OmgevingsprogrammaGroenDEF
Tekst van het document
Vogelrichtlijn. Deze twee richtlijnen richten zich
behouden en te ontwikkelen. Door betere en meer
doelen voor natuur, zoals de Habitatrichtlijn en/of de vanuit de EU-wetgeving vooral op bedreigde soorten en/of leefomgevingen.
Bovenstaande vertaalt zich in het volgende beleidsuitgangspunt:
• We werken aan het herstel en versterken van biodiversiteit op basis van de BKN.
Tien Soester natuurtypen We hebben tien zogenaamde ‘ambassadeurssoorten’ gekozen. Deze tien soorten vertegenwoordigen de hoeveelheid aan verschillende natuurtypen en leefgebieden op het grondgebied van Soest.
Hiermee maken we onze ambities op het gebied van biodiversiteit toegankelijker en geven wij deze meer
betekenis. De tien ambassadeurs zijn op basis van de aanwezige natuurtypen van de Natuurwaardenkaart (bijlage 5) en waarnemingen in deze gebieden aangewezen.
In de Natuurwaardenkaart-factsheets wordt toegelicht waar de verschillende ambassadeurssoorten
Inhoudsopgave
maken en wat zij nodig hebben om de soort te
verschillende leefgebieden te ontwikkelen en deze leefgebieden beter aan te laten sluiten op de
10 ambassadeurssoorten, wordt de biodiversiteit vergroot.
De 10 ambassadeurssoorten in Soest zijn: √ Huismus √ Grutto √ Tapuit
√ Ringslang √ Egel √ Das
√ Veldleeuwerik
de evaluatie en herziening van het Landschapsontwikkelingsplan (LOP).
Bovenstaande vertaalt zich naar de volgende beleidsuitgangspunten:
• We gebruiken de Natuurwaardenkaart en bijbehorende factsheets om bestaande en potentiële natuurwaarden in Soest te behouden en te versterken.
• We streven naar het in stand houden en verbeteren van leefgebieden van de 10 ambassadeurssoorten in Soest.
• We zorgen voor ecologische verbinding van het stedelijk ecologisch netwerk met kerngebieden, stapstenen en verbindingszones.
√ Kwartel
Bescherming van soorten
√ Nachtzwaluw
gebieden en planten- en diersoorten. De gemeente
√ Sleedoornpage
In de Natuurwaardenkaart leggen we een directe relatie met de BKN. Op deze manier kunnen we
leefgebieden beter beschermen en versterken voor zowel zeldzame als algemene soorten.
De Natuurwaardenkaart is ook een bouwsteen voor
De Omgevingswet beschermt Nederlandse natuur-
Soest werkt bij de uitvoering van werkzaamheden in en aan het groen met verschillende gedragscodes
(soortenbescherming oa bosbeheer, soortenbescherming gemeenten), om kwetsbare soorten die daar aanwezig zijn te beschermen.
30
DEEL B - GROEN & LANDSCHAP
Daarnaast gebruiken we bij isolatiewerkzaamheden
Bodemkwaliteit
plan (SMP), dat helpt bij het beschermen van
zoals wateropslag, koolstofopslag, voedselproductie
aan bestaande gebouwen het Soortenmanagement-
De bodem levert onmisbare ecosysteemdiensten,
beschermde gebouwgebonden soorten. Denk hierbij
en stabiele grond. Het behouden en verbeteren van
aan de huismus, de gierzwaluw en aan een paar soorten vleermuizen. Op moment van schrijven
wordt er gewerkt aan het SMP. Het SMP voorziet in een gebiedsgerichte ontheffing waarna er natuurvriendelijk (na)geïsoleerd kan worden.
Tot slot worden inheemse plant- en diersoorten soms verdrongen door uitheemse plant- en diersoorten
bodemkwaliteit is daarom heel belangrijk. Maar de
bodem staat onder druk. Bijvoorbeeld door stikstofdepositie, extreme neerslag, droogte, zware
machines en uitputting van landbouwgrond.
Daarom zet de gemeente in op verbetering van
bodemkwaliteit en bescherming van de bodem bij uitvoering van werkzaamheden.
(zoals de Aziatische duizendknoop, reuze springbal-
Externe invloeden veroorzaken verzuring en verdro-
komen, bestrijdt de gemeente invasieve soorten waar
de gemeente inzetten op het zoveel mogelijk
semien of de reuze berenklauw). Om dit te voornodig. De gemeente probeert hierbij mogelijke schadelijke effecten van de bestrijding zo klein mogelijk te houden.
Bovenstaande vertaalt zich in het volgende beleidsuitgangspunt:
• Bij het verbouwen van gebouwen wordt het Soortenmanagementplan toegepast.
Inhoudsopgave
ging van onze natuurgebieden. We kunnen binnen
• Lokaal behouden we het vermogen van de bodem om water vast te houden en gaan we bodemverzuring en –degradatie tegen, door met licht
materiaal werkzaamheden uit te voeren en met groen-blauwe oplossingen negatieve effecten tegen te gaan.
• Niet-vervuilde, bodemeigen grond zonder
wortelonkruiden zoveel mogelijk behouden en binnen het gebied hergebruiken.
• Bij aanplantwerkzaamheden op gedegradeerde
bodems kiezen voor soorten die de bodemontwikkeling stimuleren. Denk hierbij aan (inheemse)
soorten in bosplantsoen of rijkstrooiselsoorten in de bossen.
beperken van de gevolgen van deze externe
Kansen voor nieuwe natuur
robuuste vegetatie die tegen droogte kan, of door
natuur die de biodiversiteit versterkt en de leefom-
invloeden. Bijvoorbeeld door te zorgen voor een
We zien kansen om de ontwikkeling van nieuwe
samen met het waterschap grondwaterstanden aan
geving aantrekkelijk maakt mogelijk te maken.
te passen om bodemdaling te beperken.
Bovenstaande vertaalt zich in de volgende beleidsuitgangspunten:
31
DEEL B - GROEN & LANDSCHAP
Onderstaande gebieden zijn kansrijk: √ De bossen en natuurgebieden op de Utrechtse
Heuvelrug, zoals de Lange en Korte Duinen, vallen
onder het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Deze
• Samen met partners onderzoeken we de mogelijkheden en benutten we kansen om meer natuur toe te voegen aan de drie bovengenoemde gebieden.
omliggende gemeentes. Ons beheer richt zich hier op biodiversiteit, rust en recreatie.
2.4.3 Doel 2: Verbinden en structureren van groen-blauw in woon- en werkgebieden in stad en land
√ In de polder langs de Eem, met zijn open slagen-
landschap, streven we naar meer natuur in samen-
Om het dorpse, vitale en groene karakter van Soest
werking met agrariërs. Hierbij sluiten we aan bij
te behouden, moet de ruimtelijke samenhang in
balans blijven. Denk hierbij aan een goede verdeling
gebieden zijn verbonden met de natuur van
regionale en provinciale natuurdoelen en het Handelingsperspectief Buitengebied.
√ De Soester Eng, een cultuurhistorisch landbouw-
gebied midden in Soest, biedt ook mogelijkheden voor nieuwe natuur. We onderzoeken verschil-
lende opties, zoals bloemrijke bermen en struiken langs de randen, waarbij de Eng wel open blijft.
Samen met betrokken partijen, zoals agrariërs en
de Stichting Vrienden van de Soester Eng, werken
tussen bebouwde en onbebouwde ruimtes. Bij de thema’s wonen en werken richten we ons op het
versterken van de kwaliteit van ruimte. Wij doen dit
Groen en water zijn onmisbaar om de doelen van alle Omgevingsprogramma’s te bereiken. Ze helpen de
kernwaarden van Soest te behouden en versterken,
terwijl ze tegelijkertijd ook bijdragen aan de verschillende ruimtelijke en maatschappelijke opgaven. Indicator • Het totaal aan oppervlakte aan groen dat de
gemeente in eigendom heeft. Dit is opgenomen in het beheerssysteem. Hiermee kunnen we moni-
toren of het gebied toe- of afneemt. Denk aan het aantal bomen, totale bermoppervlakte, heestervakken en wadi’s.
door water en groen toe te voegen en de kwaliteit
Groenstructuren
sterken structuren niet alleen de herkenbaarheid,
gemeente Soest. Zo proberen wij het unieke en
ervan te verbeteren. In het landelijk gebied ver-
Wij beheren en versterken de groenstructuren in de
maar ook de cultuurhistorische waarden van het
diverse landschap te behouden. Buiten de bebouwde
landschap.
