CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

F. Woningmarktonderzoek Soest

Beeldvormende vergadering (Raadzaal) 28 september 2023, gemeente SoestBij agendapunt: Opbrengst participatie Omgevingsprogramma’s fysiek domein (19.30 - 21.00 uur)14.569 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

5.1 Ouderen Het aantal ouderen in de gemeente zal de komende jaren blijven toenemen. Op dit moment wonen er 11.000 mensen van 65 jaar of ouder in Soest, waarvan er 5.400 ouder zijn dan 75 jaar en 1.400 ouder dan 85 jaar. In de periode tot 2040 neemt het aantal ouderen achtereenvolgens toe met 3.000 (65+), 2.300 (75+) en 1.175 (85+). Dat betekent een toename van 27% (65+), 42% (75+) en 84% (85+) tussen 2023 en 2040. De meeste ouderen wonen op dit moment in de wijken ’t Hart-Soestdijk en Overhees, in Boerenstreek wonen het minst aantal ouderen. Figuur 5.1: Gemeente Soest. Woonsituatie van oudere huishoudens naar woonwijken, en aandeel 65+ huishoudens per wijk.

Doordat het aantal (kwetsbare) ouderen fors toeneemt, zullen de mogelijkheden voor informele hulp, ondersteuning en mantelzorg afnemen. Op dit moment worden deze vormen van ondersteuning voornamelijk verzorgt door vitale ouderen, die de komende jaren ouder en daarmee kwetsbaarder zullen worden.

Geschiktheid woningvoorraad Met het ouder worden van de bevolking in de leeftijd van 75 jaar en ouder, neemt het belang van voldoende levensloopgeschikte woningen toe. Dit zijn woningen waarin alle primaire functies (badkamer, toilet, keuken, woonkamer, slaapkamer) bereikbaar zijn zonder trappen te hoeven lopen en waarin voorzieningen zijn getroffen om de woning veilig en comfortabel te maken voor mensen met een lichte functiebeperking. Op basis van de WOZ-registratie van de gemeente is een Quick Scan, de ‘Doorzonscan’, uitgevoerd om te bepalen welk deel van de woningvoorraad geschikt is voor mensen met een lichte functiebeperking, welk deel relatief goedkoop geschikt is te maken. In bijlage 3 staat een uitleg van de Doorzonscan. Figuur 5.2: Gemeente Soest. Geschiktheid van de woningvoorraad naar eigendom. Koopvooraad

t Hart-Soestdijk (40%) Klaarwater (39%) Boerenstreek (26%) Eng - Soest Midden (35%) Smitsveen (32%) Overhees (43%) Zuid (31%) Soesterberg (37%)

7%

Sociale huurvoorraad 65-75 jaar

75+ jaar

34%

Particulier huurvoorraad

20%

Totaal

15%

0% Geschikte woning 0

500

Bron: WOZ- en BRP-registratie gemeente Soest.

342.107 | Woningmarktonderzoek

1.000

1.500

73%

21%

8%

58%

31%

49%

52%

20%

40%

Potentieel geschikt

33%

60%

80%

100%

Niet geschikt

2.000 Bron: WOZ-registratie gemeente Soest.

36

Figuur 5.3: Geschiktheid van de woningvoorraad, inclusief ligging ten opzichte van supermarkten. Bron: WOZ-registratie gemeente Soest.

