Schriftelijke bijdrage inwoner over tijdelijke huisvesting en vluchtelingenopvang
Tekst van het document
Raadsleden van de gemeenteraad Soes t Postbus 2000 3760 CA Soest Uitsluitend per e-mail
Ref:
Tijdelijke huisvesting / Vluchtelingenopvang Hilversum, 13 maart 2024
Email:
Edelachtbare raadsleden, edelachtbaar colle ge, Inleiding
Ik heb mij bij brief van 6 juli 2022 reeds
eerder tot u gewend -ook toen niet als advo caat,
maar- als bezorgde bewoner van Soest inza ke
het dossier
“Tijdelijke huisvesting Insingerstraat/Den Blieklaan”. Dat dossierlij kt inmiddels door enkele dassen op “pau ze”
te zijn gezet, ondanks de terechte vraagtek ens die ik destijds bij de juridische ontoelaatbare handelwijze en de nogal dominant e/solistische aanpak van hetcollege heb gezet. Hoe het ook zij. Het gaat nu niet om dat dossier/dat gebied. Niettemin baar ik mij nog steeds zorgen om
de gang van zaken in Soest en in het
bijzonder nu met betrekking tot detijdelijke huisv estin
de zogenoemde “Spreidingswet”.
g van vluchtelingen in het licht van
Reden waarom ik wederom in de pen ben geklommen is dat ik ook in de huidige kwes tie raakvlakken zie in de ongekende voortvar endheid van het College en de immense dran g om tijdelijke huisvesting te realiseren
voor vluchtelingen. Ook ditmaal gaat dit gepa ard met een sterk, maar mi. ongepast, appèl op de empathie van de Soester burgers voor
de medemens. Mijns inziens is er evenwel sprake van een bestuurlijke fuik. Een fuik die wellicht met de lessen uit het verleden met meer “optische” inspraak is gelardeerd, maar nog steeds een voorbereide fuik betreft.
Tertoelichting het volgende. Huidige situatie
Op basis van mijn wellicht wat gemankeerde
kennis is de
huidige situatie in Soest/Soesterberg nu dat er 213ontheemd en uit Oekraïne in Soest worden opgevangen en er +/- 100vluchtelingen tot 1 februari 2025 in het Fletcher Hotel “Het Witte Huis” worden opgevangen. Verderis er een vluchtelingenopvang in Kamp Zeist waar +/- 400-500 vluchtelingen worden opge vangen en zijn er naast de
1
eerdergenoemde ontheemden uit Oekraïne ook een aantal statushouders gehuisvest. In Albertsdorp is de huisvesting geborgd tot 15 februari 2025. De vluchtelingenopvang in kamp Zeist wordt formeel op het grondgebied (aan de taakstelling) van de gemeente Zeist toebedeeld, maar nu door de ligging van deze opvangfeitelijk de belasting van Soesterberg hiermee is gemoeid, valt een toerekening
van deze vluchtelingenfeitelijk (deels) aan Soesterberg (en dus aan Soest) toe te rekenen.
Het is in dat kader overigens ook opmerkelijk dat op het “factsheet” inzake de inspraakavond met betrekking tot detijdelijke huisvesting van de vluchtelingen
Albertsdorp en Kamp Zeist geenszins zijn genoemd.
Zou de helft van Kamp Zeist worden toegerekend aan Soesterberg/Soest dan zou al gesteld kunnen worden dat tot aan 2025 aan de taakstelling van Soest (in het kader van
de spreidingswet) ruimschoots is voldaan.
De spreidingswet
So far so good. Soest doet het goed en neemt (al meer dan)haar “fair share” ten.
opzichte van de opvang van zowel asielzoekers/vluchtelihgen als-ontheemden uit — Oekraïne. Hoe dat is gelopen en in hoeverre de raad daarin is betrokken, laat ik buiten
beschouwing, maartot februari 2025 doet Soest (al veel) meer dan de meeste andere
(26) gemeenten in de provincie Utrecht.
Sterker nog. Binnen de 26 gemeenten van Utrecht zijn er minstens 11 gemeenten die geen vluchtelingen opvangen. Ik verwijs hiervoor naar het als bijlage 1 overgelegde memorandum van de voorzitter van de PRT van 16 januari 2024. Hierin wordt vermeld: “Kijkend naar de opgave heeft de provincie Utrecht, met een beperkt aantal gemeenten, een flinke groei aan opvangplekken laten zien van +1.808 plekken (zonder AMV Nidos). Dit door bijvoorbeeld de opening van nieuwelocaties zoals: Kamp van Zeist (Zeist - 400), Plotterweg (Amersfoort - 200), Pahud (Utrecht - 300), Fletcher Hotel (Soest - 90), de AMV opvanglocaties in
Baarn (90) en Leusden (84), de uitbreiding AZC Amersfoort (300) en AZC Leersum (Utrechtse Heuvelrug - 100) en CNO locaties in Veenendaal (206) en Vijfheerenlanden (56)”
Tevens wordt in datzelfde memorandum gesteld: RTV
Utrecht concludeert namelijk “dat 12 Utrechtse gemeenten al jaren geen asielzoekers
opvangen”, dat is dus minder dan de 13 van de 26 gemeenten die RTV Noord suggereert. RTV Utrecht presenteert daarbij een infographic (zie bijlage) waarop te zien is welke 12
gemeenten geen asielzoekers opvangen, namelijk: Bunnik, Bunschoten, De Ronde Venen, Eemnes, Lopik, Montfoort, Oudewater, Renswoude, Rhenen, Stichtse Vecht, Woerden en
Woudenberg. Deze gepresenteerde informatie is niet helemaal juist. Gemeente Oudewater heeft in de zomer van '23 ook asielzoekers opgevangen in CNO om Ter Apel te ontlasten. Wat dus uitkomt op 11 Utrechtse gemeenten.
Omdat er landelijk gezien -net als in de provincie Utrecht- heel veel “weigergemeenten” zijn en de spreiding overalle Nederlandse gemeenten niet naar evenredigheid wordt
ingevuld, heeft de 1° kamer de “spreidingswet” aangenomen. Blijkens de memorie van toelichting (zie bijlage 2) beoogt deze wet een evenredige spreiding van vluchtelingen en asielzoekers in alle gemeenten te bewerkstelligen. Dit wordt vormgegeven door op provinciaal niveau druk te (kunnen) zetten op de opvang van asielzoekers/vluchtelingen.
Voor de provincie Utrecht betekent dit dat er
(verdeeld over de 26 gemeenten) 8.207
vluchtelingen opgevangen dienen te word en. Hier is
een indic
atieve verdeling per gemeente op losgelaten die voor Soest betekent dat er 286vluchtelingen opgevangen dienen te worden. Zie bijlage 3 Eens in de 2 jaar zal er door de nationale overh eid geëvalueerd of en in hoeverre de provincie aan haar taakstelling voldoet/kan voldoen en mocht dat uiteindelijk niet lukke n dan kan de nationale overheid
(staatssecretaris) druk gaan uitoefenen. Dat zal dus afhangen van de PRT en haar afspraken met alle 26 gemeenten (en dus niet alleen van Soest) Kort en goed. De provincie Utrecht heeft een
opgave om er zorg voor te dragen dat
binnen al haar 26 gemeenten de 8.207 vluchtelin gen
PRT heeft daarde regie in en zal dus “begr
gehuisvest dienen te worden. De
ijpelijkerwijze- in overleg met de gemeente
trachten om aan deze taakstelling te voldoen.
n
Hoe heet is de soep voor Soest?
In tegenstelling tot de stemmingmakerij ‘we diene n 287 asielzoeke
rs op te vangen” en “in de 1° helft van 2024 moeten we 48 statushoud ers woonruimte bieden (factsheet gemeente Soest), geldt dus veeleer dat wij tot 25 februari 2025 reeds 90-100 vluchtelingen opvangen er 213 ontheemde uit Oekraïne worden opgevangen en er tevens in Kamp Zeist 400-500 vluchtelingen word en opgevangen. Dit weggezet tegen
de 11 gemeenten in de provincie Utrecht waar geen/
nauwelijks vluchtelin
gen worden opgevangen is Soest/Soesterberg eerderte duide n als “het beste jongetje/meisje uit de klas”. Verder kan ook uit de voordracht van de heer Diep eveen (raadsvergadering van 25 januari 2024) al worden opgemaakt dat “per gemeente ” alle omstandigheden van het geval worden meegewogen. Hoeveel ontheemden uit Oekraïne worden er bijvoorbeeld opgevangen? Ook daar is Soest al redelijk vooruitstrevend in ( 213 personen).
