CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen Oordeelsvormende Vergadering Aanwijzen rafelranden voor woningbouwontwikkeling

Oordeelsvormende vergadering (Raadzaal) 21 november 2024, gemeente Soest15.651 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Als de Provincie zegt: dit zou mogelijkerwijs een plek kunnen zijn, dan krijgen wij ook te horen wat op dat moment allemaal nodig is om daarmee verder te gaan. Dus nee, er ligt niets klaar. Er is geen haalbaarheidsonderzoek. Meneer Stormbroek, als u leest bij de argumenten 1.1, kunt u zien welke criteria gebruikt zijn om tot deze twee locaties te komen. Daar voldoet De Maten niet aan. Volgens mij is dat dan ook meteen een antwoord op de vraag van meneer Lucas. Dank u, voorzitter. 4. Fracties reageren op elkaar over dit voorstel VOORZITTER: Als ik naar meneer Lucas kijk, is dat inderdaad het antwoord. Dank u wel, mevrouw Scholten. Daarmee zijn we ook op het punt gekomen dat ik u als fracties vraag om op elkaar te reageren. Wat vindt u onderling van dit plan? Wat heeft u van elkaar nog nodig om uiteindelijk tot besluitvorming te komen? Wie mag ik daar zo meteen over bevragen? Ik begin zo meteen met mevrouw Flinterman. Wie nog meer? Meneer Stormbroek. Zijn er verder geen vragen vanuit de verschillende fracties? Meneer Baks en meneer Lucas. Wellicht heeft u nog even tijd nodig en anders is dat niet zo. Dan begin ik bij mevrouw Flinterman. U mag namens D66 het woord nemen. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Dank u wel, voorzitter. We hebben net al even gehoord dat er vanuit de coalitie eigenlijk al een heel duidelijk standpunt ligt.

Sterker nog, de heer Van der Wardt zei: het is al besloten door het college, dus we kunnen daar niets meer aan doen. Ik wil u erop wijzen dat wij hier in de raad bepalen of dit over twee weken geaccordeerd wordt of niet. Ik heb het in onze bijdrage gehad over transparantie, herleidbaarheid, navolgbaarheid en communicatie. Wat ik mis bij sommige partijen in deze coalitie is hun argumentatie waarom locaties 1 en 2 betere locaties zijn dan bijvoorbeeld 3 of de Wieksloot, waar we het nog helemaal niet over gehad hebben. Ik moet de heer Paauw complimenteren. Hij heeft heel erg open verteld wat zijn overwegingen waren om zijn knopen te tellen en uiteindelijk voor deze locaties te kiezen. Ik zou graag van de andere drie coalitiepartijen ook een vergelijkbaar verhaal willen horen. Waarom bent u akkoord gegaan met deze twee locaties? Waarom heeft u eigen voorkeur opgegeven en waarom is dit in uw optiek de beste locatie om te gaan bouwen? VOORZITTER: Mevrouw Flinterman, u wordt op uw wenken bediend. Meneer Witlox, u mag reageren namens de PvdA. DE HEER WITLOX (PVDA): Het is wel zo aardig om op een vraag te antwoorden. We hebben coalitieonderhandelingen gehad. Daar is het een en ander over gezegd. Er zijn een aantal mogelijkheden als rafelrand, waar we willen bouwen buiten de rode contouren.

Ik moet zeggen, ik was zelf ook verbaasd toen uit het afwegingskader bleek welke locaties eruit kwamen. Ik was ook verheugd door wat ik zag, want ik meen dat de locaties 1 en 2 heel erg geschikt zijn uit nabijheidsoverwegingen van winkels. Neem de Albert Heijn, die voor senioren, maar ook voor anderen heel makkelijk toegankelijk is als je aan de overkant zou gaan bouwen. De openbaar vervoerslijnen liggen daar. De bus en het station zijn dichtbij. Ik dacht: dit is de perfecte plek. Ik dacht: achter de Stadhouderslaan zou ook goed kunnen, maar dan moet je op de een of andere manier een ontsluiting weten te maken. Voor ons kwamen deze plekken eruit. Met deze twee plekken was het misschien een wens die in vervulling ging. Waarom plek 3 niet? Het is al eerder gezegd. Die plek ligt wat verder af van die voorzieningen. Ik denk dan met name aan ouderen die

