CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen Besluitvormende Raadsvergadering 7 juli 2022.pdf

Besluitvormende Raadsvergadering 7 juli 2022, gemeente Soest17.007 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Raadhuisplein : 2022/5 Besluitvormende Raadsvergadering : 7 juli 2022

NOTULEN van het verhandelde in de Besluitvormende Raadsvergadering d.d. 7 juli 2022 AANWEZIG: Voorzitter: dhr. R.T. Metz, bij agendapunt 4.0. dhr. H.E. Dijkhuizen Griffier: mevr. M.A.C. van Esterik De leden: Dhr. J.A. Baks (Burgerbelangen) Mevr. E.M. Ter Beek-Suijkerbuijk (GroenLinks) Dhr. R. Christiaans (Soest2002) Dhr. R.A. Corbeij (VVD) Dhr. H.E. Dijkhuizen (CU-SGP) Mevr. D.Q.J. Exalto (GroenLinks) Mevr. H.G. Flinterman (D66) Dhr. B.R. Groothuis (Soest2002) Dhr. K. Gündüz (PvdA) Dhr. P.G. Klandermans (Soest2002) Mevr. I. van der Linden (POS) Dhr. P. Lucas (CDA) Dhr. J.R. van ’t Net (VVD)

Dhr. J.A. Paauw (GGS) Dhr. C.A. Paul (GGS) Dhr. T.N. Schotman (POS) Mevr. M.A. Sterenberg (VVD) Dhr. G.H.E.J. Stormbroek (POS) Mevr. M.M. Walraven-van Dam (CU-SGP) Dhr. V.H.A. Van der Wardt (VVD) Mevr. B.M. Wegman (GGS) Dhr. E. Weldink (Soest 2002) Dhr. A.H.T. Witlox (PvdA) Dhr. T. de Wolf (GGS) Dhr. R. van Zutphen (VVD)

De wethouders: mevr. K.L. Scholten, mevr. A. Treep-van Hoeckel, mevr. Van Aalst-Veldman en dhr. H.O. Suna AFWEZIG: Dhr. T. de Ruijter (GroenLinks), dhr. J.J. Vrakking (Soest2002), mevr. A. Weith-Plomp (GGS) en mevr. H.C.P. Welschen (D66). VOORZITTER: Dames en heren, het is kwart over zeven. We hebben afgesproken dat ik als voorzitter van uw raad een petitie in ontvangst ga nemen. Dat gaan we doen, even met de rug naar uw zaal toe. Dat is niet om naar te zijn, maar dan kan de fotograaf daar een mooi plaatje van maken. Als voorzitter van de gemeenteraad neem ik hem dan in ontvangst en dan gaan we daarna om half acht beginnen met de reguliere vergadering. Ik vraag de heer Weiland en eventueel iemand anders nog om nu naar het midden van de zaal te komen. DE HEER WEILAND: Wat een opkomst! Geachte raad, geacht publiek, geachte pers, hier staan we dan inmiddels. Inmiddels iets meer dan 3 maanden na de beruchte 3 april, de dag waarop de levens van een groot aantal Soesters op zijn kop gezet werden. Wij staan hier nu voor u in de vorm van een delegatie en dat is een grote delegatie geworden van vele betrokkene. Heel veel mensen zijn geraakt door dit voornemen en deze betrokkenen laten zich horen middels het massaal ondertekenen van een petitie en die bied ik u graag aan. Deze mensen heb ik de afgelopen maanden leren kennen als betrokken Soesters.

Betrokken bij hun straat, betrokken bij hun wijk en betrokken bij hun mooie dorp. Soest is een uniek dorp met versnipperde stukken natuur en een natuurlijke rafelrand richting het bos en de polders die Soest omarmen. Een dorp met een bevolking die trots is op haar historie en deze graag in ere houdt tijdens bijvoorbeeld de Gildefeesten en de ambachtenmarkt. Een dorp waar autochtone bewoners en bewoners met een migratieachtergrond samen wonen en samen leven, samen sporten bij één van de vele sportverenigingen. Het dorp dat zich kenmerkt door haar dorpse en groene karakter onder de rook van de Randstad. Een dorp waarin meer dan de helft van de bewonersdeel uitmaakt van de beroepsbevolking. Een dorp waar het vrijwel onmogelijk voor jongeren en starters is om een passende woning te vinden. Zo zien wij Soest, mooi Soest. Op 1 april werd de wijk Overhees 1

opgeschrikt door een artikel in het AD en een schaars verspreide brief met als boodschap opvang Oekraïense vluchtelingen in Soest. Korte termijn noodopvang is geregeld. Voor het realiseren van huisvesting voor de lange termijn ziet de gemeente kansrijke mogelijkheden op het grasveld op de hoek van de Insingerstraat / Den Blieklaan. Opvang van Oekraïense vluchtelingen voor een periode van 5 tot 10 jaar. Belangrijk dat winkels en scholen dichtbij zijn, de grond eigendom is van de gemeente, er veel vluchtelingen bij elkaar kunnen wonen, 150 tot 200 wooneenheden, 300 tot 700 bewoners. Mogelijk kunnen er 3 tot 4 woonlagen boven elkaar worden gecreëerd. De uitwerking van deze eerste ideeën moet nog gebeuren. Op anderhalve hectare 200 wooneenheden bouwen, aan een wijk met 7.000 inwoners, in een straat met misschien 150 bewoners, 700 mensen toevoegen, dat moet wel een grap zijn. Dat past toch niet. Welke datum is het? Eén april? En toen werd het stil, heel stil in Overhees. Een besluit van een demissionair college. Zelfs de gemeenteraad werd verrast en niet gekend in deze plannen. Bouwen is zoveel meer dan stenen stapelen. Zo beginnen de leidende principes van het coalitieakkoord. De gemeente Soest heeft de afgelopen maanden laten zien niet te handelen naar dit principe. Kunt u zich dit voorstellen? Een gek idee toch? Is dit de start die een nieuw college wil maken.

En dan, Soest zoekt naar een financiële impuls. Het vijfjarenplan ziet er niet goed uit. De Alliantie heeft flexwoningen over, liefst 224, en is van harte bereid om deze commercieel te verhuren in Soest. Adviesbureau Brink heeft wel een idee ten aanzien van de vierde tranche woningbouwimpuls: subsidies voor kleine gemeenten. De oorlog in Oekraïne leidt tot een onbekende vluchtelingenstroom en biedt een mogelijke shortcut voor wat betreft het gebruik van de kruimelregeling. Eén en één is dan nog bijna 4. Laten we het opvangen van Oekraïne centraal stellen. Daar mag toch niemand op tegen zijn. Maar hoe gaan we onderbouwen dat we 200 woningen gaan plaatsen? We hebben dit weiland al lange tijd op het oog. Kunnen we dan nu misschien eindelijk eens gaan bouwen na een aantal mislukte pogingen? Uit een intern document blijkt dat op het weiland 40 tot 50 wooneenheden zouden passen. Een scherpe ambtenaar met een uiterst korte voornaam, zwart gelakt, heeft een lumineus idee. Wat als we gaan stapelen? Komen we dan aan de 200? Het gemak en onzorgvuldigheid waarmee deze uitspraak in een email gezet is, is een uiterst treffende weergave van het hele bestuurlijke proces rondom dit bouwproject. Meermaals is aangegeven door bezorgde bewoners dat het in dit project aan zorgvuldigheid en expertise ontbreekt. Middels quickscans wordt de technische haalbaarheid onderzocht.

De buurt wordt uitgenodigd om mee te denken over de invulling van dit project, de veiligheid en mogelijke voorzieningen. Er wordt geen onafhankelijk onderzoek uitgevoerd ten aanzien van ecologie, verkeer, veiligheid en vluchtelingenopvang. Zijn wij als burger en betrokken buurtbewoners ineens ook professionals op deze gebieden? Of is participatie gewoon één van de dingetjes om af te vinken? Tot op heden hebben wij niets vernomen van een voornemen om een bepaald zorgvuldigheidsniveau te bereiken in dit project. Iedere vorm van wetenschappelijke onderbouwing ontbreekt. Hoeveel getraumatiseerde mensen uit oorlogsgebied kun je op een verantwoorde manier opvangen en hulp bieden in een centrale opvanglocatie? Wat is de beste manier om binnen Soest en lange termijnopvang van de Oekraïeners te realiseren? Kun je het weiland weer in de huidige staat terugbrengen? Wat is de impact op de lange termijn? 10 jaar spoedzoeker opvang op deze buurt? Is het voorzieningenniveau op orde? Heeft een bepaalde groepsgrootte invloed op de leefomgeving in de wijk? Hoe zit het met de veiligheid van de huidige en de nieuwe bewoners? Het kabinet waarschuwt immers voor mensenhandel. Is de kruimelregeling de juiste regeling voor dit project, of is het een beetje te omvangrijk in grootte en kosten? Slechts enkele van de vele onbeantwoorde vragen die de afgelopen drie maanden zijn opgekomen.

