CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

OmgevingsprogrammaGroenDEF

Beeldvormende vergadering (Raadzaal) 13 maart 2025, gemeente SoestBij agendapunt: Toelichting op Omgevingsprogramma's24.404 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

3.2 Acties

maatschappelijk en politiek draagvlak voor de

3.2.1 Toelichting op geprioriteerde en geordende actieoverzichten

om aan de maatregel mee te werken?

acties wij voorzien. Daarnaast laat het zien welke

• Draagvlak: is er bij verschillende doelgroepen

maatregel? Oftewel: zijn direct betrokkenen bereid • Haalbaarheid: is de maatregel voldoende con-

creet? Zo nee, is aangegeven dat er een onderzoek nodig is, op basis waarvan we wél kunnen overgaan op het uitvoeren van de maatregel?

• Uitvoerbaarheid: is de maatregel, gezien vanuit de gemeente, uitvoerbaar? Daarnaast zijn wij in de

In het actie-overzicht hieronder staat per doel welke prioriteit wij geven aan de verschillende acties,

omdat wij de actie met de meeste prioriteit als eerste noemen. We onderscheiden daarbij acties om aan wettelijke taken te voldoen, acties die de basis op

orde brengen en acties die bij onze ambities passen. We laten ook zien in welke beleidsfase de actie past.

53

DEEL C - GROEN & LANDSCHAP

Hiervoor gebruiken we de zogenaamde ‘beleidscy-

clus’ uit de Omgevingswet. Deze cyclus vraagt in elke fase om actie. Er zijn vier fases:

• Beleidsontwikkeling: wat willen we? Hier formuleren we onze visie en doelen.

• Beleidsdoorwerking: hoe maken we het mogelijk? Hier stellen we de kaders, regels en afspraken op en werken deze uit, zie bijlage 7

• Beleidsuitvoering: hoe voeren we het uit? De fase

gaat over de praktische uitvoering en het beheer.

De vierde fase gaat over beleidsevaluatie. Dit volgt onder meer uit de monitoring. Daarom heeft deze fase geen specifieke plek in de geprioriteerde en

geordende actie-overzichten. In de uitvoering heeft deze fase natuurlijk wel een plek.

Onderstaande geprioriteerde en geordende

actie-overzichten maken het een stuk makkelijker

om prioriteiten op hoofdlijnen te blijven stellen, de voortgang te monitoren en flexibel te reageren op

ontwikkelingen. Uiteraard pakken we in de uitvoering waar mogelijk acties die elkaar versterken tegelijkertijd en/of gezamenlijk op.

Inhoudsopgave

54

DEEL C - GROEN & LANDSCHAP

3.2.2 Geprioriteerd en geordend actieoverzicht per doel Doel 1: Verbeteren en vergroten van de diversiteit in flora en fauna Voldoen aan wettelijke eisen

Beleidsontwikkeling Op prio

Beleidsdoorwerking

Beleidsuitvoering

Inhoudsopgave

Basis op orde brengen

Ambitie t.b.v. realisatie doelen

1. Onderzoek naar het versterken van biodiversiteit door robuuste vegetatie en herstel van bodem 2. Onderzoek naar realisatie van nieuwe natuur in de Eemvallei en de Soester Eng (samen met partners) 3. Onderzoek naar geschikte locaties voor het aanleggen van (voedsel)bossen in zowel landelijk gebied als stedelijk gebied

1. Uitvoeren van een nulmeting voor de Basiskwaliteit Natuur, en het opstellen van een actieplan

1. Implementeren, borgen en monitoren SMP

1. Gebruik van meer biologisch en inheems plantmateriaal bij beheer en in projecten. De uitvragen bij aannemers en de bestekken moeten ook worden aangepast op het voorschrijven van biologisch plantmateriaal 2. Onderzoek en verbeteren van de bodemkwaliteit in plant- en boomvakken

1. Subsidie regelen voor oa het beheer van agrarisch landschap en stedelijk gebied

55

DEEL C - GROEN & LANDSCHAP Doel 2: Verbinden en structureren van groen-blauw in woon- en werkgebieden in stad en land Voldoen aan wettelijke eisen

Beleidsontwikkeling Op prio

Beleidsdoorwerking

Beleidsuitvoering

Inhoudsopgave

Basis op orde brengen

Ambitie t.b.v. realisatie doelen

1. Inventariseren en verbeteren van de kwaliteit van groen-blauwe verbindingsstructuren tussen stad en land 2. Samen met Mobiliteit inventariseren waar knelpunten zijn in de hoofdwegenstructuur en hoofdgroenstructuur, als de hoofdwegenstructuur moet worden verbreed. 1. Creëren van koppelkansen voor wateropvang en vergroening in gebieden die grotendeels verhard zijn 1. Versterken van houtsingels, hoofdgroenstructuren en verbindingen tussen bossen 1. Aanschaffen en implementeren van beheersysteem voor de bossen, natuurgebieden en het hele buitengebied

• Versterken van de Wegh der Weegen

56

DEEL C - GROEN & LANDSCHAP Doel 3: Verminderen van CO2-uitstoot, wateroverlast, hittestress en droogte Voldoen aan wettelijke eisen

Beleidsontwikkeling Op prio

Beleidsdoorwerking Beleidsuitvoering

Inhoudsopgave

Basis op orde brengen

Ambitie t.b.v. realisatie doelen

1. Inventariseren van de overbodige verharding in de openbare ruimte, daarna koppelen aan opvang hemelwater en vergroenen 1. Opstellen lokaal hitteplan

1. Opstellen van een plan voor brandveiligheid in bossen 1. Aanpassen van gemeentelijke aanbestedingscriteria voor klimaatbestendige maatregelen 1. Stimuleren van natuurinclusieve transformatorhuizen

2. Planten van extra bomen langs wandel- en fietspaden, om meer schaduw te creëren

57

DEEL C - GROEN & LANDSCHAP Doel 4: Zorgen voor een prettige en natuurlijke leefomgeving Voldoen aan wettelijke eisen

Beleidsontwikkeling

Basis op orde brengen

Ambitie t.b.v. realisatie doelen

1. Doorwerking van Groen groeit mee-pact, Handboek Bomen en Convenant Toekomstbestendig Bouwen in relevante plannen (uitvoering-, beheer-, omgevingsplan) 2. Opstellen handelingsperspectief vergroenen bedrijven (zowel gebouwen als de directe private omgeving) op bedrijventerrein 3. Inventarisatie en plan opstellen voor hoofdcompartimering en infrastructuur voor calamiteiten in de bossen (en overige natuurgebieden), samen met de VRU

