Notulen Oordeelsvormende Vergadering Jaarstukken 2023
Tekst van het document
Oordeelsvormende Vergadering: 20 juni 2024 Jaarstukken 2023
NOTULEN Voorzitter: dhr. R.T. Metz Griffier: mevr. M.A.C. van Esterik 1. Opening VOORZITTER: Mag ik ervan uitgaan dat er geen andere fracties meer binnenkomen? Vindt u het goed dat we beginnen met deze bijeenkomst? Als u de deur gelijk dicht wil doen, ben ik helemaal blij. We gaan nu in gesprek. De raad gaat in gesprek met het college van B&W en elkaar. Dat is hartstikke mooi. Voordat we gaan beginnen, gaan we eerst naar een kort statement van wethouder Sterenberg. WETHOUDER STERENBERG: Voorzitter, ik dacht: ik maak de grap zelf maar even voordat hij door iemand anders gemaakt wordt. Ik ben inmiddels bijna vier weken aan de gang en toen ik startte, zei ik al dat ik de komende tijd veel koekjes van eigen deeg zou moeten eten. Eén van die koekjes is natuurlijk deze avond, want ik heb als raadslid nog heel erg gepleit voor een verantwoordingsdebat, niet wetende dat ik vervolgens aan de andere kant van de tafel zou komen te staan. Dat vraagt wel om een gebaar, dacht ik. Ik moet zeggen dat mijn tijdsindeling inmiddels zo geleefd is dat ik zelf geen tijd had om in de keuken te gaan staan en koekjes te bakken. Daar mogen jullie misschien wel heel blij mee zijn, maar ik ben wel op zoek gegaan naar koekjes van eigen deeg. Ik heb voor alle fracties wel een koekje van eigen deeg en ik kijk uit naar het debat met jullie allemaal. 2.
Jaarstukken 2023 VOORZITTER: Dank u wel, wethouder Sterenberg. Wat mij betreft is er nu een gelegenheid om even rond te lopen. Ik ga eerst even kijken wie er het woord wenst over dit onderwerp. U heeft het stuk gezien, per fractie neemt een woordvoerder deel. Ik ga eens kijken. Ik zie in ieder geval mevrouw Welschen vol enthousiasme klaar zitten. Meneer Polfliet, en dan moet ik het wel goed opschrijven. Meneer Groothuis, meneer Lucas, meneer Stormbroek, mevrouw Walraven en mevrouw Wegman. Fijn dat u er ook bent, meneer Van Zutphen. Dat hebben wij ook gedaan, maar u stond buiten hele ongezonde dingen te doen, dus dan hoort u dat kennelijk niet. Op een gegeven moment heb je dat met een bepaalde leeftijd, ik weet er alles van. Ik zit binnenkort ook bij de audicien. Dat zijn degenen die ik nu heb. De wethouder zit nu helemaal klaar met een pen in de hand. Mevrouw Welschen, u heeft het woord. U mag vanaf uw plek deze vergadering doen, toch? U mag daar blijven zitten, dat is meestal in deze zaal. Met een verantwoordingsdebat is achter het spreekgestoelte staan ook wel lekker. Vind u het goed als we dat doen? Sorry, de regieaanwijzing kwam niet helemaal door. Het komt eraan. MEVROUW WELSCHEN (D66): Dank u wel. De jaarstukken van 2023. 137 Kinderen met een zwemdiploma, dat was onze inzet bij de najaarsnota. Een kruimel in de miljoenenpot van dit college.
Incidenteel geld bedoeld voor kinderen uitgeven aan kinderen. Hoe clean wil je een motie hebben? Het antwoord van het college en de raad was nee, en dan blijkt in de jaarstukken dat drieënhalf miljoen overschot bij de najaarsnota niet is verantwoord. Drieënhalf miljoen euro wordt afgedaan met minder tekst en uitleg dan een DoneerRing, een flessenverzamelaar die dit college moet vieren met kop, paragraaf en foto. Je hoeft geen bestuurlijke whizzkid te zijn om te snappen dat hier iets niet klopt. Welk inhoudelijk gesprek hadden wij hier in het najaar bij de behandeling van de najaarsnota gehad als die miljoenen wel op tafel hadden gelegen? Voor D66 geldt dat verantwoording geen handeling op zich is, maar een goede democratische besluitvorming ondersteunt. Dat maakt het voor ons meer dan een administratieve vergissing, maar een belemmering van een kaderstellende taak. We horen graag hoe de rest van de raad hierover denkt. Een goed financieel beleid zorgt ervoor dat geld wordt ingezet waar het voor is bedoeld en er een goede balans is tussen inkomsten en uitgaven. Niet alleen als we te veel uitgeven, maar ook als we te weinig lijken uit te geven aan de juiste dingen. Zijn we te voorzichtig? Na het lezen van de kadernota zou je denken van niet, maar wij hebben een weerstandsvermogen dat drieënhalf keer groter is dan nodig.
We zijn dus drieënhalf keer in staat om risico's op te vangen, risico's die ook 1
Oordeelsvormende Vergadering: 20 juni 2024 Jaarstukken 2023 nog eens een keer ruim zijn ingeschat. Van de 7,4 miljoen die nodig lijkt te zijn voor het ondervangen van risico's in 2023 is anderhalf miljoen euro daadwerkelijk gebruikt. Ook dat is weer een ruime schatting, zo bleek tijdens de beantwoording van de technische vragen. Dat laat bijna zes miljoen euro onbenut voor die mogelijke forse financiële impact, plus nog eens dertien miljoen in een pot en dan nog de begrote initiatieven die niet zijn uitgevoerd maar ook niet terug zijn te vinden in de jaarstukken. Terwijl de financiële waarschuwingen ons om de oren vliegen en voorzichtigheid aan alle kanten geboden is, stijgen de kosten van de externe inhuur verder door. De verantwoording is vaag en dat bevreemdt ons, want het hoeft niet. De landelijke overheid is duidelijk over wat externe inhuur behelst. In de jaarstukken zijn de kosten die rood zijn gemarkeerd verantwoord in de programma's en dus niet meegenomen in het percentage. Doe je dat wel, dan kom je uit op 5,6 miljoen aan externe inhuur. Dat is bijna 30 procent van het totale personele budget, een stijging van 3 procent ten opzichte van 2022 en 20 procent boven de Roemernorm. Die zal inmiddels best achterhaald zijn. Het is heel vervelend dat personeel niet te vinden is, niet komt of niet blijft.
Twee jaar geleden bij de start van de basis op orde hebben wij al gevraagd of er een plan B was voor als die FTE's niet konden worden ingevuld. Het college gaf aan dat het niet nodig was, ze hadden alle vertrouwen. Dat is bijzonder in deze arbeidsmarkt. De werkelijkheid is beduidend anders en nu vloeien er vele miljoenen weg zonder duurzaam resultaat, zeker zonder het maatschappelijk duurzaam resultaat waar het college op wil in wil zetten zoals te lezen is in de kadernota. D66 maakt zich dus nog altijd zorgen over de slagkracht van deze organisatie. We zetten vraagtekens bij de woorden van openheid, transparantie en vertrouwen als drieënhalf miljoen wordt afgedaan met één enkele regel. We denken dat met een scherpe kijk op risicomanagement en organisatieontwikkeling extra ombuigingsscenario's kunnen worden toegevoegd aan de kadernota. Scenario's die niet alleen de inwoners raken, maar die de last ook eerlijk verdelen. Afsluitend hebben we een aantal concrete vragen.
Wat verklaart het overschot van drieënhalf miljoen voor de opvang van Oekraïners en is het college het met ons eens dat een adequate verantwoording van het overschot ontbreekt? Heeft het college nu, twee jaar en vele miljoenen verder, wel een plan B voor de mensendoelen in de basis op orde nu plan A niet blijkt te werken? Kan het college uitleggen hoe zij ervoor gaat zorgen dat de kosten voor inhuur derden niet nog verder gaat stijgen en toezeggen dat deze kosten openlijk worden verantwoord? Dank u wel. VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Welschen. U sprak namens de fractie van D66. Meneer Polfliet, fractie van de Partij van de Arbeid. DE HEER POLFLIET (PVDA): Dank u wel, voorzitter. Voor ons liggen de jaarstukken van 2023. Dit is een bijzonder jaar, aangezien het de verantwoording is van het eerste volledige jaar van dit college. Er staan een aantal mooie wapenfeiten in waar we als gemeente trots op kunnen zijn. Er is het hoogste aantal woningen van de afgelopen vijf jaar netto toegevoegd, namelijk 161 stuks. Daarvan ligt 56 procent in de categorie betaalbaar. Daarnaast is de Woondeal getekend en is er een nieuwe doelgroepenverordening waarin vastgesteld is dat 65 procent in die categorie moet vallen en 30 procent in sociale huur. Meer dan 1.000 huishoudens hebben een structureel lagere energierekening door energiebesparende maatregelen.
