CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

Kaderbrief 2022 en voorjaarsnota_2021.pdf

Besluitvormende Raadsvergadering 7 juli 2021, gemeente SoestBij agendapunt: Kaderbrief 2022 en Voorjaarsnota 202120.546 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Kaderbrief 2022 /

Voorjaarsnota 2021

Postbus 2000 3760 CA Soest Bezoekadres Telefax Telefoon Internet E-mail

1

Raadhuisplein 1 (035) 609 36 89 (035) 609 34 11 www.soest.nl postbus2000@soest.nl

GEINTEGREERDE KADERBRIEF 2022/VOORJAARSNOTA 201 Bestuurlijke inleiding Hoofdstuk 1

Kaderbrief 2022 1.1 1.2 1.3 1.3.1 1.3.2 1.3.3 1.4 1.5 1.6

Hoofdstuk 2

Voorjaarsnota 2021 2.1 2.2 2.3

Hoofdstuk 3

Werken aan een doorstart na corona Vizier op wonen Sociaal domein, de energietransitie en de Omgevingswet: Rijk over de brug? Sociaal domein Energietransitie De Omgevingswet Bouwen en wonen mogelijk maken Kapitaalgoederen en meerjarig investeringsplan Tussen kaderbrief en begroting – uitwerking en (financiële) uitgangspunten

Rapportage corona Rapportage per programma Technische wijzigingsvoorstellen

Financieel meerjarenperspectief 2021-2025

Bijlagen 1. 2. 3.

Overzicht lopende woonontwikkelprojecten Achtergronden onbalans opgaven en ambtelijke capaciteit Integrale rapportage grote projecten

2

Bestuurlijke inleiding

Corona als gamechanger We zijn inmiddels in het laatste jaar van deze raadsperiode beland. In een normale periode tijd om de balans op te maken. Hoever zijn we met de uitvoering van coalitieakkoord? Zijn er wellicht onderwerpen waar we nog niet aan toe zijn gekomen (en dus een plek moeten krijgen in het overdrachtsdossier)? En hoe ver zijn we met het proces ‘basis op orde’, dat we al in de vorige raadsperiode zijn gestart? Hierbij beogen een realistisch zicht te krijgen op onze toekomstige werkelijkheid, zodat we in staat zijn nu de juiste maatregelen te treffen. Ook hier zorgt corona echter voor een ander draaiboek. Onze aandacht is al vanaf maart vorig jaar in belangrijke mate gefocust op de coronacrisis en de bestrijding van de gevolgen ervan. Meer dan ooit beseffen we het maatschappelijk belang van een gezonde en weerbare samenleving en de rol die een lokale overheid hierin kan spelen. Corona is in veel opzichten een gamechanger gebleken. Geïntegreerde kaderbrief en voorjaarsnota De impact van de coronacrisis heeft ons ertoe gebracht om net als vorig jaar te kiezen voor een kaderbrief in plaats van een kadernota. Daar komt nog bij de voortdurende onzekerheden rond de gemeentelijke financiën in samenhang met de totstandkoming van een nieuw regeerakkoord en het gegeven dat op 16 maart 2022 een nieuwe gemeenteraad wordt verkozen.

Ook hebben we ervoor gekozen om de kaderbrief en de voorjaarsnota u in één document aan te bieden. Dit hebben we gedaan met het oog op de beoogde samenhang tussen de voorliggende thema’s. In de kaderbrief 2022 (hoofdstuk 1) laten we drie sporen terugkomen: • Werken aan een doorstart na corona • Verder werken aan de speerpunten uit het coalitieakkoord • Verder werken om de basis op orde te brengen In de voorjaarsnota 2021 (hoofdstuk 2) leggen we u een voorstel voor om een budget te voteren voor een taskforce woningbouw. De aanleiding en toelichting treft u aan in paragraaf 1.4 van de kaderbrief. In de voorjaarsnota gaan we nader in op de coronamaatregelen die we voor de korte termijn nemen en hoe we de ontvangen middelen van het Rijk hierbij inzetten. Daarnaast gaan we in op de voorziene afwijkingen voor het lopende jaar. Voor de ‘grote projecten’ reiken we u een integrale voortgangsrapportage aan (bijlage 3). In hoofdstuk 3 gaan we in op het financieel meerjarenperspectief. Hierbij merken we op dat er nog steeds bijzonder veel financiële onzekerheden zijn. Van essentieel belang zullen de uitkomsten van het nieuwe regeerakkoord zijn.

We verwachten dat dan meer duidelijkheid zal worden gegeven over een aantal grote financiële kwesties, zoals de herverdeling van het Gemeentefonds, de middelen voor het sociaal domein, de uitvoering van het Klimaatakkoord en de invoering van de Omgevingswet. Voor de jeugdzorg zien we dat het Rijk de eerste stappen inmiddels heeft gezet.

3

Hoofdstuk 1

De kaderbrief 2022

We hebben de kaderbrief 2022 als volgt opgebouwd: 1.1 1.2 1.3 1.3.1 1.3.2 1.3.3 1.4 1.5 1.6

Werken aan een doorstart na corona Vizier op wonen Sociaal domein, de energietransitie en de Omgevingswet: Rijk over de brug Sociaal domein Energietransitie De Omgevingswet Bouwen en wonen mogelijk maken Kapitaalgoederen en meerjarig investeringsplan Tussen kaderbrief en begroting – uitwerking en (financiële) uitgangspunten

1.1

Werken aan een doorstart na corona

De coronacrisis, die ons land nu al meer dan een jaar in de greep houdt, raakt iedereen. In de persoonlijke gezondheid of die van familieleden, op school, het werk, de zorg, sport, cultuur, de sociale leefomgeving. De langdurige lockdowns – ongekend voor het naoorlogse Nederland – hebben heel veel gevraagd van onze psychische, economische en maatschappelijke weerbaarheid. Bert Wagendorp, we hebben hem al vaker geciteerd, stelde in de Volkskrant van 31 december 2020 dat 2020 vooral ‘een kanteljaar’ was, ‘waarin ontwikkelingen in gang zijn gezet die na het virus niet plotseling zullen stoppen’. Direct zichtbare voorbeelden zijn de versnelde digitalisering, de toename van het thuiswerken en het online winkelen. Maar 2020 liet ons ook zien hoe belangrijk het is om een nabije overheid te zijn die van betekenis is voor haar inwoners en ondernemers. Een gemeente die oog heeft voor wat er speelt in de samenleving, die een podium biedt en gesprekspartner wil zijn. 2020 liet ons zien hoe belangrijk het is te beschikken over sociale verbanden. 2020 liet ons zien hoe belangrijk het is te beschikken over een woning, zekerheid, werk en inkomen. Dit zijn uiteraard geen nieuwe thema’s. Ook vóór corona waren deze onderwerpen al aan de orde. De coronacrisis heeft echter wel onze inzichten aangescherpt en verdiept.

Met deze ‘coronalessen’ willen we ook kijken naar 2022, het jaar waarop deze kaderbrief zich richt. Vanaf de uitbraak van de coronacrisis dempen we de direct nadelige gevolgen van de crisis met de ondersteunende maatregelen. Naast de uitvoering van inkomensondersteunende maatregelen noemen we de brede impuls voor de cultuursector, de huurcompensatie voor de sportsector en de meer flankerende maatregelen, zoals het terrassenbeleid. Ook hebben we de in de begroting opgenomen taakstellingen voor een deel getemporiseerd (cultuur, sport). In uw vergadering van 29 april 2021 heeft uw raad een afwegingskader vastgesteld, dat verder richting geeft voor de aanpak van de gevolgen voor de korte termijn en voor de (middel)lange termijn. Voor de inzet van de gelden hanteren wij niet alleen het criterium dat de acute nood wordt gelenigd, maar ook dat voorstellen bijdragen aan toekomstbestendigheid. Voor de (middel)lange termijn wordt de impact op een aantal beleidsvelden nader in beeld gebracht. In hoofdstuk 2 treft u onze rapportage over de inzet van de middelen aan. We zullen ons voortdurend de vraag moeten stellen of deze maatregelen voldoende zijn, zeker voor de langere termijn.