Nogmaals. Soest doet het meer dan goed en zeker ten opzichte van diverse buurgemeenten. In ieder gevaltot februari 2025.
Kijk ik naar de feiten, dan kanik niets anders dan vastst
ellen dan dat Soest
ten opzichte van meerdere (11) buurgemeenten meer doet dan nodig. Indicatief wordt er weliswaar verwacht dat er (over 2 jaar) minstens 286 vluchtelin gen in Soest/Soesterberg worden opgevangen, maar dat is het dan ook. Ook is/wordt erzijdens het college niet/niet kenbaar
“gevochten” voor
de 400-500 vluchtelingen in Kamp Zeist die feitelijk meer op Soesterber g dan op Zeist drukken en worden de 287 (extra) asielzoekers die Soest zou moeten opvan
gepresenteerd.
In dat kader heeft het mij dan ook verbaasd (en stoort het
gen als voldongen feit
mij zeer) dat
“out of the blue” er een inspraak over “toetsingskaders vluchtelin genopvang entijdelijke huisvesting” wordt opgetuigd.
LJ
Blijkbaar stelt het College plotsklaps vast dat er sowie so een meeromvattende opgave is om vluchtelingen op te vangen (Kamp Zeist en Alber tsdorp doen even niet mee), dat er dus een “zwaard van Damocles boven onze hoofden hangt” en dat het dus ineens niet
meer gaat om eventuele vraag “wat moeten we echt en wanneer?” maar om de “vraag” ‘hoe gaan wij het in Soest regelen dan we (nog meer) vluchtelingen gaan opvangen”. Als “doekje voorhet bloeden” worden de raadsleden en burgers wel nog in de
gelegenheid gesteld om mee te denken over de toetsingskaders.
Ik zal mogelijk teveel buiten het politieke speelveld staan, maar ik begrijp nog steeds de
immense sprong naar “toetsingskaders” niet. “Ja”, er is inmiddels een spreidingswet en “Ja” indicatief betekent dit dat Soest/Soesterberg (binnen 2 jaar) 286 vluchtelingen dient
op te vangen. Maar waar komt de angst/haast vandaan? En waarom zullen wij -in tegenstelling tot de geest van de spreidingswet- meer moeten doen dan de andere
gemeenten? Willen wij als Soest een wit voetje halen bij de provincie Utrecht en juist andere gemeenten ontlasten? Datlijkt mij niet in het belang van de inwoners van Soest!
Ook worden we geduizeld met de noodzaak van tijdelijke huisvesting. De noodzaak/opgave van de provincie is gericht op huisvesting. Er wordt in de
“spreidingswet” nergens aangestuurd optijdelijke huisvesting (of het bouwen daarvan). De opdrachtis “regel het als provincies en verdeel het eerlijk”, Dat betekent niet “ga bouwen”. Het college wil evenwel heeeel graag de provincie Utrecht plezieren door tijdelijke woonhuisvesting te realiseren. Waarom? Is dat gunstig voor de inwoners van Soest? In de fuik waarin wij -en u als gemeenteraad- worden meegenomen, zijn wij thans in een gesprek getrokken over ‘de toetsingskaders” van de tijdelijke huisvesting. Dit evenwel
zonder dat de principiële en primaire vraag en noodzaak helder en duidelijk is. Dat
kunnen en mogen wij niet toestaan. Wat doet en moet Soest echt? En watis echt het risico? En hoe verstaan wij ons als Soest tot onze andere gemeenten binnen de provincie Utrecht?
Ik voel mij oprecht in een fuik gelokt waarin wij over de toetsingskaders “discussiëren”
terwijl het college de hoofdvraag niet heeft beantwoord. Wij gaan sowieso (tijdelijk)
bouwen en jullie mogen daar een gedachte bij hebben. Dit terwijl de werkelijke vraag “moeten wij bouwen” en “voldoen wij aan onze gemeentelijke plicht” wordt overgeslagen. En zijn het wel “toetsingskaders”
Zou ik al mee willen gaan in de “discussie” over de toetsingskaders, dan is het nog
steeds de vraag hoe we deze “vrije inbreng” zouden moeten zien.
Helder is dat de Programma Opdracht reeds gekaderd is. Er moet voor tijdelijke woonhuisvesting niet naar bestaande woonhuisvesting worden gekeken en tevens mag er ook niet gezocht worden naar locaties buiten de rode contouren. Onder 2.2 van de Programma Opdracht wordt verder verwezen naar een allegaartje van afspraken en visies die relevant worden geacht. Wat betekent dit concreet en hoezo?
Dit is temeer relevant omdat de heer Diepeveen (PRT) helder heeft aangegeven dat de provincie welwillend is om voor de kaders buiten de rode contouren welwillend mee te
willen denken. Waarom zou Soest dan alleen binnen deze contouren willen blijven? De provincie zet daarvoor de deur al open….
Mijn visie is dat de beperkingen/kaders die door het college worden gesteld een weinig
open veld betreffen en deel uitmaken van de eerder genoemde “fuik” waarin de burgers
van Soest en zo ook de gemeenteraadsleden worden gezogen. We slaan stappen over,
4
Stoom en kokend water Ook de ongekende haast van het Coll ege plaats ik niet. Soest heeft tot (minsten s) begin 2025 niets te duchten. Vraagt een voor uitziende blik en goed bestuurderschap een (middel)lange termijnvisie?
Ja!
Brengt dit met zich mee dat voor de tijdelijke huis
een oplossing moet worden gevonden
? Nee!
vesting met “stoom en kokend water”
Er is nog voldoende tijd en ruimte om geme enschappelijk gedragen alternatieven te onderzoeken buiten de ‘vastgestelde kaders”. Denk aan het vooruit trekken van bestaande woningbouw of het onderzoeken van tijdelijke woningbouw in de rafelranden/buiten de rode contouren. Wat dan wel?
De spreidingswet is een feit. Zo ook de opga ve van de provincie en de indicatieve opgave per gemeente. Het is evenwel niet de bedoeling dat Soes t/Soesterberg meer/sneller doet dan waar toe zij concreet gehouden is. De Spreidingswe tis niet voor niets geënt op een eerlijke en evenredige verdeling. Respecteer dat dan ook. e
e ®
Breng eerst in kaart waar Soest/Soesterberg echt
Breng als college / raad aan dat Kamp Zeist (en
concreet aan moet voldoen.
het Albertsdorp) voor de taakstelling
van Soest mee dienente tellen. Minstens voor de helft. Als het dan helder is dat Soest een X aantal vluchtelingen dient op te vangen, dan dien en wij daar gehoor aante geven.
Luister dan daar de burgers en verdeel (in klein e eenheden) de vluchtelingen over Soest .
Utrechts model
Als de slotsom ertoe leidt dat er gaandeweg diver se vluchtelingen/statushouders en dergelijke geplaats moeten worden binnen Soes t dan ben ik niet negatief over het Utrechtse model. Wel
zal dan specifiek (en gegarandeerd) de verh ouding spoedzoekers/starters ten opzichte van vluch telingen (in kleine units) geconcretiseerd moeten worden. Thans is het nog te vaag en onzeker of de tijdelijke huisvesting zal worden benut met een aanvaardbare en concrete verdeling. Het geeft nu veeleer de indruk dat de spoedzoe
kers en start
ers als “excuus Truus” worden gebruikt om de sentimenten van de burge rs te beïnvloeden. Dit evenwel zonder concrete cijfers en garanties.
Ik wil graag mijn visie nadertoelichten en heb nog meer om overuit te wijden, maar
meen met deze bijdrage hopelijk voldoende te hebben bijgedragen om u — als raadsleden- tot een weloverwogenvisie te kunnen brengen. U -als raad- bent de baas. Dus ik reken op u als volksvertegenwoordigers! ‚Hoogachtend
BIJLAGE 1
MEMORANDUM
PROVINCIE 5: UTRECHT
TOELICHING BIJ RECENTE PUBLICATIES ASIELOPVANG IN DE PROVINCIE UTRECHT
ONDERWERP DATUM VAN TELEFOONNUMMER TEAM BIJLAGEN
Toelichting bij recente publicaties asielopvang in de provincie Utrecht 16-01-2024 Hans Oosters (voorzitter PRT) en Rob van Muilekom +31646543657 (Ruben Cales) TKA . . = Artikel NOS: Spreidingswet heeft vooral invloed op opvang asielzoekers in Utrecht en Noord-Holland. = Artikel RTV Utrecht: Deze 12 Utrechtse gemeenten vangen al jaren geen asielzoekers op.
