Notulen Oordeelsvormende Vergadering Voorjaarsnot 2024 Kadernota 2025
Tekst van het document
DE HEER DE RUIJTER (GL): Voorzitter, ik had een algemene beschouwing in voorbereiding, maar het college geeft in deze kadernota zelf aan veel beleidskeuzes nog niet te hebben gemaakt en anders dan wat we gewoon zijn -nog geen integrale afweging te kunnen voorleggen. Hoe kunnen wij als raadsfracties dan een integrale beschouwing geven? Deze kadernota helpt daar in ieder geval niet bij. GroenLinks voelt dan ook geen behoefte in te stemmen met deze kadernota. De nota geeft veel te weinig richting en daarmee wordt de kaderstellende rol van de raad niet serieus genomen. Dan onze algemene beschouwing, voorzitter: beide handen aan het stuur. Hoewel sommige fracties in deze gemeenteraad liever op de bagagedrager van het college plaatsnemen, wil GroenLinks het stuur in handen nemen. De handen aan het stuur van ruimteschip aarde. Bekijk onze aarde eens vanuit de ruimte, niet voor prestige of kapitalistisch gewin, maar om meer liefde voor die ene aarde te krijgen, want dat blijkt uit onderzoek precies wat astronauten voelen na in de ruimte geweest te zijn: een verlangen om onze planeet te beschermen. Zo ervaarde de astronaut Edgar Mitchell intense ontevredenheid met de staat van de wereld. Hij zei: "Je zou een politicus bij het nekvel willen grijpen, een kwart miljoen kilometer naar buiten willen slepen en zeggen: kijk daar dan naar, sukkel." Dat heet het overview-effect.
Van op afstand zie je beter wat je al die tijd al omringde. Zonder dat overzicht raak je verstrikt in het alledaagse. Gewenning aan wat je steeds dichtbij om je heen ziet, doet je het belangrijkste vergeten. Je zwemt rondjes als een vis, zonder te beseffen wat water is. Overzicht, zodat je begrijpt waar je in leeft, wensen we alle politici en bestuurders toe. Doet het college met dit in gedachten - liefde voor de aarde vanuit overzicht -dan de goede voorstellen in deze kadernota? Deels wél, voorzitter. In de uitgangspunten wordt in ieder geval aandacht besteed aan de effecten op lange termijn en voor het ontzien van kwetsbaren en voor de energietransitie. Tegelijk stelt het college ook begrotingstekortreductie in het vooruitzicht, echt een lelijk woord voor bezuinigingen, maar wat je wegbezuinigt, krijg je niet zomaar terug, terwijl er wél heel veel geld op de plank ligt. Dat is geld dat besteed kan worden om voorzieningen in stand te houden, om mensen te ondersteunen, zodat ze kunnen blijven deelnemen aan arbeidsmarkt en samenleving, om de achteruithollende natuur te versterken en meer ruimte te geven. Sparen is geen doel van een publieke dienst als de gemeente. Misschien herkennen oplettenden onder u deze tekst. Dan weet u ook welke vraag daarop volgt.
Wilt u zoveel geld laten liggen, terwijl u weet dat daarmee het dorpse voorzieningenniveau verschraalt, de lokale economie en samenleving niet vitaal blijven en de biodiversiteit achteruitholt? GroenLinks heeft een aantal voorstellen wat met dat geld zou kunnen gebeuren. Maak eens echt werk van het energiezuiniger maken van woningen. Waarom accepteren we dat er in Soest huizen bewoond worden met dezelfde ramen als 40 jaar geleden en met schimmel tegen de muren? Onze investering is in energiecoaches die met tochtstripjes iets moeten aanvangen in die beschimmelde enkelglas woningen. In Utrecht bijvoorbeeld staat een veel voortvarender aanpak in de prestatieafspraken met Portaal en de Alliantie. Waarom in Soest niet? Maak bijvoorbeeld ook eens echt werk van de aanbevelingen van de rekenkamer over klimaat. Nu lezen we in de kadernota dat extra geld nodig is om bomen die verdroogd zijn te vervangen en extra geld voor natuurbrandbestrijding. Dat is toch niet de gewenste integrale aanpak, maar alleen een soort dweilen met de kraan open zonder enig overzicht. Ook van het rekenkamerrapport Soest op de fiets uit 2021 is nog weinig effect te merken. Geef nu eens fietsers in plaats van auto's de ruimte bij scholen en bij sportlocaties. Geef fietsers bij stoplichten sneller groen. Strooi de fietspaden voortvarender in de winter.
Nee, inwoners van Soest en Soesterberg worden nog altijd de auto ingejaagd, waardoor ze minder bewegen, meer ruimte innemen en meer vervuilen. Ook het sociaal domein vraagt overzicht en niet het enkelzijdig afbouwen van specifieke hulp, zoals in deze kadernota. Daar hoort op zijn minst tegenover te staan dat geïnvesteerd wordt in vroegsignalering en preventie door professionals, wat ons betreft nog meer dan het college nu inzet. In navolging van GroenLinks heeft het college nu wél in deze kadernota verwerkt dat investeren in jongeren investeren in de toekomst betekent. Is 12
Oordeelsvormende Vergadering: 27 juni 2024 Voorjaarsnota 2024 en Kadernota 2025 het een idee om daarbij financiële zelfredzaamheid toe te voegen aan de speerpunten van bestaanszekerheid? Voorzitter, ik zou nog even kunnen doorgaan, maar voor nu laat ik het bij de opmerking dat vanuit de ruimte gezien ieder ravijn op aarde best te overzien is en dat we toch allemaal astronauten zijn, astronauten op ruimteschip aarde. VOORZITTER: Dank u wel, meneer De Ruijter, namens de fractie van GroenLinks. Ik kijk naar de fractie van Soest2002 en ik zie dat de heer Groothuis namens hen het woord voert. DE HEER GROOTHUIS (SOEST2002): Dank u, voorzitter. Iedereen kent het aloude verhaal over de zeven vette jaren en de zeven magere jaren en hoe je hiermee moet omgaan. Het college heeft in de vette jaren veel geld in de algemene reserve gestopt en nu kan deze algemene reserve worden aangesproken, want de magere jaren zijn helaas aangebroken. Gelukkig hebben ze niet geluisterd naar de roep om de algemene reserve die is opgebouwd direct te gebruiken. Onze fractie kan instemmen met het voorstel hoe we de reserve inzetten om de tekorten de komende jaren aan te vullen vanuit de algemene reserve. Er zitten in het voorstel ook nog stelposten voor de dekking van eventuele begrotingstekorten en een reserve voor maatschappelijke opgaven.
Er worden in deze kadernota voorstellen gedaan om de formatie uit te breiden tot bijna tien fte's. Deze uitbreiding drukt zwaar op de begroting voor 2025, maar ook op de komende jaren. Elk jaar komt dat weer terug. Onze fractie is hier zeer kritisch over en vraagt het college dit nog eens heel goed tegen het licht te houden. Zijn er andere oplossingen mogelijk? De huisvesting van maatschappelijke en culturele organisaties is urgent en onze fractie wacht een voorstel van het college af dat voor de behandeling van de begroting naar de raad wordt gezonden. De fractie van Soest2002 kan instemmen met de opdracht aan het college om voor 2025 te komen tot een sluitende begroting. Voor de jaren daarna is het juist om nu niet definitief tot een voorstel te komen, maar af te wachten wat de nieuwe regering brengt. Vasthouden aan het VNG-advies heeft onze toestemming. Wanneer er onvoldoende financiën van het Rijk komen, zal gekeken moeten worden of wij medebewindstaken nog kunnen uitvoeren en moeten keuzes worden gemaakt voor de begrotingen van de komende jaren. Wij hebben geen duidelijke voorkeur voor alleen maar A of B of C. Wij zijn tegen verhoging van de OZB, maar er kan wél gekeken worden naar bijvoorbeeld de toeristenbelasting en de leges en hoe die nog in verhouding liggen met andere gemeentes.
