OmgevingsprogrammaWerkenDEF
Tekst van het document
Werken
WERKEN
Inhoudsopgave Inhoudsopgave
2
Leeswijzer
4
Voorwoord
2.3 Context
3
2.3.1 Trends en ontwikkelingen
Deel A
5
2.3.3 Trends en ontwikkelingen thema
1.1 Inleiding: Omgevingsvisie en Afwegingskader
6
1. Inleiding op de Omgevingsprogramma’s
6
2.5.2 Korte toekomstschets van belangrijke
24
2.5.2 Korte toekomstschets van belangrijke
2.5.3 Korte toekomstschets van belangrijke
24
Bedrijven & Kantoren
26
Recreatie & Toerisme
29
2.3.4 Trends en ontwikkelingen thema
1.1.1 Waarom een Omgevingsprogramma?
6
1.1.3 Kaders en Ontwikkelingen
7
2.4.1 Inleiding
30
1.2.1 Ruimtelijke vraagstukken
9
natuurlijke leefomgeving
31
samenhangend geheel van werklocaties
34
ruimtelijke structuur
38
levensstijl
41
wateroverlast en hittestress
42
evenwichtige werkgelegenheid creëren
44
bedrijventerreinen even groot als nu
46
1.1.2 Context van de Omgevingsprogramma’s 7
1.2 Afwegingskader
1.3 Integraal: samen bouwen aan een groen, dorps en vitaal Soest
1.4 Totstandkoming en vervolg
9
13
17
1.4.1 Inwoners denken mee
17
1.4.3 Plan MER
18
1.4.2 Adviescommissies
1.4.4 Uitvoering kost geld
Overzichtstabel
18 18
19
Deel B
22
2.1 Inleiding
23
2. Doelen en Ambities Werken
23
2.1.1 Algemeen
23
2.2.1 Algemeen
23
2.2 Kaders
Inhoudsopgave
23
2.3.2 Trends en ontwikkelingen thema Retail
24
2.4 Doelen
2.4.2 Doel 1: Zorgen voor een prettige en
30
2.4.3 Doel 2: Een eenduidig, functioneel en
2.4.4 Doel 3: Een eenduidige, heldere
2.4.5 Doel 4: Bevorderen van een gezonde
2.4.6 Doel 5: Verminderen van CO2-uitstoot,
2.4.7 Doel 6: Randvoorwaarden voor
2.4.8 Doel 7: In 2040 is de omvang van onze
2.5 Gebieden
2.5.1 Begrippen
47
47
gebieden - Retail
47
gebieden – Bedrijven & Kantoren
54
gebieden – Recreatie & Toerisme
56
Deel C
58
3.1 Inleiding
59
3. Acties Werken
59
3.1.1 Algemeen
59
3.1.3 Uitvoering: P&C en monitoring
60
3.1.2 Rollen van de gemeente
3.2 Acties
3.2.1 Toelichting op geprioriteerde en
3.2.2 Geprioriteerd en geordend
59 60
geordende actieoverzichten
60
actieoverzicht per doel
62
Deel D
72
4.1 Bijlage 1: Ruimtelijke vraagstukken
73
4.3 Bijlage 3: Onderzoeken
81
Bijlagen
4.2. Bijlage 2: Kaders
4.4 Bijlage 4: Participatie
4.5 Bijlage 5: Doorwerking in (onderliggend) beleid
73
80 82 85
2
WERKEN
Voorwoord Stap voor stap naar een nog mooier Soest
We omarmen deze lessen en zien ze als kansen.
Met deze aanpak blijven we trouw aan de gedachte
In 2021 waren we een van de eerste gemeenten in
scherpen. Kansen om nog beter aan te sluiten bij de
We weten dat de maatschappelijke opgaven groot
Nederland die een Omgevingsvisie vaststelden:
Stap voor stap ver komen. Dit was een ambitieus
plan en vroeg om lef. Met datzelfde lef hebben we
nu vijf Omgevingsprogramma’s opgesteld: Wonen, Werken, Mobiliteit, Groen & Landschap, en Water. Samen vormen ze de basis voor een toekomstbe-
Kansen om onze visie te herzien en verder te aan te
nieuwe provinciale visie en de grote uitdagingen van onze tijd, zoals het bieden van voldoende woningen, het tegengaan van klimaatverandering en het
opvangen van vluchtelingen. In 2025 starten we het proces op voor de herijking.
stendig Soest.
We realiseren ons dat onze doelen verder reiken dan
Onze Omgevingsvisie staat sterk op hoofdlijnen.
vaak niet mogelijk – om alle acties in 2025 direct op
Het maken van de omgevingsprogramma’s heeft ons ook laten zien hoe we het nog sterker kunnen
maken. Bijvoorbeeld door duidelijker te prioriteren of strategische keuzes te maken op gebiedsniveau.
Dit past bij onze pragmatische werkwijze als middelgrote gemeente: leren door te doen. Iedere stap die we zetten, brengt ons dichter bij wat werkt voor
deze collegeperiode. Daarom is het niet nodig – en
te starten. De nieuwe visie helpt ons om prioriteiten te stellen en faseringen te maken, zodat we gericht
kunnen blijven werken aan een toekomstbestendig
Soest. Tegelijkertijd bieden de huidige programma’s een stevige basis waarmee we nu al aan de slag kunnen op weg naar 2040.
van de Omgevingswet: leren, reflecteren en bijsturen. zijn en de beschikbare ruimte schaars. Daarom
blijven we stap voor stap werken aan oplossingen die recht doen aan onze ambities én de haalbaarheid. We zijn er trots op dat we deze stappen hebben
gezet. Dat doen we voor onze inwoners, onderne-
mers en iedereen die Soest een warm hart toedraagt. Onze dank gaat daarom uit naar alle inwoners,
ondernemers en partners die hebben meegedacht en input hebben gegeven. Jullie bijdrage is van grote
waarde! Samen zorgen we voor een dorps, groen en vitaal Soest, stap voor stap.
Karin Scholten, Aukje Treep-van Hoeckel, Anne Sterenberg, Osman Suna
Soest. Juist die praktische aanpak heeft ons geholpen om samen met onze inwoners en partners deze programma’s op te stellen.
Inhoudsopgave
3
WERKEN
Leeswijzer Elk Omgevingsprogramma bestaat uit vier delen.
Het eerste deel is voor alle Omgevingsprogramma’s
hetzelfde. De andere delen gaan in op de inhoud van de verschillende Omgevingsprogramma’s.
Deel A: dit is een overkoepelende inleiding waarin
wij beschrijven hoe de Omgevingsprogramma’s met elkaar verbonden zijn.
Deel B: dit is het beleidsdeel. Hierin lichten wij de
beleidsdoelen inhoudelijk toe en werken wij deze uit aan de hand van de beleidsuitgangspunten van de verschillende Omgevingsprogramma’s.
Deel C: dit is het uitvoeringsdeel, waarin wij de acties per doel uit het Omgevingsprogramma ordenen en prioriteren.
Deel D: in het laatste deel staan de bijlagen van de verschillende delen.
Inhoudsopgave
4
Deel A Werken
DEEL A - WERKEN
1. Inleiding op de Omgevingsprogramma’s 1.1 Inleiding: Omgevingsvisie en Afwegingskader
passen in het Omgevingsplan. Met deze vier kernin-
In dit deel leest u meer over wat een Omgevingspro-
In 2021 hebben wij de Omgevingsvisie ‘Stap voor
gramma is.
1.1.1 Waarom een Omgevingsprogramma? Een Omgevingsprogramma is één van de kerninstru-
strumenten kunnen we sturen op onze doelen.
stap ver komen’ gemaakt. Deze vindt u hier. In de
bereiken. Er zijn vijf Omgevingsprogramma’s die
samen de meeste ruimte in onze gemeente vragen: Wonen, Werken, Mobiliteit, Groen & Landschap en Water.
Omgevingsvisie beschrijven wij hoe wij willen dat
Soest en Soesterberg er in 2040 uitzien. De Omgevingsprogramma’s gaan in op hoe we dat willen
menten binnen de Omgevingswet, zie figuur 1. Er zijn verplichte en vrijwillige Omgevingsprogramma’s.
Onze Omgevingsprogramma’s zijn vrijwillig. Er staan
beleidsdoelen en beleidsuitgangspunten in waarmee we onze leefomgeving beter kunnen beschermen, benutten, gebruiken en ontwikkelen. Een Omge-
vingsprogramma is een belangrijke schakel tussen de strategische doelen van de Omgevingsvisie en de
regels van het Omgevingsplan. Het Omgevingsplan bepaalt welke ontwikkelingen zijn toegestaan en is
de basis voor omgevingsvergunningen. Het Omge-
vingsprogramma biedt daarvoor het toetsingskader en onderbouwt nieuwe initiatieven die (nog) niet
Inhoudsopgave
figuur 1
6
DEEL A - WERKEN
De Omgevingsprogramma’s vervangen voor een
realiseren. Ze bieden een toetsingskader voor de
Omgevingsprogramma’s en projecten. Onderling
vingsprogramma staat een overzicht van beleid dat
decennia.
elkaar. Soest werkt samen met de provincie Utrecht
gedeelte bestaand beleid. In Deel B van elk Omgewij nieuw hebben opgenomen en beleid dat blijft
ontwikkeling van Soest. Nu en in de komende
beïnvloeden ze elkaar en zijn ze soms afhankelijk van en de regio. Bijvoorbeeld aan een gezamenlijke
gelden.