kom richten we ons op de landschapsstructuren en
we aan deze ontwikkeling van de natuur. Bovenstaande vertaalt zich in het volgende uitgangspunt:
Inhoudsopgave
32
DEEL B - GROEN & LANDSCHAP
natuurgebieden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan
inwoners. Maar door verstedelijking staan deze
structuren op basis van landschapstypen (obv de
lanen en bossen. Deze structuren verbinden het open
is compensatie hiervan verplicht, en moet zowel op
historische landschapselementen.
historische elementen zoals houtwallen, singels,
polderlandschap in het noorden met de stuifzanden en bosgebieden zoals de Lange Duinen. Het herstel van deze elementen versterkt de biodiversiteit en
cultuurhistorische waarden. Daarnaast bieden deze
structuren onder druk. Bij het weghalen van bomen het gebied van hoeveelheid als kwaliteit gelijkwaardig zijn aan het groen dat is weggehaald. Bovenstaande vertaalt zich in de volgende
natuurwaardekaart). Waar mogelijk herstellen we • We streven naar het vergroten van biodiversiteit, vitaliteit en toekomstbestendigheid van onze bossen.
beleidsuitgangspunten:
Groen-blauwe dooradering
herstel van minder grote landschapselementen, zoals
• We behouden en versterken bestaande groen-
groen en water samenkomen. Deze structuren
jaren verloren gegaan door schaalvergroting in de
omschreven staat in de handreiking GioS.
elementen voedsel, schuilplekken en verbindingsroutes voor dieren. In de polder werken we aan
houtwallen en akkerranden. Deze zijn de afgelopen landbouw.
Binnen de bebouwde kom vormt de hoofdgroenstructuur ‘het groene geraamte’ van Soest.
Denk hierbij aan parken, bermen, groene oevers en bomenrijen, maar ook aan volkstuinen en speeltuinen. Deze hoofdgroenstructuur is een soort
snelweg voor flora en fauna. Zo kunnen zij zich in en tussen gebieden verplaatsen. Dit draagt bij aan de biodiversiteit, het leefklimaat en recreatie voor
Inhoudsopgave
structuren op stad-, wijk- en buurtniveau, zoals
• In 2040 is de hoofdgroenstructuur intact en vitaal. • Het totale oppervlak en kwaliteit van groenstruc-
turen blijft op wijkniveau gelijk of is toegenomen.
• Compensatie van het verlies van groen vooraf is verplicht, bij voorkeur op stadsniveau. Op dit
niveau versterken wij de hoofdgroenstructuur en wordt deze waar nodig aangevuld, zoals
omschreven staat in de handreiking Gios.
• We herstellen en verstevigen groene landschaps-
Wij versterken de groen-blauwe structuren waarin vormen belangrijke verbindingen tussen stedelijk en landelijk gebied. Zie hiervoor ook afbeelding 3.
De groen-blauwe structuren zijn onmisbaar voor veel plant- en diersoorten die deze routes gebruiken voor voedsel en om zich te verplaatsen. Wij gebruiken
groenstroken en waterpartijen om overtollig hemelwater op te vangen, te infiltreren en te geleiden.
Met minder verharding, een betere bodemstructuur en slim ingerichte vergroening zorgen we ook voor verkoeling in woonwijken en een betere infiltratie van hemelwater.
33
DEEL B - GROEN & LANDSCHAP
polder, bos en natuur. Tegelijk verbinden we verschillende recreatiemogelijkheden en vergroten we de
groenbeleving. Zo zorgen we bijvoorbeeld dat je al in de wijk het gevoel krijgt dat je in de polder bent. Of dat je vanuit het bos geleidelijk een woonwijk binnenloopt, zonder dat het groene gevoel verdwijnt. Bovenstaande vertaalt zich in de volgende beleidsuitgangspunten:
• We versterken groen-blauwe verbindingen voor
het versterken van biodiversiteit, het brengen van balans in bodem- en watersystemen en voor recreatiemogelijkheden.
Afbeelding 3: Groenblauwe dooradering landschap (Bron: Mooi NL)
Waar mogelijk creëren we natuurlijke oevers, die
voedsel en schuilplekken bieden voor veel soorten.
Wij zorgen hier voor geleidelijke overgangen van nat
naar droog. Deze oeverzones versterken de biodiver-
biedt meer leefruimte voor meer flora en fauna. Bij de randen tussen bebouwing, bossen en open
gebieden benutten we kansen voor bredere en geleidelijke overgangen.
siteit en brengen bodem- en watersystemen in
Wij verbeteren de verbinding met de Eem. Wij doen
land en water en tussen open en gesloten land-
singen van soorten die in het water leven te bevor-
balans. Daarnaast breiden wij overgangszones tussen schappen uit. Dit vergroot de variatie in vegetatie en
Inhoudsopgave
dit om de waterkwaliteit te verhogen en om verplaatderen. Dit versterkt het watersysteem van dorp,
Verkeersstructuren De hoofdgroenstructuren, zoals bomenrijen en
bermen, liggen langs wegen en hebben een belang-
rijke rol in klimaatadaptatie en biodiversiteit. Het zijn vaak de onmisbare routes voor vleermuizen, vogels en insecten en andere soorten fauna. Daarom
stemmen we bij de aanleg of herinrichting van
wegen groen en mobiliteit goed op elkaar af. Zo
beperken we groenverlies en benutten we kansen
voor vergroening. Al bestaand groen proberen we hier zo veel mogelijk in te passen.
34
DEEL B - GROEN & LANDSCHAP
Bermen zijn belangrijke verbindingen voor planten
• Bij onveilige situaties die worden veroorzaakt door
devol zijn, heeft grote negatieve gevolgen voor de
verkeerssituatie. Daarna passen wij pas eventueel
en dieren. Parkeren in bermen die ecologisch waarbiodiversiteit. Het gewicht van de auto’s zorgt ervoor
dat de bodem ‘verdicht’ en dat de aanwezige planten en diersoorten worden platgereden. Daarom zet de
gemeente in op gedragsverandering van mensen. De
groen, kijken wij eerst naar het aanpassen van de het groen aan.
• We ontmoedigen en waar mogelijk verbieden
parkeren in bermen met hoge ecologische waarde.
gemeente ontmoedigt parkeren in bermen actief
Cultuurhistorie
kruidenrijke randen of lage struiken. Zo beschermen
cultuurhistorische elementen. Binnen de bebouwde
door de bermen bijvoorbeeld te versterken met
Het dorpse karakter van Soest wordt versterkt door
we belangrijke verbindingen.
kom zijn de Noordelijke en Zuidelijke Eng, historische
Bovenstaande vertaalt zich in de volgende beleidsuitgangspunten:
• We voorkomen zo veel mogelijk verlies van groen bij de aanleg of herinrichting van infrastructuur.
Daarnaast benutten wij kansen voor vergroening.
• Vergroening van wegen biedt koppelkansen voor het verbeteren van leefgebied van vogels, vleermuizen en insecten.
• We creëren ruimte voor bomen bij de (her)inrichting van wegen. Alleen bij voldoende ruimte
plaatsen we bomen. Wanneer er onvoldoende
wegen zoals de Lange Brinkweg, Dorpsstreek, de
Wegh der Weegen en de Birkstraat, en verbindingen zoals de Dorresteinweg en Eigendomsweg, hier
goede voorbeelden van. Deze wegen verbinden het
dorp met omliggende landschappen en vormen ook
Bovenstaande vertaalt zich naar de volgende beleidsuitgangspunten:
• We benutten stedenbouwkundige cultuurhistorische elementen en historische wegen, zoals verbindingswegen voor flora en fauna.
• We behouden en versterken jonge en oude
cultuurhistorische waarden met behulp van de cultuurhistorische waardekaart.
• We geven de cultuurhistorie meer aandacht in de buitenruimte, waardoor deze meer en beter beleefd kan worden.
• We werken aan een geleidelijke overgang van
stedelijk naar landelijk gebied, zonder dat dit ten koste gaat van bestaande natuur.
vleermuizen. Zo vervaagt de grens van de bebouwde kom. Buiten de bebouwde kom staan historische
2.4.4 Doel 3: Verminderen van CO2uitstoot, wateroverlast, hittestress en droogte
landgoederen, zoals Hees en De Paltz, en oude lanen, grafheuvels en verdwenen elementen. Denk hierbij
We moeten ons voorbereiden op het veranderende
aan houtsingels in de Eempolder. Deze landschap-
klimaat. Groen en blauw gaan in deze voorbereiding hand in hand. Klimaatadaptatie en het verzachten
belangrijke routes voor bijvoorbeeld vogels en
selementen willen we herstellen.
van negatieve gevolgen van klimaatverandering zijn
ruimte is voor bomen, plaatsen wij ander groen.
Inhoudsopgave
35
DEEL B - GROEN & LANDSCHAP
nu belangrijker dan ooit in onze samenleving.
