Notulen Beeldvormende Vergadering Huisvesting
Tekst van het document
Beeldvormende Vergadering : 25 januari 2024 Realiseren van tijdelijke woningen voor starters, spoedzoekers, statushouders en ontheemden uit Oekraïne én het realiseren van opvangplekken voor vluchtelingen.
NOTULEN Voorzitter: dhr. R.T. Metz Griffier: mevr. M.A.C. van Esterik VOORZITTER: Goedenavond dames en heren van de gemeenteraad, pers, publieke tribune, ambtelijke tribune, toehoorders en toekijkers. Welkom op deze eerste openbare bijeenkomst van de gemeenteraad in 2024. Dit is een informatieavond van de raad. Dat is de eerste in een reeks. Vandaag hebben we een informatieavond voor de gemeenteraad. Ik ga daar zo verder op in. Op 29 februari gaan we over de onderwerpen, waar we het vanavond over hebben, de samenleving horen. Dan is de samenleving aan de beurt om de raad te vertellen hoe of wat ze willen meegeven. Op 14 maart gaat de raad oordeelsvormend, zoals dat in ons mooie jargon heet, over dit onderwerp spreken. Dat betekent dat ze met het college aan de slag gaan. Het is op basis van een basisdocument, wat is verspreid en wat ook op de website staat. Binnen dat basisdocument zijn een aantal kernbegrippen, we noemen dat een toetsingskader, en daar gaat de raad op 14 maart wat van vinden. Vandaag noemen we de aftrap van deze reeks. Bij een onderwerp wat zo complex is als dit, is het goed dat de raad zich ook echt inhoudelijk goed op de hoogte kan stellen, dus daarom doen we dat op deze manier. Het kan ook zijn dat er vanavond nog vragen zijn die niet direct beantwoord kunnen worden.
Dat kan liggen aan de complexiteit van de vraag of het nog ontbreken van duidelijkheid over het antwoord. Daar komen we dan op terug, want we willen de raad zo goed mogelijk informeren. Wij hebben voor de raad beschikbaar, vanuit het college en vanuit de ambtelijke organisatie...U had gevraagd om experts, dus die ga ik op u loslaten. In het midden zit de heer Diepeveen van het provinciale team, wat ons in de provincie vooruit helpt met het complexe vraagstuk wat er is. Hij gaat straks de aftrap doen. Rechts van hem, links voor de kijker, zit Alco Prins. Hij vervangt Margot van Staveren die helaas door tragische familieomstandigheden er vanavond niet kan zijn. Wees dus een beetje lief voor hem, want het is een invalbeurt, zal ik maar zeggen. De politiek verantwoordelijke is wethouder Scholten. Zij zit aan de rechterzijde van de heer Diepeveen. Mijn rol is vanavond de technisch voorzitter van de raad. De raadsleden weten dat. Ik zal proberen om de orde te bewaken. Dat zal ik zo goed en zo kwaad, als de raad me dat toestaat, doen zoals gebruikelijk. Dat gezegd hebbende, ga ik eerst het woord geven aan de heer Diepeveen. Ik ga hem vragen om...oh, mevrouw Scholten wil eerst aftrappen. Ik ben ook helemaal in de war. Ik heb dat niet zo op papier staan. Ja natuurlijk, de portefeuillehouder zelf. Neem me niet kwalijk. Eerst mevrouw Scholten en dan meneer Diepeveen.
Meneer Diepenveen gaat straks in het midden van de zaal staan, want dan hebben we wat meer contact met elkaar. Als anderen dat willen, hebben we ook nog een losse microfoon, want dit is gewoon een informatieavond. Mevrouw Scholten. WETHOUDER SCHOLTEN: Dank u wel, voorzitter. Je zult het maar zijn; je zit in Ter Apel en je hebt een briefje in je broekzaken daarop staat dat je in Nederland mag blijven, omdat jouw eigen land niet veilig is, maar er is geen plek waar je naartoe kunt. Je zult het maar zijn; dat je thuis door vreselijk nare omstandigheden absoluut onvoorzien ineens geen dak meer boven je hoofd hebt. Je zult het maar zijn; dat je in de sokken, die je oma voor je breidde, bij je vader en moeder op de bank zit, maar je bent inmiddels ruim 30. Je zult het maar zijn; met je koffertje en een tas om je nek, omdat je gevlucht bent en geen dak meer boven je hoofd hebt. Vraagstukken waar het college zich in verdiept heeft en heeft gezegd: in relatie tot de ruimte en tot het aanbod van woningen moet er iets gebeuren voor deze groepen: de starters, de statushouders, de spoedzoekers, de ontheemden uit Oekraïne en opvang van vluchtelingen. Daarom heeft het college besloten een programma-opdracht samen te stellen naar het ambtelijk apparaat toe om hiermee aan de slag te gaan.
Daar zijn toetsingskaders voor neergelegd, want wij willen dat zowel nieuwe inwoners van Soest als onze bestaande inwoners hier een fijne leefbare plek met elkaar kunnen hebben. Hoe kun je dat regelen? Niet alleen met de toetsingskaders, maar ook door kennis van de doelgroepen die gehuisvest moeten worden. Die kennis willen we graag met jullie delen, zodat jullie samen kunnen bepalen of er nog toevoegingen nodig zijn, of je vragen hebt, of er nog meer antwoorden nodig zijn dan die je nu kunt gebruiken om tot een besluit of nog meer vragen te komen. Voorzitter, dank u wel.
1
Beeldvormende Vergadering : 25 januari 2024 Realiseren van tijdelijke woningen voor starters, spoedzoekers, statushouders en ontheemden uit Oekraïne én het realiseren van opvangplekken voor vluchtelingen. VOORZITTER: Dank u wel, wethouder Scholten. Dan ga ik nu toch echt over naar meneer Diepeveen die u gaat meenemen in de wondere wereld, waar we mee leven. DE HEER DIEPEVEEN: Is het zo goed verstaanbaar? Ik ga hier staan, omdat ik u ook wil uitnodigen tot reactie. Vooral vragen stellen, want ik ben hier met name om feitelijke informatie te delen met u. Ik probeer een beetje rondjes te draaien, zodat ik iedereen een beetje kan aankijken. Het onderwerp asiel en migratie is niet weg te slaan van de schermen van de televisie. Het is ook niet weg te halen van de krantenkoppen. Het is helemaal in het middelpunt van de belangstelling. Het leeft landelijk, het leeft internationaal en het leeft ook lokaal. Mijn eerste kennismaking persoonlijk met dit onderwerp was eind 2015. Eind 2015 hadden we in Nederland en in West-Europa een hele hoge instroom van asielzoekers - hoger dan nu, veel hoger dan nu - en dat had te maken met de oorlog in Syrië. Vooral heel veel mensen uit Syrië kwamen onze kant op. Ik mocht toen als nieuwbakken wethouder van de gemeente Utrecht een plannetje, wat al min of meer klaar lag voor de wijk Overvecht, proberen ten uitvoer te brengen.
Dat was december 2015 / januari 2016. Ik weet niet of jullie je nog herinneren, maar er was toen de nieuwjaarsnacht van Aken of Keulen. Ze zijn niet op één dag gebouwd...Keulen was het. Daar waren vervelende dingen gebeurd en er was ook het idee, dat zijn migranten die zich daar slecht gedragen hebben. Dat werd ook breed uitgemeten. Het was op zichzelf natuurlijk slecht wat daar gebeurde, maar de gevolgen in de publieke opinie waren nog veel groter. We hadden volgens mij Geldermalsen en andere plekken in het land. Het was heftig en het was roerig. Ik kwam die avond in januari 2016 in Overvecht in een zaaltje en werd van tevoren door de politie geïnstrueerd: daar is de uitgang, want het kan er wel eens heet aan toe gaan en dan gaan we jou naar het station brengen - ik woonde namelijk toen nog in Amsterdam - en komt het allemaal goed en zorgen we voor jouw veiligheid. Het was inderdaad aan het eind van de avond nodig om op die manier weg te gaan. Welkom in Utrecht. Welkom in Utrecht, zo voelde het voor mij niet, maar helemaal niet voor de mensen waarvoor we opvang probeerden te regelen in Overvecht. Wat zeiden de mensen die avond tegen mij: "Meneer Diepeveen, u wilt asielzoekers opvangen, maar mijn kinderen staan al 10 jaar op de wachtlijst voor een woning". Iemand anders zei: "Jullie willen asielzoekers kansen geven in onze samenleving.