Bij verlaging van het voorzieningenniveau kan gekeken worden of de vervangingstermijn niet verlengd kan worden. Het is niet altijd nodig om bijvoorbeeld een speeltoestel te vervangen als de vervangingstermijn erop zit. Bij taakstellingen vindt onze fractie dat bij duurzaam inkopen niet gestreefd moet worden naar 100%. Het kan ook in een trager tempo. Energietransitie moet doorgaan, maar dan alleen met geld dat het Rijk ons geeft. Niet versnellen en daar eigen middelen aan besteden. Nu de gemeente Soest moet bezuinigen, is het van belang dat de verbonden partijen dit ook doen. Onze fractie dringt dan ook aan bij het college dat zij daartoe stappen ondernemen om dit te bewerkstelligen bij deze partijen. Voorzitter, de jaren van uitgeven lijken voorbij. Nu komen de moeilijke jaren van besparen. Wij wensen het college veel sterkte bij het opstellen van de begroting. Dank u. VOORZITTER: Dank u wel, meneer Groothuis. U sprak namens de fractie van Soest2002. Ik kijk naar de heer Lobbes en hij spreekt namens de fractie van de VVD. DE HEER LOBBES (VVD): Dank, voorzitter. Wij zijn best een beetje geschrokken van deze kadernota. Waren er vorig jaar nog partijen die spraken over een obees spaarvarken, dan ziet het er nu naar uit dat het spaarvarken toch echt op dieet moet.
De raad wordt gevraagd om in te stemmen met een aantal financiële en beleidsinhoudelijke uitgangspunten, om te komen tot een sluitende begroting. Die uitgangspunten zijn oké wat ons betreft. Het college vraagt ons ook om richting aan te geven, om keuzes te maken, maar het is best lastig om al heel concrete keuzes te maken, want veel is nog onzeker. Er staan nog pm-posten in het stuk, er zijn nog lopende onderzoeken - denk bijvoorbeeld aan het zwembad -en we wachten nog op de uitkomsten van de omgevingsprogramma's. De VVD is groot voorstander van een gedegen financieel beleid en van een sluitende begroting. Als we richting moeten aangeven, -de handen aan het stuur, aan het knipperlicht -dan slaan we wat betreft de VVD graag rechtsaf. Sterker nog: wij zijn ook bereid om op de rem te trappen als dat nodig is. Alles moet, maar niet alles kan wellicht meer. Paragraaf 4.4 van de kadernota is ook interessant: het scenario voor de tekortreductie, de drie knoppen waar wij als raad aan kunnen draaien. Het verhogen van de belastingen, het verlagen van het voorzieningenniveau of het opleggen van taakstellingen. Ten aanzien van het verhogen van de belastingen, moeten we allemaal gelijk denken aan de OZB. Dat is voor wat betreft de VVD echt een no-go. Afgelopen jaren is die OZB ieder jaar al verhoogd. Er is afgesproken dat we daarmee stoppen.
Daar zijn in het coalitieakkoord ook duidelijke afspraken over, maar wat ik misschien nog belangrijker vind: onze inwoners zijn de afgelopen jaren geconfronteerd met hoge energieprijzen, torenhoge inflatie, graaiflatie, krimpflatie. Er kwamen allemaal flaties voorbij waar ik nog nooit van 13
Oordeelsvormende Vergadering: 27 juni 2024 Voorjaarsnota 2024 en Kadernota 2025 gehoord had. Om dan nu als gemeente ook nog de belastingen te gaan verhogen: dat is iets wat mensen direct in hun portemonnee voelen.Dat vind ik echt een heel slecht idee. Dat is ook mijn antwoord op de vraag van mevrouw Welschen van D66 bij deze: ononderhandelbaar. Ook met verlagen van het voorzieningenniveau willen we echt terughoudend zijn, maar we willen vooral ook terughoudend zijn met juist nieuw beleid. In de nota is veel sprake van uitbreiding van de capaciteit/het aantal fte's, door een aantal andere sprekers ook genoemd. Met name in de paragrafen over het sociaal domein wordt om veel extra geld en extra fte's gevraagd. We begrijpen dat dit voortkomt uit de door ons vastgestelde Visie Sociaal Domein, maar gegeven de nieuwe financiële werkelijkheid zouden wij het passend vinden om hier ook terughoudender in te zijn. We onderschrijven bijvoorbeeld helemaal de deelopgave van de gezonde levensstijl, maar inwoners hebben natuurlijkzelf ook een soort van verantwoordelijkheid in een gezonde levensstijl. Dat hoeft niet altijd maar die overheid te bevorderen en te stimuleren. Een ander voorbeeld zijn de twee extra fte uit de voorjaarsnota voor de paspoorten. Kan dat nu echt niet anders? Ik dacht nog even over deze zin na.
Misschien is het een leuk idee als bijvoorbeeld de wethouders of de ambtenaren ook eens een dagdeel gaan meehelpen op de paspoortenbalie. Wees creatief! Het is zomaar een suggestie. Gratis overigens. Dat ook weer. Er zijn geen externe onderzoekskosten voor nodig. Wij willen hier echt op de rem trappen en vragen het college terughoudend te zijn met het aannemen van extra mensen en zeker geen contracten voor onbepaalde tijd aan te gaan. Dan de maatschappelijke opgaven die worden genoemd in de kadernota. Zo is daar bijvoorbeeld de vluchtelingenopvang. We vragen het college ook zeer terughoudend te zijn met extra vluchtelingenopvang. We hebben een nieuw kabinet in Nederland. Er is al gerefereerd aan het onderhandelaarsakkoord. Wij krijgen het strengste asielbeleid ooit. Soest doet ook al heel veel: 400 vluchtelingen aan de rand van Soesterberg, 256 Oekraïners verspreid over hele Soest, opvang in het Fletcher Hotel en het Albertsdorp. We nemen onze verantwoordelijkheid als Soest. Er zijn ook gemeenten die nog vrijwel niets doen in onze regio. Extra vluchtelingen betekent ook extra druk op het sociaal domein, een onderwerp waar het toch al best spannend gaat worden de komende jaren. Ook de energietransitie is een van die maatschappelijke opgaven. Vanaf 2026 is er onvoldoende dekking om de beoogde versnelling in te zetten en ontstaat er een tekort van 2 miljoen.