Aanleiding De komende twee weken is het debat en stemming in de Eerste Kamerover de mogelijke komst van de Spreidingswet. Naar aanleiding hiervan zijn op maandag 15-01 bij de NOS en RTV Utrecht artikelen verschenen over de opvang van asielzoekers per gemeente (zie bijlage). Detitels van de artikelen warenals volgt: Spreidingswetheeft vooral invloed op opvang asielzoekers in Utrecht en Noord-Holland (nos.nl) en Deze 12 Utrechtse gemeenten vangen al jaren geen asielzoekers op - RTV Utrecht. In dit memo geven wij vanuit het PRT Kansenmakersteam enige duiding bij beide publicaties. Dit doen we door
eerst een tweetal algemene noties mee te geven en daarna gaan we op elk artikel afzonderlijk in.
Notie 1: doel is opvangopgave en niet elke gemeente te laten opvangen De Spreidingswet heeft een dwingend instrumentarium in zich dat de mogelijkheid biedt om,in het uiterste geval, gemeenten te dwingen asielzoekers te laten opvangen. Een ander middel dat de Spreidingswet biedt is om verschillende doelgroepen (asielzoekers/statushouders) onderling uit te wisselen. Beide zijn middelen om het doel; de totaalopgave opvangplekken, te realiseren, Belde artikelen focussen nu enkel op de gemeenten die opvang
leveren. Terwijl het doel, het behalen van de provinciale opgave, centraal staat. Kijkend naar de opgave heeft de provincie Utrecht, met een beperkt aantal gemeenten, eenflinke groei aan opvangplekkenlaten zien van +1.808 plekken (zonder AMV Nidos). Dit doorbijvoorbeeld de opening van nieuwe locaties zoals: Kamp van Zeist (Zeist - 400), Plotterweg (Amersfoort - 200), Pahud (Utrecht - 300), Fletcher Hotel (Soest - 90), de AMV opvanglocaties in Baarn (90) en Leusden (84), de uitbreiding AZC Amersfoort (300) en AZC Leersum (Utrechtse Heuvelrug - 100) en CNO locaties in Veenendaal (206) en Vijfheerenlanden (58). Let op: voor deze cijfers is enkel gekeken naar de periode dat het PRT Kansenmakersteam actiefis. Metde extra capaciteit van nieuwelocaties in Vianen (Vijfheerenlanden - 100) en Eemnes (32) en in ontwikkeling zijnde Campanille hotel (Amersfoort - 154) komt er op korte termijn ook weer substantiële uitbreiding aan. Beide artikelen kijken niet naar hetrealiseren van de opgave en de extra plekken die erbij zijn gekomen maar enkel naar de gemeenten die opvangvoorzieningen leveren. Datis te kort door de bocht aangezien er wordt gestuurd op totaal aantal opvangplekken. Notie 2: Utrecht levert bijzondere opvangvoorzieningen
Beide artikelen tellen simpelweg opvanglocaties terwijl daarbinnen een veelheid aan verschillende type opvangvoorzieningenis te onderscheiden. Binnen de provincie is een verscheidenheid aan opvangvormen … aanwezig met bijvoorbeeld: een GLO-locatie (uitgeprocedeerde gezinslocatie) in Amersfoort, de opvanglocatie van Afghaanse Evacueesin Zeist en een landelijk aanmeldcentrum voor Oekraïense ontheemdenin de Jaarbeurs. Naast dat het aantal duurzame opvangplekken groeiende is (zie eerste notie) levert Utrecht al langere tijd een
PROVINCIE-UTRECHT.NL
1van7
substantiële bijdrage om de situatie bij het aanmeldcentrum in Ter Apel te ontlasten door hetrealiseren van (crisis)noodopvang. Beide artikelen maken geen onderscheidt in type opvangvoorzieningen. Dit terwijl daar veel differentiatie in zit en Utrecht een aantal voorzieningen levert ten opzichte van landelijke opgaven. Notie 3: aandacht voor verschillen tussen provincies waar het gaat om de huidige Inzet op opvang
(Noordoost Nederland doet veel, Randstad blijft achter) is bruikbaar in de lobby voor aanvaarding
Spreidingswet In de lobby vanuit IPO en VNG en ook onze eigen lobbygesprekken is een redeneerlijn dat de Spreidingswet kan
helpen om de ongelijke verdeling van opvangvoorzieningen en aantallen opgevangen asielzoekers over het land recht te trekken, ten voordele van de provincies buiten de Randstad.
Duiding artikelen vooraf Een tweetal opmerkingen vooraf: e Eris geen inzicht in de gebruikte data van RTV Noord. Waar verschillen zijn gevonden gaat het hier mogelijk om een definitiekwestie waarbij mogelijk zaken een rol spelen als bijvoorbeeld looptijd,
e
asieldoelgroep (bijv. AMV/Regulier), aantal geboden plekken of opvangaccommodatie (bijv. hotel of specifieke opvangvoorzieníing). De data in dit memo komen voort uit het dashboard van het PRT Kansenmakersteam. Op korte termijn is
het niet mogelijk opvangvoorzieningen tussen 2012 en Q3 2021 (start KMT) te achterhalen, maar mogelijk is er in die periode ook al door andere gemeenten opvang geboden.
Duiding artikel NOS: Spreidingswet heeft vooral invloed op opvang asielzoekers in Utrecht en NoordHolland. : : De berichtgeving op NOS is gebaseerd op een analyse van RTV Noord. De cijfers die RTV Noord heeft opgevraagd gaan over de periode januari 2012 en november 2023. Er valt te lezen dat het zowel gaat om crisis- en noodopvang als de reguliere opvang in azc's.
Op basis van de analyse komen zij tot de conclusie dat voor de provincie Utrecht 50% van de gemeenten geen asielzoekers opvangt. Het is onduidelijk welke gemeenten zij daarmee precies bedoelen. Nadere duiding: e Momenteel vangen een 9-tal gemeenten asielzoekers op (Amersfoort, Baarn, Leusden, Soest, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Vijfheerenlanden, Zeist). ° e Sinds de huidige asielcrisis hebben ook de volgende 6 gemeenten enige kortdurende vorm van (crisis)noodopvang geleverd (Eemnes, Houten, Nieuwegein, Oudewater, De Ronde Venen e
(Doorstroomlocatie Hotel Koekenbier) en Wijk bij Duurstede).
Oftewel: sinds het begin van de huidige asielcrisis (zeg 2,5 jaar) hebben al 15 van de 26 gemeenten een vorm van opvang geleverd. De berichtgeving dat 50% van de Utrechtse gemeenten dus geen opvang hebben geboden, komt niet overeen met onze gegevens. Het is onduidelijk waar dit verschil met het onderzoek van RTV Noord in zit. Bovendien zouden dit meer gemeenten kunnen zijn als over een langere periode wordt teruggekeken dan de start van het PRT Kansenmakersteam.
Duiding artikel RTV Utrecht: Deze 12 Utrechtse gemeenten vangen al jaren geen asielzoekers op. Het artikel van RTV Utrechtlijkt te suggereren dat zij zich ook baseren op de analyse door RTV Noord. Toch komen ze tot een andere conclusie dan dat 50% van de Utrechtse gemeenten geen asielzoekers opvangt. RTV Utrecht concludeert namelijk “dat 12 Utrechtse gemeenten al jaren geen asielzoekers opvangen”, dat is dus minder dan de 13 van de 26 gemeenten die RTV Noord suggereert. RTV Utrecht presenteert daarbij een infographic (zie bijlage) waarop te zien is welke 12 gemeenten geen asielzoekers opvangen, namelijk: Bunnik, Bunschoten, De Ronde Venen, Eemnes, Lopik, Montfoort, Oudewater,
Renswoude, Rhenen, Stichtse Vecht, Woerden en Woudenberg. Deze gepresenteerde informatie is niet helemaal juist. Gemeente Oudewater heeft in de zomer van '23 ook asielzoekers opgevangen in CNO om Ter Apel te ontlasten. Wat dus uitkomt op 11 Utrechtse gemeenten. Daarnaast is van een tweetal van deze 12 gemeenten, namelijk Bunnik en Woerden, openbaar bekend dat zij bezig
2van7
zijn met de verkenning van het ontwikkelen van een opvangvoorziening. Waarbij gemeente Eemnes 32 jongeren gaat opvangen op het Najada Resort maardit buiten de scope van het onderzoek viel (jan '12 en nov ‘23). Indien een slag dieper zou zijn gekekenligt het beeld dus genuanceerder dan gepresenteerd.
3 van?
