Notulen Beeldvormende Vergadering Huisvesting
Tekst van het document
12
Beeldvormende Vergadering : 25 januari 2024 Realiseren van tijdelijke woningen voor starters, spoedzoekers, statushouders en ontheemden uit Oekraïne én het realiseren van opvangplekken voor vluchtelingen. DE HEER PRINS: Oké, dan ga ik even kijken of ik de volgende...kijk, dit is de opdracht. Wij noemen een heleboel doelgroepen. Voor de duidelijkheid wil ik nog eventjes opnoemen welke doelgroepen het betreft en wat het inhoudt. Starters: ik denk dat de meeste mensen wel in de gaten hebben dat dit over het algemeen mensen zijn die voor het eerst een woning zoeken. Het zijn dus meestal jongeren. Dan hebben we de spoedzoekers: Spoedzoekers zijn mensen in een uitzonderlijke situatie, die door een plotselinge gebeurtenis in één keer zonder woning of huisvesting zitten. Dat kan door huiselijk geweld zijn, scheiding of zelfs een schuldensituatie. Dan hebben we een vluchteling: Die definitie heb ik even helemaal opgeschreven. Een vluchteling is iemand die in zijn thuisland gegronde vrees heeft voor vervolging op grond van ras, godsdienst, nationaliteit, politieke overtuiging of het behoren tot een bepaalde etnische of sociale groep en die in eigen land geen bescherming krijgt. Ik vind het belangrijk om die even te noemen in relatie met de volgende, dat is asielzoeker. Een asielzoeker is iemand die in een ander land om bescherming vraagt door een asielverzoek in te dienen.
Niet iedere asielzoeker krijgt dus in Nederland de status van vluchteling. Dat is weer een aparte status, dus er zijn meer asielzoekers dan vluchtelingen. Daarnaast hebben we nog de statushouders, dat zijn asielzoekers waarbij een verblijfsvergunning is toegewezen en ontheemden uit Oekraïne. Dat spreekt voor zich en zijn mensen die gedwongen hun woning in Oekraïne moesten verlaten vanwege de oorlog en een onderkomen hebben gevonden in Nederland. Voor de opgave ben ik heel blij dat we hier bij elkaar zitten. Wij willen ook vragen aan de raad of jullie actief willen meedenken en met name over de toetsingskaders. We vragen om aanscherpingen en aanvullingen. We hebben aan de voorkant al een heleboel vragen gekregen, dus die zullen we ook gaan beantwoorden. Dat zal in het vervolg ook gelden; mochten jullie hierna nog veel vragen hebben, we houden de lijn open. We willen graag dat alles zo duidelijk mogelijk is en dat we alles kunnen beantwoorden. De toetsingskaders zijn de basis voor het college bij de locatiezoektocht en om te beoordelen of de locatie geschikt is en of de invulling daarvan geschikt is. Tijdens het proces willen wij de raad actief informeren, dus continu van informatie voorzien en dat jullie ook meegenomen worden bij de locaties. Daar praten we straks over, zodat jullie weten wat er allemaal gaat gebeuren.
Uiteraard bij de participatieprocessen hebben jullie een belangrijke rol en ook bij ruimtelijke procedures, maar dat is een wettelijke taak, dus dat is vanzelfsprekend. We zoeken in Soest meerdere, kleinschalige locaties. De wens is om verspreid door Soest locaties te vinden. VOORZITTER: Kunt u ook de volgende sheet voor zetten? Ik heb de indruk dat u het over een volgende sheet heeft. DE HEER PRINS: Even kijken. Ja, sorry. Dit verhaal was de rol van de raad. Even kijken. Dan is de volgende de toetsingskaders. We zoeken in Soest meerdere kleinschalige locaties voor tijdelijke huisvesting en asielopvang. Voor die keuze is het belangrijk dat de locaties ruimtelijk en maatschappelijk inpasbaar zijn, dus we willen die facetten ook bekijken in de locatiezoektocht. Daarom hebben we de toetsingskaders opgesteld en die hebben we in het document ook meegestuurd. De basis van de kaders ligt voor het grootste deel al in gemeentelijk beleid. Denk hierbij aan een omgevingsvisie en de Visie Sociaal Domein, die zijn daarin gevat. Die kunnen jullie herkennen in heel veel van de toetsingskaders. De locaties en invulling zullen op verschillende toetsingskaders beoordeeld worden. Voor de vastgestelde opdracht hebben we de volgende toetsingskaders gedefinieerd. Dat is toekomstgericht. De locatie moet toekomstgericht zijn.