De steevaste reactie op deze vragen tijdens informatiebijeenkomsten is: "Ik weet het ook niet. Daar kan ik nog geen antwoord op geven". Of in de media: "De buurt is tegen de opvang van Oekraïners". Nee, beste voorzitter, de buurt is niet tegen een plan om Oekraïense vluchtelingen op te vangen, maar wel tegen roekeloosheid en onzorgvuldigheid zoals in dit woningbouwproject. We hebben het hier over mensenlevens die hulp behoeven en daarbij kijk ik naar zowel de huidige als de nieuwe bewoners van Soest. Als we nog geen antwoorden hebben of twijfelen, laten we dan een gedegen onderzoek doen. Die reflectie missen wij. Beste raad, geacht college, mocht u meeluisteren, wij krijgen energie van het coalitieakkoord. Bouwen is zoveel meer dan stenen stapelen. Dat zien wij net zo. Wij bouwen graag mee aan groen, aan een groen dorp Soest, waar iedereen inbreng heeft, waar inhoudelijke besluitvorming plaatsvindt, waar respect getoond wordt en transparant gehandeld wordt. Wij willen zelf de verandering zijn die we willen zien. Voorzitter, ik wil u graag nu namens een dikke 2.000 ondertekenaars onze petitie symbolisch aanbieden. Beste raad, wij vertrouwen op u, onze volksvertegenwoordiging. 1. Vaststelling agenda VOORZITTER: Ik dank u wel. We gaan nu kort pauzeren tot half acht en dan beginnen we met de reguliere vergadering.

Eén van de eerste nieuwe agendapunten is het agendapunt over de vragen die de raad aan de portefeuillehouder namens het college stelt. Dus u mag blijven zitten of staan 2

en het voorzitterschap zal zo worden overgenomen op dat onderwerp door de plaats van het voorzitter van de raad, de heer Dijkhuizen omdat ik portefeuillehouder namens het college ben. Om half acht gaan we verder. VOORZITTER: Dames en heren van de raad, mag ik u vragen om uw posities in te nemen? Volgens mij zijn we wel compleet, maar is nog niet iedereen aanwezig. Ik open de raad voor de besluitvormende raadsvergadering van 7 juli 2022 met als eerste onderwerp de vaststelling van de agenda. Ik wil daarin aangeven dat wij agenda punt 0 hebben toegevoegd. Ik ga ervan uit, omdat het op uw verzoek is, dat het uw instemming heeft. Als dat het geval is, is de agenda daarmee vastgesteld. 2. Mededelingen van de voorzitter VOORZITTER: Dan de mededeling van de voorzitter, in dit geval de afwezigheid van mevrouw Weith, de heer De Ruiter, mevrouw Welschen en de heer Vrakking en wegens corona zijn de portefeuillehouders wethouders Scholten en Treep digitaal beschikbaar. Dus ze zitten inmiddels in de Teams, maar gaan in beeld als er vragen aan hun zijn om te beantwoorden. Dan weet u dat vast. Dan kom ik bij agendapunt 3: de hamerstukken. 3. a. b. c. d.

Voorgesteld als hamerstukken: Overzicht ingekomen stukken en stukken ter kennisneming Overzicht toezeggingen Planningkalender 2022 per beleidsveld Besluitenlijst van Raadhuisplein 2022-3a van 12 mei 2022 en Raadhuisplein 2022-4 van 2 en 9 juni 2022

VOORZITTER: Zijn er nog mensen die een stemverklaring willen afleggen naar aanleiding van één van de hamerstukken? Ik kijk even rond. Dat is niet het geval. Dan is die vastgesteld. Ik krijg ingefluisterd dat bij het vaststellen van de agenda ik één ding vergeten ben, en dat is dat het voorstel komt om een agendapunt af te voeren. Dat is het bouwplan aan de Banningstraat. Ik ging er gemakshalve vanuit dat u die mededeling al had bereikt en dat u daarmee kunt instemmen. Dan is dat zorgvuldigheidshalve ook vastgesteld, met dank aan de griffier die mij zo braaf influistert. 4. Overige agendapunten 0. Vragen/input gemeenteraad richting college m.b.t. beoogde opvanglocatie Oekraïense vluchtelingen Insingerstraat Soest VOORZITTER: Goed, dan gaan we naar de overige agenda en de vraag ik wethouder Dijkhuizen om deze kant op te komen. Dat was hij niet meer. Hij is plaatsvervangend voorzitter. Dat zit er 4 jaar ingeramd en dan krijg ik dat er nog niet uit. Voor de toeschouwers, de raad kiest sinds deze periode zijn plaatsvervangend voorzitter en dat was uitgerekend wethouder Dijkhuizen die weer als raadslid zitting nam, en dat doet hij omdat ik portefeuillehouder op dit onderwerp ben, en dat een ingewikkelde dubbele rol is. Vandaar dat hij als plaatsvervangend voorzitter in dit geval mijn rol overneemt en dan ga ik aan de tafel van de wethouders zitten.

Geachte plaatsvervangend voorzitter, wilt u het overnemen? VOORZITTER: Zeker. Dames en heren, dan heropen ik de vergadering. Voor de luisteraars, de kijkers, zoals die via livestream mee zijn, wij zijn op dit moment in gesprek tussen de raad en het college. De raad zal het college een aantal vragen stellen met betrekking tot de opvanglocatie aan de Insingerstraat, waarvoor we zojuist een klein begin hebben gemaakt. Voor de volledigheid, nadat de Oekraïne Oorlog uitbrak, is door de raad verzocht om tijdelijk een noodlocatie aan te wijzen. In dat proces heeft de raad aangegeven dat zij daar dicht bij betrokken wilde zijn en in dat kader stelt de raad vanavond een aantal vragen. Voor de goede orde, die vragen zijn inmiddels bij de portefeuillehouder bekend zodat hij zich daarop heeft kunnen voorbereiden. Diegene die vanavond die vragen gaat stellen, is mevrouw Flinterman. Zij maakt deel uit van de raadsdelegatie die namens de gehele raad het gesprek voert hierover. Die delegatie bestaat uit de heer Weldink, de heer Lucas, de heer de Ruijter en mevrouw Flinterman zoals gezegd. Ik wil mevrouw Flinterman het woord geven om haar vragen aan het college, in dit geval aan de portefeuillehouder, te stellen. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Dank u wel, voorzitter, en dank u wel voor deze korte inleiding.

Wij hebben een aantal vragen voor de portefeuillehouder en ook daarbij even een korte inleiding om de context te schetsen van onze vragen. Naar aanleiding van onze oproep op 4 maart om Oekraïense vluchtelingen voor de korte en lange termijn op te vangen, heeft u als college van B en 3

W op 31 maart besloten op zoek te gaan naar een opvanglocatie voor 50 tot 70 vluchtelingen uit Oekraïne. Het aanwijzen van een tijdelijke locatie voor noodopvang is een bevoegdheid van het college. De gemeenteraad gaat daar niet over. We volgen kritisch hoe de afwegingen worden gemaakt en we letten daarbij bijvoorbeeld op het aantal vluchtelingen, de duur van de opvang en het type bebouwing. Uit de gesprekken met onze inwoners blijkt dat zij Oekraïense vluchtelingen een warm hart toedragen en ook verwelkomen, maar ze maken zich ook zorgen. Dat is de afgelopen tijd en nu ook met het aanbieden van de petitie duidelijk geworden. Een reactie op het eerder genoemde collegebesluit, alle gesprekken met de omwonenden, de participatiebijeenkomsten, de discussies op social media en de petitie rondom de beoogde woonunits op het weiland aan de Insingerstraat hebben wij als gemeenteraad een aantal vragen aan het college vooruitlopend op uw besluitvorming van 12 juli aanstaande. De eerste vraag is: wij zijn ons ervan bewust dat onze brief van 4 maart de aanleiding voor u als college was om actief aan de slag te gaan met onze oproep, waaronder het opvangen van Oekraïense vluchtelingen voor de korte en lange termijn.