Bijlagen NOS Nieuws*Vandaag, 06:00
Spreidingswet heeft vooral invloed op opvang asielzoekers in Utrecht en Noord-
Holland
De afgelopen twaalf jaar heeft bijna één op de drie gemeenten geen asielzoekers opgevange n. Dit blijkt uit een analyse door RTV Noord op basis vancijfers die zijn opgevraagd bij het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). Van de 342 gemeenten hebben er 111 de afgelopen twaalf jaarniets gedaan aan de opvang van asielzoekers.
De spreidingswet, die vandaag en morgen in de Eerste Kamer wordt behandeld, zou hier mogelijk
veranderi
ng in kunnen brengen. Met de omstreden wet zouden gemeenten in het uiterste geval gedwonge n kunnen worden om asielzoekers op te vangen. Dat zou ertoe moeten leiden dat asielzoekers evenwichtiger worden gespreid over het land en dat het aanmeldcentrum ín Ter Apel wordt ontlast, maar het is nog de vraag of het voorstel na de Tweede Kamer ook in de Eerste Kamer een meerderheid krijgt. Weigergemeenten
Hetis al langer bekend datlang niet alle gemeenten asielzoekers opvangen. Afgelopen november werd duidelijk dat 45 gemeenten volgens het COA weinig tot niets deden aan de huisvesting van statushoud ers en asielopvang. In 2022 bleek uit een analyse van de NOS datvan devijftig grootste gemeenten er drie jarenlang
geen
asielzoekers hadden opgevangen. Het ging toen om Roosendaal, Delft en Westland. De cijfers die RTV Noord heeft opgevraagd gaan over de periode tussen januari 2012 en november 2023.
Op de kaart hieronderis het aandeel van de gemeentes die geen asielzoekers opvangen weergegeven per
provincie:
Het aandeel van de gemeentes in de provincie die geen aslelzoekers opvangen
Gemeenten in Groningen en Drenthe hebben in de afgelopen twaalf jaar allemaal asielzoekers opgevangen. In Flevoland en Overijsselzijn er slechts een paar gemeenten die in die periode geen opvang hebben geregeld,
waaronder Urk en Staphorst. In Friesland zijn het er iets meer, maar dat komt vooral door
waar opvang logistieklastig is.
de Waddeneilanden,
4van7
In andere provincies is het percentage gemeenten dat de afgelopen periode geen asielzoekers heeft opgevangen hoger. In Noord-Holland is hetbijna de helft. Zo zijn er in de kop van Noord-Holland meerdere aan elkaar grenzende gemeenten die geen opvang hebben geregeld. Ook in Utrecht heeft de helft van de gemeenten de afgelopen twaalf jaar geen asielzoekers gehuisvest. In Gelderland heeft zo'n 35 procent van de gemeenten geen opvang geregeld, in Noord-Brabantis dit bijna 40 procent, In Brabant zit wel het azc van Budel, dat na Ter Apel het grootste asielzoekerscentrum van Nederland is. ‘Geen geschikte plek’ Het Gelderse Rozendaal is een van de gemeenten die de afgelopen twaalf jaar geen asielzoekers hebben opgevangen. Volgens burgemeester Ester Weststeijn wil de gemeente dat wel, maaris er niet genoeg ruimte. “We zijn een gemeente metslechts 1750 inwoners, zonder industrieterreinen of campings daaromheen. Eris gewoonweg geen ruimte voor, hoe graag we ook zouden willen", zegt ze tegen RTV Noord. Toch hoopt ze dat de Eerste Kamer de spreidingswet aanneemt. "Als de spreidingswet er komt, gaat het voor ons om maar zes
asielzoekers.”
Ook de gemeente Stede Broec, in de kop van Noord-Holland, heeft naar eigen zeggen geen geschikte plek om asielzoekers op te vangen. “In een eerder stadium zijn wel locaties aangeboden aan het COA. Deze bleken echter niet aan hun toenmalige vereisten te voldoen”, aldus een woordvoerder. TE vamel es Wel opvang Oekraïense vluchtelingen Volgens RTV Noord hebben nagenoeg alle gemeenten die geen asielzoekers opvangen, wel opvang geregeld voor
Oekraïense vluchtelingen. Zo ook Stede Broec en Rozendaal.
Burgemeester Weststeijn: "Dat heeft ermee te maken dat we bij de opvang van Oekraïners nog dachten dat het om een korte periode zou gaan. Bij de opvang van asielzoekers gaat het doorgaans om een langere periode", zegt ze.
Voor de opvang van de Oekraïense vluchtelingen gebruikte Rozendaal een stuk particuliere grond. Onderzoek RTV Noord
Bij de gemeenten die wel asielzoekers hebben opgevangen, gaat het om zowel crisis- en noodopvang als de reguliere opvang in azc's. De opvang van Oekraïners wordt niet geregeld door het COA, maar door gemeenten zelf. De opvang van die groep valt daarom buiten deze cijfers. Hoewel de spreidingswet veel weerstand oproept, is het Rijk met betrekking tot de huisvesting van statushouders asielzoekers die in Nederland mogen blijven - een stap verder. leder halfjaar krijgen de gemeenten van de Rijksoverheid te horen hoeveel statushouders zij op moeten nemen. Dat aantal is afhankelijk van het aantal inwoners. Sommige gemeenten die de afgelopen jaren geen asielzoekers hebben opgevangen, moeten wel statushouders huisvesten. Een deel is daar inmiddels mee aan de slag gegaan, meldt RTV Noord.
5 van 7
RTV Utrecht Vandaag, 07:46°2 minuten leestijd
Deze 12 Utrechtse gemeenten vangen al jaren geen asielzoekers op Utrecht - In de provincie Utrecht hebben 12 van de 26 gemeenten al jaren geen asielzoekers gehuisvest. Het
gaat vooral om gemeenten in het westen van de regio. Dat blijkt uit een analyse door RTV Noord op basis van cijfers die zijn opgevraagd bij het Centraal Orgaan opvang asielzoekers
(COA).https://www.rtvutrecht.nl/nieuws/3465752/waarom Opvallendis datin vrijwel alle gemeenten die geen vluchtelingen opvangen, wel ruimte is voor Oekraïners. Op onderstaande kaart zie je welke twaalf gemeenten in de provincie Utrecht wel en geen asielzoekers opvingen. Verdeling asielzoekers over de provincie ì KEK of tik op jouw gemeente voor meer inlormatie
Le (0
Ba Bree
Landelijk hebben 111 van de 342 gemeenten over een lange periode geen asielzoekers opgevangen in de afgelopen twaalf jaar. De spreidingswet, die vandaag en morgen in de Eerste Kamer wordt behandeld, zou hier mogelijk verandering in kunnen brengen.
Met de veelbesproken wet zouden gemeenten in het uiterste geval gedwongen kunnen worden om asielzoekers op te vangen. Het moet ervoor zorgen dat asielzoekers evenwichtiger worden gespreid over het land en dat het
aanmeldcentrum in Ter Apel wordt ontlast, maar het is nog de vraag of het voorstel na de Tweede Kamer ook in de Eerste Kamer een meerderheid krijgt.
Burgemeester Sharon Dijksma deed gisteren een dringende oproep aan de Eerste Kamer. In het programma WNL op Zondag vroeg ze senatoren om dinsdag in te stemmen met de spreidingswet. "Wij als gemeenten hebben die wet nodig ”https://www.rtvutrecht.nl/nieuws/3683180/dijksma-doet-oproep-aan-eerste-kamer-neem-alsjeblieft-diespreidingswet-aan Statushouder of asielzoeker?
Als asielzoekers een verblijfsvergunning krijgen, heten ze vanaf dat moment statushouder. Ze kunnen dan de opvang uit en vanaf dat momentzijn gemeenten verplicht een aantal statushouders per jaar te huisvesten door ze een woning aan te bieden. Dat heet de taakstelling.
6 van 7
Voorvluchtelingen uit Oekraïne gelden andere regels. Zij mogen gelijk werken en een woning huren en hoeven niet eerst asiel aan te vragen.
