Notulen Oordeelsvormende Vergadering Toetsingskader tijdelijke woningen en asielopvang
Tekst van het document
Dat is sinds maart 2022 de verantwoordelijkheid van de burgemeester. Het door u aan ons gepresenteerde handelingskader is wat ons betreft ook veel te breed, voor meerdere uitleg vatbaar, onvoldoende helder en in de Soester context volstrekt onrealistisch. Wij gaan er daarom verder ook geen woorden aan vuil maken. We geven behalve deze tekst alleen maar mee: houd het kleinschalig. En ga vooral bouwen. We verwachten dan ook van u, dat u daaraan gehoor gaat geven. Omdat onze inwoners dat massaal hebben aangegeven. En er al consensus was vanuit die samenleving, om flink te gaan bouwen. De plannen die u heeft met het Open Hof -en ik heb het al 11
Oordeelsvormende Vergadering : 14 maart 2024 Toetsingskader tijdelijke woningen en asielopvang gezegd - kunt u niet uitvoeren. We vertrouwen erop dat u de participatie - die u zowel met ons als raad heeft gedaan, als met de inwoners - niet voor de bühne is geweest. Tot zover. VOORZITTER: Dank u wel, meneer Dijkhuizen. U sprak als laatste in de reeks van tien fracties, namens de ChristenUnie-SGP in uw geval. Er zijn nog vragen aan het college gesteld. De procedure is aangepast ten opzichte van de voorgestelde agenda. Het college zal zich nu moeten gaan beraden op de beantwoording. Ik stel voor dat wij om vijf voor tien verder gaan. Ik schors de vergadering. En voor de publieke tribune: pauze. Leden van de raad, zou ik u mogen vragen om uw posities weer in te nemen. Laat de deur maar open, want het is hier zo warm. Dank u wel. Ik heropen de bijeenkomst. Ik geef het woord aan wethouder Scholten, die namens het college van B&W de beantwoording zal doen. Wethouder Scholten. 3. Reactie vanuit de portefeuillehouder namens het college op de verschillende reacties en geeft daar waar mogelijk aan wat er mee kan worden gedaan WETHOUDER SCHOLTEN: Voorzitter, dank u wel. Een dak boven het hoofd. Of, zoals D66 het eigenlijk nog veel mooier zei: ruimte voor ons allemaal. Eén van de grootste vraagstukken tot op nationaal niveau.
Veel jongeren in Soest zoeken nog steeds een dak boven hun hoofd. Ook voor statushouders en spoedzoekers zijn woningen nodig. Er is nog steeds een grote groep asielzoekers die een dak boven hun hoofd nodig hebben. De Spreidingswet gaat uit van een eerlijke verdeling over gemeenten. Bij voorkeur kleinschalige locaties op meerdere plekken. In Soest werken we aan een versnelling van lopende woningbouwprojecten. Zo spraken we af dat plannen met meer dan twaalf woningen voorrang krijgen in de behandeling. Voor woningcorporaties is een intermediair benoemd. Die moet knelpunten in het vergunningentraject snel inzichtelijk maken en snel met oplossingen komen. Mede door deze aanpak hebben we de laatste anderhalf jaarvier bestemmingsplannen voor vierhonderd woningen ter besluitvorming in de raad voor kunnen leggen. Maar toch helpen deze oplossingen op korte termijn nog steeds niet voldoende om de grote vraag naar huizen snel te reduceren. De gemeente zet daarom naast de plannen voor permanente bouw, in op het realiseren van snel te bouwen huurwoningen. Om de krapte deels op te vangen voor statushouders, Oekraïense ontheemden, spoedzoekers en starters. En ook voor de opvang van asielzoekers zoeken we naar kansrijke locaties. Daarvoor is dit toetsingskader opgesteld. Op 29 februari jongstleden gingen inwoners en raadsleden in gesprek over dit toetsingskader, op uitnodiging van de raad.
Bijna honderd inwoners hebben een waardevolle bijdrage geleverd. Vanavond werd daaraan gerefereerd. Deze helpen om vooral te denken in mogelijkheden. Het college is zeer verheugd over de opbrengst van deze constructieve avond. Dus bij deze ook namens het college: heel veel dank aan alle deelnemers. We kunnen ons voorstellen dat ook na vanavond en aan de hand van dit document, nog verdiepende vragen bij uw leven. Die zullen er vast zijn, maar die komen in de volgende stap van het proces aan de orde. De eerste stap zijn deze toetsingskaders. Ik zou graag over willen gaan naar de beantwoording van de vragen. Ik zal de vragen die in gemeenschappelijkheid en meerdere malen voorgekomen zijn, in één keer behandelen. Dus het kan zijn dat u niet uw partijnaam terug hoort, maar wel het antwoord op uw vraag. Er wordt gevraagd door GGS hoe we borgen dat tijdelijke woningen niet de permanente woningbouw verdringen. U zegt: is er een lijst van toekomstige woningbouwprojecten in beeld? Ja meneer Paauw, die is er. Concrete plannen zijn bij ons in beeld. De termijnen die daarbij horen, zijn bij ons in beeld. Een gewenste periode dat een ontwikkelaar met deze plannen aan de gang wil gaan, zijn bij ons in beeld. U vraagt, net zoals een aantal andere partijen in deze raad, of het college in overleg wil gaan met Fletcher en Albertsdorp.
Om te onderzoeken of er een mogelijkheid tot verlenging bestaat voor het huisvesten van de mensen die hier nu zitten. Het college voelt zich gebonden aan de afspraken met de omgeving die we gemaakt hebben en het COA. Daar willen we absoluut niet lichtzinnig mee omgaan. En deze oproep doet dat met de bestuurlijke betrouwbaarheid waaraan wij zoveel waarde hechten. Wij vinden het een moeilijke oproep. En deze willen we in ieder geval aan u teruggeven. Er wordt gevraagd door GGS of het mogelijk is om de huurwoningen van 25% toewijzing naar Soesters naar 50% te brengen, van de tijdelijke woningen. Ik kan u zeggen dat de laatste tijd meer dan 50% van de huurwoningen toegewezen zijn aan Soesters. En door middel van het realiseren van deze tijdelijke woningen, kunnen we ook weer in overleg met de woningcorporaties gaan. DE HEER PAAUW (GGS): Voorzitter, een interruptie. VOORZITTER: Dat is eigenlijk niet de bedoeling.
12
Oordeelsvormende Vergadering : 14 maart 2024 Toetsingskader tijdelijke woningen en asielopvang DE HEER PAAUW (GGS): Ik heb het niet gehad over tijdelijke woningen, maar over de sociale huur. Die tijdelijke woning is bij mijn vraagstelling totaal niet aan de orde geweest. Over de tijdelijke woning hebben we het niet. VOORZITTER: Maar ik wil toch even, voor de orde van de vergadering. We hebben u allemaal keurig uw beschouwing laten doen. Het college heeft daar de beantwoording voor voorbereid. Laat college de beantwoording afmaken en gaat u dan daarna met elkaar in debat. Als er onduidelijkheden zijn, dan steekt iemand van het college zijn hand wel op om dat te doen. Het gaat hier uiteindelijk over de beoordeling van het toetsingskader. Volgens mij moet u daar met elkaar het gesprek over voeren, niet richting het college. MEVROUW STERENBERG (VVD): Van de orde, maar wanneer wij een antwoord horen waar niet het volledige verhaal in terugkomt? Want de VVD heeft niet opgeroepen om met het Fletcher Hotel in gesprek te gaan, maar juist met de inwoners. En als nu wordt gezegd dat het bestuurlijk onbetrouwbaar is? VOORZITTER: Nee, dat heb ik het college niet horen zeggen. U draait nu al met woorden. Ik zou heel graag de wethouder de gelegenheid geven om de beantwoording af te maken. Gaat u verder, mevrouw Scholten. WETHOUDER SCHOLTEN: Dank u wel, voorzitter.