Wij gaan niet alleen naar het huidige gebruik kijken, maar ook kijken naar de toekomst. Wij willen flexibel en proactief kijken naar de invulling van de locaties. Dat betekent dat we ook bij veranderende omstandigheden daarop moeten kunnen anticiperen. Een passende verdeling betekent, dat wij de doelgroepen die ik genoemd heb gezamenlijk willen huisvesten op de locaties. Niet alleen statushouders en niet alleen Oekraïners, maar we willen ook starters en spoedzoekers een plek bieden op die locaties. De locaties dus voor alle doelgroepen inzetten. De omgevingsvisie; het moet goed inpasbaar zijn. Bij een locatie moeten we kijken naar hoe wij het groen doen, naar de bodemkwaliteit en cultuurhistorie willen we in ogenschouw nemen bij het invullen van de locaties. Het volgende is: permanente bouw niet vertragen. Als er al bouwplannen zijn en die liggen klaar of zijn aangevraagd, dan gaan wij daar niet naar kijken, want onze eerste wens is om woningbouw te realiseren. Dat betekent dat die kavels voor ons naar achter worden geschoven of opzij worden gezet, omdat wij het belangrijk vinden dat daar woningbouw gerealiseerd gaat worden. Gemengde wijken. Gemengde wijken zijn wijken waar mensen van verschillende sociale, economische, culturele of etnische achtergronden samenwonen. We beogen dat we niet een wijk hebben, waar een bepaald geloof overheerst. Gemengde wijken zijn we voor.
Maatschappelijke inbedding; integratie in de wijk waar de tijdelijke huisvesting wordt gerealiseerd. Kleinschalig in opzet en de achtergrond van de wijk in ogenschouw nemend. In het verlengde daarvan inclusie en meedoen. De nieuwe bewoners moeten in de wijk een plek vinden, meedoen met de maatschappij 13
Beeldvormende Vergadering : 25 januari 2024 Realiseren van tijdelijke woningen voor starters, spoedzoekers, statushouders en ontheemden uit Oekraïne én het realiseren van opvangplekken voor vluchtelingen. en zich daar ook niet eenzaam voelen. Veilig voor iedereen; de huidige bewoners, maar ook de nieuwe. Het tijdspad is erg belangrijk. Zoals wel gezegd wordt, op zich doen we het nog niet zo heel slecht. Alleen, we hebben wel wat noodopvanglocaties die per februari 2025 vrijkomen, dus die komen te vervallen. Denk hierbij dan aan het Fletcher Hotel, denk hierbij aan Alberts Dorp, die tot februari 2025 door ons gebruikt mogen worden. Om te zorgen dat de mensen, die daar nu wonen straks niet op straat komen te staan, moeten we nu gaan kijken naar alternatieve huisvesting. Plan Utrecht, daar ga ik niet veel dieper op in. Dat heeft de heer Diepeveen veel beter uitgelegd dan ik zou doen. We hebben nog wel een stukje over communicatie en participatie. Dat is de volgende, volgens mij. Per project een participatie- en communicatieplan met heldere kaders. Goed vertellen waar mensen over mee kunnen praten en wat is vastgesteld door de wetgeving. Waar dus geen gesprekken over mogelijk zijn, doordat we door de wet gestuurd worden, maar ook helder aangeven, waar praten we wel met elkaar over.
