CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

5p Toelichting BP Veegplan XII Ruimtelijke onderbouwing Ploegstraat 64

Commissie Ruimte 9 februari 2022, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Veegplan XII15.814 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke Onderbouwing Ploegstraat 64, Someren

Gemeente Someren Gemeente xx

Colofon

Plannaam

Ploegstraat 64 Someren

Datum

05-03-2020, aangepast 05-02-2021, 29-07-2021

Status

Ontwerp

Opgesteld door

Van Dun & Van Gerwen BV Heijtmorgen 10 5375 AN Reek T. 0486 45 01 60 F. 0486 45 02 38 E. info@vandun-vangerwen.nl I. www.vandun-vangerwen.nl

Auteur

AvH

Projectleider

RvH

Projectnummer

919094.003

Inhoudsopgave 1.

INLEIDING..................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding en doel ............................................................................................................. 5 1.2 Geldend planologisch regime .............................................................................................. 7 1.3 Leeswijzer ......................................................................................................................... 8 2. PLANBESCHRIJVING ..................................................................................................... 9 2.1 Bestaande situatie ............................................................................................................. 9 2.2 Beoogde situatie ...............................................................................................................10 3. BELEIDSKADER ............................................................................................................

12 3.1 Provinciaal beleid ..............................................................................................................12 3.1.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant ...................................................................................12 3.1.2 Structuurvisie 2010 – partiële herziening 2014 (Sv 2014) .............................................12 3.1.3 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant ............................................................13 3.2 Gemeentelijk beleid ..........................................................................................................17 3.2.1 Structuurvisie ............................................................................................................17 3.2.2 Bestemmingsplan ......................................................................................................18 4. MILIEUHYGIËNISCHE EN PLANOLOGISCHE ASPECTEN..............................................

20 4.1 Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling.......................................................20 4.2 Waterhuishouding ............................................................................................................20 4.2.1 Waterrelevant beleid ..................................................................................................21 4.2.2 Bestaande waterhuishoudkundige situatie ...................................................................22 4.2.3 Beoogde waterhuishoudkundige situatie .....................................................................23 4.3 Natuur .............................................................................................................................23 4.3.1 Natuurnetwerk Nederland (NNN) ................................................................................23 4.3.2 Wet natuurbescherming .............................................................................................24 4.4 Cultuurhistorie, aardkunde en archeologie ..........................................................................27 4.4.1 Cultuurhistorie en aardkunde .....................................................................................27 4.4.2 Archeologie ...............................................................................................................28 4.5 Bedrijven en

milieuzonering ..............................................................................................29 4.6 Geur ................................................................................................................................30 4.7 Luchtkwaliteit ...................................................................................................................31 4.8 Geluid ..............................................................................................................................33 4.9 Verkeer en parkeren .........................................................................................................33 4.9.1 Verkeer .....................................................................................................................33 4.9.2 Ontsluiting ................................................................................................................34 4.9.3 Parkeren ...................................................................................................................34 4.10 Externe veiligheid .............................................................................................................35 4.10.1 Regelgeving ..............................................................................................................35 4.10.2 Toetsing aan beleid

...................................................................................................36 4.11 Technische infrastructuur ..................................................................................................37 5. BIJLAGEN..................................................................................................................... 38 Bijlage 1 Berekening kwaliteitsverbetering .........................................................................38 Bijlage 2 Stikstofnotitie .....................................................................................................38 Bijlage 3 Aerius berekening aanlegfase ..............................................................................38 Bijlage 4 Aerius berekening gebruiksfase ...........................................................................38

1. Inleiding In dit hoofdstuk komen de aanleiding en het doel, de ligging van het projectlocatie, het geldend planologisch regime en de procedure aan bod. Daarnaast is in dit hoofdstuk een leeswijzer opgenomen. 1.1 Aanleiding en doel Initiatiefnemer is voornemens een glastuinbouw bedrijf te exploiteren aan de Ploegstraat 64 te Someren en naastgelegen percelen. Voorheen werd de locatie gebruikt al plantenkwekerij. Binnen de projectlocatie zijn een bedrijfswoning, kantoor, loods (met laaddocks), kassen, waterbassin en containervelden aanwezig. Ten behoeve van het glastuinbedrijf wenst de initiatiefnemer glastuinbouwkas(sen) te realiseren waar momenteel de containervelden bevinden. Naast het glastuinbouwbedrijf wil de initiatiefnemer de bestaande gebouwen gebruiken ten behoeve van de open overslag van eieren, als ondergeschikte nevenactiviteit bij het glastuinbouwbedrijf. De op- en overslag van eieren vindt momenteel al plaats in de bestaande gebouwen (loods met kantoor). Op 18 mei 2017 is de locatie bezocht in het kader van gebiedsgerichte integrale controle. Tijdens deze controle is onder andere geconstateerd dat het gebruik van containerveld aan de straatzijde (kadastrale nummers 2145, 2280) en het gebruik van gebruik van de loods en kassen ten behoeve van opslaan van eieren niet overeen komt met het huidige bestemmingsplan.

Naar aanleiding van gebiedsgerichte integrale controle is namens de initiatiefnemer een principeverzoek in het huidige gebruik van de loods, kassen en containerveld te legaliseren. Op 23 augustus 2019 heeft de gemeente aangegeven onder voorwaarden mee te willen werken aan het principeverzoek (zaaknummer 0847200001314). Hierdoor kan het initiatief meegenomen worden in de herziening van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Deelgebied 2’ dat nu in voorbereiding is. Deze herziening van het bestemmingsplan betreft een veegplan. Op afbeelding 1 is de projectlocatie en haar directe omgeving weergegeven. In afbeelding 2 is de projectlocatie weergegeven. Het gebied waarbinnen de planologische veranderingen plaatsvinden is rood omlijnd. In afbeelding 3 is de locatie weergegeven met de aanwezige bebouwing en functies.

Afbeelding 1: weergave initiatieflocatie en direct omgeving (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Ruimtelijke Onderbouwing Ploegstraat 64 Someren

5

Afbeelding 2: weergave projectlocatie (bron: Qgis)

Woonhuis Loods met kantoor

Waterbassin Kas

Laaddocks

Containervelden

Containervelden

Afbeelding 3: weergave projectlocatie incl. aanwezige bebouwing en functies (bron: Qgis)

Ruimtelijke Onderbouwing Ploegstraat 64 Someren

6

1.2 Geldend planologisch regime De projectlocatie maakt onderdeel uit het vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied Deelgebied 2’ van de gemeente Someren. Het bestemmingsplan is vastgesteld op 5 maart 2020. In volgende afbeelding is een uitsnede weergeven van het vigerende bestemmingsplan, ‘Buitengebied Deelgebied 2’ van de gemeente Someren. De projectlocatie aan de Ploegstraat 64 te Someren heeft de volgende bestemmingen en aanduidingen toegekend gekregen: - Enkelbestemming: Agrarisch – Glastuinbouw; - Bouwvlak; - Functieaanduiding: bedrijfswoning; - Functieaanduiding: tuinbouw; - Bouwaanduiding: specifieke bouwaanduiding – andere bebouwing; - Bouwaanduiding: specifieke bouwaanduiding – kas; - Gebiedsaanduiding: overige zonde – stalderingsgebied; - Gebiedsaanduiding: vestigingsgebied glastuinbouw; - Gebiedsaanduiding: vrijwaringszone – watergang.

