CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

5c Kadernota 2022 Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

Gemeenteraad 22 april 2021, gemeente SomerenBij agendapunt: Indienen zienswijze ontwerpbegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 ODZOB13.464 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Zoals in paragraaf 4.1.1 werd aangegeven is de precieze impact van de Omgevingswet op het totaal van de verwachte inzet en de kosten afhankelijk van verschillende factoren, waaronder de wijze waarop deelnemers om zullen gaan met de grotere afwegingsruimte en de invloed die dat heeft op het meer of minder uniform zijn van de werkprocessen. De vuistregel hierbij is: hoe meer maatwerk, hoe meer kosten. Deze impact is op dit moment nog niet duidelijk en daarom is in deze Kadernota nog geen rekening gehouden met een (voor de korte termijn) mogelijk kostenverhogend effect van de Omgevingswet.

ODZOB | Kadernota 2022

5.2.2 Programma dienstverlening Het programma dienstverlening bestaat uit drie onderdelen: de werkprogramma’s, opdrachten deelnemers buiten werkprogramma’s en de opdrachten van niet-deelnemers. De uitgangspunten voor elk van deze onderdelen worden kort toegelicht.

Werkprogramma’s Het is gebruikelijk dat de ODZOB de omzet voor de werkprogramma’s raamt op basis van de werkprogramma’s van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar. Deze werkprogramma’s worden aangepast voor de verwachte tariefontwikkeling en eventueel gecorrigeerd voor wijzigingen in de inhoud van de werkprogramma’s. In lijn met bovenstaande wordt voor de begroting 2022 de raming voor de baten uit werkprogramma’s gebaseerd op de werkprogramma’s 2021. Daarbij zal een correctie doorgevoerd worden voor: • tariefsaanpassingen (met inachtneming van de toelichting in paragraaf 5.5); • consequenties overdracht bevoegd gezag bodemtaken van provincie naar gemeenten. Waarschijnlijk zullen de consequenties hiervan op het moment van opstellen van de begroting nog niet geheel duidelijk zijn. Wel is er een raming van de consequenties gemaakt welke al in een eerder stadium aan de deelnemers is verzonden. De begrote posten voor de werkprogramma’s worden naar aanleiding van deze raming aangepast (zie bijlage I). Het is de verwachting dat de opdrachtverlening door de provincie als gevolg van de overdracht zal dalen met € 840.000,- Aangezien de opdracht van de provincie ook betrekking had op taken buiten de regio is het de verwachting dat na overdracht de opdrachtverlening door gemeenten circa € 570.000,- bedraagt.

Ten tijde van de opstelling van de werkprogramma’s voor 2022 zal hier waarschijnlijk meer duidelijkheid over zijn. Dit hoeft geen probleem te zijn, aangezien deze overgang gepaard zal gaan met overdracht van budget; • Omgevingswet.

Zoals in eerdere paragrafen werd aangegeven zijn de definitieve consequenties van de invoering van de Omgevingswet voor het werkpakket van de ODZOB van vele factoren afhankelijk en nog onduidelijk. Daarom wordt vooralsnog uitgegaan van een gelijkblijvend werkpakket. Wel wordt in de begroting 2022 conform besluit van het AB van 21 november 2019 rekening gehouden met € 400.000,- invoeringskosten voor de Omgevingswet. Deze kosten zullen naar rato van de omzeturen over de deelnemers verdeeld worden en evenals in 2021 in de begrote post voor werkprogramma’s opgenomen worden; • de invloed van het ROK TH. Veel deelnemers hebben bij de introductie van het ROK besloten om de budgettaire consequenties gefaseerd in te voeren. Dit heeft tot gevolg dat voor deze deelnemers de werkprogramma’s in 2022 een toename tonen t.o.v. 2021 (zie bijlage II); • consequenties efficiencymaatregelen zoals weergegeven in paragraaf 5.2.4; • consequenties uitvoeringsbeleid asbest indien en voor zover door de individuele deelnemers opgegeven; • consequenties Besluit bodemkwaliteit, indien en voor zover opgegeven door de individuele deelnemers; • overige (op initiatief van individuele deelnemers) door te voeren aanpassingen.

