CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

5c Kadernota 2022 Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

Gemeenteraad 22 april 2021, gemeente SomerenBij agendapunt: Indienen zienswijze ontwerpbegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 ODZOB13.464 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

OMGEVINGSDIENST ZUIDOOST-BRABANT

KADERNOTA 2022 NOVEMBER 2020

OMGEVINGSDIENST ZUIDOOST-BRABANT Samen zorgen voor balans tussen ondernemen en een veilige en gezonde leefomgeving. Dat is het doel van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB); een Gemeenschappelijke Regeling van de provincie en de 21 gemeenten in de regio Zuidoost-Brabant.

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

4.

5.

1. Inleiding

5

2. Missie en visie

7

3. Uitdagingen 3.1 Speelveld VTH-domein 3.2 Uitdagingen

9 10 11

4 Inzet 4.1 Aandachtsgebieden 4.1.1 Omgevingswet 4.1.2 Regionaal en uniform uitvoeringsbeleid 4.1.3 Klimaat, energie en duurzaamheid 4.1.4 Toekomstbestendige veehouderij 4.1.5 Bodem 4.1.6 Gezondheid 4.1.7 Ondermijnende criminaliteit 4.1.8 Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS)/externe veiligheid (EV) 4.1.9 Bouwen 4.1.10 Asbest 4.1.11 Kwaliteit en efficiency van dienstverlening 4.1.12 Een toekomstbestendige uitvoeringsorganisatie: onze medewerkers groeien mee 4.2 Uitvoering van de taken

13 13 13 16 17 19 20 21 22 23 24 25 25 28 29

5 Financiële uitgangspunten 5.1 Inleiding 5.2 Baten 5.2.1 Algemeen 5.2.2 Programma dienstverlening 5.2.3 Programma collectieve taken 5.2.4 Efficiencyverbetering 5.3 Lasten 5.4 Indexering 5.5 Tarieven 5.6 Investeringen 5.7 Weerstandsvermogen 5.8 Vennootschapsbelasting (VPB)

31 31 31 31 32 34 35 35 36 36 36 37 37

Bijlage I. Invloed overdracht bevoegdheid bodemtaken op werkprogramma’s Bijlage II. Invloed gefaseerde invoer ROK T&H op werkprogramma’s Bijlage III. Nadere uitwerking van 3 aanvullende thema’s Water Stikstof Ketentoezicht

38 39 40 40 41 42

Kadernota 2022 | Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant In opdracht van: Dagelijks Bestuur Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant Datum: Versie november 2020 Status: Definitief Wal 28 | Postbus 8035 | 5601 KA Eindhoven

ODZOB | Kadernota 2022

Inleiding Voor u ligt de Kadernota 2022 van de Omgevingsdienst ZuidoostBrabant (ODZOB). De inhoudelijke uitgangspunten zijn afgeleid uit het Concernplan ODZOB 2019-2022 om met deze uitgangspunten de Begroting 2022 op te stellen. Deze Kadernota is tot stand gekomen na afstemming met de door het Opdrachtgeversplatform (OGP) samengestelde werkgroep van financieel deskundigen. Ook is input opgehaald in het Algemeen Bestuur (AB) van 24 september 2020. De raden/staten zijn (via raadsinformatie op initiatief van de AB-leden) in de gelegenheid gesteld om via de AB-leden aan de voorkant input mee te geven. Dit om ook voor 2022 en navolgende jaren een sluitende en gedragen begroting en meerjarenraming te borgen. De ontvangen reacties hebben zowel qua inhoud als qua financiën geleid tot wijzigingen in de nu voorliggende Kadernota. Als dienst zullen wij er alles aan doen om veranderingen en vernieuwingen zo goed mogelijk voor te bereiden; in nauwe samenwerking met onze deelnemers. Samen hebben we een verantwoordelijkheid en blijven we in ontwikkeling. Wij werken dagelijks met enorme betrokkenheid aan een gezonde en veilige leefomgeving.

1. Met ons werk maken wij verschil. Kijk mee achter de schermen: https://odzob.nl/achterdeschermen

ODZOB | Kadernota 2022

5

Missie en visie Onderstaande missie, visie en leidend principe, genoemd in het Concernplan 2019-2022, spelen in op toekomstige ontwikkelingen en zijn daarmee richtinggevend voor de koers van de ODZOB:

Missie: Samen meer waarde voor een veilige en gezonde leefomgeving in Zuidoost-Brabant. Voor en met gemeenten, provincie en netwerkpartners voeren we taken uit op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving, en geven we advies op het gebied van omgevingsrecht. De kwaliteit van ons werk wordt gegarandeerd door de inzet van deskundige medewerkers die betrouwbaar, proactief, oplossingsgericht en omgevingsbewust zijn. Visie: De ODZOB ontwikkelt zich als dé vanzelfsprekende partner in Zuidoost-Brabant die hoogwaardige, innovatieve en betaalbare diensten levert in het kader van de Omgevingswet. Wij zijn overtuigd van de kracht van de samenwerking met onze deelnemers. Samen zorgen we voor de balans tussen ondernemen en een veilige en gezonde leefomgeving.

2. ODZOB | Kadernota 2022

De inzet van de ODZOB ziet er in de kern als volgt uit: De ODZOB werkt samen met andere organisaties die werkzaam zijn op het gebied van de fysieke leefomgeving. Samen met hen en de deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling (GR) verbeteren we de kwaliteit van de fysieke leefomgeving: veiliger, gezonder en minder overlast. Dit alles onder het motto: “Samen meer waarde”. Om dit doel te bereiken voert de ODZOB Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH)-taken uit voor de deelnemers. Ook activiteiten die verwant zijn aan deze VTH-taken (specialismen) voert de omgevingsdienst uit indien provincie of gemeenten daarom verzoeken. De ODZOB opereert daarbij als strategische partner en verlengstuk van de deelnemers. Als uitvoeringsorganisatie staat de ODZOB voor de uitvoering van de door de deelnemers verstrekte opdrachten in de vorm van basistaken, verzoektaken en het collectief programma op het gebied van de fysieke leefomgeving.

7

Uitdagingen In het Concernplan ODZOB 2019-2022 zijn de uitdagingen en ontwikkelingen voor de komende jaren geschetst die leidend zijn voor de inzet van de ODZOB.

3. ODZOB | Kadernota 2022

Figuur 1: infographic Concernplan Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

9

3.1 Speelveld VTH-domein Een belangrijke landelijke ontwikkeling is de invoering van de Omgevingswet die op 1 januari 2022 in werking treedt. Deze wet bepaalt in hoge mate de inzet van de ODZOB bij de uitvoering van het takenpakket.

In dat kader verandert ook de rol van de overheden in het leggen van meer verantwoordelijkheden bij burgers en bedrijven. Dit is een ontwikkeling die past bij de transitie van verticaal georganiseerde naar een horizontale netwerken participatiesamenleving. De veranderende rol van de overheid komt binnen het werkterrein van de ODZOB met name in de Omgevingswet tot uitdrukking. Dit betekent nog meer omgevingsbewustzijn, ontwikkelingsgericht werken, faciliteren, maatwerk leveren, experimenteren en verbinden. Het VTH-domein is een complex taakveld in de regio Zuidoost-Brabant die gekenmerkt wordt door de innovatieve Brainportregio en een landelijk gebied met veel intensieve veehouderij. Maatschappelijke ontwikkelingen vragen in steeds grotere mate om optimale dienstverlening en transparantie. De risico’s zijn groot, terwijl het handelen van overheidsorganisaties onder een vergrootglas ligt. Gelet op de toenemende complexiteit van het werk wordt het steeds belangrijker om de uitvoering professioneel georganiseerd te hebben. Het verder uitbouwen van specialistische kennis en expertise is cruciaal om deze opgaven aan te kunnen. Het vraagt bovendien om actieve samenwerking met de deelnemers en andere partijen.