Er zijn nieuwe visies op het sociaal domein, een sportnota en een cultuurnota en die zijn vastgesteld met een breed participatietraject. De verkeersveiligheid is verbeterd door meerdere projecten en plannen en door in te zetten op meer fietsen. Naar aanleiding van het Rekenkamerrapport Van Denken naar Doen hebben we het in 2023 ook gehad over de dienstverlening van de gemeente. Het doen daarin is zeker gebleken bij de brand in het gemeentehuis. Complimenten voor het herstarten van de dienstverlening na twee dagen, dit is geen kleine prestatie. Het is ook belangrijk om de dagelijkse dienstverlening goed te doen. Iets simpels zoals op tijd terugbellen als een inwoner een vraag of verzoek heeft, is wat onze inwoners van de gemeente mogen verwachten. Als we dan in de jaarrekening lezen dat er daar verbetering in is, maar dat de resultaten per team verschillen, hadden wij toch op meer gehoopt. We hebben de volgende vraag aan het college. Hoe staat u tegenover het in de financiële stukken één of meerdere indicatoren opnemen waarmee er inzicht gegeven kan worden in de telefonische bereikbaarheid en de snelheid van de terugbelverzoeken? Daarnaast lezen we dat de Tweede Kamerverkiezingen voor een nadeel van 125.000 euro hebben gezorgd.
Dat is heel veel geld waarmee we goede dingen hadden kunnen doen, en niet te vergeten de tijd die de ambtelijke organisatie in andere zaken had kunnen steken. Wellicht dat de volgende Tweede Kamerverkiezingen pas in 2027 zijn. Mochten die toch eerder blijken te zijn, dan zullen we deze kosten als gemeente weer moeten incasseren. Nu heeft de gemeente Zandvoort onder het motto 'wel taken, geen knaken' een factuur naar het Rijk gestuurd voor deze kosten. Ik weet niet of de factuur ook daadwerkelijk betaald is, maar het geeft ons inziens wel een goed signaal af. Zou dit college ook bereid zijn om volgende, eerder uitgeroepen Tweede Kamerverkiezingen, een dergelijk signaal naar Den Haag te sturen? Dank u. 2
Oordeelsvormende Vergadering: 20 juni 2024 Jaarstukken 2023 VOORZITTER: Dank u wel, meneer Polfliet. U sprak namens de fractie van de Partij van de Arbeid. Meneer Groothuis, Soest 2002. DE HEER GROOTHUIS (SOEST2002): Dank u, voorzitter. In het afgelopen jaar zijn er belangrijke besluiten genomen, zoals het bestemmingsplan Dalweg, de gebiedsvisie Soesterberg-Noord, Cultuurcentrum de Basis te Soesterberg, het Griftland College en niet te vergeten de uitwerking van de Omgevingswet. Het was een productief jaar. Uit de jaarstukken blijkt ook dat wij weer meer geld kunnen toevoegen aan de algemene begroting. Geld dat we dadelijk hard nodig hebben om de zaken gaande te houden. Dit komt nader bij de kadernota aan de orde. Ik heb het toegespitst op één thema, en dat is een thema wat onze fractie altijd blijft bezighouden, namelijk dienstverlening. Een betrouwbare overheid kenmerkt zich door een dienstverlening die op orde is. Burgers moeten vertrouwen hebben in de overheid dat wanneer zij iets vragen, daar ook een adequaat antwoord op komt. We horen nog te vaak dat mensen niets meer hebben gehoord of nog steeds op een antwoord wachten. In de jaarstukken worden wij als raad weer op de hoogte gesteld dat hier aandacht aan wordt besteed door aanschaffing van een nieuw zaaksysteem, daarmee kunnen terugbelverzoeken bijvoorbeeld gemonitord worden in dit systeem. Dit kan zelfs per afdeling.
Onder wat we willen bereiken staat in de jaarstukken: ''we werken aan de digitale transformatie en daarmee ook aan verbetering van de digitale dienstverlening''. Dat is goed om te lezen, maar hoe kunnen wij als raad weer een controlerende taak uitoefenen als we niet op de hoogte worden gesteld van de monitoring en analyses in de P&C-cyclus? Ook is het van belang te weten hoe minder digitaalvaardige inwoners worden bereikt en geholpen. Onze fractie wil graag weten van het college hoe zij de dienstverlening nog willen verbeteren en de raad hier inhoudelijk beter van op de hoogte kan brengen, zodat wij onze controlerende taak beter kunnen uitoefenen. Met betrekking tot de digitale vaardigheden in relatie tot veiligheid zou onze fractie graag willen weten hoe we ervoor zorgen dat de groep slachtoffers van cybercriminaliteit zo klein mogelijk blijft, dat we nauw samenwerken met maatschappelijke organisaties zoals Balans en SOS. Dank u wel. VOORZITTER: Dank u wel, meneer Groothuis. U sprak namens de fractie van Soest 2002. Op mijn lijstje heb ik nu de heer Lucas staan, die spreekt namens de fractie van het CDA. DE HEER LUCAS (CDA): Voorzitter, dank. Deel één van de cyclus financiële stukken hebben we nu voor ons. We kijken naar het verleden, de jaarstukken, en later naar het heden, de voorjaarsnota, en de toekomst, de kadernota en de begroting.
De wethouder kunnen we niet meer toevertrouwen dan dat zij dit goed voor elkaar heeft. Officieel zijn het eigenstandige stukken, maar zeker nu kunnen we er niet aan ontkomen om ze ook wel een beetje in onderling verband te zien. In de jaarstukken wordt dat ook genoemd. Nu eerst de jaarstukken van 2023.Over de voorkant, het plaatje, en nu echt voor het laatst, zijn er geen klachten van wie dan ook. Ik vind het praatje, de bestuurlijke inleiding, een heel leesbaar stuk. We worden er als raad op deze wijze ook weer goed bij bepaald wat we allemaal hebben besproken en besloten en waar het college mee op pad gaat. Het is een mooi overzicht. Al met al resulteren inkomsten en uitgaven in 2023 in een positief saldo van 4,6 miljoen. Voor een groot deel komt dat niet door het beleid van de gemeente zelf, maar simpelweg doordat we meer hebben ontvangen voor de opvang van Oekraïners dan we hebben uitgegeven. Andere verschillen in de begrote en gerealiseerde uitgaven zijn wat het CDA betreft prima uitgelegd, ook bij het sociaal domein. Het zijn grote bedragen en dat zijn vaak grote bedragen in voor- en nadelen. Wij zouden toch de nadruk willen leggen op een begroting voor het komende jaar, en dan ga ik een heel eind naar voren. We willen nadruk leggen om daar goed aandacht aan te besteden want voordat we het weten, zijn we hele bedragen kwijt.
Het college stelt voor een bedrag van 1,3 miljoen te bestemmen voor uitgaven in 2024. Daar heeft het CDA geen problemen mee. Dat is goed doordacht, ook gelet op wat het overschot voor een groot deel verklaart. Het college stelt ook voor 3,3 miljoen euro toe te voegen aan de algemene reserve. Dat is op zich te billijken, maar de algemene reserve is al groot. De algemene reserve komt, als dit door zou gaan, boven de twintig miljoen, terwijl we een minimum van zeven hebben afgesproken en twintig is best ver daarboven. Het CDA vindt dat de gemeente er niet is om geld op te potten, of we dat nu van het Rijk of via eigen belastingen krijgen of omdat we gespaard hebben. Het geld komt direct of indirect van onze inwoners en is gestort met een bepaald doel, niet om op een spaarrekening te zetten. Het CDA vindt dat die 3,3 miljoen met een blik op de toekomst best wat lager mag en kan uitvallen als we daarmee een belangrijk probleem in Soest zouden kunnen oplossen. Voorzitter, ik had graag gezien dat het college zelf een bedrag had geoormerkt voor 2024 en later voor een sporthal. Het bedrag van om en nabij 1,4 miljoen is een schijntje vergeleken met de laatste sporthal die meer dan tien keer zo duur was. Uit de krant heb ik vernomen dat Baarn nu bereid is tot een vorstelijke bijdrage van vijf ton. Die kan zelfs hoger uitvallen.
