OmgevingsprogrammaWaterDEF
Tekst van het document
Grondwaterreserve in de Structuurvisie Ondergrond moet behouden worden voor een stijgende
drinkwatervraag en calamiteiten in de toekomst (zie het rapport van Deltares en het RIVM, beschikbaar via deze link).
voor vragen.
Drinkwaterbedrijf Vitens wint op dit moment al
Bovenstaande vertaalt zich in de volgende
Heuvelrug. In onze gemeente ligt één winning van
beleidsuitgangspunten:
• We zetten natuurlijke oplossingen in voor het ver-
beteren van de waterkwaliteit van sloten en vijvers in Soest.
• De waterkwaliteit bij overstortlocaties blijft hetzelfde of verbetert.
• We brengen het belang van de waterkwaliteit
onder de aandacht bij bewoners en bedrijven.
Dit doen wij vooral in afgekoppelde straten en buurten.
De zoetwaterbel onder de Utrechtse Heuvelrug Onder de Utrechtse Heuvelrug ligt een grote
zoetwatervoorraad. Deze ‘zoetwaterbel’ is door
Inhoudsopgave
drinkwater uit de zoetwaterbel onder de Utrechtse Vitens: Soestduinen. De provincie heeft rondom
programma van de provincie Utrecht (link) vormt voor bodem- en grondwaterbescherming, mede gelet op de taken voor bodembescherming die
met de Omgevingswet zijn overgeheveld van provincies naar gemeenten. Onze aanpak van ‘diffuse verontreinigingen’ sluit hier goed op aan. Dit zijn
verontreinigingen die rechtstreeks in de bodem en
het grondwater terechtkomen. Denk aan uitloging,
verkeersemissies en chemische bestrijdingsmiddelen.
deze winning beschermingszones ingesteld in
De zorgplicht drinkwater is opgenomen in de
strenge beschermende regels. Als gemeente kiezen
het belang van schoon drinkwater zwaar laten
de Provinciale Omgevingsverordening (link), met
wij ervoor om actief bij te dragen aan het behouden en beschermen van de (drink)watervoorraden onder de Utrechtse Heuvelrug. Ook buiten de provinciale beschermingszones.
Wij doen dit door te handelen volgens de zorgplichten ‘fysieke leefomgeving’ en ‘drinkwater’.
De zorgplicht fysieke leefomgeving is opgenomen
in de Omgevingswet. Deze zorgplicht houdt in dat overheden, burgers en bedrijven verontreiniging
Drinkwaterwet. Hier staat in dat overheden meewegen bij ruimtelijke ontwikkelingen
en actief bijdragen aan het veiligstellen van drinkwatervoorzieningen. Dit doen we bij
gemeentelijke projecten en in onze advisering aan derden. Hierbij volgen we de Handreiking gronden oppervlaktewaterbescherming van bronnen
voor drinkwater (link) en de Leidraad Afkoppelen
en infiltreren afstromend hemelwater (link) van de Provincie Utrecht.
van het bodem- en grondwater moeten voorkomen,
29
DEEL B - WATER
Bovenstaande vertaalt zich in de volgende beleidsuitgangspunten:
• We nemen een actieve rol in de bescherming
van de zoetwatervoorraad onder de Utrechtse Heuvelrug.
• We wegen het belang van drinkwater zwaar bij
ruimtelijke ontwikkelingen, ook buiten de provinciale beschermingszones.
KRW-lichaam De Eem De rivier de Eem is aangewezen als Kaderrichtlijn
Water (KRW) lichaam. De rivier moet in 2027 vol-
doen aan ecologische en chemische kwaliteitseisen
die zijn vastgelegd in Europees en nationaal beleid.
De komende jaren verkennen wij, samen met het
Omgevingsprogramma Werken en gebiedspartners,
• Gegevens over drinkwaterverbruik en
Dit doen wij rondom de Eem en op andere plekken
• Gegevens over verharding uit de ‘versteningskaart’
mogelijkheden voor het creëren van waterrecreatie. in de regio.
Bovenstaande vertaalt zich in de volgende beleidsuitgangspunten:
• We werken samen met het waterschap en gebieds‑ partners aan het verbeteren van de waterkwaliteit
afvalwater van de gemeenten Baarn en Soest zuivert en loost op de Eem. Ook werken we samen met het
waterschap aan het verbeteren van de waterkwaliteit in sloten van Soest die afwateren op de Eem.
Inhoudsopgave
waterinfiltratie op de Utrechtse Heuvelrug en vermindert wateroverlast.
• Grondwaterstand onder de Utrechtse Heuvelrug (lange termijn).
visie (link), de Voorontwerp Nota Ruimte (link) en
voor regionaal waterbeheer dragen zij bij aan een
rioolwaterzuivering in het noorden van Soest, die het
klimaateffectatlas: ontharding draagt bij aan
atie in de regio.
• We verkennen de mogelijkheden voor waterrecre-
Wij werken samen met het waterschap om deze
schap en de gemeente Baarn de werking van de
van Stichting Steenbreek en de regionale
Uitgangspunten voor regionaal waterbeheer
van deze doelen.
doelen te halen. Zo optimaleren we met het water-
waterhergebruik in onze gemeente.
van (afval)watersystemen die lozen op de Eem.
2.4.3 Doel 3: Werken aan een duurzaam watersysteem en duurzame waterketen
Het waterschap is verantwoordelijk voor het bereiken
Indicatoren
De nationale uitgangspunten en voorkeursvolgordes
In de Omgevingswet (link), de Nationale Omgevingshet Nationaal Waterprogramma (link) staan leidende principes en uitgangspunten voor regionaal water-
beheer. Deze vertalen zich in de volgende beleidsuitgangspunten voor waterbeheer in Soest:
veerkrachtig watersysteem dat klaar is voor de toe-
• We handelen uit voorzorg en onze prioriteit ligt
uit voorzorg, niet-afwentelen en de vervuiler betaalt.
en oppervlaktewater in Soest. Pas daarna kijken
komst. Het gaat om uitgangspunten zoals handelen De voorkeursvolgordes geven een prioritering aan
voor de omgang met waterkwaliteit, wateroverlast en verdroging. Wij passen deze toe in ons waterbeleid,
bij het voorkomen van vervuiling van het grondwe naar oplossingen waarbij de vervuiling wordt beheerst of gezuiverd.
onze projecten en onze advisering aan derden.
30
DEEL B - WATER
• We pakken waterproblemen aan bij de bron.
We voorkomen dat deze terechtkomen bij onze
buren of toekomstige generaties. Hierbij staat het principe dat de vervuiler betaalt voorop.
• Bij maatregelen zoeken we naar het combineren van doelen en functies.
• De identiteit van gebieden in Soest staat centraal bij wateroplossingen.
Voorkeursvolgordes regionaal waterbeheer In het Nationaal Waterprogramma (link) staan drie voorkeursvolgordes voor regionaal waterbeheer:
1. ‘Vasthouden-bergen-afvoeren’ voor de omgang met wateroverlast.
2. ‘Besparen-vasthouden-slimmer verdelen’ voor de omgang met watertekorten.
3. ‘Schoonhouden-scheiden-schoonmaken’ voor de omgang met waterverontreinigingen.
Bijlage 6 bevat een uitgebreide beschrijving van onze voorkeursvolgorde. Dit vertaalt zich in de volgende beleidsuitgangspunten voor waterbeheer in Soest:
• We scheiden schone en vervuilde waterstromen, houden schoon water schoon, en zuiveren vuil
water. Dit doen we door hemelwater af te kop-
pelen en gescheiden rioolsystemen aan te leggen.
• We besparen drinkwater en hergebruiken waterstromen. We stimuleren dit via bewustwording.
Daarnaast verkennen wij technische oplossingen,
naar een laaggelegen berging. Daarna willen
we het langzaam afvoeren naar het regionale oppervlaktewatersysteem.
• Water wordt het liefst bovengronds vastgehouden en afgevoerd. Dit vergroot de zichtbaarheid en beleving van water.
• We houden regenwater vast op de plek waar het valt. Bij voorkeur laten we het direct infiltreren
in de bodem. Het ontstenen en vergroenen van tuinen en de openbare ruimte helpen daarbij.
• Regenwater dat niet direct infiltreert, houden
we vast in tijdelijke bergingen, zoals een wadi. Daarna kan het alsnog lokaal infiltreren in de bodem.
de voorkeursvolgordes daarom in samenhang en
dacht voor mogelijke grondwateroverlast en de
Inhoudsopgave
water af. We laten het water het liefst afstromen
aan de nationale besparingsdoelen (link).