Meneer Paauw vroeg ook of het toetsingskader ook van toepassing zou zijn op de Open Hof. Daarbij kan ik u aangeven dat dat zeker aan de orde is. D66 gaf een aantal adviezen en deed een oproep aan het college: laat de partijpolitiek voor wat het is, of laat de taboes achterwege. U vroeg: willen wij deze oproep ter harte nemen? De toetsingskaders leggen we aan u voor ter aanvulling bij de raad. Mocht u out of the box willen denken, geef het ons mee. Wilt u partijpolitiek achterwege later, geef ons dingen mee waarvan u zegt: dit vinden wij out of the box denken. College, ga hiermee aan de slag. Daar staan we voor open. De vraag over kleinschaligheid is ook meerdere malen gesteld. Kunt u een definitie geven over kleinschaligheid, bij voorkeur in aantallen? Daar kan ik u het volgende over meegeven. Voor de opvang van asielzoekers hanteert het COA een minimum van honderd personen, honderd opvangplekken. Waar zit dat in? Op dat moment kunnen zij de locatie volledig bemannen. Kunnen zij voorzien in de veiligheid en de bereikbaarheid, permanente 24/7 aanwezigheid. Op het moment dat er kleinere locaties zijn, dan zal men op een andere manier tot veiligheid of bewaking over moeten gaan, alhoewel ik bewaking een erg vervelend woord vind, maar bereikbaarheid. Dat betekent dat het door middel van camera's is.
En misschien niet door persoonlijke aanwezigheid, maar door middel van een telefoon. Daarom dat getal van honderd. Als u het heeft over tijdelijke woningen en kleinschaligheid, dan is dat iets wat ter vrije invulling is. En dan hebben we verder geen verplichtingen naar het COA, omdat de tijdelijke woningen niet in gebruik genomen gaan worden door de asielzoekers, door de vluchtelingen. Tijdelijke woningen zijn echt bedoeld voor de starters, de statushouders, de spoedzoekers en de Oekraïners. GroenLinks vraagt of wij aan de buurt mee kunnen geven wat de verwachte woonduur is van de mensen die in een tijdelijke woning zitten. Dat is moeilijk aan te geven. Want je weet niet op welk moment mensen door willen stromen. Maar als u zegt: ga in gesprek met de buurt over de beoogde periode van de tijdelijke woningen die daar gerealiseerd worden, dan gaan we ook zeker in die oproep met u mee. Dat doen we volop. Want communicatie is ook een groot deel van uw vragen geweest. U vroeg: op welk moment wordt er communicatie met de omwonenden -of, zoals D66 aangaf - met het dorp aangegeven? Op het moment dat een locatie aan de hand van die toetsingskaders kansrijk lijkt, wordt de communicatie met de omgeving opgestart. Op dat moment worden mensen gevraagd naar hun mening. We geven duidelijk aan waar of waarover niet besloten kan worden.
En er wordt gevraagd: maak een klankbordgroep met elkaar, zodat we voortdurend met elkaar in contact kunnen blijven. Dat is voordat er besloten is dat een kansrijke locatie overgaat naar een daadwerkelijke locatie. U vroeg ook: op welk moment komt u terug naar de raad? Op het moment dat een locatie een andere bestemming heeft - om nog even in de oude terminologie te verdwijnen -dan wonen, komen wij terug bij de raad. Want de raad heeft bepaald dat waar meer dan twaalf woningen ontwikkeld gaan worden op een locatie die niet een beoogde woningbouwlocatie is, daarvoor het bindend adviesrecht geldt. Dat betekent dat op dat moment het college bij u terugkomt. Er wordt ook gevraagd, of het advies meegegeven, of het mogelijk is om locaties voor vijf jaar met tijdelijke woningen te vullen. Dat is absoluut mogelijk. Als dat een specifieke wens van de raad is, dan is dat duidelijk. Maar daarbij moet ik u wel meegeven, dat op het moment dat tijdelijke woningen na vijf jaar weer opgepakt moeten worden, daar een ander kostenplaatje aan zit. Vaak heeft het ook te maken met wat dan een tijdelijke woning is. En wat dat doet met de omwonenden; de kwaliteit van die tijdelijke woning. Dat kostenplaatje leidt er dan toe dat wij uiteindelijk naar uw raad terug moeten komen, om te vragen naar extra middelen. Want de businesscase voor vijf jaar is niet rond te krijgen.
Ook wil ik u meegeven dat, als wij een soort 13
Oordeelsvormende Vergadering : 14 maart 2024 Toetsingskader tijdelijke woningen en asielopvang rondreizend theater gaan worden, met iedere vijf jaar weer een stapel woningen oppakken en ergens anders plaatsen, ik me voor kan stellen dat dat ook tot onrust gaat leiden. Want waar landt die serie woningen dit keer? Ik zou u mee willen geven om dit bij uw overwegingen te betrekken ten aanzien van de periode dat tijdelijke woningen ergens geplaatst worden. Er wordt ook gevraagd door BBS: als het toetsingskader definitief is, wilt u dat dan de raad toezenden. Op het moment dat u met elkaar van gedachten gewisseld heeft over de compleetheid van de toetsingskader zoals deze er nu ligt, of dat u daarop nog aanvullingen wilt geven, zien wij dat heel graag verzameld. En in een soort raadsverklaring, of welke vorm dan ook meegegeven naar het college. Sorry, ik moet even de enorme stapel aantekeningen doorlezen, zodat ik niet iemand vergeet. Er wordt ook gevraagd naar gemengde groepen. We hoorden de veronderstelling dat het COA geen voorstander is van gemengde groepen. Dat moet ik weerleggen. Het COA is een voorstander van gemengde groepen. Waarom? Mensen die hier het land in gekomen zijn, van een andere afkomst en met andere gewoonten, kunnen het best integreren in de nabijheid van mensen die deze gewoonten eigen zijn. Dus gemengde groepen heeft de voorkeur.
Daar zit wel één maar bij; dat moeten over het algemeen grotere locaties zijn. Want dan kun je een wijkje maken met allerlei verschillende soorten groepen. Dan is het beheersbaar voor het COA. Dan is het beheersbaar voor de partijen. Dat zullen de woningcorporaties zijn die de verhuur van de tijdelijke woningen moeten doen, want die komen niet voor drie woningen. Dan leidt het tot de inclusie en de integratie van de mensen die hier naartoe gevlucht zijn. U geeft ook de vraag aan het college mee: kunt u pleiten voor het niet plaatsen van veilige landers? Dat is een duidelijke wens, die hebben we gehoord. Ik kan me voorstellen dat u die dan ook in uw raadsbrief aan ons meegeeft. Dat zijn gesprekken die we zeker met het COA aan willen gaan voeren. Ik kan u alleen niet garanderen dat dat uiteindelijk ook tot realisatie komt. Dat heeft mede te maken met de instroom van de vluchtelingen die via Ter Apel het land in komen. Maar we zullen daarover zeker het gesprek aangaan. Het bouwen buiten de rode contouren wordt aangegeven. Verschillende partijen hebben daarover gesproken. Dit is niet iets wat aan het college is. De toetsingskaders liggen hier voor. Als u als raad vindt dat het college op deze wijze ook moet zoeken naar locaties, dan kunt u dat ook in uw aanbevelingen, of raadsbrief meegeven.
Voorzitter, ik zal vast iets vergeten zijn, maar voor nu lijkt het erop dat ik alles beantwoord heb. VOORZITTER: Dank. Ik heb het ook niet helemaal bijgehouden. Want het was een keur aan bijdrages en dingen die meegegeven moesten worden. Maar de bedoeling van deze avond is niet dat u heel veel aan het woord bent namens het college, maar dat u daar rustig zit om goed te luisteren wat de raad aan u meegeeft. 4. Ronde waarin fracties op elkaars bijdrage kunnen reageren (een woordvoerder per fractie, kan iemand anders van de fractie zijn dan degene die de ‘beschouwing’ in eerste termijn heeft gegeven) En de bedoeling is nu - dat is ook geagendeerd -de raad in gesprek met elkaar. Voor mij in ieder geval een verrassing dat het werd aangepast, aan het begin van deze avond. Maar ik zou u nu vooral willen uitdagen om op elkaar te reageren. En als er aanleiding is in de beantwoording van het college om te zeggen dat u het anders bedoelde, dan is daar natuurlijk alle gelegenheid voor. Dus wat mij betreft gaan we nu over tot uw onderlinge bevraging en het debat met elkaar, over de dingen die u van uw collega's gehoord heeft. Ik zie in ieder geval dat het woord wordt gevraagd door de heer De Ruijter namens GroenLinks, dus laten we hem de eer van de aftrap gunnen. Meneer De Ruijter. DE HEER DE RUIJTER (GL): Dank, voorzitter, die handschoen pak ik graag op.
