CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

5a.1 Concept Programmajaarverslag MRE 2020

Commissie Burger en Bestuur 8 september 2021, gemeente SomerenBij agendapunt: Informatie over jaarrekening 2020 van Metropoolregio Eindhoven22.438 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

PROGRAMMAJAARVERSLAG 2020 METROPOOLREGIO EINDHOVEN

Inhoudsopgave OVERZICHT METROPOOLREGIO EINDHOVEN

2

KERNGEGEVENS

3

LEESWIJZER

4

PROGRAMMA’S & THEMA'S

5

Metropoolregio Eindhoven Economie Transitlie landelijk gebied Energietransitie Mobiliteit Bestuurlijke samenwerking, organisatie, regionale strategie en Gulbergen Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) Overhead PARAGRAFEN

6 7 12 17 20 24 31 33 34

Weerstandsvermogen en risicomanagement Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen Grondbeleid Onderhoud kapitaalgoederen Rechtmatigheid

35 39 41 42 43 43 44

PROGRAMMAJAARREKENING 2020

45

Overzicht baten en lasten Toelichting op het overzicht baten en lasten Verschillen overzicht baten en lasten Toelichting op verschillen overzicht baten en lasten Inwonerbijdrage Formatie Balans per 31 december 2020 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Toelichting op de balans per 31 december 2020 Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen WNT-verantwoording 2020 Metropoolregio Eindhoven CONTROLEVERKLARING ACCOUNTANT

46 46 47 48 52 52 53 55 57 65 65 68

1

OVERZICHT METROPOOLREGIO EINDHOVEN

Gemeenschappelijke Regeling Bij besluit van 12 mei 1993 is de Gemeenschappelijke regeling Samenwerkingsverband Regio Eindhoven door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant goedgekeurd. Deze regeling is gewijzigd op basis van de reacties van de gemeenten en de op 21 december 2004 door de Tweede Kamer aangenomen Wijzigingswet Wgr-plus, die op 1 januari 2006 in werking is getreden. In 2010 hebben alle 21 aan het SRE deelnemende gemeenten een gelijkluidend besluit genomen over de derde wijziging van de Gemeenschappelijke regeling van het SRE. Vanaf 25 februari 2015 heeft de bestuurlijke samenwerking in de regio vorm gekregen in de Metropoolregio Eindhoven. Vanaf deze datum is dan ook de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven in werking getreden. Deelnemende gemeenten

21

Algemeen bestuur

21 leden

Dagelijks Bestuur

J.A. Jorritsma P.J.M.G. Blanksma-van den Heuvel F.L.J. van der Meijden J. Wiggers, directeur

Adviseurs Dagelijks Bestuur

S. Steenbakkers A. Maas F. Kuppens A. van Extel – van Katwijk M. Kuijken

2

KERNGEGEVENS

3

LEESWIJZER Het jaarverslag 2020 van de concernorganisatie Metropoolregio Eindhoven heeft overeenkomstig de Begroting 2020 de vorm van een programmajaarverslag. Lasten en baten zijn toegerekend aan de programma’s. Op deze manier worden de prijs, prestaties en kwaliteit beter zichtbaar. Op het overzicht Programmarealisatie 2020 zijn de realisatiecijfers 2020, alsmede de begrote cijfers 2020 en de begroting na 2e wijziging per dienstonderdeel vermeld. De kosten van overhead worden conform het ‘Besluit Begroting en Verantwoording gemeenten en provincie’ (BBV) zichtbaar gemaakt op een apart programma. Een en ander resulteert in een exploitatiesaldo 2020 per dienstonderdeel. In de jaarrekening is een afzonderlijk overzicht ‘Verschillen programmasaldi 2020’ met een toelichting van de belangrijkste verschillen opgenomen. De Jaarrekening is opgesteld met inachtneming van het BBV en de financiële beleidsnota’s ‘Nota Reserves en voorzieningen Metropoolregio Eindhoven’, treasurystatuut etc.. Tevens is de Notitie Algemene reserve (als onderdeel van de beleidsnotitie Kaders P&C documenten 4GR, deel 2) van toepassing op de jaarrekening 2020. In de voorgeschreven paragrafen wordt een aantal aspecten van de financiële huishouding toegelicht, zoals weerstandsvermogen, financiering en bedrijfsvoering.

Tevens wordt informatie gegeven over de verbonden partijen, grondbeleid onderhoud kapitaalgoederen en rechtmatigheid.

4

PROGRAMMA’S EN THEMA’S METROPOOLREGIO EINDHOVEN

5

Metropoolregio Eindhoven Realisatie Werkprogramma 2020 Metropoolregio Eindhoven Met de realisatie van het Werkprogramma 2020 van de Metropoolregio Eindhoven is uitvoering gegeven aan het tweede werkprogramma dat uitvoering geeft aan het Samenwerkingsakkoord 2019-2022. Dit werkprogramma, waarop de 21 gemeenteraden een zienswijze kenbaar hebben gemaakt, is op 18 december 2019 door het Algemeen Bestuur vastgesteld. Het doel van onze samenwerking binnen de Metropoolregio Eindhoven is het handhaven en uitbouwen van het kenmerkende economische profiel van de regio, om op die manier het vestigings- en verblijfsklimaat voor al onze inwoners en bedrijven te stimuleren. Het verbeteren van de leef-, verblijf- en werkomstandigheden van onze inwoners, bezoekers en bedrijven is daarbij de leidraad. Duurzaamheid en inclusiviteit staan daarbij centraal. Hoe succesvoller we in onze opdracht zijn, des te beter het is voor de brede welvaart in onze gemeenten en onze regio. We werken aan concrete en urgente opgaven binnen de thema’s Economie, Mobiliteit, Energietransitie, en Transitie Landelijk Gebied. Om onze ambities te realiseren hanteren we als basisprincipes: slagkracht, eigenaarschap en vertrouwen. We staan ook niet stil en kijken vanuit onze basisthema’s ook vooruit naar opgaven die op ons als gemeenten afkomen.

Dat zorgt voor een adaptieve agenda, door te verkennen en nieuwe opgaven te agenderen vanuit onze basis. Vanuit deze principes werken we samen aan onze opgaven, vrijwillig maar niet vrijblijvend. We streven naar effectiviteit en efficiency door vooruit te kijken en te anticiperen in plaats van te reageren. Daarbij werken we samen vanuit een heldere rolverdeling en gezamenlijk doel. In dit programmaverslag kijken we terug wat we, de 21 samenwerkende gemeenten, in 2020 hebben gedaan om de ambities van onze missie te realiseren. Hierbij betrekken we ook het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) als onderdeel van de concernorganisatie Metropoolregio Eindhoven.

6

ECONOMIE INCL. STIMULERINGSFONDS EN BIJDRAGE BRAINPORT DEVELOPMENT Opgave lange termijn De economie van Brainport is de groeimotor van Nederland. Brainport Eindhoven is bovendien een hightech regio van wereldformaat. De werkloosheid daalt, het aantal patentaanvragen blijft heel hoog en de economie blijft bovengemiddeld groeien. Bedrijven hebben veel vacatures, voornamelijk voor technische en ICT-functies. Het economische succes van onze regio komt niet uit het niets. Jarenlang is door overheden, bedrijven en onderwijsinstellingen samengewerkt aan een robuust ecosysteem, waarin de innovatieve maakindustrie tot bloei is gekomen en onderdeel is van het internationale speelveld. Als we als regio willen blijven excelleren, moeten we blijven werken aan de verdere versteviging van dit ecosysteem. De 21 gemeenten in de regio Zuidoost-Brabant zijn hierin een belangrijke factor. De gemeenten vormen de overheidsinbreng in de triple helix en ‘borgen’ als zodanig deze samenwerking. Om het vestigingsklimaat te versterken, moeten we gezamenlijk investeren in kennis, infrastructuur en een aantrekkelijke werk- en leefomgeving. De economische samenwerking van de 21 gemeenten in de MRE is erop gericht om deze bijdrage binnen Brainport te leveren.

