2. Besluitenlijst raadsvergadering 9 februari 2021
Tekst van het document
Het was niet de bedoeling om te loten van het bouwbedrijf, net als bij alle andere bouwbedrijven niet. Ook hier is helemaal niks van wat met integriteit te maken heeft. Helemaal niks. En ook geen schijn van. Een ambtenaar, die naar het adres vraagt van de zoon van de wethouder, met de vraag of er al geld over gemaakt is, daar geef je toch gewoon antwoord op. Of niet dan? Gelukkig concluderen zowel Elzinga als De Vries, dat beiden wederom niks met integriteit, of de schijn van, te maken hebben. Het verhaal van de waarborgsom in het college? Heel erg vreemd. De ene week moet er een aantekening gemaakt worden, de week erna wordt er nauwelijks eigenlijk niet over gesproken. Wederom heeft Guido niet in eigen belang gehandeld, maar in het algemeen belang. En wederom lijkt er van niet integer handelen ook geen enkele sprake. Vinden wij dan helemaal niks van Guido. Jawel hoor, en dat hebben we hem ook gezegd. Natuurlijk had hij gewoon moeten vertellen, dat zijn zoon een huis had gekocht. Om de doodeenvoudige reden, dat je dat als collega’s gewoon kunt vertellen. Niet in een collegevergadering, maar gewoon op de gang, bij de lunch of bij een informeel overleg. Er zijn meer dingen dan alleen werk. Vrije tijd, je gezin, hobby’s, en ook dat hoor je te delen met je collega’s. En daar moet je jezelf toe gaan zetten. Het zit niet in de aard van het beestje, maar het hoort wel.
Maar zoals je zelf ook al aangaf, heb je er gewoon geen erg in gehad. Voor jou was het niet belangrijk. Schijnbaar niet eens belangrijk genoeg om er kies op te zijn, om dat te delen met je collega’s. Afgelopen weken heb ik met wat mensen gesproken, ook raadsleden en ik heb een aantal keren het verwijt gehoord: maar hij heeft zoveel kansen gehad, niet één keer, niet twee keer, wel tien keer. Inderdaad dat klopt. Maar, dan ga je er wel van uit, dat Guido het bewust achterhield. En dat is niet zo. Hij heeft er gewoon niet bij nagedacht. Ik maak het volgende vergelijk: je rijdt met de bus van je baas tegen een paaltje aan. Maar je hebt het niet gevoeld. Je baas heeft gezien, dat je er tegen aan zat. Tien dagen later confronteert hij je ermee. Hij zegt tegen je: je hebt tien 20/40
dagen de tijd gehad om me het te kunnen vertellen. Maar als je er geen erg in hebt, dan kun je het toch ook niet vertellen. Wij zijn ervan overtuigd, dat Guido het niet bewust heeft achtergehouden. Maar we vinden wel, dat hij er wel wat nauwkeuriger op moet zijn. Zoiets moet je goed inschatten en dat heeft hij niet gedaan. Guido, wethouder zijn is niet alleen hard werken. Wethouder zijn is ook de joviale jongen uithangen, social media-en, buurten over niks, delen van zaken buiten het werk, et cetera, et cetera. Het zit niet in de aard van het beestje, maar doe er wat mee. Voorzitter, waar zijn we in beland? De laatste signalen, die we altijd kregen waren, dat het college heel goed samenwerkte, met verschillende karakters, maar dat het een prima team is. Wij spreken niet uit, dat alles goed is gegaan, wij spreken niet uit, dat er geen misstapjes zijn gedaan of steekjes zijn laten vallen. We zeggen niet, dat er geen foutjes gemaakt zijn. Ongetwijfeld. Waar gewerkt wordt, worden fouten gemaakt en zeker waar hard gewerkt wordt. Maar foutjes maken is niet hetzelfde als niet integer zijn. Of niet integer handelen. Foutjes zijn foutjes en die moeten aangepakt worden. Maar intussen is hier iets heel anders aan de hand. Wanneer je een groot onderzoek inzet komt er altijd iets uit. Bij Guido, bij jou, bij mij, bij iedereen in deze kring en ver daarbuiten. Natuurlijk.
Want soms handel je naar het moment, naar de omstandigheden, naar goed dunken. Achteraf kan men een koe in de kont kijken. Door het instellen van een integriteitsonderzoek en het betrekken van de politiek daarin, gaan mensen gruwelijk beschadigd worden. Natuurlijk Guido, die zichzelf van geen kwaad bewust is, die zichzelf niet herkent in het rapport van Necker van Naem en ook niet in de conclusies. Helemaal niet. En wij herkennen hem er ook niet in. Maar beschadigd is hij nu al. Zwaar beschadigd. Voor de rest van zijn leven. Daar komt hij nu al niet meer vanaf. Hij komt in het rijtje van Jos van Rey en Peter Tielemans. En waarom? Omdat hij niet tegen zijn collega’s verteld heeft, dat zijn 32-jarige zoon, die al vele jaren uit huis is, een woning in Someren heeft gekocht? Wordt hem dat zo zwaar aangerekend? Of dat hij misschien iets te benaderbaar was? Dat hij te kort op het werk zat? Misschien zelfs iets teveel ambtenaar in plaats van wethouder, is dat het? Moet hij daarvoor zo beschadigd worden? Hoort dat niet op een andere manier te gaan? Is dit niet buiten proportioneel? Staat dit nou werkelijk in verhouding tot wat er is gebeurd is? Vinden we dat met z’n allen? Is dat de manier van wijze, waarop we in Someren wensen te werken? Het spijt ons, maar de Gemeenschapslijst doet er niet aan mee.
Niet bij onze eigen wethouder, maar zeker ook niet bij de mensen van alle andere fracties. Wij zijn er niet op uit om mensen, hun gezinnen en hun levens te beschadigen. Nu niet, en nooit niet. Zo zitten wij niet in elkaar. En gelukkig weet de Somerense burger dat. Nu en altijd. Voorzitter, ik heb al vaker mijn stem laten horen met betrekking tot integriteit. En ik zal het toch nogmaals doen. We zitten met z’n allen zo vol van integriteit dat we de realiteit uit het oog verliezen. Iedereen veegt zijn straatje schoon om maar zo integer mogelijk over te komen. We bedenken meer regels, en normen en codes omdat we serieus mogelijk er mee om willen gaan. Dat doen we om elkaar te behoeden, ten minste dat zeggen we. Maar we gebruiken het om elkaar mee te slaan, om elkaar mee te beschadigen. We proberen alles dicht te timmeren en roepen elkaar op om ons eraan te houden. Elk foutje, elke misstap is 21/40
intussen een integriteitsverhaal. En dat kan niet en dat mag niet. De motie van afkeuring van december van de oppositie een mooi voorbeeld daarvan. Proberen iemand te beschadigen. Beide fractievoorzitters wisten toen al, dat er een integriteitsonderzoek liep naar Guido. Een motie van afkeuring werd toen al ingebracht, als voorschot op vandaag, De twee andere voorstemmers, wisten niet eens wat er aan zat te komen. Ze stemden gewoon mee. Wij, de Gemeenschapslijst, twijfelen niet aan de integriteit van wethouder Schoolmeesters en ook niet aan zijn handelen. De bevestiging krijgen we in het rapport van De Vries. Hij spreekt van de reinste integritisme. Waarbij integriteit gebruikt wordt, terwijl het er niets mee te maken heeft. En dat zijn nog eens uitspraken. Voorzitter, het is een lang betoog geworden. Maar als niemand Guido wil horen, dan zal toch iemand de rest moeten vertellen. Guido is ervan overtuigd, dat de ambtenaren, waarmee hij samen heeft gewerkt, een heel ander geluid laten horen dan gesuggereerd wordt in het rapport. Daar is ie van overtuigd, omdat het gewoon niet anders kan. Maar die mensen hebben geheimhouding, daarnaast hebben ze het rapport niet mogen lezen en wij mogen niet met ze praten. Wij zijn er heel benieuwd naar, maar de rest van de raad schijnbaar niet. Heel vreemd. Heel erg vreemd.
