OmgevingsprogrammaWerkenDEF
Tekst van het document
winkelgebieden een goede ontwikkeling. Mocht één van beide supermarkten verdwijnen, dan is dit voor
korte afstand van de Rademakerstraat in Soes-
commerciële functies. Wij zien hier bij voorkeur een invulling van functies met daarin dienstverlening,
maatschappelijke functies en eventueel kleinschalige kantoorruimten. Dit maken we mogelijk door het aantal functies te verbreden.
Voor een aantal branches is het wenselijk om zich
buiten de winkelgebieden te vestigen. Denk hierbij
aan grootschalige of perifere detailhandel. In Soest is er een concentratie van woonwinkels aan de
Birkstraat. In Soesterberg was hiervan een concentratie aan de Amersfoortsestraat, maar deze is een paar jaar geleden afgebrand. De overige perifere detailhandel ligt vooral verspreid, vooral op het
bedrijventerrein de Soestdijkse Grachten in Soest.
Met Amersfoort op korte afstand, dat een uitgebreid aanbod van grootschalige detailhandel heeft, is er in Soest geen behoefte om dit aanbod uit te breiden.
53
DEEL B - WERKEN
2.5.2 Korte toekomstschets van belangrijke gebieden – Bedrijven & Kantoren Soestdijkse Grachten Het bedrijventerrein Soestdijkse Grachten (afbeelding 6) is één van de grootste en meest diverse
werkgebieden in Soest. Dit gebied is vanaf de jaren
‘60 ontwikkeld. Het terrein is ontworpen om wonen
en werken strikt gescheiden te houden. Dit principe
heeft bijgedragen aan een functionele en veilige werkomgeving. Tegelijkertijd bracht het ook uitdagingen met zich mee, zoals de integratie met omliggende
woonwijken. De afgelopen decennia is er sprake van een geleidelijke en natuurlijke transformatie, waarbij
Onze ambitie voor Soestdijkse Grachten richt zich op
We verbeteren de toegankelijkheid van Soestdijkse
de ruimte-efficiëntie willen vergroten door functies
wij pakken knelpunten aan om de doorstroming van
intensivering en verduurzaming. Dit betekent dat wij te clusteren en leegstand aan te pakken. Het terrein zal meer ruimte bieden aan innovatieve en duur-
zame bedrijven, terwijl wij functies die beter passen in winkelgebieden of gemengde gebieden actief
ontmoedigen. Met ondernemers verkennen we een
integrale aanpak voor vergroening, waarbij wij aan-
dacht hebben voor watermanagement en de aanleg
van plekken met veel schaduw. Dit draagt bij aan het verbeteren van de werkomgeving en de ecologische waarde van het terrein.
Grachten. De Koningsweg blijft de hoofdader, maar verkeer te verbeteren. Denk aan het kruispunt met
de Beckeringhstraat. Wij geven duurzame mobiliteit
prioriteit door betere voorzieningen voor fietsers en
voetgangers te realiseren. Innovatieve logistieke hubs en gezamenlijke parkeeroplossingen verminderen
de druk op de openbare ruimte. Tegelijkertijd blijven wij ons richten op het aantrekken van bedrijven die bijdragen aan de economische vitaliteit van Soest.
Deze bedrijven zijn het liefst arbeidsintensief, zoals
bedrijven in de technologie en bedrijven met lichte productie.
een verkleuring (verandering naar een ander type
bedrijvigheid) zichtbaar is. Aan de randen van het
terrein, vooral in het noordoostelijke deel, hebben bedrijven met een niet-traditioneel industrieel
karakter zich inmiddels gevestigd. Denk hierbij aan kleinschalige winkels, recreatieve voorzieningen en cultuurinitiatieven.
Afbeelding 6: Soestdijkse Grachten
Inhoudsopgave
54
DEEL B - WERKEN Centurionbaan Centurionbaan (afbeelding 7) is het nieuwste bedrijventerrein van Soest. Het onderscheidt zich door
zijn moderne inrichting en strategische ligging van
ment. Zo zorgen we dat het onderhoud en de veilig-
keer. In de toekomst kijken we verder naar hoe het
en blijft.
Bijvoorbeeld door bedrijfsprocessen op elkaar af
heid van de gedeelde infrastructuur goed geregeld is
andere bedrijventerreinen. Het terrein is ontstaan
Centurionbaan is een aantrekkelijk terrein voor
is ontworpen om versnippering van bedrijvigheid
behoefte hebben, omdat de A28 heel goed bereik-
vanuit het programma Hart van de Heuvelrug en
tegen te gaan. Daarnaast clustert het bedrijven die
meer milieuhinder of transportbewegingen hebben dan andere bedrijven. Het terrein grenst niet aan
woonwijken en biedt zo goede mogelijkheden voor
bedrijven die een regionale en nationale logistieke
baar is vanaf het terrein. Tegelijkertijd investeren wij in betere verbindingen voor fietsers en openbaar
vervoer. Zo stimuleren we duurzaam woon-werkver-
terrein kan bijdragen aan de circulaire economie.
te stemmen en reststromen te benutten. Dit maakt Centurionbaan niet alleen een economisch, maar
ook een ecologisch waardevol onderdeel van Soest. Wel heeft het gebied door haar ligging weinig
sociale controle. Daarom is het belangrijk om zicht te houden op de activiteiten. Zo voorkomen we ondermijning.
bedrijven met intensieve activiteiten, zoals productie, logistiek en groothandel.
De netto-oppervlakte van het terrein is 9,7 hectare
en de ruimte is volledig ingevuld. De toekomstvisie
voor Centurionbaan richt zich op het realiseren van
de energietransitie en een verbeterde infrastructuur voor de lange termijn. We stimuleren bedrijven op
het terrein om over te stappen op duurzame energiebronnen. Hierbij zijn gezamenlijke oplossingen
een belangrijk aandachtspunt. Denk aan zonnepanelen op gedeelde daken en eigen energieopslag.
De inrichting van het terrein blijft gericht op het zo klein mogelijk houden van de milieubelasting, met
daarnaast een verplichte deelname aan parkmanage-
Inhoudsopgave
Afbeelding 7: Centurionbaan
55
DEEL B - WERKEN Overige locaties Er wordt al enige tijd nagedacht om het gedateerde
bedrijventerrein Soesterberg-Noord te transformeren naar woningen. Hierover zijn ook al afspraken met
de provincie gemaakt. De uitdaging is nu om voor de bedrijven op het terrein een passende andere locatie te vinden. Lukt dit niet, dan kunnen we het terrein
zijn hier geen plannen voor, maar op de langere
voor wandelaars en fietsers. De Eng heeft educa-
scapaciteit van de Birkstraat een eventuele heront-
historie, die zorgen voor een leerzame ervaring.
termijn liggen hier kansen. Wel kan de lage verkeerwikkeling in de weg staan. Zeker omdat de oplossing in regionaal verband, in afstemming met Amersfoort, gevonden moet worden.
tieve waarde, met kennis over geologie en cultuurHier komen natuur, landbouw, historie en cultuur
samen. Dit karakter kan nog verder versterkt worden. Het aantal bezoekers zal hier de komende jaren toenemen. Dit zullen vooral wandelaars en fietsers zijn.
ook niet transformeren, terwijl dit wel nodig is om
In Soest zijn er ook veel werkfuncties in wijken
van bedrijven te halen.
vooral om zzp’ers in de zakelijke en persoonlijke
In de Birkt wordt ingezet op meer recreatie, met spe-
ook om ruimtes voor ateliers, klusbedrijven en
binding tussen bossen en de Eem. Het gebied heeft
zowel de doelstellingen voor woningbouw als die
Voormalig Wooncentrum Soesterberg is een relatief kleine kavel, vanuit waar de A28 goed bereikbaar is.