Dan maar geen versnelling. We zijn op zich voor de energietransitie, maar als er zulke tekorten ontstaan, is versnelling wat ons betreft niet aan de orde. U vraagt in de kadernota ook om het college ruimte te geven om af te wijken van het coalitieakkoord. Daarop is ons antwoord: alleen in goed overleg. Resumerend: geen verhoging van de OZB, terughoudendheid met het uitbreiden van fte's, vooral binnen het sociaal domein, ook als dat betekent dat we niet alle ambities meer kunnen waarmaken -alles moet, maar niet alles kan wellicht meer - en zeer terughoudend met extra vluchtelingenopvang en het versnellen van de energietransitie. Tot zover. VOORZITTER: Dank u wel, meneer Lobbes. U sprak namens de VVD. Ik geef het woord aan de heer Lucas en hij spreekt namens het CDA. DE HEER LUCAS (CDA): Voorzitter, dank, ook luisteraars, college en anderen die meekijken, later wellicht. Ik ga vooral in op het overzicht van de beleidsmatige en de financiële uitgangspunten en misschien wat minder dan anderen op de aparte posten, die beoordelend. De voorjaarsnota van het Rijk, het Haagse hoofdlijnenakkoord en eventuele aanpassingen vanuit de Tweede Kamer. De vraag is: krijgen we er vanuit Den Haag voor Soest iets meer bij of nog meer minder of misschien wel wat minder minder? Daar start het allemaal mee.
Wat is onze inkomenspositie als Soest? We lezen dat dat allemaal nog onzeker is en voor hoe het uitpakt, is één ding zeker: dat niets zeker is. Die onzekerheid maakt het lastig om te bepalen wat het startpunt is. Het zijn dagkoersen. Dat werd in de voorjaarsnota ook al duidelijk. Het college en de ambtelijke ondersteuning wens ik alle wijsheid toe om met die dagkoersen toch een consistente lijn uit te zetten. Gelet op onze Soester traditie -en die maak ik al een aantal jaren mee - van voorzichtig begroten, vertrouw ik dat hen toe. Dank in ieder geval voor de heldere opschriftstelling van de onzekerheden. Een paar opmerkingen van het CDA bij de kadernota.1: bij de beleidsinhoudelijke punten geeft u als eerste aan dat het coalitieakkoord leidend is, maar als vierde punt noemt u: "Onze inwoners staan centraal.". Dat lijkt in tegenspraak. Is het akkoord leidend of toch onze inwoners? Wie en wat moeten we daaronder verstaan? Inwoners of ook ondernemers, -vaak ook inwoners - instanties als SWOS, Balans of verenigingen die voor inwoners veel betekenen? Centraal in de zin dat negatieve effecten van de maatregel worden tegengegaan? Dat kan, maar ik heb niet het idee dat dit inwoners centraal stellen een onderscheidend criterium is waar we wat mee kunnen straks als raad.
Bijna alle investeringen kan je namelijk scharen onder het kopje goed voor onze inwoners: twee fte voor de uitgifte van reisdocumenten, investeren in gezondheidsprogramma's, in sporthal of turnhal. Zelfs een personal assistant voor de burgemeester kan goed zijn voor onze inwoners als die persoon bijvoorbeeld goed in de gaten houdt waar inwoners mee zitten, een extra belletje van de burgervader nodig hebben of toeziet op toezeggingen. Als vijfde uitgangspunt staat er: "We ontzien de meest kwetsbare inwoners." Dat is dan weer mooi verwoord, maar ook hier: wat 14
Oordeelsvormende Vergadering: 27 juni 2024 Voorjaarsnota 2024 en Kadernota 2025 betekent dit? U spreekt in de kadernota ook over het mogelijk niet uitvoeren van medebewindstaken. Doet u dat ook als dat effect heeft op die groep kwetsbare inwoners? Ik hoop toch van niet. Graag een reactie. Het CDA ziet in ieder geval liever als eerste uitgangspunt inwoners centraal, maar dan in een bewoording die duidelijk maakt wat wél en wat niet wordt bedoeld hiermee. Ik mis in de tekst ook hoe we met dit uitgangspunt een weging kunnen maken, want dat is uiteindelijk onze taak ook als raadsleden straks. Ook wij als raadsleden zullen namelijk een weging moeten maken. Dan vindt het CDA het essentieel dat we inzicht hebben in hoeverre aan de beleidsmatige uitgangspunten is voldaan. Ik neem aan, maar ik vraag het in ieder geval of die afweging het geval is en de argumentatie daarbij bij de begroting, want nu mis ik de richting. Punt 2: ik kan me voorstellen dat sommige investeringen later gestart kunnen worden zonder groot effect en dat andere investeringen onderdeel zijn van een bestaand traject of dat, als ermee gestopt wordt, dat meer slechte effecten kan hebben dan stopzetten oplevert. Ik heb graag inzicht in die effecten. Is dan bijvoorbeeld een fasering mogelijk en welk effect heeft dat? Bijvoorbeeld bij het project Smitsveen: stop je, dan stort het project in.
Herstart is namelijk erg lastig. Bij intensivering van de handhaving is dat nog niet structureel. Welk effect heeft het als wij dit weer doorschuiven? Ik ben in ieder geval geholpen bij mijn wikken en wegen als ik straks weet bij de relevante uitgaven in welke mate het mogelijk is later te starten. Wat kost het? Wat levert het op? Graag een reactie. Punt 3. Het CDA ziet uitgaven in het sociaal domein als investeringen, -in gezondheid, in onderwijs, in vitaliteit, in mentaal weerbaar maken - niet als kostenpost. We bereiken er veel mee, alleen is het vaak minder meetbaar, maar wél merkbaar. Het CDA ziet graag dat u in deze cijfermatige exercitie die u moet gaan maken met betrekking tot de begroting, oog heeft voor die merkbare, maar meestal minder meetbare effecten. Graag uw reactie daarop. Ik lees dat het college opvolging geeft aan het begrotingsadvies van de VNG over de tekortreductie en het in kaart brengen, maar niet in gang zetten. Prima. Het CDA kan dit van harte steunen. Elders lezen we weer over aanvullende dekkingsopties. Daar heeft het CDA dan weer graag informatie bij over die effecten op de gestelde beleidsuitgangspunten die u eerder heeft genoemd. Tot slot wordt ons gevraagd het college ruimte te geven om met betrekking tot die tekortreductie zo nodig af te wijken van het coalitieakkoord. Het CDA heeft dat medeondertekend.
Het college mag van het CDA afwijken, maar voor alle duidelijkheid: de thema’s wonen en sociaal domein kennen voor het CDA absolute prioriteit. Dat betekent in ieder geval: niet welzijn als kostenpost, maar welzijn als investering en niet een huis van de samenleving, maar een huis voor onze inwoners. Voorzitter, tot zover onze heel algemene beschouwing. Veel wijsheid en Gods zegen toegewenst bij de klus die u en het college wacht. Tot slot nog een ernstige noot die ik wil brengen als een vrolijke noot of als een soort voetnoot. Wilt u nog eens goed lezen wat er in de kadernota op bladzijde 29 bij Meedoen en Inclusie staat over discriminatie? Daar staat: - en ik citeer - "We willen dat in 2025 meer mensen in Soest discriminatie melden." Je kan het lezen als dat het uitlokken tot discriminatie is. U wilt immers niet minder, maar meer meldingen. Ik denk dat ik snap wat u hier bedoelt te zeggen, maar het staat er niet. Graag nog even een check op deze tekst. Tot zover de bijdrage van het CDA. VOORZITTER: Dank u wel, meneer Lucas. U sprak namens het CDA. Ik denk dat dit een mooi moment is om even te schorsen. Er zijn niet heel veel vragen gesteld, maar dan kan het college even daarover beraadslagen en kunnen we allemaal misschien even enige frisheid buiten opdoen. Ik schors deze vergadering. 7.
