10c. RES MRE 2022-2023 - Bijlage RES Samenwerkings- en Uitvoeringsprogramma
Tekst van het document
Regionale Energiestrategie Samenwerkings- en Uitvoeringsprogramma
Metropoolregio Eindhoven Versie 27 juni 2022
1
Inhoud
Kennis- en Leeragenda................................................................. 22 Duurzame communicatie strategie............................................... 23 Energieloketten ........................................................................... 24
1.
Inleiding ............................................................................................... 4 1.1 Samen stap voor stap over op duurzame energie ............................ 4 1.2 Pijlers van het Samenwerkings- en Uitvoeringsprogramma ............. 4 1.3 Organisatiestructuur ......................................................................... 6 1.4 Doorontwikkeling van de RES 1.0 ...................................................... 7 1.5 Leeswijzer S&UP ................................................................................ 7
2.
Een CO2 neutraal energiesysteem in 2050 .......................................... 8
3.
Thema’s, projecten en coalities........................................................... 9 3.1 Algemeen........................................................................................... 9 3.1 Besparing ........................................................................................... 9 3.2 Duurzame warmte ........................................................................... 10 3.3 Energiesysteem ............................................................................... 11 3.4 Participatie en eigendom ................................................................ 12 3.5. Innovatie ......................................................................................... 12 3.6 Onderwijs en arbeidsmarkt ............................................................. 13
4.
Monitoring ......................................................................................... 15
5.
Communicatie ................................................................................... 16
6.
Capaciteit en middelen...................................................................... 18
Bijlage: Overzicht projecten ...................................................................... 20 Bijlage 1: Overzicht van alle thema’s en projecten........................ 21 Bijlage 2. Overkoepelende projecten ........................................... 22
Energie-armoede ......................................................................... 25 Samenwerking met Lokale Energie Coöperaties ........................... 26 Samenwerking met woningcorporaties .......................................... 27 Thema Besparing ......................................................................... 28 Verduurzaming maatschappelijk vastgoed ................................... 28 Verduurzaming bedrijventerreinen .............................................. 29 Energielabel C/ Greendeal Kantoren ............................................ 30 De Groene Zone 2.0 - Isoleren ...................................................... 31 De Groene Zone 1.1 - Zonnepanelen ............................................ 32 Green deal zorg 2.0 & Zorg Light (nieuw) ...................................... 33 Thema Duurzame warmte ........................................................... 34 RSW Online platform ................................................................... 34 Afwegingskader en scenario’s ...................................................... 35 Kennis- en Leeragenda Warmte ................................................... 36 Biogas/groen gas uit mestvergisting............................................. 37 Aquathermie ...............................................................................
38 Geothermie ................................................................................. 39 Thema Energiesysteem ................................................................ 40 Energiesysteem van de toekomst ................................................. 40 Herijking regionaal bod................................................................ 41 2
Programmeren en prioriteren...................................................... 41 No regret maatregelen ................................................................ 43 Beslishulp grootschalige opwek zon............................................. 44 Energielandschap De Kempen ..................................................... 45 Integraal programmeren en prioriteren SGE ................................ 46 Afnameschaarste ........................................................................ 47 Thema Participatie en Eigendom ................................................. 48 Handleiding Financiële Participatie .............................................. 48 Ontwikkelfonds .......................................................................... 49 Versterking ontwikkelorganisatie(s) ............................................ 50
3
1. Inleiding 1.1 Samen stap voor stap over op duurzame energie De afgelopen jaren hebben we in de Metropoolregio Eindhoven hard gewerkt aan het opstellen van een Regionale Energiestrategie (RES). We hebben in onze regio een samenwerking opgebouwd die we koesteren. Deze samenwerking gaat nu een nieuwe fase in. We willen vooral verder aan de slag gaan, met concrete projecten die voor onze gemeenten, de waterschappen en de provincie het belangrijkst zijn en met andere stakeholders die daar ook zo over denken. Naast een grote technische opgave is de regionale energiestrategie vooral ook een maatschappelijke, financiële en een ruimtelijke opgave. Er is sprake van een groot aantal uitdagingen, zoals de huidige problematiek met betrekking tot netschaarste en uitbreiding van de capaciteit van het netwerk. We geven nu uitwerking aan de RES, we vullen de opgave in meerdere rondes steeds concreter in: het is een ‘ongoing’ proces (bijstellen). Dit Samenwerkings- en uitvoeringsprogramma RES (S&UP) biedt het totaaloverzicht van hoe er in de regio wordt gewerkt aan de energietransitie. Gemeenten, provincie Noord-Brabant, , Waterschappen, netbeheerders, omgevingsdienst Zuid-Oost Brabant en diverse stakeholders werken voor de uitvoering intensief samen. Stakeholders werken mee op projecten waar zij een bijdrage kunnen leveren of een belang zien.
Het gaat onder meer om de volgende stakeholders: Milieu Federatie (BMF), Brabantse Ontwikkel Maatschappij (BOM), Brainport Development, GGD, lokale energie coöperaties (LEC’s), Fontys, JongRES, VNO-NCW, Statkraft, TU/e, Veiligheidsregio, Woningcorporaties, ZLTO. Een deel van de stakeholders is ook vertegenwoordigd in de Adviesgroep RES.
Dit S&UP is een ‘levend’ document, dat periodiek wordt geactualiseerd. We zien het als instrument om slimmer te kunnen regisseren en sturen op de voortgang en realisatie van de gedeelde opgaven op het terrein van energietransitie in de Metropoolregio Eindhoven. Ook zullen we de verbinding moeten maken met andere grote thema’s die binnen de Metropoolregio Eindhoven spelen. Denk hierbij aan de woningbouwopgave, mobiliteit en de transitie van het landelijk gebied. Bijvoorbeeld ontwikkelingen in ons (toekomstig) energiesysteem raken de mogelijkheden om andere regionale ambities te realiseren. Een goed toegerust energiesysteem geldt als randvoorwaarde, bijvoorbeeld voor de realisatie van nieuwe woonwijken of de vestiging van nieuwe grote bedrijven.
1.2 Pijlers van het Samenwerkings- en Uitvoeringsprogramma Dit S&UP is opgebouwd vanuit drie pijlers: 1. Uitvoering van projecten. 2. Monitoring en verbinding. 3. Ontwikkeling regionale strategie. De drie pijlers zien we in het volgende schema terug.
4
inzetbare warmtebronnen. Of aan het verkennen van het energiesysteem van de toekomst. Of aan de vraag of we een regionaal ontwikkelfonds willen inrichten om lokale participatie in duurzame opwekking te stimuleren. Voor deze thema’s maken we afspraken op strategisch c.q. regionaal niveau en zorgen we voor één geluid richting partners zoals bijvoorbeeld de netbeheerders. Soms starten we regionaal met projecten. Om bijvoorbeeld de eerste verkennende of voorbereidende stappen te zetten, voordat het project door een coalitie kan worden opgepakt.