ODZOB | Kadernota 2022

3.2 Uitdagingen De volgende ontwikkelingen vragen in het bijzonder aandacht: • de beoogde inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2022 vraagt om een integrale aanpak bij de inrichting van de leefomgeving en een beschikbaarheid van informatie voor alle ketenpartijen. Dat wordt mogelijk als informatie eenvoudig gedeeld kan worden en digitaal beschikbaar en toegankelijk is; • samenwerking met partners zoals Veiligheidsregio, GGD, Metropoolregio Eindhoven, OM, rijksinspecties, waterschappen, andere Brabantse omgevingsdiensten wordt verder uitgebreid. Deze samenwerking is niet alleen nodig bij de uitvoering van de Omgevingswet, maar ook voor de aanpak van maatschappelijke problemen zoals zeer zorgwekkende stoffen, stikstofproblematiek, ondermijning, etc. We proberen waar mogelijk synergie te creëren in de samenwerking vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Elke partner handelt daarbij vanuit zijn eigen rol en verantwoordelijkheid waarbij overlappende werkzaamheden worden voorkomen; • invulling geven aan de procescriteria voor VTH en de BIG-8 vraagt om voortdurende aandacht: de strategische beleidscyclus moet optimaal worden verbonden met de operationele cyclus; • advisering en kennisuitwisseling over grote inhoudelijke thema’s die vanuit het VTH-domein veel impact hebben op de leefomgeving is aan de orde. Het gaat daarbij o.a.

om de volgende thema’s: klimaat & energie/duurzaamheid, toekomstbestendige veehouderij, bodem, asbest, gezondheid, zeer zorgwekkende stoffen en ondermijning – ogen en oren in het veld; • verdere ontwikkeling van de kwaliteit en efficiency vraagt voortdurend aandacht met daarin een belangrijke positie voor standaardisering van werkprocessen en ontsluiting van informatie. Onderdeel van de informatievoorziening is een goede basisregistratie met een actueel regionaal inrichtingenbestand. In 2022 zijn belangrijke stappen gezet in het terugdringen van het aantal variaties in mandaten en het vereenvoudigen van de werkafspraken. Deze stappen zijn nodig om de efficiency te kunnen verbeteren; • de Omgevingswet heeft impact op de omvang van het opdrachtenvolume voor de ODZOB waarvoor voldoende FTE moet worden ingezet. Daarnaast dient ingespeeld te worden op de benodigde competenties. Een strategische personeelsplanning met een kwalitatieve en kwantitatieve analyse is nodig om hier een passend antwoord op te vinden.

11

Inzet 4.1 Aandachtsgebieden In 2022 ligt voor de ODZOB de focus op de volgende gebieden: 4.1.1 Omgevingswet Maatschappelijke opgave, doel en wettelijk kader De Omgevingswet betekent een algehele stelselherziening voor de wet- en regelgeving, die gaat over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De herziening heeft een grote impact op de manier van werken, de cultuur, het juridisch en technisch instrumentarium en heeft grote gevolgen voor de bevoegde gezagen en organisaties die bij de wet betrokken zijn. De wet beoogt het vergroten van de inzichtelijkheid en het gebruikersgemak, het versnellen van de besluitvorming, meer lokale afwegingsruimte en een samenhangende benadering.

4.

Op 1 januari 2022 is de Omgevingswet van kracht en zijn al belangrijke aanpassingen in werkwijzen, cultuur, instrumentarium en ICT-systemen doorgevoerd. Het nieuwe VTH-systeem is dan gereed en actief. Dit is echter niet het eindpunt van de voorbereiding op de invoering van het nieuwe wettelijke stelsel, maar de start van een nieuwe fase in de transitie van het Omgevingsrecht die duurt tot 2030. Voor onze deelnemers betekent het bijvoorbeeld dat het beleid gaat vormkrijgen in nieuwe kaders bestaande uit de omgevingsvisie en de integrale, het gehele grondgebied omvattende, Omgevingsplan. Voor de ODZOB betekent dit tot en met 2030 elk jaar aanpassingen in werkprocessen en producten. De Omgevingsverordening van de provincie is op 1 januari 2022 in werking. De verwachting nu is dat als gevolg van de Omgevingswet er minder activiteiten vergunningplichtig zullen zijn. Daar staat tegenover dat de wettelijke proceduretermijn voor een deel van de complexe inrichtingen, die vóór inwerkingtreding nog 26 weken bestrijkt, naar 8 weken gaat. Dat vergt meer aandacht voor vooroverleg, waarin participatie en omgevingsoverleg in de vorm van de Omgevingstafel een belangrijk onderdeel wordt. De Omgevingswet dwingt ook meer interbestuurlijke afstemming af, waardoor voor en tijdens vergunningverlening meer afstemmingsmomenten zijn.

Ook is de verwachting dat vanwege het vergunningsvrij worden van verschillende activiteiten er meer inzet nodig zal zijn voor het afwikkelen van meldingen, alsmede voor toezicht & handhaving. Veel zal daarentegen nog op 1 januari 2022 onder het overgangsrecht vallen. Het overgangsrecht bestaat van rechtswege uit alle vigerende bestemmingsplannen, de set aan landelijke regels die in de vorm van de ‘bruidsschat’ zijn over gegaan naar de lokale overheid en de vigerende gemeentelijke verordeningen. Vergunningen ingediend vlak voor de invoeringsdatum dienen nog onder het oude regime

ODZOB | Kadernota 2022

13

afgehandeld te worden. In het eerste jaar moeten daarom nog dubbele systemen actief zijn. Ook heeft de wijze waarop de regels zijn of worden verwerkt in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) impact op de werkprocessen bij deelnemers en bij de ODZOB. De precieze impact op het totaal van de verwachte structurele inzet en de kosten is afhankelijk van verschillende factoren, waaronder de wijze waarop deelnemers om zullen gaan met de grotere afwegingsruimte en de invloed die dat heeft op het meer of minder uniform zijn van de werkprocessen.

Rol en inzet van de ODZOB Een gang langs onze deelnemers, waarbij de ambities zijn geïnventariseerd, in het voorjaar van 2020, leert ons dat de meeste deelnemers verwachten dat de gevraagde inzet aan de ODZOB het eerste jaar dat de Omgevingswet van kracht is grosso modo hetzelfde blijft. Wel geldt: hoe meer maatwerk, hoe meer kosten. Deze inventarisatie wordt in 2021 geactualiseerd op basis van de inzichten die we dan hebben. Daarnaast gaan we in 2021 oefenen met de nieuwe werkprocessen. Ook dat geeft kennis en informatie over wat de effecten zijn van de Omgevingswet op de uitvoering, de kosten en dat wat er in 2022 nog nodig is aan aanpassingen en het verder inregelen van processen. Tegenover hogere kosten staat overigens wel de mogelijkheid die de Omgevingswet voor bevoegde gezagen introduceert, om voor milieu vergunningaanvragen leges te heffen.

ODZOB | Kadernota 2022

De Omgevingswet heeft effect op de producten- en dienstencatalogus en de werkprogramma’s in 2022: • vergunningverlening: De verwachting nu is dat als gevolg van de Omgevingswet er minder activiteiten vergunningplichtig zullen zijn. Daar staat tegenover dat de wettelijke proceduretermijn voor complexe inrichtingen, die vóór inwerkingtreding nog 26 weken bestrijkt, naar 8 weken gaat. Dat vergt meer aandacht voor vooroverleg, waarin participatie en omgevingsoverleg in de vorm van de Omgevingstafel een belangrijk onderdeel wordt. De Omgevingswet dwingt ook meer interbestuurlijke afstemming af, waardoor voor en tijdens vergunningverlening meer afstemmingsmomenten zijn. De grondslag onder de Omgevingswet gaat van inrichting naar milieubelastende activiteit, dat vergt het omzetten van de systematiek. Wat dat betekent wordt onderzocht en zal in de loop van 2021 duidelijk worden. • toezicht en handhaving: Ook is de verwachting dat vanwege het vergunningsvrij worden van verschillende activiteiten er meer inzet nodig zal zijn voor het afwikkelen van meldingen, alsmede voor toezicht & handhaving.

Bij toezicht en handhaving zal in 2022 in samenwerking en overleg met de deelnemers inzet worden gepleegd om te beoordelen hoe toezicht integraler kan worden uitgevoerd; • verschuiving bevoegd gezag: de Aanvullingswet Bodem geeft aan dat gemeenten bevoegd gezag worden voor nieuwe bodemsaneringen. Daarnaast zijn voor een kleine groep bedrijven verschuivingen te verwachten in bevoegd gezag op basis van het besluit activiteiten leefomgeving (BAL). Van provincie naar gemeenten en visa versa; • vervallen taken: vervallen van bijvoorbeeld de Omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OMB).

Op het moment van voorbereiden en behandelen van de kadernota 2022, vindt er landelijk nog discussie plaats over het VTH-basistakenpakket. We gaan er vooralsnog vanuit dat het VTHbasistakenpakket beleidsarm overgaat in de Omgevingswet.