Reactie van de portefeuillehouder over de Kadernota VOORZITTER: Dames en heren, mag ik u vragen om uw plekken in te nemen en de beraadslagingen te staken? Dan ga ik nu het woord geven aan wethouder Sterenberg namens het college van B en W voor de eerste reeks in de beantwoording. Wethouder Sterenberg. WETHOUDER STERENBERG: Dank u wel. Als wethouder Financiën wil ik starten met u toch nogmaals één ding op uw hart te drukken. Dat heb ik vanavond iets minder teruggehoord, maar hoewel het jaar 2025 nu natuurlijk sluitend lijkt, is het wél zo dat er nog steeds ook voor 2025 keuzes gemaakt moeten worden. Er is een stelpost nieuw beleid. Die bestaat uit 1,3 miljoen en de ambities rijken verder. Keuzes maken moet sowieso. Ik heb een paar keer gehoord richting 2026, maar toch even dat meegeven. Ik begrijp ook hoe moeilijk dat is. Meerdere keren hebben we die vraag gekregen: hoe hebben we dan inzichtelijk wat de gevolgen zijn van iets wél of niet doen? Ik wil u ook graag toezeggen dat we bij de begroting inzichtelijk maken wat het effect van temporiseren is. Wat doet dat met de doelen? Ook bijvoorbeeld wanneer het over de fte's gaat: welk effect heeft het niet invullen van een fte? We hebben geen fte's voor de aanwezigheid, maar we hebben fte's in huis omdat we daarmee concrete doelen willen behalen.
Het schrappen van een fte is ook een keuze maken in welke doelen je wél of niet wil behalen. Dat wilde ik graag even meegeven. Daarmee hoop ik ook al antwoord te geven op een aantal van de vragen die er onder 15
Oordeelsvormende Vergadering: 27 juni 2024 Voorjaarsnota 2024 en Kadernota 2025 andere zijn gesteld over de fte's. Dan ga ik naar de ChristenUnie, naar de vragen die aan mij gesteld zijn. Een van de vragen is: wat zijn de plannen om uitval op de scholen aan te pakken en is de wens realistisch om die op nul te stellen? Op dit soort onderwerpen moet je wens zijn om het op nul te stellen. Dat is net als bij verkeersdoden. Dan zeggen we ook: daarvan willen we er maar nul. Punt. Hiervoor blijven we gebruikmaken van de MAZL-aanpak. Dat is ook een bewezen effectieve interventie. Ik kan u vertellen dat we daar echt op inzetten. Ik ben vandaag nog bij een bijeenkomst daarvoor geweest. Dan kwam ook meerdere keren de evaluatie Smitsveen voorbij. Ik heb vorige week al als service van de zaak de evaluatie naar iemand toegestuurd en toch blijkt het weekbericht van 27 maart aan een deel van de mensen voorbij te zijn gegaan, maar de evaluatie an sich is al verzonden. Ik snap ook dat u heel graag in gesprek wil gaan over de evaluatie, ook gezien de timing die er nu is dat we vragen om voortzetting. Ik kan u aangeven dat we na de zomer daarover ook met u in gesprek gaan. Dat wordt nu ook in de steigers gezet hoe we dat vormgeven, ook op de plek Smitsveen zelf, ook in betrokkenheid met de inwoners. Dan D66.
Tegen een heel leuk en strak Chanel pakje zou ik overigens nooit nee zeggen, maar - meneer Baks - dan krijg ik misschien last van Sinterklaas, die toch zegt dat het pakje iets buiten de financiële grenzen gaat. D66 vraagt naar de stand van zaken voor de scholen, de uniforme procedure, die aanpak. De website komt dit jaar nog online. Dat is helaas iets later dan voorzien, maar dat komt ook omdat deze is opgezet in samenwerking met alle schoolbesturen. We moesten het ook echt met z'n allen samen eens zijn. We willen die website ook pas online zetten als dat allemaal goed geregeld is, maar dan is de uniforme inschrijfprocedure er ook en is er ook een overgangsregeling voor de kinderen die nu al ingeschreven staan. Dan vraagt u een strakkere analyse op de risico's. We zijn continu aan het professionaliseren. Er is ook een notitie vastgesteld over hoe we dat gaan doen. De jongerenwerkers niet 09:00 tot 17:00. Oh, dan zijn we al bij de PvdA. Excuus, maar u bent vast ook heel geïnteresseerd. PvdA vraagt naar de jongerenwerkers: niet 09:00 tot 17:00, maar ook in de avond en in het weekend. We gaan over een heleboel, maar ik ga niet over hun werktijden. Ik ga er wél vanuit dat deze organisaties naar inzicht de jongerenwerkers zo optimaal mogelijk inzetten. GGS stelt de vraag naar een onderzoek naar leges en kostendekkendheid en of we daar ook in kunnen benchmarken.
Een benchmark op de kostendekkendheid van de leges zelf om dat te vergelijken -is niet heel zinvol, maar we begrijpen uw oproep om te kijken of de zaken in balans zijn. GroenLinks vraagt: waarom laten we zoveel geld op de plank? Wilt u zoveel geld op de plank laten liggen? In het voorstel ziet u ook al bij de algemene reserve dat we de ruimte daar willen aangeven om met voorstellen te komen juist voor de maatschappelijke opgaven. Als u vanuit het ruimteschip naar beneden daalt, -u heeft het aapje letterlijk en figuurlijk op uw schouders met uw T-shirt -dan mag u ook met die voorstellen komen. Dan het CDA. U heeft het over het oog voor het merkbare en niet voor de meetbare effecten. Ik vind dat u dat zelf al heel mooi heeft aangegeven door te zeggen: welzijn is geen kostenpost, maar een investering. Dat is een heel mooi uitgangspunt dat wij daarin kunnen omarmen. Dan is er nog een onderwerp waarop wij stiekem toch hetzelfde dachten. Uw zin, de interpretatie van de discriminatie melden. Toen ik hem deze week nog een keer las, -mogelijk nog met dezelfde bril - dacht ik dat ook, maar het gaat natuurlijk bij discriminatie dat mensen ook echt bereid zijn om het te melden. Dan heb je een mogelijke stijging, maar je wil ook echt aanwakkeren dat mensen ons discriminatiepunt weten te vinden, want alleen dan kunnen we er ook beter op inzetten. Dat waren volgens mij de vragen aan mij.
VOORZITTER: Dank u wel, wethouder Sterenberg. Wethouder Scholten. WETHOUDER SCHOLTEN: Voorzitter, dank. Drie vragen van de ChristenUnie die ik graag beantwoord. U vroeg over de woonopgave in relatie tot de opvang van vluchtelingen en andere doelgroepen die we benoemd hebben in de programmaopdracht. Ik heb goed nieuws voor u. We hebben een tijdje aardig onthand gezeten wat betreft ons team dat leeggelopen was vanwege andere stappen in hun zakelijke carrière, maar het team is weer op orde. Dat betekent dat we inhoudelijk op deze vraag na de zomer kunnen terugkomen bij u. U vraagt ook of de 1,5 miljard subsidie verrekend wordt met de 2 miljoen. Miljard, sorry, dat is een mooie. Dat is wensdenken. Het is 1,5 miljoen subsidie. Of die verrekend wordt met die dotatie van 2 miljoen. Nee, dat is niet aan de orde. Voor uw beleving: de ontwikkelstrategie staat ook voor na de vakantie op de agenda. Dan kunnen we dit ook uitvoerig met elkaar verder bespreken. Dan heeft u het over het onderzoek naar de behoefte aan maatschappelijke huisvesting. Dat is heel breed geweest en in de beantwoording en het onderzoek nemen we ook wel degelijk alle gemeentelijke locaties mee. Voorzitter, tot zover. VOORZITTER: Dank u wel, wethouder Scholten. WethouderTreep. WETHOUDER TREEP: Dank u wel.
