CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

5p Toelichting BP Veegplan XII Ruimtelijke onderbouwing Ploegstraat 64

Commissie Ruimte 9 februari 2022, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Veegplan XII15.814 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Bovendien dient iedereen voldoende zorg in acht te nemen voor in het wild levende dieren en planten. Daarnaast is het niet toegestaan om hun directe leefomgeving, waaronder nesten en holen, te beschadigen, te vernielen of te verstoren. Bij het beoordelen van de in de projectlocatie voorkomende beschermde soorten gaat het primair om soorten die door de ingreep direct beïnvloed worden, doordat: - Zij fysiek aangetast worden (doden/verwonden van dieren, verwijderen van planten); - Zij verstoord worden (toename van geluid of licht); - Hun vaste verblijfplaatsen c.q. groeiplaatsen aangetast of verstoord worden. Gelet op de aard van het initiatief aan de Ploegstraat 64 te Someren, dient met name bepaald te worden of ter plaatse van de te wijzigen bestemming, nevenactiviteiten en nieuw te realiseren glastuinbouwkas, beschermde natuurwaarden voorkomen, die verstoord zouden kunnen worden. Verboden handelingen dienen te worden voorkomen en handelingen mogen niet leiden tot aantasting van de gunstige staat van instandhouding. Het (onopzettelijk) doden, verwonden of verontrusten van deze soorten is zonder ontheffing niet toegestaan. Gezien het huidige intensieve gebruik van het bouwvlak en de landbouwgronden grenzend aan het bouwvlak is de aanwezigheid van beschermde of bijzondere soorten echter niet te verwachten.

Ruimtelijke Onderbouwing Ploegstraat 64 Someren

26

Door middel van de ‘Effectenindicator soorten’ van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is gekeken of de werkzaamheden voor het realiseren van de beoogde situatie een bedreiging vormt voor de beschermde diersoorten. Voor de realisatie is er sprake van de activiteiten ‘overig bouwwerk bouwen’, ‘inrichting of mijnbouwwerk oprichten of veranderen (milieu)’ en handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening . Uit de effectenindicator volgt dat de aanwezigheid van beschermde soorten onwaarschijnlijk is, zie onderstaande afbeeldingen.

Afbeelding 17: uitsnede kaart ‘Effectenindicator soorten’.

Afbeelding 18: conclusie ‘Effectenindicator soorten’. Geconcludeerd kan worden dat er geen ontheffing noodzakelijk is in het kader van de Wet Natuurbescherming. Het aantreffen van beschermde of bedreigde plantensoorten is uitgesloten omdat de projectlocatie volledig in gebruik is ten behoeven van glastuinbouw en containerteelt. Omdat groenstructuren, zoals bomen, struiken of kruidenrijke vegetaties en natuurlijke waterstructuren op de locatie ontbreken, is het treffen van amfibieën, vissen, reptielen en broedvogels eveneens uitgesloten. Gezien het voorstaande kan geconcludeerd natuurwaarden niet aan de orde is.

worden

dat

het

aantreffen van beschermde

4.4 Cultuurhistorie, aardkunde en archeologie Voorafgaand aan de realisatie van de beoogde bedrijfsopzet moet onderzocht worden of er sprake is van aantasting van archeologische, cultuurhistorische en aardkundige waarden.

4.4.1

Cultuurhistorie en aardkunde

Uit Kaart 3: Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed van de Iov blijkt dat de projectlocatie niet in een cultuurhistorisch vlak of een aardkundig waardevol gebied ligt. Daarnaast kent de locatie geen complexen van cultuurhistorisch belang. Hierdoor zal bij uitvoering van het plan geen afbreuk gedaan worden aan cultuurhistorische waarden of aardkundig waardevol gebied.

Ruimtelijke Onderbouwing Ploegstraat 64 Someren

27

Afbeelding 19: uitsnede kaart 3: instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Op de cultuurhistoriekaart (CHW) van de provincie Noord-Brabant zijn de ‘Cultuurhistorische vlakken’ en ‘Complexen van cultuurhistorisch belang’ weergegeven. Zie volgende afbeelding. Uit de cultuurhistoriekaart (CHW) van de provincie Noord-Brabant blijkt dat de projectlocatie niet gelegen is in een cultuurhistorisch waardevol gebied. Ook bevinden zich op de projectlocatie geen cultuurhistorische elementen, zoals monumentale bomen of historisch groen. Derhalve is te stellen dat vanuit het oogpunt cultuurhistorie geen bezwaar is tegen deze ontwikkeling.

Projectlocatie

Afbeelding 20: uitsnede cultuurhistoriekaart provincie Noord-Brabant 4.4.2

Archeologie

De zorg voor archeologische monumenten wordt geregeld in het proces van de ruimtelijke ordening. Zo is wettelijk bepaald dat gemeenten in nieuwe bestemmingsplannen rekening moeten houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten, archeologische waarden. Bij deze nieuwe plannen kunnen voorwaarden worden gesteld aan omgevingsvergunning voor de activiteiten bouw, aanleggen e.d. In het bestemmingsplan zijn geen archeologische verwachtingen opgenomen. Wel heeft de

Ruimtelijke Onderbouwing Ploegstraat 64 Someren

28

gemeente Someren een archeologische beleidskaart. Op de volgende afbeelding is een uitsnede hiervan weergegeven.

Projectlocatie

Afbeelding 21 Archeologische verwachtingskaart Someren Uit de Archeologische beleidskaart van de gemeente Someren blijkt dat de projectlocatie gelegen is binnen categorie 6 ‘gebieden met een lage archeologische verwachting’. Binnen categorie geldt geen onderzoekplicht. Te allen tijde geldt wel een meldingsplicht bij het aantreffen van archeologische toevalsvondsten op basis van art. 5.10 van de Erfgoedwet. Bodemvondsten kunnen telefonisch worden gemeld bij het Meldpunt Provinciaal Depot Bodemvondsten Noord-Brabant. Ten aanzien van cultuurhistorie, aardkunde en archeologie zijn er derhalve geen bezwaren ten aanzien van de gewenste ontwikkeling. 4.5 Bedrijven en milieuzonering De handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’ (editie 2009) is een publicatie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en dient als hulpmiddel voor milieuzonering in de ruimtelijke planvorming. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden.

Het waar nodig ruimtelijk scheiden van bedrijven en woningen bij nieuwe ontwikkelingen dient twee doelen: - Het al in het ruimtelijke spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen; - Aan bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. De VNG-publicatie is een hulpmiddel om de afstanden tussen bedrijvigheid en woningen concreet in te vullen. Gemeenten beslissen uiteindelijk zelf over een bepaalde locatie. De handreiking geeft informatie over de ruimtelijk relevante milieuaspecten en bijbehorende richtafstanden van een scala aan bedrijfsactiviteiten. Deze richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit. Er wordt onderscheid gemaakt in de omgevingstypen: - Rustige woonwijk en rustig buitengebied: een woonwijk (of vergelijkbaar omgevingstype) die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Er komen enkel wijkgebonden voorzieningen voor en er is weinig verstoring door verkeer. - Gemengd gebied: een gebied met matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen functies zoals winkels, horeca en kleine bedrijven voor of er is sprake lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid. Ook gebieden die

Ruimtelijke Onderbouwing Ploegstraat 64 Someren

29

direct naast de hoofdinfrastructuur liggen behoren tot het omgevingstype gemengd gebied, hier is sprake van verhoogde milieubelasting door geluid. De projectlocatie ligt in omgevingstype ‘gemengd gebied’. Dit omgevingstype wordt gekenmerkt door een matige tot sterke functiemenging. In de omgeving bevinden zich direct naast woningen andere functies zoals o.a. recreatie, glastuinbouwbedrijven, tuinbouwbedrijven en overige bedrijven. Een glastuinbouwbedrijf behoort tot milieucategorie 2. Voor een bedrijf uit deze milieucategorie, liggend in gemengd gebied, is de richtafstand 10 m. De nevenactiviteiten, de op- en overslag van eieren zijn niet opgenomen in de handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’. Tijdens de gebiedsgerichte integrale controle op 18 december 2017 is uitgegaan van ‘Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte)’, milieucategorie 2 en ‘Stalling van vrachtwagens (met koelinstallaties)’, milieucategorie 3.2. In werkelijkheid lijken de werkzaamheden van het op- en overslag bedrijf van eieren meer op een glastuinbouwbedrijf. Het opslaan van eieren gebeurt namelijk ook in temperatuur gereguleerde gebouwen/kassen. De uitstoot van geur, stof en geluid zijn vergelijkbaar met de opslag van glastuinbouwproducten evenals de transportbewegingen van en naar het bedrijf. In volgende tabel zijn de richtafstanden weergegeven.

