CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

10c. RES MRE 2022-2023 - Bijlage RES Samenwerkings- en Uitvoeringsprogramma

Commissie Ruimte 14 september 2022, gemeente SomerenBij agendapunt: Raadsnotitie Samenwerkings- en Uitvoeringsprogramma RES MRE 2022-202313.793 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Verduurzaming bedrijventerreinen

▪ ▪

Aantal zonnedaken / # pv-panelen Aantal deelnemers campagne…

Het verhaal Binnen deze coalitie zetten we als gemeenten en de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) samen met VNO NCW, parkmanagement en andere mogelijke partners in op het informeren, inspireren en faciliteren van duurzame initiatieven bij bedrijven en op bedrijventerreinen. Er zal met VNO-NCW als coördinator, inspirator en ‘smeermiddel’ worden gewerkt aan het verduurzamen van bedrijfsgebouwen en bedrijfsprocessen (besparing – opwek – uitwisseling) en daarnaast ook aan thema’s als circulaire economie, biodiversiteit en hittestress. Door vanuit iedere gemeente samen met VNO-NCW en parkmanagement de kennis, ervaringen en resultaten op te halen, deze te verzamelen en te delen kunnen we samen activiteiten effectiever en efficiënter oppakken en aanbevelingen en optimalisaties doorvoeren. Hiermee bouwen we tevens kennis op die we gaan gebruiken om toekomstscenario’s uit te werken met een doorkijk van 3, 5 of zelfs 7 jaar. Diverse gemeenten die duurzaam aan de slag willen met hun bedrijventerreinen zoeken samenwerking met o.a. Stichting OVE, Stichting Bedrijventerreinen Helmond, Kempisch Ondernemersplatform, provincie Noord-Brabant en het Innovatiehuis de Peel. Doel en resultaten Overzicht bieden van lopende duurzame activiteiten, van waaruit we kennis en aanbevelingen kunnen destilleren.

Die we vervolgens breed delen om zo samen de verduurzaming van bedrijven(terreinen) in onze regio te stimuleren. Voor monitoring denken we aan het in kaart brengen en houden van: ▪ Participatie # / % bedrijven binnen bedrijventerrein ▪ # Actieve bedrijven die besparingsverplichtingen invullen 29

Energielabel C/ Greendeal Kantoren Het verhaal Per 1 januari 2023 moeten alle kantoren voldoen aan de energielabel C verplichting, anders mag het gebouw niet meer worden gebruikt worden als kantoor. Uit een analyse van RVO blijkt dat in de MRE regio per 1 januari 2022 1.366 kantoren naar verwachting niet aan de energielabel C plicht voldoen. Bij de aanpak kantoren op de regelgeving over energielabel C zijn verschillende uitvoeringsvarianten in de regio: er wordt een Green Deal gesloten en er is een aanpak gericht op het informeren van kantoren en toezicht op de regelgeving. In deze regionale coalitie willen we de kennis en ervaringen van de verschillende aanpakken met elkaar vergelijken en daaruit leren voor andere bedrijfstakken. Middels een regionale Green Deal voor Kantoren willen we met kantooreigenaren gezamenlijke meerjarige afspraken maken binnen een bepaalde termijn de kantoorgebouwen te verduurzamen tot label A. In ruil voor een label A-certficering krijgen ze meer tijd, actieve begeleiding en hulp bij het verduurzamen van hun pand. Bij bedrijven die niet deelnemen aan deze Green Deal Kantoren wordt door ODZOB toezicht gehouden op het per 1 januari 2023 voldoen aan de energielabel C-plicht en kan ODZOB uiteindelijk handhaven.

Bij de informerende aanpak stuurt de ODZOB namens de gemeente een informerende en stimulerende brief naar de kantoren die nog geen of een slechter label dan C hebben. Vanaf 2023 kan toezicht en handhaving plaats vinden.

van de deelnemende gemeenten werkzaamheden uit. De ODZOB is betrokken als uitvoerende voor toezicht en handhaving. De meeste andere gemeenten in de regio werken met de ODZOB samen in het informeren van de kantooreigenaren over de energielabel C regelgeving en toezicht en handhaving daarop vanaf 2023 Omdat er verschillende aanpakken zijn is er ook een coalitie gericht op het uitwisselen van ervaringen mbt deze verschillende aanpakken. Hier nemen diverse gemeenten aan deel. Doel en resultaten Doel is dat kantoren in aan de Green Deal deelnemende gemeenten energiebesparende maatregelen nemen zodat deze kantoren actief aan de slag gaan en uiteindelijk energielabel A halen. Alle kantoren die niet deelnemen aan de green deal zullen vanaf 1 januari 2023 aan de energielabel C-verplichting moeten voldoen (bij niet voldoen volgen mogelijk sancties).Hiermee dragen we bij aan energiebesparing en verdere verduurzaming. De voortgang op dit thema zullen we monitoren door een overzicht te maken en te actualiseren van alle kantoren in de MRE-regio met status a) niet-labelplichtige kantoren, b) labelplichtig en gereed, c) labelplichtig en voldoet niet en d) deelnemers Green Deal.