Samen moeten we hieraan werken. Meer groen is
belangrijk om de dorpen koel te houden en draagt bij aan het voorkomen van wateroverlast.
Als gemeente kunnen we met het planten van
groene elementen in het landschap ook zorgen voor CO2-opslag. Elk soort groen heeft met zijn unieke
eigenschappen de mogelijkheid om een positieve bijdrage te leveren aan klimaatverandering.
Indicator • De klimaatstresstesten van onder andere het
Waterschap Vallei en Veluwe en de gegevens uit de klimaateffectatlas van het ministerie van
Infrastructuur en Waterstaat. Hiermee kunnen we monitoren of we ons doel halen en waar we
mogelijk verder bij moeten sturen op het gebied
van bijvoorbeeld wateroverlast en de hoeveelheid hitte-eilanden in Soest.
Klimaatbestendig en robuust groen Statige bomen sieren pleinen, terwijl wij bermen langs fietspaden inrichten om zoveel mogelijk
biodiversiteit mogelijk te maken. Welke keuzes wij
hierbij maken, hangt af van de rol, de natuurwaarde
en de beheerbaarheid van het groen. Gelaagdheid in de opbouw en diversiteit van de beplanting is een
belangrijke voorwaarde voor hoe robuust de beplanting is. Binnen de bebouwde kom houden we rekening met een aantal negatieve omstandigheden,
Daarom zorgen we bij nieuwe aanplantingen voor voldoende ruimte, zodat bomen en struiken goed kunnen groeien. Waar nodig verbeteren we de
bodem om wateroverlast tegen te gaan en koppelen we groenstroken aan andere functies, zoals water-
berging. Het is daarbij belangrijk om zo veel mogelijk regenwater op een zo natuurlijk mogelijke manier vast te houden. We gebruiken hierbij een gevarieerde vegetatie die beter bestand is tegen hitte,
droogte en ziekten. Dit doen we door verschillende soorten vegetatie en type beheer te combineren in
bermen, groenstroken en bossen. Onze aanpak helpt tegen droogte, hitte en wateroverlast. Ook vergroot
het de veerkracht van het ecosysteem, draagt het bij aan biodiversiteit en een gezonde bodem. Tot slot verbetert onze aanpak de waterhuishouding. Bovenstaande vertaalt zich in de volgende beleidsuitgangspunten:
zoals weinig ruimte om te groeien, een lagere
• We maken bewuste keuzes voor beplanting op
toren, zoals uitlaatgassen en strooizout bij vorst.
• We vergroten de veerkracht van gebieden door
bodemkwaliteit en andere negatieve omgevingsfac-
basis van de locatie en functie.
passende en klimaatbestendige vegetatie te plaatsen.
Inhoudsopgave
36
DEEL B - GROEN & LANDSCHAP
• We kiezen voor biologische en inheemse planten, maar wegen bij die keuze wel de beschikbare
kwaliteit en de kosten voor aanschaf en beheer af.
• We houden water zo natuurlijk mogelijk vast in de bodem en zorgen dat de wortels van bomen bij
werken wij het thema waterberging verder uit.
Naast de gevoelstemperatuur speelt ook de tempe-
waterberging en klimaatadaptief bouwen.
een grote rol. De schaduw van bomen en ander hoog
Hier staan ook de beleidsuitgangspunten voor
Hittestress
het grondwater kunnen.
Dankzij klimaatverandering krijgen we vaker te
kan toe- en afnemen
gebieden. Dit komt doordat gebouwen en verhar-
• We creëren natuurlijke oevers zodat het waterpeil • We leggen verschillend, gelaagd en opgaand groen aan.
• In het Convenant Toekomstbestendig Bouwen zijn klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit belangrijke thema’s, waar wij naar moeten handelen. CTB is door de gemeente Soest ondertekend. Waterberging In de kernen Soest en Soesterberg is weinig tot geen
maken met langdurige hitte, vooral in stedelijke
dingen, zoals pleinen en wegen, warmte vasthouden. Dit zorgt voor een temperatuur die gemiddeld zo’n zeven graden hoger is dan in het buitengebied.
Deze plekken noemen wij zogenaamde ‘hitte-ei-
landen’. Hitte-eilanden hebben negatieve effecten op dieren en de omgeving, maar ook op mensen.
Denk hierbij aan gezondheidsrisico’s, minder goed slapen en een lagere productiviteit.
oppervlaktewater (op de wijk Overhees na). Daarom
Waar bebouwing en verharding hitte vooral afstoten,
mogelijke manier vast te houden. Vooral om
gevels, volle bomen en veel lage struiken en planten
is het belangrijk om regenwater op een zo natuurlijk hittestress, droogte en wateroverlast tegen te gaan. Om de negatieve effecten van extreme neerslag zo klein mogelijk te maken, sluiten we aan op het
principe ‘besparen-benutten-vasthouden-bergen-
afvoeren’. Groen kan water opnemen en vasthouden in de bodem. In het Omgevingsprogramma Water
Inhoudsopgave
neemt groen warmte juist op. Groene daken en
helpen om warmte op te nemen. Het verwijderen van
ratuur van het oppervlak in de gebouwde omgeving
groen zorgen ervoor dat de oppervlaktetemperatuur op straat met negentien graden vermindert.
De impact wordt nog groter wanneer wij bomen in clusters planten en soorten kiezen die goed tegen droogte kunnen. Hoe hoger de dichtheid van de
takken en blaadjes van bomen, hoe meer schaduw
op straat. Maar doordat de schaduw van bomen voor een lagere temperatuur zorgt, hebben de bomen zelf ook te maken met de droogte en hittestress.
Daarom is het belangrijk om de juiste boom op de juiste plaats te planten. Daar waar bomen niet
passen, kiezen we voor hoog opgaande beplanting. Zo worden ook wandel- en fietsroutes koeler en aangenamer.
Bovenstaande vertaalt zich in de volgende beleidsuitgangspunten:
overbodige verharding en het toevoegen van water
• Wij nemen groene maatregelen om hittestress te
De schaduw van bomen en ander hoog groen heeft
groen langs wandel- en fietspaden en clusters van
helpen de omgeving verder te verkoelen.
een groot effect. Ze verlagen de gevoelstemperatuur met gemiddeld zeven tot vijftien graden.
verminderen. Denk hierbij aan gevarieerd hoog bomen.
37
DEEL B - GROEN & LANDSCHAP
• We richten dertig procent van wandel- en fiets-
paden in stedelijk gebied in met groenstructuren met veel schaduw.
Impact energietransitie Zonne-energie is onmisbaar in de strijd tegen kli-
maatverandering. Toch blijft de bestaande groenstructuur leidend, ook als dit zorgt voor meer schaduw voor zonnepanelen. Bij bestaande
woningen houden woningeigenaren rekening met de bestaande bomen. Bij herinrichting van de openbare ruimte houden we zoveel mogelijk rekening met
bestaande bomen en compenseren we het eventuele weghalen van bomen met het planten van nieuwe bomen. We kappen (en snoeien) geen bestaande
bomen om een hogere opbrengst van zonnepanelen mogelijk te maken. Bij nieuwbouw van woonhuizen (en bedrijven) plaatsen we zonnepanelen op daken
en kiezen we voor het planten van boomsoorten die
niet zorgen voor extra schaduw bij de zonnepanelen. Toch blijft de groenstructuur prioriteit houden. Soms kan dit ertoe leiden dat daken niet geschikt zijn om zonnepanelen op te plaatsen.
De uitbreiding van het elektriciteitsnet brengt veel
uitdagingen met zich mee voor zowel de boven- als
Inhoudsopgave
ondergrondse (groei)ruimte van bomen. Wanneer
• Groenstructuren hebben altijd voorrang boven
van de hoofdgroenstructuur, wordt dit altijd gecom-
• We kappen en snoeien geen bestaande bomen
uitbreiding van het elektriciteitsnet ten koste gaat penseerd. Ook moet er (groene) ruimte worden
ingeleverd voor het plaatsen van de transformator-
huisjes. Bij de keuze voor deze locaties zullen wij een integrale afweging maken. Om de biodiversiteit en
het straatbeeld te verbeteren, richten wij de transfor-
een optimale ligging van zonnepanelen.
om een hogere energieopbrengst van zonnepanelen mogelijk te maken.
• Transformatorhuizen worden zo veel mogelijk natuurinclusief.
matorhuisjes zo veel mogelijk natuurinclusief in.
Voor energieopwekking op grote schaal volgen we
2.4.5 Doel 4: Zorgen voor een prettige en natuurlijke leefomgeving
het provinciaal uitnodigingskader. Hierin staan
voorwaarden voor windturbines en zonnevelden.