Ik sta al 20 jaar aan de kant, ik ben werkloos, ik heb niet de goede opleiding of niet de goede papieren en ik kom niet verder in deze samenleving". Wat hebben wij toen gezegd? De mensen zeiden er namelijk ook bij: "Wij zijn geen racisten, we zijn niet tegen asielzoekers, maar we vragen aandacht voor de problemen waarin wij zelf zitten". Overvecht Utrecht, velen van jullie kennen de wijk, is natuurlijk niet de meest florissante wijk. Het was dus ook een gewaagd stukje om daar een vluchtelingenopvang te vestigen. Toen hebben wij gezegd: "Beste mensen, wij hebben jullie goed gehoord. Wat gaan wij doen? Wij gaan niet 400 mensen opvangen in Overvecht, maar 300. De ruimte die we daarmee vrijspelen, gaan we benutten om jullie jongeren een tijdelijke woonplek te geven". Het werd een project van gemengd wonen: asielzoekers en Overvechtse jongeren. Wij hebben afspraken gemaakt met de Volksuniversiteit in Utrecht en met de universiteit dat zij in die ruimte voor de asielzoekers cursussen en trainingen gingen geven op het vlak van ondernemen hoe zet je nu een bedrijfje op - en op het vlak van Engels, Business Engels ook een beetje. De gedachte daarbij was, die cursussen en trainingen staan niet alleen open voor de vluchtelingen, maar de hele wijk is welkom.
Lang verhaal kort: 2 jaar later - want wij hadden beloofd, deze opvang is er voor 2 jaar - vroegen mensen aan ons: kan die opvang echt niet langer blijven? Dit was Plan Einstein. Zo is het gaan heten. Niet, omdat het zo slim bedacht was, maar omdat het aan de Einsteindreef was. Dat was Plan Einstein. Plan Einstein is het eerste project geweest in onze provincie Utrecht van wat wij nu zijn gaan noemen de Utrechtse Aanpak. De Utrechtse Aanpak heeft ook te maken met de openingswoorden van wethouder Scholten, namelijk in de zin van: als je iets wil doen voor asielzoekers, dan is het niet heel handig om een asielzoekerscentrum of een opvang helemaal apart te zetten van de samenleving. Bij wijze van spreken een hek eromheen of ver weg van het dorp of ver weg van de buitenwereld. Nee, de Utrechtse Aanpak staat voor om een goede lokale maatschappelijke inbedding te hebben. Een beetje, zoals wij toen in Plan Einstein deden met cursusruimte, trainingen, en concertjes; dingen die open zijn voor de buurt en voor de asielzoekers. Dingen, waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, zodat het landt in de lokale samenleving. Gemengd wonen is een ander belangrijk element in de Utrechtse Aanpak.
Niet alleen asielzoekers opvangen, maar gebruik dat moment om andere spoedzoekers in je samenleving, andere mensen die al jarenlang op de wachtlijst staan, ook een kans te geven op tijdelijk wonen op een plek en een dak boven hun hoofd. Een ander belangrijk element van de Utrechtse Aanpak is een maat en schaal van de opvang die past in de gemeente, in het dorp, in de stad of in de wijk. Regionale doorstroom is ook een element van die Utrechtse Aanpak, want regionale doorstroom betekent - zo hebben we het met elkaar bedacht - kom je in Utrecht, dan blijf je in Utrecht. Met Utrecht bedoelen we in dit geval de provincie. Namelijk de gedachte: als je wordt opgevangen ergens in de provincie Utrecht, dan is het ook wel zo mooi als je vervolgens als statushouder, als je 2
Beeldvormende Vergadering : 25 januari 2024 Realiseren van tijdelijke woningen voor starters, spoedzoekers, statushouders en ontheemden uit Oekraïne én het realiseren van opvangplekken voor vluchtelingen. mag blijven en je hebt een vergunning om te blijven, ook je woning kunt vinden in de nabijheid of in diezelfde gemeente of in een buurgemeente. Dat stimuleert mensen namelijk om al in een vroeg stadium 'voorinburgering' te doen, zoals we dat noemen, en om contacten te leggen, want ze blijven namelijk in de buurt. We weten allemaal met de huidige tekorten in de opvang dat het supermoeilijk is. Wij spreken het COA daar heel veel op aan vanuit ons provinciale team. Kansenmakerteam heet het, waar ik de leiding aan mag geven. Wij spreken het COA daar heel veel op aan, maar COA zegt: "Het is voor ons met de huidige krapte heel moeilijk te realiseren. Wij kunnen moeilijk voorkomen dat we mensen vaker laten verhuizen, dan we zelf zouden willen". We blijven er echter op hameren om het aantal verhuizingen zo min mogelijk te maken. Een ander onderdeel van de Utrechtse Aanpak is een stabiel leef- en leerklimaat voor kinderen en jongeren. Ik heb jongeren gesproken de afgelopen weken die al aan hun zevende school toe zijn in Nederland.
Willen we dat met zijn allen? Ik denk dat er ons heel veel aan gelegen moet zijn, zeker ook hier in Utrecht...We zien onszelf toch als een slimme provincie, met een hoop slimme mensen en met goede onderwijsfaciliteiten. We moeten dit soort situaties, waarin mensen zo vaak van school moeten veranderen, niet kunnen aarden en zich niet kunnen hechten aan de school en aan medeleerlingen zien te voorkomen met zijn allen. Intergemeentelijke samenwerking is ook super belangrijk. Dan schiet mij ook gelijk in het hoofd Soest, Zeist, Kamp van Zeist...Hoe werk je nu samen als gemeenten over de gemeentegrenzen heen? Die Utrechtse Aanpak is door onze Provinciale Regietafel, waar ook burgemeester Metz in zit en ik denk ook wethouder Scholten...Zij zitten allebei in die Provinciale Regietafel. Die Utrechtse Aanpak is de aanpak waar wij als Provinciale Regietafel voor gaan staan. Wij hebben dat met elkaar opgeschreven en zijn gaan onderhandelen met Erik van der Burg en zijn mensen en met mensen van COA om te kijken of we voor de provincie Utrecht ondersteuning kunnen krijgen voor die Utrechtse Aanpak. Dat moet uitmonden in een bestuurlijke afspraak. We zijn nu bijna zover om die voor te leggen aan de Provinciale Regietafel om te kijken of de afspraken die wij met Rijk en COA maken genoeg zijn om die Utrechtse Aanpak ook daadwerkelijk gestalte te geven. Intussen is er een Spreidingswet.
Die Spreidingswet doet hetzelfde wat wij in Utrecht al deden. In Utrecht zeiden we al tegen elkaar, we doen het samen en ieder levert zijn aandeel. Dat is heel belangrijk geweest in 'Plan Utrecht', waarmee we de onderhandelingen met Erik van der Burg zijn ingegaan voor het maken van bestuurlijke afspraken. We doen het samen en ieder levert zijn aandeel. Die Spreidingswet gaat uit van hetzelfde principe, namelijk een solidaire verdeling over Nederland. Niet alles laten doen door Groningen of Flevoland, die ook relatief veel doen. Nee, laten we het nu met zijn allen doen en ieder zijn aandeel laten leveren. Daarbij is het zo dat in het capaciteitsbesluit, wat Erik van der Burg waarschijnlijk dinsdag gaat nemen, een totaal aantal te realiseren opvangplekken voor Nederland wordt benoemd en daar worden per provincie totalen genoemd. Voor de provincie Utrecht komt een totaalcijfer van jullie moeten voor eind 2025, want het is een tweejarige cyclus die nu ingaat, zoveel plekken hebben gerealiseerd. Daar zit een indicatieve opgave bij voor gemeenten. Indicatief, dus dat wil zeggen, als je als gemeente in de pas wil lopen en een gelijk aandeel wil leveren naar de omvang van je bevolking en naar het welvaartsniveau, want dat is een tweede element dat in die Spreidingswet een rol speelt - dat is erin geamendeerd door de Tweede Kamer - dan zou je ongeveer op dit aantal moeten uitkomen.