1.1.2 Context van de Omgevingsprogramma’s
Met de vijf Omgevingsprogramma’s realiseren wij
De Omgevingsprogramma’s staan niet op zichzelf.
en natuurlijke leefomgeving’. Er zijn drie kern-
beweging is. Hieronder beschrijven wij een paar
Ontwikkelbeeld ‘Regio Amersfoort Centraal!’
zijn voor de uitvoering van alle Omgevingsprogram-
zogenaamd ‘gedeeld regionaal beeld’ vastgesteld.
samen ons centrale doel: ‘Zorgen voor een prettige waarden die onze leefomgeving kenmerken:
• ‘Dorps’: We omarmen ons kleinschalige en rustige
karakter. We zijn een veerkrachtige gemeente met veel saamhorigheid waar we voor elkaar zorgen.
• ‘Groen’: We zijn een gezonde gemeente te midden van verschillende robuuste en open landschappen die goed met elkaar verbonden zijn.
• ‘Vitaal’: We zijn een ondernemende, toekomstgerichte gemeente met volop levendige ontmoetingsplekken.
Ze zijn opgesteld in een context die voortdurend in
Woondeal met het Rijk tot 2030, de Regionale
Energiestrategie (RES), een handelingsperspectief op het buitengebied en een Mobiliteitsagenda.
relevante kaders en ontwikkelingen die belangrijk
In 2021 hebben we in de Regio Amersfoort een
ma’s. Deze kaders en ontwikkelingen kunnen aanlei-
Hierin staat dat groei in de regio wordt samenge-
ding zijn om onze Omgevingsvisie of de
programma’s aan te passen. In Deel B van alle
Omgevingsprogramma’s beschrijven wij de verdere context die specifiek impact heeft op de Omgevingsprogramma’s.
1.1.3 Kaders en Ontwikkelingen
Omgevingsvisie Soest binnen provinciale en
bracht in de centrale steden met goed openbaar
vervoer. Dat zijn de metropoolpoorten Amersfoort CS-Schothorst en de regiopoorten Barneveld en
Nijkerk. In de U10 is Zeist-Noord, vlak bij Soesterberg, aangewezen als regiopoort. Soest blijft een dorps en groen karakter houden, met inzet op
vitaliteit. Dit staat ook in onze Omgevingsvisie.
nationale kaders
NOVEX-gebied Utrecht-Amersfoort
Door de vijf Omgevingsprogramma’s tegelijkertijd op
Onze Omgevingsvisie is afgestemd op de Provinciale
Amersfoort is samen met Utrecht aangewezen als
het Omgevingsplan. De Omgevingsprogramma’s
vingsvisie (NOVI, 2020). De doelen en visies worden
verstedelijkingslocaties’ in Nederland. Verstedelijking
te stellen, kiezen we voor een integrale basis voor laten zien hoe we de doelen uit de visie gaan
Inhoudsopgave
Omgevingsvisie (POVI, 2021) en de Nationale Omgeop deze verschillende niveaus uitgewerkt in
één van de zeventien zogenaamde ‘grootschalige en de ontwikkeling van het landelijk gebied zijn
7
DEEL A - WERKEN
hierin grote opgaven. Alle NOVEX-gebieden stellen
ruimte voor woningbouw, natuur, infrastructuur en
benadrukt hoe belangrijk de integratie van waterbe-
Investeringsagenda op. Het Ontwikkelperspectief
Voor Soest en de Regio Amersfoort betekent dit dat
Voor Soest betekent dit dat bij nieuwe ontwikke-
een Ontwikkelperspectief, Uitvoeringsagenda en
2040 van het NOVEX-gebied Utrecht-Amersfoort streeft naar 165.000 woningen en 110.000 extra
banen. Om dit op een duurzame manier te bereiken, zijn investeringen nodig op verschillende gebieden. Denk aan klimaatrobuuste inrichting, energie-infrastructuur en bereikbaarheid.
Gebiedsgericht onderzoek Amersfoort
recreatie. De nadruk ligt hierbij op duurzaamheid.
bij de ruimtelijke ontwikkeling rekening moet worden gehouden met verschillende onderwerpen.
Denk hierbij aan verstedelijking, maar ook aan het
behouden van belangrijke natuurgebieden, zoals de
Heuvelrugzone. Een ander voorbeeld is het opnemen
van infrastructuurprojecten die de regio beter bereikbaar maken.
heer en bodembescherming is in ruimtelijke plannen. lingen en infrastructuurprojecten, zoals het bouwen van woningen of de aanleg van wegen, altijd reke-
ning gehouden moet worden met het effect op de waterhuishouding en de kwaliteit van de bodem. Dit is heel belangrijk voor het behouden van de ecologische waarde van het gebied. Vooral in
gebieden zoals de Heuvelrug en het buitengebied
van Soest, waar de natuurlijke balans kwetsbaar is.
Bij het uitwerken van het NOVEX-gebied
Klimaatakkoord
verstedelijking in Amersfoort verder onderzocht.
komende decennia de CO2-uitstoot sterk te laten
Het creëren van een circulaire economie is een
Nederland. Soest en de Regio Amersfoort spelen een
steeds meer prioriteit krijgt. In 2050 willen we circu-
Utrecht-Amersfoort wordt samen met het Rijk de
In het Klimaatakkoord staat de ambitie om de
Soest circulair in 2050
Dit is inclusief de impact van de verstedelijking op de
verminderen. Dit versnelt de energietransitie in
enorme opgave die steeds belangrijker wordt en ook
Heuvelrugzone. Dankzij dit onderzoek kan Soest
proactief inspelen op ontwikkelingen. Denk hierbij aan de recreatiedruk op het buitengebied en aan mobiliteitsvraagstukken, aangezien regiopoort Zeist-Noord in de buurt ligt. Nota Ruimte In de Nota Ruimte staan de kaders voor de ruimte-
lijke ordening in Nederland. Daarnaast legt de Nota Ruimte de basis voor een verantwoorde inrichting
van het land. De nota richt zich op de verdeling van
Inhoudsopgave
actieve rol in het halen van de klimaatdoelen.
Bijvoorbeeld door te investeren in duurzame energie, het verduurzamen van de gebouwde omgeving en
het verbeteren van groene mobiliteit. Dit draagt niet
alleen bij aan de klimaatdoelen van Nederland, maar biedt ook kansen voor economische groei en het verbeteren van de leefkwaliteit in Soest. Water- en bodemsturend Het principe van ‘Water- en bodemsturend’
lair zijn. Dit betekent dat tegen die tijd afval niet
meer bestaat. Tot 2030 richten we ons vooral op
onze eigen organisatie, door ‘circulair denken’ steeds meer onderdeel te laten zijn van alles wat we doen.
Aan de ene kant om onze eigen directe en indirecte uitstoot te verminderen, en aan de andere kant om
met onze inkoop, beleid en projecten zo veel moge-
lijk circulaire impact te maken in Soest. Op dit gebied is circulariteit dus vooral belangrijk in de uitvoering van ons werk.
8
DEEL A - WERKEN
1.2 Afwegingskader
leggen die we aan plekken in de gemeente
overvol. Dit heet ‘netcongestie’. De gevolgen van
In 2024 hebben wij het Ruimtelijk Afwegingskader
doelen, bij het maken van een afweging.
ambities. Vanuit het Energieprogramma coördineren
Omgevingsvisie en de Omgevingsprogramma’s.
Netcongestie Het elektriciteitsnet verbindt alles aan elkaar, maar is netcongestie zijn groot. Het raakt bijna al onze wij dit. Dit betekent bijvoorbeeld dat concrete
oplossingen om bijvoorbeeld de ontwikkeling van
woningbouw mogelijk te maken, binnen de bouw-
projecten gezocht moeten worden. Tegelijkertijd is
meewerken en meedenken, het leren en toepassen van andere aanpakken, het benutten van financie-
ringsstromen en het beïnvloeden van besluitvorming
in ons voordeel onderdeel van die coördinerende rol.
Soest vastgesteld. Dit afwegingskader verbindt de
• Leidraad: Wij hebben een handleiding opgesteld
Het afwegingskader maakt op een duidelijke en
stukken, zodat dit gezamenlijk en gestructureerd
herleidbare manier een integrale afweging tussen grote, strategische vragers van ruimte mogelijk.
Op basis hiervan maken wij een afweging bij belang-
voor het gesprek over grote ruimtelijke vraag-
verloopt. De leidraad geeft daarbij een denkrichting als conclusie.
rijke keuzes over thema’s die gebruik willen maken
Het hele afwegingskader vindt u hier.
bij het vinden van koppelkansen.