Afbeelding 4: Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Het perceel ten zuidwesten van de locatie aan de Ploegstraat 64, kadastraal bekend als SMR02 – T – 2329 heeft in het vigerend bestemmingsplan de volgende bestemming en aanduiding gekregen: - Enkelbestemming: Agrarisch; - Gebiedsaanduiding: overige-zone – stalderingsgebied; - Gebiedsaanduiding: overige-zone – vestigingsgebied glastuinbouw.

Ruimtelijke Onderbouwing Ploegstraat 64 Someren

7

Afbeelding 5: uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) De gewenste activiteiten, het wijzigen van bestemming ‘Agrarisch’ naar ‘Agrarisch – glastuinbouw’ met bouwvlak en het exploiteren van een op- en overslag van eieren als nevenactiviteit bij een glastuinbouwbedrijf, zijn binnen deze bestemmingsplannen niet rechtstreeks toegestaan. Er zijn geen bevoegdheden voor het college van burgemeester en wethouders opgenomen om een dergelijke activiteiten toe te staan. Er zal derhalve een herziening van het bestemmingsplan nodig zijn om dit initiatief planologisch mogelijk te maken. Op 23 augustus 2019 heeft de gemeente te kennen gegeven onder voorwaarden mee te willen werken aan het principeverzoek (zaaknummer 0847200001314). Hierdoor kan het initiatief meegenomen worden in het Veegplan XII van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Deelgebied 2’, dat op 1 oktober 2020 sluit. Het initiatief is tijdig aangemeld bij de gemeente Someren om meegenomen te worden in het veegplan.

De gemeente wil meewerken aan het project onder de volgende voorwaarden: - De hoofdfunctie voor de locatie is en blijft glastuinbouw; - De beoogde kas voor het glastuinbouwbedrijf dient te worden gerealiseerd; - De op- en overslag van eieren is een nevenactiviteit bij een volwaardig glastuinbouwbedrijf; - De op- en overslag van eieren vindt plaats in een gedeelte van de bestaande bebouwing. In voorliggende ruimtelijke onderbouwing wordt nader ingegaan op deze voorwaarden, en hoe initiatiefnemer hieraan kan voldoen. 1.3 Leeswijzer In deze ruimtelijke onderbouwing is in het eerste hoofdstuk een inleiding op het initiatief gegeven, waarin de aanleiding, het doel, het geldend planologische regime en de te doorlopen procedure zijn beschreven. In hoofdstuk 2 wordt de bestaande en beoogde situatie omschreven. Het van toepassing zijnde nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid wordt uiteengezet in hoofdstuk 3. Hierna worden in hoofdstuk 4 de milieuhygiënische en planologische aspecten beschreven. De juridische achtergrond van het bestemmingsplan, een toelichting op de verbeelding en een toelichting op de regels wordt gegeven in hoofdstuk 5.

Ruimtelijke Onderbouwing Ploegstraat 64 Someren

8

2. Planbeschrijving In dit hoofdstuk worden de bestaande en beoogde situatie beschreven. Hierin komt naar voren welke veranderingen er plaatsvinden binnen de projectlocatie. 2.1 Bestaande situatie De initiatieflocatie betreft de locatie Ploegstraat 64 te Someren en de naastgelegen percelen. De projectlocatie is kadastraal bekend als gemeente Someren, sectie T, nummers 2329, 2280 en 2145. De projectlocatie is in totaal circa 1,8 hectare groot. Op projectlocatie staat een woning, kantoor, loods, kas en een waterbassin. De percelen worden gebruikt ten behoeve van containerteelt. De initiatieflocatie ligt in het buitengebied van de gemeente Someren. De projectlocatie is gelegen op ca 1,8 km afstand van de kern van Someren en op ca. 0,6 km van Someren-Eind. De initiatieflocatie ligt in het glastuingebied ‘Vlasakkers’. Dit gebied is aangewezen als glastuinbouwconcentratiegebied waar de glastuinbouw ruimte krijgt voor ontwikkeling. In dit gebied zijn veel agrarische bedrijven aanwezig. De percelen rondom de projectlocatie worden voornamelijk gebruikt voor glastuinbouw.

Afbeelding 6: aanzicht projectlocatie vanuit noordelijke richting (bron: Google Streetview)

Afbeelding 7: aanzicht projectlocatie vanuit noordwestelijke richting (bron: Google Streetview)

Ruimtelijke Onderbouwing Ploegstraat 64 Someren

9

Afbeelding 8: aanzicht projectlocatie vanuit zuidoostelijke richting (bron: eigen foto) 2.2 Beoogde situatie Initiatiefnemer is voornemens een glastuinbouw bedrijf te exploiteren aan de Ploegstraat 64 te Someren en het naastgelegen perceel. De locatie is gelegen in het glastuinbouwconcentratiegebied ‘Vlasakkers’, waar glastuinbouw ruimte krijgt voor ontwikkeling. Voorheen werd de locatie gebruikt als plantenkwekerij. Ten behoeve van het glastuinbouwbedrijf wenst de initiatiefnemer de bestemming ‘Agrarisch’ van het zuidwestelijke perceel (straatzijde), waar nu een containerveld is gelegen, te wijzigen naar bestemming ‘Agrarisch – Glastuinbouw’ het bestaande bouwvlak te vergroten. Door de bestemming te wijzigen naar ‘Agrarisch – Glastuinbouw’ en het vergroten van het bouwvlak wordt het mogelijk om op dit perceel ook glastuinbouwkassen te realiseren. Naast het exploiteren glastuinbedrijf wil de initiatiefnemer de bestaande gebouwen gebruiken ten behoeve van de op- en overslag van eieren. De op- en overslag van eieren is een ondergeschikte nevenactiviteit bij het glastuinbouwbedrijf. In volgende afbeelding is de beoogde situatie weergegeven.

Afbeelding 9: beoogde situatie (bron: Qgis) Glastuinbouwkas 1 is in oranje weergegeven. De rode arcering geeft het gewijzigde bouwvlak weer. Hierin is in het groen een glastuinbouwkas 2 weergegeven die door het vergroten van het bouwvlak planologisch wordt mogelijk gemaakt. In het paars zijn de bestaande gebouwen weergegeven die gebruikt gaan worden ten behoeve van de nevenactiviteit, op- en overslag van eieren.

Ruimtelijke Onderbouwing Ploegstraat 64 Someren

10

De nieuw te realiseren kas is 84 meter lang bij 40,9 meter breed en wordt als verlening van de bestaande kas gerealiseerd. Het bestaande bouwvlak aan de voorzijde van de projectlocatie wordt vergroot met het naastgelegen perceel (kadastraal nummer 2145). In onderstaande tabel zijn de oppervlakte in m2 weergegeven per activiteit.

Tabel 1: oppervlakte tuinbouwkas, nevenactiviteiten en bouwvlak Activiteit Glastuinbouwkas 1 Glastuinbouwkas 2 Nevenactiviteiten Kantoor met kantine Totaal bouwblok (straatzijde)

Oppervlakte 3.657 m2 2.441 m2 988 m2 371 m2 6.236 m2

Glastuinbouwkas 2 en de nevenactiviteiten maken onderdeel uit van deze ruimtelijke onderbouwing. Glastuinbouw kas 1 maakt geen onderdeel uit van deze ruimtelijke onderbouwing omdat deze reeds planologisch is toegestaan.