Uitvoering van projecten Aan de linkerkant worden projecten vormgegeven in wisselende coalities van overheden en andere partijen die samen een thema prioriteit geven. Deelname aan een project is vrijwillig en gelijkwaardig, deelnemers zijn zelf opdrachtgever en besluitvormer. Denk aan projecten als de Groene Zone Isolatie, waar een groot aantal gemeenten hun inwoners een voordelige regeling bieden voor isolatie. Of de lokale energieloketten voor inwoners en bedrijven en de inzet van de Lokale Energie Coöperaties (LEC’s). Maar denk ook aan een beperkt aantal gemeenten die acuut met afname-schaarste worden geconfronteerd en daar in overleg met o.a. Enexis nu een handelingsperspectief voor moeten uittekenen, zoals in De Kempen en in het Stedelijk Gebied Eindhoven. Regionale strategie Aan de rechterkant pakken we thema’s op waarover we op regionaal niveau afspraken willen maken. We werken onze regionale strategie verder uit, voortbouwend op de RES 1.0. We ontwikkelen kaders en keuzehulpen en maken afspraken over thema’s die op regionaal niveau thuishoren. Denk aan het afwegingskader voor de inzet van bovenlokaal
Monitoring en verbinding Via monitoring in het midden wordt het overzicht bewaard van de ‘optelsom’ van projecten: op welke thema’s worden vorderingen gemaakt en op welke manier, en waar verloopt de voortgang trager dan verwacht. Daarnaast is het essentieel dat kennisdeling plaatsvindt vanuit de werkgroepen en coalities. Het delen van informatie gebeurt via kanalen zoals de ambtelijke en bestuurlijke overleggen, het digitaal platform Energiewerkplaats, een eigen teams-werkomgeving, nieuwsbrieven, via contacten met de diverse partners zoals uit de Adviesgroep RES, maar ook door het organiseren van fysieke en/of digitale informatie-sessies. In de praktijk ‘reizen’ onderwerpen van de linkerkant - de uitvoering naar de rechterkant - de regionale strategie - en andersom. Vanuit het middelste spoor - organiseren en verbinden - organiseren en faciliteren we dit, houden we het overzicht over het geheel en leggen we de verbinding tussen de twee pijlers. Programmeren & Prioriteren van projecten voor duurzame opwek was bijvoorbeeld eerst een onderwerp op rechts (strategisch). Met het acute optreden van afname-schaarste in een aantal gemeenten is dat in een ander daglicht komen te staan en is nu een ‘verhuizing’ naar links (uitvoering) gaande met een beperkt aantal gemeenten die hier als eerste mee aan de slag gaan.
Vervolgens wordt van daaruit met deze gemeenten de inschatting gemaakt wat de verhouding is met de rest van de regio en of en wanneer de onderzoeken 5
en het gesprek het best kunnen worden verbreed naar een ander deel of het geheel van de regio.
1.3 Organisatiestructuur Rollen en taken De organisatiestructuur sluit aan bij de doelen die we gezamenlijk stellen: samenwerken op strategisch gekozen onderwerpen, ruimte voor uitvoering, ontzorging in de monitoring en op gezette tijden goed voorbereide besluitvorming. Uitvoering is vaak op kleinere schaal dan de hele regio en berust op vrijwillige inzet en lokale autonomie. Het RES 2.0 traject is juist gebaseerd op unanimiteit, consensus en regionale sturing. Daartussen zit een belangrijke taak van monitoring, verbinden, onderwerpen opschalen waar nodig of juist naar de uitvoering brengen. Daarnaast is rolduidelijkheid en opdrachtgeverschap erg belangrijk: het moet helder zijn wie welke taak heeft. Een overzicht van de structuur en de eisen die hieraan worden gesteld is in de Uitgangspunten Samenwerkings- en Uitvoeringsprogramma van januari 2022 opgenomen. In de drie sporen zoals die hiervoor zijn benoemd - uitvoering; monitoring en regionale strategie- zijn verschillende actoren actief. In de uitvoering zijn dat alleen coalities. In de monitoring spelen de programma-manager en diens ondersteuner de hoofdrol: zij zijn verantwoordelijk voor het verzamelen van informatie hierover en het informeren van het ambtelijk overleg en POHO. De inhoud van de regionale strategie wordt verzorgd door (in opdracht van) de werkgroepen.
De procesmanager verzorgt de afstemming richting besluitvorming via programmateam, stuurgroep en portefeuillehoudersoverleg. Er komen bestuurlijke trekkers/aanspreekpunten voor de coalities, projecten en strategische thema’s.
Samenwerking in werkgroepen en coalities Altijd met iedereen samenwerken is weinig efficiënt. We werken slim samen in een werkgroepen-structuur en in coalities. De werkgroepen worden bemenst door gemeenten en andere partijen, die voor zichzelf een positie zien en waarde kunnen toevoegen. Door samen te werken in de werkgroepen en de onderwerpen te verdelen, hoeft het zoeken naar kennis niet in iedere gemeente op elk onderwerp afzonderlijk te gebeuren. Door middel van kennisdeling en samenwerking verlichten we de (lokale) werkdruk. We kennen de volgende werkgroepen: 1. Besparing. 2. Warmte. 3. Energiesysteem. 4. Participatie & Eigendom. 5. Communicatie. 6. Monitoring. Maar we zien ook weer andere werkgroepen ontstaan, bijvoorbeeld op sub-thema’s, zoals “Programmeren & Prioriteren” van energieprojecten. Wat betreft capaciteit en inzet gaan we uit van het overzicht van coalities/projecten/werkgroepen (zie hoofdstuk 6), waarvoor we de afgelopen periode informatie hebben opgehaald. Deze informatie is opgehaald bij de verschillende werkgroepen, tijdens de brede ambtelijke bijeenkomst op 14 april en de adviesgroep 12 mei. Het uitgangspunt is om het budget zo efficiënt mogelijk te besteden. We gaan uit van de aldus opgebouwde structuur en taakverdeling, die is gebaseerd op één dag per week ambtelijke inzet vanuit gemeenten en 1 dag extra voor gemeenten in het programmateam.
6
1.4 Doorontwikkeling van de RES 1.0 Een splitsing van de RES in 2 documenten Het advies vanuit NP RES is om voortaan een onderscheid te maken tussen een RES Voortgangsdocument en een RES Herijking. Die laatste aan te duiden met RES 2.0, RES 3.0 en zo verder. RES Voortgangsdocument In het RES Voortgangsdocument werkt de regio de voortgang uit van het realiseren van de ambities die in RES 1.0 omschreven zijn. Dit wordt gebruikt om landelijk te kunnen monitoren of de 30 regio’s sámen ook op koers liggen voor 2030. De regio’s brengen de voortgang elke twee jaar in beeld. Het document waarin de voortgang wordt vastgelegd noemen we het RES Voortgangsdocument 2023, 2025 etc. Dit document wordt vastgesteld door de colleges en voorgelegd aan de volksvertegenwoordigers. Dit samenwerkings- en uitvoeringsprogramma is voor onze regio de opmaat naar het RES Voortgangsdocument 2023, dat uiterlijk 1 juli 2023 zal worden aangeboden aan het Rijk. RES Herijking Tijdens het uitvoeren van de RES kunnen nieuwe inzichten ontstaan. Nieuwe lokale, regionale en landelijke ambities, innovaties in technieken of bronnen of knelpunten bij de uitvoering. Deze kunnen leiden tot het aanpassen van de bestaande kaders in de RES 1.0 of het vaststellen van nieuwe kaders voor toekomstige ontwikkelingen. Dat is maatwerk en kent dus logischerwijs geen vast ritme.
Voor het document dat we de RES Herijking 2.0 (en 3.0 en zo verder) noemen, kan elke regio daarom zelf bepalen of, hoe en wanneer die wordt vastgesteld. Aan de hand van monitoring op dit samenwerkings- en uitvoeringsprogramma houden we in deze regio de vinger aan de pols wanneer onze RES 1.0 het beste kan
worden herijkt naar een RES 2.0 om te zorgen dat we met aanpassingen in onze ambities en regionale strategie de uitvoering blijven versnellen. Strategische afspraken op regionaal niveau Van de RES 1.0 hebben we geleerd: afstemming op grotere onderwerpen met 21 gemeenten, waterschappen, provincie en netbeheerders samen heeft meerwaarde. Er zullen nog strategische keuzes volgen richting RES 2.0 op de onderwerpen die we nu regionaal uitwerken, bijvoorbeeld met betrekking tot het regionaal afwegingskader warmtebronnen, de eventuele realisatie van een ontwikkelfonds en -organisatie, regionale afspraken over het programmeren en prioriteren van duurzame energieopwek ook in relatie tot netschaarste en een strategie over arbeidsmarkt en onderwijs.