1. Inventarisatie opstarten welke locaties vergroend kunnen worden voor meer ruimte voor groen 1. Inzet ecologisch deskundigen bij doorvertaling van convenant toekomstbestendig bouwen 3. Inventariseren en toepassen van geluidsdemping door groen op geschikte locaties

Op prio

Beleidsdoorwerking

Beleidsuitvoering

Inhoudsopgave

1. Verdeling maken tussen en versterken van hoog 1. Stimuleren van vergroening van tuinen via subsidies, (bomen), midden (struiken) en laag (gazon/bermen) in zoals voor groene daken, en campagnes zoals Steenhet groen. Aanvullen van de tussenlaag, de struik/ breek en NK Tegelwippen heester/struweellaag. 1. Aansluiten bij en voortzetten van samenwerking met 5. Opbouwen en onderhouden van netwerk van actieve landelijke campagnes van Steenbreek en inwoners en maatschappelijke organisaties. In de vorm Heuvelrugtuinen van een platform gericht op kennisuitwisseling en 2. Aanpassen beheer- en uitvoeringsplannen bij REA op elkaar enthousiasmeren het onderwerp ecologie, biodiversiteit (inclusief monitoring).

58

DEEL C - GROEN & LANDSCHAP Doel 5: Bevorderen van een gezonde leefstijl Voldoen aan wettelijke eisen

Beleidsontwikkeling

Basis op orde brengen

Ambitie t.b.v. realisatie doelen

1. Op basis van de natuurwaardenkaart recreatie in bossen zoneren, om balans te behouden tussen recreatie en natuurwaarden.

2. Ontwikkelen van eetbaar en bloemrijk groen in de gemeente

Op prio

Beleidsdoorwerking

Beleidsuitvoering

Inhoudsopgave

4. Vergroenen van sportfaciliteiten 1. Creëren van schaduwrijke wandel- en fietsroutes, via bomen en opgaand groen

59

DEEL C - GROEN & LANDSCHAP Doel 6: Een duurzame landbouw met toekomstperspectief Voldoen aan wettelijke eisen

Beleidsontwikkeling Op prio

Beleidsdoorwerking

Beleidsuitvoering

Inhoudsopgave

Basis op orde brengen

Ambitie t.b.v. realisatie doelen

1. Inventariseren en versterken van natuurwaarden in de polder. 2. Mogelijkheden onderzoeken naar kansen voor kleinschalige recreatie en multifunctionele landbouw met bijvoorbeeld zorgopvang of de kleinschalige verkoop van producten. 1. in dienst nemen van collega voor de uitwerking van projecten (o.a LOP, bossenstrategie en landschap)

1. Regelen van subsidies voor het beheer van agrarische landschappen

1. Samenwerken met agrariërs op het gebied van de ontwikkeling van de natuur, zoals agroforestry 2. Stimuleren van aanleg van kleinschalige landschapselementen, zoals houtsingels en bloemrijke bermen

60

DEEL C - GROEN & LANDSCHAP Doel 7: Zorgen dat de groene leefomgeving voor iedereen bruikbaar is Voldoen aan wettelijke eisen

Beleidsontwikkeling Op prio

Beleidsdoorwerking

Basis op orde brengen

Ambitie t.b.v. realisatie doelen 4. Inventariseren van toegankelijk groen en verbeteren van toegankelijkheid voor alle doelgroepen 2. Groen voor speciale doelgroepen, zoals speelplekken en beleeftuinen

Beleidsuitvoering

Inhoudsopgave

61

DEEL C - GROEN & LANDSCHAP Doel 8: In 2040 zijn er meer regionale recreanten Voldoen aan wettelijke eisen

Beleidsontwikkeling Op prio

Beleidsdoorwerking

Beleidsuitvoering

Inhoudsopgave

Basis op orde brengen

Ambitie t.b.v. realisatie doelen

3. Onderzoeken van mogelijkheden voor (grootschalige) horeca en recreatie in de polder 1. Zoneren en spreiden van recreanten op basis van de natuurwaarden en natuurwaardenkaart 1. Realiseren van nieuwe wandelroutes, zoals klompenpaden in de polder (samen met agrariërs)

62

Deel D Groen & Landschap

DEEL D - BIJLAGE GROEN & LANDSCHAP

Bijlagen 4.1 Bijlage 1 - Ruimtelijke vraagstukken Groen & Landschap Waar in het buitengebied ligt de meeste potentie om natuurlijk bos zoals agroforestry / voedselbossen te ontwikkelen? Gelinkt aan doel Indicator

Consequenties voor andere programma’s Koppelkansen

Risico’s

Conclusie

Duurzame landbouwsector met toekomstperspectief

Geen. Samen met de provincie en de Stichting Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug doen wij regelmatig onderzoek naar de bezoekersaantallen van de recreatiegebieden in de provincie Utrecht. Op basis van dit onderzoek kunnen wij het aantal recreanten in de gebieden in de gemeente Soest monitoren. Werken, mobiliteit, water.

Meer natuurontwikkeling, verbeteren waterkwaliteit. Daarnaast kan het toevoegen van voedselbossen ook mogelijk als recreatieve trekpleister worden ontwikkeld. Ook het omvormen van naaldbos maar voedselbos heeft een positieve werking op de natuur. Loofbomen houden beter het water vast en zorgen voor een mooie strooisellaag Agrarische akkers verdwijnen, functie landschap gaat veranderen. Open landschap wordt gesloten. Er moet goed onderzocht worden waar geschikte locaties zijn. Rondom de Wieksloot is de waterkwaliteit kwetsbaar. De locaties die zijn aangewezen voor mogelijke woningbouw in de rafelranden rondom Soest kunnen (voorlopig) niet worden ingeplant met bos.

Er zijn voldoende locaties waar potentie is om natuurlijk bos in de vorm van agroforestrey en of voedselbossen te ontwikkelen. Er zijn goede combinaties te maken met natuurontwikkeling, recreatie en toerisme. De locaties moeten goed worden onderzocht qua impact op het landschap, woningbouwlocaties en waterkwaliteit.

Is er ruimte voor (grootschalige) horeca in de polder van Soest Gelinkt aan doel

In 2040 zijn er meer regionale recreanten

Consequenties voor andere programma’s

Mobiliteit, werken, wonen

Indicator

Inhoudsopgave

Geen.

