CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

10d. Nota van zienswijzen bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 4

Gemeenteraad 15 december 2022, gemeente SomerenBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 440.794 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Nota van zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied – Deelgebied 4

Nota van zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied - Deelgebied 4

Titel:

Nota van zienswijzen

Datum:

7 november 2022

Zaaknummer: 200377250

Inhoudsopgave 1.

Overzicht van de gevolgde procedure ............................................................................ 3

1.1

Object van inspraak en vooroverleg ......................................................................... 3

1.2

Subject van inspraak en vooroverleg ........................................................................ 3

1.3

Procedure ............................................................................................................. 3

1.4

Ingekomen zienswijzen .......................................................................................... 4

2.

Beantwoording zienswijzen .......................................................................................... 6

2.1

Appellant 1 – Herselseweg 37a ................................................................................ 6

2.2

Appellant 2 – Perceel U540 ..................................................................................... 7

2.3

Appellant 3 – Eindje 8 ............................................................................................ 9

2.4

Appellant 4 – Varenschutseweg 21.......................................................................... 11

2.5

Appellant 5 – Stipdonk 18 ...................................................................................... 16

2.6

Appellant 6 – Herselseweg 40 ................................................................................ 18

2.7

Appellant 7 – Broekkant 13a .................................................................................. 19

2.8

Appellant 8 – Herselseweg 39 ................................................................................ 21

2.9

Appellant 9 – Achterbroek 18 ................................................................................. 22

2.10

Appellant 10 – Herselseweg 19 ............................................................................... 27

2.11

Appellant 11 – Herselseweg 1 ................................................................................ 30

2.12

Appellant 12 – perceel P 159 .................................................................................. 32

2.13

Appellant 13 – Achterbroek 24a .............................................................................. 35

2.14

Appellant 14 – perceel P 193 .................................................................................. 43

2.15

Appellant 15 – Broekkant 13b ................................................................................ 48

2.16

Appellant 16 – Achterbroek 26, Achterbroek 32-34, Achterbroek 33, Herselseweg 14 en

Kerkenhuis 5................................................................................................................... 49 2.17

Appellant 17 – Winkelstraat 6................................................................................. 54

2.18

Appellant 18 – Achterbroek 5 en 5a ........................................................................ 54

2.19

Appellant 19 – Achterbroek 28 ............................................................................... 59

2.20

Appellant 20 – Groenebeemdweg 64 ....................................................................... 62

2.21

Appellant 21 – Verhagenstraat 12 ........................................................................... 64

2.22

Appellant 22 – Achterbroek 18-20 .......................................................................... 64

2.23

Appellant 23 – Winkelstraat 18 ............................................................................... 71

2.24

Appellant 24 – Oude Goorenweg 6 .......................................................................... 75

2.25

Appellant 25 – Broekkant 4 .................................................................................... 75

2.26

Appellant 26 – Gebergte 6 ..................................................................................... 81

2.27

Appellant 27 – Lungendonk 22 ............................................................................... 86

2.28

Appellant 28 – Perceel P 14.................................................................................... 89

2.29

Appellant 29 – Lungendonk 14-14a ......................................................................... 92

2.30

Appellant 30 – Perceel U 143 ................................................................................. 93

2.31

Appellant 31 – Verhagenstraat 18 ........................................................................... 94

2.32

Appellant 32 – Veldweg 20..................................................................................... 94

2.33

Appellant 33 – Eindje 6 ......................................................................................... 95

2.34

Appellant 34 – Winkelstraat 13 ............................................................................... 99

2.35

Appellant 35 – Steemertseweg 11......................................................................... 101

2.36

Appellant 36 – Kerkenhuis 9 ................................................................................ 102

1

2.37

Appellant 37 – Hersel 2 ....................................................................................... 103

2.38

Appellant 38 – Winkelstraat 12 ............................................................................. 104

Wettelijke overlegpartners................................................................................................. 105 2.39

Zienswijze Provincie Noord-Brabant ...................................................................... 105

3.

Conclusie ................................................................................................................ 109

4.

Overzicht van de aanpassingen .................................................................................. 111

a.

Regels ............................................................................................................... 111

b.

Verbeelding........................................................................................................ 113

c.

Toelichting ......................................................................................................... 114

Bijlagen .......................................................................................................................... 117

2

1.

Overzicht van de gevolgde procedure

1.1

Object van inspraak en vooroverleg

Object van zienswijzen is het ontwerpbestemmingsplan “Buitengebied – Deelgebied 4”, met het identificatienummer NL.IMRO.0847.BP02021009-OW01.

1.2

Subject van inspraak en vooroverleg

Inspraak is verleend aan ingezetenen van de gemeente Someren en overige belanghebbenden. Daarnaast is aan de wettelijke vooroverlegpartners de mogelijkheid geboden om hun reactie kenbaar te maken.

1.3

Procedure

De wijze waarop inspraak wordt gegeven, is geregeld in de inspraakverordening van de gemeente Someren, vastgesteld op 27 februari 2008. Op de inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van donderdag 19 mei 2022 gedurende zes weken ter inzage gelegen. De termijn voor het indienen van zienswijzen is aangevangen op vrijdag 20 mei en is geëindigd op vrijdag 1 juli 2022. Hiervan is kennis gegeven op de gemeentelijke website, in het plaatselijke nieuws- en advertentieblad “’t Contact” en de Staatscourant van donderdag 19 mei 2022. Gedurende de termijn van terinzagelegging konden ingezetenen van de gemeente Someren en belanghebbenden schriftelijk en/of mondeling een zienswijzen omtrent het ontwerpbestemmingsplan naar voren brengen bij het college van burgemeester en wethouders. Daarnaast is gelijktijdig het wettelijk vooroverleg op grond van artikel 3.1.1. Bro gevoerd.

3

1.4

Ingekomen zienswijzen

Gedurende de termijn zijn de volgende schriftelijke zienswijzen ingekomen: -

Zienswijze inzake Herselseweg 37a, 5715 PJ te Lierop, d.d. 20 mei 2022, ontvangen 23 mei 2022 (bijlage 1);

-

Zienswijze inzake perceel U540, te Lierop, d.d. 24 mei 2022, ontvangen 24 mei 2022 (bijlage 2);

-

Zienswijze inzake Eindje 8, 5715 PK te Lierop, ontvangen 24 mei 2022 (bijlage 3);

-

Zienswijze inzake Varenschutseweg 21, 5715 PB te Lierop, d.d. 1 juni 2022, ontvangen 7 juni 2022 (bijlage 4);

-

Zienswijze inzake Stipdonk 18, 5715 PC te Lierop, d.d. 8 juni 2022, ontvangen 9 juni 2022 (bijlage 5);

-

Zienswijze inzake Herselseweg 40, 5715 PJ te Lierop, d.d. 13 juni 2022, ontvangen 14 juni 2022 (bijlage 6);

-

Zienswijze inzake Broekkant 13a, 5715 PR te Lierop, d.d. 15 juni 2022, ontvangen 15 juni 2022 (bijlage 7);

-

Zienswijze inzake Herselseweg 39, 5715 PJ te Lierop, d.d. 20 juni 2022, ontvangen 22 juni 2022 (bijlage 8);

-

Zienswijze inzake Achterbroek 18-20, 5715 BM te Lierop, 17 juni 2022, ontvangen 24 juni 2022 (bijlage 9);

-

Zienswijze inzake Herselseweg 19, 5715 PJ te Lierop, d.d. 22 juni 2022, ontvangen 24 juni 2022 (bijlage 10).

-

Zienswijze inzake Herselseweg 1, 5715 BN te Lierop, d.d. 23 juni 2022, ontvangen 24 juni 2022 (bijlage 11).

-

Zienswijze inzake perceel P 159, te Lierop, d.d. 26 juni 2022, ontvangen 27 juni 2022 (bijlage 12).

-

Zienswijze inzake Achterbroek 24a, 5715 BM te Lierop, d.d. 27 juni 2022, ontvangen 27 juni 2022 en aangevuld 12 juli 2022 (bijlage 13a en 13b).

-

Zienswijze inzake perceel P 193, te Lierop, d.d. 26 juni 2022, ontvangen 28 juni 2022 (bijlage 14).

-

Zienswijze inzake Broekkant 13b, 5715 PR te Lierop, d.d. 27 juni 2022, ontvangen 28 juni 2022 (bijlage 15).