1.2.1 Ruimtelijke vraagstukken
Het afwegingskader bestaat uit drie delen:
doelen gaan bereiken. Dit wierp strategische vragen
van dezelfde ruimte. Ook helpt het afwegingskader
• Waardenkader: De kern van het Waardenkader bestaat uit onze drie kernwaarden, die uiteenvallen in twaalf ruimtelijke aspecten.
Deze aspecten zijn tijdloos en weergeven de hele fysieke leefomgeving. De doelen van de Omge-
De Omgevingsprogramma’s geven aan hoe we onze op over het gebruik van de ruimte in Soest. Keuzes hieronder konden we alleen gezamenlijk maken.
Het afwegingskader gaf houvast bij het gezamenlijk in beeld brengen en beantwoorden van deze vraagstukken.
vingsvisie en andere documenten die kaders
Hieronder vatten we strategische vragen, over-
aspecten gekoppeld.
woorden samen voor het onderwerp werken. De lijst
stellen, hebben wij aan de twaalf ruimtelijke
• Waardenkaarten: Elke kernwaarde is uitgewerkt op een kaart, om de belangrijkste waarden vast te
Inhoudsopgave
hebben toegekend. De kaarten helpen, net als de
wegingen (zoals koppelkansen en risico’s) en ant-
is niet volledig. Sommige vraagstukken vragen een
verdere uitwerking. Andere vraagstukken zullen pas
9
DEEL A - WERKEN
in de toekomst relevant worden. Een uitgebreide
beschrijving van de vraagstukken voor werken vindt u in bijlage 1. Wonen 1: Is het wenselijk om nabij voorzieningen prioriteit te geven aan nultredenwoningen en zorggeschikte woningen voor ouderen en zorgdoelgroepen?
• Doel: Langer zelfstandig wonen mogelijk maken
• Koppelkansen: Verbeterde ontsluiting, HOV in
Soesterberg, vergroening en ruimtelijke spreiding van zwaar vrachtverkeer.
• Risico’s: Beperkte toewijzing van ruimte door de
provincie en negatieve impact van bedrijven met
• Doel: Intensivering en verduurzaming van bedrijventerreinen met behoud van omvang.
• Koppelkansen: Duurzaamheid en verplaatsing van bedrijven biedt ruimte voor nieuwe functies op oude locaties.
zwaar verkeer binnen Soest.
• Risico’s: Afstemming met provincie nodig en
twee locaties wordt aanbevolen.
• Conclusie: Inzetten op de uitbreiding van ca 10 ha
• Conclusie: Spreiding van bedrijventerreinen over
mogelijke toename verkeersbewegingen.
(maximaal 15 ha) bedrijventerrein aansluitend aan
en druk op intramurale zorg verlagen.
3: Willen we een regionaal bedrijventerrein al dan
gebruik van voorzieningen en mogelijkheid tot
• Doel: Bestaande terreinen intensiever benutten
4b: Locatie: Defensieterrein Soesterberg en eventueel
• Koppelkansen: Mogelijkheid om ruimte-extensieve
• Doel: Intensiever gebruik van terreinen en verster-
• Koppelkansen: Bevorderen doorstroming, efficiënt wonen boven winkels.
• Risico’s: Concentratie van ouderen, financiële
haalbaarheid voor projectontwikkelaars en mogelijke daling van vraag naar zorgwoningen in de toekomst.
• Conclusie: Woonzorgzones kunnen zonder belemmeringen worden ingevoerd en bieden koppelkansen met andere functies. Werken
niet binnen de gemeentegrenzen?
zonder uitbreiding van het totaal oppervlak.
bedrijven te verplaatsen naar een regionaal terrein en HOV verbeteren.
• Risico’s: Beperkte bijdrage aan lokale economische behoeften en meer autoverkeer van buiten de
bedrijven en extra ruimte voor woningbouw in Soesterberg-Noord.
• Conclusie: Inzetten op het realiseren van ca. 15 ha
4a: Locatie: Randen bestaande bedrijventerreinen
Inhoudsopgave
• Koppelkansen: Duurzaamheid, verplaatsing van
rein buiten de gemeentegrenzen.
• Conclusie: Inzetten op een regionaal bedrijventer-
Soest en Soesterberg?
benutten zonder oppervlakte te vergroten.
king van werkgelegenheid.
• Risico’s: Afhankelijk van toestemming van de
4: Welke locaties zijn realistisch als zoekgebied voor
• Doel: Bestaande bedrijventerreinen intensiever
aanliggende gronden
regio.
2: Zetten we in op één bedrijventerrein in Soesterberg, of verdelen we de ruimte over twee locaties:
bestaande bedrijventerreinen.
een toekomstig bedrijventerrein?
provincie en betrokken partijen zoals Defensie.
bruto bedrijventerrein op terrein van Defensie en aanliggende gronden.
(met name Soestdijkse Grachten)
10
DEEL A - WERKEN
5: Hoe kansrijk is het om een bestaand bedrijventer-
rein te transformeren naar wonen?
• Doel: Evenwichtige werkgelegenheid en behoud van werkplekken per hectare.
• Conclusie: Behoud van werkgelegenheid en
functiemenging is essentieel; transformatie zonder behoud van werkgelegenheid wordt afgeraden.
• Koppelkansen: Kleinschalige bedrijven dichtbij
7: Hoe gaan we om met de diverse (gewenste)
• Risico’s: Onzekerheid over beschikbare ruimte
• Doel: Balans vinden tussen natuurbehoud, land-
woningen verhogen leefbaarheid.
voor bedrijventerreinen en afhankelijkheid van provinciale goedkeuring.
• Conclusie: Geen transformatie naar wonen, wel
kansen voor intensivering en gemengd gebruik.
6: Hoe belangrijk vinden we het behoud van de
functies in de polder? Welke functies prevaleren?
bouw en recreatie om een prettige leefomgeving
• Koppelkansen: Groene herinrichting en vermindering van geluidsoverlast.
• Risico’s: Hoge kosten en gefaseerde uitvoering noodzakelijk.
• Conclusie: Hoofdwegen behouden hun ontsluitingsfunctie; waar nodig concessies aan bereikbaarheid voor verkeersveiligheid.
te creëren met voldoende recreatiemogelijkheden.
9: Hoe gaan we om met de vraag naar parkeergele-
agrarische ondernemers, zoals kleinschalige
straatinrichting?
• Koppelkansen: Nieuwe verdienmodellen voor horeca, kamperen bij de boer en agrarisch natuurbeheer.
genheid in relatie tot andere functies en
• Doel: Balans tussen vraag en aanbod van parkeerplaatsen behouden.
historische linten als gemengd milieu met behoud
• Risico’s: Meer recreatie kan leiden tot druk op
• Koppelkansen: Combinatie met groot onderhoud
• Doel: Een heldere ruimtelijke structuur behouden
• Conclusie: Een integrale aanpak is nodig om een
• Risico’s: Beperkte parkeervoorzieningen voor
van werkgelegenheid?
met functiemenging (wonen, werken, voorzieningen) langs de historische linten.
• Koppelkansen: Meer ruimte voor kleinschalige kantoren, maatschappelijke voorzieningen en
natuurwaarden en meer autoverkeer in de polder. goed evenwicht te vinden tussen natuur, landbouw en recreatie, waarbij keuzes per gebied gemaakt worden.
om budget efficiënt te benutten. tweede en derde auto’s
• Conclusie: Parkeeruitbreiding koppelen aan groot onderhoud en herinrichting.
woonzorgfuncties.
Mobiliteit
Groen & Landschap
worden opgelost; afwentelen op de omgeving is
8: Hoe wenselijk is het om hoofdwegen binnen Soest als 30 km/uur-zone in te richten?
10: Waar is ruimte voor natuurlijke bossen zoals
• Doel: Verkeersveiligheid verbeteren en nul ernstige
• Doel: Duurzame natuurontwikkeling en verbeterde
• Risico’s: Parkeerdruk moet op eigen terrein niet mogelijk.
Inhoudsopgave
verkeersslachtoffers nastreven.
agroforestry of voedselbossen? waterkwaliteit.
11
DEEL A - WERKEN
• Koppelkansen: Recreatie, toerisme en het ver-
• Risico’s: Grotere parkeerlocaties kunnen leiden tot
Water
• Risico’s: Verlies van open landschap en kwetsbare
• Conclusie: Zonering voor recreatie en natuurbe-
afkoppelen van hemelwaterafvoer?
sterken van lokale biodiversiteit.
waterkwaliteit rond de Wieksloot.
• Conclusie: Potentie voor voedselbossen is aan-
wezig, maar impact op landschap en waterkwaliteit moet worden onderzocht.
11: Is er ruimte voor grootschalige horeca in de polder van Soest?
• Doel: Versterken van recreatieve functie en verblijfsduur verlengen.
• Koppelkansen: Verbinden van horeca aan waterspeelplaatsen en waterberging.
• Risico’s: Drukte en verkeer leggen extra belasting op natuur en infrastructuur.
• Conclusie: Alleen kleinschalige horeca voor wandelaars en fietsers is passend.
12: Waar vangen we recreanten op en waar geven we
extra drukte.
14: Hoe ver willen we gaan in het verplichten tot
houd toepassen met specifieke keuzes per gebied.
