11b. Toelichting bestemmingsplan Steegstraat 19 - Achterweg 3
Tekst van het document
CONCEPT-VASTGESTELD
Crijns Rentmeesters bv
33
Bestemmingsplan ‘Steegstraat 19 en Achterweg 3 Someren’ - Toelichting
De lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering’, uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), geeft richtafstanden weer voor milieubelastende activiteiten. De richtafstanden zijn afgestemd op twee omgevingstypen: ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd gebied’. In het gemengd gebied is sprake van matige tot sterke functiemenging. Het plangebied is gelegen in een gemengd gebied. De richtafstanden in de VNG-publicatie kunnen in ‘gemengd gebied’, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap verlaagd worden. Ten aanzien van de bestaande bedrijfswoning geldt dat deze reeds wordt gezien als een gevoelig object. Deze wordt dan ook buiten beschouwing gelaten in deze toetsing.
4.3.2 Toets aan bedrijvigheid in de omgeving van het plangebied In de omgeving van het plangebied zijn de volgende functies gesitueerd:
-
Kievitstraat 29: Bedrijfsverzamelgebouw Het bedrijfsverzamelgebouw is gesitueerd op een afstand van circa 190 meter. Voor dit bedrijf, in milieucategorie 2, geldt een richtstand van 10 meter. Aan de richtstand wordt ruimschoots voldaan.
-
Sportpark De Potacker Voor een veldsportpark (met lichtarmaturen) geldt een richtafstand van 50 meter tot een gevoelige locatie. Deze afstand mag in het gemengd gebied worden teruggebracht naar 30 meter. De meest dichtbij gesitueerde woning wordt gerealiseerd op een afstand van 28 meter. Beoogd wordt om gemotiveerd af te wijken van de richtafstand. Motivering hiervoor is dat de velden met lichtarmaturen gesitueerd zijn op een afstand van circa 130 meter. Ook het clubgebouw en de parkeervoorzieningen zijn gesitueerd of georiënteerd op de Potackerweg. Hier vinden dan ook de meeste verkeersbewegingen, verlichting en sportverrichtingen plaats. De velden ten zuiden van de Steegstraat worden dan ook minder intensief gebruikt.
-
Glastuinbouw bedrijven Kievitsakkers De glastuinbouwbedrijven zijn gesitueerd op een afstand van meer dan 80 meter tot het plangebied. Voor deze bedrijven in milieucategorie 2 geldt een richtstand van 10 meter. Aan de richtstand wordt ruimschoots voldaan.
4.3.3 Conclusie Het aspect Bedrijven en milieuzonering brengt geen belemmeringen met zich mee voor de beoogde herbestemming.
4.4
Akoestiek
De Wet geluidhinder biedt geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) bescherming tegen geluidhinder van wegverkeerlawaai bij de aanleg/wijziging van wegen of bij de bouw van woningen in de buurt van wegen. De reikwijdte van de Wet geluidhinder is beperkt tot een geluidszone langs wegen. Binnen deze geluidszone zijn de regels van de Wet geluidhinder van toepassing. De Wet geluidhinder geldt niet voor 30-km wegen en voor woonerven. De systematiek van de zonering Wet geluidhinder voor wegverkeer houdt in dat langs een (toekomstige) verkeersweg een geluidszone ligt
CONCEPT-VASTGESTELD
Crijns Rentmeesters bv
34
Bestemmingsplan ‘Steegstraat 19 en Achterweg 3 Someren’ - Toelichting
waarbinnen,
in
een
aantal
situaties,
bescherming
wordt
geboden
aan
geluidsgevoelige
bestemmingen. Ten behoeve van dit bestemmingsplan is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Dit onderzoek maakt als bijlage deel uit van dit bestemmingsplan. Navolgend wordt de conclusie weergegeven. “In opdracht de initiatiefnemer heeft Tritium Advies een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd ten behoeve van de ontwikkeling aan Steegstraat 19 te Someren. Het plan betreft de sanering van de ter plaatse aanwezige veehouderij, waarbij er op de locatie drie ruimte voor ruimte kavels zullen worden ontwikkeld. Daarnaast zal de bedrijfswoning aan de Achterweg 3 worden verplaatst naar de Steegstraat. Het onderzoek is uitgevoerd ten behoeve van de hiervoor noodzakelijke juridisch-planologische procedure. Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de Steegstraat, de Burgemeester Roelslaan en de Kievitstraat. Voor de wegen Kievitstraat en Burgemeester Roelslaan geldt
dat
de
geluidbelasting
ten
gevolge
van
het
wegverkeer
op
deze
wegen
de
voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe woningen overschrijdt. Voor de Steegstraat geldt dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woningen binnen bouwblokken gb001 tot en met gb003 de voorkeursgrenswaarde van 48 dB met maximaal 1 dB overschrijdt. De maximale ontheffingswaarde van 53 dB voor nieuwbouw in buitenstedelijk gebied wordt nergens overschreden. Derhalve is het mogelijk om voor deze woningen een beschikking hogere waarde aan te vragen bij de gemeente indien de toepassing van overdrachts- of bronmaatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend is dan wel overwegende bezwaren ontmoet en wordt voldaan aan de voorwaarden uit het gemeentelijk geluidbeleid. Het aanleggen van een geluidwal of geluidscherm (overdrachtsmaatregelen) gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer tot de voorkeursgrenswaarde ontmoet