Voor beide aanpakken geldt dat gemeenten zelf het goede voorbeeld geven en per 1 januari 2023 met hun kantoorruimten tenminste aan label C voldoen en bij voorkeur beter. Deelnemende gemeenten aan de Greendeal zijn Cranendonck, GeldropMierlo en Son en Breugel. De Greendeal is een kopie van de Greendeal die Eindhoven met kantoren sluit. Het Energiebureau voert in opdracht 30

De Groene Zone 2.0 - Isoleren Het verhaal De Groene Zone Isoleren is een regionaal ontzorgingsproject dat als doel heeft woningeigenaren volledig te ontzorgen bij het isoleren van hun woning. Gelet op de opgave met betrekking tot de warmtetransitie en besparing in de gebouwde omgeving, zijn gemeenten op zoek naar een manier hoe zij inwoners daarbij kunnen helpen. Dit is de eerste stap in het aardgasvrij klaarmaken van de woningen. Het voordeel van de deelnemende woningeigenaar bestaat uit het reduceren van het energieverbruik en een beter wooncomfort. Ook ontzorgt de gemeente de woningeigenaar van begin tot het einde van het project. We vinden het bovendien belangrijk dat we ook inwoners met beperkte financiële mogelijkheden in staat stellen te participeren in dit project en daardoor uiteindelijk te besparen op hun energiekosten en woonlasten. We bieden bij het nemen van de isolatiemaatregelen een lening aan waar de eigenaar desgewenst gebruik van kan maken. De eigenaar betaalt dan een vaste bijdrage voor de rente en aflossing van het aankoopbedrag.

Doelen en resultaten Het streven is om met het project DGZ Isoleren 30% van particuliere woningen te verduurzamen. We kijken hierbij naar het aandeel van de deelnemende gemeente aan de landelijke opgave. De focus van dit project ligt op oudere woningen (van voor 1990) omdat hier de meeste winst qua isolatie te behalen valt. Op dit thema monitoren van beweging, proces, deelnemers, acties, effecten. Bij kennis en monitoring samenwerken met andere partijen (instellingen, organisaties, bedrijven, burgers, ..).

Dit project omvat tevens een fors investeringsvolume om de vele woningen te voorzien van isolatie. Hoewel dat investeringsvolume zichzelf grotendeels terugverdient, blijft overeind dat dit project – vanwege de schaal en omvang – ook een grote impuls kan betekenen voor de regionale werkgelegenheid. Dit project wordt door de bestaande ambtelijke werkgroep van deelnemende gemeenten aan DGZ -PV gefinancierd. Het projectteam bestaat uit een 5-tal gemeentelijke vertegenwoordigers (vanuit Deurne, Waarle, Best en Son en Breugel) en heeft een externe projectleider.

31

De Groene Zone 1.1 - Zonnepanelen Het verhaal Een deel van de huidige 12 deelnemende gemeenten (Eindhoven, Cranendonck, Valkenswaard, Waalre, Asten, Best, Deurne, Geldrop Mierlo, Gemert Bakel, Laarbeek, Someren en Son en Breugel) hebben aangegeven het project de Groene Zone te willen voortzetten. Omdat het huidige project stopt, zal hiervoor wel een nieuwe aanbesteding (DGZ 1.1) moeten worden georganiseerd en pas dan weten we wie van de 21 MREgemeenten werkelijk meedoen.

werkgelegenheid. De installatie, het beheer en onderhoud van de zonnepanelen geschiedt bij voorkeur door regionale/lokale bedrijven. Doelen en resultaten Nieuwe doelstellingen vastleggen om “algemeen belang” te onderstrepen.

De beoogde doelgroep wordt wederom gevormd door de eigenaren van particuliere woningen, VVE’s, verenigingen en scholen. Regio Zuidoost Brabant stimuleert met dit project het gebruik van zonne-energie en levert hiermee een belangrijke bijdrage aan de realisatie van de doelen die gesteld zijn in zowel de eigen gemeentelijke duurzaamheidsambitie als ook in die van de RES 1.0 en het Nationaal Energieakkoord. Belangrijk uitgangspunt is dat dit project kostenneutraal wordt gerealiseerd. De inwoners van Regio Zuidoost Brabant worden actief betrokken, zodat de bewustwording van de inwoners op het gebied van energie en duurzaamheid een positieve impuls krijgt. De overheid neemt een voortrekkersrol in en faciliteert de inwoners om hun woningen te verduurzamen Een belangrijk aspect is hierbij dat ook inwoners met beperkte financiële mogelijkheden in staat gesteld worden te participeren in dit project en daardoor uiteindelijk te besparen op hun energiekosten en woonlasten. Dit project omvat een fors investeringsvolume ten einde de zonnepanelen te installeren en te onderhouden. Hoewel dat investeringsvolume zichzelf terugverdient, blijft overeind dat dit project – vanwege de schaal en omvang – een grote impuls kan betekenen voor de regionale 32