Ik noemde al het punt van intergemeentelijke samenwerking en ook precies dat element zit in de wet. De wet zegt namelijk ook, als jij als gemeente ervoor kiest, bijvoorbeeld in afspraken binnen je eigen regio of binnen je eigen provincie, om meer opvangplekken te bieden, dan hoef je minder statushouders te huisvesten. Een voorbeeldje is de gemeente Utrechtse Heuvelrug met het AZC in Leersum. Een aantal jaren geleden heeft de gemeente Utrechtse Heuvelrug gezegd: "Wij vangen meer vluchtelingen op dan we zouden moeten doen als gemeente. Andere gemeenten in Utrecht, willen jullie van ons een aantal van die statushouders overpakken?" Dat is zo een vorm van intergemeentelijke samenwerking die ook heel goed past in de Spreidingswet. De praktische uitvoering van de Spreidingswet gaan we mee aan de slag. We gaan ook nog heel veel horen uit Den Haag, want de wet is er, maar er moeten ook nog allerlei uitvoeringsregelingen komen. Die komen de komende weken. We gaan in de Provinciale Regietafel daar verder over praten. Ik moet zeggen, ik merk nu al vanuit ons team dat gemeenten, kijkend naar wat er gebeurt met die wetgeving, al meer naar ons toe komen. Ze wisten ons toch al goed te vinden.
Soest wist ons te vinden en heel veel andere Utrechtse gemeenten, maar ook de gemeenten die tot nog toe een beetje dachten, Kansenmakerteam ik weet het niet of ik hoef niet zo nodig, pakken nu toch de telefoon en vragen: "Kom langs, want wij willen toch ook gaan kijken hoe wij een bijdrage gaan leveren". Wat dat betreft, de wettelijke verplichting werpt zijn schaduw vooruit. Ik ben ook blij dat we in Utrecht - en dat is echt anders dan in andere provincies -zo een team hebben, waar ik deel van uitmaak en waar ik leiding aan mag geven. Bij andere provincies zie je nu wel dat ze denken: Spreidingswet, er wordt wel heel veel van ons gevraagd, maar zijn we er klaar voor? Er wordt veel naar het voorbeeld van Utrecht gekeken. Utrecht heeft 3 jaar geleden al gezegd: "Wij gaan een 3
Beeldvormende Vergadering : 25 januari 2024 Realiseren van tijdelijke woningen voor starters, spoedzoekers, statushouders en ontheemden uit Oekraïne én het realiseren van opvangplekken voor vluchtelingen. team formeren dat al die 26 Utrechtse gemeenten ondersteunt in het vinden van oplossingen voor de asielketen". Dat is taak één, ondersteunen van gemeenten bij het bedenken wat een mooie vorm van opvang is. Denk aan die Utrechtse Aanpak. Denk aan het voorbeeld wat ik noemde van Plan Einstein. Wij doen locatiescans, wij doen haalbaarheidsonderzoeken en wij zijn...Dat is misschien nog wel één van de belangrijkste taken die wij doen. Gemeenten lopen vaak tegen dezelfde problemen aan. Problemen met COA als uitvoeringsorganisatie, omdat COA zijn eigen logica heeft en dat is niet altijd de logica van de gemeente. COA wil soms groots en meeslepend en heeft dan te weinig aandacht voor de lokale setting. Ik noemde het voorbeeld van die vele verhuisbewegingen. Dat zijn typisch van die onderwerpen waarbij die 26 gemeenten het Kansenmakerteam aanspreken en zeggen: "Kunnen jullie voor ons in gesprek met COA, want wij lopen voortdurend tegen dezelfde problemen aan; problemen van te weinig zorg- en te weinig onderwijsmogelijkheden". Ook daarvoor zijn wij als Kansenmakerteam. Jullie zullen misschien denken: Kansenmakerteam, wat een rare term.
Dat vond ik ook een beetje raar, maar er zit wel iets goeds in, denk ik. Het voorbeeld wat ik gaf, waar ik mijn praatje mee begon, van Overvecht een moeilijke wijk en toch proberen er wat van te maken. Luisteren naar de bewoners en een twist geven aan die vluchtelingenopvang, zodat het lokaal goed landt en uiteindelijk mensen na 2 jaar vragen of het niet kan blijven. Dan maak je toch van iets wat potentieel als probleem wordt ervaren een kans. Daarom is de naam misschien toch niet zo gek gekozen, want dat is in essentie wat wij proberen te doen. We zeggen dus ook: laten we met elkaar, in de hitte van politiek en alles wat er gebeurt in de media, toch proberen om iets wat bijzonder is in aanleg, vluchtelingenopvang, zo normaal mogelijk te maken door het zo goed mogelijk in te bedden in de lokale samenleving. Wij zijn ervoor om daarbij te helpen. VOORZITTER: Dank je wel, heer Diepeveen. Ik kan mij zomaar voorstellen, ik zou nog niet helemaal weglopen, dat er nog vragen zijn. Ik zie in ieder geval mevrouw Sterenberg van de VVD. MEVROUW STERENBERG (VVD): Als ik uw uitleg zo hoor over het Kansenteam en de afspraken die gemaakt zijn met de 26 gemeenten, in hoeverre heeft de Spreidingswet nog impact op Soest als de afspraken voor de Spreidingswet al zijn gemaakt met de 26 gemeenten qua verdeling? Daarin zijn we als gemeenteraden ook niet meegenomen om een akkoord te geven.
Wat verandert er? DE HEER DIEPEVEEN: De Utrechtse gemeenten hebben met elkaar gezegd, Spreidingswet of niet, we gaan wel uit van het principe iedereen doet mee en ieder levert zijn aandeel. We proberen dat eenieder op enige manier bijdraagt aan de totale problematiek. Of dat nu is in de vorm van minderjarige asielzoekers of extra huisvesting van statushouders of opvang. Iedereen doet dus mee. Die principes zijn door de Utrechtse gemeenten onderschreven in de PRT. Vervolgens zijn we er nog niet in geslaagd om de aantallen, waarvoor de provincie tot nog toe aan de lat staat, met elkaar te halen. We zijn een heel eind gekomen. We zitten nu op ruim 4.000 opvangplekken in de provincie Utrecht van de 4.700 / 4.800 waarvoor Utrecht wordt aangeslagen. Alleen houden wij er terdege rekening mee dat in het capaciteitsbesluit van Erik van der Burg van komende dinsdag waarschijnlijk dat het aantal van 4.800 verder omhoog gaat. Er was al een gat dicht te lopen, maar dat gat wordt waarschijnlijk nog groter. MEVROUW STERENBERG (VVD): Echter, die principes die zijn vastgelegd, daar waren we niet bij betrokken en dat blijft zo. DE HEER DIEPEVEEN: De Provinciale Regietafel heeft Hans Oosters, de commissaris van de Koning, en Sharon Dijksma, de voorzitter van de veiligheidsregio, op pad gestuurd om met Erik van der Burg afspraken te maken.
De Provinciale Regietafel heeft die Utrechtse aanpak meegegeven om met Van der Burg te kijken of we voor elkaar kunnen boksen om daar ook een beetje geld en ondersteuning voor te krijgen en dat zij dat onderschrijven, met name COA als uitvoeringsorganisatie. Het resultaat is er nog niet, maar is er bijna, dus wij verwachten binnenkort iets te kunnen voorleggen aan de Provinciale Regietafel. Er is dus nog geen besluit genomen, maar er is alleen een soort onderhandelingsinzet meegegeven. Dat is de status. MEVROUW STERENBERG (VVD): Dat gaat niet via de raden? Die mandatering is via de veiligheidsregio's en de Commissaris van de Koning gegaan? DE HEER DIEPEVEEN: Ik kijk ook even naar de burgemeester en de wethouder. Bij mijn weten zijn de raden in een toelichtende brief hierover geïnformeerd in mei 2023. Dat moeten we misschien even checken voor de zekerheid.
4
Beeldvormende Vergadering : 25 januari 2024 Realiseren van tijdelijke woningen voor starters, spoedzoekers, statushouders en ontheemden uit Oekraïne én het realiseren van opvangplekken voor vluchtelingen. VOORZITTER: Dat gaan we zeker checken. Dat pak ik vast op vanuit het college en daar komen we later nog bij u op terug. Ik zie in ieder geval meneer Groothuis van Soest2002 en daarna ga ik het rijtje af. DE HEER GROOTHUIS (SOEST2002): Ik hoor in uw verhaal, zodra een asielzoeker in Soest een status krijgt, dat ze ook in Soest gehuisvest moeten worden. Hoe reëel is dat? COA bepaalt toch waar een asielzoeker huisvesting krijgt? In hoeverre heb je daar als gemeente enige invloed op? Is het afdwingbaar? DE HEER DIEPEVEEN: Nee, het is niet afdwingbaar. We hebben ook gezegd, dit is onze inzet. Onze inzet is regionale doorstroom, dus zoveel mogelijk koppeling van statushouders die nog in een AZC of een andere vorm van opvang zitten, met gemeenten in de nabijheid, zodat die inburgering zo goed mogelijk en zo vroeg mogelijk kan beginnen met het perspectief dat je uiteindelijk uitstroomt in de regio. Dat kunnen we niet afdwingen, maar wij proberen met het Rijk en met COA afspraken te maken om dat zo goed mogelijk te laten verlopen. Ik heb erbij gezegd, het is in de huidige situatie van krapte van opvangplekken heel ingewikkeld.