in
de
onderhavige
situatie
overwegende
bezwaren
van
stedenbouwkundige
en
landschappelijke aard. Voor het toepassen van stiller wegdek c.q. referentiewegdek (bronmaatregel) geldt dat de voorkeurgrenswaarde niet meer wordt overschreden. Het toepassen van een stiller wegdek ontmoet echter overwegende bezwaren van financiële aard. Ten behoeve van het akoestisch onderzoek is tevens rekening gehouden met het document “Geluidbeleid Wet geluidhinder Hogere waarden Gemeente Someren” d.d. 30 november 2012 van de gemeente Someren. Conform dit beleidsstuk kan er pas een hogere waarde worden verleend als voldaan wordt aan de hoofdcriteria uit de Wet geluidhinder en aan de in het gemeentelijk geluidbeleid opgenomen subcriteria. In onderhavige situatie is sprake van ruimte voor ruimte woningen (bouwblok gb002 en gb003) en van een bedrijfsgebonden woning (bouwblok gb001). Derhalve wordt voor alle woningen voldaan aan één van de subcriteria uit het gemeentelijk geluidbeleid. Tevens kunnen alle woningen binnen bouwblokken gb001 tot en met gb003 over een geluidluwe gevel beschikken. Aan deze gevel dient ten minste 50% van het aantal verblijfsruimten of 50% van het oppervlak van het verblijfsgebied te zijn gelegen. De verblijfsruimten dienen te beschikken over een te openen raam. Het
CONCEPT-VASTGESTELD
Crijns Rentmeesters bv
35
Bestemmingsplan ‘Steegstraat 19 en Achterweg 3 Someren’ - Toelichting
is tevens mogelijk om ter plaatse van voornoemde woningen een buitenruimte te realiseren aan de geluidluwe zijde. Hiermee kan worden voldaan aan de aanvullende voorwaarden uit het gemeentelijk geluidbeleid. Derhalve wordt onderbouwd verzocht hogere waarde te verlenen conform artikel 110a, lid 5 van de Wet geluidhinder. Hierbij wordt opgemerkt dat het vergroten van de afstand tussen geluidbron en ontvanger met circa 2 meter tot circa 17 meter tot de wegas van de Steegstraat doeltreffend is om de geluidbelasting terug te brengen tot de voorkeursgrenswaarde. Er zal echter in een later stadium worden onderzocht of dit stedenbouwkundig wenselijk is. Mocht deze maatregelen geen stedenbouwkundige bezwaren ontmoeten en worden doorgevoerd in onderhavig plan dan is geen sprake meer van een procedure hogere waarde. Bij het verlagen van het snelheidsregime van 80 km/uur naar 60 km/uur geldt eveneens dat er geen sprake meer is van een procedure hogere waarde. Wanneer bij onderhavige woningen binnen bouwblokken gb001 tot en met gb003 sprake is van een procedure hogere waarde, is formeel gezien een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevels nodig.
Aangezien er echter van uit wordt gegaan dat een gevel bij een normale bouwkundige opzet aan de minimaal vereiste GA;k van 20 dB voldoet, wordt normaliter enkel de karakteristieke geluidwering bepaald van verblijfsgebieden met een geluidbelasting hoger dan 53 dB (exclusief aftrek conform artikel 110g Wgh). In onderhavige situatie is sprake van een gecumuleerde geluidbelasting van maximaal 51 dB. Derhalve wordt een aanvullend onderzoek naar de geluidwering van de gevels niet noodzakelijk geacht. Bij toepassing van standaard geluidwerende materialen en maatregelen is een goed akoestisch woon- en leefklimaat gewaarborgd.”
4.5
Luchtkwaliteit
4.5.1 Inleiding Het beleid om tot een goede luchtkwaliteit te komen volgt twee sporen: 1. beperken van de uitstoot van schadelijke stoffen en; 2. voorkomen dat mensen langdurig worden blootgesteld aan verontreiniging. De belangrijkste regels over de luchtkwaliteit staan in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm).
4.5.2 Besluit gevoelige bestemmingen Op 16 januari 2009 is het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) in werking getreden. Deze AMvB beperkt de vestiging van gevoelige bestemmingen in de nabijheid van provinciale- en rijkswegen. Het besluit richt zich op bescherming van mensen die verhoogd gevoelig zijn voor fijnstof en stikstofdioxide. Dit zijn voornamelijk kinderen, ouderen en zieken. Scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardenhuizen en bijbehorende terreinen betreffen hierbij gevoelige bestemmingen. Met de beoogde herbestemming wordt geen gevoelig object gevestigd bij een provinciale- of rijksweg en vormt derhalve geen bezwaar in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen.