Green deal zorg 2.0 & Zorg Light (nieuw) Het verhaal Je voetafdruk op het milieu verkleinen. Hoe doe je dat als Nederlandse zorgsector? Hierover zijn afspraken gemaakt in de Green Deal Duurzame Zorg. Voluit heet de afspraak Green Deal Duurzame Zorg voor Gezonde Toekomst, en gaat over de bijdrage die de zorgsector kan leveren aan het verbeteren van het milieu. Zoals het verminderen van CO2-uitstoot en het stimuleren van circulaire economie. Maar ook door het creëren van een zorgomgeving die uitnodigt tot gezond gedrag van de bewoners, professionals en bezoekers. En er wordt gewerkt aan het verminderen van medicijnresten in het oppervlaktewater en grondwater. Gezondheidsinstellingen en gemeenten werken samen aan de zogenaamde Green Deal Zorg Eindhoven/MRE en de Green Deal Zorg Helmond/De Peel. Het doel van de Green Deal Zorg is om de milieuprestaties van zorginstellingen te verbeteren door energie te besparen, efficiënter met afval en water om te gaan, voedselverspilling tegen te gaan en vervoersbewegingen te beperken. De zorginstellingen moeten binnen drie jaar na ondertekening van de Green Deal minimaal het bronzen niveau van de Milieuthermometer Zorg behalen.

De Greendeal zorg LIGHT is een variant op de Greendeal Zorg speciaal ontwikkeld door MPZ en door Enter Next Level door vertaald naar de lokale situatie voor kleine zorgpartijen (huisartsen, tandartsen, groene kruis, verloskundigen en kleine andere praktijken met een medische link) die praktijkgebouw, inrichting, consultvoering en praktijkvoering willen verduurzamen. Het belangrijkste bij verduurzamen is het reduceren van energieverbruik, CO2-uitstoot, watergebruik en watervervuiling van de praktijk.

De werkgroep Besparing en de externe adviseur introduceren in samenwerking met Enter Next Level en de PL van Eindhoven de Greendeal Zorg Light bij alle MRE-gemeenten. Op regionaal niveau wordt samengewerkt met diverse gemeenten - o.a., Helmond, Peelgemeenten en Eindhoven – en de volgende partijen: Zorgpartijen (18 stuks, circa 35.000 werknemers en 18.000 vrijwilligers, meer dan 400 locaties in regio MRE): Amarant, Archipel, Catharina Ziekenhuis, Combinatie Jeugdzorg, GGzE, Libra revalidatie & audiologie, Lunet Zorg, Maxima Medisch Centrum, Savant Zorg, Anna ziekenhuis/Anna zorggroep, Oktoberzorg, Valkenhof, Vitalis WoonZorg Groep, Joris Zorg, ORO, Zorgboog, Lev groep en ‘t Wasven.

Doelen en resultaten Verbeteren van de milieuprestaties van zorg- en gezondheidsinstellingen. Binnen 6 maanden na ondertekenen van de Green Deal Zorg leveren de zorgpartijen een nulmeting en een plan van aanpak aan. De zorgpartijen gaan hierna in max. 2,5 jaar tijd aan de slag met het verduurzamen van de bedrijfsvoering. Het ervaren bureau Enter Next Level organiseert, coördineert en ondersteunt dit proces. Daarna volgt een audit. Het niveau moet dan minimaal ‘brons’ zijn, waarmee wordt voldaan aan de wettelijke norm. Gedurende deze periode wordt niet gehandhaafd op E-wetgeving door de deelnemende gemeenten. De Greendeal Zorg Light willen we onder de aandacht brengen bij gemeenten en in samenwerking met de gemeenten en Enter Next Level kleine zorgaanbieders bereiken.

33

Thema Duurzame warmte RSW Online platform Het verhaal De opgave om de bebouwde omgeving duurzaam en aardgasvrij te verwarmen is een groot en langdurig traject. Met de tijd wordt er meer ervaring opgedaan en komt er nieuwe informatie beschikbaar. De kennis neemt dus toe en daarmee nemen de onzekerheden in warmteprojecten af. Een actueel en online informatieplatform helpt om de ervaringen en kennis te delen en uiteindelijk het proces te versnellen. Dit actueel informatieplatform ontwikkelen we samen met de provincie en de NP RES Community of Practice. De provincie heeft met de Energiewerkplaats, het Warmtebronnenregister en het Expertiseteam Warmte mooie bouwstenen ontwikkeld om gemeenten te ondersteunen. Doelen en resultaten Een online platform waarop alle informatie is verzameld. Dit platform biedt een actueel overzicht van de beschikbare bronnen en hun potentie, de lopende en de geplande warmteprojecten. Dit platform helpt gemeenten het uitwerken van hun lokale Transitievisies Warmte en geeft inzicht in mogelijke samenwerkingen (bijvoorbeeld met buurgemeenten, een waterschap of bedrijven).