64

DEEL D - BIJLAGE GROEN & LANDSCHAP Koppelkansen

Risico’s

Conclusie

Horeca in de polder versterkt de recreatieve functie van de polder. Het zorgt voor langere verblijfsduur en vergroot de aantrekkelijkheid. Ook kan de horeca gekoppeld worden met mogelijke waterspeelplaatsen en waterberging locaties. Het kan extra recreanten naar de polder trekken. Door toenemende drukte in de polder kan de aanwezige natuur onder druk komen te staan. Daarnaast is de wegenstructuur niet berust op toenemend verkeer, Het landbouwverkeer zal hier ook meer overlast van gaan ervaren. Daar waar in de rafelranden (in de polder) mogelijkheden zijn voor woningbouwlocaties zal er geen ruimte zijn voor (grootschalige)horeca, Dan gaat woningbouw voor. Dit zou mogelijk dan kunnen worden geïntegreerd.

Er is ruimte voor horeca mogelijk is in de polder, maar klein. Daarbij moet goed gelet worden op de locatie, de toegangswegen naar deze plek en de aanwezige natuurwaarden mogen niet achteruit gaan.

In welke bossen en natuurgebieden willen we deze recreanten opvangen en waar willen we de natuur boven de recreant stellen. Welke bossen en natuurgebieden willen we tot stiltegebieden verheven en geven we de flora- en fauna voorrang? Gelinkt aan doel

In 2040 zijn er meer regionale recreanten.

Consequenties voor andere programma’s

Mobiliteit, werken, wonen

Indicator

Koppelkansen

Risico’s

Inhoudsopgave

Geen.

Horeca in de polder versterkt de recreatieve functie van de polder. Het zorgt voor langere verblijfsduur en vergroot de aantrekkelijkheid. Ook kan de horeca gekoppeld worden met mogelijke waterspeelplaatsen en waterberging locaties. Het kan extra recreanten naar de polder trekken. Door toenemende drukte in de polder kan de aanwezige natuur onder druk komen te staan. Daarnaast is de wegenstructuur niet berust op toenemend verkeer, Het landbouwverkeer zal hier ook meer overlast van gaan ervaren. Daar waar in de rafelranden (in de polder) mogelijkheden zijn voor woningbouwlocaties zal er geen ruimte zijn voor (grootschalige)horeca, Dan gaat woningbouw voor. Dit zou mogelijk dan kunnen worden geïntegreerd.

65

DEEL D - BIJLAGE GROEN & LANDSCHAP Conclusie

Gelet op de natuurwaarden in het poldergebied en de bestaande wegenstructuur is grootschalige (brasserie, restaurant) horeca niet gewenst. Kleinschalige horeca dat gericht is op wandelaars en fietsers in de polder kunnen wel een plek krijgen. Daarbij zoeken we de koppeling met de agrarische ondernemers in het gebied De Lange Duinen zijn nu al aangewezen als ‘recreatiegebied’. De flora en fauna heeft zich hier al goed aangepast aan de drukte. De spreiding(zonering) in dit gebied om de drukte te verdelen kan worden bevorderd door het aanleggen / vergroten van de parkeerplaatsen aan de rand van het gebied. Daar waar we de drukte minder willen hebben, kunnen we het aantal parkeerplaatsen verkleinen. De Korte Duinen is al een relatief rustig recreatiegebied, waarbij de recreant te gast is in het natuurgebied. We sturen hier meer om de recreant te weren en de natuur voorrang te geven. Dit doen we door zo min mogelijk aandacht te geven aan het gebied.

Daarnaast gaan we met het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug en de aangesloten gemeentes op de Heuvelrug ook kijken op welke manier we kunnen zoneren (waar willen we de recreant en de tops) en hoe we met bereikbaarheid-mobiliteit om kunnen gaan; In het buitengebied (de polder, het agrarisch natuurlandschap) is recreatie wel mogelijk, waarbij we in lijn me de doelen van ‘Groen groeit mee” gaan onderzoeken waar (nieuwe) natuur toegankelijk kan worden gemaakt en in welke vorm; onderzoek naar gewenste en ongewenste activiteiten in duin en bos, te denken aan fotoshoots, evenementen, feestjes ed. Weer wel / niet, zonering in de gebieden.

Vinden we het belangrijk dat nieuwe transformatorstations ruimtelijk ingepast en daarnaast ook zo groen mogelijk worden ingepast?

Gelinkt aan doel

Verminderen gevolgen klimaatveranderingen, zoals CO2 uitstoot, wateroverlast, hittestress en droogte.

Consequenties voor andere programma’s

Werken en wonen.

Indicator

Koppelkansen Risico’s Conclusie

Inhoudsopgave

De klimaatstresstesten van onder andere het Waterschap Vallei en Veluwe en de gegevens uit de klimaateffectatlas van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Een groene inrichting biedt kansen om deze kasten beter in te passen in zowel de wijken als in het landelijk gebied waardoor deze beter worden geaccepteerd. Het niet plaatsen van de trafo’s leidt tot afname van de vitaliteit op lange termijn te waarborgen om netcongestie te voorkomen. Er moet energie geleverd worden voor zowel de inwoners als de ondernemers.

Transformatorstations zijn essentieel om Soest te voorzien van voldoende energie en om te voorkomen dat de ontwikkelingen stil komen te liggen. De stations kunnen een positieve aan een prettige leefomgeving als ze groen worden ingepast.

66

DEEL D - BIJLAGE GROEN & LANDSCHAP

4.2 Bijlage 2 - Begrippenlijst Begrippenlijst en afkortingen (bron: Handreiking ‘Groen in en om de stad’, tenzij anders aangegeven) Begrip

Definitie

Agroforestry

Bij agroforestry, ook wel boslandbouw, worden bomen en struiken bewust gecombineerd met akkerbouw en veeteelt. Daarmee wordt een natuurinclusief landbouwsysteem ontwikkeld met meerwaarde voor de boer, de bodem en voor de natuur. Agroforestry kent verschillende vormen, zoals voederhagen, strokenteelt en bomenweiden. Een voedselbos zien we ook als een vorm van agroforestry. Bij een voedselbos wordt met meerdere lagen een natuurlijke bosrand nagebootst, met een grote diversiteit van inheemse en eetbare bomen en struiken. (Bron: website Provincie Utrecht)

Ambassadeurssoort

Een zogenaamde ‘ambassadeurssoort’ is een doelsoort van wie het voorkomen een teken is van een compleet ecosysteem dat kenmerkend is voor een bepaald (stads-)landschapstype. Daarmee is de stad of het dorp dus ook voor andere soorten aantrekkelijk. Deze soorten zijn maatgevend voor de basiskwaliteit van de natuur in de stad of het dorp. (Bron: gemeente Soest)

Basiskwaliteit natuur (BKN)

Hieronder vallen condities (zoals abiotisch, inrichting en beheer) die ervoor zorgen dat algemene, kenmerkende soorten van een (stads-)landschapstype weer algemeen worden en/of blijven. BKN werkt alleen wanneer het complete ecosysteem in ogenschouw wordt genomen. Vanuit een gebiedsanalyse zijn kansen en bedreigingen én de bijbehorende maatregelen om BKN te bereiken helder.