Als door de Spreidingswet en nieuwe afspraken het aantal opvangplekken in Nederland gaat toenemen, dan wordt het makkelijker om die puzzel te leggen en om mensen al te plaatsen in de regio, waar ze uiteindelijk - als ze erkenning krijgen als vluchteling - hun woonplaats zullen vinden. DE HEER GROOTHUIS (SOEST2002): Via u, voorzitter. Dan zou je toch als plaatsingsbureau bericht moeten krijgen dat een asielzoeker status krijgt? Dat gebeurt volgens mij op dit moment niet. DE HEER DIEPEVEEN: Zodra een vluchteling status krijgt, treedt er een procedure in werking waardoor die statushouder gekoppeld wordt aan enige gemeente. Soms wordt er rekening gehouden met familie, soms wordt er rekening gehouden met bepaalde beroepen of mensen die bijvoorbeeld willen studeren aan een technische universiteit in Delft of Eindhoven. Dat soort zaken, daar wordt soms rekening mee gehouden, maar lang niet altijd. Wat ons betreft nog veel te weinig. Er zou veel meer koppeling moeten plaatsvinden op basis van goed kijken naar waar past deze persoon het beste. Over het algemeen is dat gewoon in de omgeving van de plek waar ze opvang hebben gehad. VOORZITTER: Ik ga het rijtje af. Ik kom bij meneer Vrakking. Anderen hadden al eerder een hand opgestoken, maar ik ga het rijtje af. Meneer Vrakking, u heeft het woord. DE HEER VRAKKING (SOEST2002): Dank u wel.
U zei net dat de 26 gemeenten de afspraken die gemaakt zijn binnen dat Utrechtse plan onderschrijven. Toevallig las ik van de week dat 11 gemeenten geen opvang doen voor asielzoekers. Hoe is dat te rijmen? DE HEER DIEPEVEEN: De gemeenten die tot nog toe geen opvang hebben gedaan van asielzoekers in de provincie Utrecht hebben daar verschillende redenen voor. Dat is in elke gemeente net weer even anders, maar die benadrukken over het algemeen wel - neem bijvoorbeeld de gemeente als Woudenberg of Renswoude, hier in de buurt. Zij zeggen: "Ik wil niet te boek staan als weigergemeente -etikettenplakkerij moeten we denk ik ook niet doen met zijn allen - want wij vangen bij bijvoorbeeld verhoudingsgewijs heel veel mensen uit Oekraïne op, de Oekraïense ontheemden". Zij zeggen: "Geef ons nu ook waardering voor dat we dat doen". Dat doen wij natuurlijk, dat vinden wij ook goed. Het is maatschappelijk ook een gegeven dat we Oekraïense ontheemden hebben die een plek zoeken in de Nederlandse samenleving, in ieder geval tijdelijk. Het plaatje is dus iets gemengder dan dat. Je hebt ook gemeenten die extra veel doen op de huisvesting van statushouders. Kijk, elke gemeente doet wel wat. Het zal ook in de toekomst waarschijnlijk niet zo zijn dat al die 26 gemeenten precies hun indicatieve opgave volgens de Spreidingswet gaan halen.
Waarschijnlijk zit er toch een soort uitwisseling en verevening in. De ene gemeente doet wat meer aan dit en de andere gemeente wat meer aan dat. Daar kunnen Oekraïners bij betrokken worden en daar kan de huisvesting van statushouders bij betrokken worden, zolang je maar op provinciaal niveau die totale opgave wel haalt. DE HEER VRAKKING (SOEST2002): Dat was mijn vervolgvraag, want als je dat niet haalt, hoe kan je gemeenten dan dwingen? Of bestaat die dwang niet? DE HEER DIEPEVEEN: Er is nog een hele weg te gaan. De komende negen maanden is het de bedoeling, in het kader van de Spreidingswet. Voor 1 november moet er een plannetje liggen van al die 26 Utrechtse gemeenten gezamenlijk, met de handtekening van de commissaris van de 5
Beeldvormende Vergadering : 25 januari 2024 Realiseren van tijdelijke woningen voor starters, spoedzoekers, statushouders en ontheemden uit Oekraïne én het realiseren van opvangplekken voor vluchtelingen. Koning, waarin Utrecht laat zien hoe ze die totaal aantal aan Utrecht toebedachte plekken gaat realiseren. Zeist zoveel, Soest zoveel en Leusden zoveel. Ik noem maar wat. Als dat sluitend en genoeg is, dan zal de staatssecretaris zeggen: "Dank u wel, Utrecht, dat is mooi". Dan hebben we dat en dan gaan we dat realiseren met elkaar. Als het te weinig is, komt er een nieuwe opdracht aan de provincie. Dan komt de staatssecretaris op bezoek en komt de bestuurders vermanend toespreken. Er is dus nog een aantal stappen te zetten tot uiteindelijk in de wet ook voorzien is dat er van de kant van de staatssecretaris een aanwijzing kan komen, een 'indeplaatsstelling' heet dat officieel in bestuurlijke termen, van het gemeentebestuur dat niets of te weinig zou doen. Het moet allemaal nog gaan blijken. We hebben er nog geen ervaring mee, maar dat is wel het wettelijk instrumentarium uiteindelijk. Of en hoe daar gebruik van wordt gemaakt, dat moeten we afwachten. VOORZITTER: Dank u wel. Meneer Lucas had ik gezien met een handje. DE HEER LUCAS (CDA): Ja, één vraag en die lijkt op de vraag die de heer Vrakking heeft gesteld.
Die ging vooral over in welke mate er dan toch weer terug wordt gekeken naar de gemeenten die zich bereidwillig hebben verklaard. Een andere vraag gaat over de grootte van de opvang. Mijn beeld is altijd geweest dat het COA tot nog toe heeft gekeken naar grote plekken of in ieder geval plekken met grote aantallen. Mijn beeld is nu dat er veel meer gezocht wordt, ook als je het hebt over de Spreidingswet, naar veel plekken voor kleinere aantallen. Klopt dit en welke mogelijkheden geeft dit in het zoekproces van gemeenten? DE HEER DIEPEVEEN: Het klopt, de tendens was al toch bij het COA om een beetje af te stappen van die hele grote AZC's en naar wat kleinschaliger toe te werken. De Spreidingswet zal daar een verdere stimulans aan geven. Als je namelijk een indicatieve opgave hebt als relatief kleine gemeente van een beperkt aantal, enkele tientallen noem maar wat, en je zou daarin kunnen en willen voorzien in goede samenspraak met COA, dan kom je dus uit op kleinschaligheid. Dan kom je uit op de maat en schaal die past in die gemeente. Het COA zal verder die kant op moeten gaan bewegen. VOORZITTER: Dank u wel. Ik geloof dat wethouder Scholten nog een kleine aanvulling heeft op het weekbericht. WETHOUDER SCHOLTEN: Dank u wel, voorzitter. Voor de mensen die vanavond op de bank nog even door iBabs willen.
Op 17 mei vorig jaar is er in een weekbericht melding gedaan over het plan van Utrecht. VOORZITTER: De griffier zal het in het weekbericht van deze maand opnemen. Blijft u rustig staan, meneer Diepeveen, want er komen nog meer vragen. Ik zie in ieder geval meneer Stormbroek van de fractie POS, politieke Partij Ons Soesterberg. Ik probeer de afkorting te verklaren voor meneer Diepeveen. DE HEER STORMBROEK (POS): Ik ben heel dankbaar voor uw uitleg hierover voor meneer Diepeveen. Wij zijn natuurlijk met name geïnteresseerd in wat het Utrechtse plan van aanpak voor Soest en Soesterberg betekent. De gemeente Soest heeft zich volgens mij coöperatief opgesteld. We hebben nu de Spreidingswet. In hoeverre wordt binnen die Spreidingswet rekening gehouden met de aantallen die we al opnemen in Soest en wat zou dat kunnen betekenen? Zou dat kunnen betekenen dat wij bijvoorbeeld helemaal niets extra's hoeven te doen? DE HEER DIEPEVEEN: Bij het bepalen in het capaciteitsbesluit van de opgave per provincie wordt geen rekening gehouden met tot nog toe geleverde opvangplekken. Dat is anders dan in de huidige situatie. Want in de huidige situatie is de situatie die we hebben, want het staat nog niet in de Staatsblad, maar het komt erin...Dat is anders dan de huidige situatie, want daar was reeds gerealiseerde plekken wel één van de criteria. Wat wel blijft, is het criterium inwonertal.