CONCEPT-VASTGESTELD
Crijns Rentmeesters bv
36
Bestemmingsplan ‘Steegstraat 19 en Achterweg 3 Someren’ - Toelichting
4.5.3 Uitstoot van schadelijke stoffen De borging van de luchtkwaliteit vindt onder andere plaats middels een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma (NSL). Binnen het NSL werken het Rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. De hierin opgenomen programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen’ wordt aangeven op welke manier snel kan worden vastgesteld of de bijdrage van een nieuwbouwproject op de luchtkwaliteit valt onder de term ‘niet in betekenende mate’. De regeling geeft een harde omschrijving van het aantal gevallen. Voor woningbouw geldt bij 1 ontsluitingsweg een aantal van 1.500 nieuwe woningen netto. Bij twee ontsluitingswegen geldt een aantal van 3.000 woningen netto. Aangezien dit bestemmingsplan enkel de omschakeling van een intensieve veehouderij naar vier Ruimte voor Ruimte kavels en het herbestemmen van een bedrijfswoning naar een burgerwoning mogelijk maakt, valt dit plan onder het begrip ‘NIBM’ en hoeft de luchtkwaliteit niet verder te worden onderzocht in het kader van de Wet luchtkwaliteit.
4.5.4 Blootstelling aan verontreiniging 4.5.4.1 Inleiding In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn luchtkwaliteit geïmplementeerd. Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico’s van luchtverontreiniging. 4.5.4.2 Fijnstof De richtlijn geeft de volgende grenswaarden voor fijn stof:
-
de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM10 is 40 µg/m³. de grenswaarde daggemiddelde concentratie van PM10 is 50 µg/m³. De concentratie fijn stof mag maximaal 35 dagen per kalenderjaar hoger zijn dan deze waarde .
-
de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM2,5 is 25 µg/m³.
Navolgende figuren geven de jaargemiddelde concentratie van PM10 en PM2,5 voor het plangebied (indicatief met cirkel aangeduid) en directe omgeving weer.
CONCEPT-VASTGESTELD
Crijns Rentmeesters bv
37
Bestemmingsplan ‘Steegstraat 19 en Achterweg 3 Someren’ - Toelichting
Figuur 19 Fijnstof 2019 PM10 (bron: Atlas leefomgeving)
Figuur 20: Fijnstof 2019 PM2,5 (bron: Atlas leefomgeving)
Binnen het plangebied is sprake van jaargemiddelde concentratie PM 10 van 19-20 µg/m³. De jaargemiddelde concentratie PM2,5 bedraagt 11-12 µg/m³. De beoogde herbestemming is in het kader van de blootstelling aan luchtverontreiniging geen bezwaar. 4.5.4.3 Stikstofdioxide De Europese richtlijn luchtkwaliteit geeft de volgende grenswaarde voor stikstofdioxide:
-
de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van NO2 is 40 µg/m³.
CONCEPT-VASTGESTELD
Crijns Rentmeesters bv
38
Bestemmingsplan ‘Steegstraat 19 en Achterweg 3 Someren’ - Toelichting
Navolgende figuur geeft de jaargemiddelde concentratie van NO2 binnen het plangebied en directe omgeving weer.
Figuur 21: Stikstofdioxide (NO2) 2019 voor het plangebied (Bron: Atlas leefomgeving)
Binnen het plangebied is sprake van jaargemiddelde concentratie NO2 van 15-16 µg/m³. De beoogde herbestemming is in het kader van de blootstelling aan luchtverontreiniging als gevolg van stikstofdioxide geen bezwaar.
4.6
Externe veiligheid
4.6.1 Inleiding Het externe veiligheidsbeleid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s en effecten van calamiteiten alsmede het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten (bedrijven en transport) met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen, activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. In de volgende landelijke wetten, besluiten en regelingen zijn normen opgenomen waaraan een nieuwe planologische ontwikkeling moet worden getoetst:
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en bijbehorende regeling (Revi);
Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations;
Circulaire effectafstanden externe veiligheid LNG-tankstations;
Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en bijbehorende regeling (Revb);
Structuurvisie buisleidingen;
Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en Regeling basisnet;
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en bijbehorende regeling (Rarro).
CONCEPT-VASTGESTELD
Crijns Rentmeesters bv
39
Bestemmingsplan ‘Steegstraat 19 en Achterweg 3 Someren’ - Toelichting
De aanwezige risico’s zijn zeer afhankelijk van het brontype. De relevante typen zijn: bedrijven, vervoer van gevaarlijke stoffen (per spoor, over de weg, het water), hoogspanningslijnen; en ondergrondse (gas)leidingen (c.q. buisleidingen).
4.6.2 Risico-contouren Ten aanzien van externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in: 1.
Plaatsgebonden Risico (PR): Dit is een maat voor de kans dat iemand dodelijk wordt getroffen door een calamiteit met een gevaarlijke stof. De gestelde norm is een ten minste in acht te nemen grenswaarde (PR 10-6/jr) die niet mag worden overschreden ten aanzien van kwetsbare objecten, alsmede een zoveel mogelijk te bereiken richtwaarde (PR 10-6/jr) ten aanzien van beperkt kwetsbare objecten;
2.
Groepsrisico (GR): Dit is een maat voor de kans dat een grotere groep tegelijkertijd dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. De gestelde norm is een oriënterende waarde waarvan gemotiveerd mag worden afgeweken.