342.107 | Woningmarktonderzoek

37

Slechts 15% van de woningvoorraad in de gemeente Soest is geschikt voor mensen met een lichte functiebeperking. Dit zijn voornamelijk corporatiewoningen. Een groot deel van de woningvoorraad is potentieel geschikt te maken met een relatief beperkte investering. Dit betreft 52% van de woningvoorraad in de gemeente. Een derde (33%) van de woningvoorraad is op basis van de uitgevoerde Quick Scan niet geschikt te maken. Het aandeel geschikte woningen verschilt sterk per wijk. In Klaarwater en Smitsveen staan de meeste geschikte woningen (veel appartementen met lift). In Boerenstreek, Soest Zuid, Soesterberg en Overhees zijn naar verhouding de minste woningen geschikt. Het valt daarnaast op dat in De Eng-Soest Midden en Soesterberg naar verhouding de meeste woningen niet geschikt te maken zijn (klein / oude gezinswoningen). Figuur 5.4: Gemeente Soest. Geschiktheid van de woningvoorraad per wijk. t Hart - Soestdijk

11%

54%

Klaarwater

36%

Boerenstreek

10%

83%

de Eng - Soest Midden

13%

Overhees 6% Smitsveen

50%

15%

0% Geschikte woning

342.107 | Woningmarktonderzoek

40%

Potentieel geschikt

Bron: WOZ-registratie gemeente Soest

15%

55-64 jaar

10%

<55 jaar

10%

27%

57%

28%

61%

29%

49%

41%

20%

40%

Geschikte woning

29%

Bron: WOZ- en BRP-registratie gemeente Soest.

33%

Behoefte aan wonen met zorg

60%

Potentieel geschikt

80%

100%

Niet geschikt

46% 52%

20%

65-74 jaar

44%

27%

67%

Soesterberg 4%

29%

0%

33% 30%

Zuid 4%

Figuur 5.5: Gemeente Soest. Woonsituatie van huishoudens naar geschiktheid en leeftijd hoofdbewoner.

45%

62% 43%

Gemeente Soest

17%

41%

Als mensen ouder worden neemt de kans toe dat men wordt geconfronteerd met lichamelijke gebreken. Vooral vanaf de leeftijd 75 jaar neemt de kans hierop toe. Met lichamelijke beperkingen wonen in een woning die daar niet op is toegerust is voor mensen beperkend, zeker als er geen gezonde partner is die kan helpen bij de ‘dagelijkse levensverrichtingen’. Het is daarom belangrijk om een beeld te hebben of alleenstaande 75- plussers in een woning wonen die geschikt is voor mensen met een lichte functiebeperking. Op dit moment woont slechts 29% van de huishoudens van 75 jaar of ouder in een geschikte woning.

75+ jaar

35%

54%

Hoe wonen ouderen in Soest nu?

60%

80% Niet geschikt

100%

De grens tussen de doelgroepen van wonen met zorg is niet altijd scherp te trekken. Een oudere die woont in een 24-uursinstelling heeft soms bijvoorbeeld ook een (licht) verstandelijke beperking. Bij de behoefteraming van wonen met zorg gaan we uit van de indicaties die aan zorgvragers zijn afgegeven. Op basis van die indicatiestelling maken we een raming van hun

38

woonzorgbehoefte. Hoewel indicaties een grondslag vinden in doelgroep en zorgzwaarte, blijft het van belang om doelgroepoverstijgend te kijken. Om een inschatting te kunnen maken van het deel van de ouderen dat behoefte heeft aan specifieke woonvormen, maken wij gebruik van het vitaliteitstredenmodel. Dit model bevat vier treden. In de eerste trede zitten de meest vitale ouderen, die niet of nauwelijks gebruik maken van zorg; in de vierde trede vallen ouderen met een zware zorgvraag. Figuur 5.6: Vitaliteitstreden-model

of vanwege een behoefte aan sociaal contact of comfort. Ouderen in vitaliteitstrede 3 maken vaker de keuze om te verhuizen, al woont ook van deze groep nog een aanzienlijk deel in een reguliere woning. In vitaliteitstrede 4 woont een aanzienlijk deel van de ouderen in een geclusterd woonconcept waar intensieve zorg geboden wordt (zoals een verpleeghuis); ook voor deze groep geldt echter dat een deel nog in een reguliere woning woont.