Er is getoetst aan de omschrijvingen ‘Tuinbouw’, ‘Opslaggebouwen’ zoals in volgende tabel is weergegeven. ‘Stalling van vrachtwagens’ is niet overgenomen vanuit het controle rapport. Dit omdat er niet op grote schaal vrachtwagens gestald worden. De vrachtwagens die op het bedrijf tijdelijk gestald worden zijn ten behoeve van het glastuinbouwbedrijf en de nevenactiviteiten, deze vormen geen aparte bedrijfstak.

Tabel 2: Overzicht richtafstanden 'Bedrijven en Milieuzonering' SBI

Omschrijving

0112

Tuinbouw - kassen met gasverwarming Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte) Dierentuinen

52109 91041

Milieucategorie

Geur

Stof

Geluid

Gevaar

2

0

0

10 C

0

2

0

0

10 C

0

3.2

100

10

50 C

100

De dichtstbij gelegen woning van een bedrijf is gelegen aan de ploegstraat 59 en is gelegen op circa 20 meter van de perceelsgrens van het containerveld gelegen aan de straatzijde van de ploegstraat en op circa 67 meter van de bedrijfshal. De dichtstbijzijnde woning van derden Laarstraat 38 te Someren bevindt zich op een afstand van ca. 20 meter van het containerveld gelegen aan de straatzijde, circa 37 meter van het naastgelegen containervel en op circa 45 meter van de gebouwen. De woning is op circa 60 meter gelegen van de laaddocks. Aan ploegstraat 68 is een tropische vlindertuin gelegen, met een dierentuinvergunning. Deze bevindt zich op circa 160 meter van de gebouwen. Op grond hiervan kan worden gesteld dat ruimschoots wordt voldaan aan de richtafstanden. 4.6 Geur In het kader van de ruimtelijke procedure is het wenselijk dat de ontwikkeling geen negatief effect heeft op het woon- en leefklimaat in de omgeving van de projectlocatie. Ook na de beoogde ontwikkeling dient er sprake te zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het initiatief vindt gedeeltelijk plaats in glastuinbouwkassen die nieuw gerealiseerd worden. Werkzaamheden ten behoeve van een glastuinbouwbedrijf worden niet als geur-gevoelig beschouwd, en vormt derhalve geen belemmering voor (eventuele ontwikkeling van) omliggende (andere) agrarische bedrijven.

De nevenactiviteiten, op- en overslag van eieren, vinden plaats in bestaande bedrijfsgebouwen. Namelijk in de loods en het kantoor. De loods en het kantoor zijn in de bestaande situatie reeds al geurgevoelige objecten. In de beoogde situatie wordt het kantoor en loods gebruikt ten behoeve van nevenactiviteiten. Het gebruikt van deze gebouwen wijzigt verder niet. In de bestaande situatie werd Ruimtelijke Onderbouwing Ploegstraat 64 Someren

30

de loods gebruikt voor de op- en overslag van planten. In de beoogde situatie is de vindt hier de open overslag van eieren plaats. Het kantoor zal ook in de beoogde situatie als kantoor gebruikt worden. In de beoogde situatie is er geen sprake van een nieuw geurgevoelig object en vormt derhalve geen belemmering voor (eventuele ontwikkeling van) omliggende agrarische bedrijven. De locatie is gelegen in een glastuinbouwconcentratiegebied de ‘Vlasakkers’ waarbij de glastuinbouw ruimte krijgt voor ontwikkeling. In dit gebied zijn voornamelijk glastuinbouwbedrijven aanwezig. In de directe omgeving zijn een aantal veehouderijen aanwezig. Ten noorden van de projectlocatie is een pluimveehouderij gelegen, op 520 meter afstand van het kantoor. Deze veehouderij bevindt zich in een staderingsgebied. Binnen een stalderingsgebied zijn nadere regels opgesteld voor het oprichten van een dierenverblijf voor hokdieren (zoals pluimvee, varkens en vleeskalveren), om hiermee de regionale concentratie van vee te reguleren. Het uitbreiden in dieren en gebouwen voor deze locatie zijn gebonden aan extra regels. Tevens bevindt zich tussen dit bedrijf en de projectlocatie woningen en een recreatieve functie. Deze zijn geurgevoelige objecten vormen daarmee eerder een beperking voor de veehouderij dan de projectlocatie.

Ten (noord)oosten van de projectlocatie is een pluimveehouderij, op 515 meter afstand van kantoor gelegen, aan de Vlasstraat 13. In de omliggende omgeving van dit bedrijf bevindt zich een woonbestemming en glastuinbouwbedrijven. Deze veehouderij bevindt zich in een stalderingsgebied. Ook hier geldt dat er extra regels zijn verbonden aan uitbreiding op deze locatie. De naastgelegen woonfunctie, een geurgevoelig object, vormt daarmee eerder een beperking voor de veehouderij dan de projectlocatie. Ten zuiden van de projectlocatie, aan de Laarstraat 29 is een varkenshouderij gevestigd, op 265 meter afstand van de loods. Tegen over het bedrijf zijn woningen gelegen. De woonfunctie zijn geurgevoelig objecten en vormen daarmee eerder een beperking voor de veehouderij dan de projectlocatie. Ten westen van de projectlocatie is een vleeskalverhouderij gelegen, op 675 meter afstand van het kantoor. Deze veehouderij bevindt zich in een stalderingsgebied. Ook hier geldt dat er extra regels zijn verbonden aan uitbreiding op deze locatie. Tevens bevindt zicht tussen dit bedrijf en de projectlocatie een bestemming bedrijf. Dit bedrijf vormt daarmee eerder een beperking voor de veehouderij dan de projectlocatie.

Gekeken naar de gecumuleerde geurbelasting wordt verwacht dat het gezien het aantal veehouderijen in de directe omgeving en de ligging daarvan, dat er sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Ten aanzien van het aspect geur kan daarom worden gesteld dat er een aanvaardbaar woon- en leefklimaat heerst in de beoogde situatie. 4.7 Luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn geïmplementeerd op het gebied van grenswaarden voor diverse stoffen. Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico's van luchtverontreiniging. Voor de kwaliteit van de buitenlucht zijn in bijlage 2 bij de Wm bepaalde milieukwaliteitseisen voor de buitenlucht opgenomen. Deze milieukwaliteitseisen betreffen grenswaarden van concentraties voor zwaveldioxide, stikstofoxiden (NO x als NO2) zwevende deeltjes (PM10 en PM2,5), lood, koolmonoxide en benzeen. De kern van deze wetgeving bestaat uit de (Europese) luchtkwaliteitseisen. Nieuw zijn het ‘Besluit niet in betekende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’ en de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’. Voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging hoeft niet langer te worden getoetst aan de grenswaarden.

Niet in betekende mate bijdragen In de Algemene Maatregel van Bestuur ‘Niet in betekende mate bijdragen’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking Ruimtelijke Onderbouwing Ploegstraat 64 Someren

31

hebben op het begrip NIBM. Per 1 augustus 2009 geldt als NIBM 3% van de grenswaarde. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen opgenomen die Niet in Betekende Mate bijdragen aan de luchtverontreiniging (specifiek gekwantificeerde bedrijfsactiviteiten of het realiseren van kantoor- en woningbouwlocaties in een maximale omvang). Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven. Om versnippering van in betekende mate (IBM) projecten in meerdere NIBM-projecten te voorkomen is in het Besluit NIBM een anti-cumulatieartikel opgenomen. In de Handreiking NIBM is de toepassing van het Besluit NIBM en de Regeling NIBM toegelicht en uitgewerkt. De bijdrage van NIBM-projecten aan de luchtverontreiniging wordt binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) gecompenseerd met algemene maatregelen. NIBM-tool Voor kleinere ruimtelijke plannen verkeersplannen die effect kunnen hebben op de luchtkwaliteit heeft het ministerie van Infrastructuur en Milieu in samenwerking met Kenniscentrum InfoMil een specifieke rekentool ontwikkeld.

Daarmee kan op een eenvoudige en snelle manier worden bepaald of een plan niet in betekende mate bijdraagt (NIBM) aan de concentratie van een stof in de buitenlucht. Het doel van deze tool is: - Eenvoudig en snel bepalen of een plan in betekende mate bijdraagt aan de concentratie van een stof in de buitenlucht. - Het beperken van de onderzoekslast bij kleinere projecten. - Het vaststellen van grenzen voor het aantal extra voertuigbewegingen, dat niet zal leiden tot een concentratietoename die groter is dan de grens voor niet in betekende mate. Voor de transportbewegingen ten behoeve van het initiatief is uitgegaan van een maximaal standaard worst-case scenario. Hierbij is uitgegaan van het maximaal aantal extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde) wat volgens de NIBM-tool mogelijk is. Dit betreffen veel meer transportbewegingen welke plaatsvinden op 1 dag als dat in de feitelijke situatie op 1 dag plaats zullen vinden binnen de projectlocatie. Bij een op- en overslag bedrijf in eieren wordt gebruikt gemaakt van vrachtwagens. Daarom is uitgegaan dat 80% van de extra voertuigbewegingen bestaan uit vrachtverkeer. Dit betekent dat maximaal 161 extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde) op de locatie plaats kunnen vinden zodat de bijdrage van het extra verkeer niet in betekende mate is, zie onderstaande afbeelding.