Deze locatie is heel geschikt voor bedrijven met meer hinderlijke activiteiten op bijvoorbeeld het gebied van milieu of vervoersbewegingen.
Aan de Birkstraat ligt een kleinschalig bedrijventer-
gevestigd. Dit zijn vooral kleinere bedrijven. Het gaat
De Birkt
dienstverlening die aan huis werken. Maar het gaat
ciale aandacht voor het versterken van de natuurver-
maatschappelijke diensten. Omdat het kleinschalig is, heeft dit soort bedrijven vaak een positieve invloed op de vitaliteit van de wijk. Ook in de linten zijn
er zeker mogelijkheden om wonen en werken te combineren.
hier vindt veel vrijetijdsbesteding, zoals sporten en
2.5.3 Korte toekomstschets van belangrijke gebieden – Recreatie & Toerisme
verbetering op het gebied van het gebruik van de
De Soester Eng
gebied vitaler maken en intensiveren. Bijvoorbeeld
een heuvelachtig terrein. Dit historische gebied ligt
rein met gedateerde bedrijfsgebouwen. Langs de
Birkstraat zelf is er sprake van een gemengd milieu: winkelen plaats. Op dit terrein is genoeg ruimte voor ruimte. Een herontwikkeling van deze locatie kan het
De Soester Eng is een open akkerbouwgebied op
met woningen boven de bedrijven. Op dit moment
in het midden van het dorp en is een rustige plek
Inhoudsopgave
een agrarisch lint dat in het noorden uitzicht heeft
op de open agrarische Eempolder, en in het zuiden
op het coulisselandschap richting Korte Duinen. In dit gebied gebeurt veel, terwijl de mobiliteit onder druk staat. Een integrale gebiedsuitwerking lijkt daarom wenselijk.
Rand Soesterberg-Noord Van het gebied tussen Soesterberg en de vliegbasis
willen we een ontmoetings- en verblijfszone maken.
Het doel is om deze gebieden aantrekkelijk te maken voor ontspanning en samenzijn, zodat zowel de
lokale bevolking als bezoekers kunnen genieten van de groene omgeving. Een belangrijke basis hiervoor
56
DEEL B - WERKEN
is de relatief nieuwe horecagelegenheid op deze
aan wandelroutes, picknickplekken en speelnatuur.
De Heuvelrug
langs laten lopen. Dit bevordert het ontmoeten.
naar de randen wordt geleid, zodat het kerngebied
is onderdeel van het Nationaal Park Utrechtse
plek. Daarnaast willen we hier wandel- en fietsroutes
De Polder en de Eem De polder blijft een agrarisch gebied waar ruimte is
voor recreatieve en toeristische functies. Wij breiden wandel- en fietsroutes uit, waarbij er mogelijkheden zijn voor agrotoerisme en kleinschalige
mogelijkheden om te overnachten. De Eem wordt een trekpleister voor waterrecreatie, zoals kanoën
en varen. Hier komen voorzieningen bij die hierbij
passen, zoals verhuurpunten en picknickplaatsen op specifieke locaties. Het behoud van de open land-
schappen en de unieke cultuurhistorische kenmerken van de polder staat hier centraal. Strategische toevoegingen, zoals een Toeristisch Overstappunt,
maken het gebied toegankelijker en aantrekkelijker
Wij zien het liefst dat het autoverkeer van bezoekers
De Heuvelrug, die door de gemeente loopt,
hier geen last van heeft. We volgen hierbij de zone-
Heuvelrug. Het heeft een gevarieerd landschap,
ring die wij in het Omgevingsprogramma Groen &
Landschap beschrijven. Op de vliegbasis is het doel om de militaire geschiedenis te behouden en deze
toegankelijk te maken voor toekomstige generaties. Het Nationaal Militair Museum blijft een belangrijke publiekstrekker. Het museum is geïntegreerd in het
Inhoudsopgave
behouden en versterken.
zo goed mogelijk. Ook hier volgen wij de zonering
die wij in het Omgevingsprogramma Groen & Landschap beschrijven.
De Wieksloot en de laagte van Pijnenburg
gebied Soesterveen, dat beheerd wordt door Natuur-
neerd met recreatieve voorzieningen. Denk hierbij
we de unieke kenmerken van de heuvelrug kunnen
strategische locaties. Zo beschermen we de natuur
Bos en natuurgebieden
Soest. We richten ons op natuurbehoud, gecombi-
met het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug, zodat
andere voorzieningen beperken wij tot specifieke,
In Wieksloot en Pijnenburg willen we de natuur
omheen blijven belangrijke recreatieplekken voor
verbindingen. De gemeente Soest werkt nauw samen
recreatieve netwerk van de vliegbasis. Horeca en
voor bezoekers.
De Lange Duinen en de natuurgebieden daar-
zoals bossen, hoge stuwwallen en natuurlijke
verbeteren. Dit geldt vooral voor het centrale natuurmonumenten. De verbeterde natuur maakt deze plek uniek voor zowel mensen uit de buurt als toeristen. We gaan verder bekijken of en hoe we dit gebied kunnen inzetten voor recreatie.
57
Deel C Werken
DEEL C - WERKEN
3. Acties Werken 3.1 Inleiding 3.1.1 Algemeen In dit deel beschrijven wij per doel de concrete acties die volgen uit het Omgevingsprogramma Werken. Deze acties voeren wij rolbewust uit, en plaatsen
wij in de context van de Planning & Control-cyclus
(P&C-cyclus) en de relevante beleidsfase. Zo kunnen we de voortgang van de acties monitoren.
2. De wetmatige overheid. De overheid zorgt voor rechtmatigheid en handelt volgens wet- en regelgeving.
3. De presterende overheid. De overheid richt zich op het halen van concrete resultaten en het leveren van meetbare prestaties.
4. De responsieve overheid. De overheid luistert naar de behoeften van de samenleving en speelt hier flexibel op in.
3.1.2 Rollen van de gemeente
Samenwerkende overheid
Om onze acties efficiënt en effectief te kunnen
We werken intensief samen met partners binnen
welk moment wij als gemeente welke rol hebben.
bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere
uitvoeren, is het belangrijk om scherp te hebben op Bij het beschrijven van onze rol als gemeente gaan we uit van de manier waarop de Nederlandse
School voor Openbaar Bestuur (NSOB) de overheid omschrijft. Volgens deze omschrijving zijn er vier rollen die een overheid kan hebben:
1. De samenwerkende overheid. De overheid werkt actief samen met partners om maatschappelijke vraagstukken aan te pakken.
Inhoudsopgave
en buiten de gemeente. Denk hierbij aan inwoners,
overheden. We voeren de Omgevingsprogramma’s
doelen op het gebied van klimaatadaptatie, sociale cohesie en een gezonde leefomgeving. Wetmatige overheid De gemeente zorgt voor rechtmatigheid en dat
wet- en regelgeving wordt nageleefd. Denk aan de Omgevingswet en aan verschillende milieuwetge-
ving. Met alle Omgevingsprogramma’s zorgen we
voor een veilige, toegankelijke en klimaatbestendige leefomgeving die voldoet aan de wettelijke kaders.