Er zijn meerdere opmerkingen gemaakt over de energietransitie en het nieuwe energieprogramma en hoe we dat moeten versnellen. D66 vroeg daar ook naar. Hoe 16
Oordeelsvormende Vergadering: 27 juni 2024 Voorjaarsnota 2024 en Kadernota 2025 ziet u dat dan als we 2 miljoen tekortkomen? We leggen u na de zomer graag het nieuwe programma 2024-2040 voor. We weten dat we 2 miljoen tekortkomen. Die berekening hebben we alvast in deze kadernota opgeschreven en dat dat ook is vanaf 2026. Het is nodig dat we keuzes maken, dat we of temporiseren of dingen niet doen of dat we plussen en dat is dan aan u als raad. We weten in ieder geval uit onderzoek dat vorig jaar gedaan is dat de kosten 40% meer zijn dan eerder gedacht in 2021.Dat komt doordat de gemeenten nu veel beter in beeld hebben gebracht wat die opgave is, wat het allemaal behelst. Het geld dat we van het Rijk krijgen, is ontoereikend. Dat weten we ook. Dat is alleen bedoeld voor handjes. Die hebben we, maar dan moeten we ook nog kosten maken voor de uitvoering. Anders kunnen we niets doen en dan kunnen die handjes maar beter op hun handen gaan zitten. We leggen u dat voor en daarin zijn wel degelijk keuzes te maken. In ieder geval hebben wij het nu als maatschappelijke opgave in deze kadernota opgenomen en horen uw reactie daar graag op. VOORZITTER: Dank u wel, wethouder Treep. Wethouder Suna. WETHOUDER SUNA: Voorzitter, een van de vragen die ik heb gekregen, ging over de KWIEKbeweegroutes voor met name de senioren op de straten.
Dat voorbeeld kende ik persoonlijk zelf niet, maar ik heb het ook gehoord. Ik vond het ook een inspirerend voorbeeld dat we zouden kunnen gebruiken. Wij hebben opgenomen dat we juist in de openbare ruimte meer beweegruimte gaan creëren voor onze inwoners, zeker ook voor de senioren. In die gedachte zullen we ook bij de uitwerking van onze sportnota dit voorbeeld meenemen en kunt u daarnaar alle waarschijnlijkheid voorstellen over verwachten. Wordt vervolgd. Er was ook een vraag gesteld over de corporaties prestatieafspraken - door meneer De Ruijter. U refereerde aan Utrecht als voorbeeld. Ik heb even gekeken naar de prestatieafspraken van Utrecht. Wij hebben uiteraard een thema duurzaamheid opgenomen in onze presentatieafspraken. Utrecht heeft dat ook. Dat is identiek. Zij doen hetzelfde, in lijn met nationale prestatieafspraken, waarin staat: tot en met 2028 moeten energielabels minimaal op niveau D zijn. Dat hebben wij ook in onze prestatieafspraken opgenomen. Landelijk maakt uitzonderingen. Wij maken geen uitzonderingen. Dat geldt voor alle woningen. Wat we ook doen, is: zodra sprake is van nieuwbouw, sloop, renovatie of dat soort zaken, gaan we proberen juist energieneutraal te hanteren, waar nodig ook gasloos te bouwen. We hebben bijvoorbeeld vorig jaar de Moerbessenberg opgeleverd op die manier, dit jaar De Groene Bron. In die zin denk ik dat wij op de goede weg zijn.
Andere suggesties die u zou hebben, wil ik ter harte nemen in het vervolg met de verdere prestatieafspraken. Jaarlijks evalueren we en kijken we naar de stand van zaken. Mocht u nog interessante zaken voor ons hebben, dan hoor ik dat ook graag. Dat waren ze, voorzitter. VOORZITTER: Dank u wel, wethouder Suna. Meneer Dijkhuizen. Gaat u uw gang. PLV. VOORZITTER: Ik geef u graag het woord. BURGEMEESTER: Dank u wel. Er waren vragen gesteld over de dienstverlening en als het een belangrijk onderwerp is, waarom we daar niet op investeren. Niet alles hoef je natuurlijk te vertalen in investeren als het een punt van aandacht is. Bij dienstverlening -daar hebben we het uitgebreid over gehad, ook naar aanleiding van het raadsonderzoek - is het natuurlijk vooral management en opvolging. Daar wordt heel erg hard op ingezet. Gelukkig hoeven we daar dan niet in die zin financieel op in te zetten. Overigens wordt er ook -en dat heeft u in de kadernota ook gelezen -geïnvesteerd in de automatisering. Dat komt natuurlijk ook ten gunste van de dienstverlening. Dan nog een vraag van de heer Lodders, Lubbers, Lobbes. Ik heb de hele dag naar Ruud op de radio geluisterd. Meneer Lobbes: wethouders en paspoorten. Helaas is het verstrekken van paspoorten hooggeschoold werken. Daar zijn die wethouders niet voor geëquipeerd. Het is een belangrijke basistaak.
We zullen niet willen dat daar verrassingen over ontstaan, dus helaas. Het is een leuke suggestie, maar de wethouders hebben al geen tijd. Die opleiding kunnen ze niet doen. Het is goedkoper om dan medewerkers aan het werk te hebben. Ik heb bovendien ook de indruk dat de wethouders wat hoger in het loongebouw zitten dan de medewerkers die daar werken. Dan helemaal tot slot: een Chanel pak? Ik pas ervoor. PLV. VOORZITTER: Dat hadden we toch graag een keer willen zien, schat ik zomaar in, maar ik geef u het woord terug. 8. Fracties reageren op de antwoorden van de portefeuillehouders over de Kadernota
17
Oordeelsvormende Vergadering: 27 juni 2024 Voorjaarsnota 2024 en Kadernota 2025 VOORZITTER: Dank u wel. Dan ga ik kijken of er naar aanleiding van de beantwoording nog nadere vragen voor toelichting zijn. Ik zie in ieder geval mevrouw Welschen en ik zie meneer Paauw, meneer Stormbroek, meneer Witlox. Dat is het voorlopig. Mevrouw Welschen, D66. MEVROUW WELSCHEN (D66): Dank u wel, voorzitter, en dank u wel aan het college voor de beantwoording. Hoewel we het antwoord van de wethouder waarderen dat we altijd professionaliseren, vind ik het wat kort door de bocht, want we hebben het hier immers over 6 miljoen euro, zonder dat we een fte hoeven te schrappen of zonder dat we iets hoeven om te buigen, misschien door iets scherper te gaan kijken. We zullen geen 6 miljoen kunnen besparen, maar misschien wel een beetje en ik denk dat alle kleine beetjes helpen, voordat we gaan schrappen en wethouders achter een balie gaan zetten. Het verbaast me ook dat de andere partijen daar verder ook niet op ingaan. Optie 1 is: we gaan fte's schrappen en we gaan korten op het sociaal domein. Dat is in ieder geval het meest voor de hand liggende. Als je wil bezuinigen, moet je als eerste kijken naar je uitgaven, hoe strak je die begroot hebt, voordat je gaat schrappen. Ik hoor het graag van de wethouder en van de andere partijen. VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Welschen, D66. Meneer Paauw, GGS.