Hoe weerbaar is onze samenleving en hoe veerkrachtig onze economie? Welke kwetsbaarheden die al eerder aan de orde waren in onze samenleving, zijn door de crisis versterkt? Dit vergt van ons als nabije overheid in elk geval dat we voortdurend in gesprek blijven met onze inwoners en ondernemers. En dat we maatregelen nemen als de samenleving daarom vraagt, uiteraard

4

voor zover deze passend zijn binnen onze bevoegdheden en verantwoordelijkheden als gemeentelijke overheid. Als we op de afgelopen periode terugkijken, kunnen we vaststellen we dat we ons op veel terreinen hebben ingezet om de negatieve impact van de coronacrisis uit te stellen en directe nood te lenigen. In samenhang met de inzet van andere overheden lijkt dit relatief succesvol. Voor een voor Soest essentiële maatschappelijke opgave lukt ons dat echter nog niet voldoende: de woningbouw. Onze inwoners, uw raad en ondernemers vragen al langere tijd om meer gemeentelijk actie, die we echter niet op het gewenste niveau kunnen leveren: de wachtlijsten voor aanvragen rondom bouwen en wonen lopen steeds verder op. Ook in Soest ervaren we hierin de negatieve spiraal die ook landelijk is gesignaleerd 1. Dit terwijl deze maatschappelijke opgave niet op zichzelf staat en in de afgelopen jaren alleen maar groter is geworden. We verwachten dat dit de komende jaren niet anders zal zijn. Investeren2 in bouwen en wonen is naar onze overtuiging niet alleen een cruciale opgave voor de komende periode, maar bovendien een essentiële bouwsteen om sterker uit de coronacrisis te komen. Wij vermijden hierbij bewust het woord ‘herstel’. Herstel impliceert immers dat we teruggaan naar een situatie die er was.

Corona zou dan kunnen worden gezien als een even hinderlijke als ingrijpende onderbreking van ons leven die we zo snel mogelijk moeten zien te vergeten. Wij spreken echter liever van een ‘doorstart’ na corona, waarbij we niet teruggaan naar de oude normaal, maar vooruit naar een bétere normaal. En wij zien investeren in bouwen en wonen hiervoor als een vliegwiel. Wij willen ons vizier daarom nog meer gaan richten op ‘wonen’. Door te investeren in wonen zorgen we voor nieuwe impulsen aan de lokale en regionale economie (werkgelegenheid, koopkracht). Hiermee creëren we kansen om het lokale voorzieningenniveau verder te versterken. Tegelijkertijd nemen we de uitdaging aan om Soest en Soesterberg verder te verduurzamen. Versterking van de ruimtelijke kwaliteit, energieneutraliteit, klimaatadaptief, natuurinclusief en circulaire economie zijn hierbij sleutelwoorden. Tijdens de raadsinformatieavond van 15 april jl. over het ‘ontwikkelvermogen’ van Soest zijn deze spinoffeffecten al aan de orde geweest. En vanuit het adagium ‘mensen maken ons dorp’ is bouwen voor ons niet alleen ‘stenen stapelen’, maar ook: vormgeven aan een inclusief Soest en Soesterberg. Door het investeren in stenen ook te koppelen de sociale agenda. Dat laatste in het besef dat corona de al bestaande sociale vraagstukken heeft versterkt. Eén daarvan is toenemende maatschappelijke ongelijkheid.

De VNG noemt dit in de in mei dit jaar uitgebrachte notitie ‘Sociaal sterker de crisis uit’ naast kansengelijkheid, veerkracht, eigenaarschap en sociale samenhang. Thema’s die een plek zullen krijgen in de in 2022 te herijken strategische agenda. Door het investeren in stenen te koppelen aan investeren in mensen bouwen wij duurzaam aan een inclusieve gemeente. Ook in 2022: duurzaam en daadkrachtig verder De speerpunten uit het coalitieakkoord – woningbouw, energietransitie, het sociaal domein en de ontwikkeling van het Dalweggebied - zullen naar onze stellige overtuiging ook in 2022 onverminderd actueel blijven. De coronacrisis heeft de urgentie nog eens onderstreept en versterkt. Ook zullen we het al in de vorige raadsperiode ingezette proces om de basis op orde te brengen verder vervolgen. Hierbij beogen we een realistisch zicht te krijgen op onze toekomstige werkelijkheid, zodat we tijdig in staat zijn de juiste maatregelen te treffen. In deze kaderbrief belichten we in dit kader twee belangrijke thema’s: onze kapitaalgoederen (conform onze toezegging uit de begroting 2020) en de toerusting van onze ambtelijke organisatie. Ook gaan we in op Omgevingswet, die inmiddels opnieuw met een halfjaar is uitgesteld, nu tot 1 juli 2022, de energietransitie en het sociaal domein.

Zie ook de VNG-publicatie Het kraakt en het piept in het fysiek domein. Onderzoek naar de uitvoeringskracht van gemeenten in het fysieke domein 2 We gebruiken de term ‘investeren’ in dit document in brede zin: ook als de gemeente optreedt in haar faciliterende rol en de feitelijke investeringen aan derden laat. 1

5

1.2

Vizier op wonen

In de vorige paragraaf hebben we uiteengezet dat we investeren in wonen niet alleen als hoog geprioriteerde maatschappelijke opgave zien, maar ook als katalysator om uit de coronacrisis te komen. Ook hebben we aangegeven dat het ook in Soest ‘kraakt en piept’ in het fysiek domein. Graag lichten we dit nader toe. Woningbouwopgave Op dit moment lopen al veel projecten die een bijdrage leveren aan de woonopgave. Denk aan de projecten in Soesterberg zoals Oude Tempel, Dorpshart, Dorpsplein, Vliegbasis, Portaal Soesterberg en Infrastructuur Soesterberg. En in Soest zijn we gestart met de visievorming ten aanzien van het Dalweggebied en het project de Meent-Willemshoeve, Orlando en het gemeentewerfterrein. De dynamiek in woningbouw is echter veel groter dan alleen deze voor u bekende en grote projecten. In het volgende kader is de totaliteit aan woningbouwprojecten binnen de gemeente in beeld gebracht (situatie per april 2021): van 1 woning tot 500 woningen en van hard vastgelegd in een bestemmingsplan tot plannen die net in vooroverleg zijn. Het zegt dus ook weinig over de woningen die uiteindelijk gerealiseerd worden, maar het laat wel zien dat er veel woningbouwkansen in de gemeente zijn en dat er veel plannen ter beoordeling voorliggen bij de gemeente.

Ter informatie hebben we in bijlage 1 een kort resumé opgenomen van een aantal lopende projecten, waarvan veel projecten in deze periode gestart zijn. Verderop in deze paragraaf gaan we nader in op de projecten Soesterberg-Noord en Dalweg.

Soest 54 projecten, netto plancapaciteit ca. 1.250 woningen 26 projecten onder 10 woningen => 66 woningen 8 projecten 50 woningen of meer => ca. 900 woningen 1 grote herstructurering, sloop 100, nieuwbouw 180 woningen 7 gemeentelijke locaties Soesterberg 26 projecten, netto plancapaciteit ca. 1700 woningen 7 projecten onder 10 woningen => 24 woningen 10 projecten 50 woningen of meer => ca. 1550 woningen 1 grote herstructurering, sloop 280, nieuwbouw 380 woningen 2 gemeentelijke locaties, 1 provinciale locatie Zorgwoningen 6 projecten, ruim 300 onzelfstandige woningen

Naast het toenemend aantal plannen in de afgelopen jaren is ook de complexiteit van de beoordeling van deze plannen bepalend voor de slagkracht die wij hebben in het fysieke domein. Die complexiteit is in aantal projecten hoog, ook omdat we in onze gemeente met name inzetten op binnenstedelijke ontwikkelingen. Inzet op bouwen en wonen om doorstart mogelijk te maken Graag maken we aan de hand van twee concrete voorbeelden inzichtelijk hoe de beschreven spin-off van woningbouw een bijdrage kan leveren aan andere maatschappelijke opgaven.

