Notulen Oordeelsvormende Vergadering Jaarstukken 2023
Tekst van het document
Vraag één is of er voldoende verantwoording is afgelegd. Vraag twee is of u de reserves wil laten liggen zoals ze er liggen of dat u er iets anders mee wil doen. Dat is een vrije vertaling van de vraag. Wie wil er iets over zeggen? Ik zie twee raadsleden, meneer Groothuis en daarna mevrouw Wegman. DE HEER GROOTHUIS (SOEST2002): De eerste vraag is duidelijk, het kan door naar de besluitvormende raad. Bij vraag twee denk ik dat u de kadernota ter behandeling neemt. Daarin wordt uitgelegd wat we met onze reserves gaan doen, en die hebben we in de komende jaren hard nodig. Als het in de kadernota ter sprake komt en u vindt dat onvoldoende, dat we die discussie daar met elkaar moeten hebben over of dit voldoende is of niet. Op dit moment zou ik die discussie nog niet aan willen gaan. VOORZITTER: Ik zie een interruptie van mevrouw Welschen. MEVROUW WELSCHEN (D66): Ik wil graag van de heer Groothuis weten wat ik net aangaf in mijn bijdrage. Als er 7,5 miljoen euro wordt gereserveerd voor risico's maar er vorig jaar maar anderhalf miljoen van is gebruikt, dan kunnen we toch kritisch naar die cijfers kijken en wat meer doorvragen zodat er met datzelfde geld misschien meer mogelijk is? DE HEER GROOTHUIS (SOEST2002): Precies, maar daar zijn we binnen onze fractie ook druk mee bezig om te kijken op welke manier we echt kunnen bezuinigen.
We kunnen dan ook kijken naar uw voorstel en kijken of dat voldoende is. We kunnen alle suggesties gebruiken om geld te reserveren of te gebruiken om de tekorten die we de komende jaren aan zien komen te gebruiken. Alle voorstellen kunnen we in de kadernota meegeven om te doen. Er wordt dan ook nadrukkelijk 12
Oordeelsvormende Vergadering: 20 juni 2024 Jaarstukken 2023 aan de fracties gevraagd om met voorstellen te komen en ik denk dat u dit voorstel dan ter tafel kan brengen. MEVROUW WELSCHEN (D66): Volgens mij is de vraag die voorligt of er wel bezuinigd moet worden of dat er geen geld in potten zit dat er niet in hoeft te zitten. Volgens mij gaat het niet om de vraag waar we op bezuinigen. Die vraag wordt wel opgeworpen, maar wij weerleggen die vraag. VOORZITTER: Ik zou als uw voorzitter nu willen interrumperen, want dit gaat veel meer over de kadernota dan over de rekening. De rekening stort geld in de reserve en daarbij verantwoordt het college wat ze wel en niet gedaan hebben. Daar zou dit debat over moeten gaan. Voor wat u ermee wil geeft u bij de kadernota richting aan het college om het uit te werken. We gaan wat mij betreft nu toch een beetje van het padje. Dat is het mooie van de P&C-cyclus, het zit allemaal aan elkaar vast. Alles gaat samen, het zit ook allemaal in dezelfde maand. Volgens mij wordt er expliciet gevraagd naar bezuinigingsvoorstellen, of juist niet, intensiveringen, want dat is uw voorrecht. Vijftien is meer dan veertien, zeg ik altijd. Dat is democratie. Mevrouw Wegman. MEVROUW WEGMAN (GGS): Dank u wel. Ik kan vrij kort zijn.
Is er adequate verantwoording afgelegd? Iets is niet opgepikt bij de najaarsnota en wel bij de jaarrekening en daarmee is die verantwoording adequaat afgelegd. Voor de discussie of de reserves anders of beter besteed hadden kunnen worden, hebben we een kadernota en straks een begroting waarin we daarover met elkaar over in gesprek kunnen gaan. Laten we dat dan doen. Dank u wel. VOORZITTER: Hebben anderen nog een reactie op de twee vragen die voorliggen? Meneer Lucas, CDA. DE HEER LUCAS (CDA): Om aan te sluiten bij de vorige sprekers...De vraag die is neergelegd bij ons is de vraag die ik mezelf ook stel, maar dan bij de kadernota als het inderdaad gaat om wat we hiervan leren. Naar mijn idee is er voldoende verantwoording afgelegd over grotere afwijkingen. Ik gaf zelf al aan dat het bij het sociaal domein vaak gaat om hele grote bedragen. Het heeft er ook mee te maken of je heel erg strak begroot of niet. Als je al veel geld uitgeeft en het niet uitgeeft omdat je wel de kans wil hebben om dingen uit te geven zonder ons te vragen of we extra geld willen besteden aan iets, dan heb je dat daar vanzelf uit naar voren komt dat het lijkt alsof je bezuinigd hebt of dat je meer moet uitgeven. Het is ook de manier van bezuinigen.
Wat ik me wel kan voorstellen, en die reflectie kreeg ik net, is dat je uit de jaarrekening, misschien voor de kadernota, de werkwijze van begroten zoals die de afgelopen jaren is geweest bekijkt. Is dat een goede werkwijze geweest? Zijn er onderwerpen waarop we constant weer tegen tekorten of het tegenovergestelde daarvan aanlopen? VOORZITTER: Het jargon is onderuitputting, maar dat is alleen voor de liefhebber. DE HEER LUCAS (CDA): Ja, mijn been is nu ook onderuitgeput, maar dat is wat anders. Dat is misschien wel iets wat je mee kan nemen voor de cyclus van op welk moment je leert uit het voorgaande document. Zo kan ik hem wel begrijpen. In reactie op wat de heer De Ruijter van ons vraagt, namelijk of er geen andere bestemming voor de bedragen is. Ik heb een bedrag voorgesteld, bijvoorbeeld voor de sporthal, waarmee we een heleboel dingen kunnen oplossen. Ik wil daar nu niet inhoudelijk op ingaan, ook niet vanwege wat wethouder Suna heeft aangegeven. Het kan ook zijn dat je zegt dat het in de algemene reserve zit en dat dat een voordeel is, want daar kan je het alsnog uitplukken op het moment dat je dat wil, dus het geld is niet weg. Dat neem ik dan maar even mee. Ik heb het idee dat het college zich voldoende heeft verantwoord in die 240 bladzijden die er waren. 7. Afronding met advies aan de agendacommissie VOORZITTER: Dank u wel. Anderen nog? Dat is niet het geval.
Ik heb van meneer Groothuis gehoord dat het door kan gaan naar de besluitvorming. Mag ik dat constateren? Ja, dan gaat hij zo door. Als hamerstuk niet, denk ik, gegeven het debat. 8. Sluiting VOORZITTER: Ik dank u voor uw uithoudingsvermogen en uw inbreng.
13