DE HEER PAAUW (GGS): Voorzitter, dank u wel. Even twee aanvullende vragen. Althans, het is ons niet duidelijk. Ik heb gevraagd voor een onderzoek van leges, kijken naar de balans en de kosten daarvan. Er werd geantwoord: we begrijpen dat, maar ik heb geen toezegging dat u ook daadwerkelijk dat onderzoek gaat doen. Ik begrijp dat u dat onderzoek gaat doen. Mocht het anders zijn, dan moet u daar even op reageren. Dan had ik nog graag, want ik heb dat heel nadrukkelijk aangegeven: wees voorzichtig met het structureel maken van alle fte's die in wezen nu worden opgevoerd in 2025, dat ze niet structureel worden. Ik heb daar geen reactie van het college op gehad. VOORZITTER: Jawel, maar dat geeft niet. Dan gaat het college het straks nog een keer uitleggen. Meneer Stormbroek, POS. DE HEER STORMBROEK (POS): Dank u wel, voorzitter. Toch even de vraag wat het college doet met de motie meer bomen in de openbare ruimte, omdat het alleen maar gaat over inboeten en vervangen van bomen als het gaat om schade door klimaatverandering. Ik was ook benieuwd of u meer kunt zeggen over een mogelijke locatie van een rioolzuivering in Soesterberg en waar dan en aan wat voor tijdspanne moeten we dan denken? VOORZITTER: Had u dat in het kader van de kadernota willen zien? DE HEER STORMBROEK (POS): Jazeker.
VOORZITTER: Dit zie ik heel erg als een inhoudelijke vraag en dat is anders dan richting geven, wat u in een kadernota doet. DE HEER STORMBROEK (POS): Waarom maakt de keuze om een rioolzuivering bij Soesterberg aan te leggen en wanneer zouden we die tegemoet mogen zien? VOORZITTER: Die is ook op de rand, maar die kan nog net. DE HEER STORMBROEK (POS): Dan ook nog in het kader van de kadernota had ik ook even gevraagd of u nog eens kritisch zou willen kijken naar de verkeersveiligheidssituatie aan de Rademakerstraat en misschien kunnen we in de begroting ook een voorstel terugzien over een gymzaal voor een turnvereniging. Ik ben benieuwd of u daar wat mee zou kunnen en willen doen. VOORZITTER: Dank u wel, meneer Stormbroek. Meneer Witlox, Partij van de Arbeid. DE HEER WITLOX (PVDA): Ik denk dat het college één vraag van mij over het hoofd heeft gezien. Ik had gevraagd of het college nog eens een keer goed wilde kijken naar de spreiding van de scholen. 6-0: het lijkt wel een voetbaluitslag, Overhees tegen Boerenstreek. Dat antwoord heb ik nog niet ontvangen. VOORZITTER: Ik worstel een beetje of dit nu in de kadernota thuishoort of volgende week bij het IHP. Dat laatste lijkt mij voor de hand liggender.
18
Oordeelsvormende Vergadering: 27 juni 2024 Voorjaarsnota 2024 en Kadernota 2025 DE HEER WITLOX (PVDA): Als de wethouder in staat is om dat mee te nemen en als ze zegt dat ze het in het IHP meeneemt et cetera, dan vind ik het ook goed, maar ik had daar aandacht voor gevraagd. VOORZITTER: Dat snap ik, maar we behandelen nu de kadernota. Die gaat natuurlijk weliswaar over alles, maar niet in deze. Het gaat over de richting van de begroting en niet zozeer over de inhoud van een beleidsdomein. DE HEER WITLOX (PVDA): De inhoud van de begroting is gekoppeld aan de 75 miljoen die geïnvesteerd is. VOORZITTER: Die zit beleidsmatig volgende week in de besluitvorming. Ik snap echt niet waarom dat dan nu moet, omdat het volgende week in de besluitvorming aan de orde komt. DE HEER WITLOX (PVDA): Ik heb gewoon een vraag gesteld en ik heb er niets op teruggehoord. Het zou daarmee te maken kunnen hebben natuurlijk. Dat wilde ik graag weten, VOORZITTER: Dan ga ik dat nu voor u beantwoorden. Het college gaat daar nu niet op in. Nu grijp ik even in als voorzitter. Ik heb dat ook bij meneer Stormbroek gedaan. We proberen hier ordelijk over de begroting en over de kadernota te praten en dit is een vraag die echt voorbijgaat aan die kadernota. Ik vind het heel jammer dat u daar dan op blijft persisteren, want dit gaat echt helemaal daar buiten om. Die IHP gaat over waar, wat en hoe.
Dat is volgende week aan de orde. DE HEER WITLOX (PVDA): U zult wel gelijk hebben, maar u heeft me helaas niet kunnen overtuigen. VOORZITTER: Dan zal ik dat strakjes in de volgende schorsing - die er ongetwijfeld komt - nog doen. Zijn er nog anderen die aanvullende vragen of vragen aanleiding van de beantwoording hebben? Als dat niet het geval is, -ik kijk even - een schorsing van vijf minuten. 9. Tweede reactie van de portefeuillehouders VOORZITTER: Dames en heren, het lijkt erop dat het college klaar is met de beraadslaging. Dan moet ik alleen even kijken wie van het college - ik denk mevrouw Sterenberg -de eerste aftrap gaat doen. WETHOUDER STERENBERG: Dank u wel. De geïnventariseerde risico's - de 6 miljoen - komen telkens terug. Ik ga proberen om dit nu toch iets hopelijk duidelijker uit te leggen. Het is zo dat van de geïnventariseerde risico's 1,5 miljoen zich heeft voorgedaan. Dat wil niet zeggen dat we die andere miljoenen weer kunnen opzijschuiven van: dat gaat zich volgend jaar ook niet voordoen. Van hoe wij de risico's inschatten maken we al een soort kansberekening. We hebben een risico. Dat risico zou 5 miljoen zijn. Dan zeggen we: de kans dat dat zich echt voordoet, is 10%. Dan ramen we 500.000 - een snelle rekensom -en zo kom je op dat bedrag. Als al die risico's zich daadwerkelijk zouden voordoen, zouden we zelfs aan die 6 miljoen niet voldoende hebben.
