4. Bijlage 1 RPW Visie werklocaties Zuidoost-Brabant versie 4.1 2024-08 200678874 (Geanonimiseerd)
Tekst van het document
●
We realiseren nieuwe lokale bedrijventerreinen alleen als er onvoldoende ruimte is op bestaande terreinen en zetten deze strategisch in (voor het accommoderen van nieuwvestiging of doorgroei van lokaal en regionaal mkb en het creëren van schuifruimte).
●
We hebben bij het realiseren van deze nieuwe terreinen aandacht voor bedrijven die behoefte hebben aan kleine kavels tot 5000 m2.
●
We faciliteren voldoende ruimte voor bedrijvigheid in een hoge milieucategorie ten behoeve van circulaire activiteiten en infrastructuur.
●
Voormalig agrarische bedrijfslocaties (VAB’s) zien wij niet als mogelijkheid voor nieuwe bedrijventerreinen of vestiging van industriële bedrijven. Dat neemt niet weg dat op deze locaties nieuwe (bij de kwaliteiten van het (buiten)gebied) economische activiteiten gevestigd kunnen worden.
5
TOEKOMSTBESTENDIGE WERKLOCATIES Werklocaties zijn toekomstbestendig. Het revitaliseren van bedrijventerrein draagt bij aan transitieopgaven energie mobiliteit klimaat en circulariteit. ,
,
45
Zo visualiseert de provincie het heden (links) toekomst (rechts) van bedrijventerreinen
46
Bron: Factsheet Grote Oogst , Provincie Noord-Brabant , 2023
en
de
Vier transitieopgaven werklocaties: energie
toekomstbestendige mobiliteit klimaat en circulariteit
voor ,
,
Werklocaties moeten niet alleen nu , maar ook in de toekomst een plek bieden aan bedrijvigheid binnen het economisch profiel. Nederland en de MRE staan verschillende grote uitdagingen. In deze bouwsteen focussen we ons op vier belangrijke uitdagingen in relatie tot werklocaties: energie , mobiliteit , klimaat en circulariteit. De intensivering en revitalisering van terreinen is een ingewikkelde klus , mede door het (tijdelijk) stilleggen of verhuizen van voor
bedrijvigheid. Daarnaast is het ontbreken van een passende toekomstbestendige energie-infrastructuur op dit moment een beperkende factor bij de ontwikkeling van ruimte voor bedrijvigheid. Daarom is het van extra groot belang dat de vier transities integraal worden meegenomen om het terrein toekomstbestendig te maken. Daarbij leveren werklocaties ook een belangrijke bijdrage aan deze transities.
Energie
Mobiliteit
De transitie van fossiele energie naar duurzame energie
De transitie van fossiel gedreven mobiliteit naar duurzaam vervoer
Klimaat
en
leefomgeving
Rekening houden met en ruimte geven aan blauw/groen en het nemen van klimaatadaptieve maatregelen
Circulariteit De transitie van een lineaire naar een circulaire economie , waar kringlopen worden gesloten
Andere relevante opgaven buiten de scope van deze visie: ●
Digitale transformatie: ook de digitale transformatie kent een impact op de ruimte. Naast dat de digitale infrastructuur gefaciliteerd moet worden op bedrijventerreinen (dit hangt tevens nauw samen met de transitieopgave Energie) , kent ook de veranderende bedrijvigheid en ruimtebehoefte een ruimtelijke impact. Denk hierbij aan logistieke centra waar vanuit online bestellingen worden verspreid.
●
Woningopgave: een andere opgave die ook haar weerslag heeft op de ruimte voor bedrijventerreinen is de woningopgave. De aanhoudende bevolkingsgroei , huishoudensverdunning en schaarse ruimte doen verwachten dat wonen de komende jaren een opgave zal blijven. In 2021 zijn negen geheel verouderde terreinen aangemerkt voor transformatie. Al deze terreinen zijn binnenstedelijk en worden getransformeerd naar woninglocaties (IBIS , 2022) , terwijl in de prognose nu al een tekort is aan deze terreinen.