1.5 Leeswijzer S&UP Na de inleiding gaan we in hoofdstuk 2 in op het energiesysteem van de toekomst (2050). Vervolgens behandelen we in hoofdstuk 3 de verschillende thema’s en de projecten. Na de algemene overkoepelende projecten, gaan we achtereenvolgens in op de aanpak, projecten en coalities voor besparing, duurzame warmte, energiesysteem, participatie en eigendom, innovatie en onderwijs en arbeidsmarkt. In hoofdstuk 4 gaan we in op monitoring en hoofdstuk 5 beschrijft de communicatieaanpak, we sluiten af met capaciteit en middelen in hoofdstuk 6. Een overzicht en korte beschrijving (factsheets) van alle projecten is opgenomen als bijlage.
7
2. Een CO2 neutraal energiesysteem in 2050 We wekken in onze regio steeds meer duurzame energie uit zon en wind op. Tegelijkertijd zien we dat die energietransitie ook leidt tot problemen in het netwerk, zoals een gebrek aan beschikbare netwerkcapaciteit Daarom moeten we nu kijken hoe het energiesysteem van de toekomst eruit gaat zien en wat dit betekent voor de projecten die we nu (gaan) uitvoeren en de besluiten die we vandaag nemen. Het einddoel is een CO2 neutraal energiesysteem in 2050. In dit S&UP ligt de focus op de inhoudelijke thema’s Besparing, Warmte (gebouwde omgeving) en Grootschalige duurzame opwek van elektriciteit, energiesysteem en Participatie & Eigendom. Niet alleen deze thema’s, maar ook onderwerpen die geagendeerd zijn op de andere Klimaattafels komen in het energiesysteem samen, bijvoorbeeld door middel van conversie of opslag van energie. Het integrale energiesysteem bevat daardoor vele elementen die op elkaar inhaken. Vanuit dit totaaloverzicht en de onderlinge samenhang tussen de verschillende onderwerpen daarbinnen geven we in dit S&UP een verdere uitwerking van de RES thema’s Besparing, Warmte, Grootschalige duurzame opwek én kijken we naar het totale energiesysteem zoals zich dat ontwikkelt in de komende periode. In het volgende plaatje is dat schematisch weergegeven.
8
3. Thema’s, projecten en coalities 3.1 Algemeen Als eerste noemen we de projecten en coalities die niet betrekking hebben op één van de thema’s (besparing, duurzame warmte, energiesysteem, participatie en eigendom), maar overkoepelend zijn en op meerdere of alle thema’s betrekking hebben. Het gaat om de volgende projecten en coalities: ▪ Kennisdeling. ▪ Duurzame communicatie strategie. ▪ Energieloketten. ▪ Samenwerking met Lokale Energiecorporaties. ▪ Samenwerking met Woningcorporaties. ▪ Energie-armoede. In de bijlage bij dit S&UP zijn de factsheets opgenomen van de overkoepelende projecten.
3.1 Besparing
beweging” te krijgen. De werkgroep besparing richt zich daarbij in eerste instantie op het laaghangend fruit met name die onderwerpen waarmee direct energie bespaard wordt en daarmee de CO2 uitstoot gereduceerd. De komende periode gaan we de besparingsdoelstellingen en ambities concreter maken en waar mogelijk kwantificeren. We werken samen met diverse stakeholders aan het creëren van bewustwording (urgentie), het activeren van de doelgroep en het bieden van een tastbaar en relevant handelingsperspectief, waarbij obstakels weg genomen worden en de doelgroep zo veel mogelijk wordt ontzorgd. Gemeenten en stakeholders voeren al projecten uit en zij gaan verder met de besparingsdoelstellingen en ambities, in wisselende coalities. Werkgroep Besparing en coalities De bestaande werkgroep Besparing zorgt voor de afstemming met en tussen de verschillende coalities, organiseert en faciliteert voor de verschillende coalities de kennisdeling en monitort de voortgang. Voor elke coalitie wordt een team samengesteld vanuit de betrokken gemeenten en stakeholders en wordt een trekker benoemd/gezocht. Projecten en coalities In de komende periode ligt voor het thema Besparing de focus op de uitvoering van de volgende besparingsaanpakken door coalities:
Duurzaam in beweging In de RES 1.0 hebben we aangegeven dat energiebesparing cruciaal is in onze energietransitie; de energie die we niet (meer) verbruiken hoeven we ook niet meer op te wekken. Daarom zetten wij als regio primair en maximaal in op besparing.
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
De ambitie voor het thema Besparing is reductie van de CO2-uitstoot door besparing op en verduurzaming van energieverbruik door bewoners, bedrijven en gemeenten en deze doelgroepen (versneld) “duurzaam in
(De coalitie Wijkaanpak zal op een later moment opgepakt worden).
Verduurzaming maatschappelijk vastgoed. Verduurzaming bedrijventerreinen. Energielabel C / Greendeal voor kantoren. De Groene Zone 2.0: Isoleren. De Groene Zone 1.1: Zonnepanelen. Green deal Zorg 2.0 / Green deal Zorg Light.
9
We vormen hiervoor coalities met een wisselende samenstelling van gemeenten, waterschappen, provincie, Enexis en andere stakeholders. Tevens wordt ingezet wordt op het verder versterken van de Lokale Energie Coöperaties en het verstevigen van de samenwerking met woningcorporaties in onze regio. In de bijlage bij dit S&UP zijn de factsheets opgenomen van de verschillende projecten binnen het thema Besparing.
3.2 Duurzame warmte Bovenlokale bronnen optimaal benutten De Metropoolregio Eindhoven kent geen overvloed aan bovenlokale warmtebronnen. Er is bijvoorbeeld geen grote industriële sector die veel restwarmte produceert. Ook heeft een gedeelte van de regio grondwaterbeschermingszones, waardoor er voorzichtig om moet worden gegaan met de bodem en het gebruiken van aardwarmte. Daarnaast staat de duurzaamheid van biomassaverbranding ter discussie. Meer elektriciteitsverbruik voor lokale duurzame opwekking van warmte zorgt voor veel extra belasting van ons net. Vanwege deze redenen is het van belang dat de 21 gemeenten, de provincie en de 2 waterschappen samenwerken om te komen tot keuzes voor de regio met een optimale inzet en verdeling van de bovenlokale bronnen die we wél hebben. Daarom maken we als regio gezamenlijk een ‘Regionale Structuur Warmte’.
Wisselwerking lokaal beleid en regionale visievorming Het doel is het monitoren en afstemmen van gezamenlijk ontwikkelen en gebruiken van bovenlokale duurzame warmtebronnen, het verbinden met de lokale Transitievisies Warmte van de 21 gemeenten en het vergroten van het kennisniveau over onze bronnen. Werkgroep Warmte De werkgroep Warmte zorgt voor de uitwerking van de regionale projecten (RSW, online platform, afwegingskader en scenario’s) en de afstemming met en tussen de verschillende coalities, organiseert en faciliteert voor de verschillende coalities de kennisdeling en monitort de voortgang. Voor elke coalitie wordt een team samengesteld vanuit de betrokken gemeenten en stakeholders en wordt een Trekker benoemd/gezocht. Projecten en coalities In de komende periode worden op regionaal niveau door de werkgroep Warmte de volgende projecten verder uitgewerkt: ▪ RSW online platform. ▪ Afwegingskader/scenario’s. ▪ Kennis- en leeragenda. Daarnaast wordt invulling gegeven aan de coalities voor: ▪ Biogas. 10
▪ ▪
Aquathermie. Geothermie.
In de bijlage bij dit S&UP zijn de factsheets opgenomen van de verschillende projecten en coalities binnen het thema Duurzame Warmte.