Groen zorgt voor een belangrijk deel voor het
Tegelijkertijd stimuleren we zon op dak, zodat we
tegengaan van hittestress en wateroverlast in de
directe leefomgeving. Goede voorbeelden hiervan
deze zo min mogelijk in de buitengebieden hoeven
te plaatsen. Zo beschermen wij het buitengebied en
zijn:
de landschappelijke waarden.
• Inzetten van groene daken en gevels
Bovenstaande vertaalt zich in de volgende
• Verwijderen van onnodige verhardingen
beleidsuitgangspunten:
• Bij het leggen van kabels en leidingen beschermen
• Tijdelijk opslaan van water
• Inrichten van natuurlijke oevers • Aanleggen van groene tuinen
we boomwortels, om zo schade en verschraling
Daarnaast heeft ook de aanleg van voldoende koele
worden kabels en leiding zo diep mogelijk gelegd
te verblijven, een belangrijke bijdrage aan verbete-
van boombestand te voorkomen. Daar waar kan
(in het grondwater) zodat boomstructuren intact blijven.
verblijfplaatsen, met de mogelijkheid om langere tijd ring van de leefomgeving.
38
DEEL B - GROEN & LANDSCHAP Indicator
Balans tussen groen, water en bebouwing
• Voor dit doel kiezen we als indicator de klachten
Er zijn veel verschillende belangen in Soest, die
en meldingen die gedaan worden over de leefomgeving. In het klachten- en meldingensysteem van de gemeente Soest worden deze klachten opge-
nomen, gecategoriseerd en bewaard. Wij kunnen
hier jaarlijks de klachten en meldingen uithalen en analyseren. Op basis van deze analyse kunnen wij bijsturen.
allemaal een beroep doen op de beschikbare fysieke ruimte. Denk hierbij aan uitbreiding van bebouwing en infrastructuur, wat ten koste kan gaan van groen en water. Maar de groen-blauwe openbare ruimte speelt een hele belangrijke rol in het welzijn van
ruisen, of aan vogels die zingen. Een prettig groen
uitzicht kan bovendien bijvoorbeeld ervoor zorgen dat geluidshinder minder aandacht krijgt en dus
minder hinderlijk is. Kortom, groen is veelzijdig en
kan op veel verschillende gebieden positieve effecten hebben.
mens, dier en natuur. Het biedt namelijk veel kansen
Bovenstaande vertaalt zich in de volgende
Gemiddeld gezien liggen Soest en Soesterberg dicht
• We willen dat er een balans is tussen groen en
inwoner, maar toch verschilt dit tussen wijken en
• We streven naar de groennorm per soort wijk
aandacht voor vergroening. Om de balans tussen
• Op basis van het soort wijk realiseren we aan de
reinen te behouden, is een wijk- en buurtgerichte
tage groen en ruimte voor spelen en bewegen.
voor biodiversiteit, gezondheid en leefbaarheid.
bij het streefgetal van 75 m² openbaar groen per
dorpen. Sommige gebieden vragen dus om extra groen en grijs in woonwijken en op bedrijventer-
aanpak nodig. Wij zien kansen voor het vergroenen van tuinen, gevels en daken van woningeigenaren.
Dit kan op een manier die past bij de stedenbouwkundige opzet van woonwijken en bedrijventer-
reinen. Hierdoor zal de leefbaarheid, biodiversiteit en klimaatadaptatie verbeteren.
Groen kan bijdragen aan een positieve ervaring van
beleidsuitgangspunten:
grijs en bebouwd en onbebouwd. vanuit het GioS.
hand van de Klimaatatlas een bijpassend percen-
• In het Omgevingsprogramma Werken beschrijven wij het beleid dat ingaat op de balans tussen groen en grijs op bedrijventerreinen.
• We stimuleren proactief het vergroenen van grond die in particulier bezit is. Dit gaat niet alleen over tuinen van woningeigenaren, maar ook over bijvoorbeeld bedrijventerreinen.
geluid. Denk hierbij bijvoorbeeld aan bomen die
Inhoudsopgave
39
DEEL B - GROEN & LANDSCHAP
• We streven ernaar om in 2030, ten opzichte van
• Voor elke gekapte boom wordt er minimaal één
mobiliteit is dit wel gebeurd. Om dit te veranderen,
groene ruimte te hebben.
• Bij het planten van bomen in de openbare ruimte
programma Groen Groeit Mee (GGM) opgesteld
wij waar mogelijk de zogenaamde
• Bomen worden op voldoende afstand van
2024, in de hele gemeente geen nettoverlies aan
• Bij de ontwikkeling van nieuwe woonwijken passen ‘3-30-300-regel’ toe. 1
• Bij ontwikkelingen binnen bestaande wijken
(waar mogelijk) teruggeplant, maar liever meer.
zijn de normen van het Handboek Bomen leidend. gebouwen geplaatst (eindkroon plus tweeënhalve meter).
passen wij waar mogelijk de ‘3-30-300-regel’ toe.
• Groeiplaatsen van bomen en struiken zijn klimaat-
door middel van verticaal groene (vb groene
• Waar mogelijk vermijden we verharding rondom
Vooral in gebieden waar op maaiveld weinig
• Het behouden en versterken van de ecologische
• We zetten in op innovatief toepassen van groen, gevels). Horizontaal groen en groene daken. ruimte voor groen is.
• Groene en natuurlijke oplossingen hebben de
adaptief (juiste grond) bomen.
kwaliteit is onderdeel van beheer- en uitvoeringsplannen.
voorkeur boven technische oplossingen.
• We benutten groen als barrière tegen geluid bij
ruimte geven om monumentaal te kunnen
ook bij herinrichting van de openbare ruimte.
• Waar mogelijk voegen we bomen toe die we de uitgroeien.
Hieronder beschrijven wij een aantal belangrijke uitgangspunten op het gebied van bomen.
De overige uitgangspunten hebben wij opgenomen
roeien met de toenemende verstedelijking.
GGM richt zich op het versterken van bestaande
natuur en groen dat is bedoeld voor recreatie, het realiseren van nieuwe groene structuren en het bevorderen van een gezonde leefomgeving.
De aanpak combineert het verbeteren van zoge-
naamd ‘woongroen’ binnen woonwijken met het ontwikkelen van regionaal groen. Hierbij staan kwaliteit en fysieke verbindingen centraal.
in lanen, zodat de luchtcirculatie niet stagneert en warmte niet blijft hangen.
‘Groen Groeit Mee’-pact
• Het oppervlak dat met bomen (binnenstedelijk)
van onze regio. Toch is er nog geen concrete ruimte-
Inhoudsopgave
water en landschap, zodat zij goed kunnen meeg-
• Wij voorkomen dat bomen te dicht op elkaar staan
Groen en water spelen een hele belangrijke rol in het
van 2024.
(Groen Groeit Mee Pact). GGM investeert in groen,
nieuwbouwwoningen. Waar mogelijk doen we dit
in Bijlage 6.
bedekt wordt, neemt tot 2030 toe ten opzichte
hebben de overheden in de Utrechtse regio het
hoog houden van de leefbaarheid en duurzaamheid vraag voor geformuleerd. Bij wonen, energie en
Elk huis heeft zicht op 3 bomen, 30% openbare ruimte bedekt met boomkronen en 300 meter tot dichtstbijzijnde park of natuurgebied van minimaal 1 hectare. 1
40
DEEL B - GROEN & LANDSCHAP
Bovenstaande vertaalt zich in de volgende beleidsuitgangspunten:
• We willen groen evenwichtig laten meegroeien met de verstedelijking van Soest.
• We sluiten ons volledig aan bij het Groen Groeit Mee-pact.
• De ruimtelijke ontwikkeling van meer dan vijftig woningen heeft vijfenzeventig vierkante meter
groen per woning en vijfhonderd vierkante meter recreatief groen binnen een straal van vijf kilometer.
Convenant Toekomstbestendig Bouwen We willen graag toekomstbestendig bouwen. Dit betekent dat natuurlijke processen en
biodiversiteit centraal staan in het ontwerp, beleid,
bouwwerk en de omliggende private en openbare
Overlast van groen
algemene natuurwaarden. Toekomstgericht bouwen
leefomgeving. Toch kan het zo zijn dat inwoners op
ruimte bijdragen aan de lokale biodiversiteit en
Bomen en ander groen vergroten de kwaliteit van de
is op die manier gericht op het behouden,
bepaalde locaties overlast van groen ervaren.
verbeteren en uitbreiden van de biodiversiteit in de gebouwde omgeving. Veiligheid, voedsel en
voortplanting van en voor de soorten spelen hierbij
• Schade van overhangende takken
geschikte leefomgeving voor soorten aan de hand
• Allergieën
een grote rol. Bijvoorbeeld via het creëren van een van benaderingen gericht op ecosystemen. Bovenstaande vertaalt zich in de volgende beleidsuitgangspunten:
• Biodiversiteit en verbondenheid met de natuur is onderdeel van ons denken en doen. We werken samen met de natuur.
uitvoering en beheer van bouwprojecten. Met het
• We sluiten ons volledig aan bij de uitgangspunten
Bouwen (Documenten - Toekomstbestendig
• We zorgen voor ‘de 3 V’s’ (veiligheid, voedsel en
publieke en private partners aan richtlijnen voor
• Elke ruimtelijke ontwikkeling is natuurinclusief.
ondertekenen van het Convenant Toekomstbestendig Bouwen) werkt de gemeente Soest samen met onder andere de thema’s ‘klimaatadaptatie’,
‘natuurinclusiviteit’, ‘biodiversiteit’ en ‘gezonde
leefomgeving’. Natuurinclusief ontwikkelen is een
vorm van toekomstbestendig bouwen, waarbij het
Inhoudsopgave
Denk hierbij aan:
van het Convenant Toekomstbestendig Bouwen.