Biodivers groen

Dit is groen dat bijdraagt aan een evenwichtige symbiose tussen de voor een gebied kenmerkende planten en dieren. Het groen voorziet in de voor de kenmerkende soorten benodigde condities en randvoorwaarden en ondersteunt ook de biodiversiteit in de ruimere omgeving.

Biodiversiteit

De graad van verscheidenheid aan levensvormen binnen bijvoorbeeld een gegeven ecosysteem, bioom of gehele planeet.

Buurt

Op basis van de CBS-Wijk- en Buurtkaart 2020 gedefinieerde eenheid binnen een gemeente.

Doelsoort

Een soort waarvan het behoud, het herstel of de terugkeer als een doelstelling van het natuurbehoud wordt gezien. Vaak gaat het om bedreigde, achteruitgaande of zeldzame (VHR of rode lijst) soorten.

Droogte

Langere periode waarin minder regen valt dan normaal en veel water verdampt. Droogte wordt berekend uit de hoeveelheid regen die valt, verminderd met de verdamping.

Gebiedsontwikkeling

Onder deze definitie vallen in het kader van deze Handreiking zowel het realiseren van nieuwe woningen (inbreiding en uitbreiding) als projecten in de stad. Denk aan reconstructies, groot onderhoud en herinrichting.

Inhoudsopgave

67

DEEL D - BIJLAGE GROEN & LANDSCHAP Gezondheid en welzijn

Een toestand van subjectief welbevinden op geestelijk, lichamelijk en maatschappelijk gebied.

Groen

Natuurlijke elementen of plekken die op verschillende schaalniveaus voorkomen. Dit verschilt van straatniveau, zoals bomen en groenstroken, tot stedelijk en regionaal niveau, zoals parken en natuurgebieden.

Groen-blauwe dooradering

Het netwerk van aan elkaar verbonden landschapselementen noemen we groen-blauwe dooradering. Landschapselementen zijn de ‘bouwstenen’ die samen een divers, gezond en biodivers landschap vormen. Denk hierbij aan bomen, houtwallen, heggen, hagen, bermen, poelen, dijken en rivieren. De groen-blauwe dooradering draagt bij aan de realisatie van landelijke doelen voor natuur en water (verbeterde biodiversiteit en waterkwaliteit) en klimaat (meer bos en bomen). Ook draagt het bij aan de kwaliteit en beleving van de Utrechtse landschappen. (Bron: Provincie Utrecht)

Groenvoorziening

Het geheel van de aanplant, het aanbrengen of voorzien van groen in een gebied. Bij zo’n gebied kan het bijvoorbeeld gaan om plantsoenen.

Habitattype

Ecosysteemtype op het land of in het water, met karakteristieke geografische en (a)biotische kenmerken die zowel geheel natuurlijk als halfnatuurlijk kunnen zijn. Habitattypen waarvoor gebieden worden aangewezen zijn opgenomen in bijlage I van de Habitatrichtlijn. In het Natura 2000-profielendocument wordt nadrukkelijk aangegeven welke vegetatietypen en begroeiingen in Nederland wel of niet onderdeel uitmaken van een habitattype.

Hittestress

Gezondheidseffecten door warmte bij mens en dier.

In de stad / dorp

Het gebied binnen de bebouwde kom.

Klimaatadaptatie

Aanpassen aan het veranderende klimaat. Verminderen van de kwetsbaarheid voor klimaatverandering.

Leefbaarheid

De mate waarin een stad, buurt of wijk aantrekkelijk en/of geschikt is om te wonen en/of te werken.

Om de stad

Het gebied buiten de bebouwde kom.

Verkoelende verblijfsplek

Een verkoelende verblijfsplek is een plek van minimaal 200 vierkante meter, voor minimaal tachtig procent groen en met minimaal veertig procent schaduw, inclusief schaduw bij zitgelegenheden.

Vergroenen

Een maatregel om groene doelen te halen. Onder groene maatregelen vallen alle toevoegingen van groenelementen in de gebouwde omgeving en de maatregelen die zijn gericht op het vergroten van de natuurwaarde van groen en bebouwing.

Wateroverlast

De situatie waarbij water op straat leidt tot hinder of schade in of aan bebouwing, groen of openbare infrastructuur, bijvoorbeeld tunnels.

Wijk

Op basis van de CBS-Wijk- en Buurtkaart 2020 gedefinieerde eenheid binnen een gemeente.

Wijktype

In de Klimaateffectatlas zijn woonwijken in Nederland op basis van homogene historische of stedenbouwkundige kenmerken ingedeeld in veertien wijktypen.

Wijktypologie

Hoe de openbare ruimte is ingericht, is vaak typisch voor een bepaalde tijd. Elke tijdsperiode heeft een duidelijke eigen opzet en inrichting van de openbare ruimte en bebouwingstypologie. Hierdoor zijn bijvoorbeeld straten uit dezelfde tijdsperiode door heel het land herkenbaar. Op basis van deze typische kenmerken kun je wijken indelen in verschillende typologieën.

Inhoudsopgave

68

DEEL D - BIJLAGE GROEN & LANDSCHAP

4.3 Bijlage 3 - Relevante beleidskaders Europees

Klimaatakkoord Parijs (2022)

De nieuwe klimaatwet zet in op 55% CO2 reductie in 2030 en 95% CO2 reductie in 2050. De Rijksoverheid heeft deze doelstelling overgenomen

in het coalitieakkoord en roept op om beleidsmatig in te zetten op 60% CO2 reductie om de beoogde 55% CO2 reductie te halen. Hiermee wordt verder invulling gegeven aan het Klimaatakkoord van Parijs uit 2015 waarin afgesproken is om de gemiddelde mondiale temperatuurstijging te beperken tot 2°C met inspanningen om het te beperken tot 1,5°C. In Nederland is met vele klimaatpartners een klimaatakkoord gesloten met doelstellingen voor CO2 reductie voor de thema’s elektriciteit, industrie, gebouwde omgeving, mobiliteit en landbouw en landgebruik. Europees natuurbeleid

Het Europese natuurbeleid richt zich met name op het beschermen en het herstellen van biodiversiteit en ecosystemen. Bodem, bossen en

landgebruik worden daarbij steeds belangrijker onderdelen. Daarnaast is natuur een centraal onderdeel in de Europese beleidsvorming. Andere

beleidsterreinen en sectoren zoals energie, vervoer en landbouw moeten bijvoorbeeld rekening houden met de effecten ervan op flora en fauna. Het Europees natuurbeleid omvat voor groen en landschap de volgende kaders: • Bescherming biodiversiteit

De kern van het Europees natuurbeleid is de instandhouding van biologische biodiversiteit en de bescherming van kwetsbare Europese

natuur. Dit gebeurt met name via het Natura 2000-netwerk. Daarnaast heeft de EU wetgeving voor invasieve uitheemse soorten en wilde en exotische diersoorten.