34

Afwegingskader en scenario’s Het verhaal We werken verder aan een regionaal afwegingskader warmte. De gemeenten in de regio hebben maar beperkte toegang tot duurzame warmtebronnen. Het is waarschijnlijk dat er situaties ontstaan waarin meerdere gebieden aanspraak kunnen maken op eenzelfde warmtebron. Op basis waarvan wordt dan besloten hoe en waar de bron wordt ingezet en door wie de bron wordt ontsloten? Daarom is het essentieel om regionaal afspraken te maken over hoe we met deze (sub)regionale bronnen omgaan en op basis waarvan een bepaalde bron wordt toegekend aan een bepaalde (deel)wijk. Hiervoor ontwikkelen we een methodiek waarin de maatschappelijke kosten en baten kunnen worden gewogen. Doel en resultaten Een afwegingskader als beslissingsinstrument waarmee afgewogen kan worden hoe bovenlokale warmtebronnen optimaal benut en verdeeld kunnen worden. Onderdeel is een set van uitgangspunten en te wegen criteria voor de ontwikkeling en verdeling van bovenlokale warmtebronnen. Bij de afweging wordt gebruik gemaakt van scenario’s.

35

Kennis- en Leeragenda Warmte Het verhaal Gemeenten krijgen met de warmtetransitie een regierol, terwijl het momenteel nog ontbreekt aan kennis en expertise op dit vlak. In een korte tijd leren we al doende in projecten rondom duurzame warmte. Een gezamenlijk kennis- en leerprogramma kan dan een grote hulp zijn om grote hoeveelheden informatie begrijpelijk en toepasbaar te maken. Denk hierbij aan de nieuwe warmtewet of het proces omtrent ontwikkeling van een warmtenet, verschillende vormen van eigendom en eigenaarschap. Daarnaast staat de regio bekend als technologische topregio. Een regio bij uitstek waar we inzetten op innovatie en kennisontwikkeling. Deze innovatie hebben we hard nodig in de transitie naar duurzame aardgasvrije warmte. Des te meer omdat in onze regio geen overvloed aan bronnen is. Omdat we deze moeilijke opgave slim aan willen pakken, maken we afspraken over een gezamenlijke kennis- en leeragenda waarbij we samenwerken met kennisinstellingen en bedrijven Doel en resultaten Het Expertiseteam Warmte van de provincie (ETW) heeft opdracht gemeenten te ondersteunen en kennisvragen van de vier Brabantse RESregio’s op te halen en daarvoor onderzoeken uit te zetten. De onderzoeksagenda van het ETW wordt vormgegeven samen met provincie en de RES-regio’s.

36

Biogas/groen gas uit mestvergisting Het verhaal Biogas/groen gas wordt gewonnen door het vergisten van organisch materiaal, zoals mest, snoeiafval, gras, gft, slib. Biogas is een gasmengsel dat ontstaat als gevolg van biologische enzymatische processen. Biogas kan opgewaardeerd worden naar groen gas met dezelfde samenstelling als aardgas (minimaal 88% methaan). De toepassing van groengas in de gebouwde omgeving is een kosteneffectieve invulling van de warmtevraag. Groengas kan gedistribueerd worden door het gasnet en aan de woning zijn ook geen/beperkt aanpassingen vereist. Echter, er is niet voor alle woningen en gebouwen groengas beschikbaar. In een coalitie zal gewerkt worden aan een visie. De coalitie bestaat uit: de peelgemeenten, ZLTO, Provincie, Heeze-Leende en Noord- MiddenLimburg, Rijk (Routekaart/programma Groen Gas). Doel en resultaten Ontwikkelen van een visie op grootschalig benutten van energiepotentie uit meststromen. De visie brengt landbouwbeleid van de provincie en groengas beleid van het Rijk samen met bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak voor en technisch-economische haalbaarheid van projecten.

37

Aquathermie Het verhaal Aquathermie staat voor het benutten van warmte uit oppervlaktewater, (gezuiverd) afvalwater en drinkwater voor de verwarming van gebouwen. Hiertoe wordt een warmtepomp ingezet om de temperatuur te verhogen tot de gewenste waarde van 40 – 75 °C. Benutting van de warmte uit het oppervlaktewater gaat altijd gepaard met een bodemenergiesysteem (WKO : warmte-koude opslag). In de zomermaanden wordt de warmte aan het water onttrokken via een warmtewisselaar en opgeslagen in de ondergrond met een temperatuur van circa 18 °C. In de wintermaanden wordt de warmte benut. Warmte uit (gezuiverd) afvalwater wordt onttrokken bij de hoofdriolering, het rioolgemaal of bij de rioolwaterzuiveringsinstallatie. In tegenstelling tot het oppervlaktewater kan hier het gehele jaar door warmte afgenomen worden. Een WKO verhoogt het rendement, het potentieel en de bedrijfszekerheid van het systeem. Warmte uit drinkwater wordt onttrokken bij de productieinstallaties of uit het distributienet voor ruw- en gezuiverd drinkwater. Daarnaast is het technisch mogelijk om delen van het distributienet in te zetten als distributieleiding voor warmte. Doel en resultaten Afstemmen van lokale beleidsvorming en lokale projecten op gebied van (bovenlokale) aquathermie.

Bovenlokale aquathermie is warmte uit gemeentegrens overstijgende oppervlakte water zoals rivieren, beken en kanalen (casus Zuid Willemsvaart, IF onderzoek Helmond).