• Doel: Ontlasting van het riool en behoud van de zoetwatervoorraad.
13: Hoe gaan we om met nieuwe transformatorsta-
• Koppelkansen: Gescheiden rioolsystemen kop-
• Doel: Zorgen voor een prettige leefomgeving en
• Risico’s: Weerstand en juridische complicaties bij
tions en hoe zorgen we voor een groene inpassing? het waarborgen van een betrouwbaar energienetwerk.
• Koppelkansen: Groene inrichting rond transformatorstations verhoogt de acceptatie en draagt bij aan de leefbaarheid.
pelen aan integrale buurtontwikkelingen. verplichting voor particulieren.
• Conclusie: Afkoppeling stimuleren waar mogelijk; verplichting wordt pas overwogen bij onvoldoende voortgang.
• Risico’s: Het niet plaatsen van transformatorstations kan leiden tot netcongestie en vertraging van ruimtelijke ontwikkelingen.
• Conclusie: Transformatorstations zijn essentieel,
maar groene inpassing is belangrijk om de impact op de omgeving te beperken.
natuur de voorrang?
• Doel: Inrichten van recreatie- en stiltegebieden om drukte te reguleren.
• Koppelkansen: Aanleggen van parkeerplaatsen aan de rand van drukke gebieden en spreiding door zonering.
Inhoudsopgave
12
DEEL A - WERKEN
15: Willen we hemelwater overal laten infiltreren?
• Doel: Voorkomen van overbelasting van het riool en behoud van grondwater.
• Koppelkansen: Combineren met vergroening en
17: Hoe sturend zijn water en bodem bij ruimtelijke ontwikkelingen in Soest?
• Doel: Behouden van het historische karakter en klimaatbestendige inrichting.
De Omgevingsprogramma’s van Soest vormen
landschapsdoelen.
ving. Vanuit de kernwaarden ‘groen’, ‘dorps’ en
behoud van cultuurhistorische waterstructuren.
• Koppelkansen: Combineren met natuur- en
van grondwater.
• Risico’s: Politieke en maatschappelijke weerstand
• Risico’s: Risico op wateroverlast en verontreiniging • Conclusie: Maatwerk per locatie vereist; effecten van infiltratie monitoren voor verdere beleidskeuzes.
16: Willen we een actievere rol spelen in de bescherming van de zoetwaterbel onder de Heuvelrug?
• Doel: Beschermen van de nationale grondwaterreserve als toekomstige drinkwaterbron.
• Koppelkansen: Bewustwordingscampagnes koppelen aan andere acties zoals vergroening.
• Risico’s: Extra maatregelen buiten wettelijke verplichtingen vragen om draagvlak en
tegen beperkende voorwaarden voor nieuwe bouw.
• Conclusie: Water en bodem worden leidend in ruimtelijke plannen.
18: Hoe hoog prioriteren we de ruimtevraag van klimaatadaptieve maatregelen?
• Doel: Klimaatbestendige leefomgeving met ruimte voor waterbuffers, schaduwrijke zones en evacuatieroutes.
• Koppelkansen: Combineren met doelen voor vergroening en duurzame infrastructuur.
samenwerking.
• Risico’s: Lange termijn investeringen versus directe
bescherming van de zoetwaterbel.
• Conclusie: Hoge prioriteit voor klimaatadaptatie
• Conclusie: Gemeente neemt een actieve rol in de
kosten en baten.
met kosten-batenanalyse en monitoring van maatregelen.
Inhoudsopgave
1.3 Integraal: samen bouwen aan een groen, dorps en vitaal Soest samen het fundament van onze fysieke leefomge‘vitaal’ werken we aan een duurzame toekomst
waarin natuur, gemeenschap en economie in balans
zijn. Deze ambitie bereiken we niet alleen binnen de
Omgevingsprogramma’s, maar vraagt brede samenwerking binnen de gemeente. Denk hierbij bijvoorbeeld aan samenwerking met Sociaal Domein, het Energieprogramma en het team Realisatie, die
allemaal onmisbaar zijn voor het bereiken van onze doelen uit de Omgevingsvisie. Tegelijkertijd dragen we met de Omgevingsprogramma’s bij aan de
Sustainable Development Goals (SDG’s). Hieruit
komen onze doelen voort. Door onze krachten te
bundelen, ontstaan oplossingen die het welzijn van
inwoners direct verbeteren en tegelijkertijd bijdragen aan een duurzaam Soest. Hieronder beschrijven wij hoe de vijf Omgevingsprogramma’s samenkomen rond vijf thema’s:
13
DEEL A - WERKEN
1. Klimaatbestendigheid en duurzaamheid
Het Omgevingsprogramma Wonen speelt hierin een
elektriciteitsnet op hoeven. Ook stimuleren wij het
3. Duurzame mobiliteit en toegankelijkheid
standaard rekening gehouden met klimaatadaptieve
delijke zones aan te leggen, worden bedrijventer-
2. Sociale cohesie en leefkwaliteit 4. Economische vitaliteit
5. Biodiversiteit en natuurinclusiviteit Elk thema toont hoe deze samenwerking de kern-
waarden van Soest versterkt. Zo leggen we samen de basis voor een leefomgeving die functioneel, gezond en aantrekkelijk is. In tabel 1 op pagina 19 staat hoe
de verschillende doelen van de Omgevingsprogramma’s bijdragen aan de SDG’s en aan elkaar.
Thema 1: Klimaatbestendigheid en duurzaamheid Klimaatverandering vraagt om een concrete en
daadkrachtige aanpak. Water en bodem zijn voor ons daarbij zo veel mogelijk sturend in onze ruimtelijke ordening. In wijken zoals Smitsveen en Klaarwater
heel belangrijke rol. Bij nieuwbouwprojecten wordt maatregelen. Dit zijn maatregelen die rekening
houden met klimaatverandering en bijdragen aan het tegengaan daarvan. Zo worden er systemen om het regenwater op te vangen geïnstalleerd en wordt
gebruikgemaakt van groene daken en gevels die
bijdragen aan isolatie en het vasthouden van water. Samen met het Energieprogramma stimuleren we het gebruik van duurzame energiebronnen, zoals
zonnepanelen en warmtepompen. Hierdoor worden woningen niet alleen comfortabeler, maar ook
Daarnaast maken deze ingrepen de openbare ruimte groener en aantrekkelijker voor bewoners.
Inhoudsopgave
bomenrijen met veel schaduw zorgen niet alleen voor verkoeling, maar versterken ook de groene
uitstraling van de omgeving. Daarnaast zijn ze ook
‘snelwegen’ voor flora en fauna. Het team Realisatie
zorgt ervoor dat deze voorzieningen door regelmatig onderhoud effectief blijven functioneren.
gramma zorgt ervoor dat nieuwe projecten duur-
gemeenschap. We willen dat de fysieke leefomgeving
De kern van ons dorpse karakter is een hechte
zaam en betaalbaar blijven.
een gezonde levensstijl mogelijk maakt en stimuleert.
bedrijfsprocessen, maar ook bijvoorbeeld door
stand en dragen bij aan de biodiversiteit in de wijk.
doende fiets- en voetgangersroutes. Bermen en
Omgevingsprogramma Wonen en het Energiepro-
aangelegd om wateroverlast tegen te gaan. Deze rioolstelsel, maar verbeteren ook de grondwater-
We zorgen voor plekken voor laadpalen en vol-
Thema 2: Sociale cohesie en leefkwaliteit
Op bedrijventerreinen wordt ook gewerkt aan
maatregelen verminderen niet alleen de druk op het
reinen aantrekkelijk voor mensen, dieren en planten.
energiezuiniger. Deze samenwerking tussen het
hebben wij bijvoorbeeld wadi’s (Water Afvoer Drainage en Infiltratie) en waterdoorlatende bestrating
gebruik van circulaire materialen. Door natuurvrien-
duurzaamheid. Niet alleen van de panden en
aandacht te hebben voor groene buffers die hit-
testress verminderen, door een aangename werkomgeving te creëren en door bij te dragen aan de
waterhuishouding. Wij stimuleren het gebruik van
Daarom werken we aan plekken om elkaar te ont-
moeten. Dit zijn plekken waar buurtbewoners samenkomen om te spelen, sporten, ontspannen of om
gewoon te genieten van de omgeving. Deze plekken
zorgen niet alleen voor meer verbinding, maar geven ook ruimte aan groen en water. Hierdoor helpen
deze plekken ook tegen zogenaamde ‘hittestress’.
duurzame en energieoplossingen die niet het
14
DEEL A - WERKEN
Denk hierbij aan vijvers met natuurvriendelijke oevers
Vanuit het team Sociaal Domein stimuleren we
biodiversiteit.
Deze initiatieven versterken de band tussen inwoners
die ruimte bieden voor rust, waterberging en
Het Omgevingsprogramma Mobiliteit draagt bij door voetgangersgebieden beter te verbinden met deze
plekken, zodat ze voor iedereen makkelijk bereikbaar zijn. Het Omgevingsprogramma Groen & Landschap speelt hierin een belangrijke rol, omdat dit Omgevingsprogramma groene zones en plekken die uitnodigen tot ontmoeting aanlegt.
buurtinitiatieven zoals bijvoorbeeld buurtfeesten. onderling en de band met hun leefomgeving.