Dit doen we zowel via een financiële en inhoudelijke bijdrage aan Brainport, als met rechtstreekse aanwakkering van innovatie via het Stimuleringsfonds. Daarnaast hebben we oog voor bredere economische ontwikkelingen en definiëren daarop waar nodig acties, parallel aan de Brainportagenda. Opgaven en resultaten 2020 In het Samenwerkingsakkoord 2019-2022 zijn voor het thema economie een drietal opgaven benoemd: 1. Verbinden van gemeentelijke en subregionale economische agenda’s met de Brainportagenda; 2. Bevorderen van kennis & innovatie; 3. Versterken van de basiseconomie. Opgave 1: we sturen op de verbinding tussen de diverse gemeentelijke/subregionale economische agenda’s en de regionale Brainport agenda. Dit door met de gemeenten inzicht te krijgen in de verschillende economische agenda’s in de regio en deze te verbinden met de strategie Brainport Eindhoven. Hierdoor wordt het eigenaarschap en invloed op de Brainport agenda vergroot. De 21 gemeenten dragen als aandeelhouder bij in Brainport Development. In dit kader coördineren we het proces voor gemeentelijke besluitvorming over het nieuwe meerjarenplan Brainport Development 2021-2025. Opgave 2: voor het bevorderen van kennis en innovatie zetten we ons regionaal stimuleringsfonds in voor de versterking van onze regionale economische structuur door nieuwe vormen van innovaties mogelijk te maken.

We willen dat relevante partijen zo optimaal mogelijk gebruik maken van het fonds door partners in ons eco-systeem: gemeenten, ondernemers, kennisinstellingen en intermediaire partijen zoals Brainport Development en BOM optimaal te verbinden. Opgave 3: complementair aan het werkveld kijken we naar opkomende economische kansen die de basis economie in de regio kunnen versterken. We voeren verkenningen uit op basis van vraagstukken die door onze bestuurders en adviseurs in de regio worden aangedragen. Hierbij betrekken we ook relevante netwerkpartners vanuit regionale kennisinstellingen en bedrijfsleven. In de 2e helft van 2019 zal het portefeuillehoudersoverleg economie verder invulling geven aan de werkzaamheden in 2020. Hierbij is bovenstaande lijn uitgangspunt van handelen, echter op detailniveau wordt hier per jaar specifiek invulling aan gegeven.

7

Betrokken partijen ▪ ▪ ▪ ▪

Portefeuillehouders en adviseurs economie 21 gemeenten; Brainport Development; Partners intermediaire netwerk: VNO-NCW, KvK, BOM, KOP, Ondernemershuis de Peel Regionale bedrijfsleven, kennisinstellingen overige relevante partijen;

Resultaten 2020 Verbinden van gemeentelijke en subregionale economische agenda’s met de Brainport Agenda Brainport Actieagenda inzetten voor gemeentelijke programma’s Als doorlopende actie is in 2020 benoemd het verbinden van de Brainport Actieagenda met de subregionale economische agenda’s. Hiertoe is door een bestuurlijke koplopersgroep met vertegenwoordigers uit de subregio’s en Brainport Development in kaart gebracht welke prioriteiten vanuit de 21 gemeenten verbonden moeten worden met de Brainport Actieagenda. Op basis hiervan is het startdocument Verbinden subregionale agenda’s en Brainport Actieagenda gemaakt dat in maart is vastgesteld. De uitkomsten zijn verbonden met het thema mobiliteit in de Brainport Actieagenda en daarnaast is specifiek aandacht gevraagd voor talentonwikkeling en het gezamenlijk afstemmen van lobby activiteiten naar het Rijk. De bestuurlijke koplopersgroep heeft haar activiteiten in 2020 verder gecontinueerd in de vorm van de Taskforce Herstelaanpak. In de regionale Herstelaanpak zijn een aantal prioriteiten rondom talentontwikkeling, scholing, versterking MKB concreet meegenomen en uitgewerkt in programmalijnen en projecten. In het kader van afstemming van lobby activiteiten met het Rijk is in het Poho het proces rondom het Nationaal Groeifonds besproken. Vanuit de regio is Brainport Development betrokken bij een aantal projecten voor indiening.

Het Groeifonds wordt standaard geagendeerd in het poho om inzicht te krijgen in hoe het proces loopt in Den Haag. Daarnaast is een koppeling gemaakt tussen de prioritaire acties van de BNA en het onderwerp agrifood&tech in het kader van de provinciale Innovatietafel Landbouw en Voedsel en de innovatie-agenda die wordt opgesteld. Strategische afstemming tussen de Brainport Nationale Actieagenda (BNA) en de brede economie in de regio is georganiseerd via strategisch ambtelijk overleg in het BNA-team. Begeleiden en organiseren van het proces van de 21 gemeenten om te komen tot een nieuwe meerjarenfinanciering Brainport Development 2021-2024 De 21 gemeenten financieren Brainport, en doen dat via de MRE. Het MRE gebruikt daarvoor een meerjarenprogramma. In 2020 liep een meerjarenprogramma af. In afstemming met het portefeuillehoudersoverleg Economie is een voorstel tot Meerjarenfinanciering Brainport Development 2021-2024 opgesteld, het Algemeen Bestuur heeft dit op 1 juli 2020 vastgesteld. Hierna is op basis van dit besluit een Uitvoeringsovereenkomst Brainport Development 2021-2024 opgesteld en vastgesteld door het Dagelijks Bestuur. Op basis van de gemaakte afspraken zal de jaarlijkse bijdrage voor Brainport Development worden afgeven.

Brainport Agenda In het kader van afstemmen van economische agenda’s is in het portefeuillehoudersoverleg Economie van 29 juni 2020 de nieuwe Brainport Agenda van Brainport Development besproken. Met Brainport Development is afgesproken dat in de uitwerking van deze nieuwe agenda de Metropoolregio Eindhoven nader betrokken wordt. Nadrukkelijke thema’s hierin zijn: technologie voor maatschappelijke vraagstukken, MKB-start en scale up ondersteuning, investeren in voorzieningen en bereikbaarheid. Dit wordt ook verwerkt in het MRE Werkprogramma 2021.

8

Stimuleringsfonds: Bevorderen van kennis en innovatie De belangrijkste opgave van het Stimuleringsfonds is het financieren van innovatieve samenwerkingsprojecten. De Stimuleringsfondsbijdragen worden primair gefinancierd door de 21 gemeenten. Daarnaast heeft de Provincie Noord-Brabant een bedrag van € 424.286,49 gereserveerd voor cofinanciering in het MRE Stimuleringsfonds van 2020. In de eerste maanden van 2020 zijn 48 aanvragen behandeld, waarvan er 29 zijn gehonoreerd en 19 zijn afgewezen. Met de gehonoreerde projecten was een totaalbedrag van € 1.344.825 aan subsidie gemoeid, waarmee een totale investering in de regio is uitgelokt van € 3.318.495. Hiermee werd een multiplier van 2,5 gerealiseerd. Voor de april-tender van het Stimuleringsfonds zijn 45 nieuwe aanvragen ingediend, waarvan er 29 zijn gehonoreerd en 16 zijn afgewezen. Met de gehonoreerde projecten was een totaalbedrag van € 1.443.424 aan subsidie gemoeid, waarmee een totale investering in de regio is uitgelokt van € 4.685.174. Hiermee is een multiplier gerealiseerd van 3,2. Op 1 oktober sloot de tweede tender van 2020. In deze tender werden 39 aanvragen ingediend, waarvan er 37 ook in behandeling zijn genomen. Over 23 van deze aanvragen heeft de Adviesgroep een positief advies uitgebracht aan het Dagelijks Bestuur.

Over 12 aanvragen is een negatief advies afgegeven en van 2 aanvragen is voorgesteld deze aan te houden om nadere informatie in te winnen. Het Dagelijks Bestuur besluit in januari 2021 over deze voorstellen. Voor de SAR, de adviesregeling voor individuele bedrijven, zijn in 2020 21 aanvragen ingediend. Daarvan zijn er 12 gehonoreerd en zijn er 9 afgewezen. In totaal is er vanuit deze regeling voor €105.100 aan bijdragen verleend. Gecombineerd met de eigen inbreng van aanvragers wordt hiermee voor €233.305 aan adviestrajecten gefinancierd. Ondertussen heeft de Coronacrisis ook de regio Zuidoost-Brabant stevig geraakt. Het Algemeen Bestuur heeft besloten dat een bijdrage van €800.000 uit het Stimuleringsfonds wordt aangewend in de ontwikkeling/uitvoering van een breder regionaal maatregelenpakket ten behoeve de Herstelaanpak Regionale Economie. Hiermee levert het fonds naast de reguliere tenders ook een bijdrage aan de economische structuurversterking van onze regio. Rendement Stimuleringsfonds De analyse van het rendement van het Stimuleringsfonds heeft vanwege de Coronamaatregelen en de gevolgen daarvan enige vertraging opgelopen. Onder andere de gesprekken met ondernemers hebben in deze tijd zeer beperkt plaats kunnen vinden. Inmiddels zijn deze activiteiten hervat, maar door de recent geïntroduceerde stringentere richtlijnen wordt verdere vertraging verwacht.