Maar mocht het er van komen, ik hoop het niet, maar dan zal bij de rechtbank alles boven tafel komen. Voorzitter, ik ga afsluiten met de opmerking richting al mijn collega-raadsleden, dat ze goed moeten nadenken. Het politieke spel is een mooi spel, en dat moet ook gespeeld mogen worden. Geen probleem. Maar mensen beschadigen, dat gaat een brug te ver. Ik heb eerder aangegeven, dat onze fractie zoiets nooit zou doen. Politiek bedrijven doe je niet over de rug van een ander. Dat doe je ze door zo goed mogelijk proberen de mening van het volk te vertegenwoordigen. Het algemene belang, en de Gemeenschapshou lijst zal je dat nooit horen doen. Wij baseren ons op de inhoud, en onze mening zal best wel eens anders zijn en best wel eens duidelijk overgebracht worden, maar daarbij beschadigen we geen andere mensen. We hebben nog nooit iemand beschuldigd van niet integer handelen. In de hele Somerense geschiedenis is er nog nooit een motie van wantrouwen ingediend. En ik ben ervan overtuigd, dat er genoeg zaken en personen zijn geweest, die heel wat meer op zijn kerfstok hadden, dan wat hier feitelijk aan de hand is. Men moet zich goed realiseren wat men doet. Men beschadigt iemand voor de rest van zijn leven. Guido is eind 50 en kan een andere baan vergeten. En als hij echt wat fout heeft gedaan, dan is dat mooi zijn eigen probleem.
Maar als later de onderste steen bovenkomt, en ik ken Guido, dat gaat hij doen, dan is de beschadiging een feit en kunnen we niks meer terugdraaien. We willen, wij willen het in ieder geval niet op ons geweten hebben. Deze raad heeft er ook niet voor gekozen. Wij hebben geen vooronderzoek ingesteld, geen onderzoeksbureau opdracht gegeven en we hebben er ook niet voor gekozen om het rapport politiek te maken. Maar nu moeten de zeventien raadsleden er wel een oordeel over vellen. Zonder Guido gehoord te hebben, zonder te kunnen checken of het allemaal wel klopt, zonder inspraak, zonder alles. Voor degene, die graag van Guido af willen zal het niet zo’n probleem zijn. Zij baseren zich op het onderzoek van Necker van Naem. Maar
22/40
voorzitter voor ons geldt dat niet. Wij zijn benieuwd naar veel meer info. Naar degenen, die er echt bij waren. En daarvoor baseren we onszelf op de contra-expertise van De Vries. Voorzitter, wij hebben kennis genomen van het onderzoek en de daarbij horende conclusies. We hebben kennis genomen van de zienswijze van Guido en van de contra-expertises van Elzinga en van De Vries. Het is ons duidelijk. Verder hebben wij onszelf vooral goed laten bijpraten door Guido. En juist dat laatste, hetgeen de anderen hebben nagelaten, heeft ons overtuigd van zijn integriteit en zijn integere handelen. Een paar puntjes om aan te werken, wat opener zijn, het werk wat losser laten. En daar laten we het bij. Voor ons is duidelijk, dat dit geen integriteitskwestie is. Alles behalve. Voorzitter tot slot nog een paar vragen: Wij willen graag aan wethouder Schoolmeesters vragen of hij ook zijn visie wil laten horen? En ik wil van de overige fracties weten of zij ook vinden dat de onderste steen boven moet komen? Daarnaast wil ik van hen weten of zij ook de interviewverslagen, eventueel onder geheimhouding in zouden willen zien, indien de geïnterviewden daar toestemming voor zouden willen geven? En of zij ook de geïnterviewden eventueel onder geimhouding zouden willen bevragen, indien zij daar zelf toestemming voor geven? Tot zover, voorzitter. Voorzitter: Oké. Dank u wel.
Ik kijk naar wethouder Schoolmeesters. Wilt u eerst een korte schorsing of wilt u gebruik maken voor uw betoog als u dat wilt? Ja? Gaat uw gang. Voorzitter: Even, mijnheer Klessens? De heer Klessens: Ik wilde eigenlijk wel even een kleine reactie geven op het betoog van de heer De Groot. Voorzitter: Dat mag uiteraard, ik zag even geen vingers, dus vandaar, sorry. De heer Klessens: Nee, ik was aan het schrijven, sorry, ja. Voorzitter: Mijnheer Klessens. De heer Klessens: het is duidelijk, mijnheer De Groot, uw partij heeft een duidelijke andere visie op integriteit als blijkbaar de rest van deze raad en dat kan. Straks is al gezegd integriteit is moeilijk meetbaar, maar u zegt, wij zijn er niet op uit om andere mensen te beschadigen, maar ondertussen gooit u wel een aantal dingen hier in de kring waarvan ik denk ja, dat vind ik dan ook twijfelachtig. U komt met het CDA-lidmaatschap van de onderzoeker. Ja, als u niet uit bent op beschadiging van mensen, dan denk ik, dat dit informatie is, die u hier niet zo hoeft te delen. Bij de coalitievorming na de verkiezingen heeft u nooit een oordeel gehad over het CDA-lidmaatschap van de formateur. Ja, die was ook gekleurd, daar heb ik u toen niet over gehoord. Dat er na de verkiezingen nooit is gesproken met andere partijen, heb ik u nooit over gehoord. Nu verwijt u de rest van de raad, dat er niet met de wethouder is gesproken.
Ja, wij dachten, dat dat jullie stijl was. Dus, dan kunnen we ook niet met jullie praten. Vervolgens geeft u aan, dat het rapport van De Vries voor u heilig is en dat de andere rapporten twijfelachtig zijn. Maar ook mijnheer De Vries is niet helemaal zonder twijfel bij zijn collega’s. Er zijn rapporten, waarin een hoogleraar Van den Heuvel uit Amsterdam ernstige twijfel heeft over de rapporten die mijnheer De Vries schrijft en waarin hij zegt, dat zelfs zijn rapporten leiden tot ondermijning van de democratie. Ja, dus , dat wij als raadsleden dan ook twijfels hebben bij rapport van 23/40
De Vries wordt bevestigd door een hoogleraar, dan denk ik, dan hebben we in ieder geval toch al 4 mensen, die ernaar hebben gekeken. Dan komt u terug op wat hier helemaal niet ter sprake is, waar het vanavond ook helemaal niet gaat over de motie van afkeuring bij de begroting. Dat was een spelregel, een politiek spel, wat op dat moment over de begroting ging, nergens anders over. We hebben er ook geen enkele andere conclusie aan verbonden. Was een gele kaart. En een gele kaart in een wedstrijd is na die wedstrijd klaar. En daar hoeven we verder niet over te hebben. Verder zegt u dat er in het verleden in Someren meer zaken en personen fout zijn geweest. Waarom heeft u dat dan nooit gemeld en waarom heeft u daar geen actie naar ondernomen. De heer De Groot: Voorzitter, dat zeg ik niet. De heer Klessens: Jawel, dat heeft u net gezegd, luister de band maar terug. Dan denk ik waarom? Dan had u actie moeten ondernemen als u dat vindt. Ja, het zijn nogal wat suggesties die u doet waarvan ik denk, die maken het niet allemaal niet beter en die trekken het veel breder dan noodzakelijk is. Dan zegt u, wij hebben als raad niet gekozen voor dit proces. Maar iedereen in deze zaal, behalve u, heeft een gentle-agreement ondertekend.
En iedereen die het gentle-agreement heeft ondertekend en die ook op de integriteitsavond is geweest, weet dat deze route wel de route is, die we hebben afgesproken. Er is met Feijen zelfs op de avond van dat het werd ondertekend nog expliciet naar gevraagd. Dus de route die gevolgd is, is wel degelijk de route zoals wij hem wij, behalve u, hem hebben afgesproken. En dan vraagt u nu als laatste een reactie aan de fracties. Vindt u ook dat de onderste steen boven moet komen? Wat ons betreft, voorzitter, met de rapporten, die hier liggen is de onderste steen zover als mogelijk boven. Als de wethouder vindt, dat hier nog actie naar ondernomen moet worden, dan is dat zijn goed recht en dan mag hij daar verder in gaan en dan horen wij wat voor acties daar verder nog noodzakelijk zijn. Maar ik heb geen zin om na een onderzoek, een contra-expertise, nog een contra-expertise om dan nog een contra-expertise te doen, totdat we een uitkomst hebben, die u wel bevalt. Ik denk, dat dat een weg is, die een stap te ver gaat. Dus laten we het. Dat wilde ik in ieder geval even kwijt, dat u een aantal zaken roept, die zeer twijfelachtig zijn, dus , als u niet aan beschadigen doet, dan zou ik die in ieder geval terug trekken. Tot zover, voorzitter. Voorzitter: Iemand nog? Voordat ik naar wethouder Schoolmeesters kijk? Iemand? Wethouder Schoolmeesters aan u het woord.