6

Soesterberg In Soesterberg liggen volop mogelijkheden om woningen toe te voegen en ontwikkelingen aan elkaar te verbinden. Juist door het integraal beschouwen van de veelal al lopende projecten en bestaande maatschappelijke opgaven. Het vlot trekken van Soesterberg-Noord is een belangrijke eerste stap om deze kansen te kunnen realiseren. Zoals bekend heeft kamer 1 al een verkleuring ondergaan: het bedrijventerrein is verkleurd naar woningbouw. Deze verkleuring is gerealiseerd door een jarenlange ambtelijke inzet. Ook in kamer 2 en 3 is het mogelijk om deze verkleuring te laten plaatsvinden, maar alleen in samenhang en verbinding met een aantal andere ontwikkelingen, zoals de ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein om de bedrijven te verplaatsen en de verplaatsing van de Postiljon (zodat daar een nieuwe inbreilocatie ontstaat). Dit laat zien dat het inzetten op de ontwikkeling in kamer 2 en 3 ook het oppakken van andere opgaven en het benutten van kansen voor Soesterberg mogelijk maakt. En het betekent dat we ook actief zullen moeten participeren in opgaven die Defensie heeft. Het toekomstbeeld dat we voor ons zien is integrale gebiedsontwikkeling in optima forma: ● een aaneengesloten woongebied van Soesterberg-Noord, Sortie 16 en woonwijk Vliegbasis, aangesloten op het dorp via de verdiepte ligging.

● een modern aaneengesloten bedrijventerrein aan de Richelleweg dat ruimte biedt voor de verplaatsing van bedrijven die nu in kamer 2 en 3 gevestigd zijn; ● maatschappelijke opgaven zijn opgepakt en geborgd door een gebiedsgerichte aanpak; denk hierbij aan cultuurhistorie, klimaatadaptatie, infrastructuur, natuurbescherming en woningbouw. De financiële mogelijkheden om deze ontwikkelingen mogelijk te maken zullen worden uitgewerkt in een grondexploitatie. Dit is de gespecificeerde begroting van de grondkosten en opbrengsten die aan de gebiedsontwikkeling verbonden zijn. Het laat zien welke financiële gevolgen er aan het voorgestelde gebiedsontwikkelingstraject verbonden zijn en bepaalt voor een belangrijk deel de kaders.

Het Dalweggebied De gemeenteraad heeft op 17 december 2020 de gebiedsvisie Dalweg en de bijbehorende grondexploitatie vastgesteld. In de visie voor het Dalweggebied is een aantal kernwaarden bepalend voor de kwaliteit van het gebied, te weten: landschap en groen, samenleving centraal (ontmoeten, verbinden, levendigheid) en een toekomstbestendig leefklimaat (duurzaamheid, inclusief en gelijkwaardigheid, verkeer). Het is onze bedoeling om het Dalweggebied de komende jaren te transformeren naar een levendige groene plek, waar Soesters elkaar ontmoeten en waar het goed wonen is. In dit gebied zullen bestaande gebouwen (politiebureau en Beukendal) worden gesloopt, een nieuwe sporthal worden gerealiseerd en woningen en groen worden toegevoegd. Bij alle plannen staat duurzaamheid centraal. Nu de visie is vastgesteld, werken we de gebiedsvisie stapsgewijs uit naar een beeldkwaliteitsplan en een ontwikkelstrategie. Hierbij bewandelen we twee parallelle sporen, namelijk; het bepalen van de beeldkwaliteit voor het totale gebied van de gebiedsvisie Dalweg en de ontwikkelstrategie voor de woningbouwlocatie Beukendal/politiebureau. We kiezen er bewust voor om deze trajecten niet na elkaar, maar parallel aan elkaar te laten lopen. Op deze manier kunnen we sneller tot daadwerkelijke realisatie van het totale gebied en de oplevering van de eerste woningen komen.

7

Kaderstelling Het college stelt dat ‘investeren in wonen’ (ook) een belangrijk vliegwiel is om sterker uit de coronacrisis te komen. Kan uw raad deze stelling onderschrijven?

1.3

Sociaal domein, de energietransitie en de Omgevingswet: Rijk over de brug?

Onder aanvoering van de VNG strijden gemeenten al geruime tijd voor een passende compensatie voor drie grote dossiers: het sociaal domein, de energietransitie en de Omgevingswet. Gemeenten zijn in het verleden niet (Omgevingswet), nauwelijks (energietransitie) dan wel onvoldoende (sociaal domein) gecompenseerd voor deze nieuwe taken. Dit heeft geleid tot bezuinigingen op andere gemeentelijke taken, aantasting van het voorzieningenniveau en belastingverhogingen. Dit brengt ons ertoe u voor te stellen geen extra middelen te voteren voor de Omgevingswet en de energietransitie tot er meer zicht is op de omvang van de compensatie. Voor de energietransitie betekent dit dat we niet volledig kunnen voldoen aan de wettelijke verplichtingen. Voor het sociaal domein geldt dat inmiddels bekend is dat het Rijk extra middelen voor de jeugdzorg beschikbaar stelt voor zowel het lopende jaar 2021 als 2022. De compensatie voor de jaren daarna wordt overgelaten aan het nieuwe kabinet. Er is nog geen duidelijkheid of het Rijk de gemeenten zal compenseren voor de tekorten die ontstaan zijn door de invoering van het abonnementstarief. In de volgende subparagrafen gaan we nader in op deze drie domeinen.

Kaderstelling Het college stelt voor om nu geen extra middelen te voteren voor de Omgevingswet en de energietransitie totdat er meer zicht is op de door het Rijk te verstrekken compensatie. Kunt u dit voorstel onderschrijven? Het college zal de raad informeren over de compensatie die de gemeente Soest ontvangt voor de jeugdzorg en met een voorstel komen voor de verwerking in onze begroting. Kunt u zich daarin vinden?

1.3.1

Het sociaal domein

De coronacrisis heeft nog eens duidelijk gemaakt hoe belangrijk een veerkrachtige samenleving is. In Soest hebben wij mooie initiatieven gezien en tegelijkertijd zien we ook dat maatschappelijke kwetsbaarheden door de crisis worden uitvergroot. Dit sterkt ons in de noodzaak om te blijven investeren in het proces van transformeren en met elkaar verder te bouwen aan sociale samenhang en verbinding. En om daarbij de verbinding te maken met vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Sociaal Domein 2022 en verder De impactanalyse die wij na de zomer 2021 met u bespreken zal mede richting geven aan de te herijken strategische agenda Sociaal Domein 2022 en verder. Met de kennis en ervaringen van nu zullen wij samen met partners en met u als raad een proces ingaan om te komen tot een beleidskader en sociale agenda die passen bij de vragen van nu. Wij maken daarbij gebruik van ervaringen, kennis en inzichten vanuit de coronacrisis, maar ook ervaringen vanuit de gebiedsgerichte aanpak Smitsveen en de ervaringen van onze partners in de samenleving. Ook de resultaten van de in 2021 gestarte businesscases en de kansen en mogelijkheden voor nieuwe businesscases nemen wij hierin mee. 8

Belangrijke uitgangspunten Inwoners faciliteren om hun eigen mogelijkheden te benutten met aandacht voor eigenaarschap en veerkracht blijven belangrijke uitgangspunten. Evenals dat wij zorg en ondersteuning organiseren voor de meest kwetsbaren in onze samenleving zodat niemand buiten de boot valt. Wij zien door de crisis naast al bestaande kwetsbare groepen, nieuwe groepen ontstaan, denk aan zzp’ers, flexwerkers en jongeren die hun opdrachten of baan verliezen en daarmee hun inkomsten. De gevolgen van de crisis, positief of negatief, zijn deels nog niet zichtbaar. De komende tijd moeten wij daarom blijven volgen wat de effecten van de crisis zijn. Grip hebben en houden Grip hebben en houden op de uitgaven in het sociaal domein blijft ook de komende jaren een belangrijk aandachtspunt. Met name de kosten voor jeugd leiden tot tekorten. Een arbitragecommissie heeft uitspraken over de noodzaak van structurele compensatie gedaan. Het is nog onduidelijk of het Rijk de gemeenten structureel tegemoetkomt in de kosten voor de jeugdzorg. Wel is extra budget toegezegd voor zowel 2021 als 2022. Los daarvan blijven wij inzetten op normalisering en waar dat nodig is het organiseren van de meest passende zorg. Wij zagen in 2020 een dalende lijn in de hulpvragen. Nu wij langzaam uit de crisis komen zien wij de vraag weer toenemen.