• We beoordelen per locatie en project of infiltratie
context.
regenwater niet mogelijk is, voeren we het
zoals waterzuinig bouwen. Hiermee dragen we bij
In Soest hangen wateroverlast, watertekorten en
waterkwaliteit sterk met elkaar samen. We bekijken
• Wanneer lokaal vasthouden en infiltreren van
in de bodem wenselijk is. Hierbij hebben we aanwaterkwaliteit.
31
DEEL B - WATER
2.4.4 Doel 4: Behouden, benutten en herstellen van natuurlijke kenmerken van het watersysteem
Indicatoren
In onze Omgevingsvisie (link) staat dat ‘een
• Behandeling van wateraspecten bij inrichtings-
natuurlijk, gezond en goed functionerend wateren bodemsysteem het uitgangspunt is voor de
• Uitkomsten uit regionale samenwerkingsverbanden voor waterbeheer.
plannen op de verkennende omgevingstafel.
inrichting en het gebruik van grond in Soest’.
Water- en bodemsysteem
dat water en bodem meer sturend zijn bij ruimtelijke
op hogere zandgrond en op de lagere delen is
Het versterken van de groenblauwe dooradering in Soest sluit aan bij het nationale beleid (link) en het beleid van het waterschap (link).
Bovenstaande vertaalt zich in de volgende algemene en gebiedsgerichte beleidsuitgangspunten:
Daarom hebben we de strategische keuze gemaakt
Het landschap in Soest is divers. Grote delen liggen
• Natuurlijke oplossingen hebben de voorkeur
ontwikkelingen in Soest.
(hoog)veen en klei aanwezig. De kernwaarden van
in Soest. Ook bij gelijke maatschappelijke
Hiermee dragen we bij aan de water- en
natuurdoelen in het landelijke en provinciale beleid. Onderdeel daarvan is bijvoorbeeld een aanpak van
de verdroging van de bossen in Soest, gelegen op de flank van de Utrechtse Heuvelrug. De provincie zoekt onder andere via het Utrechts Programma Landelijk Gebied (link) naar manieren om verdroging tegen
Soest, zoals het groene, dorpse en vitale karakter, zijn afhankelijk van dit natuurlijke water- en
bodemsysteem. We zorgen ervoor dat ruimtelijke
ontwikkelingen goed aansluiten bij het natuurlijke
water- en bodemsysteem in Soest. Zo behouden we
de kernwaarden van Soest en maken we het systeem weerbaar voor de toekomst.
te gaan. Wij nemen deel aan gebiedsoverleggen
Groenblauwe dooradering
dit programma. Ook sluiten we aan bij andere
gebied verbeteren. Dit doen we door bestaande
over de Eemvallei en de Utrechtse Heuvelrug binnen
Wij willen de groenblauwe dooradering in ons
regionale initiatieven, zoals de Blauwe Agenda (link)
watergangen (sloten, vijvers, greppels) te behouden
waarin we werken aan een gezond en veerkrachtig watersysteem op de Utrechtse Heuvelrug.
en waar mogelijk uit te breiden. Ook kijken we
naar mogelijkheden om historische watergangen
te herstellen. Hiervoor werken we nauw samen met het Omgevingsprogramma Groen en Landschap.
Inhoudsopgave
boven technische oplossingen voor waterbeheer prestaties en kosten.
• Bij natuurlijke oplossingen kiezen we voor materialen die lang meegaan, na gebruik gerecycled of hergebruikt kunnen worden en die de omgeving niet vervuilen.
• Water en bodem krijgen vroeg in de vorming van plannen aandacht. Ook bij ons als gemeente.
• Zandgronden worden gebruikt voor waterinfiltratie en als waterbuffer.
• Bij klei- en veengronden houden we rekening met hoge grondwaterstanden, ruimte voor
bovengrondse waterberging, en bodemdaling.
• Als mogelijkheden zich voordoen, herstellen
we in bebouwd gebied het oude bodem- en watersysteem.
32
DEEL B - WATER
• We behouden natuurlijke kwelstromen. Dit biedt
ook kansen voor het vergroten van de (watergerelateerde) biodiversiteit.
• Om natuurlijke (toe- en afnames in)
grondwaterstanden te herstellen, heffen we bestaande onderbemalingen op.
2.4.5 Doel 5: De leefomgeving toekomstbestendig maken We creëren een klimaatrobuuste omgeving waarin
Ook moeten we nadenken over welke hinder, overlast en schade we accepteren. Daarover gaat dit vijfde doel.
Indicatoren • Regelmatige klimaatstresstesten: deze geven inzicht in hoe klimaatbestendig de fysieke leefomgeving in Soest is.
• Klachten en meldingen over klimaatschade en klimaatoverlast.
we de negatieve gevolgen van klimaatverande-
• Behandeling van wateraspecten bij inrichtings-
temperaturen en toenemende overstromings
• Gebruik van subsidies op het gebied van
ring, zoals extremere neerslag, droogte, oplopende risico’s, zoveel mogelijk beperken. Dit doen we
samen met onze inwoners, bedrijven, instellingen en mede-overheden.
plannen op de verkennende omgevingstafel.
klimaatadaptatie, zoals afkoppelen, groene daken en het aanschaffen van een regenton.
Klimaatadaptatiebeleid
Voor het ontwikkelen van klimaatadaptatiebeleid werken we samen met andere overheden in het
Platform Vallei en Eem. Binnen dit platform voeren we het nationale adaptatiebeleid uit en delen we
kennis. We maken gezamenlijke klimaatstresstesten,
houden risicodialogen, analyseren de klimaatbestendigheid van gebouwen en infrastructuur, en werken aan calamiteitenplannen voor extreem weer. Het is
belangrijk om klimaatadaptatie vroeg mee te nemen in ruimtelijke planvorming, zodat problemen niet
worden afgewenteld op andere gebieden, partijen of toekomstige generaties.
Bovenstaande vertaalt zich in de volgende beleidsuitgangspunten:
Klimaatverandering leidt tot extremere weers-
De Rekenkamer Soest concludeerde in 2024 dat
• We bekijken klimaatrisico’s in samenhang en
regenbuien, langdurige regenval, lange periodes
treffend en doelmatig zijn (link). Droogte en hitte
• We voeren het nationale adaptatiebeleid uit met
De rekenkamer adviseerde om integraal klimaat-
• Klimaatadaptatie krijgt vroeg in de (gemeentelijke)
singen gericht op het tegengaan van wateroverlast,
uit klimaatstresstesten en klimaateffectstudies.
omstandigheden, ook in Soest. Denk aan intense van droogte en dagen met hoge temperaturen.
We zullen ons dus moeten voorbereiden op extremer weer. We doen dit door de (openbare) ruimte,
woningen en bedrijven(terreinen) waterrobuust en klimaatbestendig in te richten om klimaathinder,
-overlast en -schade te voorkomen en verzachten.
Inhoudsopgave
maatregelen voor wateroverlast in Soest doel-
vroegen volgens de rekenkamer om meer aandacht. adaptatiebeleid op te stellen met (ruimtelijke) oploshitte en droogte. Daar gaan we de komende periode
zoeken naar integrale (ruimtelijke) oplossingen. gebiedspartners in het Platform Vallei en Eem.
planvorming aandacht, met behulp van inzichten
mee aan de slag.
33
DEEL B - WATER Klimaatbestendig bouwen en inrichten Om de gevolgen van klimaatverandering te ver-
zachten, moeten de gebouwen, (bedrijfs)terreinen
en infrastructuur in Soest klimaatbestendig worden
ingericht. Hiervoor sluiten wij aan bij landelijke richtlijnen en regionale afspraken over klimaatbestendig bouwen.
Voor Soest zijn de ‘Landelijke maatlat voor een
Aanvullend op de prestatieafspraken hebben wij
en de ‘Afspraken Klimaatadaptief Bouwen Utrecht’
bouwen. Onderdeel hiervan is een ontwaterings-
groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving’ (link) (onderdeel van het Convenant Toekomstbestendig Bouwen, link) belangrijk. In deze afspraken staan prestatie-eisen per klimaatrisico: hitte, droogte, wateroverlast, bodemdaling, biodiversiteit en
gevolgbeperking bij overstromingen. Ook staan
diepte van 90cm onder de kruin van de weg, en
grondwaterbestendig bouwen als dit niet mogelijk is. Onze richtlijnen voor klimaatbestendig bouwen en inrichten staan in bijlage 7.
hierin keuzes die per type gebied richting geven.
Toch kunnen we overlast en schade nooit helemaal
lage zandgronden.
andere keuze dan klimaatschade te accepteren.