38

Geothermie Het verhaal Het gebruik van warmte uit de aarde (diepe en ondiepe geothermie) kan een duurzaam alternatief zijn met weinig effect op de ruimtelijke omgeving. Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie typen: ▪ Ondiepe geothermie (tussen de 0 – 1500 meter). ▪ Diepe geothermie (1500-4000 meter in de bodem). ▪ Ultradiepe geothermie (4000-6000m).

Voor ondiepe geothermie zijn 1000 – 2500 weq nodig om het project rendabel te krijgen. Doel en resultaten Afstemmen van resultaten van onderzoeken SCAN/vervolgonderzoek De Kempen (nadere duiding SCAN), deelname namens de regio aan Green Deal en WarmUp. Verzamelen en verspreiden van kennis diepe geothermie ten behoeve van de regio.

Geothermie (diep) wordt haalbaar wanneer er voldoende vraag is vanuit de industrie, glastuinbouw en/of de gebouwde omgeving wanneer er in totaal sprake is van minimaal 3000-5000 woningequivalenten (weq). In opdracht van het Ministerie van EZK is er onderzoek verricht naar de potentie van diepe en ondiepe geothermie in onze regio (https://scanaardwarmte.nl/waardoen-we-onderzoek/). Als uit onderzoek blijkt dat in de omgeving van deze clusters geothermie aangeboord kan worden, is transport van deze warmte tot 5 km vanaf de bron mogelijk. Bij geothermie is, afgezien van de potentie, ook het risicoprofiel een belangrijke factor in de realisatie van projecten. Diverse risico’s spelen een rol (aardbevingen, grondwaterverontreinigingen, ongewenst vrijkomen van methaan) die afgewogen moeten worden tegen de mogelijke voordelen. Bij ondiepe geothermie wordt er warmte onttrokken aan de ondergrond op een diepte van 250 tot 1.500 meter. De temperatuur van deze warmte is 15 tot 40°C. Door het (collectief) opwerken van de temperatuur van het water in het warmtenet, is het water dat bij de woningen en overige gebouwen aankomt warm genoeg voor het verwarmen van HT-radiatoren en het bereiden van warmtapwater. De woningen moeten voor deze techniek wel een redelijke isolatieschil hebben (minimaal energielabel E), maar hoeven niet zo goed geïsoleerd te worden als bij een LT-warmtenet. 39

Thema Energiesysteem Energiesysteem van de toekomst

Daarnaast staat het beeld van ons energiesysteem in 2050 nog niet vast en werken we dus toe naar een globaal beeld wat nog verschillende kanten op kan gaan.

Het verhaal Het energiesysteem van de toekomst: welke richtingen of scenario’s kunnen we volgen om daar te komen en welke keuzes passen daarbij.

Doel en resultaten Doel: het creëren van inzicht in keuzes die we kunnen maken om te komen tot een CO2 neutraal energiesysteem in 2050.

Om deze stappen te kunnen zetten is het nodig om aan de ene kant kennis over scenario’s en mogelijke toekomstige beelden van ons CO2 neutrale energiesysteem (in 2050) te analyseren en te bepalen wat dat kan betekenen voor huidige ontwikkelingen en stappen in die richting. Aan de andere kant is het belangrijk om kennis over onderwerpen te integreren in een huidig totaalbeeld van ons systeem en ontwikkelingen die invloed hebben op het systeem te blijven analyseren.

Subdoelen: ▪ Creëren van inzicht in opties voor het energiesysteem van 2050. ▪ Creëren van inzicht in scenario’s richting het energiesysteem van 2050. ▪ Creëren van een beeld van ons huidige, geïntegreerde energiesysteem. ▪ Analyse van mogelijkheden gebaseerd op huidige systeem en mogelijke toekomstige systeem. ▪

Omdat de ontwikkelingen snel gaan en beïnvloed worden door veel meer dan het beleid en de projecten in onze regio, zijn we afhankelijk van veel actoren en ontwikkelingen. Op sommige ontwikkelingen hebben wij geen invloed. Op andere ontwikkelingen kunnen wij wel invloed uitoefenen. 40

Herijking regionaal bod Het verhaal Gemeenten gaan aan de slag met de invulling van de zoekgebieden of hebben hierin al stappen gezet. Zij doen dit door het maken van beleid en regels om de uitvoering in goede banen te leiden. Dit vergt altijd lokaal maatwerk wat betreft de ruimtelijke inpassing en de lokale situatie. Bijvoorbeeld het ontwikkelen van grootschalige opwek van duurzame energie langs bestaande doorsnijdingen in het landschap (snelwegen en spoorwegen). Omdat er belemmeringen kunnen zijn op basis van de huidige regelgeving zal hiervoor het gesprek moeten worden aangegaan met het bevoegd gezag voor de betreffende locaties en andere partijen zoals natuurorganisaties. Naast de ruimtelijke aspecten zijn de sociaal-maatschappelijke aspecten van groot belang. In het beleid worden daartoe participatietrajecten opgenomen die doorlopen worden. Inwoners worden zo goed mogelijk meegenomen, ook in het vervolgtraject. Als betrokken inwoner, organisatie of stakeholder is het goed om de gemeentelijke communicatiekanalen te blijven volgen. Doel en resultaten Op basis van onderzoek en de doorrekening van het bod door Enexis hebben we in de concept-RES geconcludeerd dat we 2 TWh kunnen en willen bijdragen aan de landelijke doelstelling van 35 TWh in 2030.