Graag hoor ik een reflectie van het college op de bereidheid van Baarn om substantieel bij te dragen aan een sporthal in de naburige gemeente. Want, voorzitter, dat is 3
Oordeelsvormende Vergadering: 20 juni 2024 Jaarstukken 2023 grensoverschrijdend gedrag dat navolging verdient. Mijn vraag is ook: hoe kijkt u tegen een voorstel aan om daar als Soest zelf ook een bedrag bij te voegen? Wij vinden het heel belangrijk dat we voorkomen dat in de krant komt te staan dat Baarn onze Soester-sporters wel wil helpen, maar Soest dat zelf niet wil. Dat is uw en onze eer toch te na? Voorzitter, tot zover de reflectie op de jaarstukken van het CDA. VOORZITTER: Dank u wel, meneer Lucas. U sprak namens het CDA. Meneer Stormbroek namens de fractie van POS. DE HEER STORMBROEK (POS): Dank u wel, voorzitter. Ik zal het maar herhalen, we bespreken vandaag de jaarstukken van 2023. Het is nog niet eerder gezegd, dus ik roep het even. Het opmerkelijke punt dat ons opvalt is het onverwachte financiële voordeel van ruim vijf miljoen. U hoort ons niet klagen over voordelen, maar toch vraag je je bij dit voordeel af of het onvoorzien is en daarmee voldoet aan de drie O's. We draaien het een keer om. We hebben nog een vraag, waarom is het dan in de ogen van het college niet onrechtmatig, ondanks dat in de kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV is opgenomen en iedere afwijking van de begroting onrechtmatig is. We gaan een beetje muggenziften, voorzitter. Dan de fout in de Europese aanbestedingsprocedure die drie ton heeft gekost.
Dat is niet alleen een dure fout, maar het roept ook serieuze vragen op over de naleving van de Europese aanbestedingsregels. Lees ik het goed, zowel in de nota inkoopbeleid die we dit jaar hebben vastgesteld en de nota inkoop- en aanbestedingsbeleid uit 2018,dat het college dit onrechtmatigheid heeft geaccepteerd en dat dit in tegenspraak is omdat u in de jaarstukken die voor ons liggen zelf beweert dat dit niet onrechtmatig is? Het is belangrijk dat het college transparantie biedt over wat er hier mis lijkt te zijn gegaan. Drie ton is in het huishoudboekje van de gemeente niet veel. We hebben ook wat spaarcentjes over, zoals de heer Lucas net onderstreepte. Ik denk dat de gemiddelde Soester en Soesterberger geen drie ton over heeft op de bank. Ik zou graag een bruggetje slaan naar de vluchtelingenopvang. Het is goed om te lezen dat belangengroepen aangeven dat het goed gaat, alleen vraagt dit wel om wat meer onderbouwing. Wanneer krijgen we een rapportage, met name over de opvang Kamp van Zeist, waarin we dit in cijfers kunnen teruglezen en ook daadwerkelijk kunnen controleren dat de opvang van asielzoekers daar ook goed gaat? Daarmee gaan we ook naadloos over naar de opvang van Oekraïners. Die kosten zijn lager dan de Rijkstoelage. U geeft zelf aan dat u al had moeten melden in de najaarsnota.
Betekent dit dat ook dit niet voldoet aan de drie O's omdat dit niet onvoorzien is? Voorzitter, u kent onze partij die zich druk maakt over participatie. We zien nog een bijzondere zinsnede. Als partij die zich druk maakt over participatie, moeten wij lezen dat de participatiedruk in onze gemeente te hoog is. U geeft aan dat u de gesprekken over de uitkomsten van de burgerpeiling waarstaatjegemeente.nl wederom niet heeft uitgevoerd. Hoe denkt het college antwoord op vragen te geven over lage scores in sommige delen van de gemeente Soest als u niet op onderzoek uitgaat in de wijken? U moet zich niet druk maken om participatiedruk, maar druk maken om participatie. Dan onze ouderen. Het college zegt hen te willen stimuleren om na te denken over hun woonsituatie. Echter is het cruciaal dat we ook actie stimuleren. Wat heeft het college concreet gedaan om het voor ouderen aantrekkelijker te maken om kleiner te gaan wonen? Dit is een essentiële vraag, ook gezien de druk op onze woningmarkt. Voorzitter, ik wil nog een punt maken bij een andere motie. Mevrouw Welschen heeft al iets geroepen over een motie, maar ik zag ook nog iets over een motie voorbijkomen. Wij waren zelf niet zo enthousiast over het voorstel om de openingstijden van de winkel te verruimen. Er staat ook dat wij een jaar na dato een evaluatie zouden krijgen en ik heb dat nog niet teruggelezen.
We zijn volgens mij een jaar verder, dus hoe is het met die evaluatie? Ik geloof dat ik het hier even bij hou, ik ben benieuwd naar de reactie van het college. Dank u wel. VOORZITTER: Dank u wel, meneer Stormbroek van de fractie Pos. Mevrouw Wegman namens de fractie van GGS? MEVROUW WEGMAN (GGS): Dank u wel. De jaarstukken van 2023. Wat heeft de gemeente gedaan om de doelen te bereiken en wat vinden wij daarvan? We gaan terug naar het coalitieakkoord dat in 2022 is bereikt. Als we dat vergelijken, vinden wij dat het college over het algemeen goed op streek is. We willen nader ingaan op twee punten: bestuur en dienstverlening, het lijkt wel een treintje, en het sociaal domein. Eerst bestuur en dienstverlening. Met de samenleving in gesprek werd in ons coalitieakkoord opgenomen en er wordt inderdaad gewerkt aan een participatievisie. Het moet ons van het hart dat wij vinden dat die visie best wel ingewikkeld tot stand komt. Een consultant inhuren en daar met raadsleden over in gesprek gaan is stroperig en formeel. Stel dat we dit anders hadden aangepakt op een hogere trap van de participatieladder, bijvoorbeeld met coproductie of meebeslissen. Dat is wat ons betreft een gemiste kans. Dan de dienstverlening. Een makkelijke bereikbare gemeente, zowel fysiek, telefonisch en digitaal, lijkt nog steeds problematisch.
Wij horen nog steeds uit de samenleving terug dat mensen niet worden teruggebeld 4
Oordeelsvormende Vergadering: 20 juni 2024 Jaarstukken 2023 of dat ambtenaren niet of te laat reageren. Hoe kan het dat we dat horen? We lezen in het jaarverslag dat er sinds 2021 een zaaksysteem is en u heeft een dashboard ontwikkeld. Ook gaat er in 2024 weer een nieuw onderzoek plaatsvinden. Wij vragen ons af waarom er een onderzoek plaats moet vinden als er nu een dashboard is. Met een dashboard en indicatoren kan je namelijk continu monitoren. Wij willen graag weten of wij meer en vooral concreet inzicht kunnen krijgen in hoe die bereikbaarheid verbeterd is. Welke trend is zichtbaar sinds de invoering van het zaaksysteem en waar zet u concreet op in? Dan het sociaal domein. Het grootste deel van de begroting gaat daarheen. Er is vorig jaar een visie gekomen met een aantal leidende principes. Daar is GGS heel erg blij mee en we hopen dat we aan de hand van deze visie goed door de komende jaren heen kunnen, want er komt slecht weer aan. Er wordt steeds meer onderzoek gedaan naar welke maatregelen kwetsbare inwoners nu echt helpen. De grote gemeenten in Nederland verrichten daarbij baanbrekend werk, dat lezen we in de kranten. Wij stimuleren het college om bij te blijven met die ontwikkelingen, om daar het voordeel mee te doen en dat vooral mee te nemen. Als laatste nog een kritische noot: het leerlingenvervoer.