Ruimtelijke Onderbouwing Ploegstraat 64 Someren

11

3. Beleidskader In dit hoofdstuk wordt het relevante beleid uiteengezet. Het initiatief wordt getoetst aan het provinciaal en gemeentelijk beleid. Gezien het initiatief dusdanig klein van aard is dat het geen invloed heeft op nationaal beleid, wordt dit beleidskader niet beschreven. 3.1 Provinciaal beleid Het geldende ruimtelijke beleid van de provincie Noord-Brabant is omschreven in de Omgevingsvisie, Structuurvisie 2010 – partiële herziening 2014 en de Interim verordening Noord-Brabant.

3.1.1

Omgevingsvisie Noord-Brabant

De provincie Noord-Brabant heeft op 14 december 2018 de omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. De omgevingsvisie vindt zijn legitimatie in de Omgevingswet. Vanzelfsprekend staan de achterliggende doelen van de Omgevingswet dan ook centraal in de positiebepaling van de Brabantse Omgevingsvisie. Onder het motto ‘eenvoudig beter’, doelt de Omgevingswet op meer inzichtelijkheid, en een grotere voorspelbaarheid en gebruiksgemak van het Omgevingsrecht. Ook beoogt de wet meer bestuurlijke afwegingsruimte en een meer samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving. Het doel van de omgevingsvisie is om de kwaliteit van de leefomgeving voor alle Brabanders te verbeteren. In de visie is voor verschillende programma’s de ambitie geformuleerd hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit moet zien. Daarbij zijn mobiliserende tussendoelen gesteld voor 2030 om het einddoel te kunnen bereiken. De uitwerking in programma’s is een opgave die de visie volgt en die in opeenvolgende bestuursperiodes de opdracht en ruimte geeft om dat met eigen accenten in te vullen. Het belangrijkste programma dat hier een rol speelt is ‘omgevingskwaliteit’. Het Brabantse doel voor 2050 in dit programma is:

‘Brabant heeft een goede leefomgevingskwaliteit doordat wij op alle aspecten beter presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. Brabant staat met zijn TOP-landschap van oude en nieuwe landschappen in de top 5 van Europa. De biodiversiteit binnen en buiten de natuurgebieden is op orde, de lucht- en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal.’ Het tussendoel voor 2030 in dit programma is:

‘Brabant heeft een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit doordat wij voor alle aspecten voldoen aan de wettelijke normen. Natuurgebieden zijn ingericht, de afname van biodiversiteit is naar een positieve trend omgebogen, waardevolle cultuurhistorische landschappen zijn behouden en er is breed draagvlak voor de nieuwe energie- en klimaatadaptieve landschappen door de ontwerpende aanpak.’ Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten zoals een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke- en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Het initiatief voldoet aan het tussendoel voor 2030 omdat aan alle milieu wet- en regelgeving wordt voldaan. Door een zorgvuldige landschappelijke inpassing van de projectlocatie wordt ook een positieve bijdrage geleverd aan de leefomgevingskwaliteit. Hiermee wordt een eerste stap gezet richting het einddoel van 2050. Het initiatief past dus binnen de Omgevingsvisie voor Noord-Brabant.

3.1.2

Structuurvisie 2010 – partiële herziening 2014 (Sv 2014)

De Structuurvisie 2010 – partiële herziening 2014 (Sv 2014) betreft een herziening van de op 1 oktober 2010 vastgestelde Structuurvisie ruimtelijke ordening. De partiële herziening is door Provinciale Staten van Noord-Brabant op 7 februari 2014 vastgesteld en in werking getreden op 19 maart 2014. De Structuurvisie geeft de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 weer (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. Het is de basis Ruimtelijke Onderbouwing Ploegstraat 64 Someren

12

voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. De genoemde visie is vertaald in de regels van de Verordening ruimte Noord-Brabant (vervallen) en Interim omgevingsverordening. Daarnaast ondersteunt de structuurvisie het beleid op andere provinciale beleidsterreinen, zoals het economisch, mobiliteits-, sociaal-, cultureel-, milieu- en natuurbeleid. Volgens de structurenkaart, zie onderstaande afbeelding ligt de projectlocatie in het accentgebied agrarische ontwikkeling. In de structurenkaart zijn gebieden aangegeven waarin de provincie ruimte en kansen ziet om de agrarische productiestructuur te verduurzamen en te versterken. De Peelstreek van Mill tot Someren behoord hier ook toe. Dit is een jonge ontginning met een modern en grootschalig landschap waarin de intensieve veehouderij en glastuinbouwsector een sterke positie hebben. Het is een open gebied, omgeven door grote natuurgebieden waarvan enkele Natura2000 gebieden. Midden in het gebied liggen enkele grote bosgebieden en landgoederen. Binnen het accentgebied agrarische ontwikkeling wil de provincie ontwikkelingsmogelijkheden bieden voor het verbeteren van de agrarische productiestructuur. De ontwikkelingsmogelijkheden voor agrarische bedrijven in deze gebieden zijn opgenomen in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.

Onderhavig initiatief betreft een exploiteren van een glastuinbouwbedrijf met nevenactiviteiten. Dit past visie van de provincie, die ontwikkelingsmogelijkheden wil bieden om de agrarische productiestructuur te verbeteren. Derhalve sluit onderhavig initiatief aan bij de ambitie van de provincie voor het accentgebied agrarische ontwikkeling.

Projectlocatie

Afbeelding 10: uitsnede structurenkaart Structuurvisie (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) 3.1.3

Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

De Interim omgevingsverordening (Iov) betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Iov is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de op handen zijnde Omgevingswet moet worden vastgesteld en die verplicht is voor provincies. De Iov is op 25 oktober 2019 door Provinciale Staten vastgesteld en is op 5 november 2019 in werking getreden. De Iov is opgesteld vanuit een doelgroepenbenadering. Dit is ook het systeem dat de Omgevingswet, en de daaronder liggende wetgeving, hanteert. Dit betekent dat de regels in de Iov zijn gegroepeerd in hoofdstukken waarbij de doelgroep van de regel, de zogenaamde normadressaat, leidend is. Regels waar gemeenten bij vaststelling van een bestemmingsplan rekening mee moeten houden zijn opgenomen in hoofdstuk 3. Deze regels zijn in de vorm van instructieregels opgenomen waarbij de verschillende niveaus zijn opgedeeld in meerdere afdelingen. Ruimtelijke Onderbouwing Ploegstraat 64 Someren

13

Voor elke ruimtelijke ontwikkeling geldt dat toepassing moet worden gegeven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.1.2. Voor het overige dient getoetst te worden aan de regels die van toepassing zijn op het werkingsgebied waar de projectlocatie in is gelegen. In dit geval is de projectlocatie gelegen binnen de aanduidingen ‘Landelijk gebied, ‘Gemengd landelijk’, ‘Glastuinbouw-vestigingsgebied’ en ‘Stalderingsgebied’ zie onderstaande afbeelding.

Projectlocatie

Afbeelding 11: uitsnede integrale kaart Iov (www.brabantkaarten.nl) De voorwaarden behorende bij deze aanduidingen zijn opgenomen in de volgende artikelen - 3.56 glastuinbouwbedrijven in gemengd landelijk gebied - 3.63 glastuinbouw-vestigingsgebied Hierna wordt achtereenvolgens aan de relevante artikelen van de Iov getoetst. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3.1.2) Onder een evenwichtige toedeling van functies wordt verstaan dat invulling wordt gegeven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Hiervoor moet rekening worden gehouden met: - zorgvuldig ruimtegebruik; - de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; - meerwaardecreatie. Deze aspecten zijn in de Iov nader uitgewerkt in de artikel 3.6 t/m 3.8. Daarnaast geldt voor ontwikkelingen in het landelijk gebied ook dat er sprake moet zijn van kwaliteitsverbetering (zie artikel 3.9). Deze artikelen worden hieronder nader toegelicht.