3.3 Energiesysteem Energiesysteem van de toekomst Met het afronden van de RES 1.0 gaan we een nieuwe fase in en maken we een transitie waarbij de kernactiviteiten die onderdeel uitmaakten van de werkgroep “Grootschalige Opwek” worden uitgebreid naar “Het energiesysteem”. We willen een (eind)beeld creëren van ons energiesysteem en bepalen welke richtingen we kunnen volgen om daar te komen en welke keuzes daarbij passen. Om deze stappen te kunnen zetten is het nodig om kennis over scenario’s en mogelijke toekomstige beelden van ons CO2 neutrale energiesysteem (in 2050) te analyseren en te bepalen wat dat kan betekenen voor huidige ontwikkelingen en stappen in die richting. Daarnaast is het belangrijk om kennis over onderwerpen te integreren in een huidig totaalbeeld van ons systeem en ontwikkelingen die invloed hebben op het systeem te blijven analyseren. Omdat de ontwikkelingen snel gaan en beïnvloed worden door veel meer dan het beleid en de projecten in onze regio, zijn we afhankelijk van veel actoren en ontwikkelingen. Op sommige ontwikkelingen hebben wij geen invloed. Op sommige ontwikkelingen kunnen wij wel invloed uitoefenen. Daarnaast staat het beeld van ons energiesysteem in 2050 nog niet vast en werken we dus toe naar een globaal beeld wat nog verschillende kanten op kan gaan.
Werkgroep Energiesysteem De werkgroep Energiesysteem zorgt – naast het zo nodig herijken van de zoekgebieden – voor het creëren van inzicht in keuzes die we kunnen maken om te komen tot een CO2 neutraal energiesysteem in 2050. Daarnaast zorgt de werkgroep voor de afstemming met en tussen de verschillende coalities, organiseert en faciliteert voor de verschillende coalities de kennisdeling en monitort de voortgang. Voor elke coalitie wordt een team samengesteld vanuit de betrokken gemeenten en stakeholders en wordt een trekker benoemd/gezocht. Projecten en coalities In de komende periode worden op regionaal niveau door de werkgroep Energiesysteem de volgende projecten verder uitgewerkt: ▪ Energiesysteem van de toekomst. ▪ Integraal programmeren en prioriteren. ▪ Herijking bod (op basis van monitoring) Daarnaast wordt invulling gegeven aan de coalities voor: ▪ No-regret maatregelen: grootschalige zon op dak, ontwikkelingen langs de A50, A58 en de A67, zon i.c.m. parkeren. ▪ Beslishulp grootschalige opwek zon. ▪ Energielandschap De Kempen. ▪ Integraal programmeren en prioriteren SGE. ▪ Taskforce Afnameschaarste. In de bijlage bij dit S&UP zijn de factsheets opgenomen van de verschillende projecten en coalities binnen het thema Energiesysteem.
11
3.4 Participatie en eigendom
▪ ▪
Minimaal 50% lokaal eigendom Met de komst van energiebronnen als zon en wind wordt de duurzame energievoorziening steeds zichtbaarder. Draagvlak en acceptatie onder omwonenden en andere inwoners en bedrijven uit de omgeving van projecten zijn daarbij van cruciaal belang. Door belanghebbenden in een vroegtijdig stadium te betrekken creëren we draagvlak voor beslissingen en waarborgen we de kwaliteit van beslissingen. Belanghebbenden zijn onder meer inwoners, woningcorporaties, energiecoöperaties, jongeren, agrariërs, natuurbeheerders, energiedeskundigen en raadsleden en colleges.
In deel B van dit S&UP zijn de factsheets opgenomen van de projecten binnen het thema Participatie en Eigendom.
Naast procesparticipatie is het van belang dat er ook sprake is van ‘financiële participatie’. We willen dat iedereen - ook minder kapitaalkrachtigen - voordeel kunnen hebben van de wind- en zonneenergie die we in onze regio opwekken. Hierbij sluiten we aan bij het Klimaatakkoord waarin het uitgangspunt is opgenomen om te streven naar minimaal 50% lokaal eigendom van de nieuwe zonne- en windparken. Ook houden we rekening met de provinciale handreiking ‘Juridische uitwerking 50% participatie’. Lokaal eigenaarschap zorgt voor middelen voor opvolgende investeringen in duurzaamheid en kan ook leiden tot een grotere betrokkenheid van mensen bij lokale projecten, acceptatie van energieprojecten en grotere gemeenschapszin. Werkgroep Participatie en Eigendom De werkgroep Participatie en Eigendom zorgt voor het uitwerken van de projecten. De LEC’s nemen hierin mee het voortouw. Projecten In de komende periode worden de volgende projecten opgepakt: ▪ Handleiding Financiële Participatie.
Ontwikkelfonds. Versterking ontwikkelorganisatie(s).
3.5. Innovatie Onderzoek en innovatie zijn cruciaal om de energietransitie mogelijk te maken. In de RES 1.0 wordt met name uitgegaan van wind- en zonneenergie, omdat dit bewezen technieken zijn voor grootschalige opwek van duurzame energie. Dat wil echter niet zeggen dat we geen aandacht moeten hebben voor innovatie. Juist in onze Brainportregio hebben we de knappe koppen zitten die hieraan kunnen bijdragen. In de RES 1.0 zijn al veel voorbeelden terug te vinden van energie-innovaties die in onze regio worden uitgerold. We willen en kunnen zorgen voor een versnelling: door te zorgen voor (nog meer) verbinding tussen innovatieve bedrijven en ‘landingsplekken’ binnen en buiten de regio. Daarbij komen vragen aan de orde als: ▪ Hoe zorgen we voor een optimale balans tussen energie-aanbod en vraag? Kunnen we hier nieuwe systemen toepassen, zoals met batterijen of waterstof? ▪ Hoe zorgen we voor beïnvloeding van gedrag van bewoners/gebruikers om zo te zorgen voor energiebesparing (sociale innovatie)? ▪ Hoe gaan we om met warmtenetten? Kunnen we bijvoorbeeld aan de slag met meerdere bronnen, als aquathermie? ▪ Wat is er nodig voor een verduurzaming van de infrastructuur (laden/laadpalen/laadpleinen, waterstoftankstations)?
12
In de regio zoeken we actief de samenwerking met partijen die sterk zijn in innovaties. Dit doen we onder andere via het netwerk van Brainport Development. Gemeenten kunnen nog meer als ‘launching customer’ optreden bij de uitrol van innnovatieproducten, zoals lichtgewicht zonnepanelen of dakinstallaties die zonne- en windenenergie opwekken. In samenwerking met Brainport Development zorgen we voor meer verbinding met landelijke netwerken, zoals via de Topsector Energie. Hiertoe zijn we – samen met de andere Brabantse regio’s – onder andere aangehaakt bij het traject ‘Roadmap Innovatie’ vanuit het Nationaal Programma RES (NP RES). Ook verkennen we hoe we beter gebruik kunnen maken van landelijke en Europese subsidies. Met name voor de kleinere gemeenten is het vaak lastiger om hierop aan te sluiten. Voorbeelden van energie-gerelateerde innovatieve ecosystemen in onze regio: Het Institute for Renewable Energy Storage (EIRES), het energie onderzoeksinstituut van de TU/e. Het Urban Development Initiative (UDI), een samenwerking tussen de gemeente Eindhoven, gemeente Helmond, Brainport Development, TU/e en Fraunhofer Research Institute om innovatie en toepassing van slimme oplossingen voor de gebouwde omgeving te bevorderen. Centrale thema’s zijn 1) digitalisering, 2) energietransitie en 3) toekomstbestendig bouwen.
Metalot (Cranendonck) als brandpunt voor energie-innovatie op vlak van metal fuels en waterstof. Het Battery Competence Center, waar bedrijven, kennisinstellingen, brancheverenigingen en overheid hun krachten bundelen om kennis en competenties op te bouwen op het gebied van batterijtechnologie. TNO, Holst en Solliance: onderzoeksinstituten waar onder andere innovaties als de dunne film zonnefolie, CO2 opslag, etc. uit voort komen.