Dit kan bijvoorbeeld een correctie zijn voor een incidentele post die een deelnemer in zijn werkprogramma’s had opgenomen en waarvan het niet de bedoeling was om die ook in volgende jaren op te nemen. Ook kunnen deelnemers aangeven dat er in 2022 additionele posten verwacht worden, die nog niet in de werkprogramma’s van 2021 waren voorzien, maar die naar verwachting wel spelen in 2022. E.e.a. indien en voor zover passend binnen de afspraken van de DVO 2019-2022. Opgemerkt kan worden dat de laatste jaren blijkt dat de afname van diensten door de deelnemers groter is dan in de begroting en de latere

werkprogramma’s is voorzien. Om een betrouwbare begroting te krijgen is het van belang dat de deelnemers hun extra wensen eerder kenbaar maken. De ODZOB is voornemens om samen met de deelnemers te bekijken hoe te komen tot betrouwbaarder opgaven voor (begroting en) werkprogramma’s. Bovengenoemde correcties zullen zoveel mogelijk vooraf op ambtelijk niveau afgestemd worden met de deelnemers. Mocht deze afstemming niet tijdig tot stand komen of mocht deze afstemming naar de mening van het DB in onvoldoende mate de consequenties van bovengeschetste ontwikkelingen weerspiegelen, dan zal het DB ter compensatie zelf een correctie doorvoeren in de begrote posten voor werkprogramma’s dan wel in de post omzet buiten werkprogramma’s, opdat de totale begroting een reëel beeld geeft van de gezien de geschetste ontwikkelingen (minimaal) te verwachten baten. Richting gevend daarbij zal zijn de actuele bezetting van de ODZOB aan het eind van 2020. Orde van grootte van de dienstverlening op basis van werkprogramma’s: • realisatie 2019: € 16,4 mln. • begroting 2020: € 16,0 mln. • raming volgens Berap 2020: € 16,8 mln. • begroting 2021: € 16,9 mln.

Inkomsten uit opdrachten van deelnemers buiten werkprogramma Deze inkomsten zullen geraamd worden op basis van realisatiecijfers 2019, 2020 en begroting 2021 (inclusief begrotingswijzigingen). Deze raming zal gecorrigeerd worden voor: • tariefsaanpassingen (met inachtneming van de toelichting in paragraaf 5.5); • de meest recente inzichten van de accountmanagers; • de raming van de consequenties van de onder het kopje werkprogramma’s genoemde ontwikkelingen indien en voor zover deze naar de mening van het DB onvoldoende tot uitdrukking komen in de werkprogramma’s 2021 en daarop aangegeven aanvullingen.

33

Orde van grootte van de dienstverlening aan deelnemers buiten werkprogramma: • realisatie 2019: € 3,2 mln. • begroting 2020: € 3,0 mln. • raming volgens Berap 2020: € 3,0 mln. • begroting 2021: € 3,4 mln.

Inkomsten uit opdrachten van niet-deelnemers De raming voor de inkomsten van derden wordt gemaakt op basis van realisatiecijfers 2019, 2020 en begroting 2021. Deze raming zal gecorrigeerd worden voor: • aanpassing aan de hand van meest recente inzichten van de accountmanagers; • tariefsaanpassingen (met inachtneming van de toelichting in paragraaf 5.5). Orde van grootte van dienstverlening aan niet-deelnemers: • realisatie 2019: € 0,84 mln. • begroting 2020: € 1,3 mln. • raming volgens Berap 20209: € 0,7 mln. • begroting 2021: € 0,9 mln. Gezien bovenstaande ontwikkeling zal in de begroting 2022 een voorzichtige raming opgenomen worden. Als de huidige trend voor 2020 zich voortzet zal voor begroting 2022 een bedrag van circa € 0,7 mln. opgenomen worden. 5.2.3 Programma collectieve taken • samen met en voor al zijn 22 partners (provincie Noord-Brabant en 21 gemeenten) in de regio zorgt de ODZOB voor een balans tussen ondernemen en een veilige en gezonde leefomgeving. Dat doen ODZOB en partners op een manier dat grenzen worden overwonnen, onbekende terreinen worden ontdekt, nieuwe verbindingen worden gelegd en bovenal taken adequaat worden uitgevoerd. Samen ontdekken we hoe het verschil te maken. Het betreft projecten die voor de gezamenlijke deelnemers uitgevoerd worden en projecten die de ODZOB verder moeten brengen dan het louter in stand houden van het “going concern”.