Doorontwikkeling Stimuleringsfonds In 2020 is het aanvraagproces van het Stimuleringsfonds verder doorontwikkeld. Inmiddels zijn hiervoor, aan de hand van feedback van aanvragers uit de regio en leden van de Adviesgroep, nieuwe en meer gestandaardiseerde aanvraagformulieren opgesteld en gepubliceerd. Voor aanvragers is het hierdoor eenvoudiger geworden om een aanvraag, met daarin de juiste informatie, vorm te geven. Voor de Adviesgroep zal dit het vergelijken en beoordelen van projecten gaan vereenvoudigen. Ook kunnen aanvragen volledig online worden ingediend via de website van Metropoolregio Eindhoven. Hoewel dit al eerder mogelijk was, gold tot op heden nog een formele verplichting tot het indienen van een hard-copy exemplaar.

9

De Beleidsregel van het Stimuleringsfonds is in de vergadering van het Dagelijks Bestuur op 31 augustus 2020 hierop aangepast. Daarnaast zijn inhoudelijk de volgende aanpassingen in de Beleidsregel doorgevoerd: ▪

Toevoeging van een afwijsgrond voor projecten met een onvoldoende realistische begroting. Dit voorkomt begrotingen die vooral opgesteld zijn met het oog op het optimaliseren van subsidieopbrengsten.

▪

Toevoeging van een afwijsgrond voor projecten waarbij de aanvrager niet of nauwelijks zelf een evident lange termijn economisch belang heeft. Hiermee kunnen aanvragen met beperkt draagvlak vanuit het regionale bedrijfsleven zelf worden afgewezen.

▪

Wijziging van de criteria voor ontvankelijkheid, zodat projecten die niet vóór indiening zijn besproken met het programmamanagement niet-ontvankelijk kunnen worden verklaard. Een gesprek voor indiening, maakt het enerzijds mogelijk om aanvragers een winstwaarschuwing te geven voordat zij veel tijd steken in een aanvraag die geen kans van slagen heeft. Anderzijds helpt dit de Adviesgroep om via het programmamanagement een beeld van de context bij de aanvraag te kunnen verkrijgen.

Versterken Basiseconomie; signaleren en verkennen van opkomende opgaven en kansen Binnen het thema basiseconomie zetten we in op verkennen van ontwikkelingen, die de brede economie in de regio verstevigen. Vanuit het thema zijn in de afgelopen periode een aantal initiatieven opgepakt: Onderzoek Regionale Monitor Brede Welvaart In opdracht van het Dagelijks Bestuur en het portefeuillehoudersoverleg Economie is een onderzoek gestart naar de brede welvaart van onze regio. Het onderzoek wordt uitgevoerd door prof.dr. Jan Pieter Smits (CBS en TUE) en prof.dr.ir. Harry Lintsen (emeritus TUE). Ook is een expertgroep vanuit vertegenwoordigers van de gemeenten ingesteld die het onderzoek begeleidt. In 2020 heeft een dieptestudie plaatsgevonden op basis van een methodiek van foto (de situatie nu), film (trends) en beleidsinstrument. Qua methodiek en data wordt aangesloten aan de CBS Landelijk Monitor Brede Welvaart en de CBS Regionale Monitor Brede Welvaart. De tussenresultaten zijn besproken in het portefeuillehoudersoverleg Economie. Het eindonderzoek naar ‘MRE en Brede Welvaart’ wordt afgerond in het voorjaar van 2021. Leergang Centrumgebieden In 2019 zijn door Fontys, provincie en regiogemeenten de voorbereidingen voor een nieuwe leergang Centrumgebieden gestart.

Met de leergang wordt een positieve benadering aangereikt van de negatieve ontwikkeling van groeiende leegstand: Welke kansen liggen er met de vrijkomende ruimte en hoe kunnen opgaven en wensen vanuit deze situatie worden gecombineerd? De eerste geplande bijeenkomst van de leergang is verschoven van juni naar oktober 2020 in verband met de Coronacrisis. Omdat het onderwerp vanwege de Coronacrisis actueler is dan ooit, zal vanuit de leergang een relatie worden gelegd met de extra uitdagingen waar gemeenten met de Coronacrisis voor staan en wordt vanuit de regionale Herstelaanpak de Leergang Centrumgebieden gekoppeld aan een brede benadering van kennisdelen en samen werken om een nieuw perspectief op centrumgebieden te ontwikkelen.

10

Verkenning economische structuur landelijk gebied De ambtelijke werkgroep heeft een opdrachtbeschrijving gemaakt m.b.t. de nieuwe economische structuur van het landelijk gebied. Omdat deze opdracht ook het thema Economie direct raakt en de economie van het landelijk gebied onderdeel uitmaakt van de regionale economie als geheel wordt de opdrachtomschrijving en het vervolg hierop zowel aan het portefeuillehoudersoverleg Transitie Landelijk Gebied als het portefeuillehoudersoverleg Economie voorgelegd. Herstelaanpak regionale economie Gezien de grote impact van de huidige Coronacrisis op de economie en het maatschappelijk effect heeft het Dagelijks Bestuur aan de portefeuillehouders economie gevraagd om de impact op de regio (voor zover mogelijk) in kaart te brengen, zowel op economisch als op maatschappelijk vlak en een regionale aanpak te ontwikkelen. Deze aanpak is in de afgelopen periode in voorbereiding door een regionale taskforce bestaande uit bestuurders van gemeenten en in nauwe afstemming met het portefeuillehoudersoverleg Economie ontwikkeld. Hiervoor is het positief jaarresultaat 2019 van € 1,2 miljoen én de buffer van € 800.000 in het Stimuleringsfonds ingezet. De Herstelaanpak heeft verder uitwerking gekregen. Hiervoor is in 2020 een eerste tranche van projectvoorstellen ontwikkeld die met met advies van het Poho Economie door het Dagelijks Bestuur is vastgesteld.

In 2021 wordt een 2e en 3e tranche van voorstellen ontwikkeld en ter besluitvorming voorgelegd. Het behalen van een multiplier, structuurversterking, actieve betrokkenheid uit het veld en vraaggericht opereren zijn belangrijke kaders voor uitwerking en toekenning. Mensen en middelen

11

TRANSITIE LANDELIJK GEBIED Opgave lange termijn Onze ambitie is een landelijk gebied dat leefbaar, toekomstbestendig en economisch vitaal is, zodat het bijdraagt aan het concurrerend vestigingsklimaat van Brainport. We willen niet alleen de slimste high tech regio zijn, maar ook de mooiste en de groenste. Stedelijk en landelijk gebied zijn daarin een samenhangend geheel. De agrarische sector, die zowel een economische drager als een beeld bepalende factor voor de ruimtelijke en ecologische kwaliteit is, ondergaat de komende jaren een grote transitie. Een groot deel van de agrarische bedrijvigheid zal verdwijnen. De veehouderijbedrijven die blijven bestaan zullen moeten voldoen aan verscherpte regels ten aanzien van milieu- en gezondheid. De transitie van het landelijk gebied zet de regio niet alleen voor grote maatschappelijke opgaven, het biedt ook kansen. Afspraken rondom de problematiek en de kansen zijn nodig voor de versnelling van de transitie van de agrarische sector. Op het schaalniveau van de 21 gemeenten moet er specifiek aandacht zijn voor het faciliteren van alternatieve economische dragers en de versterking van de ruimtelijke en ecologische kwaliteit van het landelijk gebied in verbinding tot de totale regio.