3.6 Onderwijs en arbeidsmarkt De energietransitie brengt niet alleen veranderingen in de omvang van werkgelegenheid en verdeling ervan over sectoren met zich mee, maar ook in het type werk en de kennis en competenties die daarvoor nodig zijn. De energietransitie biedt een groot aantal kansen, ook voor groepen die nu nog aan de kant van de arbeidsmarkt staan. Maar er zijn nu al tekorten in diverse, vooral technische, beroepen die hierbij relevant zijn. Ook in de arbeidsmarktregio’s Zuidoost-Brabant en Helmond-De Peel zijn er op dit moment grote tekorten aan de benodigde vakmensen. Er zijn meer vacatures dan werkzoekenden zodat het voor werkgevers lastig is om aan hun personeelsvraag te voldoen. Veel werkgevers ervaren hierdoor belemmeringen in de productie. Het gaat in totaal om circa 45 technische beroepen. Er is sprake van vacatures op diverse (opleidings-/beroeps)niveaus. Op een lager beroepsniveau is er bijvoorbeeld vraag naar hulparbeiders bouw, grondwerkers/hulparbeiders grond-, weg- en waterbouw en assemblagemedewerkers kunststof. Op middelbaar niveau zijn er vacatures voor bijvoorbeeld monteurs, installateurs en elektriciens. Op hoger niveau zijn er vacatures voor ingenieurs en projectleiders. Voor lager opgeleiden is het mogelijk om door bijvoorbeeld omscholing en een combinatie van leren en werken een mbo-diploma en/of –certificaat te behalen.
Daarnaast zijn er uiteraard ook (steeds meer) vacatures voor niettechnisch personeel. Denk dan aan communicatieadviseurs, gebiedsregisseurs, planologen en architecten. Deze beroepen krijgen steeds meer te maken met activiteiten binnen het domein van gestelde klimaatdoelen.
13
Als RES-regio werken we samen met Brainport Development en de arbeidsmarktregio’s Zuidoost-Brabant en Helmond-De Peel, om een beter beeld te krijgen van de gevolgen van de energietransitie op de regionale arbeidsmarkt. Het vraagstuk van tekorten op de arbeidsmarkt speelt breed in de regio, in veel sectoren: de techniek en ICT, de zorg en het onderwijs voorop, maar ook in veel andere sectoren (zoals horeca, transport en logistiek). Bij de techniek-gerelateerde beroepen wordt veelal in dezelfde vijver gevist. Een aanpak ervan vraagt om een brede en integrale benadering, niet specifiek voor de energietransitie.
14
4. Monitoring Inzicht in de voortgang De energietransitie vraagt een continue inzicht in de voortgang, doorontwikkeling van beleid en de inzet van nieuwe inzichten en technieken om de doelen te bereiken. Als hoofdgebruikers worden de RES-partners beschouwd die een rol hebben in de uitvoering van de RES. Zij hebben direct belang bij het volgen van de uitvoering en het gebruik van gegevens om beleid bij te stellen of aan te vullen. Dit is vanuit het oogpunt van de RES zinvol, maar ook vanuit de gemeenten en andere partijen is het nodig om voortgang binnen de RES te kunnen ‘inzien’ en deze te kunnen presenteren binnen de eigen organisatie. Dit zorgt ook voor kennisdeling die we willen bevorderen. Daarnaast is wenselijk om data te verwerken en te presenteren aan een groter publiek. We registreren de kwantitatieve voortgang van de uitvoering binnen de thema’s van de RES. Dit gebeurt door middel van het verzamelen van relevante data over deze thema’s en door dit, voor het einde van 2022, in een werkend monitoringssysteem op te nemen. Waar nodig wordt de gepresenteerde data nader toegelicht met relevante informatie (bijv. wat de data betekent achter energiearmoede monitoring).
2. Beschikbaarstelling van data in de vorm van informatieproducten waarmee data overzichtelijk en in relatie tot andere data wordt gepresenteerd. De informatieproducten passen bij de behoefte van de gebruiker/stakeholder. (Data inzichtelijk maken) 3. Het bijdragen aan kennis over en het eenduidig gebruik van energiedata ten behoeve van beleidsprocessen binnen de RES. (Intern informatie verstrekken over beschikbare data en datagebruik) 4. Het volgen van en het aansluiten bij de ontwikkelingen rondom datamonitoring van de Provincie en NPRES. (Landelijke/provinciale ontwikkelingen volgen en keuzes maken op basis daarvan). Aanvullend daarop worden de wensen van het MRE waar mogelijk meegenomen in de monitoring. (Data monitoring) Werkgroep Monitoring De nog samen te stellen werkgroep Monitoring zorgt voor de informatieverzameling en de opzet van het monitoringssysteem, welke waar mogelijk aansluit bij/aan reeds bestaande landelijke/provinciale monitoringsystemen. De werkgroep wordt getrokken door de ODZOB. Verder sluiten vertegenwoordigers aan vanuit de verschillende inhoudelijke werkgroepen.
De data die geregistreerd wordt t.b.v. het bepalen van voortgang wil men voor verschillende doeleinden gebruiken: 1. Het organiseren en beschikbaar stellen van tijd en plaatsgebonden gegevens voor verschillende gebruiksgroepen binnen de RES organisatie. Dit ten behoeve van de beleidsvorming voor, de evaluatie van en het begrip over de energietransitie. (Data ontsluiten voor interne organisatie, maar ook richting (externe) stakeholders)
15
5. Communicatie Communicatie op verschillende niveaus Om te zorgen voor draagvlak onder inwoners, is het essentieel om ze goed te blijven informeren over en te betrekken bij de RES. Communicatie in het kader van de RES vindt continu op verschillende niveaus plaats. Bij de regio ligt de overkoepelende communicatie, zoals het organiseren van algemene informatiebijeenkomsten, het informeren over de RES via onder andere onze website en nieuwsbrieven, en de ontwikkeling van tools voor de gemeenten. Gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de communicatie- en participatieprocessen voor hun eigen gemeente en projecten. Betrokken stakeholders uit de regio zijn verenigd in een Adviesgroep RES voor de regio. Deze Adviesgroep bestaat uit vertegenwoordigers van de natuur- en milieuorganisaties, woningcorporaties, de ZLTO, lokale energiecoöperaties, bedrijvenverenigingen, JongRES, de energieproductiesector en kennisinstellingen. Bij de leden van de Adviesgroep is veel kennis en ervaring aanwezig, die zij graag inbrengen. Zij nemen ook deel aan diverse coalities en kunnen gevraagd en ongevraagd input geven aan de werkgroepen. Rol van gemeenten/coalities ▪ Informeren van bewoners over lopende projecten voor de energietransitie in de gemeente, bijvoorbeeld via gemeentelijke (sociale) media kanalen en huis aan huis bladen.
▪ Informeren van bewoners die wonen in of nabij zoekgebieden en hen zoveel mogelijk betrekken bij planvorming en besluitvorming. ▪ Informeren van inwoners over het Energieloket en het gebruik daarvan stimuleren.
Rol van de regio ▪ Communiceren met stakeholders, ambtenaren en bestuurders over strategie ontwikkeling en monitoring, via website, nieuwsbrief en RES Update. ▪ Ontwikkeling van regiobrede communicatieproducten zoals kernboodschappen, presentaties, factsheets en video’s. ▪ Advisering over procesparticipatie. ▪ Organisatie van regionale en subregionale bijeenkomsten over de RES voor inwoners, stakeholders, ambtenaren en bestuurders. ▪ Organisatie van themabijeenkomsten voor en met specifieke doelgroepen zoals JongRES. ▪ Organisatie van regionale communicatie-overleggen rondom mijlpalen/momenten die voor communicatie belangrijk zijn. ▪ Organisatie van een regionaal burgerpanel bij specifieke vraagstukken of dilemma’s die vanuit de werkgroepen, gemeenten of programmateam naar voren komen. Werkgroep Communicatie Vooralsnog wordt de huidige werkgroep communicatie in stand gehouden. De werkgroep C&P is voor “communicatie en participatie” liaison tussen het Nationaal Programma-RES en de 21 gemeenten en 2 waterschappen enerzijds en tussen de provincie en deze partijen anderzijds. Producten van NP-RES en de provincie worden via de werkgroep beschikbaar gesteld aan gemeenten. Daarnaast wordt vertegenwoordigt de werkgroep de belangen van de gemeenten op nationaal en provinciaal niveau.