Dit willen we samen doen met een klankbordgroep vanuit de directe omgeving en die ook aan de voorkant betrekken, want die kent de wijk en de omstandigheden het beste. Dan kunnen we het participatieplan ook met de klankbordgroep goed opstellen, zodat we ook weten wie de belangrijkste aanspreekpunten in de omgeving zijn. Even kijken. We geven duidelijke procesinformatie en willen iedereen meenemen in het traject, dus de raad en de omwonenden, op welke momenten vragen we de input van alle mensen en meenemen bij wat wij daarmee doen of wat we daarmee kunnen en wanneer de terugkoppeling wordt verwacht. Het is dus een actief proces en dat willen we naast de zoektocht van de locaties en als we met de locaties bezig zijn op die manier opzetten. Even kijken, 29 februari is natuurlijk een belangrijke dag. Dan gaan jullie met alle raadsleden in gesprek met de inwoners voor deze toetsingskaders. Voor ons is het heel belangrijk. De oproep is heel graag aan alle raadsleden: geef ons voeding. De toetsingskaders, die we nu hebben geformuleerd, zijn gebaseerd op ons huidige beleid. Kijk of jullie er aanscherpingen in zien. Zijn er aanvullingen, waarvan je zegt, als wij een locatie hebben die geschikt zou zijn, toets die aan deze kaders en dan kunnen wij onze zoektocht daarop inrichten. We weten dat wij een opgave hebben en dat de toetsingskaders leidend zijn.
Als we ze te veel aanscherpen, dan vinden we niets en weten we zeker dat we over een poosje gedwongen worden. We willen het echter wel zo zorgvuldig mogelijk doen en ook de inpassing in de omgeving zo zorgvuldig mogelijk. Bedankt. VOORZITTER: Dank u wel, meneer Prins, ik zie handen omhoog gaan en begin nu een keertje helemaal rechts. Politiek gezien is dat iets anders. Mevrouw Welschen en daarna mevrouw Flinterman van dezelfde club. MEVROUW WELSCHEN (D66): Dank u wel, voorzitter. Dank u wel, meneer Prins, voor de toelichting. Ik heb een vraagje over de communicatie en participatie. Zoals meneer Diepeveen heeft toegelicht, hebben we een provinciale aanpak. Onze fractie heeft al eerder aangeven, kunnen we ook Soest-breed communiceren voor welke taken we staan met elkaar? We merken nu dat de communicatie zich...Het is niet helder bij welke wijk of bij welke straten wel of niet. Ligt er nu inmiddels, nu we voor deze opdracht staan vanuit de gemeente, een duidelijk communicatieprogramma waardoor ook inwoners weten - of het nu de ene wijk of de andere wijk is - op het moment dat er iets gaat spelen, worden we op dit moment in het proces betrokken en kunnen we die brief verwachten et cetera? Ik merk namelijk dat daar wel wat onrust over bestaat en misschien meer onrust uitlokt. DE HEER PRINS: Nee, we zijn nog aan het begin van het hele traject.
Het participatie- en communicatieplan ligt er wel in concept en dat willen we straks ook helemaal uitrollen. De basis ligt er en dat zal straks bij elke locatie meegenomen worden. Vanuit de omgeving pakken we een vaste groep erin. Was uw vraag of dan ook de rest van Soest daarover geïnformeerd wordt? MEVROUW WELSCHEN (D66): Op het moment dat er nu een locatie speelt, wordt er op de locatie gecommuniceerd. Echter, als iemand die in straat één woont en goed bevriend is met iemand die net om de hoek woont en geen brief krijgt, dan zorgt dat voor onrust. Ik ben het niet helemaal met u eens dat we aan het begin van het proces staan, want we zijn al een tijdje bezig met zoeken naar locaties. Ik denk dat het handig is dat naar alle inwoners van Soest helder is, op het moment dat ergens iets gaat spelen -ook om de solidariteit en de betrokkenheid te vergroten -dan mogen we dit verwachten. DE HEER PRINS: Dat ben ik met u eens. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Ik heb een vraag over de toetsingskaders. U heeft het in meervoud over toetsingskaders. Mag ik concluderen dat er een apart toetsingskader is voor de opvanglocaties 14