Doel voor het landelijk gebied is te komen tot succesvolle innovatieve verdienmodellen voor economisch duurzame functies en dragers die ook de landschappelijke kwaliteiten versterken. Daarnaast is het buitengebied mooi, landschappelijk aantrekkelijk en uitnodigend. Stad, kernen en platteland vullen elkaar aan tot één sterk geheel. Het buitengebied is fysiek en digitaal goed bereikbaar, zodat stad en platteland optimaal als één samenhangend geheel kunnen functioneren. Gezondheid en veiligheid van consument en omwonenden én biodiversiteit en dierenwelzijn gaan hand in hand met het verdienvermogen van de boer en andere ondernemers in het buitengebied. De voedselproductie is afgestemd op de natuurlijke en maatschappelijke draagkracht van de omgeving. Regiobreed is er ruimte voor een mix van functies: agrarische bedrijven, wonen, leisure, energie opwekking, klimaatadaptatie, innovatieve maak industrie, natuur, zorg en dienst verlening. We realiseren opgaven als emissiereductie, energietransitie en het voedselvraagstuk met innovatieve technieken en de aanwezige kennis en vaardig heden. Hierbij is agrofood gekoppeld aan hightech (foodtech). ▪ ▪ ▪ ▪

Gemeenten en andere partijen wisselen kennis uit en stemmen af waar nodig; Behartigen van belangen van de regio op verschillende schaalniveaus, zoals m.b.t. de Rijksregeling voor de warme sanering varkenshouderijen; Verbinden van de opgave voor de transitie van het landelijk gebied met ontwikkelingen op andere thema’s voor een integrale ontwikkeling van de regio; Doorontwikkeling van een streefbeeld voor de transitie van het landelijk gebied naar een programmatische aanpak.

Afstemming en kennisuitwisseling tussen gemeenten en andere partijen ▪

▪

Wij organiseren bijeenkomsten over deelonderwerpen en thema’s waarvoor we gericht belanghebbenden en/of sprekers uitnodigen, of waar de gemeenten onderling hun ervaringen uitwisselen. De thema’s waarop wij ons richten komen voort/ zijn in lijn met uit het streefbeeld dat in 2019 wordt gemaakt. Wij organiseren overleg tussen bestuurders uit de regio ter voorbereiding van bestuurlijk overleg met andere overheidspartijen. Specifiek gaat het om de ontwikkeldagen met de provincie en de waterschappen en trajecten van het Rijk (bijvoorbeeld NOVI en IBP).

12

Behartigen van belangen van de regio op verschillende schaalniveaus ▪ ▪

Wij brengen belangen van de regio in, in regionale programma’s, projecten en overleggen van strategische betekenis. Wij leggen verbanden tussen regionale (gebieds-)ontwikkelingen en tussen verschillende beleidsterreinen. Wij beïnvloeden en dragen bij aan (al dan niet rechtstreeks) projecten of overleggen op bovenregionale schaal waar regionale belangen aan de orde zijn. Onder meer in het provinciale Bestuurlijk Overleg Transitie Landbouw.

Verbinden van de opgave voor de transitie van het landelijk gebied met ontwikkelingen op andere thema’s voor een integrale ontwikkeling van de regio ▪

Wij bevorderen de integraliteit van de regionale opgave door te zorgen voor afstemming en koppeling tussen de opgaven in de subregio’s en de andere thema’s waarop regionaal wordt samengewerkt.

Doorontwikkeling van een streefbeeld voor de transitie van het landelijk gebied naar een programmatische aanpak ▪ ▪ ▪

Wij zorgen voor dat de opgaven voor het landelijk gebied worden verbonden met andere regionale thema’s. We ondersteunen relevante onderzoeken en nemen hieraan deel. We bevorderen dat pilotprojecten en strategische (gebieds-)ontwikkelingen worden + de specifieke activiteiten in kader van economische, ruimtelijke en ecologische versterking.

Betrokken partijen Het thema Transitie Landelijk Gebied kent een structuur met een portefeuillehoudersoverleg waarin wethouders van alle 21 gemeenten deelnemen. Het portefeuillehoudersoverleg wordt voorbereid door een ambtelijk overleg. Uit het midden van het portefeuillehoudersoverleg is een koplopersgroep geformeerd. Voorzitter is Anke van Extel-van Katwijk, vicevoorzitter is Marinus Biemans, verder zijn lid van de koplopersgroep Fons d’Haens, Esther Langens-Brooimans, Gaby van de Waardenburg en Kees Marchal. Alle deelnemers in de koplopersgroep hebben een specifieke opgave uit het werkprogramma waaraan zij bestuurlijk leiding geven. Externe partners die deelnemen aan de opgaven worden bij de opgaven betrokken. We benaderen daarvoor gericht partijen die een belang hebben of vertegenwoordigen zoals Rabobank, ZLTO, waterschap, GGD, BMF en Groenontwikkelfonds. Resultaten 2020 Streefbeeld Streefbeeld Het Streefbeeld voor ons landelijk gebied is besproken in alle 21 colleges van Burgemeester en Wethouders en is besproken in en vastgesteld door alle 21 gemeenteraden van de Metropoolregio Eindhoven. Lobby In het Bestuurlijk Overleg Transitie Landbouw (BOTL) overleggen provincie, regio’s en waterschappen over bijv. nieuwe wetgeving op het gebied van landbouw, sanering van de varkenshouderijen en combiwassers. Ook fungeert het BOTL als stuurgroep voor de planMER Mest.

13

Vanuit de regio Zuidoost-Brabant namen in 2020 drie bestuurders deel aan dit 6-wekelijkse overleg. Anke van Extel-van Katwijk heeft daarnaast als VNG-vertegenwoordiger op diverse dossiers deelgenomen aan het overleg met het Rijk. Onze inbreng heeft bijgedragen aan een beter en meer op maat toegesneden invulling van landelijke en provinciale trajecten en regelingen. Gebiedsgerichte aanpak zuidoostelijke zandgronden/ NOVI gebied De Peel Vanwege de complexiteit en samenhang in problematiek is een gebiedsaanpak voor de zuidoostelijke zandgronden in Zuidoost-Brabant, Noordoost-Brabant en Noord- en Midden- Limburg gestart. Er zijn afspraken over de governance gemaakt en er is een narratief voor het gebied gemaakt. Dit zijn bouwstenen voor de gebiedsgerichte aanpak. Er is gewerkt aan een voorstel om het gebied voor te dragen als NOVI-gebied. In het voorstel van het kabinet aan de kamer is NOVI De Peel als gebied voorgesteld. In het voorjaar 2021 wordt een definitieve aanwijzing verwacht. Een plan van doorgaan is goedgekeurd door de stuurgroep zuidoostelijke zandgronden. Het IBP traject zuidoostelijke zandgronden (zie verderop) is gekoppeld met de aanpak voor het NOVI-gebied. Plan MER mestbewerkingslocaties De regio Zuidoost-Brabant is samen met provincie, waterschappen en de regio’s Noordoosten Midden-Brabant initiatiefnemer van de PlanMER Mestbewerkingslocaties.

Aanleiding daarvoor is de roep vanuit de regio’s om naast mestbewerking op industrieterreinen ook -onder voorwaarden- mestbewerking in het buitengebied mogelijk te maken. Na vaststelling van het plan van aanpak voor de planMER is in april door de combinatie Tauw/Pouderoyen een start gemaakt met het milieuonderzoek. Het BOTL fungeert als stuurgroep voor de planMER en Fons d’Haens is lid van de bestuurlijke kopgroep Mest. In 2020 is intensief samengewerkt met alle initiatiefnemers met als doel de planMER zowel op inhoud als proces goed neer te zetten en in 2021 regionale afspraken te maken die mogelijk leiden tot aanpassing van de interim Omgevingsverordening van de provincie. Stikstof aanpak De Brabantse aanpak stikstof is gericht op natuurherstel (verminderen milieudruk schil N2000) en blijven bieden van ruimte aan economische en maatschappelijke projecten. O.a. via het stimuleren van transacties stikstof, het opkopen van bedrijven (stikstof) en uitgifte van stikstof. Provincie heeft het loket stikstof ingericht. De gebiedsgerichte aanpak stikstof wordt ingericht op Groote Heide en Peelvenen. Voor de governance worden 3 overheidslagen onderscheiden (lokaal-regionaal-provinciaal). Het stakeholdersoverleg (3x bij elkaar geweest) wordt omgevormd tot een Brabantse regietafel. Er is inmiddels een voorstel voor de governance en de aanpak op de verschillende niveaus.