-

Zienswijze inzake Achterbroek 26, Achterbroek 32-34, Achterbroek 33, Herselseweg 14 en Kerkenhuis 5, te Lierop, d.d. 28 juni 2022, ontvangen 28 juni 2022 en aangevuld 14 juli 2022 (bijlage 16a en 16b).

-

Zienswijze inzake Winkelstraat 6, 5715 PN te Lierop, d.d. 24 juni 2022, ontvangen 26 juni 2022 (bijlage 17).

-

Zienswijze inzake Achterbroek 5 en Achterbroek 5a, 5715 BM te Lierop, d.d. 27 juni 2022, ontvangen 29 juni 2022 (bijlage 18).

-

Zienswijze inzake Achterbroek 28, 5715 BM te Lierop, d.d. 27 juni 2022, ontvangen 29 juni 2022 (bijlage 19).

-

Zienswijze inzake Groenebeemdweg 64, 5715 PS te Lierop, d.d. 27 juni 2022, ontvangen 29 juni 2022 (bijlage 20).

-

Zienswijze inzake Verhagenstraat 12, 5715 BL te Lierop, d.d. 5715 BL, d.d. 28 juni 2022, ontvangen 29 juni 2022 (bijlage 21).

4

-

Zienswijze inzake Achterbroek 18-20, 5715 BM te Lierop, d.d. 28 juni 2022, ontvangen 29 juni 2022 (bijlage 22).

-

Zienswijze inzake Winkelstraat 18, 5715 PN te Lierop, d.d. 28 juni 2022, ontvangen 29 juni 2022 (bijlage 23).

-

Zienswijze inzake Oude Goorenweg 6, 5715 PH te Lierop, d.d. 28 juni 2022, ontvangen 29 juni 2022 en aangevuld 12 juli 2022 (bijlage 24a en 24b).

-

Zienswijze inzake Broekkant 4, 5715 PR te Lierop, d.d. 28 juni 2022, ontvangen 29 juni 2022 en aangevuld 14 juli 2022 (bijlage 25a en 25b).

-

Zienswijze inzake Gebergte 6, 5715 PM te Lierop, d.d. 29 juni 2022, ontvangen 29 juni 2022 (bijlage 26).

-

Zienswijze inzake Lungendonk 22, 5715 PA te Lierop, d.d. 29 juni 2022, ontvangen 30 juni 2022 (bijlage 27).

-

Zienswijze inzake perceel P 14, te Lierop, d.d. 29 juni 2022, ontvangen 30 juni 2022 (bijlage 28).

-

Zienswijze inzake Lungendonk 14-14a, 5715 PA te Lierop, d.d. 29 juni 2022, ontvangen 30 juni 2022 en aangevuld 15 juli 2022 (bijlage 29a en 29 B).

-

Zienswijze inzake Eendenpoel 14, 5731 PH te Mierlo, d.d. 30 juni 2022, ontvangen 30 juni 2022 (bijlage 30).

-

Zienswijze inzake Verhagenstraat 18, 5715 BL te Lierop, d.d. 29 juni 2022, ontvangen 1 juli 2022 (bijlage 31).

-

Zienswijze inzake Veldweg 20, 5715 PP te Lierop, d.d. 29 juni 2022, ontvangen 1 juli 2022 (bijlage 32).

-

Zienswijze inzake Eindje 6, 5715 PK te Lierop, d.d. 30 juni 2022, ontvangen 1 juli 2022 (bijlage 33).

-

Zienswijze inzake Winkelstraat 13, 5715 PN te Lierop, d.d. 1 juli 2022, ontvangen 1 juli 2022 (bijlage 34a en 34b).

-

Zienswijze inzake Steemertseweg 11, 5715 BK te Lierop, d.d. 6 juli 2022, ontvangen 6 juli 2022 (bijlage 35).

-

Zienswijze inzake Kerkenhuis 9, 5715 BP te Lierop, d.d. 6 juli 2022, ontvangen 7 juli 2022 (bijlage 36).

-

Zienswijze inzake Hersel 2, 5715 PL te Lierop, d.d. 23 juni 2022, ontvangen 12 juli 2022 (bijlage 37).

-

Zienswijze inzake Winkelstraat 12, 5715 PN te Lierop, d.d. 29 juni 2022, ontvangen 15 juli 2022 (bijlage 38). Van de wettelijke vooroverlegpartners (artikel 3.1.1. Bro) zijn daarnaast reacties ontvangen:

-

Provincie Noord-Brabant, postbus 90151, 5200 MC ’s-Hertogenbosch (bijlage 39);

5

2. 2.1

Beantwoording zienswijzen Appellant 1 – Herselseweg 37a Zienswijze

Gemeentelijke beantwoording

Zienswijze inzake Herselseweg 37a, 5715 PJ te Lierop, d.d. 20 mei 2022, ontvangen 23 mei 2022 2.1.1

Appellant verwijst naar het proces rondom zijn locatie in

Met appellant is het gesprek gevoerd over de gemeentelijke en provinciale

relatie tot het opstellen van het ontwerpbestemmingsplan.

reactie op het principeverzoek om de bestemming op de locatie te wijzigen van

Daarbij is namens appellant een principeverzoek ingediend

‘Recreatie’ naar ‘Wonen’. Aangegeven is dat de gewenste ontwikkeling niet

met als doel om van het college van burgemeester en

passend is binnen gemeentelijk en provinciaal beleid. Daarbij is ook toegelicht

wethouders een principe-uitspraak te krijgen over de door

dat eventueel afgeweken kan worden van provinciaal beleid, waarbij het huidige

appellant gewenste ontwikkeling. Deze ontwikkeling behelst feitelijke gebruik kan worden geëerbiedigd. Het is hierbij dan echter wel het wijzigen van de bestemming ‘Recreatie’ naar ‘Wonen’.

noodzakelijk dat kan worden aangetoond dat handhavend optreden wegens het

Appellant verwijst naar de gemeentelijk reactie op dit

strijdige gebruik met het bestemmingsplan op voorhand niet mogelijk is.

verzoek met daarbij het standpunt van de provincie NoordBrabant.

Appellant is uitgelegd dat de gemeente momenteel van mening is dat weldegelijk kan worden gehandhaafd op het met het bestemmingsplan strijdige gebruik,

Appellant is van mening dat de (nieuwe) gemeenteraad van zijnde de permanente bewoning van een vakantiewoning. Uit geen van de de gemeente Someren een uitspraak kan doen over de

aangeleverde documenten blijkt dat de gemeente hier een ander standpunt over

doelmatigheid en evenredigheid van handhavend optreden

inneemt. Ook is appellant uitgelegd dat de gemeente momenteel nog geen

tegen de strijdige situatie. Ook nu, naar mening van

concrete inschatting kan maken of handhavend optreden tegen de strijdige

appellant, vaststaat dat de gemeente zelf heeft aangegeven bewoning evenredig en doelmatig is. Normaliter zal een bestuursrechter hier dat in deze situatie (vakantiehuis buitengebied) niet

uitspraak over moeten doen.

gehandhaafd wordt/werd. Aan appellant is toegelicht dat er een vergelijkbare casus is welke eerst dient te worden afgewacht, alvorens er een concreet standpunt kan worden ingenomen inzake de situatie op het perceel van appellant. De verglijkbare casus kan mogelijk inzicht geven in de doelmatigheid en evenredigheid van het handhavend optreden tegen een dergelijk strijdige situatie.

6

Appellant geeft aan van mening te zijn dat vaststaat dat de gemeente heeft aangegeven dat in deze situatie (vakantiehuis buitengebied) niet gehandhaafd wordt/werd. Echter dient deze conclusie van appellant enigszins genuanceerd te worden. De gemeente heeft nooit uitgesproken dat er in de toekomst niet gehandhaafd zal worden tegen de met het bestemmingsplan strijdige situatie. Wel is aangegeven dat er eerst zal worden bezien hoe de verglijkbare casus zich ontwikkeld en of deze casus kan helpen bij het innemen van een standpunt over de doelmatigheid en evenredigheid van het handhavend optreden. Wanneer de gemeente handhavend dient op te treden tegen de geconstateerde strijdigheid, zal de gemeente in beginsel verplicht zijn dit tot uitvoering te brengen.