Denk hierbij aan veen- en kleipolders, stuwwallen en
Voor wateroverlast is bijvoorbeeld afgesproken dat
bij een hevige bui die eens in de 100 jaar voorkomt
(een ‘T100 bui’), een groot deel van de neerslag (50
mm met een range tussen 40-70mm) wordt verwerkt
voorkomen. Voor een gedeelte hebben we geen
Daar bereiden we ons ook op voor. Hiervoor volgen we het schema ‘situaties water op straat’ in bijlage 8. Dit schema beschrijft welke hinder, overlast en schade we in verschillende situaties accepteren.
op particulier terrein of in publieke voorzieningen
Bij klimaatbestendig bouwen en inrichten is doel-
van 40mm voor nieuwbouw en renovatie die wij
kennis over de maatschappelijke kosten en baten
in het plangebied. De statische waterbergingsnorm als gemeente hanteren (zie doel 1) vormt hier een
essentieel en minimaal onderdeel van. De komende jaren onderzoeken wij mogelijkheden om op doel-
matige wijze toe te werken naar de regionale normen voor wateroverlast.
Inhoudsopgave
aanvullende richtlijnen voor grondwaterbestendig
matigheid een leidend principe. We investeren in
van klimaatadaptatiemaatregelen in Soest en stellen
richtlijnen bij als nieuwe inzichten daar aanleiding tot geven. Ook combineren we klimaatadaptatiemaatre-
gelen zoveel mogelijk met andere werkzaamheden in de fysieke leefomgeving om efficiënt te werken.
34
DEEL B - WATER
Bovenstaande vertaalt zich in de volgende beleidsuitgangspunten:
• We volgen de afspraken over en normen
voor klimaatbestendig bouwen en inrichten,
opgenomen in bijlage 7, in onze projecten en advisering aan derden.
• We volgen het schema ‘situaties water op straat’ om te bepalen welke hinder, wateroverlast en waterschade we accepteren (bijlage 8).
• Wij baseren maatregelen voor klimaatadaptatie op inzicht in maatschappelijke kosten en baten.
Bovenstaande vertaalt zich in de volgende
Rioleringsproblematiek en klimaatadaptatie in
beleidsuitgangspunten:
Soesterberg
• We stimuleren waterrobuuste en klimaatbesten-
rond waterbeheer en klimaatadaptatie aan. We willen
dige inrichting op particulier terrein met behulp van communicatie en subsidies.
• We werken samen met inwoners(groepen) aan een
waterrobuuste en klimaatbestendige inrichting van Soest.
2.5 Gebieden
In Soesterberg pakken wij specifieke uitdagingen riooloverstorten uit de riolering van Soesterberg op de (zand)bodem verminderen. Hiervoor
verkennen we samen met het waterschap Vallei en Veluwe en het waterschap Stichtse Rijnlanden, de
gemeente Zeist en Defensie passende oplossingen. Daarnaast zijn er plannen voor klimaatadaptieve
maatregelen in Soesterberg, zoals waterberging in de openbare ruimte. Praamgracht
In Soest en Soesterberg is veel grond in het bezit van
2.5.1 Korte toekomstschets van belangrijke gebieden
particulieren. Ook in de kernen. Op het gebied van waterbeheer en klimaatadaptatie is het dus nodig
Hieronder schetsen we korte toekomstbeelden voor
om als gemeente samen te werken met inwoners,
verschillende watergebieden in Soest en Soester-
een waardevolle watergang in Soest. Dit komt door
berg. Deze hebben betrekking op de riolering, het
Samen met inwoners en bedrijven
agrariërs en bedrijven. Wij willen samen een klimaatbestendige omgeving creëren. Om dit te bereiken, willen wij lokale kennis benutten, betrokkenheid
versterken en bewustwording vergroten. Dit doen we door inwoners te informeren over hun handelings-
perspectief, subsidies te verlenen en bewonersinitiatieven te ondersteunen.
Inhoudsopgave
(regionale) oppervlaktewater en het grondwater.
Elk gebied heeft unieke kenmerken, uitdagingen en oplossingen. Deze toekomstschetsen kunnen
als input gebruikt worden als we gebiedsvisies of gebiedsprogramma’s willen opstellen.
De Praamgracht, die ligt bij Landgoed Pijnenburg, is zijn unieke kwelwaterzones en bijzondere geschiedenis. Dit gebied is een ecologische corridor, die
onmisbaar is voor het behoud van zeldzame flora en fauna. Wij nemen maatregelen om vervuiling tegen
te gaan en de waterkwaliteit te verbeteren, zoals het aanleggen van natuurvriendelijke oevers. De Praamgracht biedt ook mogelijkheden voor educatieve projecten over waterbeheer en biodiversiteit.
35
DEEL B - WATER Pijnenburg-Wieksloot Pijnenburg-Wieksloot is een uniek natuurgebied. Het heeft een rijke geschiedenis en waardevolle
ecologische elementen, zoals hoogveenrestanten.
Dit gebied is heel belangrijk voor waterberging en
rioolstelsel te minimaliseren en groene corridors
de biodiversiteit te ondersteunen. Plannen om
niet alleen bij aan de ecologie, maar ook aan een
plannen om de agrarische gebieden te beschermen
langs de sloten aan te leggen. Zo dragen de sloten aantrekkelijke en duurzame leefomgeving.
landbouwfunctie te versterken, combineren wij met tegen hoogwater.
biodiversiteit. Wij richten ons hier op herstel en
De Eem
Zand-, veen- en kleigronden in Soest
bescherming van natuurlijke waterstromen, en op het voorkomen van verdroging van het gebied.
De Eem is een centrale waterader in Soest. De Eem
Naast ecologische functies biedt het gebied ook
is niet alleen belangrijk voor de afvoer van gezui-
Soest kent een bodemopbouw met zowel zand-,
verd rioolwater, maar heeft ook een belangrijke
hebben een specifieke aanpak nodig op het gebied
mogelijkheden voor recreatieve verbindingen.
Denk hierbij bijvoorbeeld aan wandelpaden langs
watergangen. De combinatie van de ontwikkeling van de natuur en duurzaam waterbeheer zorgt
ervoor dat dit gebied een belangrijk voorbeeld is van integrale ruimtelijke ontwikkeling.
ecologische functie. We werken als gemeente samen met het waterschap om de waterkwaliteit te verbeteren en de waterafhankelijke natuur te versterken.
Er worden ook maatregelen genomen om de impact van landbouw op de waterkwaliteit van de Eem zo klein mogelijk te houden.
veen- en kleigronden. Al deze type bodems
van waterbeheer en ruimtelijke ontwikkeling.
Zandgronden vereisen bijvoorbeeld maatregelen
om uitdroging tegen te gaan, terwijl veengronden gevoelig zijn voor bodemdaling en wateroverlast. In ruimtelijke plannen houden wij rekening met
deze bodemkenmerken. Zo bevorderen wij zowel klimaatadaptatie als duurzaam ruimtegebruik.
Sloten en vijvers van Soest
De Eempolder
De sloten en vijvers van Soest zijn onmisbaar voor
De agrarische gebieden langs de Eem hebben een
leefomgevingen voor beschermde planten, zoals
als een overloopzone bij hoogwater. Omdat deze
Waterwingebied Soestduinen
de bescherming van bebouwing en infrastructuur
belang voor de drinkwatervoorziening in de regio.
het natuurlijke karakter van de gemeente. Zij vormen de klimopwaterranonkel. Deze watergangen ondersteunen veel verschillende lokale ecosystemen en dragen bij aan de biodiversiteit in de regio.
We zetten ons in om de ecologische waarde van
de sloten en vijvers te behouden. Wij doen dit door de waterkwaliteit te monitoren, overstorten uit het
Inhoudsopgave
dubbele functie. Zij zijn zowel landbouwgrond
Dit draagt bij aan een toekomstbestendige
leefomgeving, waarin water en bodem centraal staan.
gebieden kunnen overstromen, dragen zij bij aan
Het waterwingebied in Soestduinen is van levens-
elders in Soest. Tegelijkertijd zijn ze belangrijk
Hier wordt grondwater gewonnen, dat daarna wordt
voor de regionale voedselproductie. Wij promoten hier duurzaam landgebruik, zoals natuurinclusieve landbouw, om bodemerosie te voorkomen en
gezuiverd en als drinkwater wordt gebruikt. Het
gebied wordt beschermd door strenge regels om vervuiling te voorkomen en de kwaliteit van het
36
DEEL B - WATER
water zo hoog mogelijk te houden. Bovendien maakt het deel uit van de Nationale Grondwaterreserve. Hierdoor vraagt het gebied extra aandacht voor
duurzaam beheer. Naast de drinkwaterfunctie heeft het waterwingebied ook ecologische waarde.