Zo zorgen de initiatieven voor een inclusieve samen-
leving. Het team Realisatie zorgt voor het onderhoud van deze gebieden, zodat zij veilig, schoon en heel
blijven voor dagelijks gebruik. Zo werken we samen aan het sociale en fysieke netwerk dat Soest kenmerkt.
Thema 3: Duurzame Mobiliteit en
Vanuit het Omgevingsprogramma Wonen versterken
toegankelijkheid
toegankelijke woningen. De aanwezigheid van
zame en toegankelijke mobiliteit. Wij hebben nu een
we de leefkwaliteit door te investeren in diverse en
Een vitale gemeenschap heeft behoefte aan duur-
voldoende voorzieningen op de juiste plek heeft de
kans om duurzaamheid en de leefkwaliteit in Soest te
aandacht vanuit de Omgevingsprogramma’s Wonen, Werken en het team Sociaal Domein. Tegelijkertijd
draagt het Omgevingsprogramma Water bij aan de leefbaarheid, door natuurlijke infiltratiegebieden te creëren. De wadi’s zijn hier een voorbeeld van.
Deze voorzieningen verminderen wateroverlast en zorgen voor een groene, aantrekkelijke omgeving. Deze groene plekken maken wijken niet alleen functioneel, maar geven hen ook een unieke uitstraling.
Inhoudsopgave
verbeteren. Daarom zetten wij in Soest in op het STOMP-principe, dat mobiliteit in volgorde van
voorkeur aangeeft: Stappen, Trappen, Openbaar
vervoer, Mobiliteit als dienst en Privéauto. Dit betekent dat wij lopen en fietsen stimuleren boven het gebruik van de auto. Een voorbeeld hiervan is de
aanleg van meer wandel- en fietspaden. We investeren in veilige oversteekplaatsen en duidelijke
bewegwijzering, zodat iedereen, van jong tot oud,
zich lopend en op de fiets makkelijk kan verplaatsen.
15
DEEL A - WERKEN
Deze aanpak maakt het reizen niet alleen praktisch, maar ook plezierig.
Natuurlijk blijven we ook werken aan goed openbaar vervoer en een sterke laadinfrastructuur voor elektrische mobiliteit. Wij verduurzamen de infrastructuur onder andere door waterinfiltratie te combineren
met onze infrastructuur. Bijvoorbeeld via waterdoorlatende verharding. Dit zorgt ervoor dat het regenwater op een natuurlijke manier in de grond kan
trekken. Dit is belangrijk is wanneer er langere tijd droogte is. Ook voorkomen we zo wateroverlast.
Beplanting langs wegen en paden draagt bij aan een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving, en dus aan de beleving van ons groene karakter. Het team
Realisatie zorgt voor goed onderhouden wegen en
worden waarin iedereen overdag ergens anders is.
Dat vraagt aandacht. Daarom richt het Omgevingsprogramma Werken zich onder meer op het ver-
Thema 5: Biodiversiteit en natuurinclusiviteit
Bedrijven die zich bezighouden met duurzaamheid
in onze inzet voor biodiversiteit en natuurinclusiviteit.
oppervlakte kunnen dan meer mensen werken.
Onze kernwaarde ‘groen’ komt het sterkst tot uiting
en technologie trekken andere bedrijven aan en
Natuur staat namelijk niet op zichzelf, maar is ver-
creëren tegelijkertijd ook banen voor inwoners.
Dit stimuleert niet alleen de lokale economie, maar
maakt Soest ook aantrekkelijk voor ondernemers die duurzaamheid belangrijk vinden. Wij stimuleren
duurzame mobiliteit door te zorgen voor goede verbindingen tussen woon- en werkgebieden. Bijvoorbeeld door het aanleggen van veilige fietsroutes.
Onze bedrijventerreinen moeten aansluiten op de
worden infrastructuur en natuur aan elkaar
Dit zorgt voor een prettige werkomgeving en ver-
verbonden.
Thema 4: Economische vitaliteit Een sterke economie is onmisbaar voor een vitale
gemeente. Het aantal werkplekken moet meegroeien met het aantal inwoners. Alleen zo kunnen we
voorkomen dat we vergrijzen of een ‘slaapdorp’
Inhoudsopgave
met de ontwikkeling naar een circulaire economie.
dichten van de bedrijventerreinen. Op hetzelfde
paden. Hierdoor is mobiliteit niet alleen duurzaam, maar ook comfortabel. Door deze samenwerking
schone energiebronnen. Ook gaan we aan de slag
bonden aan de leefomgeving. Ecologische corridors, zoals de routes tussen de Soester Duinen en omliggende natuurgebieden, geven flora en fauna de
ruimte om zich vrij te bewegen. Dit draagt direct bij
aan het vergroten van de biodiversiteit. Tegelijkertijd bieden deze routes mogelijkheden om te recreëren voor wandelaars en fietsers. Ze versterken zo niet alleen de natuur, maar ook de beleving van het landschap door inwoners en bezoekers.
behoeften van ondernemers én die van het klimaat.
Water speelt een onmisbare rol in het versterken van
mindert de negatieve gevolgen van hitte en zware
zorgt bijvoorbeeld voor leefgebieden voor
regenval. Groene buffers en waterdoorlatende
bestrating dragen bij aan een betere waterhuishouding en een gezondere werkomgeving. Samen met het Energieprogramma ondersteunen wij bedrijven bij het verduurzamen van hun processen, oplos-
singen tegen netcongestie en het overstappen op
de biodiversiteit. Water met een goede waterkwaliteit watervogels, vissen en amfibieën. Het
Omgevingsprogramma Wonen ondersteunt deze visie door natuurinclusieve bouwprincipes te
stimuleren. Bijvriendelijke gevels en groene daken zijn charmante voorbeelden die passen bij onze
kernwaarde ‘groen’. Wandel- en fietsroutes die de
16
DEEL A - WERKEN
groene gebieden met elkaar verbinden, zijn
Tabel 1 laat in één oogopslag zien wat de raak-
voor meer bewustzijn van de natuur bij inwoners en
aan welke SDG’s zij bijdragen.
aantrekkelijk voor recreatie. Daarnaast zorgen zij bezoekers. Goed beheer van de natuur door het team Realisatie zorgt voor duurzaam beheer en
vlakken zijn tussen de Omgevingsprogramma’s en
behoud van de natuur. Zo blijven deze groene
1.4 Totstandkoming en vervolg
welzijn van alle inwoners.
Wij hebben de Omgevingsprogramma’s opgesteld
Conclusie
commissies en andere belanghebbenden input
structuren bijdragen aan de biodiversiteit en het
Dankzij intensieve samenwerking tussen de Omgevingsprogramma’s met externe partners, geven wij vorm aan een Soest dat klaar is voor de toekomst.
Onze kernwaarden ‘groen’, ‘dorps’ en ‘vitaal’ zijn de
basis van alles wat we doen. Wij werken integraal aan oplossingen die elkaar versterken. Of het nu gaat om klimaatadaptatie, sociale cohesie, duurzame mobili-
na een zorgvuldig proces, waarin inwoners, advieshebben geleverd. Nu wij de Omgevingsprogramma’s hebben vastgesteld, beginnen we met de uitvoering.
tietraject plaats. Het doel was om zo vroeg mogelijk een diverse groep inwoners te betrekken bij de
vraag: ‘Wat voor Soest en Soesterberg willen we zijn in 2040?’ De resultaten hiervan vormden de basis
voor de Omgevingsvisie en hebben wij doorvertaald naar de Omgevingsprogramma’s.
ringsdeel (Deel C), dat dieper ingaat op de
In 2023 hebben we inwoners en belanghebbenden in
belanghebbenden
uitvoering.
bijeenkomsten verdiepende vragen gesteld over het
leefomgeving, maar bouwen we ook aan een veer-
Soesterberg voor onze inwoners. Daarom vinden wij
We werken aan een groen, dorps en vitaal Soest en
krachtig en toekomstbestendig Soest. Samen
het belangrijk dat inwoners, ondernemers en part-
Inhoudsopgave
Tussen 2019 en 2021 vond een uitgebreid participa-
vingsprogramma’s hebben daarnaast een uitvoe-
integrale aanpak versterken we niet alleen onze
en voor de generaties die nog komen.
Participatietraject Omgevingsvisie
Brede betrokkenheid van inwoners en
teit, economische groei of biodiversiteit. Met deze
wonen, werken en recreëren is. Voor onze generatie
verwerkt in de verschillende Omgevingsprogramma’s.