Kunt u ons meenemen in de weging van de belangen, hoe wij nu zijn gekomen bij de betreffende locatie aan de Insingerstraat? Vraag 2: het haalbaarheidsonderzoek gaat uit van 400 vluchtelingen. Kan het college meer inzicht geven in de redenen om naar opvangmogelijkheden te zoeken voor een aanmerkelijk groter aantal vluchtelingen uit Oekraïne dan de eerder genoemde 50 tot 70 en de redenen waarom hierbij gekozen is voor opvang op één enkele locatie en niet voor bijvoorbeeld een splitsing in twee locaties? Vraag 3 valt uit in een a en een b. 3a: wij begrijpen de zorgen van de omwonenden als het gaat om de onduidelijkheid over de invulling van de woonunits. Wat als de Oekraïense vluchtelingen er al na een jaar weer uit zijn? Kunnen kaders en afspraken zo gesteld worden dat de woonunits daarna worden afgebroken of dat na het vertrek van Oekraïense vluchtelingen er Soesters met een woonurgentie kunnen komen? Is er al duidelijkheid over het formaat, het aantal vierkante meters van de woningen in verband met het stellen van de kaders voor eventuele vervolg bewoning? 3b: als er mensen uit Soest met een woonurgentie op deze locatie gehuisvest kunnen worden, willen wij als raad betrokken worden bij de te stellen termijn dat daar gewoond mag worden.

Wij vinden namelijk dat de gestelde kaders, dus de oproep die we gedaan hebben om Oekraïense vluchtelingen te huisvesten, dan gewijzigd zijn en dat wij dan als gemeenteraad een rol zouden moeten krijgen. Kunt u hier een toezegging op doen? Vraag 4: wij zijn van mening dat een plan met betrekking tot de sociale impact van de huisvesting op de rest van de woonwijk Overhees gereed moet zijn voordat de woonunits opgeleverd worden. Ook willen wij in het plan gekend worden. Wilt u ons toezeggen dat u samen met de Alliantie een dergelijk plan opstelt en tijdig met ons als raad deelt? En dan vraag 5, de laatste vraag: heeft u voldoende oog voor de leefbaarheid en veiligheid van de bewoners, dus de Oekraïense vluchtelingen en de omwonenden, rekening houdend met de handreiking gemeentelijke opvang Oekraïners? Tot zover, voorzitter? VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Flinterman voor uw heldere vragen. Dan wil ik de portefeuillehouder vragen de vragen zo helder mogelijk te proberen te beantwoorden. BURGEMEESTER METZ: Dames en heren, ik zal eerst een korte inleiding houden en dan kom ik vanzelf bij de beantwoording van de vragen terecht. Sinds de oorlog in Oekraïne op 24 februari is gestart, zijn we ons er in geheel Europa van bewust dat dit een vluchtelingenstroom van ongekende omvang zou kunnen veroorzaken.

Tot de dag van vandaag worstelen alle lokale overheden, provincies, veiligheidsregio's en de landelijke overheid met dit vraagstuk en vergeten wij niet alle andere organisaties en instellingen en ondernemers die direct of indirect helpen met de opvang van vluchtelingen. Ook de bewoners van de locatie Insingerstraat worstelen ontzettend met de mogelijke komst van vluchtelingen. Ik weet zeker, dat is net zo door hen uitgesproken, dat een groot deel van hen bereid is om vluchtelingen op te vangen, maar de zorgen en onzekerheid over hoe het eruit gaat zien en de snelheid van het proces zorgen begrijpelijk voor wrevel. Ook uw raad doorgaat deze worsteling. We willen er zeker staan voor de opvang van vluchtelingen. Uw raad stuurde niet voor niets een duidelijke oproep, raadsbreed ondersteunt, naar het college, maar tal van praktische vragen komen ook bij u op en ook procesmatige vragen zijn logisch. In welke positie bevindt de raad zich en op welke wijze en wanneer kunt u uw rol spelen? Met uw vragen geeft u daar op dit moment invulling aan en het college hoopt u met de beantwoording mee te nemen in het proces, net zoals we de samenleving willen meenemen in dit proces, net zoals we de samenleving in de komende periode steeds weer meer antwoorden kunnen geven op de vragen die leven en we graag in gesprek blijven over de vele stappen die ook nog gezet moeten worden.

Nog even wat aanvullende context. Met zeer grote regelmaat zijn de burgemeesters van de provincie Utrecht, van de veiligheidsregio Utrecht, bij elkaar om kennis te delen. Enerzijds om afstemming met het rijk voor te bereiden en anderzijds om van elkaar te leren. Ondanks alle complexe, juridische vraagstukken waarmee het vluchtelingenvraagstuk ook internationaal is omgeven, is de samenleving en de overheid gemeenschappelijk opgetrokken om handen en voeten te geven aan dit vraagstuk. De vluchtelingen stonden letterlijk op de stoep en regelgeving volgt later. De 4

worsteling is natuurlijk niet alleen van de overheden. Juist ook de samenleving volgt het overheidshandelen met argusogen. Men maakt zich zorgen over de veranderingen die dit voor de eigen leefomgeving kan betekenen. Men maakt zich zorgen of het vraagstuk van de vluchteling niet misbruikt wordt om snel iets voor de reguliere woningnood te fiksen. Ook daar werd net iets over gezegd en dat heeft natuurlijk ook in Soest zo gewerkt. Op dit moment verblijven 82 mensen in Soest in een gastgezin. Hartverwarmend voor de korte en middellange termijn, maar niet houdbaar voor de langere termijn. Ik ben al deze gastgezinnen en vrijwilligers die dagelijks meewerken aan de opvang voor de vluchtelingen overigens erg dankbaar en dat wil ik hier ook nog maar eens uitgesproken hebben. Er verblijven er op dit moment 56 en door de gemeente georganiseerde accommodaties en 20 in een instelling, opgeteld ongeveer 158. Ook de zorgen van de omwonenden van de Insingerstraat / Den Blieklaan zijn een logische vertaling van het brede landelijke beeld naar het beeld voor Soest en het college is zich daar zeer goed van bewust. Het is nogal wat wanneer er zo op een korte termijn er grote veranderingen in jouw leefomgeving kunnen gaan plaatsvinden. Terug even naar het macrobeeld.

Wat wij op dit moment weten, is dat in de provincie Utrecht 4.241 Oekraïense vluchtelingen worden opgevangen en daarmee levert de veiligheidsregio Utrecht een ruime bijdrage aan de snelle realisatie van de door het rijk gevraagde 75.000 opvangplaatsen. Wat we ook zien, is dat er 1.400 hiervan verblijven bij particulieren die op niet altijd lange termijn, net als in Soest zelf het geval is, elders gehuisvest zullen moeten worden. Een belangrijke complicatie bij veel van de door de overheden gerealiseerde opvangplaatsen is dat er vrijwel geen echt perspectief is op de huisvesting voor langere termijn. De definitie die dit college daarover hanteert is na 1 januari aankomend jaar. Ook het rijk zelf ziet dat de grote opgave voor de aankomende periode het bouwen van woningen is, willen we op iets meer structurele basis huisvesting kunnen bieden. Alle andere oplossingen zijn slechts noodverbanden. Goed voor nu, maar onhoudbaar voor de langere termijn. Die maatschappelijke opgave is voor onze samenleving enorm. We zijn al een land, zeker ook een regio en wellicht nog meer een dorp waarin de ruimte beperkt is. We moeten daar zorgvuldig mee omgaan. Tegelijkertijd spreekt het bestuursakkoord, dan ook niet voor niets, over de verkenning die wij met de samenleving willen gaan doen om aan de rafelranden van het dorp toch voldoende woningbouw te realiseren voor onze inwoners.