Voorzitter, het viel ons in de bijdrage van de andere partijen op, dat als eerste BBS maar ook de ChristenUnie, POS en ook de PvdA, onderscheid maakten tussen statushouders en starters. Dat leidt bij ons tot de vraag of volgens deze partijen statushouders met een wettelijk verblijfsrecht dan geen starters zijn, of minderwaardige starters misschien? DE HEER WITLOX (PVDA): Mag ik een interruptie plaatsen, meneer de voorzitter? VOORZITTER: Er is natuurlijk een uitlokking gedaan. Van mij mag het, want het is een avonddebat. Dus ik denk dat meneer De Ruijter er ook goed tegen kan. Dus ga lekker uw gang. DE HEER WITLOX (PVDA): Graag, want ik denk dat de heer De Ruijter zich vergist. Ik heb namelijk geen onderscheid gemaakt tussen statushouders en starters. Ik heb een onderscheid gemaakt tussen statushouders, starters, spoedzoekers en Oekraïners aan de ene kant, en opvangplekken voor asielzoekers. Dat onderscheid heb ik gemaakt. Dus dat geef ik maar eventjes terug aan meneer De Ruijter. 14
Oordeelsvormende Vergadering : 14 maart 2024 Toetsingskader tijdelijke woningen en asielopvang
VOORZITTER: Alle andere interrupties zie ik graag via de interruptie microfoon, als u het goed vindt. Maar gaat u eerst, want ik zie mevrouw Sterenberg rennen naar de microfoon. Begint u vast met deze te beantwoorden, komt mevrouw Sterenberg direct daarna. DE HEER DE RUIJTER (GL): Ik dank de heer Witlox voor zijn nuance. We kijken de band terug naar wat hij daadwerkelijk gezegd heeft, voorzitter. VOORZITTER: Dan nu mevrouw Sterenberg. MEVOURW STERENBERG (VVD): Dank u wel. Volgens mij is er een hele heldere nuance. Voor de statushouders worden we verplicht als gemeente om iets te doen. En voor de starters gelden geen verplichtingen. Dus de statushouder heeft een beschermde status, want daarvoor moeten we een dak boven het hoofd regelen. En de starter is echt afhankelijk of wij huizen bouwen. VOORZITTER: Meneer Baks. DE HEER BAKS (BURGERBELANGEN): Dank u wel. Als antwoord naar meneer De Ruijter: ik heb dat onderscheid gemaakt. Heel simpel omdat ik moest reageren op de toetsingscriteria, en het college in een stuk over het toetsingskader deze groepen aangeeft. Omdat zij dat aangeven, heb ik op dezelfde manier geantwoord. Maar ik ben het verder met u eens dat een starter en een statushouder eigenlijk een bijna gelijke uitgangspositie hebben. Alleen, die starter wacht denk ik langer op die woning dan de statushouder. VOORZITTER: Meneer De Ruijter.
DE HEER DE RUIJTER (GL): Dank u wel voor de beantwoording, voor zover de partijen zich aangesproken voelden. Dan kom ik bij een partij die ik rechtstreeks wilde aanspreken, maar antwoordde toen ik ze nog niet aangesproken had. De VVD bracht in eigen woorden een andere knip aan. Deze knip oogstte applaus. En ook GroenLinks is positief over één van de gemaakte opmerkingen door de VVD. Namelijk dat de VVD vol wil inzetten op woningbouw. En dat, voorzitter, is wel een heel ander geluid dan we in de verkiezingscampagne twee jaar geleden hoorden en tijdens de onderhandelingen gehoord hebben van de VVD. Dus dank VVD, voor dit optimistische geluid. Verder laat de VVD echter vooral pessimistische geluiden horen. Een pessimistisch geluid over de rol die wij als raad zouden kunnen spelen. Waarmee u alles weer in handen van het college legt. Terwijl de raad toch echt over de bestemmingen gaat, zoals D66 memoreerde. Een pessimistisch geluid over het aantal starters dat een plek kan krijgen. Maar uw rekensom klopt niet. De wethouder zei het al: niet alle vluchtelingen - en dat zijn er opgeteld overigens nog niet meer dan 230 - komen allemaal terecht in tijdelijke huisvesting. Een deel vindt ook een plek in andere opvangen. En in het geval van ontheemden, ook in bestaande woningen. Waardoor voor starters die dat willen, tijdelijke woningen wel degelijk een uitkomst kunnen bieden.
Noem het maar een doekje voor het bloeden. En een pessimistisch geluid over de Spreidingswet van nota bene de VVD zelf. U lijkt wel de discussie in de Tweede Kamer hier over te willen doen. En daarmee zet uzelf de gemeente buitenspel. En buigt u zich niet over het daadwerkelijke probleem waar we als gemeente voor staan: Soest als mooie plek om te starten. VOORZITTER: Ik zie een interruptie aankomen. Ja, mevrouw Sterenberg. MEVROUW STERENBERG (VVD): Dank u wel. Als u denkt ons van anders aan te kunnen praten, dan kan ik op zijn minst reageren. Het is leuk, want u noemt mij een pessimist. Zo noem ik mijn vriend thuis best vaak en dan is zijn standaard antwoord: ik ben geen pessimist maar een realist. Ik ben het vanavond een keer met hem eens, want ik zie mezelf ook niet als een pessimist, maar als een realist. Dat u dat niet wil zien en dat u alles wat wij zeggen ombuigt - want volgens mij heeft u de VVD nog nooit horen zeggen dat wij geen woningbouw willen. Ook wij strijden voor betaalbare woningen, voor de hardwerkende Soesters. Dus ik weet niet waar u dat heeft gehoord, maar dan had u onze flyers iets beter moeten bekijken. VOORZITTER: Meneer De Ruijter. DE HEER DE RUIJTER (GL): Dank. Ik hoor geen inhoud waar ik op in kan gaan, voorzitter. Dan kom ik nog bij één reactie op het college. Ik kan het toch niet laten. Het college zegt toe in gesprek te gaan met het COA.
Wat GroenLinks betreft gaat u niet in gesprek met het COA, maar vertelt u het COA: zo doen wij dat in Soest. En u schikt zich maar naar ons, in plaats van andersom. Dank, voorzitter. 15
Oordeelsvormende Vergadering : 14 maart 2024 Toetsingskader tijdelijke woningen en asielopvang
VOORZITTER: Dank u wel, meneer De Ruijter. Een mooie aftrap voor een onderling debat. Meneer Witlox, Partij van de Arbeid. DE HEER WITLOX (PVDA): Dank u, voorzitter. Ik hoorde zojuist op een vraag of de wethouder in overleg wil gaan met de eigenaar van Fletcher en Albertsdorp, dat we bestuurlijke afspraken hebben. Dat het een moeilijke oproep is en dat ze het aan ons teruggeeft. Ik wil graag even met de collega's sparren over wat dat voor ons betekent. Moeten we dan een motie hiervoor gaan aannemen? Ik weet niet of dat kan, dit is een oordeelsvormende vergadering? Of moeten we dat nadrukkelijk in die opdracht geven? Ik hoor graag de mening van de collega's hierover. VOORZITTER: Meneer Paauw. DE HEER PAAUW (GGS): Voorzitter, ik heb hier wel een mening over. Ik was een beetje geschokt door het antwoord van het college: wij hebben afspraken gemaakt met bepaalde partijen. Ik denk dat de raad eigenlijk heel breed heeft aangegeven aan dit college: ga praten. Ga in overleg, ook met de omwonenden. Kijk hoe het daar gaat en onderzoek dan de mogelijkheden om het te verlengen. Zij zeggen: nee, we willen ons woord houden wat we destijds gegeven hebben. Er is nu een andere situatie. Dat wordt naar ons uitgesproken, maar ik wil het ook naar het college vragen. Ze moeten zich daar gewoon hard voor maken, dat ze gaan overleggen met de omwonenden van Fletcher en van Albertsdorp.
