CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen Oordeelsvormende Vergadering Aanwijzen rafelranden voor woningbouwontwikkeling

Oordeelsvormende vergadering (Raadzaal) 21 november 2024, gemeente Soest15.651 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Oordeelsvormende Vergadering : 21 november 2024 Aanwijzen van rafelranden voor woningbouwontwikkeling na 2030

NOTULEN Voorzitter: dhr. Dijkhuizen Griffier: mevr. Van Esterik 1. Opening VOORZITTER: Goedenavond dames en heren. Ik open hierbij de vergadering. Beste aanwezigen, college, raadsleden, fractieassistenten, publiek op de tribune en wellicht mensen die vanavond meekijken of op een ander moment terugkijken, van harte welkom. Wij zijn vanavond bij elkaar om te spreken over het aanwijzen van rafelranden ten behoeve van de woningbouw in de gemeente Soest na 2030. Bij de Omgevingsvisie van Soest en Soesterberg heeft de raad opdracht aan het college gegeven om naar gebieden te zoeken waar na 2030 mogelijk woningbouw gepleegd kan worden. Het college heeft vervolgens een plan en een voorstel gemaakt en dat aan de raad gegeven. Het komt erop neer dat we een voorstel hebben gekregen om te gaan bouwen langs de Inspecteur Schreuderlaan, de Stadhouderslaan, de Korte Brinkweg en het spoor. Over dat hele gebied spreken we vanavond. Dat hebben we eerder gedaan op 17 en 24 oktober. Toen heeft ook een groot deel van de aanwezigen via de microfoon hun mening en ideeën daarover kunnen geven. We hebben daarbij voorstanders en tegenstanders gehoord. Vanavond is het de bedoeling dat u als raadsleden met elkaar helderheid gaat geven om tot een oordeel te komen over dit plan. Daarover ga ik u zo meteen bevragen. Daarover kunt u zo meteen nog wat voorstellen doen aan het college.

Het is niet helemaal de bedoeling dat we een spervuur aan vragen hebben. We willen met name uw oordeel weten over dit plan, alles gelezen en gehoord hebbende, om daarna te kunnen zien of we na vanavond kunnen overgaan naar een besluitvorming hierover of dat er wellicht meer tijd nodig is. Dat zal vanavond gebeuren. Mijn naam is Harrie Dijkhuizen. Ik zit deze vergadering voor omdat de raadsvoorzitter met vakantie is en als plaatsvervangend voorzitter zit ik daarom vanavond hier voor de aanwezigen. Ik ben normaal gesproken raadslid voor de ChristenUnie-SGP, maar vanavond ben ik uw neutrale voorzitter. Dat gezegd hebbende, ga ik zo meteen aan u vragen of u uw inbreng wil geven. Dat gaan we doen zoals we dat gewend zijn. Ik weet dat het volle bak is. Ik weet ook dat we misschien wat tijdsdruk hebben, omdat we tijd verloren zijn in het eerdere deel. Ik ga u toch vragen om uw pleidooi zo meteen achter dit spreekgestoelte te doen. Dan ga ik inventariseren wie ik het woord mag geven op dit onderwerp. Ik kijk naar meneer Paauw. 2. Fracties geven hun oordeel over het voorstel DE HEER PAAUW (GGS): Voorzitter, een punt van orde. Kunnen we eerst nog vragen stellen aan het college? Bij de oordeelsvorming hebben we normaal gesproken in eerste instantie nog een vragenronde. VOORZITTER: Dat is altijd een beetje de worsteling van ons nieuwe systeem.

Het systeem wat we nu hanteren is dat u uw oordeel over het plan geeft en dat u verbeteringen ten aanzien van het plan geeft. Ik begon er in mijn inleiding mee. U kunt hier en daar best nog een vraag stellen aan het college, maar het is niet de bedoeling, zoals we dat vroeger kenden, dat u een spervuur aan vragen kunt stellen, waar vervolgens het college antwoord op gaat geven. Dat is besloten in dit nieuwe vergadermodel. Daar gaan we het in januari met elkaar over hebben. Nogmaals, u mag van mij best een aantal vragen stellen, maar het is niet de bedoeling dat we hier vanavond honderd vragen gaan beantwoorden. DE HEER PAAUW (GGS): Ik heb er maar vier. Het gaat er met name om dat de mogelijke antwoorden van belang zijn voor de toehoorders in deze zaal. Ik denk dat het ons gaat helpen om een stuk duidelijkheid te krijgen. VOORZITTER: Ik begrijp u. Aan de andere kant hebben de toehoorders ons in de twee eerdere afleveringen al hun meningen gegeven. Zij hebben al aangegeven wat zij ervan vinden. Vanavond mag u aangeven wat u ervan vindt. Daar mag u een aantal voorstellen bij doen. Natuurlijk mag u een aantal vragen stellen, maar ik zou willen oproepen om die vragen beperkt te houden tot de 1

Oordeelsvormende Vergadering : 21 november 2024 Aanwijzen van rafelranden voor woningbouwontwikkeling na 2030 meest belangrijke in dit verhaal. Ik maak een rondje. Meneer Witlox, u had nog een vraag. Ik schrijf meneer Witlox op. U mag zo meteen als eerste. DE HEER PAAUW(GGS): Voorzitter, ik had mijn vinger toch als eerste opgestoken? VOORZITTER: Meneer Witlox, ik geef u eerst het woord. DE HEER WITLOX (PVDA): Dan kom ik meteen met ons oordeel, voorzitter. Vanavond geven wij als gemeenteraad een heel belangrijk oordeel over de toekomst van Soest. Met dat oordeel en straks het besluit zetten we een grote stap om het dorpse karakter te behouden en de vitaliteit van Soest te vergroten en een van onze grootste, zo niet het allergrootste probleem te verkleinen, namelijk het enorme tekort aan betaalbare woningen voor onder andere onze jongeren, starters en ouderen. De behoefte aan 1900 woningen tussen 2030 en 2040 zet je niet allemaal in de kern van Soest. Dat zou op grote weerstand van heel veel inwoners stuiten. Niet langer inbreiden ten koste van het groen in de gemeente, maar uitbreiden aan de randen, zoals Soest in het verleden zo vaak met succes heeft gedaan met nieuwe wijken als de Boerenstreek, Overhees, Klaarwater en Smitsveen, en dat na een zorgvuldige afweging die gemaakt is om tot de keuze van deze twee rafelranden te komen.

Zorgvuldig, zowel qua inhoudelijke criteria-afwegingen, als nabijheid van voorzieningen, winkels, scholen en openbaar vervoer. Zorgvuldig ook vanwege het participatietraject van ruim een jaar geleden, waarin inwoners konden aangeven waar in de toekomst gebouwd kon worden. Vorige maand hebben ook inwoners gereageerd, waaronder veel omwonenden van het knotwilgengebied. Ik kom daar straks nog op terug. Er waren vorige maand ook insprekers die spraken namens tientallen jongeren, zoals een mevrouw die namens het CPO Soest sprak, of een jonge inwoner die sprak namens 2000 actief woningzoekenden of een vertegenwoordiger van de COSBO, de ouderenorganisatie met 4000 leden in Soest. De projectontwikkelaar van het knotwilgenterrein beloofde dat hij zich aan de doelgroepenverordening zou houden. Dat is hij natuurlijk verplicht, maar hij zei het wel en voegde daaraan toe dat hij al contact met woningcorporatie De Alliantie had opgenomen. Ook zegde hij toe dat hij CPO Soest bij de plannen ging betrekken en ook een Knarrenhof wilde realiseren. Hij respecteert en garandeert de knotwilgen, zo zei hij nog. Ik weet niet of hij aanwezig is, maar misschien luistert hij wel. Wij zullen u hieraan houden, meneer de projectontwikkelaar. Ik wil nog een misverstand uit de weg ruimen. We hebben berichten ontvangen dat er alleen maar dure woningen komen. Dat is niet waar.