Beeldvormende Vergadering : 25 januari 2024 Realiseren van tijdelijke woningen voor starters, spoedzoekers, statushouders en ontheemden uit Oekraïne én het realiseren van opvangplekken voor vluchtelingen. en één voor de tijdelijke huisvestingslocaties? Dat zijn natuurlijk wel twee verschillende doelgroepen die daar worden gehuisvest. DE HEER PRINS: Nee, wat ons betreft niet. Als ik kijk naar onze beleidsnotities en ik loop de toetsingskaders na, dan zou dat voor beide trajecten moeten gelden. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Als we een opvanglocatie hebben van asielzoekers, bijvoorbeeld 50 ergens in een wijk, is dat een enigszins homogene groep, want dat zijn asielzoekers. Echter, 75 in een gemengde doelgroep in tijdelijke huisvesting is een ander soort groep. DE HEER PRINS: Ja, dat klopt. Alleen, de toetsingskaders zijn op de locatie gericht. Als ik de toetsingskaders naloop, zou je ze op allebei los kunnen laten. De inclusieve betrekking, de mengvormen en de Omgevingsvisie. Dat is ook voor een gebouw dat voor opvang dient van toepassing. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Geldt dat ook voor de druk op de wijk? Dat voor die twee varianten er binnen één toetsingskader dezelfde criteria voor zouden kunnen gelden? DE HEER PRINS: Ja, de druk op de wijk zullen we voor beide facetten in ogenschouw moeten nemen.
We zullen voor een opvang voor asielzoekers of vluchtelingen en voor een gemengde woonvorm, waar statushouders in zitten, kijken naar hoe dat zich verhoudt in de wijk, dus dat zijn wel aandachtspunten. Wat mij betreft nemen we dat in de toetsingskaders mee. Dat de uitkomst anders kan zijn of de beoordeling daarin anders kan zijn, dat neemt niet weg dat het toetsingskader aanwezig is. VOORZITTER: Mevrouw Flinterman, ik wil ook nog anderen de gelegenheid geven, want anders wordt het zo een... MEVROUW FLINTERMAN (D66): Nog één verduidelijkende vraag, want u heeft het dus over toetsingskaders, meervoud... DE HEER PRINS: Ja, we hebben er 9 geformuleerd in dit document. Er is één toetsingskader met al die subdingetjes. Vandaar het meervoud. VOORZITTER: Negen onderwerpen, duidelijk. Ik ging er zomaar vanuit dat er nog andere vragen waren, meneer Prins. Meneer Baks. DE HEER BAKS (BURGERBELANGEN): Dank u wel, voorzitter. Een vraag aan meneer Prins.
Heb ik het goed begrepen dat voor iedere locatie, die we vanaf vandaag kiezen als woonsituatie voor vluchtelingen, statushouders en spoedzoekers enzovoorts, altijd het criteria passende verdeling geldt? Dat het dus niet kan zijn dat op één locatie alleen maar vluchtelingen of alleen maar spoedzoekers zitten? DE HEER PRINS: Asielzoekers en vluchtelingen is natuurlijk apart, want daar zitten we samen met het COA voor en die kijken wel naar enige omvang. Echter, de insteek is wel dat we alle doelgroepen bedelen, dus ook starters, ook spoedzoekers en statushouders. Ja, dat is wel onderdeel van onze zoektocht. DE HEER BAKS (BURGERBELANGEN): Dank u, voorzitter. Bij iedere locatie, die straks komt, speelt dat toetsingscriteria van passende verdeling mee? DE HEER PRINS: Ja, of dat op iedere locatie te realiseren is, dat is vraag twee. Zoals gezegd, asielzoekers en vluchtelingen is met het COA samen, dus dat is een iets ander traject, maar voor de andere partijen kijken we echt naar een mengvorm. VOORZITTER: Ik heb inmiddels melding gekregen van vragen van meneer Vrakking, meneer Lucas en mevrouw Sterenberg. In die volgorde. Meneer Vrakking. DE HEER VRAKKING (SOEST2002): Dank u wel. In het toetsingskader van B&W staat dat de locaties gezocht worden op plekken waar in de toekomst permanente woningbouw zou komen, heb ik begrepen.