Dit wordt ondersteund door de afdeling Realisatie en
VTH. Met vergunningverlening en toezicht, duurzaam beheer en onderhoud, dragen zij bij aan de realisatie van de beleidsdoelen.
Wonen, Werken, Mobiliteit, Groen & Landschap en
Presterende overheid
Domein en het Energieprogramma integraal uit.
impact. Door doelen te koppelen aan prestaties,
Water in nauwe afstemming met het team Sociaal
We streven naar concrete resultaten en meetbare
Omdat de verschillende fysieke en sociale domeinen
zoals vergroening van werkplekken en veilige mobili-
samenwerken aan gezamenlijke doelen, versterken wij elkaar en bereiken we meer dan wanneer wij
allemaal apart werken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan
teitsnetwerken, zijn wij effectief in het halen van onze ambities. Innovatieve oplossingen, zoals aquathermie en groen-blauwe netwerken, zorgen voor tastbare verbeteringen in de leefomgeving.
59
DEEL C - WERKEN Responsieve overheid Soest luistert naar inwoners en speelt in op hun
behoeften en ideeën. Door participatie en co-cre-
atie betrekken we de gemeenschap actief bij zowel het maken van beleid als de uitvoering daarvan.
Met flexibele oplossingen en maatwerk reageren we op nieuwe uitdagingen als de energietransitie en
klimaatverandering. Zo zorgen we dat Soest toekomstbestendig blijft.
3.1.3 Uitvoering: P&C en monitoring In dit deel beschrijven wij de acties op hoofdlijnen.
In het kader van de P&C-cyclus brengen de verschillende beleidsteams en afdelingen al hun activiteiten in beeld. In de P&C-cyclus maken we vervolgens
voor alle activiteiten een integrale afweging voor de inzet van mensen en middelen.
Wij monitoren vervolgens de acties en de voortgang
Het monitoren van deze voortgang wordt gedaan door de verschillende beleidsteams. We kijken
daarbij naar zowel kwantitatieve als kwalitatieve data. Zo kunnen wij acties datagedreven ontwikkelen en
uitvoeren. Wij werken dus op basis van inzichten en feiten. Bij het stellen van prioriteiten bij acties in de uitvoering gebruiken we onderstaande criteria: • Oplossend vermogen: draagt de maat-
regel bij aan één of meerdere doelen van het Omgevingsprogramma?
• Draagvlak: is er bij verschillende doelgroepen
maatschappelijk en politiek draagvlak voor de
wat de maatregel oplevert? Oftewel: is de maatregel kosteneffectief? Hierbij nemen we ook de mogelijkheden voor subsidies mee.
• Planning: op welke termijn is de maatregel uitvoerbaar?
3.2 Acties
welke acties wij voorzien. Daarnaast laat het zien
zoek nodig is, op basis waarvan we wél kunnen overgaan tot het uitvoeren van de maatregel?
praktijk vaak van anderen afhankelijk. Vinden zij
Inhoudsopgave
kosten van de maatregel redelijk ten opzichte van
creet? Zo nee, is aangegeven dat er een onder-
• Haalbaarheid: is de maatregel voldoende con-
Wanneer er onvoldoende voortgang is en de voortwordt deze extra inzet via de P&C-cyclus gevraagd.
gemeente de maatregel financiert? En zijn de
om aan de maatregel mee te werken?
• Uitvoerbaarheid: is de maatregel, gezien vanuit de
gang kan verbeteren met extra mensen en middelen,
daarvoor betalen? Is het mogelijk dat de
3.2.1 Toelichting op geprioriteerde en geordende actieoverzichten
maatregel? Oftewel: zijn direct betrokkenen bereid
van de doelen. Dit doen wij aan de hand van de verschillende indicatoren die wij in Deel B beschrijven.
• Kosten: hoe duur is de maatregel en wie moet
gemeente, uitvoerbaar? Daarnaast zijn wij in de het ook uitvoerbaar?
In het actie-overzicht op pagina 62 staat per doel welke prioriteit wij geven aan de verschillende acties,
omdat wij de actie met de meeste prioriteit als eerste noemen. We onderscheiden daarbij acties om aan wettelijke taken te voldoen, acties die de basis op
orde brengen en acties die bij onze ambities passen. We laten ook zien in welke beleidsfase de actie past.
60
DEEL C - WERKEN
Hiervoor gebruiken we de zogenaamde ‘beleidscy-
clus’ uit de Omgevingswet. Deze cyclus vraagt in elke fase om acties. Er zijn vier fases:
• Beleidsontwikkeling: wat willen we?
Hier formuleren we onze visie en doelen.
• Beleidsdoorwerking: hoe maken we het mogelijk? Hier stellen we de kaders, regels en afspraken op en werken deze uit. Zie ook bijlage 5.
• Beleidsuitvoering: hoe voeren we het uit? De fase
gaat over de praktische uitvoering en het beheer.
De vierde fase gaat over beleidsevaluatie. Dit volgt onder meer uit de monitoring. Daarom heeft deze fase geen specifieke plek in de geprioriteerde en
geordende actie-overzichten. In de uitvoering heeft deze fase natuurlijk wel een plek.
Onderstaande geprioriteerde en geordende
actie-overzichten maken het een stuk makkelijker
om prioriteiten op hoofdlijnen te blijven stellen, de voortgang te monitoren en flexibel te reageren op
ontwikkelingen. Uiteraard pakken we in de uitvoering waar mogelijk acties die elkaar versterken tegelijkertijd en/of gezamenlijk op.
Inhoudsopgave
61
DEEL C - WERKEN
3.2.2 Geprioriteerd en geordend actieoverzicht per doel Doel 1: Zorgen voor een prettige en natuurlijke leefomgeving Op prio
Beleidsontwikkeling
Voldoen aan wettelijke eisen
Basis op orde brengen
Retail
1. Onderzoeken van de exacte situatie van het uitstallingenbeleid en het eventueel nemen van maatregelen. 2. Onderzoeken van de beste manier om laden en lossen zo goed mogelijk te faciliteren.
Bedrijven & Kantoren
1. Ondersteunen van ideeën en initiatieven vanuit ondernemers en deze versterken, waarbij de maatschappelijke impact wordt meegewogen.
Recreatie & Toerisme Beleidsdoorwerking Retail
Bedrijven & Kantoren
Ambitie t.b.v. realisatie doelen
1. Herzien van het evenementenbeleid ten behoeve van werkbare kaders om evenementen te vergunnen. 2. Opstellen van terrassenbeleid om meer lijn te brengen in het vergunnen van terrassen en het maken van nadere afspraken.
Recreatie & Toerisme Beleidsuitvoering Retail
Inhoudsopgave
1. Uitvoeren van kleinschalige aanpassingen in de openbare ruimte ten behoeve van schone, hele en veilige winkelgebieden.
1. De laad- en losplekken optimaliseren, om ze zo goed mogelijk te kunnen gebruiken.
62
DEEL C - WERKEN Bedrijven & Kantoren
Recreatie & Toerisme
Inhoudsopgave
1. Faciliteren van ondernemerscollectieven en parkmanagementorganisatie ten behoeve van optimalisatie. 1. Bijdragen aan het ondernemerscongres.