Dit is veel meer dan in de beoogde situatie op één dag zal voorkomen. Er wordt een beperkte toename in het aantal verkeersbewegingen verwacht door het vergroten van het bouwvlak waardoor het planologisch mogelijk gemaakt om daar een kas te realiseren. Deze grond is nu als ‘agrarisch’ bestemd.

Ruimtelijke Onderbouwing Ploegstraat 64 Someren

32

Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar van planrealisatie

2020

Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)

161

Aandeel vrachtverkeer

80,0%

NO2 in μg/m

3

0,97

PM10 in μg/m

3

0,10

Extra verkeer als gevolg van het plan

Maximale bijdrage extra verkeer Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m

3

1,2

Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig

Afbeelding 22: NIBM berekening extra verkeer Het project is dermate beperkt van aard dat het niet in betekenende mate bijdraagt aan verandering van de luchtkwaliteit. Ten aanzien van luchtkwaliteit zijn er derhalve geen bezwaren ten aanzien van de gewenste ontwikkeling. 4.8 Geluid De Wet geluidhinder is sinds 1979 het juridisch kader voor het Nederlandse geluidsbeleid. Deze wet zorgt voor de bescherming van geluidsgevoelige bestemmingen tegen geluidhinder van wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai. Hierbij wordt o.a. gebruik gemaakt van zonering en geluidsnormen. De geluidsproductie van een glastuinbouwbedrijf is in hoofdzaak afkomstig van transportbewegingen, het laden en lossen, ventilatie en overige motoren binnen de inrichting. In de Wet geluidhinder is bepaald dat voor locaties in het bestemmingsplan waar woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen kunnen worden gerealiseerd, de geluidbelasting wordt onderzocht binnen de zones behorende bij verkeersbewegingen, spoorwegen en industrieterreinen. In deze situatie is geen sprake van een nieuwe geluidgevoelige bestemming, het betreft namelijk de bouw van nieuwe kassen het uitvoeren van nevenactiviteiten in bestaande bedrijfsgebouwen. De eventuele geluidsbelasting als gevolg van bedrijfsvoering is laag, zullen niet tot nauwelijks toenemen ten opzichte van de bestaande situatie.

De activiteiten vinden veelal inpandig of nabij de bedrijfsgebouwen/kassen plaats. Het aspect geluid vormt daarom geen belemmering voor de realisatie van onderhavig initiatief. 4.9

Verkeer en parkeren

4.9.1

Verkeer

Er wordt verwacht dat de gewenste activiteiten, een beperkte verkeersaantrekkende werking hebben. In de huidige situatie zijn de percelen in gebruik ten behoeve van containerteelt. Het aantal verkeersbewegingen zal gering toenemen, ten opzichte van de huidige situatie door het vergroten van het bouwvlak waarmee het planologisch mogelijk gemaakt wordt om kassen te bouwen. De nieuwe glastuinbouwkas binnen het bestaande bouwvlak en de nevenactiviteiten zullen geen verkeersaantrekkende werking hebben. De projectlocatie ligt gelegen in een glastuinbouwconcentratiegebied. De infrastructuur in dit gebied is speciaal ingericht voor glastuinbouwbedrijven. De toenemende verkeersbewegingen zullen verspreid zijn in verschillende verkeersrichtingen. Maatregelen in de bestaande verkeersstructuur zijn ten behoeve van voorliggend initiatief niet nodig. De verkeersstructuur voldoet om de toenemende verkeersbewegingen te kunnen verwerken.

Ruimtelijke Onderbouwing Ploegstraat 64 Someren

33

4.9.2

Ontsluiting

Het bedrijf wordt zowel in de huidige als in de nieuwe situatie ontsloten via meerdere uitritten op de ploegstraat, zie onderstaande afbeelding. De ontsluiting van het bedrijf wijzigt niet t.o.v. de huidige vigerende situatie. Maatregelen met betrekking tot de ontsluiting zijn ten behoeve van voorliggend initiatief niet nodig.

4.9.3

Parkeren

Binnen de projectlocatie is er voldoende parkeergelegenheid aanwezig op eigen terrein. Naast de laaddocks zijn er drie parkeerplaatsen aanwezig voor vrachtwagens. Daarnaast zijn er tien parkeerplaatsen aanwezig voor personenauto’s. Zie onderstaande afbeelding voor de beschikbare parkeerplaatsen binnen de projectlocatie.

Afbeelding 23: beschikbare parkeerplaatsen op de projectlocatie

Ruimtelijke Onderbouwing Ploegstraat 64 Someren

34

4.10 Externe veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op de risico’s die mensen lopen ten gevolge van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven en transportverbindingen (wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen). Externe veiligheid gaat nadrukkelijk niet over de veiligheid van de mensen die werkzaam zijn binnen het bedrijf of binnen een risicogebied van een transportroute.

4.10.1 Regelgeving

De regelgeving rondom externe veiligheid is opgenomen in diverse besluiten en regelingen. Besluiten en regelingen, waarin de aanvaardbare risico’s zijn vastgelegd, voor Ploegstraat 64 te Someren kunnen zijn: - Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) - Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) - Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) De normen in de besluiten zijn vastgelegd in de vorm van grenswaarden en richtwaarden. De grenswaarden geven de milieukwaliteit aan die op een bepaald tijdstip ten minste moet zijn bereikt, en die, waar zij aanwezig is, ten minste in stand moet worden gehouden. De richtwaarden geven de kwaliteit aan die op een bepaald tijdstip zoveel mogelijk moet zijn bereikt en die, waar zij aanwezig is, zoveel mogelijk in stand moet worden gehouden. De externe veiligheidsrisico’s worden uitgedrukt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) binnen het invloedsgebied. In onderstaand kader worden deze risico’s nader uitgelegd. Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft inzicht in de theoretische kans op overlijden van een individu op een bepaalde horizontale afstand van een risicovolle activiteit. Het plaatsgebonden risico wordt bepaald door te stellen dat een (fictief) persoon zich 24 uur per dag gedurende een heel jaar onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt.

De plaatsgebonden risicocontour is een contour waarbij alle punten met een gelijk risico met elkaar verbonden worden. Deze punten worden bepaald door de kans van optreden van diverse ongeval scenario’s. De grenswaarde voor het plaatsgebonden risico is 10-6 per jaar en geldt voor nieuwe situaties. Hierbinnen mogen geen kwetsbare objecten worden toegevoegd en ook nieuwe beperkt kwetsbare objecten, zijn in beginsel niet toegestaan. Als het plaatsgebonden risico 10-8 per jaar is, wordt het als verwaarloosbaar beschouwd. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico wordt behalve de ongevalfrequentie en het aantal transporten van gevaarlijke stoffen, tevens bepaald door de hoeveelheid aanwezige mensen in de nabijheid van een mogelijk ongeval. Met het groepsrisico wordt aangegeven hoe groot het aantal dodelijke slachtoffers bij een ongeval kan zijn op basis van de hoeveelheid aanwezige mensen. Naarmate de groep slachtoffers groter wordt, moet de kans op een dergelijk ongeval (kwadratisch) kleiner zijn. Bij het bepalen van het groepsrisico wordt getoetst aan de oriëntatiewaarde, hiervoor zijn geen vaste contouren beschikbaar.

Invloedsgebied Gebied aan weerszijden van een weg, spoorweg of binnenwater waar ten hoogste 1% van de in dat gebied aanwezige personen kan overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval op die weg, spoorweg of binnenwater waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Voor wat betreft risicobedrijven is het invloedsgebied het gebied, dat in het Reglement externe veiligheid inrichtingen is bepaald, waarin personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico.

Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan normen vermeld in bovengenoemde regelgeving. Een ontwikkeling is niet toegestaan indien deze leidt tot een overschrijding van de grenswaarden. Van de richtwaarden kan gemotiveerd worden afgeweken.

Ruimtelijke Onderbouwing Ploegstraat 64 Someren

35

4.10.2 Toetsing aan beleid

Projectlocatie

Afbeelding 24: uitsnede Risicokaart (bron: www.ricicokaart.nl) Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Gezien de aard van de voorgenomen activiteiten (exploitatie van een glastuinbouwbedrijf met nevenactiviteit op- en overslag van eieren) op de planlocatie is het Bevi niet van toepassing. De werkzaamheden omvatten niet het gebruik, opslag of vervoer van gevaarlijke stoffen. Uit de risicokaart blijkt dat op Driehoekstraat 24 een bovengrondse propaantank (3 m 3) gelegen is. Hiervoor is geen risicocontour PR 10-6 aangegeven, maar geldt de veiligheidsafstand volgens het Activiteitenbesluit (10 meter). Ter plaatse van de Vlasstraat 5 is tevens een bovengrondse propaaninstallatie (20 m3) gelegen. Hiervoor is een risicocontour PR 10 -6 aangegeven. De projectlocatie is gelegen op circa 360 meter, en ligt hiermee ver buiten de invloedsfeer. De bestaande situatie wijzigt niet. In het voorliggend initiatief worden deze veiligheidsafstanden in acht genomen. Er ontstaan daardoor geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkelingen op de projectlocatie. Daarom kan worden geconcludeerd dat er voor dit plan geen belemmeringen zijn vanuit het oogpunt van Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) De ontwikkeling ligt buiten de invloedsfeer van zowel het spoortraject als de Snel- en Rijksweg.