Je ziet dat provincies met een groot inwonertal...Zuid-Holland is natuurlijk de grootste en dat heeft ook invloed op de totale opgave die de provincie Zuid-Holland krijgt. Een tweede element wat een rol speelt bij het vaststellen van het capaciteitsbesluit en het toebedelen van de opgave aan provincies is het welstands-of welvaartsniveau. Ik noemde al dat dit erin is gekomen door amendering in de Tweede Kamer. Dat betekent waarschijnlijk voor een provincie als Utrecht, een welvarende provincie - waar we met zijn allen heel blij mee zijn en soms ook wel trots op zijn - wel dat dit een opwaartse druk zal geven op de totale opgave voor Utrecht. Hoe en in welke mate durf ik niet te zeggen, maar het lijkt die kant op te gaan. 6
Beeldvormende Vergadering : 25 januari 2024 Realiseren van tijdelijke woningen voor starters, spoedzoekers, statushouders en ontheemden uit Oekraïne én het realiseren van opvangplekken voor vluchtelingen. DE HEER STORMBROEK (POS): Met het risico dat het een beetje technisch is. In de Spreidingswet staat iets als een sociaal-economische score, SES-WOA, en dat dit een indicator is waarop de Spreidingswet gaat toetsen of er asielzoekers kunnen komen. Wij leiden daaruit af, dat Soest het best goed doet in vergelijking met andere gemeenten. Zou dat kunnen betekenen dat andere gemeenten eerder aan de beurt zijn om hun bijdrage te leven aan het asielzoekersvraagstuk in vergelijking met Soest? DE HEER DIEPEVEEN: Die vraag begrijp ik niet. DE HEER STORMBROEK (POS): Soest doet het goed, de anderen doen het minder, plat gezegd. DE HEER DIEPEVEEN: In welke zin? DE HEER STORMBROEK (POS): Volgens de SES-WOA-score. DE HEER DIEPEVEEN: Oh, Soest heeft een hoge score. DE HEER STORMBROEK (POS): Soest heeft een hoge score in vergelijking met bijvoorbeeld Bunschoten en Eemnes et cetera. Kijkt men dan binnen de Spreidingswet en het Utrechtse plan van aanpak eerder naar bijvoorbeeld Eemnes dan naar Soest? DE HEER DIEPEVEEN: Als dat op die manier zou werken, zou men eerder naar Soest kijken.
De gedachte die daarachter zit is juist dat diegene die een hoge score heeft, meer draagkracht heeft en beter een plek kan geven. Een rijke gemeente, dat was natuurlijk het idee in de Tweede Kamer, zou wat meer moeten doen dan een arme gemeente. Om spraakverwarring te voorkomen, Soest is relatief welvarend. Alleen wat er in het capaciteitsbesluit komt te staan, is voor zover ik weet niet een verdeling per gemeente op basis van die SES-WOA-score, maar alleen op het niveau van de provincie. Op het niveau van de provincie wordt gekeken naar welvaartsniveau, maar dat wordt bij mijn weten - maar houd me ten goede - in de indicatieve opgave per gemeente niet doorvertaald naar gemeenten. Voor het totaal van Utrecht betekent het dat we meer moeten doen. Er wordt echter niet binnen Utrecht gezegd, in uw voorbeeld, Soest is wat rijker dan Bunschoten. Ik weet niet of dat zo is, hoor. Volgens mij doet de vis het altijd goed bij wijze van spreken. Dat wordt dus bij mijn weten niet doorvertaald naar gemeentelijke indicatieve opgaven. DE HEER PAAUW (GGS): Voorzitter, dank u wel. Ik wil nog even terug. Uw hele mooie betoog gaf een stuk helderheid, met name over de Utrechtse Aanpak. U gaf helemaal in het begin al aan dat je moet kijken naar de wijk en wat past in de wijk. Nu praten we vanavond natuurlijk over 2 categorieën; vluchtelingenopvang en statushouders.
Wat is de ervaring? Zijn daar richtlijnen voor of zijn er manieren waarop je naar zo’n wijk moet kijken? DE HEER DIEPEVEEN: Ik heb dat gezegd in relatie tot de maat en de schaal. Dat je dus kijkt of het enigszins in verhouding staat. In een kleiner dorp of een kleinere kern of een kleinere wijk is het wellicht, als je kijkt naar die maat en schaal, verstandig om daarbij aan te sluiten. Niet een vorm van een asielzoekersopvang die heel dominant wordt. Daarbij is het natuurlijk heel moeilijk aan te geven, waar die grens ligt en in welke ratio of welke verhouding. Dat zul je elke keer lokaal moeten bekijken. DE HEER PAAUW (GGS): Dat is in wezen wat je dus als raad mee kunt geven aan het college? Waar ze naar moeten kijken, aantallen of vierkante meters? DE HEER DIEPEVEEN: Ja, als jullie als raad zouden zeggen, wij vinden dat in die Utrechtse Aanpak een aantal goede elementen zitten - misschien vinden jullie het allemaal wel goede elementen dan zou je dat in zo een afwegingskader - of hoe jullie dat precies noemen - kunnen meegeven en kunnen zeggen: "Joh, kijk nu bij die opvang ook goed naar de maat en schaal en of die passend is in Soest of... DE HEER PAAUW (GGS): Daar moet je dus 2 trajecten hebben. Dat is de vluchtelingenopvang, maar ook de statushouders die in een later stadium komen.
DE HEER DIEPEVEEN: Alleen is natuurlijk de ervaring over het algemeen dat als statushouders een woning zoeken, dat ze aangewezen zijn op een sociale huurwoning. Sociale huurwoningen zijn niet altijd heel evenwichtig gespreid over de kern of het dorp. Dat is iets waar je in samenspraak met 7
Beeldvormende Vergadering : 25 januari 2024 Realiseren van tijdelijke woningen voor starters, spoedzoekers, statushouders en ontheemden uit Oekraïne én het realiseren van opvangplekken voor vluchtelingen. de woningcorporatie goed naar moet kijken. Dat is altijd zo. Wat voor mix in je bevolking wil je en hoe wil je die wijk opbouwen? Het is altijd verstandig om daar goed met elkaar over te spreken en goed naar te kijken. VOORZITTER: Wij noemen het toetsingskader, maar what's in the name. Ik ga kijken. Ik zie mevrouw Flinterman en daarna mevrouw...oh, sorry meneer Paul sla ik over. Achter u nog meneer Diepeveen. DE HEER PAUL (GGS): In het kader van de vorige vraag. We hebben het telkens over mensen en aantallen mensen vooral en de sociale opvang. Echter, die fysieke kant van de opvang, de tijdelijke woningen, in hoeverre ziet u daar een rol voor het 'Goedekanscomité 'en de Provinciale Tafel? VOORZITTER: Die houden we erin, het 'Goedekanscomité'. DE HEER DIEPEVEEN: Ja, het Goedekanscomité. Zeker, ook. Wij hebben in ons team ook mensen die een beetje verstand hebben van stedenbouw en van architectuur. Zij kunnen zeker meedenken over wat is nu een mooie of goede vormgeving, maar ook over een goed programma, want daar gaat het natuurlijk nog veel meer om, en wat voor functies. We zijn bijvoorbeeld in Houten bezig en dat heeft ook veel publiciteit gehaald.
Daar is een combinatie van vluchtelingenopvang, Houtense spoedzoekers - onder andere jongeren - en ook een aantal maatschappelijke organisaties. De Voedselbank onder andere en de Krachtfabriek, die heel veel doen aan training en scholing van mensen in praktische beroepen. Dat komt zowel ten goede aan Houtense jongeren, met name, als aan asielzoekers waarschijnlijk. Dat zijn mooie programmatische invullingen, waarbij je zorgt voor een soort levendige plek, waar mensen uit Houten ook reden hebben naartoe te gaan. VOORZITTER: Dan ga ik nu over naar de fractie van D66. Eerst mevrouw Flinterman en dan mevrouw Welschen. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag. U had het over de Utrechtse Aanpak en zei dat daar al vanaf 2016 ervaring is om dat te bedenken en op te bouwen. Als we het hebben over die gemengde doelgroep die dan in de tijdelijke huisvesting zou gaan komen, volgens het plan wat er nu ligt, aan wat voor bandbreedte moet ik denken qua kleinschaligheid? Dat zijn natuurlijk toch doelgroepen die meer aandacht nodig hebben, als je het op sociaal gebied bekijkt. De statushouders, maar ook starters en spoedzoekers zijn ook vaak mensen die gebruik maken van voorzieningen en ondersteuning.