2.2

Appellant 2 – Perceel U540 Zienswijze

Gemeentelijke beantwoording

Zienswijze inzake perceel U540, te Lierop, d.d. 24 mei 2022, ontvangen 24 mei 2022 2.2.1

Appellant geeft aan de beantwoording van de

Het betreurt ons dat appellant het pertinent oneens is met de eerdere

inspraakreactie te hebben ontvangen en het pertinent

gemeentelijke beantwoording op de inspraakreactie van appellant.

oneens te zijn met de gemeentelijke beantwoording onder

De gemeente blijft echter van mening dat de door appellant veronderstelde fout

2.19.2. Dit betrof het punt over onjuiste kadastrale

in de kadastrale begrenzing niet is toe te rekenen aan de gemeente.

begrenzing perceel U540 tussen bos en weiland.

De zienswijze van appellant veronderstelt dat appellant er van uit gaat dat de gemeente verantwoordelijk is voor het opstellen van de kadastrale grenzen en

Allereerst vraagt appellant zich af of de gemeente het

eigendommen. Dit is echter niet het geval. Krachtens de wet wordt het kadaster

serieus meent dat, op het moment dat de kadastrale

van overheidswege bijgehouden in een openbaar register van registergoederen,

grenzen niet correct zijn ingetekend, appellant contact

waaronder onroerende zaken, en de daarop gevestigde rechten. Het Kadaster is

dient op te nemen met het Kadaster. Appellant geeft aan

de dienst die dit openbare register bijhoudt. De kadastrale grens wordt bij het

dat de gemeente zelf het perceel in 1985 verkocht heeft

ontstaan van een perceel vastgelegd bij het Kadaster. Appellant zal zich dan ook

met dezelfde onjuiste kadastrale begrenzing. Appellant

tot het Kadaster dienen te wenden wanneer appellant een fout constateert in het

vindt het opmerkelijk dat deze fout uit het verleden nu door register, ofwel de kadastrale kaart waarop het perceel van appellant is de gemeente als verantwoordelijkheid van appellant wordt

weergegeven.

beschouwd. Appellant is dan ook van mening dat de

7

gemeente aan zet is om de in 1985 onjuist gehanteerde

De gemeente is niet bevoegd om op basis van de informatie van appellant een

kadastrale begrenzing nu te corrigeren.

afweging te maken of er daadwerkelijk een fout is gemaakt in de door het Kadaster aangemerkte percelen en de grenzen tussen deze percelen. Daar komt bij dat de gemeente voor nu ook geen aanleiding ziet om deze grens te wijzigen, aangezien de strook waar appellant op doelt op basis van het kadastrale register aan de gemeente toebehoort. Zoals aangegeven in de beantwoording op de inspraakreactie van appellant kan appellant eventueel aanspraak maken op verjaring, indien de gronden al geruime tijd op de huidige wijze onveranderd in gebruik zijn. Dit betreft een apart traject, wat appellant, los van de zienswijze in zal moeten zetten. Daar volgt een aparte beoordeling van en besluitvormingsproces op. Om verjaring van de gronden aan te tonen is appellant zelf aan zet. De grond komt niet automatisch op naam te staan van appellant. Dit dient te geschieden via een verklaring die de notaris moet inschrijven. Kosten van deze tenaamstelling zijn voor appellant. De gemeente is hiervoor niet aan zet.

2.2.2

Daarnaast geeft appellant aan de eerdere gemeentelijke

Zoals ook in onze beantwoording van de inspraakreactie aangegeven, staat de

beantwoording niet te begrijpen. De gemeente heeft

kadastrale indeling van percelen los van het bestemmingsplan. Op basis van de

aangegeven dat de bestemmingsplanherziening geen

kadastrale gegevens is duidelijk dat een deel van het perceel U459, kadastraal in

invloed heeft op de kadastrale grenzen en eigendommen.

eigendom van de gemeente Someren, gebruikt wordt door appellant.

Appellant is echter van mening dat het initiatief en

Bestemmingsplanmatig is dit gedeelte van perceel U459 bestemd als ‘Agrarisch

opdracht voor deze herziening bestemmingsplannen vanuit

met waarden - Landschapswaarden’. Het huidige gebruik door appellant, zijnde

de gemeenteraad komt, juist om alle niet kloppende

weidegebied voor de pony’s, van dit deel van het perceel is dan ook niet in strijd

begrenzingen, eigendommen en opstallen opnieuw in kaart

met het bestemmingsplan. Uiteraard met uitzondering van de strijdig aanwezige

te brengen en op een juiste wijze op te nemen in de nieuwe bebouwing. bestemmingsplannen zoals het nu voorliggende Deelgebied 4.

Er bestaat dan ook geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Het voorliggende plan gaat namelijk enkel en alleen over het gebruik en de

Appellant voert een aantal argumenten aan op basis

bouwmogelijkheden binnen de bepaalde bestemmingen. Het wijzigen van

waarvan appellant van mening is dat de gemeente moet

eigendommen maakt hier geen onderdeel van uit.

werken aan een herbegrenzing van de kadastrale percelen. Appellant is van mening dat doordat de onjuiste kadastrale

Zoals ook onder 2.2.1 aangegeven kan appellant eventueel aanspraak maken op

begrenzing nu is geconstateerd, het nu het beste moment

verjaring, indien de gronden al geruime tijd op de huidige wijze onveranderd in 8

is om tijdens de komende herziening van het

gebruik zijn. Om dit aan te tonen is appellant zelf aan zet en dit betreft een apart

bestemmingsplan deelgebied 4 de juiste perceelsgrens

traject, los van deze zienswijze op voorliggend bestemmingsplan. Indien

tussen bosperceel U459 en weiland U540, ook kadastraal

appellant aanspraak wil maken op verjaring van de grond zal appellant zorg

opnieuw vast te leggen. Appellant geeft aan dit belangrijk

moeten dragen voor een verklaring die de notaris moet inschrijven.

te vinden aangezien beide eigenaren gebaat zijn bij een juiste kadastrale begrenzing, dus zowel de gemeente als eigenaar van het bos alsmede appellant als eigenaar van het weiland. Omdat het initiatief en de behoefte tot herziening van het bestemmingsplan vanuit de gemeente komt en ook het feit dat de gemeente er onterecht van uit gaat dat appellant als eigenaar een strook grond in gebruik heeft (de bolvormige strook weiland met daarop de schuilgelegenheid) van de gemeente Someren, lijkt het appellant alleszins redelijk dat de gemeente Someren de noodzakelijke aanpassing van de kadastrale begrenzing voor haar rekening zal nemen. 2.2.3

Appellant geeft aan verheugd te zijn dat het college

Zoals door appellant aangegeven is het verzoek van appellant om een

aangegeven heeft, om een gedoogverzoek in behandeling

schuilgelegenheid te gedogen in behandeling genomen. Zodra hierover meer

te nemen. Appellant hoopt van harte dat er gezamenlijk

duidelijkheid is, zal met appellant hierover in contact getreden worden.

een duidelijke gedoogafspraak overeen gekomen kan

Overigens wil het in behandeling nemen van het verzoek niet zeggen dat het

worden, waardoor appellant nog een aantal jaren de

verzoek ook daadwerkelijk gehonoreerd wordt. Het college zal eerst gaan

gelegenheid heeft om een grote, zorgzame en dierbare

onderzoeken wat de situatie is, alvorens zij een besluit zullen nemen.

hobby te kunnen blijven uitoefenen.

2.3

Appellant 3 – Eindje 8 Zienswijze

Gemeentelijke beantwoording

Zienswijze inzake Eindje 8, 5715 PK te Lierop, ontvangen 24 mei 2022 2.3.1

Appellant kan zich niet vinden in de gemeentelijke

Appellant geeft aan dat in de jaren 80 het verharde pad waarschijnlijk is

beantwoording omtrent de asfaltweg gelegen op agrarische

aangelegd. Toen was het geldende bestemmingsplan het bestemmingsplan

grond. Deze asfaltweg is volgens appellant waarschijnlijk in

Buitengebied 1976. Vervolgens is de verharding onder het overgangsrecht 9

de jaren 80 gelegd. Appellant geeft aan dat de weg vanaf

gebracht in het bestemmingsplan van 1998 met de bedoeling dat de verharding

de openbare weg nauwelijks zichtbaar is. Een deel van de

verwijderd zou worden. De verharding is toen niet positief bestemd. In het

weg ligt niet op het perceel van appellant. Daarnaast geeft

bestemmingsplan van 1998 is opgenomen dat verharding groter dan 200 m² niet

appellant aan dat het verwijderen van het asfalt handen vol zonder vergunning is toegestaan. In het huidige bestemmingsplan Buitengebied geld kost en milieuonvriendelijk en volkomen onnodig is.