4.6.3 Toets van het plangebied 4.6.3.1 Risicokaart In navolgende figuur is een uitsnede van de risicokaart van de provincie Noord-Brabant weergegeven waarop de ligging van het plangebied is aangeduid.
Figuur 22: Uitsnede risicokaart provincie Noord-Brabant waarop het plangebied indicatief is aangeduid met een rode marker
CONCEPT-VASTGESTELD
Crijns Rentmeesters bv
40
Bestemmingsplan ‘Steegstraat 19 en Achterweg 3 Someren’ - Toelichting
4.6.3.2 Inrichtingen Het plangebied is op de risicokaart van de provincie Noord-Brabant niet aangewezen als gelegen in een risicogebied voor gevaar vanuit inrichtingen. 4.6.3.3 Transport Op het grondgebied van de gemeente Someren bevindt zich geen spoortracé. Dit aspect is dus niet van toepassing. Het transport van gevaarlijke stoffen moet primair via het hoofdwegennet plaatsvinden en kernen dienen vermeden te worden. Binnen de gemeente Someren zijn de Rijksweg A67 en de provinciale wegen N266 en N612 aangewezen als wegen waarover vervoer van gevaarlijke stoffen mag plaatsvinden. De Rijksweg A67 bevindt zich op een afstand van meer dan 4 kilometer. Het plangebied ligt op een afstand van meer dan 600 meter van de weg N266/N612. Geconcludeerd kan worden dat beïnvloeding normaliter niet plaats zal vinden. Het plangebied is gelegen op een afstand van circa 620 meter van het Zuid-Willemskanaal. Als er al een significant transport over de Zuid-Willemskanaal plaatsvindt, is deze zo gering dat de risico’s op een afstand van 620 meter verwaarloosbaar zijn. 4.6.3.4 Kabels en leidingen Op een afstand van circa 700 meter ten oosten van het plangebied is een buisleiding gelegen van de Gasunie (Z-540-01). Het plangebied is buiten het invloedsgebied van deze buisleiding gelegen. Geconcludeerd kan worden dat de beoogde herontwikkeling in het kader van deze buisleidingen geen bezwaar is.
Aan de oostzijde van de gemeente Someren, parallel aan de gemeentegrens met Asten, bevindt zich een hoogspanningslijn. Deze hoogspanningslijn bevindt zich op een afstand van meer dan 900 meter van het plangebied en vormt daarmee geen risico voor de beoogde ontwikkeling. 4.6.3.5 Conclusie Herbestemming van het plangebied is geen bezwaar in het kader van externe veiligheid.
4.7
Flora en fauna
4.7.1 Inleiding Natura 2000 is het Europese netwerk van beschermde natuurgebieden in de Europese Unie. Dit netwerk verbindt bestaande natuurgebieden die vallen onder de Europese Vogelrichtlijn- of de Habitatrichtlijngebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn bedoeld ter bescherming van bedreigde levensgemeenschappen van planten en dieren en bedreigde soorten van planten en dieren en hun leefgebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving middels de Wet natuurbescherming.
CONCEPT-VASTGESTELD
Crijns Rentmeesters bv
41
Bestemmingsplan ‘Steegstraat 19 en Achterweg 3 Someren’ - Toelichting
4.7.2 Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming voorziet in specifieke kaders voor gebieden die op grond van internationale verplichtingen moeten worden beschermd, te weten de Natura 2000-gebieden. Navolgende figuur geeft een kaart met de ligging van het plangebied ten opzichte van Natura-2000 gebieden.
Figuur 23: Ligging plangebied (aangeduid met een rode marker) ten opzichte van Natura-2000 gebieden
De dichtst bij het plangebied gelegen Natura-2000 gebied betreft ‘Strabrechtse Heide & Beuven’, op circa 4,5 kilometer ten westen van het plangebied. De beoogde herbestemming ziet toe op het saneren van een varkensbedrijf. Het bedrijf wordt her bestemd naar een reguliere woning en vier Ruimte voor Ruimte woningen. Middels het saneren van de varkenstak wordt 1.890 kilo ammoniak uit de markt genomen. Deze beoogde herbestemming heeft enkel een positieve invloed op het Vogel- en Habitatrichtlijngebied. Onderhavige ontwikkeling draagt niet bij aan stikstofdepositie.
4.7.3 Soortenbescherming Om de instandhouding van de wettelijke beschermde soorten te waarborgen, moeten negatieve effecten op die instandhouding voorkomen worden. Bij de totstandkoming van een plan waarbij functies gewijzigd worden, moet worden voorkomen dat conflicten met beschermde dier- en plantensoorten ontstaan en dient dus vooraf een beoordeling plaats te vinden. De beoogde herbestemming omvat de herbestemming van een bestaande agrarische bedrijfslocatie voor de intensieve veehouderij naar een burgerwoning en vier Ruimte voor Ruimte kavels. Om de herbestemming te realiseren wordt bebouwing gesaneerd. Om uit te sluiten dat de beoogde ontwikkeling in strijd is met de Wet natuurbescherming is een QuickScan flora en fauna uitgevoerd. Deze rapportage maakt als bijlage deel uit van deze toelichting. Navolgend wordt de eindconclusie weergegeven.