Sinds begrotingsjaar 2018 zijn de collectieve taken als apart programma opgenomen in de begroting; ODZOB | Kadernota 2022

• het kader voor de collectieve vraag wordt éénmaal per 4 jaar door het AB vastgesteld. Binnen deze kaders stelt het DB een meerjarenprogramma op hoofdlijnen vast. Het vorige programma kende de looptijd 2018-2021. Per 2022 gaat een nieuw meerjarenprogramma in uitvoering. Belangrijke inhoudelijke bouwstenen voor de nieuwe programmaperiode worden gebaseerd op het concernplan van de ODZOB. In het programma leggen we de balans tussen enerzijds de activiteiten die ODZOB voor de regio in gezamenlijkheid uitvoert, anderzijds projecten die ten goede komen aan de kwaliteit en doelmatige uitvoering van de taken die belegd zijn bij de omgevingsdienst; • het anticiperen op nieuwe wettelijkeen beleidsontwikkelingen in de fysieke leefomgeving, aanboren van nieuwe kennis en daarmee borgen van kwalitatief goede uitvoering zijn de belangrijkste prioriteiten voor de nieuwe programmaperiode; • de omvang voor de begroting 2022 wordt gebaseerd op de omvang van de begroting 2021 (te weten € 1,254 mln.), waarbij het gebruikelijk is om te indexeren conform de Beleidsnotitie Kaders P&C documenten van de 4 regionale GR-en. Zie voor een nadere toelichting hierover paragraaf 5.4; • momenteel ligt er een voorstel van de ODBN voor m.b.t. continuering én verhoging van de middelen t.b.v. Samen Sterk in Brabant (SSiB). De gevraagde bijdrage vanuit onze regio raakt de omvang van dit programma.

Het AB heeft op 12 maart 2020 besloten dat pas nadat een evaluatie is opgesteld besloten wordt of vanaf 2022 de voor 2021 geaccepteerde verhoging van de bijdrage voor SSiB structureel wordt en op welke wijze deze in de begroting van de ODZOB verwerkt zal worden; • vandaar dat er voor SSiB afzonderlijke besluitvorming in het AB plaatsvindt.

5.2.4 Efficiencyverbetering De ODZOB streeft naar een zo efficiënt mogelijke taakuitvoering. Ook het AB verwacht inspanningen op dit vlak van de organisatie en heeft de ODZOB gevraagd te onderzoeken waar efficiencywinst geboekt kan worden. In de werkconferentie van september 2019 is aangegeven dat de ODZOB zeker mogelijkheden tot efficiencyverbetering ziet. Zo is bijvoorbeeld winst te boeken door toepassing van een uniforme mandatering, maar ook door eenduidiger en eenvoudiger opdrachtverlening. Ook is efficiency te verbeteren door met alle deelnemers te werken in een gezamenlijk VTH-systeem inclusief data- en documentuitwisseling. Kansen worden ook gezien op het vlak van verdere digitalisering: brieven en besluiten m.b.t. VTH digitaal verzenden en publiceren. De werkprocessen van de ODZOB zijn nauw verbonden met die van zijn deelnemers. Dat heeft tot gevolg dat de efficiency verbeteringen van deze processen ook afhankelijk zijn van het samenspel met de deelnemers. Bovengenoemde (en andere) verbeteringen kunnen vrijwel uitsluitend gerealiseerd worden in samenwerking met de deelnemers. Deze afstemming zal tijd en inspanning van allen kosten. De mate van realisatie van het besparingspotentieel hangt dan ook af van de mate en snelheid waarin gezamenlijk afspraken gemaakt kunnen worden en processen gestroomlijnd en geüniformeerd worden.

De besparingen zullen zich voornamelijk uiten in het besparen op benodigde uren, zowel bij de deelnemers als bij de ODZOB. In de werkconferentie hebben de deelnemers en de ODZOB het vertrouwen uitgesproken dat gezamenlijk efficiencyverbetering en verdere uniformering in werkwijzen en mandatering bereikt kan worden. Aan de hand daarvan is besloten om voor de begroting 2021 als uitgangspunt te hanteren dat er in de werkprogramma’s in 2021 1% en in de latere jaren 3% efficiencyvoordeel ingeboekt dient te worden t.o.v. 2020 (buiten inhoudelijke en tariefswijzigingen).