Hoe zich dit de komende jaren zal ontwikkelen is nog onduidelijk. Daarom neemt het belang van datagestuurd transformeren verder toe om zo nog meer inzicht te verkrijgen hoe wij het sociaal domein leefbaar, werkbaar en betaalbaar houden. 1.3.2

Energietransitie

In 2020 en 2021 is het Programma Energietransitie 2020-2025 voortvarend van start gegaan. De verleidingsstrategie lijkt al zijn vruchten af te werpen. Bijvoorbeeld: al 12,5% van de Soester daken zijn benut met zonnepanelen, en zijn tientallen bedrijven aangesloten op ons energieconvenant. Een aanzienlijk deel van de projecten wordt door partners uit de samenleving uitgevoerd: door Energie Actief Soest, de woningbouwcorporaties en het georganiseerd bedrijfsleven. Ook in andere projecten werken we actief met deze en andere partners samen. Dit om het draagvlak en of acceptatie van de inzet op energiebesparing en duurzame energieopwekking te vergoten. Het programma is in februari 2020 door uw raad vastgesteld met een tekort aan middelen en capaciteit. Dit probleem is nog niet opgelost. We vragen nu geen middelen voor de Energietransitie, in afwachting van de uitkomsten van de procedure ex artikel 2 Financiële Verhoudingswet, gericht op compensatie voor de hogere uitvoeringslasten van het klimaatakkoord. Dit heeft consequenties. Op dit moment is er geen capaciteit voor een projectleider voor de warmtetransitie. Zonder een projectleider voor de warmtetransitie kunnen we de Transitievisie Warmte niet afronden in 2021 en kunnen we daarmee niet voldoen aan de wettelijke taak om in 2021 de Transitievisie warmte ter besluitvorming aan te bieden aan uw raad.

Dit conform het raadsbericht dat u op 4 juli 2020 van ons college ontving over het pauzeren van het proces van de Transitievisie Warmte in afwachting van de noodzakelijke capaciteit voor de wijkuitvoeringsplannen die hierop volgen. Na de behandeling van de kaderbrief in uw raad zullen wij het Rijk hierover informeren. Zonder aanvullende middelen is er onvoldoende capaciteit voor communicatie beschikbaar om inwoners en ondernemers te verleiden en inspireren om zelf stappen te nemen. Hierop komen we terug bij de begroting 2022. Wij zij voornemens om na de zomer met u verder te spreken over de verdere verduurzaming van het maatschappelijk vastgoed. Dit willen we doen aan de hand van een routekaart. Hierbij zullen ook de financiële consequenties in beeld worden gebracht. Op dit moment is er slechts beperkte dekking beschikbaar binnen de reserve Integraal accommodatiebeleid.

9

De RES 1.0 ligt in de raadscyclus van juli ter besluitvorming voor, evenals het Uitnodigingskader grootschalige elektriciteitsopwekking. Voor de uitwerking van de RES 1.0 en de uitwerking van de onderzoekslocaties voor wind moeten kosten worden gemaakt. Op dit moment is nog niet duidelijk om welke kosten het gaat en of daar voldoende middelen voor zijn. Na besluitvorming over de RES 1.0 komt daar duidelijkheid over. Zo nodig komen wij hierop terug bij de najaarsnota 2021. 1.3.3

Omgevingswet

Bij de begroting 2021 hebben we toegezegd om bij de kadernota (kaderbrief) 2021 inzicht te geven in de structurele kosten van de Omgevingswet. In deze paragraaf geven we echter aan dat er ook nu nog veel onzekerheden zijn. Invoering Omgevingswet onder druk De invoering van de Omgevingswet is diverse keren uitgesteld: van 2017 naar 2019, naar 2021, naar 1 januari 2022 en onlangs is de invoeringsdatum verplaatst naar 1 juli 2022. Randvoorwaarde hierbij is dat uiterlijk 1 januari 2022 de landelijke voorziening van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) werkt, zodat er 6 maanden tijd is om te oefenen met deze voorziening. Het zou dus kunnen dat deze datum wederom gaat schuiven. Hierover wordt in het derde kwartaal van dit jaar duidelijkheid verwacht. We volgen de actualiteiten op de voet. Uitstel van een half jaar (naar 1 juli 2022) is voor ons geen aanleiding om de rijdende trein nu stil te zetten en over een paar maanden weer op te starten. Mocht in het najaar blijken dat invoering van de wet langdurig(er) wordt uitgesteld zullen wij dit standpunt heroverwegen. Kosten implementatiefase De implementatiefase van de Omgevingswet is op 1 juli 2022 niet afgerond. We zorgen ervoor dat datgene wat klaar moet zijn uiterlijk op 1 juli 2022, klaar is. Het Rijk geeft gemeenten de ruimte om onderdelen van de wet later te implementeren. Hiervoor hebben we tot uiterlijk 2029 de tijd.

De implementatie van de wet zal dus nog een aantal jaren doorlopen. De kosten van de implementatiefase staan los van de structurele financiële effecten van de Omgevingswet. Voor de jaren 2022, 2023 en 2024 staat nog circa twee ton per jaar gereserveerd in de meerjarenbegroting. Deze middelen zullen worden ingezet voor de implementatie van het omgevingsplan, de omgevingsprogramma’s, het doorvoeren en optimaliseren van werkprocessen en samenwerkprocessen, cultuurverandering (competenties en gedrag), communicatie en frictiekosten; nieuwe methoden kosten immers meer tijd. Structurele financiële effecten Voor de omgevingswet zijn we inzichtelijk aan het maken welke structurele financiële effecten wij verwachten. Dit is best ingewikkeld omdat een aantal zaken nog niet duidelijk is en er nog een aantal besluiten moeten worden genomen door uw raad die impact kunnen hebben op de financiën. Te denken valt aan de mate waarin we participatie verplicht stellen. De raadswerkgroep Omgevingswet zal na de zomer 2021 met een voorstel komen richting uw raad over alle onderwerpen waar nog een besluit over genomen moet worden. Daarnaast is op dit moment nog maar gedeeltelijk duidelijk in hoeverre wij als gemeente worden gecompenseerd door het Rijk voor de extra taken en extra kosten die wij maken.

In de begroting zullen wij in beeld brengen wat de structurele financiële effecten per 1 juli 2022 zullen zijn.

10

1.4

Bouwen en wonen mogelijk maken

De vraag is aan de orde wat organisatorisch in het werk gesteld moet worden om een effectieve doorstart na corona, met investeren in bouwen en wonen als vliegwiel, tot stand te brengen. Wij zien hierbij twee parallelle vraagstukken. In de eerste plaats betreft dit de bestaande, maar groeiende onbalans tussen de huidige opgaven en ambities enerzijds en de ambtelijke capaciteit anderzijds. In de tweede plaats betreft dit de vraag hoe we kunnen borgen dat onze ruimtelijke projecten op een adequate wijze organisatorisch en financieel worden ingebed. Beide vraagstukken werken we verder uit. Onbalans opgaven en capaciteit Zoals we al vaker hebben aangegeven, is een onbalans ontstaan tussen de huidige opgaven en ambities enerzijds en de ambtelijke capaciteit anderzijds. Deze situatie van onbalans is in de loop van jaren ontstaan en het meest zichtbaar in het fysieke domein. In bijlage 2 gaan we nader in op de oorzaken. De onbalans manifesteert zich steeds meer in een teruglopende dienstverlening aan onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen. De wachtlijsten voor ruimtelijke projecten lopen verder op. De voortdurende te hoge werkdruk en het ‘nee’ moeten verkopen trekken ook een zware wissel op de inzetbaarheid en arbeidstevredenheid van onze medewerkers. Daarmee ontstaan risico’s voor de continuïteit van onze dienstverlening.