47
Mobiliteit
Energie De energietransitie gaat over
de transitie
van
fossiele energie naar
duurzame
De
mobiliteitstransitie
gaat
over
de transitie
van
fossiel gedreven
mobiliteit
naar
energie ten behoeve van klimaatneutrale bedrijventerreinen. Bedrijventerreinen gebruiken 53% van de energie in de provincie¹. In 2022 is er nog een pauze
duurzaam vervoer. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de bereikbaarheid met het openbaar vervoer of de fiets. Binnen de MRE heeft 31% van de terreinen geen OV-ontsluiting. Dit
ingelast voor het aanleggen van bedrijventerreinen op het elektriciteitsnet. Er bestaat dus niet alleen in de toekomst² , maar ook nu urgentie. Dat betekent dat er
zijn allen mkb-terreinen³. De transformatie van binnenstedelijke terreinen zorgt ervoor dat steeds meer bedrijvigheid zich bevindt aan de randen van de stad. De
slim gebruik moet worden gemaakt van het net. In de praktijk betekent dit dat bedrijven idealiter zo energiezuinig mogelijk werken en zijn bedrijventerreinen zo
OV-ontsluiting op deze terreinen is niet altijd even goed. Maar liefst 56% van de bedrijventerreinen is afhankelijk van bussen voor OV-bereikbaarheid³. Naast
zelfvoorzienend mogelijk in het opwekken en onderling delen van energie en warmte. Dit gaat niet alleen over energie voor gebouwen , maar ook voor vervoer.
OV-bereikbaarheid hebben toekomstbestendige terreinen ook voorzieningen voor het opladen van elektrisch vervoer en is waar nodig deelmobiliteit beschikbaar. Het
Bij de invulling van bedrijventerreinen wordt meegenomen dat er een slimme en duurzame bronnenmix aanwezig is. Dat betekent een mix van warme en koude
verbeteren van deze voorzieningen draagt niet alleen bij aan de mobiliteitstransitie , maar ook aan het behouden en aantrekken van werknemers en jong talent. Jonge
energie en (het tijdstip van) energieopwek en -verbruik en dat er ruimte is voor opslag.
werknemers bezitten vaker geen auto⁴. Daarnaast brengt het opladen van elektrisch vervoer ook een ruimtelijk vraagstuk met zich mee , omdat deze voertuigen tijdens het laden een plek nodig hebben. Ook de aanleg van veilige fietsverbindingen heeft ruimtelijke impact. Bij hde mobiliteitstransitie is ook de nadrukkelijke link met de regionale mobiliteitsvisie.
1. 2.
48
Factsheet Grote Oogst , Provincie Noord-Brabant , 2023 ‘Hoogspanningsnet zit vol , geen aansluitingen meer voor nieuwe bedrijven’ , Omroep Noord-Brabant , 2022
3. IBIS , 2022 4. CBS , 2022
Klimaat
leefomgeving
en
Circulariteit
Er wordt rekening gehouden met en ruimte gegeven aan blauw/groen en daarnaast
De ambitie van het rijk is dat Nederland in 2050 circulair is. Circulariteit gaat over de
worden klimaatadaptieve maatregelen genomen. Dit betekent dat bedrijven geen onnodige schade aanrichten door uitstoot van schadelijke stoffen en ook op andere
transitie van een gesloten , binnen
wijze geen schade aanrichten aan blauw/groen. Een bedrijventerrein kan ook juist een positieve bijdrage leveren , bijvoorbeeld door duurzame afval- en
modulaire initiatieven en grondstoffen die worden hergebruikt op hoogwaardig niveau. Het sluiten van kringlopen in de regio zal vooral plaatsvinden door bedrijven
milieuverwerking. klimaatadaptieve
belangrijk dat bedrijventerreinen bijvoorbeeld rondom hittestress ,
zelf. Samen vormen zij een regionaal ecosysteem van grondstofstromen. Het is van belang dat de MRE de mate van circulariteit van bedrijven laat meewegen in welke
wateroverlast bij extreem weer en de opslag van warmte en water ten behoeve van perioden van schaarste. . Denk hierbij aan het toevoegen van groen op de
bedrijven ze ruimte biedt op haar terreinen. Daarnaast is het belangrijk dat de regio ruimte faciliteert die hiervoor nodig is , bijvoorbeeld voor opslag , reparatie , hergebruik
gevels en het toepassen van halfverharding op parkeerplekken. Deze maatregelen stimuleren en faciliteren bovendien de lokale biodiversiteit. Het in acht nemen van
en
klimaat gaat daarnaast over aandacht voor de omgeving waar het terrein gevestigd is. Daarmee dragen terreinen niet alleen bij aan een gezond klimaat , maar ook aan
vestigen , zodat bedrijven zoveel mogelijk gebruik kunnen maken van elkaars reststromen. Hiervoor is kennis en capaciteit nodig , onder andere om de stromen van
een
49
Daarnaast maatregelen
is
het treffen ,
prettige en aantrekkelijke werkomgeving voor werknemers en hun gezondheid.