16
Wat gaan we doen? ▪ Het verhaal over de RES. We gaan inwoners actiever informeren over de relatie tussen de lokale aanpak van de energietransitie en de RES. Dit doen we via gemeenten en aan de hand van een kernboodschap en een animatie. ▪ De organisatie van bijeenkomsten. De participatie kan niet zonder ontmoeting. Over regionale RES-vraagstukken en thema’s organiseren we bijeenkomsten die variëren van informeren, raadplegen, adviseren en coproduceren tot (mee)beslissen. Dit doen we online en in de echte wereld. ▪ Processen ondersteunen met tools en communicatiemiddelen. We ondersteunen de strategische werkgroep Energiesystemen bij het beschikbaar stellen van de zogenaamde beslishulp voor gemeenten. Deze beslishulp is bedoeld voor gemeenten om afwegingen te maken bij de invulling van zoekgebieden. ▪ Versterken van (regionale) kennisdeling. Voor gemeenten maken we hand-outs met best practices van succesvolle participatie. Relevante kennis die voortvloeit uit de strategische werkgroepen delen zij met andere regio’s via Energiewerkplaats, denk aan de besparingsmodules. De werkgroep C&P stimuleert werkgroepen hiertoe en ziet erop toe dat deze kennisdeling plaatsvindt. ▪ Van incidentele naar structurele betrokkenheid van inwoners.
We gaan onderzoeken of een burgerpanel, waarvan de leden op basis van een gestratificeerde steekproef zijn geworven, haalbaar en wenselijk is voor de RES in Zuid-Oost Brabant. Dit doen we op basis van burgerpanels die elders in het land – regionaal en lokaal – zijn uitgevoerd. ▪ Regionale successen delen. Vanuit de monitoring, maar ook door de realisatie van nieuwe mijlpalen, zoals de start van een vergunningstraject, de aanleg van een zonneweide of het benutten van de no-regretmaatregelen, communiceren we regionale successen. ▪ Onderzoek. Om vast te stellen dat stakeholders, raadsleden, bestuurders en ambtenaren zich in voldoende mate geïnformeerd en betrokken voelen, houden we (een) online-enquete(s).
17
6. Capaciteit en middelen Capaciteit De focus komt in deze fase steeds meer te liggen op de uitvoering. Hier is veel ambtelijke inzet voor nodig, op gemeentelijk niveau en in coalities. Daarnaast is echter ook inzet nodig voor de strategische afstemming over RES-thema’s op regionaal niveau. Deze strategische afstemming zien we als ondersteunend aan de uitvoering. Dit willen we zo efficiënt mogelijk organiseren. De gevraagde capaciteit voor het vullen van werkgroepen en strategische overleggen is een knelpunt voor veel van de deelnemende gemeenten, zeker omdat uitvoering veel capaciteit vraagt. Het aantal vergadermomenten en -gremia moet in verhouding staan tot de voortgang die we maken, en we spreken samen af welke thema’s prioriteit krijgen en welke we tijdelijk laten rusten. Op die manier besteden we onze tijd en budget zo efficiënt mogelijk. In onze RES-structuur maken we zoveel mogelijk gebruik van de opgebouwde structuur en taakverdeling met als richtlijn één dag per week ambtelijke inzet vanuit elke gemeente en één dag extra voor de vertegenwoordigers in het Programmateam. Onder deze inzet vanuit gemeenten valt ook afstemming in de subregio’s. Iedere gemeente levert een bijdrage. In het kader van het S&UP houden we een actueel overzicht bij van welke rol door welke gemeente wordt ingevuld en op welke thema’s gemeenten via werkgroepen of in coalities een bijdrage leveren.
Dit in afstemming met de maatschappelijk partners uit de adviesgroep RES MRE. Ook provincie, waterschappen en Enexis continueren hun inzet en zijn vertegenwoordigd in Programmateam en Stuurgroep. De provincie ondersteunt gemeenten met de uitvoering, bijvoorbeeld bij botsende gemeentelijk en provinciale belangen, en zet zich in voor het
Expertisecentrum Warmte. Ook denkt zij mee over nieuwe (financiële) instrumenten voor de realisatie van RES 1.0. De waterschappen ondersteunen met name bij het thema warmte. Ook Enexis heeft een belangrijke rol te spelen, met name op het dossier van transportschaarste. De Metropoolregio Eindhoven levert de procesmanager voor het proces. Dit houdt in ervoor zorgen dat het proces goed is georganiseerd en wordt begeleid, op strategisch niveau. Het Team MRE heeft geen rol in de uitvoering. Voor een indicatie van de totale benodigde capaciteit voor de uitvoering van het Klimaatakkoord voor de komende jaren kan worden gekeken naar een advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) over de uitvoeringskosten van het Klimaatakkoord voor gemeenten, provincie en waterschappen. De taken in het kader van de RES maken hier onderdeel van uit. Voor de uitvoering van de taken vanuit het Klimaatakkoord zijn extra middelen nodig. We agenderen het knelpunt van (ambtelijke) capaciteit in onze afstemming met het Rijk. Middelen Net als voor het proces van de RES 1.0 zijn er middelen vanuit het rijk beschikbaar voor de komende periode, aangevuld met een beperkt budget vanuit het MRE Werkprogramma. Daarnaast dragen de provincie en de waterschappen bij in de algemene proceskosten. Verder biedt de provincie ook mogelijkheden voor cofinanciering van specifieke projecten.
De rijksmiddelen worden net als voorheen via een Decentrale Uitkering aan de gemeente Cranendonck uitgekeerd, die het budget bij de MRE in beheer geeft voor besteding en verantwoording. Besluitvorming over de besteding vindt plaats in de Stuurgroep RES, die verantwoording aflegt aan het POHO energietransitie. Het DB van de MRE is formeel budgetbevoegd, vanwege de verantwoordelijkheid over de besteding 18
(accountantsverklaring e.d.). Het DB wordt door de Stuurgroep RES bindend geadviseerd over bestedingen. Uiteraard volgen we bij het uitbesteden van opdrachten de regels uit de door de DB MRE vastgestelde werkinstructie inkoop en aanbesteding. Voor het jaar 2022 is een bestedingsplan opgesteld. Uitgangspunt is dat op een sobere en doelmatige manier met het budget wordt omgegaan. Per onderwerp binnen de RES zijn bedragen gereserveerd voor specifieke producten en ook voor het inrichten van monitoring, kennisdeling en ondersteuning van werkgroepen en coalities. De bedragen zijn gebaseerd op inschattingen van de ambtelijke werkgroepen op basis van de rol die een werkgroep voor zichzelf ziet in de ontwikkelingen, beschikbare kennis en coalitievorming in de regio. De bedragen onder monitoring, kennisdeling en ondersteuning van werkgroepen en coalities gebruiken we om nieuwe aanbestedingen uit te schrijven voor externe inhuur. Werkgroepen inclusief externe inhuur zijn gericht op het ondersteunen van de planvorming en uitvoering in de regio, zoals beschreven in ‘verwijzen naar S&UP-deel waar de uitgangspunten van de samenwerking zijn beschreven.’
Initiatieven worden ondersteund voor een gelimiteerde tijd, vooraf af te spreken en te monitoren. Periodiek wordt aan de Stuurgroep RES een terugkoppeling gegeven van de financiële stand van zaken. Tussentijdse monitoring vindt plaats door het Programmateam RES. Het POHO energietransitie wordt periodiek geïnformeerd. Verantwoording naar de 21 gemeenten zal lopen via de reguliere P&C-cyclus van de MRE aan de 21 gemeenten. Zodra er duidelijkheid is over de beschikbare financiën vanuit het Rijk na 2022 wordt een bestedingsplan voor de periode daarna opgesteld. Voor de uitvoering zijn we als samenwerkende overheden (ook) afhankelijk van structurele financiering op basis van het Klimaatakkoord. Hiervoor zal de lobby worden gevoerd via de netwerken van (opdrachtgevers van) het Nationaal Programma RES. Daarnaast verkennen we door middel van een subsidiescan de subsidiemogelijkheden vanuit diverse ministeries en Europa voor de thema’s, projecten en coalities zijn opgenomen.