Behoefteontwikkeling In de praktijk hebben lang niet alle ouderen een zorgvraag. De meeste ouderen wonen ook in de toekomst in een gewone woning, eventueel met (kleine) aanpassingen. De komende jaren zal de vraag naar geclusterd wonen voor ouderen in verhouding veel toenemen. Enerzijds doordat het aantal ouderen met een zorgvraag toeneemt, anderzijds omdat ook vitale ouderen vaker zullen kiezen voor deze woonvorm. Uit sociale overwegingen en om zelf regie te blijven houden over hun woon(zorg)situatie. Figuur 5.7: Prognose vraag naar woonvormen voor ouderen in Soest, 2023-2040.

Bron: Companen.

De indeling in treden geeft inzicht in de zorgvraag en vitaliteit van ouderen, en is daarmee een goede voorspeller van de woonvraag. De ervaring leert dat ouderen, naarmate ze minder vitaal worden, er vaker voor kiezen om te verhuizen naar een geclusterd woonconcept voor ouderen. Een deel van de ouderen in vitaliteitstrede 1 of 2 kiest er ook voor om te verhuizen naar geclusterd wonen: niet vanwege hun actuele zorgvraag, maar vaak uit voorzorg

342.107 | Woningmarktonderzoek

10.000 9.000 8.000 7.000 6.000 5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 0

2.120

2.270

2.360

6.280

6.430

2035

2040

1.850

1.920

5.190

5.400

5.950

2023

2025

2030

Regulier wonen Woonzorgcentrum SOM

Geclusterd wonen Woonzorgcentrum PG

Bron: Bevolkingsprognose Primos 2023, indicatiegegevens CIZ.

39

Tot 2040 is in Soest een groeiende vraag naar geclusterd wonen voor ouderen van 1.850 in 2022 naar 2.360 in 2040 te verwachten. Om in de toenemende vraag van ouderen in de gemeente te voorzien, zullen er tot 2040 dus minimaal 510 extra geclusterde woningen moeten worden toegevoegd. Daarnaast is er behoefte aan 100 extra plekken met Wlz-zorg voor ouderen met somatische zorg en 60 extra plekken met Wlz-zorg voor PG (dementie). Figuur 5.8: Prognose vraag naar woonvormen voor ouderen in Soest, 2023-2040. 3.500 3.000 2.500 2.000 1.500 1.000 500 0

320 150

350 160

380 180

270 120

280 130

1.850

1.920

2.120

2.270

2.360

2023

2025

2030

2035

2040

Geclusterd wonen

Woonzorgcentrum SOM

Woonzorgcentrum PG

Bron: Bevolkingsprognose Primos 2023, indicatiegegevens CIZ.

Op basis van het WoON2021 en CBS-Microdata is achterhaald waar de groep 65 plussers nu woont en hoe zij graag willen wonen. Dat maakt het mogelijk om de prognose voor geclusterd wonen voor ouderen verder uit te splitsen naar marktsegment. Naar de toekomst toe zien we onder ouderen de wens voor een geclusterde koopwoningen toenemen.

342.107 | Woningmarktonderzoek

Tabel 5.1: Behoefteprognose geclusterd wonen naar marktsegment, 2023-2040. 2023 2025 2030 2035 1.045 1.045 1.120 1.170 Sociale huur 450 450 Vrije sectorhuur 355 425 Koop 1.850 1.920 Geclusterd wonen totaal Bron: Woonzorgweter, WoON2021, CBS-Microdata.