Vanuit het Portefeuillehoudersoverleg Transitie Landelijk Gebied neemt Marinus Biemans deel aan de bestuurlijke voorbereiding via de provincie brede stikstoftafel. Verbinding stedelijk en landelijk gebied Opwettense Watermolenoverleg Een maal per jaar vindt het Opwettense Watermolenoverleg plaats. Dit jaar was dit voorzien in april. Vanwege de coronamaatregelen is dit al twee maal uitgesteld. De bijeenkomst is bedoeld om het bestuurlijk netwerk te verstevigen op het thema Transitie Landelijk Gebied. Deelnemers zijn afkomstig uit overheid, bedrijfsleven en belangenorganisaties. Vanuit de gemeenten zijn dat de koplopers uit het regionale Portefeuillehoudersoverleg Transitie Landelijk Gebied. Thema’s zijn economische structuur, ruimtelijke en ecologische kwaliteit en verbinding landelijk en stedelijk gebied. De vraag, die centraal staat is hoe partijen invulling kunnen geven aan de uitvoering van ons Streefbeeld. Er is een ambtelijke werkgroep geformeerd die deze

14

netwerkbijeenkomst voor dit jaar digitaal gaat vormgeven. Hierbij wordt ook het bezoek van de EUparlementariërs betrokken. Deze bijeenkomst met de EU-parlementariërs was in verband met corona uitgesteld tot voorjaar 2021 en zal digitaal worden vormgegeven. Monitoring Luchtkwaliteit Het programma is gestart. Dit is ondergebracht bij de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant. De Metropoolregio Eindhoven heeft een ambassadeurrol voor dit programma. Met de start van het programma door de Omgevingsdienst is deze activiteit voor de regio voltooid. Natuurnetwerk Brabant (Regiobod Groenfonds) Er is in 2020 gestart met een inventarisatie naar de gebiedsopgaven in het Natuurnetwerk Brabant (NNB) in onze regio. Er werd namelijk geconstateerd dat de voortgang stokt. Daarom is een inventarisatie uitgevoerd. Dit levert informatie om in samenwerking tussen overheden kansen en oplossingen te vinden. In ons regionaal Streefbeeld is opgenomen dat we kansen zullen benutten om stad-landverbindingen te versterken. Bijvoorbeeld door versterking van de beekdalen, aaneengesloten natuurgebieden tot in de stad, het verbinden van groenstructuren en het versterken van recreatieve netwerken. Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) werkt sinds 2014 aan een robuust en aaneengesloten natuurnetwerk in Brabant.

De ambitie om een robuust en aaneengesloten natuurnetwerk in (Zuidoost-)Brabant te realiseren loopt trager dan gehoopt. De inventarisatie is gedaan door een groep studenten van de HAS, via een Minor. Eind 2020 en begin 2021 hebben zij hun resultaten besproken in het portefeuillehoudersoverleg Transitie Landelijk Gebied. Geconstateerd is dat het belangrijkste dat gemeenten kunnen doen, is het aanwijzen van een dedicated wethouder en een dedicated ambtenaar. Zonder dat is er weinig kans van slagen. Vervolgens kan en zal in overleg met het GOB de realisatie van het NNB in onze regio een vlucht nemen. Volgend jaar evalueren we in het portefeuillehoudersoverleg Transitie Landelijk Gebied. Voedselkringloop In het kader van de verbinding stad-land is een opdracht geformuleerd voor het onderwerp voedselkringloop. Met Pon/Telos en BRO/Deltametropool als onderzoekspartners wordt uitwerking gegeven aan het in beeld brengen van de regionale voedselkringloop waarbij een relatie wordt gelegd met de kwaliteit van de ondergrond. Het realiseren van innovatieve duurzame regionale voedselkringlopen op het niveau van de regio is het doel. Deze opgave is een uitwerking van het Streefbeeld voor het landelijk gebied.

Versterken van ruimtelijke en ecologische kwaliteit Het Interbestuurlijk programma (IBP) Het Ministerie van LNV, de Provincies Limburg en Noord-Brabant, de Waterschappen Aa & Maas, De Dommel en Limburg, en de regio’s Noord-Limburg, Midden-Limburg, NoordoostBrabant en Metropoolregio Eindhoven werken aan een toekomstbestendig landelijk gebied in de Zuidoostelijke Zandgronden. In het afgelopen voorjaar is een actieprogramma gemaakt. Centraal staan activiteiten op het gebied van samenwerking en kennisdeling en de uitvoering van vijf proeftuinen. Drie van de proeftuinen liggen in Zuidoost-Brabant: De Levende Beerze in De Kempen, Innovatiepark de Vlier in Deurne en Troprijt/ Kroonvennen in Bladel/ Reusel-De Mierden. Het Ministerie van LNV draagt 6,9 miljoen euro bij voor de uitvoering van het actieprogramma voor Zuidoostelijke Zandgronden. Dit is voornamelijk voor de uitvoering van vijf proeftuinen. Door discussie intern bij de betrokken ministeries heeft het beschikbaar stellen van de middelen vertraging opgelopen. Hier is inmiddels een oplossing voor gevonden. Projectvoorstellen voor de

15

proeftuinen zijn in voorbereiding. Aan 2 projecten in onze regio is een bijdrage toegekend. Het derde project is in procedure. Verbeteren economische structuur van het landelijk gebied Economische structuurversterking landelijk gebied De ambtelijke werkgroep heeft een plan van aanpak gemaakt. In dit plan wordt de opdracht omschreven om een economische analyse van de regio te maken, die inzicht geeft in economisch duurzame ontwikkelkracht en -mogelijkheden van het landelijk gebied én om een ruimtelijke analyse te maken, die inzicht geeft in welke gebieden economische activiteiten zich duurzaam en kansrijk kunnen ontwikkelen. Deze geven samen een beeld welke kansrijke en economisch duurzame activiteiten voor de regio in welke gebieden van het landelijk gebied tot ontwikkeling kunnen komen. Dit gecombineerd economisch-ruimtelijk inzicht is bruikbaar voor gemeenten afzonderlijk voor de doorontwikkeling van hun omgevingsvisie. Daarnaast is het inzicht nuttig om op subregionaal niveau te komen tot een bovenlokaal ruimtelijk afwegingskader voor economische ontwikkelingen in het buitengebied. Bovendien is het verkregen inzicht waardevol om het Brainportecosysteem te versterken.

Omdat is gebleken dat er bij de gemeenten behoefte is aan uitwisseling van kennis en ervaring, wordt deze opdracht gekoppeld aan een aantal sessies over onderwerpen die relevant zijn voor de economische ontwikkeling van het buitengebied èn voor gemeenten in zowel in ontwikkeling van beleid als bij uitvoering. Masterclass Kansen voor het buitengebied De Masterclass Kansen voor het buitengebied betreft een leergang, een serie kennisbijeenkomsten voor ambtenaren economie en ambtenaren die zich met de transitie van het landelijk gebied bezighouden. Ambtenaren van provincie, gemeenten en waterschappen, gericht op nieuwe economische kansen in het buitengebied. Een werkgroep van ambtenaren uit de genoemde organisaties heeft de masterclasses voorbereid. De reeks wordt afgesloten met een bijeenkomst voor ambtenaren en bestuurders. Leren van elkaar, delen van ervaring en het inventariseren van kennisbehoefte is het doel. De eerste masterclass heeft plaatsgevonden op 26 oktober 2020. Evaluatie met de deelnemers heeft opgeleverd dat in 2021 een vervolg gegeven wordt, met vooral ook de leerervaringen uit het uit te voeren onderzoek Economische Kansen Buitengebied hierin meenemend. Mensen en middelen

16

ENERGIETRANSITIE Opgave lange termijn Het verbranden van fossiele brandstoffen zorgt voor een te grote CO 2-uitstoot waardoor het broeikaseffect toeneemt. Nu al zorgt de stijgende temperatuur voor een toename van droogte en stormen en mislukte oogsten. We hebben te maken met steeds extremere weersverschijnselen, wateroverlast door stevige buien en extreem hete zomers. Die problemen zullen groeien en meer mensen treffen naarmate de temperatuur stijgt. Om te zorgen dat wij, onze kinderen, hun kinderen en generaties daarna nog op deze aarde kunnen blijven leven is direct actie nodig. We staan voor een grote technische, maar vooral een maatschappelijke transitie. De komende decennia moet een overstap plaatsvinden naar een volledig schone energievoorziening. Dit is een enorme maatschappelijke opgave, die vraagt om een gestructureerde en gezamenlijke aanpak. Voor oplossingen moet over (gemeente)grenzen heen worden gekeken. Dat vereist een transitie op het gebied van samenwerken. De diverse en omvangrijke opgave vraagt in de Metropoolregio Eindhoven coördinatie en ondersteuning van de samenwerking. Opgaven en resultaten 2020 We hebben als regio de volgende concrete opgaven: 1. Het afronden van de definitieve Regionale Energiestrategie (RES) met uitvoeringsprogramma die rechtstreeks voortvloeit uit de afspraken in het Klimaatakkoord.