2011 is de verharding wederom niet positief bestemd, waardoor de verharding

Een argument van de gemeente zou zijn dat zonder een

verwijderd had moeten zijn. Op basis van het huidige bestemmingsplan is de

omgevingsvergunning deze asfaltweg is aangelegd en

verharding tevens niet toegestaan zonder omgevingsvergunning. Aangezien voor

derhalve verwijderd dient te worden. Appellant vindt dit te

de oppervlakteverharding geen vergunning is aangevraagd, blijft de verharding

simpel geredeneerd, mede gezien het feit dat appellant niet in strijd met het bestemmingsplan. Het gegeven dat appellant niet degene is degene is geweest die de opdracht heeft gegeven om deze

geweest die opdracht heeft gegeven tot het aanleggen van de verharding doet

asfaltweg aan te leggen.

daar niets aan af. Het is namelijk de plicht van een kopende partij om te onderzoeken of alle voorzieningen legaal zijn aangelegd/opgericht. Wij zien hiervoor dan ook geen legalisatiemogelijkheden. Dit geldt tevens voor het naastliggende perceel, waartegen ook handhavend kan worden opgetreden.

2.3.2

In de gemeentelijke beantwoording van de inspraakreacties Omtrent het standpunt van appellant over de menselijke maat zijn wij van staat in 2.15.1, dat het betreurd wordt dat in het verleden

mening dat wij die zo veel mogelijk toepassen, wanneer dat passend is binnen de

niet voldoende toezicht is geweest en verder helemaal

beleidskaders. Ook in het geval van appellant hebben we meerdere strijdige

niets. Volgens appellant betekent dit niet dat alles zo maar

zaken opgelost in het bestemmingsplan. De verharding is sinds het aanleggen

in zijn schoenen kan/moet worden geschoven, omdat de

ervan al illegaal. Het is helaas (en gelukkig voor appellant) alleen niet eerder

gemeente ruim 40 jaren verzuimd heeft om controle uit te

door onze toezichthouders geconstateerd, dan wel niet eerder door de afdeling

voeren en te handhaven. Appellant vindt het beschamend

Handhaving geprioriteerd, waardoor niet eerder daartegen is opgetreden.

dat zonder blikken of blozen, want regel is regel aldus de

Daaraan kunnen geen rechten worden ontleend.

gemeente, alles op de burger wordt afgeschoven. Waar is die menselijke maat waar steeds weer over gesproken en geschreven wordt.

10

2.4

Appellant 4 – Varenschutseweg 21 Zienswijze

Gemeentelijke beantwoording

Zienswijze inzake Varenschutseweg 21, 5715 PB te Lierop, d.d. 1 juni 2022, ontvangen 7 juni 2022 2.4.1

Appellant geeft aan dat het aantal aanduidingen toeneemt

De gemeente Someren heeft de verplichting om de regelingen uit de Interim

en dat in de ogen van de belanghebbende het aantal

Omgevingsverordening Noord-Brabant over te nemen, zodat er voldaan wordt

beperkingen ook toeneemt. Volgens appellant zijn de

aan provinciale regelgeving. Naar inziens van de gemeente zijn de regelingen op

aangeduide werkingsgebieden in de Interim

correcte wijze overgenomen en zorgen de overgenomen regelingen niet voor

Omgevingsverordening van Noord-Brabant van hoger

extra beperkingen. De gemeente ziet op basis hiervan geen reden om de

abstractieniveau dan dat van een individueel niveau

aanduiding(-en) aan te passen. Immers geldt de regeling ook op basis van de

ingetekend. Appellant geeft aan dat de vertaling van

provinciale Interim Omgevingsverordening. De gemeente ziet ook geen

provinciale naar lokale regelgeving zorgvuldig dient te

aanleiding om de grenzen van de werkingsgebieden aan te passen.

geschieden. Appellant wijst op artikel 6.2 uit de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. In artikel 6.2 van de verordening is geregeld dat het college van burgemeester en wethouders een verzoek tot wijziging van de grens van een werkingsgebied kunnen doen. Dit artikel maakt dus een nadere afweging en afstemming over een specifieke situatie mogelijk. Ook daar waar sprake is van rechtstreeks werkende regels bevat de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant mogelijkheden tot ontheffing/afwijking. (Afdeling 6.2 van de omgevingsverordening). 2.4.2

Appellant geeft aan dat de grens van de aanduiding

De in gebruik zijnde stal is op basis van vergund recht legaal aanwezig. Deze stal

‘overige zone - groenblauwe mantel’ dwars door een in

is niet in strijd met de regels van het nieuwe bestemmingsplan. Tevens is deze

gebruik zijnde stal is gelegen. Volgens de plantoelichting

stal niet in strijd met de aanduiding ‘overige zone – groenblauwe mantel’. Deze

(paragraaf 4.8.2, pagina 35) zijn de waarden in de

aanduiding is immers een aanvulling op de regels. Hoewel de waarden, zoals

groenblauwe mantel vaak gekoppeld aan

benoemd uit de toelichting, momenteel niet aanwezig zijn op de stal, kan dit in

landschapselementen (zoals houtwallen en heggen), het

de toekomst mogelijk wel het geval zijn. Zo is in de regels aangegeven dat bij

watersysteem (zoals de aanwezigheid van kwel) en het

nieuwe ontwikkelingen ook voldaan moet worden aan de voorwaarden die

voorkomen van bijzondere planten en dieren. Appellant ziet gesteld worden in de regeling bij de aanduiding ‘overige zone – groenblauwe 11

niet in dat deze waarden op het agrarische bedrijfsperceel

mantel’. De gemeente ziet gelet op de toepassing van het provinciale beleid en

aanwezig zijn en stelt derhalve vragen bij de juiste

gelet op toekomstige ontwikkelingen niet in dat de begrenzing van de aanduiding

ligging/begrenzing van de gebiedsaanduiding 'overige zone

moet worden aangepast. Immers draagt deze regeling bij aan positieve

- groenblauwe mantel’.

ontwikkeling omtrent de ruimtelijke kwaliteit.

Volgens appellant betoogt de gemeente niet waarom in dit

Omtrent de handhaving is de regeling die gekoppeld is aan de aanduiding

geval sprake is van goede ruimtelijke ordening noch dat

‘overige zone – groenblauwe mantel’ niet in strijd met de vergunde stal of

hier sprake is van zorgvuldige totstandkoming en weging

omliggende gronden. De regeling is immers een aanvulling op de regels en

van belangen. Het resultaat is dat hier voor

neemt geen vergunde rechten af. De gemeente ziet dan ook niet in dat de

belanghebbende een ongewenste situatie dreigt te

aanduiding ‘overige zone – groenblauwe mantel’ leidt tot problemen bij de

ontstaan. Van een evenwichtige toedeling van functies aan

uitvoering en handhaving van de regelingen binnen een bedrijfsperceel.

een locatie (eis uit de komende Omgevingswet) is in dit geval géén sprake. In praktische zin betekent dit grote

Omtrent toekomstige ontwikkelingen geldt op basis van de Interim

problemen bij de uitvoering én handhaving van

Omgevingsverordening Noord-Brabant dat er voldaan moet worden aan de

verschillende regelingen binnen één bedrijfsperceel en zelfs

provinciale regeling voor de Groenblauwe mantel. De gemeente neemt geen

op gebouw-niveau. Tevens geeft appellant aan dat bij de

extra beperkingen op in deze regeling, waardoor de gemeente niet in ziet dat de

handhaving van gemeentelijke regels de voorgestelde

regeling een toekomstbestendige bedrijfsvoering in de weg staat. Gelet op

huidige planregeling tot problemen leiden.

bovenstaande wordt de aanduiding ‘overige zone – groenblauwe mantel’ ongewijzigd opgenomen.