12

Oordeelsvormende Vergadering : 21 november 2024 Aanwijzen van rafelranden voor woningbouwontwikkeling na 2030 op zoek zijn naar een huisvesting die ze nu nog niet kunnen vinden dichtbij die voorzieningen. Dan heb je met locaties 1en 2 betere locaties. VOORZITTER: Meneer Stormbroek, u mag gebruik maken van die microfoon. Ik weet dat het niet de beste microfoon is, maar om het debat levendig te houden, geef ik u het woord. Doet hij het? DE HEER STORMBROEK (POS): Hij doet het. Ik ben onder de indruk van het gloedvol betoog van meneer Witlox en die ook weer gebied 3 op één hoop gooit. Zou u er dan geen voorstander van zijn om gebied 3 op te breken, bijvoorbeeld het gebied achter De Schans? VOORZITTER: Het schijnt in die hoek te zitten, dus van microfoon wisselen werkt niet, maar het is uiterst vervelend. DE HEER STORMBROEK (POS): Helpt het als ik hier als prediker ga staan? Wat zou u ervan vinden om het gebied achter De Schans los te knippen? Dat voldoet volgens mij perfect aan wat u stelt over bereikbaarheid en in de buurt van voorzieningen. Niet de hele polder als één gebied zien, maar een 3.a. Ik kan me nog herinneren dat u daar in het verleden in ieder geval een warm voorstander van was. VOORZITTER: Meneer Witlox. DE HEER WITLOX (PVDA): Dat klopt. Wij hebben zelfs nog een keer een discussie gevoerd over die plek, maar toen waren die andere twee locaties nog niet in beeld.

Zo dicht bij winkels en openbaar vervoer vind je daar ook niet. Als u zegt opknippen, zou ik niet weten waar je zou moeten beginnen met opknippen. U had het ook over De Maten. Dat ligt in een driehoek waar je door de dijken heen moet of via kleine zijweggetjes. DE HEER STORMBROEK (POS): Voorzitter, interruptie. VOORZITTER: Ga uw gang. DE HEER STORMBROEK (POS): Ik kan mij herinneren dat u in een eerdere periode volgens mij warme gevoelens had bij De Maten. Kunt u nu toelichten waarom u nu zegt: dat is hem niet? VOORZITTER: Meneer Witlox. DE HEER WITLOX(PVDA): Ik zou zeggen: ga er eens naartoe. Ga eens kijken hoe je daar kunt komen. Dan heb je al een tunnel nodig onder de spoorweg of een verbreding achter de Lange Brinkweg. Dan moet je heel wat infrastructuur aanleggen. Dat is net hetgeen waar de Provincie op wees. Die infrastructuur moet eigenlijk niet hoeven te veranderen. Die moet pasklaar zijn voor zo'n gebied. Daar voldoen locaties 1 en 2 beter aan. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Voorzitter, mag ik interrumperen? Ik wil u niet het vuur aan de schenen leggen. Misschien ook wel, meneer Witlox. Wat u zegt, vat ik even samen als voortschrijdend inzicht. Daarom bent u minder enthousiast over de locaties waar u eerder enthousiast over was.

Locatie 3.a meenemen, naast 1 en 2, zodat je ruimer en misschien groener kunt bouwen, zou dat voor u geen optie zijn, aangezien u erg voor betaalbaar bouwen bent? Ik heb een van uw collega's wel eens over het groene asfalt van de polder horen praten, waar zoveel mogelijk huizen zouden moeten komen. Zou dat voor uw partij geen optie zijn? DE HEER WITLOX (PVDA): Ik denk dat het niet nodig is. Ik denk dat je met 1 en 2 voldoende woningen kunt bouwen om tussen 2030 en 2040 het hele contingent te bouwen wat we nodig hebben. Ik zou willen pleiten om ons daarop te concentreren. VOORZITTER: Meneer Stormbroek, ga uw gang. DE HEER STORMBROEK (POS): Betekent dat in uw optiek dat in gebied 1 en 2 misschien wel 1000 woningen moeten komen? DE HEER WITLOX (PVDA): We hebben het nog niet over aantallen gehad. Dat zou ik ook niet willen doen. Laten we eerst naar de Provincie gaan met deze gedachte over deze rafelranden. Dan komen we later wel tot de invulling. Dan komen we ook nog een keer te spreken over waar wel of niet

13

Oordeelsvormende Vergadering : 21 november 2024 Aanwijzen van rafelranden voor woningbouwontwikkeling na 2030 knotwilgen kunnen groeien en hoeveel woningen waar kunnen staan. Dat is nu niet aan de orde. Dat komt over een tijd, als we het antwoord van de Provincie hebben. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Voorzitter? VOORZITTER: Ik worstel even. Er zijn veel mensen die tegelijk willen, maar u stelde een vraag aan meneer Witlox. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Ja, maar ook aan twee andere coalitiepartijen. Aan de heer Van der Wardt.. VOORZITTER: Dat zou ook mijn reactie nu zijn, anders gaan we elke keer op elkaar reageren. U had het woord en u vroeg het aan meneer Witlox. U vraagt het nu nog een keer aan de andere coalitiepartijen. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Daarna aan meneer Vrakking. VOORZITTER: Dat begreep ik. Dan geef ik eerst meneer Van der Wardt het woord. Daarna meneer Vrakking. Dan kijken we of anderen willen reageren. Meneer Van der Wardt namens de VVD. DE HEER VAN DER WARDT (VVD): Dank u wel, voorzitter. Ik word uitgedaagd door D66, dat alles al beklonken zou zijn door het college, maar zo is het natuurlijk niet. Ik lees het voorgesteld raadsbesluit. Daarin staan deze twee rafelranden aangemeld als de best mogelijke rafelranden. Ik ga uit van expertise hier in het gemeentehuis. Als fractie hebben we erover gewikt en gewogen en wij zijn daar voor.