De onbalans manifesteert zich ook in de inzet van ambtelijke capaciteit zelf. In de loop der jaren is steeds meer capaciteit van zowel beleid als uitvoering, noodgedwongen, verschoven naar de inzet voor projecten. Door deze verschuiving neemt de druk op de uitvoering van reguliere werkzaamheden, veelal uitvoering van wettelijke taken, verder toe. Beleidskaders worden daardoor niet meer (tijdig) geactualiseerd (zodat de ‘kaders’ telkens opnieuw moeten worden uitgevonden) en de uitvoering van onze reguliere werkzaamheden raakt steeds verder onder druk. Wij hebben als college aan het management gevraagd in beeld te brengen wat aan de orde zou zijn om de balans te herstellen. Het advies is dat met het huidig gemeentelijk takenpakket en de huidige organisatiewijze een structurele versterking van de basisformatie noodzakelijk is van 12 tot 16 fte’s. Daarmee wordt ook duidelijk dat we nog niet zijn toegerust om het hoofd te bieden aan de maatschappelijke opgaven. Organisatie projecten Deze formatiebehoefte gaat uit van de huidige organisatiewijze. Meer investeren in bouwen en wonen gecombineerd met de hiervoor beschreven onbalans brengt met zich mee dat we ons ook moeten bezinnen op vraagstukken als de organisatorische inbedding van onze ruimtelijke projecten en de beheersing van de daarmee gepaard gaande toenemende financiële risico’s.

De vraag is of de huidige organisatiewijze de meest geschikte is om de huidige opgaven het hoofd te bieden. We zien bijvoorbeeld kans de ervaringen uit grote lopende projecten te benutten, zoals het Masterplan Soesterberg en Hart van de Heuvelrug. Beide vraagstukken stellen ons college voor verstrekkende en zwaarwegende keuzes, die we in elk geval in samenhang willen afwegen. Daartoe stellen we u nu voor om een richting te kiezen die ons (raad en college) in staat moet stellen de beoogde focus op bouwen en wonen - als vliegwiel - waar te kunnen maken, en ook perspectief biedt om de geconstateerde onbalans in ambtelijke capaciteit voor de toekomst te herstellen. Wij denken dit te kunnen bereiken door de volgende koers te varen. Ons (richtinggevende) voorstel Om de focus op woningbouw mogelijk te maken willen we een taskforce instellen. Deze taskforce heeft als doel in korte tijd een aantal verbeteringen mogelijk te maken op deze grote en steeds acuter wordende

11

opgave. Hiermee geven we gehoor aan uw oproep om haast te maken met de woningbouwopdracht. We

verwijzen hierbij naar de recente bijeenkomsten uit de ‘routekaart’ over verschillende ruimtelijke ontwikkelingen (6 en 15 april en 2 juni jl.). De taskforce is tijdelijk maar de besluiten die door deze taskforce worden voorbereid en mogelijk gemaakt, worden uiteindelijk geïmplementeerd in de organisatie en daarmee structureel verankerd.

De taskforce krijgt een vierledige opdracht: 1. Grote kansrijke woningbouwprojecten vlot trekken. 2. Optimalisering organisatie projecten en borgen risicobeheersing 3. De mogelijkheden inventariseren voor het vereenvoudigen van regelgeving. 4. Onderbouwing van wat er, mede op basis van bovenstaande inzichten, structureel nodig is om de basis op orde te brengen. Hieronder wordt de opdracht van de taskforce op hoofdlijnen uitgewerkt. 1. Grote kansrijke woningbouwprojecten in Soest en Soesterberg vlot trekken Grote kansrijke woningbouwprojecten liggen momenteel nagenoeg stil omdat (nog) niet alle benodigde capaciteit toegerekend kan worden aan de projecten en/of door de geschetste capaciteitstekorten niet beschikbaar is. Denk hierbij aan lopende projecten als het Masterplan Soesterberg en Hart van de Heuvelrug die essentieel zijn om de gewenste integrale gebiedsontwikkeling in Soesterberg mogelijk te maken. En ook projecten als de Dalweg en Groot Engendaal in Soest vertragen als gevolg van capaciteitstekort. Wij willen ons de komende jaren focussen op de grotere projecten omdat die het meeste rendement voor de samenleving opleveren. Hiermee bedoelen wij dat juist de grote projecten kans bieden de genoemde spin-off voor andere maatschappelijke opgaven te realiseren.

En door het oppakken van deze projecten ontstaat ruimte in de staande organisatie voor het zorgen van voortgang op andere projecten. Graag benoemen we wel dat dit er niet in zal resulteren dat op korte termijn de wachtlijsten opgelost kunnen worden. Hiervoor zijn aanvullende en ook structurele maatregelen nodig, zie onderstaande opdrachten. Opbrengst Door capaciteit uit de taskforce in te zetten trekken we deze projecten vlot en bieden we de staande organisatie ruimte. Planning Start: na besluitvorming; Oplevering: planning besluitvorming verschilt per project, zo mogelijk nog in 2021. 2. Optimalisering organisatie projecten en borgen risicobeheersing De verschuiving van beleidsmatige en uitvoerende capaciteit naar de projecten is niet altijd gepaard gegaan met volledige kostentoerekening aan de projecten. Deze kosten drukken naar verwachting deels op de lopende exploitatiebegroting, waar er ook mogelijkheden zijn deze onder te brengen in de grondexploitaties of anterieure overeenkomsten. Daarnaast zien we mogelijkheden het kostenverhaal op een andere manier te organiseren. Hierbij gaat het niet alleen over de ‘directe kosten’ die gepaard gaan met een woningbouwproject, maar ook de totale maatschappelijke kosten, waaronder de energietransitie, natuurinclusief bouwen, adaptief bouwen en waterbeheer.

Deze kosten komen nu voor een groot deel bij de gemeente terecht, terwijl ze deels ook kunnen worden doorbelast. Deze integrale kostenbenadering kan ook worden toegepast op de kleinere projecten, waarbij het verhaal van kosten veelal plaatsvindt door middel van anterieure overeenkomsten. De taskforce wordt ook gevraagd om na te gaan of er kansen zijn wanneer we overgaan tot het bundelen van projecten. We denken aan kansen voor integrale gebiedsontwikkeling en het aantrekken van subsidies voor woningbouw.

12

Tegelijk groeien met het toenemen van het aantal en de omvang van de woningbouwprojecten de financiële risico’s. Om te voorkomen dat onverantwoorde risico’s worden genomen is het van belang in te zetten op het beheersen van deze risico’s. We vragen de taskforce om bij het doen van voorstellen ook de ervaringen te benutten van nu lopende grote projecten zoals Masterplan Soesterberg en Hart van de Heuvelrug. Opbrengst De taskforce krijgt de opdracht om aan te geven welke stappen er nodig zijn om tot een adequate organisatorische inbedding te komen, waarmee we tegelijk in staat worden gesteld de financiële risico’s te beheersen, en de systematiek voor kostentoerekening – en kostenverhaal te optimaliseren. Planning Start: na besluitvorming Oplevering: waar mogelijk toepassen bij besluitvorming over lopende projecten, gereed uiterlijk maart/april 2022 3. Lokale regelgeving onder de loep In het ruimtelijk domein is sprake van een stapeling van veelal verouderde en strak geformuleerde kaders. Dat maakt dat de uitvoering veel tijd in beslag neemt, regels niet op elkaar zijn afgestemd, en er binnen een project weinig speelruimte is om in voorkomend geval tot compromissen te komen. De discussie over de parkeernormen is daar een goede illustratie van. Om daar anders mee te kunnen omgaan vragen wij de raad of het bereid is regelgeving te herzien.

Opbrengst Wij stellen voor de taskforce een discussie voor uw raad voor te bereiden hoe een vereenvoudiging en/of flexibilisering van de kaders een verdere versnelling van de woningbouw mogelijk kan maken. Planning Start: na besluitvorming Oplevering: eind 2022 4. Onderbouwen wat er structureel nodig is om de basis op orde te brengen Alleen een incidentele impuls is ontoereikend om de voortgang en continuïteit van de ruimtelijke projecten te borgen. Op basis van de huidige organisatiewijze is een inschatting te geven van de structureel benodigde formatie. Tegelijk constateren we dat het wenselijk is de huidige organisatorische inbedding te optimaliseren. Het streven is te komen tot een systematiek waarbij de uit de woningbouwprojecten voortvloeiende kosten waar mogelijk buiten de reguliere exploitatiebegroting worden gehouden. Ook het gesprek met de raad over de mogelijkheden lokale regelgeving te vereenvoudigen kan effect hebben op de structureel benodigde formatie. De uitkomsten van bovengenoemde opdrachten laat onverlet dat er structurele formatie-uitbreiding nodig zal zijn om de voortgang van de woningbouwprojecten te blijven borgen. De uitkomsten van de taskforce zullen naar verwachting wel een effect hebben op de omvang en aard van de structureel benodigde formatie. Mede daarom ligt het nu niet in de rede te besluiten tot een structurele formatie-uitbreiding.