Wethouder Schoolmeesters: Dank u wel, , voorzitter. Geachte raad, allereerst wil ik u bedanken, dat u mij in de gelegenheid wilt stellen om mijn verhaal te kunnen vertellen, hoe het een en ander is gelopen en ik zal u ook op onderdelen aangeven hoe je dat ook daadwerkelijk zou kunnen controleren. Als de beschuldigingen, die zijn geuit aan mijn adres ook maar enigszins gerechtvaardigd waren, dan had ik allang de eer aan mezelf gehouden en was ik opgestapt en had ik voorkomen, dat ik hier dadelijk waarschijnlijk met pek en veren wordt 24/40
weggestuurd en dat mijn toekomst in het water valt. Maar als je zo’n onrecht wordt aangedaan, dan ga je je recht halen, hoe dan ook. Maar het zou toch wel erg zijn als ik dat pas zou kunnen halen bij de rechtbank, sorry. Raad, laat je juist informeren, voordat je, in mijn beleving, een hele grote misstap zou kunnen begaan. In alle openheid wil ik aangeven, dat ik, als ik het achteraf bekijk, het beter anders had kunnen aanpakken en het college eerder had kunnen informeren. Daar heb ik op dat op moment echt niet bij stil gestaan. Wel heb ik direct in juli 2020 aan de ambtenaar gemeld, dat één van die drie kopers mijn zoon was. Hij zei tegen mij: ik ken twee kandidaten, die gekocht hebben en ik heb direct gezegd, en de derde is mijn zoon. En dat deed ik toch, toen hij de opmerking maakte, dat bouwbedrijf K., zullen we maar aangeven, al drie woningen had verkocht, voordat er geloot zou worden. En dat loten, dat was echt helemaal niet de bedoeling vooraf van dat bedrijf en dat is essentieel in deze discussie. Een aantal algemene opmerkingen: het klopt, dat ik steeds heb aangegeven, dat ik geen bezwaar heb gehad tegen de onderzoeken, omdat ik ook helemaal niets te verbergen heb. Wel vind ik nog steeds heel erg vreemd, dat ik niet in de gelegenheid gesteld ben om op een goede wijze mijn visie kenbaar te maken bij het vooronderzoek.
Er is mij nooit de vraag gesteld om mijn visie te geven. Het bleef bij de opmerking, ik heb nog wat losse eindjes en op meermaals herhaalde vraag van mij wat die losse eindjes dan in hielden, werd steeds gezegd, nee, dat moet een onafhankelijk bureau gaan onderzoeken. Vandaar dat ik blij ben, dat ik nu de gelegenheid krijg om dat wel te doen. Ik ben er nog steeds van overtuigd, dat als ik gehoord zou zijn bij het vooronderzoek, een vervolgonderzoek totaal overbodig zou zijn geweest en dat onderzoek, ja, ik heb daar geen woorden voor, maar als je een zienswijze wilt indienen en de onderzoeker geeft aan jou aan: u kunt een zienswijze indienen, maar dat gaat niks aan de conclusies veranderen, ja, dat is ook bijzonder. Moet je ook even bij stil staan. U heeft een onderzoek, waar zes conclusies instaan, waarin mij het verwijt wordt gemaakt. Vervolgens heb ik een gedegen contra-expertise laten uitvoeren door hoogleraar professor Dr. De Vries verbonden aan de universiteit van Nijmegen, waar ik volledig vrij gepleit wordt van alles, wat mij in het eerste rapport ten laste is gelegd. En u heeft ook nog een contra-expertise, die in opdracht van de burgemeester is uitgevoerd, nadat zij te horen kreeg dat ik een contra-expertise wilde laten uitvoeren. Veel belangrijker is ook dat uit het onderzoek blijkt, dat het gros van de oorspronkelijke verwijten niet terecht is geweest.
Uiteindelijk blijven er maar twee van de zes conclusies overeind. Dat zegt al genoeg over de kwaliteit van het oorspronkelijke onderzoeksrapport. Twee contra-expertises halen het onderuit. Niet helemaal de ene en de andere helemaal. Ten aanzien van de twee conclusies, die nu nog resteren na het rapport van Elzinga, wil ik u graag vertellen hoe precies die zaken zijn verlopen en hoe dit, hoe u dat exact kunt controleren. Conclusie één luidt, dat ik een bouwbedrijf bevoordeeld zou zij zou hebben. De raad heeft bij de behandeling van de nieuwe woonvisie uitgesproken, dat een starterswoning een starterswoning moet blijven en dus niet gemakkelijk uit te breiden moet zijn. Ik kan u met het hand op mijn hart verzekeren, dat van bevoordeling van een bouwbedrijf absoluut geen sprake is geweest. Bouwbedrijf K. is bijzonder actief geweest om de gemeente te benaderen over bouwmogelijkheden. Allereerst met een presentatie over 0-op-de-meter-woning en later met een speciaal voor Someren ontwikkelde starterswoning, welke volledig tegemoet komt aan de wens van de raad om een dergelijke woning ook beschikbaar te kunnen houden voor de startersmarkt. Een woning in twee bouwlagen met een plat dak. Dit bouwbedrijf was veel actiever dan de andere bouwbedrijven en dat is wellicht waar, maar het lijkt mij dat mij daarvoor niets aangerekend kan worden. Steeds lag het 25/40
initiatief bij het maken van een afspraak bij hen en de gesprekken waren altijd samen met een ambtenaar en daarnaast heeft in die periode ook een ander bouwbedrijf nog een ontwerp gepresenteerd, waarvan later bleek dat die woningen niet op onze kavels pasten en dat, omdat die in de breedte geprojecteerd waren en daarom is afgevallen. Een ander bouwbedrijf heb ik ontmoet bij een bijeenkomst en ik heb gevraagd of ze interesse hadden. Die hebben zelf niks aangeboden, die heb ik moeten benaderen of dat ze interesse hadden om een ontwerp te maken voor een dergelijke woning en dat hebben ze ook gedaan. Maar die kwamen weer met de conventionele woningen van twee lagen met een kap. Deze hebben dus een ruimte op de zolderverdieping om daar een extra slaapkamer te creëren en zullen dus ook van daar uit minder snel op de markt komen en dus voor minder doorstroming zorgen en ook veel sneller in prijs zullen stijgen, waardoor ze niet meer beschikbaar zijn voor de starter. En als ik dan mijn zoon had moeten adviseren om een woning te kopen, dan had ik toch gezegd van koop die woning alsjeblieft, want die gaat veel harder in waarde stijgen dan die woning met dat platte dak, die voor de startersprijs prijs verkocht gaat blijven. In het eerste voorstel van de ambtenaar werd een groter bouwvlak toegekend aan de laatstgenoemde ondernemer met de conventionele woningen.
In datzelfde voorstel werden ook bouwvlakken toegekend aan bouwbedrijf K., de woningbouwvereniging en een andere niet lokale partij die voor ons een probleemsituatie aan het oplossen is. Dit voorstel is met mij besproken. In dat gesprek heb ik de suggestie aan de ambtenaar gedaan om meer ruimte te geven aan woningen, welke meer tegemoet komen aan de wensen van de raad. En in de aanloop van de nieuwe woonvisie is door u herhaaldelijk aangegeven, dat een starterswoning een starterswoning moet blijven en dus niet gemakkelijk uit te breiden moet zijn. En de woningen staan er immers voor de komende 60 jaar. En dan maak je een afweging: kies je dan voor een lokale ondernemer of kies je voor de woning, die die raad wil hebben. En maak ik dan een afweging in mijn eigen belang of maak ik dan een afweging in het algemene belang? En de ambtenaar heeft mijn suggesties besproken met een aantal collega-ambtenaren, welke ook aangaven, dat dit een beter besluit zou zijn. Deze gang van zaken kan door u, kan door de betrokken ambtenaar worden bevestigd, maar vanwege de opgelegde geheimhouding mag hij niet bevraagd worden en ik weet zeker als hij antwoord zou moeten geven op vraag 38, dat hij zeg maar een heel ander antwoord zou hebben gegeven dan wat u ontvangen heeft.