lineaire naar een circulaire economie. Hier worden kringlopen en buiten bedrijventerreinen. Mogelijke tussenstappen zijn
het verwerken van grondstoffen , materialen en reststromen. Tevens is het van belang dat vooraf wordt nagedacht over welke bedrijven zich dicht bij elkaar
grondstoffen in kaart te brengen.
Een georganiseerd bedrijfsleven kan een rol spelen bij initiatieven rondom klimaat- en energietransitie Op de meeste terreinen is geen initiatief aanwezig rondom waterbeheer , hittestress of duurzame energie (figuur 1). Juist bedrijventerreinen zijn vaak compleet verhard en daarmee gevoelig voor hittestress en wateroverlast bij hevige regenval. Op bedrijventerreinen waar parkmanagement aanwezig is zijn vaker initiatieven aanwezig die bijdragen aan toekomstbestendige terreinen. Op dit moment heeft slechts 35% van de terreinen parkmanagement. Wanneer de regio inzet op het actief stimuleren van een georganiseerd bedrijfsleven op bedrijventerreinen , zal dit naar verwachting bijdragen aan de toekomstbestendigheid van deze terreinen. Naast collectieve organisatie is ook de beschikbaarheid van kapitaal van belang.
Parkmanagement aanwezig?
Initiatief aanwezig (of
Totaal
Ja
Nee
Waterbeheer
43%
60%
30%
Hittestressbeheer
22%
38%
11%
Duurzame energie
20%
33%
13%
in oprichting)¹ voor:
Figuur 1: Initiatieven (bestaand of in oprichting) rondom klimaatadaptatie en duurzame energie in MRE¹
Ruim 60% van de bedrijventerreinen heeft geen parkmanagement , mogelijk potentie voor versnelling
1. IBIS , 2022 2. Provincie Noord-Brabant , 2022 3. Factsheet Grote Oogst , Provincie Noord-Brabant , 2023 4. Hoogspanningsnet zit vol , geen aansluitingen meer voor nieuwe bedrijven , Omroep Noord-Brabant , 2022
50
Bron: IBIS , 2022
Figuur 2: Aanwezigheid parkmanagement op bedrijventerreinen in de MRE
Leidende principes ●
●
●
51
voor
programmering
Naast programmeringsafspraken maakt de regio afspraken over duurzame principes voor bestaande en de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen. Denk hierbij aan afspraken over: ○ toekomstbestendige digitale- en energie-infrastructuur; ○ toepassing van klimaatadaptieve maatregelen; ○ toepassing van dubbel dakgebruik; ○ stimuleren van korte ketens; ○ stimuleren van maatregelen gericht op de mobiliteitstransitie. Gemeenten stimuleren en faciliteren een vorm van organisatie op bedrijventerreinen , zoals parkmanagement , om initiatieven rondom bijvoorbeeld energiebesparing , het benutten van restwarmte , het in beeld brengen van grondstoffenstromen , energie-opwek , klimaatadaptatie en waterbeheer te stimuleren. Als onderdeel van de programmeringsafspraken stellen we een handelingsperspectief op , inclusief instrumentarium , om de transities op de bedrijventerreinen vorm te geven. Het betreft de uitwerking hoe we uitvoering geven aan de duurzame principes.