Appellant moet dan ook concluderen dat hierdoor een onacceptabele ‘scheiding' op zijn perceel wordt gelegd dat zal leiden tot interpretatie-conflicten en als onterecht aan te merken kostenverhogende aspecten. Eerstens doet het geen recht aan de feitelijke situatie op zijn agrarische bedrijfsperceel. Ten tweede zal dit ook een toekomstbestendige bedrijfsvoering in de weg staan. Appellant vraagt zich af op welke wijze deze regels op zijn perceel en stal van toepassing kunnen zijn. Appellant verzoekt om de aanduiding ‘overige zone groenblauwe mantel’ van de percelen van appellant te verwijderen en hiertoe een verzoek neer te leggen bij de 12

provincie Noord-Brabant in het kader van de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan. Belanghebbende is hiertoe niet gerechtigd en afhankelijk van uw medewerking. 2.4.3

Appellant vraagt zich af waarom uit de inventarisatie, welke Op 22 augustus 2019 heeft de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) de vooraf zou moeten gaan aan de opstelling van een nieuw

controle uitgevoerd. Na de controle is rond 2021 de meest zuidelijke sleufsilo

bestemmingsplan, niet is gebleken dat de meest zuidelijke

opgericht. Het is dan ook logisch dat uit de inventarisatie van de ODZOB niet is

sleufsilo zich niet volledig binnen het toegekende

gebleken dat de meest zuidelijke sleufsilo zich niet volledig binnen het

bestemmingsvlak en daar geldende bouw- en

bestemmingsvlak is gelegen, aangezien deze sleufsilo op het moment van de

gebruiksregels bevindt.

controle niet aanwezig was.

De betreffende sleufsilo is gedeeltelijk gelegen binnen de

In de brief van 21 juni 2021 heeft de gemeente appellant geïnformeerd dat een

bestemming ‘Agrarisch met waarden - abiotische waarden’.

aantal sleufsilo’s gedeeltelijk buiten het bestemmingsvlak zijn gelegen. Deze

Het voorliggende bestemmingsplan bevat een

sleufsilo’s zijn zonder vergunning en in strijd met het bestemmingsplan

wijzigingsbevoegdheid naar de bestemming 'Agrarisch -

aanwezig. Tevens vallen de sleufsilo’s niet onder het overgangsrecht, aangezien

Agrarisch Bedrijf’. Binnen deze laatste bestemming zijn

op het moment van oprichten het al niet was toegestaan om deze zonder

sleufsilo’s toegestaan en vergunbaar.

vergunning op te richten. De gemeente ziet dan ook geen reden om het bestemmingsvlak ambtshalve aan te passen.

Belanghebbende verbindt hieraan de voorzichtige conclusie dat de gemeente niet geheel onwelwillend staat tegen de

Wij zien wel mogelijkheden om deze strijdigheid op te lossen in het nieuwe

aanwezigheid van een sleufsilo net buiten zijn huidige

bestemmingsplan. Hiervoor dient het bestemmingsvlak van vorm te worden

'bouwvlak' (bestemming 'Agrarisch - Agrarisch Bedrijf’).

veranderd. Op basis van de gemeentelijke Landschapsinvesteringsregeling 2020 (LIR) wordt dit gezien als een ontwikkeling in categorie 2. Daarbij dient er een

Appellant stelt dan ook voor om bij de vaststelling van

kwaliteitsverbetering in het landschap te worden gedaan in de vorm van een

voorliggend plan over te gaan tot een grenscorrectie van de goede landschappelijke inpassing van het perceel. Indien appellant het bestemming 'Agrarisch - Agrarisch Bedrijf’, zodat de

bestemmingsvlak wil vergroten wordt dit gezien als een categorie 3-ontwikkeling

sleufsilo’s binnen het bestemmingsvlak liggen.

van de LIR en dient er een ruimtelijke onderbouwing te worden ingediend die aantoont dat de ontwikkeling geen gevolgen heeft op een aanvaardbaar woon-

Belanghebbende ziet niet in waarom een dergelijke

en leefklimaat. Daarnaast dient er te worden onderbouwd dat de vergroting van

grenscorrectie gepaard moet gaan met het opleggen van

het bestemmingsvlak noodzakelijk is. Voor de aanpassing van het

leges en opstelling en uitvoering van een landschappelijk

bestemmingsplan dienen legeskosten betaald te worden. Met appellant is

inpassingsplan. Het betreft hier een al lang bestaande

bovenstaande op 13 december 2021 telefonisch besproken. Tot op heden hebben wij echter geen plan ontvangen om de sleufsilo’s te legaliseren. 13

situatie van een lage sleufsilo. Belanghebbende acht deze eisen dan ook buitenproportioneel en hier niet aan de orde. 2.4.4

Bij besluit van 29 juni 2011 heeft uw gemeenteraad het

Bij het opstellen van het nieuwe bestemmingsplan kijkt de gemeente onder

bestemmingsplan 'Buitengebied’ vastgesteld. In dat plan is

andere naar de feitelijke situatie, zoals die was voor het bestemmingsplan

de keuze gemaakt om de westelijke grens van het

Buitengebied uit 2011. De gemeente bekijkt vervolgens of de toenmalige situatie

agrarische bedrijfsperceel niet samen te laten vallen met de legaal is opgericht. Op basis daarvan kan bepaald worden of de kadastrale grens. Deze keuze wordt in het voorliggende

bestemmingsvlakken destijds op correcte wijze zijn bepaald. Voor de

plan herhaald. Appellant geeft aan dat de gemeente

bedrijfswoning is een vergunning verleend, waardoor destijds de afweging is

beleidsvrijheid heeft bij het bepalen van de

gemaakt om op een kortere afstand dan vijf meter van de bestemmingsgrens de

bestemmingsgrenzen; deze hoeven dus ook niet gelijk te

bedrijfswoning toe te staan. In artikel 29.2 in het nieuwe bestemmingsplan is

vallen met kadastrale grenzen. U heeft bij het bepalen van

opgenomen dat de afstandsmaten van vergunde bouwwerken die niet voldoen

grenzen wel zorgvuldigheid te betrachten. Appellant

aan de afstandsmaten tot de bestemmingsgrens als minimaal toelaatbaar mogen

benoemt waarnaar gekeken moet worden bij het bepalen

worden aangehouden. Op basis van de verleende vergunning en artikel 29.2 van

van de bouw- en gebruiksregels. Bestemmingsgrenzen zijn

het bestemmingsplan is de bedrijfswoning dus legaal aanwezig en niet in strijd

niet kadastraal gebonden. Dat neemt niet weg dat wel

met het bestemmingsplan. Een vergroting van het bestemmingsvlak acht de

gekeken moet worden naar een logische begrenzing van de

gemeente dan ook niet noodzakelijk.

bestemming waarbij waar mogelijk rekening wordt gehouden met de eigendomssituatie.

Omtrent de sleufsilo’s is geen vergunning verleend om af te wijken van de afstand tot de bestemmingsgrens of om deze buiten het bestemmingsvlak op te

De feitelijke, vergunde, situatie is dat onder meer de

richten. De sleufsilo’s zijn dus in strijd met de wet- en regelgeving opgericht,

bedrijfswoning en een achterliggende schuur met een gevel

waardoor de gemeente geen aanleiding ziet om het bestemmingsvlak

direct zijn gesitueerd in de nu aangegeven grens van de

ambtshalve te vergroten. Onder paragraaf 2.4.3 van de beantwoording van de

bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch Bedrijf’. Dit levert strijd

zienswijzen is te lezen op welke manier het bestemmingsvlak van vorm kan

op de planregels waarin onder meer is bepaald dat de

worden veranderd. Dit is, zoals toegelicht, ook al in een eerder stadium

afstand tot de bestemmingsgrens ten minste 5 meter moet

voorgesteld aan appellant.