Wij vinden het prima gebieden om daar mogelijke ontwikkelingen in de toekomst te krijgen. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Voorzitter, dan wil ik een extra vraag stellen. U zit hier als raadslid en niet als verlengstuk van het college, dus u hoort een controlerende rol te hebben. Als u zegt: ik ga uit van de expertise hier in dit gemeentehuis, is dat prima, want er werken heel veel experts, maar dat is niet onze functie als raad. Wij moeten dit onafhankelijk beoordelen. Mijn vraag aan uw partij is: wat is uw eigen onafhankelijk oordeel als het gaat over het aanwijzen van deze locaties en waarom niet locatie 3 of 3.a? DE HEER VAN DER WARDT (VVD): Wij waren eerlijk gezegd ook verrast door deze locaties. Dat was zo in eerste instantie. We hebben het in de fractie niet gehad over locatie 3.a. Dat was een heel uitgebreide zone van de Lange Brinkweg tot aan de Ferdinand Huycklaan. Daardoor is hij veel te groot. Als u hem zou opknippen, zouden wij wel willen overwegen om hem mee te nemen. VOORZITTER: Dank u wel, meneer Van der Wardt. DE HEER STORMBROEK (POS): Voorzitter, interruptie. VOORZITTER: Ga uw gang. DE HEER STORMBROEK (POS): Hoor ik meneer Van der Wardt zeggen dat hij openstaat voor bouwen achter De Schans? DE HEER VAN DER WARDT (VVD): Op dit moment niet. Laten we eerst voor deze gaan en afwachten wat de Provincie gaat vertellen. Je weet nooit wat de toekomst brengt.

VOORZITTER: Zo is het, meneer Van der Wardt. Meneer Vrakking, aan u is het woord namens Soest2002. DE HEER VRAKKING (SOEST2002): Dank u, voorzitter. Waarom stemt Soest2002 in met locaties 1 en 2? Ik heb net ook in mijn spreken gezegd dat het in ons verkiezingsprogramma stond, omdat wij er toen al van overtuigd waren dat het een perfecte plek is om woningen neer te zetten, waarbij je van het winkelcentrum in de Van Weedestraat een echt centrum gaat maken. Nu ligt het aan de rand van Soest. Het heeft twee doelen. De woningen en de ondersteuning van de middenstanders aan de Van Weedestraat. Toen die twee locaties daadwerkelijk werden aangereikt, kijk je naar de kaders die gesteld zijn. Binnen die kaders is dat heel goed te verdedigen.

14

Oordeelsvormende Vergadering : 21 november 2024 Aanwijzen van rafelranden voor woningbouwontwikkeling na 2030 MEVROUW FLINTERMAN (D66): Mag ik een aanvullende vraag stellen die ik ook aan de heer Van der Wardt heb gesteld? We hebben het nu steeds over 3.a, met dank aan meneer Fikse. U heeft niet overwogen om locatie 3.a erbij te betrekken? Het uitgangspunt van Soest2002 is toch steeds geweest: zo veel mogelijk bouwen voor de inwoners, met name voor de inwoners van Soest? DE HEER VRAKKING (SOEST2002): Inderdaad, de insteek van Soest2002 is om zoveel mogelijk Soesters de gelegenheid te geven in Soest te kunnen blijven wonen. Waarom hebben we dan niet gekozen voor 3.a? Als je naar het demografische rapport kijkt dat onlangs is uitgebracht, heb je in 2050 23 miljoen mensen. Denk dus niet: we zijn er. Voor de periode 2030-2040 zou het mogelijk voldoende kunnen zijn. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Mag ik nog één laatste vraag stellen? Dat is een hele kleine vraag. Ik ken u als een man van de details en de cijfers. U vraagt altijd door totdat u precies weet waarover het gaat.

