Ruimte woning en/of het -kavel de meest beperkende factor vormen voor omliggende veehouderijen, of het nu om geur(contouren) gaan of om aspecten zoals endotoxine en fijnstof. Zie hiervoor paragraaf 2.2.7 in deze onderbouwing. c.

Aangetoond is dat een woning op deze locatie vanuit een milieuhygiënisch oogpunt aanvaardbaar is; Omliggende functies worden niet (verder) ingeperkt door de bouw van de Ruimte voor Ruimte woning op het plangebied. Zie hiervoor paragraaf 2.2.6 in deze onderbouwing. d. De volgende bouwregels voor de ruimte-voor-ruimte-woning worden toegepast: 1. De woning een inhoud mag hebben van maximaal 900 m³; De woning voldoet hier aan. 2. De goothoogte van het hoofdgebouw niet meer mag bedragen dan 4,5 meter; De beoogde goothoogte van het hoofdgebouw bedraagt 3,65 meter. 3. De nokhoogte van het hoofdgebouw niet meer dan 10 meter mag bedragen; De beoogde nokhoogte van het hoofdgebouw bedraagt 8 meter. 4. Het hoofdgebouw wordt gebouwd op een afstand van tenminste 8 meter uit de zijdelingse perceelsgrenzen. Onderbouwing Kanaaldijk-Zuid ongenummerd (tussen 23 en 25) 20

Uit onderliggende situatietekeningen blijkt dat het hoofdgebouw aan de zuidzijde op circa 10,96 meter afstand van de zijdelingse perceelsgrens is gesitueerd en aan de noordzijde is dat ruim 25 meter. 5. Het hoofdgebouw wordt afgedekt met een kap, met dien verstande dat de dakhelling niet minder dan 30º en niet meer dan 70° mag bedragen ten opzichte van het horizontale vlak; De te bouwen woning voldoet hieraan. 6. Het gezamenlijke oppervlak van de bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 150 m²; De gezamenlijke oppervlakte van de bijgebouwen bedraagt 350 m² en is dus groter dan via deze wijzigingsbevoegdheid is toegestaan. Dit heeft alles te maken met de beoogde uitvoering van bedrijfsactiviteiten in een te bouwen bijgebouw van 300 m². Het aantal vierkante meters is derhalve opgeplust met 200 m² ingevolge de Stenen-VoorStenenregeling van de gemeente Someren. Hiervoor is 400 m² aan sloopmeters (via de gemeentelijke sloopbank, zie sloopverklaring) gekocht van een locatie aan de Nieuwendijk 143 te Someren alwaar de sloopverhouding 1:2 bedroeg aangezien die locatie zich in een bebouwingsconcentratie bevond. 7. De goothoogte van de bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 3,5 meter; De goothoogte van de bijgebouwen bedragen niet meer dan 3 meter. 8.

De bouwhoogte van de bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 5,5 meter; De bouwhoogte van de bijgebouwen bedraagt niet meer dan 5,5 meter (zie bijgevoegde bouwtekeningen. 9. Bijgebouwen op een afstand van tenminste 5 meter van de perceelsgrens worden gebouwd en achter de voorgevel van de woning. Bijgebouwen bevinden zich op 13 meter of meer uit de zijdelingse perceelsgrenzen. e. Een goede landschappelijke inpassing van de woning is geborgd. Het plangebied wordt landschappelijk ingepast rekening houdende met het landschappelijk beeldkwaliteitsplan van de gemeente Someren. Voor nadere details over het landschappelijk inpassingsplan zie paragraaf 2.2.14 en de bijlagen. Op 5 maart 2020 heeft de Raad van de gemeente Someren het bestemmingsplan “Buitengebied Someren - Deelgebied 2” vastgesteld. Daarin zijn dezelfde bestemming en gebiedsaanduidingen opgenomen (waaronder de gebiedsaanduiding ‘wetgevingzone – wijzigingsgebied) als van het ‘Veegplan IV gemeente Someren 2016’. Het bestemmingsplan “Buitengebied Someren Deelgebied 2” is echter nog niet onherroepelijk en vandaar dat in het kader van deze ruimtelijke onderbouwing nog getoetst wordt aan eerder genoemd veegplan. Voor de inhoudelijke toetsing is er echter geen onderscheid tussen beide plannen.