Nu is er vorig jaar een onderzoek geweest onder de bevolking, waar zij eventueel in de toekomst, zeg na 2030, woningbouw zouden willen. De resultaten zijn nog niet met ons 15
Beeldvormende Vergadering : 25 januari 2024 Realiseren van tijdelijke woningen voor starters, spoedzoekers, statushouders en ontheemden uit Oekraïne én het realiseren van opvangplekken voor vluchtelingen. gedeeld, dus daar is nog onzekerheid over. Op een schriftelijke vraag heb ik een antwoord gezien dat de middellange termijn 5 tot 10 jaar is. Mijn vraag: betekent dat dan dat de rafelranden, want daar praat ik dan over waar de mensen zich over hebben uitgesproken, feitelijk uitgesloten worden als zoeklocatie? In 2030 moet daar namelijk gewoon gebouwd worden. Dank u wel. DE HEER PRINS: Ik weet wat u bedoelt, dat is het omgevingsprogramma. Volgens mij hebben een heleboel mensen een plekje aangewezen en dat is online te vinden. De rafelranden: Bij de opdracht is in eerste instantie gezegd, binnen de rode contouren. Buiten de rode contouren liggen die rafelranden en daar hebben wij geen zoekopdracht. Wij focussen ons in eerste instantie binnen de rode contouren. De heer Diepeveen gaf net ook aan, dat de provincie wil meedenken buiten de rode contouren, maar alleen voor korte perioden. Tot 5 jaar, dan willen ze eventueel meedenken. Wij focussen ons binnen de rode contouren. DE HEER LUCAS (CDA): Voor de tweede keer heb ik ongeveer dezelfde vraag als de heer Vrakking. Het gaat over dat sommige kaders, zoals ze er nu in staan...Laten we zeggen, ze zijn allemaal vrij beperkend.
Hoe meer kaders je gaat opnemen, hoe kleiner het zoekgebied wordt. Bij bijvoorbeeld permanente bouw niet vertragen, zou ik denken, dan moet je dus juist bijvoorbeeld buiten de rode contouren zoeken. Dat heeft u echter net al beantwoord. Mijn vraag is: Het zou mooi zijn als u met locaties kunt komen, die aan alle randvoorwaarden voldoen, maar neemt u ook locaties in ogenschouw die op 90% positief scoren? Dat kan natuurlijk ons oordeel ook wel beïnvloeden; het is niet de meest ideale, maar als je kijkt naar de andere voordelen van die locatie, dan zou die locatie er wel mooi voor in aanmerking komen. Het is bedoeld om voor u het werk makkelijker te maken, hoor. DE HEER PRINS: Dank u wel, heel graag. Mee eens, als wij 90% score zouden hebben, dan is dat zeker een locatie die wij willen voorleggen in dit geval. Om eerlijk te zijn, we lopen niet over van de locaties in Soest. Anders hadden we overal, denk ik, al woningbouwopgaven. Het is voor ons ook echt een goede zoektocht. De toetsingskaders zijn natuurlijk een soort houvast, want we willen kwaliteit neerzetten en dat geven we mee. Als daaruit blijkt dat één van die toetsingskaders niet op een locatie van toepassing is, dan zullen wij met die kanttekening de locatie waarschijnlijk toch voorleggen. MEVROUW STERENBERG (VVD): Dank u wel.