Met de RES geven de regio’s invulling aan de afspraken uit het Klimaatakkoord zoals deze zijn gemaakt aan de sectortafels voor Elektriciteit en Gebouwde omgeving. In 2020 zal de RES worden vastgesteld door alle gemeenteraden en worden aangeboden aan het Rijk. De RES leidt tot besluitvorming in het omgevingsbeleid (omgevingsvisie, omgevingsplannen, omgevingsprogramma’s en omgevingsverordeningen). 2. Ondersteuning en opschaling van initiatieven in de productie van (grootschalige) duurzame energie, de versnelling van de verduurzaming van de gebouwde omgeving (woningen, utiliteitsbouw en bedrijfspanden), en het verkrijgen van draagvlak voor gedrag en maatregelen. De Metropoolregio Eindhoven biedt hierbij ondersteuning aan de gemeenten door het verbinden van partijen, de lobby bij rijk en provincie voor financiering en ruimte in wet- en regelgeving, en het uitwisselen van kennis. Gemeenten staan uiteraard zelf aan de lat voor de uitvoering van initiatieven binnen hun eigen gemeente. 3. Het komen tot testomgevingen voor innovatieve concepten voor de opwekking van duurzame energie, door het verbinden van partijen als Brainport Development, kennisinstellingen, bedrijven en individuele gemeenten als launching customer. Daarnaast zorgen we voor een effectieve lobby en kennisdeling. We werken in een netwerk van partijen.

Essentieel is dat naast overheden ook andere partijen/sectoren vooraan in het proces aanhaken, zoals woningcorporaties, energiecoöperaties, MKB, kennisinstellingen en natuur- en milieuorganisaties. We werken bijvoorbeeld samen met Brainport Development in een regionale ‘taskforce energietransitie’: een groep van bedrijven en kennisinstellingen die willen zorgen voor versnelling van de energietransitie in de regio. In deze taskforce zitten partijen als Signify, Differ (TUe), Fontys Hogescholen, VDL, Eneco, Enpuls, Heijmans, Brainport Development en de lokale energiecoöperatie Morgen Groene Energie. Ook neemt een vertegenwoordiger vanuit de woningcorporaties uit de regio deel. Doel van de taskforce is met name het aanjagen en verbinden van concrete initiatieven.

17

Resultaten 2020 Regionale Energiestrategie (RES) ▪

▪

▪

▪ ▪

In de zomer van 2020 hebben de colleges van de 21 gemeenten de concept-RES vastgesteld. Dit nadat in iedere gemeente het gesprek erover is gevoerd met de eigen gemeenteraad. De concept-RES is ook vastgesteld door Gedeputeerde Staten en de DB’s van beide waterschappen. Op 30 september 2020 is de concept-RES ingediend bij het Rijk, samen met een overzicht van de reacties die we hebben ontvangen van de gemeenten, provincie, waterschappen en andere stakeholders, zoals de BMF, ZLTO en de lokale energiecoöperaties. De volgende stap is uitwerking naar de RES 1.0. Voor de thema’s Besparing, Warmte en Grootschalige opwek is in de ambtelijke werkgroepen gewerkt aan een verdere concretisering. We hebben ervoor gekozen om in onze regio een Milieueffectenrapport (MER) op te laten stellen, zodat we een zorgvuldige afweging kunnen maken bij de keuzes van zoekgebieden voor grootschalige opwek van zonne- en windenergie. In dit PlanMER-traject wordt vervolgonderzoek gedaan naar de zoekgebieden die in de eerste fase naar voren zijn gekomen. Met afronding van de planMER procedure en met alle beschikbare informatie en input kan de RES 1.0 in 2021 worden voltooid. De ambtenaren van de 21 gemeenten, 2 waterschappen en de provincie werken in de RESwerkgroepen Warmte, Grootschalige opwek, Besparing, Communicatie en Participatie & eigendom aan de bouwstenen voor de RES 1.0.

Deze werkgroepen vergaderen nu digitaal. Vanuit de werkgroepen zijn in 2020 voor de verschillende thema’s (meest digitale) masterclasses, workshops en bouwstenenateliers georganiseerd. Omdat de MRE-website iets te weinig functionaliteiten had, is besloten om voor het RESproces een eigen website te ontwikkelen. Hierbij sluiten we aan bij de opzet vanuit het Nationaal Programma RES. Op www.energieregio.mre is alle actuele informatie over het RESproces terug te vinden, en ook de bijeenkomsten die we organiseren voor ambtenaren, bestuurders, raadsleden en stakeholders.

Stimuleren en versnellen initiatieven m.b.t. energietransitie ▪ ▪

▪

▪

De focus heeft in 2020 gelegen op afronding van de concept-RES en uitwerking van de bouwstenen voor de RES 1.0. Afgelopen zomer is besloten om te stoppen met de ‘Taskforce energietransitie’ en deze over te laten gaan in een Adviesgroep voor de RES. Hierin hebben we nieuwe partijen aangesloten. In deze groep nemen de volgende partijen deel: BMF (ook namens de andere groene terreinbeheerders, namelijk Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Brabants Landschap en Brabants Particulier Grondbezit); ZLTO; Woonbedrijf en Woonpartners (namens de woningcorporaties in de regio); een vertegenwoordiging van de energiecoöperaties in de regio; JongRES; de Nederlandse Vereniging voor Duurzame Energie; VNO/NCW; Brainport Development; de BOM; TU/e en Fontys. Deze Adviesgroep heeft een rol in het bespreken van en adviseren over overkoepelende thema’s; de meer inhoudelijke input vindt plaats via de werkateliers. In de RES-organisatie is een werkgroep ‘Participatie & eigendom’ ingericht, om in beeld te brengen hoe we de ambitie van maximale financiële participatie bij energieprojecten willen en kunnen invullen. Door de werkgroep is hiervoor een model uitgewerkt dat gemeenten in hun lokaal beleid kunnen toepassen. Dit krijgt een plek in de RES 1.0. Daarnaast zijn diverse masterclasses voor ambtenaren en energiecoöperaties georganiseerd over het thema.

Het concept van de Energiecorridor heeft een plek gekregen in de concept-RES. De A58 loopt door de regio’s West-Brabant, Hart van Brabant en de Metropoolregio Eindhoven en vormt daardoor een belangrijke proeftuin voor energie innovatie in en langs snelwegen. De ambitie is het voorbeeld van de Energiecorridor A58 uit te rollen over alle snelwegen in de provincie, waarbij uiteraard rekening gehouden wordt met de planning van het onderhoud van de wegen.

18

▪

▪

Het digitale Energieloket voor huiseigenaren is in 2020 als basisvoorziening voortgezet. Op basis van een inventarisatie bij gemeenten en energiecoöperaties is in november door het portefeuillehoudersoverleg Energietransitie besloten om het huidige regionale digitale Energieloket op te heffen, per 1 april 2021. Via een kennissessie worden de gemeenten ondersteund om hier zelf een vervolg aan te geven. Doel is om ook innovatie een belangrijke plek te geven in de RES 1.0. Hierbij hebben we de samenwerking gezocht met o.a. Brainport Development en de TU/e. In het portefeuillehoudersoverleg energietransitie van september is bijvoorbeeld kennis gedeeld over een realistische tijdlijn voor de uitrol van innovatieve technieken in de samenleving. Ook wordt gezocht naar gemeenten als ‘launching customer’ voor innovatieproducten, zoals lichtgewicht zonnepanelen of dakinstallaties, die zowel zonne- als windenergie opwekken. Op deze manier versnellen we de in de Brainport Actieagenda opgenomen innovaties en brengen we het realiseren van de doelen van de RES dichterbij.