Er komt 30% sociale huur, 15% sociale koop, 20% in het middensegment en 35% vrije sector, dus twee derde betaalbaar. In hetzelfde bericht wordt gesproken over verkiezingsbeloften van politieke partijen. De Partij van de Arbeid wordt daarin niet genoemd. Dat klopt, want wij waren en zijn voorstander van het bouwen buiten de rode contouren en hebben ons hard gemaakt om de plannen voor deze rafelranden mogelijk te maken. Ook hebben wij nog laten kijken naar eventuele problemen in verband met de waterhuishouding en zijn ervan overtuigd dat deze oplosbaar zijn. Natuurlijk zullen een aantal inwoners hun uitzicht zien veranderen en hebben daar moeite mee, maar honderden Soesters, en nog velen na hen, krijgen uitzicht op een woning. Dit college heeft het aangedurfd om een hele belangrijke stap voor Soest voor te bereiden. De Partij van de Arbeid hoopt dat de gemeenteraad een zo breed mogelijke steun wil geven om deze stap daadwerkelijk te zetten. Dank u wel. VOORZITTER: Dank u wel, meneer Witlox. Ik heb in uw betoog geen vragen gehoord. Dat is mooi, althans voor de snelheid. Dan wil ik vragen of meneer Paauw daar gaat zitten. Ik had nog niet uitgelegd aan het publiek dat die microfoon in storing ligt. Mensen kiezen daarom niet voor de dichtstbijzijnde. Die ligt in storing. Vandaar dat we deze twee gebruiken. Na meneer Paauw wil ik vragen of meneer Lucas het woord wil nemen.

Zo zal ik steeds opnieuw, om de tijd een beetje te verkorten, de volgende alvast aankondigen. Meneer Paauw, u spreekt namens Gemeentebelangen Groen Soest. Aan u is het woord. DE HEER PAAUW (GGS): Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, collega-raadsleden, toehoorders en in het bijzonder alle inwoners rondom de gebieden die nu op de tafel liggen, graag wil ik starten met een citaat uit de Omgevingsvisie, vastgesteld door de raad van de gemeente Soest in 2021. Op regionaal niveau worden plannen gemaakt voor woningbouw. Dat gaat om grote aantallen. Locatiekeuzes hebben effect op het regionale verstedelijkingspatroon. Voor Soest is het van groot belang dat de regio vanuit een groen perspectief vorm krijgt, zodat openheid van de hele polder goed wordt meegenomen. In de randen moet in de gemeente Soest afwegingsruimte blijven voor uitbreiding van de woonkernen. Gemeentebelangen Groen Soest is geen voorstander van bouwen buiten de rode contour. Onze fractie heeft altijd weerstand weten te bieden. Echter, na uitkomst van de laatste gemeenteraadsverkiezingen hadden wij als fractie een dilemma. Er waren verschillende opties. Optie 1: strak vasthouden aan ons standpunt, niet bouwen buiten de rode contouren, met het risico dat andere partijen het voortouw nemen en plannen omarmen die 2

Oordeelsvormende Vergadering : 21 november 2024 Aanwijzen van rafelranden voor woningbouwontwikkeling na 2030 woningbouw toestaan op plekken waar GGS het absoluut niet wil. Een voorbeeld hiervan is de polder achter De Schans c.q. Lange Brinkweg. Daar gaan bouwen, betekent dat het landschap drastisch wordt aangepast. Dat willen we niet. Wij willen graag, zoals ook in de Omgevingsvisie staat, de polder openhouden. Optie 2: een coalitie vormen met partijen die bereid zijn zich te houden aan de Omgevingsvisie. Onze partij was zich ervan bewust dat naast binnenstedelijke bouw voor de langere termijn gekeken moest worden naar de rafelranden buiten de rode contouren. In deze optie moeten met name Soest 2002 en de PvdA over hun schaduw heenstappen, want zij hadden immers in hun partijprogramma staan: wij willen wel bouwen in de open polder. Nu heeft iedereen over zijn schaduw heengestapt en hebben we compromissen kunnen sluiten. Dat is nu eenmaal de politiek. Als jij een beetje hier toegeeft, zullen wij respecteren dat de polder openblijft en kunnen we in ieder geval een stabiel bestuur van Soest organiseren, met een college van B&W dat daadwerkelijk stappen zou kunnen maken in het belang van alle Soesters. Er kwam een coalitieakkoord dat getekend werd door zes van de tien partijen uit deze gemeenteraad. Een mooi resultaat van onderhandelingen.

Inwoners waren blij en constateren dat goed geluisterd was naar de verkiezingsuitslag. Er waren drie partijen. Allemaal met vijf zetels, maar wel met verschillende insteken. Dat moest overbrugd worden. De partijen gingen uiteindelijk eindelijk constructief met elkaar samenwerken. Dat is een groot goed waar we met zijn allen trots op kunnen zijn. Een goed voorbeeld hiervan is de passage in het coalitieakkoord dat in deze raadsperiode gekeken gaat worden welke rafelranden eventueel na 2030 in aanmerking zouden komen voor woningbouw, maar ook dat vaart wordt gemaakt met binnenstedelijke ontwikkelingen. Er werden diverse extra middelen ingezet. We hebben wat vragen aan het college. Hoeveel woningen hebben we gerealiseerd en hoeveel harde en zachte plannen zijn er voor de toekomst? We hebben uiteindelijk ook een Woondeal gemaakt met de Provincie en de regio om ons steentje bij te dragen aan de totale woningnood die er in heel Nederland is. Daarbij is wel een probleem. We zijn afhankelijk van particulieren en projectontwikkelaars, want de gemeente heeft praktisch geen gronden, behalve de Dalweg na afbraak van de sporthal Beukendal en het politiebureau. Het plan ligt nu nog bij de Raad van State. Hopelijk kunnen we binnen een paar weken vernemen of we daar echt mogen gaan bouwen. De afspraak is dat de focus van het college uitsluitend binnen de rode contouren ligt.

De focus kwam steeds meer op wat grotere projecten. De vraag naar woningen is groot, bijna overal in Nederland. In Soest moet steeds meer worden gebouwd, maar ook Soesterberg draagt een steentje bij. We mogen blij zijn dat we in ieder geval in Soesterberg de plannen kunnen realiseren waar we al een jaar of twintig geleden mee zijn begonnen. VOORZITTER: Meneer Paauw, ik ga u interrumperen. Ik begrijp heel goed wat u allemaal vertelt, maar vanavond gaat het over het plan wat voorligt. Ik wil u aanmoedigen om vooral over het plan te spreken en niet hoe dat gekomen is en wat voor u belangrijk is. Voor ons als raad is het belangrijk wat u van dit plan vindt. Ik wil u daarom vragen of u daarmee vaart wil maken. DE HEER PAAUW (GGS): Voorzitter, ik begrijp uw opmerking, maar ik heb toch behoefte om mijn verhaal af te maken. Ik kom uiteindelijk ook uit bij het plan. Onze fractie realiseert zich dat er meer woningbouw in onze gemeente moet komen, vooral voor senioren en starters. De wachttijden voor een huis en het aantal woningzoekenden blijft maar stijgen. Gezamenlijk hebben we vastgesteld dat we een groen en dorps karakter willen houden om een vitaal Soest te behouden, waar wonen, werken, leven en recreatie een groot goed zijn.

Juist om het groene, dorpse en vitale karakter te behouden, zullen we water bij de wijn moeten doen en constructief moeten meedenken over de grenzen buiten de rode contouren die nu ter discussie worden gesteld. Het is goed denkbaar dat er een moment komt dat verdere verdichting en hoogbouw in Soest het dorpse karakter tegenwerken. Wellicht is het beter om dan toch ook te kijken naar de rafelrand buiten de rode contouren. Met inwoners van heel Soest heeft een participatietraject plaatsgevonden, waarbij de vraag is gesteld waar inwoners ontwikkelgebieden zagen in de rafelranden. Tevens zijn die locaties stapsgewijs doorgelopen met behulp van een afwegingskader en ware kaarten, met als conclusie de twee locaties met de meeste potentie om woningbouw te realiseren na 2030. U zult begrijpen dat wij als GGS allesbehalve stonden te juichen met deze uitkomst. Wij realiseren ons dondersgoed dat veel bewoners van de straten eromheen hun mooie weilanden zien verdwijnen op termijn. We kunnen ons voorstellen dat zij geschrokken zijn en uiteindelijk bij ons te rade komen. Hoe kunnen jullie dat nu doen? Ons grote doel was de polder openhouden. Dat doet pijn, vooral bij de omwonenden van de gebieden die nu op tafel liggen. De grote wens is dat het karakter en de open polder blijft. Vele omwonenden hebben ons benaderd de laatste weken met brieven.