Wat is kleinschalig in dit verband? DE HEER DIEPEVEEN: Dat heb ik net ook beantwoord, dat hangt natuurlijk erg af van de lokale situatie, wat is nog wel en wat is niet meer kleinschalig. Wat heel erg van belang is, in het voorbeeld wat u noemt, is dat zeker meer kwetsbare doelgroepen - en dan heb ik het niet per se over vluchtelingen, maar bijvoorbeeld ook mensen die uitstromen uit de maatschappelijke opvang of beschermd wonen of jongeren die uit een jeugdinternaat komen - over het algemeen in dit type woonvormen er heel erg baat bij hebben, dat ook mensen die deze achtergrond niet hebben, deel uitmaken van zo’n community of van zo’n woongemeenschap. Dat noemen we het 'fenomeen van de steunende en de leunende bewoners'. Daarvan zien we in den lande - en er is in de provincie Utrecht en ook in de stad Utrecht heel veel ervaring mee en ook veel studie naar gedaan, onder andere door de Hogeschool Utrecht -bevestigd dat dit soort concepten met gemengd wonen enorm versterkend werkt voor beide kanten, zowel op de meer kwetsbare bewoner als op de bewoner die steun geeft en dat zijn vaak jonge mensen.
Ook onder jonge mensen, die niet die achtergrond hebben van maatschappelijke opvang, is vaak toch een kwetsbaarheid -zeker ook na de COVIDepidemie is een enorme toename van de vereenzaming - en zij kunnen een zinvolle rol vervullen in zo een wooncommunity door wat steun te geven aan anderen. Dat geeft een enorme impuls aan mensen. Sterker nog, ik heb zelf in Utrecht meegemaakt dat mensen zeiden: "Na een tijdje wisten we eigenlijk niet meer wie de leuners en wie de steuners waren". In zo’n woongemeenschap loopt het door elkaar heen en dat werkt over het algemeen erg goed. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Heel mooi 'leuners en steuners'. Ik las ook de term 'vragers en dragers', dat is ook een hele mooie. Echter, het is natuurlijk een wijkje op zich en mijn vraag is: zit er een bovengrens aan hoe groot zo een wijkje kan zijn? Het is natuurlijk geen dwarsdoorsnede van de Nederlandse bevolking, maar heeft relatief veel ondersteuning nodig. Of zegt u, dat hangt ook weer af van de wijk of de omgeving, waarin het zit?
8
Beeldvormende Vergadering : 25 januari 2024 Realiseren van tijdelijke woningen voor starters, spoedzoekers, statushouders en ontheemden uit Oekraïne én het realiseren van opvangplekken voor vluchtelingen. DE HEER DIEPEVEEN: Dat is misschien het makkelijke, maar ook wel het terechte antwoord. Je kunt natuurlijk ook wel denken aan vormen, waarin je...Hoeveel mensen kun je goed leren kennen in je eigen woonomgeving? Daar zit een maximum aan, want op een gegeven moment ben je verzadigd en denk je, niet weer nieuwe buren. Men zegt dat je met een aantal van ongeveer 25 tot 30 redelijkerwijs goed burencontact kunt onderhouden. Je kunt binnen dit soort concepten natuurlijk ook denken aan, binnen een groter geheel, een aantal min of meer zelfstandige units die zich baseren op zo een aantal van 25 tot 30. Ik noem maar wat. Er wordt wel gewerkt met het principe van 'gangmakers'. Gangmaker kennen we uit de wielrennerij, maar dat is ook in sociale experimenten een gangbare term. Mensen nemen een soort verantwoordelijkheid voor hun gang of hun afdeling. Er is heel veel ervaring op dit gebied, die je bijvoorbeeld ook via ons team kunt aanboren bij het bedenken van hoe ga ik het precies vorm geven. MEVROUW WELSCHEN (D66): Dank u wel. Bedankt voor de toelichting. Ik heb een vraag, die lijkt op die van de heer Vrakking, maar met net een andere nuance.
Toen duidelijk werd dat de Eerste Kamer met de Spreidingswet zou instemmen, zag je overal de kaartjes met de rode en witte gemeenten. U gaf zelf aan, dat het genuanceerder ligt. Als ik het goed heb begrepen, richt uw team zich vooral op het opvangen van asielzoekers. Is het helpend als...Het is natuurlijk een keten, niet voor niets. Het zijn mensen die het land binnenkomen, die mogelijk een status krijgen en statushouder worden en dan ook geplaatst moeten worden. Is die onderlinge solidariteit wel inzichtelijk? Uw antwoord was, het hangt een beetje af van wat Woudenberg doet en dan doet Leusden dat. Is het ook inzichtelijk, als de ene gemeente meer asielzoekers opneemt en de andere meer statushouders? Is die keten, dus die keten van solidariteit, inzichtelijk? DE HEER DIEPEVEEN: De keten van solidariteit, dat is een hele mooie. Dat is inzichtelijk. We hebben sinds kort een monitor en die is ook publiek toegankelijk. Daar kan iedereen kennis van nemen. Een monitor die laat zien wat gemeenten doen. Wat gemeenten doen op het vlak van A&V, van asielopvang en noodopvang. Al die dingen worden uitgesplitst en zo is inzichtelijk per Utrechtse gemeente welke aantallen gehaald worden. Monitor... Zullen we afspreken dat we dat even nasturen? Dat zullen we even opzoeken. Even met een linkje, zodat iedereen dat kan aanboren. DE HEER DIJKHUIZEN (CU-SGP): Voorzitter, dank u wel.
Meneer Diepeveen, mij bekruipt tijdens uw presentatie en ook wel een beetje tijdens de beantwoording van allerlei vragen, de vraag: in hoeverre hebben gemeenteraden nu nog iets te zeggen over dit onderwerp? We praten de komende weken over kaders en kaderstellingen, maar in welke mate is het nu echt zo dat de raad erover gaat? Stel, dat wij een heel nauw kader zouden maken. Stel, dat we zouden zeggen, voor de schaal van Soest vinden wij - ik noem maar even fictief – 100 is genoeg. Zou het dan zomaar kunnen zijn dat u met uw Provinciale Tafel en uw groepjes zegt: "Ja, dat is leuk, maar wij gaan er toch veel meer neerzetten". Ik vraag concreet: wat is de invloed die wij als raden, en dat is ook al in andere vragen min of meer aan de orde gekomen want u schetst namelijk ook een heel mooi beeld dat we in de Utrechtse gemeenten allemaal onze rol nemen en onze verantwoordelijkheid willen nemen, maar de cijfers die ik daarop nalees die zeggen wat anders. Ik vraag mij af, in welke mate zijn de gemeenteraden hier nu nog echt aan zet of is het meer dat u ons bijpraat over wat er gebeurt en dat we straks van u horen wat er in Soest moet gaan gebeuren? DE HEER DIEPEVEEN: In zijn algemeenheid hebben de raden natuurlijk bevoegdheden. Volgens mij zijn jullie hier onderweg om met elkaar het college van burgemeester en wethouders een toetsingskader mee te geven, dus daar gaat u zelf over.