Deze inschatting is gemaakt door enerzijds de bestaande en geplande projecten in kaart te brengen en anderzijds een inschatting te maken van de nog toekomstige realisatie van ‘no regret’ maatregelen (o.a. zon op grote daken) en van duurzame energieprojecten in zoekgebieden, zoals windparken en zonneparken.

41

Programmeren en prioriteren Het verhaal Het gaat om het kunnen prioriteren en vervolgens programmeren in de tijd van projecten waar op grootschalige wijze energie wordt opgewekt. Dit onderwerp is belangrijk vanwege de terugleverschaarste op het netwerk. Niet alle projecten kunnen altijd en overal worden aangesloten omdat ons elektriciteitsnetwerk een beperkte capaciteit heeft. In het traject voorafgaande aan het verlenen van een vergunning, kan selectie en beleid van de gemeenten een belangrijke rol spelen. De manieren om te sturen zijn zeer beperkt, o.a. vanwege het “First come, first serve” principe waar de netbeheerders wettelijk aan gebonden zijn. Integrale programmering en prioritering is noodzakelijk. Dat betekent dat we, net als het Stedelijk Gebied Eindhoven, als regio voorziene, ruimtelijke ontwikkelingen, zoals nieuwe woonwijken en verduurzaming van bedrijventerreinen, in kaart moeten brengen.

Daarnaast dient de problematiek als gevolg van afnameschaarste zich inmiddels aan in onze regio, in eerste instantie binnen de Kempen en het Stedelijk Gebied Eindhoven. De impact hiervan gaat groot zijn op m.n. bedrijven in onze regio. De vraag is of we middels prioriteren en programmeren, het zij op Provinciaal niveau, sturing kunnen geven aan (ruimtelijke) ontwikkelingen waarvoor afnamecapaciteit nodig is, maar waar schaarste heerst. Verder komt door afnameschaarste het collectief verduurzamen van bedrijventerreinen hoger op de agenda. Het ontstaan van afnameschaarste geeft een sterke prioriteit aan het in eerste instantie communiceren hierover naar alle betrokken stakeholders en in tweede instantie aan het zoeken naar collectieve oplossingen in onze regio. De 9 gemeenten in het SGE gaan als eerste ervaringen op doen hoe integraal kan worden gestuurd. Deze pilot wordt gestart in het kader van de RES. De uitvoering en het geografisch gebied zal zich in eerste instantie vooral beperken tot het SGE. Doel en resultaten Het komen tot een integrale afweging van ruimtelijke ontwikkelingen door de schaarste aan afname en teruglevering op het elektriciteitsnetwerk binnen de regio. En het komen tot een gedragen beeld over waar de knelpunten in 2030 en 2040 zich zullen gaan manifesteren, wanneer deze ongeveer zullen ontstaan en wat de oorzaak hiervan is.

Daarnaast benoemen we welke opties er zijn om te sturen.

Vijf stappen van integraal programmeren

42

No regret maatregelen Het verhaal We gaan bedrijfsdaken en ruimten waar we geen spijt van krijgen benutten voor zonnepanelen. Denk hierbij naast bedrijfsdaken ook aan restruimten binnen het stedelijk gebied die mogelijkheden bieden voor zonnevelden, zoals gebieden op of nabij vliegvelden of op parkeergarages. Andere voorbeelden zijn bermen en taluds van snelwegen (A58, A2, A67). Daarnaast zijn er gebieden die in aanmerking kunnen komen als energielandschap. Om ons volle potentieel aan no-regret maatregelen in te zetten, hebben we alle ketenpartners nodig; van wetgevers, tot bedrijven tot adviseurs, eigenaren etc. Aan het Rijk vragen we specifiek om ons te helpen een aantal belemmeringen voor realisatie van ‘no-regret’ projecten weg te nemen. In de regio gaan we een netwerk van partijen vormen die gemeenten kunnen ontzorgen met betrekking tot het wegnemen van belemmeringen voor zon op dak. Zoals bedrijven die een quick scan voor geschiktheid van daken kunnen uitvoeren, assistentie bij het opstellen van contracten met huurders zodat beide partijen profiteren van zon op dak, advies voor verzekering etc. We maken een splitsing tussen agrarische en andere bedrijven (in/rondom verstedelijkt gebied) vanwege afwijkende belemmeringen. Doel en resultaten Invulling geven aan de voorkeursvolgorde van de zonneladder en een toename van het aandeel duurzame opwek via ‘no-regret’ projecten.