Wat vindt u van de onderbouwing van dit voorstel als het gaat om de haalbaarheid, de fundering die eronder ligt over waterhuishouding, ecologie en verkeersonderzoeken, dus dat waarmee we naar de Provincie zouden moeten gaan? DE HEER VRAKKING (SOEST2002): Wat betreft de technische haalbaarheid heb ik ook gerefereerd aan de toezegging van de ontwikkelaar dat het technisch haalbaar is. Er zijn problemen, maar die worden opgelost. Wat verkeer betreft, zal dat intern nog opgelost moeten worden. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Meneer Vrakking, ik kan het niet laten. De projectontwikkelaar zegt: het is technisch haalbaar. Dat is toch de autoverkoper die zegt: prachtig autootje. Die was van een oud vrouwtje en heeft altijd in de garage gestaan. Op basis daarvan koopt u toch geen auto? Op basis daarvan gaat u toch ook geen besluit hierop nemen? DE HEER VRAKKING (SOEST2002): Laat ik het dan anders formuleren. Ik moet naar meneer Baks kijken, die vindt dat er geen kennis aanwezig is. Ik dicht me toch enige kennis toe. DE HEER BAKS (BURGERBELANGEN): Bij interruptie, voorzitter. VOORZITTER: Meneer Baks, ga uw gang. DE HEER BAKS (BURGERBELANGEN): Als u me dan toch citeert, waardoor ik zeer vereerd ben, moet u het wel juist doen. Ik heb gezegd dat de meeste kennis buiten onze raad zit, maar ik wil niet zeggen dat hier geen kennis zit. Dat is te kort door de bocht.

DE HEER VRAKKING (SOEST2002): Ik ben het met u eens dat de meeste kennis buiten de raad zit. Dat zit bij het ambtelijk apparaat. Ik dacht dat gehoord te hebben, maar als dat niet zo is, neem ik dat terug. VOORZITTER: Ik vroeg me af of u uw verhaal daarmee heeft afgerond, meneer Vrakking. Als er geen vraag is, wel. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Ik vond het een heel verhelderend rondje vragen. Misschien wil meneer Paauw het ook nog even toelichten. VOORZITTER: Voordat meneer Paauw op het toneel mag, wil ik het woord geven aan meneer Fikse. Hij staat al heel lang te wachten. Volgens mij wilt u ook ergens op reageren. DE HEER FIKSE (CU-SGP): Geduld is een schone zaak. VOORZITTER: U spreekt namens de ChristenUnie-SGP. DE HEER FIKSE (CU-SGP): Dank u. Ik voel wat beweging. Mooi. Ik ben geen profeet. Dat weten jullie. Met mijn achtergrond zeker niet. Ik heb een aantal voordelen opgenoemd van 3.a. Stel dat de Provincie zegt: dat is toch wel heel goed in vergelijking met 1 en 2. We keuren 1 en 2 af. Wat gebeurt er dan? Ik ben erg benieuwd wat dan het vervolg zou kunnen zijn. VOORZITTER: Aan wie adresseert u deze vraag, meneer Fikse? DE HEER FIKSE (CU-SGP): Aan de coalitiepartijen.

15

Oordeelsvormende Vergadering : 21 november 2024 Aanwijzen van rafelranden voor woningbouwontwikkeling na 2030 VOORZITTER: Meneer Vrakking, u staat er al. DE HEER VRAKKING (SOEST2002): Laat ik als eerste daarop reageren. Mocht de Provincie zeggen: die locaties zijn niet geschikt, dan zijn we terug bij af en dan zullen we het vervolg van het college moeten afwachten. VOORZITTER: Helder. Meneer Witlox namens de PvdA. DE HEER WITLOX (PVDA): Ik weet niet of het nog nodig is om daarop door te gaan, maar laten we eerst afwachten. Je kunt alsmaar de als-vraag stellen. Dat is eigenlijk niet de manier waarop je als bestuur werkt. Eerst kijken wat dit oplevert. DE HEER FIKSE (CU-SGP): Regeren is vooruitzien. DE HEER WITLOX (PVDA): Mag ik reageren? Dat is net waar we vanavond mee bezig zijn en waar het college de afgelopen 1,5 jaar mee bezig is geweest, namelijk vooruitkijken. VOORZITTER: Goed. Mevrouw Flinterman, u heeft het een en ander losgemaakt. Ik ben heel benieuwd of er nog meer mensen in deze raad zijn die op elkaar zouden willen reageren met hun vragen of opmerkingen. Daar is vanavond het moment voor. Meneer Baks namens Burgerbelangen Soest-Soesterberg. DE HEER BAKS (BURGERBELANGEN): Dank u wel. Het risico bestaat dat het toneel bezet wordt door dezelfde sprekers als daar straks. Ik heb ook een vraag aan de coalitiepartijen.