1. Bevorderen cultuurtoerisme door meer aandacht te geven aan cultuur binnen het promotieplan van Soest.
1. Samen optrekken met de ondernemers om de leefbaarheid een impuls te geven.
1. Samen met sociaal domein meer aandacht geven aan kunst in de openbare ruimte (door middel van promotie).
63
DEEL C - WERKEN Doel 2: Een eenduidig, functioneel en samenhangend geheel van werklocaties met een duidelijk en toekomstbestendig profiel Op prio
Beleidsontwikkeling Retail
Bedrijven & Kantoren
Voldoen aan wettelijke eisen
Basis op orde brengen
Ambitie t.b.v. realisatie doelen
1. Onderzoeken van de noodzaak en mogelijkheden voor uitstallingenbeleid.
Recreatie & Toerisme Beleidsdoorwerking Retail
Bedrijven & Kantoren Recreatie & Toerisme Beleidsuitvoering Retail
Bedrijven & Kantoren Recreatie & Toerisme
Inhoudsopgave
1. Samen met het RBT inzetten op Duitsers en Belgen als belangrijkste buitenlandse bezoekers. 1. We stellen op basis van een heldere opdracht en bij 1. Ondernemers en vastgoedeigenaren kunnen met voorkeur samen met de ondernemers een centrumvoorstellen voor functieverbreding komen. We manager aan om de winkelgebieden te versterken. pakken dit projectmatig aan, zodat we in één keer 2. In het winkelgebied Van Weedestraat gaan we de bestemmingen kunnen aanpassen. proactief analyseren welke panden in aanmerking komen voor een functieverbreding. 2. We stellen een vestigingscoördinator aan die stuurt op het juiste bedrijf op de juiste plaats.
1. Behouden convenant logiesverstrekkers. 1. Promotie inzetten voor bepaalde doelgroepen. 2. Samen met het RBT inzetten op regionale en zakelijke promotie en duurzaam zakelijk ontmoeten (Green Key).
1. We zetten in op een TOP in de polder en aan de westkant van de Lange Duinen (samen met provincie en Routebureau). 2. Faciliteren en mede-organiseren van culturele activiteiten en evenementen voor gezinnen met kinderen.
64
DEEL C - WERKEN Doel 3: Een eenduidige, heldere ruimtelijke structuur Op prio
Beleidsontwikkeling
Voldoen aan wettelijke eisen
Basis op orde brengen
Ambitie t.b.v. realisatie doelen
Retail
Bedrijven & Kantoren Recreatie & Toerisme Beleidsdoorwerking Retail
Bedrijven & Kantoren
Recreatie & Toerisme
Beleidsuitvoering Retail
Bedrijven & Kantoren
Recreatie & Toerisme
Inhoudsopgave
1. Horecabeleid Buitengebied uit 2019 voor 2026 evalueren.
1. Intensivering mogelijk maken door aanpassen omgevingsplan (onder andere intensivering en bouwhoogte). 2. Onderzoeken hoe we vraaggericht ontwikkelen met behoud van de werkgelegenheidsfunctie kunnen stimuleren.
1. Onderzoek laten uitvoeren naar de mogelijkheden van thematische paden. 2. Haalbaarheid tweede locatie voor een kleinschalige haven onderzoeken. 3. Mogelijkheid tot verbreden van fietspaden buiten natuurgebieden en mogelijkheden voor ecologisch vriendelijke verlichting onderzoeken
1. Proactieve rol om samen met vastgoedeigenaar bestemmingsverbreding mogelijk te maken, met een prioriteit voor maatschappelijke voorzieningen. 1. Bijdragen aan de gezamenlijke provinciale inzet voor regionale ontwikkeling; Economic Board Utrecht / Regionale Ontwikkelings Maatschappij (EBU / ROM).
1. Realiseren van thematische paden (afhankelijk van uitkomsten onderzoek)
65
DEEL C - WERKEN Doel 4: Bevorderen van een gezonde levensstijl, met evenwicht tussen werken en ontspannen in de nabije omgeving Op prio
Beleidsontwikkeling
Voldoen aan wettelijke eisen
Basis op orde brengen
Retail
Bedrijven & Kantoren Recreatie & Toerisme
Beleidsdoorwerking
1. Analyse van locaties voor drinkwatertappunten. 1. Analyse van locaties voor drinkwatertappunten. 1. Regulier onderzoek doen naar omvang en diversiteit van recreatiemogelijkheden 2. Na afronding van inventarisatie van de provincie, op langere termijn aanvullende doelstellingen formuleren.
Retail
Bedrijven & Kantoren
1. Samen met ondernemers gezondheidsbevorderende maatregelen nemen bij herinrichting van de openbare ruimte.
Recreatie & Toerisme Beleidsuitvoering Retail
Bedrijven & Kantoren Recreatie & Toerisme
Inhoudsopgave
Ambitie t.b.v. realisatie doelen
1. Realiseren van drinkwaterpunten op nader te bepalen locaties op drukke locaties in de kernen. 1. Realiseren van drinkwaterpunten op nader te bepalen locaties buiten de kernen.
66
DEEL C - WERKEN Doel 5: Verminderen van CO2-uitstoot, wateroverlast en hittestress Op prio
Beleidsontwikkeling Retail
Bedrijven & Kantoren Recreatie & Toerisme
Beleidsdoorwerking Retail
Bedrijven & Kantoren
Recreatie & Toerisme
Voldoen aan wettelijke eisen
Basis op orde brengen
Ambitie t.b.v. realisatie doelen
1. Onderzoeken of er mogelijkheden zijn voor gecombineerd inzamelen van bedrijfsafval binnen winkelgebieden, tussen winkelgebieden, in combinatie met andere bedrijven(terreinen).
2. Onderzoeken of er mogelijkheden zijn voor gecombineerde bevoorrading in Soest-Zuid en Van Weedestraat.
1. We onderzoeken de mogelijkheden om de verharding op de bedrijventerreinen te verminderen.
1. Samen met ondernemers mogelijkheden verkennen om tot vergroening te komen en eigen initiatief te stimuleren. 1. Nauw samenwerken met het programma Energietransitie om energiezekerheid voor onze ondernemers (op en buiten de bedrijventerreinen) te bereiken.
1. We onderzoeken de haalbaarheid en wenselijkheid van deelfietsen en deelscooters als aanvullend vervoersmiddel voor attractiebezoek. 2. Onderzoek naar de haalbaarheid en wenselijkheid voor het plaatsen van laadpalen op strategische locaties (o.a. bij TOP’s).
1. We verkennen samen met ondernemers mogelijkheden om de ruimte op het bedrijventerrein te vergroenen. 2. We benutten koppelkansen tussen intensiveren en verduurzamen, en zoeken mogelijkheden voor cofinanciering.
Beleidsuitvoering Retail
Inhoudsopgave
67
DEEL C - WERKEN Bedrijven & Kantoren
Recreatie & Toerisme
Inhoudsopgave
1. Ondernemers en eigenaren informeren via de parkmanagementorganisatie en andere kanalen over maatregelen m.b.t. energietransitie (cofinanciering met het energieprogramma). 2. We nemen preventieve maatregelen om hittestress te voorkomen.