Zorgvuldig ruimtegebruik (artikel. 3.6)

Conform artikel 3.6 houdt zorgvuldig ruimtegebruik in dat in beginsel gebruik wordt gemaakt van een bestaand ruimtebeslag. Een bestaand ruimtebeslag is gelegen binnen het werkingsgebied ‘Stedelijk gebied’ of een bestaand bouwperceel. Wanneer er sprake is van een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). Alle gebouwen, bijbehorende bouwwerken en ander permanente voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Gronden waaraan een agrarische bestemming is toegekend zijn niet als stedelijke ontwikkeling bedoeld in de ladder voor duurzame verstedelijking (uitspraak van 25 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1438 (Maasdriel)).

Ruimtelijke Onderbouwing Ploegstraat 64 Someren

14

De beoogde ontwikkeling, betreft het wijzigen van de bestemming agrarisch naar agrarischglastuinbouw, het vergroten van het bouwvlak ten behoeve van glastuinbouwbedrijf en het uitvoeren van nevenactiviteiten in bestaande bedrijfsbebouwing in gemengd landelijk gebied. De ontwikkeling betreft hiermee geen stedelijke ontwikkeling. In paragraaf 2.2. is de beoogde situatie beschreven. Ter plaatse van de huidige containervelden, binnen het bestaande bouwvlak, wordt een glastuinbouwkas gerealiseerd. Dit is rechtstreeks toegestaan volgens het vigerende bestemmingsplan. Het overige deel van het bouwvlak wordt gebruikt ten behoeve van andere bebouwing, tuin, erf, parkeervoorzieningen, manoeuvreerruimte, containervelden, waterbassin en overige ondersteunende voorzieningen. Daarmee is het bestaande bouwvlak grotendeels benut. Ter plaatse van het zuidwestelijke perceel (straatzijde), waar nu een containerveld is gelegen wordt de bestemming gewijzigd en het bestaande bouwvlak vergroot. Hierdoor is het mogelijk om op dit perceel ook glastuinbouwkassen te realiseren ten behoeve van het exploiteren van het glastuinbouwbedrijf. Het realiseren van kassen is passend binnen het ‘Glastuinbouw-vestigingsgebied’ waarin de locatie gelegen is. Gezien bovenstaande is er sprake van een zorgvuldig en passend ruimtegebruik.

Uitbreiding van het ruimtegebruik is toegestaan als dit past binnen de kaders van hoofdstuk 3 Iov. Voor deze ontwikkeling zijn in artikel 3.56 en 3.63 nadere regels opgenomen. Deze regels worden nader getoetst in deze ruimtelijke onderbouwing. Hiermee wordt voldaan aan de zorgplicht voor de ruimtelijke kwaliteit zoals beschreven in artikel 3.6 van de Iov.

Toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7)

De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op verschillende lagen. Hierbij dient onderzocht te worden wat de effecten zijn op: - de ondergrond - de netwerklaag - de bovenste laag Met het effect op de ondergrond worden o.a. de aspecten bodem, grondwater en archeologische waarden bedoeld. De netwerklaag omvat aspecten zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. In de beschouwing van de bovenste laag dienen aspecten zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu aan bod te komen. Hierbij dient te worden gekeken naar het verleden, heden en toekomst. De beoogde ontwikkeling mag geen negatieve effecten hebben op de waarden in de omgeving en dient ook in de toekomst geen beperkingen op te leveren voor de omgeving. De toetsing van de gevolgen van het initiatief op bovengenoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in hoofdstuk 4 van deze ruimtelijke onderbouwing.

Meerwaardecreatie (artikel 3.8) Het aspect meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken. Het biedt de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren, waardoor er meerwaarde ontstaat. Daarnaast ontstaat een bijdrage aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. In dit bestemmingsplan wordt meerwaarde gecreëerd door de uitbreiding van het bedrijf te combineren met een goede landschappelijke inpassing.

Kwaliteitsverbetering (artikel 3.9)

Een bestemmingsplan in landelijk gebied moet gepaard gaan met een fysieke verbetering van het landschap. Daarnaast moet worden aangetoond hoe deze fysieke verbetering financieel, juridisch en feitelijk wordt verzekerd. Een verbetering kan o.a. bestaan uit een landschappelijke inpassing, behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen, het slopen van bebouwing of aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Deze vormen van kwaliteitsverbetering moeten worden geborgd in het bestemmingsplan.

Ruimtelijke Onderbouwing Ploegstraat 64 Someren

15

Over de exacte invulling van de kwaliteitsverbetering zijn in het regionaal ruimtelijk overleg tussen gemeenten en provincie afspraken gemaakt. Binnen de gemeente Someren is de nota Landschapsinvesteringsregeling Gemeente Someren 2018 van toepassing. Hierin is de ontwikkeling aangemerkt als een categorie 1 en 3 ontwikkeling. Voor de uitvoering van nevenactiviteiten bij een agrarisch bedrijf binnen bestaande bebouwing wordt geen tegenprestatie gevraagd. Dit betreft een categorie 1 ontwikkeling. Het vergroten van het bouwvlak betreft een categorie 3 ontwikkeling. Dit betekend dat er een basisinspanning voor kwaliteitsverbetering wordt genormeerd in euro’s (op basis van normbedragen).

In de beoogde situatie wordt de bestemming van perceel 2329 gewijzigd van ‘Agrarisch’ naar ‘Agrarisch – Glastuinbouw’ en wordt het bouwvlak vergroot ten behoeve van glastuinbouwkassen. De vergroting van het bouwvlak ten behoeve van glastuinbouwkassen bedraagt 2.441 m 2. Dit betekent dat er een kwaliteitsbijdrage nodig is van € 5.614,30. In de bijlage 1 is de berekening van de kwaliteitsverbetering bijgevoegd. Het is niet wenselijk om de gronden rondom glastuinbouwkassen te voorzien van diverse beplanting. Beplanting kan namelijk de daglichttoetreding in de kassen beperken en ongedierte aantrekken wat nadelig is bij het telen van groenten, bloemen of planten. Daarnaast biedt de projectlocatie geen mogelijkheden tot invulling van deze kwaliteitsverbetering. In overleg met de betrokken partijen is daarom gekozen om de kwaliteitsverbetering in de vorm van landschappelijke inpassing elders binnen de gemeente in te vullen of doormiddel van een financiële bijdrage aan het gemeentelijke BIO-fonds. De invulling van de kwaliteitsverbetering van het landschap wordt feitelijk en juridisch verzekerd door privaatrechtelijk te verankeren in een overeenkomst tussen de gemeente Someren en de initiatiefnemer. De beoogde ontwikkeling is derhalve in overeenstemming met artikel 3.9 van de Iov.

Glastuinbouwbedrijven in gemengd landelijk gebied (Artikel 3.56)

Een bestemmingsplan van toepassing op Gemengd landelijk gebied: a. bepaalt dat vestiging van en omschakeling naar een glastuinbouwbedrijf niet zijn toegestaan; b. kan bepalen dat uitbreiding van een bestaand glastuinbouwbedrijf is toegestaan tot ten hoogste 3 hectare netto glas als is aangetoond dat de uitbreiding noodzakelijk is om de continuïteit van het glastuinbouwbedrijf voor langere termijn te waarborgen.