Opbrengst Voorstellen voor een structurele oplossingsrichting.

13

Planning Start: na besluitvorming Oplevering: eerste oplevering maart/april 2022. Definitieve oplevering eind 2022 na afronding discussie met raad over vereenvoudiging lokale regelgeving. Organisatie en financiering taskforce De opdracht vergt dat de taskforce wordt bemenst met een brede vakinhoudelijke en strategische expertise op het gebied van ruimtelijke vraagstukken, planologie en volkshuisvesting, planeconomie, strategie, financiën expertise, control en ondersteuning. De taskforce wordt zo snel mogelijk na de besluitvorming in uw raad samengesteld. Eind 2022 moet het project zijn afgerond. We ramen het benodigde budget voor de taskforce op € 800.000, dit bedrag beschouwen we in principe als taakstellend. De omvang van het budget hebben we gebaseerd op de benodigde deskundigheid en de aard van de opdrachten. U wordt bij de voorjaarsnota gevraagd dit bedrag nu beschikbaar te stellen. Dit maakt het mogelijk om met elk van de vier deelopdrachten zo snel mogelijk te kunnen uitwerken en starten én aan het eind van deze bestuursperiode de eerste producten op te kunnen leveren. De opdracht zoals hierboven op hoofdlijnen is geschetst behoeft nog nadere uitwerking. Daarom willen wij de opdracht verder uitwerken in een plan van aanpak. Wij streven ernaar dit plan van aanpak in oktober aan u aan te bieden. Graag gaan we vervolgens met u het gesprek hierover aan.

In dit plan van aanpak zullen we meer in detail ingaan op de opdrachtverlening, de te behalen (tussen)resultaten, de planning en de benodigde financiële middelen per deelopdracht. Ook geven we aan hoe en wanneer de (tussen)resultaten aan uw raad worden voorgelegd. Dit biedt uw raad gelegenheid de vinger aan de pols te houden. Voor de inzet op wonen en bouwen zijn daarnaast nog twee andere vraagstukken die aandacht behoeven, de formatie voor inkoop en participatie aan regionale en landelijke tafels. Inkoop Bij de begroting 2020 heeft uw raad een budget gevoteerd om de formatie voor de jaren 2020 en 2021 te verhogen van 0,8 naar 2 fte’s voor inkoop. De afgelopen accountantscontroles laten zien dat we het niet redden zonder de inzet van deze tijdelijke formatie. Om te kunnen (blijven) voldoen aan de eisen die de BBV (en onze accountant) stellen, is deze versterking in elk geval voor het komende jaar nog noodzakelijk. Inzet in de regio Het ontbreken van ambtelijke capaciteit om ‘subsidies binnen te halen’ willen we graag in een breder kader plaatsen. Vraagstukken worden vanwege de gemeentegrens overstijgende belangen meer en meer vanuit een regionaal perspectief benaderd. Dit zien we zowel in het sociale als in het fysieke domein. Het is daarom van belang dat we als lokale gemeente onze ambtelijke en bestuurlijke stem op het juiste moment aan de juiste tafels laten horen.

Dit is ook nodig om te kunnen profiteren van bestaande provinciale en landelijke ondersteunende maatregelen (capaciteit en subsidies). Hiervoor ontbreekt nu de ambtelijke capaciteit.

14

Kaderstelling Het college stelt voor een taskforce in te stellen met een brede opdracht. Kunt u dit initiatief onderschrijven? Hoe staat u tegenover de door het college geschetste optie van deregulering? Kan dit naar uw oordeel (ook) een bijdrage zijn om de werkdruk voor de organisatie te verlichten? Het college acht een proactievere benadering noodzakelijk ten aanzien van regionale vraagstukken. Onderschrijft u deze stelling? Kunt in stemmen met het voornemen om bij de begroting budget te vragen om de nu tijdelijk beschikbare extra capaciteit voor inkoop en aanbesteding in elk geval voor 2022 te handhaven?

1.5

Kapitaalgoederen en meerjarig investeringsplan

Inleiding In de begroting 2020 is uw raad toegezegd om bij deze kadernota/kaderbrief in hoofdlijnen inzicht te bieden in de toekomstige vervangingsbehoefte van onze kapitaalgoederen en dit te relateren aan de nu in de begroting beschikbare budgetten. Dit leidt tot een kwalitatieve beschouwing in deze kaderbrief, uiteraard voorzien van de nodige (indicatieve) bedragen, uitmondend in een conclusie. Dit wordt verder geconcretiseerd door het opstellen van een meerjarig investeringsplan waarin voor de eerste vier jaar de investeringen worden opgenomen en er een raming wordt gemaakt voor de lange termijn. Het meerjarig investeringsplan zal jaarlijks onderdeel uitmaken van de kadernota. Dit investeringsplan betreft investeringen in vervanging of renovatie (waardoor de levensduur verlengd wordt of de kwaliteit verbeterd wordt. Het onderhoud van de kapitaalgoederen, dat ervoor zorgt dat de kapitaalgoederen gebruikt kunnen worden tot het einde van de levensduur, valt buiten deze paragraaf. Hieronder wordt per categorie de investeringsbehoeften voor de komende vier jaar weergeven op basis van: 1. Reeds vastgestelde kredieten Deze kredieten zijn al vastgesteld door de gemeenteraad. 2. Niet vastgestelde kredieten, maar wel dekking Deze kredieten worden apart aangevraagd (begroting of raadsvoorstel).

Hiervoor is al wel dekking geregeld (bijvoorbeeld bij de beleidsvelden onderwijs en riolering). 3. Investeringsbehoeften zonder dekking Tot slot zijn er investeringsbehoeften waarvoor nog geen dekking is geregeld. Deze investeringsbehoeften zijn op basis van economische levensduur geraamd. Theoretisch moet een gebouw na 40 jaar vervangen worden, maar in de praktijk gaan gebouwen veelal langer mee. Integraal accommodatiebeleid (IAB) en Integraal Huisvestingsplan (IHP) In maart zijn het IAB en IHP door uw raad vastgesteld. Hiermee is voor de komende jaren een belangrijke stap gezet om de gemeentelijke accommodaties in stand te houden en de eerste investeringen in verduurzaming te kunnen doen. Het IHP geeft inzicht in de investeringsbehoefte van de onderwijsgebouwen. In het IAB is ervoor gekozen om de komende twee jaar een aantal beleidsmatige keuzes uit te werken met betrekking tot ons vastgoed. Daarnaast wordt per investering eerst een businesscase opgesteld. Als onderdeel van het vastgestelde IAB wordt uw raad gevraagd om ermee in te stemmen de jaarlijkse dotatie aan de reserve IAB de komende 10 jaar jaarlijkse met € 20.000

15

(cumulatief) te verhogen, zodat € 10 miljoen beschikbaar komt voor de renovatie van het Willaertgebouw, de Plantage en van sportboulevard De Engh (gedeeltelijke dekking). Sport Er zijn voldoende middelen aanwezig om de sportvelden in stand te houden. Voor vervanging en renovatie van de sportgebouwen wordt uitvoering gegeven aan het IAB. Per investering wordt een businesscase opgesteld waarvoor per geval om middelen wordt gevraagd. Het contract met het zwembad is met drie jaar verlengd tot 2024. Voor het beleidsveld sport zijn de volgende investeringsbedragen geraamd:

Sportvelden Sportgebouwen

Kwalificatie

2022

2023

2024

2025

2 3

€ 104.000 € 3.020.000

€ 465.000 € 2.110.000

€ 160.000 € 790.000

€ 1.073.000 €0

De investeringsbedragen voor sportgebouwen zijn gebaseerd op economische levensduur van 40 jaar (renovatie 20 jaar). In de praktijk functioneren gebouwen na 40 jaar nog steeds goed en worden deze veilig en functioneel op orde gehouden. Daarom worden voor de komende vier jaar géén aanvullende middelen gevraagd (buiten de al genoemde jaarlijkse verhoging van de dotatie aan de reserve IAB). Onderwijs In maart is het integraal huisvestingsplan vastgesteld dat zicht geeft op de periode 2020-2035. Hiermee zijn de investeringen (inclusief verduurzaming) voor het basis- en voortgezet onderwijs geregeld:

Bron: Integraal huisvestingsplan 2021

Uw raad zal per onderwijsinstelling een besluit nemen over de investeringen. De dekking is geregeld middels de reserve IAB. Riolering Alle investeringen worden op basis van de kapitaallasten verrekend met de voorziening riolering. De structurele lasten worden kostendekkende verhaald door middel van de rioolheffingen. Het huidige Gemeentelijke Water- en Rioleringsplan (GWRP) loopt van 2018 tot en met 2022. In het op te stellen nieuwe GWRP zullen nieuwe ontwikkelingen worden meegenomen. De investeringen en de dekking daarvan zijn hiermee geregeld.