Daar komt dan dit vraagstuk als donderslag bij de heldere hemel nog bovenop. Ik ga nu in, mevrouw Flinterman, op de vragen die u namens de raad gesteld heeft en ik zal ze niet allemaal letterlijk herhalen. Uw eerste vraag gaat over de weging van de belangen bij de locatiekeuze. U moet daarbij in ogenschouw nemen de uitgangspunten die wij begin maart, slechts een paar weken na de start van de oorlog, hebben gehad. Nadat wij op basis van de kennis over het dorp hebben geconstateerd dat er geen bestaande bouwer groot genoeg, individueel of in optelsom geschikt te maken zouden zijn voor opvang voor de langere termijn, zoals bij Groot Engendaal en het politiebureau, hebben wij de opdracht verstrekt om een schouw te doen voor de bouw van flexwoningen waarbij wij een aantal criteria hebben gehanteerd. Wij moesten als gemeente eigenaar zijn van het terrein. Op dat terrein moest geen bouwplan of andere economische functie op de rol staan. Het moest binnen de rode contouren vallen, niet in de kern van de Soesterberg in verband met het AZC dat daar gerealiseerd gaat worden en relatief dichtbij voorzieningen.

Het moest passend zijn bij een beleid wat juridisch gedefinieerd kan worden als goede ruimtelijke ordening, mogelijkheid tot aansluiting op riolering- en nutsvoorzieningen en minimaal plek biedend aan 200 vluchtelingen op basis van het toen bekende aantal en bij voorkeur op één locatie, zoals ook geadviseerd door de VNG. Na die toetsing bleef er slechts één locatie over. Gegeven de discussie die er in een samenleving is over deze plek wil ik een aantal van deze criteria nader toelichten. De factor tijd, alleen als eigenaar kunnen we tempo maken wat nodig is. Het zou anders maanden duren voordat hierover zelfs maar een start gemaakt kan worden. Er moet van alles juridisch geregeld worden met de eigenaar. Als er al andere bouwplannen zouden zijn, lossen we het probleem voor de korte termijn op, maar maken we een groter probleem voor de langere termijn. De rode contour is een harde, juridische belemmering die ongetwijfeld op de lange termijn wel geslecht zou kunnen worden, maar de discussie zou maanden, zo niet jaren, vergen. Ook hier dus weer een afweging in de factor tijd. Het aantal vluchtelingen is natuurlijk in beweging gekomen ten opzichte van de quickscan van begin maart en ik kom daar bij de volgende vraag nog op terug.

De belangrijkste kritiek die het college zichzelf kan geven, is dat wij door de noodzaak van snel te handelen, onszelf niet de tijd hebben gegund om eerst een adequate projectorganisatie op te bouwen en de afweging en argumentatie gemakkelijk en direct te ontsluiten. We hebben duidelijk willen zijn naar onze inwoners en daarom direct hen willen informeren, en het college snapt de deels terechte kritiek die erover is. We hadden de projectorganisatie niet op orde nadat wij besloten deze locatie te gaan uitwerken. Dat heeft onduidelijkheid gegeven. We hebben ons hier kwetsbaar in opgesteld omdat wij zonder vooringenomenheid over de uitvoering het gesprek met de samenleving wilden aangaan. Het was van tweeën één. Dan kom ik op vraag 2: de vraag over de aantallen en wel of geen spreiding. Al in maart heeft het college gecommuniceerd dat we zouden moeten rekenen op 300 tot 700 vluchtelingen uit Oekraïne. Dat kwam niet overeen met de eerste uitvraag van het kabinet, maar 5

we wisten op dat moment al wel dat er sprake was van een potentiële vluchtelingenstroom van 5 miljoen Oekraïeners buiten hun landsgrenzen. De kabinetsvraag ging over de ultrakorte termijn. De genoemde 5 miljoen, die inmiddels hoger is, ging over de langere termijn. Het college heeft zich al zeer snel beseft dat de enorme inspanningen van alle Utrechtse gemeenten veel antwoorden boden voor de termijn tot het einde van het jaar. We hebben toen de keuze gemaakt voor een ook meer structurele oplossing om daarmee zowel voor de korte, middellange termijn, als de termijn van jaren een antwoord te formuleren. Dit omdat ook toen al wel duidelijk was dat het vraagstuk voor een lange termijn zou gaan spelen en wij voor kwaliteit wilden gaan. De 400 is dus een opdracht van het college naar aanleiding van een inschatting toen tussen de 300 en de 700. Met de kennis van vandaag weten we dat we nu, ik noemde net de getallen, ruim 150 mensen opvangen. We weten ook dat dit een ondergrens is van waar we nu op basis van de huidige kabinetsaanvraag van 121 nog maar net boven zitten. We weten op voorhand zeker dat er nog meer mensen komen. Ik kom hier zo nog even op terug. Er zijn daar nadrukkelijk indicaties over en we doen het liefst alles in één keer goed. We kunnen nog steeds niet in een glazen bol kijken. We beslissen iedere keer op basis van de best beschikbare informatie.

Wij verwachten nog steeds dat de meer permanente vraagstelling een opvang van 300 Oekraïense vluchtelingen voor Soest blijft voor de lange termijn. Op de website hebben we daarover al verschillende benaderingsmethodes die daarvoor de basis vormen laten zien. Dan de concentratie op één locatie. Op basis van de VNG adviezen hebben we gekozen voor één locatie, omdat daarmee ook de straks noodzakelijke zorg en ondersteuning goed kan worden georganiseerd. Daarbij moet u ook rekening houden met de maatschappelijke onrust die iedere locatie op zich met zich zou kunnen meebrengen. Ook elders in het land. Ik noem Vlaardingen die 700 flexwoningen gaat realiseren, Lansingerland die er 1.000 wil realiseren voor deze doelgroep. Deze kiezen ook voor grote aantallen op grote concentraties, zelfs veel groter dan wij in Soest voor ogen hebben. De inschatting van het college is dat Polen al is gestopt met leefgeldregelingen en ook Duitsland zich aan het beraden is. We kunnen verwachten dat er ook binnen Europa nog een verdere herschikking zal plaatsvinden en daarnaast zal de beschikbaarheid van woningengeschikt voor de lange termijn opvang lang niet altijd in alle gemeenten tijdig kunnen worden gerealiseerd.

We doen het liever in één keer goed, omdat we dan kunnen werken aan de integratie en zorg voor de vluchtelingen, en we moeten daarbij balans proberen te brengen wat ruimtelijk en sociaal verantwoord is binnen onze Soester context en wat moreel verantwoord is binnen de vluchtelingen opgave. Dan kom ik op 3a. Dat zijn altijd de moeilijkste vragen voor een bestuurder, de wat-als-vragen, want we weten niet of het zich gaat vorderen en hoe. Daarom zijn de antwoorden meestal onbevredigend, maar ik ga toch een poging doen, omdat ik juist uit individuele gesprekken met omwonenden en net ook bij het aanbieden van de petitie heb begrepen dat daar met name het grootste deel van de zorg zit. We zijn dit project met stoom en kokend water gestart om invulling te geven aan een acuut vluchtelingenprobleem dat zich naar laat aanzien geruime tijd kan duren. Dit is de aanleiding voor alle ruimtelijke procedures die we zullen voeren. Om goede ruimtelijke ordeningen te bedrijven, moeten we alle belangen wegen, en we doen dit in dit tempo, omdat dit probleem zich acuut heeft aangediend. Dan kom ook op de wat als. Wat als er geen vraag meer is naar huisvesting voor Oekraïense vluchtelingen, en wij vermoeden dat dit eerder 5 tot 10 jaar dan één jaar is? Dan staan die flexwoningen er immers.

De zorg van de omwonenden is dat deze woningen dan bewoond gaan worden door een te grote concentratie van mensen met een rugzakje, zoals we dat dan omfloerst noemen. We hebben in de door u vastgestelde huisvestingsverordening Soesters al een behoorlijke voorsprong gegeven en denken dat deze woningen zeker voor starters dan een kans bieden. De units zijn tussen de 36 en 54 vierkante meter voor respectievelijk 2- en 3- tot 4persoonshuishoudens en dat past bij een bouwbesluit tijdelijke woningen, en dat sluit aan bij die verwachting. Hele specifieke doelgroepen krijgen we slechts per mondjesmaat en dat ligt voor deze huisvesting minder voor de hand. Dat gaat eigenlijk vloeiend over in vraag 3b, want op het moment dat de raad wil beslissen over een bestemmingsplan, ook voor deze locatie kan de raad aan het college vragen om een bestemmingsplanprocedure in gang te zettenen het college kan zich voorstellen dat de raad dit zal willen betrekken bij de gesprekken die over de rafelranden van Soest gaan, waar ik zojuist over sprak. Daar kunt u met elkaar kaders over afspreken. Uw vraag gaat meer over specifieke met een woonurgentie. Dat vindt het college wat ingewikkelder, omdat er hier ook allerlei juridische kaders ons wel verplichten om deze mensen een passende woonruimte te bieden, en ik heb er al kort iets over gezegd. De huisvestingsverordening uw kader is primair leidend.