U kunt zelf bepalen wat daarin komt te staan en hoe dat eruitziet. Het kan ook zijn, dat hangt natuurlijk erg af van de concrete invulling, dat een bestemmingsplan- of een omgevingsplanwijziging nodig is. Dat is niet de bevoegdheid van het college, maar bevoegdheid van de raad, dus dat kan aan de orde komen. Alleen, het eerlijke verhaal is natuurlijk ook dat met de komst van de Spreidingswet gemeenteraden zich daar toe moeten verhouden. Gemeenteraden zullen moeten nadenken over... Misschien kijken verschillende raadsleden daar verschillend naar, dat zal ongetwijfeld zo zijn. Je bent ook raadslid om van dingen iets te vinden en om met elkaar het debat daarover te voeren. Tegelijkertijd is de wet een realiteit en zullen raden toch ook moeten kijken van naar wat wordt er van onze gemeente gevraagd en kunnen we in het licht van die wet onze bijdrage leveren, in welke vorm dan ook. DE HEER DIJKHUIZEN (CU-SGP): Ik begrijp helemaal wat u zegt, maar uw antwoord is me niet SMART genoeg. Nee, want ik wil echt van uw vragen...Het aanbod, wat bij wijze spreken uit het land komt, wat verspreid moet worden over Nederland kan zo groot zijn dat die schaal voor Soest...Als de raad van Soest zegt, die schaal is ons veel te groot, dat past niet...U gaf in de 9
Beeldvormende Vergadering : 25 januari 2024 Realiseren van tijdelijke woningen voor starters, spoedzoekers, statushouders en ontheemden uit Oekraïne én het realiseren van opvangplekken voor vluchtelingen. beantwoording aan meneer Paauw ook aan dat het moet passen bij de schaal en de maat. Stel nu dat wij als raad Van Soest zeggen: "Dit past niet bij de schaal en maat, dit is veel te veel". Ik wil graag van u horen, houdt u daar dan rekening mee of gaat u daar overheen? U kunt dat heel simpel beantwoorden. DE HEER DIEPEVEEN: U schrijft mij iets toe, wat ik niet kan doen. Ik ben adviseur, ondersteuner en ambtenaar. Ik ben niet een politiek bestuurder. Wij bereiden dingen voor, wij helpen, wij ondersteunen, wij monitoren en wij rapporteren. Al die dingen doen wij, maar wat wij niet doen, is besluiten nemen. Dat is aan het gemeentebestuur, aan u als raad, aan uw college, aan de Provinciale Regietafel en dat is aan de staatssecretaris die van zijn bevoegdheden in de wet gebruik kan maken. Dat zijn allemaal politieke bestuurders, maar dat ben ik niet. Het is dus veel meer aan u dan aan mij. MEVROUW STERENBERG (VVD): Daarop aansluitend, iets waar ik dan wel heel erg mee worstel. Wij hebben de vraag gesteld, hoe toetsbaar de toetsingskaders zijn. Wij kregen als reactie dat het een terechte vraag was, omdat het geen harde wetenschap is en dat ze ook niet SMART zijn geformuleerd.
Als je dat dan aanhaakt op wat de heer Dijkhuizen aangeeft, dan hebben we straks toetsingskaders vastgesteld, maar die zeggen eigenlijk niet zoveel. Dan kom je dus weer terug bij hebben we dan wel daadwerkelijk impact? DE HEER DIEPEVEEN: Ik weet niet of ik de persoon ben om hier met u in gesprek te gaan over toetsingskaders. Nee...Dat denk ik niet. VOORZITTER: Volgens mij ben ik hier om...Dit is meer een politieke vraag, zou ik haast zeggen. Het past niet helemaal bij de informatiebijeenkomst. Wellicht heeft wethouder Scholten daar straks nog een toelichting op, want terecht... DE HEER STORMBROEK (POS): Mag ik proberen om de heer Dijkhuizen bij te vallen en de vraag iets concreter neerleggen? VOORZITTER: Het hangt er vanaf wat u wil vragen? U mag niet van meneer Diepeveen vragen om politieke uitspraken te doen. DE HEER STORMBROEK (POS): Ik denk dat het geen politieke uitspraak is, want het is een feitelijke vraag.
Als volgens de Spreidingswet een opdracht bij Soest komt van u moet 600 mensen huisvesten, kunnen wij dan als raad zeggen: nee wij willen geen 600, maar 300? Zijn wij dan alsnog gewoon een verlengd uitvoeringsorgaan van de Spreidingswet? Zijn wij een uitvoeringsorgaan dat de Spreidingswet moet uitvoeren en kaders meegeeft aan het college van waar gaan we dat doen en op wat voor manier? DE HEER DIEPEVEEN: Ik heb al gezegd, de taakstelling komt te liggen bij de provincie. Elke gemeente krijgt een indicatieve opgave. Dat is dus een indicatie; hier zit het en willen wij als provincie Utrecht in zijn totaliteit het aantal plekken leveren, wat volgens het capaciteitsbesluit, volgend uit de Spreidingswet volgens staatssecretaris Van der Burg nodig is, dan zou dat voor Soest als indicatie deze aantallen betekenen. Dat is het. Vervolgens gaat Soest zeggen, wij leveren zoveel. Dat zegt u met het college in goede samenspraak. Dat gaan we bij elkaar optellen op het provinciehuis in Utrecht. Dat doen wij, wij tellen op. Dan zeggen we: we zouden hier moeten komen en we zitten hier, dus er zit nog een gat. Dan zal de Commissaris van de Koning zijn rol pakken als rijksheer, want dat is een beetje de verlengde arm van Erik van der Burg in onze provincie. Hij gaat dan, denk ik, vooral naar de gemeenten, die vergeleken bij hun indicatieve opgave daar behoorlijk onder zitten.
Dat zou Soest kunnen zijn, maar dat zou ook zomaar een andere gemeente of een aantal andere gemeenten kunnen zijn. Hij gaat dan proberen bij die gemeenten om dat gat nog een stukje te dichten. Als aan het eind van de dag dat ook niet lukt - dat kan, hè, dat het niet lukt - dan gaat Hans Oosters terug naar Erik van der Burg en zegt: "Beste Erik, ik heb heel erg mijn best gedaan. Ik ben in Soest geweest, in Bunschoten en in Eemnes en het is mij gelukt. Het gat is minder, maar er is nog wel een gat". Dan gaat Erik van der Burg nadenken met zijn ambtenaren en misschien ook nog wel in gesprek met de Tweede Kamer over hoe ga je de wettelijke bevoegdheden benutten of niet benutten. Daarna gaat Erik van der Burg mogelijk zeggen: "Ik geef gemeente X of gemeente Y nu een aanwijzing in de vorm van een indeplaatsstelling en ik treed in de plaats van het gemeentebestuur, want die krijgt het niet voor elkaar en ik zeg dit". Duidelijker kan ik het niet uitleggen. We moeten nog ervaring opdoen met de wet. 10
Beeldvormende Vergadering : 25 januari 2024 Realiseren van tijdelijke woningen voor starters, spoedzoekers, statushouders en ontheemden uit Oekraïne én het realiseren van opvangplekken voor vluchtelingen. VOORZITTER: Het is nog terra incognito, onbekend terrein, waarin we ons bewegen. Goed, zijn er nog meer vragen aan de heer Diepeveen? Als dat niet het geval is? Ja, ik zie meneer Witlox nog van de Partij van de Arbeid en meneer Vrakking. Ik zou graag aan de politiek willen vragen om ruimte te geven aan de collega's die vragen hebben. Meneer Witlox. DE HEER WITLOX (PVDA): Dank u wel, voorzitter. Ik zit me de hele tijd af te vragen, wat betekent dit nu voor Soest. Als ik die Utrechtse Aanpak van u zo zie en u zegt daar in gemengde groepen, dus statushouders maar ook spoedzoekers en vluchtelingen, een maat en een schaal die passend is en regionale doorstroom. Eigenlijk, zegt u ook lokale doorstroom daarmee, want dan heb je dat netwerk bij de hand. Spreiding over wijken en dorpen. U zei ook in het begin van uw betoog, het zijn er nu 4.000 en het worden er 4.700, maar ik verwacht nog meer. Dan zit ik even snel te rekenen. Dan denk ik: 5% van de bevolking, dus pakweg 250 voor Soest. Wat u net ook zei tegen mevrouw Flinterman: een ideale groep, niet te groot en niet te klein, is zo’n 25. Dan vraagt het van ons om zo’n 10 locaties. Dan heb ik daar een beeld bij.
Als u zegt, dat klopt helemaal niet wat u nu zegt, zeg het dan maar meteen. Dan zal de projectgroep op zoek moeten naar 10 locaties die geschikt zijn. Dan heb ik daar een beeld bij. Dan zijn het niet de omvangen die we eerder hoorden, zoals bijvoorbeeld in Soesterberg waar twee-, drie-of vierhonderd mensen worden opgevangen, maar dan gaat het om aanmerkelijk minder. Als ik dat beeld heb, dan weet ik een beetje waar ik de komende weken mij op moet focussen, als de inbreng van de samenleving komt en ook onze eigen gedachten erover kunnen worden geformuleerd. Zit ik er ver naast, als ik dat beeld heb? DE HEER DIEPEVEEN: Ja. Ik zal uitleggen waarom, want ik ben blij dat u deze vraag stelt. Ik heb tegen mevrouw Flinterman proberen te zeggen, maar misschien was ik niet duidelijk, dat om te doen aan gemeenschapsvorming -en dat kan in concepten van gemengd wonen enorm goed werken voor alle bewoners en het kan ook vooral de kwetsbaren helpen om een plek te vinden- is een eenheid van 25 tot 30 ongeveer een goede schaalgrootte. Dat wil echter niet zeggen dat je binnen één opvang niet bijvoorbeeld 4 of 5 van die eenheden kunt hebben. Dat kan heel goed, mits je dan een gang of een paviljoen of een etage hebt, waarvan je zegt: jongens, dit zijn mijn directe buren en dit is mijn woongemeenschap. Dat hoeft dus niet te betekenen dat je dat allemaal fysiek apart van elkaar organiseert.