Hè, want vraag 38 is de vraag: de toewijzing van de percelen in 2020 aan de aannemers zijn die op een andere wijze gebeurd dan in het verleden. Nou u hebt daar een heel cryptisch antwoord op gegeven en mijnheer De Groot gaf het zojuist ook al aan, nl. uit het feitenrelaas van het onderzoek blijkt dat de toewijzing in Groote Hoeven zijn eigen dynamiek heeft gehad. In het onderzoeksrapport wordt hier op in gegaan. Nou ik kan u voor 100% verzekeren, dat deze lezing, dat de lezing van de betrokken ambtenaar heel anders zal zijn en conform mijn visie, die ik zojuist aan u heb gegeven. Het kan gewoon niet anders, want het is niet anders. Het zou mij een lief ding waard zijn als hij gehoord zou kunnen worden. Ik weet zeker, dat zijn antwoord op vraag 38 en volgende heel anders zal zijn als de cryptische antwoorden die u ontvangen heeft. Namelijk een antwoord, waaruit zal blijken dat mijn handelen volkomen zuiver is geweest. En daarom vraag ik u dringend om de betrokken ambtenaar zijn verhaal te kunnen laten vertellen. De werkelijke feiten dus, het echte verhaal, dat u nergens terug kunt lezen, maar dus wel de enige waarheid is. Ik begrijp, dat degene, die dit niet per sé hoeft te doen, maar indien de ambtenaar daartoe vrijwillig beleid bereid is, zou dat toch geen probleem hoeven te zijn.
Hij en hij alleen is immers degene, die u kan vertellen hoe het een en ander is gelopen bij de toewijzing van de 26/40
bouwvlakken aan de aannemers. Want het is een gesprek tussen hem en mij geweest. Hier kan dus absoluut niet de conclusie getrokken worden, dat ik iemand bevoordeeld zou hebben vanwege het bedrijf. Het was een open overleg tussen een ambtenaar en mij, die later is gewogen door meerdere ambtenaren. Eén van die constructieve overleggen die ik gelukkig zo vaak met mijn ambtenaren heb. We halen wederzijds input van elkaar op met als inzet altijd het beste insteek voor Someren en onze burgers te bereiken. De ambtenaar gaat terug naar zijn bureau en maakt daar het college-voorstel. Zijn verhaal dus, uitdrukkelijk niet het mijne, ieder college-voorstel is het eigen zelfstandige product van de betreffende ambtenaar en nogmaals vraag ik, vraag het alsjeblief na bij degenen, die het echt kunnen weten. Onze ambtenaar op de werkvloer, check het. Wel wordt de vraag gesteld door bouwbedrijf K. of ze alvast konden beginnen met het grondwerk. Dat is echt niet iets nieuws. Omdat we wel vaker dit toestaan, heb ik daarop direct een positief antwoord gegeven en heb ik dat niet nagevraagd bij de ambtenaar, omdat we dat gewoon vaker doen, hè. Dat we dit vaker toestaan, zou u na kunnen vragen gewoon ook bij de betrokken ambtenaar. Er zijn concrete voorbeelden van te noemen. Maar ook zij heeft helaas geheimhouding opgelegd gekregen.
Ook daarvoor zou ik u willen verzoeken om die geheimhouding eraf te halen, zodat ik het zou kunnen verifiëren. Normaal gesproken heb ik geen contact meer met een bouwbedrijf, nadat de bouwvlakken zijn toegewezen, want dan heb ik geen enkele functie hier meer in. Hoogstens bij de oplevering om nog effe een woordje te doen. De toewijzing is precies gelopen, zoals dit al vele jaren loopt in Someren. Er is aantoonbaar en controleerbaar op geen enkele manier sprake geweest van een eigen dynamiek zoals wordt gesuggereerd. In dit geval krijg ik tijdens mijn vakantie begin september een telefoontje van het bouwbedrijf, dat de gemeente de bouw gaat stil leggen bij hem. Zij geven daarbij aan, dat ze niet weten waarom. Ik geef aan, dat ik navraag ga doen en er op terug kom. Ik leg contact met de afdeling Handhaving om te vragen waarom de bouw wordt stilgelegd. Daar krijg ik het antwoord, dat geadviseerd is aan de opzichter van het bouwbedrijf om de bouw stil te leggen, omdat de grond nog niet is afgenomen door het bouwbedrijf. Met die boodschap leg ik contact met de ambtenaar, die over de grondzaken gaat en uiteindelijk geeft zij aan, dat hij door kan gaan met de bouw als hij binnen veertien dagen bij de notaris het transport heeft geregeld. Dus ik geef dat door aan het bouwbedrijf, dat ze door kunnen, maar ze moeten wel zorgen, dat ze binnen veertien dagen bij de notaris zijn geweest.
De dag erna spreek ik diezelfde ambtenaar weer en geef aan, dat ik doorgegeven heb, dat ze door kunnen en dat ze moeten zorgen, dat ze binnen veertien dagen bij de notaris zijn geweest. Waarop de ambtenaar naar mij aan geeft, dat het een misverstand betreft. Waarop de ambtenaar aan geeft, sorry, dat het een misverstand betreft. Zij bedoelde, dat het bouwbedrijf eerst naar de notaris moest gaan en dat kon binnen veertien dagen en dan pas verder mocht met de bouw, waarop ik direct heb gezegd binnen 24 uur, dat er dan alsnog stil gelegd zou moeten worden, want het klopte dus niet. Dus binnen 24 uur heb ik getracht om het weer stil te leggen, maar krijg dan te horen dat stilleggen niet mogelijk is, omdat er al veel eerder een omgevingsvergunning is verleend en dat we alleen kunnen ingrijpen wanneer er in strijd met de omgevingsvergunning wordt gebouwd. Onze jurist had dat aangegeven. En dat was voor mij ook helemaal nieuw, nog nooit van gehoord, dat zoiets kon. Dus niet mijn toezegging heeft er toe geleid, dat er verder gebouwd kon worden, maar het verlenen van de omgevingsvergunning was daarbij cruciaal. Vergunningverlening valt niet onder mijn portefeuille en ik onderteken standaard ook niet de koopovereenkomsten en zo ook niet in dit geval. Het lijkt mij duidelijk, dat ik dit bouwbedrijf op geen enkele wijze heb bevoordeeld ten opzichte 27/40
van andere bouwbedrijven. Dat bouwbedrijf K. kon bouwen op de grond die nog niet van hem was, lag niet aan mij. Dat kwam, doordat er een vergunning een omgevingsvergunning was afgegeven., maar nog geen grondtransactie had plaatsgevonden. Ik kan dat niet weten. Beide verantwoordelijkheden liggen elders. Dan de tweede conclusie uit het rapport van Elzinga. Het gaat over de bevoordeling van mijn zoon. Hiervoor heb ik u beschreven hoe het voorstel met betrekking tot de verdeling van de kavels aan de aannemers tot stand is gekomen. Dat was dus een ambtelijk voorstel, waarover het college op 21 april 2020 unaniem heeft besloten. Diezelfde dag is dat besluit ambtelijk gecommuniceerd aan het bouwbedrijf K. Het initiatief daartoe is ambtelijk genomen. Toen stond ook al geruime tijd op de gemeentelijke website, dat over de verdere verdeling van kavels eind april meer duidelijkheid zou komen. Ook dit kunt u navragen bij de ambtenaar, maar ja, dat kan ook eigenlijk pas als de geheimhouding eraf is. Op 28 april is de besluitenlijst definitief vastgesteld en daarna gepubliceerd op de gemeentelijke website. Hoewel in de besluitenlijst niets staat vermeld welke bouwbedrijven kavels toegewezen kregen, kon iedereen die dat wilde deze informatie gewoon opvragen. Navraag bij de ambtenaar leert, dat ook zij na het openbaar worden van het besluit, gezegd zou hebben, welke bouwbedrijven het betreft.
Volgens het onderzoek van Necker van Naem had ik op de vraag van mijn zoon moeten antwoorden, dat mijn zoon contact moest opnemen met de gemeente om te vragen welke bouwbedrijven in Groote Hoeven mochten gaan bouwen. Voor alle duidelijkheid: als ik dus geantwoord zou hebben, dat hij contact had moeten op nemen met de gemeente en hij contact op had opgenomen met de gemeente, hij het antwoord ongeveer tien minuten later had gekregen. Bouwbedrijf K. heeft na bekendmaking van het toegewezen bouwblok op hun site gepubliceerd net als twee Somerense makelaars, die het bouwbedrijf die door bouwbedrijf K. ingeschakeld zijn om klanten aan te dragen. Het bedrijf sluit altijd zelf de overeenkomsten. De makelaars hebben dan ook direct op hun site geplaatst, zodat ze bouwbedrijf K. tegen betaling namen konden leveren. Dus naast het collegebesluit stond al op drie verkoopwebsites vermeld, dat de woningen te koop waren bij bouwbedrijf K. In mijn beleving kun je dan niet echt meer spreken van het feit, dat het niet publiekelijk bekend was. Iedereen die op die info uit was, kon die krijgen. Op 15 mei 2020 vraagt mijn zoon dus in een keukentafelgesprek bij mij thuis of het al bekend was welke bouwbedrijven gingen bouwen in Groote Hoeven. En daarop heb ik de namen van alle drie de bouwbedrijven genoemd. Verder is toen ook niet, ben ik daar ook niet dieper op in gegaan.