525 475 2.120

565 535 2.270

2040 1.200 595 565 2.360

Match tussen vraag en aanbod Uit een door de gemeente aangeleverde inventarisatie onder zorgaanbieders en corporaties komt naar voren dat de gemeente Soest momenteel beschikt over 1.045 corporatiewoningen in geclusterde vormen voor ouderen. Het gaat hier om woningen in complexen die hoofdzakelijk door ouderen worden bewoond én toegankelijk zijn zonder Wlz-indicatie. Verder zijn er 450 geclusterde woonvormen voor ouderen in de vrije huursector. Het aanbod aan geclusterde woningen in de koopsector is niet in beeld. Verder zien we in totaal 395 plaatsen in een woonzorgcentrum. Deze plekken worden bewoond door mensen met somatische (125 woonplekken) of psychogeriatrische (270 woonlekken) klachten. De praktijk leert dat een (groot) deel van deze plekken wisselend inzetbaar is: hetzij voor mensen met somatische of psychogeriatrische problematiek, hetzij soms ook voor thuiszorg (Zvw) en tijdelijke zorg. In onderstaande tabel is te zien wat de balans is van vraag en aanbod, uitgaande van het huidige aanbod en de demografische vraagprognoses. Negatieve getallen duiden op tekorten, positieve getallen op een overschot.

40

Tabel 5.2: Vraag-aanbodbalans geclusterde woonvormen voor ouderen, demografische vraagprognose 2023-2040. 2023 2025 2030 2035 -360 -430 -625 -780 Geclusterd wonen

5.2 Mensen met een verstandelijke beperking (VG) 2040 -865

0 -10 -25 -40 -55 Woonzorgcentrum SOM 0 -15 -50 -80 -110 Woonzorgcentrum PG -360 -455 -700 -900 -1.025 Totaal Bron: Woonzorgweter, Primos bevolkingsprognose, aanbod-inventarisatie gemeente Soest, CIZ zorggegevens en CBS-Microdata.

Een vergelijking van de vraagprognoses met het huidige aanbod aan woonvormen laat zien dat het huidige woningaanbod voor ouderen niet voldoende is om aan de toekomstige vraag te voldoen: • De huidige vraag naar geclusterde huurwoningen is redelijk in balans met het huidige aanbod. Volgens de vraagprognose ontstaat er op termijn mogelijk een tekort van zo’n 300 geclusterde huurwoningen in 2040. • Voor geclusterd wonen in de koopsector is er op dit moment geen aanbod in de gemeente (in beeld). Gelet op de huidige vraag van ouderen in de gemeente Soest is er hierdoor momenteel een tekort te zien. Het tekort loopt op tot 565 woningen in 2040 wanneer we uitgaan van de vraagprognose. • Op dit moment is de vraag naar plekken in een woonzorgcentrum in evenwicht met het aanbod. Wanneer we uitgaan van de demografische vraagprognose dan zou uitbreiding met in totaal 165 plekken nodig zijn tot 2040. Door het tekort aan zorgpersoneel is een uitbreiding van de intramurale zorg echter onhaalbaar. De groei van het aantal plekken met Wlz-zorg zal daarom vooral buiten de verpleeghuisvorm moet worden gezocht. In vergelijking met andere gemeenten is de vraag naar woonvormen voor de doelgroep VG in Soest relatief hoog. De aanwezigheid van een aantal instellingen met een regionale functie zorgen in Soest voor een hogere toestroom van mensen uit andere gemeenten. In deze basisprognose is 2

342.107 | Woningmarktonderzoek

Het aantal Wlz-indicaties voor zorg aan mensen met een verstandelijke beperking (VG) is over de jaren 2015 tot en met 2023 in Soest iets toegenomen. In 2015 waren er volgens de afgegeven Wlz-indicaties 245 mensen met een VGindicatie. In 2023 waren er 330 mensen met een VG-indicatie. Aan de hand van deze indicatiegegevens en de bevolkingsprognose hebben wij voor de periode tot en met 2030 een inschatting gemaakt van de zorgvraag van mensen met een verstandelijke beperking. In deze basisprognose is inzichtelijk gemaakt hoe de totale zorgvraag van mensen met een verstandelijke beperking zich zal ontwikkelen2. Figuur 5.9: Gemeente Soest. Vraagprognose doelgroep VG, 2023 - 2040

500 400

300 200 100

30

30

30

40

40

310

310

330

340

350

2023

2025

2030

2035

2040

0

Geclusterd wonen

Gespikkeld wonen

Zelfstandig wonen

Bron: Bevolkingsprognose Primos 2023, indicatiegegevens CIZ.

dit trendmatig meegenomen (toestroom blijft op zelfde niveau). Als er met gemeenten in de regio afspraken worden gemaakt over een meer evenredig spreiding dan kan de behoefte in Soest lager uitvallen.