En dan kijken of ze dat kunnen verlengen met de eigenaren en met wie er dan meer bij betrokken moet worden. Als dat nog niet duidelijk is, dan wil ik best met u een motie daarover indienen. VOORZITTER: Mevrouw Sterenberg. MEVROUW STERENBERG (VVD): Volgens mij is dat helemaal niet nodig als we een tussenstap inbrengen. Dat was ook precies wat ik miste in de reactie van de wethouder. En daarom wilde ik zojuist een interruptie. Want de VVD heeft namelijk niet verzocht om een gesprek met de eigenaren, maar om het gesprek te openen met de inwoners. Of de inwoners ervoor open zouden staan. En als dat gesprek heeft plaatsgevonden tussen college en inwoners, en het college ook de situatie van Soest uitlegt, waar we ons in bevinden, en als de inwoners er positief tegenover staan, dan is stap twee het gesprek aangaan met de eigenaren. Volgens mij zijn we dan gewoon betrouwbaar richting onze inwoners. VOORZITTER: Meneer Witlox, u heeft de beantwoording van uw vraag gehad. Wilt u nog door met andere punten? DE HEER WITLOX (PVDA): Ik was even benieuwd. U noemt de inwoners, maar u bedoelt waarschijnlijk de omwonenden? Ja. Misschien een suggestie aan het college -maar ik heb nu twee partijen gehoord naar mijn mening -ik was even benieuwd of er misschien nog meer mensen een mening over hebben. Je zou natuurlijk dat tegelijkertijd kunnen doen. We weten allemaal dat het een urgente zaak is.
Dus als we deze optie, die eigenlijk vooruitloopt naar de zoektocht naar andere locaties, als we deze twee locatiesop de één of andere manier kunnen continueren, dan vallen er al een heleboel andere af. Dus ik vind het eigenlijk een zaak om én met omwonenden én met de eigenaren die verkenning te doen. Maar ik hoor graag nog de reacties van andere partijen. VOORZITTER: Het CDA springt naar de microfoon. Daarna komt D66 en vervolgens Soest 2002. DE HEER LUCAS (CDA): Springen zou ik het nog niet willen noemen. Ik aarzel een beetje, omdat ik het eens zou kunnen zijn met de uitkomst. Het zou een hele mooie uitkomst zijn, als dat daar verlengd zou kunnen worden. Tegelijkertijd kan ik me de manier van de wethouder bedenken, hoe dat overkomt. Als jij als overheid met inwoners de afspraak hebt gemaakt, daar komen we dus niet op terug. En je komt daar vervolgens op eigen initiatief - want daar ligt het - op terug, dan kan ik me voorstellen dat dat - ik wil niet zeggen onbetrouwbaar overkomt, want dat wil ik nou ook weer niet zeggen - maar dat je hebt een afspraak gemaakt. Dan weet ik ook niet of het dwingend karakter van een motie -dus de wethouder zou ook kunnen zeggen: maar als ik het moet doen, omdat er een motie ligt, dus ik moet het van de raad- of dat dan ook weer prettig overkomt? Dus ik snap het verlangen, dat verlangen heb ik ook, dat het zou kunnen.
Ik weet alleen niet of in dit kader juist het uitgebalanceerde gesprek, wat hiervoor nodig is, of je dat op die manier doet. Tegelijkertijd denk ik ook dat als bepaalde partijen die op hun afspraak willen terugkomen, dat zo zien, dan denk ik: zo kunnen we ook denken over afspraken die zijn gemaakt rondom bouwen binnen of buiten de rode contour. En mijn vraag aan de collega's is: is het een mogelijkheid om dat op te nemen in die raadsbrief? Dat een meerderheid van de raad daar toch wel aan wenst toe te 16
Oordeelsvormende Vergadering : 14 maart 2024 Toetsingskader tijdelijke woningen en asielopvang geven? Want ik merk bij de wethouder dat ze aangeeft dat wij het als raad moeten doen. Dus dat is weer een vraag aan de raad. VOORZITTER: Mevrouw Flinterman. MEVOURW FLINTERMAN (D66): Nu liggen er ineens twee vragen voor, dankzij het bruggetje van de heer Lucas. Even over Fletcher en Albertsdorp. Wat eigenlijk de vraag was van de heer Witlox; ook D66 vindt dit een hele lastige. Want er is een hele duidelijke afspraak met de omwonenden. En op het moment dat je daar aan gaat knagen, door te zeggen van: zou je misschien niet? Hoe nou los zo'n vraag ook kan zijn, er zit een bepaalde dwang achter omdat heel Soest meeluistert, bij wijze van spreken. Dus D66 vindt dat moeilijk. Omdat je daarmee het draagvlak voor andere locaties ook veel meer ondermijnt. Omdat inwoners dan gaan zeggen: er wordt wel gezegd anderhalf jaar, maar we hebben gezien hoe dat met Fletcher ging. Dat was ook anderhalf jaar, maar vervolgens zaten ze er tien jaar. Dus heel lastig. Ik zou zeggen: misschien kan de wethouder de vraag eens bij de klankbordgroep van Fletcher droppen, heel voorzichtig? U heeft de beraadslaging in de raad gehoord, hoe denkt u daarover? Maar niet met een motie en niet dwingender dan dat. Want afspraak is afspraak. Daar zijn wij het met de wethouder eens.
Het gaat om bestuurlijke betrouwbaarheid. En dan de vraag van de heer Lucas. We hebben net heel duidelijk gezegd: coalitiepartijen, denk out of the box. Denk ook aan andere locaties. We moeten nu even alle zeilen bijzetten, dus ga ook creatief kijken naar bijvoorbeeld de Meent. Wat kan je daar doen? Dat is nu ineens afgeserveerd, bleek een half jaar geleden. Maar er is natuurlijk nog steeds een locatie. Het TBS-terrein; je kan daar best tijdelijk de bestemming wijzigen en daar tien jaar tijdelijke woningen neerzetten. En dan weer terug naar een bedrijventerrein. De heer Weldink heeft gezegd: Soest2002 staat open voor buiten de rode contour bouwen. Ik heb ook volgens mij de heer Witlox daarover gehoord en de heer Lucas is daar ook. Dus ik zou heel graag van VVD horen -ze zeggen dat ze willen bouwen - maar bent u ook bereid om alle zeilen bij te zetten en daar creatief en flexibel mee om te gaan? Voor zowel tijdelijk - waar u tegen bent, begrijp ik maar ook voor permanent? En dat vraag ik dan ook aan de heer Paauw. Bent u bereid om out of the box te denken? VOORZITTER: We gaan het rijtje zo afmaken. U de heeft de vraag neergelegd. Iedereen heeft meegeschreven, maar ik ga nu even de ronde doen. Eerst meneer Weldink, dan meneer Schotman en dan gaan we naar mevrouw Sterenberg en meneer Paauw. Meneer Weldink.
DE HEER WELDINK (SOEST2002): Wat betreft het Fletcher Hotel vinden wij ook dat je je afspraken moet nakomen. Maar wij vinden het gezien de grote aantallen ook wel wenselijk om het te verlengen. Dus wij raden het college gewoon aan daar heel voorzichtig mee om te gaan, maar toch wel proberen te verlengen. Dank u wel. VOORZITTER: En de andere vragen, wilt u daar nog even over nadenken? Denkt u er maar even over na. Meneer Schotman. DE HEER SCHOTMAN (POS): Een hoop vragen tegelijkertijd. Maar inderdaad, wat betreft het Fletcher Hotel; ik denk dat het belangrijkste is -in reactie op mevrouw Flinterman ook - is inderdaad hoe je dat voorlegt. Dus het dwingende karakter niet doen. Maar als je eerst bij de inwoners begint en de situatie schetst, als er draagvlak is en er is draagvlak bij de omwonenden voor verlenging, dan zien wij dat niet als een probleem. Maar inderdaad, het moet geen dwingend karakter krijgen. Maar we zijn niet tegen het voorleggen van die vraag bij de omwonenden. VOORZITTER: Meneer De Ruijter. DE HEER DE RUIJTER (GL): Ik wilde ook nog even antwoord geven op de vraag van de heer Witlox en ik wil me ook graag een keer wel aansluiten bij de VVD. Albertsdorp en Fletcher Hotel, het kan zeker geen kwaad om het gesprek aan te gaan, of het tot de mogelijkheden behoort om het verblijf daar te verlengen.
Er zijn meer voorbeelden in het land waar mensen juist spijt hebben als er een asielzoekerscentrum weer verdwijnt. Ik weet niet of het hier ook zo is. Ga het gesprek aan. Leg het vooral niet dwingend op. We zouden een motie dan ook zeker niet steunen. En het voorbehoud dat een dergelijke oplossing de realisatie van tijdelijke woningen - waar we het vandaag over hebben niet in de weg moet staan. VOORZITTER: Dank u wel. Dan ga ik eerst naar meneer Dijkhuizen, dan naar mevrouw Sterenberg, dan meneer Paauw.