Buiten mijn medeweten heeft mijn zoon toen contact gelegd met bouwbedrijf K. en een afspraak gemaakt. Op 22 mei heeft dat geleid tot de ondertekening van de verkoopovereenkomst. Iedereen, die op die manier had gehandeld, zou hetzelfde resultaat bereikt hebben. Dat kunt u expliciet navragen bij het bouwbedrijf als u daar behoefte aan heeft. Die hebben volgens mij geen geheimhouding opgelegd gekregen. Bovendien kunnen ambtenaren bevestigen, dat ik in overleggen met burgers en telefoongesprekken de namen van bouwbedrijven genoemd heb. Ik ben daar altijd tegenover iedereen open in geweest. Het eerste, wat ik over de aankoop van mijn zoon vervolgens hoor is de melding van mijn zoon over het heuglijke feit, dat hij en zijn vriendin een woning hebben gekocht. En daarna hebben wij daar ook een bloemetje bezorgd. Vervolgens krijg ik van de ambtenaar begin juli te horen, dat er wat telefoontjes zijn binnengekomen van inwoners, die het raar vinden, dat er al drie woningen niet meegedaan hebben aan de loting van de woningen van bouwbedrijf K. Allereerst was ik verbaasd over de loting, want geen enkel bouwbedrijf loot in Someren en daarnaast hanteert bouwbedrijf K. 28/40
net als alle andere bouwbedrijven, wie het eerst komt, wie het eerst maalt. De ambtenaar vertelt, dat hij van twee kopers weet wie dat zijn. En toen heb ik direct tegen de ambtenaar gezegd en die derde woning die is dan van mijn zoon . Die heeft mijn zoon gekocht. Navraag bij bouwbedrijf K. leert dan, dat zij ook het principe, wie het eerst komt, wie het eerst maalt wilde hanteren, maar dat ze na de info-avonden, waarin ze verteld hebben, dat er al drie woningen waren verkocht zoveel aanmeldingen gelijktijdig via de mail binnen kregen, dat ze zelf geen selectie durfden te maken en dit ter loting aan de notaris hebben voorgelegd. Ze waren dus nooit van plan geweest om te gaan loten vooraf. Ze hadden ook de mogelijkheid niet meer om de drie verkochte woningen mee te laten loten omdat er al een overeenkomst was gesloten, die bindend was. Daar heeft zelfs onze huisjurist later nog naar gekeken en is tot die conclusie gekomen. Een aantal weken later komt de ambtenaar weer naar mij toe en zegt, dat hij vindt, dat hij melding moet maken van de koop van mijn zoon, waarop ik heb gezegd: als je dat vindt, dan moet je dat doen. En dat heeft hij vervolgens, denk ik dan ook, gedaan, neem ik aan. Of dat neem ik aan, dat hij dat gedaan heeft. Uiteraard kunt u dat navragen, als die geheimhouding eraf zou zijn.
Die geheimhouding, die ter bescherming is van mij en waar ik een hele hoop last van heb. Aangezien ik overal dezelfde informatie over aannemers met iedereen heb gedeeld en de aannemer zelf heeft gekozen voor het meteen voorleggen van de koopovereenkomst, heb ik geen rol in die toedeling gehad. Precies om die reden heb ik nooit de noodzaak gezien of bedacht, dat het ook maar enigszins van belang kon zijn om hier melding van te maken in het college. En het is zelfs zo dat mijn zoon het niet heeft gekocht van de gemeente, nee, mijn zoon heeft gekocht van de bouwer. Achteraf had ik er veel meer mee bezig moeten zijn, omdat daarmee mogelijk deze hele ellende voorkomen had kunnen worden. Maar dat een andere zoon van mij ook een woning heeft gekocht, daarvan wordt nergens melding van gemaakt. Zijn interesse werd gewekt door mijn andere zoon, die had een brochure van de woningen laten zien aan hem en hij heeft zich ook pas later gemeld en heeft netjes moeten wachten tot alle geïnteresseerden waren afgevallen en heeft uiteindelijk op 7 november de mogelijkheid gekregen om een woning te kopen. Dus ook hij heeft netjes moeten afwachten op het principe, wie het eerst komt, wie het eerst maalt. Staat gewoon in mijn gespreksverslag. Maar u kunt het nergens terug lezen.
Ik hoop, dat ik u als raad heb kunnen meenemen in de hele gang van zaken en u duidelijk heb kunnen maken dat er totaal en dan ook totaal geen sprake is geweest van in van niet integer handelen. De conclusies zijn gebaseerd op een opeenstapeling van verkeerde contexten en tot slot wil ik u nogmaals verzoeken de geheimhouding eraf te halen voor de betrokken ambtenaren, zodat u ook daadwerkelijk mijn verhaal kunt verifiëren. Want nogmaals de mensen van de werkvloer, degene met wie ik al jarenlang dagelijks werk weten precies hoe het gegaan is. En zij kennen de juiste context en de enige waarheid. Neem deze mensen serieus en laat ze ook merken, dat u ze serieus neemt door naar hun verhaal te luisteren. En daarnaast kunt u ook nog alles navragen bij bouwbedrijf K. Ik garandeer u, dat met de hand op mijn hart, dat zij alles kunnen bevestigen, wat ik u nu heb verteld. Schoolmeesters doet geen rare dingen. Ik handel altijd in het belang van onze gemeente en onze inwoners. Dat kan ik u verzekeren. Denk na over wat u gaat besluiten. En wat u besluit, dat dat ook proportioneel is. In alle eerlijkheid kan ik u zeggen, dat ik mij recht in de spiegel durf aan te kijken. Geachte raad, neem geen overhaast besluit, overweeg alstublieft om de vergadering te schorsen en in gesprek te gaan met de betrokken ambtenaren.
Zij zijn immers degene, die u de enige waarheid van het verhaal kunnen vertellen. Handel als vertegenwoordigers van de burger van Someren, naar 29/40
eer en geweten en zorg dat je volledig bent geïnformeerd. Zorg dat de onderste steen boven komt en beslis dan wat je goed dunkt. Alleen dan kan ieder zich ook recht in de spiegel blijven aankijken. Voor uzelf en voor de gemeenschap van Someren, waar we hier uiteindelijk allemaal voor zitten. En misschien wel ten overvloede, het spreekwoord: beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Tot zover, voorzitter. Voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond. We zouden normaal nu direct aan de tweede termijn beginnen. Ik weet niet of we dat direct willen doen. Of dat we heel even een minuut of vijf willen pauzeren voor een sanitaire stop of even de gedachten weer proberen helder te krijgen? Er zijn veel indrukwekkende woorden gesproken. Sorry, mijnheer Evers, gaat u gang. De heer Evers: Nou ja goed een pauze is lijkt me goed maar ik zou daar meteen even om een schorsing willen vragen. Voorzitter: Dat kan, hoeveel tijd wilt u daarvoor? Ik kondig iets heel korts aan, maar wilt u iets bespreken dan is vijf minuten wel heel kort. Het is nu kwart voor tien, hoe laat denkt u verder te willen gaan? De heer Evers: Kwartier? Voorzitter: Tien uur verder? Ja, iedereen akkoord? Mijnheer Stolwijk? De heer Stolwijk: Nee, ik wil ook wel even met de eigen fractie eerst even overleggen, dus ik denk dat we maar even de tijd pakken, die we nodig hebben.