Mensen en middelen

19

MOBILITEIT INCL. GGA Opgave lange termijn Onze regio blijft economisch groeien en daarmee neemt de druk toe op ons mobiliteitssysteem. Een goede bereikbaarheid is een cruciale randvoorwaarde voor economische bedrijvigheid in onze regio en voor het dagelijks leven van onze inwoners en bezoekers. Snelle en betrouwbare aan- en afvoer van goederen is een belangrijke vestigingsplaatsfactor voor het bedrijfsleven, evenals zonder belemmeringen reizen tussen woon- en werkbestemming. Ons doel is het verbeteren en slimmer gebruiken van de modaliteitsnetwerken, en tegelijk de negatieve effecten van mobiliteit aanpakken, zoals geluidsoverlast, energieverbruik, luchtverontreiniging, ongevallen, ruimtebeslag en files. Verplaatsingen gaan over gemeentegrenzen heen. In Zuidoost-Brabant werken we daarom al decennialang samen aan de bereikbaarheid. Bereikbaarheid is op alle schaalniveaus van belang. Van intercontinentaal tot de “last mile”, en alles daartussen. We willen dat er wat te kiezen is, bijvoorbeeld tussen fiets, openbaar vervoer of auto. In vakjargon is dat een ‘co-modaal vervoersnetwerk’. Zo werken we aan co-modaal reizen in de regio. De reiziger staat daarbij centraal. De reiziger kan kiezen om te reizen op de manier en op het tijdstip dat hem/haar het beste past. Hiervoor optimaliseren wij de verschillende mobiliteitsnetwerken en maken we een uitwisseling tussen netwerken mogelijk.

Uitstekende reisinformatie helpt bij het kiezen. Voor co-modaliteit moeten we veel partijen bij elkaar brengen en goed laten samenwerken. Opgaven en resultaten 2020 Voor mobiliteit zijn drie hoofdopgaven beschreven: 1. de verbinding van onze regio met andere economische centra (nationaal en internationaal) 2. Bereikbaarheid in de regio, met een slimme inzet van meerdere vervoersmodaliteiten en aandacht voor leefbaarheid, verkeersveiligheid en duurzaamheid en de koppelkansen met andere thema’s. 3. Doorontwikkeling van het regionaal mobiliteitssysteem. Opgave 1:We sturen op het verbinden van nationale en provinciale mobiliteitsagenda met onze regionale mobiliteitsagenda, zodat onze doelen bereikt worden. Dit doen wij door: ▪ ▪

in het portefeuillehouderoverleg te zorgen voor goede kennisuitwisseling en afstemming, wat leidt tot het bepalen van een regionaal standpunt. het regionale standpunt in de verschillende overleg/samenwerkingsgremia inbrengen.

Opgave 2:We ondersteunen en faciliteren de regionale samenwerking, zodat de regionale mobiliteitsopgaven voortvarend worden opgepakt. Dit doen wij door: ▪ ▪ ▪

het organiseren van bestuurlijke en ambtelijke bijeenkomsten, waar afstemming en kennisuitwisseling plaats vindt. Het benutten van bestuurlijke bijeenkomsten (zoals de ontwikkeldag) voor het op de kaart zetten van onze regio en de bijbehorende opgaven, met als doel om afspraken te maken over het oplossen van de opgaven. Het optimaal benutten van subsidiemogelijkheden (zoals het RUP) voor onze regionale doelstellingen.

20

Opgave 3:Wij volgende de trends en ontwikkelingen en ontwikkelen een gezamenlijk beeld op ons toekomstige mobiliteitssysteem. Dit doen wij door: ▪ ▪ ▪ ▪

Het verbinden van de opgaven voor mobiliteit aan andere regionale opgaven, zodat efficiënt omgegaan wordt met capaciteit en middelen. Het door ontwikkelen en aanvullen van de regionale sturingsinstrumenten (knelpuntenkaart en dashboard). Deze instrumenten dragen ook bij aan het adaptief houden van de bereikbaarheidsagenda. Op basis van de bestuurlijke wens nadere (inhoudelijke) duiding te geven aan opgaven die voor de regio van belang zijn in samenwerking met de regio. Het bepalen van speerpunten en accenten die van belang zijn voor de regio.

Betrokken partijen ▪ ▪ ▪ ▪

Portefeuillehouders en adviseurs mobiliteit 21 gemeenten; Provincie Noord-Brabant, Rijkswaterstaat en Ministerie Infrastructuur en Waterstaat, Politie; Belangenpartijen zoals ANWB, de fietsersbond, bedrijfsleven; Netwerkpartners vanuit andere regionale opgaven.

Resultaten 2020 De verbinding van onze Metropoolregio met andere economische centra (nationaal en internationaal) De externe bereikbaarheid is een onderwerp dat op de agenda van SmartwayZ.NL staat. Afgelopen jaar heeft het integraal MIRT-onderzoek verstedelijking en bereikbaarheid Brainport Eindhoven veel aandacht gevraagd van de gemeenten. Dit onderzoek is in oktober afgerond. Rijk, provincie en regio zijn eensgezind over de koers en zullen gezamenlijk inzet plegen om de Brainportregio richting 2040 verder te ontwikkelen. In november zijn tijdens het bestuurlijk overleg MIRT, afspraken gemaakt tussen de regio en het Rijk over de hoofdopgaven Verstedelijking, Multimodale Knoop XL, OV/transitie en wegen. In de programmaraad van SmartwayZ.NL is de regio (o.a.) vertegenwoordigd door Antoinette Maas als voorzitter van het portefeuillehoudersoverleg Mobiliteit en Monique List als wethouder van Eindhoven. SmartwayZ.NL staat standaard op de agenda van het portefeuillehoudersoverleg. Dan wordt de stand van zaken besproken en hebben de betrokken partijen de mogelijkheid om aandachtspunten te bespreken, voor het voeden van de regionale vertegenwoordiger(s) en terugkoppeling. Bereikbaarheid in de regio, met een slimme inzet van meerdere vervoersmodaliteiten en aandacht voor leefbaarheid, verkeersveiligheid en duurzaamheid en de koppelkansen met andere thema’s.

De bestaande overlegstructuren gebruiken we continu om onze regionale doelen te bereiken. In het portefeuillehoudersoverleg Mobiliteit en het ambtelijke TOVER-overleg delen we actief informatie met elkaar. Voor diverse thema’s en onderwerpen zijn er wethouders die als vertegenwoordiger van het portefeuillehoudersoverleg optreden. Zoals Helm Verhees dat doet met voor verkeersveiligheid en Antoinette Maas in SmartwayZ.NL. In de overleggen maken we ook afspraken over beleidsontwikkeling en -uitvoering. Op diverse gremia wordt beleid ontwikkeld, vaak op provinciaal niveau. De regionale inbreng wordt in de het portefeuillehoudersoverleg Mobiliteit en het TOVER gecoördineerd. Met het opstellen van de Regionale Mobiliteitsagenda hebben we een start gemaakt met het bij elkaar brengen van het beleid dat op diverse plaatsen wordt ontwikkeld.

21

De uitvoering is voor een deel belegd bij het Programmateam van de Bereikbaarheidsagenda. De resultaten hiervan worden later dit jaar gepresenteerd in het jaarverslag. Verschillende projecten uit de bereikbaarheidsagenda hebben een subsidie toegekend gekregen. De uitwerking van beleid wordt voor een deel ook opgepakt onder de vlag van de Bereikbaarheidsagenda. Een voorbeeld hiervan is het Ontwikkelplan Regionale Mobiliteitshubs Zuidoost-Brabant. Vanuit SmartwayZ.NL is gestart met de Gebiedsgerichte Realisatie Krachtenbundeling Smart Mobility. In het laatste poho van 2020 is ingestemd met het programmaplan voor 2021-2023. Bovendien is het organisatieadvies overgenomen, dat wil zeggen de stap naar programmasturing op smart mobility vanuit een gezamenlijke uitvoeringsorganisatie van overheden, bedrijfsleven en kenniswereld die met mandaat projecten gaat uitvoeren De regiogemeenten werken ook samen aan de uitvoering van programma’s. Het meest concreet was dat in 2020 aan verkeersveiligheid. Vanuit de regio worden twee verkeersveiligheids-projecten georganiseerd. Aan de regionale verkeersveiligheidsquiz, dit jaar volledig ‘op afstand’ hebben 58 scholen en 89 klassen mee gedaan (1894 leerlingen). BS de Beerse was de winnaar. Aan de rijvaardigheidstraining voor jonge bestuurders hebben 152 jonge bestuurders deelgenomen. Voor verkeersveiligheid krijgt de aanpak nu meer structuur.