Hieronder gaan wij hier iets dieper op in. Alle Omge-
1.4.1 Inwoners denken mee
bouwen we aan een gemeente waar het prettig
participatietraject uitgevoerd. De opgehaalde input is
ners nu en in de toekomst blijven meedenken over
Soest en Soesterberg. Voor de Omgevingsvisie en de Omgevingsprogramma’s hebben we daarom een
uitvoeren van de visie. Deze input is verwerkt in de Omgevingsprogramma’s, waarin wij aangeven wat
wij met de input hebben gedaan. Wij hebben inwo-
ners gevraagd via het inwonerpanel, met bijna 1700 deelnemers, en de app Swipocratie, ingevuld door zo’n 1400 mensen. Hieronder bevonden zich veel jongeren. Via Denkmeeover.nl kwamen bijna
700 reacties binnen. In een camper bij (super)
17
DEEL A - WERKEN
markten werden driehonderd straatinterviews afge-
1.4.4 Uitvoering kost geld
Kostenverhaal
nomen. Dit alles heeft ons goede inzichten gegeven, die wij hebben meegenomen in de
De Omgevingsprogramma’s bieden inzicht in de
Omgevingsprogramma’s.
beleidsuitgangspunten en uitvoering, om uiteindelijk
De gemeente heeft een wettelijke plicht om kosten
de Omgevingsvisie te realiseren. Voor het dekken van
voor bouwplannen. De voorkeur gaat uit naar pri-
Hier vindt u volledige resultaten van de participatie.
de kosten gelden onderstaande aandachtspunten.
In de verschillende Omgevingsprogramma’s werken
Planning & Control-cyclus
gramma heeft betekend.
ringsdeel (Deel C), waarin wij de acties beschrijven.
wij uit wat de participatie voor dat Omgevingspro-
1.4.2 Adviescommissies De adviescommissies Milieu en Ruimte (CMR) en Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) hebben de concept-
Omgevingsprogramma’s ontvangen. Beide commissies hebben hierop hun opmerkingen gegeven.
Deze hebben wij verwerkt. Tijdens de inzageperiode kunnen beide commissies, als zij dat willen, nog een
Alle Omgevingsprogramma’s hebben een uitvoe-
Inhoudsopgave
afdwingbaar worden ingezet.
Er wordt geen kostenverhaal toegepast als de kosten
kadernota en de dekking van de begroting aan te vragen. Wij kunnen activiteiten dan integraal afwegen en monitoren. Subsidies
Deze analyse geeft een momentopname van de
die een plan-MER vereisen.
de Nota Kostenverhaal en kan zowel vrijwillig als
ook de basis om via de gebruikelijke route van de
basis voor de komende jaren is. Deze prioriteiten zijn
1.4.3 Plan MER De beschreven activiteit vallen niet onder de criteria
overeenkomst’). Het kostenverhaal in Soest staat in
Naast projectkosten wordt ook de plankostenscan
Er is in 2024 een analyse gemaakt van de subsidie-
ling van de RUD niet plan MER-plichtig te zijn.
vaatrechtelijke afspraken (dit heet een ‘anterieure
Wij prioriteren deze acties, waardoor er een stevige
keer een reactie geven.
De Omgevingsprogramma’s blijken na een beoorde-
te verhalen die zij volgens het Omgevingsplan maakt
toegepast om bouwplannen mogelijk te maken.
onder de tienduizend euro liggen, er geen kosten
voor openbare werken zijn, of als het alleen gaat om aansluitingen op openbare ruimte/ nutsvoorzieningen.
mogelijkheden per Omgevingsprogramma.
mogelijkheden, waarvan een deel de komende jaren waarschijnlijk beschikbaar zal blijven. De grootste kansen liggen bij Omgevingsprogramma’s die de leefomgeving groener en duurzamer maken, al
kunnen subsidies verschillen in beschikbaarheid.
18
DEEL A - WERKEN
Overzichtstabel Tabel 1: Doelen, SDG’s en raakvlakken
Energie
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Doel 3: Betaalbare woningbouw.
Doel 4: Wonen in een prettige en leefbare omgeving.
X
Doel 5: Een vitale en toekomstbestendige samenleving in onze wijken die divers en inclusief is.
X
X
X
X
X X
Realisatie
Sociaal
X
X
X
Realisatie
Water
X
Energie
Groen
Doel 2: Een passende woning voor alle doelgroepen: met focus op kansen voor jongeren en senioren.
Mobiliteit
Doel 1: Bouwen voor de woningbehoefte om vitaliteit en een continue bouwstroom te behouden.
Werken
Wonen
Wonen
X
Doel 4: Bevorderen van een gezonde levensstijl.
Doel 5: Verminderen van CO2 -uitstoot, wateroverlast en hittestress.
Doel 6: Randvoorwaarden voor evenwichtige werkgelegenheid creëren.
Doel 7: In 2040 is de omvang van onze bedrijventerreinen even groot als nu. Inhoudsopgave
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X X X X
X X
X
Sociaal
Water
Doel 3: Een eenduidige, heldere ruimtelijke structuur.
X
Groen
Doel 2: Een eenduidig functioneel samenhangend geheel van werklocaties.
Mobiliteit
Doel 1: Zorgen voor een prettige en natuurlijke leefomgeving.
Werken
Wonen
Werken
X X X
X X
19
DEEL A - WERKEN
X
X
Doel 4: Behouden van een vitale en aantrekkelijke woon, werk en recreatiegemeente.
X
X
X
X
Doel 6: Vraag en aanbod naar parkeerplaatsen zijn in balans.
X
X
X
X
X
X
Doel 3: Terugdringen van de CO2 -uitstoot van onze verplaatsingen. Doel 5: Zorgen dat iedereen zijn bestemming kan bereiken.
X
X
x X X
Realisatie
Energie
Sociaal
Doel 2: Het bevorderen van een gezondere leefstijl door toepassing van het STOMP-principe.
Sociaal
Water X
Water
Groen
Mobiliteit
X
Groen
Doel 1: Verbeteren van de (verkeers)veiligheid met de ambitie van nul verkeersslachtoffers in 2040.
Werken
Wonen
Mobiliteit
X X X
X X X
Doel 2: Verbinden en structureren van groen-blauw in woon- en werkgebieden in stad en land. Doel 3: Verminderen van CO2, wateroverlast, hittestress en droogte. Doel 4: Zorgen voor een prettige en natuurlijke leefomgeving. Doel 5: Bevorderen van een gezonde leefstijl.
Doel 6: Een duurzame landbouw met toekomstperspectief.
Doel 7: Zorgen dat de groene leefomgeving voor iedereen bruikbaar is. Doel 8: In 2040 zijn er meer regionale recreanten.
Inhoudsopgave
X X
X
X
X
X
X X
X X
X X
X
X X
X
X
X
X X
X X
X
Realisatie
X
Energie
X
Mobiliteit
Werken
Doel 1: Verbeteren en vergroten van de diversiteit in flora en fauna.
Wonen
Groen & Landschap
X X X X X
20
DEEL A - WERKEN
X
X
Doel 3: Werken aan een duurzaam watersysteem en duurzame waterketen.
X
X
X
X
Doel 5: De leefomgeving toekomstbestendig maken.
X
X
X
Doel 2: De grond- en oppervlaktewaterkwaliteit op orde brengen.
Doel 4: Behouden, benutten en herstellen van natuurlijke kenmerken van het watersysteem.
Inhoudsopgave
X
X
X
X X X
Realisatie
Groen
X
Energie
Mobiliteit
X
Sociaal
Werken
Doel 1: In stand houden van een gezonde en leefbare omgeving door invulling te geven aan de gemeentelijke watertaken.
Water
Wonen
Water
X
X
X
X
X
X
X X X
21
Deel B Werken
DEEL B - WERKEN
2. Doelen en Ambities Werken 2.1 Inleiding
bijvoorbeeld aan maatschappelijke voorzieningen en
Voor het thema Retail heeft de Retailvisie van de
2.1.1 Algemeen
belangrijk voor een goed functionerende gemeente.
richt zich op het verbeteren van een toekomstbe-
In het Omgevingsprogramma Werken beschrijven wij hoe we met de onderwerpen ‘werken’ en
‘werkgelegenheid’ willen omgaan. We brengen in
beeld hoe we de werkgelegenheid laten meegroeien met het aantal inwoners. Daarnaast werken we uit
de landbouwsector. Deze functies zijn uiteraard wel Daar waar er (ruimtelijke) raakvlakken zijn tussen
deze voorzieningen en dit Omgevingsprogramma, nemen wij dit mee in de uitwerking.
hoe we deze werkgelegenheid zo goed mogelijk
2.2 Kaders
een brede werkgelegenheid voor zowel denkers als
2.2.1 Algemeen
werken en recreëren, waarbij wij speciale aandacht
programma staan in Bijlage 2. Deze bijlage bevat
ruimtelijk mogelijk kunnen maken. We zetten in op
Provincie Utrecht een aanvullende rol. Deze visie stendige en evenwichtige detailhandelsstructuur.
In deze structuur zijn supermarkten dé dragers voor
bestaande winkelcentra en is er een stop op uitbreiding van perifere detailhandel (waaronder vallen:
auto’s, boten, caravans, tuincentra, bouwmarkten en woninginrichting). Wij hebben aandacht voor leefbaarheid en (economische) vitaliteit.
doeners. Het gaat hier om een balans tussen wonen,
De kaders die richting geven aan het Omgevings-
Voor het thema Bedrijven & Kantoren zijn de
hebben voor duurzaamheid, bereikbaarheid,
beleidsstukken en richtlijnen die zowel op landelijk,
het Provinciaal Programma Wonen en Werken
gezondheid en een inclusieve leefomgeving.