In paragraaf 3.6.6 van de Iov zijn afwijkende regels voor specifieke gebieden opgenomen. In Artikel 3.62 voorrangsbepaling is bepaald dat het bepaalde in paragraaf 3.6.6 voorrang heeft op de overige bepalingen van afdeling 3.6 Vitaal platteland. Het bepaalde in Artikel 3.63 heeft daarom voorrang op de regels die opgenomen zijn in Artikel 3.56. Glastuinbouw-vestigingsgebied (Artikel 3.63) Een bestemmingsplan van toepassing op Glastuinbouw-vestigingsgebied: a. bepaalt dat nieuwvestiging, vestiging, uitbreiding van en omschakeling naar een glastuinbouwbedrijf is toegestaan;

Het initiatief betreft het exploiteren van een glastuinbouwbedrijf. Ten behoeve van het glastuinbouwbedrijf wordt de bestemming ‘Agrarisch’ gewijzigd naar ‘Agrarisch – Glastuinbouw’ en wordt het bouwblok vergroot. b. onderbouwt dat de vestiging van overige functies de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van het vestigingsgebied niet belemmeren.

De initiatiefnemer wil een gedeelte bestaande bebouwing gebruiken voor op- en overslag van eieren. Deze activiteiten worden als nevenactiviteiten uitgevoerd naast de hoofdactiviteit glastuinbouw. Hoofdstuk 4 worden de milieutechnische en planologische aspecten toegelicht. De nevenactiviteiten, in de vorm van een op- en overslag van eieren belemmerd de gebruiksen ontwikkelingsmogelijkheden van het vestigingsgebied niet.

Ruimtelijke Onderbouwing Ploegstraat 64 Someren

16

Bovenstaand is de beoogde ontwikkeling getoetst aan de regels zoals gesteld in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Zoals blijkt uit deze toelichting kan worden voldaan aan de voorwaarden die gelden voor een ruimtelijke onderbouwing en wordt deze verzekerd door opname van voorwaarden in de regels bij het veegplan. 3.2 Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is omschreven in de gemeentelijke structuurvisie en het bestemmingsplan.

3.2.1

Structuurvisie

De structuurvisie Someren 2028 is op 24 april 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. De structuurvisie is een richtinggevende beleidsdocument waarin voor overheden, maatschappelijke organisaties, private partijen en burgers duidelijk wordt welk ruimtelijk beleid de gemeente Someren nastreeft. De visie vormt een planologisch kader waarbinnen concrete ruimtelijke plannen kunnen worden ontwikkeld en op elkaar kunnen worden afgestemd. Het vormt de basis voor de inzet van bestuurlijke uitvoeringsinstrumenten (bestemmingplan/projectbesluit) en het beschikbaar stellen van financiële middelen.

Projectlocatie

Afbeelding 12: uitsnede structuurvisie Someren 2028 Someren heeft een afwisselend en toegankelijk buitengebied en vormt daarmee een belangrijke kwaliteit van de gemeente. Om deze kwaliteit te handhaven en te versterken krijgen boeren, burgers en buitenlui (recreanten) voorrang in het buitengebied. Waarbij de landschappelijke waarden en natuur zoveel mogelijk behouden blijven en waar mogelijk versterkt worden. Bedrijfsmatige activiteiten die niet passend zijn in het buitengebied worden zoveel mogelijk beperkt. De gemeente Someren biedt ruimte aan schaalvergroting van de (intensieve) agrarische ondernemer. Hier wordt voornamelijk in de Heideontginningen de mogelijkheden geboden. De oudere heideontginningen kunnen als een overgangslandschap tussen oude en jonge ontginningen gezien worden. Rijke groenstructuren van houtwallen, lanen en bospercelen horen bij deze oorspronkelijke ontginningen en dienen behouden en versterkt te worden. De initiatieflocatie is gelegen in het glastuinbouwgebied de Vlasakkers. Dit gebied is aangewezen als glastuinbouwconcentratiegebied waar de glastuinbouw ruimte krijgt voor ontwikkeling. Het glastuinbouwconcentratiegebied is planologisch verankerd in het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ en in het ontwerpbestemmingsplan ‘Buitengebied Deelgebied 2’.

Binnen de mogelijkheden van het bestemmingsplan kan het gebied gedurende de looptijd van deze visie worden voltooid. De beoogde ontwikkeling, betreft het toevoegen van twee glastuinbouwkassen ten behoeve van het glastuinbouwbedrijf en het uitvoeren van ondergeschikte nevenactiviteiten in bestaande bedrijfsbebouwing. Het initiatief is passend binnen de structuurvisie Someren 2028 omdat het gelegen Ruimtelijke Onderbouwing Ploegstraat 64 Someren

17

is het in een glastuinbouwconcentratiegebied. Daarnaast blijven de nevenactiviteiten ondergeschikt aan het glastuinbouwbedrijf. Derhalve is het initiatief passend binnen de structuurvisie Someren 2028.

3.2.2

Bestemmingsplan

Zoals al in de inleiding van deze ruimtelijke onderbouwing beschreven is voor de projectlocatie het bestemmingsplan Buitengebied Deelgebied 2’ geldend. Hier zijn de volgende bestemmingen en aanduidingen opgenomen: - Enkelbestemming: Agrarisch – Glastuinbouw; - Bouwvlak; - Functieaanduiding: bedrijfswoning; - Functieaanduiding: tuinbouw; - Bouwaanduiding: specifieke bouwaanduiding – andere bebouwing; - Bouwaanduiding: specifieke bouwaanduiding – kas; - Gebiedsaanduiding: overige zonde – stalderingsgebied; - Gebiedsaanduiding: vestigingsgebied glastuinbouw; - Gebiedsaanduiding: vrijwaringszone – watergang. In volgende afbeelding is een uitsnede weergeven van het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Deelgebied 2’.

Afbeelding 13: Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Het perceel ten zuidwesten van de locatie aan de Ploegstraat 64, kadastraal bekend als SMR02 – T – 2329 heeft in het vigerend bestemmingsplan de volgende bestemming en aanduiding gekregen: - Enkelbestemming: Agrarisch; - Gebiedsaanduiding: overige-zone – stalderingsgebied; - Gebiedsaanduiding: overige-zone – vestigingsgebied glastuinbouw. In volgende afbeelding is een uitsnede weergeven van het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Deelgebied 2’.

Ruimtelijke Onderbouwing Ploegstraat 64 Someren

18

Afbeelding 14: uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) De gewenste activiteiten, het wijzigen van bestemming ‘Agrarisch’ naar ‘Agrarisch – glastuinbouw’ met bouwvlak en het exploiteren van een op- en overslag van eieren als nevenactiviteit bij een glastuinbouwbedrijf, zijn binnen deze bestemmingsplannen niet rechtstreeks toegestaan. Er zijn geen bevoegdheden voor het college van burgemeester en wethouders opgenomen om een dergelijke activiteiten toe te staan. Er zal derhalve een herziening van het bestemmingsplan nodig zijn om dit initiatief planologisch mogelijk te maken. Op 23 augustus 2019 heeft de gemeente te kennen gegeven onder voorwaarden mee te willen werken aan het principeverzoek (zaaknummer 0847200001314). Hierdoor kan het initiatief meegenomen worden in het Veegplan XII van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Deelgebied 2’, dat op 1 oktober 2020 sluit. Het initiatief is tijdig aangemeld waardoor het meengenomen wordt in het veegplan. Zoals eerder aangegeven is het bestemmingsplan ‘Buitengebied Deelgebied 2’ onlangs vastgesteld In het bestemmingsplan is de beoogde ontwikkeling niet rechtstreeks mogelijk. Om deze reden wordt een herziening van het bestemmingsplan voorbereid. De regels van deze herziening zullen zo veel mogelijk aansluiten bij het bestemmingsplan ‘Buitengebied’.