43

Beslishulp grootschalige opwek zon Het verhaal Op dit moment wordt de beoordeling gedaan op basis van een beoordelingskader zoals b.v. opgenomen in het gemeentelijk beleid. Van belang is dat projecten voor duurzame opwek in de verschillende gemeenten vergelijkbaar zijn op kwaliteit voorafgaand aan vergunningverlening. De ontwikkeling van een beslishulp voor gemeenten kan hierbij helpen, waarbij plannen kunnen worden ‘gescoord’ op diverse onderdelen van de planvorming. Voor de ene gemeente is iets anders belangrijk dan voor de andere gemeente maar met een beslishulp zijn de appels en peren wel vergelijkbaar. Mogelijk ook een onafhankelijke beoordeling door derden voor projecten in de hele regio (of subregio) organiseren. Doel en resultaten Het doel is ervoor te zorgen dat de vereisten en uitgangspunten voor zon op land vergelijkbaar worden via het gebruik van een beslishulp of eventueel inzetten van expertpanels.

44

Energielandschap De Kempen Het verhaal In de Kempengemeenten met Bergeijk als trekker, worden alternatieve manieren onderzocht om vraag en aanbod van energie op elkaar af te stemmen. Denk aan het beter afstemmen van vraag en aanbod van elektriciteit, en zoeken naar nieuwe vormen van opslag van energie. Doel en resultaten Doel van dit initiatief Energielandschap De Kempen is ervoor te zorgen dat het huidige gebrek aan transportcapaciteit op het elektriciteitsnet de komende tijd geen belemmering vormt voor de realisatie van duurzaamheidsdoelstellingen en ruimtelijk-economische ontwikkelingen.

45

Integraal programmeren en prioriteren SGE

elektriciteitsnetwerk op hogere schaalniveaus. Bijvoorbeeld bij investeringen in het netwerk.

Het verhaal De Brainport regio is de afgelopen jaren economisch enorm gegroeid, wat heeft geresulteerd in een groeiend aantal arbeidsplaatsen en toenemende vraag naar woningen. Deze groei betekent ook een toenemende druk op het woon-en leefklimaat, onze voorzieningen, werklocaties en de bereikbaarheid. Om de groei goed te kunnen faciliteren is integrale sturing nodig. Daarom werken verschillende overheidslagen (rijk, provincie en 9 gemeenten) samen aan het Verstedelijkingsakkoord Stedelijk Gebied Eindhoven. In MRE-verband (21 gemeenten) kennen we daarnaast nog de volgende doelstelling: Opwek van 2 TWh aan duurzame energie voor 2030. Dit op locaties binnen en buiten het SGE.

Aan het eind van het project ligt er een gedragen beeld over waar de knelpunten in 2030 en 2040 zijn gaan manifesteren, wanneer deze ongeveer zullen ontstaan en wat de oorzaak hiervan is. Daarnaast benoemen we welke opties er zijn om te sturen in de opgave.

Veel van deze doelen kunnen alleen gerealiseerd worden als het onderliggende energienetwerk de extra vraag aankan. En juist in de netwerkcapaciteit zien we momenteel hindernissen die de gewenste ontwikkelingen in de weg lijken te staan. Doel en resultaten Het komen tot een integrale afweging van ruimtelijke ontwikkelingen door de schaarste aan afname en teruglevering op het elektriciteitsnetwerk binnen het SGE1. Met als doel dat ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk blijven, waar nodig gemeenten gezamenlijk sturing geven welke ruimtelijke ontwikkelingen prioriteit krijgen en de belangen van het SGE te borgen in de programmeringsdiscussie van het

Met als nevendoel om te onderzoeken of de pilot ook schaalbaar is voor de hele MRE, in het kader van de RES. 1

46

Afnameschaarste Het verhaal De huidige transportschaarste in Brabant en Limburg is binnen de Metropoolregio Eindhoven voorafgegaan door een korte periode van dreigende afnameschaarste bij twee elektriciteitsstations in ZuidoostBrabant. Transportschaarste betekent dat de aanvraag of uitbreiding van grootverbruiksaansluitingen niet mogelijk is. De provincies Noord-Brabant en Limburg (mede namens de RES-regio’s) en de minister van EZK hebben, in afstemming met netbeheerders (TenneT en Enexis) opdracht gegeven aan Ben Voorhorst om alles in het werk te stellen de huidige problemen te helpen oplossen. Dit initiatief komt boven op het bestaande initiatief om te komen tot een provinciale taskforce transportschaarste. Op korte termijn zal duidelijk worden hoe de provinciale taskforce in samenspraak en in samenwerking met de regio’s en netbeheerders zal komen tot initiatieven om oplossingen op korte en middellange termijn te realiseren en de lobby richting het Rijk vorm te geven. Doel en resultaten Oplossingen vinden voor de huidige afnameschaartse of de gevolgen hiervan zoveel mogelijk beperken. Op langere termijn toewerken naar een meer directe manier van sturen op ruimtelijke ontwikkelingen en investeringen in het elektriciteitsnetwerk.

47

Thema Participatie en Eigendom Handleiding Financiële Participatie Het verhaal In gemeentelijk beleid zijn de voorwaarden voor lokale zeggenschap en eigendom (nog) niet of te vrijblijvend opgenomen. Hierdoor ontbreekt het aan een positie van lokale energie-coöperaties om vanaf dag 1 door een ontwikkelaar betrokken te worden in de ontwikkeling van een zonne- of windpark. Daardoor vindt lokale participatie veel te laat in het ontwikkelproces plaats of er wordt te weinig ruimte geboden door de ontwikkelaar. Hierdoor is er én geen of weinig invloed op de inrichting van zo’n park en zijn de revenuen al verdeeld voordat inwoners en bedrijven financieel kunnen participeren.