1. N.a.v. onderzoek: plaatsen van laadpalen op strategische locaties, zoals bij TOP’s.
68
DEEL C - WERKEN Doel 6: Randvoorwaarden creëren voor evenwichtige werkgelegenheid Op prio
Beleidsontwikkeling Retail
Bedrijven & Kantoren
Voldoen aan wettelijke eisen
Basis op orde brengen
Ambitie t.b.v. realisatie doelen
1. Analyse naar verbetermogelijkheden voor de toegankelijkheid van horeca en winkels voor mensen met een visuele beperking.
Recreatie & Toerisme Beleidsdoorwerking Retail
Bedrijven & Kantoren
1. We updaten de analyse van door ondernemers opengestelde toiletten.
Recreatie & Toerisme Beleidsuitvoering Retail
Inhoudsopgave
1. Na uitkomsten analyse: maken van afspraken met ondernemers om de toegankelijkheid van hun toiletten te verbeteren. 2. Na uitkomsten analyse: inzetten op het door ondernemers laten aanpassen van drempels en deuren om winkels en horeca voor iedereen toegankelijk te maken, door met ondernemers de dialoog aan te gaan en bewustwording te vergroten. 2. Samenwerken met realisatie en mobiliteit om te bepalen welke maatregelen in de openbare ruimte voor mensen met een (visuele) beperking kunnen worden toegepast.
69
DEEL C - WERKEN Bedrijven & Kantoren
Recreatie & Toerisme
Inhoudsopgave
1. Samenwerken met de ketenpartners en verbinding leggen met ondernemers om te bevorderen dat mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt ook kunnen werken.
1. Waar mogelijk de toegankelijkheid van fietsroutes verbeteren. 2. Wandelpaden ontwikkelen die voor iedereen toegankelijk zijn.
70
DEEL C - WERKEN Doel 7: Intensiever gebruik van bedrijventerreinen Op prio
Beleidsontwikkeling
Bedrijven & Kantoren
Voldoen aan wettelijke eisen
Basis op orde brengen
Ambitie t.b.v. realisatie doelen
1. We stellen een strategie op om onze rol in de regio goed te kunnen vervullen.
Beleidsdoorwerking
Bedrijven & Kantoren Beleidsuitvoering
Bedrijven & Kantoren
Inhoudsopgave
1. Actief inspelen op de kansen die zich voordoen om (structureel) in deze schuifruimte te kunnen voorzien en vrijkomende kavels aan te kunnen kopen (samen met de OMU). 2. In gesprek gaan met ondernemers over de mogelijkheden voor het zo goed mogelijk benutten van de aanwezige ruimte (in combinatie met de opgave van het parkeren, vergroenen en klimaatbestendig maken).
71
Deel D Werken
DEEL D - BIJLAGE WERKEN
Bijlagen 4.1 Bijlage 1: Ruimtelijke vraagstukken Bedrijventerreinen 2: Zetten we in op één nieuw bedrijventerrein (in Soesterberg), of kiezen we voor een verspreiding van de ruimtebehoefte voor bedrijven over twee locaties: één in Soest en één in Soesterberg? Doelstelling Indicator
Consequenties voor andere programma’s
Koppelkansen
Risico’s
Conclusie
Inhoudsopgave
In 2040 is de omvang van onze bedrijventerreinen even groot als nu, maar de bestaande terreinen worden intensiever gebruikt. Per hectare zijn er meer arbeidsplaatsen en meer bedrijven. We streven ernaar dat de omvang van de bedrijventerreinen in 2040 even groot is als bij het vaststellen van de Omgevingsvisie (peildatum 1-1-2022) te weten 160 ha bruto terrein (inclusief terreinen kleiner dan 1 ha / verspreide locaties. De FSI van de formele bedrijventerreinen neemt toe tot 2030. Uit onderzoek weten we dat we circa 22 hectaren bruto bedrijventerrein nodig hebben om aan de doelstellingen uit de Omgevingsvisie te kunnen (blijven) voldoen. • Het spreiden van de ruimtebehoefte voor bedrijven over twee locaties heeft een andere impact op de omgeving dan wanneer die ruimtebehoefte op één locatie wordt gerealiseerd. • Dit geldt met name voor de ontsluiting / mobiliteit en voor de effecten op groen en landschap. • Het realiseren van een bedrijventerrein in Soest heeft een grotere impact op mogelijke woningbouwlocaties in Soest dan het realiseren van een bedrijventerrein in Soesterberg. Vanuit Wonen heeft laatstgenoemde dus de voorkeur. • Een bedrijventerrein wordt in het algemeen niet gezien als een ‘prettige en leefbare omgeving’.
• Vanuit de afspraken met de provincie is een bedrijventerrein in Soesterberg sowieso gewenst / noodzakelijk om de woningbouw in Soesterberg-Noord mogelijk te maken. • Creëren van veel groen in de openbare ruimte, maatregelen nemen voor natuurinclusiviteit (bij de gebouwen). • Bij splitsing van BT in meer terreinen kan er slim worden nagedacht over waar we bedrijven met veel zwaar vrachtverkeer plaatsen, en waar bedrijven met minder zwaar vrachtverkeer. Dat geldt ook voor de ontsluiting van deze bedrijven. • Zorgen voor goede ontsluiting van fiets, zodat werknemers snel en veilig naar het werk kunnen fietsen. Koppelkansen voor HOV in Soesterberg. • Uitbreiding van bedrijventerreinen gaat in regionale afstemming en behoeft akkoord van de provincie. • De kans dat de gemeente Soest alle 22 ha toegewezen krijgt (voor haar eigen behoefte) is zeer klein. • Op een bedrijventerrein in Soest zijn bedrijven met zwaar vrachtverkeer minder wenselijk dan op een bedrijventerrein nabij de snelweg (A28). Inzetten op uitbreiding van de bedrijventerreinen op twee locaties, één in Soest en één in Soesterberg.
73
DEEL D - BIJLAGE WERKEN 3: In welke mate ambiëren we het als een deel van de ruimtebehoefte van onze ondernemers landt op een regionaal bedrijventerrein (al dan niet binnen de gemeentegrenzen)?
Willen we een regionaal bedrijventerrein situeren binnen de gemeentegrenzen van Soest? Doelstelling Indicator
Consequenties voor andere programma’s Koppelkansen Risico’s
Conclusie
Inhoudsopgave
In 2040 is de omvang van onze bedrijventerreinen even groot als nu, maar de bestaande terreinen worden intensiever gebruikt. Per hectare zijn er meer arbeidsplaatsen en meer bedrijven. We streven ernaar dat de omvang van de bedrijventerreinen in 2040 even groot is als bij het vaststellen van de Omgevingsvisie (peildatum 1-1-2022) te weten 160 ha bruto terrein (inclusief terreinen kleiner dan 1 ha / verspreide locaties. De FSI van de formele bedrijventerreinen neemt toe tot 2030. Een bedrijventerrein wordt in het algemeen niet gezien als een ‘prettige en leefbare omgeving’. • Verplaatsen van ruimte-extensieve bedrijven in Soest naar een regionaal terrein. • Inzetten op HOV bij realisatie regionaal bedrijventerrein.