• Verlies van licht (‘lichtderving’)
• De aanwezigheid van vogels, insecten en roetdauw
• Ziektes en plagen, zoals essentaksterfte of de eikenprocessierups
• Blad- en vruchtval
• Angst voor het afbreken of omvallen bij storm of ziekte
Bovenstaande vertaalt zich in de volgende beleidsuitgangspunten:
voortplanting) bij bouwontwikkelingen.
• Waar nodig zal de gemeente bij bestaande bomen
Klein of groot, bestaand of nieuw.
• Wij toetsen ontwerpen aan kwaliteit en
extra ingrijpen door bijvoorbeeld te snoeien. functionaliteit.
• Bij het aanplanten van groen zorgen we voor draagvlak bij onze inwoners.
41
DEEL B - GROEN & LANDSCHAP Groen nodigt uit om te bewegen
Door de toenemende droogte en hitte neemt de
2.4.6 Doel 5: Bevorderen van een gezonde leefstijl
kans op natuurbranden in onze regio toe. Dit is
vooral het geval in de droge natuurgebieden, zoals
Een gezonde, uitdagende en beweegvriendelijke
bossen en heide. Wij werken samen met de Veilig-
leefomgeving biedt voordelen voor zowel de fysieke
dat deze bijdraagt aan een gezonde samenleving. Er
als mentale gezondheid. Het verbetert de conditie,
Brandveiligheid
heidsregio Utrecht (VRU) en de brandweer aan
maatregelen om de risico’s van natuurbranden te
beperken. Hierbij hebben wij speciale aandacht voor de nabijheid van bebouwde gebieden. Wij verbeteren de infrastructuur, zoals het aanleggen van
brandgangen en watervoorzieningen. Tegelijkertijd nemen we ook maatregelen op het gebied van
motorische vaardigheden en helpt bij het voorkomen van chronische ziekten als obesitas. Daarnaast
bevordert het de ontwikkeling van kinderen en
versterkt het de sociale cohesie. Daarom worden steeds meer parken, pleinen en natuurgebieden onderdeel van sport- en beweegroutes.
natuurbeheer. Deze maatregelen vergroten de
Indicatoren
ling van de natuur en biodiversiteit.
indicatoren. Het Centraal Bureau voor de Statistiek
brandveiligheid en bieden kansen voor de ontwikke-
Bovenstaande vertaalt zich in de volgende beleidsuitgangspunten:
• Wij houden risico’s op onbeheersbare natuurbranden zo klein mogelijk.
• We plaatsen recreatieve voorzieningen die brand
-
De gemeente Soest richt haar openbare ruimte zo in is veel aandacht voor een zogenaamde ‘beweegvriendelijke leefomgeving’. Zo breiden we (waar
mogelijk) het netwerk van wandelpaden in groene gebieden in de kernen uit, zodat inwoners meer
ommetjes kunnen maken. Groene gebieden nodigen mensen uit om te wandelen, fietsen en spelen. Dit
draagt bij aan een betere fysieke gezondheid, sociale cohesie en een schoner milieu. Het zorgt voor een veilige, gezonde omgeving voor jong en oud.
Voor dit doel maken we gebruik van verschillende
verzamelt gegevens over de hoeveelheid mensen die in de buitenruimte beweegt en sport, en de hoeveelheid aan recreatiemogelijkheden in de bossen en natuurgebieden. Met behulp van deze gegevens
kunnen we bijhouden hoeveel er bewogen wordt in de buitenruimte van Soest.
vertragen, zoals prullenbakken.
Inhoudsopgave
42
DEEL B - GROEN & LANDSCHAP
Bovenstaande vertaalt zich in de volgende beleidsuitgangspunten:
• Kansrijke vormen van recreatie voor Soest zijn: een compleet dekkend wandelroute- en fietsroutenetwerk in de provincie, ruimte voor loslopende
honden, ruiter- en menroutes, mountainbikeroutes en toeristische opstappunten (TOP).
• We behouden en versterken groene wandellinten
door de dorpen en het buitengebied. Waar mogelijk breiden we deze uit.
• We maken initiatieven om meer te bewegen en
sporten in het groen mogelijk, zolang het gaat om breed toegankelijke wandel- en fietsrecreatie.
2.4.7 Doel 6: Een duurzame landbouw met toekomstperspectief De landbouwsector in Nederland staat onder druk.
Dit komt onder andere door strenge milieueisen en de noodzaak tot natuuruitbreiding. Deze ontwikke-
gemeenten en regio’s richting aan de ontwikkeling
zoals hagen en houtsingels langs de grenzen van
waar zij zelf invloed op hebben. Toch komen veel
Daarnaast tonen agrariërs interesse in agroforestry.
van de natuur en de landbouwtransitie op gebieden maatregelen vanuit het Rijk. Ook in het UPLG zijn afspraken gemaakt, die de komende tijd verder worden uitgewerkt. Daarnaast onderzoeken we samen met agrariërs kansen voor zogenaamde
‘multifunctionele landbouw’, waarbij zij landbouw
kunnen combineren met bijvoorbeeld zorgopvang,
kleinschalige verkoop van producten en/of kleinschalige recreatie. Indicatoren • Voor dit doel nemen wij geen indicatoren op.
Als gemeente hebben wij goede contacten met de agrariërs in onze gemeente. Door het houden van
keukentafelgesprekken met deze agrariërs houden we goed in de gaten wat de ontwikkelingen zijn en waar zij behoefte aan hebben.
lingen vragen veel van agrariërs in heel Nederland.
Kansen in de polder voor kleine landschapsele-
de Eempolder zijn gevestigd. Om een rendabele
In de polders van Soest liggen verschillende kansen
inspelen op deze veranderingen. Het regionale
Het aanleggen van kleine landschapselementen,
Ook in Soest, waar de meeste landbouwbedrijven in
menten en agroforestry
bedrijfsvoering te kunnen houden, moeten boeren
om het agrarisch natuurlandschap te versterken.
Handelingsperspectief Buitengebied geven
Inhoudsopgave
percelen, kan de biodiversiteit versterken.
Hierbij nemen agrariërs bomen en struiken met eetbare vruchten op in hun bedrijfsvoering. Bovenstaande vertaalt zich in de volgende beleidsuitgangspunten:
• Wij willen het open polderlandschap behouden, herstellen en versterken.
• Wij willen natuurwaarden en biodiversiteit in de polder verhogen, door agrarische ontwikkeling van de natuur, waaronder agroforestry, te stimuleren.
2.4.8 Doel 7: Zorgen dat de groene leefomgeving voor iedereen bruikbaar is Het groen is er voor alle inwoners, recreanten en
dieren in Soest en de regio. Daarom willen wij een beweegvriendelijke, toegankelijke, sportieve en
speelse gemeente zijn. We moedigen een actieve en gezonde leefstijl in de openbare ruimte aan.
We werken samen met inwoners om de openbare
43
DEEL B - GROEN & LANDSCHAP
ruimte zo in te richten dat sporten, spelen, bewegen
De inrichting van de leefomgeving nodigt uit tot
Educatie
voor iedereen. We streven ernaar om de fysieke
initiatieven op dit gebied, zodat inwoners actief
oud. Betrokkenheid bij de natuur op jonge leeftijd
en ontmoeten gestimuleerd wordt en toegankelijk is leefomgeving beweegvriendelijk te maken. We leven in balans met de natuur. Indicatoren • Voor dit doel nemen wij geen indicatoren op. We hebben voor dit doel een nauwe samenwerking
met het team Sociaal Domein. We trekken samen op en monitoren de diversiteit en bruikbaarheid van de openbare ruimte.
Natuurbeleving en inclusiviteit
bewegen en ontmoeten. Ook stimuleren wij buurt
Natuur is belangrijk voor iedere inwoner, jong en
bijdragen aan het vergroenen en onderhouden van
heeft langdurige positieve effecten. Daarom willen
hun wijk.