17
Oordeelsvormende Vergadering : 14 maart 2024 Toetsingskader tijdelijke woningen en asielopvang DE HEER DIJKHUIZEN (CU-SGP): Dank u wel, voorzitter. Ook wij voelen ons even aangesproken door de heer Witlox, wat we nou zouden moeten met het Fletcher Hotel en andere locaties, Albertsdorp. U kunt wel vragen of u kunt verlengen, maar ik denk dat het belangrijk is dat daar een plan onder ligt. Waarom gaat u dat verlengen? Wat heeft u voor toekomstplannen? Anders is het alsof je aan je kind vraagt: wil je iets doen? Maar je vraagt je af: wat is de achterliggende gedachte? Dan koopt u hooguit een jaartje tijd. En ik denk dat het goed is -als u die vraag stelt dat u ook het perspectief kan geven wat u aan het doen bent. Dus onder die voorwaarden zou je kunnen zeggen: je kunt het proberen. Maar ga nog niet zeggen: wilt u verlengen, terwijl we er helemaal geen plan onder hebben. VOORZITTER: Mevrouw Sterenberg. MEVROUW STERENBERG (VVD): Dank u wel. In reactie op de vraag van mevrouw Flinterman: u heeft zelf ook wel eens in een coalitie gezeten. En volgens mij bent u zich er ook van bewust dat een coalitie dan een coalitieakkoord schrijft. Dat is een proces van geven en nemen. En nu verwacht u eigenlijk dat wij vanavond op een proces van geven en nemen, dat partijen iets gaan geven, terwijl u niet weet wat daarvoor genomen, of andersom gegeven is.
Dus ik zou het een uiterst onzorgvuldig proces vinden als wij hier even de boel opblazen. Zo zou je het kunnen noemen, als u gaat verwachten dat hier uitspraken worden gedaan, waarvan u ook weet dat deze bij partijen gevoelig liggen. De VVD is vanavond heel helder geweest over de tijdelijke woningen. Omdat wij geen afspraken hebben, dat wij tijdelijke woningen gaan bouwen. Dus daar kan ik u duidelijkheid over geven, over het andere nog niet. VOORZITTER: Meneer Paauw. DE HEER PAAUW (GGS): Voorzitter, ik heb diverse partijen de afgelopen dagen horen zeggen: we moeten maar buiten de rode contouren gaan kijken. Kretologie; want er zijn spelregels voor, om buiten de rode contouren te kijken. We hebben een duidelijk coalitieakkoord, waar we heel duidelijk hebben afgesproken dat we in deze periode gaan kijken naar de rafelranden buiten Soest, die eventueel gebruikt kunnen worden voor woningbouw na 2030. Dat is een keiharde afspraak. Als het goed is, is het college daarmee bezig, om straks daar met de inwoners te kijken waar dat kan zijn. Waar zijn die rafelranden? Dus eigenlijk wordt u op uw wenken bediend. Daar wordt naar gekeken. Alleen, andere partijen denken: we gaan even naar de rafelranden.
Het is altijd nog zodat wij hebben aangegeven als Soest - en we hebben daar overeenkomsten voor, we hebben een woondeal afgesproken met de provincie en de regio -dat wij tot 2030-2031 een x-aantal woningen zullen realiseren, 2500 stuks. Op dat schema zitten we nog steeds volgens mijn informatie. Wat er nu allemaal bijgehaald wordt om die tijdelijke woningen, we gaan wel naar de dingen. Want niemand wil het in zijn buurt hebben, begrijp ik daaruit. Wij gaan veel te snel in die trajecten. We moeten eerst kijken wat binnenstedelijk opgelost kan worden. Pas als u echt niets meer kan, dan zou je naar de provincie moeten, om te kijken of er mogelijkheden zijn. Maar we hebben daar gewoon heel duidelijk afspraken over gemaakt. En daar houd ik iedereen aan. VOORZITTER: Ik zie behoefte tot interruptie, meneer Paauw. Dit was als eerste opgekomen bij meneer Baks, dus die krijgt als eerste het woord. DE HEER BAKS (BURGERBELANGEN): Dank u wel, voorzitter. Het verbaast me hogelijk dat u ons als raad zou willen houden aan pas bouwen buiten de rode contouren na 2030. Terwijl u in dezelfde vergadering wel verwacht dat de wethouder, dus het college, de gemaakte afspraken met de omwonenden van Fletcher en Albertsdorp wel breekt. Dus daar gaat het dan wel makkelijk. Dat komt u dan misschien beter uit, meneer Paauw. Maar het komt ons beter uit om wellicht te gaan bouwen buiten de rode contouren.
VOORZITTER: Heeft meneer Lucas dezelfde dringende, of laat ik eerst meneer Paauw uitpraten? U zit ook toevallig naast elkaar. Meneer Paauw, gaat u verder? DE HEER PAAUW: Ik reageer hier helemaal niet op. Mij wordt nu duidelijk dat meneer Baks goed moet kijken hoe die spelregels staan. Hoe zijn die rode contouren ontstaan? Je hebt dat afgesproken en in de provincie is dat vastgelegd. En dat kan je als Soest niet zo eventjes gaan veranderen. Daar moet u rekening mee houden. VOORZITTER: Meneer Dijkhuizen. DE HEER DIJKHUIZEN (CU-SGP): Voorzitter, bij interruptie. U had hem kunnen zien aankomen. Meneer Paauw, ik memoreerde in mijn beschouwing al dat u halsstarrig vasthoudt aan uw 18
Oordeelsvormende Vergadering : 14 maart 2024 Toetsingskader tijdelijke woningen en asielopvang grondbeginselen. Daar kun je aan de ene kant trots op zijn, want u bent standvastig. Aan de andere kant memoreerde ik ook wat er in maart 2022 gezegd is. En op papier geschreven is in juni 2022, dat u de uitdaging aan zou moeten gaan met die andere grote partijen - laat ik hem gewoon noemen: Soest 2002 -om nou eens uw tegenstellingen overboord te gooien. En over uw schaduw heen te stappen in het belang van de Soester samenleving, om vooruit te kijken. En toen zag de wereld er nog anders uit dan vandaag. Ik zou bijna zeggen: de wereld verandert sneller dan uw standpunten. En ik wil u echt uitdagen om uw standpunten eens wat meer los te laten. En niet in allerlei regeltjes te gaan denken, hoe u denkt dat de provincie over groene contouren denkt. En ons een lesje gaat leren over hoe dat in elkaar zou steken. Maar ik zou u willen uitdagen om met ons mee te denken, hoe we dit probleem wat op ons afkomt kunnen oplossen. Daarmee helpt u de Soester samenleving. Niet met het eindeloze verhaal dat groen groen moet blijven. En Joost uit Soest -zoals Soest 2002 dat vaak zei - nooit een dak boven zijn hoofd gaat krijgen.
Bent u dat met mij eens, meneer Paauw? DE HEER PAAUW (GGS): Meneer Dijkhuizen, hoe heb ik kunnen verwachten dat u dit zo zou zeggen? We hebben daar heel duidelijk in de coalitieonderhandelingen afspraken over gemaakt met elkaar. We hebben een stap naar voren gezet. We hebben gezegd: oké, als er dan uiteindelijk gebouwd moet worden, waar nu onvoldoende is, moeten we kijken in de rafelranden. Maar we moeten eerst alle punten die we nu kunnen bouwen, moeten we wel gerealiseerd hebben. En daar stapt u heel gemakkelijk overheen. Ik denk dat GGS heel duidelijk heeft gezegd, dat GGS over een stap heen gegaan is door te zeggen: we gaan kijken of we kunnen bouwen in de rafelranden. VOORZITTER: Dank u wel meneer Paauw. Ik heb nog een interruptie en die heb ik al een hele poos - want ik dacht dat dit het begin was - een hele poos zien aankomen. Dus ik vind dat mevrouw Flinterman ruim de tijd moet krijgen om u nu te interrumperen. Mevrouw Flinterman. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Ik krijg ruim de tijd, dat hoor ik graag. De heer Dijkhuizen heeft gelukkig al een deel van de interruptie namens mij gesproken. Maar ik wou toch wel even benadrukken, meneer Paauw, het zijn twee dingen die hier spelen. Het zijn de inwoners die heel duidelijk hebben teruggegeven in alle groepen: kijk ook buiten de rode contour. Wees flexibel; kijk ook op andere locaties.