U geeft zojuist aan in uw antwoord op een andere vraag dat de opvang van de vluchtelingen toch net een andere kwestie met de toetsingskaders is, omdat we daar het COA als medepartij hebben. Dat maakt de vraag echter toch alleen maar logischer, waarom je 2 keer hetzelfde toetsingskader hebt, terwijl het twee heel verschillende kwesties zijn. Zou je dan kunnen stellen dat je 2 losse problematieken nu op één hoop hebt gegooid en het daardoor voor ons nog onduidelijker wordt? DE HEER PRINS: Nee, de vraag ging over de vermenging van de doelgroepen. Daar was de vraag inzake de asielzoekers of je die kunt vermengen met de rest van de doelgroepen. Dat is een wat lastigere opgave, omdat je ook met de bedrijfsvoering van het COA te maken hebt en de andere doelgroepen zijn gemakkelijker te mengen. Daar ging het om. De toetsingskaders gaan voor een groot deel over de ruimtelijke invulling en de plaatsing in een omgeving. Dat zou voor een locatie voor asielzoekers of voor een locatie waar statushouders zitten, best allemaal gelijk kunnen zijn. MEVROUW STERENBERG (VVD): Wat is dan het concrete voordeel om deze 2 problematieken tegelijk op te pakken? VOORZITTER: Ik vind dit een politieke vraag, als ik eerlijk ben. Dit is geen technische vraag. Ik had meneer Paauw nog op het lijstje staan. DE HEER PAAUW (GGS): Dank u wel.
Eén van de toetsingscriteria geeft aan, wij kiezen voor kleinschalige locaties. Dan vraag me iedere keer af: wat zijn die kleinschalige locaties? Waar moet ik aan denken? DE HEER PRINS: Wat is kleinschalig? Wat is kleinschalig? Ik denk tot.. het is relatief. We praten niet over hele grote eenheden. Het zijn studiootjes, waar je over praat. Je praat over relatief kleine locaties. Eén van de locaties is bijvoorbeeld 24 eenheden en dat zijn één-, twee- en vierpersoonseenheden. Dat is relatief kleinschalig en dat kun je op een kleine oppervlakte realiseren zonder dat je enorm de hoogte in hoeft te gaan.
16
Beeldvormende Vergadering : 25 januari 2024 Realiseren van tijdelijke woningen voor starters, spoedzoekers, statushouders en ontheemden uit Oekraïne én het realiseren van opvangplekken voor vluchtelingen. DE HEER PAAUW (GGS): Dus 24 zegt u? DE HEER PRINS: Als voorbeeld, ja. Kleinschalig. Dat is kleinschalig. Qua opzet en qua volume is dat een kleinschalige opzet. DE HEER PAAUW (GGS): Dat zijn echter geen enorme appartementen. DE HEER PRINS: Nee, kleine appartementen. Kleine appartementjes zijn dat dan. DE HEER PAAUW (GGS): Ja, maar dan 24? DE HEER PRINS: Dat zou een voorbeeld zijn. Ja, klopt. VOORZITTER: De handen wapperen me om de oren, want ik zag meneer Stormbroek en daarna meneer Witlox. DE HEER STORMBROEK (POS): Dank u wel, voorzitter. Ik lees onder andere dat de rijksoverheid subsidie beschikbaar stelt voor tijdelijke woningen die richting Oekraïense vluchtelingen kunnen gaan en naar statushouders, maar dat ook een deel van deze woningen dan aan te bieden is aan die starters en mensen met een urgentieverklaring. Hoe verhouden die percentages zich ten opzichte van elkaar? Hoeveel van bijvoorbeeld 50 woningen zouden naar starters gaan? DE HEER PRINS: Ja, onder andere starters. Er zijn verschillende subsidievormen aanwezig. Het COA heeft een subsidievorm. Daar zitten ook weer verschillende randvoorwaarden aan.