• Het realiseren van een regionaal bedrijventerrein binnen de gemeentegrenzen voorziet niet direct in de behoefte van onze eigen ondernemers. Per saldo neem een regionaal terrein wel ruimte in, maar draagt het niet of slechts beperkt bij aan de wens om bedrijven te verplaatsen, te intensiveren en te verduurzamen. • Doel is om de omvang van de bedrijventerreinen even groot te houden. Niet groter te laten worden dan het oppervlak ten tijde van het vaststellen van de Omgevingsvisie, namelijk 160 hectare bruto bedrijventerrein. Met een te verwachten beperkte bijdrage voor de eigen opgave is een regionaal terrein dus niet direct wenselijk. • Een regionaal BT trekt waarschijnlijk meer werknemers die verder van Soest of Soesterberg af wonen. Zij zullen dan ook vaker met de auto naar het werk reizen. Inzetten op een regionaal bedrijventerrein buiten de gemeentegrenzen.
74
DEEL D - BIJLAGE WERKEN 4: Welke type locaties zien we als realistisch om op te nemen in het omgevingsprogramma als zoekgebied voor een toekomstig bedrijventerrein? 4a: Locatie: Randen bestaande bedrijventerreinen (met name Soestdijkse Grachten). Doelstelling Indicator
Consequenties voor andere programma’s Koppelkansen
Risico’s
Conclusie
Inhoudsopgave
In 2040 is de omvang van onze bedrijventerreinen even groot als nu, maar de bestaande terreinen worden intensiever gebruikt. Per hectare zijn er meer arbeidsplaatsen en meer bedrijven. We streven ernaar dat de omvang van de bedrijventerreinen in 2040 even groot is als bij het vaststellen van de Omgevingsvisie (peildatum 1-1-2022) te weten 160 ha bruto terrein (inclusief terreinen kleiner dan 1 ha / verspreide locaties. De FSI van de formele bedrijventerreinen neemt toe tot 2030. Daar waar bedrijventerrein komt, is er geen / minder ruimte voor natuur of agrarisch gebruik.
• Koppelkans verduurzaming: door het realiseren van nieuwe bedrijventerreinen kunnen ondernemers verplaatsen en nieuw bouwen. Dit geeft ze ook de gelegenheid te verduurzamen. De locaties die ze achterlaten kunnen ook verduurzaamd worden (sloop - nieuwbouw of renovatie). • Koppelkans intensivering: vernieuwing van bedrijventerrein geeft de mogelijkheid tot verdichting en mogelijke combinatie van functies. • • • • • •
Uitbreiding van bedrijventerreinen gaat in regionale afstemming en behoeft akkoord van de provincie. De kans dat de gemeente Soest alle 22 ha toegewezen krijgt is zeer klein. Inzetten op verplaatsing van bepaalde type bedrijven uit Soest naar een regionaal terrein geeft ruimte op de bestaande terreinen. Afhankelijkheid van derden (regio, provincie, Defensie, grondeigenaren). Wonen nabij een bedrijventerrein kan nadelige effecten op de prettige en leefbare omgeving hebben. Hier is dus aandacht voor nodig. Uitbreiding van een bedrijventerrein betekent meer verkeersbewegingen. Met name de ontsluiting aan de noordzijde van de Koningsweg op de provinciale weg is een aandachtspunt.
Inzetten op de uitbreiding van ca 10 ha (maximaal 15 ha) bedrijventerrein aansluitend aan bestaande bedrijventerreinen.
75
DEEL D - BIJLAGE WERKEN Welke type locaties zien we als realistisch om op te nemen in het omgevingsprogramma als zoekgebied voor een toekomstig bedrijventerrein? 4b: Locatie: Defensieterrein Soesterberg en eventueel aanliggende gronden Doelstelling Indicator
Consequenties voor andere programma’s Koppelkansen
Risico’s
Conclusie
Inhoudsopgave
In 2040 is de omvang van onze bedrijventerreinen even groot als nu, maar de bestaande terreinen worden intensiever gebruikt. Per hectare zijn er meer arbeidsplaatsen en meer bedrijven. We streven ernaar dat de omvang van de bedrijventerreinen in 2040 even groot is als bij het vaststellen van de Omgevingsvisie (peildatum 1-1-2022) te weten 160 ha bruto terrein (inclusief terreinen kleiner dan 1 ha / verspreide locaties. De FSI van de formele bedrijventerreinen neemt toe tot 2030. Daar waar bedrijventerrein komt, is er geen / minder ruimte voor natuur of agrarisch gebruik.
• Koppelkans verduurzaming: door het realiseren van nieuwe bedrijventerreinen kunnen ondernemers verplaatsen en nieuw bouwen. Dit geeft ze ook de gelegenheid te verduurzamen. De locaties die ze achterlaten kunnen ook verduurzaamd worden (sloop - nieuwbouw of renovatie). • Koppelkans woningbouw: realisatie van een bedrijventerrein in Soesterberg geeft de mogelijkheid Soesterberg-Noord (verder) te transformeren en hier woningen te bouwen (conform gemaakte afspraken). • • • •
Uitbreiding van bedrijventerreinen gaat in regionale afstemming en behoeft akkoord van de provincie. De kans dat de gemeente Soest alle 22 ha toegewezen krijgt is zeer klein. Inzetten op verplaatsing van bepaalde type bedrijven uit Soest naar een regionaal terrein geeft ruimte op de bestaande terreinen. Afhankelijkheid van derden (regio, provincie, Defensie, grondeigenaren).
Inzetten op het realiseren van ca. 15 ha bruto bedrijventerrein op terrein van Defensie en aanliggende gronden.
76
DEEL D - BIJLAGE WERKEN 5: Hoe kansrijk is het transformeren van (een deel van) een bestaand bedrijventerrein naar wonen? Doelstelling
Indicator
Consequenties voor andere programma’s Koppelkansen Risico’s
Conclusie
Inhoudsopgave
• In 2040 is de omvang van onze bedrijventerreinen even groot als nu, maar de bestaande terreinen worden intensiever gebruikt. Per hectare zijn er meer arbeidsplaatsen en meer bedrijven. • Randvoorwaarden voor een evenwichtige werkgelegenheid creëren.
• We streven ernaar dat de omvang van de bedrijventerreinen in 2040 even groot is als bij het vaststellen van de Omgevingsvisie (peildatum 1-1-2022) te weten 160 ha bruto terrein (inclusief terreinen kleiner dan 1 ha / verspreide locaties. De FSI van de formele bedrijventerreinen neemt toe tot 2030. • Woon-werkbalans – de verhouding tussen banen en woningen is minimaal een 50%-50% balans.
Als een gebied bedrijventerrein blijft, dan valt deze af als toekomstige woningbouwlocatie. Dit speelt pas na 2030. Tot die tijd zijn er voldoende woningbouwlocaties voorhanden. Kleinschalige bedrijven dichtbij woningen vergroten leefbaarheid.
• Er is op dit moment nog geen zekerheid over het kunnen realiseren van een nieuw bedrijventerrein. Onttrekken van de omvang bedrijventerrein zet de woonwerkbalans (verder) onder druk. • Uitbreiding van bedrijventerreinen gaat in regionale afstemming en behoeft akkoord van de provincie. Hiervan zijn we afhankelijk. • De kans dat de gemeente Soest alle 22 ha toegewezen krijgt is zeer klein. Geen bedrijventerrein (conform IBIS definitie) transformeren. Mogelijkheden voor intensivering en bevorderen van gemengd gebruik locatie specifiek beoordelen.