Als dit voorstel een compromis is tussen de vier coalitiepartijen, in hoeverre is er ruimte voor andere nietcoalitiepartijen om een andere optiek op dit raadsvoorstel te hebben? Met andere woorden, zit dit raadsvoorstel in beton gegoten tussen u vieren, terwijl u elkaars hand niet wil loslaten omdat dan de rest klapt? Daar zou ik van de vier coalitiepartijen graag een antwoord op hebben. VOORZITTER: Ik zie dat meneer Vrakking als eerste wil reageren. Ga uw gang. DE HEER VRAKKING (SOEST2002): Het is geen handjeklap van de coalitie geweest. We hebben aangegeven dat het college rafelranden gaat onderzoeken. Dat is buiten de coalitie om gegaan. Die rafelranden zijn gelijktijdig aangeboden aan iedere partij hier. De kaders hebben we zelf vastgesteld. Nu die twee locaties naar voren kwamen, gaan we daar onafhankelijk van elkaar een besluit op nemen. DE HEER BAKS (BURGERBELANGEN): Dank voor de uitleg. Ik zie de fractievoorzitter van de PvdA heftig instemmend knikken, dus hij zou hetzelfde antwoord gegeven kunnen hebben als wat u geeft. Ik neem aan dat meneer Van der Wardt en meneer Paauw hetzelfde knikje meegeven. Daarbij moet ik dan ook maar een knikje geven. Wat dat knikje dan betekent, weet ik ook niet. VOORZITTER: Daar ga ik u helderheid in geven, meneer Baks, want u gaat nu iets invullen wat zij nog niet uitgesproken of gezegd hebben. Ik wil alsnog meneer Witlox het woord geven.

U mag alsnog antwoord gaan geven. Dat geldt zo meteen ook voor meneer Van der Wardt en meneer Paauw. U bent alweer gaan zitten, maar ook u mag zo meteen een antwoord geven. Anders gaan we hier aan inlegkunde doen. Daarvoor zitten we hier vanavond niet. Meneer Witlox, ga uw gang. U spreekt namens de PvdA. DE HEER WITLOX (PVDA): Dank u. Er is niets vooropgezet geweest. Vanuit de overtuiging die ik heb dat dit de beste locaties zijn, heb ik geantwoord. Ik hoop dat u me kunt vertrouwen op dat eerlijke antwoord. DE HEER BAKS (BURGERBELANGEN): Dat kan ik en dat wil ik ook. VOORZITTER: Goed. Dan geef ik het woord aan meneer Van der Wardt en daarna meneer Paauw. DE HEER VAN DER WARDT (VVD): Ik vond zowel het antwoord van de heer Witlox als die van de heer Vrakking precies aansluiten bij wat wij vinden. Dank u wel. VOORZITTER: Ik begrijp dat u dat antwoord geeft, meneer Van der Wardt. Ik zou heel graag over dit belangrijke onderwerp echt een inhoudelijke discussie willen voeren met elkaar. Ik nodig u uit om daar antwoord op te geven. Meneer Paauw, u spreekt namens GGS. 16

Oordeelsvormende Vergadering : 21 november 2024 Aanwijzen van rafelranden voor woningbouwontwikkeling na 2030

DE HEER PAAUW (GGS): Voorzitter. Er komt een discussie naar voren waarin iedereen zijn punt wil maken. We hebben ooit met zijn allen een afwegingskader vastgesteld. Dat heeft u allemaal nog een keer kunnen nalezen in de presentatie. Daar staat precies beschreven waar het aan moet voldoen. We hebben in de coalitieafspraken gezegd dat we gaan kijken in de randen van Soest. Zo staat het ook in de Omgevingsvisie. Dan zegt meneer Fikse: we gaan 3.a inbrengen. Ik zal me beheersen. Dan werken we niet volgens kaders, dus we moeten daar gewoon aan vasthouden. Uiteindelijk is dit de uitkomst. DE HEER STORMBROEK (POS): Voorzitter, interruptie. VOORZITTER: Interruptie door meneer Stormbroek. Ga uw gang. DE HEER STORMBROEK (POS): Meneer Paauw, kunt u mij uitleggen waarom gebieden 1 en 2 heel klein zijn en gebied 3 ontzettend groot? VOORZITTER: Meneer Paauw. DE HEER PAAUW (GGS): Ik kan dat niet uitleggen en ik hoef het niet uit te leggen. Er is gekeken naar de gebieden die daar op een gegeven moment gedefinieerd zijn. Die komen nu als meest geschikt naar voren. U wilt daarvan afwijken, maar we hebben zelf als raad die afwegingskaders vastgesteld. Deskundigen hebben daarnaar gekeken. Het is onze taak om kaders te stellen. U wilt in een avondje besluiten: we doen 3.a of 3.b erbij. Zo werkt het niet. DE HEER BAKS (BURGERBELANGEN): Voorzitter, bij interruptie. VOORZITTER: Ga uw gang.