Riolering

Kwalificatie

2022

2023

2024

2025

1

€ 8.019.000

€ 4.285.000

€ 2.981.000

€ 2.911.000

Wegen In de begroting 2016 en de begroting 2017 heeft de toenmalige gemeenteraad budgetten voor asfalt- en elementenverharding beschikbaar gesteld om de achterstanden op het wegenareaal weg te werken

16

conform het beheerplan wegen 2015-2019 (opgesteld door extern ingenieursbureaus TBH). Daarnaast is het structureel budget voor klein en groot onderhoud in de begroting van 2017 verhoogd. Omdat de focus was gericht op het wegwerken van de achterstanden, werd destijds nog geen beslissing genomen over de toekomstige investeringen voor het vervangen van de wegen. Na uitvoering van dit beheerplan zijn de wegen in Soest ten minste conform de landelijke CROW-normen. Daarnaast wordt er jaarlijks € 200.000 beschikbaar gesteld voor de inrichting van de wegen. Het wegwerken van de genoemde achterstanden zal naar verwachting in 2023 kunnen worden afgerond. Dit jaar werken we aan een nieuw wegbeheerplan, dat we u in 2022 ter vaststelling willen aanbieden. Hierbij betrekken we ook de vraag of en zo ja met welke financiële omvang het noodzakelijk/gewenst is te reserveren voor toekomstige wegvervangingen. De eventuele, mogelijk significante financiële consequenties hiervan betrekken we zo mogelijk bij de kadernota 2023.

Investeringen achterstanden Investeringen einde levensduur Reconstructies (inrichting weg)

Kwalificatie 1

2022 € 1.225.000

2023 €0

2024 €0

2025 €0

3

€0

p.m.

p.m.

p.m.

1

€ 200.000

€ 200.000

€ 200.000

€ 200.000

Groenrenovatie In 2020 is het Groenrenovatieplan vastgesteld. In dit plan zijn de benodigde groenrenovaties in het stedelijk gebied in beeld gebracht. Vanaf de meerjarenbegroting 2021 – 2024 zijn hiermee ook de financiële middelen geregeld en opgenomen in het investeringsoverzicht.

Groenrenovatie

Kwalificatie

2022

2023

2024

2025

1

€ 586.000

€ 601.000

€ 616.000

€ 631.000

Tractie (wagenpark) In 2019 is het beheerplan tractiemiddelen vastgesteld. Hierin zijn de jaarlijks benodigde investeringen om het wagen- en machinepark op peil te houden inzichtelijk gemaakt. Het meerjarig beeld laat zien dat er tot 2027 voldoende middelen aanwezig zijn in de reserve tractie om het huidige wagen- en machinepark op peil te houden. Met de actualisatie van de nota Reserves en voorzieningen zal gekeken worden of de dotatie voldoende is om de investeringen na 2027 te kunnen dekken.

Tractie

Kwalificatie 1

2022 €0

2023 € 9.000

2024 € 105.000

2025 € 183.000

Overige gebouwen De overige gebouwen betreffen de gebouwen die niet gerelateerd zijn aan sport of onderwijs. Ook voor deze categorie gebouwen wordt uitvoering gegeven aan het IAB. Per gebouw wordt een businesscase opgesteld, wat uiteindelijk kan leiden tot aanvraag van extra benodigde middelen. Voor de overige gebouwen is op basis van economische levensduur een inschatting gemaakt van de investeringsbehoeften:

Overige gebouwen

Kwalificatie 3

2022 € 14.080.000

2023 € 1.640.000

Overige kapitaalgoederen

17

2024 € 80.000

2025 € 180.000

Onderdelen die niet passen in de andere categorieën zijn onder andere civiele kunstwerken, speelplaatsen, openbare verlichting, straatmeubilair, groen buitengebied, bossen, etc. Voor een aantal overige kapitaalgoederen zijn al middelen beschikbaar gesteld om te vervangen of te renoveren (openbare verlichting en speelplaatsen) maar voor een aantal onderdelen niet. Er wordt gewerkt aan de inventarisering van verschillende overige kapitaalgoederen ten behoeve van het onderhoud en indien van toepassing de gerelateerde investeringen.

Speelplaatsen Openbare verlichting

Kwalificatie

2022

2023

2024

2025

1 1

€ 150.000 € 550.000

€ 143.500 € 550.000

€ 142.000 € 550.000

€ 143.500 € 550.000

Conclusie De afgelopen jaren zijn voor de komende vier jaar en langer de kapitaalgoederen financieel in beeld gebracht en gerelateerd aan de nu in de begroting beschikbare budgetten. Voor de investeringen binnen onderwijs, groen en riolering is de dekking reeds en afdoende geregeld. Voor het IAB (sportgebouwen/overige gebouwen) is besloten om investeringsaanvragen voor te bereiden op basis van uitgewerkte businesscases. In verband hiermee zijn de benodigde investeringen geraamd op basis van de economische levensduur (gebouwen worden na 20 jaar/gerenoveerd of 40 jaar vervangen). In de praktijk kunnen gebouwen door voldoende onderhoud langer meegaan. Voor de categorie wegen is er na 2023 geen dekking geregeld voor vervangingsinvesteringen. Bij het vaststellen van het nieuwe beheerplan wegen worden de langetermijninvesteringen in beeld gebracht zodat ook deze meegenomen worden in het meerjarig investeringsplan. Naast de gevraagde middelen van het vastgestelde IAB (jaarlijkse structurele verhoging van € 20.000 per jaar) worden er geen extra middelen gevraagd voor vervanging of renovatie van de kapitaalgoederen.

Kaderstelling Op 4 maart 2021 heeft uw raad besloten om bij de kadernota (kaderbrief) het voornemen te betrekken om vanaf 2022 jaarlijks cumulatief € 20.000 extra te reserveren, zodat in de periode tot 2031 een investeringsruimte van € 10 miljoen ontstaat. Hiermee kunnen een aantal grote renovatieprojecten in de komende jaren worden uitgevoerd. Stemt u ermee in om dit voornemen te effectueren in de begroting 2022-2025?

18

1.6

Tussen kaderbrief en begroting – (financiële) uitgangspunten

In lijn met de aard van een kaderbrief hebben we ons beperkt tot aantal hoofdlijnen. Deze werken we na uw kaderstellende raadsvergadering verder uit in de programmabegroting 2022-2025. Bij onze begrotingsbesprekingen in september zullen we op basis van de dan bekende informatie nadere afwegingen binnen de door u gestelde kaders. Hierbij hanteren we een aantal uitgangspunten: 1.

2. 3. 4. 5. 6.

Met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 nemen we – behoudens onvoorziene omstandigheden - in de begroting geen beslissingen die een onaanvaardbaar hoog beslag leggen op structurele begrotingsmiddelen. Geen extra ozb-verhoging boven de al in de huidige programmabegroting opgenomen jaarlijkse verhoging van 2% (t/m 2024) en de trendmatige aanpassing. Geen extra bezuinigingen boven de al in de huidige programmabegroting verwerkte besluiten. Minimaal handhaving van de bestaande voorzieningen. De algemene reserve blijft minimaal op het afgesproken niveau van € 6 miljoen. De begrotingsjaren zijn ten minste in de laatste drie jaar sluitend (zie ook de tekst bij ‘provinciale richtlijnen toezicht’, hierna)

Financiële uitgangspunten Algemene uitkering Gemeentefonds De raming van de algemene uitkering Gemeentefonds wordt gebaseerd op de meicirculaire 2021. Inflatie/loonontwikkeling Ramingen over de te hanteren indicatoren voor prijs- en loonontwikkeling (inclusief de trendmatige verhoging van de gemeentelijke belastingen) baseren we op de informatie op de meicirculaire 2021. We ramen op grond van het prijsindexcijfer bruto binnenlands product voor de trendmatige bijstelling voor 2022. Het percentage is nog niet bekend. Prijscompensatie vindt niet automatisch voor alle budgetten plaats, maar wordt alleen toegepast waar dit noodzakelijk is. Rente De rentepercentages voor de meerjarenbegroting 2022–2025 worden conform de notitie Rente van de commissie BBV jaarlijks opnieuw bepaald. Belastingen, heffingen en leges Bij de onroerendezaakbelastingen gaan we uit van de in 2021 afgesproken tariefstijging van 2% boven op de trendmatige stijging (tot en met 2024). Bij de heffingen en rechten (zoals de afvalstoffenheffing, rioolheffing, leges e.d.) wordt het principe van 100% kostendekkendheid gevolgd, rekening houdend met specifieke uitspraken en besluiten die daarover zijn genomen.