In 2021 is het Programma gericht op met name training en opleiding en het oefenen met de nieuwe werkprocessen, geënt op de regionale afspraken die daarover in 2020 zijn gemaakt, op invoeren van de producten. Daarmee is ODZOB klaar om de taken vanaf 1 januari 2022 uit te voeren conform de Omgevingswet.

Vanaf de inwerkingtreding zullen we monitoren welke factoren op welke wijze invloed hebben op de bedrijfsvoering en wat dit preciezer betekent voor de kosten. De verwachting is wel dat de kosten voor de baten uitgaan en dat kosten aanvankelijk hoger zullen uitvallen, in verband met onder andere het inregelen van nieuwe processen, de inzet die gevraagd wordt voor de advisering bij het opstellen van omgevingsvisies en -plannen. Er zullen bevoegdheidsverschuivingen plaatsvinden, met name op het gebied van bodem, maar in mindere mate ook op andere beleidsterreinen, zoals geluid en door de wijziging van inrichting naar activiteit.

De start van de transitieperiode op 1 januari 2022 betekent enerzijds dat we een fase van invoering (werkprocessen, producten) afsluiten en anderzijds dat we een nieuwe periode ingaan, waarbij we de focus leggen op: • het uitvoeren van VTH-taken volgens nieuwe kaders en nieuwe processen. Er zal een stuk nazorg op de implementatie van de nieuwe wetgeving plaatsvinden. Verder dient de nieuwe werkwijze in het eerste jaar van de Omgevingswet te worden gemonitord, geëvalueerd en zo mogelijk bijgesteld. Om dit onderdeel mogelijk te maken is in de meerjarenbegroting - via de werkprogramma’s - een bedrag van € 400.000 gereserveerd. Het besluit tot reservering is door het AB genomen in november 2019 en beschreven in de begroting 2021. Detaillering hangt af van wat in 2021 is opgeleverd en van wat in 2022 wordt geoefend, gemonitord/ geëvalueerd. Een detailprogramma volgt op basis van de vier programmalijnen en tien onderdelen van de Bestuursopdracht in de loop van 2021.

Pas dan hebben we de informatie en kennis, mede gebaseerd op de geactualiseerde ambities bij de deelnemers, om het programma voor 2022 verder in detail in te vullen; • het adviseren van onze deelnemers als ondersteuning en compleet maken van de beleidscyclus bij het verder vorm geven van de instrumenten van de Omgevingswet, gevoed vanuit onze uitvoeringspraktijk en integrale deskundigheid op het gebied van omgevingsdeskundigheid. Concreet gaat het o.a. om bijvoorbeeld advisering bij opstellen omgevingsplannen en omgevingsvisies. Dit onderdeel zal vorm moeten krijgen via separate opdrachten, dan wel via de werkprogramma’s.

Voor de invoering van de Omgevingswet bij de ODZOB is een bestuursopdracht opgesteld die bestaat uit 10 bouwstenen: 1) werkprocessen VTH en advies, 2) producten Omgevingswet, 3) producten en dienstencatalogus, 4) aansluiten op ambities deelnemers, 5) opleiding en training, 6) bevoegdheidsverschuiving, 7) samenwerking speelhuismanifest, 8) raming inzet, organisatie en communicatie, 9) bruidsschat, 10) kernwaarden omgevingskwaliteit. Aan de bestuursopdracht wordt programmatisch invulling gegeven via de vier programmalijnen: 1) 2) 3) 4)

Bestuur en samenwerking Product en dienstverlening Proces en informatievoorziening Mens en organisatie

15

4.1.2 Regionaal en uniform uitvoeringsbeleid Toezicht Maatschappelijke opgave en doel Het toezicht is er op gericht om via het bevorderen van de naleving van regels de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving te bewaken en te bevorderen.

Wettelijk kader De wettelijke basis is de Omgevingswet, en in samenhang daarmee het Omgevingsbesluit. Relevante regels zijn in hoofdzaak opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving en Besluit kwaliteit leefomgeving, soms in samenhang met een verguning. Verder is bijvoorbeeld een aantal Europese verordeningen relevant. Er zijn voor de omgevingsveiligheid relevante regels opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving en andere besluiten, met andere bevoegdheden waarop de Veiligheidsregio en de Inspectie sociale zaken en Veiligheid (ISZW) het toezicht uitvoeren. Daarvoor wordt een oog- en oorfunctie uitgevoerd, met samenwerking waar nodig. Die samenwerking zoeken we bijvoorbeeld ook met de GGD als de volksgezondheid in het geding is.

Rol en inzet van de ODZOB Met de start van de implementatie van het ROK (Regionaal Operationeel Kader) Toezicht en handhaving in 2020 hebben we een omslag gemaakt van (vrijwel) volledig programmatisch toezicht naar risicogericht toezicht bij branches voor het programmatische deel en naar thematisch toezicht voor bestuurlijke- en actuele thema’s. Voor deze twee pijlers van het ROK wordt als uitgangspunt gehanteerd dat wat we doen een maatschappelijk doel dient. Meer dan in het verleden kunnen we aan de hand van bereikte resultaten inzicht geven in hoeverre deze bijdragen aan het behalen van die doelen, die samenhangen met het behoud of de verbetering van de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving. Daarom worden kortlopende projecten gedefinieerd, die relatief snel resultaat geven waarop nieuwe keuzes kunnen worden gebaseerd met het oog op de doelstellingen. Een derde pijler van het ROK is een systematische klachtenanalyse, leidend tot de selectie van aandachtsbedrijven waarop wordt ingezet om toekomstige klachten te voorkomen. Voor 2020 zijn de keuzes die in de voorbereiding voor het besluit over het ROK zijn gemaakt voor de meest risicovolle branches en bestuurlijke thema’s als uitgangspunt genomen. Op basis van de resultaten en nieuwe inzichten zullen de keuzes hiervoor steeds worden heroverwogen.

Dit kan voor 2021, 2022 en de daarop volgende jaren tot andere keuzes gaan leiden op basis van ontwikkelingen en bereikte resultaten. De risicobenadering zal daarin, naast de overige uitgangspunten voor het ROK, leidend zijn en blijven. Over de voor het ROK beschikbare middelen zijn voor de jaren 2020 - 2023 afspraken gemaakt. Door uniformer te werken zullen minder fouten gemaakt worden en kan efficiënter gewerkt worden.

Vergunningverlening Maatschappelijke opgave en doel Het Regionaal Operationeel Kader Vergunningverlening (ROK-VV) geeft invulling aan een level playing field bij de behandeling van aanvragen omgevingsvergunningen milieu. Het beleid is mede vormgegeven in samenwerking met en op verzoek van de deelnemers aan de ODZOB, met uitzondering van de provincie, deze heeft namelijk een eigen provinciebreed beleid.

Wettelijk kader Het ROK-VV vindt haar wettelijke basis in het Omgevingsbesluit waarin staat dat elke gemeente en provincie moet beschikken over VTH-beleid voor de uitvoering van de Omgevingswet. Voor de basistaken van de omgevingsdiensten dienen ze gezamenlijk zorg te dragen voor uniform uitvoeringsbeleid. Het bevoegd gezag legt het uitvoeringsbeleid vast in een of meer documenten waarin gemotiveerd wordt aangegeven welke doelen het zichzelf stelt bij vergunningverlening en welke activiteiten het daartoe zal uitvoeren. Het uit- voeringsbeleid noemen we het ROK-VV en het omvat het strategisch beleidskader en een operationeel beleidskader. Rol en inzet van de ODZOB De ODZOB staat als uitvoerder van de basistaken, waaronder alle omgevingsvergunningen milieu, hiervoor aan de lat. Het beleid is geïmplementeerd in de systemen en werkinstructies die worden gebruikt. Het ROK-VV wordt in 2021 geëvalueerd mede in het licht van de komst van de Omgevingswet.