Hierbinnen onderscheiden we drie thema’s: ‘Retail’, ‘Bedrijven & Kantoren’ en ‘Recreatie & Toerisme’. Elk van deze onderwerpen speelt een belangrijke rol in het creëren van werkgelegenheid en het verbeteren van de levenskwaliteit in Soest.
Wij nemen de werkgelegenheid van een aantal
branches (voor een gedeelte) niet mee. Denk hierbij
Inhoudsopgave
provinciaal, regionaal als lokaal niveau van toepas-
sing zijn. Voor alle thema’s is de Provinciale Omgevingsvisie (POVI) een belangrijke basis. De POVI
biedt brede kaders voor ruimtelijke ontwikkeling,
economische activiteiten en duurzaamheidsdoelen in
de provincie Utrecht. Daarnaast speelt onze gemeentelijke Omgevingsvisie een centrale rol, die richting geeft aan de lokale invulling van onze opgaven.
Strategie bedrijventerreinen Regio Amersfoort, (PPWW) en het Regionaal Programmeren Wonen en Werken (RPWW) relevant. Het RPWW stelt
daarbij harde voorwaarden voor de planning en ontwikkeling van bedrijfs- en kantoorlocaties.
De focus ligt hierbij op regionale afstemming en efficiëntere danwel intensievere benutting van
beschikbare ruimte. Voor Soest is het krijgen van
compensatie voor verdwenen kleine bedrijfslocaties erg belangrijk. De transformatie van bedrijfslocaties
23
DEEL B - WERKEN
naar woningbouw gebeurt veel op locaties die niet
2.3 Context
Nieuwe technologie en online shoppen
hand liggend, maar heeft een negatief effect op de
2.3.1 Trends en ontwikkelingen
door de opkomst van e-commerce en nieuwe
vindt op regionaal en provinciaal niveau plaats.
Retail, Bedrijven & Kantoren en Recreatie & Toerisme
gangbaar (courant) meer zijn. Dit was en is voor de
werkgelegenheid. Afstemming over de compensatie
In dit hoofdstuk beschrijven wij voor de drie thema’s
Om bij bestaande bedrijventerreinen tot vernieuwing,
de relevante trends en ontwikkelingen.
intensivering en verduurzaming te komen, is extra nauwelijks aanwezig. Hierdoor zit alles ‘op slot’.
2.3.2 Trends en ontwikkelingen thema Retail
Voor het thema Recreatie & Toerisme vormt het
en diensten direct aan consumenten verkopen.
(schuif)ruimte nodig. Op dit moment is die niet of
Provinciale Omgevingsprogramma Recreatie &
Toerisme 2022-2025 een aanvulling op de POVI.
Het nu geldende beleid ‘Horeca Buitengebied 2019
– 2029’ blijft van kracht en heeft nauwe raakvlakken met dit Omgevingsprogramma. Bijvoorbeeld door
de verbinding van horeca met toeristische en recreatieve functies. Deze kaders stimuleren een duur-
zame ontwikkeling van recreatieve en toeristische
voorzieningen (zoals vakantieparken). Hierbij hebben wij aandacht voor natuurbehoud, leefomgeving en economische ontwikkeling.
Met Retail bedoelen we alle bedrijven die goederen Denk hierbij aan detailhandel, dienstverlening en
horeca. De winkelgebieden zijn heel belangrijk voor inwoners en bezoekers van Soest en Soesterberg. Ze bieden levendigheid en zijn daarnaast ook
een ontmoetingsplaats. Een belangrijk deel van
technologieën. Via apps kunnen consumenten producten direct aanschaffen en kunstmatige intelligentie biedt gepersonaliseerd advies.
Fysieke winkels blijven bestaan, maar worden steeds meer plekken van ervaring, en steeds minder alleen een verkooplocatie. De verwachting is dat deze
ontwikkeling blijft stijgen. Tijdens de coronaperiode was een opvallende toename te zien in de online
aankoop van dagelijkse en recreatieve aankopen. De opkomst van online supermarkten, bezorgers
van maaltijdboxen en zogenaamde ‘flitsbezorgers’ dragen bij aan deze groei.
de dagelijkse voorzieningen is te vinden in de
Schaalvergroting supermarkten
werkgever en heeft het een aandeel in de economie
meer vierkante meters aan supermarkten per
winkelgebieden. Ook is de retail een belangrijke
Supermarkten worden steeds groter: er zijn steeds
van Soest en Soesterberg. Voor toekomstbestendige
inwoner beschikbaar. Daarnaast zien we dat het
winkelgebieden moet er ruimte zijn voor
ondernemerschap. Hieronder beschrijven wij de
trends en ontwikkelingen die relevant zijn voor dit Omgevingsprogramma.
Inhoudsopgave
De grens tussen fysiek en online winkelen vervaagt
aandeel city- en to-go-concepten en etnische
supermarkten steeds groter wordt. Omdat er weinig beschikbare locaties zijn, is zo door de grote ketens een ‘gevecht om de meters’ ontstaan.
24
DEEL B - WERKEN Duurzaamheid en consumentenbewustzijn Consumenten vinden de impact die hun gedrag heeft op de planeet en het klimaat steeds belangrijker. Denk hierbij aan de herkomst en duurzaamheid
van producten. Zij kopen steeds meer tweedehands
artikelen. Daarnaast kopen consumenten ook steeds meer duurzaam geteelde producten, want zij vinden
lokaal en biologisch voedsel ook steeds belangrijker. Coöperatieve initiatieven, zoals de Herenboeren, spelen in op deze vraag.
Verblijven en ontmoeten staat centraal Winkelcentra ontwikkelen zich van ‘place to buy’ naar ‘place to be’, waar verblijf en ontmoeting centraal
staan. Winkelcentra richten zich op het creëren van
een prettige omgeving, met aandacht voor groen en een aangename openbare ruimte. Het doel van de
bezoeken aan winkelcentra verandert dus en is soms niet-commercieel. Daarom moeten pandeigenaren in sommige gevallen genoegen nemen met lagere huuropbrengsten.
zij aandachtspunten geformuleerd, die we voor
het overgrote deel een plek hebben gegeven in dit
Omgevingsprogramma. Dit onderzoek vindt u hier.
Bij de uitwerking van de gebieden, in hoofdstuk 5, gaan wij verder in op de supermarkten.
Daarnaast is er een onderzoek naar de supermarkt-
Participatie
Wij hebben in Bijlage 3 een samenvatting opge-
Daarbij hebben wij gesproken met belangheb-
structuur uitgevoerd. Dit onderzoek vindt u hier.
In juni 2023 hebben wij participatie georganiseerd.
nomen. De belangrijkste bevindingen uit het onder-
benden, was er uitgebreide inwonersparticipatie en
zoek zijn:
• Op dit moment functioneren de supermarkten
hebben wij adviescommissies geraadpleegd. In Bijlage 4 staan de uitkomsten van de participatie.
goed. De verdeling van de supermarkten over
Soest is over het algemeen goed. Met de groei van de bevolking wordt het mogelijk om het
aanbod aan supermarkten nog een beetje uit te breiden.
• Er blijft aandacht nodig voor vernieuwing van de
structuur van supermarkten, om de veranderingen
in de markt te kunnen bijhouden. Denk aan betere locaties door bijvoorbeeld de bereikbaarheid, parkeermogelijkheden en de uitstraling te verbeteren.
Onderzoeken Voor het opstellen van het Omgevingsprogramma
hebben wij gebruik gemaakt van het advies van het Expertteam Winkelgebieden. In dit advies hebben
Inhoudsopgave
25
DEEL B - WERKEN
Vanuit de inwonersparticipatie nemen wij het volgende mee. Inwoners:
• Zijn over het algemeen tevreden met de
winkelgebieden. Wel wil eenderde van de
inwoners meer en meer verschillende horeca.
• Vinden dat het aanbod van kunst en cultuur en dienstverlening verbeterd kan worden.
• Hebben over het algemeen vraag naar een
tweede supermarkt en meer speciaalzaken in
• Willen een meer proactieve houding van de
gemeente, om, in goed overleg met de vast-
goedeigenaar, verspreide bewinkeling tegen te gaan.
• Willen functies weren die niet op een bedrij-
venterrein horen, zodat zij zich vestigen in een winkelgebied.
• Willen koppeling met toerisme en recreatie
versterken, Dit biedt kansen voor ondernemers. Zij willen evenementen stimuleren.
winkelgebieden. Hierdoor hebben zij meer keuze.
• Zien supermarkten het liefst alleen in de
panden.
• Willen graag aanpassingen in de openbare ruimte
• Willen meer regie op het invullen van leegstaande • Hebben behoefte aan meer (ruimte voor) groen en terrasjes.
winkelgebieden.
zien, met het oog op veiligheid, duidelijkheid en uitstraling.
hebbenden nemen wij het volgende mee. Zij:
2.3.3 Trends en ontwikkelingen thema Bedrijven & Kantoren
• Willen de verbreding van de bestemming in de
Soest, omdat zij werkgelegenheid, bedrijvigheid
Vanuit de gesprekken met ondernemers en belang-
Van Weedestraat mogelijk maken om vitaal te
blijven, mits het passend is in het winkelgebied.