We beperken dat al. Daarbij moeten we ons wél met realistische risico's verhouden. GGS heeft gevraagd naar een toezegging over het onderzoek van de leges. Een toezegging legesbreed ga ik u niet doen, maar ik kan wél zeggen dat we dit bij iedere verordening die weer toe is aan herziening onderzoeken. Toevallig hebben we net een nieuwe verordening vastgesteld die ook uw kant op komt. Dat zijn de kabels en de leidingen. Daar hebben we dat onderzoek gedaan en daaruit zullen de leges verhoogd worden om die weer kostendekkend te maken. Dan ook uw vraag over de structurele fte's. Ik ben mijn betoog gestart met het effect dat het heeft. De fte's niet inrichten heeft direct effect op de doelen, maar we hebben ook de toezegging gedaan om, als we iets niet doen, in de begroting op te nemen wat nu de effecten zijn van keuzes wél of niet doen. Ik wil meegeven dat, als je gaat werken met tijdelijke contracten, dat op deze arbeidsmarkt een effect heeft, want voor een professional is het minder interessant om voor een tijdelijk contract te gaan dan voor de mogelijkheid op een vaste baan. Dat waren de vragen aan mij. VOORZITTER: Dan kijk ik naar wethouderScholten. WETHOUDER SCHOLTEN: Dank, voorzitter. POS vraagt of het college de bereidheid heeft om een toezegging te doen rond het realiseren van een turnhal voor de Springbokken aan het Griftland.
Ik help u even herinneren aan de avond die we vorige week gehad hebben, waarin het college haar standpunt rond het advies rond dit vraagstuk duidelijk uiteengezet heeft. Die toezegging krijgt u niet. Dank u, voorzitter. 19
Oordeelsvormende Vergadering: 27 juni 2024 Voorjaarsnota 2024 en Kadernota 2025
VOORZITTER: Dank u wel, wethouder Scholten. Dan kijk ik nu naar wethouder Treep. WETHOUDER TREEP: Er waren nog twee vragen van POS. Meneer Stormbroek, u vroeg naar de motie meer bomen in openbaar groen. Die komt terug in het programma Groen en landschap en ook in het programma Water, hoe we omgaan met de openbare ruimte in het kader van klimaatadaptatie. Uw tweede vraag - ik las net de tekst - gaat over de rioolzuiveringsmogelijkheden in Soesterberg. Het staat er niet zo scherp in. We onderzoeken het, maar uiteindelijk is de locatie of er überhaupt een lokale rioolwaterzuivering is, echt puur aan het waterschap. Zij zullen dat ook moeten bekostigen. Het is niet aan ons. Wij nemen het alleen mee omdat we het zelf heel interessant vinden in de gesprekken met het waterschap. 10. Fracties reageren op elkaar over de Kadernota VOORZITTER: Dank u wel, wethouder Treep. Volgens mij zijn wij nu rond met de beantwoording en is nu de gelegenheid om in te gaan -zo u wil of niet wil - op onder andere op de vragen die D66 aan de fractievoorzitter van de coalitie heeft gepresenteerd - voor zover nog niet beantwoord- of over andere punten op elkaars inbreng te reageren. Wie mag ik daarvoor noteren? Mevrouw Welschen. MEVROUW WELSCHEN (D66): Dank u wel, voorzitter.
Met het risico dat we in de dierentermen blijven hangen: het zijn wel een beetje krokodillentranen met zeven magere en zeven vette jaren. Er staat meer dan 20 miljoen op de rekening. Dat is geen geld dat we verdiend hebben. De gemeente is namelijk geen verdienmodel. Dat is geld dat niet is geïnvesteerd in de samenleving en dat hoort in de samenleving. Dat spaarvarken staat inmiddels tot zijn knieën in zijn eigen u weet wel en het is heel leuk dat je dan zegt: het is niet zo, want we moeten dat geld nu gaan uitgeven. Het mooiste voorbeeld was mijn schilder. Die zegt dan: mevrouw Welschen, prima dat we eens in een zoveel jaar bij u langskomen, maar als u ons elk jaar even laten komen, heeft u over vier jaar minder geld uitgegeven aan het op orde houden van uw prachtige grachtengroene kozijnen. Dat is waar wij elke keer weer op aansporen. Je kunt het geld bij je houden voor: oh, oh, misschien komt. Natuurlijk komt het. Zo werkt het, maar de vraag is even of het zinvol is. Dan nu zeggen: we hadden het geld nodig, we hebben het weggehouden van de samenleving, nu gaan we er tekorten mee dichten. Wat is dan de meerwaarde van al dat geld geweest de afgelopen jaren? Dan blijft mijn vraag nog steeds over, even klip-en-klaar, net zo helder als tijdens de verkiezingen: waar zijn we voor en waar zijn we niet voor? En dan niet: wonen. Dat roepen wij al twee jaar.
Waar gaan we wonen? Waar gaan we dan bouwen? We hebben hem gehoord, maar waarvoor en waar niet voor? Zodat we er eens met elkaar over gaan praten. Dank u wel. VOORZITTER: Wie pakt de handschoen op? Ik zie meneer Groothuis. De microfoon is weer hersteld. U kunt naar de dichtstbijzijnde microfoon. Meneer Groothuis, Soest 2002. DE HEER GROOTHUIS (SOEST2002): Ik keek nog of ik de goede tabel had, maar het is de tabel 4. Daar staat precies in wat we gaan doen met die algemene reserve. Het is niet dat we nu die 20 miljoen hebben en die lekker blijft staan en we er niets mee doen. Nee, in die tabel staat juist waar we wél wat mee gaan doen. VOORZITTER: Blijft u maar staan, meneer Groothuis, en doet u de microfoon uit. Dan kan mevrouw Welschen ook haar bijdrage leveren. MEVROUW WELSCHEN (D66): Ons punt is: die 20 miljoen had er misschien helemaal nooit moeten staan, want dat is namelijk heel veel geld. Als ik even heel simpel zou nadenken als Den Haag, wie er ook in Den Haag mag zitten en wat voor akkoord ze ook hebben gesloten: daar staat meer dan 20 miljoen, beste gemeente Soest. Het gaat over: gebruik je het geld in kleine stapjes om al een keer iets een beetje beter te maken of wachten we voorzichtig en kijken we, want daar komt iets aan, daar komt iets aan? Natuurlijk komt er iets aan, maar je kunt ook vooruitdenken.
Soms is de aanval de beste verdediging, kan het Nederlandse elftal misschien van ons leren. Maar nogmaals blijft mijn vraag openstaan: waarvoor en waar niet voor? VOORZITTER: Meneer Groothuis. DE HEER GROOTHUIS (SOEST2002): Voorzitter, tabel 4 is voor mij glashelder, want daar staat juist waar we het wél gaan doen. Er staan twee uitzonderingen, dat het nog zoveel geld is voor maatschappelijke ontwikkelingen, want er staat best nog wat te gebeuren. De uitwerking van de sportnota en van de cultuurnota moet er nog komen. We moeten het nog hebben over al die 20
Oordeelsvormende Vergadering: 27 juni 2024 Voorjaarsnota 2024 en Kadernota 2025 verenigingen die subsidies krijgen, want die zijn al jaar en dag niet aan de normen voldaan. Ze lopen al jaren achter. Dat levert allemaal geld op. Daarvoor staat in tabel 4 - die maatschappelijke doelen -nog 3 miljoen gereserveerd en dat komt naar mijn mening best op. Daarnaast is er nog even uit mijn hoofd -2 miljoen gereserveerd voor begrotingstekorten. Die gaan vanzelf ontstaan. Dan was uw vraag wat wij als partij nog erg belangrijk vinden, wat we wél ook willen. Dat is uiteraard wonen. Dat moet doorgaan. We moeten meer woningen creëren en met name voor onze jongeren. Dat is een belangrijk streven voor ons. Tevens is het best belangrijk -maar dat is ook al eerder genoemd - dat je afblijft van de kwetsbare mensen in deze samenleving. Die voorzieningen moeten doorgaan. Dat had ik in mijn bijdrage ook gezegd. Achterstanden, wachtlijsten moeten weggewerkt worden, ook dit jaar. VOORZITTER: Ik zie meneer Paauw naar de microfoon bewegen. Meneer Paauw? DE HEER PAAUW (GGS): Voorzitter, naar mevrouw Welschen toe: ik denk dat het goed is om te weten dat, als je wil gebruikmaken van je algemene reserve, de provincie ons al een voorzet heeft gegeven hoeveel je ervan mag besteden. Dat kunnen we de eerste jaren gebruiken, maar je moet goed het verschil weten dat je maar incidenteel geld hebt.