Bij de opstelling van de werkprogramma’s 2022 wordt geëvalueerd in hoeverre de ODZOB en zijn deelnemers er in geslaagd zijn meer uniformiteit en efficiency te bereiken. Aan de hand daarvan zal de daadwerkelijke besparing voor werkprogramma’s 2022 ingeboekt worden en verwerkt worden in deze werkprogramma’s. 5.3 Lasten • circa 80 tot 90% van de kosten bestaat uit personeelskosten. Personeelskosten worden o.m. berekend op basis van: • uitgangspunten SBK; de meest recente inzichten omtrent bezetting, actuele salarissen en inzichten omtrent salarisontwikkeling (cao, premies, periodieken, jubileumuitkeringen); • aanvulling inhuurkosten o.b.v. verschil workload versus actuele bezetting; streven is 20% flexibele schil (payroll, inhuur, detachering) ten opzichte van 80% vaste bezetting; • consequenties eventuele maatregelen Prinsjesdag; • indexering (zie ook paragraaf 5.4). • overige kosten worden berekend op basis van: • de meest recente inzichten omtrent ontwikkeling van de overige kosten (huur op basis van laatste stand huurcontract, servicekosten, ICT-licenties etc.). Voor de borging van correcte, veilige en continu beschikbare informatievoorziening wordt een grotere behoefte aan advisering en consultancy verwacht.

Hiervoor wordt € 100k extra opgenomen; • naar aanleiding van de onlangs gegunde aankoop van het nieuwe VTH-systeem worden eveneens extra kosten verwacht, zowel éénmalig i.v.m. gelijktijdig gebruik van het oude en het nieuwe systeem als structureel i.v.m. hogere licentiekosten; • afschrijvingen o.b.v. activabestand + investeringen + vervangingsinvesteringen; • indexering (zie ook paragraaf 5.4).

35

5.4 Indexering Conform Beleidsnotitie Kaders P&C documenten van de 4 regionale GR-en wordt het budget voor collectieve taken geïndexeerd volgens de in de betreffende nota overeengekomen methodiek. Dit betekent dat voor de indexering van het budget voor collectieve taken gebruik gemaakt wordt van de indexen voor 2022 uit de Macro Economische Verkenning 2021, zoals gepubliceerd in september 2020: • materiële overheidsconsumptie (IMOC): 1,5% • loonvoet sector overheid: 1,5% • gewogen bedraagt dit percentage: 1,5% 5.5 Tarieven De beraadslaging in het AB van 24 september 2020 leidde tot een breed gedeelde opvatting binnen het AB dat de ODZOB voor wat betreft de tariefontwikkeling de nullijn zou moeten worden aangehouden. Waarbij wel autonome caoontwikkelingen, net al bij de deelnemers zelf, gerespecteerd dienen te worden. Vandaar dat voor de (nog op te stellen) Begroting 2022 enerzijds wordt uitgegaan van bovenstaande indexeringen uit de Macro Economische Verkenning, maar anderzijds een overeenkomstige taakstelling wordt opgenomen, waardoor er netto geen sprake zal zijn van een tariefstijging in 2022 ten opzichte van 2021. In de Begroting 2022 wordt concreet uitgewerkt op welke manier dit kader zal worden verwezenlijkt.

Onderstaande aspecten beïnvloeden het tarief voor 2022. Deze aspecten zullen, naast andere thema’s, betrokken bij de uitwerking van het bevriezen van het tarief 2022 ten opzichte van 2021: • meest recente inzichten omtrent ontwikkeling van kosten zoals opgenomen in begroting. Gezien de te verwachten loon- en prijsstijgingen zal dit tot een tariefstijging leiden; • 1340 declarabele uren per productieve medewerker; • normatieve bezetting van 20% overhead personeel; • het uitgangspunt is dat de ODZOB kostendekkend werkt en dat geen exploitatietekort of overschot wordt behaald in 2022; • de te hanteren tarieven voor werkzaamheden uit de werkprogramma’s of voor aanvullende opdrachten (meerwerk) buiten het werkprogramma zijn in beginsel hetzelfde. 5.6 Investeringen Op dit moment is beperkt zicht op de investeringsbehoeften die voortvloeien uit de werkzaamheden en activiteiten in het kader van de Omgevingswet. Vooralsnog wordt in de begroting uitgegaan van een investeringsniveau dat behoort bij de afschrijvingslasten zoals die nu in de meerjarenraming zijn opgenomen. Met andere woorden: het activabestand wordt in stand gehouden.