Bovenstaande vertaalt zich in de volgende beleidsuitgangspunten:
• Iedereen heeft toegang tot groen binnen bereikbare afstanden. Waar mogelijk passen wij de
‘3-30-300-regel’ toe bij bestaande bouw en steven hiernaar bij nieuwbouw (indien hier voldoende ruimte voor is).
Het kunnen beleven van flora en fauna is belangrijk
• We zorgen voor een beweegvriendelijke leefom-
vindt het belangrijk dat iedereen toegang heeft tot
uitdaagt om te bewegen, spelen, sporten en
voor het waarderen van natuur. De gemeente Soest groen, zowel dicht bij huis als in de omliggende
geving die het mogelijk maakt, stimuleert en ontmoeten.
wij jonge inwoners van Soest actief in contact
brengen met de natuur. Bijvoorbeeld door samen
met scholen en lokale groene partijen naar buiten te gaan voor educatieve natuurlessen. Hoe jonger de doelgroep, hoe groter de impact op de lange termijn. Voor oudere leeftijdsgroepen stimuleren we zogenaamde ‘wijk-safari’s’. Hierin leren inwoners
meer over de flora en fauna in hun eigen buurt en
hoe zij zelf kunnen bijdragen aan het bevorderen van de natuur.
Bovenstaande uit zich in het volgende beleidsuitgangspunt:
natuurgebieden. Tijd doorbrengen in het groen
• Er zijn voldoende groene speeltuinen zonder
• We zetten in op educatie om de betrokkenheid bij
Daarom zetten wij in op het vergroenen van woon-
• We maken het mogelijk, stimuleren en onder-
nationaal park Utrechtse Heuvelrug waar mogelijk.
draagt bij aan de mentale en fysieke gezondheid. wijken en openbare ruimten binnen bereikbare
afstanden. Hierbij streven wij ernaar dat deze voor alle doelgroepen toegankelijk zijn.
Inhoudsopgave
stenen en speelgroen in de buurt.
steunen buurtinitiatieven die groen onderhouden of creëren, waar mensen elkaar kunnen ontmoeten.
natuur te vergroten en werken samen met het
• De gemeente maakt het mogelijk dat inwoners
hun kennis op het gebied van het vergroenen van hun woonomgeving vergroten.
44
DEEL B - GROEN & LANDSCHAP
2.4.9 Doel 8: In 2040 zijn er meer regionale recreanten
Door de groei van omliggende steden zoals
Bij dit doel gaat het zowel om regionale recreanten
recreanten naar de natuurgebieden in Soest komen.
in de kernen, als om regionale recreanten in de
polder. De aantallen in 2040 zetten wij af tegen het huidige aantal recreanten. Daarnaast willen wij het
verschil tussen drukke en rustige delen in de bossen en natuurgebieden vergroten. Wij willen het gemotoriseerd verkeer in de bossen verminderen.
Een groter deel van dit verkeer wordt aan de randen
van die bossen opgevangen. Tot slot streven wij naar
recreatiemogelijkheden die uitdagen om te bewegen en die zo bijdragen aan de gezondheid van bezoekers.
Amersfoort, verwachten we dat steeds meer
We richten ons vooral op wandelaars en fietsers en
onderzoeken waar wij extra recreatiemogelijkheden in de polder kunnen creëren. Kleinschalige horeca
die zich richt op deze doelgroepen kan hier ook een plek krijgen. De polder heeft op dit moment nog
weinig voorzieningen, maar wel veel mogelijkheden
Indicatoren • Samen met de provincie en de Stichting Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug doen wij regelmatig onderzoek naar de bezoekersaantallen van de recreatiegebieden in de provincie Utrecht.
Op basis van dit onderzoek kunnen wij het aantal recreanten in de gebieden in de gemeente Soest monitoren.
om uit te breiden. Wij kijken bijvoorbeeld naar de
Recreatie en natuur in balans
andere duurzame initiatieven, zoals agroforestry.
gische waarde, maar bieden ook volop kansen voor
integratie van de ontwikkeling van de natuur en
Onze natuurgebieden hebben niet alleen veel ecolo-
Hierdoor kunnen recreanten in deze gebieden in
breed toegankelijke recreatie, zoals wandelen, fietsen
harmonie met de natuur recreëren.
en andere buitenactiviteiten. Door deze activiteiten
aan te moedigen, dragen wij bij aan de gezondheid van onze inwoners. Maar de natuur is kwetsbaar.
Om deze kwetsbare natuur te beschermen, is het
belangrijk om een balans te vinden tussen natuurbehoud en recreatie. Zo blijft de natuur toegankelijk voor gezond recreëren, terwijl de natuurwaarden behouden blijven.
Bovenstaande vertaalt zich in de volgende beleidsuitgangspunten:
Inhoudsopgave
45
DEEL B - GROEN & LANDSCHAP
• We hebben aandacht voor de balans tussen
natuurwaarden, de ontwikkelpotentie van een
gebied en de bezoekersaantallen van recreanten.
• We willen het aantal recreanten meer spreiden over de daarvoor geschikte gebieden.
• Horeca en andere ondernemingen die gericht zijn op recreatie mogen zich alleen vestigen in
Voor Soest beschrijven wij tien gebieden op basis
Droge heide
overeen met de onderdelen van de Natuurwaarden-
te vinden is. Droge heide komt voor op arme, zure
van het natuurtype. Deze tien gebieden komen
Droge heide is een natuurtype waar weinig voedsel
kaart (zie doel 1 en kaart in bijlage 5). Daarnaast zijn
zandgronden. De bodem bevat weinig voedings-
er zowel landelijk, provinciaal als lokaal gebieden benoemd en uitgewerkt.
stoffen, wat de groei van gras- en struiksoorten juist bevordert. Zij zijn goed aangepast aan deze omstandigheden.
gebieden waar de natuurkwaliteit hoog genoeg is
1. Heide
kunnen.
van de middeleeuwen. Deze werden gebruikt om de
Struikheide, dophei en verschillende soorten mossen
Bossen werden gekapt en grazende schapen en
heideplanten die ook op de heideterreinen in de
om de groter wordende recreatiedruk aan te
• De gemeente maakt waar mogelijk breed toegankelijke recreatie-initiatieven in de kernen van de gemeente Soest en in de polder mogelijk.
2.5 Gebieden 2.5.1 Korte toekomstschets van belangrijke gebieden Onderstaande natuurtypen laten in het kort onze inzet zien om natuurbehoud, biodiversiteit en
recreatie in harmonie te ontwikkelen, waarbij we de unieke kenmerken van elk gebied respecteren. Dit kan als input gebruikt worden als we
gebiedsvisies of gebiedsprogramma’s willen
De heidevelden in Soest ontstonden aan het eind
Bijzondere soorten
groter wordende bevolking te huisvesten en voeden.
en korstmossen zijn voorbeelden van kenmerkende
runderen zorgden er verder voor dat de oorspronkelijke graslandgebieden vol bomen veranderden in
uitgestrekte heide- en stuifzandgebieden. De heidegebieden in Soest grenzen aan bosgebieden en
stuifzanden. Dit zorgde voor een grote afwisseling
van omstandigheden: de bossen waren vochtig en
hadden veel schaduw, terwijl de heiden en stuifzandgebieden droger en zonniger waren. Dankzij allerlei variaties waarin deze twee natuurtypen in elkaar
overgingen, is een grote diversiteit aan ecologische
gemeente Soest worden gevonden. Binnen goed
ontwikkelde heidevegetaties komt ook veel variatie in kruiden voor. Heidegebieden hebben vaak een
open structuur, met veel lage begroeiing en af en toe een alleenstaande boom of boomgroep. Ook zijn heideterreinen het leefgebied voor bijzondere
diersoorten, zoals de grauwe klauwier, de nacht-
zwaluw, de zandhagedis en diverse vlinders, zoals de heivlinder.
niches ontstaan, waarin veel verschillende soorten leven.
opstellen.
Inhoudsopgave
46
DEEL B - GROEN & LANDSCHAP 2. Hoogveen Hoogveen is een uniek ecosysteem. Het komt voor in gebieden waar plantenresten zich ophopen in
vochtige omstandigheden met weinig zuurstof.