CONCEPT-VASTGESTELD
Crijns Rentmeesters bv
42
Bestemmingsplan ‘Steegstraat 19 en Achterweg 3 Someren’ - Toelichting
“Eindconclusie
Met de herontwikkeling van de locatie Steegstraat 19 en Achterweg 3 te Someren worden geen verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming overtreden. Een nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag zijn niet aan de orde.
De aanbevelingen voor ‘Vogels algemeen’ en de ‘Toepassing van de algemene zorgplicht’ (paragraaf 8 van de quickscan) dienen te worden opgevolgd.”
De beoogde ontwikkeling is in het kader van de Wet natuurbescherming geen bezwaar.
4.8
Water
4.8.1 Inleiding Het doel van de watertoets is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante plannen en besluiten. Een watertoets maakt de mogelijke negatieve invloeden van het initiatief binnen het plangebied inzichtelijk. Tevens geeft de watertoets oplossingsrichtingen aan waarmee mogelijke optredende negatieve invloeden beperkt of ongedaan gemaakt kunnen worden. Het waterschap heeft een aantal principes gedestilleerd, die van belang zijn als vertrekpunt van het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. Het plangebied valt onder het beheer van waterschap Aa en Maas.
4.8.2 Principes waterschap Aa en Maas Het waterschap Aa en Maas hanteert navolgende principes:
-
gescheiden houden van vuil water en schoon hemelwater; doorlopen van de afwegingsstappen: ‘hergebruik-infiltratie-buffering-afvoer’; hydrologisch neutraal bouwen; water als kans; meervoudig ruimtegebruik; voorkomen van vervuiling; wateroverlastvrij bestemmen; waterschapsbelangen.
4.8.3 Beleidskader 4.8.3.1
Waterbeheerplan 2022-2027
Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 start Waterschap De Dommel met de watertransitie met als doel een toekomstbestendige waterhuishouding in 2050. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water. Hierbij ligt in tegenstelling tot eerder beleid met name de nadruk op de volgende focuspunten:
CONCEPT-VASTGESTELD
Crijns Rentmeesters bv
43
Bestemmingsplan ‘Steegstraat 19 en Achterweg 3 Someren’ - Toelichting
van beekdalgericht naar gebiedsgericht: de aandacht gaat naast het beekdal ook uit naar de flanken, de hoge zandruggen en bebouwd gebied;
van sectoraal naar integraal; samen met overheden en gebiedspartners worden keuzes gemaakt over meerdere opgaven in een gebied;
van water afvoeren naar elke druppel telt; maximaal water conserveren, minder grondwater gebruiken en slimmer sturen.
4.8.3.2
Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen
De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hanteren dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn geformuleerd in de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Het waterschap maakt grofweg onderscheid in projecten met een toename van verhard oppervlak van maximaal 500 m², toename van een verhard oppervlak tussen de 500 m² en 10.000 m² en projecten met een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10.000 m². Ter plaatse wordt 3.566 m² aan bedrijfsgebouwen gesaneerd. Daar staat tegenover dat er vier Ruimte voor Ruimte kavels worden ontwikkeld. Voor deze woningen wordt een verhard oppervlak van circa 1.600 m² verwacht. Binnen het plangebied neemt de oppervlakte aan bebouwing af en overtollige erfverharding wordt gesaneerd.
Op basis van de ‘Algemene regels Keur 2015’ geldt voor een dergelijke ontwikkeling een vrijstelling van het verbod voor het afvoeren van hemelwater via toename verhard oppervlak of door afkoppelen van verhard oppervlak, naar een oppervlaktewaterlichaam.
4.8.4 Keur Voor waterhuishoudkundige ingrepen ter plaatse van het plangebied is de ‘Keur 2015’ van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Op grond van de Keur is het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor het onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd, zonder een ontheffing van het waterschap. Het plangebied is op de kaart behorende bij de ‘Keur 2015’ niet aangewezen als gelegen in een beschermd gebied of een attentiegebied. Ten zuiden van het plangebied is een primaire waterloop aanwezig. Voor deze watergang wordt een beschermingszone van 5 meter opgenomen. Navolgende figuur geeft een uitsnede van de Keur waarop het plangebied is aangeduid.
CONCEPT-VASTGESTELD
Crijns Rentmeesters bv
44
Bestemmingsplan ‘Steegstraat 19 en Achterweg 3 Someren’ - Toelichting
Figuur 24: Uitsnede Keurkaart
4.8.5 Waterparagraaf Binnen het plangebied vindt een afname van verharding plaats. De bodem bestaat uit eerdgronden; voedselrijk en vochtig tot droog. De GHG bedraagt circa binnen het erf 100-140 cm-mv. Navolgende figuur geeft een kaart met de GHG ter plaatse van het plangebied.