Hoe waar
52
deze ambitie gaan maken
we
6
PROACTIEF PROGRAMMEREN Proactief
53
programmeren
en
selectief alloceren.
Proactief programmeren sterk economisch profiel
en en
selectief alloceren voor passende werklocaties
Net als de economie zal de behoefte aan ruimte voor werken blijven fluctueren. Waar een aantal jaar geleden nog een overschot was aan ruimte , is er nu sprake van een tekort. De regio kiest ervoor om niet reactief , maar proactief te programmeren. Dat betekent dat zij in staat is om adaptief in te spelen op de vraag van nu en de toekomstige vraag , waarbij we zowel de korte als de lange termijn voor ogen houden. Dit vraagt om een ander aanpak en een andere wijze van het inrichten van het proces. Dit doet de regio door: 1. Proactief programmeren De regio zet in op een adaptieve programmering van werklocaties met als doel adequaat in te kunnen spelen op het accommoderen van de groei in de sectoren in het gekozen economisch profiel. We maken tijdig richtinggevende keuzes en locatiekeuzes voor (nieuwe) bedrijventerreinen en bereiden deze voor om ze binnen een redelijke termijn uitgeefbaar te laten zijn. We ontwikkelen (als alternatief voor het huidige model) een sturingsinstrument om ervoor te zorgen dat we regie kunnen voeren op de gewenste fasering van het uitgeven van terreinen. 2. Selectief alloceren We voeren regie op het traject gericht op ‘het juiste bedrijf op de juiste plaats’. We ontwikkelen een afsprakenkader dat ervoor zorgt dat we op het juiste schaalniveau hieraan invulling kunnen geven.
Door selectief te zijn in welk bedrijf op welke plek komt , behoudt de regio haar economisch profiel en kunnen bedrijven zich vestigen op de meest passende werklocatie. Bij het proactief programmeren en selectief alloceren houdt de regio steeds voor ogen dat het een bijdrage levert aan het gehele ecosysteem van de MRE. De uitgangspunten in deze gezamenlijke visie dragen daaraan bij.
54
een
Dansen
tussen
de schalen
1) Economisch profiel
2) Menselijk kapitaal
3) Complementaire werkmilieus
4) Creëren van ruimte
5) Toekomstbestendige werklocaties
Provincie
Metropoolregio
Basisregel: proactief programmeren bedrijventerreinen > regionaal bij uitzondering naar subregio ,
afstemming 4 subregio’s
Vier subregio’s
1 loket per subregio
21 gemeenten 55
Basisregel: selectief alloceren bedrijven > subregionaal
terreinen)
,
bij uitzondering naar MRE (o. a. bij regionale
Leidende principes bij programmering ● ● ● ● ●
● ● ● ● ●
●
56
We ambiëren om een Programmering Werklocaties op te stellen voor de gehele MRE vanuit het besef dat de MRE als één ecosysteem fungeert. Daarbinnen werken we de subregionale programmering uit. Het proactief programmeren van nieuwe terreinen en de kaderstelling voor de wijze waarop we omgaan met bestaande terreinen vindt plaats op het niveau van de gehele MRE waar naast de gemeenten ook de provincie en waterschappen onderdeel van zijn. We programmeren alleen realistisch te ontwikkelen locaties. Dit wil zeggen dat de planologische voorbereiding voor een terrein vergevorderd is , inclusief instrumentarium om selectief te kunnen alloceren. We programmeren op basis van een afweging waarbij zowel strategisch ruimtelijke afwegingen als economische afwegingen en belangen integraal worden afgewogen. Voor het behouden en versterken van de regionale economie is ontwikkeling en innovatie van HTSM-bedrijven van groot belang. Het ecosysteem van de HTSM-bedrijven vormt zowel een drijvende kracht voor de gehele Metropoolregio als voor de subregio’s; we willen dan ook op alle niveaus ruimte bieden voor de groei van HTSM-bedrijven. De campussen hebben een bijzondere rol in de innovatieve kracht van de HTSM-bedrijven; we zetten ons dan ook in om die campussen te versterken.