Daarom is verdere beoordeling aan het Bevt niet van toepassing. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) In het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ is in de nabijheid geen dubbelbestemming ‘Leiding – Gas’ opgenomen. De voorgenomen ontwikkelingen liggen buiten deze dubbelbestemming en de voorgenomen ontwikkelingen hebben geen invloed op het bepaalde in de bijbehorende regels. De ontwikkeling ligt buiten de invloedsfeer van de in het Bevb opgenomen buisleidingen. Daarom is verdere beoordeling aan het Bevb niet van toepassing.

Conclusie

Het aspect externe veiligheid is geen belemmering voor het plan.

Ruimtelijke Onderbouwing Ploegstraat 64 Someren

36

4.11 Technische infrastructuur In of nabij de projectlocatie liggen geen planologisch relevante buisleidingen en lopen tevens geen relevante straalpaden (zoals te zien op de risicokaart in afbeelding 25). Voordat er gebouwd wordt zal er een KLIC-melding gemaakt worden om relevante kabels en leidingen van de projectlocatie in beeld te brengen.

Ruimtelijke Onderbouwing Ploegstraat 64 Someren

37

5. Bijlagen

37

Bestemmingswinst en Landschappelijke Kwaliteitsverbetering Someren versie:

augustus 2020

ontwikkeling / bestemmingsplan: oppervlakte plangebied: Bestemmingswaarde Agrarische bestemmingen Agrarisch bedrijf Agrarisch bedrijf - per bedrijfswoning (1.000 m2) Agrarische grond - Landbouw gronden Agrarische grond - Teeltondersteunende voorzieningen Agrarische grond - Zonneweide Bedrijfsbestemmingen, niet-agrarisch Bedrijf, cat 1-2, max 800 m2 bedrijfsgebouw Bedrijf, cat 1-2, meer dan 800 m2 bedrijfsgebouw Bedrijf, cat 3 of hoger, max 1.500 m2 bedrijfsgebouw Bedrijf, cat 3 of hoger, meer dan 1.500 m2 bedrijfsgebouw Agrarisch verwant / agrarisch technisch hulpbedrijf Bedrijf - per bedrijfswoning (1.000 m2) Maatschappelijk - met bouwvlak Maatschappelijk - zonder bouwvlak Recreatie, verblijfsrecreatie, met bouwvlak Recreatie, verblijfsrecreatie, zonder bouwvlak Recreatie, dagrecreatie, met bouwvlak Recreatie, dagrecreatie, zonder bouwvlak Horeca Sport, met bouwvlak Sport, zonder bouwvlak Gemengd Windmolen(s)

Ploegstraat 64 te Someren 2441 #1

#2

#2

Algemene bestemmingen Bos Landschappelijke inpassing Landschappelijke inpassing (aangeduid binnen 'Wonen') Natuur Water Groen Verkeer Wonen Wonen tot 1.000 m2 Wonen groter dan 1.000 m2 maar kleiner dan 2.500 m2 Wonen groter dan 2.500 m2 Tuin (aansluitend aan woonperceel > 2.500 m2

#2

m2

bedrag / m2

20,00 75,00 8,50 12,00 maatwerk

2441

na ontwikkeling oppervlak waarde

20.748,50 -

2441

48.820,00 -

75,00 90,00 110,00 125,00 90,00 75,00 125,00 40,00 75,00 40,00 40,00 15,00 75,00 90,00 15,00 maatwerk maatwerk

-

-

1,00 1,00 1,00 1,00 1,00 1,00 12,50

-

-

225,00 60,00 50,00 10,00

-

-

Bestemmingswaarde Bestemmingswinst als gevolg van de ontwikkeling Te leveren investering kwaliteitsverbetering van het landschap

voor ontwikkeling

20.748,50

na ontwikkeling

48.820,00 28.071,50 5.614,30

20%

Check oppervlakte plangebied

voor ontwikkeling

Bebouwingswinst

bedrag / eenh.

Waardestijging als geen gebruik wordt gemaakt van de Somerense sloop-bonus regeling(en) Extra m3 inhoud (bedrijfs-)woning, groter dan 750 m3 Extra m2 bijgebouwen bij een (bedrijfs-)woning, groter dan 100 m2 Extra m2 bedrijfsgebouw bij 'Bedrijf' - milieucategorie 1-2 Extra m2 bedrijfsgebouw bij 'Bedrijf' - milieucategorie 3 of hoger Extra m2 bedrijfsgebouw bij andere bestemming dan 'Bedrijf' of 'Agrarisch bedrijf'

voor ontwikkeling oppervlakte waarde

2441

na ontwikkeling

voor ontwikkeling m2 / m3 waarde

2441

voldoet

na ontwikkeling m2 / m3 waarde

250,00 150,00 150,00

-

-

150,00

-

-

Bebouwingswaarde Bebouwingswinst als gevolg van de ontwikkeling Te leveren investering kwaliteitsverbetering van het landschap

voor ontwikkeling

-

na ontwikkeling

50%

Bestemmingswinst + Bebouwingswinst Te leveren investering kwaliteitsverbetering van het landschap Drempelwaarde

#1 #2

28.071,50 5.614,30

1.000,00

Blijft de verplichting onder de drempelwaarde? Nee. Ga naar werkblad 'Landschappelijke Kwaliteit'

De begripsomschrijvingen en bestemmingsomschrijvingen uit het bestemmingsplan van de gemeente Someren zijn bepalend voor de indeling Aan een (agrarische) bedrijfswoning wordt 1.000 m2 van het bouwvlak toegerekend

Notitie:

Reek,

Stikstofdepositieberekening Glastuinbouwkas en nevenactiviteiten

27 februari 2020, aangepast 5 februari 2021

Kenmerk: 919094.003 Om te bepalen of de realisatie van een nieuwe glastuinbouwkas, vergroten van het bouwvlak (bouwmogelijkheden kas) en de op- en overslag van eieren als nevenactiviteiten aan de Ploegstraat 64 te Someren mogelijke negatieve gevolgen heeft voor omliggende Natura 2000-gebieden is middels een AERIUS-berekening bepaald of er sprake is van een toename van stikstofdepositie op de Natura 2000gebieden. In deze notitie wordt een toelichting gegeven op de gebruikte gegevens om de stikstofdepositie te berekenen. Als de uitkomst van de berekening is dat er geen sprake is van stikstofdepositie, dus kleiner of gelijk aan 0,00 mol/ ha/jaar, dan is er geen natuurvergunning nodig en zijn er geen beperkingen in het kader van het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning voor de aanlegfase als ook voor de gebruiksfase omtrent stikstof. De berekening om depositie inzichtelijk te maken wordt uitgevoerd met het rekenprogramma AERIUS Calculator. Dit rekenprogramma berekent de stikstofdepositie ter plaatse van de voor verzuring gevoelige habitats/leefgebieden binnen de Natura2000-gebieden Het beoogde plan bestaat uit het vergroten van het bouwblok, de realisatie van een glastuinbouwkas en op- en overslag van eieren als nevenactiviteiten binnen de bestaande gebouwen op de locatie Ploegstraat 64 te Someren.