U heeft dus zeker een rol wanneer er hier geen opvang meer nodig is voor Oekraïners. In die kaderstellende rol is er bij de discussie over de rafelranden wanneer u besluit deze locatie daarbij te betrekken, de bestemmingsplannen die hier dan bij passen en de diverse andere kaders die direct invloed hebben zoals de woonvisie en de huisvestingsverordening indien dit voor deze locatie van toepassing is, met andere woorden in mijn tekst, u komt nog uitbundig aan bod als deze locatie niet meer nodig is voor de opvang van vluchtelingen. Dan de vierde vraag. Natuurlijk moeten al die plannen klaar zijn. Dan gaan we daar samen met de Alliantie mee aan de gang. We zijn nu heel sterk bezig geweest met de ruimtelijke, technische aspecten, maar natuurlijk 6

moeten al die zaken gewoon klaar zijn en daar zullen we graag u bij betrekken en hebben wij zeker ook oog op weg naar vraag 5 voor de plannen over leverheidszorg en veiligheid, en uiteraard willen we die klaar hebben, zullen we uw raad daarbij betrekken en in ieder geval actief informeren. Tot slot, ik spreek namens het college uit dat we graag het oog op de bal willen blijven houden. Het gaat om vluchtelingen uit onze Europese regio. Ik sprak vorige week met Oekraïners die schrokken toen ze door de wijk fietsten, en ook daar ligt het college, lig ik wakker van. Verdreven van huis en haard door oorlogsgeweld en dan het gevoel krijgen dat je niet welkom bent. Ik weet dat het verzet van de buurt daar niet over gaat en ik wil mijn dank uitspreken naar de inwoners uit de buurt, omdat zij daar ook steeds klip en klaar over waren. De zorgen van de buurt gaan over aantal, duur en het vraagstuk wat er gebeurt nadat de vluchtelingen weg zijn. Dat zijn begrijpelijke zorgen en ik wil de hoop uitspreken dat we in dialoog met elkaar kunnen blijven om het over die zorgen te hebben. Dank u wel, voorzitter. VOORZITTER: Dank u wel voor uw uitgebreide beantwoording. Ik kan mij zomaar voorstellen dat mevrouw Flinterman namens de raad misschien wel een korte schorsing zou willen om over de antwoorden die zijn gegeven nog eens na te denken.

U wenst een schorsing en ik kan me zomaar voorstellen dat als ik zo eens rond kijk dat we daar 20 minuten voor nemen. Dat betekent dat ik de vergadering tijdelijk schors tot kwart over 8 en dan gaan we om kwart over 8 verder op dit onderwerp. VOORZITTER: Dames en heren, ik heropen de vergadering. Het heeft even geduurd. Uw geduld is op de proef gesteld, maar mevrouw Flinterman gaat namens de gemeenteraad wellicht nog wat vragen stellen. U heeft daar een tijdje over gedacht. Ik geef aan u het woord. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Dank u wel, voorzitter. Wij hebben nog maar één vraag. Ten eerste wil ik de portefeuillehouder, de burgemeester bedanken voor de uitgebreide en uitbundige beantwoording. Daarnaast hebben we dus, zoals ik al zei, nog één kritisch vraag. We zijn als raad heel erg kritisch op de aantallen en heel erg kritisch op de duur, zoals dat nu in het haalbaarheidsonderzoek is opgezet. We willen graag van de portefeuillehouder een harde toezegging dat wij als raad meegenomen worden op de sociale aspecten en duidelijke momenten om als raad aan de knoppen te draaien en zo onze controlerende en kaderstellende rollen in te nemen.

Is de portefeuillehouder bereid om deze toezegging te doen, dat wij ook daadwerkelijk aan zet gaan komen? VOORZITTER: Via de voorzitter dan, mevrouw Flinterman, gaan we kijken of de portefeuillehouder, burgemeester Metz daar een reactie op wil geven. BURGEMEESTER METZ: De vraag is logisch en dus ook wel betrekkelijk eenvoudig te beantwoorden. Natuurlijk gaat het college graag de raad meenemen, met name op de sociale aspecten en alle planvorming. Daar heb ik al iets over toegezegd, maar dat is zeker de bedoeling om dat te doen. Knoppen draaien en meenemen, dat hoort daar dan natuurlijk bij. Ik denk dat het ook verstandig is dat de raad daar waar de kaderstelling betreft vroegtijdig betrokken is, maar het college is zeker voornemens om de raad gewoon met alle stappen en tussenstappen iedere keer weer mee te nemen in wat er speelt en wat er gebeurt. Dus daar zie ik niet direct een probleem in. Volgens mij zat dat een beetje verstopt in mijn betoog, dus dat doe ik graag en zeker die sociale aspecten, want dat is natuurlijk het allerbelangrijkste waar u in zit. Daar zullen we een goed plan voor moeten maken en daar mag u wat mij betreft uw opvattingen over ventileren. VOORZITTER: Dank u wel, portefeuillehouder, voor de beantwoording. Dan zijn wij aan het einde gekomen van dit agendapunt. Ik kan me zomaar voorstellen dat de aanwezigen rondom dit thema de vergadering willen verlaten.

Daar wil ik u ook even een paar minuten de gelegenheid voor geven. Als u wilt blijven, dan bent u uiteraard ook van harte welkom. Dan gaan we over een minuut of twee verder met de rest van deze vergadering. a. Bestemmingsplan Officierscasino Soesterberg VOORZITTER: Dames en heren, ik heropen deze vergadering. We zijn aangekomen bij agendapunt 4a: Bestemmingsplan Officierscasino Soesterberg. Is er behoefte aan stemverklaringen? Ik zie in ieder geval de heer Witlox, de heer Weldink, de heer Stormbroek, de heer Van der Wardt. Wilt u het woord voeren of is dat de heer Schotman? Dat hoeft voor mij niet. Het is geen verplichting als het over Soesterberg gaat dat u iets zegt, maar ik ben er nog steeds niet uit. U bent nog niet aan de beurt, als laatste straks. Als u op tijd komt, dan kunt u de orde van de vergadering goed meekrijgen, de heer Stormbroek. Dan geef ik het woord aan de heer Witlox en we hebben, met dank aan de afwezigen zou ik zeggen, de gelegenheid om daar het woord te voeren. 7

DE HEER WITLOX (PVDA): Ik had ook gedacht dat de wethouder aanwezig zou zijn via het scherm. VOORZITTER: Als het goed is, is de wethouder digitaal aangesloten. Als zij antwoord moet gaan geven, maar eigenlijk is dat de bedoeling niet meer, want het gaat over stemverklaringen, maar dan kunnen we haar inschakelen. DE HEER WITLOX (PVDA): Laat ik het proberen met een stemverklaring. We hebben vorige week hier onze worsteling met het voorliggend bestemmingsplan kenbaar gemaakt en onze zorgen geuit over de zorgaanbieder, over de te verwachten hoge kosten voor de toekomstige 104 zorgbehoevende voor huisvesting en service en over de afspraken die over het gebruik van de grote zaal gemaakt kunnen worden voor activiteiten voor inwoners uit Soesterberg. Met de uitgangspunten waarop we dit bestemmingsplan kunnen beoordelen, kunnen we niets met onze zorgen. We kunnen het alleen maar beoordelen op de destijds door de raad vastgestelde kaders, zoals de groenstructuur, flora, fauna, in- en uitritten, doelgroepen en hoeveel deuren de grote zaal mag hebben. Mijn vraag aan de wethouder was geweest of er nog nieuwe ontwikkelingen zijn te melden en als zij daartoe in de gelegenheid is, of u haar in de gelegenheid stelt. U schudt al nee. Dat betekent dat er geen ontwikkelingen zijn, neem ik aan.