We hanteren daarom als ordeningsprincipe dat HTSM-bedrijven die van meerwaarde zijn op campussen te stimuleren en faciliteren zich daadwerkelijk op campussen te vestigen. Selectief alloceren doen we op subregionaal niveau in subregionale overleggen. Deze subregionale overleggen zien niet alleen toe op het alloceren op nieuwe bedrijventerreinen , maar ook op het alloceren van nieuwe ruimte op bestaande bedrijventerreinen. Ten behoeve van het selectief alloceren stellen we regionale uitgiftecriteria op. De duurzame principes uit bouwsteen 5 maken hier onderdeel van uit. We onderzoeken of we , naar het voorbeeld van het SGE , kunnen komen tot een marktconforme grondprijsmethodiek. In de programmeringsafspraken maken we helder hoe we het proces inrichten om te kunnen komen tot (vraaggericht) proactief programmeren en selectief alloceren. We maken hierbij uitvoeringsgerichte afspraken met betrekking tot wanneer je extra programmeert. Welk proces doorlopen we met wie? Ten behoeve van het selectief alloceren maakt de regio gebruik van een subregionaal bedrijvenloket , geleid door een onafhankelijke voorzitter. We borgen afstemming op het niveau van de gehele MRE door een afstemmingsoverleg tussen de vertegenwoordigers van de subregio’s.
7
ROL OVERHEID EN BEDRIJVEN De overheden binnen de regio pakken hun regierol sturen door middel van heldere kaders en faciliteren waar nodig ondernemers. ,
57
Zowel overheden als het bedrijfsleven leveren vanuit hun rol een bijdrage aan een toekomstbestendige regio Zonder bedrijven is een toekomstbestendige toppositie niet mogelijk. Ondernemers vragen regie vanuit de overheid én vrijheid om te ondernemen. Het is van belang dat voor alle partijen duidelijk is welke regie de overheid pakt en welke verantwoordelijkheid , middelen en vrijheid bedrijven wordt toebedeeld. We benadrukken daarbij zowel de gezamenlijke verantwoordelijkheid als de complementaire verantwoordelijkheid die ondernemers en overheden hebben bij het waarmaken van de ambities.
Rol overheid: • verantwoordelijk voor goede ruimtelijke ordening; •
kaderstellend met hardheidsclausule; verantwoordelijk voor een goed vestigingsklimaat;
•
faciliterend en verbindend en soms regievoerend.
•
58
Rol triple-helix: • samenwerking tussen overheid , (een collectief van) ondernemers , •
vastgoedeigenaren en kennisinstellingen , ieder vanuit eigen rol; aansluiten bij ruimtebehoefte ondernemers en kennisinstellingen;
•
ondersteunend bij transitieopgaven.
Leidende principes
voor
programmering
●
We maken gebruik van ieders rol en verantwoordelijkheid. We benutten elkaars kracht om gezamenlijk regie te kunnen voeren op de opgaven met als doel het behouden van de economische toppositie.
●
We onderzoeken welk (juridisch & financieel) instrumentarium en welke bijpassende governance wenselijk en haalbaar zijn om gezamenlijk de intensivering , revitalisering en ontwikkeling van bestaande en nieuwe werklocaties waar te maken.
59
Bijlagen
60
Bijlage 1: Gehanteerde
definities
Omdat de behoefteraming bedrijventerreinen Noord-Brabant de basis is voor de visie en de programmeringsafspraken , hanteren we de definities die in de behoefteraming worden geduid. •
Gemengd stedelijk Type bedrijven: B2B & B2C; mkb , diensten , bouw , handel , kleinschalige stadslogistiek. Activiteiten: handel en reparatie , (stedelijke) diensten als verhuur , schoonmaak , beveiliging , consumentendiensten , bedrijfsverzamelgebouwen , kleinschalige productie , R&D , opslag , werkplaats , last mile.