In artikel 5.1 Agrarisch – Glastuinbouw is bepaald dat gronden met enkelbestemming ‘Agrarisch – Glastuinbouw’ bestemd zijn voor agrarische bedrijfsdoeleinden, uitsluitend ten behoeve van de uitoefening van glastuinbouwbedrijven. Onder deze doeleinde behoren onder andere installaties, kassen, bedrijfsgebouwen en teeltondersteunende voorzieningen. Volgens artikel 5.2.3. mogen kassen uitsluitend binnen bouwaanduidingen ‘specifieke bouwaanduiding – kas’ en ‘specifieke bouwaanduiding – andere bebouwing’ worden gebouwd. Het perceel met kadastraal nummer 2280 is bestemd als ‘Agrarisch – Glastuinbouw’ en heeft een bouwvlak met de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – kas’. Het bouwen van kassen op het kadastrale perceel 2280 is daarmee rechtstreeks toegestaan. De gewenste activiteiten, het wijzigen van bestemming ‘Agrarisch’ naar ‘Agrarisch – glastuinbouw’ met bouwvlak en het exploiteren van een op- en overslag van eieren als nevenactiviteit bij een glastuinbouwbedrijf, zijn binnen deze bestemmingsplannen niet rechtstreeks toegestaan. Er zijn geen bevoegdheden voor het college van burgemeester en wethouders opgenomen om een dergelijke activiteiten toe te staan. Er zal derhalve een herziening van het bestemmingsplan nodig zijn om dit initiatief planologisch mogelijk te maken.

Op 23 augustus 2019 heeft de gemeente per brief aangegeven onder voorwaarden mee te willen werken aan het principeverzoek (zaaknummer 0847200001314). Hierdoor kan het initiatief meegenomen worden in de herziening van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Deelgebied 2’ dat nu in voorbereiding is. Deze herziening van het bestemmingsplan betreft een veegplan. Ruimtelijke Onderbouwing Ploegstraat 64 Someren

19

De gemeente wil onder voorwaarden meewerken aan een herziening van het bestemmingsplan. Deze voorwaarden zijn: - De hoofdfunctie voor de locatie is en blijft glastuinbouw;

Er is sprake van een volwaardig glastuinbouwbedrijf. Ter plaatse van de projectlocatie wordt het bouwvlak vergroot ten behoeve van het glastuinbouwbedrijf. Zodat hier ook kassen gerealiseerd kunnen worden.

-

De beoogde kas voor het glastuinbouwbedrijf dient te worden gerealiseerd;

-

De op- en overslag van eieren is een nevenactiviteit bij een volwaardig glastuinbouwbedrijf;

-

De op- en overslag van eieren vindt plaats in (een gedeelte van de bestaande bebouwing en er mag geen uitbreiding plaatsvinden.

Ter plaatse van de projectlocatie wordt een glastuinbouwkas gebouwd van circa 84 meter lang bij 40,9 meter breed. De nevenactiviteit, de op- en overslag van eieren, vormt geen hoofdactiviteit. De hoofdfunctie op de locatie blijft glastuinbouwbedrijf. Om deze functie te versterken wordt ter plaatse van de projectlocatie een glastuinbouwkas gerealiseerd.

De op- en overslag van eieren vindt plaats in de bestaande loods en in een gedeelte van de bestaande kas.

4. Milieuhygiënische en planologische aspecten Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het verplicht om inzicht te bieden in de relevante milieuhygiënische en planologische aspecten. In dit hoofdstuk worden deze aspecten beschreven. 4.1 Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming over plannen en projecten. Het gaat hierbij enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waardoor het milieu mogelijk nadelig wordt beïnvloed. Als uitgangspunt gelden voor plannen, waaronder partiële herzieningen, onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is: - Plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000 gebieden. - Plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.- (beoordelings)plichtige besluiten; Ten aanzien van het eerste criterium geldt dat er in deze situatie geen sprake is van een plan waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. In paragraaf 4.3 is een uitgebreide toelichting opgenomen voor de mogelijke effecten van het plan op de Natura 2000-gebieden.

Op basis van deze paragraaf kan worden geconcludeerd dat negatieve effecten op soorten en habitattypen in beschermde Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten. Een plan is kaderstellend voor een toekomstig m.e.r.- (beoordelings)plichtig besluit indien er sprake is van een overschrijding van de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r. Voor de oprichting, wijziging of uitbreiding van een glastuinbedrijf alsmede nevenactiviteit op- en overslag van eieren zijn geen grenswaarden opgenomen in categorie C- of D-lijst. Er is daarom geen sprake van een toekomstig m.e.r.-(beoordelings)plichtig besluit. Uit bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een verplichting tot het opstellen van een MER en het doorlopen van de bijbehorende procedure. 4.2 Waterhuishouding Sinds 1 november 2003 is het verplicht om bij ruimtelijke ingrepen de watertoets toe te passen. Deze verplichting is wettelijk geregeld in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Door middel van deze Ruimtelijke Onderbouwing Ploegstraat 64 Someren

20

watertoets moet inzicht worden geboden in de effecten van het initiatief op de waterhuishouding. In het kader van de watertoets dient de gemeente voorafgaand aan de procedure het voornemen van de ruimtelijke ingreep aan het waterschap te verzenden. De gemeente en het waterschap kunnen afspraken maken over de wijze waarop het aspect water in het ruimtelijk plan is opgenomen. In deze waterparagraaf komen de volgende onderdelen aan bod: - Beschrijving waterrelevant beleid; - Bestaande waterhuishoudkundige situatie; - Beoogde waterhuishoudkundige situatie.

4.2.1

Waterrelevant beleid

De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is vanaf 22 december 2000 van kracht. De KRW heeft als doel om te komen tot schone, ecologisch gezonde stroomgebieden, waarin water op een duurzame manier wordt gebruikt. Om dit doel te bereiken is een systematiek opgesteld die alle Europese lidstaten in de nationale wetgeving moeten implementeren en uitvoeren. De Nederlandse regering heeft invulling aan de KRW gegeven door middel van de Waterwet, die in werking is getreden op 22 december 2009. De Waterwet regelt het beheer van het oppervlakte- en grondwater en verbetert ook de samenhang tussen het waterbeleid en ruimtelijke ordening. De visies met betrekking tot het waterbeleid worden door de verschillende bestuurslagen in diverse plannen beschreven. Het beleid van de provincie Noord-Brabant richt zich op het bereiken en in stand houden van watersystemen die ruimte bieden aan een gezond leefmilieu voor mens, dier en plant. Daarbij zijn economische en ecologische ontwikkelingen met elkaar in evenwicht en is het hebben en houden van een veilige en bewoonbare provincie een randvoorwaarde. Dit beleid is vertaald in de Structuurvisie 2010 en de Interim Omgevingsverordening.