Dan had ik haar willen vragen of zij nog vinger aan de pols kan houden voor het geval de zorgaanbieder zich toch nog terugtrekt. Dus ik concludeer dat we niet anders kunnen dan instemmen met het bestemmingsplan, maar wel met een heel erg ongemakkelijk gevoel. We willen na het reces gaan onderzoeken hoe we bij toekomstige plannen voor zorggerelateerde bestemmingsplannen de uitgangspunten kunnen veranderen. Dat was onze stemverklaring. Dank u wel. VOORZITTER: Dank u wel, de heer Witlox. U sprak namens de fractie van de Partij van de Arbeid en voor de goede orde, ik weet zeker dat de wethouder -die ken ik best wel een beetje inmiddelsu gaat meenemen in alle ontwikkelingen die er zijn. Dit is natuurlijk een raadsvergadering waarin besloten wordt over de bestemmingsplannen. Dus op het moment dat er ontwikkelingen zijn, kan ik mij zomaar voorstellen dat de wethouder de moeite neemt om contact met u op te nemen. Ik geef nu het woord aan de heer Weldink en die spreekt namens de fractie van Soest 2002. DE HEER WELKDINK (SOEST2002): Voorzitter, dank u wel. De fractie van Soest 2002 is zeer content met het mooie voorliggende plan voor de bestemmingswijziging van het voormalige officierscasino. In Soesterberg is er heel lang de vraag geweest of dit monumentale gebouw nog een functionele bestemming kon worden gevonden. Met name had hij te maken met de afwegingen van de hoofd- en balzaal.

Door de vestiging van het zorgcentrum krijgt deze zaal nu de bestemming van één dagverblijf en blijft het ook voor eventuele publieke activiteiten beschikbaar. Het appartementengebouw is met name bedoeld voor senioren. Een dergelijk complex zal de doorstroming op de woningmarkt vergroten. De oppervlakte van 55 tot 105 vierkante meter sluit ook aan bij deze doelgroep. Ook zullen de extra brede galerijen leiden tot meer sociale contacten in de groep. Ook de aanpak van natuur is prima. Wij vinden parkeren onder bestaande bomen beter dan een kaalslag van die bomen. Soest 2002 stemt van harte in met dit bestemmingsplan. VOORZITTER: Dank u wel, de heer Weldink. U sprak namens de fractie van Soest 2002. Ik geef het woord aan de heer Van der Wardt en hij spreekt namens de fractie van de VVD. DE HEER VANDER WARDT (VVD): Voorzitter, graag willen wij als VVD-fractie instemmen met het raadsvoorstel voor het vaststellen van bestemmingsplan Officierscasino met een korte stemverklaring. Binnen het masterplan wonen is het bestemmingsplan zowel kwalitatief met de transformatie van het Officierscasino als kwantitatief 104 huurwoningen en 107 zorgwoningen, van hoge waarde voor Soesterberg. Wel houden we vooralsnog de vinger aan de pols wat betreft de gevolgen voor de verkeerssituatie aan de Kampweg.

De antwoorden en de reacties na de opiniërende raadsvergadering waren verduidelijkend en positief, waardoor we met een gerust hart in kunnen stemmen met het raadsvoorstel. Dank. VOORZITTER: Dank u wel, de heer Van der Wardt. U sprak namens de fractie van de VVD. Dan geef ik nu het woord aan de heer Stormbroek. Hij spreekt namens de fractie van POS. Daarna is de heer Paauw namens GGS aan het woord. DE HEER STORMBROEK (POS): Dank u wel, voorzitter. Zoals vorige week donderdag ook al aangegeven, ligt het Officierscasino ons nauw aan het hart. Vier jaar geleden speelde ook al het één en ander rond het pand, de verkoop en onder andere een initiatief uit het dorp, dat willen kopen. Niet gebeurd. Wij vinden de plannen zoals die nu voorliggen een gemiste kans, een gemiste kans voor Soesterberg en daarmee voor Soest, een gemiste kans voor het verleden, het heden en 8

de toekomst. Hoe mooi was het geweest als dit monumentale, historische pand in een dorp dat gebukt gaat onder verandering, het oude en toekomstige Soesterberg zou verbinden, waar de grote zaal een grootste zaal zou zijn, waar het zo nodig gemiste dorpshuis gevestigd zou kunnen worden, een plek van ontmoeting tussen oude Soesterbergers en nieuw Soesterbergers, jongeren en ouderen. Dat gaat helaas onvoldoende gebeuren. De woningen, die nota bene in het historisch pand zelf gebouwd gaan worden, voldoen onvoldoende aan de lokale behoefte aan betaalbare starters- en ouderenwoningen. Neem daarbij dat de zorgwoningen die er moeten komen veel te duur zijn voor de gemiddelde Soesterberger en er hardnekkige geruchten rondzingen over de Franse zorgaanbieder Orpea, terecht aangehaald door collega Witlox. Tel daarbij op dat ook de huurappartementen die in het nieuw te bouwen complex moeten verschijnen voor veel mensen te duur zijn. Wat we wel waarderen is dat de ontwikkelaar heeft aangeven in gesprek te gaan met het college over voorrang op de woningen voor Soesterbergers. Het is alleen alles bij elkaar opgeteld voor ons onvoldoende reden om in te stemmen. Wij stemmen dus tegen. Dank u wel. VOORZITTER: Dank u wel, de heer Stormbroek. U sprak namens de fractie van POS. Ik geef het woord aan de heer Paauw en hij spreekt namens de fractie van GGS. DE HEER PAAUW (GGS): Voorzitter, dank u wel.

GGS zal instemmen met het voorliggende raadsbesluit. Het Officierscasino in Soesterberg is een belangrijk element in heel Soesterberg. Het is belangrijk ook dat de historie die daar heeft gespeeld voor ons openbaar blijft, met name de grote zaal, dat die beschikbaar kan blijven voor onze maatschappelijke organisaties is van essentieel belang. Wij zullen dat hele proces volgen hoe dat ingevuld gaat worden in de toekomst en gaan ervan uit dat onze maatschappelijke organisaties ons daarin zullen steunen om dat voor mekaar te brengen. Belangrijk in het hele proces is de nota van uitgangspunten dat die goed gevolgd is om dit tot een totaal plan te brengen. Dank u wel. VOORZITTER: Dank u wel, de heer Paauw. U sprak namens de fractie van GGS. Zijn er nog anderen die een stemverklaring wensen af te leggen. Als dat niet het geval is, mag ik dan constateren dat alleen de fractie van POS tegen wil hebben gestemd en dat de andere instemmen? Als dat het geval is, is het met die constatering aangenomen. b. Jaarstukken 2021 VOORZITTER: Dan ga ik over naar de jaarstukken 2021. Zijn er fracties die daar nog het woord over wensen te voeren naar aanleiding van het debat van vorige week? Als niemand dat wil doen, mag ik dan constateren dat het unaniem kan worden ingestemd? Als dat het geval is, zijn de jaarstukken vastgesteld. c.

Kaderbrief 2023 / Voorjaarsnota 2022

VOORZITTER: Dan kom ik bij de Kaderbrief 2023 / Voorjaarsnota 2022 en de Junibrief die daarbij kwam. Ik kan mij voorstellen dat daar nog mensen het woord over wensen te voeren. Ik had daar al vooraankondigingen van gehad en ik zie in ieder geval mevrouw Ter Beek-Suijkerbuijk, mevrouw Exalto, mevrouw Flinterman en de heer Stormbroek, de heer Lucas, mevrouw Sterenberg, mevrouw Walraven, de heer Groothuis en nog mevrouw Wegman. Dan zijn we aardig onderweg naar de 10. Ik geef mevrouw Ter Beek-Suijkerbuijk namens de fractie van GroenLinks het woord. MEVROUW TER BEEK-SUIJKERBUIJK (GL): Geachte raad, zoals u op de mail heeft gezien dient GroenLinks vandaag een drietal moties in. De eerste zal ik doen en de andere 2 door mijn gewaardeerde collega. Ik zal beginnen met het dictum voorlezen van de motie over energiearmoede. Roept het college op een inventarisatie te doen naar energiearmoede bij huishoudens in Soest, de resultaten hiervan in oktober aan de raad te presenteren, daarbij een voorstel te doen voor [onhoorbaar] noodzakelijk, bijvoorbeeld extra maatregelen voor besparing, verduurzaming of tegemoetkoming. Namens de fracties van GroenLinks Soest, Soesterberg, D66 Soest-Soesterberg en POS een korte toelichting waarom nou deze motie. Daarbij moeten we teruggaan naar begin februari.