Inhoudsopgave
37
Deel C Water
DEEL C - WATER
3. Acties Water 3.1 Inleiding 3.1.1 Algemeen In dit deel beschrijven wij per doel de concrete acties die volgen uit het Omgevingsprogramma Water.
Deze acties voeren wij rolbewust uit, en plaatsen wij in de context van de Planning & Control-cyclus
(P&C-cyclus) en de relevante beleidsfase. Zo kunnen we de voortgang van de acties monitoren.
2. De wetmatige overheid. De overheid zorgt voor
rechtmatigheid en handelt volgens wet- en regelgeving.
3. De presterende overheid. De overheid richt zich op het halen van concrete resultaten en het leveren van meetbare prestaties.
4. De responsieve overheid. De overheid luistert naar de behoeften van de samenleving en speelt hier flexibel op in.
3.1.2 Rollen van de gemeente
Samenwerkende overheid
Om onze acties efficiënt en effectief te kunnen
We werken nauw samen met partners binnen en
welk moment wij als gemeente welke rol hebben.
bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere
uitvoeren, is het belangrijk om scherp te hebben op Bij het beschrijven van onze rol als gemeente gaan
we uit van de manier waarop de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) de overheid
omschrijft. Volgens deze omschrijving zijn er vier rollen die een overheid kan hebben:
1. De samenwerkende overheid. De overheid werkt actief samen met partners om maatschappelijke vraagstukken aan te pakken.
Inhoudsopgave
buiten de gemeente. Denk hierbij aan inwoners,
overheden. We voeren de Omgevingsprogramma’s
doelen op het gebied van klimaatadaptatie, sociale cohesie en een gezonde leefomgeving. Wetmatige overheid De gemeente zorgt voor rechtmatigheid en dat
wet- en regelgeving wordt nageleefd. Denk aan de Omgevingswet en aan verschillende milieuwetge-
ving. Met alle Omgevingsprogramma’s zorgen we
voor een veilige, toegankelijke en klimaatbestendige leefomgeving die voldoet aan de wettelijke kaders.
Dit wordt ondersteund door de afdeling Realisatie en
VTH. Met vergunningverlening en toezicht, duurzaam beheer en onderhoud, dragen zij bij aan de realisatie van de beleidsdoelen.
Wonen, Werken, Mobiliteit, Groen & Landschap en
Presterende overheid
Domein en het Energieprogramma integraal uit.
impact. Door doelen te koppelen aan prestaties,
Water in nauwe afstemming met het team Sociaal
We streven naar concrete resultaten en meetbare
Omdat de verschillende fysieke en sociale domeinen
zoals vergroening van werkplekken en veilige mobili-
samenwerken aan gezamenlijke doelen, versterken wij elkaar en bereiken we meer dan wanneer wij
allemaal apart werken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan
teitsnetwerken, zijn wij effectief in het halen van onze ambities. Innovatieve oplossingen, zoals aquathermie en groen-blauwe netwerken, zorgen voor tastbare verbeteringen in de leefomgeving.
39
DEEL C - WATER Responsieve overheid Soest luistert naar inwoners en speelt in op hun
behoeften en ideeën. Door participatie en co-creatie betrekken we de gemeenschap actief bij zowel het maken van beleid als de uitvoering daarvan.
Met flexibele oplossingen en maatwerk reageren we op nieuwe uitdagingen als de energietransitie en klimaatverandering. Zo zorgen we dat Soest toekomstbestendig blijft.
3.1.3 Uitvoering: P&C en monitoring In dit deel beschrijven wij de acties op hoofdlijnen.
In het kader van de P&C-cyclus brengen de verschillende beleidsteams en afdelingen al hun activiteiten in beeld. In de P&C-cyclus maken we vervolgens
voor alle activiteiten een integrale afweging voor de inzet van mensen en middelen.
Wij monitoren vervolgens de acties en de voortgang van de doelen. Dit doen wij aan de hand van de verschillende indicatoren die wij in Deel B
beschrijven. Wanneer er onvoldoende voortgang is en de voortgang kan verbeteren met extra mensen en middelen, wordt deze extra inzet via de P&Ccyclus gevraagd.
Inhoudsopgave
Het monitoren van deze voortgang wordt gedaan
kosten van de maatregel redelijk ten opzichte van
daarbij naar zowel kwantitatieve als kwalitatieve data.
regel kosteneffectief? Hierbij nemen we ook de
door de verschillende beleidsteams. We kijken
Zo kunnen wij acties datagedreven ontwikkelen en
uitvoeren. Wij werken dus op basis van inzichten en feiten. Bij het prioriteren van acties in de uitvoering gebruiken we onderstaande criteria:
• Oplossend vermogen: draagt de maatregel bij aan één of meerdere doelen van het Omgevingspro-
wat de maatregel oplevert? Oftewel: is de maatmogelijkheden voor subsidies mee.
• Planning: op welke termijn is de maatregel uitvoerbaar?
3.2 Acties
gramma?
3.2.1 Toelichting op geprioriteerde en geordende actieoverzichten
maatschappelijk en politiek draagvlak voor de
In het actie-overzicht hieronder staat per doel welke
om aan de maatregel mee te werken?
prioriteit wij geven aan de verschillende acties,
• Draagvlak: is er bij verschillende doelgroepen
maatregel? Oftewel: zijn direct betrokkenen bereid • Haalbaarheid: is de maatregel voldoende con-
creet? Zo nee, is aangegeven dat er een onderzoek nodig is, op basis waarvan we wél kunnen overgaan op het uitvoeren van de maatregel?
• Uitvoerbaarheid: is de maatregel, gezien vanuit de gemeente, uitvoerbaar? Daarnaast zijn wij in de
praktijk vaak van anderen afhankelijk. Vinden zij het ook uitvoerbaar?
• Kosten: hoe duur is de maatregel en wie moet daarvoor betalen? Is het mogelijk dat de
gemeente de maatregel financiert? En zijn de
acties wij voorzien. Daarnaast laat het zien welke
omdat wij de actie met de meeste prioriteit als eerste noemen. We onderscheiden daarbij acties om aan wettelijke taken te voldoen, acties die de basis op
orde brengen en acties die bij onze ambities passen. We laten ook zien in welke beleidsfase de actie past. Hiervoor gebruiken we de zogenaamde ‘beleidscy-
clus’ uit de Omgevingswet. Deze cyclus vraagt in elke fase om acties. Er zijn vier fases:
• Beleidsontwikkeling: wat willen we? Hier formuleren we onze visie en doelen.
40
DEEL C - WATER
• Beleidsdoorwerking: hoe maken we het mogelijk? Hier stellen we de kaders, regels en afspraken op en werken deze uit.
• Beleidsuitvoering: hoe voeren we het uit? De fase
gaat over de praktische uitvoering en het beheer.
De vierde fase gaat over beleidsevaluatie. Dit volgt onder meer uit de monitoring. Daarom heeft deze fase geen specifieke plek in de geprioriteerde en
geordende actie-overzichten. In de uitvoering heeft deze fase natuurlijk wel een plek.
Onderstaande geprioriteerde en geordende
actie-overzichten maken het een stuk makkelijker om prioriteiten op hoofdlijnen te blijven stellen, de
voortgang te monitoren en flexibel te reageren op
ontwikkelingen. Uiteraard pakken we in de uitvoering waar mogelijk acties die elkaar versterken tegelijkertijd en/of gezamenlijk op.
Inhoudsopgave
41
DEEL C - WATER
3.2.2 Geprioriteerd en geordend actieoverzicht per doel Doel 1: In stand houden van een gezonde en leefbare omgeving door invulling te geven aan de gemeentelijke watertaken. Voldoen aan wettelijke eisen
Beleidsontwikkeling Op prio
Beleidsdoorwerking
Basis op orde brengen
Ambitie t.b.v. realisatie doelen
1. Op basis van monitoring wanneer nodig oplossingen ontwikkelen voor verbetering gemeentelijke voorzieningen voor afvalwater, hemelwater en grondwater. 1. Bijdragen aan ontwikkeling oplossing voor rioleringsproblematiek Soesterberg. 2. Opzetten van registratiesysteem voor klachten en meldingen over grondwateroverlast. 2. Opstellen toetsingskader voor advisering aan gemeentelijke en particuliere projecten op basis van gemeentelijke watertaken.
1. Evaluatie subsidieregeling afkoppelen regenwater en op basis daarvan maatregelen ontwikkelen om gebruik subsidie te vergoten. 2. Onderzoek naar nut en noodzaak van verplicht afkoppelen, bijvoorbeeld bij regelmatig optredende wateroverlast of rioolvervangingsprojecten.