In de structuurvisie komen over het onderwerp water de volgende aspecten aan bod: - Een robuust en veerkrachtig water- en natuursysteem; - Een betere waterveiligheid door preventie; - Koppeling van waterberging en droogtebestrijding; De watertoets en de wijze waarop de provincie daar mee omgaat, is beschreven in het Provinciaal Milieu en Waterplan (PMWP). Provinciale Staten hebben op 18 december 2015 het Provinciaal Milieuen Waterplan 2016 – 2021 ‘Samen naar een duurzaam gezonde en veilige leefomgeving in Brabant vastgesteld (PMWP). Hiermee zijn twee aparte provinciale plannen samengevoegd, te weten het voormalige ‘PWP 2010-2015’ en het ‘Provinciale Milieuplan 2012-2015’. Het doel van dit plan is het creëren van een gezonde leefomgeving voor mens, dier en plant, waarin we veilig kunnen wonen en waar ruimte is voor economische, maatschappelijke en ecologische ontwikkelingen. Het aspect water maakt hier onderdeel van uit. Kort gezegd gaat het PMWP voor: - Voldoende water voor mens, plan en dier; - Schone en gezonde leefomgeving (bodem, water en lucht); - Bescherming van Brabant tegen overstromingen en externe risico’s; - Verduurzaming van de grondstoffen-, energie- en voedselvoorziening. Gemeenten en waterschappen dienen hun waterbeleid te baseren op de uitgangspunten die de provincie in hun PMWP stelt. De PMWP is enkel voor de provincie Noord-Brabant zelf bindend.

Zoals weergegeven is in onderstaande afbeelding heeft de projectlocatie in het PMWP de waterhuishoudkundige functie ‘Water voor het gemengd landelijk gebied’ toegekend gekregen. Het waterbeheer richt zich op een goede waterhuishouding voor een duurzame en concurrerende landbouw. Randvoorwaarden zijn de verplichtingen uit de Kaderrichtlijn Water en afstemming met de maatregelen voor de Natura 2000-gebieden en de Natte natuurparels. Voor het overige geldt geen specifiek beschermingsbeleid.

Ruimtelijke Onderbouwing Ploegstraat 64 Someren

21

Afbeelding 15: uitsnede kaart PMWP (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Op de kaart 2 en 3 behorende bij de PMWP heeft de projectlocatie geen aanduiding gekregen. Volgens het beleidskader van de PMWP is dus geen specifiek beschermingsregime van toepassing binnen de projectlocatie. Hiermee past het initiatief binnen het beleidskader van de PMWP. Waterschap Aa en Maas is de beheerder van zowel de kwantiteit als de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater in de omgeving van de projectlocatie. Het waterbeheer is gericht op het duurzaam beheren van het watersysteem, waarbij uitgegaan wordt van een watersysteembenadering. In het waterbeheerplan ‘Werken met water voor nu en later’ beschrijft Waterschap Aa en Maas de hoofdlijnen van haar beleid. Het huidige waterbeheerplan beschrijft de plannen voor de periode 2016 – 2021. De missie van het waterschap is: ‘Het ontwikkelen, beheren en in stand houden van gezonde, robuuste en veerkrachtige watersystemen, die ruimte bieden aan een duurzaam gebruik voor mens, dier en plant in het gebied, waarbij de veiligheid is gewaarborgd en met oog voor economische aspecten’. De hemelwaterbassins van glastuinbouwbedrijven, trayvelden en in de pot- en containerteelt kunnen in bepaalde situaties gecombineerd worden met de compensatie die nodig is om versnelde afvoer van hemelwater te voorkomen.

In dit verband is het van belang onderscheid te maken in de regels ten aanzien van kwaliteit en kwantiteit van het water. De Keur stelt regels voor de kwantitatieve afvoer van hemelwater. De regels die gelden voor de berging van verontreinigd giet- of condenswater zijn vastgelegd in het Activiteitenbesluit milieubeheer (artikel 3.87). Voor de combinatie van kwaliteits- en kwantiteitsberging is een algemene gedragslijn uitgewerkt in de hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater. Omdat vaak sprake is van maatwerk worden initiatiefnemers geadviseerd hierover vroegtijdig contact op te nemen met het waterschap.

4.2.2

Bestaande waterhuishoudkundige situatie

In de bestaande waterhuishoudkundige situatie wordt het bedrijfsafvalwater van huishoudelijke aard geloosd op het gemeentelijk riool. Voor het overige wordt er uit de inrichting enkel niet-verontreinigd hemelwater geloosd. Dit hemelwater is afkomstig van regenwater dat op de daken en erfverharding valt. Gemiddeld valt er jaarlijks 0,8 m3 niet-verontreinigd hemelwater per m2 verhard oppervlak. Daarnaast bevindt zich op de projectlocatie een waterbassin van circa 2.000 m3. Hierin wordt het hemelwater dat afkomstig is van daken, erfverharding en containervelden opgevangen. Het Hemelwater wordt doormiddel van afschot en drainage naar het waterbassin toegevoerd. Het opgevangen water in het waterbassin wordt hergebruikt om de planten te voorzien van voedsel en water. Daarnaast wordt het water in het bassin vastgehouden en vertraagd afgevoerd doormiddel van een leegloopvoorziening en/of overloop.

Ruimtelijke Onderbouwing Ploegstraat 64 Someren

22

Op het bedrijf wordt aandacht besteed aan het schoonhouden van het verhard oppervlak. Er is sprake van good-house-keeping management. De erfverharding en de daken worden zo vaak als voor de goede orde noodzakelijk is schoon gehouden. Op het bedrijf vinden geen bijzondere activiteiten plaats die ertoe kunnen leiden dat er stoffen in aanraking kunnen komen met het hemelwater. Het nietverontreinigde hemelwater kan dus zonder problemen worden geloosd op de omliggende perceelsloten.

4.2.3

Beoogde waterhuishoudkundige situatie

In de toekomstige waterhuishoudkundige situatie wordt het bedrijfsafvalwater van huishoudelijke aard, net zoals in de huidige situatie, geloosd op het gemeentelijk riool. Zoals aangegeven is waterschap Aa en Maas de beheerder van de kwaliteit en kwantiteit van het grond- en oppervlaktewater binnen de projectlocatie. Door middel van de Keur van Waterschap Aa en Maas is bepaald bij die ontwikkelingen mitigerende maatregen getroffen moeten worden. Deze mitigerende maatregelen kunnen onder andere bestaan uit het treffen van een retentievoorziening. De Keur van Waterschap Aa en Maas schrijft voor dat voor een toename van minder dan 500 m² verhard oppervlak geen mitigerende maatregelen nodig zijn. Deze mitigerende maatregelen zijn wel van toepassing bij elke toename van het verhard oppervlak, indien de locatie ligt in een keurbeschermingsgebied of attentiegebied. De planlocatie ligt niet in een keurwaterbeschermingsgebied of attentiegebied. In de beoogde situatie is er geen toename verhard oppervlak. De projectlocatie is volledig verhard en in gebruik als kas en containervelden. In de beoogde situatie de bestemming ‘Agrarisch’ gewijzigd naar ‘Agrarisch – Glastuinbouw’ en een bouwvlak gerealiseerd. Hier bevinden zicht momenteel al een containerveld.