bedragen. Op 5 meter van bedoelde gevels ligt wel de kadastrale grens van het perceel. Appellant geeft aan dat er sprake lijkt te zijn van een omissie in het bestemmingsplan. Appellant mag in dit geval verwachten dat de gemeente rekening houdt met de feitelijke situatie op zijn perceel en dientengevolge de 14

westelijke grens van de bestemming ‘Agrarisch - Agrarisch Bedrijf’ samen laat vallen met de kadastrale grens aan de westzijde van zijn perceel of ten minste zo situeert dat aan de regels van het bestemmingplan voldaan wordt. Dat aanpassing leidt tot een (kleine) vergroting van het agrarische bedrijfsperceel (enkelbestemming ‘Agrarisch Agrarisch Bedrijf’ acht belanghebbende hierbij onontkoombaar. Het lijkt er op dat de geconstateerde omissie ook geldt voor de ten zuiden van de bedrijfswoning gelegen sleufsilo's. De grens van de bestemming ‘Agrarisch - Agrarisch Bedrijf’ lijkt ook in dit geval niet in overeenstemming met de feitelijke situatie. Belanghebbende vraagt u dan ook met klem rekening te houden met de feitelijke situatie op zijn perceel en de begrenzing van de bestemming ‘Agrarisch - Agrarisch Bedrijf’ en onderliggende regels hiermee in overeenstemming te brengen (gewijzigde vaststelling). Ter beoordeling ontvangt appellant graag een voorstel van de gemeente. 2.4.5

Appellant beschrijft dat met de inwerkingtreding van de

Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 1 juli 2023 in werking. Vanaf dat

Omgevingswet het instrument wijzigingsbevoegdheid

moment worden alle bestemmingsplannen in de gemeente Someren één

verdwijnt, waardoor de in onderhavig plan opgenomen

omgevingsplan. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet worden de

bevoegdheden per die datum ‘loos’ worden. Of met andere

wijzigingsbevoegdheden omgezet naar een specifieke beoordelingsregel

woorden: over 6 maanden kan er geen gebruik meer van

aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit

wijzigingsbevoegdheden worden gemaakt. Als gevolg

bouwwerken bij regels over een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht

hiervan verdwijnt er ook een deel rechtszekerheid voor

(artikel 22.32 Invoeringsbesluit Omgevingswet). Het vastgestelde beleid zal naar

belanghebbende uit het voorliggende plan.

verwachting daarin verwerkt worden, waardoor de gemeente zal blijven handelen in de geest van de nu opgenomen wijzigingsbevoegdheden.

15

Appellant ziet graag dat de gemeenteraad in het besluit tot

Daarnaast is het onder de Omgevingswet nog altijd mogelijk om middels een

vaststelling van dit bestemmingsplan laat opnemen dat de

buitenplanse omgevingsplan activiteit ontwikkelingen mogelijk te maken die nu

gemeente ook na 1 januari 2023 zal handelen in de geest

zijn verwerkt in de wijzigingsbevoegdheden. De rechtszekerheid voor

van de nu opgenomen wijzigingsbevoegdheden en er geen

belanghebbende verdwijnt daardoor niet. Wel is het zo dat het de gemeenteraad

ingrijpende beleidswijzigingen na 1 januari 2023 op dit punt vrij staat om dit beleid in de toekomst aan te passen. De gemeente vindt het plaatsvinden.

daarom niet wenselijk om in het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan op te nemen dat de gemeente zal handelen in de geest van de nu opgenomen wijzigingsbevoegdheden en dat er geen ingrijpende beleidswijzigingen na 1 juli 2023 op dit punt zullen plaatsvinden.

2.5

Appellant 5 – Stipdonk 18 Zienswijze

Gemeentelijke beantwoording

Zienswijze inzake Stipdonk 18, 5715 PC te Lierop, d.d. 8 juni 2022, ontvangen 9 juni 2022 2.5.1

Appellant kan zich niet vinden in omgang en regelgeving

Op de locatie vindt buitenopslag plaats, welke volgens appellant noodzakelijk is

die de gemeente hanteert omtrent de buitenopslag.

voor zijn bedrijfsvoering. In het bestemmingsplan is een afwijkingsregeling opgenomen om onder voorwaarden af te wijken van de bestemmingsplanregels. Deze afwijkingsregeling maakt het bij een bedrijfsbestemming mogelijk om buitenopslag mogelijk te maken/te legaliseren. Eén van de voorwaarden is dat de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd door middel van de realisatie van een landschappelijke inpassing. Deze landschappelijke inpassing moet voldoen aan het gemeentelijke Beeldkwaliteitsplan Buitengebied. Tot op heden is er echter geen landschappelijke inpassing ingediend die voldoet aan het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied. Daarnaast voldoet het plan niet aan de wensen van de gemeente. Zo heeft de gemeente aangegeven dat de buitenopslag geconcentreerd op één locatie aanwezig moet zijn. In het plan van appellant is de buitenopslag verspreid over ongeveer de helft van het perceel. Hierdoor is een afwijking ten behoeve van de buitenopslag niet opgenomen in het nieuwe bestemmingsplan.

2.5.2

Appellant kan zich niet vinden in de tegenstrijdige

Wij vermoeden dat appellant doelt op de milieuvergunning die is verleend,

vergunningen en bestemmingen.

waarbij er op de situatietekening buitenopslag is ingetekend. Echter ziet de 16

milieuvergunning alleen toe op milieukundige aspecten. Ruimtelijke aspecten, waaronder buitenopslag, kunnen met een milieuvergunning niet worden gelegaliseerd. De buitenopslag blijft daarom in strijd met de regels in het bestemmingsplan. Verder geeft appellant aan zich niet te kunnen verenigen met de bestemmingen. Appellant heeft dit niet verder gespecificeerd, waardoor wij niet goed begrijpen op welke onderdelen gedoeld wordt. Indien appellant dit verder wil specificeren, vernemen wij dit graag. 2.5.3

Appellant is van mening dat de gewenste norm voor het

Bij de toetsing van ingediende beplantingsplannen wordt onder andere gekeken

beplantingsplan/bestaande beplanting te hoog ligt. Zo geeft of de beplantingen voldoen aan het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied. Het appellant aan dat 17 % van zijn perceel landschappelijk is

ingediende plan van appellant voldoet daar niet aan. Zo is er onder andere niet

ingepast.

inheemse beplanting ingetekend in het beplantingsplan, wat niet kan worden meegenomen in het beplantingsplan. De hoeveelheid beplanting maakt daarbij niet uit.

2.5.4

Appellant is het niet eens met de omgang van; volgens de

Appellant geeft aan het niet eens te zijn met de omgang omtrent de door de

gemeente illegaal bestempelde bebouwing en illegaal

gemeente illegaal bestempelde bebouwing en illegaal opgerichte overstek.

opgerichte overstek. Appellant is van mening dat de

Appellant geeft daarbij eveneens aan dat de gemeente nalatig is geweest en dat

gemeente in beide gevallen erg nalatig is geweest, waar

de verantwoordelijkheid voor het oprichten van de bouwwerken niet bij appellant

appellant niet verantwoordelijk voor is. Appellant geeft aan

zelf ligt. De gemeente is van mening dat appellant zelf verantwoordelijk is voor

dat er een andere oplossing moet komen, dan nu is

het oprichten van de illegale bebouwing. Het is helaas (en gelukkig voor

voorgesteld.

appellant) alleen niet eerder door onze toezichthouders geconstateerd, dan wel niet eerder door de afdeling Handhaving geprioriteerd, waardoor niet eerder daartegen is opgetreden. De gemeente heeft in voorbereiding van voorliggend plan meerdere oplossingen aangedragen voor de geconstateerde strijdigheden. Op de locatie is al meer dan 100 m² aan bijgebouwen vergund dan wel overgangsrechtelijk beschermd. Geconstateerd is dat een bijgebouw van 26 m² zonder vergunning en in strijd met het bestemmingsplan is opgericht. Deze oppervlakte aan bijgebouwen is niet rechtstreeks passend binnen de toegestane hoeveelheid aan bijgebouwen. Wel hebben wij appellant de mogelijkheid gegeven om deze oppervlakte aan bijgebouwen op te plussen middels de Sloopbank of de gemeentelijke Landschapsinvesteringsregeling 2020 (LIR). Indien de Sloopbank niet toereikend 17

is door een gebrek aan aanbod, is de optie geboden om gebruik te maken van de LIR. Tot op heden hebben wij echter geen plan ontvangen om de toegestane oppervlakte aan bijgebouwen te kunnen verruimen. Naast de bijgebouwen is een deel van de bedrijfsbebouwing zonder vergunning en in strijd met het bestemmingsplan opgericht. Enerzijds voldoet een deel van de bedrijfsbebouwing niet aan het bestemmingsplan, doordat deze op een kleinere afstand dan vijf meter van de bestemmingsgrens is opgericht. Anderzijds is in het bestemmingsplan tot 450 m² aan bedrijfsbebouwing toegestaan, terwijl er een grotere oppervlakte aan bedrijfsbebouwing zonder vergunning is opgericht. Wij hebben appellant voorgesteld om een plan in te dienen om de illegale bedrijfsbebouwing te legaliseren. Zo hebben wij een voorstel gedaan om een bestemmingsplanprocedure te doorlopen om de oppervlakte aan bedrijfsbebouwing te verruimen. Daarnaast hebben we voorgesteld om na het inwerkingtreden van het nieuwe bestemmingsplan een omgevingsvergunning aan te vragen om af te wijken voor een kleinere afstand van de bebouwing tot de bestemmingsgrens. Echter hebben wij tot op heden geen plan ontvangen om de illegale bedrijfsbebouwing te legaliseren. Omtrent de overstek is aangegeven dat hiervoor geen vergunning is vereist op het moment dat dit deel van de bebouwing op meer dan vijf meter van de bestemmingsgrens is gelegen.