DE HEER BAKS (BURGERBELANGEN): Ik veronderstel dat de bijdrage van meneer Paauw een antwoord was op de vraag die ik aan de coalitiepartners had gesteld en waarbij u hen vervolgens verder uitnodigde om er inhoudelijk verder op in te gaan, waarvoor dank. Dat antwoord heb ik bij meneer Paauw gemist, maar het kan zijn dat dat aan het tijdstip van de dag of aan mijzelf ligt. VOORZITTER: De veronderstelling dat hij op uw vraag antwoord gaf, heb ik ook. Ik heb een uitgebreid verhaal van meneer Paauw gehoord. Wat mij betreft, heeft hij in ieder geval aangegeven waarom hij dit besluit positief omarmt. Ik ben hier vanavond om de discussie met u hierover te begeleiden. Dat heeft meneer Van der Wardt wat mij betreft niet gedaan. Daarom nodig ik u uit om iets meer context aan de vraag van meneer Baks te geven. Meneer Van der Wardt, het woord is aan u. DE HEER VAN DER WARDT (VVD): Dank u wel, voorzitter. Wij zeggen: als VVD hebben wij daar onafhankelijk naar gekeken en hebben wij ook ons standpunt met de fractie genomen. Wij hebben weloverwogen naar 1 en 2 gekeken. Ik fiets mijn hele leven al van Soest naar Baarn en van Baarn naar Soest en rijd met de auto. Ik vind het ook persoonlijk een hele mooie plek om daar woningen te bouwen. Misschien niet aan twee kanten, maar aan één kant zeker. Dat zal de Provincie ons straks vertellen. Zo werkt het.

VOORZITTER: Daarmee moet u het doen, meneer Baks. Dank. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Voorzitter. VOORZITTER: Ik geef het woord aan u, mevrouw Flinterman, want u komt naar voren. Dat betekent dat u uw vraag mag stellen. Ga uw gang. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Ik wilde een kleine interruptie op het betoog van de heer Paauw doen, maar dat was een interruptie in een interruptie. Meneer Paauw, u stelt het afwegingskader voor als een soort ChatGPT, waar je een vraag in gooit. Daar komt iets uit en dat antwoord is bindend. Zo werkt het natuurlijk niet. Wat uit het afwegingskader komt, zijn veel blokjes die je kunt wegen. Het waterbeheer kun je een cijfer geven in het ene gebied of in het andere gebied. Vanuit het college, de coalitie of deze raad kun je daaraan een weging geven. Wat daaruit komt, is dus geen vastgestelde uitkomst of vastgesteld resultaat. Ik wil dat even aantekenen. U doet net alsof het een onomstotelijk bindend advies is, maar dat is natuurlijk niet zo. U gaat ongetwijfeld nu zeggen dat dat wel zo is. 17

Oordeelsvormende Vergadering : 21 november 2024 Aanwijzen van rafelranden voor woningbouwontwikkeling na 2030 VOORZITTER: Dat gaan we zo meteen horen, mevrouw Flinterman. Meneer Paauw, aan u is het woord. DE HEER PAAUW (GGS): Voorzitter, ik weet niet waarin ik beland ben. Ik begrijp D66 niet. Die is altijd zo van de procedures. Ga kijken naar kaders, die hebben wij gesteld. Daarin staan zes elementen beschreven. Het is de duiding van de rafelrand op basis van raadskaders. Die hebben wij met zijn allen vastgesteld. Bent u dat met me eens? Daar is uiteindelijk dit voorstel uitgekomen. Dat hebben we langs de lat gelegd die wij hebben bepaald. Daaruit komen deze twee locaties. Het is toch te gek dat we zeggen: we gaan iets anders doen? MEVROUW FLINTERMAN (D66): Mag ik reageren? VOORZITTER: Ga uw gang. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Die kaders hebben we met zijn allen vastgesteld. Dat heb ik aan het begin van mijn betoog ook gezegd. Bij het coalitieakkoord was onze suggestie om het inzichtelijk te maken. Zorg dat je het inventariseert en er criteria aanhangt. Betrek de inwoners erbij en kom tot een keuze. Er komen drie locaties uit. Locatie 3 is heel groot en zou opgeknipt kunnen worden. Ik heb geen enkel argument gehoord waarom dat niet zou kunnen. Vervolgens gaat u met elkaar in overleg. U was er daarnet heel erg helder in. U heeft gekozen voor 1 en 2.