77
DEEL D - BIJLAGE WERKEN Retail (en andere voorzieningen) Bij het uitwerken van de centrumgebieden uit de Omgevingsvisie is duidelijk geworden dat meer duiding nodig is voor de historische linten van Soest. Hoewel de linten geen grote ruimtevragers zijn, is de afweging hoe ermee om te gaan wel een politieke vraag.
6: We werken de centrumgebieden uit de Omgevingsvisie een slag verder uit. Zo staat het ook in de Omgevingsvisie. Daarbij behouden we onze historische linten zoveel mogelijk als gemengd milieu, dus met behoud van werkgelegenheid. Doelstelling Indicator
Consequenties voor andere programma’s Koppelkansen
Risico’s Conclusie
Inhoudsopgave
• Een eenduidige, heldere ruimtelijke structuur voor bedrijfslocaties, kantoorlocaties, centrum- & winkelgebieden en locaties voor toerisme & recreatie. • Randvoorwaarden voor een evenwichtige werkgelegenheid creëren. • Bewust sturen op het behouden en bevorderen van functiemenging (wonen, werken, maatschappelijke voorzieningen en dienstverlening) langs de historische linten. • Woon-werkbalans – de verhouding tussen banen en woningen is minimaal een 50%-50% balans. Niet aanwezig. Het gaat om de bestaande linten. • • • •
Meer ruimte voor kleinschalige kantoren en bedrijven, meer ruimte voor maatschappelijke voorzieningen en woonzorgfuncties. Bedrijven dichtbij de woningen, hoge potentie voor STOMP (als werknemers in Soest wonen). Toepassen GOW30: veiliger oversteken voor voetgangers en fietsers, waardoor oversteken (om functies te bereiken) makkelijker wordt. Mixen wonen / werken zorgt voor dubbelgebruik van parkeerplaatsen, als deze niet gereserveerd worden.
Geen mogelijkheden voor afwentelen parkeerdruk op omgeving. Parkeereis moet op eigen terrein worden opgelost. Dubbelgebruik van parkeerplaatsen zorgt waarschijnlijk voor een lagere parkeereis.
Geen bedrijventerreinen (conform IBIS definitie) transformeren. Geen bedrijvenbestemmingen transformeren zonder te kijken naar mogelijkheden voor behoud van werkgelegenheid. Mogelijkheden voor intensivering en bevorderen van gemengd gebruik locatie specifiek beoordelen.
78
DEEL D - BIJLAGE WERKEN Recreatie & Toerisme 7: Vanuit de regionale opgave, maar ook vanuit Soest zelf, ligt er een opgave om meer recreatie in de polder mogelijk te maken. Momenteel is de polder met name voor landbouw in gebruik en vanuit Groen & Landschap heeft het belangrijke waarden. Hoe gaan we om met de diverse (gewenste) functies in de polder? Welke functies prevaleren? Doelstelling Indicator
Consequenties voor andere programma’s Koppelkansen
Risico’s
Conclusie
Inhoudsopgave
Zorgen voor een prettige en natuurlijke leefomgeving met aantrekkelijke en levendige centrumgebieden met detailhandel en horeca; met bedrijventerreinen met een groene en natuurlijke inrichting; met voldoende mogelijkheden voor recreatie in de directe woonomgeving. Tevredenheidsonderzoek onder inwoners.
• Groen: meer recreatie betekent meer bezoekers, wat minder ruimte voor natuur en landbouw betekent. Ook kan ontwikkeling van recreatie consequenties hebben voor het behoud van cultuur historische waarden. • Wonen: meer inwoners, betekent meer behoefte aan ruimte voor recreatie.
• Integrale benadering voor de kansen die de polder biedt voor zowel groen, landschappelijke waarden en mogelijkheden voor recreatie uit te werken in een gebiedsvisie, opdat er een goed evenwicht ontstaat tussen de verschillende opgaven. • Nieuwe mogelijkheden voor agrarische ondernemers om nieuwe / andere verdienmodellen toe te voegen aan hun traditionele inkomsten. Denk aan kleinschalige horeca, kamperen bij de boer, agrarisch natuurbeheer, combinatie met waterrecreatie. • Waterberging en overstromingsgebieden kunnen ook aantrekkelijk zijn voor recreanten. • Stimuleren schoon vervoer geldt ook voor bootverkeer (motorloos of elektrisch). • De sloten in Soest zijn aangewezen als waterparel vanwege bijzondere kwelwaternatuur. Waterkwaliteit is aandachtspunt. • Waterrecreatie is gebaat bij chemisch en ecologisch gezond water en oevers, maar recreanten moeten vooral ook zelf zorgen dat water schoon blijft en oevers groen/onbeschadigd. • Meer recreëren in de polder mag niet leiden tot meer autoverplaatsingen in de polder. Inzetten op STOMP. • Polder is moeilijker te bereiken voor mensen met beperkingen. In andere recreatiegebieden is er ruimte voor parkeren. Deze parkeergelegenheden zijn er niet/weinig in de polder. Evenwichtige uitwerking nodig, met duidelijke keuzes voor of tegen sommige functies. Wordt onder meer meegenomen in Groen Groeit Mee.
79
DEEL D - BIJLAGE WERKEN
4.2. Bijlage 2: Kaders Deze bijlage kan hier worden gevonden.
Inhoudsopgave
80
DEEL D - BIJLAGE WERKEN
4.3 Bijlage 3: Onderzoeken Deze bijlage kan hier worden gevonden.
Inhoudsopgave
81
DEEL D - BIJLAGE WERKEN
4.4 Bijlage 4: Participatie
dat betaald parkeren ten koste van de omzet gaat.
Algemeen
Adviescommissie Milieu & Ruimte
onderzoek gebaseerd bewijs voor. Daarnaast wordt
lijnen en kaders. De Commissie heeft wel een paar
Retail De Commissie Milieu & Ruimte heeft zich bij de
Startnotitie voor het onderdeel Retail uitgesproken
over het feit dat er wordt gesproken over samenvoeging van de winkelcentra Smitsveen en Overhees.
Hier is overigens weinig of geen op wetenschappelijk
Over het algemeen een prima notitie met heldere
betaald parkeren als onaangenaam ervaren door
opmerkingen op onderdelen. Zie hieronder.
zowel burgers als consumenten, hoewel het in vele gemeenten wel is doorgevoerd. Betaald parkeren
Agrarische sector
mobiliteit te sturen.
deelgebieden (bedrijventerreinen, kantoren, retail,
zou de gemeente meer mogelijkheden geven om
De commissie constateert dat deze gebieden ver
De Commissie beveelt aan om de mogelijkheid tot
ging wordt gezien. Deze opmerking heeft betrekking
sluiten, maar wanneer gewenst tijdens de program-
nieuwe Retailbeleid geven we hier op een andere
bespreken.
uiteen liggen en vraagt zich af hoe deze samenvoe-
invoeren van betaald parkeren niet van tevoren uit te
op het huidige Retailbeleid. In het voorliggende
mering en uitvoering van het mobiliteitsprogramma te
manier invulling aan.