ODZOB | Kadernota 2022

4.1.3 Klimaat, energie en duurzaamheid Maatschappelijke opgave en doel We staan met z’n allen voor de uitdaging om CO2 te reduceren (49% in 2030 ten opzichte van 1990 en 95% in 2050) om klimaatverandering tegen te gaan. Het centrale doel van het Klimaatakkoord, het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen, raakt aan het leven van alledag. De transitie is in de eerste plaats een maatschappelijke transitie. Burgers en bedrijven staan voor een reeks beslissingen die van invloed zijn op hoe we wonen, ons verplaatsen, wat we eten, de producten die we kopen, hoe we ons geld verdienen. Een bundeling van daadkracht, investeringen, kennis en kunde is nodig. Een van de maatregelen daarbij is dat we in Nederland van het aardgas afgaan. Naast alle inspanningen die we doen om klimaatverandering zoveel mogelijk tegen te gaan, zullen we parallel daaraan maatregelen moeten nemen om met een veranderend klimaat om te gaan: klimaatadaptatie. Daarnaast moeten we toe naar meer circulair gebruik van materialen om de aarde niet uit te putten of te vervuilen bij het winnen van de grondstoffen.

Wettelijk kader In 2019 is het Klimaatakkoord gesloten. Als beleidsuitwerking daarvan is in onze regio de Regionale Energiestrategie (RES) opgesteld en is verschillende wet- en regelgeving uitgewerkt en geïmplementeerd op het gebied van energie en CO2-reductie, zoals keuring van airconditioning

17

en ventilatiesystemen, een normering op de CO2 uitstoot voor zakelijk vervoer, en vanaf 2023 een label C voor kantoren. Al heel lang bestaat er de energiebesparingsplicht vanuit de Wet Milieubeheer. Daar is een informatieplicht bijgekomen. Doel is om de Nederlandse economie in 2050 volledig te laten draaien op herbruikbare grondstoffen. Europees geldt een systeem van producentenverantwoordelijkheid: producenten of importeurs van o.a. auto’s, elektrische apparatuur en batterijen en accu’s zijn wettelijk verantwoordelijk voor het inzamelen en het zo duurzaam mogelijk recyclen van hun producten in de afvalfase.

Rol en inzet van de ODZOB Binnen het ROK is energiebesparing prioritair gescoord. Dit betekent dat toezicht op energiebesparing een vast onderdeel is van controles, bij te kiezen branches. Dat betekent dat we bij branches waar dat relevant is, controleren op een selectie van de erkende energiebesparende maatregelen. Daarnaast heeft de ODZOB een themaplan energie bij toezicht opgesteld met daarin aanbevelingen voor projecten en toezichtplannen gericht op energiebesparing. In de ROK-systematiek kunnen hieruit projecten voorgedragen worden voor uitvoering. Indien vergunningen geactualiseerd worden, actualiseert de ODZOB op het thema energie. Door voorschriften op het thema energie op te nemen in een vergunning is handhaving mogelijk als het bedrijf niet de energiebesparende maatregelen neemt die zich binnen 5 jaar terugverdienen.

ODZOB | Kadernota 2022

De ODZOB levert input en adviseert bij uitvoering van de RES waar nodig, bijvoorbeeld op het thema energiebesparing bij bedrijven en bij maatschappelijk vastgoed met bij ons beschikbare data en om te zorgen dat het wettelijke spoor gericht op energiebesparing geborgd wordt. De RES moet landen in de Omgevingswet-instrumenten. Bij implementatie van de Omgevingswet ondersteunt de ODZOB gemeenten door de kansen te signaleren die de invoering biedt voor een ambitie op energieneutraliteit en door advisering over energie gerelateerde onderwerpen in de bruidsschat. Bij de uitvoering van de RES zal de ODZOB omgevingsvergunningen afhandelen voor zonneparken, windparken, vergistingsinstallaties, et cetera en via VTHbijdragen aan het realiseren van energiebesparing bij bedrijven en organisaties. De ODZOB biedt gemeenten op deze wijze invulling en uitvoering om klimaatdoelstellingen te realiseren door middel van toezicht, vergunningverlening en handhaving.

4.1.4 Toekomstbestendige veehouderij Maatschappelijke opgave en doel Een toekomstbestendige veehouderij is innovatief en duurzaam, gaat uit van het sluiten van kringlopen en is in balans met haar leefomgeving. De uitstoot van schadelijke stoffen is minimaal (ammoniak, geurstoffen, fijnstof-endotoxinen, methaan). De leefomgeving is daardoor gezond en veilig (natuur, milieu, volksgezondheid).

De ODZOB kan, als verzoektaak, gemeenten en provincie ondersteunen bij het opstellen van duurzaamheidsbeleid, een duurzaamheidsvisie, een plan om van het aardgas af te gaan en uitvoeringsprogramma en uitvoering daarvan.

Saneren en verduurzamen werken ook door in het landelijk gebied. Het Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen pakken deze maatschappelijke opgave gezamenlijk aan onder het Interbestuurlijk Programma (IBP) “Naar een vitaal platteland”. Voor Oost-Brabant en Noord-Limburg wordt een relatie gelegd met de problematiek in veedichte gebieden. Tegelijk haakt dit aan op het NOVI (Nationale Omgevingsvisie).

Circulaire economie krijgt de komende jaren steeds meer aandacht. In afval gaat veel geld om en illegale inzameling en verwerking loont. Jaarlijks lekt een deel van de afvalstromen weg, buiten het legale circuit. Toezicht op de afvalketen draagt bij aan een circulaire economie. Daarnaast krijgt vergunningverlening te maken met bedrijven die afval als grondstof willen inzetten. Met bedrijven die experimentele, circulaire initiatieven hebben en daarvoor een vergunningaanvraag voorbereiden wil de ODZOB in een vroegtijdig stadium in gesprek. De ODZOB kan binnen haar wettelijke mogelijkheden en bevoegdheden meedenken om nieuwe circulaire initiatieven te faciliteren en de (on)mogelijkheden aan te geven. Hierdoor kunnen deze bedrijven tijdig anticiperen en eventuele aanpassingen doorvoeren. Als uitvoeringsorganisatie zijn wij een van de spelers die voor de uitdagende taak staan om circulaire innovaties van bedrijven mogelijk te maken en bedrijven aan te moedigen meer circulair te worden.

De veehouderij bevindt zich in de transitie naar een toekomstbestendige veehouderij (in Brabant de Transitie Zorgvuldige Veehouderij). De transitie loopt langs twee hoofdsporen: saneren van veehouderijen die willen stoppen en het verduurzamen van de blijvers. Deze twee sporen gaan de transitie domineren, in 2021, 2022 en de jaren daarna. Leidend is het verminderen van de stikstofproblematiek om toestemming te kunnen verlenen aan diverse economische en maatschappelijke projecten.

Wettelijk kader De Omgevingswet zal het wettelijk kader zijn voor activiteiten en functietoedeling (vergunningverlening en ruimtelijke plannen). De Omgevingswet biedt de gemeente beleidsruimte voor lokaal beleid, voor experimenteerruimte, voor normering en/of het werken met omgevingswaarden. De grote thema’s zijn geur en gezondheid. Het instrument ‘Programma’ biedt de gemeente de mogelijkheid om lokale vraagstukken op een programmatische manier aan te pakken (bijvoorbeeld verminderen van het aantal knelpunten met geuroverlast òf het bevorderen van de verduurzaming van de veehouderij door de veehouders maximaal gebruik te laten maken van subsidieregelingen).

Voor de verduurzaming van de veehouderij zijn middelen/subsidies beschikbaar vanuit Rijk en/of provincie. Er is een innovatiemodule en een investeringsmodule voor brongerichte verduurzaming. Veehouders die willen investeren in het ontwikkelen van nieuwe emissiearme stalsystemen of de nieuwe systemen in gebruik willen nemen, kunnen gebruik maken van de ‘Subsidiemodules brongerichte verduurzaming stalen managementmaatregelen’ (Sbv). Deelname aan saneringsregelingen is voor de veehouder vrijwillig. Met subsidie van het Rijk en/ of de provincie wordt een bedrijf beëindigd, de dierrechten doorgehaald (verkleining veestapel), de vergunning ingetrokken, de locatie herbestemd en de stallen gesloopt. In verband met stikstof is de ‘Landelijke beëindigingsregeling veehouderij’ (Rijk) in voorbereiding en is de provincie met gemeenten aan de slag met het ‘gericht opkopen van piekbelasters’ in een gebiedsgerichte aanpak (o.a. vraag en aanbod ammoniakruimte, stikstofregistratiesysteem). De Omgevingsverordening van de provincie is belangrijk vanwege de scherpere ammoniakeisen, de termijnen voor de veehouders om daar aan te voldoen en de beschikbaarheid van nieuwe brongerichte en duurzame stalsystemen (snelheid van de innovatie).