Conclusie De beoogde bouw van een woning (plus de totale hoeveelheid aan bijgebouwen) voldoet niet volledig aan de randvoorwaarden van het ‘Veegplan IV gemeente Someren 2016’. Dat heeft te maken met een grotere oppervlakte aan bijgebouwen (350 m²) dan in het kader van deze binnenplanse wijzigingsbevoegdheid is toegestaan en het feit dat er in onderhavige situatie sprake is van een bedrijf aan huis (‘Wonen-Plus’-concept). Het toe kunnen staan van de opslagactiviteiten aan huis vindt zijn grondslag in het overkoepelende ‘Parapluplan Niet Agrarische Functies Someren’ gebaseerd op het NAF-beleid. Het college van burgemeester is evenwel bevoegd tot het afgeven van de aangevraagde omgevingsvergunning/het projectafwijkingsbesluit.

2.1.3.3 Parapluplan Niet Agrarische Functies Someren Op 25 februari 2016 heeft de raad van de gemeente Someren het ‘Beleid voor niet-agrarische functies in het buitengebied en maatregelen ter stimulering van de sloop van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen’ (hierna aangeduid als NAF-beleid/beleidsnota NAF) vastgesteld. In 2017 heeft Onderbouwing Kanaaldijk-Zuid ongenummerd (tussen 23 en 25) 21

een actualisatie van deze beleidsnota plaatsgevonden. Op 2 februari 2018 is het op dit beleid gebaseerde bestemmingsplan ‘Parapluplan NAF-beleid Someren’ als ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. Het betreffende bestemmingsplan is op 28 juni 2018 door de gemeenteraad vastgesteld en is nu onherroepelijk. De beleidsnota NAF (en het Parapluplan NAF) kan worden gezien als een herijking en uitwerking van hetgeen in de Structuurvisie Someren 2028 is vastgesteld. In vergelijking met deze structuurvisie is de nota concreter: zij bevat concrete beleidsvoorstellen en instrumenten. Het doel van de gemeente Someren is een aantrekkelijk, groen en landelijk buitengebied dat in combinatie met een vitale dorpskern ervoor zorgt dat aan iedere inwoner en bezoeker een prettige fysieke en sociale leefomgeving wordt geboden. Er is een duidelijke scheiding tussen stedelijk gebied en buitengebied en er is sprake van zo min mogelijk leegstand van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen. Duurzaamheid is daarbij het kernwoord. Dit wil de gemeente op twee manieren bereiken, namelijk enerzijds door uitbreidingsruimte toe te kennen mits de ontwikkeling bijdraagt aan haar doelstelling (verdien de ruimte) en anderzijds door maatregelen in te voeren die de sloop van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen (VAB’s) stimuleren.

Initiatiefnemers beogen de bouw van een Ruimte voor Ruimte woning plus het uitoefenen van bedrijfsactiviteiten (opslag materiaal/accessoires ten behoeve van het installatiebedrijf van initiatiefnemers) in een vrijstaand bijgebouw en de stalling van één tot twee bedrijfsauto’s. Totaal zal 350 m² aan bijgebouwen worden opgericht. Omdat het bestemmingsplan na gebruikmaking van de binnenplanse wijzigingsbevoegdheid 150 m² maar aan bijgebouwen toestaat hebben initiatiefnemers 200 m² opgeplust middels de aankoop van 400 m² aan sloopmeters, afkomstig van een perceel aan de Nieuwendijk 143 dat gelegen is in een bebouwingsconcentratie. Dit alles past in de sloopregeling/Stenen-voor-Stenen regeling zoals die is verwoord in het NAF-beleid. De milieucategorie van de bedrijfsactiviteiten (alleen opslag) is 2 en dat is in het kader van het NAFbeleid acceptabel bij een woning. In paragraaf 2.2.6 (Bedrijven en milieuzonering) wordt ingegaan op de bij deze categorie te hanteren richtafstanden. De beoogde ontwikkeling ziet toe op het afwijken van het bestemmingsplan voor de gebiedsaanduiding ‘Wetgevingzone - Wijzigingsgebied' en voorziet in de bouw van een Ruimte voor Ruimte woning plus bijgebouw.

Het planvoornemen om in totaal bij de woning 350 m² aan bijgebouwen op te richten en lichte bedrijfsactiviteiten in een van de bijgebouwen uit te oefenen (milieucategorie 2) past binnen de kaders van het ‘Parapluplan NAF-beleid Someren’ en het daaraan ten grondslag liggende NAF-beleid. Conclusie De beoogde plannen in het plangebied aan de Kanaaldijk-Zuid ongenummerd (tussen 23 en 25) passen binnen de kaders en doelstellingen van het NAF-beleid en het daarop gebaseerde Parapluplan NAF dat op 28 juni 2018 is vastgesteld. De totale oppervlakte aan bijgebouwen kan van 150 m² naar 350 m² opgeplust worden door de koop van sloopmeters elders in de gemeente. Omliggende bedrijven worden niet verder beperkt in hun bedrijfsontwikkeling en de geluidshinder op bewoners van omliggende woningen is beperkt te noemen.