Het is maar een klein onderdeel van de miljoenen die Soest in 2023 uitgaf. Het is een openeinde regeling, dat betekent dat de dienstverlening aan het einde van het budget doorgaat. Volgens het jaarverslag is dat de reden dat de kosten niet naar beneden kunnen worden gebracht, en daar is GGS niet helemaal mee eens. Kostenreductie wordt gestuurd door beleid. De onderliggende verordening uit 2015 begint met het benoemen van het bevorderen van eigen kracht en zelfstandigheid. In 2022, een jaar eerder, lezen we in de jaarrekening een positief bericht over het leerlingenvervoer, want er was een pilot waarbij elektrische fietsen werden verstrekt aan jongeren en de eerste uitkomsten waren positief. Dat zou worden uitgebreid naar regionaal verband. In 2023 in de jaarrekening wordt wederom bericht over het leerlingenvervoer. Er is een tekort aan chauffeurs, maar de elektrische fietsen-pilot wordt genoemd op dezelfde manier. Wij willen graag weten hoe dat zit. Is die pilot al twee jaar gaande? Als we alles bekijken, zijn we al met al heel tevreden over 236 pagina's aan verslaglegging, dat is een huzarenstukje. We willen iedereen die daaraan mee heeft gewerkt hartelijk bedanken. Indien de accountant van zin is om een goedkeurende verklaring af te geven, zullen wij in de besluitvormende vergadering akkoord gaan met het vaststellen van de jaarrekening. Dank u wel.
VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Wegman namens de fractie van GGS. Ik geef het woord aan mevrouw Walraven-van Dam namens de fractie van de ChristenUnie-SGP. MEVROUW WALRAVEN (CU-SGP): Dank u wel, voorzitter. Ook wij zijn positief over deze jaarstukken. Ze geven onze fractie een goed beeld over 2023 en het is goed leesbaar. Ik heb nog een paar kleine aandachtspunten of vragen vanuit onze fractie. De heer Stormbroek van POS stelde deze vraag ook al, vorig jaar zijn de winkeltijden verruimd en er is destijds een motie aangenomen voor een evaluatie van dit besluit. Is er al iets meer bekend over wanneer deze evaluatie gehouden gaat worden? Bij het deelprogramma veiligheid hebben wij de volgende vraag. Begin 2023 is een beleidsplan vastgesteld voor mensenhandel en daar is in deze stukken niets over terug te vinden. Kan de portefeuillehouder ons daar iets meer duidelijkheid over verschaffen? Dan project De Meent. Hier lezen we dat het totale project in tweeën is geknipt en dat de projectontwikkelaar zelf een plan kan indienen voor woningbouw. Als fractie betreuren we ten zeerste dat dit gebeurd is en dat we als gemeente nu de totale kosten gaan betalen voor het brandveilig maken van het woonwagencentrum De Meent.
Het is goed dat dit gaat gebeuren, dat staat voorop, maar er lag een mooie kans om hier als gemeente woningbouwontwikkeling te starten, waardoor we een win-winsituatie konden creëren om het woonwagencentrum aan te pakken en het ons als gemeente niet zoveel geld zou gaan kosten. Nu gaat het om drieënhalf miljoen euro die als stelpost is opgenomen in 2023. Bij het deelprogramma sociaal domein lezen we dat onder het innovatiebudget geen businesscases gestart zijn. Kan de wethouder ons meer vertellen over waarom dit niet gebeurd is? Tot zover, voorzitter. VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Walraven-van Dam namens de ChristenUnie-SGP. Meneer Van Zutphen namens de fractie van de VVD. DE HEER VAN ZUTPHEN (VVD): Voorzitter, dank u wel. Dit is natuurlijk het nadeel als je als laatste binnenkomt en een achternaam hebt die met een Z begint, dan is er al veel gezegd. Ik heb een bijdrage gemaakt. Voor ons en ter bespreking liggen de jaarstukken van 2023. Het is wederom een lijvig rapport, ruim 240 bladzijden. Dat zijn 40 bladzijden meer dan vorig jaar, ik heb het even bekeken. Het bevat veel informatie, niet alleen financieel, over hoe het onze gemeente in 2023 is vergaan. Het college legt met deze jaarstukken verantwoording af. Laat ik om te beginnen eerst een welgemeend compliment uitdelen. De stukken zien er verzorgd uit en zijn goed leesbaar.
Er is veel werk in gaan zitten en dat is goed te zien. Het financieel jaarresultaat laat een positief saldo van 4,6 miljoen euro zien, mede doordat er een aanzienlijk bedrag voor de opvang van Oekraïners 5
Oordeelsvormende Vergadering: 20 juni 2024 Jaarstukken 2023 niet is uitgegeven. Onze fractie gaat er hierbij vanuit dat het geen voorschot betreft dat uiteindelijk weer terugbetaald moet worden. We steunen het voorstel om 3,3 miljoen euro toe te voegen aan de algemene reserve. Voor wat betreft de energietransitie gaf het Rijk Soest acht ton voor de uitvoering van het klimaatakkoord. Op bladzijde 40 staat dat het team hiermee is versterkt. Er is een warmteregisseur aangetrokken, net als een programmasecretaris en extra ondersteuning voor het ontwikkelen van de isolatieaanpak. Deze versterking is naar de mening van de VVD structureel, hoewel er in het verslag wordt gesproken over tijdelijke versterking. In dat kader hebben we twee vragen. Hoe lang gaat deze tijdelijke inzet duren? Hoe ver komt Soest überhaupt met deze acht ton? Gezien het structurele aspect denken wij dat dat niet zo heel ver zal zijn. Onder deelprogramma 3.1, het sociaal domein, staat op bladzijde 66 onder het kopje 'situatie van onze jeugd' een passage over het programma Join us, bedoeld om jongeren samen te brengen met leeftijdsgenoten en om deze sociaal sterker te laten worden.
We lezen dat er in 2023 goed gebruik is gemaakt van Join us, maar kunt u ons aangeven om hoeveel jongeren het gaat, bijvoorbeeld in aantallen of in een percentage? Onder hetzelfde deelprogramma lezen wij op bladzijde 67,onder het kopje 'MetMaya', dat zij als specialistische jeugdhulporganisatie in 2023 zijn gekozen. Mijn vraag is of zij de enige aanbieder waren en er helemaal geen concurrentie was. Onder hoofdstuk drie bij de paragrafen staat onder paragraaf 'bedrijfsvoering' op bladzijde 117 een tabel met indicatoren over het ziekteverzuimpercentage en de opleidings- en ontwikkelingskosten per medewerker. Kunt u aangeven om ongeveer hoeveel medewerkers het jaarlijks gaat? Een percentage zegt ons niet zo heel veel. Het is ook al genoemd door anderen, de externe inhuur. Er is in 2023 4,8 miljoen euro uitgegeven aan externe inhuur. Naar de mening van de VVD is dat veel geld, waarbij wij aandringen op het beperken van de externe inhuur voor zoveel en zover als mogelijk. Tot zover mijn bijdrage. VOORZITTER: Dank u wel, meneer Van Zutphen namens de fractie van de VVD. Meneer De Ruijter van GroenLinks? DE HEER DE RUIJTER (GL): Dank u, voorzitter. Ik heb als geheugensteuntje bij de vorige sprekers allemaal een symbooltje gezet over hun bijdrage. Bij de laatste spreker staat daar uiteraard een euroteken.
Bij de heer Lucas van het CDA had ik een schools krulletje op het rapport gezet en bij mevrouw Welschen van D66 een bliksemschicht. Ik sluit mij dan ook grotendeels aan bij het pleidooi van mevrouw Welschen en dat betekent dat ik het zelf kort kan houden. Voorzitter, er is weer heel veel geld over, geld dat besteed had kunnen worden om voorzieningen in stand te houden, om mensen te ondersteunen zodat ze kunnen blijven deelnemen aan de arbeidsmarkt en de samenleving of om de achteruit hollende natuur te versterken en meer ruimte te geven. Sparen is geen doel van een publieke dienst zoals de gemeente, daar is het krulletje van de heer Lucas weer. Toch is er heel veel geld over. Geld dat opnieuw deels in zogenaamde oormerkvoorstellen wordt vastgehouden om te doen wat het afgelopen jaar opnieuw niet gelukt is om af te maken. Het begint een beetje een repeterende plaat te worden. Ieder jaar weer krijgen we niet uitgevoerd waar we geld voor gereserveerd hadden, maar ieder jaar willen we vooral geen andere bestemming aan dat geld geven. Dan begroten we toch niet realistisch? Mijn vraag aan het college, en in het bijzonder aan de nieuwe wethouder financiën, is: wat gaat u anders doen om te voorkomen dat we hier volgend jaar toch weer zitten en constateren dat we miljoenen euro's te veel gereserveerd hebben die we niet op de gewenste manier hebben kunnen uitgeven? Dank u, voorzitter.