Het zou bijvoorbeeld zijn dat van 50 eenheden of als het die 24 zouden zijn, 50% voor starters of spoedzoekers zou kunnen zijn in zo’n geval. Die 24 is trouwens het voorbeeld van het Rijksvastgoedbedrijf. Zij hebben een aantal van dat soort concepten en dat zijn over het algemeen combinaties van 24 eenheden. DE HEER WITLOX (PVDA): De vraag van meneer Vrakking triggerde mij en toen heb ik nog eens even gekeken in het stuk zelf. Dan staat dat korte termijn locaties maximaal 1,5 jaar is. Dan kom ik tot de volgende categorie. Dat is de locaties voor de middellange termijn en daar bedoelt u 10 tot 15 jaar mee. Daar zit nogal wat tussen. Tussen 1,5 jaar en 10 jaar zit wat tussen en dat is net, denk ik, de termijn waarop wij ook toekomstige woonlocaties willen gaan invullen. Zou u nog eens duidelijk de definiëring daarvan kunnen zeggen? Ik kan het even op zoeken, het staat op bladzijde 15 van het stuk. Anders heb ik namelijk niet meer voor ogen wat kort en wat middellange termijn is. Dan zou ik zeggen, kunnen wij dan straks zelf een afweging maken, waarbij we bij wijze van spreken 5 jaar nemen in ons eigen toetsingskader wat we nog aan gaan geven? Zou u over die termijnen nog wat kunnen zeggen? DE HEER PRINS: Ja, ik zat al even te kijken, maar ik heb het stuk. Die 1,5 jaar, dat zijn noodopvanglocaties. Wij gaan niet meer naar noodopvanglocaties.
Dat is echt korte termijn en denk daarbij aan een Alberts Dorp of Fletcher. We willen nu locaties voor een middellange termijn en dat is 5 tot 10 jaar. DE HEER WITLOX (PVDA): Mag ik, voorzitter? Dan staat het er niet goed, want er staat 10 tot 15 en daar schrik ik van. VOORZITTER: Dan zullen we die meenemen, denk ik, in de nadere toelichting. Als daar namelijk een onduidelijkheid is...Volgens mij is het antwoord van meneer Prins de bedoeling van het stuk, als ik het me goed herinner. Ik laat het even aan de wethouder om daar zo verder op in te gaan. DE HEER PRINS: Volgens mij zijn het verschillende invullingen. Ik kan dat nog wel even toelichten. 10 tot 15 jaar is voor tijdelijke huisvesting, dat is voor woonvormen. 1,5 jaar is voor noodopvang. De middellange termijn bijvoorbeeld voor asielopvang is 5 tot 10 jaar. Die termijnen komen inderdaad allemaal in dit stuk terug, maar dat zijn allemaal verschillende doelgroepen. Ik kan het straks nog even... DE HEER WITLOX (PVDA): Als ik daar een verduidelijking op kan krijgen. Dat helpt straks bij de beeldvorming. Dank u wel.
17
Beeldvormende Vergadering : 25 januari 2024 Realiseren van tijdelijke woningen voor starters, spoedzoekers, statushouders en ontheemden uit Oekraïne én het realiseren van opvangplekken voor vluchtelingen. DE HEER PRINS: Ik kijk even. MEVROUW STERENBERG (VVD): In aansluiting op de heer Witlox. Als wij het hebben over dat wij als raad aan zet zijn om het kader te kunnen concretiseren, dan zouden wij als raad de uitspraak kunnen doen: een tijdelijke woning is voor ons maximaal 5 jaar en daar wordt niet aan getornd. Dan zou dat overgenomen kunnen worden in het kader en dan is dat vanaf dan het kader in alle wegingen? VOORZITTER: Dat is een politieke vraag. Mevrouw Scholten, het gaat nu naar de politieke vragen. Daar kunt u volgens mij antwoord op formuleren en dan kunt u gelijk die vraag meenemen over wat het voordeel is van het samenvoegen. Die stond nog, die had ik in ieder geval genoteerd. U heeft ook nog recht op dat antwoord. WETHOUDER SCHOLTEN: Ja, dat kan. Daarbij zou ik u wel mee willen geven dat het financiële model behoorlijk onder druk komt te staan, waardoor je aan de andere kant dan dingen niet meer kunt behalen die wel nodig zijn. Dan kom ik bij de vraag, waarom in gezamenlijkheid oppakken. Dat begint met het draagvlak en zo begon ik ook mijn inleiding vanavond naar u. Wij zien een grotere opgave.