Dat kan, maar dat hoeft niet. DE HEER WITLOX (PVDA): Mag ik dan een vervolgvraag stellen, want mijn beeld is gelukkig nu toch wel wat duidelijker. De combinatie van statushouders en vluchtelingen, die een beetje in het verlengde van elkaar liggen en ook in de nabijheid zouden kunnen liggen, vereist eigenlijk dat je wijken hebt, dat was een opmerking van collega Paauw; er zijn natuurlijk wijken die nauwelijks sociale huurwoningen hebben, dus waar je de statushouders niet kunt opvangen, omdat die woningen er niet zijn. Het impliceert dat de vluchtelingen dan, als je een evenredige spreiding zou willen hebben, in de andere wijken worden opgevangen. Dat matcht echter weer niet met dat je ze zo dicht mogelijk in elkaars verlengde zou willen hebben. Kunt u me helpen met het beeld wat ik nu schets? DE HEER DIEPEVEEN: Wat u schetst, meneer Witlox, is nog steeds binnen een gemeente of zelfs binnen een kern of een dorp. Wat wij met de Utrechtse Aanpak beogen, is om een doorgaande lijn te hebben van opvang naar huisvesting. Als de opvanglocatie in wijk A is en de huisvesting in wijk B, dan noemen wij dat nog steeds een doorgaande lijn die het heel goed mogelijk maakt voor mensen om vroegtijdig, terwijl ze in de opvang zitten, al te integreren en te doen aan inburgering. VOORZITTER: Dat is volgens mij een duidelijk antwoord.
Ik geloof meneer Vrakking en daarna meneer Baks en dan zou ik deze ronde willen afsluiten, als u het goed vindt. Tenzij er iets heel dringends is, want ik ben vandaag ongelooflijk soepel. Meneer Vrakking. DE HEER VRAKKING (SOEST2002): Dank u wel. We hebben het steeds over een aantal personen, maar die personen moeten wel ergens geplaatst worden en daar moet de gemeente dan voor zorgen. Stel dat de plekken er niet zijn voor de aantallen, die worden toegewezen, binnen de bebouwde kom, want dat is het toetsingskader waar B&W zich aan houdt, kan de provincie dan besluiten om eventueel opvanglocaties buiten de bebouwde kom te verplichten? DE HEER DIEPEVEEN: Ze kunnen het niet verplichten, maar de provincie zou het wel mogelijk kunnen maken. De provincie heeft het ruimtelijk instrumentarium, zeker waar het gaat om buitenstedelijk of buiten de kernen bouwen, buiten de rode contour. De provincie kan wel zeggen, onder omstandigheden: terwijl wij in zijn algemeenheid het niet toejuichen als er gebouwd wordt in het landelijk gebied, zou dat voor een bepaalde functie misschien gedurende enige tijd wel kunnen. 11
Beeldvormende Vergadering : 25 januari 2024 Realiseren van tijdelijke woningen voor starters, spoedzoekers, statushouders en ontheemden uit Oekraïne én het realiseren van opvangplekken voor vluchtelingen. DE HEER BAKS (BURGERBELANGEN): Dank u wel, voorzitter. Meneer Diepeveen, wat in mijn hoofd nog meespeelt, is het volgende. Wij zijn vanavond een begin aan het maken voor een toetsingskader. Nu komt straks, na volgende week, de capaciteitsopgave van de staatssecretaris naar de provincie. Die regietafel heeft, veronderstel ik, ook een eigen toetsingskader of afwegingssystematiek. Als ons toetsingskader totaal afwijkt van het toetsingskader van de regietafel, dan komen we nergens. Is het dan niet verstandig, dat wij hier ook kennis kunnen nemen van het toetsingskader wat de regietafel hanteert om plaatsen toe te wijzen per gemeente? DE HEER DIEPEVEEN: De provinciale regietafel hanteert geen toetsingskader, dus dat komt ook niet in concurrentie. Ik denk dat de Provinciale Regietafel zich heel bewust is van wat aan de gemeente is en dat is om zelf een toetsingskader vast te stellen. De Provinciale Regietafel zal daar niet in treden. De Provinciale Regietafel stemt wel met elkaar af en stimuleert de bestuurders die bij elkaar zitten om te werken volgens het principe: iedereen doet wat en we gaan samen proberen dat resultaat voor Utrecht te boeken.
Er is echter geen toetsingskader op PRT-niveau. VOORZITTER: Heel goed. Nog een laatste vraag bij deze of gene? Oh, ik zie er nog twee boven komen. Daar geef ik het woord eerst aan meneer De Ruijter van GroenLinks. De allerlaatste is dan voor meneer Stormbroek en dan gaan we naar de volgende spreker. DE HEER DE RUIJTER (GL): Dank, voorzitter. We hebben al een wettelijke taak op het gebied van het opvangen van statushouders. Met de Spreidingswet krijgen we er een wettelijke taak bij voor de opvang van asielzoekers, even simpel gezegd. We hebben in Utrecht de ambitie om dat kleinschalig te doen en in de nabijheid van veel voorzieningen en daar dus ook veel op in te zetten. Komt daar ook geld voor? DE HEER DIEPEVEEN: Wij zijn, zoals ik al aangaf, al best een tijdje in gesprek met Erik van der Burg en zijn mensen en met Milo Schoenmaker van het COA en zijn mensen. Als de voortekenen niet bedriegen, komt er wat geld. Niet zoveel als wij willen, maar wel echt geld dat kan helpen om juist die lokale inbedding van vluchtelingenopvang goed te laten verlopen en daar net even wat extra dingen te kunnen doen. Het wordt binnenkort bekend. VOORZITTER: Dank u wel. Dan de laatste, meneer Stormbroek. DE HEER STORMBROEK (POS): Dank u wel. Toch nog even een expliciete vraag.
In hoeverre telt het Kamp van Zeist mee voor de asielzoekers bijdrage van de gemeente Soest? DE HEER DIEPEVEEN: Ik heb het voorbeeld net al eventjes genoemd in mijn verhaaltje, omdat ik weet dat er gesprekken gaande zijn tussen het college van Soest en het college van Zeist over Kamp van Zeist. Dat ligt tegen de gemeentegrens aan en is ook wel betrokken op de kern Soesterberg. Er zijn gesprekken over om dat voor Soest te laten meetellen. Ik denk dat de burgemeester het beste de stand van zaken kent. Ik weet eerlijk gezegd niet precies waar we nu staan. Ik weet dat erover gesproken is en wordt. VOORZITTER: De burgemeester is vanavond technisch voorzitter, dus hij gaat het antwoord zeker niet geven. In de technische vragen is de vraag al ongeveer geformuleerd. Als u dat niet specifiek genoeg vindt, kunnen we in Teams daar nog iets specifieker over zijn. Nu heb ik toch een soort antwoord gegeven. Ik dank u zeer, meneer Diepeveen, voor deze vragenronde van een goed uur. Ik wil meneer Prins, die vanuit ons programmateam betrokken is en invalt voor mevrouw Van Staveren, het woord geven. U heeft het woord. DE HEER PRINS: Ik doe het even zo, want ik heb nog niet zo’n mooi microfoontje. Mijn naam is Alco Prins. Ik ben de projectleider van de ontwikkellocaties. Ik val onder Margo van Staveren, de programmamanager van de opgave.
Wij hebben een opdracht gekregen en die kan ik als volgt formuleren: het college geeft de opdracht om tijdelijke huisvesting te realiseren voor starters, spoedzoekers, statushouders en ontheemden uit Oekraïne en om opvangplekken te realiseren voor vluchtelingen. De toetsingskaders, waar we het over hebben en waar de heer Baks ook over sprak, hebben betrekking op de locatiezoektocht. Toetsingskaders gaan over de invulling van de verschillende locaties. Dat wil ik even duidelijk maken. VOORZITTER: Meneer Prins, u krijgt de afstandsbediening voor de presentatie. Ik had het vermoeden dat u die wilde gebruiken.