Door de voortdurende ophoping van veen ontstaat
een bijzonder ecosysteem dat het hele jaar door nat
soorten, waardoor het niet toegankelijk is voor het
verschillen in bijvoorbeeld de aanwezigheid van
natuurherstel. Bijvoorbeeld door vrijwilligers die in de
juist aan de bosrand. Deze halfopen landschappen
publiek. In het gebied wordt hard gewerkt aan
wintermaanden jonge bomen verwijderen, om zo het gebied open en vochtig te houden.
en zuur blijft. Dit unieke milieu is het leefgebied van
3. Halfopen landschap
Zij doen het juist goed in deze zure en vochtige
dat er veel verschillende structuren naast elkaar
boerderijen of poelen, of hun ligging in de polder of kennen voor veel verschillende soortgroepen veel verschillende schuilplaatsen, nestlocaties en voedselbronnen. Denk aan:
veel verschillende gespecialiseerde plantensoorten.
Het halfopen landschap heeft als belangrijk kenmerk
• Struiken voor vogels
omstandigheden. Dit geldt ook voor verschillende
bestaan. Denk hierbij aan bomen, struiken, akkertjes,
• Waterpartijen in combinatie met beschutte
insecten en specifieke amfibieën, zoals de ringslang. Het hoogveen speelt een belangrijke rol in het
behoud van de biodiversiteit van dit soort natte
leefomgevingen waar de flora en fauna zich hebben aangepast aan de extreme omstandigheden. Kwetsbaar
huizen, wegen, sloten en weilanden. Deze diversiteit
• Open veld en bomenrijen voor zoogdieren omgeving voor amfibieën
aan elementen zorgt voor veel verschillende leefge-
• Open zonnige plekjes en takkenhopen voor
aantal micro-leefgebieden, die allemaal gevormd
• Diverse flora voor insecten als bijen, vlinders en
bieden. Binnen elk leefgebied bestaat een groot
worden door subtiele verschillen in bijvoorbeeld de hoeveelheid licht, vochtigheid en temperatuur.
Hierdoor is het halfopen landschap een natuurtype
reptielen kevers
4. Stuifzand
met veel verschillende dieren en planten.
Extreme omstandigheden
laatste stukje van het uitgestrekte veengebied dat
Diversiteit
ontstaan door het stuiven van zand. Dit is vaak het
dere natuurgebied leven zeldzame veenplanten,
halfopen landschapsstructuur. Deze liggen langs de
Het Soesterveen is een uniek hoogveengebied aan de rand van Soest. Het vormt het
ooit de hele provincie Utrecht bedekte. In dit bijzon-
In de gemeente Soest zijn vier gebieden met een
zoals de kleine zonnedauw, snavelbies en veenmos.
randen van de bebouwde kom van Soest. Samen zijn
Ook leven er bijzondere diersoorten, zoals de levendbarende hagedis en de ringslang. Het gebied staat bekend om zijn kwetsbare
Inhoudsopgave
ze ongeveer drie vierkante kilometer in oppervlakte. Al deze gebieden kennen veel diversiteit in
structuren, ondanks dat ze onderling van elkaar
Zandverstuivingen zijn unieke natuurgebieden die
gevolg van ontbossing of door intensieve begrazing.
Stuifzanden hebben open, dynamische landschappen met een zanderige bodem en weinig begroeiing.
Deze gebieden hebben uitzonderlijke groeiplaatsomstandigheden. Plant- en diersoorten die hier voorkomen, hebben zich aangepast aan de
47
DEEL B - GROEN & LANDSCHAP
extremeomstandigheden. Dit geeft stuifzanden een
5. Open polderlandschap
bijzondere ecologische waarde.
Ontginning
De Lange en Korte Duinen
polderlandschap. Dit gebied is oorspronkelijk nat
De Lange en Korte Duinen, samen bekend als de
Soesterduinen, zijn door de provincie Utrecht aangewezen als aardkundig monument. Dit komt door de bijzondere aardkundige omstandigheden die het
gebied vormgeven. De Soesterduinen is één van de laatste gebieden in Nederland met actief stuifzand, oftewel waar het zand nog vrij kan bewegen. Het landschap kent een grote diversiteit aan
duinvormen, zoals uitgestoven laagten, koepelduinen en randduinen langs oude akkers en bosranden. Daarnaast zijn er bijzondere zogenaamde
Tussen het dorp Soest en de Eem ligt het open
veengebied dat in de middeleeuwen is ontgonnen
voor de landbouw. Destijds werden er lange sloten
gegraven om het land te ontwateren en geschikt te
maken voor akkerbouw. Door oxidatie (veenafbraak doordat er zuurstof bij het veen komt wanneer het
ving voor zeldzame plantensoorten. Tegenwoordig worden deze zeldzame planten in dit gebied bedreigd door een verlaging van de grondwaterstand.
ook nu nog veel sloten voor de afvoer van water, die ook dienen als natuurlijke barrières voor vee.
Deze slotenstructuur is goed zichtbaar op luchtfoto’s.
zand vast, waarna korstmossen, grassen en
veenweidegebieden. De bodem moet voldoende
Waterhuishouding speelt een onmisbare rol in
uiteindelijk bomen, zoals eiken en vliegdennen, zich
vochtig blijven om oxidatie en daarmee samen-
Inhoudsopgave
kwelwater maakt de Eem een geschikte leefomge-
gaan op veeteelt. Het open polderlandschap kent
zandzegge. Zandzegge leggen het het bewegende
de unieke uitstraling van het gebied.
komt. Dit noemt men kwel. Het schone, mineraalrijke
gebied te nat voor akkerbouw. Toen is men overge-
Kwelgebied
eikenhakhoutbossen en grillige dennen, versterken
aan de oppervlakte in de lager gelegen Eempolder
waterpeil zakt) en inklinking van het veen werd het
‘pioniersvegetaties’ te vinden, zoals buntgras en
kunnen vestigen. Historische elementen, zoals
gronden van de Heuvelrug valt, via het grondwater
gaande bodemdaling te voorkomen. Het open
polderlandschap in Soest is een zogenaamd ‘kwelgebied’, omdat het regenwater dat op de hoge zand-
48
DEEL B - GROEN & LANDSCHAP 6. Bebouwing Stadsnatuur
De gemeente Soest telt bijna 48.000 inwoners,
verdeeld over ongeveer 18.000 woningen. Daar-
naast zijn er meer dan 6.000 bedrijven gevestigd in
de gemeente. Een groot deel hiervan ligt binnen de
bebouwde kom van Soest en Soesterberg. Maar ook
binnen deze meer stedelijke omgeving is ruimte voor natuur. Dit noemen we ‘stadsnatuur’. Denk aan laanbomen, bermen, parken en volkstuinen.
Deze stadsnatuur is allemaal onderdeel van de
hoofdgroenstructuur van de gemeente. Ook de
schuil- en nestmogelijkheden in gebouwen, zoals
spouwmuren en ruimtes onder dakpannen en grote
platte daken, bieden een divers leefgebied voor veel dier- en plantsoorten. Steeds meer soorten passen zich aan het leven in de stad aan. Een opmerkelijk
Hier komen verschillende ecosystemen samen, zoals
8. Bos
Omdat deze ecosystemen nauwelijks verstoord
ongeveer 1.300 hectare bos. Het overgrote deel van
heidevelden, bossen, graslanden en poelen.
De gemeente Soest is een bosrijke gemeente, dankzij
worden door mensen, konden unieke natuurwaarden
de bossen ligt op de droge zandgronden ten zuiden
herstellen. Hierdoor is het gebied een belangrijke plek geworden waar veel verschillende plant- en diersoorten komen en zich vestigen. De diverse
landschappen kennen zeldzame flora, zoals de kleine zonnedauw en het buntgras. Tegelijkertijd hebben er ook dieren zich gevestigd, zoals de tapuit,
boomleeuwerik en verschillende insectensoorten.
De vochtige delen van het terrein zijn een belangrijke broedplaats voor amfibieën, zoals de kamsala-
dat vroeger werd gebruikt voor militaire doeleinden,
heeft zich ontwikkeld tot een oase van biodiversiteit.
Inhoudsopgave
beuken aanwezig. Een deel van de eikenbossen was ooit eikenhakhoutbos. Naar schatting zijn de eiken
die na de hakhoutperiode zijn doorgegroeid, ongeveer vierhonderd jaar oud.
een groot gedeelte in 1885 aangeplant, om het
een militair museum dat de geschiedenis van de
meerd tot een waardevol natuurgebied. Het terrein,
eiken of beuken. Ook zijn er loofbossen met eiken en
insecten.
voor veel verschillende soorten vlinders en andere
7. Vliegbasis Soesterberg
van 380 hectare, is na de sluiting in 2008 getransfor-
bossen worden doorkruist door oude lanen van
Natuur, recreatie en hout
Naast de natuurwaarden biedt de voormalige Vlieg-
De voormalige Vliegbasis Soesterberg, een gebied
den, douglasspar, fijnspar en lariks. Deze naald-
mander. De open graslanden zijn de leefomgeving
voorbeeld hiervan is de merel.