5.7 Weerstandsvermogen Volgens de huidige methodiek is het gewenste weerstandsvermogen door een staffel gekoppeld aan de omzet. Op dit moment is het weerstandsvermogen volgens de overeengekomen methodiek op orde. Op dit moment is het weerstandsvermogen hoger dan het volgens deze staffel minimaal vereiste niveau. Geraamd was dat het weerstandsvermogen eind 2020 onder dit vereiste niveau zou komen als gevolg van de projecten in het kader van voorbereiding op de Omgevingswet en de aanbesteding en implementatie van het VTH-systeem, welke gedeeltelijk gefinancierd worden uit (door het AB geaccordeerde) onttrekkingen aan de algemene reserves. Inmiddels is het, aangezien de invoering van De Omgevingswet is uitgesteld en de projecten als gevolg daarvan gefaseerd worden uitgevoerd, de verwachting dat ook na afsluiting van het jaar 2020 de algemene reserve nog op het gewenste peil is.

5.8 Vennootschapsbelasting (VPB) De ODZOB is voor een aantal activiteiten VPBplichtig. Of een activiteit voor VPB in aanmerking komt hangt onder meer af van het feit of er met die activiteit structureel een positief resultaat behaald wordt of niet. In de begroting wordt rekening gehouden met de op dat moment bekende stand van zaken.

Wanneer de kosten die als gevolg van de fasering niet in 2020 maar in 2021 gerealiseerd zullen worden dan alsnog ten laste van de algemene reserve gebracht worden zal de algemene reserve licht onder de streefwaarde komen. Er is echter nog geen aanleiding om in verband hiermee een opslag voor de tarieven in de begroting 2022 op te nemen. Het is aanbevelingswaardig dat het AB, zoals te doen gebruikelijk, de ontwikkeling van de algemene reserve opvolgt en beoordeelt. Mocht de risico-inventarisatie van de ODZOB t.z.t. uitwijzen dat de verwachtingswaarde van de risico’s hoger is dan de algemene reserve, dan zal dit in de begroting vermeld worden, zodat deelnemers met dit onafgedekte risico rekening kunnen houden bij de bepaling en afdekking van hun eigen risico’s.

ODZOB | Kadernota 2022

37

Bijlage I

Bijlage II

Invloed overdracht bevoegdheid bodemtaken op werkprogramma’s

Invloed gefaseerde invoer ROK T&H op werkprogramma’s

Tabel: Invloed overdracht bevoegdheid bodemtaken op werkprogramma’s

Tabel: invloed gefaseerde invoer ROK T&H op werkprogramma’s

Deelnemer

Percentage relatieve grootte

Bedrag in euro’s pp 2020 e pp 2020

Deelnemer

Toename i.v.m. gefaseerde invoer ROK T&H e pp 2021

Asten Bergeijk Best Bladel

3,25 7,88 0,54 3,15

27.000 67.000 5.000 27.000

Asten Bergeijk Best Bladel

19.936 13.959 8.312 33.711

Cranendonck Deurne Eersel Geldrop-Mierlo Gemert-Bakel Heeze-Leende Laarbeek Nuenen c.a. Oirschot Reusel-De Mierden Someren Son en Breugel Valkenswaard Veldhoven Waalre Totaal Provincie

10,71 6,12 2,16 0,67 1,27 4,64 6,06 2,19 6,66 1,05 5,41 0,89 2,13 0,89 1,58

91.000 52.000 18.000 6.000 11.000 39.000 51.000 19.000 56.000 9.000 46.000 8.000 18.000 8.000 13.000 571.000 -840.000