1. Omgevingsplan laden met regels over water, 1. Leidraad Fysieke Leefomgeving actualiseren. riolering en klimaatadaptatie, als vertaling van 2. Basiswaterketenplan actualiseren. en in aanvulling op de Bruidsschat, met behulp van de bouwsteen van Platform Vallei en Veluwe (link).
Beleidsuitvoering
1. Aansluiten huishoudens op vuilwaterriool. 1. Beheren (inspectie, onderhoud, vervanging) van gemeentelijke riolering. 1. Aanleggen en beheren van hemelwaterberging, -infiltratie en -afvoer in de openbare ruimte. 1. Maatregelen nemen om gevolgen van structurele grondwateroverlast tegen te gaan, o.b.v. beslisboom grondwatermaatregelen.
Inhoudsopgave
1. Aansluiten van bedrijven op vuilwaterriool wanneer dat doelmatig is. 1. Monitoren van de werking van (gemengde) vuilwaterriolen, en gemeentelijke hemelwaterbergings-, infiltratie- en afvoervoorzieningen. 1. Monitoren grondwaterstanden. 2. Bij advisering van particulieren actief informeren over verantwoordelijkheden voor de verwerking van vuil-, hemel- en grondwater.
1. Aansluiten bij geplande werkzaamheden in de openbare ruimte om regenwater af te koppelen (1-2 hectare per jaar) en gescheiden rioolsystemen aan te leggen (2 kilometer per jaar).
42
DEEL C - WATER Doel 2: De grond- en oppervlaktewaterkwaliteit op orde brengen. Voldoen aan wettelijke eisen
Basis op orde brengen
Ambitie t.b.v. realisatie doelen
1. Overleggen met de RUD en provincie over beleid voor grondwaterbescherming in relatie tot nieuwe bodemtaken van de gemeente.
1. Bewustwordingsactiviteiten over waterkwaliteit, vooral in afgekoppelde wijken. 2. Waterkwaliteitsaspecten opnemen in toetsingskader voor advisering aan gemeentelijke en particuliere projecten.
1. Verkennen van mogelijkheden voor waterrecreatie in de regio.
Beleidsontwikkeling Op prio
Beleidsdoorwerking
1. Opstellen regels voor grondwaterbescherming in het Omgevingsplan. 2. Opstellen regels voor het veiligstellen van de drinkwatervoorziening met behulp van de ‘Staalkaart Drinkwater in het Omgevingsplan’ (link).
Beleidsuitvoering
1. Inspecteren, onderhouden en baggeren van gemeentelijke watergangen (inclusief stuwen, gemalen en duikers), gelet op de waterafvoer en de waterkwaliteit.
Inhoudsopgave
1. Op basis van ecoscans maatregelen uitwerken om de regionale waterkwaliteit te verbeteren. 1. Aanleggen natuurvriendelijke oevers, onder andere langs de Praamgracht. 2. Gevolg geven aan het Plan van aanpak diffuse bronnen. 1. Meten en monitoren van overstortfrequenties, en de waterkwaliteit bij overstortlocaties. 1. Bij advisering aan particuliere en gemeentelijke projecten actief informeren over risico’s vervuiling (grond)water, specifiek met het oog op de drinkwaterwinning Soestduinen, de Nationale Grondwaterreserve en beschermde natuurgebieden.
1. Openbare ruimte afkoppelen en gescheiden rioolsystemen aanleggen (zie ook doel 1).
43
DEEL C - WATER Doel 3: Werken aan een duurzaam watersysteem en duurzame waterketen Voldoen aan wettelijke eisen
Beleidsontwikkeling Op prio
Beleidsdoorwerking
Beleidsuitvoering
Inhoudsopgave
Basis op orde brengen
Ambitie t.b.v. realisatie doelen
1. Onderzoeken van effecten hemelwaterafkoppeling op 1. Verkennen mogelijkheden voor waterzuinig bouwen grondwaterstanden met een stedelijk via deelname aan klimaatactie Platform Vallei & Eem. grondwatermodel. 1. Uitkomsten grondwatermodel verwerken in afkoppelpotentiekaart en –beleid om te bepalen waar we infiltreren en waar we bergen en afvoeren. 2. Milieubeginselen en voorkeursvolgorde waterbeheer Soest opnemen in toetsingskader voor advisering aan gemeentelijke en particuliere projecten. 1. Stimuleren ontstening en vergroening op openbaar en particulier terrein.
1. Verkennen van mogelijkheden voor het afkoppelen van grote oppervlaktes. 1. In kaart brengen locaties voor wadi’s in de openbare ruimte. 2. Publiekscampagne over waterbesparing en waterhergebruik.
1. Bij advisering aan gemeentelijke en particuliere plannen actief informeren over de voordelen van, en mogelijkheden en subsidies voor, natuurlijke oplossingen.
44
DEEL C - WATER Doel 4: Behouden, benutten en herstellen van natuurlijke kenmerken van het watersysteem. Voldoen aan wettelijke eisen
Beleidsontwikkeling Op prio
Beleidsdoorwerking
Beleidsuitvoering
Inhoudsopgave
Basis op orde brengen
Ambitie t.b.v. realisatie doelen
1. Subsidies voor klimaatadaptatie (afkoppelen, groene daken en regentonnen) evalueren en actief onder de aandacht brengen bij particulieren. 2. Het principe ‘water- en bodem sturend’ uitwerken in het toetsingskader voor advisering aan gemeentelijke en particuliere projecten.
1. Verkenning naar gebruik van geodata om handen en voeten te geven aan het principe water en bodem sturend in Soest.
1. Uitwerken waterdoelen Utrechts Programma Landelijk Gebied in waterbeleid en –oplossingen Soest. Onder andere via deelname aan gebiedsprocessen Eemvallei en Utrechtse Heuvelrug. 1. Actief deelnemen aan de Blauwe Agenda voor schoon en voldoende water op de Utrechtse Heuvelrug. 1. Bijdragen aan gebiedsonderzoeken voor het Heuvelruggebied tussen Amersfoort en Zeist, met water- en bodemsystemen als uitgangspunt.
1. Regionale samenwerking intensiveren voor wateroplossingen waarin de draagkracht van het regionale (grond)watersysteem centraal staat.
1. Eerder in planvorming adviseren over water- en bodemsturing via de intaketafel of verkennende omgevingstafel.
1. We leggen geen nieuwe onderbemalingen aan en waar mogelijk heffen we bestaande onderbemalingen op.
45
DEEL C - WATER Doel 5: De leefomgeving toekomstbestendig maken Voldoen aan wettelijke eisen
Beleidsontwikkeling Op prio
Beleidsdoorwerking
Beleidsuitvoering
Inhoudsopgave
Basis op orde brengen
Ambitie t.b.v. realisatie doelen
1. Bijdragen aan updates van (regionale) klimaat 1. Inzicht geven in maatschappelijke kosten en baten stresstesten, inclusief vitale infrastructuur. van maatregelen op het gebied van klimaatadaptatie. 2. De uitgangspunten over klimaat- en grondwaterbestendig bouwen verwerken in het toetsingskader voor advisering aan gemeentelijke en particuliere projecten. 1. Samenwerken en kennis delen in regionale samen1. Bewustwordingsactiviteiten over klimaatadaptatie, werkingsverbanden zoals het Platform Vallei en Eem. calamiteiten en zelfredzaamheid. 1. Bijdragen aan het opstellen van een hitteplan en 2. Opstellen van gebiedsplannen voor wijken met grote uitvoeringsprogramma voor Soest. klimaatopgaven. 2. Opstellen van een calamiteitenplan voor crisissituaties door extreem weer.
1. Op tijd adviseren over (eisen aan) klimaatbestendig bouwen en inrichten via de intaketafel of verkennende omgevingstafel. 1. De openbare ruimte (bijvoorbeeld speeltuinen en winkelcentra) zo veel mogelijk waterrobuust en klimaatbestendig inrichten.
1. Opzetten registratiesysteem voor klachten en meldingen over klimaatschade en –overlast.
46
Deel D Water
DEEL D - BIJLAGE WATER
Bijlagen 4.1 Bijlage 1 - Beschrijving ruimtelijke vraagstukken water Hieronder is een overzicht gegeven van de strategische vragen over de rol die water en klimaatadap-
tatie (mogen) innemen in de fysieke leefomgeving. De antwoorden op deze vragen werken door in de
beoordeling van ruimtelijke vraagstukken die in de
andere Omgevingsprogramma’s besproken worden.