2.6

Appellant 6 – Herselseweg 40 Zienswijze

Gemeentelijke beantwoording

Zienswijze inzake Herselseweg 40, 5715 PJ te Lierop, d.d. 13 juni 2022, ontvangen 14 juni 2022 2.6.1

Appellant geeft aan dat men op de hoogte is van de

De gemeente heeft geconstateerd dat de feitelijke situatie op het perceel niet

strijdige situatie op het perceel. Appellant is voornemens

overeenkomt en in strijd is met de huidige bestemming. Met appellant zijn

om de strijdige situatie op locatie op te lossen. Echter laat

eerder al verschillende opties besproken om de daadwerkelijke situatie op het

de afwezigheid van passend beleid omtrent

perceel en de bestemming wel op elkaar aan te laten sluiten.

bedrijfsverzamelgebouwen dit voor appellant nog niet toe. 18

Tijdens deze gesprekken is inderdaad aangegeven dat er mogelijk nog beleid Appellant legt uit dat de gemeente heeft aangegeven dat er wordt opgesteld voor bedrijfsverzamelgebouwen in het buitengebied. Verwacht wordt gewerkt aan een beleidsdocument omtrent

wordt dat dit beleid niet op korte termijn zal worden gerealiseerd of dat er

bedrijfsverzamelgebouwen. Appellant verzoekt de

mogelijk helemaal geen algemeen beleid voor wordt opgesteld. Appellant heeft

gemeente dan ook om het beleidsdocument omtrent

de mogelijkheid om zijn plannen, in eerste instantie middels een principeverzoek,

bedrijfsverzamelgebouwen verder vorm te geven. Op basis

aan de gemeente voor te leggen. Hierbij kan aansluiting worden gezocht bij het

van dit beleid kan vervolgens een afweging gemaakt

huidige provinciale (Interim Omgevingsverordening) en gemeentelijk beleid (o.a.

worden welke herbestemming van de locatie het beste past

VAB-NAF beleid). De gemeente kan vervolgens een beoordeling maken of de

bij de huidige en beoogde inrichting van het perceel.

plannen in principe wenselijk zijn. Op dit moment neemt de gemeente geen nieuwe principeverzoeken in behandeling in verband met de naderende Omgevingswet. De verwachting is dat er vanaf 1 juli 2023 weer principeverzoeken in behandeling worden genomen. Naast hetgeen besproken is inzake de optie voor een bedrijfsverzamelgebouw, heeft appellant ook andere argumenten aangedragen waardoor concrete planvorming nog niet aan de orde is gekomen. Zolang de met het bestemmingsplan strijdige situatie zich voort blijft duren, kan de gemeente hier handhavend tegen optreden.

2.7

Appellant 7 – Broekkant 13a Zienswijze

Gemeentelijke beantwoording

Zienswijze inzake Broekkant 13a, 5715 PR te Lierop, d.d. 15 juni 2022, ontvangen 15 juni 2022 2.7.1

2.7.2

Appellanten geven aan dat zij geen antwoord hebben gehad In het wooninspectierapport is het eigendom weergeven van appellanten. Hierin op de vraag waarom de vier kadasternummers bij elkaar

staat ook de totale oppervlakte weergeven van alle gronden die in eigendom zijn.

zijn opgeteld. Appellanten lichten toe dat dit aankopen zijn

Dit is voor de volledigheid van het rapport benoemd, maar heeft verder geen

geweest op verschillende data.

gevolgen voor het bestemmingsplan.

Appellanten geven aan dat bij bijgebouw B in het

Het gebruik van een bijgebouw voor hobbydieren is toegestaan binnen een

wooninspectierapport staat vermeld dat dit een

woonbestemming. Voor de volledigheid heeft de gemeente het

fietsenstalling betreft, terwijl daar ook hobbydieren

wooninspectierapport aangepast. Hierin is vermeld dat bijgebouw B onder andere

aanwezig zijn. In het verleden werd deze ruimte gebruikt

wordt gebruikt als bijgebouw voor hobbydieren. 19

als wasruimte en bakhuis (voor het bakken van brood en inmaken van vlees, groente en fruit) zoals dat vroeger bij veel boerderijen buiten het woonhuis plaatsvond. 2.7.3

Appellanten schrijven het volgende: “Ontstening van het

Wij vermoeden dat appellanten zich afvragen op welke manier ontstening van

buitengebied, hoezo? Zie wat er allemaal gebouwd wordt

het buitengebied wordt gestimuleerd. Daarbij verwijzen appellanten naar de

aan bijgebouwen in het buitengebied.”

bijgebouwen die gebouwd worden in het buitengebied. De gemeente heeft als doelstelling het buitengebied te ontstenen en de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied te verbeteren. Deze doelstelling is terug te vinden in het beleid voor niet-agrarische functies in het buitengebied en maatregelen ter stimulering van de sloop van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen. Door het bestemmingsplan Buitengebied uit 2011 te herzien, wordt inzichtelijk gemaakt welke bouwwerken legaal of in strijd met de wet- en regelgeving zijn opgericht. Wanneer er geen legalisatiemogelijkheden zijn van de illegaal aanwezige bouwwerken, moeten de bouwwerken worden verwijderd. Dit leidt tot ontstening van het buitengebied. Daarnaast heeft de gemeente verschillende instrumenten om de sloop van bouwwerken te stimuleren. Zie hiervoor onder andere paragraaf 5.4.2.9 van de toelichting van het nieuwe bestemmingsplan.

2.7.4

Appellanten vragen zich af wat een forfaitaire berekening

Wanneer er meer rechten worden opgenomen in een nieuw bestemmingsplan,

van de bestemmingswinst betekent.

worden de gronden op papier meer waard. Hiervoor worden standaard normbedragen gehanteerd, welke staan beschreven in de Landschapsinvesteringsregeling Someren 2020. Op die manier kan berekend worden wat de bestemmingswinst is door het opnemen van extra rechten. Wanneer er bijvoorbeeld extra vierkante meters aan bijgebouwen op een locatie worden toegekend in het bestemmingsplan, ontstaat er dus een zogenoemde bestemmingswinst. De gemeente heeft beleid, waarbij in sommige gevallen een deel van de bestemmingswinst moet worden gecompenseerd door een kwaliteitsverbetering in het landschap. Meestal gaat het om een bepaald percentage dat gecompenseerd moet worden. De berekening hiervan wordt ook wel ‘de forfaitaire berekening’ van de bestemmingswinst genoemd. Indien appellanten hier meer over willen weten, kunnen zij dit terugvinden in paragraaf 5.4.11 van de toelichting.

20

2.7.5

Appellanten geven aan dat zij nog geen antwoord hebben

Aangezien het beplantingsplan als verplichting wordt opgenomen in het nieuwe

gekregen op de vraag of zij subsidie kunnen krijgen voor de bestemmingsplan, kan er geen subsidie worden aangevraagd voor de aankoop aankoop van planten voor het realiseren van het

van planten.

beplantingsplan.