Wees flexibel als het gaat over transformatie van bestaande locaties, andere bestemmingen, tijdelijke bestemmingen. U gaat daar helemaal niet op in. U zegt: we hebben een coalitieakkoord. Dus u houdt vast aan de piketpaaltjes en de partijpolitieke dogma's, die u blijkbaar met elkaar heeft afgesproken. Dat zegt ook mevrouw Sterenberg: dat hebben we in de coalitie nou helemaal afgesproken. De tijden zijn veranderd, de heer Dijkhuizen zei het al. Dat is één. En twee, uw eigen coalitiepartners brengen dit ook naar voren. Punt 7 of punt 6 van het lijstje van de heer Weldink was: kijk ook buiten de rode contour. En nou wil ik zeker niet stoken in een goeie coalitie of in een goed huwelijk. Maar in uw eigen coalitie is dit ook punt van aandacht. Dus onze oproep zou zijn: waarom niet luisteren naar de inwoners? Waarom zo strak vasthouden aan uw dogma's? Kijk ook eens creatief buiten de contouren. VOORZITTER: Dan zou ik een hele kleine toevoeging moeten doen. Niet zozeer op de inhoud, maar in het proces. We hebben het over de toetsingskaders. Dus misschien kunt u uw antwoord richten op de toetsingskaders? DE HEER PAAUW (GGS): Voorzitter, ik wil nog wel een poging doen om anderen aan te geven. Laten we nou eens zorgen dat onze huidige opdracht, die geformuleerd is - en de tijdelijke woningen komen erbij -die moet je los zien hiervan.
Mevrouw Flinterman zegt: je moet luisteren naar inwoners. Dat doen wij. Wij, deze raad heeft destijds met z’n allen een Omgevingsvisie vastgesteld, hoe wij de toekomst van Soest willen hebben. Leest u dat nog maar eens na. En komt u dan maar eens terug: het is niet zo verkeerd. Daar staan ook allemaal mogelijkheden in. Dus nu even een groep bij elkaar, dus een bepaalde mening, net zo goed als een bloemlezing van een inwonerspanel. Voor dit gebied moet je kijken naar een groter geheel. Dat doet u niet, u verengt het alleen maar. We zijn voor zoveel mogelijk woningbouw binnen de rode contouren. Dan gaan we kijken waar we tijdelijke woningen kunnen zetten, met name voor asielzoekers want dat is een wettelijke verplichting. Daar wil ik naar kijken en dat moeten wij oplossen. VOORZITTER: Mevrouw Flinterman. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Is het bespreekbaar voor u, dat u die tijdelijke woningen dan ook tijdelijk buiten de rode contouren plaatst voor een periode van tien jaar en dan weer terug naar de oorspronkelijke bestemming? Is het überhaupt niet bespreekbaar voor u? Ik ben het met u eens, meneer Paauw, je moet altijd eerst binnen de rode contour kijken. Maar daar zijn we al heel lang naar aan het zoeken. En u weet, het is heel erg moeilijk om locaties te vinden, zeker voor de 19
Oordeelsvormende Vergadering : 14 maart 2024 Toetsingskader tijdelijke woningen en asielopvang tijdelijke huisvesting. Dus is het onbespreekbaar voor GGS? Staat er een dikke streep onder? Houdt u vast aan het partijpolitieke taboe: hier gaan we het niet over hebben. Het enige dat ik kan zeggen is: laten we eerst maar eens kijken wat er in de discussie loskomt vanuit de rafelranden. Dan zou je kunnen kijken naar de rafelranden. Dat is het enige dat ik kan zeggen. VOORZITTER: Meneer Weldink. DE HEER PAAUW (GGS): Daar moet u erg blij mee zijn, als het goed is. Maar voor ons is heel duidelijk. VOORZITTER: Ik kom nog niet aan de beurt. Meneer Paauw gaat geloof ik door met de vergadering. Ik had het woord inmiddels aan meneer Weldink gegeven. DE HEER WELDINK (SOEST2002): Ten eerste: Soest 2002 koestert ook het coalitieakkoord. Wat ik als vraag hier in de raad heb gelegd: gelden die flexibele woningen ook in het coalitieakkoord? Misschien moeten we dat inderdaad eerst binnenskamers bespreken. Maar het laatste wat Soest 2002 wil doen, is het coalitieakkoord openbreken. Dat wil ik maar heel duidelijk zeggen. Het enige wat ik gezegd heb, is dat er veel inwoners hebben gezegd: doe dat buiten de rode contouren. Want het staat er maar vijf jaar en daarna is het weer weg. En dan is het eigenlijk ook een aantasting van het landschap. Die discussie zou ik willen voeren met de coalitie.
En misschien moeten we die eerst binnenskamers voeren. Dat zou natuurlijk kunnen. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Voorzitter, een interruptie? VOORZITTER: Natuurlijk. Dat mag, mevrouw Flinterman. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Meneer Weldink, het zou zo fijn zijn als die discussie niet binnenskamers wordt gevoerd. DE HEER WELDINK (SOEST2002): Ja, dat ben ik wel met u eens. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Maar met ons allemaal. Als we hier nu transparantie de afgelopen weken als onderwerp... VOORZITTER: Dat is niet zozeer een interruptie. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Ik ben het met u eens, maar ik ben niet alleen. VOORZITTER: Goed, u bent het allemaal roerend met elkaar eens. Zijn er nog anderen die een inbreng willen leveren? Of kan ik nu voorzichtig schorsen om te kijken of het college hier een rode draad uit kan maken? Zijn er nog meer inbrengen? DE HEER WELDINK (SOEST2002): Ik heb nog een andere inbreng. VOORZITTER: Kijk, meneer Weldink nog. DE HEER WELDINK (SOEST2002): Er zijn een boel mensen die hebben gezegd dat vijf jaar duidelijk de voorkeur heeft. De wethouder gaf aan dat vijf jaar een kostenplaatje is. Dan moeten we bijbetalen, als ik het even zo mag zeggen. De vraag aan de raad is: vindt de raad dat dan ook? Of zeggen we dan toch tegen elkaar: we gaan naar tien of vijftien jaar? VOORZITTER: De eerste, maar ik denk dat het nog over het vorige onderwerp gaat, is meneer Lucas.
DE HEER LUCAS (CDA): Ik had nog een vraag waar ik nog geen antwoord op heb gekregen. Dat gaat over het herhaalrecept, zou ik haast zeggen. Dit is 2025. Krijgen we deze discussie over 250 tijdelijke woningen, of anderszins woningen voor die doelgroep, in 2026, 2027, 2028 enzovoort? Want meneer Paauw gaat door tot over 2030, dan gaan we naar permanent bouwen. Maar die vraag over dat herhalen, dat zou ik nog graag beantwoord willen hebben. VOORZITTER: Dat past eigenlijk niet in het format dat we met elkaar hebben afgesproken. Ik ga nu naar meneer Schotman.
20
Oordeelsvormende Vergadering : 14 maart 2024 Toetsingskader tijdelijke woningen en asielopvang DE HEER SCHOTMAN (POS): Dank u wel, voorzitter. Ik kan het toch niet laten om, in ieder geval als we kijken naar de participatie; er is natuurlijk ruim geparticipeerd nu in het kader van dit toetsingskader. Maar ik verwijs u ook graag even naar de participatie omtrent de omgevingsprogramma's. Want we krijgen continu het idee dat die Omgevingsvisie een soort vaststaand ding is, waar we nooit meer iets mee kunnen. Maar in de omgevingsprogramma's is uitgebreide participatie geweest. Veel meer respondenten dan tijdens de Omgevingsvisie. Ook daar komt heel duidelijk de wens van de Soester samenleving naar voren om dus buiten die rode contour te kijken. Terugkomend op de vraag van de heer Weldink over die tijdsperiode. Duidelijk dat de businesscase bij vijf jaar niet houdbaar is. Maar wij zouden er ook voor pleiten: als je dan eenmaal die woningen hebt staan, bouw dan garanties in. Waarborgen voor de omgeving, dat wanneer de acceptatie er wel is en het goed loopt, dat je dan naar een langere periode kunt kijken. Maar dat je waarborgen inbouwt dat als het niet loopt en als er problemen zijn, dat je uiteraard die problemen aanpakt, door bijvoorbeeld de samenstelling te veranderen. Maar dat je daar ook de duur van laat afhangen, of het nu een sluitende businesscase is, of niet. Dank u wel.