Provinciale richtlijnen toezicht Ieder jaar ontvangt de gemeente relevante en actuele informatie over de wijze waarop onze (meerjaren)begroting beoordeeld wordt, het financieel toezicht. Uitgangspunt bij het financieel toezicht is, dat de gemeente onder repressief toezicht blijft. Repressief toezicht betekent dat we zonder onze voorafgaande goedkeuring de begroting kunnen uitvoeren. Daarbij is leidend dat de structurele lasten gedekt moeten zijn door structurele baten. Het inzicht in de structurele begrotingspositie is een belangrijk aandachtspunt. 19

Ook kijkt de provincie naar het zogenaamd verschuivend perspectief (relevant wanneer een gemeente elk jaar opnieuw een begroting indient met alleen een sluitende begroting in het laatste jaar). In dit kader is het volgende relevant. Op 17 december 2020 in het kader van dit financieel toezicht van de provincie een brief met richtlijnen ontvangen. Recent is daar een algemene brief verzonden aan alle gemeente bij gekomen van 31 maart 2021. De toezichthouder geeft ons in de brief van 17 december mee dat wanneer bij de begroting 2022 blijkt dat de begroting (1e jaarschijf) niet structureel en reëel sluitend is, het evenwicht uiterlijk vanaf 2023 hersteld dient te zijn. Oftewel: de jaarschijven vanaf 2023 dienen in dat geval structureel en reëel in evenwicht te zijn. Wij dienen ons begrotingssaldo, zowel voor het betreffende begrotingsjaar als voor de meerjarenraming, inzichtelijk te presenteren. Wij dienen hiervoor gebruik te maken van de voorbeelden uit het Gemeentelijk Financieel Toezichtkader 2020 en uit de notitie ‘Structurele en incidentele baten en lasten’ van de commissie Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten. Het toezicht vindt plaats over drie richtingen: • Actuele onderwerpen, waarbij inspanning rondom corona, herijking en sociaal domein centraal staan.

• Ontwikkelingen BBV waarbij rechtmatigheid, meerjarig financieel inzicht en actualisatie notities centraal staan. • Specifieke onderwerpen, waarbij taakstellingen, onderhoud kapitaalgoederen, weerstaand en risico en de omgevingswet/duurzaamheid en de ontwikkelingen gr’en centraal staan.

Kaderstelling Kunt u instemmen met de door het college geformuleerde uitgangspunten voor de uitwerking van de kaders in de programmabegroting 2022-2025? Kunt u instemmen met de door het college geformuleerde financiële uitgangspunten voor het opstellen van de programmabegroting 2022-2025?

20

Hoofdstuk 2

Voorjaarsnota 2021

In de voorjaarsnota melden we de voorziene afwijkingen ten opzichte van de begroting. In enkele gevallen volstaan we met de melding van een relevante ontwikkeling, ook als deze niet tot een materiele afwijking leidt. Zoals in paragraaf 1.4 is verwoord, vragen we u in deze voorjaarsnota een bedrag te voteren voor een projectbudget ten behoeve van de taskforce woningbouw. De afgelopen jaren zagen we een patroon waarbij in de voorjaarsnota vooral tegenvallers werden gemeld en pas bij de najaarsnota en de jaarrekening de meevallers. Hierin proberen we meer evenwicht te brengen, ook in de wetenschap dat we veelal pas bij de najaarsnota een completer en meer integraal beeld kunnen schetsen. Tegelijkertijd zijn we als college uiteraard gehouden om het budgetrecht van uw raad te respecteren. Mede in dit licht hebben we ook een technische tabel opgenomen. Deze mutaties zijn budgettair neutraal en administratief-technisch van karakter, maar vergen wel een formele instemming van uw raad. De integrale rapportage over de grote projecten is als bijlage bij de voorjaarsnota gevoegd. We beginnen de voorjaarsnota met een rapportage over de coronamaatregelen en de inzet daarbij van de hiervoor beschikbare middelen van het Rijk.

2.1 Rapportage corona De coronacrisis heeft de afgelopen anderhalf jaar grote gevolgen voor onze samenleving gehad en de verwachting is dat dit lopende het jaar voortduurt. Het Rijk heeft daarom zowel in 2020 als in 2021 compensatiegelden beschikbaar gesteld voor de crisissituatie waarin wij ons bevinden. Deze (eenmalige) rijksmiddelen zijn voor de gemeente volledig vrij besteedbaar. Wel heeft het Rijk de gelden onderbouwd naar nadere beleidsvelden. Van maart 2020 tot en met eind april 2021, hebben wij ons vooral gericht op het zoveel mogelijk beperken van de schade en het bewaren van de rust. De compensatiegelden zijn ontschot ingezet, daar waar maatregelen op dat moment nodig waren. Omdat de crisis voortduurt, heeft uw raad op 29 april het afwegingskader aanpak gevolgen coronacrisis 2021 vastgesteld. Met de vaststelling van het afwegingskader is afgesproken dat wij de compensatiegelden die via de algemene uitkering lopen, zoveel mogelijk inzetten voor de door het Rijk bedoelde doelen/beleidsvelden en dat de inzet van gelden bijdraagt aan toekomstbestendigheid. Als er sprake is van steun vanuit het Rijk is dat voorliggend. In dat licht vormt zich een herstelagenda coronacrisis voor het lopende jaar 2021. Deze herstelagenda is met name gericht op maatregelen die extra ondersteuning geven aan kwetsbare beleidsvelden en kwetsbare groepen in onze samenleving.

Echter ook in 2021 blijft dekking nodig voor beleidsvelden die niet expliciet in de compensatiepakketten 2021 van het Rijk zijn opgenomen en waar wel sprake is van effecten door de crisis. Denk aan noodzakelijke kosten voor openbare orde en veiligheid, economie en interne organisatie (met name versnelde digitalisering in verband met thuiswerken). Afgelopen anderhalf jaar heeft het Rijk in verschillende tranches en regelingen budget beschikbaar gesteld voor bovengenoemde kosten. Onlangs heeft het Rijk nog een compensatieregeling ingesteld voor de kosten van inhuur extra boa-capaciteit. Uit de mei- en septembercirculaire 2021 zal moeten blijken of de rijksvergoeding van bedrijfsvoeringkosten die wij in 2020 hebben ontvangen, ook in 2021 zal plaatsvinden. Vooralsnog halen wij de dekking voor deze kosten achtereenvolgens uit overige rijksgelden voor coronamaatregelen, specifieke subsidies en het restbedrag van de coronamaatregelen 2020 21

(oormerkvoorstel). Deels moeten we dit op dit moment aanvullen met de compensatiepakketten die via de algemene uitkering lopen.

Voor de aanpak van de coronacrisis is er in 2021 een initieel budget beschikbaar van ca. € 1,5 miljoen. Dit budget is als volgt opgebouwd: • € 285.000 oormerkvoorstel 2020 coronamaatregelen; • € 190.000 in 2021 te verantwoorden ontvangen rijkscompensatie kwijtscheldingen huren sportverenigingen 4e kwartaal 2020; • € 506.000 3e compensatiepakket Rijk via decembercirculaire 2020 (jaarschijf 2021); • € 530.000 4e compensatiepakket Rijk via maartbrief 2021. Overzicht financiële effecten en maatregelen

Financieel effect

Deelprogramma/onderwerp

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=02cc9f9e-3879-431c-971e-1874b949332b