Voorzitter: Ik zeg nu even voor de mensen thuis tien uur. Als tien uur nu niet lukt, dan zal ik de mensen thuis informeren wanneer het dan lukt? Ja, zullen we het zo doen? Oké. Dan schors ik nu de vergadering. SCHORSING Voorzitter: Ik constateer, dat alle raadsleden weer in de zaal zijn. Ik geef het woord aan mijnheer Evers, die om schorsing heeft gevraagd. Mijnheer Evers? U heeft om schorsing gevraagd, dus aan u als eerste het woord. De heer Evers: Ja, dank je wel . Nou ja goed het is nu tweede termijn, dus er zijn misschien ook mensen, die in de tweede termijn nog even willen spreken, dus die mogelijkheid wil ik geven en als dat niet het geval is dan willen we een motie voorlezen. Voorzitter: Akkoord, de schorsing heeft niet geleid tot een ik zal maar zeggen uitspraak in deze raad. Op dit moment is uw suggestie om door te gaan met de tweede termijn. Dan kijk ik wie er voor de tweede termijn het woord willen voeren. Mijnheer Evers, begrijp ik, mijnheer Klessens, mijnheer Van Maris, mijnheer Stolwijk en mijnheer De Groot. Mijnheer Evers aan u dan het woord voor de tweede termijn. De heer Evers: Ja, voorzitter, we hebben natuurlijk een behoorlijk relaas gehad en ik moet zeggen dat ons inzicht daarin, dat het niet zo is, dat nu ons inzicht gewijzigd is. De feiten, 30/40
die er liggen, die zijn niet gewijzigd. Ik begrijp, dat de heer Schoolmeesters vragen heeft bij bepaalde zaken en denk ook dat het zijn goed recht is, vind het ook zijn goed recht, dat ie daar later duidelijkheid over krijgt. Maar ik denk tegelijkertijd, dat de stapeling van de feiten, die er liggen zodanig is, dat de schijn in Someren zou ontstaan, dat er sprake is dat sommigen meer gelijk zijn dan anderen en dat is iets wat we niet kunnen hebben. En daarnaast is het zo, dat er wordt geput uit de stukken die er liggen, uit de contraexpertises, maar de contra-expertise van De Vries en dergelijke ja, die blinkt er ook in uit, dat hij bepaalde dingen, die niet welgevallig zijn, weglaat, die blinkt er in uit, dat waar er geen schade ontstaan is, dat hij zegt dan is er ook niks aan de hand. Maar dat is allemaal geen argument en dat maakt, dat ons standpunt in die zin ongewijzigd is ten opzichte van waar ik mijn betoog in mijn eerste termijn mee afgesloten heb. Dank je. Voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Klessens? De heer Klessens: Ja, bij die woorden willen wij als fractie Wij zijn Someren/VVD ons graag aansluiten. ik snap, dat je alles op een andere manier uit kunt leggen en je kan een beleving hebben, dat het ook anders is gebeurd , maar dat doet aan de feiten niets af. Of het per ongeluk is gebeurd of expres daarover zitten wij niet te oordelen.
Wij oordelen over de feiten, die er liggen en die feiten laten duidelijk zien, dat er een schijn van belangenverstrengeling is. En die verandert niet. En dan is het vervelend als iemand zegt, dat heb ik niet bewust gedaan, dan kan ik alleen maar concluderen, dat hij het zelf niet eerder had gezien, maar hij had wel eerder in kunnen grijpen. Er is mij net nog gevraagd van, want ik maakte de opmerking over het rapport van mijnheer De Vries, hoe dat dan werd beoordeeld. Ik heb hier een stuk tekst uit een stuk in de Stentor, waarbij de heer Van den Heuvel, Hans van den Heuvel, emeritus hoogleraar integriteit van de Vrije Universiteit Amsterdam vindt, dat mijnheer De Vries er veel te luchtig over doet. Wethouders zijn begiftigd met verstand. Het zijn de besten, die geroepen zijn tot dit ambt en ze zijn omringd door adviseurs. Ze moeten geen fouten maken, maar zuiver zijn in de leer anders tast hij de fundament van de democratie aan. En ik denk, dat als je het rapport van De Vries in dat daglicht leest, dat je wel kunt zien, dat er ook wel open eindjes in dat rapport zitten.
We kunnen wel weer een rapport doen of het rapport van De Vries goed is, we kunnen weer een rapport doen of het rapport Van Elzinga goed is ergens houdt het op en volgens mij hebben wij de richtlijnen gevolgd, zoals we ze zelf hebben vastgesteld in ons gentle-agreement op één raadslid na en als wij dat dan volgen dan denk ik, dat je ook uiteindelijk, als je bij de conclusie aankomt, daar actie in moet ondernemen. Tot zover. Voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van Maris? De heer Van Maris: Dank je wel, voorzitter. Wij hebben het betoog van de heer Schoolmeesters en de Gemeenschapslijst gehoord en voor de Partij van de Arbeid Someren is naar onze mening niets veranderd. We hebben een rapport, dat duidelijk is en gaan aan de hand van dit rapport dan ook beslissen. Tot zover. 31/40
Voorzitter: Mijnheer Stolwijk? De heer Stolwijk: Ja dank je wel, voorzitter. Zojuist is er door de heer Evers van het CDA, ja
nou weet ik eigenlijk niet of dat hij inderdaad iets gezegd heeft, misschien ben ik wel te
vlug, maar laat ik het zo zeggen, er komt nu boven drijven hoe lastig deze materie is, zeg maar. Nou weet ik net niet of de heer Evers al heeft gezegd wat hij zo gaat indienen, als hij dat nog niet gezegd heeft, dan mag ik er officieel ook niet over beginnen maar ik zat een beetje te.. Voorzitter: Mijnheer Evers heeft na de schorsing aangegeven of dit nu het begin is van de tweede termijn en zo niet, dat hij dan iets wil gaan voorlezen, maar toen hebben we geconcludeerd, dat we nu dan met de tweede termijn bezig zijn. De heer Stolwijk: Oké. Dan moet ik mijn tweede termijn een klein beetje cryptisch omschrijven. Ja goed, tijdens ons betoog hebben we opgeroepen tot zorgvuldigheid. Zorgvuldigheid, omdat de staat van dienst van de wethouder waar het om gaat, dat ook gewoon verdient. we hebben vandaag een aantal oproepen gehoord, waaronder de oproep om met de desbetreffende ambtenaren in gesprek te gaan, waar wij heel graag gehoor aan willen geven. Nee, geen nieuw onderzoek, maar gewoon een extra laag, een extra zorgvuldigheidslaag. En wij willen daar aan meewerken, willen heel graag met die desbetreffende ambtenaren in gesprek. Wat daarvoor zorgt, dat wij vandaag geen eindconclusie over dit rapport zullen trekken. Tot zover mijn cryptische tweede termijn.
Voorzitter: Mijnheer De Groot? Sorry, mijnheer Evers? De heer Evers: Ja, ik heb daar een vraag over, misschien, dat u hem kunt beantwoorden of ik weet niet of mijnheer Stolwijk hem kan beantwoorden, maar dat bevragen van die ambtenaren is dat überhaupt mogelijk of hoe zit dat? Voorzitter: Dat is op dit moment niet mogelijk, daar zult u andere besluiten voor moeten nemen. Maar het college is verantwoordelijk voor het handelen van de ambtenaren en als u vragen heeft over de ambtenaren, dan mag u ze aan het college stellen. Wij zijn daar voor aansprakelijk. Mijnheer De Groot? De heer De Groot: Ja, dank je wel. Ja voorzitter inderdaad, feiten zijn feiten maar als de feiten niet op het juiste papier staan en je gaat daar van uit, dan neem je een verkeerde beslissing. Een beslissing, die je niet meer kunt terug draaien. En ik zou willen, dat de rest van de raad eens gehoor gaf aan wat de heer Stolwijk zojuist zei. Het is nu toch openbaar. Iedereen weet het. De krant staat vol. Je hoeft nu helemaal geen besluit te nemen. Dat kan ook op een volgend moment. Er hoeft geen nieuw onderzoek te komen. Of je dat van De 32/40
Vries of dat van Elzinga of dat van Necker van Naem nu wel of geen goed rapport of onderzoek vindt, laat dit in het midden. Maar u hebt nou voor de eerste keer, voor de eerste keer, hebt u mijnheer Schoolmeesters kunnen horen. Dat is voor de allereerste keer. Die heeft er een hele andere beleving bij dan wat er werkelijk in het rapport terecht is gekomen. En hij is er van overtuigd, dat de ambtenaren, die met hem en die er continu bij zijn geweest, ook die overtuiging hebben. Dat het feitelijk anders is gelopen. Hoe het dan in zo’n rapport komt, dat is erg lastig te omschrijven. Ik zeg ook niet, dat het niet er goed in staat. Ik zeg alleen, dat degene, die bijvoorbeeld de ambtenaren, die hebben meegedaan aan het interview, het rapport niet hebben gezien. Zij weten niet wat er in het rapport staat en wij zitten hier en wij weten niet wat de ambtenaren gezegd hebben, want wij mogen de interviewverslagen niet zien. Uit die twee dingen en als een ambtenaar aangeeft van ik wil het niet prima hè, het gaat op vrijwillige basis. Als iemand aangeeft van, ik wil graag gehoord worden, want ik heb daar wel iets over te vertellen, ze hebben vanavond allemaal mee kunnen luisteren, het is een openbare raadsvergadering, ik heb daar wel iets over te vertellen, dan moeten wij die toch kunnen horen of niet dan.