Cranendonck Deurne Eersel Eindhoven Geldrop-Mierlo Gemert-Bakel Heeze-Leende Helmond Laarbeek Nuenen c.a. Oirschot Reusel-De Mierden Someren Son en Breugel Valkenswaard Veldhoven Waalre Totaal

18.210 7.136 18.757 0 13.737 26.334 28.951 0 1.093 14.036 39.106 23.525 0 8.436 29.299 0 4.950 309.490

ODZOB | Kadernota 2022

39

Bijlage III Nadere uitwerking van 3 aanvullende thema’s Naar aanleiding van de bespreking van de concept Kadernota 2022 is toegezegd om afzonderlijk en aanvullend (in een quickscan) de thema’s water, stikstof en ketentoezicht uit te werken en terug te laten keren in de definitieve versie van de Kadernota 2022. Hieronder wordt nader ingegaan op deze thema’s. Water Maatschappelijke opgave en doel Grondwater is een belangrijke bron voor ons (humaan en ecologisch) bestaan. Het vormt onderdeel van en is gebaat bij: een vitale bodem, een robuust watersysteem en een gezonde leefomgeving. Ook als energiebron wordt grondwater in de vorm van warmte- en koude opslag steeds meer gebruikt. Het (grond) watersysteem staat onder druk als gevolg het menselijk handelen en de klimaatveranderingen. De opgave zit in het borgen van de goede kwaliteit en het zorgen dat ook in de toekomst over voldoende, schoon grondwater kan worden beschikt. In hoofdlijnen zijn de Europese, nationale en provinciale doelstellingen: • een goede grondwaterkwaliteit voor ecologie en menselijk gebruik; • een grondwatervoorraad met aanvulling en onttrekking in balans; • drinkwater van voldoende kwaliteit en kwantiteit, voor nu en in de toekomst; • de juiste hydrologische randvoorwaarden voor grondwaterafhankelijke natuur; • een verantwoorde inzet van de energetische waarde in bodemenergiesystemen.

Wettelijk kader De wettelijke kaders vloeien voort uit Europese en nationale wet- en regelgeving met een ondersteunende uitwerking in provinciale regels. De belangrijkste zijn: de Europese Kaderrichtlijn Water, de Waterwet en Drinkwaterwet (inmiddels grotendeels opgegaan in de Omgevingswet) en de provinciale Omgevingsverordening. Rol en inzet van de ODZOB

ODZOB | Kadernota 2022

Het accent van de werkzaamheden binnen de ODZOB ligt nog voornamelijk bij de provinciale VTH-taak in het kader van de Waterwet, waarbij uitvoering wordt gegeven aan de provinciale doelen (zuiver en voldoende grondwater). Voor gemeenten voert de ODZOB op verzoek VTH-taken uit bij de gesloten bodemenergiesystemen. Deze taak in het kader van het Besluit lozen buiten inrichtingen is groeiend. Vanaf 2022 worden dit basistaken onder de Omgevingswet. Onze rol en inzet ligt op het vlak van: • vergunningverlening, toezicht en handhaving van grondwateronttrekkingen vanaf 150.000 m³ per jaar inclusief het infiltreren van het water in de grond, en grondwateronttrekkingen voor open bodemenergiesystemen (voorheen Waterwet); • vergunningverlening, toezicht en handhaving van onttrekkingen van grondwater voor de openbare drinkwatervoorziening, inclusief het infiltreren van water in de grond; • het beoordelen en afwikkelen van meldingen en toezicht en handhaving in het kader van de provinciale Omgevingsverordening, onderdeel grondwaterbescherming; • monitoring en uitvoering van de gebiedsen feitendossiers en daaruit voortkomende afspraken van de 39 (drink)waterwinlocaties met beschermingszones; • het beoordelen van meldingen en toezicht en handhaving op de aanleg en het functioneren van open bodemenergiesystemen in het kader van de provinciale Omgevingsverordening; • het up-to-date houden

van onze kennis en ervaring op het gebied van grondwater en bodemenergiesystemen via de provinciale werkopdracht; • het informeren over en inzicht geven in de provinciale VTH-taken grondwater. Wat dat laatste betreft zien we ook een toenemende vraag naar verzoektaken voor de gemeentelijke gesloten bodemenergiesystemen (GBES). Het gaat om het beoordelen van meldingen voor gesloten bodemenergiesystemen, het registeren in het Landelijke Grondwater Register en het houden van toezicht bij de aanleg. Energie wordt in deze niet