De Commissie Milieu & Ruimte zegt over parkeren het volgende:
Met betrekking tot parkeren bij winkelcentra wordt als vaststaand feit genoemd dat het feit dat het
‘gratis’ is, een politieke beslissing is. ‘Gratis’ parkeren
Voor wat betreft betaald parkeren staat er in het coalitieakkoord een duidelijk statement. In ons
Omgevingsprogramma gaan we voorlopig uit van gratis parkeren. Als ander beleid actueel wordt, zullen we met de verschillende disciplines het
De Commissie is van mening dat het indelen in vier recreatie & toerisme) een goede keuze is, maar dat
in deze deelprogramma’s nadrukkelijk rekening moet worden gehouden met de landbouw. Het aantal
arbeidsplaatsen binnen de landbouw is weliswaar
beperkt, maar landbouw heeft wel een zeer groot ruimtebeslag. Dit raakt vooral aan het Deelpro-
gramma Recreatie & Toerisme en aan de Startnotitie Groen). Als andere optie kan een meer uitgebreide
behandeling van de landbouwsector in de Startnotitie Werken worden opgenomen als een vijfde deelprogramma.
gesprek met elkaar aangaan.
De Commissie beveelt aan meer aandacht aan de land-
betaalt, hoe meer de bewoners van de gemeente
Bedrijven & Kantoren
door nadrukkelijke behandeling bij de huidige deelge-
de voorzieningen. Betaald parkeren heeft voor- en
Startnotitie het volgende advies gegeven:
bestaat eigenlijk niet: hoe minder de automobilist moeten betalen voor aanleg en onderhoud van
nadelen. Denk aan de verwachting bij winkeliers
Inhoudsopgave
De commissie heeft naar aanleiding van de
bouw te besteden. Hetzij als nieuw deelgebied, hetzij bieden waar raakvlakken zijn met de landbouw.
82
DEEL D - BIJLAGE WERKEN
Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit
Kleine bedrijven in woonwijken
Daarnaast vraagt de commissie Mobiliteit zich af of de
Er wordt (nog) niet gekeken naar kleinschalige
gemeente niet actiever met werkgevers in gesprek kan gaan om het woon-werkverkeer planmatig te beperken
Retail
‘bedrijfsruimte buiten officiële werklocaties’.
of verduurzamen.
De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit geeft aan beleid
het programma behandeld worden.
Tot slot geeft de commissie ter overweging om te pro-
De Commissie beveelt aan dat een visie op het alge-
stakeholders meer in een adviserende of co-produce-
mene beleid op dit terrein in deze Startnotitie op zijn
rende rol te betrekken.
bedrijven buiten de bedrijventerreinen, ook wel Uitwerking van het toekomstige beleid zal later in
beren een stapje verder te gaan en burgers en andere
plaats is. Bijvoorbeeld op het gebied van het transfor-
op het gebied van reclame-uitingen te missen. Op dit moment lijken hier inderdaad geen (gepubliceerde) regels voor te bestaan. We zullen nagaan wat de
exacte situatie is en in overleg met betrokken afdelingen kijken wat wenselijk is en of en welke actie vervolgens nodig is.
meren van bedrijven tot woningen en de verplaatsing
Recreatie & Toerisme
van de bedrijven naar de bedrijventerreinen).
De adviescommissie Milieu & Ruimte vroeg bij
Bedrijven & Kantoren
de negatieve gevolgen van een verdere groei van
op het concept-Omgevingsprogramma Werken.
1
Defensie De notitie besteedt aandacht aan defensie, maar in de tekst lijkt nog geen rekening gehouden te
worden met een toename van militaire investeringen in de gemeente, naar aanleiding van de oorlog in Oekraïne.
De Commissie beveelt aan dit tijdens de programma-
de Startnotitie aandacht voor de beheersing van
De commissie heeft een inhoudelijke reactie gegeven
recreatie. Dit geldt zowel voor groen en natuur
De punten die dit Deelprogramma raken, hebben wij
(denk aan wandelen, fietsen en honden uitlaten) als voor mobiliteit (denk aan doorstroming en
parkeren). Dit is uitgebreid besproken en verwerkt
in zowel het Omgevingsprogramma Groen als in dit
hieronder opgenomen:
• Dat het oppervlak aan bedrijventerreinen gelijk blijft, met een toename van de gemiddelde
Deelprogramma.
Floor Space Index (FSI), is ruimtelijk een goed
fase verder in te vullen, wanneer misschien meer informatie beschikbaar komt. In het Omgevingsprogramma houden we ruimte om flexibel om te kunnen gaan met nieuwe ontwikkelingen.
Inhoudsopgave
1
In dit Omgevingsprogramma geven wij hier invulling aan.
83
DEEL D - BIJLAGE WERKEN
uitgangspunt. De transformatie van bestaande
Recreatie & Toerisme
wel voor een uitbreiding. Die zoeken wij bijvoor-
op het programma Toerisme alleen de opmerking
bedrijventerreinen naar andere functies zorgt nog
De adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit heeft
beeld aan de dorpsranden. Hier is een specifieke
gemaakt dat erfgoed meer aandacht verdient in de
set van regels nodig, aangezien dit beeldbepa-
lende en kwetsbare gebieden zijn aan de rand van het landschap. Het raakt dus de doelen die daar-
beleidsregels van dit Deelprogramma. Dit hebben wij vervolgens gedaan.
voor gelden.
• De Omgevingsprogramma’s doen nog geen
nadrukkelijke uitspraken over de verhouding
tussen welke maatregelen op het gebied van
mobiliteit en klimaatbestendigheid in de openbare ruimte plaatsvinden en welke op private gronden. Dat laatste is vooral belangrijk bij bedrijventer-
reinen en de eisen die daar gesteld worden aan de kavelinrichting om het doel van een leefbare en groene leefomgeving te halen
• Bedrijvigheid in de historische linten is voor te
stellen, maar hier zullen wel regels moeten gelden om de kenmerken en cultuurhistorische waarden te beschermen
• Ateliers aan huis worden niet genoemd
Inhoudsopgave
84
DEEL D - BIJLAGE WERKEN
4.5 Bijlage 5: Doorwerking in (onderliggend) beleid
In het Omgevingsprogramma is voorzien:
Bij het vaststellen van het omgevingsprogramma
• Opstellen terrassenbeleid
Werken vervalt een aantal vigerende beleidsnota’s. Dit geldt voor:
• Toetsingskader ruimte voor bedrijven 2017-2027, raad 22 februari 2018
• Retailbeleid Soest en Soesterberg 2016-2026, raad 22 december 2016
• Beleidsplan Recreatie en Toerisme 2012 – 2020, raad februari 2012
• Nota verblijfsrecreatie Soest, raad 30 oktober 2008
• Herziening evenementenbeleid • Evaluatie Horecabeleid buitengebied Soest 2019- 2029, raad 10 oktober 2019
Andere beleidsstukken blijven vooralsnog ongewijzigd. Dit betreft:
• Beleidsregels voor het plaatsen van uitstallingen
en reclame als bedoeld in de Algemene plaatselijke verordening (APV)
• Winkeltijdenverordening gemeente Soest - 2023
Los van het Omgevingsprogramma wordt er separaat gewerkt aan:
• Marktverordening - 2015
• Standplaatsenbeleid 2015
Inhoudsopgave
85
DEEL D - BIJLAGE WERKEN
Inhoudsopgave
86
DEEL D - BIJLAGE WERKEN
Inhoudsopgave
87