We hebben gesprekken gevoerd en hun argumenten aangehoord. Waarom niet op andere plekken bouwen? Waarom is dat niet onderzocht? Ze kregen een brief dat er al een keuze was gemaakt. We begrijpen dat het college dat doet, maar het heeft natuurlijk wel impact. Naar aanleiding van dit schrijven en alle reacties heeft onze fractie schriftelijke vragen gesteld aan het college. De antwoorden zullen wij te zijner tijd plaatsen op onze eigen website. Nogmaals, wij begrijpen de 3

Oordeelsvormende Vergadering : 21 november 2024 Aanwijzen van rafelranden voor woningbouwontwikkeling na 2030 grote teleurstelling, maar ook zorgen bij de omwonenden, vooral over de waterhuishouding en de gevolgen van de verkeersafwikkeling. Als fractie moeten wij een besluit nemen om het college opdracht te geven in gesprek te gaan met de Provincie, met de vraag of de aangewezen rafelranden na 2030 bebouwd mogen worden. De uitkomsten hiervan zijn overigens nog allerminst zeker, omdat de Provincie eerst zou willen zien dat we binnenstedelijk alle mogelijkheden hebben benut om woningen te realiseren. Onder die voorwaarde zal de Provincie straks misschien groen licht geven. De bezorgdheid van het bewonerscollectief over de waterhuishouding in dit gebied door hoog grondwater, aanwezigheid van kwelwater en mogelijke andere kwetsbare factoren in dit gebied, heeft grote invloed. Gaat dat water niet naar percelen van omwonenden? Wat voor invloed heeft het op het Slangenbosje? Wij zullen daarom een motie indienen dat naast het waterplan voor de bouwlocatie ook nadrukkelijk in kaart wordt gebracht welke gevolgen er zijn voor de directe omgeving van het zoekgebied. Het college heeft al toegezegd dat een gebiedsvisie moet worden opgesteld waar de ontwikkelaar rekening mee moet houden. Wij gaan ervan uit dat dit ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de raad.

Mocht het anders zijn, hoor ik dat graag van het college. Ook vinden wij dat maatregelen getroffen moeten worden om het knotwilgengebied duurzaam in het gebied te houden. De groene toegang van onze gemeente is immers een kwaliteit en dat moeten we waarborgen. Een rondweg of een station op de spoorlijn zal de openheid van het poldergebied aantasten. Dat is nu uit de verschillende visies geschreven. Daar zijn we blij mee. Nogmaals, het gaat pijn doen bij de buurt rondom de Stadhouderslaan. Met het besluit dat we nemen, geven we de opdracht aan het college om te gaan praten met de Provincie. De eigenlijke bouwplannen komen pas in een veel later stadium naar ons toe. Wij wachten af en we zijn met name benieuwd welke invloed deze plannen hebben op de natuur en het verkeer. Daar zal pas inzicht in komen nadat goedkeuring is gegeven. Voorzitter, ik ga afronden. Wij zullen straks in ieder geval positief zijn over dit plan, maar we realiseren ons dat het definitieve oordeel pas in een veel later stadium naar de raad zal toekomen. Dank u wel. VOORZITTER: Ik dank u hartelijk, meneer Paauw. Dank voor uw betoog. Dan gaat meneer Lucas ondertussen naar het spreekgestoelte. Daarna wil ik de gelegenheid aan POS geven. Dat kunnen we ook meteen doen. Daarna GroenLinks, D66,CU-SGP en VVD. Dan heb ik ze volgens mij allemaal gehad. Ik geef het woord aan meneer Lucas namens het CDA.

DE HEER LUCAS (CDA): Dank. Mijn inleiding lijkt heel erg op die van de Partij van de Arbeid, bij monde van de heer Witlox, dus dat zal ik laten. Ik zal niet zeggen dat hij letterlijk mijn woorden heeft overgenomen, maar het komt voor een groot gedeelte overeen. Ik heb wel gemengde gevoelens, want ik ben aan de ene kant blij met het onderwerp van deze notitie, maar iets minder met het voorstel zelf. Ik zal beide gevoelens uitleggen. Dan heb ik mijn verhaal omgedraaid, want ik wilde eindigen met het blije gevoel, maar daar begin ik nu mee. Dan moet ik terug in de tijd. In 1987 had ik als eerste baan onderzoek doen naar de stadsrandzone en de dynamiek daarin, en meer in het bijzonder het gebied rondom de stad Utrecht. Ik deed samen met collega Guy van Oort onderzoek dat in 1993 zou uitmonden in een promotie naar de ruimtelijke dynamiek in de stadsrandzone en in het bijzonder die van Utrecht. We definieerden de stadsrandzone kortgezegd als het gebied tussen de bebouwde kom en het echte platteland of de volgende bebouwde kom. We lieten 1000 adressen in het overgangsgebied enquêteren. Boeren, burgers, buitenlui en bedrijven. Wij spraken toen niet van een rafelrand en de notitie van het college wel.

De Dikke Van Dale beschrijft rafelrand, onder de figuurlijke betekenis van stadsrand, als: beschouwd als locatie waar verhoudingsgewijs veel illegale en onmaatschappelijke activiteiten plaatsvinden. Een negatieve betekenis die niet spoorde met wat wij als gebied onderzochten en ondervonden. Het is een gebied met verschillende functies en een hele grote variatie aan functies. Boeren, tuinders, caravanopslag, hobbyboeren. Afwisseling, dynamiek en ook wat de bewoners en bedrijven betreft: begrip voor die dynamiek. In de notitie van het college spreekt men wel van een rafelrand. Daar hebben we het over. We moeten een rafelrand aanwijzen, maar dat is het volgens de definitie van Van Dale allerminst. Het betreft grasland, open ruimte, en er gebeurt eigenlijk juist helemaal niets. Voor velen is dat ook de waarde van het gebied. Laat staan dat er sprake is van illegale of onmaatschappelijke activiteiten. Dat mag, maar het is niet volgens de eigen betekenis. Ik zal het niet als vraag definiëren. Het is wel heel belangrijk om het met elkaar over de juiste woorden en begrippen te hebben. Mijn suggestie aan het college is: wees duidelijk in uw woorden en benamingen. Die doen ertoe. Gebruik een woord dat recht doet aan wat het in feite is. Een zone, een gebied. U spreekt met inwoners en met ons als raad of met de Provincie. Dan is het niet de bedoeling dat we langs elkaar heen spreken.

Mijn tweede aandachtspunt gaat over de rafelranden 1, 2 en 3. Ik moet rafelrand zeggen, maar ik spreek liever van een gebied. Gebied 3 is een heel groot gebied. Het is het hele gebied tussen de Melmweg tot en met de Eem en zelfs nog een stukje bij de Ferdinand Huycklaan. Ik zou me kunnen voorstellen dat als je dat gebied in delen opdeelt, je dan tot een andere conclusie komt dan dat nu het geval is. Om de volgende reden ben ik er niet 4

Oordeelsvormende Vergadering : 21 november 2024 Aanwijzen van rafelranden voor woningbouwontwikkeling na 2030 blij mee. Ik heb nu geen duidelijk beeld kunnen krijgen waarom gebied 3 niet of minder geschikt is voor mogelijke woningbouw. We wijzen niet woningbouwgebieden aan, maar gebieden waar onderzocht gaat worden. Waarom valt gebied 3 af en is men gekomen tot de keuze van 1 en 2? Het kan zomaar dat als je gebied 3 erbij betrekt, je dan tot een andere conclusie komt. Zoals het er nu naar uitziet, vindt het CDA dat we 1, 2 en 3 zouden moeten aanwijzen. 1 en 2 staan in het raadsvoorstel. Dat geeft gelijk mijn oordeel aan. Daarmee zou ik kunnen leven. Mijn suggestie zou zijn: neem dat gebied wat groter. Ik zal aangeven waarom. Het CDA ziet het ook in relatie tot wat we in de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom kunnen doen. Ook het CDA wil echt niet die hele polder volbouwen. Juist niet. Ik ga niemand aanwijzen, maar dat hoor je of dat lees je. Het is niet de bedoeling dat er een hele wijk à la de Boerenstreek komt. Dat is een verkeerde voorstelling van zaken. Als we kunnen kijken waar woningbouw mogelijk is, binnen maar ook buiten de bebouwde kom van Soest, kunnen we een beter weloverwogen beeld krijgen van wat bouwen aan de rand van Soest betekent.