Dat is ook een politieke keuze geweest. Daar is niets mis mee, want we zitten hier in de politiek. Dit is een gemeenteraad. U kunt niet zeggen dat het een objectieve en onafhankelijke keuze is geweest en dat geen andere locatie mogelijk zou zijn geweest. VOORZITTER: Wat is uw vraag? MEVROUW FLINTERMAN (D66): U kunt toch niet zeggen dat er geen andere locatie mogelijk zou zijn geweest? DE HEER PAAUW (GGS): We kijken naar de beste locaties en die zijn eruit gekomen aan de hand van het afwegingskader die wij als raad hebben vastgesteld. Als u dat niet aanneemt, hoeven we niet verder te praten. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Dat ik het niet aanneem, is niet zo. Ik wil best aannemen van u dat deze drie locaties er als potentieel goede locaties uit zijn gekomen. Ik probeer steeds duidelijk te maken dat wij de onderbouwing en de motivatie missen. Waarom deze twee locaties? Wat is dan de haalbaarheid van die twee locaties? DE HEER VRAKKING (SOEST2002): Interruptie, voorzitter. VOORZITTER: Meneer Vrakking, u spreekt namens Soest2002. DE HEER VRAKKING (SOEST2002): Ik hoor mevrouw Flinterman net zeggen dat het een politieke keuze is, maar het is geen politieke keuze. De politieke keuze moet nog gemaakt worden. De hele raad heeft aan het college voorgelegd om te onderzoeken welke rafelrand het meest geschikt was. We hebben kaders meegegeven. Het is geen politieke keuze.

De politieke keuze wordt op 4 december gemaakt. Dank u wel. VOORZITTER: Dank voor deze aanvulling, meneer Vrakking. Ik kijk of meneer Paauw nog wil reageren. Ik denk eerlijk gezegd dat u een beetje in herhaling valt aan beide kanten. Dat klinkt heel oneerbiedig, maar wat mij betreft, mag u terug naar uw stoel. Ik kijk nog even rond. Zijn er anderen die nog een vraag willen stellen over en weer? Meneer Lucas, ik had uw naam opgeschreven. Geldt die vraag nog steeds of bent u inmiddels van antwoorden voorzien? DE HEER LUCAS (CDA): De vraag die ik had, is deels in de discussie aan de orde geweest. Ik heb daar niet aan deelgenomen, omdat ik ook wilde luisteren en ook wel kan meevoelen met wat mevrouw Flinterman zegt. Aan de ene kant hebben we inderdaad wel kaders gesteld, maar dat is het beoordelingskader. Ik denk dat daar de verwarring zit tussen de ene partij en de andere partij. We hebben niet aangegeven dat we kaders hebben gesteld aan de omvang van de gebieden. Daar zit voor ons denk ik ook de grote verwarring. Ik zei in mijn bijdrage: we hebben twee kleine gebiedjes, gebied 1 en 2, en daartegenover staat een heel groot gebied, gebied 3. Hoe groter je het gebied maakt, hoe meer problemen je kunt verwachten met de kaders die je noemt. Daarin moet ik de heer Paauw gelijk geven. Ik leg me ook neer bij de keuze zoals die nu naar voren is 18

Oordeelsvormende Vergadering : 21 november 2024 Aanwijzen van rafelranden voor woningbouwontwikkeling na 2030 gekomen. Als ik het van tevoren had bedacht, zou mijn oordeel een andere volgorde zijn geweest. Misschien wel 3, 2, 1. Nu is het 1, 2, 3. Ik kan dat een beetje navolgen. Mijn probleem blijft niet in het beoordelingskader zitten, maar dat de grootte van gebied 3 ervoor zorgt dat we er hier de discussie over hebben. Dan spreken we misschien een beetje langs elkaar heen. De heer Paauw heeft gelijk. Als je het legt langs de kaders die we gesteld hebben, komt dit eruit. Daar leg ik me bij neer, in de zin van: ik ben ook niet zo deskundig. Wat bij mij wel overblijft, is de vraag die ik gesteld heb en waarop ik nog geen antwoord heb gekregen. We besluiten over twee weken over het voorstel zoals het nu voorligt. Daarmee geven we het college een bepaalde opdracht. Ik vertrouw erop dat het college dat naar eer en geweten doet en op de goede manier. Ik snap ook wel dat dat nu niet allemaal duidelijk kan zijn en dat dat nog duidelijk moet worden. Bij mij blijft de vraag: is het later mogelijk dat we op een besluit terugkomen? Stel dat locaties 1 en 2 toch niet geschikt blijken te zijn, om welke redenen dan ook. Kunnen we dan gebied 3 of een ander gebied kiezen? Ik wil niet de discussie helemaal opnieuw beginnen.