VOORZITTER: Dank u wel, meneer De Ruijter. U sprak namens de fractie van GroenLinks. Zijn er nog andere fracties? Ik ga zo schorsen, maar ik heb nog één punt van orde van mijn kant. Zijn de koekjes ook alle andere kanten op geweest, want anders heeft die kant nog geen koekjes gehad. Ja, ze zijn helemaal tot daar geweest? Oké. Ik schors de bijeenkomst om de taken te verdelen binnen het college van B&W. 3. Reactie van de portefeuillehouders VOORZITTER: Dames en heren, ik heropen deze bijeenkomst. Wij hebben afgesproken dat achtereenvolgens aan het woord is: wethouder Sterenberg, vervolgens wethouder Treep en aanvullend de heer Suna. Daarna ga ik het voorzitterschap overdragen als meneer Baks het ook bereikt heeft, want er zijn ook nog wat opmerkingen richting de portefeuille die ik mag vertegenwoordigen. Hij pakt het voorzitterschap dan vanaf die tafel over, dat heb ik met hem afgesproken. We hopen dat hij op tijd terug is, anders moeten we hem opvissen. Wethouder Sterenberg? WETHOUDER STERENBERG: Dank u wel, voorzitter. Veel vragen gingen natuurlijk over het geld dat over is. We hebben ook allemaal kunnen lezen dat het geld wat over is grotendeels is ontstaan 6
Oordeelsvormende Vergadering: 20 juni 2024 Jaarstukken 2023 door de Oekraïnegelden die over zijn. Het gebeurt niet vaak, maar hierbij is het dus toch zodat we vanuit het Rijk meer geld hebben ontvangen dan we nodig hadden. Ik denk dat het heel duidelijk mag zijn dat we de Oekraïense vluchtelingen allemaal een ontzettend warm hart toedragen. Het neemt niet weg dat u er vanuit mag gaan dat we aan onze zorgplicht en taak hebben voldaan, dus dat we de opvang hebben geboden die ook verwacht mag worden. Ook deze uitgaven fluctueren jaarlijks en we kunnen dus niet begroten dat je volgend jaar weer een meevaller zou hebben. De volgende vraag is dan hoe je wel realistisch gaat begroten. In dit geval is er dus veel geld over, maar veel geld door één post waar we minder impact op hebben. We hebben natuurlijk geen glazen bol, dus dat maakt het altijd moeilijk met begroten. U mag ons er straks bij de begroting ook op wijzen als u zich afvraagt of dit wel realistisch is, want dan kunnen we bij de volgende begroting dat gesprek met u aangaan. Met de kennis van nu is het grootste deel van het geld overgebleven door de Oekraïnegelden. POS had een vraag over de drie ton voor de aanbesteding, die fout. Soms blijven fouten uit het verleden je achtervolgen. Dit is namelijk geen aanbestedingsfout van het afgelopen jaar, maar al een eerdere fout.
Omdat die aanbesteding meerjarig is geweest, krijgen we die nu dus nog op ons dak. In principe zijn er in het afgelopen jaar geen fouten gemaakt bij de aanbesteding. Dan de winkeltijdenverordening. Er wordt gevraagd wanneer u daar meer over hoort, want er is inderdaad een evaluatie gevraagd. Dat klopt. Ik verwacht ook dat ik in ieder geval in de maand juni nog een voorstel tegemoet zie staan. Ik heb in mijn overdracht al netjes gelezen dat er inderdaad een duidelijke afspraak is met de raad, ook om de vragen die gesteld gaan worden eerst vooraf samen te bekijken, omdat er natuurlijk in de raad bij de discussie ook wel vragen waren over de vragen die toen uitgezet waren. Toen is met u afgesproken dat we bij u terugkomen. Na het reces kunt u die tegemoet zien. Bij ons zit het al volop in de voorbereiding. Ik heb een vraag gekregen over het leerlingenvervoer. Die pilot loopt nog steeds. Het is natuurlijk een uitdaging, want zoals u ook aangaf zijn we echt continu op zoek naar voorstellen om de eigen kracht van het leerlingenvervoer nog verder te stimuleren. Er wordt bijvoorbeeld ook gekeken naar wat ook in de jaarrekening staat, of we bijvoorbeeld de vergoeding voor eigen vervoer kunnen verhogen om het te stimuleren waardoor we minder afhankelijk zijn van de chauffeurs, omdat de arbeidsmarkt daar ook een grote rol speelt.
Dan de businesscases voor het sociaal domein, dat werd gevraagd door de ChristenUnie. Dat zijn in feite niet onze businesscases, dat zijn businesscases die ingediend worden door onze maatschappelijke partners. De maatschappelijke partners hebben geen casus ingediend, daarom hebben we ook geen businesscases gehad. De VVD heeft een aantal technische vragen gesteld, dus ik moet u erop wijzen dat ik die hier niet kan beantwoorden. Voor MetMaya geldt dat het een aanbesteding was, dus u mag ervan uitgaan dat we niet op één partner zijn afgegaan. Daar heeft een nette aanbesteding voor plaatsgevonden. Voorzitter, voor zover ik weet, waren dat de vragen aan mij. Als u ergens nog geen antwoord heeft gekregen, is de kans groot dat één van de collega's er nog op terugkomt. VOORZITTER: Dat gaan we aan het einde ook inventariseren, want we gaan het rijtje af. We hebben altijd nog een tweede termijn, hoewel ik wel met een half oog naar de klok zit te kijken. WethouderTreep? WETHOUDER TREEP: Dank u wel. De VVD heeft twee vragen gesteld over de energietransitie. U vroeg naar de tijdelijke versterkingen hoe lang deze tijdelijke versterking er is. Het verschilt een beetje. We hebben een programma wat vrij uitgebreid is met heel veel verschillende onderdelen, dus soms hebben we een extra iemand op wind, dan op netcongestie en ondersteuning in communicatie op onderdelen. Het verschilt.
We proberen goed te monitoren hoe lang we iemand nodig hebben, en soms is dat een beetje extra. Uw tweede vraag is of de acht ton toereikend is. Zoals u weet, is het nieuwe energieprogramma in de maak en constateren we dat we tot en met 2025 voldoende middelen hebben, maar dat er daarna een flink gat ontstaat. Dat komt deels doordat de rijksgelden die ons toebedeeld worden voor de energietransitie ontoereikend zijn, dat is ook bekend en onderzocht. De gelden die we krijgen zijn vooral voor de handjes, maar niet zozeer voor de uitvoeringsprojecten die we ook met die handjes moeten gaan doen. Daar ontstaat wel degelijk een tekort. Daarmee heb ik de vraag beantwoord. VOORZITTER: Dank u wel, wethouder Treep. Wethouder Suna? WETHOUDER SUNA: Dank u wel, voorzitter. Laat ik beginnen met de vraag die het CDA heeft gesteld. Het was eerder een betoog over een turnhal bij Griftland. Allereerst reagerend op het krantenartikel waaruit zou kunnen blijken dat het college van Baarn een andere opvatting heeft. Ons is dat niet bekend. In alle gesprekken die we in het college van Baarn hebben gevoerd, net als ambtelijke gesprekken die er zijn geweest, is nooit ter sprake geweest dat het college van Baarn er op deze manier instaat. Als college zijn wij ook verbaasd dat we dit nu te horen gekregen hebben, terwijl wij een best goede verstandhouding hebben met de directe collega die hierover gaat.
Die 7
Oordeelsvormende Vergadering: 20 juni 2024 Jaarstukken 2023 uitlating laat ik over aan hun. Het feit is dat we natuurlijk te maken hebben met een behoorlijk hoog bedrag wat vorige keer ook door mijn collega Scholten duidelijk is gemaakt. Er zitten een aantal redenen achter, maar de hoogte van het bedrag is één van de cruciale factoren. Het gaat om ongeveer 1,4 miljoen euro dat wij met twee gemeenten zouden moeten betalen. Daarnaast is het ook zodat er ook een garantstelling wordt verwacht van ruim een miljoen. Met alles bij elkaar wordt dat wel ingewikkeld. Ik wil u erop wijzen dat wij te maken hebben met keuzes die we moeten maken met elkaar. Als u de kadernota gaat lezen, zal u dat ook wel zien. Daarin ziet u ook heel duidelijk wat we met algemene reserve van plan zijn. Dus ik zou zeggen: kijk er even goed naar, want de bijdrage van Baarn zou, wat er ook zou gebeuren, best wel mager zijn. De gemeente Soest zou dan een groot substantieel bedrag moeten betalen. Neem dat in ogenschouw als u denkt dat we daar iets mee zouden kunnen. De tweede vraag die ik zou moeten beantwoorden heeft betrekking op een vraag van POS, wat hebben we concreet gedaan voor seniorenhuisvesting? Wat wij doen is sowieso in de prestatieafspraken met de corporaties heel duidelijk aangeven dat er aandacht moet zijn voor nultredenwoningen en het levensloopbestendig maken van woningen.