Het is makkelijk om te zeggen: niet buiten de contouren, maar dat gaat onherroepelijk betekenen dat we binnen Soest alles volbouwen. Ook daar willen we open ruimte, zichtlijnen en groen in de buurt. Voor het CDA is de keuze niet: waar bouwen we in de stadsrandzone of de rafelrand van Soest, maar waar bouwen we in Soest als geheel, als we kijken naar de bebouwde kom van Soest en naar het gebied daarbuiten? Het daarbij ook aanwijzen van 3 neemt mijns inziens de druk weg die nu heel erg op gebieden 1en 2 wordt gelegd. Voor de duidelijkheid: ook ik heb kennisgenomen van de opmerkingen van insprekers. Ik neem die ter harte en weeg die bij mijn uiteindelijke oordeel. Wel een vraag is de volgende. Als het voorstel wordt aangenomen, namelijk rafelranden 1 en 2 aanwijzen, kunnen we later gebied 3 alsnog ook toewijzen? Ik vind het heel belangrijk een weloverwogen keuze te maken met wat we met het hele gebied van Soest aan willen. Ik heb nog twee opmerkingen. We spreken hier steeds over woningen. Ik kan me voorstellen dat het over die woningen gaat. De heer Witlox heeft al aangegeven dat het heel veel uitmaakt of je spreekt van eengezinswoningen of allerlei doelgroepen of typologieën. Daar is nog geen duidelijkheid over. Kan ook gedacht worden aan maatschappelijke functies waarvoor nu in Soest minder ruimte is? Denk aan huisartsen en fysiotherapie. Dan de laatste vraag.

Ik vind het wel een hele belangrijke, want het is ook een besluitpunt. Hoe en hoe intensief gaat het college met de Provincie praten? Ik kan heel flauw doen. U kunt morgen één belletje plegen met de Provincie en vragen: mogen we in de rafelranden bouwen? Dat willen wij graag. Dan zegt de Provincie: nee. Zegt u dan: dan weten we dat. Fijn. Tot in 2031. Ik heb wel het idee dat u van plan bent om daar intensiever over te spreken. Ik snap dat u niet uw hele tactiek en strategie nu ons kan meedelen. Dat is ook weer niet helemaal de bedoeling, maar ik wil er wel een beter beeld van krijgen. Voor ons is het ook belangrijk dat u zorgt voor het broodnodige evenwichtige verhaal wat betreft de mogelijkheid van wonen in Soest en buiten de bebouwde kom van Soest. Tot zover mijn verhaal namens het CDA. VOORZITTER: Dank u wel, meneer Lucas. Dan geef ik het woord aan meneer Stormbroek. U spreekt namens POS uit Soesterberg. DE HEER STORMBROEK (POS): Dank u wel, voorzitter. Vandaag bespreken we de ontwikkeling van woningbouw in de rafelranden na 2030. Een onderwerp dat de gemoederen in Soest bezighoudt. Laten we beginnen met de opmerking dat we blij zijn dat de discussie eindelijk een keer wordt opengebroken.

POS roept al jaren bij herhaling dat niet alleen Soesterberg de woningbouwopgave van de gemeente moet dragen -een woningbouwopgave waarbij zelfs oude bossen als De Oude Tempel niet worden gespaard - maar dat het ook een keer de beurt is aan Soest. Als wij mogen kiezen tussen de bescherming van oude bossen of weilanden, weten we het wel. Een groen Soest is een Soest dat natuurwaarden ook binnen de rode contour heiligt. Daarom is het goed dat eindelijk de heilige huisjes in Soest ter sprake komen. Bouwen buiten de rode contour en in de polder. POS is daarover positief. We hebben echter ook onze vraagtekens. Die zitten met name in het proces. De keuze voor de locaties Inspecteur Schreuderlaan, Stadhouderslaan, Korte Brinkweg en het spoor lijken niet gebaseerd op een zorgvuldige afweging die voor de raad helder, meetbaar en toetsbaar is. Een aantal van de opmerkingen van de vele insprekers een aantal weken geleden die hierover zijn gemaakt, kunnen we onderschrijven. De onderbouwing van deze keuze naar inwoners, samenleving en raad is op zijn best matig, niet in de laatste plaats als we deze vergelijken met andere potentiële locaties zoals plan De Maten en achter De Schans. Waarom die gebieden niet in aanmerking zouden komen voor woningbouw, hebben we gemist in de beantwoording van het college.

De daadwerkelijke reden waarom de twee gebieden in het raadsvoorstel uit het afwegingskader -een ander woord voor de hoge hoed - zijn gekomen, is een politiek compromis. GGS is bereid om dit stuk polder op te offeren voor de woningbouw die met name Soest2002 en de PvdA willen, zodat andere delen van de polder kunnen worden gespaard. Nederland heeft een traditie van polderen waarin wordt gezocht naar compromissen. Was daar in een eerder proces open en eerlijk in geweest. In die zin wil ik meneer Paauw complimenteren met 5

Oordeelsvormende Vergadering : 21 november 2024 Aanwijzen van rafelranden voor woningbouwontwikkeling na 2030 zijn eerlijke en openhartige verhaal. POS is nog niet overtuigd van een standpunt voor of tegen het bestaande voorstel. Waarom niet twee gebieden toevoegen, daar een besluit over nemen, die uitwerken en die weer voorleggen aan de raad, met een heldere onderbouwing? Wij overwegen dan ook twee amendementen waarbij we bij het eerste amendement willen aangeven dat de SGP middels de heer Fikse een grote rol heeft gespeeld. In ons eerste amendement zouden we het gebied achter De Schans als het ware willen losknippen van gebied 3, als gebied 3.a of 3.1. Dat zouden we willen toevoegen aan de lijst van potentiële locaties. Dit gebied biedt mogelijkheden voor ontwikkeling die minimale impact hebben op het landschap, het zicht op de polder en het past binnen het afwegingskader. Er ligt koppelkansen en het gebied ligt dicht bij winkelvoorzieningen en ov. Daarbij heeft het minder impact op omwonenden en op zichtlijnen op de polder. Dat geldt ook voor plan De Maten, de spoorwegdriehoek. Die zouden wij in een apart amendement ook wel willen toevoegen als een potentiële rafelrand. Dit gebied voldoet in onze beleving ook aan de gestelde voorwaarden, maar is niet opgenomen in de rafelranden. Daar is overigens geen enkele uitleg over gekomen van het college.

Het is een groot raadsel waarom het college het niet heeft toegevoegd, dus dan moeten wij dat misschien maar doen. Die amendementen zijn bedoeld om een betere discussie te voeren en tot een zorgvuldige afweging te komen. Rood voor rood is de beste oplossing, maar ook voor woningbouw buiten de rode contouren moet ook in Soest de discussie worden gevoerd. Niet alles kunnen, noch willen we binnenstedelijk oplossen. Is dat per definitie beter? Ons antwoord is nee. Het meest sprekende voorbeeld is landgoed De Oude Tempel. Dat ligt namelijk ook binnen de rode contour. Is dat oude bos minder waard dan sommige weilanden die buiten de rode contour liggen? Wat ons betreft duidelijk niet. Daarbij is een veelgehoorde klacht van mensen, ook in Soest, dat helemaal dichtbouwen van een bebouwde omgeving ook ten koste gaat van de leefbaarheid. Het TBS-terrein is overigens wel buitengewoon geschikt en wacht al vele jaren op woningen. Dat er bedrijven verschijnen omdat de ontwikkelaar door moet, vinden wij onbegrijpelijk. Hoe staat het ermee, college? Ik verwacht hier wel een antwoord op. Wij streven naar een oplossing die niet alleen de dringende behoefte aan woningen adresseert, maar ook transparanter is in de keuze voor welke rafelranden.

We zijn ook benieuwd naar de mening van andere partijen op onze suggesties en ook naar de onderbouwing van de collegepartijen over waarom deze twee voorgestelde gebieden uit het afwegingskader zijn gekomen en niet andere. Onze inwoners verdienen daarop een eerlijk antwoord. Dank u wel, voorzitter. VOORZITTER: Dank u wel, meneer Stormbroek. U sprak namens POS. Dan geef ik nu het woord aan meneer De Ruijter namens GroenLinks. DE HEER DE RUIJTER (GL): Dank u, voorzitter. Het voorlopige oordeel van GroenLinks over het voorliggende plan. Als u goed luistert, kunt u daarin drie vragen aan het college horen. GroenLinks is het er niet mee eens dat de gebieden die nu worden aangewezen, zouden behoren tot de rafelranden van Soest. Ze vormen wat ons betreft juist een mooie groene omzoming van het dorp. We zijn het met de heer Lucas eens en zijn van mening dat de term rafelrand in dit geval in ieder geval ongelukkig gekozen is. GroenLinks is het er ook niet mee eens dat de woningvraag in Soest alleen met uitbreidingsplannen buiten de rode contouren voldaan zou kunnen worden. Wij blijven voorstander van slimmer gebruik van de ruimte en bestaande gebouwen in het dorp.