VOORZITTER: Dat is een aanvullende bijdrage. Meneer Baks. DE HEER BAKS (BURGERBELANGEN): Voorzitter, ik begrijp dat we op dit moment in de vergadering zitten, tussen aan de ene kant het debat tussen de raadsfracties onderling. En dat we teruggaan zo dadelijk naar het college om te kijken hoe hun reactie daarop is. Ik zie u nee schudden? VOORZITTER: Sorry, dan heb ik me onzorgvuldig uitgedrukt, excuus daarvoor. Net zoals ik aan het begin van de vergadering gezegd heb: het is de bedoeling dat u als raad in gesprek met elkaar dingen meegeeft aan het college. Het college luistert ook heel goed, juist naar dit gesprek wat u met elkaar heeft. En gaat proberen daar een rode draad uit te destilleren en komt met die rode draad. Want dit pakken wij nu als rode draad op. Het kan ook zijn dat het college zegt: het is zo diffuus, we komen daar later bij u op terug. Dat weet ik niet, want ik ben natuurlijk niet bij de college vergaderingen aanwezig. Ik ben hier als voorzitter van uw raad. Dus het is niet de bedoeling dat er nog een extra vragenronde komt, of een extra termijn. De bedoeling was juist dat het college probeert uit uw bijdrage te destilleren welke aandachtspunten zij mee gaan aanpassen. En mee gaan nemen bij de toetsingskaders. DE HEER BAKS (BURGERBELANGEN): Dan had ik u inderdaad verkeerd begrepen.
Maar als ik dan toch op de valreep zit richting de antwoorden van het college, dan zou ik het college mee willen geven niet op voorhand bij ons op het bordje te leggen dat wij een raadsbrief maken richting college, waarin staat wat wij gezamenlijk vinden. U maakt vandaag uit het debat en de bijdragen daar zelf uw conclusies van. En wij zien dat wel. Maar om ons nou nog een opdracht te geven, vind ik toch wel erg ver gaan. Want daar zijn we ook minstens een tijd mee bezig. Als we het daarover eens moeten worden met elkaar, wat er dan in die brief moet komen te staan. VOORZITTER: Dat was de oproep van één van uw collega's, ik geloof dat het van D66 kwam. Ik begrijp uit uw antwoord dat u daar niet voor voelt. Dan is dat in ieder geval een soort samenvatting. Ik zie een instemmend geknik van uw collega. Ik ga kijken of er nog andere bijdrages zijn. Ik zie in ieder geval meneer Dijkhuizen zich naar de microfoon spoeden. DE HEER DIJKHUIZEN (CU-SGP): Voorzitter, dank u wel. Meneer Schotman noemde het ook al even, die participatie. Daar worstel ik ook wel een beetje mee. En ik kijk ook even naar de tribune. Ik heb altijd geleerd: als je mensen uitnodigt om een mening te geven, dan kun je er eigenlijk niet omheen dat je daar wat mee moet. Want anders had je ze niet hoeven vragen. En we hebben geparticipeerd. Uit die participatie is onder andere gekomen: we willen kleinschalig.
Vijftig is de limiet. En ik hoor de wethouder zeggen: dat gaan we niet doen, want COA zegt honderd. We hebben het over verschillende locaties gehad. En ik vraag me in zijn algemeenheid af: wat gaat het college zeggen in relatie tot wat uit de participatie is opgehaald? Want ik noemde het als laatste in mijn inbreng; anders hebben we dit allemaal voor de bühne gedaan. Dat zou ik echt zonde vinden. Dus ik wil heel graag weten: wat doet u daar nou mee? Want als het kleinschalig moet en we zeggen met elkaar: vijftig is de limiet. En u zegt gewoon: we maken er honderd van, want COA kan niet anders. Dan had u wat mij betreft die participatie anders moeten ingaan. Dus ik vraag in zijn algemeenheid: wat gaat u doen met de opbrengsten die u heeft gegenereerd uit de participatie? Tot zover, voorzitter. VOORZITTER: Meneer Weldink. DE HEER WELDINK (SOEST2002): Ik heb nog even een vraag over het reizende theater. Ik was in de veronderstelling dat wij voor één keer gingen vaststellen dat we tijdelijke woningen hebben. Ik 21
Oordeelsvormende Vergadering : 14 maart 2024 Toetsingskader tijdelijke woningen en asielopvang begrijp van de wethouder dat wij een heel traject krijgen van tijdelijke woningen. En de vraag is: willen we dat? Ik heb ook een pleidooi gehouden om snel te bouwen. De VVD vindt dat er snel gebouwd moet worden. Als wij ons gaan verleiden tot alsmaar tijdelijke woningen neer te zetten, dan is dat natuurlijk eigenlijk heel onwenselijk. Ik ga ervan uit dat we één keer tijdelijke woningen neerzetten, omdat we eigenlijk te laat zijn. En dat we een inhaalslag maken in de bouw. Als ik het antwoord van de wethouder goed begrepen heb, dan heeft dat alles te maken met de termijnen waarop je die tijdelijke woningen neerzet. Want als je ze tien jaar of vijftien jaar neerzet, dan sluit de businesscase. Dan hoef je dus niet aan een reizend circus te doen. Zo heb ik het in ieder veel begrepen. VOORZITTER: Niet dat er na tien jaar weer nieuwe tijdelijke woningen komen, want dan schieten we helemaal niet op. Meneer Paauw en daarna mevrouw Sterenberg. Naar de heer Weldink toe: belangrijk is te weten dat dit stuk ervan uitgaat dat er plannen zijn voor die bepaalde locaties. Dus vooruitlopend daarop komt er een tijdelijke woning. Daarna - tien of vijftien jaar, dat maakt niet uit - komt permanent. Dat is het uitgangspunt, dat staat heel duidelijk in de toetsingskaders.
U valt elkaar snikkend in de armen, voor de kijker. Mevrouw Sterenberg. MEVROUW STERENBERG (VVD): Dank u wel. Voor de VVD blijft vaststaan dat we tegen tijdelijke woningen zijn. En wat de VVD hier wederom opmaakt uit de antwoorden die zijn gegeven, is dat dit informatie is die ook gewoon al in het stuk had kunnen staan. Dus we zijn het gesprek aangegaan met onze inwoners, met het idee dat vijf tot vijftien jaar een optie is. Maar we hebben daarbij niet al de informatie gehad dat vijf jaar nooit een sluitende businesscase zal leveren, dus trek alvast de reservepot maar open. Dat is het lastige aan deze discussie. De VVD heeft vandaag volgens mij een vrij helder betoog neergezet met onze wensen en onze mening. Daarbij kunnen we dus ook aangeven dat wij niet de behoefte voelen om over te gaan tot een raadsbrief. Ons verhaal staat gewoon op zich, en daar gaan we geen concessies aan doen. VOORZITTER: De heer Weldink is nog een keer. DE HEER WELDINK (SOEST2002): Ik wil even benoemen dat de wethouder het zelf het reizende theater noemde. En de indruk wekte, dat er meerdere tijdelijke woningen achter elkaar zouden staan. Ten tweede wil ik het over het kostenplaatje van de VVD hebben. Ik zou het graag hier in de raad willen leggen. Ik zou willen weten: is de raad bereid die vijf jaar te borgen met extra geld? Want daar gaat het dan om. Het gaat natuurlijk om geld.
En het gaat erom, als wij zeggen: bij tien jaar is er wel een businesscase, bij vijf jaar is er geen businesscase. Willen wij als raad zijnde zeggen: we willen toch vijf jaar, we willen dan ook bij betalen. VOORZITTER: Eerst meneer Baks en daarna meneer Paauw. DE HEER BAKS (BURGERBELANGEN): Dank u wel, voorzitter. Naar meneer Weldink toe: het lijkt me wel heel simpel als wij vanavond een besluit zouden kunnen nemen of we hier wel of niet geld voor uittrekken. Ik veronderstel dat u toch ook zult bedoelen dat we dan eerst alle cijfers en gegevens voor ons op papier moeten hebben liggen? Dit betekent het als we bouwen voor vijf, dit betekent het als we bouwen voor tien jaar. En als we alles tegen elkaar afstrepen en afwegen, dat we dan tot een verantwoorde beslissing kunnen komen. Gaan we hier wel of niet geld voor uittrekken? Ik doe dat in ieder geval vanavond niet. VOORZITTER: Helder. Meneer Paauw. DE HEER PAAUW (GGS): Voorzitter, even naar de heer Weldink toe, heel duidelijk: de intentie van die oproep begrijp ik wel. Maar ik denk dat we dan heel zuiver moeten zijn. En dat je moet zeggen dat je ook moet kijken naar de businesscase. Je kan zo niet even zeggen: ik ga hier akkoord voor geven. Ik ben heel sceptisch om die businesscase, vijf jaar gaan we wel proberen. Ga maar uit van tien jaar, zou ik eigenlijk zeggen. VOORZITTER: Mevrouw Flinterman.