In dit geval is dat ook zo. We hebben er het afgelopen jaar heel veel op ingezet, dankzij de wooncoach die al een paar jaar actief is, met name vanuit Portaal maar ook werkt voor andere corporatieallianties. Zij hebben het project Van Groot naar Beter gestart, waarbij senioren die één of twee huishoudens zijn een grote gezinswoning achterlaten en naar een geschikt appartement gaan. Vandaag hadden we een bestuurlijk overleg waarin gezien is dat meer dan tien mensen daar gebruik van hebben gemaakt. Bij de nieuwe locatie op de Molenstraat, De Groene Bron, hebben ze van Van Groot naar Beter gebruik gemaakt om er toch voor te zorgen dat we sec voor senioren iets doen. Daarnaast hebben we ook voorrangsregelingen met WoningNet waarin we zeggen: we zijn alleen maar geschikt voor senioren. Soms hebben we ook woningen die sec geschikt zijn voor jongeren. Op die manier proberen we concreet in te spelen op de realisatie van een aantal woningen en bepaalde doelgroepen specifiek voorrang te geven. Als we het rond hebben zult u straks bij het omgevingsprogramma zien wat voor aandacht we aan seniorenhuisvesting zullen geven. Volgens mij waren dat de vragen voor mij, dank u. VOORZITTER: Dank u wel. Ik vraag aan de collega Baks om het voorzitterschap even van mij over te nemen. PLV. VOORZITTER: Bij deze, voorzitter. Even een opmerking richting de fractie van de ChristenUnie.
U valt een beetje buiten mijn gezichtshoek. Als u straks toch iets wil zeggen of op wil merken, wilt u daarbij dan uw hand omhoog steken? Uw hand komt wel boven dit ding uit. Dank u wel. BURGEMEESTER: Dank u wel. Ik ga u op een vijftal thema's beantwoorden. Dienstverlening, personeel, veiligheid, verkiezingen en vluchtelingen. Dat heb ik ook al alfabetisch zo gerangschikt. Allereerst de dienstverlening. Ik vergeet één blaadje. Wij hebben daar natuurlijk de afgelopen jaren uitbundig over gesproken met elkaar. We hebben bij eerdere rekeningen ook gezegd dat we daar op aan het sturen zijn, dat doen wij ook. We hebben ook gezegd dat we u daar nader over zullen informeren en dat zullen we ook zeker gaan doen, want die informatie zult u uiteindelijk allemaal in de P&C-documenten gaan aantreffen. Ik kan u wel een indicatie geven van hoe het dit jaar gaat. Qua terugbelverzoeken zaten we in 2021 nog op 62 procent, en inmiddels zitten we al boven de 72 procent die we binnen de tijd die daarvoor staat afhandelen. Om een indicatie te geven van over hoeveel verzoeken gaat...Het gaat natuurlijk niet alleen om de kwaliteit maar ook om de kwantiteit. Denk aan tussen de 5.000 en 7.000 verzoeken die er op jaarbasis binnenkomen. Dat is echt een enorme bult met werk.
Hetzelfde geldt voor de bereikbaarheid van de tweede lijn, want daar is uit het vorige onderzoek, de rekenkamerrapportage, met name gebleken dat het echt te laat was. Daar zat met name ook de sturing die het management erop gezet heeft, een aantal van u heeft dat genoemd. Je ziet dat we in het percentage tijdig terugbellen van 32 naar 64 procent gegaan zijn. U kunt dan zeggen dat nog altijd nog 36 procent niet op tijd teruggebeld wordt. Daarin heeft u ook gelijk, want dat rekensommetje kan ik ook maken. Dat zijn vaak de complexere vragen waar meerdere mensen bij nodig zijn. Daar wordt hard op gestuurd en daar zijn de zaaksystemen ook voor. Zoals ik al zei, willen we daar in de P&C-cyclus de indicatoren voor opnemen, zodat u dat ook in die zin kunt volgen, hoewel ik altijd wel het voorbehoud wil maken dat de raad moet oppassen dat u zich niet met het management bemoeit. U moet op de doelen sturen en niet zozeer op de instrumenten. Er was nog een opmerking gemaakt over het onderzoek wat er voor dit jaar is aangekondigd. Dat gaat over het bredere aspect van de dienstverlening, meer dan alleen de telefonische bereikbaarheid. Ik ben heel tevreden met de resultaten van de initiatieven die we daarvoor gepleegd hebben, hoewel we nog lang niet tevreden zijn over het uiteindelijke resultaat wat we zouden willen bereiken.
Het streven blijft natuurlijk 100 procent in één keer goed, hoewel we weten dat dat een hoog gestelde ambitie is. Er zijn een aantal opmerkingen gemaakt over de externe inhuur. Ik snap uw opmerking daar wel over, en 8
Oordeelsvormende Vergadering: 20 juni 2024 Jaarstukken 2023 tegelijkertijd toch niet helemaal. We hebben al eerder met u gesproken, bijvoorbeeld over de extra ruimte die we hebben gegeven aan het ruimtelijk domein. We wilden niet alles in één keer met vast personeel gaan invullen, omdat we eerst moeten kijken hoe we de processen gaan inrichten voordat je de goede vacature kan beschrijven en de juiste mensen daarbij kan vinden. Het streven in brede zin is dat we het liefst zoveel mogelijk vaste collega's hebben, want dan hebben we vanzelf ook de meeste continuïteit. Er wordt hard gestuurd door het management om goed met analyses te kijken hoe we dat kunnen verbeteren of optimaliseren. De arbeidsmarkt is inderdaad niet altijd een medestander daarin. Ik moet eerlijk zeggen dat we nu maandelijks een behoorlijk hoog percentage nieuw te beëdigen mensen hebben, dat is echt substantieel meer dan de vorige keer. Dat is gewoon een fysieke waarneming, iedere maand beëdigen we een aantal medewerkers. Tot ons genoegen zien we met name jonge medewerkers, het is mooi verdeeld onder van alles en nog wat. Een ander doel wat je zou kunnen bereiken is heel dichtbij wonend, wat in het verleden nog wel eens anders was. We zijn heel tevreden over hoe we dat op dit moment handen en voeten kunnen geven.
Het percentage wat we daarin hebben is inderdaad fors, niet ongebruikelijk voor ons soort gemeenten. We willen dat graag omlaag brengen. Soms zit het mee en soms zit het tegen. Soms is het echt heel bewust dat we daarvoor kiezen, omdat we het dan in het kader van de organisatieontwikkeling verstandiger vinden om dat interim in te vullen. Er zijn twee opmerkingen over veiligheid gemaakt waar ik hetzelfde antwoord op formuleer. Wat doet u nu met cybercriminaliteit en mensenhandel? Beide zijn thema's die we in het IVP hebben opgenomen. Vorig jaar hebben we uitbundig met elkaar gediscussieerd. Ze worden op dit moment in de uitvoeringsprogramma's verwerkt. In die uitvoeringsprogramma's staan jaarschijven en er komt dan naar u wat er concreet uitkomt. Ik snap uw behoefte om daar ook concreet op te sturen. Ik ga het proberen. We hebben ergens in september een avond over veiligheid. Ik ga kijken of we deze thema's daar misschien specifiek aandacht nog kunnen geven. We zijn aan het invullen wat we daar precies gaan doen. Het vierde thema is de verkiezingen. Iemand zei dat de verkiezingen een boel geld kosten wat niet voorzien is. Het is inderdaad niet voorzien.
Ik moet eerlijk zeggen dat ik de gedachte dat je de rekening daarvan naar Den Haag stuurt wel snap, maar dit is ongeveer één van de weinige dingen waarvan ik echt van mening ben dat we deze taak in medebewind niet naar Den Haag zouden moeten sturen, want ik vind democratie zo ongelooflijk belangrijk. Dat lukt je echt alleen maar als we dat als gemeente gaan organiseren. We gaan echt niet zeggen dat we het niet gaan organiseren. De rekening sturen is dan echt alleen maar een symbolische daad. In de VNG spreken wij volgende week uitgebreid over het rampjaar wat er op ons aan het afkomen is. We hebben een extra ledenvergadering over dat thema gehad en daar zijn we ons op aan het beraden. We gaan ook heel nadrukkelijk samen met de VNG kijken op welke wijze we dat handen en voeten kunnen geven. U kunt ook in de kadernota bij ons aangeven hoe we zichtbaar moeten maken op welke thema's we die medebewindstaken, waar één van de VNG-adviezen over gaat, u belangrijk vindt om te laten zien wat er gebeurt als het Rijk niet met voldoende geld over de brug komt. Ik leg dat graag weer bij u terug, omdat het thema wel zo is, maar ik vind de verkiezingen ongeveer de enige uitzondering die je daarop zou moeten willen hebben. Tot slot, voorzitter, heb ik nog wat vragen gezien over vluchtelingen en Oekraïners.