Kan het college toezeggen dat ze zich hier ook voor blijft inzetten, zoals op het TBS-terrein? GroenLinks is het er niet mee eens dat nu al besloten zou moeten worden om de ontwikkeling van de aangewezen locatie zonder meer over te laten aan de markt, zoals nu wel in het raadsbesluit is verwoord. Waarom is het college van mening dat het nu al relevant zou zijn om dat te besluiten? We zijn wel onder de indruk van de moed van het college om eindelijk eens concreet te maken wat we onder dorps karakter moeten verstaan door het aanwijzen van deze twee gebieden als potentiële locaties voor woningen. We lezen het besluit, op het genoemde overlaten aan de markt na, als een principebesluit om in beeld te brengen hoe de ontwikkeling van deze twee gebieden zou kunnen bijdragen aan een vitaal en groen dorp. Kan het college alsjeblieft bevestigen dat daarmee nu nog geen onomkeerbaar besluit over de invulling wordt genomen? Als dat zo is, voorzitter, zijn we onder een aantal voorwaarden niet tegen het in kaart brengen van de mogelijkheden in deze gebieden. We gaan daarmee zeker niet bij voorbaat al akkoord met eventuele bebouwing buiten de rode contouren. Dat lezen wij ook niet in dit besluit. De raad beslist daar pas veel later over. We zijn wel nieuwsgierig naar hoe groen en dorps het plaatje van een eventuele invulling eruit gaat zien.

We zijn ook zeer benieuwd wat de Provincie als bevoegd gezag daarvan zal vinden. Als GroenLinks hebben we dan vooraf een vijftal uitgangspunten waarop wij dat eventuele plaatje zullen gaan beoordelen. Ten eerste: zijn water en bodem daadwerkelijk sturend? Daar zijn de nodige twijfels over gerezen. Ten tweede: hoe draagt het bij aan het dorpse karakter? Welke dorpelingen krijgen daar een plek? Als derde: kan er een plan ontwikkeld worden met behoud van groene randen en natuurwaarden? Ten vierde: hoe wordt de bescherming van alle -ook de door de

6

Oordeelsvormende Vergadering : 21 november 2024 Aanwijzen van rafelranden voor woningbouwontwikkeling na 2030 insprekers genoemde - diersoorten bij voorbaat al geborgd? Ten vijfde: hoe fietsvriendelijk en autoluw kan een dergelijke invulling plaatsvinden? Dank, voorzitter. VOORZITTER: Dank u wel, meneer de Ruijter, voor uw inbreng namens GroenLinks. Dan geef ik het woord aan mevrouw Flinterman. U spreekt namens D66. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Dank u wel, voorzitter. Het voorliggende voorstel roept bij mijn partij een worsteling op, want een standpunt lijkt voor sommige partijen vrij eenvoudig, maar dat is het voor ons niet. Ik zal het dilemma kort schetsen. Dit is dus ook geen stemverklaring, zoals ik bij sommigen al heb gehoord. Blijkbaar is er geen oordeelsvorming meer. Het besluit is al genomen. Vooropgesteld: D66 wil dat er in Soest wordt gebouwd. Het tekort aan vooral betaalbare woningen is schrijnend. Daar hebben we het al uitgebreid over gehad de afgelopen jaren. Voor ons is bouwen in de rafelranden dan ook geen verboden gebied. Bij de gesprekken over het coalitieakkoord hebben wij de suggestie ingeleverd dat we bij het zoeken naar locaties een uitlegbare en transparante route volgen. Inventariseer de locaties en leg daar een lijst met relevante criteria naast. Betrek de inwoners daarbij en maak een keuze op basis van een navolgbaar en uitlegbaar proces.

De afgelopen jaren zijn we door het college meegenomen in zo'n ongetwijfeld goedbedoeld traject. Via nietszeggende startnotities, een ingewikkeld afwegingskader en de nodige bijsturingsmoties van onze kant, zijn we nu bij de locatiekeuze van de rafelranden van deze coalitie beland. Wij zetten vraagtekens bij het gevolgde proces. Is het navolgbaar en uitlegbaar en was sprake van transparante communicatie? Zie daar ons dilemma. Behalve voorstander van bouwen en betaalbaar wonen, is D66 ook de partij van een transparant en goed bestuur. Daar wringt het hier, wat ons betreft. We hopen vanavond wat meer onderbouwing van dit raadsvoorstel te krijgen. Op onze vraag hoe en waarmee de wethouder deze keuze bij de Provincie gaat beargumenteren, kregen we op 17 oktober bij de beeldvormende vergadering het antwoord dat bestaand beleid de onderlegger voor de gesprekken zal zijn. We mogen toch wel aannemen dat de Provincie u ook zal vragen naar de haalbaarheid van bouwen op deze locaties en het waarom van deze keuze? Waarom hier en niet elders in het dorp? Hoe garandeert u de waterbeheersing en de verkeersproblemen zoals geschetst door de omwonenden? Er is geen haalbaarheidsonderzoek gedaan. We lezen hierover niets in het voorliggende raadsvoorstel. Voorzitter, we hebben nog twee weken om een besluit hierover te nemen. We hebben hierover twee prangende vragen aan het college.

Wil het college toezeggen dat we volgende week de relevante stukken tot onze beschikking krijgen? Dat zijn dus de stukken die meegaan in het koffertje van de wethouder om de Provincie te overtuigen dat het haalbaar is om te bouwen op deze locatie en dat dit van de voorliggende opties de minst slechte locatie is? Een collega van het CDA refereerde er net ook al aan. Ik kan me niet voorstellen dat het een vrijblijvend kopje thee is waarbij we even van gedachten wisselen over wat nodig is en hoe dat gaat lopen. We willen ook als raad meer onderbouwing hebben om een goed besluit te kunnen nemen. Dat is er nu niet. Wij willen dat er gebouwd gaat worden, maar we willen niet dat het college over een jaar teruggefloten wordt, omdat de Provincie de onderbouwing te mager vindt. Dan zijn we nog verder van huis en na heel veel gedoe weer terug bij af. Tot slot zorgt het doorlopen proces voor zorgen en vragen. De belangrijkste vraag hierbij is waarom het college ervoor heeft gekozen om de goedkeuring van de raad te vragen om de gesprekken met de Provincie te starten. Wat is de bestuurlijke, politieke of juridische noodzaak van onze stem voor de besluiten die in dit voorstel staan? Betekent gesprekken starten dat daarmee ook het bestuurlijk proces in gang gezet wordt of is het heel vrijblijvend? We hebben daar geen zicht op, dus we horen graag van de wethouder wat daarvan de bedoeling is.

Tot zover onze bijdrage, voorzitter. We hebben na de knip nog wat vragen aan de coalitiepartijen, maar die bewaar ik nu nog even. VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Flinterman. Die tijd zullen we zo meteen zeker nemen. Dan geef ik het woord aan meneer Fikse. U spreekt namens de ChristenUnie-SGP. DE HEER FIKSE (CU-SGP): Dank u, voorzitter. Het gevaar is dat ik ook wat herhaal, want verschillende partijen hebben wat ik hier heb opgeschreven al genoemd. Het gras is voor mijn voeten weggemaaid. Als we dit allemaal mogen meemaken, staan we binnenkort weer aan het eind van een jaar. Het eind van 2024 en het begin van 2025. Wensen, zegen en goede voornemens zullen weer klinken. Mooi dat dit nog kan in een wereld waar op dit moment van alles aan de hand is. Bij de bespreking van de voorgestelde locaties heb ik ook een droom, maar die bewaar ik tot aan het eind van mijn betoog. Bijna eind 2024 staan we voor een belangrijke beslissing, zoals al verschillende keren is gezegd. Hoe zal onze gemeente er over een aantal jaren uitzien? Dorps, vitaal, groen. Het is al verschillende keren gezegd. Je zou ook kunnen zeggen: wonen, werken, recreëren. Er is ook een belangrijke opgave voor mensen die dringend staan te wachten op een 7

Oordeelsvormende Vergadering : 21 november 2024 Aanwijzen van rafelranden voor woningbouwontwikkeling na 2030 woning. Allereerst dank namens onze fractie voor het vele werk dat het college en de ambtelijke organisatie hebben verzet om tot een keuze te komen voor deze bouwlocaties. Ook dank dat het college de moed heeft getoond om buiten de rode contouren en buiten de kaders te kijken. Een beetje eufemistisch worden dit rafelranden genoemd. Meneer Lucas noemde het al. Ik heb het ook in de Dikke Van Dale opgezocht. Ik herhaal het nog maar een keer: daar vinden veel illegale en onmaatschappelijke activiteiten plaats. Dat zal toch echt niet de bedoeling zijn van het college. Dat roept de nodige vragen op. Stadsrandzone noemt u ook, maar in de stukken die ik lees, wordt het kernrandzone genoemd. Dat kom ik heel vaak tegen. Geen rafelrand of stadsrand. Persoonlijk zou ik kiezen voor kernrandzone. De Provincie Utrecht heeft dat ook in de Omgevingsvisie beschreven. Interessant zou zijn om deze zones nog eens in de documentatie van de Provincie op te zoeken, ook voor onze gemeente. Dat is misschien wel verrassend. Al heel veel jaren geleden ben ik met mijn gezin in de Boerenstreek gaan wonen. Vroeger was dit, zoals ik heb begrepen, een agrarisch gebied met veel groen, maar nu een wijk waar heel veel mensen met heel veel plezier wonen. Een prachtige wijk aan de westkant van Soest.