7van?7
BIJLAGE 2
Regels inzake het toedelen van een wettelijke taak aan gemeenten om
opvangvoorzieningen voor aslelzoekers mogelijk te maken en wijziging van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers (Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen) Memorie van toelichting I. ALGEMEEN DEEL 1. Aanleiding
Dit wetsvoorstel beoogt een verandering te brengen in de huidige situatie waarin het Centraal
Orgaan opvang asielzoekers (hierna: COA) afhankelijk Is van de vrijwillige medewerking van
gemeenten om opvang voor asielzoekers In Nederland mogelijk te maken. Nederland is op basis van Internationale en Europeesrechtelijke verplichtingen verplicht om asielzoekers opvang te bieden. Het Rijk is verantwoordelijk voor het opvangen van asielzoekers. Het COA voert dit In opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid uit. Tegelijkertijd is er geen wettelijke taak voor gemeenten om de opvang van asielzoekers door het COA In gemeenten mogelijk te maken. Dit wetsvoorstel wil een einde maken aan deze situatie door gemeenten ook een expliciete wettelijke taak te geven bij de opvang van asielzoekers. Tevens wil het kabinet met dit wetsvoorstel komen tot een evenwichtigere verdeling van asielzoekers over gemeenten.
Het wetsvoorstel Is niet los te zien van de huidige crisis In de asielopvang. Deze crisis is ontstaan door een veelheid aan factoren. Die factoren hangen onder meer samen met het op- en weer afschalen van asielopvang capaciteit na een aantal jaar van lagere capaciteitsbehoefte. Ook is vanuit gemeenten de behoefte uitgesproken aan meer mogelijkheden voor kleinschalige opvang.
Verschillende (dringende) bestuurlijke oproepen zijn gedaan om meer opvangcapaciteit te realiseren. Dankzij intensieve inspanningen van alle partijen is het gelukt om in de periode van de
zomer 2021 tot mei 2022 meer dan 17.000 opvangplaatsen te realiseren, naast de opgave voor de
opvang van ontheemden uit Oekraïne sinds eind februari 2022. De extra gerealiseerde opvang is echter onvoldoende gebleken voor de gestegen capaciteitsbehoefte. Het betreft hier bovendien
veelal noodopvang en crisisnoodopvang. Deze (crisis)noodopvangplaatsen zijn vaak van korte duur
en bieden daardoor slechts tijdelijk verlichting.
Om de crisis op te lossen en te komen tot een duurzaam en stablel opvanglandschap met
afdoende opvangplaatsen voor de aan het vraagstuk inherente wisselende opvangbehoefte, is een brede aanpak nodig om alle factoren te adresseren. Deze aanpak wordt ook voorgestaan door het kabinet, in afstemming met medeoverheden, zoals aangegeven in de brief aan de Tweede Kamer van 26 augustus 2022 (zie ook verderop in deze memorie van toelichting).* Onderdeel daarvan is het creëren van een wettelijke taak voor gemeenten. Hiermee komt vast te staan dat gemeenten
medeverantwoordelijk zijn, naast het Rijk, voor de internationale en Europeesrechtelijke verplichting om asielopvang te bleden aan vluchtelingen en asielzoekers.
Uitgegaan wordt van solidariteit tussen gemeenten, een eerlijke en evenwichtige spreiding over het land, zoveel mogelijk vrijwillig ter beschikking stellen van opvangplaatsen en het voorkomen
van crisisnoodopvang. Het kabinetblijft erop inzetten dat duurzame opvangplaatsen door gemeenten zoveel mogelijk vrijwillig ter beschikking worden gesteld. Dat wordt door dit
wetsvoorstel op verschillende manieren bevorderd; onder meer door het verstrekken van specifieke uitkeringen voor duurzame opvangplaatsen, ook buiten de overlegcyclus waar dit wetsvoorstel in voorziet. Een belangrijk doel is in leder geval dat crisisnoodopvang zoveel als mogelijk tot het verleden zal gaan behoren. Met dit wetsvoorstel wordt ook invulling gegeven aan de wens vanuit het Veillgheidsberaad en de commissarissen van de Koning In hun rol als rijksorgaan om juridisch instrumentarium te ontwikkelen om de druk van de vluchtelingenstroom op de samenleving gelijkmatig over het land te verspreiden en (verder) invulling te geven aan de inhoudelijke plannen rondom asielopvang. Uw Kamer Is hierover bij brief van 12 april 2022 geïnformeerd.2
Dat met deze wet zal voorzien in een duurzaam en stabiel opvanglandschap, doet er vanzelfsprekend niet aan af dat het kabinet zich steeds zal blijven Inzetten maatregelen te nemen * Kamerstukken II 2021/22, 19637, nr. 2983. 2 Kamerstukken II 2021/22, 19637, nr. 2856.
om grip te krijgen op migratie en om te bevorderen dat asielaanvragen spoedig worden behandeld
en terugkeer naar landen van herkomst plaatsvindt indien een aanvraag is afgewezen.
2. Duurzaam toekomstperspectief: stabiel en wendbaar opvangstelsel Op 25 mei 2022 heeft het kabinet per brief aan de Tweede Kamerbericht dat een gezamenlijke
aanpak van de opvang en een andere manier van werken van alle ketenpartners noodzakelijk is;3 De basis hlervoor ligt in de Uitvoeringsagenda Flexibilisering Asielketen (hierna: Uitvoeringsagenda) die in mei 2020 vastgesteld is aan de Landelijke Regietafel Migratie (hierna: LRT). De LRT is een overleggremium. Aan de LRT werken hetRijk, provincies, gemeenten en het
COA aan gezamenlijke opgaven op het terrein van asiel, huisvesting statushouders en integratie en participatie. In de Uitvoeringsagenda hebben Rijk, provincies en gemeenten een gezamenlijke
ambitie geformuleerd ten aanzien van een toekomstig asielsysteem en uitgangspunten om deze ambitie te verwezenlijken. Zo moet er voldoende duurzameflexibele opvangcapaciteit gerealiseerd
worden om mee te kunnen bewegen met schommelingen in instroom en bezetting en komen er (minimaal) vler middelgrote proceslocaties (gemeenschappelijke vreemdelingenlocaties) evenredig
verspreld over het land waar de asieldiensten onder één dak werken, Daarnaast wordt er ingezet
op het zo snel mogelijk plaatsen van vergunninghouders in of In de nabijheid van de uiteindelijke woongemeente kunnen verblijven en kunnen starten met hun inburgering in de gemeente. Tevens wordt bezien hoe kleinschaliger opvang mogelijk gemaakt kan worden en wordt de opvang evenwichtig verspreid over het land volgens een aan de LRT overeengekomen verdeelsystematiek
waarin het aantal benodigde opvangplaatsen per provincie Is opgenomen.
Dit vraagt dat ook de gemeenten die dat nu nog niet doen, hun bijdrage leveren aan een humane
en duurzame opvang van asielzoekers. In het huidige stelsel van asielopvang hebben gemeenten zoals gezegd geen wettelijke taak, maar maken vele gemeenten sinds jaar en dag wel asielopvang binnen hun gemeente mogelijk. Dat doen zij onder andere door zorg te dragen voor het verlenen
van de noodzakelijke vergunningen en het mogelijk maken van de ruimtelijke inpassing.
Het kabinet realiseert zich dat redenen om geen medewerking te verlenen aan de komst van een opvangvoorziening divers zijn. Veelvuldig door gemeenten genoemde redenen zijn een gebrek aan politiek en bestuurlijk of maatschappelijk draagvlak door bijvoorbeeld vrees voor overlast of de
onvrede over het afschalen van opvanglocaties na de verhoogde Instroom van 2015 en 2016. Ook
bestaat soms discrepantie tussen de vraag van het COA en het aanbod van locaties door
gemeenten. Gemeenten dragen bijvoorbeeld kleine locaties aan omdatdit beter past bij de aard en schaal van de gemeente, terwijl het COA grotere locaties nodig heeft in het kader van de doelmatigheid binnen bestaande kaders. Kijkend naar de huidige situatie op de arbeidsmarkt voorziet het COA ook een gebrek aan voldoende personeel om (veel) kleine locaties te bemensen. In de huidige praktijk sluit het COA met het college van elke gemeente waarin een
opvangvoorziening is gevestigd, een bestuursovereenkomst. Daarin worden o.a. de gebruiksduur (looptijd) van een opvangvoorziening vanaf tijdstip ingebruikneming, de mogelijkheid van eventuele verlenging en het maximaal aantal opvangplaatsen vastgelegd.
Metde brief van 8 juli 2022 heeft het kabinet de uitkomsten van de “Verkenning naar meer dwingend juridisch instrumentarium voor opvang van asielzoekers” met de Tweede Kamer
gedeeld. Ten aanzien van de wettelijke taak voor gemeenten zijn daarbij 3 varianten geschetst.