Inhoudsopgave
48
DEEL D - BIJLAGE WATER 1. Hoe ver willen we gaan in het verplichten tot afkoppelen van particuliere eigenaren of ondernemingen? Doelen
We streven naar afkoppeling van de hemelwaterafvoer. Hiermee ontlasten we het rioolstelsel en dragen we bij aan
het in stand houden van de zoetwatervoorraad onder onze zandgronden. Daarom stimuleren we de afkoppeling van de hemelwaterafvoer. De vraag is of we particuliere eigenaren (bewoners en bedrijven) van bestaande bouw willen verplichten tot afkoppelen.
Risico’s
Een verplichting kan leiden tot rechtszaken en weerstand. Deze beslissing moet zorgvuldig worden genomen.
Koppelkansen
De gemeente legt in de openbare ruimte gescheiden rioolsystemen aan om de riolering en zuivering te ontlasten.
In buurten met gescheiden systemen zou een afkoppelen verplicht kunnen worden, waarbij de gemeente particulieren bovendien kan ontzorgen omdat het grootschalig gebeurt.
Consequenties voor andere programma’s
Het heeft consequenties voor bestaand vastgoed. Bij nieuwe ontwikkelingen en renovatie is afkoppeling van de
Conclusie
Het is niet verstandig om voor heel Soest nu al zo’n radicaal besluit te nemen omdat het veel weerstand kan
hemelwaterafvoer al verplicht.
opwekken. Wel houden we de voortgang in de gaten. Als blijkt dat alleen maatregelen op openbaar terrein en vrijwillige stimulering van particulieren niet voldoende voortgang boeken, kan verplichten een wenselijke oplossing zijn.
Indicatoren
• Aantal kilometer gescheiden riolering en afgekoppeld openbaar terrein.
• Benutting van subsidie voor het afkoppelen van hemelwater: dit geeft een indicatie van afgekoppeld particulier terrein.
• (Meet)gegevens over het functioneren van gemeentelijke infiltratievoorzieningen. • Frequentie van het aantal riooloverstorten.
Inhoudsopgave
49
DEEL D - BIJLAGE WATER 2. Willen we hemelwater overal infiltreren? Doelen
Het infiltreren van afgekoppeld regenwater brengt risico’s met zich mee. Het regenwater kan op andere plekken weer naar boven komen (als kwel), en dáár wateroverlast veroorzaken. Ook kunnen verontreinigingen uit bouwmaterialen of op percelen met het afgekoppelde hemelwater uitspoelen naar het grondwater. De vraag is: willen we maximaal inzetten op afkoppelen en infiltreren, en in hoeverre accepteren (en hoe beperken) we de negatieve effecten?
Risico’s
Als we op veel plekken infiltratie toestaan, kan het zijn dat we problemen benedenstrooms afwentelen (in de vorm van
Koppelkansen
Oplossingen voor afkoppelen en infiltreren van regenwater combineren goed met onze vergroeningsdoelstellingen en
Consequenties voor andere programma’s
De keuze over infiltreren heeft consequenties voor alle Omgevingsprogramma’s waarbij de vraag voorligt of en hoe de
Conclusie
Bij ruimtelijke ontwikkelingen is maatwerk nodig om te bepalen of en hoe regenwater kan worden geïnfiltreerd. We
wateroverlast), ons (grond)water vervuilen en daarmee mogelijk ook de drinkwatervoorziening in gevaar brengen. onze cultuurhistorische waarden (watergangen) in het landschap.
afwatering van gebouwen en terreinen moet worden vormgegeven.
zullen per locatie en project beoordelen of infiltratie wenselijk en mogelijk is, welke infiltratievoorziening geschikt is, hoe het beheer en onderhoud wordt geregeld en welke maatregelen genomen kunnen worden om eventuele
negatieve effecten te beperken. Tegelijkertijd monitoren en onderzoeken we de (positieve en negatieve) gevolgen
van afkoppeling en infiltratie, zodat we op de langere termijn een strategische keuze over infiltratie kunnen maken,
bijvoorbeeld per buurt. Hierover halen we ook kennis op in regionale samenwerkingsverbanden. Daarnaast houden we de gemeentelijke infiltratievoorzieningen op orde. Indicatoren
• (Meet)gegevens over het functioneren van gemeentelijke infiltratievoorzieningen.
• Uitkomsten monitoring van en onderzoek naar de effecten van infiltratie op grondwateroverlast. • Grondwaterkwaliteitsmetingen.
Inhoudsopgave
50
DEEL D - BIJLAGE WATER 3. Willen we een actievere rol spelen in het beschermen van de zoetwaterbel onder de Heuvelrug? Doelen
De zandgrond onder de heuvelrug bevat een belangrijke zoetwaterbron. De bron is aangewezen als Nationale
Grondwaterreserve: een natuurlijk (water)kapitaal dat zich over honderden jaren heeft opgebouwd en behouden
moet worden om grootschalige crisissituaties en de drinkwatervraag in de verre toekomst (na 2040) op te vangen. Gemeenten hebben geen wettelijke taken voor de nationale zoetwatervoorziening maar dragen wel bij aan
het beschermen van dit soort voorraden, bijvoorbeeld door inwoners te stimuleren om zuinig om te gaan met
drinkwater en door in het ruimtelijk beleid goed te letten op risico’s op grondwaterverontreiniging. Voor Soest is de
zoetwaterreserve een belangrijke bron voor drinkwater en natuurontwikkeling. Willen we een actievere rol spelen in de bescherming van deze zoetwatervoorraad? Risico’s
Met een actievere (voortrekkers)rol doen we meer dan wettelijk verplicht. Het betekent dat we zelf het goede
voorbeeld moeten geven, en andere partijen op een positieve manier aan dit doel verbinden. Hiermee stellen we ons kwetsbaar op.
Koppelkansen
Communicatie over het belang van het beschermen van de nationale zoetwatervoorraad en het tegengaan van vervui-
lingen kan gekoppeld worden aan andere publieksgerichte bewustwordingscampagnes en acties, bijvoorbeeld rondom klimaatadaptatie en vergroening.
Consequenties voor andere programma’s
Het goede voorbeeld geven kan betekenen dat er restricties of maatregelen komen voor bijvoorbeeld (nieuwe)
Conclusie
Het is voor onze inwoners belangrijk om toegang tot schoon drinkwater te houden. Daarom vinden we het wenselijk
woningen of bedrijven, of bij de aanleg van infrastructuur.
om – naast onze partnerrol in regionale samenwerking – als gemeente zelf een actievere rol te vervullen in de bescherming van de zoetwatervoorraad onder de heuvelrug. Dat kan variëren van actiever stimuleren van waterbesparing en
-hergebruik, tot het maximeren of misschien zelfs verbieden van het gebruik van drinkwater of vervuilende middelen in bijvoorbeeld de bouw, productieprocessen of landbouw. Indicatoren
Inhoudsopgave
• •
Ontwikkeling waterkwaliteit drinkwaterbron Soestduinen (gebiedsdossier). Verhoging grondwaterstand onder de heuvelrug (lange termijn).
51
DEEL D - BIJLAGE WATER 4. Hoe sturend zijn ‘water en bodem’ bij ruimtelijke ontwikkelingen in Soest? Doelen
Soest is ontstaan in sterke samenhang met het natuurlijke water- en bodemsysteem. De eerste akkers werden
aangelegd op de hogere en vruchtbare gronden langs de Eem en aan de andere kant van de stuwwal werd hoogveen afgegraven en vervoerd via een slotenstelsel. Veel van deze structuren zijn nog aanwezig in het landschap. Door deze structuren te bewaren en herstellen, behouden we het historische karakter van Soest en maken we
de omslag naar een ruimtelijke ordening waarin de draagkracht van het bodem- en watersysteem sturend zijn. Maar hoe ver willen we hierin gaan, hoe ver moeten andere belangen hiervoor wijken? Risico’s
Een sturende rol voor het bodem- en watersysteem kan leiden tot lastige besluiten. Het kan betekenen dat een
nieuwe woning of bedrijventerrein ergens niet mag worden gebouwd, of alleen onder strikte voorwaarden. Dit soort keuzes liggen politiek, maatschappelijk en financieel soms gevoelig. Het vraagt draagvlak en daadkracht.
Koppelkansen
Een natuurlijke ruimtelijke ordening kan goed worden gecombineerd met natuur- en landschapsdoelstellingen, en
Consequenties voor andere programma’s
Het heeft gevolgen voor alle Omgevingsprogramma’s. Voor die programma’s zijn water en bodem externe factoren
Conclusies
Gelet op de klimaatproblematiek en het rijksbeleid, vinden we dat water en bodem meer sturend moeten zijn bij
met een klimaatbestendige inrichting van de leefomgeving. die medebepalen of en waar een ontwikkeling gewenst is.
ruimtelijke ontwikkelingen. Dit geldt voor plannen van de gemeente, ontwikkelaars en particulieren. Dit betekent dat we bij het toetsen van ruimtelijke plannen, bijvoorbeeld aan de Omgevingstafel, beoordelen of deze plannen passen bij en zijn afgestemd op het bodem- en watersysteem in Soest.