2.1.3.4 Landschappelijke inpassing Met inachtneming van het beeldkwaliteitsplan voor het buitengebied van Someren 2011, en met het bepaalde in het ‘Veegplan IV gemeente Someren 2016’ en het uitgangspunt van de gemeente Someren en de provincie Noord-Brabant dat de kwaliteit van het buitengebied verbeterd dient te Onderbouwing Kanaaldijk-Zuid ongenummerd (tussen 23 en 25) 22

worden (zorgplicht) heeft hoveniersbedrijf Welten te Someren een landschappelijk inpassingsplan opgesteld voor het plangebied. Voor de inhoudelijke beschrijving van de landschappelijke inpassing van het plangebied wordt verwezen naar het bij deze onderbouwing toegevoegd landschappelijk inpassingsplan (zie bijlage 5, tekening plus beschrijving/plantschema). Hieronder treft u een situatietekening aan uit dat inpassingsplan. Daarbij dient te worden aangetekend dat een deel van de beplanting zich net buiten aan de rand van het plangebied bevindt (ten westen van het plangebied met de enkelbestemming ‘agrarisch’).

Situatietekening uit het landschappelijk inpassingsplan/erfbeplantingsplan plangebied Kanaaldijk-Zuid ongenummerd (tussen 23 en 25) te Someren (opsteller: hoveniersbedrijf Welten te Someren)

Conclusie Met de landschappelijke inpassing van het plangebied wordt invulling gegeven aan de provinciale en gemeentelijke randvoorwaarde(n) om ruimtelijke ontwikkelingen landschappelijk in te passen en tevens bij te dragen aan een kwaliteitsverbetering van het landschap van het buitengebied.

Onderbouwing Kanaaldijk-Zuid ongenummerd (tussen 23 en 25) 23

2.2 Sectorale aspecten 2.2.1 Bodem Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient onderzoek plaats te vinden naar de geschiktheid van de bodem en de bodemkwaliteit ten behoeve van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling. In verband met de ontwikkelingen aan de Kanaaldijk-Zuid ongenummerd (tussen 23 en 25) te Someren heeft het bodembureau Lankelma Geotechniek Zuid B.V. conform de NEN 5740 een verkennend bodemonderzoek (inclusief vooronderzoek conform NEN 5725) uitgevoerd (datum rapport 22 juni 2016 met rapportnummer 67765). Dit rapport is eerder in opdracht van eerdere eigenaren uitgevoerd en als bijlage gevoegd bij de toelichting ten behoeve van het Veegplan IV Someren 2016. Algemene bevindingen veldwerkzaamheden De bodem op de locatie bestaat tot een diepte van 3,0 m-mv uit matig fijn ziltig zand. Met name de bovengrond is humushoudend. In de uitkomende grond zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigende stoffen in de bodem. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is geen aanvullende informatie naar voren gekomen welke tot een aanpassing van de boorstrategie heeft geleid. Grond In de bovengrond is een lichte verhoging aan cadmium en zink aangetoond. In de ondergrond zijn geen verhogingen aangetroffen.

Asbest in grond In het kader van dit onderzoek is geen specifiek onderzoek (conform NEN 5707) verricht naar het voorkomen van asbest in de grond en op het maaiveld. Wel heeft een inspectie van het terrein plaatsgevonden. In de vrijkomende grond en op het maaiveld zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Grondwater Het grondwater is matig verontreinigd met kwik en licht verontreinigd met barium, koper, zink en naftaleen. De licht tot matig verhoogde concentraties aan zware metalen in het grondwater zijn waarschijnlijk te relateren aan een verhoogd achtergrondgehalte. Zware metalen worden veelvuldig licht tot matig verhoogd aangetroffen zonder direct aanwijsbare oorzaak. Tevens is er op locatie geen bron voorhanden om de verhoogde gehalten te verklaren. Voor het verhoogde gehalte aan naftaleen is tevens geen verklaring voorhanden. Opgemerkt wordt dat het hier een marginale overschrijding betreft. Nader bodemonderzoek Middels onderhavig bodemonderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd. In het kader van de Wet bodembescherming zijn geen aanvullende procedures noodzakelijk. Op basis van de bevindingen uit onderhavig bodemonderzoek zijn er, ons inziens, vanuit milieuhygiënisch oogpunt derhalve geen belemmeringen c.q. beperkingen voor de voorgenomen ontwikkeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11084080/1