• De Vogel- en Habitatrichtlijnen regelen de bescherming van kwetsbare gebieden, dieren en plantensoorten. De gebieden die op basis van deze twee Richtlijnen zijn aangewezen, vormen samen het Europese Natura 2000-netwerk. Nationaal is dit vastgelegd in de Wet Natuurbescherming.

• Europees Exotenbeleid

Invasieve uitheemse soorten of exoten zijn dieren of planten die van oorsprong niet voorkomen in het gebied waar ze aangetroffen worden

en schadelijk zijn voor de natuur. Voorbeelden zijn de muskusrat, de Japanse duizendknoop en de reuzenberenklauw. Ze verdringen namelijk inheemse dieren en planten. Ook kunnen ze schade veroorzaken aan gebouwen, leidingen en infrastructuur. De Europese Unie heeft regels

opgesteld om invasieve exoten te bestrijden. Dit moet schade door deze soorten zo veel mogelijk voorkomen. Provincies, waterschappen en gemeenten zijn betrokken bij de bestrijding van deze exoten. Nationaal is dit geregeld in de Wet .

Inhoudsopgave

69

DEEL D - BIJLAGE GROEN & LANDSCHAP Europees

• Europese natuurherstelwet (2024): Het doel van de wet is de schade aan Europese natuur tegen 20250 compleet te herstellen. De wet kent

doelstellingen voor natuurherstel in verschillende aangetaste ecosystemen (o.a. bos-, stedelijke- en landbouw ecosystemen). Lidstaten moeten nationale natuurherstel plannen opstellen en indienen bij de Commissie, waarin ze uitleggen hoe ze de doelstellingen gaan halen.

• Europese bossenstrategie (juli 2021)

De strategie bevat maatregelen voor de bescherming en het herstel van bossen. Het belang van duurzame (her)bebossing en duurzaam bosbeheer staat centraal: het doel is om in 2030 minstens 3 miljard extra bomen in de EU te planten.

De strategie stelt maatregelen voor ter bevordering van innovatie en promotie van producten en materialen die een alternatief zijn voor

producten uit fossiele materialen. De strategie wil daarnaast andere economische activiteiten dan houtproductie bevorderen, bijvoorbeeld ecotoerisme.

• Richtlijn hernieuwbare energie (RED III) (2021)

De Europese Commissie heeft in juli 2021 een voorstel voor een nieuwe gepubliceerd. Dit voorstel scherpt de duurzaamheidscriteria voor (bos-)biomassa aan

Nationaal

Regeerakkoord (2022)

Het kabinet-Schoof heeft een hoofdlijnenakkoord uitgewerkt in een regeerprogramma. Het regeerprogramma bevat plannen voor de kabinetsperiode 2024-2028. Het kabinet slaat o.a. een nieuwe koers is in het landelijke gebied in. Voedselzekerheid en innovatie in de landbouw staan

hierbij centraal. Een efficiënte en innovatieve voedselproductie draagt bij aan voedselveiligheid en aan ruimte voor en behoud van biodiversiteit en een robuuste natuur. Dragers van het landschap koestert het kabinet. Verder is klimaatadaptatie een belangrijke pijler: aanpassen aan, voorbereid zijn op en omgaan met klimaatverandering. Er moeten meer woningen komen, die bovendien toekomstbestendig worden gebouwd. Bron: Regeerprogramma | Regering | Rijksoverheid.nl

Inhoudsopgave

70

DEEL D - BIJLAGE GROEN & LANDSCHAP Nationaal

Nationale omgevingsvisie (2020)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is een langetermijnvisie voor het omgevingsbeleid van Nederland.

De (woningbouw)ontwikkeling vindt plaats in lijn met de ambities van de integrale verstedelijkingsstrategie, zo veel mogelijk in bestaand stedelijk gebied, klimaatbestendig en natuurinclusief.

Grote open ruimten tussen de steden houden hun groene karakter. Het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad worden versterkt en de

aansluiting op het groene gebied buiten de stad wordt verbeterd. De COVID-19 crisis onderstreept extra het grote belang van een goede inrichting van de openbare ruimte.

Ook wordt in de NOVI stilgestaan bij de stikstofproblematiek. De stikstofproblematiek raakt zowel het landelijk gebied als diverse economische

sectoren zwaar. De waarde van onze natuur, het landschap én de toekomst van de landbouw staan onder druk. Daarbij is verbetering van de biodiversiteit niet alleen een ecologische, maar nadrukkelijk ook een economische uitdaging, die op de korte termijn om een doortastende aanpak vraagt. Houdbare oplossingen vragen echter tijd. Voor de lange termijn werken we daarom aan geleidelijke en zorgvuldige herindeling van het

landelijk gebied, onder meer gericht op kringlooplandbouw in goed evenwicht met natuur en landschap. Dit draagt bij aan een landelijk gebied

waar het prettig wonen, werken en recreëren is en waarin ruimte is en blijft voor economisch vitale landbouw als belangrijke drager van het platteland. In het omgevingsprogramma Groen en landschap zullen we overigens niet ingaan op deze stikstofproblematiek en hoe we daar mee om willen gaan. Zie ook paragraaf 3.3.

Deltaplan Ruimtelijke adaptatie (2018)

Het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie is een plan van Nederlandse overheden om wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen te beperken. Het doel van het plan is dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk werken samen aan de ambities in dit plan. Het Deltaplan is opgebouwd volgens zeven ambities: • Kwetsbaarheid in beeld brengen

• Risicodialoog voeren en strategie opstellen • Uitvoeringsagenda opstellen • Meekoppelkansen benutten • Stimuleren en faciliteren • Reguleren en borgen

• Handelen bij calamiteiten

Inhoudsopgave

71

DEEL D - BIJLAGE GROEN & LANDSCHAP Nationaal

Deltaprogramma ‘versnellen, verbinden, verbouwen’ (2023)

Het nationaal Deltaprogramma is wettelijk ingesteld om ervoor te zorgen dat ons land wordt beschermd tegen overstromingen, zoetwatertekorten en weersextremen.