19

voor de bodemkwaliteit. Het Rijk is terughoudend met het opstellen van nationale regels. De veranderingen worden met een transitiedocument inzichtelijk en werkbaar gemaakt. De nadere uitwerking (wijzigingen, impact op systemen, intake, workflow, monitoring, rapportage, behoud van kennis) wordt aan de hand van een implementatiedocument verder vormgegeven. Uitgangspunten zijn dat kennis en ervaring, ook met betrekking tot de Omgevingswet, op een zo’n optimaal mogelijk niveau gebracht worden en specifieke bodemkennis voor de regio behouden blijft. En dat de overgang van taken van provincie naar gemeenten budgetneutraal kan worden geïmplementeerd; voor 2022 zal een bedrag van geraamd € 840.000,-verschuiven van provincie naar gemeenten (waaronder gemeenten in de regio Noordoost-Brabant).

Rol en inzet van de ODZOB De rol van de ODZOB is gerelateerd aan de inhoud (deskundigheid, kennis en ervaring). Vanuit de inhoud adviseert de ODZOB onder andere over: • nieuwe wet- en regelgeving, uitvoerbaarheid daarvan en implementatie in VTH; • experimenteerruimte binnen de vergunning voor proefbedrijven (faciliteren van brongerichte innovatie en verduurzaming); • bedrijfsbeëindiging en intrekken van vergunningen, herbestemmingen (bedrijfswoning-burgerwoning), sloop, soortenbescherming, bodem en asbest; • VTH-werkzaamheden voor veehouderij. De Taskforce veehouderij brengt de VTH-opgave en de noodzakelijke capaciteit in beeld, die voortkomt uit landelijk en provinciaal beleid. Bepalend zijn de gevolgen van het nieuwe bestuursakkoord en de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant aangaande de termijnen, waarbinnen veehouderijen moeten gaan voldoen aan de provinciale ammoniakeisen (2024). Dit werkt door in de vergunningverlening. In 2023 met uitloop naar 2024 wordt een piek van vergunningaanvragen verwacht. In de Taskforce maken omgevingsdiensten en provincie afspraken over het opvangen van de capaciteitspiek en over het versnellen van het vergunningverleningsproces. ODZOB | Kadernota 2022

In het Werkprogramma Agrofood en Leefomgeving (WAL) wordt kennis overgedragen/uitgewisseld over actuele thema’s voor een toekomstig bestendige veehouderij, bijvoorbeeld over stikstof, nieuwe maatregelen, stand der techniek, stand van het onderzoek. In de ambtelijke en bestuurlijke samenwerking met de Metropool Regio Eindhoven (MRE) neemt de ODZOB deel aan landelijke en provinciale gremia, om vanuit de inhoud inbreng te hebben in: • de landelijke kerngroep sanering en verduurzaming veehouderij; • het ‘Bestuurlijk overleg transitie landbouw’ (4 regio’s en provincie over Mestbeleid, geur en gezondheid en dergelijke). 4.1.5 Bodem Maatschappelijke opgave, doel en wettelijk kader De gemeenten krijgen met ingang van 2022 (inwerking treden van de Omgevingswet) ook een aantal nieuwe taken en verantwoordelijkheden voor bodem. In het kader van de Omgevingswet is de kwaliteit van de bodem een belangrijk thema. Door een Brabantbrede samenwerking (provincie, gemeenten, omgevingsdiensten) wordt de transitie van bodem van Wet bodembescherming naar Omgevingswet per 1-12022 vormgegeven. Alle gemeenten worden primair verantwoordelijk voor de leefomgeving en dus ook

Rol en inzet van de ODZOB De personele capaciteit qua omvang, kennis en competenties wordt voor invoering van de Omgevingswet inzichtelijk gemaakt. Werkzaamheden die niet vallen onder de overgangswetgeving die de ODZOB, in opdracht van provincie, nu nog uitvoert in de gemeenten in Noordoost-Brabant worden vanaf 2022 uitgevoerd door de ODBN. Het gaat om een (geraamd) bedrag van € 270.000,--. Personele capaciteit zal mogelijk van de ODZOB overgaan naar de ODBN.

4.1.6 Gezondheid Maatschappelijke opgave, doel en wettelijk kader Met de komst van de Omgevingswet gaat meer aandacht uit naar gezondheid. Aandacht is nodig voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties waarbij in ieder geval rekening moet worden gehouden met het belang van het beschermen van de gezondheid. Naast de veehouderij hebben diverse (milieu)thema’s een directe relatie met gezondheid. Een te slechte luchtkwaliteit, veel geluidoverlast, et cetera hebben invloed op de gezondheid van de burgers. Bij het verlenen van vergunningen worden normen opgenomen voor bijvoorbeeld geluid om de hinder voor omwonenden te beperken, waarmee indirect de gezondheid van omwonenden kan worden beschermd.

Rol en inzet van de ODZOB Er zijn 3 belangrijke doelen waarin de ODZOB een verantwoordelijkheid heeft: • invulling van de Omgevingswet: Gezondheid moet de komende jaren verder vorm krijgen in de samenwerking die de lokale overheden en de gemeenschappelijke regelingen met elkaar aangaan om de Omgevingswet goed te laten landen en tot een succes te maken; • monitoring van de Omgevingswaarden is van groot belang. Het verschaft een referentiekader waarmee de regio doelen kan stellen en actie kan ondernemen; • kennis en kunde ontsluiten voor de regio door samenwerking met de GGD, regiopartners en onderzoeksinstituten. Met de komst van de Omgevingswet adviseert de ODZOB samen met de GGD en Veiligheidsregio de bevoegde gezagen over de fysieke leefomgeving. De GGD adviseert over gezondheid en hanteert daarbij gezondheidskundige advieswaarden die kunnen afwijken van de wet- en regelgeving. Om advies te kunnen geven heeft de GGD inzicht nodig in de aanwezige omgevingskwaliteit. Dit inzicht levert de ODZOB door milieubelastingen zoals geluid en lucht in beeld te brengen.

21

Namens de gemeenten vult de ODZOB ieder jaar de Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit-monitoringstool, om in beeld te brengen wat de luchtkwaliteit in de regio is. De ODZOB is namens de deelnemers partner in een consortium bestaande uit het burgerinitiatief AiREAS, de provincie Noord-Brabant, gemeente Eindhoven, de Universiteit van Utrecht, het RIVM, de GGD en TNO, in een onderzoeks- & ontwikkelingsproject. Met behulp van innovatieve sensortechnieken, in een regionaal dekkend meetnet en met de inzet van burgerparticipatie via de coöperatieve vereniging AiREAS, gaan we meer inzicht verschaffen in luchtkwaliteit en geluid, met als doel handelingsperspectief te verwerven met het oog op een gezondere leefomgeving. Hierbij richten we ons op drie aandachtsgebieden: stedelijk gebied, landelijk gebied en luchthavengebied Eindhoven Airport. Een aanvullende meetcampagne Gezondheid en Veehouderij maakt ook onderdeel uit van het project. De provincie, gemeente Eindhoven en de ODZOB (via collectieve taken) zijn de financierende partners. Aanvullend wordt in de financiering voorzien door individuele bijdragen van de deelnemende gemeenten en inzet op Europese subsidies en Rijkssubsidies.

De Brabantscan (BROS) is het kennisknooppunt voor gezondheidsinformatie over de provincie Noord-Brabant en is een samenwerking tussen GGD Brabant-Zuidoost, GGD Hart voor Brabant en GGD West-Brabant. Je vindt hier bijvoorbeeld de resultaten van de gezondheidsenquêtes van de GGD, maar ook gezondheidsinformatie uit andere bronnen. Binnen de omgevingsdienst wordt de Omgevingsatlas gevuld met alle relevante milieudata, onder andere uit het hierboven genoemde meetnet. Deze atlas wordt de komende tijd verder gevuld. De ODZOB levert de milieudata (geluid, luchtkwaliteit, et cetera) vanuit de Omgevingsatlas om de BROS verder te vullen en te verbeteren. Ook wordt onderzocht of er een koppeling kan worden gelegd met de klachtenregistratie die de ODZOB ontvangt met de BROS.

ODZOB | Kadernota 2022

4.1.7 Ondermijnende criminaliteit Maatschappelijke opgave, doel en wettelijk kader In het kader van deregulering treedt de overheid meer terug ten aanzien van regels en toezicht. Toch zijn er veel misstanden die de overheid moet aanpakken. Er is bijvoorbeeld meer aandacht nodig voor ondermijnende criminaliteit. Grote problemen zijn o.a. drugsafvaldumpingen en criminaliteit in verloederde recreatieparken maar ook in leegstaande gebouwen, zowel op industrieterreinen als in het buitengebied.