Of moeten wij gewoon maar op basis van een rapport zoals er dat nu ligt, waar we niet van weten of de feitelijke waarheid zo is, moeten we daar dan een beslissing op nemen? Voor ons niet. Voorzitter: Mijnheer Evers? Daarna mijnheer Klessens. De heer Evers: voor zover bij mij bekend is, heeft wethouder Schoolmeesters de feiten geaccordeerd, die opgenomen zijn in het rapport. En ik kan mij niet voorstellen, dat dadelijk door de ambtenaren iets anders verklaard wordt, dan dat zij in eerdere instantie gedaan hebben. Dus dat zie ik nog niet zo gauw zitten. Daarnaast blijven een aantal zaken toch onderbelicht. Ook in het relaas dat de wethouder gegeven heeft, kijk er wordt gezegd van ja, en dat komt ook uit het rapport, het ene bedrijf is veel actiever geweest dan het andere en daarom hebben ze voorsprong, maar ja als ik het stuk lees, maar goed dan gaan we de inhoud in en dat wil ik eigenlijk voorkomen. En dan krijg ik toch het idee, dat iemand aan een tien kilometer race is begonnen en dat de een op acht kilometer is begonnen en de ander op twee en de ander op nul en dat idee, dat gevoel dat gaat niet weg. De heer De Groot: En juist dat, als ik u mag onderbreken, juist dat zou u nou eens kunnen vragen bij die desbetreffende ambtenaar. Dat zou u nou eens kunnen vragen.
De heer Evers: Nee nee nee nee, want de data die erin staan, de feiten, het feitenrelaas die zijn daar duidelijk over. Dat is ook waar mijn, waar ik in mijn eerste betoog gezegd heb van we willen eerst zelf kijken wat onze conclusie is, op basis van die feiten. Die feiten, die zijn gewoon keihard en dat iemand al in 2018 gesprekken heeft en de andere op de kerstborrel of het kerstdiner of weet ik veel wat in 2019 een keer gesproken wordt of 2000 of wat was het, ja daar ergens, ik weet het zelf allemaal niet meer uit mijn hoofd, want er staan zoveel data in. Dat is bij mij wel blijven hangen, dat daar wel degelijk zeg maar de een de ander voorbij gelopen is. En nog een andere zaak. Het beeld wat hier een beetje geschetst wordt 33/40
is toch hè de laatste betogen, dat eigenlijk iedereen hier is, behalve zij en ja, dat kan ik me toch ook niet helemaal voorstellen. Kijk, ik kan het me persoonlijk voor de heer Schoolmeesters heel goed voorstellen en ik zou hem ook adviseren om dat boven water te krijgen. Maar voor het besturen van deze gemeente voor het vertrouwen van de burger hier in onze gemeente en in het bestuur en in de politiek, ja, zijn wij van mening dat we nu niet meer nodig hebben om een besluit te nemen. Voorzitter: mijnheer De Groot. Daarna mijnheer Klessens. De heer De Groot: Even reageren op die voorsprong van die bedrijven. Ik vind het een hele vreemde opmerking. Als een bedrijf naar de gemeente heen belt, en zegt van we willen graag voor jullie bouwen, dan zeg je toch niet tegen het bedrijf ho ho even wachten, ik ga nu eerst ook even een ander bedrijf, want anders heb jij dadelijk een telefoongesprek meer of minder gehad als ik. Dat zeg je toch niet als iemand daar heel actief in is. Dat is toch een marktwerking. Je gaat toch gewoon het gesprek aan met iemand en vervolgens denk je goh, nou zijn er misschien ook nog andere bouwbedrijven. Op een later moment vraag ik die ook daarnaar en dat is er toch ook precies zo gebeurd? Daar heeft iemand inderdaad een voorsprong, maar dat komt toch wel van hem of haar af? De heer Evers: Daar ben ik het absoluut niet mee eens.
Dan verwijs ik u toch naar de contra-expertise van mijnheer Elzinga, die dat perfect beschrijft. Dat daar wel degelijk andere keuzes gemaakt hadden moeten worden door de bestuurder. Voorzitter: Mijnheer Klessens. De heer Klessens: Ja, het lastige, wat hier nou gebeurt vanavond is, en dat komt een beetje door het rapport van mijnheer De Vries, die knipt alle feiten op. En als je ieder feitje afzonderlijk beoordeelt, dan lijkt het allemaal minder erg, maar het is het geheel van wat je bij elkaar moet tellen. Het is een optelsom. Ja, hè en dan hoor ik mijnheer De Groot zeggen van de wethouder doet voor het eerst zijn relaas. Nee, de wethouder is in de gelegenheid geweest en dat heeft hij ook bij sommigen gedaan, alle raadsleden te bellen. Hij heeft ons ook allemaal een mail gestuurd. Alleen sommige raadsleden negeert hij gewoon. Hij had mij ook kunnen bellen, maar hij heeft mij niet gebeld . Ja, en hij heeft meer mensen niet gebeld, dus het is niet zo dat u ons kunt verwijten dat wij geen contact hebben gezocht. Contact werkt twee kanten op had ook andersom gekund als hij daar behoefte aan had gehad. En dan had ik gewoon de telefoon opgenomen.
Kijk en die feiten knippen, ja, dat maakt het, dat iets minder erg is en dit is iets minder erg en dit is iets minder erg, ja dan kan je een opstapeling maken van feiten waarvan je zegt het is allemaal net iets minder erg, er is niks aan de hand. Maar het is juist, je moet de optelsom maken en wij hebben dit nou eenmaal zo vastgelegd in onze regels met betrekking tot integriteit en het is verdomd vervelend dat dit nu gebeurt en het is nog vervelender dat het bij iemand gebeurt die al jaren meedraait maar de feiten veranderen niet. En de feiten worden door twee rapporten 34/40
bevestigd en denk ik van, ja, dan is het duidelijk. En hoe die integriteit beoordeeld had moeten worden als u beiden, u en de wethouder waren niet op de laatste integriteitsavond van raadsleden.. De heer De Groot: Dat waren we wel. Ik in ieder geval wel. De laatste. De heer Klessens: Nee, de laatste was u niet, die is geweest. Nee laat maar, doet er niet toe. Daar zijn voorbeelden genoemd, wanneer moet je nou iets melden en hoe ga je daarmee om? Ja, en die voorbeelden, die komen allemaal neer op wat hier feitelijk is gebeurd en had duidelijk kunnen zijn, dat er eerder gemeld had moeten worden en had duidelijk kunnen zijn, dat iemand hem daarin had kunnen sturen als hij het zelf niet ziet van, let op hier ga je een scheve schaats rijden. Ja, en die zaken, die zijn nou eenmaal zo beschreven en ik vind het verdomd vervelend maar ik heb geen enkele reden om te twijfelen aan de onderzoeks-rapporten zoals die hier nu liggen. Voorzitter: In de tweede termijn door mensen gezegd, ik kijk, mijnheer Van Maris nog, gaat uw gang. De heer Van Maris: Dank je wel, voorzitter. Ik wil daar heel kort in zijn, want ik heb eigenlijk aan diegenen die voor mij zaten, de heer Evers en de heer Klessens, daar heb ik niks aan toe te voegen, daar sluit ik mij bij aan. Tot zover. Voorzitter: Dank u wel. Tweede termijn gesproken, mijnheer Verhofstad. De heer Verhofstad: Wil ik ook even reageren.