gewonnen uit grondwater, maar de bodem fungeert in dit systeem als opslagmedium. In 2022 worden met de inwerkingtreding van de Omgevingswet de VTH-taken voor de bodemenergie-systemen basistaken en vallen daarmee binnen het ROK. Stikstof Maatschappelijke opgave, doel en wettelijk kader In Nederland hebben we te maken met een overschot aan stikstof(depositie). We kenden een systeem om daarmee om te gaan in de vergunningverlening en het toezicht, het PAS. Sinds de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State daar op 29 mei 2019 een negatief oordeel over velde, is er in Nederland geen wettelijke verankerd juist systeem om depositie van stikstof in ons land te verlagen. Er wordt landelijk naarstig gewerkt aan nieuwe kaders en regelgeving om hier vorm aan te geven. Ondertussen zijn er nog steeds erg veel onduidelijkheden aangaande vergunningverlening en toezicht. Wanneer is er samenloop tussen de Wet natuurbescherming (Wnb) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)? Hoe wordt dit exact geregeld onder de Omgevingswet? Welke vergunningen kunnen wel en welke kunnen niet worden verleend? Welke systemen moeten er worden opgericht? Komt er weer een drempelwaarde? Met dit soort vragen zitten vergunningverleners, toezichthouders, juristen en adviseurs. Een deel van de werkzaamheden die worden verricht ten aanzien van stikstof, zijn bovendien basistaken.

Daarnaast zijn er veel verzoektaken en adviesvragen die de ODZOB behandelt, zoals bijvoorbeeld voor bouwen en ten aanzien van ruimtelijke ordening.

Rol en inzet van de ODZOB De ODZOB werkt dus op veel van zijn beleidsterreinen met de Wnb. Vergunningverlening en toezicht industrieel, agrarisch, bouwen, advisering ten aanzien van ruimtelijke ordening en gebiedsontwikkeling, alle juridische vraagstukken die bij deze onderwerpen komen kijken. De kennis

omtrent stikstof is specifiek en er verandert nog steeds veel. Dit heeft ervoor gezorgd dat de omgevingsdiensten fungeren als kenniscentrum hierover. Om alle veranderingen bij te blijven vormt de ODZOB een overleg met afgevaardigden uit verschillende teams om alle nieuwe informatie en vragen te bespreken en te inventariseren waar zoal behoefte aan is. Ook neemt de ODZOB deel aan het externe overleg stikstof, waar ook mensen van de andere twee omgevingsdiensten en de provincie aan deelnemen. Zo blijft alle informatie gestroomlijnd en landt deze op de juiste plekken. Op die manier wordt gewaarborgd dat een uniforme werkwijze wordt gehanteerd binnen de gehele provincie. Daarnaast is er op landelijk niveau een systeem ontwikkeld, waarmee de stikstofruimte die nu vrijkomt door bijvoorbeeld de maximale snelheid maatregel, wordt toegekend aan grote woningbouwprojecten. Dit systeem, het Stikstofregistratiesysteem (SSRS), wordt in Noord-Brabant gecoördineerd vanuit de ODBN, de ODZOB ondersteunt in de uitvoering (ingediende vergunningaanvragen beoordelen). Ook is gezamenlijk nagedacht over en actie ondernomen ten aanzien van manieren om de bulk vergunningaanvragen te kunnen verwerken. Verder wordt bij toezicht nog steeds gecontroleerd op het wel of niet in werking zijn conform een geldende natuurvergunning.

Om de stikstofgerelateerde activiteiten die de ODZOB uitvoert te kunnen continueren dienen bij de vaststelling van de werkprogramma’s door de deelnemers (zowel provincie voor wat betreft de vergunningverlening en gemeenten voor wat betreft toezicht) hier middelen voor vrijgemaakt te worden. Zo kan worden geborgd dat de wettelijke taken, maar zeker ook de advies- en verzoektaken, in de toekomst ook bij de ODZOB kunnen worden uitgevoerd, waar de kennis aanwezig is.