Deze varianten betreffen (1) het beleggen van een wettelijke taak bij iedere gemeente, zodat de aslelopvang evenredig wordt verdeeld, en (2) het beleggen van de taak bij enkele gemeenten op basis van een jaarlijks verdeelbesluit, te nemen door (2a) gedeputeerde staten, ofwel (2b) door
het Rijk, waardoor de asielopvang evenwichtig over de provincies en daarmee het land kan worden verdeeld. Het kabinet heeft besloten variant 2b neer te leggen in een wetsvoorstel. Reden hiervoor is dat deze variant uitgaat van samenwerking van gemeenten om opvangvoorzieningen mogelijk te maken. Gemeenten bezien samen de mogelijkheden (ook in relatie met de opdracht van het huisvesten van vergunninghouders). De uiteindelijke clustering van opvangvoorzieningen bij bepaalde gemeenten, sluit aan bij de huidige praktijk en Is In lijn met de Uitvoeringsagenda. Een clustering van opvangvoorzieningen zorgt er tevens voor dat de dienstverlening binnen de migratieketen duurzamer kan worden uitgevoerd. De keuze voor de Minister van Justitie en 3 Kamerstukken II 2021/22, 19637, nr. 2901.
ijke verdeelbesluit (verdeling benodigde Veiligheid als bevoegd bestuursorgaan om het landel nemen ís gelegen in het argument dat hij capaciteit In provincie naar bepaalde gemeenten) te ver is van het COA, de eten beheert en opdrachtge reeds de financieringsstromen binnen de aslelk
IND en de DT&V.
wordt uitdrukkelijk beoogd dat voldoende Met de in het wetsvoorstel gekozen systematiek het aanhouden van
. Onder meer door duurzame en flexibele opvangcapaciteit wordt gerealiseerd r voor vijf jaar of langer — moeten de zogeheten ‘vaste voorraad’ — locaties beschikbaa mst kunnen worden opgevangen. Het COA zet schommelingen in instroom en bezetting in de toeko korter lopende contracten) om zo een en in op een diverse vastgoedportefeuille (langlopende er opvangcapaciteit die voldoende flexibel is wendbaar opvanglandschap te creëren. Zo ontstaat te kunnen bewegen met de behoefte en wordt om, binnen aanvaardbare bandbreedtes, snel mee gvoorzieningen
ijk voorkomen. Opvan de inzet van noodopvang en crisisnoodopvang zoveel mogel aties in instroom en
gvorm die (bij fluctu kunnen tevens worden ingericht als flexibele opvan sting van andere aandachtsgroepen zodat er huisve de voor n worde n kunne wend aange bezetting) g dat het
minder opvangvoorzieningen hoeven te worden geslot
en. In dit verband is van belan
ziening door of onder verantwoordelijkheid wetsvoorstel het mogelijk maakt dat een opvangvoor nieuwe
geëxploiteerd (het voorgestelde van het college van burgemeesters en wethouders wordt op de behoefte aan een combinatie van artikel 3b van de Wet COA). Hiermee wordt ingespeeld opvang en woonvormen.
3. Actuele ontwikkelingen; bestuurlijke afspraken 2022 het kabinet de opvangcrisis tot De situatie is momenteel dusdanig onhoudbaar dat op 17 juni zich ervan bewust dat gemeenten en nationale crisis heeft uitgeroepen.* Het kabinet is langere tijd bijzondere inspanningen veiligheidsregio’s op het gebied van crisisbeheersing zich al d is en blijft. getroosten, terwijl het tekort aan opvangplaatsen nijpen
Tweede Kamer een pakket maatregelen Op 26 augustus 2022 heeft het kabinet per brief aan de opvangcrisis te komen én om langjarig bekend gemaakt om per direct tot een oplossing voor de VNG, IPO en
afspraken met de uit de crisis te blijven. Ook is er een breed pakket aan bestuurlijke aam enblijvend uit de duurz om n termij lange als het Veiligheidsberaad, gericht op zowel korte nten om een wettelijke taak voor gemee opvangcrisis te komen. Een van de genoemde afspraken is het Rijk spoedwetgeving in dat roken afgesp etIs Concre maken. asielopvang mogelijk te t om asielopvang te realiseren en consultatie brengt die een wettelijke taak voor gemeenten creëer
provinciale regietafels) nader dat daarbij expliciet ook de taak en rol van provincies (waaronder de wordt uitgewerkt en opgenomen.
4. Hoofdlijnen wetsvoorstel 4,1 Uitgangspunten wetsvoorstel jk stelsel behoeft aanpassing, zodat alle Het huidige systeem is niet meer houdbaar en het wetteli elijk
gemeenten een evenwichtige bijdrage leveren aan aslelopvang en
het COA niet langer afhank
taak voor gemeenten om is van vrijwillige medewerking van gemeenten. Een wettelijke
ende opvangplaatsen te asielopvang mogelijk te maken, dient het doel om duurzaam voldo op te vangen, maar ook om realiseren zodat Nederland te allen tijde in staat is om asielzoekers
and te verdelen. deze opvangplaatsen op een evenwichtige wijze over Nederl flexibiliteit komt in het stelsel zodat Het kabinet acht het van belang dat er meer rust, stabiliteit én en de processen op rijks-, kijken het COA, de provincies en gemeenten beter vooruit kunnen k te maken daarop kunnen mogelij vang asielop de provinciaal en gemeentelijk niveau om voldoen d aan opvangplaatsen voorraa vaste stabiele een van an uitgega worden afgestemd. Daarom wordt
tage reservecapaciteit op elke bij het COA die standaard aangehouden wordt, alsmede een percen opvanglocatie.
Uitgangspunten van het wetsvoorstel zijn: 1.
Een tweejaarlijkse ramings- en verdeelcyclus vertaald naar per provincie.
4 Kamerstukken II 2022/23, 19637, nr. 2906.
de benodigde opvangcapaciteit
2.
Zorgdragen voor een evenwichtige spreiding van duurzame opvangvoorzleningen over het land
De opvang van asielzoekers is een nationaal belang (vgl. Nationa
le Omgevingsvisie
). Het Rijk is resultaatverantwoordelijk voor de huisvesting van asielzoekers. De wettelijke plicht voor gemeenten om asielopvang mogelijk te maken betekent ook dat het gemeentebestuur de ruimtelijke keuze maakt waar aslelopvang binnen de gemeente plaatsvi ndt.
Naast de reguliere opvang zal het Rijk met provincies en gemeenten samen de ruimtelijke keuze maken voor vier gemeenschappelijke vreemdelingenlocaties in Nederla nd. In dat kader geldt dat het kabinet de voorkeur heeft dat ook in dat geval de besluitvorming over het bestemmingsplan of verlening van de vergunning door de gemeente gebeurt,
4,2 Werkwijze totstandkoming gemeentelijke taak
Het wetsvoorstel sluit aan bij de huidige werkwijze die is neergelegd in in de twee jaar wordt voor 1 februari bekend gemaakt aan hoeveel
de Uitvoeringsagenda. Eens
opvangplaatsen voor
aslelzoekers In de daaropvolgende twee jaren naar verwachting behoefte zal zijn.
Vervolgens
wordt bepaald welk deel daarvan beschikbaar moet worden gesteld volgens de systematiek van deze wet. Om dat aantal te bepalen wordt het aantal opvangplaatsen dat voor vijf jaar of langer beschikbaar Is of in de daaropvolgende 12 maanden voor die periode beschikbaar zal komen in mindering gebracht op het aantal opvangplaatsen waar in totaal behoefte aan zal zijn. Doel hiervan is om de hierna te bespreken provinciale opgave te beperke n tot die opvangplaatsen waarover voor de komende periode daadwerkelijk overleg en afstemm ing op provinciaal niveau
dient plaats te vinden.
Startend in 2023 betekent dit dat een aantal van 55.000 plekken moet worden gerealiseerd. Uitgaande van de huidige duurzame voorraad van het COA van 15.000 plekken moeten er
daarmee nu ten hoogste 40.000 opvangplaatsen gevonden worden. Op het aantal van 40.000 wordt het aantal nieuw aangeboden opvangplaatsen In mindering gebracht . Indien gemeenten deze duurzame opvangplaatsen aanhouden of creëren kan hiervoor een zogeheten specifieke uitkering worden verstrekt. Deze uitkering kan door de gemeente besteed worden aan een ander doel dan de opvang van asielzoekers en zijn een aanvulling op de reële compensatie van de extra kosten voor gemeenten voor het mogelijk maken van de opvangvoorzleningen voor asielzoekers. De keuze voor een specifieke uitkering vloeit voort uit de
voorwaarden die gesteld worden om in aanmerking te kunnen komen voor de uitkerin
g en
gewenste accountantscontrole (zie hierover nader paragraaf 4.8 van deze toelichting).