Binnen het bouwblok worden glastuinbouwkassen gerealiseerd, daarnaast wil de initiatiefnemer nevenactiviteiten uitoefenen in bestaande bedrijfsgebouwen. Het hemelwater afkomstig van het dat van de glastuinbouwkassen zullen net als in de huidige situatie middels afschot en drainage vervoerd worden naar het waterbassin. Daar wordt het opengeslagen om later weer te hergebruikt te worden. Het waterbassin is voorzien een overloop naar de naast gelegen sloot. Omdat de projectlocatie al bebouwd is, in de vorm van containervelden, bedrijfsgebouwen en een kas, is er geen sprake van een toename verharding en dient er geen compenserende maatregel getroffen te worden om het hemelwater op te vangen. 4.3 Natuur Voorafgaand aan de beoogde wijziging dient onderzocht te worden of er sprake is van een aantasting van wettelijk beschermde natuurwaarden op basis van de groene wet- en regelgeving. Onderstaand zijn de diverse aspecten ten aanzien van natuurwaarden beschreven.

4.3.1

Natuurnetwerk Nederland (NNN)

In de twintigste eeuw is veel Nederlandse natuur verdwenen. De overgebleven gebieden zijn vaak klein en liggen veelal ver uit elkaar. Hierdoor hebben bepaalde organismen moeite om gebieden te bereiken en zich er te handhaven, waardoor de diversiteit van planten, dieren en micro-organismen (de biodiversiteit) ook sterk achteruit gaat. Om de biodiversiteit te behouden en te versterken is het Natuurnetwerk Nederland opgericht. De Natuurnetwerk Nederland is een netwerk van natuurgebieden en verbindingszones. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is in de eerste plaats belangrijk als netwerk van leefgebieden voor veel planten en dieren. In het NNN liggen: - Bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; - Gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; - Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; - Ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van Noordzee en de Waddenzee; - Alle Natura 2000-gebieden. Het Rijk heeft het algemene NNN-beleid in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) vastgelegd. Op grond van artikel 2.10.2 van het Barro moeten provincies bij provinciale verordening Ruimtelijke Onderbouwing Ploegstraat 64 Someren

23

de NNN-gebieden aanwijzen en nauwkeurig begrenzen. Op grond van artikel 2.10.3 Barro moeten zij ook de wezenlijke kenmerken en waarden van die gebieden vastleggen. Daarnaast wijzen de provincies de natuurdoelen in de NNN aan. Elk NNN-gebied heeft een zogenaamd natuurdoel. Een natuurdoel beschrijft een bepaalde natuurkwaliteit en wordt gebruikt als een toetsbare doelstelling voor een natuurgebied. Natuur Netwerk Brabant (NNB) Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijke voor de begrenzing en de ontwikkeling van het NNN. De provincie Noord-Brabant heeft in zijn Iov de gebieden opgenomen als Natuur Netwerk Brabant. Men wil in 2027 alle gaten in het netwerk hebben gedicht met nieuwe natuur. Ongeveer 90% van het Natuur Netwerk Brabant wordt gevormd door bestaande natuurgebieden. Tussen deze gebieden is men voornemens om verbindingen te leggen in de vorm van Ecologische verbindingszones. Door deze verbindingen tussen natuurgebieden kunnen dieren van het ene gebied naar het andere foerageren. De concrete ambities van de provincie Noord-Brabant staan in het Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2016. De begrenzing van het netwerk is daarnaast ook opgenomen in de Iov. Het NNB kent geen specifiek beschermingsregime, anders dan via het ruimtelijke spoor.

Conform kaart 4 Instructieregels gemeenten: natuur en stiltegebieden van Iov is er binnen de projectlocatie geen NNB aanwezig, zie onderstaande afbeelding. De beoogde ontwikkelingen hebben daarom geen invloed op de concrete ambities uit het Natuurbeheerplan 2016.

Afbeelding 16: uitsnede kaart 4 Instructieregels gemeenten: natuur en stiltegebieden Iov (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) 4.3.2

Wet natuurbescherming

In de Wet natuurbescherming zijn regels gesteld met betrekking tot gebiedsbescherming, soortenbescherming en bescherming van houtopstanden. In deze paragraaf wordt getoetst of de ontwikkeling invloed heeft op de beschermde gebieden en soorten die zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming De gebiedsbescherming is beperkt tot de Natura 2000-gebieden en eventueel buiten het Natuur Netwerk liggende bijzondere provinciale natuurgebieden. De bescherming van het Natuur Netwerk Nederland is al beschermd in het Barro en provinciale verordening. In Nederland zijn 164 Natura 2000-gebieden aangewezen. Voorbeelden van de Natura 2000-gebieden zijn Groote Peel, Strabrechtse Heide & Beuven, Deurnsche Peel & Mariapeel, Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux, Weerter- en Budelerbergen & Ringselven. De provincie Noord-Brabant heeft geen bijzondere provinciale natuurgebieden vastgesteld. Ruimtelijke Onderbouwing Ploegstraat 64 Someren

24

Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning in het kader van Wet Natuurbescherming (Wnb) wordt aangevraagd. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn (of worden) opgenomen in Natura 2000beheerplannen. Na vaststelling van de beheerplannen hoeft daarvoor geen vergunning aangevraagd te worden. Het dichtstbij liggende Natura 2000-gebied betreft Strabrechtse Heide & Beuven, dat op een afstand van circa 4,6 kilometer ligt. Op circa 4,7 kilometer is de Weerter- en Budelerbergen & Ringselven gelegen en op circa 5 kilometer is de Grote Peel gelegen. Het beoogde initiatief leidt, mede door deze grote afstand, niet tot voorkomende storende factoren op omliggende Natura 2000-gebieden zoals oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, verstoring door geluid, optische verstoring, verstoring door mechanische effecten en bewuste verandering soortensamenstelling.

Ruimtelijke Onderbouwing Ploegstraat 64 Someren

25

Stikstofdepositie In de Wet natuurbescherming zijn regels gesteld met betrekking tot gebiedsbescherming, soortenbescherming en bescherming van houtopstanden. Om te kunnen stellen dat de ontwikkeling geen invloed heeft op de beschermde gebieden en soorten die zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming voor zover deze plaatsvindt door emissies van stikstofverbindingen naar de lucht. Met behulp van AERIUS Calculator 2000 zijn berekeningen gemaakt voor zowel de aanlegfase als ook de gebruiksfase. In de bijlage van deze toelichting is een Notitie stikstofdepositie bijgevoegd waarin de verschillende berekeningen zijn toegelicht. Uit de AERIUS-berekeningen (zie bijlage) die separaat zijn bijgevoegd, kan geconcludeerd worden dat het oprichten van een glastuinbouwkas en het gebruik van het kantoorgebouw, kassen en daarnaast de aan- en afvoer van eieren en producten uit glastuinbouwkassen geen invloed heeft op de Natura 2000-gebieden. Hierdoor kan geconcludeerd worden dat de ontwikkelingen op de locatie geen significante negatieve effecten hebben op de Natura 2000-gebieden. Gezien het vorenstaande kan geconcludeerd worden dat negatieve effecten op soorten en habitattypen in beschermde Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten. Bescherming van soorten De soortenbeschermende werking is rechtstreeks opgenomen in de Wnb.

In hoofdstuk 3 van de Wnb zijn de beschermingsregimes in drie aparte paragrafen neergelegd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Hieronder zijn de drie beschermingsregimes weergegeven: 1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn; Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn; Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. 3. Beschermingsregime andere soorten. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage onderdeel A en B van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. In Nederland komen ongeveer 30.000 soorten dieren en planten voor. De Wnb regelt de bescherming van circa 300 in het wild voorkomende soorten inheemse planten en dieren. In de Wnb is onder meer bepaald dat beschermde diersoorten niet gedood, gevangen of verontrust mogen worden en plantensoorten niet geplukt, uitgestoken of verzameld mogen worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11084070/1