41

Ketentoezicht Maatschappelijke opgave, doel en wettelijk kader Ketentoezicht richt zich op processen waar verschillende organisaties als schakels in een keten bij betrokken zijn (zoals bij afvalverwerking of asbestverwijdering). Dat gebeurt omdat het nalevingsgedrag van een afzonderlijk bedrijf sterk kan worden bepaald door het gedrag van voorgaande of volgende schakels. Zo kunnen leveranciers hebben gemanipuleerd met goederen of bijbehorende documenten. Grote afnemers kunnen sterke druk uitoefenen richting een hoge kwaliteit of een lage prijs. Het toezicht in verschillende verschijningsvormen, waaronder ketentoezicht, op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is een taak die wordt uitgevoerd namens de bevoegde gezagen (gemeente en provincie). Ketentoezicht moet om die reden binnen de overheid uitgevoerd worden en kan worden beschouwd als een kernactiviteit binnen het toezicht. Essentieel hierbinnen is samenwerking met ketenpartners (NVWA, ISZW, waterschappen). Het werkproces van ketentoezicht ziet er als volgt uit: • voorbereidend onderzoek externe en interne schriftelijke bronnen; • voorbereidende afstemming met ketenpartners; • opstellen van ketenbeschrijvingen; • uitvoeren van tactische/risico analyses keten/ branche/bedrijf o.b.v.

prioriteiten, beleid of op verzoek; • opstellen van analyseprofielen en interventiestrategie; • draaiboeken opstellen voor diepgaand onderzoek; • audits in de keten uitvoeren (combineren financiële en stofstromen); • identificeren onregelmatigheden en oorzaken; • identificeren fraude/overtredingen.

Rol en inzet van de ODZOB In het Besluit omgevingsrecht is in Hoofdstuk 7 bepaald dat ketentoezicht een basistaak betreft die moet worden uitgevoerd door een omgevingsdienst. ODZOB voert nog onvoldoende ketentoezicht uit. Ketentoezicht is een complexe manier van toezichthouden waarbij de ODZOB met andere partners samenwerkt. Vanaf 2022 wil de ODZOB

ODZOB | Kadernota 2022

die samenwerking meer opzoeken om invulling te kunnen geven aan de continue veranderingen in de maatschappij, zodat wij samen met onze partners het verschil kunnen maken in de balans tussen ondernemen en een veilige en gezonde leefomgeving. In de praktijk blijkt dat de grootste risico’s liggen bij de handelingen en verwerking in de afvalketen. Daar is met strijdig handelen het meeste te verdienen. In de afvalketen zijn voorbeelden bekend van het zogenaamde omkatten van afvalstromen. Zo wordt van een waardeloze afvalstof een waardevolle ‘grond’-stof gemaakt, door simpelweg “het label te veranderen”. Op die manier hoeft men niet te betalen om de afvalstof te laten verwerken maar krijgt men juist betaald om de afvalstof te leveren. Vanuit ketentoezicht wordt verder gekeken dan specifieke bedrijven. Het onderzoekt risico’s in de hele keten van vrijkomen tot verwerken van afval. Dat doet het samen met de handhavingspartners in de keten, de zogenaamde ketenpartners. Het strijdig handelen brengt soms grote milieurisico’s met zich mee. Een voorbeeld hiervan is asbest. Asbest is schadelijk voor onze leefomgeving. Vanuit ketentoezicht worden dit soort afvalstromen gevolgd en door er onderzoek naar te doen worden de zwakke plekken in de keten blootgelegd waarmee verder milieurisico wordt voorkomen.

Wil de ODZOB aan deze basistaak invulling kunnen geven, dan dienen bij de prioritering van de collectieve taken en de opstelling van de werkprogramma’s door de deelnemers hier middelen voor gereserveerd te worden. Om regie te kunnen voeren op ketentoezicht voor de beleidsvelden industrie, mest, bodem en asbest (4*50 uur) is uit de collectieve taken een bedrag geraamd van € 20.000. Voor de uitvoering van de werkzaamheden (22*50 uur) binnen ketentoezicht kunnen de werkprogramma’s belast worden voor in totaal € 110.000, dit komt neer op € 5.000 per deelnemer.

Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant Wal 28 | Postbus 8035 5601 KA Eindhoven T 088 369 03 69 info@odzob.nl • www.odzob.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10007621/1