Figuur 25: GHG ter plaatse van het plangebied (aangeduid met een cirkel)
CONCEPT-VASTGESTELD
Crijns Rentmeesters bv
45
Bestemmingsplan ‘Steegstraat 19 en Achterweg 3 Someren’ - Toelichting
4.8.6 Hemelwaterberging na herontwikkeling De gemeente Someren vereist dat hemelwater op eigen terrein wordt geïnfiltreerd ter voorkoming van wateroverlast door toevoeging van de beoogde verharding binnen het plangebied. In de nieuwe situatie zal de infiltratie van het regenwater dat valt op daken van de woningen en bijgebouwen worden bewerkstelligd door het schone hemelwater via dakgoten en regenpijpen af te voeren naar een ondergronds infiltratie transportriool. Vanuit dit transportriool zal het water in eerste instantie zoveel mogelijk infiltreren in de ondergrond. Op het moment dat de capaciteit van het transportriool volledig is benut, voert deze het water af naar een infiltratievoorziening. Deze voorziening wordt zodanig gedimensioneerd dat er een voldoende dynamische berging bij een extreme regenval. In het grootste deel van het jaar zal het water echter via infiltratiebuizen in de bodem infiltreren. Voor toevoeging van elk van de woningen met bijbehorende bouwwerken en verharding wordt een omvang aan verharding verwacht van circa 400 m². Derhalve dient op het plangebied per perceel zorg gedragen te worden voor een waterberging met een omvang van circa 24 m³. binnen het plangebied is hiervoor voldoende ruimte. Bij het aanleggen van de infiltratievoorzieningen dient rekening te worden gehouden met de GHG.
Voorbeelden van een toe te passen hemelwatervoorziening zijn het gebruik van een infiltratieveld een wadi of infiltratiekrat. Voorbeelden van deze manieren van infiltreren zijn weergeven in navolgende figuren.
Figuur 26: Voorbeelden van infiltratiemogelijkheden die kunnen worden toegepast
In het uiteindelijke bouwplan zal de hemelwaterinfiltratie nader worden uitgewerkt met in acht name van deze paragraaf.
4.8.7 Kwaliteit van te lozen en infiltreren hemelwater Enkel schoon regenwater mag worden geïnfiltreerd. Om de kwaliteit van het hemelwater te garanderen, dienen onderdelen welke met regenwater in aanraking kunnen komen, te worden vervaardigd of te bestaan uit niet-uitloogbare bouwmaterialen zoals kunststoffen of gecoat staal of aluminium (in plaats van zink, lood of asfalt et cetera). Door het gebruik van niet-uitlogende materialen komen geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen (DuBo-maatregelen) voor in het te infiltreren water. Infiltratie van afgekoppelde verhardingen zoals opritten, parkeerplaatsen en terrassen mag niet verontreinigd zijn met chemische bestrijdingsmiddelen, olie, agressieve reinigingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen.
CONCEPT-VASTGESTELD
Crijns Rentmeesters bv
46
Bestemmingsplan ‘Steegstraat 19 en Achterweg 3 Someren’ - Toelichting
4.9
Archeologie
4.9.1 Archeologie Met de Erfgoedwet beschermt de overheid het cultureel erfgoed in Nederland. Deze wet handelt over het aanwijzen van te beschermen cultureel erfgoed: roerend (cultuurgoederen en verzamelingen) en onroerend (monumenten en archeologie). De Erfgoedwet kent nieuwe bepalingen voor gemeenten. Zo kunnen gemeenten een gemeentelijke erfgoedverordening vaststellen en dienen gemeenten een erfgoedregister bij te houden. Ook dient het college van burgemeester en wethouders het voornemen om cultuurgoederen en verzamelingen te vervreemden bekendmaken.
4.9.2 Nota Archeologiebeleid Someren De gemeente Someren heeft een eigen gemeentelijk archeologiebeleid geformuleerd in de ‘Nota Archeologiebeleid gemeente Someren’. In deze nota zijn enerzijds de gemeentelijke ambities en opgaven op het gebied van de economische ontwikkeling, ruimtelijke inrichting, infrastructuur en dergelijke, en anderzijds het behoud en beheer van het gemeentelijk bodemarchief toegelicht en uitgewerkt. Onderdeel van de ‘Nota Archeologiebeleid gemeente Someren’ is de ‘Archeologiekaart van Someren’. Hierna is een uitsnede van de beleidskaart weergegeven waarop het plangebied indicatief is aangeduid met een rode cirkel.
Figuur 27: Aanduiding plangebied op de Archeologische beleidskaart
Het plangebied is op de Archeologiekaart van Someren grotendeels aangeduid als ‘categorie 4’. De gebieden die vallen binnen categorie 4 zijn gebieden met een hoge archeologische verwachting. De
CONCEPT-VASTGESTELD
Crijns Rentmeesters bv
47
Bestemmingsplan ‘Steegstraat 19 en Achterweg 3 Someren’ - Toelichting
vrijstellingsdrempel is bij de categorie hoge verwachting een bodemingreep met een oppervlakte van 250 m² en/of een diepte van 0,4 m. Binnen het plangebied zijn momenteel varkenstallen en een loods aanwezig. De kavels worden gedeeltelijk gerealiseerd ter plaatse van de bestaande bebouwing. Voordat deze bebouwing gerealiseerd is waren er stallen ten westen hiervan aanwezig. Deze zijn later gesloopt en ter plaatse zijn nieuwe bedrijfsgebouwen opgericht. Op navolgende figuur is dit inzichtelijk gemaakt. Het is derhalve aannemelijk dat de bodem binnen het plangebied reeds verstoord is. De vigerende dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ blijft gehandhaafd.