Zoals jullie misschien weten, werk ik op het Griftland College en begin februari kwamen we net uit weer een verschrikkelijke lockdown. Eindelijk waren we van de zo door de leerlingen gehate mondkapjesplicht af en we dachten allemaal: mooi, het gaat weer terug naar normaal. Tegelijkertijd was er een nieuw probleem dat opdoemde. In de personeelskamer was het gesprek van de dag toch wel: "Heb jij ook een flexibel contract? Hoe erg is jouw energierekening gestegen?" En vooral de meest erge nog wel: "Ik red het nu nog wel, maar het moet vooral niet te lang duren." Eén van mijn collega's woont in een prachtige jaren 30 woning en zij vertrouwde mij toe dat haar energierekening is verdubbeld. Voor haar betekende dat dat haar volledige maandsalaris opging aan haar energierekening. Ik kan mij zo voorstellen dat ik niet 9

de enige ben die zulk soort gesprekken heeft gehad, want niet alleen de beneden modale inkomens, maar ook de modale inkomens, bovenmodale inkomens en mensen met een koopwoning komen in de problemen op het moment dat hun maandelijkse lasten met 200 euro per maand oplopen. Daarom roepen wij vanavond het college op om een inventarisatie te maken van energiearmoede onder de huishoudens in Soest, zodat waar nodig extra stappen kunnen worden gezet in bijvoorbeeld de verduurzaming van woningen, niet alleen om inwoners daar voor lange termijn bij te helpen, maar ook om een extra stap te maken in het door het college eigen doelstellingen, namelijk het sneller verduurzamen van woningen en daarmee het energieverbruik te verminderen. Dank u wel. VOORZITTER: Dank u wel voor het indienen van deze motie. Die maakt nu onderdeel uit van de beraadslaging. Zoals wij hadden aangekondigd met de agenda geef ik nu de gelegenheid aan de raad om te reageren op deze motie. Fijn dat de heer Baks weer in ons midden is. Ik geef u als eerste de gelegenheid. DE HEER BAKS (BURGERBELANGEN): Dank u wel, voorzitter. Het is ook weer goed om in uw midden te zijn. Ik heb een vraag aan de indieners van deze motie.

Als u bedenkt, beste indieners, dat we nu zitten aan het begin van de zomervakantie die eind augustus eindigt, is het dan de tijd tot 1 oktober om te inventariseren hoe het zit met de energiearmoede bij onder andere huishoudens en de resultaten van die inventarisatie aan ons te presenteren begin oktober? Misschien zie ik het helemaal verkeerd, maar dan vind ik één maand daarvoor wel heel erg kort en denk ik dat juist daarom zo'n motie niet haalbaar is, maar ik laat me graag overtuigen van het tegendeel. VOORZITTER: Dank u wel, de heer Baks. U sprak namens BurgerBelangen. Naast u zat de heer Lucas en die wilde namens het CDA nog reageren. DE HEER LUCAS (CDA): Voorzitter, mevrouw Ter Beek-Suijkerbuijk heeft duidelijk gemaakt dat het een onderwerp is wat je niet zo makkelijk moet vergeten. Toch wel twee vragen. Eén vraag is al door de heer Baks gesteld, over of het wel haalbaar is in deze korte tijd. Aanvullend daarbij ook nog wel de vraag: wij hebben ook energiecoaches, kunnen zij ons daarover niet informeren over hoe het zit? En het tweede is misschien meer een vraag voor de wethouder, maar ik stel hem toch maar. In de motie worden voorbeelden genoemd van mogelijke maatregelen op duurzaamheid of energiebesparing, maar ook tegemoetkomingen en ik twijfel een beetje wat dan de grens is tussen inkomenspolitiek.

Wat we niet als gemeente mogen doen, is mij altijd geleerd -ik zie de wethouder en de burgemeester knikken, dus dat zal dan vast wel kloppen -en compensatiemaatregelen of tegemoetkomingen die wel mogen? Dus misschien dat daar een korte toelichting van de één of de ander op kan worden gegeven. Dat we de twee vragen vanuit het CDA. VOORZITTER: Dank u wel, de heer Lucas. Zijn er nog anderen die hier vragen over hebben? Mevrouw Walraven-Van Dam namens de CU-SGP. MEVROUW WALRAVEN (CU-SGP): Dank u wel, voorzitter. De eerste vraag is al door de heer Baks gesteld. De tijdspanne is voor ons ook erg kort voor oktober. Verder delen wij jullie zorg dat we de kosten omhoog zien gaan. Daar hebben we vorige week ook de vraag over gesteld. Wat ons betreft is het ook zonde om geld te gaan investeren aan onderzoek, omdat dat vaak gauw al € 30.000 kost en wij denken dat we het geld veel beter kunnen besteden aan energiebesparende middelen die al verstrekt worden door de gemeente. Ook Energie Actief Soest, de heer Lucas noemde het ook al, doet ook al heel veel. Dus er is al heel veel kennis op dit gebied.

Toevallig is er vandaag ook nog door de ChristenUnie en de CDA gezamenlijk in de Tweede Kamer een slimmere aanpak gepresenteerd door Pieter Grinwis, en die geeft ook aan dat die energiebesparingsboxen niet alleen door de gemeente uitgereikt kunnen worden, maar misschien ook door allerlei vrijwilligersorganisaties, kerken, allerlei instellingen in de gemeente die wat dat betreft veel meer invloed hebben. Dat is wat ons betreft een prima oplossing. Dus wij steunen deze motie niet als die zo blijft. Dank u wel. VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Walraven. Ik kijk de zaal rond. De heer Groothuis namens de fractie van Soest 2002. DE HEER GROOTHUIS (SOEST2002): Ik had in mijn bijdrage willen regeren, maar op deze manier kan het ook. Ik vind deze motie een heel beperkte motie, want nu gaat het alleen maar over energie, maar dit heeft z’n invloed bij alle prijzen. Alles wordt duurder voor de huishoudens, want alle prijzen, alle energie die de bedrijven hebben of de vervoerskosten en noem maar op, alles wordt doorberekend in de prijzen. Dus het gaat gigantisch stijgen. Dus dat lijkt mij iets voor het in 10

het armoedebeleid, wat ook het nieuwe college gaat aanpakken, meegenomen moet worden. Dus niet alleen energie, maar het totaalpakket in het armoedebeleid. Dank u. VOORZITTER: Dank u wel, de heer Groothuis. Ik kijk even rond. Mevrouw Flinterman, D66. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Dank u wel, voorzitter. De heer Groothuis heeft daar inderdaad een punt mee. Wij zijn mede-indiener van de motie en we hebben ons geconcentreerd op energiearmoede omdat dat ook iets is waar je zelf nog wat aan kan doen. Als je in een huis woont wat niet verduurzaamd is of als je nog niet nagedacht hebt over besparing, kan inderdaad Energie Actief Soest je daar heel erg bij helpen, mits je daar de route toe weet en mits je ook daarvoor in kaart bent gebracht. Dus het idee was een scan doen om te kijken wie er echt in de problemen gaat komen en hoe ze geholpen kunnen worden. Daar hebben we inderdaad een aantal instellingen en instanties in Soest al voor. Ik zou graag van de wethouder willen weten, het zal een onderwerp zijn wat ook in het college leeft, wat het college hier van vindt, van dit probleem. VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Flinterman. Dat gaan we zo aan het college vragen. Ik kijk de kring verder rond of iemand nog iets wil vragen. Dan ga ik nu naar wethouder Suna, omdat er ook 2 vragen aan hem gesteld zijn.

Dan geef ik daarna de gelegenheid aan mevrouw Ter BeekSuijkerbuijk om te reageren en dan kan ze alle reacties in één keer meenemen en dan zien we of er nog behoefte is aan een tweede termijn. VOORZITTER: Wethouder Suna namens het college van B en W. WETHOUDER SUNA: Dank u wel, voorzitter. Vorige week hebben we het hier ook inderdaad over gehad en toen zei ik dat wij al bezig zijn met de aanpak energiearmoede. De plannen die daarvoor zijn, zijn in gang gezet door ons. We zijn er druk mee bezig en na de zomer is dat klaar en hopen wij in het najaar daarmee te kunnen starten en naar de inwoners te kunnen gaan. Het positieve nieuws is dat het rijk, dus Ministerie van Binnenlandse Zaken, het budget daarvoor, die specifiek bedoeld is, heeft verhoogd. We hebben te maken met een bedrag van bijna € 500.000 die we daarvoor kunnen inzetten. Dat gaat vooral over de doelgroep waar we het vorige keer over hadden, over mensen die tot 130% van het sociale minimum-inkomen hebben. Die krijgen ook kansen om gelden daarvoor te krijgen. Wat wij gaan doen, is ook woningbezoeken plegen om in overleg met de inwoners te kijken welke energiemaatregelen ze kunnen nemen om te voorkomen.