Het coalitieakkoord maakt ook werk van de grote transities voor wonen, natuurherstel, landbouw en energie. Bij al die transities moet het water-

en bodemsysteem als basis dienen. Klimaatadaptatie is bij alle ingrepen in de fysieke leefomgeving een conditio sine qua non - een noodzakelijke voorwaarde. De toekomstbestendige realisatie van de bouwopgave vraagt een locatiekeuze en -inrichting waarin klimaatadaptatie expliciet is

meegenomen en afgewogen. De doelen voor reductie van CO2-emissie in het veenweidegebied kunnen alleen gerealiseerd worden als de zoet-

watervoorziening op orde is. Natuurherstel op de zandgronden vraagt zowel om de reductie van stikstof- depositie als om het herstel van grondwaterstanden. Deze transities moeten gelijktijdig met de opgaven van het Deltaprogramma worden opgepakt, waarbij de eigen focus van het Deltaprogramma - gekoppeld aan uitvoeringskracht van de overheden - niet onder druk mag komen te staan. Nationaal Programma Landelijk Gebied (2022)

De overheid wil vóór 2030 de natuur ruimte bieden voor herstel en versterking, de kwaliteit van water en bodem verbeteren en meer doen tegen klimaatverandering.

Op rijksniveau is er een andere richting ingeslagen voor het landelijk gebied (zie regeerprogramma). Maar Provincie Utrecht kiest er voor om Utrechtse uitwerking NPLG wél voort te zetten.

Het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) gaat samen met provincies, waterschappen, gemeenten en maatschappelijke partners, (agra-

risch) ondernemers, grondeigenaren en grondgebruikers op zoek naar oplossingen per gebied. In het NPLG worden de belangen van de boeren,

natuur, water en klimaat samen met het oog op een vitaal platteland bij elkaar gebracht. Ons landelijk gebied staat onder grote druk door intensief land- en watergebruik en door klimaatverandering. De provincies stellen de komende tijd hun gebiedsprogramma’s vast. Daarin zal staan

hoe de doelen voor natuur en stikstof, water en bodem en klimaat in een gebied wordt ingevuld en hoe fijnstof, geur en luchtkwaliteit worden aangepakt.

Provincies bepalen dit samen met gebiedspartners, zoals gemeenten, waterschappen en ondernemers. Samen wordt bekeken hoe een passende combinatie gemaakt kan worden voor landbouw, water en natuur, maar ook breder met wonen, industrie, energie en recreatie in een gebied, en wat daarvoor nodig is. Voor de provincie Utrecht wordt deze beschreven in het Provinciaal Gebiedsprogramma ‘Gebiedsgerichte Aanpak’.

Inhoudsopgave

72

DEEL D - BIJLAGE GROEN & LANDSCHAP Nationaal

Programma ‘Mooi Nederland’ (2022)

In het programma ‘Mooi Nederland’ staat ruimtelijke kwaliteit centraal. Het programma werkt aan een gedeeld beeld van de toekomst van ons land en regelt nieuwe concepten voor de inrichting van gebieden. Het hoofddoel is om de ruimtelijke kwaliteit centraal te stellen in de aanpak

van maatschappelijke opgaven, op de korte én lange termijn. Het Programma Mooi Nederland biedt voor de nationale opgaven perspectief op

oplossingen met ruimtelijke kwaliteit en samenhang tussen de opgaven. Het programma draagt eraan bij dat de doelstellingen waaraan gewerkt wordt in de nationale programma’s op het vlak van natuur,stikstofreductie, waterkwaliteit, biodiversiteit, werkgelegenheid en wonen gehaald

kunnen worden en dat de ruimte in Nederland zo goed en mooi mogelijk wordt benut. Water en bodem zijn daarin sturend. Voor onze regio

vragen de opgaven om een transformatie van de bestaande situatie én komen lokaal verschillende opgaven samen. De keuzes die op het niveau van gebiedsinrichting gemaakt worden en de uitvoering van die keuzes moeten de (nationale) opgaven, veranderingen en uitdagingen voor de toekomst samenbrengen met de kenmerken en identiteit van een plek of gebied. Dit is ook het niveau waar de belangrijkste stap wordt gezet

om ruimtelijke kwaliteit te borgen en toe te voegen. Hier is een veelheid van partijen bij betrokken. Dit maakt het gezamenlijk komen tot keuzes en oplossingen én het uitvoeren hiervan complex. Voor de regio Amersfoort wordt dit uitgewerkt in het Handelingsperspectief Buitengebied.

Inhoudsopgave

73

DEEL D - BIJLAGE GROEN & LANDSCHAP Nationaal

Programma Nationaal Omgevingsvisie Extra (NOVEX, 2022)

Het programma NOVEX geeft regie aan het leggen van de ruimtelijke puzzel in samenwerking met provincies, gemeenten en waterschappen. Het zorgt voor samenhang in het ruimtelijke beleid, verbindt de 22 nationale programma’s en het versnelt de uitvoering door te sturen op

heldere voorwaarden en concrete uitvoeringsafspraken. Nederland staat voor grote ruimtelijke keuzes in het Nederlandse landschap, zoals het opwekken van 35 TWh duurzame energie op land of de bouw van één miljoen extra huizen. We willen onze natuur versterken en investeren in een toekomstbestendige landbouw. Tegelijk ligt er een economische opgave om ruimte te blijven geven aan een duurzaam en ondernemend Nederland. Deze ambities vragen om vierkante meters, slimme combinaties, maatschappelijke betrokkenheid en vooral ruimtelijke keuzes.

Deze verbouwing wordt alleen succesvol, dus met behoud van of verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, als alle partijen hun eigen verant-

woordelijkheid nemen én samenwerken. Het programma NOVEX geeft via twee sporen vorm aan de noodzakelijke versnelling, versterking en vernieuwing. Enerzijds door met de provincies toe te werken naar twaalf ruimtelijke arrangementen. Daarin maken het Rijk en de provincies

afspraken om de ruimtelijke puzzel te leggen waarin de opgaven en doelen uit de nationale programma’s worden verbonden met de decentrale opgaven met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Anderzijds door een gebiedsgerichte aanpak in zestien NOVEX-gebieden; daar

waar opgaven de provinciegrenzen overschrijden, meervoudige oplossingen nodig zijn en/of het Rijk zelf actief moet puzzelen. Voor de Provincie Utrecht is deze verder uitgewerkt in het NOVEX-gebied Utrecht – Amersfoort. Programma Natuur (2020)

De Wet natuurbescherming beschermt planten en diersoorten. De rijksoverheid is verantwoordelijk voor het omzetten van Europees beleid naar nationaal beleid. Provincies werken de kaders vervolgens uit in provinciale strategieën. In het programma natuur (2020) werken het rijk en de

provincies gezamenlijk aan het versterken en verbeteren van de natuur en biodiversiteit. Het programma Natuur vormt een aanvulling op het Natuurpact (2013).