▪ ▪ ▪

Het opnemen van de randvoorwaarden voor de bestedingsdoelen van een Duurzaamheids- of Omgevingsfonds. Het bieden van lokale ondersteuning van de deelname in de projectorganisatie van een zonne- of windpark. Relevante modellen voor de projectfinanciering en financiële participatie.

Zowel gemeenten als lokale energiecoöperaties hebben behoefte aan een handleiding om participatie en eigendom ten aanzien van zonne- en windparken goed op te nemen in hun beleid en praktijk. Het uitdragen van de handleiding bij gemeenten vindt bij individuele gemeenten of logische clusters van gemeenten plaats, die of bezig zijn met het opstellen of actualiseren van beleid of waar projecten in voorbereiding zijn. Voorbereiding via de werkgroep Financiële Participatie en Eigendom Doel en resultaten We streven als regio naar maximale lokale participatie en het maximaal lokaal benutten van de opbrengsten. We geloven in lokaal maatwerk op het niveau van individuele projecten. We bieden een handleiding voor gemeenten en energiecoöperaties over hoe we omgaan met participatie en lokaal eigendom bij zonne- en windparken in onze regio: ▪ De juiste kaders op om lokale zeggenschap en eigendom maximaal te borgen in lokaal beleid.

48

Ontwikkelfonds Het verhaal Uit de ervaringen met het Ontwikkelfonds van de BOM in onder andere gemeente Cranendonck zien we dat dit Ontwikkelfonds niet geheel voldoet aan de voorwaarden voor het ontwikkelen van grootschalige zonen windprojecten met een 50 tot 100 % coöperatieve insteek. De huidige voorwaarden waaronder het Ontwikkelfonds van de BOM moet opereren zijn hierin de beperkende factor. In West-Brabant zijn in de eerste helft van dit jaar flinke stappen gezet om tot een regionaal Ontwikkelfonds voor West-Brabant te komen. Naast gemeenten participeren daarin ook LTO, de Rabobank en een groot bedrijf, maar ook het Rijk (via EnergieSamen). Om coöperatieve projecten van de grond te krijgen is het nodig dat er: óf een Provinciaal Ontwikkelfonds, geschoeid op de leest van West-Brabant komt, óf 4 identieke Regionale Ontwikkelfondsen (voor elke RES-regio) worden opgetuigd, geschoeid op de leest van West-Brabant.

Schaalniveau: provinciaal of regionaal Voor het opzetten van óf 1 Provinciaal Ontwikkelfonds óf 4 identieke Regionale Ontwikkel-fondsen (per RES-regio) is het schaalniveau van de Provincie Noord-Brabant nodig. Hiervoor vinden overleggen plaats tussen de energiecoöperaties in de provincie die reeds zonne- of windparken ontwikkelen of exploiteren en de Provincie Noord-Brabant. Voorbereiding via de werkgroep Financiële Participatie en Eigendom.

Doel en resultaten Energiecoöperaties krijgen nu moeilijk een poot aan de grond, aangezien ze naast het inbrengen van lokale kennis, inzet van kennis in het projectteam ontbreekt aan een risicodragende financiering tot het moment dat deze vanaf financial close wordt overgenomen door de inbreng van lokaal eigendom door inwoners en bedrijven. Een regionaal/of provinciaal Ontwikkelfonds is een voorwaarde om de ontwikkeling coöperatie zonne- en windparken van de grond krijgen. Coöperatieve ontwikkeling zet in op lokale zeggenschap en eigendom en is onontbeerlijk voor het creëren van lokaal draagvlak. Afhankelijk van de uitkomst van het onderzoek van de Provincie met de energiecoöperaties in de provincie die reeds zonne- of windparken ontwikkelen of exploiteren, óf 1 Provinciaal Ontwikkelfonds óf 4 identieke Regionale Ontwikkelfondsen (per RES-regio). 49

Versterking ontwikkelorganisatie(s) Het verhaal Bij het merendeel van de lokale Energiecoöperaties ontbreekt het nog aan voldoende kennis en capaciteit om als volwaardige partner deel te nemen in de ontwikkelorganisatie van een zonne- en windpark, naast de professionals die worden ingezet door de commerciële ontwikkelaar. Lokale ontwikkeling en participatie komt alleen tot stand als lokale energiecoöperaties volwaardig kunnen meedoen in het ontwikkelproces. Om die rol in te vullen is een professionele regionale ontwikkelorganisatie nodig. Het schaalniveau van een regio is noodzakelijk om continuïteit in de projecten voor de projectorganisatie over meerdere jaren te waarborgen. Voorbereiding via de werkgroep Financiële Participatie en Eigendom. Doel en resultaten Het inzetten van een geprofessionaliseerde regionale ontwikkelorganisatie zorgt voor de inzet van volwaardige gesprekspartner, naast de commerciële ontwikkelaar in de projectorganisatie.

50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11781903/3