Ik heb begrepen van het college, en ook misschien wel van de coalitiepartijen, dat we dan ter plekke bekijken wat de situatie is. Als ik het zo heb begrepen, kan ik lichtelijk leven met de discussie die we nu hebben gehad. Meneer Paauw komt al mijn kant op. Het is denk ik niet dreigend, maar ik kan wel begrijpen hoe hij reageert op de terechte vragen van D66. VOORZITTER: Dank u wel, meneer Lucas. Ik kan ook geen antwoord geven op uw vragen. Dan zouden we bij de wethouder moeten zijn. Die tijd is geweest, dus ik kan daar geen antwoord op geven. Meneer Paauw, u bent gaan staan. U wilt wat zeggen. DE HEER PAAUW (GGS): Ik wil reageren op de heer Lucas. Stel dat de Provincie om wat voor reden dan ook zegt: dit zijn geen goede locaties. Dan moeten we opnieuw met elkaar in beraad en kijken hoe we dan omgaan met het afwegingskader. Dan is er een nieuwe situatie. Wanneer dat is, weten we niet. Wees blij dat we als raad een voorstel op tafel hebben liggen wat gedragen wordt door de raad en wat voor de toekomst van Soest op zich heel goed gaat. Pas als het gerealiseerd is, weten we dat we deze avond hele goede ingangen hebben gegeven voor het totale Soest. Neem eerst stap één en stuur het college op pad om te gaan praten met de Provincie. Dat is juist het voorstel. VOORZITTER: Dat gezegd hebbende, kijk ik om mij heen. Het is al een paar keer gezegd.

Dit besluit ligt voorop 4 december aanstaande. Dat is over twee weken. Aan het eind van de avond kijk ik om me heen en is mijn vraag aan u: heeft u vanavond voldoende met elkaar gediscussieerd? Heeft u voldoende beantwoording op uw vragen gekregen om in de komende twee weken tot besluitvorming te komen? Ik draai me een klein beetje om naar het college. Wethouder Scholten, u heeft een toezegging gedaan dat u een heel aantal vragen schriftelijk zou gaan beantwoorden. Kunt u mij toezeggen dat u deze beantwoording binnen een week bij de raad heeft liggen? De Raad heeft echt de tijd nodig om die antwoorden te wegen om tot een overwogen besluit te komen. Ik zou die vraag aan u willen stellen. Ik snap dat u even tijd nodig heeft en die geef ik u. Mevrouw Scholten, u krijgt van mij het woord. WETHOUDER SCHOLTEN: Dank u wel, voorzitter. We begrijpen dat die beantwoording belangrijk is voor u en dat u dat graag wilt weten voordat u tot een besluit kunt overgaan. De ambtelijke organisatie geeft aan: we doen ons uiterste best om dat te regelen. Geef ons iets ruimte, maar voor 4 december heeft u de antwoorden binnen. VOORZITTER: Nu ga ik even streng zijn. Ik kijk ook een beetje naar links. Ik begrijp dat het ambtelijk apparaat heel erg zijn best doet, maar ik kan niet akkoord gaan dat u zegt: voor 4 december, want op 3 december is het echt te laat.

Ik wil een stevigere toezegging om aan de raad te kunnen voorstellen of we tot een besluit gaan komen. Ik hoop dat u dat begrijpt. WETHOUDER SCHOLTEN: Dat begrijp ik. Ik krijg een ja. 5. Afronding met advies aan de Agendacommissie VOORZITTER: Dan gaan wij er in vertrouwen vanuit dat u binnen een week beantwoording krijgt op de vragen. Dat mogen acht dagen zijn. Laten we in alle billijkheid over dit serieuze onderwerp wel alle vragen beantwoord hebben gekregen om tot besluitvorming te komen. Als we in dat frame gaan werken, wil ik u vragen of dit onderwerp voldoende is besproken om te kunnen overgaan tot besluitvorming. Ik maak een rondje vanuit links. GGS: U zegt ja. POS: Ja. 19

Oordeelsvormende Vergadering : 21 november 2024 Aanwijzen van rafelranden voor woningbouwontwikkeling na 2030 CDA: Ja BURGERBELANGEN: Ja. SOEST2002: Ja. CU-SGP: Ja. VVD, GroenLinks, D66. Goed. Dan is de opbrengst van vanavond dat wij zoveel hebben gehoord en besproken, met de opmerking van het college over de beantwoording, dat wij dit op 4 december in de besluitvorming gaan brengen. 6. Sluiting Tot slot wil ik u allemaal bedanken voor de avond, uw inzet en de woorden die u heeft gesproken. Ik wil ook een woord van dank aan het publiek geven, want het gaat over u. Het gaat over uw achtertuin. U heeft zich wat mij betreft keurig gedragen. Ik dank u voor uw aandacht. Ik kijk ook nog even naar links. Ik dank u, raadsleden en college, voor uw inbreng vanavond. Daarmee sluit ik deze vergadering.

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=2a0bad6a-f110-4ab7-8467-5d3c004abe80