Ik ben denkbeeldig boven Soest gaan vliegen. Wat zag ik? Wel een uitgebreide westkant, maar ik miste eigenlijk de uitbreiding aan de oostkant. Je zou kunnen zeggen: eigenlijk is Soest een beetje vleugellam. Het planologisch evenwicht is een beetje zoek. Wat zou het mooi zijn om voor het juiste evenwicht een wijk à la Boerenstreek aan de oostkant van Soest te laten ontstaan. Naar de mening van onze fractie zou dit - met dank aan mevrouw Flinterman - een opgeknapte locatie 3.a kunnen zijn. Ik zie het al voor me. Tevens is het de wens van de Provincie dat in 2028 iedere gemeente in de provincie Utrecht ten minste één klimaatbestendige en biodiverse wijk heeft gerealiseerd. Ik heb wat voorbeelden opgezocht. In Odijk wordt een nieuwe wijk gerealiseerd: Kersenweide. In Heinenoord vond ik de wijk 't Groen. Heel toepasselijk. Ik hoop dat GGS daar eens naar gaat kijken. Misschien worden jullie dan ook enthousiast om zo’n wijk achter De Schans en de Lange Brinkweg te starten. Onze fractievoorzitter zou het dan ook erg op prijs stellen om terdege naar locatie 3.a te kijken en deze ook ter bespreking als eventuele keuze aan de Provincie voor te leggen. Het is een locatie waarbij naar onze mening veel meer mogelijkheden zijn wat betreft inrichting van bebouwing en nuttig en recreatief groen. Er zijn ook veel meer mogelijkheden wat betreft infrastructuur en mobiliteit.

Denk aan de snelfietsroute naar Amersfoort en een nieuw treinstation op de lijn Hilversum-Amersfoort. Minder vertraging door allerlei procedures, meer binnenstedelijk groen wordt behouden en minder verkeersdrukte en parkeerdruk dan bij locaties 1 en 2. Tot slot mijn droom. Op zo kort mogelijke termijn is er een klimaatbestendige en biodiverse wijk gerealiseerd met de naam -u raadt het al: Boerenstreek 2.0. Wat zou het mooi zijn als ik het wijkbord mag onthullen. Ik denk dat dat een wens zal zijn die niet in vervulling zal gaan. Dank, voorzitter. VOORZITTER: Dank u wel, meneer Fikse. Ik heb één opmerking over uw pleidooi. U zegt dat het college nog eens naar het gebied 3.a moet kijken, maar volgens mij staat er geen 3.a in dit plan. Ik kan het mis hebben. DE HEER FIKSE (CU-SGP): De bedoeling is dat gebied3.a wordt gerealiseerd door gebied 3 op te knippen. VOORZITTER: Dat is helder. Dank u wel, meneer Fikse. Dan gaan we naar Soest2002. Ik geef het woord aan meneer Vrakking. DE HEER VRAKKING (SOEST2002): Dank u, voorzitter. Een groot gedeelte van mijn betoog is door de heer Witlox al ingebracht. Dat onderschrijven we grotendeels, dus dat kan ik nu overslaan. In ons verkiezingsprogramma hebben we de omgeving Stadhouderslaan als mogelijke bouwlocatie benoemd. Mede daardoor zijn we de grootste partij in Soest geworden.

In de onderhandelingen over het coalitieakkoord hebben wij andere benoemde locaties moeten inleveren, zoals achter De Schans en de spoordriehoek. Dat deed ons pijn. Ook GGS heeft in de onderhandelingen water bij de wijn moeten doen. We begrijpen dat het GGS zeer veel pijn doet dat uit het onderzoek naar voren komt dat deze locaties geschikt zouden zijn voor woningbouw. Soest2002 is van mening dat grootschalige woningbouw binnen de rode contouren van Soest haar grens heeft bereikt en dat daarmee het woningtekort niet kan worden opgelost. Hoewel er zorgen zijn over de haalbaarheid in verband met het kwelwater, is Soest2002 tevreden met het antwoord van de ontwikkelaar dat dit technisch oplosbaar is. Wij zullen instemmen met het voorstel, maar we komen wel met een motie waarin we het college oproepen om bij een positief besluit direct gesprekken op te starten over verschuiving van de rode contour om woningbouw op de twee locaties mogelijk te maken en niet eerst te wachten op een gebiedsvisie voor de twee locaties. Dank u wel. VOORZITTER: Dank u wel, meneer Vrakking. Dan geef ik het woord aan meneer Van der Wardt, die namens de VVD zal spreken. 8

Oordeelsvormende Vergadering : 21 november 2024 Aanwijzen van rafelranden voor woningbouwontwikkeling na 2030

DE HEER VAN DER WARDT (VVD): Dank u wel, voorzitter. Ook wij als VVD waren verrast toen we op 17 oktober de mogelijke aanwijsplekken voor woningbouwontwikkeling na 2030 onder onze ogen kregen. De omgeving Stadhouderslaan en Inspecteur Schreuderlaan is niet het makkelijkste gebied om te ontwikkelen, denkend aan de Insingerstraat en Open Hof als voorbeelden van ontwikkellocaties waar de rem op gezet is. Wij hebben als VVD en ook als coalitie ingezet op wonen aan de rafelranden na 2030. Nu ligt deze vanavond aan de raad oordeelvormend voor. Wat een groot aantal insprekers en wat een enorme hoeveelheid reacties en vragen hebben wij als raad deze weken na de beeldvormende avond gekregen. Chapeau voor de insprekers en chapeau voor de inzet, kennis en vasthoudendheid van de vereniging Vrij Polderland. Wat een urgentie. Het lijkt wel of er morgen al huizen worden gebouwd aan de Stadhouderslaan, maar zo heet wordt de soep niet gegeten in de Soester politiek. Ondanks alle goedbedoelde reacties gaat het hier in het raadsbesluit over drie duidelijke punten. Punt één is de aanwijzing van de twee rafelranden - of naar voortschrijdend inzicht dorpsranden - aan de Stadhouderslaan en Inspecteur Schreuderlaan. Die keuze is samen met de raad ambtelijk en door het college gemaakt en lijkt ons al een uitgemaakte zaak.

Punt twee is de bestuurlijke gesprekken opstarten met de Provincie om toestemming te krijgen om te mogen bouwen in de aangewezen rafelranden. Dat moet nog blijken. Daar hebben wij als raad geen invloed op. Dit besluit heeft in het verleden ook in het voordeel van de omwonenden van de Stadhouderslaan uitgepakt. De heer Witlox weet daar nog alles van. Onze vraag aan het college is hoe lang het duurt voordat de gemeente een antwoord krijgt van de Provincie op de vraag of er gebouwd mag worden, rekening houdend met voorbeelden uit het verleden. Als de Provincie ja zegt, welke termijn staat er daarna voor het maken van een gebiedsvisie? Dit om de omwonenden duidelijkheid te verschaffen. Punt drie is om de initiatieven om woningbouw te ontwikkelen over te laten aan de markt. Die marktpartij, lees ontwikkelaars, staan natuurlijk al te trappelen. Zij zullen echter de onderzoeken naar verkeer, waterhuishouding en flora en fauna moeten uitvoeren, waar als het goed is dan pas antwoord komt op de vragen die nu al zijn gesteld. Bij het doornemen van alle stukken voor vanavond, bleef één vraag voor mij en voor ons onbeantwoord. Ondanks dat het een technische vraag is, zouden wij wel graag antwoord krijgen van het college. De waterzuiveringsinstallatie valt onder een milieuzone. 4.2.