41

De verwachte bevolkingsgroei in Soest heeft een verhogend effect op de vraag. De basisprognose wordt verdeeld over geclusterd wonen en gespikkeld wonen: • Geclusterd wonen: een beschutte of beschermde woonvorm, vaak met een eigen appartement of studio met voorzieningen, maar ook met een ontmoetingsruimte in of direct bij het pand (zelfde complex). De woningen zijn geschikt voor bewoners met een zwaardere zorgvraag. • Gespikkeld wonen: wonen in een reguliere, niet-geclusterde woning die vaak in de nabijheid staat van een woonvorm waarvandaan lichtere zorg en begeleiding geboden kan worden. Op dit moment bestaat het aanbod voor deze doelgroep uit 260 geclusterde woonplekken. Hiermee is er nu een tekort aan 50 geclusterde plekken, wat richting 2040 zal oplopen tot een tekort van 90. Voor zover wij weten, is er geen aanbod aan gespikkeld wonen in Soest. Op basis van de vraaganalyse lijkt hier een tekort aan te zijn van circa 30 plekken. Tabel 5.3: Vraag-aanbodbalans woonvormen mensen met een verstandelijke beperking, afgerond op 5-tallen. VraagVraagVraagVraagVraagaanbod aanbod aanbod aanbod aanbod 2023 2025 2030 2035 2040 Geclusterd wonen Wlz -50 -50 -70 -80 -90 Gespikkeld wonen Wlz -30 -30 -30 -40 -40 Totaal -80 -80 -100 -120 -130 Bron: Woonzorgweter, bevolkingsprognose Primos, aanbodinventarisatie gemeente, CIZ zorg-gegevens en CBS-Microdata.

Vaak blijkt in de praktijk dat er mensen zijn met een Wlz-indicatie die thuis bij hun ouders wonen, of zelfstandig wonen. Zij ontvangen vaak ambulante begeleiding, en maken vaak ook gebruik van dagbesteding. Welk deel van de Wlz-clïënten zelfstandig dan wel bij de ouders woont, is niet bekend. In

342.107 | Woningmarktonderzoek

werkelijkheid is er dus misschien geen tekort aan verblijfsplekken voor mensen met een verstandelijke beperking. Mensen met een Wlz-indicatie die nu thuis bij hun ouders wonen, kunnen in de toekomst mogelijk wel behoefte hebben aan een woonplek bij een zorgaanbieder, bijvoorbeeld omdat de ouders te oud zijn om de zorg op zich te nemen.

5.3 Mensen met een lichamelijk beperking (LG) Om een inschatting te maken van de omvang van de groep met een Wlzindicatie vanwege een lichamelijke beperking is gebruik gemaakt van de CIZdatabank. In januari 2023 hadden in Soest 35 mensen een LG-indicatie. Dit zijn met name mensen tussen de 18 en 65 jaar. Op basis van de demografische ontwikkeling verwachten we dat de vraag naar woonplekken voor deze groep de komende jaren gelijk blijft; een vraag van 35 tot 40 woonplekken. De vraag vanuit de groep mensen met een lichamelijke beperking kan worden opgevangen door middel van woonvormen die speciaal bedoeld zijn voor deze groep. Wanneer we naar het aanbod aan plekken voor mensen met een lichamelijke beperking kijken, hebben we geen woonplek in beeld. Het zou goed kunnen dat de mensen met een Wlz-indicatie vanwege een lichamelijke beperking deze krijgen in een reguliere, aangepaste woning.