Uiteraard ben ik het met de woorden van de heer Evers en de heer Klessens eens. Ik wil ook wel even melden, hè iedereen zou gebeld zijn, blijkbaar hoor ik niet bij iedereen. Dus dat, hij heeft ook niet alle kansen genomen om zijn standpunten duidelijk te maken, dus dat bellen dat is erg selectief. Voorzitter: Ik kijk. Wethouder Schoolmeesters. Nog behoefte om op de tweede termijn van de raadsleden te reageren? De heer Schoolmeesters: Dank u wel voorzitter. Nou ja, ik ben bijzonder teleurgesteld in mijn voormalige collega-raadsleden. Ik ben ook heel erg teleurgesteld in deze raad, hoe met uitzondering van de eigen fractie en fractie van Someren-Heide, die toch bereid is om eventueel gaan te horen. Ik ben bijzonder teleurgesteld. Ik begrijp niet, waar u in godsnaam mee bezig bent. Maar goed. De stap naar de rechter zal gemaakt worden en die zal daar een uitspraak over doen hoe u zich de mening heeft gevormd en ik begrijp niet, echt niet, waar u mee bezig bent. Ik heb het gevoel, dat het bijzonder politiek begint te worden en dat ze mijnheer Schoolmeesters maar al te graag weg hebben. De mijnheer, die de meeste stemmen heeft gehaald bij de vorige verkiezingen, dat lucht op voor de rest en dat vind ik bijzonder tragisch, dan denk ik bij mezelf van jongens, wat is nou het probleem 35/40
om even te schorsen, even die mensen te horen, die er echt iets vanaf weten en die er midden in gezeten hebben. Die bij elk gesprek gezeten hebben. En als je daar nog niet de moeite meer voor neemt, dan toont u wel heel erg weinig respect voor mij en niet alleen voor mij, maar ook voor mijn gezin en wat mij hier aangedaan wordt, want ik word met pek en veren de straat op gegooid, hartstikke onterecht en ik kom nooit ergens meer aan de bak en dan denk ik bij mezelf: bedankt, raad van Someren. Bedankt. Voorzitter: Voordat we overgaan tot afronding. Mijnheer Evers wil buiten de tweede termijn nog iets zeggen. Aan u het woord. De heer Evers: Nou ja goed als ik verder kan, ik heb net aangekondigd dat ik een motie wilde voorlezen. Voorzitter: Aan u dan. De heer Evers: En dat is nu dan een motie van wantrouwen. Nou het is een motie, die zou ik oorspronkelijk voorlezen namens alle partijen: Zummers Belang CDA, lijst Someren-Heide, Wij zijn Someren/VVD, en Leefbaar Someren en de Partij van de Arbeid. Zoals bekend heeft zojuist de partij Someren-Heide althans, ja, goed, die kunnen dadelijk per stemming, maar in ieder geval begrijp ik uit hun woorden, dat zij hier waarschijnlijk niet meer aan mee zullen werken, maar niettemin, wij hebben hem oorspronkelijk opgesteld met al die partijen, die ik noemde.
Dus tijdens de raadsvergadering van 9 februari 2021 dienen de fracties Zummers Belang CDA, Wij zijn Someren/VVD, lijst nee, die niet meer, Partij van de Arbeid en Leefbaar Someren bij de bandeling van agendapunt 4 bespreken onderzoeksrapport Necker van Naem Integriteit B.V. naar het handelen van wethouder Schoolmeesters een motie van wantrouwen in. Constaterende, dat binnen de gemeente Someren vragen zijn gerezen over het handelen van wethouder Schoolmeesters bij het woningbouwproject Groote Hoeven. Dit heeft geleid tot een onderzoek door Necker van Naem Integriteit B.V., welk onderzoek is verwoord in een rapport. Naar aanleiding hiervan ruim honderd raadsvragen zijn beantwoord. Een tweetal contraexpertises is uitgevoerd, die eveneens ter kennisname zijn gebracht van de raad. Gelet op de gemeentewet, de bestuurlijke integriteitscode gemeente Someren 2016, een gentle-agreement over de handhaving van integriteit van de politiek 2020, de bij de start van deze bestuursperiode vastgelegde werkafspraken voor het college van Burgemeester en Wethouders, het coalitieprogramma 2018-2022, waarin de stijl van collegiaal besturen beschreven staat, Overwegende, dat de bestuurlijke integriteit van een bestuurder boven alle twijfel verheven moet zijn, het rapport van Necker van Naem Integriteit B.V. duidelijk maakt,
36/40
dat wethouder Schoolmeesters niet heeft gehandeld als volgens de integriteitsnorm van hem verwacht had mogen worden, spreekt uit, gelezen alle documenten en gehoord de beraadslaging, dat de handelswijze van de wethouder in strijd is met de wet, de afspraken uit de integriteitscode, het gentle-agreement, de werk werkafspraken voor het college en de in het coalitieprogramma omschreven bestuursstijl, dat er geen vertrouwen is, dat de wethouder in voorkomende gevallen anders zou handelen, dat het vertrouwen in de samenwerking hiermee ernstig beschaamd is en zegt daarmee het vertrouwen in wethouder Schoolmeesters op. Hij gaat over tot de orde van de dag. Namens het Zummers Belang CDA, Wij zijn Someren/VVD, Partij van de Arbeid en Leefbaar Someren. Voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond of iemand naar aanleiding van dit indienen nog behoefte heeft om daar nog iets over te zeggen, voordat ik hem in stemming breng? Nee? Niemand? Dan ga ik over tot in stemming brengen van deze motie van wantrouwen. Even kijken, dan begin ik bij mevrouw Nagel. Mevrouw Nagel: Voor. De heer Van de Boomen: Voor. De heer Driessen: Voor. De heer Evers: Voor. De heer Claassen: Voor. De heer Klessens: Voor. Mevr. Van Doorn: Voor. De heer Verhofstad: Voor. De heer Van Maris: Voor. De heer Dortmans: Voor. De heer Van Tulden: Tegen.
De heer Stolwijk: Tegen met een stemverklaring, dat als u vandaag van ons een beslissing eist, wij geen onomkeerbare beslissing nemen. Voorzitter: Dus tegen? De heer Stolwijk: Tegen, sorry. De heer Velings: Tegen met een stemverklaring zoals die door de heer De Groot zal worden opgemerkt. De heer Adriaans: Tegen met dezelfde stemverklaring. Mevrouw Buijs: Tegen met dezelfde stemverklaring. De heer Feijen: Tegen met de stemverklaring, dat we zowel het betoog van onze fractieleider als de wethouder ondersteunen en dat we nooit zullen weten of de feiten benoemd in het rapport daadwerkelijk op waarheid berusten. De heer De Groot: Tegen met diezelfde stemverklaring. Griffier: 7 tegen, 10 stemmen voor. 37/40
Voorzitter: Dan zijn er bij de motie van wantrouwen 10 stemmen voor uitgebracht en 7 stemmen tegen. Ga ik over toch naar de wethouder of hij naar aanleiding van deze stemming ons iets wil zeggen. De heer Schoolmeesters: Het mag duidelijk zijn, voorzitter, dat ik het volledig onterecht vind, wat hier gebeurt, ik zou de raad toch wel aan willen geven, dat ze zich zouden moeten schamen om op deze manier een besluit durven te nemen, maar goed het besluit is genomen. Ik zal de stap naar de rechtbank maken, maar vooralsnog leg ik de motie naast me neer. Voorzitter: dan wil ik heel even schorsing om met de griffier te beraden over het vervolg, dan kom ik zo meteen nog even bij u terug, vijf minuten alstublieft. SCHORSING Voorzitter: Naar aanleiding van de stemming over de motie van wantrouwen de woorden van de wethouder, de reactie van de wethouder, geef ik het woord nog even terug aan de heer Evers. De heer Evers: Ja, voorzitter, dank je wel, daar ontstaat een situatie, die ik naar begrepen heb in Nederland nog niet eerder voor gekomen is en wij kunnen niet anders dan de wethouder z’n ontslag aanzeggen, nu hij zelf zegt de motie naast zich neer te leggen. Dat betekent, dat ik een besluit van de gemeenteraad voorlees met de titel Ontslag wethouder G.W.A.L. Schoolmeesters per heden 9 februari 2021.
De raad van de gemeente Someren, overwegende, dat bij besluit de datum 9 februari 2021 opzeggen vertrouwen wethouder G.W.A.L. Schoolmeesters is uitgesproken, dat het vertrouwen in wethouder G.W.A.L. Schoolmeesters is opgezegd. dat de heer G.W.A.L. Schoolmeesters als gevolg hiervan niet zelf ontslag uit zijn functie van wethouder heeft genomen, gelet op artikel 49 gemeentewet, besluit de heer G.W.A.L. Schoolmeesters met onmiddellijke ingang te ontslaan uit zijn functie van wethouder van de gemeente Someren. Aldus besloten in de vergadering van de raad van de gemeente Someren onder de raadsgriffier en de voorzitter J. Oostdijk en D. Blok. Voorzitter: Ik kijk. Wie wenst hierover het woord? Niemand? Dan stel ik voor, dat we over gaan tot een stemming over dit voorstel. Dat dient schriftelijk te gebeuren. U krijgt daarvoor stembriefjes, waarop ik u verzoek op te schrijven voor of tegen. De heer Stolwijk: Mag ik daar nog een stemverklaring aan toevoegen of heeft dat geen nut? Voorzitter: Dat mag uiteraard. Griffer: Nee Voorzitter: Nee, geen stemverklaring? Griffier: Het gaat over personen, nee. De heer Stolwijk: Oké. 38/40