Dat zou betekenen dat in een straal van 300 meter rondom de waterzuiveringsinstallatie niet gebouwd mag worden. Dit zou een groot gedeelte van de geplande bouwlocatie ongeschikt maken. Zou het college willen uitleggen of met deze bestaande milieuwetgeving de plannen aan de achterzijde van de Stadhouderslaan kunnen doorgaan? Wij als VVD staan voor het collectief belang van Soest en dus niet alleen voor de bezwaarmakers rondom de Stadhouderslaan. Denk ook eens aan al die jongeren en starters op de woningmarkt zonder een eigen dak boven hun hoofd of enig uitzicht daarop. Deze toekomstige woningbouwontwikkeling juichen wij als VVD dan ook toe, al willen wij zeker de wilgen behouden op de Stadhouderslaan. Dank u wel. VOORZITTER: Dank u wel, meneer Van der Wardt. U sprak namens de VVD. Tot slot komen we bij meneer Baks. U spreekt namens Burgerbelangen Soest-Soesterberg. DE HEER BAKS (BURGERBELANGEN): Dank u wel, voorzitter. Ik wilde beginnen met me te houden aan de oproep van het CDA aan het college. Ik ben geen collegelid, maar ik vond de oproep aardig. Ik heb hem opgeschreven. Wees duidelijk en zeg waar je het over hebt. Dat ga ik proberen, zeker omdat ik de laatste in de rij ben. Voorzitter, het is een dilemma.

Aan de ene kant wil je 1900 woningen zo snel mogelijk, maar wel zo verantwoordelijk mogelijk in Soest gaan bouwen en zorgen voor mensen die nu al jaren zitten te wachten op een woning. Aan de andere kant wil je verantwoord omgaan met het groen en de ruimtes die je hebt in de gemeente. Ik heb bij mijn algemene beschouwingen al gezegd dat het niet zo moet worden dat het groene van Soest alleen nog maar voorkomt in het gemeentewapen. Ik zinspeelde daarmee al op de inbreng die we vandaag zouden hebben bij de rafelranden. Voorzitter, het is lastig om bij een compromis wat gesloten is tussen vier coalitiepartijen een andere inbreng te hebben. Het is nog lastiger als je op de laatste pagina van het raadsvoorstel zoekt naar de woorden: wordt vervolgd. Ik vond ze niet, terwijl ik dacht: dit is toch niet alles? Er komen toch nog wel meer mogelijke bouwlocaties? Blijkbaar is het dit en dat is heel lastig. Ik zal u ook zeggen waarom. We willen in de eerste plaats het groene en dorpse karakter van Soest behouden. Je kunt op je vingers natellen dat we dat niet behouden als we op de aangegeven locaties gaan bouwen. Je geeft het dorpse en het groene karakter op. Je geeft waar mogelijk nog veel meer op, namelijk de ruimtes die er zijn om te kunnen ademhalen - de longen van de samenleving, het stukje groen.

Ik heb een inspreker horen zeggen hoe lastig het nu al is met het verkeer om naar het Griftland te komen. Kun je nagaan hoe dat is als er honderden woningen bij komen, die ook allemaal vervoersmiddelen hebben die zich niet beperken tot een fiets? Voorzitter, u heeft het ons lastig gemaakt, want u heeft niet gesproken over De Maten, De Meent, achter De Schans en het TBS-terrein. U heeft ons geen inzicht gegeven 9

Oordeelsvormende Vergadering : 21 november 2024 Aanwijzen van rafelranden voor woningbouwontwikkeling na 2030 in een afwegingskader. Het mist de criteria en de transparantie waar D66 zo duidelijk op wees. Hiermee moeten we het doen. Het wordt vervolgd, staat bij ons niet op de laatste pagina. Als dit slikken of stikken wordt, willen we geen van tweeën. We willen wel hard wegrennen. Meneer Van der Wardt van de VVD gaf aan dat we verder moeten kijken dan alleen maar de omwonenden. Wat me is opgevallen, is hoeveel deskundigheid er zit bij de insprekers, zowel voor- als tegenstanders, en bij de mensen die berichten en brieven hebben gestuurd. De laatste is van 15 november. Die deskundigheid zit niet alleen, of misschien zelfs helemaal niet, in deze raad van 29 raadsleden. Ik reken mezelf daar ook niet toe. Ik heb die deskundigheid niet, maar ik luister met open oren naar dat wat andere mensen mij ingeven via een inspreekinbreng of een brief. Voorzitter, ik sluit af. Zeg waar je het over hebt, zei het CDA. Dat probeer ik te doen.

Ik wacht nog op: het wordt vervolgd, want ik kan me niet voorstellen dat dit de enige bouwlocaties zijn die binnen de gemeente Soest tot de mogelijkheden behoren en waarvan we van tevoren weten dat als we hiermee naar de Provincie gaan, we het risico lopen om daarna een jarenlange Raad van State-procedure achter ons aan te krijgen, waardoor in die periode ook niet gebouwd wordt voor de inwoners. Er komt geen enkele woning meer bij. Voorzitter, dit is niet de laatste vergadering die we krijgen. We krijgen nog het besluit. Ik heb gelukkig nog minstens twee weken om een oordeel vellen. U zult begrijpen dat dat een bepaalde kant op gaat. Dank u wel. VOORZITTER: Dank u wel, meneer Baks. Voor de goede orde: u memoreerde heel kort dat de voorzitter het u niet gemakkelijk had gemaakt, maar laten we dat even corrigeren. Het college heeft het u niet gemakkelijk gemaakt. Ik zit slechts uw vergadering voor. DE HEER BAKS (BURGERBELANGEN): Ik slik het gelijk in, voorzitter. Excuus. VOORZITTER: Geeft niet. We hebben uw verhalen, uw betogen en uw worstelingen gehoord. Daar zijn heel veel vragen uit naar voren gekomen. Ik kan me zo voorstellen dat het college een bepaalde tijd nodig heeft om die vragen te beantwoorden. De wethouder geeft 5 minuten aan. Dan geef ik 10 minuten schorsing. Dan kunnen we ook nog even sanitair verpozen. We zien u om 22.20 uur terug in de zaal.

Ik schors de vergadering. 3. Reactie van de portefeuillehouder VOORZITTER: Dames en heren, ik heropen de vergadering. De wethouder, mevrouw Scholten, gaat in op de vele vragen die gesteld zijn. Daarna gaan we kijken of alle vragen beantwoord zijn. Daarna kunt u als fracties elkaar bevragen en op elkaars reactie reageren. Voor we verder gaan, wil ik ook nog even naar het publiek kijken. Fijn dat u in zulke grote getale aanwezig bent. Ik ben niet altijd even streng, maar in deze heropening wil ik nogmaals benadrukken dat applaudisseren, uitlachen of andere vormen van medeleven niet is toegestaan. Dat heeft effect op de vergadering. Om te voorkomen dat ik daarop zou moeten ingrijpen, wil ik u vragen om uw uitingen voor zich te houden, zodat wij hier ongestoord de vergadering verder kunnen voortzetten. Wethouder Scholten, aan u is het woord. WETHOUDER SCHOLTEN: Dank u wel, voorzitter. We hebben een aantal vragen gehoord. Een deel daarvan was technisch. We komen heel graag met een schriftelijke beantwoording bij u terug op die technische vragen. Er waren ook een aantal vragen naar andere locaties. Die zijn al een keer beantwoord. Ik verwijs u dan ook graag naar de veelgestelde vragen op Denk mee over. Daar ziet u de antwoorden op de vragen die we zojuist ook gehoord hebben rond de locaties.