De afmeting van de nieuwe glastuinbouwkas is 84 meter bij 40,9 meter, met een oppervlak 3.435,6 m2. De op- en overslag van eieren (nevenactiviteiten) vindt plaats in de bestaande loods deels in de bestaande kas. In de beoogde situatie is uitgegaan dat de nieuw te bouwen glastuinbouwkas verwarmt wordt. Voor de bouw van de kas vinden verschillende werkzaamheden plaats die een emissie van stikstof tot gevolg hebben. Emissies van stikstof zijn te verdelen een aanlegfase en gebruiksfase. Tijdens de aanlegfase zijn de voornaamste bronnen de verkeersbewegingen van het bouwverkeer en van machines die op het bouwterrein werkzaam zijn. Tijdens de gebruiksfase zijn de belangrijkste bronnen van stikstofuitstoot het verwarmen van het kantoorgebouw en kassen en daarnaast de aan- en afvoer van eieren en producten uit glastuinbouwkassen. In deze notitie wordt een toelichting gegeven op de uitgevoerde depositieberekening van beide fasen. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van het aantal verkeersbewegingen en machines tijdens de bouwfase. Aanlegfase: Voor de bouwwerkzaamheden zijn verschillende machines en materialen benodigd. Ook is er sprake van transportbewegingen voor het materieel en personeel wat werkzaam is op de locatie. De volgende bronnen zijn ingevoerd in het rekenprogramma:

Het personeel wat werkzaam is op de bouwlocatie is afkomstig van bouwbedrijven, installatiebedrijven en dergelijke. Aangenomen wordt dat er per dag 8 voertuigen (bedrijfsbusjes)op het bouwterrein aanwezig zijn. Dit zijn 16 verkeersbewegingen per etmaal. Voor de bouw van de kassen zijn bouwmaterialen benodigd. Te denken valt aan spanten, beton, glas etc. Voor de berekening is een worst-case-aanname opgenomen dat dagelijks twee vrachtwagens het bouwterrein bezoek (4 verkeersbewegingen). De bovenstaande verkeersbewegingen zijn verdeeld over de noord/oostelijke en westelijke richting. Om deze reden het aantal verkeersbewegingen per etmaal verdubbeld. Tijdens werkzaamheden op het bouwterrein vinden ook werkzaamheden plaats met machines met verbrandingsmotoren op locatie. Te denken valt aan graafmachines, betonpompen en hijskranen. Andere machines zijn veelal elektrisch aangedreven (betonmolen, handgereedschap). Omdat de exacte aantallen/draaiuren onbekend zijn, is een worst-case-inschatting gemaakt van de verschillende bronnen op het bouwterrein - bouwrijp maken terrein: om de nieuwe gebouwen te kunnen realiseren wordt de bestaande grond afgegraven en afgevoerd. In de berekening is opgenomen dat er 20 uur een graafmachine werkzaam is om de fundering uit te graven en na het storten de grond weer op te hogen tot peil.

- Beton storten: voor het storten van de vloeren zal een betonpomp werkzaam zijn op locatie. Deze betonpomp draait maximaal 20 uur. - Hijswerkzaamheden: bij het plaatsen van spanten, vloerdelen en glasplaten wordt er een kraan gebruikt. Deze werkzaamheden duren tijdens de bouwtijd maximaal 40 uur. Verdere invoergegevens zijn als bijlage overzicht invoergegevens bronnen bouwterrein toegevoegd aan deze notitie De stikstofdepositie van bovengenoemde bronnen wordt berekend op jaarbasis. In het rekenmodel worden de bronnen die per etmaal worden ingevoerd vermenigvuldigd met 365 om deze depositie te berekenen. Dit betekent dat het ook mogelijk is dat er dagen meerdere verkeersbewegingen komen en andere dagen minder. Bovenstaande aantallen zijn dan ook gemiddelden tijdens de bouwfase. Uit de berekening blijkt dat met bovenstaande gegevens geen depositie wordt berekend binnen de Natura 2000-gebieden. In een separate bijlage is een uitdraai van het rekenprogramma opgenomen met hierin de bronnen en de rekenresultaten. Op pagina 2 van de bijlage is te lezen dat de berekening (met bovenstaande gegevens) geen depositieresultaten heeft opgeleverd. Gelet op deze notitie en de uitgevoerde berekening blijkt dat tijdens de bouwwerkzaamheden er geen sprake is van een stikstofdepositie.

Gebruiksfase: Na voltooiing van de bouwwerkzaamheden kan de nieuwe glastuinbouwkas en de loods in gebruik genomen worden voor de op- en overslag van eieren. Tijdens deze fase zijn de belangrijkste bronnen van stikstofuitstoot het verwarmen van het kantoorgebouw en kassen en daarnaast de aan- en afvoer van eieren en producten uit glastuinbouwkassen. In de beoogde situatie is uitgegaan is van een verwarmde glastuinbouwkas van 40,9 meter bij 84 meter. De NOx emissie van een glastuinbouwkas is 1004 kg NOx per jaar per hectare. Een deel van de bestaande glastuinbouwkas (9,5 meter bij 23,5 meter) 221,6 m2 zal gebruikt worden ten behoeve van het glastuinbouw bedrijf. In totaal betekend dit (221,6 + 3435,6) 3.657,2 m2 ten behoeve van het glastuinbouw bedrijf. De bestaande loods (543 m2) en het overige deel van de bestaande kas (445 m2) zal gebruikt worden ten behoeve van de nevenactiviteit. In totaal is dit 988 m2. Voor de berekening van

NOx van het kantoor en de kantine is uitgegaan van de gegevens van StatLine - Energiekentallen utiliteitsbouw dienstensector; oppervlakteklasse van 30 januari 2019 . Een kantoor tot 500 m2 heeft hier een gasverbruik van 15 m3 per m2 kantoor. Het kantoor heeft een oppervlakte van circa 371 m2. Het gasverbruik per jaar van dit kantoor is circa 5.565 m3. Zie onderstaande tabel voor de stikstofuitstoot per gebouw per jaar.

Activiteit Glastuinbouwkas 1 Glastuinbouwkas 2 Nevenactiviteiten Kantine en kantoor

Oppervlakte 3.657 m2 2.441 m2 988 m2 371 m2 Totaal:

Kg NOx per jaar 367,2 0 0 2,64 369,84

Verkeersgeneratie Door het wijzigen van de bestemming, zoals hierboven benoemd, wordt het planologisch mogelijk om kassen te realiseren binnen het bouwvlak. Hierdoor neemt het aantal verkeersbewegingen planologisch toe. Verwacht wordt dat de ondergeschikte nevenactiviteiten, op- en overslag van eieren, geen extra verkeer generen ten opzichte van de huidige situatie (plantenkwekerij. Zowel het glastuinbouwbedrijf als de op- en overslag van eieren is arbeidsextensief en bezoekers extensief. Voor de bestaande loods, bestaande kas, beoogde kas en vergroting bouwvlak is uitgegaan van worst-case scenario, namelijk 8 verkeersbewegingen per dag per hectare. In de beoogde situatie is er (3.657+2.377+988) 7.086 m2, ook wel 0,7 hectare ten behoeve van glastuinbouw en nevenactiviteiten. Afgerond zijn dit 6 verkeersbewegingen per dag. Hierbij is uitgegaan van zware motorvoertuigen zoals vrachtwagens met 3 of meer assen, vrachtwagens met aanhanger en trekkers met oplegger. Er is gekozen voor een worstcase scenario. Het aantal verkeersbewegingen per etmaal is verdubbeld en zijn verdeeld noord/oostelijke en westelijke richting. Het kantoor gebouw heeft een oppervlakte circa 371 m2. Voor het berekenen van de verkeersgeneratie van het kantoor (inclusief kantine) en het woonhuis is uitgegaan van de richtlijnen uit het rapport (uitgave december 2018) van het CROW aangehouden.

Hierbij is 9,6 verkeersbewegingen opgenomen per 100 m2 bedrijfsvloeroppervlakte (bvo). Dit betekend 35,6 verkeersbewegingen (licht verkeer). Voor een vrijstaande koopwoning is in het CROW 8,6 verkeersbewegingen opgenomen. In totaal zijn dit 44,2 lichte verkeersbewegingen. Gekozen is om de verkeersgeneratie te verdelen over 2 verkeersrichtingen, namelijk tot het kruispunt met de vlasstraat (noordoostelijk) en tot aan het kruispunt met de Hollandseweg (zuidwestelijk). Hier gaan de verkeersbewegingen op in het overige verkeer. Conclusie In deze notitie is een nadere toelichting gegeven op de stikstofbronnen die plaatsvinden tijdens de bouwen gebruiksfase van de bedrijfspanden. Deze bronnen zijn ingevoerd in het rekenmodel AERIUS calculator om de stikstofdepositie in beeld te brengen. Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat met de beoogde ontwikkeling geen sprake is van een stikstofdepositie op de gevoelige habitats/leefgebieden binnen de Natura 2000-gebieden. Er is dan ook geen sprake van een vergunningplicht in het kader van de Wet natuurbescherming (gebiedsbescherming) als gevolg van de stikstofemissie vanaf de bedrijfslocatie aan de ploegstraat 64 te Someren. Bijlagen: Bijlage 1: overzicht invoergegevens bronnen bouwterrein Bijlage 2: energiekentallen utiliteitsbouw dienstensector; oppervlakteklasse Bijlage 3: overzicht invoergegevens kantoor

Bijlage 1: overzicht invoergegevens bronnen bouwterrein Graafmachine:

Betonwagen:

Hijskranen:

Bijlage 2: energiekentallen utiliteitsbouw dienstensector; oppervlakteklasse

Bijlage 3: overzicht invoergegevens kantoor Stookinstallatie Kantoor Brandstofverbruik: Brandstof: Omrekening aardgasequivalent Omrekening naar GJ Totaal warmteverbruik Emissiefactor NOx Emissie