Wij zien ook dat onze starters en onze spoedzoekers woonruimte nodig hebben. Op het moment dat wij ons alleen gaan focussen op de vraag van asielzoekers en vluchtelingen, dan vinden wij dat de inwoners die momenteel in ons dorp al verblijven, maar bij moeder op de bank bijvoorbeeld, geen recht doen. Daarom hebben we gezegd, het moet in combinatie voor het vergroten van draagvlak, met oog voor de andere partijen en andere mensen die ook zo’n vraag hebben. Dank, voorzitter. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Dan heb ik in aansluiting daar ook nog een vraag over. Zou je dan niet kunnen zeggen, opvang eerst 5 jaar en dan die locatie ter beschikking stellen voor de middellange of de langere termijn voor nog eens 10 jaar opvang van een gemengde doelgroep? Als je zegt, dat het financieel uit moet kunnen, is het toch altijd logischer dat je het 15 jaar neerzet? DE HEER PRINS: Er zijn dus wel voorwaarden in de subsidiestromen die zo’n constructie mogelijk zouden maken. Dat je het een eerste periode voor bijvoorbeeld statushouders inzet en na die tijd ben je vrij om in te vullen met starters en spoedzoekers. Er zijn subsidiestromen die dat mogelijk maken en dat zou dus ook in een businesscase opgenomen kunnen worden. VOORZITTER: Ik kijk de kring nog een keertje rond, want ik heb de indruk dat de vragen aan het opdrogen zijn. Hoewel ik nu meneer Vrakking aan het uitdagen ben, zie ik, non-verbaal.
Meneer Vrakking, niet uitgedaagd, oké. Wethouder Scholten, nog een uitsmijter? Nee, ook niet? Dan denk ik dat wij door de vragen heen zijn. Nu kan ik mij voorstellen, eerlijk gezegd, dat u ook nog heel veel te verwerken heeft. Dat merk ik aan de vragen en er is ook heel veel gezegd. U kunt het terugkijken. Het is gestreamd, dus u kunt het terugkijken. Voelt u zich ook vooral vrij om de vragen die nog bij uw leven of die opnieuw opgeroepen zijn, alsnog via Teams te stellen. Teams gaat na vanavond open, dan kunt u daar...Even voor de publieke tribune: dat is het vragenforum wat voor de raad beschikbaar is om hun informatie te krijgen, zodat zij hun oordeel kunnen vormen. Dat gaat na vanavond open, dus voelt u zich vooral vrij om daar gebruik van te maken. We zullen in blokjes ook proberen de antwoorden te geven en anders kunt u altijd nog bij het college terecht, bij monde van wethouder Scholten om dingen te vragen. Ik wil ook nog voor de publieke tribune zeggen, dat we op 29 februari de avond voor de samenleving hebben, waarop de samenleving allerlei dingen kan meegeven voor u als gemeenteraad om te wegen. Dan gaan we uiteindelijk op 14 maart met elkaar spreken over uw oordeel over het plan. Ik zie dat ik iets vergeten ben, want ik hoor allemaal geroezemoes.
Wat ik ook nog erbij moet vermelden, is dat het inwonerspanel, wat de gemeente gebruikt, ook nog in de breedste van de gemeente Soest misschien in het verlengde van de vraag van D66 - gebruikt zal worden om in bredere zin te peilen wat er leeft. Dan wil ik tot slot, als u het goed vindt en anders doe ik het toch, meneer Diepeveen bedanken voor zijn 'verhaaste' komst. Hij heeft zich door allerlei files moeten worstelen om hier toch nog op tijd te zijn en vervolgens in ongelooflijke spoed een broodje naar binnen moeten knagen. Ik wil u bedanken voor uw doorzettingsvermogen en het feit dat u naar Soest wilde komen om allerlei dingen toe te lichten. Ik weet dat u altijd bereid bent om nog aanvullende vragen te beantwoorden. Dat kan via de wethouder naar het Kansenmakerteam. Namens de gemeenteraad: hartstikke bedankt voor uw inbreng en uw expertise. Dan wens ik iedereen een fijne voortzetting van deze avond. Ik dank u voor uw inbreng en ik wens u veel wijsheid toe bij het verder voorbereiden van deze discussie. Ik sluit deze vergadering.
18