Het gaat met name over dat je je begroting op orde moet hebben. Dat betekent dat je ook op een gegeven moment structureel je uitgaven in de gaten moet houden. Ik denk dat u daar een vergissing mee maakt. VOORZITTER: Mevrouw Welschen? MEVROUW WELSCHEN (D66): Dank u wel, voorzitter. De begroting structureel op orde betekent niet overhouden. Nogmaals: we zijn geen bedrijf. Het is maar net hoe u kijkt naar hoe de begroting op orde moet zijn. Even terugkomend op de heer Groothuis: we weten wat er allemaal moet gebeuren, maar volgens mij is de boodschap van het college dat niet alles kan. Dit moet allemaal, maar het kan niet. U geeft aan: we komen niet aan het sociaal domein. VVD geeft aan: zet het sociale domein maar even stil. GGS zegt: daar kunnen we even besparen. U zegt: we gaan investeren in wonen. Waar gaan we dat dan doen? De afgelopen twee jaar lopen er projecten die al liepen. Waar zit die investering? Waar zit die versnelling dan? VOORZITTER: Ik denk dat meneer Groothuis als eerste wordt aangesproken. Laten we die dan eerst doen en dan daarna meneer Lobbes en dan meneer Witlox. Dan bent u volledig bediend, mevrouw Welschen. DE HEER GROOTHUIS (SOEST2002): Dank u. Ik dacht dat er duidelijk in de stukken stond dat de kwetsbare mensen moeten worden ontzien, dat daar niet op bezuinigd wordt. Dat is een van de voorwaarden en daar hechten wij ook waarde aan dat het niet gebeurt.
VOORZITTER: Meneer Lobbes gaat u antwoord geven op de uitdaging die u tussen deze twee partijen investeert. Meneer Lobbes? DE HEER LBBES (VVD): Ik had in mijn inleiding al aangegeven dat we hier niet gaan komen met hele concrete zaken waar per se in geïnvesteerd moet gaan worden, omdat er nog heel veel onzekerheid in de kadernota zit. Denk bijvoorbeeld aan het onderzoek naar het zwembad, wat potentieel vele miljoenen zou kunnen gaan kosten. Op uw tweede punt vind ik het riskant om het college aan te sporen om heel veel extra geld uit te geven. We hebben 20 miljoen. Dat moeten we allemaal uitgeven. Vanuit de oppositie is het makkelijk om dat te zeggen, maar dan gaat u over twee jaar zeggen: ziet u wel? Zo onverantwoordelijk met het geld omgesprongen. Als u het over krokodillentranen heeft, dan zie ik die krokodillentranen al naderen over twee jaar. Ik kom terug op mijn eerdere punt. Laten we een solide financieel beleid voeren en laten we voorzichtig zijn met die reserves die we hebben. VOORZITTER: Meneer Witlox? DE HEER WITLOX (PVDA): Laat ik het even niet over de financiële reserves hebben, want daar sluit ik me bij aan. Er komt nog genoeg op ons af. U vroeg ook naar waar de prioriteiten van de coalitiepartijen liggen. Wat ons betreft, - ik heb het, geloof ik, ook gezegd -liggen die bij het sociaal domein en wonen.
Wat dat betreft, is - dacht ik - de vierde bullet van een van de uitgangspunten de kwetsbare inwoners ontzien. Wat dat betreft, onderstreept dat nog een keer het verhaal. Als graadmeter voor kwetsbare inwoners is het sociaal domein enorm belangrijk. Wat dat betreft, is dat voor dat voor mij mét wonen de hoogste prioriteit. VOORZITTER: Mevrouw Welschen, u bent op uw wenken bediend. 21
Oordeelsvormende Vergadering: 27 juni 2024 Voorjaarsnota 2024 en Kadernota 2025
MEVROUW WELSCHEN (D66): Dank u wel, voorzitter. Ik was hem kwijt. Ik had hem zo scherp in mijn hoofd. Ik kom even naar de heer Witlox. Ik snap dat u het sociaal domein zegt, maar something's gotta give. Ergens moet er iets sneuvelen om ervoor te zorgen dat dat sociaal domein wordt bediend. Nu weet ik weer wat ik tegen meneer Lobbes wilde zeggen. De afgelopen twee jaar was er ruimte. Toen hebben wij als oppositiepartijen constant gezegd: word nu eens concreet. Get to the point. Waar gaat het precies over? Dat was allemaal niet nodig. Nu er keuzes gemaakt moeten worden, zegt u: dat is helemaal nog niet helder en we weten het nog niet precies. Dat is een contradictie, met het risico dat we dan ook krokodillentranen krijgen, maar je weet het nooit. VOORZITTER: Dat is meer dan een reactie. Ik weet niet of iemand nog wil reageren op de reactie. Meneer Witlox? DE HEER WITLOX (PVDA): U zegt: dan moet er iets sneuvelen. Wat mij betreft nogmaals: mijn prioriteiten liggen bij de twee eerdergenoemde - sociaal domein en wonen -en of er iets moet sneuvelen? We moeten het hele brede programma nog krijgen. We hebben straks de omgevingsprogramma's. Dan pas hebben we het hele brede inzicht wat ons te wachten staat en dan pas kunnen we zien wat er eventueel moet sneuvelen of wat opgewaardeerd moet worden. Dan pas heb je dat inzicht. Ik zou er nu verder niets aan willen toevoegen.
VOORZITTER: Mevrouw Welschen? MEVROUW WELSCHEN (D66): Dank u wel, voorzitter. De oproep van de wethouder dat er echt in 2025 ook keuzes gemaakt moeten worden, schuiven we even voor ons uit. VOORZITTER: Nee. Die komen bij de begroting aan de orde, want dan hebben we dat brede inzicht. MEVROUW WELSCHEN (D66): Dan verheug ik me nu al enorm op de begrotingsbespreking. Dank u wel. 11. Afronding met advies aan de Agendacommissie VOORZITER: Ik ga kijken of er nog meer behoefte is aan onderling debat. Als dat niet het geval is, dan hebben we in ieder geval een mooie gedachte-uitwisseling gehad, heeft u allemaal aangegeven waar uw prioriteiten liggen en gaan wij kijken volgende week bij de besluitvorming of u nog wél of niet nadere richting wil meegeven aan het college bij de voorbereiding voor het maken van de begroting. 12. Afsluiting VOORZITTER: Ik dank u voor uw aanwezigheid, uw uithoudingsvermogen en ik wens u een koele nachtrust. Wel thuis.
22