• Zijn voorzichtig met toevoegen horeca, en willen avondhoreca clusteren
Inhoudsopgave
Ondernemers zijn onmisbaar voor de vitaliteit van en maatschappelijke betrokkenheid met zich mee-
brengen. Soest heeft ongeveer zesduizend bedrijven, die samen bijna twintigduizend banen creëren.
Bedrijventerreinen zijn heel belangrijk voor de lokale economie. Hier bevindt zich vierentwintig procent
van de werkgelegenheid (het landelijk gemiddelde
ligt hoger). De vraag naar ruimte op deze terreinen stijgt, terwijl het aanbod vrijwel volledig benut is. De ruimte is dus schaars.
De wereld om ons heen verandert De wereld verandert snel. Dit vraagt om nieuwe
manieren van leven en werken. Digitalisering speelt
hierin een grote rol, en zowel privé als zakelijk zijn we steeds meer virtueel verbonden. Klimaatverandering en de noodzaak om schadelijke uitstoot te voor-
komen, beïnvloeden bedrijfsvoering. Daarom krijgen duurzaamheidsdoelen bij bedrijven een meer centrale plaats. Daarnaast groeien ook de deeleco-
nomie en circulaire economie. De wereldwijde markt
beweegt steeds meer richting nationale en regionale focus en de energietransitie zorgt ervoor dat we fossiele brandstoffen vervangen door duurzame
alternatieven. Technologie en robotisering ontwik-
kelen zich snel. Dit versnelt processen en plaatst de
logistieke sector voor grote uitdagingen. Denk hierbij
26
DEEL B - WERKEN
aan de toename van logistieke centra en de vraag naar lokale producten.
Onze levensindeling verandert Traditionele werkstructuren veranderen. Het aantal ZZP’ers stijgt en vaste banen komen minder vaak
voor. Mensen wisselen vaker van carrière of nemen een sabbatical. Het werkende leven duurt langer, maar er wordt niet per se meer gewerkt. Ook in
Soest is het aantal ZZP’ers toegenomen. Hierdoor
is het aantal bedrijven gestegen, maar is de gemid-
delde bedrijfsgrootte gedaald. Op bedrijventerreinen is het aantal ZZP’ers in tien jaar tijd verdubbeld.
Op dit moment vormt het aandeel bijna de helft van alle bedrijven op bedrijventerreinen.
Toename bedrijvigheid en aantal banen Het aantal bedrijven en de werkgelegenheid zijn in Soest sterk toegenomen. De werkgelegenheid is in Soest sinds 2016 met veertien procent gegroeid, vooral in de dienstverlening en handel. Dit zorgt
voor een woon-werkbalans van 52%-48%: er zijn
21.000 woningen, tegenover 19.600 banen. Met de constante groei van het aantal inwoners blijft het
belangrijk dat het aantal banen meegroeit. Dit zorgt
Inhoudsopgave
automatisch ook voor meer behoefte aan ruimte,
Circulaire economie
nieuwe oplossingen vanuit bedrijven voor efficiënter
bedrijfsvoering is de overgang naar een circulaire
terwijl er weinig ruimte beschikbaar is. Dit vraagt om
Een belangrijke trend in de toekomstgerichte
gebruik van ruimte, maar ook om een combinatie
economie. Dit houdt in dat wij bedrijven steeds
van functies. Ondernemers hebben meer behoefte aan energiezuinige, kwalitatief goede kantoren,
maar het aanbod is mede door de toegenomen
bouwkosten beperkt. Hierdoor vindt er ook weinig
nieuwbouw van kantoren plaats. De kantoorvoorraad daalt ook, omdat kantoorpanden worden
getransformeerd naar woningen. Wel gaat het hier vaak om niet-courante panden. Omdat er
in Soest sprake was van een overaanbod op de kantorenmarkt, levert dit geen knelpunten op. Energietransitie & netcongestie De energietransitie op de bedrijventerreinen van
Soest brengt uitdagingen met zich mee. Dit komt
meer stimuleren om circulair te werken. Hierbij
staan hergebruik en duurzame productieprocessen centraal. Er is een groeiende nadruk op het
herinrichten van bedrijventerreinen, waarbij oog is
voor duurzaamheid, natuurinclusiviteit en circulaire principes. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar
het hergebruik van materialen, maar bijvoorbeeld
ook naar slim waterbeheer en het optimaliseren van
afvalwaterstromen. Naast deze ontwikkelingen groeit de behoefte aan educatie en bewustwording op dit gebied. Hierbij worden zowel bedrijven als burgers geïnformeerd over de voordelen van circulaire economie.
vooral door netcongestie. Bedrijven zijn afhankelijk
Onderzoeken
daarnaar kunnen het elektriciteitsnet overbelasten.
bedrijventerreinen zijn we afhankelijk van de regio
van duurzame energie, maar de pieken in de vraag
Voor de dynamiek in de ruimte voor
Samenwerking tussen bedrijven en energieleveran-
Amersfoort en zeker ook van de provincie Utrecht.
ciers is heel belangrijk om te zorgen voor duurzame oplossingen en een toekomstbestendige energie-
voorziening. Hiervoor moeten zij zich organiseren.
In Bijlage 3 hebben wij de belangrijkste onderzoeken die ten grondslag liggen aan dit deelprogramma
opgenomen. Het volledige onderzoek vindt u hier.
27
DEEL B - WERKEN
Dit zijn de belangrijkste uitkomsten uit deze
onderzoeken die wij hebben vertaald naar het Omgevingsprogramma:
• Bedrijventerreinen hebben grote sociaalecono-
mische waarde. Op nog geen twee procent van
het oppervlak in de provincie wordt vierentwintig procent van de werkgelegenheid gecreëerd.
• Er dreigt een tekort aan ruimte voor bedrijventerreinen in alle regio’s in de provincie Utrecht. Ruimte voor bedrijventerreinen is zeer schaars.
Dit speelt in meerdere gemeentes van de Regio
• Er is meer dan genoeg aanbod van (en dus ruimte
• Zien menging van de functie wonen met bedrijven
ouderdom of de locatie, is niet altijd voldoende.
Grachten met de aanliggende woonwijken, in de
voor) kantoren. De kwaliteit, bijvoorbeeld vanwege
• Bedrijventerreinen in Soest worden al inten-
sief gebruikt. De grootste winst is te halen door bedrijven die veel ruimte nodig hebben te verplaatsen. Naast meer verdichten is ook meer
opgevangen binnen bestaande bedrijventerreinen
volgende mee. Inwoners:
Vanuit de inwonersparticipatie nemen wij het
zogenaamde ‘frictieleegstand’, namelijk ander-
• Zien ruimte voor bedrijven in het noordwesten van
stand is tijdelijke leegstand. Per saldo levert dat
defensieterreinen bij Soesterberg. Ook De Birkt
een vraag op van rond de tweeëntwintig hectare oppervlak tot 2030. In hoeverre Soest ruimte
defensieterrein.
• De groei van banen kan niet volledig worden
type bedrijvigheid) en uitbreidingsvragen van
half procent, om te kunnen schuiven. Frictieleeg-
berg noemen zij op dit gebied het centrum en het
mogelijk te maken.
Participatie
individuele bedrijven. Daarnaast is er onvoldoende
Van Weedestraat en aan de Birktstraat. In Soester-
uitbreidingsruimte nodig om economische groei
Amersfoort. Dit wordt nog erger door transfor-
maties, verkleuring (verandering naar een ander
aan de randen van bedrijventerrein Soestdijkse
Soest, zoals tegen de Soestdijkse Grachten, en de wordt veel genoemd.
krijgt voor uitbreiding van haar bedrijventerreinen is afhankelijk van de provinciale en regionale afstemming.
Inhoudsopgave
28
DEEL B - WERKEN
Naast de participatiedag in juni 2023 hebben wij ook
recreatie- en toerismesector. Daarnaast verbetert het
dat deze groep meer mogelijkheden heeft op het
gericht was op ondernemen, de energietransitie en
Wij zetten in op een gastvrije omgeving.
speelt hierop in met speciale voorzieningen en zoge-
een aparte ondernemerssessie georganiseerd die
mobiliteit. Vanuit de gesprekken met ondernemers
en belanghebbenden nemen wij het volgende mee.
ook de leef- en werkomgeving van onze inwoners.
Betekenisvolle ervaringen
gebied van buitenactiviteiten. De recreatiesector
naamd ‘wellness-toerisme’, wat aansluit bij de vraag naar gezondheid en ontspanning.
Zij:
Moderne bezoekers zoeken niet alleen attracties en
• Vragen nadrukkelijk om ruimte voor bedrijvigheid.
ervaringen. Dit geldt vooral voor verblijfstoerisme,
Steeds meer toeristen maken milieubewuste keuzes
gaat dan alleen een overnachting of activiteit.
stellen. Duurzame mobiliteit en overnachtingen zijn