Daarnaast is ook geld gereserveerd voor al meer afgebakende acties, pilots of onderzoek wat we van regionaal belang achten en waarvoor het voor gemeenten te lastig blijkt om het zelf te financieren. En de volgende criteria zijn benoemd voor ondersteuning van initiatieven vanuit de regio: ▪ ▪ ▪
er moet een trekker en commitment zijn; het initiatief levert een bijdrage aan de doelstellingen van de RES/energietransitie in de regio en heeft prioriteit; gemeenten vinden niet de mogelijkheid in hun begroting om de ondersteuning zelf te financieren. 19
Bijlage: Overzicht projecten Bijlagen: 1: Overzicht van thema’s, projecten en coalities 2: Overkoepelende projecten
20
Bijlage 1: Overzicht van alle thema’s en projecten
21
Bijlage 2. Overkoepelende projecten Kennis- en Leeragenda Het verhaal Een gezamenlijk kennis- en leerprogramma is een grote hulp om grote hoeveelheden informatie begrijpelijk en toepasbaar te maken. Dat geldt voor alle thema’s en aspecten van de energietransitie. Daarnaast staat de regio bekend als technologische topregio. Een regio bij uitstek waar we inzetten op innovatie en kennisontwikkeling. Deze innovatie hebben we hard nodig in de transitie. We willen regionaal werken aan een gezamenlijke kennis- en leeragenda, waarbij we samenwerken met kennisinstellingen en bedrijven Doel en resultaten Overheden en stakeholders ondersteunen bij kennisvragen en daarvoor zo nodig onderzoeken uit te zetten.
22
Duurzame communicatie strategie Het verhaal Duidelijke en relevante communicatie naar bewoners binnen de regio RES MRE over de energietransitie is van groot belang om bewoners en bedrijven op de hoogte te brengen van lokale en regionale duurzame ontwikkelingen en in positie te brengen om mee te doen. Het is hierbij van belang dat wij met onze communicatie, lokaal en regionaal, aansluiten bij de belevingswereld van de doelgroep(en) die wij willen aanspreken, bereiken en in beweging willen krijgen. Op lokaal niveau helpt een strategisch communicatieplan bij het stimuleren van inclusiviteit in de energietransitie. Dit werkt draagvlak-verhogend waardoor concrete energiebesparende en CO2-reducerende maatregelen beter zullen worden opgepikt. De gewenste duurzame beweging wordt hiermee versneld.
we met meer actiegerichte communicatie “doe mee-campagnes” inzetten. Op MRE-RES niveau een inspirerend verhaal opstellen ten behoeve van de gewenste uitbreiding van de MRE RES webpagina voor geïnteresseerde gemeenten om het doel van een strategisch communicatieplan duidelijk te maken en het inzichtelijk maken van het communicatieproces (3-6 maanden). Tevens onderzoeken van MRE-breed inkopen van klantprofielen. Onze communicatie strategie gaan we ook monitoren door het kwalitatief en kwantitatief meten van de impact van communicatie(middelen) bij de doelgroep: bereik van boodschap, impact bij de primaire doelgroep en algemene bekendheid. En kwalitatieve impact van boodschap (relevantie, urgentie, obstakels handelingsperspectief, in actie komen e.d.).
Parallel aan de lokale communicatie is het wenselijk dat de MRE RES communicatiemiddelen ontwikkelt én zelf inzet zodat inwoners en andere stakeholders gaan zien welke schakel de RES vormt in het verhaal van de energietransitie en wat de RES inhoudt en toevoegt. Een belangrijk aspect hierbij is het onderzoeken van de profielen van inwoners per gemeente (op dorpskern- en wijkniveau), in termen van waardepatronen, mentaliteit en leef-en duurzaamheidsstijlen. Een dergelijk onderzoek verschaft gemeenten het inzicht in de manieren waarop specifieke doelgroepen wensen aangesproken te worden en via welke media, met als doel dat een voor de gemeente zo gunstig mogelijk resultaat wordt behaald. Doelen en resultaten We verzamelen communicatieplannen, die worden ingezet om bewoners en bedrijven te informeren en inspireren deel te nemen. Vervolgens gaan 23
Energieloketten
het meten van het aantal contacten per week en per thema of specifieke metingen m.b.t. campagnes/ acties/ wijkgerichte activiteiten.
Het verhaal Het Energieloket helpt inwoners (en soms ook bedrijven) aan actuele en relevante informatie voor hun duurzame behoeften en uitdagingen, zeker in deze periode waarin zij geconfronteerd worden met een groot aantal duurzame onderwerpen, die al dan niet relevant voor ze zijn. Hiermee helpen ze bewoners (koop- & huur) op weg zodat ze goed geïnformeerd met de juiste onderwerpen aan de slag kunnen. De medewerkers van het E-loket (een klantcontactcentrum biedt telefonische, digitale en/of fysieke ondersteuning) staan klaar voor inwoners om vragen te beantwoorden, adviezen te geven, zorgen weg te nemen en een luisterend oor te bieden voor de persoonlijke omstandigheden in relatie tot de opgave. Het Energieloket creëert hiermee duidelijkheid, vertrouwen en draagvlak en biedt relevante richting en advies, waardoor concrete energiebesparende en CO2-reducerende maatregelen duidelijk zijn en het handelingsperspectief versterken. Doel en resultaten Het voortzetten en verder professionaliseren van het E-loket waar inwoners in de 21 MRE-gemeenten terecht kunnen voor informatie, vragen, ondersteuning en hulp bij eventuele opvolging.
Door de kennis en ervaringen van de diverse energieloketten bij elkaar te brengen het geheel van alle energieloketten extern (klantzijde) en intern (processen, monitoring) verbeteren om zo nog meer bewoners en bedrijven duurzaam in beweging te krijgen en houden, waarmee energie bespaard en CO2-uitstoot gereduceerd wordt. Deze E-loket informatie inclusief actuele thema’s breder delen met o.a. Communicatie en LEC’s zodat er breed geanticipeerd kan worden op deze onderwerpen. De monitoring op dit thema vraagt nog nadere invullingen. Enkele ideeën zijn bijvoorbeeld
24
Energie-armoede Het verhaal Door de hoge inflatie komen veel inwoners in de MRE regio, in de problemen bij het betalen van hun rekeningen. De hoge energieprijzen is één van de oorzaken van deze hoge inflatie en brengt kwetsbare groepen in de problemen of nog verder in problemen. Inwoners met een flexibel leveringscontract hebben direct last van de hoge energieprijzen maar ook kunnen inwoners met een vast energieleveringscontract (op lange termijn) in problemen komen, zoals afsluiting van gas en elektra, huisuitzetting etc. Doelen en resultaten Het probleem van energiearmoede blijft bestaan zowel bij huurders als particulieren woningeigenaren zolang de inflatie hoog blijft door stijging van de energietarieven door geopolitieke situaties of schaarste. In dit project werken enkele gemeenten met lokale energiecoöperaties en de GGD samen om tot een voorbeeld stappenplan te komen met meerdere keuzes waarmee gemeenten, woningcorporaties en lokale energiecoöperaties samen kunnen komen tot een duurzame oplossing voor het probleem van energiearmoede. Lokaal kunnen afspraken worden gemaakt over de uitvoering via bijvoorbeeld de prestatieafspraken die gemeenten maken met woningcorporaties.