5565 m3/jaar aardgas 1 31,6 176,1 GJ/jaar 15 g/GJ 2,64 kg/jaar

invoeren per stal/stookinstallatie bv: aardgas, propaan zie: https://www.infomil.nl/link-aim/tabel/ 1 GigaJoule = 31,6 m3 aardgas equivalent zie pag 4, rapport TNO 2014 R10584 (worst-case 2018)

Ü·¬ ¼±½«³»²¬ ¾»ª¿¬ ®»µ»²®»-«´¬¿¬»² ª¿² ßÛÎ×ËÍ Ý¿´½«´¿¬±®ò Ø»¬ ¾»¬®»º¬ ¼» ¸±±¹-¬ ¾»®»µ»²¼» -¬·µ-¬±º¾·¶¼®¿¹»² °»® -¬·µ-¬±º¹»ª±»´·¹ Ò¿¬«®¿ îðððó¹»¾·»¼ô ±° ¾¿-·- ª¿² ®»µ»²°«²¬»² ¼·» ±ª»®´¿°°»² ³»¬ ¸¿¾·¬¿¬¬§°»² »²ñ±º ´»»º¹»¾·»¼»² ¼·» ¿¿²¹»©»¦»² ¦·¶² ·² ¸»¬ µ¿¼»® ª¿² ¼» É»¬ ²¿¬««®¾»-½¸»®³·²¹ô ¹»µ±°°»´¼ ¿¿² »»² ¿¿²¹»©»¦»² -±±®¬ô ±º ²±¹ ±²¾»µ»²¼ ³¿¿® ³±¹»´·¶µ ©»´ ®»´»ª¿²¬ò Ü» ¾»®»µ»²·²¹ ±° ¾¿-·- ª¿² -¬·µ-¬±º»³·--·»¹¿¿¬ «·¬ ª¿² ¼» ½±³°±²»²¬»² ¿³³±²·¿µ øÒØí÷ »²ñ±º -¬·µ-¬±º±¨·¼» øÒѨ÷ò É·´¬ « ª»®¼»® ®»µ»²»² ±º ¹»¹»ª»²- ©·¶¦·¹»²á ׳°±®¬»»® ¼» °¼º ¼¿² ·² Ý¿´½«´¿¬±®ò ʱ±® ³»»® ¬±»´·½¸¬·²¹ ª»®©·¶¦»² ©·¶ « ²¿¿® ¼» ©»¾-·¬» ©©©ò¿»®·«-ò²´ò

Þ»®»µ»²·²¹ Þ»±±¹¼ Õ»²³»®µ»² Í¿³»²ª¿¬¬·²¹ »³·--·»Ü»°±-·¬·»®»-«´¬¿¬»² Ù»¼»¬¿·´´»»®¼» »³·--·»¹»¹»ª»²-

Ê»®¼»®» ¬±»´·½¸¬·²¹ ±ª»® ¼»¦» ÐÜÚ µ«²¬ « ª·²¼»² ·² »»² ¾·¶¾»¸±®»²¼» ´»»-©·¶¦»®ò Ü»¦» ´»»-©·¶¦»® »² ±ª»®·¹» ¼±½«³»²¬¿¬·» ·- ¬» ®¿¿¼°´»¹»² ª·¿æ ¸¬¬°-æññ©©©ò¿»®·«-ò²´ñ¸¿²¼´»·¼·²¹»²ó»²ó´»»-©·¶¦»®-ò ηµßÓ¹êÍìØêÚ øðë º»¾®«¿®· îðîï÷ °¿¹·²¿ ïñê

λ-«´¬¿¬»²

ݱ²¬¿½¬

ß½¬·ª·¬»·¬

λ½¸¬-°»®-±±²

ײ®·½¸¬·²¹-´±½¿¬·»

¿²¹»´ »¹¹-

°´±»¹-¬®¿¿¬ êìô ëéïî ÎÔ Í±³»®»²

ѳ-½¸®·¶ª·²¹

ßÛÎ×ËÍ µ»²³»®µ

°´±»¹-¬®¿¿¬ êì

ηµßÓ¹êÍìØêÚ

Ü¿¬«³ ¾»®»µ»²·²¹

λµ»²¶¿¿®

λµ»²½±²º·¹«®¿¬·»

ðë º»¾®«¿®· îðîïô ïìæîè

îðîð

Þ»®»µ»²¼ ª±±® ²¿¬««®¹»¾·»¼»²

̱¬¿´» »³·--·»

λ-«´¬¿¬»² Ø»½¬¿®» ³»¬ ¸±±¹-¬» ¾·¶¼®¿¹» ø³±´ñ¸¿ñ¶÷

̱»´·½¸¬·²¹

λ-«´¬¿¬»²

Í·¬«¿¬·» ï

ÒѨ

íçôëð µ¹ñ¶

ÒØí

ä ï µ¹ñ¶

Ò¿¬««®¹»¾·»¼

Ë© ¾»®»µ»²·²¹ ¸»»º¬ ¹»»² ¼»°±-·¬·»®»-«´¬¿¬»² ±°¹»´»ª»®¼ ¾±ª»² ðôðð ³±´ñ¸¿ñ¶®ò

ß¿²´»¹º¿-»

Þ»±±¹¼

ηµßÓ¹êÍìØêÚ øðë º»¾®«¿®· îðîï÷ °¿¹·²¿ îñê

λ-«´¬¿¬»²

Ô±½¿¬·» Þ»±±¹¼

Û³·--·» Þ»±±¹¼

Þ®±² Í»½¬±®

Û³·--·» ÒØí

Û³·--·» ÒѨ

Ò±±®¼±±-¬ É»¹ª»®µ»»® ¤ Þ«·¬»²©»¹»²

ä ï µ¹ñ¶

îôêí µ¹ñ¶

Æ«·¼©»-¬ É»¹ª»®µ»»® ¤ Þ«·¬»²©»¹»²

ä ï µ¹ñ¶

ëôçî µ¹ñ¶

Ò±±®¼±±-¬ î É»¹ª»®µ»»® ¤ Þ«·¬»²©»¹»²

ä ï µ¹ñ¶

ä ï µ¹ñ¶

Æ«·¼©»-¬ î É»¹ª»®µ»»® ¤ Þ«·¬»²©»¹»²

ä ï µ¹ñ¶

ïôéï µ¹ñ¶

ó

îèôëê µ¹ñ¶

Ò·»«©» µ¿--»² Ó±¾·»´» ©»®µ¬«·¹»² ¤ Þ±«© »² ײ¼«-¬®·»

λ-«´¬¿¬»²

Þ»±±¹¼

ηµßÓ¹êÍìØêÚ øðë º»¾®«¿®· îðîï÷ °¿¹·²¿ íñê

λ-«´¬¿¬»²

Û³·--·» ø°»® ¾®±²÷

Ò¿¿³ Ô±½¿¬·» øÈôÇ÷

Þ»±±¹¼

ÒѨ ÒØí

ͱ±®¬

ʱ»®¬«·¹

ͬ¿²¼¿¿®¼

Æ©¿¿® ª®¿½¸¬ª»®µ»»®

Ò¿¿³ Ô±½¿¬·» øÈôÇ÷ ÒѨ ÒØí

ͱ±®¬

ʱ»®¬«·¹

ͬ¿²¼¿¿®¼

Æ©¿¿® ª®¿½¸¬ª»®µ»»®

Ò¿¿³ Ô±½¿¬·» øÈôÇ÷ ÒѨ ÒØí

λ-«´¬¿¬»²

Ò±±®¼±±-¬ ïééèìîô íéìçîï îôêí µ¹ñ¶ ä ï µ¹ñ¶

ß¿²¬¿´ ª±»®¬«·¹»² ͬ±º

Û³·--·»

ìôð ñ »¬³¿¿´ ÒѨ ÒØí

îôêí µ¹ñ¶ ä ï µ¹ñ¶

Æ«·¼©»-¬ ïééìîçô íéìííè ëôçî µ¹ñ¶ ä ï µ¹ñ¶

ß¿²¬¿´ ª±»®¬«·¹»² ͬ±º

Û³·--·»

ìôð ñ »¬³¿¿´ ÒѨ ÒØí

ëôçî µ¹ñ¶ ä ï µ¹ñ¶

Ò±±®¼±±-¬ î ïééèëêô íéìçìð ä ï µ¹ñ¶ ä ï µ¹ñ¶

ͱ±®¬

ʱ»®¬«·¹

ß¿²¬¿´ ª±»®¬«·¹»² ͬ±º

Û³·--·»

ͬ¿²¼¿¿®¼

Ô·½¸¬ ª»®µ»»®

ïêôð ñ »¬³¿¿´ ÒѨ ÒØí

ä ï µ¹ñ¶ ä ï µ¹ñ¶

Þ»±±¹¼

ηµßÓ¹êÍìØêÚ øðë º»¾®«¿®· îðîï÷ °¿¹·²¿ ìñê

λ-«´¬¿¬»²

Æ«·¼©»-¬ î ïééìíïô íéìíìð ïôéï µ¹ñ¶ ä ï µ¹ñ¶

Ò¿¿³ Ô±½¿¬·» øÈôÇ÷ ÒѨ ÒØí

ͱ±®¬

ʱ»®¬«·¹

ß¿²¬¿´ ª±»®¬«·¹»² ͬ±º

Û³·--·»