Evaluatie van het Kamp van Zeist is gevraagd vanuit de fractie van POS, die is volgens mij dit jaar op de rol als ik goed in het tijdschema zit. We hebben natuurlijk regelmatig gesprekken met de klankbordgroep en in de laatste gesprekken heeft de klankbordgroep gevraagd of we alsjeblieft niet weer een vergadering wilden uitschrijven omdat we geen problemen hebben. Je merkt ook bij de beheerder van de Plus en anderen dat er hele goede directe relaties zijn met de beheerder van het Kamp van Zeist. Als er al incidentjes zijn, wordt er direct en adequaat ingegrepen volgens de klagers die daarover zijn. We zijn buitengewoon gelukkig met het management wat hier zit, want ook dit is echt mensenwerk. Als mensen echt uit de bocht vliegen, gaan ze naar een ander kamp of weer terug naar Ter Apel en op die manier houden we Soesterberg rustig. Ik heb nog een paar vragen gehoord die overbleven ten aanzien van de Oekraïners en het onvoorziene bedrag van Oekraïners. Zoals wethouder Sterenberg al zei krijgen meer geld dan we op dit moment direct nodig hebben. Dat is een landelijke tendens, maar we zijn wel natuurlijk voortdurend bezig met tijdelijke voorzieningen voor Oekraïners. Dat is ook de reden dat het toch onvoorzien is, omdat wij soms ook kunnen denken dat we dat geld toch nog nodig hebben om meer permanente voorzieningen te maken.
Zoals we denk ik allemaal in de media lezen is dat conflict nog lang niet beëindigden is ook voorzien dat de Europese Commissie de tijdelijke maatregel voor verblijf voor Oekraïners in Europa opnieuw zal moeten verlengen. Dat betekent dat er steeds meer permanente opvang voor Oekraïners nodig is. Dat is een niet-lichtzinnige taak, want we hebben op dit moment 256 Oekraïners in onze gemeente wonen. Dat is heel substantieel. Ze kunnen natuurlijk ook goed participeren, de wetgeving is ook veranderd zodat ze meer eigen bijdrage betalen en voor hun huisvesting moeten gaan betalen. Dat zijn we aan het inregelen, maar ook dat kan geld kosten. Het is wel onvoorzien dat we zoveel geld over hebben, maar dat is ook omdat we door die regelgeving van het Rijk niet precies weten wat wij straks zelf moeten gaan doen. Moeten we meer permanente investeringen gaan doen? Daarom blijft dat in de tussenliggende nota's wellicht wat meer buiten het zicht. Voorzitter, volgens mij is 9
Oordeelsvormende Vergadering: 20 juni 2024 Jaarstukken 2023 dit ongeveer wat ik op mijn lijstje had, maar ik hoor graag wat er voor mij en anderen is overgebleven. PLV. VOORZITTER: Dank voor uw antwoorden, meneer de burgemeester. Aan u dan weer het voorzitterschap. 4. Fracties reageren op het college VOORZITTER: Dank dat ik even kon ademhalen om te gaan zitten. Ik ga inventariseren wie er voor de tweede termijn het woord wensen. Ik zag mevrouw Welschen, dat was niet geheel een verrassing. Meneer Lucas. Meneer Janssen verlaat de vergadering, hij heeft morgen drukke bezigheden. Dat zijn ze. Mevrouw Welschen, D66. MEVROUW WELSCHEN (D66): Dank u wel en dank voor de beantwoording. Mijn vragen waren totaal niet inhoudelijk en gingen puur over de verantwoording. Mijn vraag over de 3,5 miljoen was niet waarom we 3,5 miljoen overhouden en waarom die, als het zo belangrijk is, niet worden gereserveerd daarvoor in plaats van dat ze stromen naar het algemeen reserve. Mijn vraag was of de wethouder financiën het met mij eens is dat er een adequate verantwoording ontbreekt die het ons ook moeilijker heeft gemaakt, en dat is mijn vraag aan de raad, om in het najaar, omdat die openheid er niet was, ons heeft belemmerd in het mogen aannemen van een aantal initiatieven die we toen hebben voorgelegd aan de raad. Daarnaast had ik nog een vraag openstaan.
Als het beredeneerd is dat we zoveel inhuur van derden hebben, doe ik met liefde een benchmark onder gelijke gemeenten. Het zou dan een beredeneerd percentage zijn van 30 procent en dan zou er een plan achter liggen. Dat plan ontbreekt, dus het lijkt nu een soort openeinderegeling te worden waarbij we aan het beredeneren zijn en niet komen, maar dat weten we inmiddels. Ik heb de vraag of er nu wel een plan wordt gemaakt, omdat plan A niet werkt. Komt er een toezegging richting de raad dat er een soort plafond zit aan dit percentage? Als het beredeneerd is, kan je ook een beredeneerd plafond stellen. Dank u wel. VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Welschen. Ik kijk naar meneer Lucas. DE HEER LUCAS (CDA): Voorzitter, dank voor de beantwoording. Dank dat u een antwoord heeft gegeven wat ik in ieder geval wel kan begrijpen. Ik kan er niet helemaal mee instemmen, maar ik vraag me af wat het meest handig is om te bereiken wat we willen. Dat gaat over het bestemmen van het geld. De andere vraag die wij hadden ging over het aanbod van Baarn om 500.000 euro over te maken naar de rekening van Soest. Ik kan me niet voorstellen dat u daar bezwaar tegen heeft, maar ik kan me ook voorstellen dat dat compleet nieuwe informatie is. Ik zal in ieder geval contact opnemen met mijn partijgenoot in Baarn over hoe zij dat bericht duiden. Ik hoop dat het aanbod van Baarn nog steeds staat.
VOORZITTER: Dank u wel, meneer Lucas. Willen anderen nog spreken in de tweede termijn? Meneer Stormbroek. DE HEER STORMBROEK (POS): Dank u wel, voorzitter. Ik had gevraagd hoe het college tot de conclusie was gekomen dat de participatiedruk zo hoog was, dat waarstaatjegemeente.nl ook vorig jaar niet is uitgevoerd, de onderzoeken daaromtrent en de wijkgesprekken. Dank u wel. 5. Tweede termijn portefeuillehouders VOORZITTER: Ik kijk even naar het college. Kan het zijn dat de meeste vragen voor mij zijn? Dat is makkelijk. Meneer Suna wil in ieder geval op het CDA reageren. Dat vind ik in ieder geval makkelijk, want dan kan ik nog even nadenken, WETHOUDER SUNA: Meneer Lucas, u noemt ook een bedrag en dat is mij totaal niet bekend. Wat ik weet is dat de gemeente Baarn in de gesprekken die we met de twee turnverenigingen hebben gehad duidelijk heeft aangeven dat zoals hoe het nu voorligt voor Baarn onbespreekbaar is en dat zij ook niet instemmen. Wij hebben als college daarom ook dit besluit genomen en dit aan de raad voorgelegd. Het zal nu niet veel uitmaken of wij daar nu contact over opnemen, want die contacten zijn er wel. Waar het om gaat is dat u nu als raad aan zet bent. U gaat daar straks een besluit over nemen.