Figuur 28: Uitsnede topotijdreis 1997 (plangebied indicatief aangeduid met een rode cirkel)
Omdat de aanwezigheid van archeologische resten echter nooit helemaal uitgesloten kunnen worden op basis van het uitgevoerde onderzoek, geldt er nog altijd een meldingsplicht (Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 en 5.11). Mochten er tijdens toekomstige grondwerkzaamheden toch onverwacht archeologische vondsten en structuren worden aangetroffen, dan dient men dit zo spoedig mogelijk bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en de gemeente Someren te melden.
4.10 Cultuurhistorie Conform de cultuurhistorische waardenkaart is het plangebied aangeduid als een gebied met ‘provinciaal cultuurhistorisch belang’ (Regio Peelrand). De Peelrand bestaat uit een ring van middeleeuwse dorpen op enige afstand van het voormalige veengebied van De Peel. Deze oude dorpen worden gekenmerkt door akkercomplexen, schaarse groenlanden en voormalige heidevelden. De heidevelden zijn in de negentiende en twintigste eeuw ontgonnen en grotendeels omgezet in landbouwgrond, waardoor er een waardevol mozaïek is ontstaan van oude en jonge ontginningen. Enkele
kastelen,
diverse
kloosters
en
de
Peel-Raamstelling
verlenen
het
gebied
extra
cultuurhistorische betekenis. Het oud zandlandschap bij Stiphout is van provinciaal belang. Dragende structuren in de regio zijn de onder andere de oude zandontginningen met akkercomplexen, beemden, broekgebieden, de jonge heideontginningen, de Zuid-Willemsvaart en het dal van de Aa.
CONCEPT-VASTGESTELD
Crijns Rentmeesters bv
48
Bestemmingsplan ‘Steegstraat 19 en Achterweg 3 Someren’ - Toelichting
De Steegstraat is gedeeltelijk aangemerkt als lijn van redelijk hoge waarde. Middels de beoogde ontwikkeling wordt de waarde van dit lint niet aangetast. Het plangebied is niet aangeduid of te beschouwen als waardevol open gebied dan wel te behouden doorzicht. Binnen het plangebied is geen cultuurhistorisch waardevolle bebouwing aanwezig. De beoogde herontwikkeling heeft geen gevolgen voor cultuurhistorische waarden op het plangebied of de omgeving.
4.11 Mer-beoordeling Op 1 april 2011 is het Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging die daarin is aangebracht, is dat voor de vraag of een m.e.r.-beoordelingsprocedure moet worden doorlopen, een toetsing aan de drempelwaarden in de D-lijst niet toereikend is. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de grenswaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de EEGrichtlijn milieu-effectbeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Wanneer dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. In het kader van de wijziging van het Besluit m.e.r. is een handreiking opgesteld over de vraag hoe moet worden vastgesteld of een activiteit met een omvang onder de drempelwaarde toch belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. In de handreiking is opgenomen dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de Dlijst en die een omvang heeft die beneden de drempelwaarden ligt een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gebruikt.
De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. De milieueffectrapportage is een procedure met als hoofddoel om het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. Dit bestemmingsplan ziet toe op herbestemming van de bedrijfswoning en resterende bedrijfsbebouwing van een voormalig agrarische bedrijf. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft (ABRS 12 juni 2019, no. 201807060/1/R1) overwogen dat het antwoord op de vraag of sprake is van een wijziging van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit milieueffectrapportage, afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Daarbij is in deze uitspraak de navolgende rechtsoverweging opgenomen: “hetgeen in het plan is voorzien, gelet op de aard en de omvang, niet kan worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject.
Weliswaar verandert het gebruik van het perceel door onder andere de realisatie van twee eengezinswoningen, maar dat betekent niet dat hetgeen waarin het plan voorziet moet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1, categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Daarbij is van belang dat het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is en dat de voorziene ontwikkeling gepaard gaat met een beperkte bebouwing op het perceel.”
CONCEPT-VASTGESTELD
Crijns Rentmeesters bv
49
Bestemmingsplan ‘Steegstraat 19 en Achterweg 3 Someren’ - Toelichting
De Afdeling heeft uiteindelijk geoordeeld wanneer dat de voorziene ontwikkeling geen stedelijk ontwikkelingsproject vormt, geen reguliere of vormvrije m.e.r.-beoordeling hoeft te worden uitgevoerd. De beoogde herbestemming van het plangebied valt wegens aard en omvang van het project niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling waarop de drempelwaarden genoemd in de D-lijst. Omdat de
beoogde
ontwikkeling
geen
stedelijke
ontwikkeling
is,
als
bedoeld
in
het
Besluit
milieueffectrapportage, is het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling niet noodzakelijk.