ͬ¿²¼¿¿®¼

Ô·½¸¬ ª»®µ»»®

ïêôð ñ »¬³¿¿´ ÒѨ ÒØí

ïôéï µ¹ñ¶ ä ï µ¹ñ¶

Ò¿¿³ Ô±½¿¬·» øÈôÇ÷ ÒѨ

λ-«´¬¿¬»²

ʱ»®¬«·¹

ѳ-½¸®·¶ª·²¹

ßÚÉ

Ò·»«©» µ¿--»² ïéééèíô íéìéðë îèôëê µ¹ñ¶

Ë·¬-¬±±¬ ¸±±¹¬» ø³÷

Ͱ®»·¼·²¹ ø³÷

É¿®³¬» ͬ±º ·²¸±«¼ øÓÉ÷

Û³·--·»

Ù®¿¿º³¿½¸·²»

ìôð

ìôð

ðôð ÒѨ

êôçê µ¹ñ¶

ßÚÉ

Þ»¬±²©¿¹»²

ìôð

ìôð

îðôð ÒѨ

éôîð µ¹ñ¶

ßÚÉ

Ø·¶-µ®¿²»²

ìôð

ìôð

ðôð ÒѨ

ïìôìð µ¹ñ¶

Þ»±±¹¼

ηµßÓ¹êÍìØêÚ øðë º»¾®«¿®· îðîï÷ °¿¹·²¿ ëñê

λ-«´¬¿¬»²

Ü·-½´¿·³»®

ر»©»´ ª»®-¬®»µ¬» ¹»¹»ª»²- µ«²²»² ¼·»²»² ¬»® ±²¼»®¾±«©·²¹ ª¿² »»² ª»®¹«²²·²¹¿¿²ª®¿¿¹ô µ«²²»² »® ¹»»² ®»½¸¬»² ¿¿² ©±®¼»² ±²¬´»»²¼ò Ü» »·¹»²¿¿® ª¿² ßÛÎ×ËÍ ¿¿²ª¿¿®¼¬ ¹»»² ¿¿²-°®¿µ»´·¶µ¸»·¼ ª±±® ¼» ·²¸±«¼ ª¿² ¼» ¼±±® ¼» ¹»¾®«·µ»® ¿¿²¹»¾±¼»² ·²º±®³¿¬·»ò Þ±ª»²-¬¿¿²¼» ¹»¹»ª»²- ¦·¶² »²µ»´ ¾®«·µ¾¿¿® ¬±¬ »® »»² ²·»«©» ª»®-·» ª¿² ßÛÎ×ËÍ ¾»-½¸·µ¾¿¿® ·-ò ßÛÎ×ËÍ ·- »»² ¹»®»¹·-¬®»»®¼ ¸¿²¼»´-³»®µ ·² Û«®±°¿ò ß´´» ®»½¸¬»² ¼·» ²·»¬ »¨°´·½·»¬ ©±®¼»² ª»®´»»²¼ô ¦·¶² ª±±®¾»¸±«¼»²ò

λµ»²¾¿-·-

Ü»¦» ¾»®»µ»²·²¹ ·- ¬±¬ -¬¿²¼ ¹»µ±³»² ±° ¾¿-·- ª¿²æ ßÛÎ×ËÍ ª»®-·» îðîðÁîðîðïîïêÁ½éëçíèêçéï Ü¿¬¿¾¿-» ª»®-·» îðîðÁîðîðïîïêÁ½éëçíèêçéï ʱ±® ³»»® ·²º±®³¿¬·» ±ª»® ¼» ¹»¾®«·µ¬» ³»¬¸±¼·»µ »² ¼¿¬¿ ¦·»æ ¸¬¬°-æññ©©©ò¿»®·«-ò²´ñ²´ñº¿½¬-¸»»¬-ñ®»´»¿-»ñ¿»®·«-󽿴½«´¿¬±®óîðîð

λ-«´¬¿¬»²

Þ»±±¹¼

ηµßÓ¹êÍìØêÚ øðë º»¾®«¿®· îðîï÷ °¿¹·²¿ êñê

Ü·¬ ¼±½«³»²¬ ¾»ª¿¬ ®»µ»²®»-«´¬¿¬»² ª¿² ßÛÎ×ËÍ Ý¿´½«´¿¬±®ò Ø»¬ ¾»¬®»º¬ ¼» ¸±±¹-¬ ¾»®»µ»²¼» -¬·µ-¬±º¾·¶¼®¿¹»² °»® -¬·µ-¬±º¹»ª±»´·¹ Ò¿¬«®¿ îðððó¹»¾·»¼ô ±° ¾¿-·- ª¿² ®»µ»²°«²¬»² ¼·» ±ª»®´¿°°»² ³»¬ ¸¿¾·¬¿¬¬§°»² »²ñ±º ´»»º¹»¾·»¼»² ¼·» ¿¿²¹»©»¦»² ¦·¶² ·² ¸»¬ µ¿¼»® ª¿² ¼» É»¬ ²¿¬««®¾»-½¸»®³·²¹ô ¹»µ±°°»´¼ ¿¿² »»² ¿¿²¹»©»¦»² -±±®¬ô ±º ²±¹ ±²¾»µ»²¼ ³¿¿® ³±¹»´·¶µ ©»´ ®»´»ª¿²¬ò Ü» ¾»®»µ»²·²¹ ±° ¾¿-·- ª¿² -¬·µ-¬±º»³·--·»¹¿¿¬ «·¬ ª¿² ¼» ½±³°±²»²¬»² ¿³³±²·¿µ øÒØí÷ »²ñ±º -¬·µ-¬±º±¨·¼» øÒѨ÷ò É·´¬ « ª»®¼»® ®»µ»²»² ±º ¹»¹»ª»²- ©·¶¦·¹»²á ׳°±®¬»»® ¼» °¼º ¼¿² ·² Ý¿´½«´¿¬±®ò ʱ±® ³»»® ¬±»´·½¸¬·²¹ ª»®©·¶¦»² ©·¶ « ²¿¿® ¼» ©»¾-·¬» ©©©ò¿»®·«-ò²´ò

Þ»®»µ»²·²¹ Þ»±±¹¼ Õ»²³»®µ»² Í¿³»²ª¿¬¬·²¹ »³·--·»Ü»°±-·¬·»®»-«´¬¿¬»² Ù»¼»¬¿·´´»»®¼» »³·--·»¹»¹»ª»²-

Ê»®¼»®» ¬±»´·½¸¬·²¹ ±ª»® ¼»¦» ÐÜÚ µ«²¬ « ª·²¼»² ·² »»² ¾·¶¾»¸±®»²¼» ´»»-©·¶¦»®ò Ü»¦» ´»»-©·¶¦»® »² ±ª»®·¹» ¼±½«³»²¬¿¬·» ·- ¬» ®¿¿¼°´»¹»² ª·¿æ ¸¬¬°-æññ©©©ò¿»®·«-ò²´ñ¸¿²¼´»·¼·²¹»²ó»²ó´»»-©·¶¦»®-ò λ߾Ýß³ÖËÊÕ§ øðë º»¾®«¿®· îðîï÷ °¿¹·²¿ ïñê

λ-«´¬¿¬»²

ݱ²¬¿½¬

ß½¬·ª·¬»·¬

λ½¸¬-°»®-±±²

ײ®·½¸¬·²¹-´±½¿¬·»

ß²¹»´ »¹¹-

°´±»¹-¬®¿¿¬ êìô ëéïî ÎÔ Í±³»®»²

ѳ-½¸®·¶ª·²¹

ßÛÎ×ËÍ µ»²³»®µ

°´±»¹-¬®¿¿¬ êì

λ߾Ýß³ÖËÊÕ§

Ü¿¬«³ ¾»®»µ»²·²¹

λµ»²¶¿¿®

λµ»²½±²º·¹«®¿¬·»

ðë º»¾®«¿®· îðîïô ïìæîç

îðîï

Þ»®»µ»²¼ ª±±® ²¿¬««®¹»¾·»¼»²

̱¬¿´» »³·--·»