Indicatoren
• Behandeling van wateraspecten bij inrichtingsplannen op de verkennende omgevingstafel.
• Participatie in regionale samenwerkingsverbanden voor waterbeheer (want het bodem- en watersysteem is regionaal).
Inhoudsopgave
52
DEEL D - BIJLAGE WATER 5. Hoe hoog prioriteren we de ruimtevraag van klimaatadaptieve maatregelen? Doelen
Een klimaatbestendige leefomgeving vraagt om extra ruimte voor het opvangen van (de gevolgen van) weersex-
tremen. Denk aan waterbuffers om overtollig regenwater in op te vangen, grotere beschermingsgebieden rondom
strategische zoetwaterreserves, bomen en parken die schaduw bieden op hete dagen, en evacuatieroutes en noodopvanglocaties die te allen tijde bereikbaar moeten zijn. Hoe hoog prioriteren we deze ruimtevraag? Risico’s
De gevolgen van klimaatverandering zullen we naar verwachting pas echt goed merken op de lange termijn (na 2050), terwijl investeringen in een klimaatbestendige omgeving nu moeten worden gemaakt. Het grootste risico is een
onderschatting van de gevolgen van klimaatverandering, waardoor de kosten op de korte termijn zwaarder te wegen dan de baten op de langere termijn. Koppelkansen
Ruimtelijke klimaatadaptatie combineert op korte termijn goed met ‘water en bodem sturend’, en met natuur- en
landschapsontwikkeling. Op de lange termijn profiteren ook Wonen, Werken en Mobiliteit van een klimaatbestendige inrichting waarin de negatieve gevolgen van extreem weer worden beperkt.
Consequenties voor andere programma’s
Klimaatadaptatie vraagt om ruimte en zal daarom concurreren met andere ruimtevragende functies, zeker op de korte
Conclusies
We vinden het belangrijk dat klimaatadaptatie nu al onderdeel uitmaakt van ons ruimtelijk beleid om de negatieve
termijn. Op de lange termijn zijn zij goed verenigbaar (zie koppelkansen).
gevolgen van klimaatverandering in de toekomst te beperken. Daarom kennen we (de ruimtevraag van) klimaatadap-
tatie een hoge prioriteit toe. Hiervoor maken we de (lange termijn) kosten en baten van klimaatadaptatiemaatregelen inzichtelijk, waarbij we ook kijken naar beheerkosten, en milieuschade en gezondheidseffecten van niet-handelen. De ruimtevraag en kosten van klimaatadaptatie worden kleiner naarmate we maatregelen koppelen aan andere doelen. Daarom blijven we zoeken naar gecombineerde oplossingen. Indicatoren
• Klimaatstresstesten.
• Klachten en meldingen over klimaatschade en klimaatoverlast.
• Gebruik subsidies klimaatadaptatie (afkoppelen, groene daken, regenton).
Inhoudsopgave
53
DEEL D - BIJLAGE WATER
4.2 Bijlage 2 – Beleidskaders Onderstaande tabel bevat relevante beleidskaders voor dit Omgevingsprogramma op Europees, nationaal en regionaal niveau.
Europees
Kaderrichtlijn Water (KRW)
De KRW (2000/60/EG) heeft tot doel de kwaliteit van Europese grond- en oppervlaktewateren te verbeteren, zodat zij een goed leefgebied vormen
voor de planten en dieren die er thuishoren. De KRW richt zich op de grote rivieren en hun stroomgebieden. De waterkwaliteit van deze rivieren mag
niet achteruitgaan en moet op termijn verbeteren. Hiervoor hebben lidstaten chemische en ecologische eisen vastgelegd, die in 2027 bereikt moeten zijn. De Eem maakt onderdeel uit van het deelstroomgebied Rijn-Oost. Het waterschap is verantwoordelijk voor de waterkwaliteit in de Eem maar werkt hiervoor onder meer samen met de provincie en gemeenten. Grondwaterrichtlijn (GWR)
De GWR (2006/118) is een dochterrichtlijn van de KRW en geeft verder invulling aan grondwatereisen. Zo stelt de richtlijn een maximum aan de
hoeveelheid nitraten en bestrijdingsmiddelen die het grondwater mag bevatten. En de kwaliteit van het grondwater dat is bestemd voor de drinkwaterproductie (zoals de winning Soestduinen en de grondwaterreserve onder de Utrechtse Heuvelrug) moet op termijn verbeteren om de zuiveringsinspanning te verlagen. Ook mag er op jaarbasis gemiddeld niet meer grondwater worden onttrokken dan er op lange termijn beschikbaar is. Richtlijn stedelijk afvalwater
De richtlijn stedelijk afvalwater (91/271) verplicht lidstaten een beheerplan te ontwikkelen voor de omgang met stedelijk (huishoudelijk en bedrijfsmatig) afvalwater. Voor steden en dorpen met meer dan 100.000 inwoners moet dit plan in 2035 klaar zijn. Voor gebieden met een inwoneraantal tussen 10.000 en 100.000, zoals Soest, is de deadline 2040. De richtlijn stimuleert intensievere zuivering en hergebruik van stedelijk afvalwater.
Bedrijven zoals de farmaceutische en cosmetische industrie, die veel moeilijk afbreekbare afvalstoffen lozen op het riool, gaan een groot deel van de kosten van extra zuivering betalen (via de ‘Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid’, gebaseerd op het principe ‘de vervuiler betaalt’).
Inhoudsopgave
54
DEEL D - BIJLAGE WATER
Nationaal
Omgevingswet (2024)
De Omgevingswet trad in januari 2024 in werking. De wet integreerde een flink aantal wetten in de ruimtelijke ordening. De Waterwet is bijvoorbeeld opgegaan in de Omgevingswet. De Omgevingswet reguleert activiteiten en kent verantwoordelijkheden toe. In artikel 2.16 (lid 1-a) zijn 3 specifieke watertaken belegd bij gemeenten: voor hemelwater, grondwater en stedelijk afvalwater. Naast deze wettelijke watertaken hebben gemeenten op grond van de Omgevingswet andere verantwoordelijkheden voor waterbeheer.
• Artikel 1.6 bevat een algemene zorgplicht voor de fysieke leefomgeving: overheden, bedrijven én burgers zijn verantwoordelijk voor een veilige en gezonde leefomgeving. Iedereen die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn of haar gedrag nadelige gevolgen kan hebben voor de leefomgeving, moet maatregelen nemen om deze gevolgen (bijvoorbeeld een verontreiniging) te voorkomen en anders zoveel mogelijk te
beperken. Gemeenten moeten zich zelf aan deze zorgplicht houden en toezien op de naleving ervan bij activiteiten die plaatsvinden binnen de gemeentegrenzen.
• Vóór de Omgevingswet lagen de belangrijkste taken voor bodembescherming bij de provincie. Ná de Omgevingswet dragen gemeenten de zorg voor (het tegengaan, saneren en/of beheersen van) nieuwe bodemverontreinigingen. In overleg met provincies kunnen gemeenten de zorg voor bestaande bodemverontreinigingen overnemen. Hierover zijn regels opgenomen in de bruidsschat.
Onder de Omgevingswet hangen besluiten, zoals het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Hierin heeft het Rijk algemene regels opgenomen. In het Bal staan bijvoorbeeld regels ten aanzien van lozingsactiviteiten op de riolering en de bodem. Kamerbrief water- en bodem sturend (2022)
In Nederland is het principe van ‘water- en bodem sturend’ een uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen en planning. Dit staat in een Kamerbrief
die de minister van Infrastructuur en Waterstaat in 2022 heeft opgesteld. Het houdt in dat de eigenschappen en de dynamiek van water en bodem als basis dienen voor beslissingen over het gebruik en de inrichting van de ruimte. Hierdoor wordt rekening gehouden met risico’s zoals overstromingen, wateroverlast, droogte en bodemverzakkingen. Het doel is om gezonde, duurzame, veilige en veerkrachtige systemen te creëren die op lange termijn bestand zijn tegen klimaatextremen.
Inhoudsopgave
55
DEEL D - BIJLAGE WATER Nationale Omgevingsvisie (2020) & Voorontwerp Nota Ruimte (2024)
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) bevat de hoofdpunten van het rijksbeleid voor de ruimtelijke ordening. In de Voorontwerp Nota Ruimte zijn deze hoofdlijnen verder uitgewerkt.