Er is door de ambtelijke organisatie hard gewerkt om uw raad en het college via een afwegingskader helpen tot een voorstel van twee locaties te komen. Die ambtelijke organisatie is een heel groot systeem met veel experts. Het kan dat wij met elkaar niet alle expertise hebben op alle onderdelen, maar het college spreekt haar respect uit naar de organisatie waar zoveel kennis zit dat ze ons verder kunnen doorgeleiden en voorstellen bij u kunnen neerleggen die gefundeerd en onderbouwd zijn. Ik neem u even mee naar een paar jaar terug. Er waren verkiezingen geweest. Er waren drie partijen die eindigden met vijf zetels. Dan ga je met elkaar in gesprek. Hoe gaan wij dit vormgeven? Zowel GGS als Soest 2002 hadden tegenstellingen in hun programma staan. Twintig jaar lang een issue. Als je dan met elkaar aan tafel gaat, besef je dat je tot iets moet komen, een compromis. Dat compromis zat hem in het feit dat we het met elkaar eens waren dat gebouwd moest worden in de zone tegen de rand van Soest aan, voor het gemak noem ik het de rafelranden. We hebben niet met elkaar vastgeklikt welke locaties dat zouden moeten zijn. Waarom? Omdat wij niet de experts zijn. Omdat ieder vanuit zijn belang zegt: wij vinden dat groen ergens een plek moet krijgen. We vinden dat groen waarde heeft. Een ander zegt: wij vinden dat het maken van huizen waarde heeft.

Dan vinden wij het respectloos om plekken aan te wijzen zonder onderbouwing. Er is gesproken over: ja, er moet gebouwd worden aan die rand van Soest, 10

Oordeelsvormende Vergadering : 21 november 2024 Aanwijzen van rafelranden voor woningbouwontwikkeling na 2030 maar er is niet gezegd op welke wijze welke plek dat zou moeten zijn. Vanuit uw raad is de opdracht gekomen om een afwegingskader op te stellen en dat bij u terug te leggen, zodat op een transparante wijze zichtbaar gemaakt kan worden aan welke criteria een locatie moet voldoen om uiteindelijk voorgedragen te kunnen worden als een locatie die potentie heeft om mogelijkerwijs bebouwd te worden. Dat afwegingskader heeft ons doorgeleid naar het voorstel van de twee locaties die nu in uw raadsvoorstel omschreven staan. U gaf de opdracht om hiermee naar de raad te komen. Daarom komen wij ook bij u terug. In het kader van de transparantie kan het niet zo zijn dat ik met een koffertje onder de arm naar de Provincie ga en vertel: by the way, in Soest willen we wat, en aan het eind een resultaat meeneem naar uw raad als een voldongen feit. Dat is niet de manier waarop het college met u als raad wil samenwerken. Juist daarom komen wij nu bij u met dit voorstel, puur met de vraag: mogen wij in gesprek gaan over de twee voorgestelde locaties? Dat is een proces. Documenten? Dat weet ik niet. Als uw raad toestemming geeft om deze locaties aan te dragen bij de Provincie, gaan we in gesprek over wat de Provincie nodig heeft om hier haar oordeel over uit te spreken. Dat is uitvoering.

Wat dat in de tijd betekent, kan ik u nu ook nog niet zeggen. Ik kan u wel zeggen, beloven en toezeggen dat wij u bij regelmaat zullen informeren over de stand van zaken, met de uitslagen en mogelijke vervolgstappen erbij. Dat betekent niet dat we alleen maar hiermee bezig gaan. We blijven voor 2030 en na 2030 doorgaan met ontwikkelingen binnen de rode contour. Plekken waar mogelijkheden zijn door middel van bijvoorbeeld sloop, nieuwbouw of woningen toe te voegen. Dat gaat ook binnenstedelijk gewoon door. Nog steeds komen er nieuwe initiatieven binnen. Die worden beoordeeld aan de hand van de kaders en het beleid dat u als raad heeft vastgesteld. Als dat passend is, hebben we weer een mooie binnenstedelijke locatie die bebouwd kan worden, maar alles vanuit de gedachte: dorps, groen en vitaal. Ook de mensen die binnen die rode contour wonen, willen groen bij hun achterdeur. Die willen ook naar buiten kunnen lopen met hun hond. Die hebben ook de behoefte aan de groene long. U benoemt ook locaties die mogelijkerwijs nog opgesplitst en toegevoegd zouden kunnen worden. In het begin van mijn beantwoording gaf ik al aan dat het afwegingskader geleid heeft tot het voorstel voor deze twee locaties. Dat heeft alles te maken met de bereikbaarheid en alle punten die u kunt teruglezen bij argument 1.1, de definities van het voldoen aan de rafelranden en de nabijheidsprincipes.

Daardoor hebben andere locaties minder potentie. Als we uiteindelijk van de Provincie een akkoord hebben, dan wordt gestart met de gebiedsvisie. Dat, meneer Baks, is de: wordt vervolgd. Dank, voorzitter. VOORZITTER: Dank u wel, wethouder Scholten. Dan gaan we kijken of u als fracties vindt dat er voldoende beantwoording is gegeven. Mevrouw Flinterman wil in ieder geval nog een opmerking maken. De heren Stormbroek en Lucas ook. Dan geef ik als eerste het woord aan mevrouw Flinterman. U spreekt namens D66. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Dank u wel, voorzitter. Dank u wel, wethouder, voor de beantwoording van deze vragen, maar we missen toch nog wel een aantal elementen van de vragen die wij gesteld hebben. Dat gaat met name over de expertise van de organisatie. Ik ben heel blij dat de wethouder zegt: er is heel veel expertise in deze organisatie die absoluut heel veel antwoorden en onderbouwing kan geven van de voorliggende plannen, maar waarom is die onderbouwing van die experts dan niet meegegeven bij dit voorstel? Ik kan me niet voorstellen dat het college met deze beperkte stapel A4'tjes naar de Provincie gaat.

De eerste vraag die gesteld gaat worden, is: wat is de haalbaarheid van uw idee? Kan de komende twee weken iets van die onderbouwing van die experts -waarvan ik weet dat ze hier in de organisatie aanwezig zijn - en van de onderzoeken die waarschijnlijk al klaar liggen, onze kant uitkomen? Wat er nu ligt, is echt heel mager. VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Flinterman. Dat is een heldere vraag. Dan ga ik naar meneer Stormbroek. U spreekt namens POS. DE HEER STORMBROEK (POS): Dank u wel, voorzitter. Wij hebben wat geopperd over De Maten en de spoordriehoek. Ik kijk op de prachtige website Denkmeeover.nl/ veelgestelde vragen. Wat ik me afvraag, is waarom dit gebied wel als polder wordt gezien, maar gebied 1 en 2 blijkbaar niet. U zegt: locatie 3 is niet door het afwegingskader heen gekomen. Waarom is locatie 3 dan zo ontzettend groot en zou je locatie 3 niet kunnen opknippen in gebieden, lees: achter De Schans? De hele Soester polder wordt op één grote hoop gegooid. Sommige delen worden wel als polder beschouwd en andere delen niet. Dat is mij volstrekt onduidelijk, dus ik zou daar iets meer toelichting over willen hebben. Dank u. VOORZITTER: Dank u wel, meneer Stormbroek. Tot slot meneer Lucas. U mag uw vraag stellen namens het CDA. 11

Oordeelsvormende Vergadering : 21 november 2024 Aanwijzen van rafelranden voor woningbouwontwikkeling na 2030

DE HEER LUCAS (CDA): Dank. Mochten mijn opmerkingen zijn opgevat als een twijfel aan de ambtelijke organisatie, dan is dat absoluut niet zo bedoeld, dus ik ben blij dat u dat zo heeft benoemd. Mijn vraag was de vraag van de heer Stormbroek in een andere bewoording. Die ging over gebied 3. Als u aangeeft, om tijd te sparen: heel veel van die antwoorden zijn te vinden op de site, dan kijk ik daar wel. Daar heb ik nu nog niet naar gekeken, dus dat kan een mogelijke ontsnappingsroute zijn voor een heel lang antwoord. VOORZITTER: Dank u wel, meneer Stormbroek. Ik kijk even naar de wethouder. Neem me niet kwalijk. Ik was alweer in de volgende fase. Sorry, meneer Lucas. Aan u is het woord, mevrouw Scholten. WETHOUDER SCHOLTEN: Dank u, voorzitter. Ik zal het kort houden. Mevrouw Flinterman, er zijn geen haalbaarheidsonderzoeken. Er zijn geen klaarliggende onderzoeken. De onderbouwing is zoals u hem terugleest in het raadsvoorstel bij de aanleiding en de argumenten 1.1. Wij gaan naar de Provincie met de vraag de ambitie te hebben om buiten de rode contour te gaan bouwen. Als dat een gebied is waar de Provincie al direct een no-go op heeft, om wat voor reden dan ook, dan vertellen ze dat en dan zijn we klaar. Dan hoef ik geen koffers vol documenten mee te nemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=2a0bad6a-f110-4ab7-8467-5d3c004abe80