Met dit programma willen Rijk en provincies samen de natuur de komende jaren verder versterken en verbeteren. De instandhoudingsdoelen uit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn worden namelijk nog altijd niet gehaald. Maar net zo belangrijk is, dat de natuur de basis vormt voor ons bestaan: gezonde bodem, schoon water, schone lucht. Bovendien laat de coronacrisis zien dat natuur ook essentieel is voor ons welbevinden. Extra inzet is nodig, niet alleen vanwege de overbelasting van natuur met stikstof, maar ook om de effecten van klimaatverandering en ver-

droging het hoofd te bieden. Daarbij gaan we uit van een leefbaar en vitaal platteland, een mooi landschap en vergroening van de bebouwde omgeving.

Inmiddels is de Omgevingswet van kracht. In de Omgevingswet staan regels voor bescherming van dieren en planten in Nederland. Provincies bepalen het natuurbeleid voor hun gebied.

Inhoudsopgave

74

DEEL D - BIJLAGE GROEN & LANDSCHAP Lokaal

Omgevingsvisie Soest ‘Stap voor stap ver komen’ (2021)

In de omgevingsvisie ‘Stap voor stap ver komen’ is vastgelegd dat de hoofdgroenstructuur is in 2040 nog intact. De openbare ruimte in de

kernen, groen en verhard, wordt meer gebruikt en is natuurlijker en klimaatrobuuster dan nu. Daarmee is de openbare ruimte waardevoller dan

nu. Ook moet het groen in de kernen intensiever gebruikt worden voor recreatie. Verder streven we samen met onze inwoners en bedrijven naar

een leefbare omgeving, waarin de negatieve gevolgen van klimaatverandering zo veel mogelijk worden beperkt. In ons streven naar een gezonde leefomgeving dragen wij als gemeente ook bij aan een watersysteem van goede kwaliteit. Een watersysteem van goede kwaliteit draagt bij aan natuurontwikkeling, landschap en recreatie.

Voor de onbebouwde ruimte hebben we vastgelegd dat in 2040 de buiten de kernen gelegen gronden (bossen en landbouwgebieden) natuurlijker en klimaatrobuuster moeten zijn. Voor een aantal gebieden is de natuurwaarde in 2040 in ieder geval verhoogd, met name het gebied

rond de Wieksloot (bijzondere natuur) en de polder. In de bos- en natuurgebieden zijn er (beperkt) meer recreanten dan nu en is er meer onderscheid tussen drukke en stille delen dan nu. Ook is de polder tot aan de A1 omgevormd tot een agrarisch natuurlandschap en zijn er veel meer gebruiksmogelijkheden. Denk aan verschillende vormen van recreatie, natuurontwikkeling, zwemplekken of klein plukbos. Daarnaast moet het

groene en cultuurhistorische lint als verbinding tussen Soesterberg en Soest (van de erfgoederen de Wegh der Weegen, het Officierscasino, de Marechausseekazerne, de Vliegbasis, Landgoederen De Oude Tempel, de Paltz en HazArt, de Zuidelijke Eng naar het Paleis Soestdijk) een aantrekkelijke recreatieve route worden.

Coalitieakkoord Soest ‘Bouwen aan de toekomst, samen aan de slag’ (2022)

In het coalitieakkoord van Soest ‘Bouwen aan de toekomst, samen aan de slag’ is aangegeven hoe het college deze raadsperiode 2022/2026

richting wil geven, met het vizier op de toekomst, aan onder meer de toekomst van de fysieke leefomgeving. Daarin wordt ook ingegaan op het groen en het landschap van onze gemeente, waarbij het behoud van het groene en dorpse karakter van Soest centraal staat. Een groene omgeving bevordert de cohesie, nodigt uit om elkaar te ontmoeten, heeft een positief effect op het welbevinden en levert een positieve bijdrage aan de klimaatadaptatie. Om verantwoord te kunnen bouwen is het noodzakelijk om inzicht te hebben in de consequenties daarvan. Daarvoor zijn kaders nodig op het gebied van o.a. mobiliteit, ecologie, recreatie, cultuurhistorie, beeldkwaliteit, riolering etc.

Het groene landschap is van grote waarde voor de kwaliteit van de gemeente Soest. De gemeente heeft veel gebieden met hoge natuurwaarden en bijzondere landschapstypen. Biodiversiteit draagt bij aan deze natuurwaarde en een gezonde leefomgeving van Soest. Inwoners actiever

betrekken bij het groenonderhoud in hun buurt. Niet alleen vanuit de groenwaarde is dit belangrijk maar het stimuleert ook de sociale cohesie. Dit is o.a. terug te vinden in het convenant ‘Groen groeit mee’, het behoud van de volkstuinen en meer richten op de Wet natuurbescherming.

Inhoudsopgave

75

DEEL D - BIJLAGE GROEN & LANDSCHAP

4.4 Bijlage 4 – Handreiking Groen in en om de stad Overzicht verschillende schaalniveaus van groen: Voor meer informatie over de handreiking, klik op bijgevoegde link:

handreiking Groen in en om de Stad

Inhoudsopgave

76

DEEL D - BIJLAGE GROEN & LANDSCHAP

4.5 Bijlage 5 – Natuurwaardenkaart en tien factsheets https://experience.arcgis.com/experience/cc2c93c26c974397b30bd04b38e7da19