Militair natuurterrein
van Soest. Het gaat hier om veel naaldbos met grove
basis Soesterberg ook een historisch perspectief, met luchtmachtbasis laat zien. Zo kent het gebied een mooie balans tussen natuurbehoud en het herin-
neren van het militaire verleden. Het biedt zowel rust, recreatie als educatie op het gebied van de ecologische en historische betekenis van deze unieke locatie.
De naaldbossen van de gemeente Soest zijn voor stuivende dekzand tegen te houden en zo de bebouwing van Soest te beschermen. De aanplanting
gebeurde eerst vooral met grove den, maar later ook
met snelgroeiende soorten voor houtproductie, zoals douglasspar en lariks. De laatste jaren is er meer
gestuurd op menging in het bos, door loofbomen de ruimte te geven. De bossen hebben een belangrijke functie voor zowel natuur als recreatie. Beheerders van de bossen proberen al deze functies zo goed mogelijk te combineren.
49
DEEL B - GROEN & LANDSCHAP 9. Overgangslandschappen Gevarieerde structuren
Tussen de verschillende landschapstypen in de
gemeente Soest bevinden zich landschappen die niet helemaal passen binnen één landschapstype.
Deze landschappen noemen we de ‘overgangslandschappen’. Overgangslandschappen hebben ken-
merken van meerdere landschapstypen, waardoor er unieke structuren en leefgebieden ontstaan.
Denk bijvoorbeeld aan weilanden met houtwallen,
bebouwing en het halfopen landschap dat daar-
De Soestereng
huizen, met erven met daartussen graslanden en
Zuidelijke Eng) ligt in het hart van Soest. Dit is een
achter ligt. Hier staan vooral boerderijen met woon-
De Soestereng (zowel de Noordelijke als de
bomenrijen. Aan de andere kant van het dorp
historisch en agrarisch gebied dat een hele
bestaat het landschap uit een overgang van bebouwing naar halfopen landschap en de bossen van onder andere landgoed Pijnenburg en de Hees. Dit gebied bestaat uit vrijstaande woonhuizen, bosjes, lanen en weilanden.
boomgaarden, bermen, heggen en struiken.
10. Akkerland
slandschappen bebouwing een belangrijk kenmerk.
gewassen, die een belangrijke leefomgeving bieden
Meer dan bij het halfopen landschap is bij overgang-
Overgangslandschappen in Soest De overgangslandschappen liggen rondom het dorp Soest. Het overgangslandschap langs de Birkstraat is
een overgang van het open polderlandschap naar de
Inhoudsopgave
Akkerlanden kennen uitgestrekte velden en
voor verschillende flora en fauna. In deze gebieden
kunnen veel verschillende plantensoorten en dieren leven. Van akkerflora, zoals korenbloemen en klaprozen, tot akkervogels, zoals de kwartel en de
belangrijke rol speelt in het culturele erfgoed van de
regio. Dit opvallend glooiende akkerbouwgebied ligt op een stuwwal die zo’n 150.000 jaar geleden werd
gevormd door opgestuwde ijsmassa’s. De Eng heeft een rijke geschiedenis die teruggaat tot de elfde
eeuw. De oorspronkelijke bewoners verrijkten de
arme zandgronden door heideplaggen te mengen
met schapenmest in hun stallen. Dit zorgde voor een
vruchtbaar mengsel, dat elk jaar over de velden werd verspreid. Deze eeuwenoude landbouwpraktijken hebben bijgedragen aan het behoud van de agrarische identiteit van de Eng.
geelgors.
50
Deel C Groen & Landschap
DEEL C - GROEN & LANDSCHAP
3. Acties Groen & Landschap 3.1 Inleiding 3.1.1 Algemeen In dit deel beschrijven wij per doel de concrete acties van het Omgevingsprogramma Groen & Landschap. Deze acties voeren wij rolbewust uit, en plaatsen
wij in de context van de Planning & Control-cyclus
(P&C-cyclus) en de relevante beleidsfase. Zo kunnen we de voortgang van de acties monitoren.
2. De wetmatige overheid. De overheid zorgt voor rechtmatigheid en handelt volgens wet- en regelgeving.
3. De presterende overheid. De overheid richt zich op het halen van concrete resultaten en het leveren van meetbare prestaties.
4. De responsieve overheid. De overheid luistert naar de behoeften van de samenleving en speelt hier flexibel op in.
3.1.2 Rollen van de gemeente
Samenwerkende overheid
Om onze acties efficiënt en effectief te kunnen
We werken intensief samen met partners binnen
welk moment wij als gemeente welke rol hebben.
bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere
uitvoeren, is het belangrijk om scherp te hebben op Bij het beschrijven van onze rol als gemeente gaan we uit van de manier waarop de Nederlandse
School voor Openbaar Bestuur (NSOB) de overheid omschrijft. Volgens deze omschrijving zijn er vier rollen die een overheid kan hebben:
1. De samenwerkende overheid. De overheid werkt actief samen met partners om maatschappelijke vraagstukken aan te pakken.
Inhoudsopgave
en buiten de gemeente. Denk hierbij aan inwoners,
overheden. We voeren de Omgevingsprogramma’s
doelen op het gebied van klimaatadaptatie, sociale cohesie en een gezonde leefomgeving. Wetmatige overheid De gemeente zorgt voor rechtmatigheid en dat
wet- en regelgeving wordt nageleefd. Denk aan de Omgevingswet en aan verschillende milieuwetge-
ving. Met alle Omgevingsprogramma’s zorgen we
voor een veilige, toegankelijke en klimaatbestendige leefomgeving die voldoet aan de wettelijke kaders.
Dit wordt ondersteund door de afdeling Realisatie en
VTH. Met vergunningverlening en toezicht, duurzaam beheer en onderhoud, dragen zij bij aan de realisatie van de beleidsdoelen.
Wonen, Werken, Mobiliteit, Groen & Landschap en
Presterende overheid
Domein en het Energieprogramma integraal uit.
impact. Door doelen te koppelen aan prestaties,
Water in nauwe afstemming met het team Sociaal
We streven naar concrete resultaten en meetbare
Omdat de verschillende fysieke en sociale domeinen
zoals vergroening van werkplekken en veilige mobi-
samenwerken aan gezamenlijke doelen, versterken wij elkaar en bereiken we meer dan wanneer wij
allemaal apart werken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan
liteitsnetwerken, zijn wij effectief in het halen van
onze ambities. Innovatieve oplossingen, zoals het tegengaan van hittestress en het versterken van
52
DEEL C - GROEN & LANDSCHAP
groen-blauwe netwerken, zorgen voor tastbare verbeteringen in de leefomgeving. Responsieve overheid
en de voortgang kan verbeteren met extra mensen
en middelen, wordt deze extra inzet via de P&C-cyclus gevraagd.
Soest luistert naar inwoners en speelt in op hun
Het monitoren van deze voortgang wordt gedaan
betrekken we de gemeenschap actief bij zowel het
daarbij naar zowel kwantitatieve als kwalitatieve data.
behoeften en ideeën. Door participatie en co-creatie maken van beleid als de uitvoering daarvan. Met
flexibele oplossingen en maatwerk reageren we op nieuwe uitdagingen als de energietransitie en kli-
maatverandering. Zo zorgen we dat Soest toekomstbestendig blijft.
3.1.3 Uitvoering: P&C en monitoring In dit deel beschrijven wij de acties op hoofdlijnen.
In het kader van de P&C-cyclus brengen de verschillende beleidsteams en afdelingen al hun activiteiten in beeld. In de P&C-cyclus maken we vervolgens
voor alle activiteiten een integrale afweging voor de inzet van mensen en middelen.
Wij monitoren vervolgens de acties en de voortgang van de doelen. Dit doen wij aan de hand
van de verschillende indicatoren die wij in Deel B
beschrijven. Wanneer er onvoldoende voortgang is
Inhoudsopgave
door de verschillende beleidsteams. We kijken
Zo kunnen wij acties datagedreven ontwikkelen en
uitvoeren. Wij werken dus op basis van inzichten en feiten. Bij het prioriteren van acties in de uitvoering gebruiken we onderstaande criteria:
• Oplossend vermogen: draagt de maat-
regel bij aan één of meerdere doelen van het Omgevingsprogramma?
praktijk vaak van anderen afhankelijk. Vinden zij het ook uitvoerbaar?
• Kosten: hoe duur is de maatregel en wie moet daarvoor betalen? Is het mogelijk dat de
gemeente de maatregel financiert? En zijn de
kosten van de maatregel redelijk ten opzichte van wat de maatregel oplevert? Oftewel: is de maatregel kosteneffectief? Hierbij nemen we ook de mogelijkheden voor subsidies mee.
• Planning: op welke termijn is de maatregel uitvoerbaar?