Rol en inzet van de ODZOB Wij zijn er ons terdege van bewust dat ondermijning geen ‘core business’ van de ODZOB is. Wel is het zo dat wij -en dit is ons expliciet door enkele bestuurders verzocht- een rol kunnen en moeten spelen daar waar het gaat om ondermijnende (milieu) criminaliteit (oog- en oorfunctie). Door de gebundelde kennis van onder meer gemeenten, Belastingdienst, omgevingsdiensten, Openbaar Ministerie, het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum en de Taskforce Brabant Zeeland is er nu bestuurlijke aandacht voor de ondermijnende criminaliteit. In dit kader zien gemeentelijke boa’s nu al veel meer in het buitengebied. Ook de boa’s en toezichthouders van de ODZOB nemen steeds meer afwijkingen waar. Ze zijn onze ogen en oren. Hun kennis en ervaring kunnen we veel beter benutten, ook in samenwerking met andere partijen. Belangrijk daarbij is om de bevindingen vast te leggen, zodat we een volgende stap in de aanpak van ondermijning kunnen zetten: analyse van beschikbare metadata.

De ODZOB wil de oor- en oogfunctie de komende jaren verder uitbouwen. Het vergroten van de bewustwording en signaalfunctie bij de ambtenaren binnen de regio en alle medewerkers van de ODZOB om goed op bepaalde zaken te letten, ook buiten werktijd, zou er veel toe kunnen bijdragen om misstanden eerder in beeld te krijgen. Dit vereist structureel trainingen in het signaleren en herkennen van verdachte situaties. Het vergroten van het netwerk en afstemmen met bij het onderwerp betrokken partners, is voorwaarde om samen succesvol in de aanpak te kunnen zijn. 4.1.8 Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS)/ externe veiligheid (EV) Zeer Zorgwekkende Stoffen Maatschappelijke opgave, doel en wettelijk kader Het beleid rondom zeer zorgwekkende stoffen is er op gericht om een voortschrijdende vermindering van de belasting voor de omgeving te realiseren en een aantal van deze stoffen uiteindelijk volledig uit te bannen. Bedrijven zijn er aan gehouden te blijven streven naar vermindering van toepassing en emissies van deze stoffen. Zij moeten vijfjaarlijks rapporteren over hun voortgang daarbij. De aanpak van zeer zorgwekkende stoffen richt zich op voorkomen van gezondheids- en omgevingseffecten op de lange termijn.

Rol en inzet van de ODZOB De ODZOB ziet er op toe dat dit rapporteren daadwerkelijk gebeurt. De ODZOB beschikt over medewerkers die kennis en ervaring hebben om dit te kunnen doen. Bij de uitvoering van hun vergunningverlenende, toezichthoudende en handhavende taken beoordelen zij of er sprake is van toepassing of vorming van zeer zorgwekkende stoffen, of de bedrijven de vereiste technieken op de juiste wijze toepassen om emissies te beperken en of zij voldoende voortgang maken bij het terugdringen van emissies. Naast zeer zorgwekkende stoffen zullen ook potentieel zeer zorgwekkende stoffen en opkomende stoffen aandacht krijgen. De beoordeling ervan gebeurt op vergelijkbare wijze als bij zeer zorgwekkende stoffen. De ODZOB beschikt over een registratiesysteem waarin het gebruik door of de vorming van zeer zorgwekkende stoffen bij bedrijven en de emissies ervan worden vastgelegd en kunnen worden gemonitord en gerapporteerd. De ODZOB werkt samen met andere (Brabantse) omgevingsdiensten en waterschappen. Hierbij staan gezamenlijke opbouw en uitwisseling van kennis en ervaring en uniforme aanpak centraal.

23

Externe Veiligheid Maatschappelijke opgave, doel en wettelijk kader Het beleid externe veiligheid is erop gericht om risico’s zo klein mogelijk en aanvaardbaar te houden. In de periode van 2014 tot en met 2020 heeft de ODZOB, en de andere veiligheidspartners waaronder de Veiligheidsregio Zuidoost-Brabant, middelen ontvangen van het landelijke programma Impuls Omgevingsveiligheid (IOV) 2014 – 2018. Deze middelen zijn voor 2019 en 2020 verlengd. Met deze middelen heeft de ODZOB de in het verleden opgebouwde samenwerking en kennis binnen en buiten de regio kunnen behouden en versterken. Hiermee voldoet de kwaliteit van de uitgevoerde externe veiligheid werkzaamheden aan de landelijk gestelde eisen. Ook na 2020 zullen we samen met de gemeenten en veiligheidspartners werken aan een veilige fysieke leefomgeving. Over de gevolgen hiervan is het AB via een afzonderlijk voorstel geïnformeerd.

Rol en inzet van de ODZOB De ODZOB neemt in samenwerking met de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost en gemeenten deel aan ontwikkelingen namens de regio, hierbij moet gedacht worden aan de ontwikkelingen structuurvisie buisleiding en actualisatie Basisnet. Ook voert zij gezamenlijke projecten uit voor de regio, zoals de Informatievoorziening bij calamiteiten.

4.1.9 Bouwen Maatschappelijke opgave, doel en wettelijk kader De nieuwe Wet kwaliteitsborging (Wkb) voor het bouwen treedt, tegelijkertijd met de Omgevingswet, op 1 januari 2022 in werking. De Wkb heeft als doel om de bouwkwaliteit en het bouwtoezicht te verbeteren door het inschakelen van private kwaliteitsborgers. De wet treedt gefaseerd in werking. Er wordt gestart met eenvoudige bouwwerken (gevolgklasse 1). Na 3 jaar wordt de wet geëvalueerd en wordt besloten of ook de complexere bouwwerken onder de Wkb gaan vallen. De invoering van de Wkb heeft gevolgen voor het gemeentelijk Bouw- en Woningtoezicht. De bouwtechnische toetsing, nu uitgevoerd door vergunningverleners en toezichthouders, komt te vervallen. Hierdoor zijn er minder medewerkers met bouwtechnische kennis nodig. Het aandeel bouwwerken in een gemeente, dat valt onder gevolgklasse 1, bepaalt in eerste instantie het effect op de formatie. Daarnaast zullen de bouwleges gaan dalen. Er vallen immers werkzaamheden weg. Onduidelijk is nog in welke mate dat gaat gebeuren. De gemeente blijft in het kader van vergunningverlening wel verantwoordelijk voor de ruimtelijke beoordeling (omgevingsplan en welstand) van een aanvraag bouwen. Handhaving en toezicht op omgevingsveiligheid, gebruik en bestaande bouwwerken blijven ook een taak van de gemeente.

Rol en inzet van de ODZOB Team bouwen is op dit moment werkzaam voor een tiental gemeenten, de provincie Noord-Brabant, de OMWB en de ODBN. De opdrachten lopen uiteen van vergunningverlening/toezicht onder volledig mandaat tot het verzorgen van enkel de bouwtechnische advisering. De ODZOB functioneert daarbij vaak als flexibele schil van het gemeentelijk Bouw- en Woningtoezicht. Aangezien de Wkb er voor zorgt dat gemeenten minder capaciteit nodig hebben, zal het aantal opdrachten voor team bouwen ook afnemen. Het team bouwen beschikt over voldoende flexibele schil om de nu verwachte afname van opdrachtverlening op te vangen.

ODZOB | Kadernota 2022

4.1.10 Asbest Maatschappelijke opgave, doel en wettelijk kader In 2017 is het Regionale uitvoeringsbeleid asbesttaken vastgesteld door het AB. Het beleid is opgesteld naar aanleiding van de constatering van regionale- en bovenregionale problemen op het gebied van de asbestsaneringen. De aard van de problemen vraagt om een regionale, dan wel bovenregionale aanpak. In 2020 heeft een herijking van de werkafspraken plaatsgevonden met een inzet op een verbeterde werkwijze en werkafspraken voor de asbesttaken waarin de samenwerking en verbinding tussen de gemeente en ODZOB is geoptimaliseerd. Een belangrijk uitgangspunt daarbij is informatie- en risicogestuurd asbesttoezicht.