Inhoudsopgave

77

DEEL D - BIJLAGE GROEN & LANDSCHAP

Inhoudsopgave

78

DEEL D - BIJLAGE GROEN & LANDSCHAP

Inhoudsopgave

79

DEEL D - BIJLAGE GROEN & LANDSCHAP

Inhoudsopgave

80

DEEL D - BIJLAGE GROEN & LANDSCHAP

Inhoudsopgave

81

DEEL D - BIJLAGE GROEN & LANDSCHAP

Inhoudsopgave

82

DEEL D - BIJLAGE GROEN & LANDSCHAP

Inhoudsopgave

83

DEEL D - BIJLAGE GROEN & LANDSCHAP

Inhoudsopgave

84

DEEL D - BIJLAGE GROEN & LANDSCHAP

Inhoudsopgave

85

DEEL D - BIJLAGE GROEN & LANDSCHAP

Inhoudsopgave

86

DEEL D - BIJLAGE GROEN & LANDSCHAP

Inhoudsopgave

87

DEEL D - BIJLAGE GROEN & LANDSCHAP

Inhoudsopgave

88

DEEL D - BIJLAGE GROEN & LANDSCHAP

Inhoudsopgave

89

DEEL D - BIJLAGE GROEN & LANDSCHAP

Inhoudsopgave

90

DEEL D - BIJLAGE GROEN & LANDSCHAP

Inhoudsopgave

91

DEEL D - BIJLAGE GROEN & LANDSCHAP

Inhoudsopgave

92

DEEL D - BIJLAGE GROEN & LANDSCHAP

Inhoudsopgave

93

DEEL D - BIJLAGE GROEN & LANDSCHAP

Inhoudsopgave

94

DEEL D - BIJLAGE GROEN & LANDSCHAP

Inhoudsopgave

95

DEEL D - BIJLAGE GROEN & LANDSCHAP

Inhoudsopgave

96

DEEL D - BIJLAGE GROEN & LANDSCHAP

Inhoudsopgave

97

DEEL D - BIJLAGE GROEN & LANDSCHAP

4.6 Bijlage 6 - Bomen en omgeving

Handboek Bomen Normeninstituut

In het Omgevingsprogramma zeggen wij veel

Keuze en plaatsing:

groene beleving van Soest. Hieronder geven wij

boomsoorten.

Aanplant en groeiplaats

over bomen. Bomen zijn heel belangrijk voor de

• Gebruik droogtetolerante en hittestressbestendige

een overzicht van de aanvullingen op de beleids-

• Zorg voor voldoende ondergrondse groeiruimte

boven- als ondergronds, de afstand t.a.v. gebouwen,

• Houd bij plaatsing langs gebouwen minimaal de

uitgangspunten. Dit gaat zowel over de groeiplaats

de toekomstbestendigheid, deels kap en herplant ed. Het is een optelsom van beleidsuitgangspunten over bomen die in deze bijlage geclusterd zijn en voor

Bodem en water: voor voldoende ondergrondse waterberging. doordringbare opties.

Klimaatrobuuste inrichting:

het werken rondom bomen. Deze uitgangspunten

• Ten minste tachtig procent van de groeiplaatsen

van bouwplannen rondom bomen dient altijd een voor inventarisatie en daarna eventueel een BEA

• Beleid bij kap en herplant

bedrijf. De eisen waaraan dit moet voldoen staan

• Kap van bomen ten behoeve van zonnepanelen is

uitgevoerd te worden door een onafhankelijk, erkent opgenomen in het Handboek.

Inhoudsopgave

• Bij herinrichting wordt herplanting afgestemd op het behoud van de groenstructuur.

• Schaduw van bomen verlaagt de gevoelstempe-

• Vermijd verharding rondom bomen en kies voor

kunnen 1 op 1 worden overgenomen. Bij het maken

meer bomen.

eindkroonafstand plus tweeënhalve meter aan.

Daarnaast werkt de gemeente Soest bij de uitvoe-

Normeninstituut Bomen. Zowel voor het aanplant als

boom worden teruggeplant, maar bij voorkeur

Klimaatadaptatie

• Verbeter de bodemkwaliteit waar nodig en zorg

zijn opgenomen in het Handboek Bomen van het

• Voor elke gekapte boom moet minimaal één

die is afgestemd op omliggende infrastructuur.

veel doelen gelden.

ring van bomen veel met de uitgangspunten die

Herplantplicht:

moet klimaatrobuust zijn ingericht.

Bijdrage aan verkoeling: ratuur met zeven tot vijftien graden en de oppervlaktetemperatuur van bestrating met negentien graden Celsius.

Verminderen van CO₂-uitstoot • Het aanplanten van voldoende bomen om CO₂-

uitstoot te verminderen, is in stedelijke gebieden onhaalbaar vanwege ruimtegebrek. Ter indicatie:

86.000 nieuwe bomen levert één procent minder

CO₂-uitstoot op, terwijl in het stedelijk gebied van de kernen nu 18.000 bomen staan.

Kapregels:

niet toegestaan, tenzij dit onvermijdelijk is.

98

DEEL D - BIJLAGE GROEN & LANDSCHAP Ruimtelijke inrichting

Bijzondere regels en streefdoelen

• Bij nieuwe wegen plaatsen we bomen op vol-

• Elk huis heeft waar mogelijk zicht op 3 bomen,

• Zorg voor groenstructuren met veel schaduw

boomkronen, en elk huis staat waar mogelijk op

Verkeersstructuren:

doende afstand om wortelopdruk te voorkomen. langs dertig procent van de fiets- en wandelroutes.

3-30-300-regel:

30% van de openbare ruimte is bedekt door

300 meter afstand van een groene verblijfsplek.

Landschapsstructuren:

Natuurinclusief bouwen:

• Behouden en versterken van aanwezige

• Alle ruimtelijke ontwikkelingen moeten

landschapsstructuren, zoals houtwallen en opzichzelfstaande bomen.

Overlast van bomen Typen overlast:

• Schade door wortels, schaduw voor zonnepanelen, allergieën, ziektes, plagen en bladval.

Voorkomen van overlast: • Ontwerpen worden vooraf getoetst, om overlast te minimaliseren.

Inhoudsopgave

vergroening als uitgangspunt hebben, volgens het Convenant toekomstbestendig Bouwen

Bomen langs infrastructuur: • Bij aanleg van nieuwe verkeerssituaties creëren we actieve groeiruimte.

Onderhoud en Veiligheid Inspecties:

• Regelmatig controleren van bestaande bomen-

structuren, om te zorgen voor goede gezondheid en stabiliteit.

99

DEEL D - BIJLAGE GROEN & LANDSCHAP

4.7 Bijlage 7 – Doorwerking in (onderliggend) beleid

Andere beleidsstukken blijven voorlopig ongewijzigd.

Bij het vaststellen van het Omgevingsprogramma

• Nota ‘bescherming en kap van bomen’ incl

Het gaat hierbij om:

• Bomenplan, richtlijnen voor ontwerp, onderhoud

• De beleidsnota ‘De groene kernkwaliteit van

• Leidraad fysieke leefomgeving (deel A).

Werken vervalt een aantal nu geldende beleidsnota’s.

Soest)’.

• Het visie deel van het Landschaps- en Natuuront-

Het gaat hierbij om:

bomenkaart (2012/2014). en beheer.

• Groenrenovatieplan.

wikkelingsplan (LOP).

Los van het Omgevingsprogramma werken wij apart aan:

• Evaluatie landschaps- en ontwikkelingsplan (LOP). In het Omgevingsprogramma is voorzien: • Onderzoek naar Basiskwaliteit Natuur. • Onderzoek naar Groene structuren.

Inhoudsopgave

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=953e9f06-2aa3-495c-b7a6-3e571fe7891a