Onder meer door deze zogeheten ‘vaste voorraad’ moeten schommelingen in
instroom en
bezetting in de toekomst kunnen worden opgevangen. Deze opvangp laatsen moeten tijdig worden aangemeld bij het Rijk, Het aantal opvangplaatsen dat beschikbaar moet worden gesteld volgens
de systematiek van de wet wordt namelijk voor 1 mel bekendgernaakt. Alle opvangplaatsen die op een duurzame wijze worden georganiseerd,
maken vervolgens
onderdeel uit van de vaste voorraad van het COA. Bij de volgende tranche In meer duurzame opvangplekken beschikbaar zijn die op de totaal te
2025 geldt dan dat er
verdelen opvangplaatsen In
mindering kunnen worden gebracht. Bij iedere tranche bouwt de vaste voorraa d naar verwachting dus op. De Inzet van het kabinet Is dat daardoor steeds meer opvangplaatsen voortkomen uit een
vrijwillig ter beschikking gestelde duurzame vaste voorraad en minder opvangplaatsen tot stand. hoeven te komen vla toebedeling van een taak op grond van deze wet.
Vervolgens wordt een verdeling vastgesteld van de aslelopvangplaat sen over de provincies (de zgn. provinciale opgaves, niet zijnde een door de provincie als orgaan in te vullen opgave). Binnen deze provinciale opgave wordt voorts op basis van een bij algemen e maatregel van bestuur vast te
stellen verdeelsystematiek, een Indicatieve verdeling naar het benodigde aantal opvangplaatsen per gemeente gemaakt. Deze verdeling Is gebaseerd op het inwoneraantal van de betreffende
gemeente. Bij de verdeling kan worden bepaald dat een gedeelte van de opvangplaatsen van bijzondere aard moetzijn. Zo kan worden gewaarborgd dat voldoende opvangplaatsen beschikbaar worden gesteld voor bijvoorbeeld alleenstaande minderja rige vreemdelingen.
Vervolgens wordt op provinciaal niveau een vertaling gemaakt waarin de aan opvangplaatsen over een aantal gemeenten wordt verdeeld. In deze
4
toekomstige behoefte
fase, van het komen tot
een verdeling Is een belangrijke rol weggelegd voor de provinclale regietafels (PRT's). De PRT’s worden gecoördineerd door de commissarissen van de Koning (in hun rol als rijksorgaan, hierna cdK's). Deelnemers zijn ketenpartners (in ieder geval provincie, gemeenten, en het COA). Aan de PRT's vindt het overleg tussen gemeenten plaats om de provinciale asielopgavete vertalen in een taak voor bepaalde gemeenten die haalbaar en uitvoerbaar is. Hierbij wordt gestreefd naar een evenwichtige verdeling over de provincie (en daarmee uiteindelijk ook over Nederland). Aan de PRT's wordt dus het gesprek gevoerd over (continuering, verlenging of sluiting van) bestaande opvangvoorzieningen en accommodaties en locaties op het grondgebied van de gemeenten binnen de desbetreffende provincie die geschikt zijn of (na aanpassing, verbouwing) geschikt kunnen worden gemaakt voor het realiseren van nieuwe opvangvoorzieningen. Het streven is om in het kader van duurzaamheid, en ook in hetlicht van de gevraagde Investeringen, duurzame
opvangvoorzieningen te creëren. De cdk’s doen verslag van de gesprekken aan de Minister van Justitie en Veiligheid. Het wetsvoorstel gaat ervan uit dat het proces op provinciaal niveau uitmondt in twaalf verslagen van de cd’s aan de Minister van Justitie en Veiligheid. Op basis hiervan kan een landelijk dekkende verdeling, vastgelegd door de Minister van Justitie en Veiligheid JenV In verdeelbesluiten, van het totale aantal op te vangen asielzoekers worden vormgegeven. Ook wanneer eenmaal door de Minister van Justitie en Veiligheid een verdeelbesluit Is genomen en
bepaalde gemeenten daarmee een taak opgelegd hebben gekregen, spelen de PRT's een rol. De PRT's monitoren de voortgang van het Invullen van de provinciale asielopgave en de cdKs delen. … daarover de laatste stand van zaken aan de LRT. HetIs van belang dat de LRT het landelijk overzicht heeft, In dat kader melden gemeenten het zowel aan de toezichthouder als aan de PRT's wanneer blijkt dat zij de taak niet kunnen invullen. De PRT's kunnen dan ook benut worden om
gezamenlijk te werken aan een oplossing zodat de gemeentelijke taak en provinciale asielopgave kan worden ingevuld.
4.3 Taak gemeenten Het wetsvoorstel beoogt een wettelijke taak toe te delen aan alle gemeenten In Nederland om asielopvang mogelijk te maken. De wettelijke taak houdt dat van gemeenten een bijdrage wordt verwacht in hetter beschikking stellen van accommodaties of locaties die geschikt zijn om nieuwe
asielopvang te realiseren of bestaande asielopvang te continueren. Deze wettelijke taak strekt zich uit tot zowel het college van burgemeester en wethouders als de gemeenteraad. Voor de komst
van een opvangvoorziening kunnen verschillende besluiten noodzakelijk zijn. Bijvoorbeeld
vergunningverlening door het college of de wijziging van een bestemmingsplan door de raad
(ruimtelijke inpassing). Het wetsvoorstel beoogt duidelijk vast te leggen dat zowel college als raad de bevoegdheden die zij hebben zodanig Inzetten dat zij hiermee binnen de gestelde termijn het
vastgestelde aantal opvangplaatsen daadwerkelijk realiseren. De ruimtelijke inpassing kan soms
ook raken aan vastgestelde provinciale kaders voor ruimtelijke ordening en natuurbescherming. De gemeente zal ook daarmee rekening moeten houden.
In de gekozen variant (2b) wordt niet van alle 344 gemeenten tegelijkertijd een bijdrage verwacht. De bedoeling is dat de opvangvoorzieningen evenwichtig over heel Nederland worden verspreid, De verdeling kan naar tijd en plaats wijzigingen. Dit maakt dat het
aslelopvanglandschap er over achtereenvolgende jaren verschillend uit kan zien.
In varlant 2b rust op alle gemeenten een verplichting mee te werken aan asielopvang, maar deze
verplichting wordt Ingevuld door een taak voor bepaalde gemeenten om een vastgesteld aantal opvangplaatsen asielopvang mogelijk te maken. De bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen verdeelsystematiek resulteert in de eerste plaats in een provinciale asielopgave (een verdeling van het totaal aantal benodigde opvangplaatsen over de provincies). Daarbij is aandacht voor het onderscheid In behoefte voor reguliere opvang en opvang voor alleenstaande
minderjarige vreemdelingen (amv). In de tweede plaats wordt In de algemene maatregel van
bestuur een verdeelsystematiek opgenomen van een indicatieve verdeling naar het benodigde
aantal opvangplaatsen per gemeente. Deze verdeling is, anders dan de verdeling over provincies,
niet bindend, maar Indicatief, Vervolgens wordt de provinciale opgave door de Minister van Justitie en Veiligheid via het “verdeelbesluit” belegd bij bepaalde gemeenten in de desbetreffende
provincie.
Het in het wetsvoorstel geregelde besluitvormingsproces waarlangs aan een aantal gemeenten een
taak wordt opgelegd verloopt via een tweejaarlijkse ramings- en verdeelcyclus op nationaal niveau, overleg en verslaglegging op provinciaal niveau, en een verdeling over gemeenten op rijksniveau door de Minister van Justitie en Veiligheid. De verdeling oprijksniveau resulteert In een aantal (dwingende) gemeentelijke taken om asielopvangvoorzieningen mogelijk te maken. Overigens kunnen gemeenten die ruimte kunnen en willen maken voor asielopvang net als in het
huldige systeem het geval is, te allen tijde contact zoeken met het COA dan wel met de provincie. Een vrijwillige bijdrage zal worden meegenomen in het proces van planvorming en advisering op
provinclaal niveau en meegenomen worden In de verdeling op rijksniveau.
4.4 Taak COA Het wetsvoorstel wijzigt niet de belangrijkste taak van het COA: het bleden van materiële en immateriële opvang aan asielzoekers, zoals die is geregeld In de Wet COA, in nauwe samenwerking met gemeenten.