λ-«´¬¿¬»² Ø»½¬¿®» ³»¬ ¸±±¹-¬» ¾·¶¼®¿¹» ø³±´ñ¸¿ñ¶÷

̱»´·½¸¬·²¹

λ-«´¬¿¬»²

Í·¬«¿¬·» ï

ÒѨ

íêíôðí µ¹ñ¶

ÒØí

ä ï µ¹ñ¶

Ò¿¬««®¹»¾·»¼

Ë© ¾»®»µ»²·²¹ ¸»»º¬ ¹»»² ¼»°±-·¬·»®»-«´¬¿¬»² ±°¹»´»ª»®¼ ¾±ª»² ðôðð ³±´ñ¸¿ñ¶®ò

Ù»¾®«·µ-º¿-» ¾»®»µ»²·²¹ ¾»±±¹¼

Þ»±±¹¼

λ߾Ýß³ÖËÊÕ§ øðë º»¾®«¿®· îðîï÷ °¿¹·²¿ îñê

λ-«´¬¿¬»²

Ô±½¿¬·» Þ»±±¹¼

Û³·--·» Þ»±±¹¼

λ-«´¬¿¬»²

Þ®±² Í»½¬±®

Þ»±±¹¼

Û³·--·» ÒØí

Û³·--·» ÒѨ

Ò±±®¼±±-¬ É»¹ª»®µ»»® ¤ Þ«·¬»²©»¹»²

ä ï µ¹ñ¶

íôèî µ¹ñ¶

Æ«·¼©»-¬ É»¹ª»®µ»»® ¤ Þ«·¬»²©»¹»²

ä ï µ¹ñ¶

èôëç µ¹ñ¶

Ò±±®¼±±-¬ î É»¹ª»®µ»»® ¤ Þ«·¬»²©»¹»²

ä ï µ¹ñ¶

ä ï µ¹ñ¶

Æ«·¼©»-¬ î É»¹ª»®µ»»® ¤ Þ«·¬»²©»¹»²

ä ï µ¹ñ¶

îôîî µ¹ñ¶

Õ¿²¬±±® ɱ²»² »² É»®µ»² ¤ Õ¿²¬±®»² »² ©·²µ»´-

ó

îôêð µ¹ñ¶

Ù´¿- ²·»«© Ô¿²¼¾±«© ¤ Ù´¿-¬«·²¾±«©

ó

íììôçð µ¹ñ¶

λ߾Ýß³ÖËÊÕ§ øðë º»¾®«¿®· îðîï÷ °¿¹·²¿ íñê

λ-«´¬¿¬»²

Û³·--·» ø°»® ¾®±²÷

Ò¿¿³ Ô±½¿¬·» øÈôÇ÷

Þ»±±¹¼

ÒѨ ÒØí

ͱ±®¬

ʱ»®¬«·¹

ͬ¿²¼¿¿®¼

Æ©¿¿® ª®¿½¸¬ª»®µ»»®

Ò¿¿³ Ô±½¿¬·» øÈôÇ÷ ÒѨ ÒØí

ͱ±®¬

ʱ»®¬«·¹

ͬ¿²¼¿¿®¼

Æ©¿¿® ª®¿½¸¬ª»®µ»»®

Ò¿¿³ Ô±½¿¬·» øÈôÇ÷ ÒѨ ÒØí

λ-«´¬¿¬»²

Ò±±®¼±±-¬ ïééèìîô íéìçîï íôèî µ¹ñ¶ ä ï µ¹ñ¶

ß¿²¬¿´ ª±»®¬«·¹»² ͬ±º

Û³·--·»

êôð ñ »¬³¿¿´ ÒѨ ÒØí

íôèî µ¹ñ¶ ä ï µ¹ñ¶

Æ«·¼©»-¬ ïééìîçô íéìííè èôëç µ¹ñ¶ ä ï µ¹ñ¶

ß¿²¬¿´ ª±»®¬«·¹»² ͬ±º

Û³·--·»

êôð ñ »¬³¿¿´ ÒѨ ÒØí

èôëç µ¹ñ¶ ä ï µ¹ñ¶

Ò±±®¼±±-¬ î ïééèëêô íéìçìð ä ï µ¹ñ¶ ä ï µ¹ñ¶

ͱ±®¬

ʱ»®¬«·¹

ß¿²¬¿´ ª±»®¬«·¹»² ͬ±º

Û³·--·»

ͬ¿²¼¿¿®¼

Ô·½¸¬ ª»®µ»»®

îîôï ñ »¬³¿¿´ ÒѨ ÒØí

ä ï µ¹ñ¶ ä ï µ¹ñ¶

Þ»±±¹¼

λ߾Ýß³ÖËÊÕ§ øðë º»¾®«¿®· îðîï÷ °¿¹·²¿ ìñê

λ-«´¬¿¬»²

Æ«·¼©»-¬ î ïééìíïô íéìíìð îôîî µ¹ñ¶ ä ï µ¹ñ¶

Ò¿¿³ Ô±½¿¬·» øÈôÇ÷ ÒѨ ÒØí

ͱ±®¬

ʱ»®¬«·¹

ß¿²¬¿´ ª±»®¬«·¹»² ͬ±º

Û³·--·»

ͬ¿²¼¿¿®¼

Ô·½¸¬ ª»®µ»»®

îîôï ñ »¬³¿¿´ ÒѨ ÒØí

îôîî µ¹ñ¶ ä ï µ¹ñ¶

Ò¿¿³ Ô±½¿¬·» øÈôÇ÷ Ë·¬-¬±±¬¸±±¹¬» Ѱ°»®ª´¿µ¬» Ͱ®»·¼·²¹ É¿®³¬»·²¸±«¼ Ì»³°±®»´» ª¿®·¿¬·» ÒѨ

Ò¿¿³ Ô±½¿¬·» øÈôÇ÷ Ë·¬-¬±±¬¸±±¹¬» Ѱ°»®ª´¿µ¬» Ͱ®»·¼·²¹ É¿®³¬»·²¸±«¼ Ì»³°±®»´» ª¿®·¿¬·»

ÒѨ

λ-«´¬¿¬»²

Þ»±±¹¼

Õ¿²¬±±® ïéééêèô íéìéêç ïïôð ³ ðô𠸿 ëôë ³ ðôðïì ÓÉ Í¬¿²¼¿¿®¼ °®±º·»´ ·²¼«-¬®·» îôêð µ¹ñ¶ Ù´¿- ²·»«© ïééèïëô íéìéðç èôð ³ ðôì ¸¿ ìôð ³ ðôìðð ÓÉ Ê»®©¿®³·²¹ ª¿² ®«·³¬»² ø¦±²¼»® -»·¦±»²-½±®®»½¬·»÷ íììôçð µ¹ñ¶

λ߾Ýß³ÖËÊÕ§ øðë º»¾®«¿®· îðîï÷ °¿¹·²¿ ëñê

λ-«´¬¿¬»²

Ü·-½´¿·³»®

ر»©»´ ª»®-¬®»µ¬» ¹»¹»ª»²- µ«²²»² ¼·»²»² ¬»® ±²¼»®¾±«©·²¹ ª¿² »»² ª»®¹«²²·²¹¿¿²ª®¿¿¹ô µ«²²»² »® ¹»»² ®»½¸¬»² ¿¿² ©±®¼»² ±²¬´»»²¼ò Ü» »·¹»²¿¿® ª¿² ßÛÎ×ËÍ ¿¿²ª¿¿®¼¬ ¹»»² ¿¿²-°®¿µ»´·¶µ¸»·¼ ª±±® ¼» ·²¸±«¼ ª¿² ¼» ¼±±® ¼» ¹»¾®«·µ»® ¿¿²¹»¾±¼»² ·²º±®³¿¬·»ò Þ±ª»²-¬¿¿²¼» ¹»¹»ª»²- ¦·¶² »²µ»´ ¾®«·µ¾¿¿® ¬±¬ »® »»² ²·»«©» ª»®-·» ª¿² ßÛÎ×ËÍ ¾»-½¸·µ¾¿¿® ·-ò ßÛÎ×ËÍ ·- »»² ¹»®»¹·-¬®»»®¼ ¸¿²¼»´-³»®µ ·² Û«®±°¿ò ß´´» ®»½¸¬»² ¼·» ²·»¬ »¨°´·½·»¬ ©±®¼»² ª»®´»»²¼ô ¦·¶² ª±±®¾»¸±«¼»²ò

λµ»²¾¿-·-

Ü»¦» ¾»®»µ»²·²¹ ·- ¬±¬ -¬¿²¼ ¹»µ±³»² ±° ¾¿-·- ª¿²æ ßÛÎ×ËÍ ª»®-·» îðîðÁîðîðïîïêÁ½éëçíèêçéï Ü¿¬¿¾¿-» ª»®-·» îðîðÁîðîðïîïêÁ½éëçíèêçéï ʱ±® ³»»® ·²º±®³¿¬·» ±ª»® ¼» ¹»¾®«·µ¬» ³»¬¸±¼·»µ »² ¼¿¬¿ ¦·»æ ¸¬¬°-æññ©©©ò¿»®·«-ò²´ñ²´ñº¿½¬-¸»»¬-ñ®»´»¿-»ñ¿»®·«-󽿴½«´¿¬±®óîðîð

λ-«´¬¿¬»²

Þ»±±¹¼

λ߾Ýß³ÖËÊÕ§ øðë º»¾®«¿®· îðîï÷ °¿¹·²¿ êñê

Ruimtelijke Onderbouwing Ploegstraat 64 Someren

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11084070/1