CONCEPT-VASTGESTELD
Crijns Rentmeesters bv
50
Bestemmingsplan ‘Steegstraat 19 en Achterweg 3 Someren’ - Toelichting
5 JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING 5.1
Inleiding
Een bestemmingsplan is een planologische regeling die zowel de burger als de overheid rechtstreeks bindt. De regels en verbeelding dienen als één geheel te worden beschouwd en kunnen niet los van elkaar worden gezien. De toelichting op de regels en verbeelding is niet juridisch bindend, maar biedt wel inzicht in de belangenafweging die tot de aanwijzing van bestemmingen heeft geleid. Bovendien draagt de toelichting bij aan de planinterpretatie.
5.2 De
Algemene toelichting verbeelding verbeelding
heeft
een
belangrijke
rol
bij
het
bepalen
van
de
gebruiks-
en
bebouwingsmogelijkheden in het plangebied. Daartoe zijn op de verbeelding onder meer bestemmingsvlakken, gebiedsaanduidingen en functieaanduidingen opgenomen.
5.3
Algemene toelichting regels
De opbouw van de regels is gelijk aan Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012. De opbouw is als volgt: -
Betekenisafspraken (Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen);
-
Gebruiks- en bouwregels per bestemming (Hoofdstuk 2 Bestemmingen);
-
Algemene regels (Hoofdstuk 3 Aanvullende regels);
-
Overige regels (Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels).
Een bestemmingsartikel (Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels) wordt uit de volgende leden in deze volgorde opgebouwd: -
Bestemmingsomschrijving;
-
Nadere detaillering van de bestemming
-
Bouwregels;
-
Afwijken van de bouwregels
-
Specifieke gebruiksregels;
-
Afwijken van de gebruiksregels;
-
Omgevingsvergunning voor het aanleggen.
De specifieke afwijkingsbevoegdheden en wijzigingsbevoegdheden zijn zoveel mogelijk per bestemming opgenomen. Hierdoor wordt direct per bestemming inzicht geboden in de eventuele afwijkingsmogelijkheden en de toegankelijkheid van het bestemmingsplan bevorderd.
CONCEPT-VASTGESTELD
Crijns Rentmeesters bv
51
Bestemmingsplan ‘Steegstraat 19 en Achterweg 3 Someren’ - Toelichting
5.4
Toelichting bestemmingen
5.4.1 Agrarisch De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarische doeleinden. Op deze gronden mogen geen gebouwen worden opgericht.
5.4.2 Verkeer De voor ‘Verkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor verharde wegen, wegverkeer, straatmeubilair, ontsluitingen, groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, infiltratievoorzieningen en voorzieningen voor riolering.
5.4.3 Wonen De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor woondoeleinden, een aan-huis-verbonden beroep als ondergeschikte functie bij deze woondoeleinden, parkeren, tuin en erf bij deze woning en voor water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – ruimte voor ruimte’ wordt een Ruimte voor Ruimte woning toegestaan met een inhoud van maximaal 900 m³. De overige woning is een voormalige bedrijfswoning die wordt her bestemd tot reguliere burgerwoning.
5.4.4 Waarde – Archeologie 4 De voor ‘Waarde - Archeologie 4’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden.
CONCEPT-VASTGESTELD
Crijns Rentmeesters bv
52
Bestemmingsplan ‘Steegstraat 19 en Achterweg 3 Someren’ - Toelichting
6
FINANCIËLE EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID
6.1
Economische uitvoerbaarheid en Grexwet
Op 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening in werking getreden. In deze wet is bepaald dat een gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel, die mogelijkheden biedt voor de bouw van één of meer hoofdgebouwen, verplicht is maatregelen te nemen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. De beoogde ontwikkeling heeft geen betrekking op de toevoeging van één hoofdgebouw, waarmee de Grexwet niet van toepassing is. Met herbestemming van het plangebied wordt een voormalige agrarische bedrijfslocatie herbestemd naar een passende andere herbestemming. Dit is noodzakelijk voor een toekomst bestendig gebruik van de bestemming. Het plan is economisch uitvoerbaar voor de initiatiefnemer.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het plan wordt door de initiatiefnemer toegelicht aan de omgeving. Dit bestemmingsplan wordt conform de wettelijke vereisten kenbaar worden gemaakt. Naar aanleiding van zienswijzen op het bestemmingsplan vindt een heroverweging op deze onderdelen plaats en kan besloten worden het bestemmingsplan op een aantal punten te wijzigen.
6.3
Wettelijk vooroverleg
Volgens artikel 3.1.1 Bro pleegt het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling daarover overleg met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen, en diensten van provincie en Rijk, die betrokken zijn met de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De provincie Noord-Brabant en waterschap Aa en Maas zijn in het kader van deze procedure betrokken in het vooroverleg.
6.4
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 25 maart 2022 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze termijn zijn drie zienswijzen ingediend. Twee van de zienswijzen hebben geleid tot een wijziging van dit bestemmingplan. Een samenvatting van de zienswijzen en een beantwoording hiervan is opgenomen in het zienswijzenverslag.
CONCEPT-VASTGESTELD
Crijns Rentmeesters bv
53