MEVROUW FLINTERMAN (D66): Dank u wel, voorzitter. Aansluitend op de antwoorden die al gegeven zijn op uw vraag, denk ik dat het voor heel veel onderdelen van deze discussie gaat: zodra er een kansrijke locatie is waar we over gaan praten, dat dan pas de waarde van dit toetsingskader duidelijk wordt, hoe we dat kunnen gaan toepassen. Dan kan het best zo zijn dat er een locatie boven komt drijven waarvan we met elkaar van zeggen: die locatie is zo perfect, maar daar moet misschien wel extra geld bij. Maar dat kan je weer wegstrepen tegen een heleboel 22
Oordeelsvormende Vergadering : 14 maart 2024 Toetsingskader tijdelijke woningen en asielopvang andere voordelen. Dus het valt nu heel lastig nu te bepalen, denk ik, of we daartoe bereid zouden zijn als raad. Dus het is maatwerk, laten we het ook zo bekijken. VOORZITTER: Dan zou ik zeggen: tot slot meneer Dijkhuizen want het is ook al elf uur. DE HEER DIJKHUIZEN (CU-SGP): Dank u wel, voorzitter. Ik moet denken aan de samenleving waarin we leven. Waarin we het alsmaar over klanten hebben, over efficiëntie hebben, over geld hebben. Ik hoor het eigenlijk ook over de businesscase. Dan gaan we weer rekenen hoeveel geld erachter zit. Ik zou willen dat we het probleem benoemen. Dat is namelijk de mensen waarover we het hebben. We hebben het niet over geld, we hebben het over mensen. En als we het hebben over het doorrekenen van de tijden, dan zou ik dat ook weer willen doen in het grotere geheel. Door onszelf af te vragen: wanneer hebben we dit nou gerealiseerd? Wanneer hebben we dit definitief opgelost? Want u gaat weer in uw plannen -ik moet eigenlijk deze kant op kijken - uit van: als vijf jaar te kort is, dan kost ons dat zoveel geld. De vraag zou zijn: zijn wij met elkaar in staat om over onze grenzen heen te kijken, en het probleem gewoon voor deze mensen binnen vijf jaar op te lossen? Want als ons dat lukt, dan is een businesscase binnen vijf jaar gewoon afgehandeld.
Dus laten we het over mensen hebben, in plaats van alleen maar over geld. Dank u wel, voorzitter. VOORIZTTER: Dank u wel. Is er nog een hele indringende behoefte tot verdere reactie? Dan kijk ik naar het college en zou ik tien minuten willen schorsen om te kijken met welke reactie het college komt. Ja, tot tien over elf. 5. Rode draad die het college uit het debat haalt VOORZITTER: Goed, dames en heren van de raad, college, mag ik jullie weer oproepen om op de plekken te gaan zitten? En de onderlinge beraadslagingen, ook op de publieke tribune, graag te laten voor wat het is. Mag ik wethouder Scholten vragen om de beantwoording te gaan doen? Of in dit geval eigenlijk te kijken, welke chocolade ervan gebrouwen is? WETHOUDER SCHOLTEN: Voorzitter, dank u wel. We hebben niet boven gezeten voor chocola, maar wel voor de rode draad. Het college is in ieder geval ontzettend blij dat de raad de urgentie erkent van de mensen, en de mensen daarin centraal zet in al uw overwegingen. Want je hebt heel gauw de neiging om te verdwijnen in cijfertjes en aantallen, wat doet dat dan waar? Nee, we hebben het over mensen. Een duidelijk punt waar we heel blij mee zijn, dat u dat in ieder geval ook benadrukt naar het college. Wat wij verder als rode draad opgepakt hebben uit deze gesprekken, zijn een vijftal punten.
En het eerste punt dat wij graag aan u terug willen geven als rode draad die wij gezien hebben, is de consequenties van de tijdsduur inzichtelijk maken, juist voor de mensen die het nodig hebben. En daarbij ook de financiële consequenties weergeven. Dus een combi van beide dingen om tot een gewogen afweging te kunnen komen. We hebben ook de wens gehoord over de kleinschaligheid. En de wens van verlenging van het Fletcher en het Albertsdorp. We hebben een oproep gehoord om out of the box oplossingen te gaan zoeken. En we hebben een heel duidelijke wens gehoord om te zorgen dat de communicatie en participatie met omwonenden rond een kansrijke locatie, tijdig en gedegen opgestart gaat worden. Voorzitter, tot zover. Dank u. VOORZITTER: Dit is de rode draad die het college eruit haalt. Ik zie mevrouw Flinterman. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Dank u wel, voorzitter. Het is een vrij korte rode draad voor een lange avond met het gesprek. VOORZITTER: Ze hadden ook maar vijf minuten. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Ze hadden best vijf minuten langer mogen nemen, wat mij betreft. Ik wil in ieder geval één ding nog meegeven, wat onze bijdrage betreft, aan het college. De wethouder heeft het over communicatie met een kansrijke locatie, die snel wordt opgestart zodra een kansrijke locaties in beeld is. We hebben juist benadrukt dat het gaat om communicatie met heel de gemeente Soest en Soesterberg.
Zodat alle Soesters zich betrokken voelen bij dit onderwerp. En dus niet: we hebben het ergens over iets in Soest Zuid, dus in het hart hoeven we daar verder niet meer over na te denken. Het is voor heel Soest belangrijk dat we betrokken blijven, dat alle inwoners aangehaakt blijven. En dat dat zo vroeg mogelijk in het proces is, daar zijn we het helemaal mee eens. Dank u wel. VOORZITTER: Meneer Dijkhuizen. 23
Oordeelsvormende Vergadering : 14 maart 2024 Toetsingskader tijdelijke woningen en asielopvang
DE HEER DIJKHUIZEN (CU-SGP): Voorzitter, dank u wel. Wat ons betreft een prima samenvatting van de wethouder. Een mooie rode draad. Maar ik doe wel de dringende oproep daarbij: bezie dat in het plan wat u heeft voor een definitieve oplossing. Want anders koopt u alleen maar tijd. Dan zitten we hier over twee jaar opnieuw over dezelfde discussie. Dus ik wil de wethouder vragen om in haar samenvatting ook te noteren, dat u met het plan komt hoe u het definitief oplost. Want als u nogmaals in mijn eerdere betoog naar het Fletcher Hotel gaat en zegt: mag ik nog een jaar verlengen, of mag ik nog twee jaar verlengen? En u bent niet bezig met het diepere plan om dit definitief op te lossen, dan staat u in 2026 weer bij Fletcher op de stoep, om weer twee jaar te verlengen. Dus uw samenvatting is helder, maar dat moet wat ons betreft echt gekoppeld worden aan het plan om dit definitief op te lossen. Dank u wel. VOORZITTER: Dank u wel, meneer Dijkhuizen. Anderen nog in een aanvulling? MeneerWitlox. DE HEER WITLOX (PVDA): Dank u wel. Ik dacht dat we misschien tot een raadsbrief zouden kunnen komen, maar teleurstellend, denk ik, dat we dat niet kunnen doen. Ik heb één partij gehoord die daar niet aan mee wil doen. Maar ik kan me helemaal vinden in de vijf punten rode draad die net door de wethouder zijn genoemd. Dus wat dat betreft, als dat de rode draad is, dan steun ik die van harte.
Dank u wel. 6. Sluiting VOORZITTER: Ik kijk verder nog rond. Als niemand daar dan meer iets over wil zeggen, dan gaat het college met deze vijf rode punten opleggen en overleggen door het door het stuk heen. Te gelegener tijd ziet u de verschillende onderdelen daarvan als gemeenteraad weer terug. Want ik kan me ook zomaar voorstellen, dat uw vinger aan de pols wil houden. Dat heb ik in de diverse wandelgangen ook al gehoord. Als u het goed vindt, wil ik daarmee deze bijeenkomst sluiten en wens ik u een hele fijne nachtrust toe. Ik sluit deze vergadering.
24