2.8

Appellant 8 – Herselseweg 39 Zienswijze

Gemeentelijke beantwoording

Zienswijze inzake Herselseweg 39, 5715 PJ te Lierop, d.d. 20 juni 2022, ontvangen 22 juni 2022 2.8.1

Appellant geeft aan dat men op de hoogte is van de

De gemeente heeft inderdaad geconstateerd dat de feitelijke situatie op het

strijdige situatie op het perceel. Appellant is voornemens

perceel niet overeenkomt en in strijd is met de huidige bestemming. Met

om de strijdige situatie op locatie op te lossen. Echter laat

appellant zijn eerder al verschillende opties besproken om de daadwerkelijke

de afwezigheid van passend beleid omtrent

situatie op het perceel en de bestemming wel op elkaar aan te laten sluiten. Dit

bedrijfsverzamelgebouwen dit voor appellant nog niet toe.

heeft echter nog niet geleid tot een concreet verzoek.

Appellant legt uit dat de gemeente heeft aangegeven dat er Tijdens deze gesprekken is inderdaad aangegeven dat er mogelijk nog beleid wordt gewerkt aan een beleidsdocument omtrent

wordt opgesteld voor bedrijfsverzamelgebouwen in het buitengebied. Verwacht

bedrijfsverzamelgebouwen. Appellant verzoekt de

wordt dat dit beleid niet op korte termijn zal worden gerealiseerd of dat er

gemeente dan ook om het beleidsdocument omtrent

mogelijk helemaal geen algemeen beleid voor wordt opgesteld. Appellant heeft

bedrijfsverzamelgebouwen verder vorm te geven. Op basis

de mogelijkheid om zijn plannen, in eerste instantie middels een principeverzoek,

van dit beleid kan vervolgens een afweging gemaakt

aan de gemeente voor te leggen. Hierbij kan aansluiting worden gezocht bij het

worden welke herbestemming van de locatie het beste past

huidige provinciale (Interim Omgevingsverordening) en gemeentelijk beleid (o.a.

bij de huidige en beoogde inrichting van het perceel.

VAB-NAF beleid). De gemeente kan vervolgens een beoordeling maken of de plannen in principe wenselijk zijn. Op dit moment neemt de gemeente geen nieuwe principeverzoeken in behandeling in verband met de naderende Omgevingswet. De verwachting is dat er vanaf 1 juli 2023 weer principeverzoeken in behandeling worden genomen. Wel is het zo dat, zolang de met het bestemmingsplan strijdige situatie zich voort blijft duren, de gemeente hier handhavend tegen op kan treden.

21

2.9

Appellant 9 – Achterbroek 18 Zienswijze

Gemeentelijke beantwoording

Zienswijze inzake Achterbroek 18, 5715 BM te Lierop, 17 juni 2022, ontvangen 24 juni 2022 2.9.1

Appellant merkt op dat hij de gemeentelijke beantwoording

De gemeente betreurt het dat door de beantwoording van de inspraakreactie

van de inspraakreactie gelezen heeft en hier niets mee op

appellant heeft moeten constateren hier niets mee op te schieten. De gemeente

te schieten. Daarbij geeft appellant aan dat een op de

meent duidelijkheid te hebben gegeven over de door appellant gestelde zaken.

situatie van appellant toegespitste benadering en een oplossingsgerichte houding bij de gemeente centraal

De gemeente kan zich niet vinden in het standpunt van appellant dat de

zouden staan. Appellant geeft aan daarvan niets te merken. gemeente geen oplossingsgerichte houding heeft aangenomen. Ter voorbereiding De gemeente blijft halsstarrig vasthouden aan haar

op het opstellen van het voorliggende plan hebben meerdere gesprekken

standpunten.

plaatsgevonden over de situatie op het perceel. In deze gesprekken is ook gesproken over en toegelicht hoe men de met het bestemmingsplan strijdige situaties kan oplossen. Naast deze gesprekken heeft de gemeente altijd aangegeven bereidt te zijn verder door te praten over gewenste ontwikkelingen of oplossingsrichtingen. Appellant zal begrijpen dat de gemeente zich tijdens deze gesprekken, en de zoektocht naar legalisatie van de geconstateerde strijdigheden, dient te houden aan het gestelde beleid en regelgeving.

2.9.2

Appellant betoogt dat de gemeente in aanloop voor het

De gemeenteraad heeft een aantal jaar geleden besloten om het

opstellen van het bestemmingsplan controles heeft

bestemmingsplan voor buitengebied te gaan herzien. Aanleiding hiervoor was

uitgevoerd en deze meteen heeft gekoppeld aan

met name de veranderende dynamiek in het buitengebied. Om een goed

handhaving. Volgens appellant heeft de gemeente hiermee

bestemmingsplan op te kunnen stellen dat gebaseerd is op de huidige situatie,

een knuppel in het hoenderhok gegooid. Appellant geeft

heeft de gemeenteraad ook besloten om op iedere locatie een uitgebreide

aan dat burgers in het buitengebied, die vertrouwen

inventarisatie uit te voeren. Zo kan op een goede manier bekeken worden wat de

hadden in de gemeente en nooit naar bestemmingsplannen

feitelijke situatie is en waar het bestemmingsplan aanpassingen behoeft.

waren gaan kijken omdat ze zich onbedreigd waanden, zich rot geschrokken zijn. Volgens appellant werd men zich er

De suggestie van appellant dat deze inventarisaties meteen gekoppeld zijn aan

pijnlijk van bewust dat de gemeente de weinige vrijheden

handhaving is onjuist. Appellant vergeet hierbij het gehele traject wat de

die zij dachten te hebben, nog verder ging beperken en

gemeente heeft ingezet, waarbij eenieder in de gelegenheid is gesteld om in

protesteerden daartegen. Volgens appellant zijn deze

samenspraak de legalisatiemogelijkheden te onderzoeken. Zoals ook onder 2.9.1

protesten niet zonder reden. De gemeente verschuilt zich

beschreven zal appellant begrijpen dat de gemeente zich tijdens deze 22

volgens appellant achter het geldende bestemmingsplan.

gesprekken, en de zoektocht naar legalisatie van geconstateerde strijdigheden,

Appellant beredeneerd dat, als dit nieuwe plan wordt

ook dient te houden aan het gestelde beleid en regelgeving.

opgesteld, het ook de mogelijkheid is om fouten in het voorgaande bestemmingsplan te herstellen.

Ook het geldende bestemmingsplan is hier richtinggevend in. Aangezien het geldende bestemmingsplan het geldende wettelijke kader is. Wij onderschrijven dat het vaker voorkomt dat men niet op de hoogte is van dit geldende wettelijke kader. Eén van de redenen waarom het herzien van het bestemmingsplan op deze wijze wordt uitgevoerd, is dan ook om het bestemmingsplan en de daarin gestelde mogelijkheden onder de aandacht te brengen. Appellant suggereert dat er in het voorgaande bestemmingsplan fouten zijn gemaakt, zonder hier verder concreet in te worden. Wanneer daadwerkelijk blijkt dat er in het voorgaande plan fouten zijn gemaakt, zal de gemeente bij iedere locatie de afweging maken of deze fouten herstelt dienen te worden en of dit ook mogelijk is binnen de gestelde kaders.

2.9.3

Appellant licht toe dat in het huidige bestemmingsplan de

Het klopt dat de woning op Achterbroek 18, waarin appellant woonachtig is, in

woning waarin appellant woont is aangemerkt als

het bestemmingsplan is aangemerkt als bedrijfswoning. Het klopt eveneens dat

bedrijfswoning. Appellant heeft op 4 april 2000 een

in 2000 een aanvraag is gedaan voor het oprichten van een woning, die op basis

vergunning aangevraagd voor het oprichten van een

van het toen geldende bestemmingsplan als bedrijfswoning werd aangemerkt en

woning en deze vergunning is ook verleend. Het toen

als zodanig is vergund. Of het oprichten van de woning ter vervanging was van

geldende bestemmingsplan (Buitengebied 1998) stelde dat

de oude woning doet hier niets aan af. In de bestemmingsplannen Buitengebied

de woning een bedrijfswoning was. Appellant merk hierover 1998 en Buitengebied (2011) is de locatie bestemd als bedrijfslocatie en op dat de huidige woning gebouwd is ter vervanging van,

derhalve is de woning als bedrijfswoning aangemerkt.

en op de plaats van, zijn oude woning. Volgens appellant was de woning niet gebouwd als bedrijfswoning en de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12066863/2