Voorgesteld wordt om de bestaande bevoegdheid van het COA om een asielzoeker In een bepaalde soort opvangvoorziening te plaatsen In de Wet COA te verankeren. Het gaat om een belangrijk uitgangspuntin het systeem dat nu is vastgelegd op het niveau van een ministeriële regeling (artikel 11 van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen
2005). Uitgangspunt daarbij Is, net als nu het gevalIs, dat dit In overleg met het college van de gemeenten geschiedt, zeker wanneer door het uitvoeren van deze bevoegdheid een categorale opvangvoorziening ontstaat.
Ingevolge de Wet COA worden opvangvoorzieningen door of onder verantwoordelijkheid van het COA geëxploiteerd, Het wetsvoorstel maakt een uitzondering hierop mogelijk, zodat het college In overleg met het COA, kan besluiten dat de exploitatie van een opvangvoorziening door of onder
verantwoordelijkheid van de gemeente meer in de rede ligt. De randvoorwaarden om als gemeente een opvangvoorziening te kunnen exploiteren moeten duidelijk zijn en worden nader uitgewerkt. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen vervolgens regels worden
gesteld over exploitatie door de gemeenten, die de uitgewerkte randvoorwaarden weergeven. Het COA heeft In hetlicht van het kunnen uitvoeren van de eigen taak, ook een rol om te monitoren of het totaal aan benodigde opvangvoorzieningentijdig gerealiseerd worden om de benodigde opvangbehoefte in te vullen. De toezichthouder monitort of de individuele taak van gemeenten wordt ingevuld. Het COA levert hiervoor cijfers op basis waarvan gedeputeerde staten toezicht kunnen houden en de PRT kan monitoren.
4,5 Taak Minister van Justitie en Veiligheid Het Is aan de Minister van Justitie en Veiligheid om de In de verslagen van de commissarissen van
de Koning de door de gemeenten aangedragen verdeling van benodigde opvangcapaciteit per provincie in een (haalbaar en uitvoerbaar) verdeelbesluit neer te leggen. Mocht op basis van één
van de verslagen van de cdK’s blijken dat gemeenten niet gezamenlijk een verdeling zijn overeengekomen die de provinciale opvangbehoefte dekt, dan neemt de Minister voor de ‚ desbetreffende provincie zelfstandig een verdeelbesluit waarbij bepaalde gemeenten een taak
wordt opgelegd.
De Minister zal zich hierbij laten lelden door het streven naar een zo evenwichtig mogelijke
verdeling over het grondgebied van Nederland, maar ook naar de duur van de eerder geboden opvang (maanden, jaren), eerder geboden omvang (aantal opvangplaatsen) en de aanwezigheid
van speciale opvangmodaliteiten binnen de gemeenten. Bij het opleggen van de taak kan voorts
worden gedacht aan de omstandigheden die kunnen bijdragen aan een kansrijke realiseerbaarheid van een opvangvoorzlening. Mede omdat de omstandigheden per provincie per gemeente kunnen
verschillen, zal de weging ten behoeve van besluitvorming per situatie verschillen.
Het verdeelbesluit (per provincie) is juridisch bindend. Tegen het besluit staan de rechtsmiddelen
uit de Algemene wet bestuursrecht open.
4,6 Interbestuurlijk toezicht op de taak van de gemeente Ingrijpen door middel van Interbestuurlijk toezicht is In beginsel mogelijk Indien wettelijk
vastgelegde medebewindstaken niet goed worden uitgevoerd. Uitgangpunt bij het opdragen van
een taak aan gemeenten of provincies, en dat geldt zeker ook bij de toepassing van deze wet, is
6
echter het vertrouwen dat een bestuurslaag de nieuwe taak goed uitoefent. Uit de artikelen 11 en
12, In samenhang met artikel 15, tweede lid, vloeit voort dat de eerste vier jaar na
inwerkingtreding van de wet niet de provincie maar de Minister van Justitie en Veiligheid in de
plaats kan treden indien het college de gegeven taak niet naar behoren verricht. Dit heeft te maken met de actuele situatie die wordt geschetst in paragraaf 3 van deze toelichting. Na vier jaar
wordt teruggevallen op de normale situatie op grond van de Gemeentewet. Gedeputeerde staten van de provincie is dan in eerste instantie de toezichthouder als het gaat om de uitvoering van de wettelijke taak van gemeenten om asielopvang mogelijk te maken.
4,7 Verhouding monitoring, meldplicht en interbestuurtijk toezicht
Zoals eerder genoemd, voorziet het wetsvoorstel In een meldplicht voor gemeenten aan de toezichthouder indien de tijdige terbeschikkingstelling van een locatie of accommodatie naar verwachting niet kan worden gerealiseerd. Dit zodat de toezichthouder tijdig in stelling.gebracht
kan worden. Hier kunnen verschillende redenen aan ten grondslag liggen. De gemeente is bij het
uitvoeren van de taak veelal afhankelijk van anderen, bijvoorbeeld particuliere eigenaren van gronden of gebouwen of een provinciale ontheffing. Het kan zijn dat particuliere eigenaren -
ondanks eerder gedane toezeggingen of geuite verwachtingen- uiteindelijk toch niet willen meewerken aan aankoop van een gebouw of grondverwerving door de gemeente, dan wel een huur- of koopcontract ten behoeve van het COA, Ook kunnen juridische procedures, bijvoorbeeld van omwonenden in het kader van de lokale vergunningverlening leiden tot vertraging in de realisering van de taak. In dergelijke gevallen Is het lastig om een college of raad, hoewel de taak juridisch bindend is, aan te spreken op het niet naar behoren verrichten van een taak aangezien de gemeente deze processen niet in de hand heeft (de gemeente zal het wel willen, maar niet kunnen).
Het is met het oog op deze situaties - waarin een taak onverhoopt niet (tijdig) realiseerbaar blijkt -
dat via het spoor van monitoring door de PRT, de meldplicht van gemeenten aan de toezichthouder, en overleg tussen COA en de toezichthouder, tijdig kan worden bijgestuurd. In het uiterste geval kan - wanneer de taak overgaat naar een andere gemeente - een tussentijdse wijziging van het (initiële) verdeelbesluit tot stand komen om toch tijdig voldoende asielopvang te organiseren. 4,8 Financiële uitkering bij realiseren taak Om te bevorderen dat gemeenten zelf verantwoordelijkheid nemen en vrijwillig
opvangvoorzieningen mogelijk maken, kan, gezien de bijzondere aard en urgentie van de
problematiek, een financiële uitkering worden toegekend voor ledere opvangplaats waarmee een
bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen aantal opvangplaatsen wordt
overschreden binnen een eveneens bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdspanne van
= bijvoorbeeld — een jaar. Voorts Is vereist dat door de betreffende gemeente een bepaald
minimaal aantal opvangplaatsen wordt geboden en dat deze opvangplaatsen voor een bepaalde
tijd — minimaal vijf jaar - beschikbaar zullen zijn. Er kan sprake zijn van één locatie of
accommodatie maar er kan ook sprake zijn van meerdere locaties binnen een gemeente.
Zoals uit de tekst van de wet (artikel 9, tweede lid, aanhef en onder b) blijkt wordt deze uitkering
op verzoek van de gemeente verstrekt. De gemeente kan er dus voor kiezen hiervan af te zien en de betreffende opvangplaatsen te betrekken bij de verdeling van de opvangplaatsen aan de PRT.
Ook als het verdeelbesluit inmiddels is vastgesteld kan een beroep op specifieke uitkering worden gedaan. Deze zal echter lager zijn dan de uitkering die wordt vertrekt voor opvangplaatsen die
zodanig tijdig worden gemeld dat ze kunnen worden betrokken bij het bepalen van de provinciale opvangopgave. De wet biedt voorts de mogelijkheid specifieke uitkeringen te verstrekken voor opvangplaatsen
van bijzondere aard (artikel 9, tweede lid, aanhef en onder a). Daarbij kan worden gedacht aan
opvangplaatsen voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen of plaatsen in een handhaving- en toezichtlocatie. Hiervoor gelden niet op voorhand voorwaarden voor wat betreft de minimale grootte of de beschikbaarheid In tijd, al zal van een zekere bestendigheid uiteraard wel sprake moeten zijn.
De uitkeringen kunnen door de gemeente besteed worden aan een ander doel dan de opvang van asielzoekers en zijn een aanvulling op de reële compensatie van de extra kosten voor gemeenten
voor het mogelijk maken van de opvangvoorzieningen voor asielzoekers. 7
Gegeven de taak die opgelegd wordt aan gemeenten en de voorwaarden die gesteld
worden om in
aanmerking te kunnen komen voor de uitkering, wordt gekozen voor een specifieke uitkering.
Achteraf zuilen gemeenten in de jaarrekening het aantal gerealiseerde opvangplaatsen