25
Samenwerking met Lokale Energie Coöperaties Het verhaal Een LEC is een groep lokale bewoners die vaak vrijwillig samen hun gemeente willen verduurzamen. Dit doen zij door in te zetten op: energiebesparing, isolatie, het (grootschalige) duurzaam opwekken van elektriciteit of het winnen van warmte uit een duurzame van warmtebron. De leden van de LEC komen als adviseur bij de mensen “achter de voordeur” en weten daarom beter wat hier speelt op het gebied van energieverbruik, duurzaam gedrag en mogelijke verbeteringen. En dat is voor de gemeente van grote toegevoegde waarde. LEC’s kunnen verduurzaming bottom-up onder inwoners aanjagen. Als gemeenten constructief samenwerken met LEC’s kunnen zij hun inwoners nog beter bereiken en “duurzaam in beweging krijgen”.
behoefte aan ontstaat. Onderzoeken mogelijkheden van een financiële ondersteuning bij innovatieve projecten. Voor monitoring op dit onderwerp zal gekeken worden naar een aantal kwalitatieve aspecten zoals: relatie gemeente -LEC; opvolgen richtlijn-afspraken, professionalisering LEC’s, kwaliteit van contact (vriendelijk, kennis, oplossing) en opvolging. Daarnaast zal ook gekeken worden naar kwantitatieve aspecten: # bewoner- en bedrijfscontacten, # coachgesprekken, # adviezen, #acties gestart/geïmplementeerd (i.e. keten slagingskans) , # events/communicatie.
Samen met de vertegenwoordiging van de LEC’s in onze MRE-RES regio zijn een aantal speerpunten opgesteld die als leidraad fungeren voor de invulling van de samenwerking tussen gemeenten LEC’s. Door deze speerpunten te bespreken en samen in te vullen stellen de MREgemeenten de LEC’s in staat optimaal te presteren in hun activiteiten. De gemeenten & LEC’s toetsen periodiek hoe de afgesproken activiteiten lopen en welke resultaten behaald zijn (en waar evt. bijgestuurd moet worden. Ook wordt stilgestaan bij de leermomenten van de samenwerking. De gemeente en LEC’s delen 2-jaarlijks hun kennis, ervaringen en resultaten, zodat de regio leert en verbetert. Tevens worden diverse resultaten gemonitord, zoals de toename van het aantal woningen dat wordt verduurzaamd. Doelen en resultaten Het versterken van de samenwerking tussen de gemeenten en LEC’s en het toekomstgericht professionaliseren van de LEC’s, wanneer daar de 26
Samenwerking met woningcorporaties
▪
Het verhaal Woningcorporaties kunnen versnelling geven aan de verduurzaming van de gebouwde omgeving door hun woningvoorraad te verduurzamen en door hun huurders te stimuleren tot duurzame gedragsverandering. Per gemeente worden met een of meerdere woningcorporaties al afspraken gemaakt over het verduurzamen van hun woningvoorraad.
▪
Kwalitatief gemeten: ervaringen samenwerkingen tussen gemeenten en Woco’s. Voortgang prestatieafspraken.
Woningcorporaties geven aan dat hun huurders, wanneer hun woning is verduurzaamd, niet perse minder energie gebruiken, omdat ze hun gedrag niet aanpassen aan de verduurzaamde woning. Voorbeeld: de woning, die nu goed geïsoleerd is, wordt goed verwarmd, maar men zet ook tegelijkertijd een raam open voor frisse lucht. Met wat simpele tips van een energiecoach, of door het plaatsen van een energiemeter kunnen deze huurders zich bewust worden van hun gedrag en zich hier op aanpassen. Ook kunnen huurders worden verleid tot duurzaam gedrag, door positief gedrag te belonen. Hiermee besparen ze al snel veel energie en dus geld! Doelen en resultaten Duurzame gedragsverandering onder huurders gezamenlijk stimuleren d.m.v. projecten/(communicatie)aanpakken vanuit gemeente en Woco’s samen. Het uitwisselen van kennis en ervaringen m.b.t projecten/ (communicatie)aanpakken. Uitwisselen aanpakken binnen (pilot) WUP’s. Qua monitoring is de focus als volgt: ▪ Samenwerkingsprojecten tussen gemeente en Woco’s: o Wijkaanpak Warmte o Verandering duurzaam gedrag ▪ Kwantitatief gemeten: aantal bereikte huurders, aantal genomen maatregelen.
27
Thema Besparing Verduurzaming maatschappelijk vastgoed Het verhaal Gemeenten hebben een belangrijke voorbeeldrol in het verduurzamen van de gebouwde omgeving. Mede vanuit deze verantwoordelijkheid dient het gemeentelijk vastgoed (versneld) verduurzaamd te worden. Hierbij ligt de focus op het verduurzamen van het vastgoed dat in eigendom is van de gemeenten. Actief bezig zijn met verduurzaming wekt vertrouwen en werkt enthousiasmerend in gesprekken met ondernemers, organisaties en inwoners. Veel gemeenten hebben al stappen gezet als het gaat om het verduurzamen van gebouwen die hen in staat stelt ten behoeve van de verduurzaming van vastgoed de juiste keuzes te maken, beter te plannen, de voortgang te bewaken en resultaten te monitoren. Daartegenover zien we ook dat het bij gemeenten nog ontbreekt aan capaciteit, middelen en kennis om daadwerkelijk tot actie over te gaan. Om gemeenten te ondersteunen bij het verduurzamen van het maatschappelijk vastgoed starten we deze coalitie. Deze aanpak brengt gemeenten “samen” op basis van een gedeelde opgave, doel en/of resultaat. Daarnaast kunnen gemeenten ook advies inwinnen via het Duurzaamheidsloket Sport van de Provincie Noord-Brabant. Er wordt een coalitie gevormd die wordt getrokken door de gemeenten Gemert-Bakel en Valkenswaard, waarbij ook vier vastgoed-ambtenaren aansluiten.
De coalitie haalt kennis op en deelt deze in periodieke kennisbijeenkomsten, tijdens halfjaarlijkse ontwikkeldagen. Ook wordt er rond bepaalde clusters samengewerkt. Kennispartners als ODZOB, RVO, VNG, kenniscentrum Ruimte-OK, Kenniscentrum Sport en Bewegen en het Duurzaamheidsloket Sport Provincie Noord-Brabant worden ook betrokken.
Doelen en resultaten ▪ Het (versneld) verduurzamen van het maatschappelijk vastgoed. Twee keer per jaar zal er een bijeenkomst georganiseerd worden waar trends, ontwikkelingen en ervaringen binnen deze opgave gedeeld worden. ▪ Het krijgen van inzicht in CO2-uitstoot van panden of het inventariseren van je strategisch vastgoed. Enkele voorbeelden van doelen waar op gemeentelijk niveau op gestuurd moet/kan worden. Maar ook voorbeelden van onderwerpen waar meerdere gemeenten mee aan de slag gaan om zo effectiever en efficiënter te opereren. Het periodiek delen van opgedane kennis en ervaring helpt gemeenten bij het behalen van deze individuele doelen. ▪ In specifieke gevallen werken individuele gemeenten rond een thema toe naar hetzelfde resultaat (b.v. energie-labels gebouwen, verduurzamen sporthal of schoolgebouw). In deze gevallen kan het interessant zijn om met enkele gemeenten als cluster intensief samen te werken aan het specifiek en gezamenlijk thema, daarbij geholpen door experts en kennisinstituten. ▪ Monitoring gaat de volgende inzichten opleveren: inzicht in energieverbruik, opwek en CO2-uitstoot op jaarbasis van de publieke panden. Enkele voorbeelden van doelen die op gemeentelijk niveau behaald moeten worden: o het meten van energie-labels publieke gebouwen/ status Elabels; o strategische vastgoed: e-verbruik / e-opwek en CO2 uitstoot; o spec.
gebouwgroepen over gemeenten heen vergelijken (renovaties); o specifieke gebouwgroepen o.b.v. clusters (bijv. gymzalen of scholen); o voortgang van verduurzaming van openbare verlichting volgen. 28