Rol en inzet ODZOB De inzet voor 2022 is mede afhankelijk van een evaluatie die eind 2021 wordt uitgevoerd. Uit deze evaluatie van de verbeterde werkafspraken in combinatie met de monitoring van de budgetten en de outcome van de inzet van toezicht asbest moet blijken of het beoogd effect beter wordt benaderd. Zo nodig wordt het beleid bijgesteld.

4.1.11 Kwaliteit en efficiency van dienstverlening Rol en inzet van de ODZOB Kwaliteitsvisie De ODZOB heeft het leveren van kwaliteit hoog geprioriteerd. We willen niet alleen voldoende capaciteit, maar ook voldoende kwaliteit borgen om onze doelen na te kunnen streven. Dit betekent aandacht voor opleiding, goede samenwerking (intern en extern), heldere opdrachtformulering, duidelijke en uniforme processen, volledige en terugvindbare gegevensregistratie en frequente monitoring op deze punten. Wat de ODZOB met kwaliteit wil bereiken wordt geformuleerd in een op te stellen visie. Vanuit deze visie volgen een aantal aandachtsgebieden, waaruit verbetersuggesties voortkomen. Ook in 2022 wordt een aantal punten opgepakt om te zorgen voor continue verbetering van onze werkzaamheden. Het ambitieniveau voor de producten wordt bepaald door de bevoegde gezagen (samen). De ODZOB levert advies over de relatie met de doelen die we voor de leefomgeving nastreven en brengt risico’s in kaart. Voor de uitvoerbaarheid moet rekening gehouden worden met uniform en efficiënt werken voor de hele regio.

25

BIG-8 en het ROK. De jaarrapportages worden in 2022 verder uitgebreid en verbeterd. Dit doen we door onder andere de interne kwaliteitsmonitoring door te ontwikkelen. De kwaliteitsmonitoring is gericht op drie onderdelen, namelijk: • processen, toegespitst op doorlooptijden, wel/ niet halen van wettelijke termijnen, inhoudelijke afhandeling, werkvoorraad etc.; • data, toegespitst op de kwaliteit van de gegevens, zoals wel/niet vastgelegd in de locatiedossiers en omgevingsdossiers, die van toepassing zijn bij een inrichting; • zaakdossiers, toegespitst op met name de vindbaarheid in het zaak- en VTH-systeem en de volledigheid van documenten in een zaak. Bij deze categorie vindt de beoordeling van de kwaliteit mede vanuit de archiefeisen plaats.

De kwaliteitsregisseur bewaakt de voortgang en samenhang met andere projecten. Ook wordt er weer een Collegiale Toets uitgevoerd met andere omgevingsdiensten om van elkaar te leren. Zaak- en VTH-systeem en DSO De komst van de Omgevingswet en de implementatie van een nieuw zaak- en VTHsysteem (gekoppeld aan het Digitaal Stelsel Omgevingswet, DSO) zijn een kans om die kwaliteit (nog) beter in de werkprocessen te verankeren. De nieuwe werkprocessen moeten per 1 januari (bij start Omgevingswet) geïmplementeerd worden. In 2022 zullen we dus voornamelijk zorgen dat de processen onder de nieuwe wet en met het nieuwe zaaksysteem vlot lopen. De ODZOB hoopt dan eveneens een verbeterslag te bereiken in de uitwisseling van informatie (data en documenten) tussen deelnemers en de ODZOB, in zoverre dat het voldoet aan de daarvoor geldende (archief) wetgeving. Voor 2020 en 2021 staat ook gepland om meer uniforme afspraken te maken met onze deelnemers over het gebruik van zaaktypen en mandaten en mogelijk ook over gezamenlijk ICTbeheer. Hiermee kunnen we de processen van de

ODZOB | Kadernota 2022

ODZOB in 2022 ook verder vereenvoudigen en efficiënter maken. Als onderdeel van een efficiëntere aanpak streven we ernaar om in 2022 zelfstandig besluiten te publiceren op overheid.nl. Specifiek voor 2022 geldt verder dat door het uitstel van de Omgevingswet de ODZOB het oude en het nieuwe systeem tijdelijk langs elkaar gebruikt moeten worden. Regionaal inrichtingenbestand Het regionaal inrichtingenbestand blijven we actualiseren door gebruik te maken van dataanalyses en gevelcontroles. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet is geen sprake meer van het begrip inrichting. We spreken van milieubelastende activiteiten. Deze zullen in 2022 als zodanig in onze systemen opgenomen worden. We registreren vanaf dat moment dus activiteiten, waarvan er meerdere binnen één locatie kunnen plaatsvinden. Jaarrapportages/kwaliteitsmonitoring In 2019 en 2020 hebben we voor het eerst jaarrapportages opgeleverd en geëvalueerd. Deze zullen integraal onderdeel gaan uitmaken van de

Met de invoering van de Omgevingswet en het nieuwe zaaksysteem gaat kwaliteitsmonitoring en de borging van de maatregelen op de informatiehuishouding onlosmakelijk onderdeel uitmaken van het kwaliteitsmanagementsysteem van de ODZOB. Het nieuwe werken en Informatiebeveiliging Alle overheidsorganisaties hebben de plicht hun informatiebeveiliging conform de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) in te richten. De ODZOB heeft hier al stappen in gezet (Beleid en uitvoeringsprogramma’s, aanwijzen CISO, Calamiteitenplan, etc.). Er moeten nog een aantal stappen gezet worden, voordat de ODZOB conform de BIO ‘in control’ is. Daarnaast is informatiebeveiliging nooit ‘af’. Kwaadwillenden zitten niet stil, en vinden continu manieren uit om de informatievoorziening in gevaar te brengen. Het spreekt voor zich dat de informatiebeveiliging mee moet ontwikkelen met deze zaken en dat de ODZOB daarom in extra beveiligingstools moet gaan investeren.

Informatie is voor veel organisaties, en zeker ook de ODZOB, één van de belangrijkste fundamenten, zo niet de belangrijkste. Zonder een correcte, veilige en continu beschikbare informatievoorziening komt de bedrijfsvoering van de ODZOB en (mogelijke ook ketenpartners) direct in gevaar. Het zorgdragen voor de informatievoorziening is van vitaal belang maar komt niet gratis. Zo verwachten we dat de ODZOB in de toekomst meer advisering, consultancy en expertise nodig heeft. Naar verwachting zal de ODZOB ook meer investeringen moeten doen in alle aspecten van zijn ICT-architectuur: applicatielandschap, ICT-infrastructuur, de ICTbeheerorganisatie en het data warehouse. Om de bovenstaande zaken te borgen is jaarlijks een bedrag van € 100.000 noodzakelijk. Daar waar gezamenlijk optrekken mogelijk is, hetzij met één van de twee andere Brabantse omgevingsdiensten, hetzij met overige gemeenschappelijke regelingen (GGD, VRBZO en MRE), zal dit zeker onderzocht worden (voorbeelden van gebieden waarop al samengewerkt wordt zijn: gezamenlijk anonimiseren van documenten, databeheer en –analyses en (regionale) afspraken over niveau van informatiebeveiliging).

Ook moeten duidelijke afspraken gemaakt worden op dit gebied met al onze (keten)partners en leveranciers. Zeker daar waar het gaat om uitwisseling of gebruik van elkaars gegevens, dienen hier goede afspraken onder te liggen. Niet alleen op het gebied van privacy, maar zeker ook voor informatiebeveiliging.

27

De effecten zijn in de kadernota/begroting vertaald in efficiencyvoordeel op de werkprogramma’s (1% 2021, 2% 2022). Insteek hierbij is dat op onderdelen in de werkprogramma’s minder uren nodig zijn om tot een vergelijkbaar eindproduct te komen.

Digitoegankelijkheid Het is belangrijk dat iedereen toegang heeft tot overheidsinformatie. Daarom verplicht het ‘Besluit digitale toegankelijkheid overheid’ overheidsinstanties om inzicht te geven in hun inspanningen om bijvoorbeeld websites en apps toegankelijk te maken voor iedereen. Het besluit verplicht ook om hierover een verklaring af te leggen op de website. Een toegankelijkheidsverklaring laat zien of een organisatie ‘in control’ is. Dat betekent dat duidelijk is welke digitale informatie en diensten de organisatie aanbiedt, wat de toegankelijkheidsstatus is van ieder digitaal kanaal en welke maatregelen gepland zijn ter verbetering. De ODZOB wil niet alleen zorgen dat we voldoen aan deze wet- en regelgeving maar wil ook zorgdragen voor een stabiele werkwijze rondom dit thema en dat dit wordt geborgd en verankerd in de organisatie. Voor digitale toegankelijkheid dient daarom structureel budget te worden gereserveerd voor de borging, verankering en (onafhankelijke) toetsing. Staat van het mandaat Naar aanleiding van het Arena rapport “De Staat van het Mandaat” heeft het bestuur van de ODZOB opdracht gegeven om de aanbevelingen uit het rapport uit te voeren. Het gaat om de praktische optimalisering van ketenprocessen en om efficiency en besparingsmogelijkheden uit te werken.