Daarnaast hebben wij in het coalitieakkoord heel duidelijk geschreven dat we een stimuleringsprogramma voor isolatie snel zullen oppakken en daarin heb je ook al die woningen meegenomen, dus de modale inkomens waar u het over heeft, mevrouw Ter BeekSuijkerbuijk. Dat komt dan ook daarbij aan door. Dus daar zijn wij nu al druk mee bezig. Dus we zijn al in de uitvoering. De heer Baks gaf het ook aan, we hebben te maken met 1 oktober, maar als je gaat kijken zijn we daarin al stappen verder. Dus in die zin denk ik dat u op uw wenken wordt bediend. Het klopt ook wat de heer Lucas aangaf. We moeten echt uitkijken dat we niet aan inkomenspolitiek gaan doen, maar op zijn zachts gezegd, we zijn er druk mee bezig. Mevrouw Flinterman, die zorgen delen wij natuurlijk ook en vandaar dat we voortvarend daarmee aan de slag zijn gegaan en na de zomer wil ik u best wel toezeggen dat we u informeren op welke manier we dat gaan doen. VOORZITTER: Dank u wel, de heer Suna. We schorsen deze bijeenkomst voor een kort moment. Dan kunnen de indieners van de motie even met elkaar overleggen. Dat is een hele korte 2 minuten deze keer. Mevrouw Ter Beek-Suijkerbuijk, u heeft het woord namens de fractie van GroenLinks. MEVROUW TER BEEK-SUIJKERBUIJK (GL): Na het trage begin van de avond willen we er nog een beetje snelheid in houden. We zijn heel erg blij met de beantwoording van de wethouder.

Het stelt ons wel hoopvol dat het een onderwerp is wat leeft. Niet dat we niet hadden verwacht dat het niet zou leven. Fijn dat het lijkt dat er al gehoor wordt gegeven aan deze motie. We hebben even kort overleg gehad. We willen het graag wel boven de markt laten hangen en we hopen graag dat u inderdaad na de zomervakantie bij ons terugkomt en dat verdere indiening dan niet noodzakelijk is. Dank u wel. VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Ter Beek-Suijkerbuijk ik ben blij. Ik begrijp dat u hem niet in stemming brengt, maar aanhoudt. Dat helpt het college voortgang te maken. Dan ging ik naar mevrouw Exalto namens dezelfde fractie die ook het woord wenst te voeren, maar over een ander onderwerp. U heeft het woord. MEVROUW EXALTO (GL): Ik wil graag de volgende motie indienen over jongerenparticipatie met het volgende dictum. De raad spreekt uit een werkgroep in te stellen met vertegenwoordigers van 11

het college en de raad, de werkgroep de taak mee te geven om te onderzoeken hoe wij als gemeente kinderen en jongeren meer bij ons beleid kunnen betrekken en de jongerenwerkers van Balans, de scholen en andere stakeholders bij de werkgroep uit te nodigen om mee te denken. Deze graag in te dienen namens de fracties GroenLinks, D66, POS, CDA en BurgerBelangen met de korte toelichting dat jongerenparticipatie in de vorige periode en tijdens de campagne heel erg lovend over werd gesproken, door jongeren te betrekken dit ook zal aanslaan bij de ouders en daarnaast ook hopelijk het wantrouwen van de overheid enigszins te verminderen en als laatste een betere representatie van de bevolking naast de leeftijd ook kans is op een bredere, etnische, sociale en educatieve achtergrond van de participant. Daarbij wil ik alvast een hoofdelijke stemming vragen. Zo gaat door mijn collega van D66 een motie over cultuur worden ingediend en die steunen wij ook van harte. Cultuur zorgt voor sociale cohesie, bevordert de mentale en de geestelijke gezondheid en helemaal na deze coronacrisis is het belangrijk om jongeren weer te betrekken en een uitzicht te geven, omdat er zoveel jongeren nu kampen met depressies en burnouts. Dank jullie wel. VOORZITTER: Deze had straks gekund, want die motie maakt nog geen onderdeel uit van de beraadslaging maar deze wel.

Dus ik ga kijken of hier mensen behoefte hebben om hierop te reageren. Mevrouw Sterenberg, mevrouw Wegman, de heer Lucas, mevrouw Walraven en de heer Groothuis. Mevrouw Sterenberg, VVD, u heeft het woord. MEVROUW STERENBERG (VVD): Mevrouw Exalto, een hele sympathieke motie, zoals je dan vaak zegt over een motie. Nu begrijpen wij dat u ook nog eens een hoofdelijke stemming aanvraagt voor ons is niet helemaal duidelijk waarom u dit in een motie stelt, want volgens mij staat het ons vrij als raad om een raadswerkgroep te vormen die aan de slag gaat, die hun netwerk uitzetten en informatie ophalen. Wat maakt dat u er dan ook nog eens zo zwaar aan hecht dat u daar hoofdelijk over wil stemmen? Terwijl, zoals wij de motie lezen, wij het een sympathieke motie vonden waarvan wij dachten: die kunnen wij wel steunen, met het idee dat er gewoon een raadswerkgroep aan de gang gaat, wij altijd open staan als raadsleden om jongeren politiek te interesseren en te betrekken en daar onze vrije tijd in te steken. Wat ons betreft gaat het, als het daarover gaat, niet zozeer over dat we naar de gemeente moeten kijken, maar dan moeten wij naar onszelf kijken en daar het ambtenarenapparaat niet mee belasten. Dus wij zijn daar nog wel benieuwd naar iets meer achtergrond.

Als wij als fractie hiermee instemmen, staat voor ons wel vast dat dit puur binnen de bestaande lijnen wordt uitgevoerd, dus met de raadswerkgroep en dat daar niet aan vast hangt dat daar extra budget voor beschikbaar wordt gesteld. VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Sterenberg. Ik heb nu mevrouw Wegman namens de fractie van GGS op mijn lijst staan. U heeft het woord. MEVROUW WEGMAN (GGS): Dank u wel, voorzitter. Wat ik graag wil weten van mevrouw Exalto is dat participatie wordt door de hele raad belangrijk gevonden, we hebben het in het coalitieakkoord opgenomen en in die zin gaan we er sowieso mee aan de slag. Waarom extra nadruk op de jongeren? Waarom is dat belangrijk ten opzichte van participatie in z'n algemeenheid? Dank u wel. VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Wegman namens GGS. De heer Lucas namens het CDA. DE HEER LUCAS (CDA): Toch een poging om misschien niet hoofdelijk te stemmen, maar om raadsbreed aangenomen te krijgen. Het CDA pleit al eerder voor een jongerenraad en wij zijn hier nu in meegegaan omdat het ons niet zozeer om de vorm ging, maar vooral om het doel. Dat doel is heel mooi verwoord, ook door mevrouw Exalto, en is ook heel mooi aangegeven in de motie.

U zult zeggen: "Logisch dat een jong raadslid of één van de jongere raadsleden hiermee komt, zoals mevrouw Exalto hiervoor heeft gepleit." Dat is inderdaad wel logisch, maar het is net zo logisch dat een wat ouder raadslid, zoals ik mijzelf wel mag kenschetsen, hier ook voor mag pleiten, want wat het CDA betreft, en ik denk dat dat voor veel van ons geldt, is jongerenparticipatie niet iets wat alleen de jongeren aangaat, maar is het net zo van belang voor van welke generatie je dan ook bent. Een reactie op mevrouw Sterenberg. Meestal verzoeken wij het college aan het werk te gaan en nu gaan wij onszelf aan het werk zetten, want als u goed gelezen heeft in de toelichting staat dat de indieners mevrouw Flinterman, mevrouw Exalto en de heren Stormbroek, Baks en Lucas aan hebben gegeven er graag aan mee te werken en ik zou zeggen: "Zet ons aan het werk." Dank u. VOORZITTER: Dank u wel, de heer Lucas. U sprak namens het CDA. Mevrouw Walraven-Van Dam namens de CU-SGP. MEVROUW WALRAVEN (CU-SGP): Dank u wel, voorzitter. Ik ga jullie aan het werk zetten, de heer Lucas, want zoals de motie voorligt, kunnen wij ons er heel erg in vinden. Wij kwamen deze week hele mooie suggesties tegen, namelijk het Child Friendly Cities netwerk. Ik weet niet of jullie die 12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=9b29971e-d391-4855-84dc-ac95cd5bb8d2