In de NOVI benoemt het Rijk 21 ‘nationale belangen’ waarop het met regie, en in samenwerking met decentrale overheden, wil sturen. Voor waterbeheer zijn onder andere relevant:
• Waarborgen en bevorderen gezonde en veilige fysieke leefomgeving.
• Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur).
• Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. De NOVI en de Voorontwerp Nota Ruimte bevatten 3 leidende afwegingsprincipes in de ruimtelijke ordening. Dit zijn: 1. Functiecombinaties gaan voor enkelvoudige functies.
2. De kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal bij ruimtelijke ontwikkelingen. 3. Niet afwentelen en voorkomen gaat boven herstellen.
De NOVI en de Voorontwerp Nota Ruimte sluiten aan bij het uitgangspunt dat water en bodem sturend zijn in de ruimtelijke ordening. Nationaal Waterprogramma 2022-2027
In het Nationaal Waterprogramma (NWP) legt de rijksoverheid het nationale waterbeleid vast. Het is een uitvoering van de afspraken die zijn gemaakt in het Nationale Deltaprogramma. In het NWP zijn, in navolging van het uitgangspunt dat water en bodem sturend zijn, 3 voorkeursvolgordes voor regionaal waterbeheer vastgelegd. Dit zijn:
• vasthouden-bergen-afvoeren bij wateroverlast.
• besparen-vasthouden-slimmer verdelen bij watertekort.
• schoonhouden-scheiden-schoonmaken bij waterverontreiniging. Het Nationaal Waterprogramma vraagt expliciet aandacht voor afwegingen over het accepteren van schade en (rest)risico’s bij water- en klimaatproblematiek.
Inhoudsopgave
56
DEEL D - BIJLAGE WATER Drinkwaterwet (laatste herziening 2024)
In artikel 2 van de Drinkwaterwet staat dat overheden een zorgplicht hebben voor drinkwater. Dit betekent dat zij de duurzame veiligstelling van de
openbare drinkwatervoorziening moeten laten gelden als een dwingende reden van groot openbaar belang. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu heeft in 2017 een informatiebrochure uitgebracht over deze zorgplicht. Beleidsnota Drinkwater (2021-2026)
In de beleidsnota Drinkwater legt de Rijksoverheid de hoofdlijnen vast voor het drinkwaterbeleid. In de huidige beleidsnota staat dat provincies
‘Aanvullende Strategische Voorraden’ en ‘Nationale Grondwaterreserves’ aanwijzen om de drinkwatervoorziening in de toekomst veilig te stellen. Een van de Nationale Grondwaterreserves ligt onder de Utrechtse Heuvelrug. Het beschermingsregime wordt momenteel nog uitgewerkt. Nationaal Plan van Aanpak Drinkwaterbesparing (2024)
De Kamerbrief Water en Bodem Sturend (2022) lanceerde een besparingsdoel voor het drinkwatergebruik van huishoudens en bedrijven van 20%
procent in 2035. Voor consumenten betekent dit een besparing van 128 liter (nu) naar 100 liter per persoon per dag in 2035. Het Nationaal Plan van
Aanpak Drinkwaterbesparing werkt dit doel verder uit. Het Rijk wil inzetten op waterbewust bouwen als standaard voor nieuwbouw en renovatie, en laagwaardig gebruik van drinkwater beperken.
Inhoudsopgave
57
DEEL D - BIJLAGE WATER Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (laatste herijking 2021)
In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) heeft het Rijk met decentrale overheden afspraken gemaakt over het klimaatbestendig inrichten van
Nederland. Decentrale overheden werken hiervoor aan 7 ‘ambities’: kwetsbaarheid in beeld brengen, risicodialoog voeren en strategie opstellen, uit-
voeringsagenda opstellen, meekoppelkansen benutten, stimuleren en faciliteren, reguleren en borgen, en handelen bij calamiteiten. Er is een tijdspad bij gegeven:
• voor 2020 moest de kwetsbaarheid in beeld zijn gebracht;
• voor 2021 moest de risicodialoog zijn gevoerd, een uitvoeringsprogramma zijn opgesteld en klimaatadaptatie vastgelegd zijn in beleid en handelen; • voor 2050 moet Nederland klimaatbestendig zijn ingericht.
Om overheden te ondersteunen en kennisuitwisseling te stimuleren, zijn 45 werkregio’s opgericht waarin overheden en andere betrokken partijen
samen uitvoering geven aan de ambities van het DPRA. Soest maakt onderdeel uit van de werkregio Platform Water Vallei en Eem. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat faciliteert de werkregio’s met kennis en tools, waaronder:
• de ‘Handreiking decentrale regelgeving klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen, inrichten en beheren’. De handreiking beschrijft hoe decentrale overheden met hun bestaande regelgeving klimaatadaptief bouwen kunnen stimuleren;
• het ‘Ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptieve gebouwde omgeving’. Dit kader bevat een ‘sturingskaart’ die decentrale overheden helpt bij de keuze wáár te bouwen vanuit het principe water en bodem sturend. Uit deze sturingskaart blijkt dat in de Eempolder rekening gehouden moet worden met bodemdaling en overstromingsrisico’s, en dat in grote delen van Soest de drinkwaterbeschikbaarheid nu al onder druk staat; en
• de ‘Landelijke maatlat voor een groene en klimaatadaptieve gebouwde omgeving’. Deze maatlaat richt zich op de vraag hoe gebouwen en gebieden klimaatbestendig in te richten.
Deltaprogramma Zoetwater (laatste herijking 2021)
Dit Deltaprogramma is gericht op de nationale zoetwatervoorziening. Het bevat het rijksbeleid voor de zoetwaterbeschikbaarheid (voldoende zoet-
water van voldoende kwaliteit). Voor de uitvoering van dit beleid werkt het Rijk samen met decentrale overheden in regionale ambtelijke en bestuur-
lijke overleggen. Soest ligt in het deelstroomgebied Rijn-Oost, overleggen zijn gecombineerd met overleggen van de DPRA-werkregio Platform Vallei en Eem.
Inhoudsopgave
58
DEEL D - BIJLAGE WATER Deltaprogramma Waterveiligheid (laatste herijking 2021)
Dit Deltaprogramma is gericht op bescherming tegen overstromingen vanuit de zee, en de grote rivieren en meren. In dit deltaprogramma zijn sterktenormen opgenomen voor dijken en andere beschermingswerken langs het hoofdwatersysteem. Ook is vanuit dit deltaprogramma aandacht voor
de voorbereiding op grote overstromingsrampen. Daarnaast is aandacht voor een risicogerichte afstemming tussen beschermen en klimaatbestendig bouwen, onder andere via het principe van ‘meerlaagsveiligheid’. In Soest ligt een deel van de Eempolder buitendijks. Achter de dijk is een klein deel overstroombaar. Regionaal
Blauwe omgevingsvisie (2019) en Aanvullende Accenten (2024) Vallei en Veluwe
In de Blauwe Omgevingsvisie (BOVI) zet het waterschap Vallei en Veluwe de doelen uiteen voor het watersysteem in de toekomst (2050). Het raakt alle onderdelen van het watersysteem, van de bovengrond tot de diepe ondergrond. De visie verbindt water met de grote uitdagingen op het gebied van klimaatverandering, circulaire economie, energie en leefomgeving. Samen met partners wil het waterschap komen tot een integrale, gebiedspecifieke uitwerking van kansen en mogelijkheden. De BOVI is dan ook bedoeld als uitnodiging tot een dialoog met alle maatschappelijke partners.
De BOVI en de Aanvullende Accenten hierop sluiten aan bij nationale kaders. Volgens het waterschap is een duurzaam watersysteem een belangrijke drager van ruimtelijk-economische ontwikkeling. Daarom ziet het water als ordenend principe en wil het de groenblauwe dooradering verbeteren. Het waterschap streeft naar het maximaal schoonhouden en vasthouden van regenwater, waar mogelijk via waterhergebruik. Verontreinigingen
moeten zoveel mogelijk aan de bron worden voorkomen en gezuiverd, en het waterschap wil grondstoffen uit water terugwinnen. Het wil meerlaagsveiligheid binnendijks en buitendijks toepassen.
Utrechtse water- en bodemgeschiktheidskaart (2022)
De Utrechtse waterpartners hebben een geschiktheidskaart voor woon- en werklocaties in de provincie Utrecht ontwikkeld. Dit is een verdere uitwerking van het Ruimtelijk Afwegingskader klimaatadaptieve gebouwde omgeving, waarin ook regionale risico’s (bijvoorbeeld op wateroverlast) in kaart zijn gebracht. De kaart dient als gesprekskaart en geeft inzicht in de geschiktheid voor woon- en werklocaties.