In 2021 is een groot aantal verbeterpunten uitgewerkt binnen de 3 sporen: • werkafspraken uniformeren; • verlaging diversiteit keuzepalet voor de uitvoering van VTH-taken bij ODZOB in opdracht van de deelnemer; • verbetering van de efficiency van processen binnen de ODZOB en met de deelnemers.

ODZOB | Kadernota 2022

4.1.12 Een toekomstbestendige uitvoeringsorganisatie: onze medewerkers groeien mee Rol en inzet van de ODZOB In het Concernplan ODZOB 2019-2022 zijn twee HR-speerpunten geformuleerd: • instroom – doorstroom – uitstroom: Hoe zorgt de ODZOB voor een kwalitatieve en kwantitatieve goede in-, door- en uitstroom van medewerkers zodat het potentieel optimaal kan worden benut?; • Kenniscentrum: Hoe zorgt de ODZOB dat haar deskundigheid integraal aansluit bij de maatschappelijke vraagstukken die aan de orde zijn? De strategische personeelsplanning vormt als onderdeel van een jaarcyclus de basis voor de verdere invulling van deze twee speerpunten. Hieruit vloeit de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte voort op basis van diverse scenario’s passend bij de verschillende teams. Om te komen tot een kennis-/expertisecentrum wordt er ingezet op het ontsluiten van kennis binnen de organisatie zodat kennisoverdracht makkelijk te realiseren is maar ook makkelijk terug te vinden is. Hiertoe zullen we met een leermanagementsysteem gaan werken waarbij we leerpaden kunnen creëren. Op deze manier kunnen we voorzien in de behoeften van de medewerker om verdere ontwikkeling gestalte te geven. Dit betekent dat praktijk(competentie)gericht leren cruciaal wordt en dat dit aangevuld dient te worden met de noodzakelijke trainingen.

Verder blijven we werken met opleidingstrajecten (zoals VIO) voor schoolverlaters en/of zij-instromers. Dit om groei dan wel verloop het hoofd te kunnen bieden in een krappe arbeidsmarkt. Ook zal er gerichte actie zijn op vitaliteit en duurzame inzetbaarheid passend bij de levensfase van de medewerker.

In verband met groei van de organisatie en de inhoudelijke uitdagingen waar de ODZOB voor staat, is het organisatieontwikkelingstraject van cruciaal belang. Tonen van eigenaarschap, kwaliteits- en omgevingsbewustzijn, nauwere samenwerking tussen specialismen en het optimaal inzetten van de grote variëteit aan talenten van medewerkers zijn ook in 2022 belangrijke speerpunten binnen dit traject. De ontwikkeling naar zelforganiserende teams blijft aandacht vragen van management en medewerkers. Met deze ontwikkeling bereiden we ons voor op de transitie naar de Omgevingswet.

Naar aanleiding van signalen van deelnemers, de aanbevelingen uit het rapport “de Staat van het mandaat” en de coronacrisis werkt de ODZOB samen met de deelnemers aan voorstellen voor efficiencyverbetering. In verband hiermee is in de begroting 2021 een efficiency-target opgenomen van 1% en was in de bijbehorende meerjarenraming voor 2022 een target van 3% opgenomen t.o.v. 2020. Dit target zal ook in begroting 2022 verwerkt worden (zie ook financiële deel van deze nota).

4.2 Uitvoering van de taken Als uitvoeringsorganisatie staat de ODZOB voor de uitvoering van de door de deelnemers verstrekte opdrachten op het gebied van de fysieke leefomgeving. Het betreffen opdrachten in de vorm van basistaken, verzoektaken en een collectief programma. Prioritering van inzet vindt plaats op basis van de uitgangspunten en inhoudelijke uitdagingen van het concernplan, deze Kadernota en het jaarprogramma collectief programma. De uitvoering vindt plaats binnen het programma dienstverlening, collectieve taken en overhead.

29

Financiële uitgangspunten 5.1 Inleiding Belangrijkste uitgangspunt voor de begroting 2022 (en de meerjarenraming 2023-2025) is steeds dat baten en lasten in evenwicht zijn, zodat meerjarig een sluitende begroting wordt gewaarborgd. Zoals in voorgaande hoofdstukken beschreven werd, worden de ODZOB en haar deelnemers niet alleen geconfronteerd met de inmiddels uitgestelde invoering van de Omgevingswet, maar ook met andere majeure opgaven. 5.2 Baten 5.2.1 Algemeen De baten van de ODZOB bestaan voornamelijk uit de baten uit Programma dienstverlening en de baten uit Programma collectieve taken. In de volgende paragrafen is uiteengezet wat de uitgangspunten ten aanzien van deze baten zijn. In de laatste paragraaf wordt aandacht geschonken aan de uitgangspunten t.a.v. efficiencyverbetering.

5.

Voor de juiste interpretatie van de uitgangspunten t.a.v. de baten is het belangrijk te vermelden dat de door de ODZOB uitgevoerde activiteiten steeds in rekening worden gebracht op basis van gerealiseerde uren tegen bijbehorend tarief. Daarnaast worden de direct voor een bepaald project gemaakte kosten derden één op één in rekening gebracht. Belangrijk is te constateren dat de invloed van de Omgevingswet op de werkzaamheden nog steeds voor een groot deel onbekend is. Uit de diverse publicaties die tot op heden verschenen zijn over de Omgevingswet blijkt o.a. dat het de verwachting is dat zowel de voorbereiding als de implementatie gedurende de eerste jaren eenmalige extra kosten met zich mee brengt en dat er op termijn mogelijkheden voor besparingen gezien worden. Bovendien blijkt daar uit dat deze besparingen zich voornamelijk pas een aantal jaren na de implementatie voor zullen doen. Gemeenten worden geacht in 2024 een omgevingsvisie te hebben en in 2029 een omgevingsplan. Zoals bekend vragen niet alleen het trainen en opleiden van personeel, het inrichten en voorbereiden van de systemen, het aanpassen van werkprocessen e.d. extra inspanningen. Ook de aanloopperikelen zullen in de beginjaren extra effort vragen van de deelnemers en daarmee mogelijk van de ODZOB. Zo zullen o.a.

het opstellen van omgevingsplannen, het afhandelen van de te verwachten tijdelijke toename in het aantal bezwaar- en beroepszaken en de aanpassing van werkprocessen als gevolg van leereffecten leiden tot extra

ODZOB | Kadernota 2022

31

inspanningen van deelnemers en de ODZOB. Anderzijds is het de verwachting dat vanaf dag één minder vergunningen nodig zijn i.v.m. bouwen. Ook de overheveling van bodemtaken van de provincie naar de gemeenten zal snel gevolgen hebben. Ook voor de ODZOB. Minder bodemvergunningen zijn noodzakelijk en de taken van de provincie die betrekking hebben op de regio Brabant-Noord zullen waarschijnlijk niet meer bij de ODZOB in opdracht gegeven worden. Tenslotte wordt in diverse publicaties gemeld dat beslissingen die gemeenten nemen bij de implementatie van de Omgevingswet gevolgen hebben voor de omvang van de mogelijke besparingen. Zo lijkt een globaler omgevingsplan te leiden tot minder afwijkvergunningen en dus tot een goedkoper plan. Voor de ODZOB is het van belang dat de deelnemers zoveel mogelijk uniform werken. Het AB heeft in maart 2020 een bestuursopdracht vastgesteld betreffende de door de ODZOB uit te voeren voorbereidingswerkzaamheden en de daarvoor beschikbare middelen. Inmiddels is de wet uitgesteld en zijn ook de werkzaamheden gefaseerd. Uitgangspunt is dat de voorbereidingswerkzaamheden eind 2021 afgerond zijn. Wel wordt er vanuit gegaan dat er, zoals ook voorzien in de meerjarenraming, na ingangsdatum nog nazorg op deze werkzaamheden nodig is. Ook in de nieuwe meerjarenraming wordt hier rekening mee gehouden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10007621/1