•
Regulier werkmilieu Type bedrijven: B2B; mkb , bouw , groothandel , logistiek , industrie , diensten. Activiteiten: handel en reparatie , opslag , werkplaats , productie/assemblage , transport/distributie. Overwegend (boven)lokale bedrijvigheid van kleine tot
•
middelgrote omvang. Grootschalige distributie ( > 3 ha) Type bedrijven: E-commerce , logistieke dienstverlening , value added logistics , agrologistiek. Activiteiten: distributie , opslag/warehousing , assemblage.
•
Grootschalige productie Type bedrijven: o. a. chemie , HTSM , industriële bouw (prefab) , voedingsmiddelenindustrie. Activiteiten: productie , recycling , circulair. In toenemende mate circulair , veelal regionaal georiënteerd , maar gaat ook om hoogwaardige bedrijven die internationale oriëntatie hebben. Deze ruimtevraag bestaat voor een groot deel uit Hoge Milieucategorie (HMC-)bedrijven.
Noot BMC: er is een verschil in duiding van de werkmilieus in de prognose van de provincie en de programmering en de manier waarop deze in IBIS worden bijgehouden. voorstel is om in de tweede fase van de opdracht hierin helderheid te creëren. Ons Bronnen:
61
1. 2.
●
Werkmilieus
-
Campus¹ ‘Campuslocaties vinden vaak hun oorsprong in één of enkele onderwijsinstellingen of bedrijven. De kennisinstellingen en bedrijven zijn vaak actief in zeer specifieke niches , waar beide onderling van elkaar afhankelijk zijn op het gebied van uitwisseling van kennis en talent. Hierdoor is clustervorming onder gebruikers op campusgebieden kantoorgebieden of bedrijventerreinen. ○
○
belangrijker
dan
bij
reguliere
Single-use-campussen bieden ruimte aan slechts één of enkele gebruikers , en verhuur van kantoor- of bedrijfsruimte aan derden is niet of nauwelijks mogelijk. Mixed-use-campussen vormen een ecosysteem van meerdere bedrijven instellingen waarbij verhuur aan derden wel mogelijk is. Dat is daar vaak zelfs de norm. Daarnaast is hier sprake van een ‘triple-helix’. en
Overheid , kennisinstellingen en bedrijven versterken elkaar in deze gebieden. ’
wisselen
kennis
uit
en
Noot BMC: De voetnoot die we moeten plaatsen is de volgende: De bovenstaande definitie van campussen biedt ruimte voor interpretatie. Daardoor worden er in verscheidene documenten binnen de MRE (IBIS , vastgoedmonitor)
verschillende terreinen bestempeld als campus. Voor de programmering op regionale schaal , die dient als uitvoeringsprogramma van de visie , is het van belang om integraal te bepalen welke campussen we onderscheiden binnen de MRE. We zullen daarom de definitie van campussen nader uitwerken en hieraan duiding geven per locatie.
Vastgoedmonitor Stedelijk Gebied Eindhoven , 2021 , Savillis , Dynamis en Verschuuren en Schreppers. Kansenkaarten en Toekomststrategie gemengde woon-/werkmilieus op de toplocaties in het Stedelijk Gebied Eindhoven , Buck Consultants International , 2022
Bijlage 2 Gehanteerde ●
●
definities
Intensiveren (bouwsteen 4) Meer netto-hectare of bruto-vloeroppervlakte voor bedrijvigheid op bestaand terrein , bijvoorbeeld door de hoogte in te bouwen , een groter bebouwingspercentage of dubbelgebruik (van bijv. opslag of parkeren). Revitaliseren (bouwsteen 5) Het toekomstbestendig maken door bijvoorbeeld klimaatadaptatie en/of lokale energievoorzieningsmaatregelen te treffen , en/of het creëren van een prettiger werkklimaat , bijvoorbeeld door het aanleggen van blauw/groen , vernieuwen van wegen , wandel- en fietspaden en parkeervoorzieningen.
●
Schuifruimte Ruimte voor het verplaatsen van bedrijven , waardoor op bestaande bedrijventerreinen in de regio ruimte ontstaat voor ontwikkeling van andere bedrijven revitalisering. Transformeren en voor
●
De locatie krijgt een nieuwe bestemming en gaat verloren als ruimte voor bedrijvigheid (in de praktijk is dit vrijwel altijd wonen).
62