We houden ons aan de afspraken in het Brabants verkeersveiligheidsplan en werken voortaan op basis van een risicogestuurde aanpak. Hiervoor zijn in 2020 voor alle gemeenten en voor de regio risicoanalyses uitgevoerd. Deze analyses waren de basis voor succesvolle aanvragen bij Rijk en provincie om bij te dragen in de uitvoering van infrastructurele verkeersveiligheidsprojecten. De analyses krijgen een vervolg met het opstellen van regionaal verkeersveiligheidsbeleid. Doorontwikkelen van het regionaal mobiliteitssysteem. De Metropoolregio Eindhoven en de Provincie Noord-Brabant hebben samen een gezamenlijke regionale mobiliteitsagenda (RMA) opgesteld en deze tijdens de ontwikkeldag van december 2020 vastgesteld. De RMA geeft een beeld van de strategie die de regio met zijn partners volgt om te komen tot het gewenste mobiliteitssysteem. Besloten is om voor 2021 met een interim RMA te werken, omdat de resultaten van het MIRT-onderzoek Verstedelijking en Bereikbaarheid Brainport Eindhoven nog niet verwerkt konden worden in de RMA en deze wel richtinggevend kunnen zijn. Om een RMA op te stellen, is het noodzakelijk om de ambities te formuleren. Dat doet de regio in het Streefbeeld Mobiliteit 2040. Het was de bedoeling om Streefbeeld en RMA in een paralleltraject op te stellen. Bouwstenen voor het Streefbeeld zijn er al, deels aangeleverd door de subregio’s.

Maar ook het MIRT-onderzoek Verstedelijking en Bereikbaarheid is een belangrijke bouwsteen. Om de resultaten van dit onderzoek mee te kunnen nemen en goed te verwerken in het Streefbeeld Mobiliteit, is besloten is om het vaststellen van het Streefbeeld uit te stellen. Aan de RMA is een uitvoeringsgericht mobiliteitsprogramma (RMP) gekoppeld. Hierin zijn de projecten opgenomen waarin wij als regio gemeenten in 2021 willen investeren. Projecten die opgenomen worden in het regionale mobiliteitsprogramma kunnen in aanmerking komen voor een (financiële) bijdrage van de provincie. Op basis van het RMP heeft de provincie besloten om €7.759.879,- bij te dragen aan projecten op het gebied van infrastructuur, fietsverbindingen, verbeteren OV en verkeersveiligheid.

22

Mensen en middelen

23

BESTUURLIJKE SAMENWERKING ORGANISATIE, REGIONALE STRATEGIE EN GULBERGEN Opgave lange termijn Bestuurlijke samenwerking In 2019 is het nieuwe samenwerkingsakkoord vastgesteld, met een aangepaste inhoudelijke opgave en een aangepaste governance. Kern van de samenwerking is dat de 21 gemeenten op basis van collectief eigenaarschap uitvoering geven aan het samenwerkingsakkoord. In het jaarlijkse werkprogramma wordt dit onder aansturing van de voorzitter van het portefeuillehoudersoverleg samen met het portefeuillehoudersoverleg geconcretiseerd. De bestuurlijke regionale samenwerking gebeurt in een goed functionerend netwerk. Samenwerking gebeurt, afhankelijk van het onderwerp, met partners uit bedrijfsleven, onderwijs en maatschappelijke organisaties. Ter ondersteuning van de samenwerking van de 21 gemeenten is een gezamenlijke regionale ondersteuningsorganisatie beschikbaar, Team MRE. Team MRE bestaat uit procesmanagers die zich richten op het organiseren van het proces om te komen tot een gemeenschappelijk en gedragen kader, de integraliteit tussen de thema’s en het bewaken daarvan. Team MRE organiseert en ondersteunt de ambtelijke werkgroepen, de portefeuillehoudersoverleggen, de metropoolconferenties, Raadstafel 21 en andere ontmoetingen tussen de gemeenten en andere partijen.

Daarnaast wordt het bestuurlijk proces van het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur gefaciliteerd. Bij het vaststellen van het samenwerkingsakkoord is aangegeven dat eerst ervaring wordt opgedaan met de aangepaste governance voordat dit wordt verwerkt in een bijgesteld Gemeenschappelijke Regeling. We gaan ervanuit dat in 2021 een aangepaste Gemeenschappelijke Regeling aan de 21 gemeenteraden wordt voorgelegd. De regionale vraagstukken, ambities en ontwikkelingen vragen om continue aandacht op de koers van de Metropoolregio. Dit vraagt van het bestuur en de 21 gemeenten adaptief meebewegen. Het beschikken over een regionaal langer termijn perspectief helpt om met elkaar de koers te bepalen. Gulbergen Het realiseren van de eindafwerking, pre-nazorg en het op een milieutechnisch verantwoorde wijze overdragen van de gesloten stortplaats aan de provincie voor eeuwigdurende nazorg. De ontwikkeling van het Landgoed Gulbergen tot een aantrekkelijk toeristisch en recreatief gebied met een sterke groene geleding en duurzame uitstraling, passend binnen de Brainport-ambitie van de regio. Daarnaast is de Metropoolregio eigenaar van de gronden.

24

Opgaven en resultaten 2020 Bestuurlijke samenwerking We hebben de volgende concrete opgaven: Werkprogramma 2021 In het najaar 2020 doorlopen we het proces om te komen tot een vastgesteld Werkprogramma 2021. Het Werkprogramma is onderdeel van de lijn: Samenwerkingsakkoord 2019-2022, werkprogramma 2020, Begroting 2021, Werkprogramma 2021. Het is een werkprogramma met draagvlak bij de 21 gemeenten, bestuurlijk en ambtelijk. Gemeenten voelen zich eigenaar van het Werkprogramma 2021, en voelen dat het collectief van gemeenten verantwoordelijk is voor de uitvoering Ontwikkeldagen provincie - regio Provincie en de regio maken of bereiden tijdens de ontwikkeldagen afspraken voor op onderwerpen die met ruimte en/of bereikbaarheid te maken. Voor de regio gaat het om de thema’s energietransitie, transitie landelijk gebied en mobiliteit, voor de subregio’s gaat het om onderwerpen als detailhandel, wonen en bedrijventerreinprogrammering. De regio gaat de processen op de beleidsthema’s sturend laten zijn voor de agendering van de ontwikkeldagen. Dit leidt tot het versnellen van beleidsprocessen en een versteviging van het partnerschap met de provincie. De regio en subregio’s gaan de voorbereiding van de ontwikkeldagen verbeteren om het rendement van ontwikkeldagen te verhogen.

Metropoolconferenties Organiseren van twee metropoolconferenties, met als doel het tijdig betrekken van de gemeenteraden bij de regionale opgaven zodat zij in staat worden gesteld hun verantwoordelijkheid als gemeenteraad te kunnen nemen. Daartoe wordt tweemaal per jaar een metropoolconferentie gehouden gericht op o.a. ontwerpbegroting, werkprogramma e.d. Het richt zich op de regionale strategie en kaders; de regionale opgaven en de bovenregionale agenda; inhoudelijke acties werkprogramma; eigenaar te zijn van de regionale ambitie. Raadstafel21 Wij organiseren circa vier keer per jaar een Raadstafel21. De Raadstafel21 is voor en door raadsleden, en is opgezet om de raadsleden beter te betrekken. Van elke gemeente zijn twee vaste raadsleden vertegenwoordigd. Het is de vooruitgeschoven post van gemeenteraadsleden waarbij de Metropoolregio Eindhoven ideeën, voorstellen, visies etc. kan toetsen. De Raadstafel21 is geen geïnstitutionaliseerd overleg. Informatievoorziening Faciliteren (uniforme) informatievoorziening tussen colleges en raden over de Metropoolsamenwerking. Er voor zorgen dat de portefeuillehouders die op één van de regionale thema’s deelnemen aan het regionaal overleg de eigen gemeente op een eenduidige en heldere manier lokaal kunnen informeren.

Om actuele ontwikkelingen binnen de Metropoolregio te delen, maken we gebruik van digitale nieuwsbrieven (Metropoolregio Eindhoven Nieuws), Twitter, LinkedIn, Facebook en onze website. Voor de samenwerking met onze gemeenten en andere partijen maken we gebruik van groepen via Agora extranet. Ondersteuning Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur ▪ Wij bereiden in beginsel vijf keer per jaar een vergadering van het Algemeen Bestuur voor. Het Algemeen Bestuur van de Metropoolregio Eindhoven stelt de kaders van het beleid vast dat door het Dagelijks Bestuur wordt uitgevoerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10469089/1