Wij hebben gezegd dat we meer zien in het vergroten van de hal waar sportbreed gebruik van kan worden gemaakt in plaats van alleen maar sec de turnvereniging waarbij het bedrag een groot verschil is tussen wat zij vragen en wat wij nu aan het doen zijn. Dat is kort gezegd het antwoord dat ik u kan geven. Ik heb daar ook in de wandelgangen met de heer Baks even over gesproken. Bent u bereid als raad zo'n groot bedrag te geven voor zoveel mensen die aan turnen 10
Oordeelsvormende Vergadering: 20 juni 2024 Jaarstukken 2023 doen? Dat is aan u als raad, maar we gaan niet nog een keer met Baarn in overleg, het is klip en klaar. Baarn was daar toen niet toe bereid, dat hebben ze ook zo gecommuniceerd naar de turnvereniging toe. Er is nooit gesproken over een bedrag van 500.000 euro vanuit Baarn hierheen, dat heeft de wethouder ook nooit gezegd. VOORZITTER: Tegen u. Ik kijk even rond, want er was een vraag aan u als raad gesteld door mevrouw Welschen. De vraag was, zoals ik hem genoteerd heb, of de raad vindt dat er adequate verantwoording is afgelegd in de najaarsnota? Dat was uw vraag aan de raad. Ik geef het woord eerst mevrouw Sterenberg, want daar ga ik niet over. WETHOUDER STERENBERG: Dank u wel. Mijn excuses dat ik uw vraag over de adequate verantwoording eerder anders heb geïnterpreteerd. We hebben ook toegegeven in deze jaarrekening dat we de verwachting dat we geld over zouden houden van de Oekraïne bij de najaarsnota hadden moeten vermelden. In die zin staan de excuses daarvoor al opgenomen in deze jaarrekening. Qua adequaatheid van onze verantwoording...Corrigeer me als ik iets zeg wat niet juist is, maar we worden natuurlijk door de accountant gecontroleerd op onze verantwoording en of die adequaat is.
Daarvoor volgt natuurlijk het accountantsverslag, dus ik snap ook dat het natuurlijk in dit debat lastig is omdat u het verslag nog niet heeft. Ik heb al wel een sneak preview gehad dat het voornemen is dat er wel een goedkeuring volgt, maar daarvoor hebben we ook nog de auditcommissie die daar eerst een gesprek over gaat voeren. Het verslag komt sowieso op tijd uw kant op zodat u dat ook mee kunt nemen op het moment dat u op vier juli de keuze moet maken in de raad. Ik hoop dat dat iets meer duidelijkheid geeft. VOORZITTER: Meneer Baks? PLV. VOORZITTER: Ik geef de burgemeester het woord om als portefeuillehouder te antwoorden op de vragen die gesteld zijn. BURGEMEESTER: Er blijven nog twee vragen over. Eentje was ik vergeten te beantwoorden in de eerste termijn. Dat was een vraag van de VVD over ziekteverzuim. Viereneenhalf procent op 275 medewerkers, dan kan je de rest zelf uitrekenen. Dat is minder dan landelijk gebruikelijk bij gemeenten, dus daar zijn wij ook blij mee. Dat zegt ook iets over hoe we hier kunnen werken. Dat raakt ook aan de vraag van mevrouw Welschen en daar ben ik het echt fundamenteel met haar oneens. Dat kan natuurlijk, dat is ook leuk. Een deel van de inhuur is namelijk planmatig, logisch en niet erg. Een deel van de inhuur overkomt je omdat mensen weggaan en je vindt dat het werk door moet gaan.
Als mevrouw Welschen van mening is dat er een plafond op inhuur moet komen, dan zullen wij als college aangeven welke dingen we dan niet meer doen. Dan hou je nog meer geld over, en de woorden van meneer De Ruijter doe je dan nog meer waar je maatschappelijk voor besteld bent. Ik ben dus geen voorstander van het instellen van een plafond voor inhuur, want u stuurt ons met een budget voor personeel op stap om het werk te doen waar u aan de andere kant kaders voor heeft gesteld. Het is aan het college om uit te werken hoe ze dat doen. Het streven is natuurlijk om dat met zo min mogelijk inhuur te doen, omdat wij denken dat het zowel voor de arbeidsomstandigheden voor onze medewerkers als voor het adequaat uitvoeren van de taken verstandiger is om dat zo weinig mogelijk te doen. Uiteindelijk gaat het natuurlijk om de maatschappelijke effecten die wij met onze interventies willen bereiken. Ik zou dus ernstig afraden om een plafond in te stellen. Ziekte is soms planmatig, maar dan is het niet helemaal ziekte maar een geholpen ziekte. Dat zijn de mutaties die je personeel reguleren, dat zijn dingen die je ook overkomen in een bedrijf van onze omvang. De in- en uitstroom wil je soms opvangen omdat er anders onevenredig grote gaten vallen in het werk.
Heb je een aantal functies waar éénpitter of tweepitters op zitten, dan komt een heel project tot stilstand, omdat een mobiliteitsmedewerker bijvoorbeeld nog niet is ingehuurd. Die huren we dan graag tussentijds in, want die projecten moeten doorgaan. De druk zit altijd in de productie aan de eindkant om ervoor te zorgen dat we dat halen. Het is aan het college en het management om dat in te vullen binnen de budgetkaders die u ons heeft meegegeven. Dank u wel. BURGEMEESTER: Ik word teruggefloten, want ik zou ook nog iets over participatiedruk zeggen. PLV. VOORZITTER: Ga rustig verder. BURGEMEESTER: Neemt u mij niet kwalijk. De participatiedruk van vorig jaar. Ik moet u in herinnering roepen dat we ons in het afgelopen jaar suf hebben geparticipeerd over de omgevingsprogramma's. Dat hebben we vorig jaar ook met u gedeeld. Ik kijk even naar meneer Stormbroek. We zijn zo vaak de samenleving in geweest, op alle mogelijke manieren en met alle mogelijke vragen, dat we gezegd hebben: hoeveel kan een samenleving aan, een overheid die zich 11
Oordeelsvormende Vergadering: 20 juni 2024 Jaarstukken 2023 opdringt en zegt: doet u even mee? Dat was de reden om dat onderzoek waar u het over heeft een jaar uit te stellen, en ik denk dat dat ook goed is. Je kan ook overvragen als gemeente. Ondertussen wordt er driftig gewerkt aan de Participatienota, die komt ergens in het najaar naar u toe. U kunt dan zelf aangeven hoe vaak u vindt dat er geparticipeerd moet worden. Mijn indruk is dat we vorig jaar op ongelooflijk veel verschillende manieren op alle domeinen die beleidsmatig in deze gemeente plaatsvinden zijn geweest. Of het nu over wind, duurzaamheid, ruimtelijke invulling, mobiliteit, groen of het hele sociale domein gaat...Je kan het zo gek niet bedenken, we zijn bij iedereen langs geweest. Ik zou zeggen: dit jaar graag. PLV. VOORZITTER: Dank, portefeuillehouder. Zou u de leiding van de vergadering weer over willen nemen? 6. Fracties reageren op elkaar VOORZITTER: Dat is een verzoek wat ik graag inwillig. We hebben twee termijnen gehad. Volgens mij rest mij dan de vraag of u vindt dat dit voldoende op deze wijze is besproken en of we door kunnen naar de besluitvorming. Ik zag u zuchten. Meneer De Ruijter? DE HEER DE RUIJTER (GL): Voorzitter, een punt van orde. We zouden nog een onderlinge termijn hebben, mevrouw Welschen heeft daar ook een vraag voor gesteld en ik heb ook nog een vraag.
Wilt u daar ruimte voor bieden? VOORZITTER: Natuurlijk, het is uw vergadering, dus als u dat allemaal goed vindt... Ik was het inderdaad vergeten. De vraag die mevrouw Welschen heeft gesteld was of u vindt dat er voldoende verantwoording is afgelegd. Die vraag was aan het college, maar ook aan u. Meneer De Ruijter voegt daar een vraag aan toe en dan kunnen we dat op efficiënte wijze in één keer meenemen. Meneer De Ruijter? DE HEER DE RUIJTER (GL): Dank u , voorzitter. Mijn excuses, mederaadsleden. Mijn vraag aan u is of u er, met een schuin oog op de kadernota al weet dat we straks per jaar niet meer dan één tiende van de algemene reserve per jaar gaan inzetten in moeilijke tijden, toch voor kiest om zoveel geld op de plank te laten liggen? Laat u nu met deze jaarstukken echt zoveel liggen nu het college ons een begrotingstekortreductie in het vooruitzicht stelt? Dat is een heel lelijk woord voor wat bezuinigingen, voorzitter. Je weet dat je wat je wegbezuinigt niet zomaar terugkrijgt, terwijl we nu zoveel geld hebben om groene vitale dorpen in stand te houden. Mijn vraag is of u bereid bent om dit enorme bedrag nu te laten liggen en met de dreiging van straks te moeten bezuinigen ook nog boven uw hoofd te hebben hangen? Of gaan we nu goede dingen hiervan doen, zoals misschien wel een grotere sporthal bij het Griftland? VOORZITTER: Er liggen twee vragen voor.