5.4 Uitstroom BW en MO Beschermd Wonen Beschermd Wonen (BW) is bedoeld voor mensen die niet zelfstandig kunnen wonen vanwege psychische en/of psychosociale problematiek, en wordt gefinancierd en georganiseerd vanuit de Wmo. Beschermd Wonen is ingericht op een tijdelijk verblijf, met 24-uursbegeleiding aanwezig of beschikbaar op

42

afroep. Echter, vanaf 1 januari 2021 maken sommige mensen met psychische problematiek aanspraak op financiering vanuit de Wlz, omdat zij ‘langdurig’ ondersteuning nodig hebben. Zorg en verblijf worden dan niet meer betaald vanuit de Wmo, maar vanuit de WlZ. Na verloop van tijd zullen de meeste cliënten weer zelfstandig(er) gaan wonen met meer of minder intensieve begeleiding.

Maatschappelijke Opvang Mensen die (tijdelijk) geen vorm van onderdak hebben, kunnen terecht bij de maatschappelijke opvang. In Nederland geldt dat iedereen hier terecht moet kunnen voor een slaapplek; er is geen maximum aantal plekken in de nachtopvang. De Maatschappelijke Opvang kent een grote verscheidenheid aan vormen, en ook een grote diversiteit aan ‘gebruikers’. Gezinnen kunnen op diverse locaties terecht in gezinsopvang, terwijl de nachtopvang dient voor korter verblijf voor met name alleenstaanden. Er zijn vaak aparte locaties waar ook verslavingszorg geboden wordt. Op enkele locaties worden vormen van begeleid wonen aangeboden, om de stap naar zelfstandigheid te vergemakkelijken. Tot slot kunnen jonge moeders en/of vrouwen vaak ook terecht in specifieke woonvormen om in een beschutte omgeving te werken aan herstel of stabiliteit: de vrouwenopvang. Maatschappelijke opvang is per definitie tijdelijk. Cliënten zullen uiteindelijk uitstromen naar een (begeleide) woonvorm of zelfstandige woning.

Jeugdzorg Jeugdzorg met verblijf kent verschillende varianten: een deel van de jongeren verblijft in een pleeggezin, een ander deel in een gezinshuis of in een ‘residentiële setting’ zoals een behandelgroep. Begeleiding vanuit de jeugdwet stopt in principe na het 18e jaar; jongeren in pleeggezinnen kunnen tot 21 jaar in jeugdhulp verblijven. Een deel van de jongeren die uitstromen uit een

342.107 | Woningmarktonderzoek

verblijfssetting heeft na die tijd nog behoefte aan een (ambulante) ondersteuning, anderen niet.

Uitstroom Ten aanzien van de uitstroom van beschermd wonen en maatschappelijke opvang is met de regio afgesproken dat mensen na tijdelijk verblijf terug gaan naar de gemeente van herkomst, tenzij er redenen zijn om dat juist niet te doen. Daarnaast stelt iedere gemeente een aantal woningen per jaar beschikbaar voor het huisvesten van personen met een zwervend bestaan. Er zijn voor Soest aannames gedaan over de uitstroom op basis van gegevens uit het verleden: • Jeugdzorg: 1 tot 3 personen per jaar • Beschermd wonen: 10 tot 15 personen per jaar • Maatschappelijke opvang: 1 tot 5 personen per jaar Mensen die uitstromen uit Beschermd Wonen hebben doorgaans behoefte aan een goedkope sociale huurwoning van een corporatie. Het aantal uitstromers per jaar kan sterk verschillen. Het is daarom belangrijk om de komende jaren de vinger aan de pols te houden en te monitoren hoe deze doelgroep zich in Soest ontwikkelt.

5.5 Overige aandachtsgroepen Het nationale programma ‘Een thuis voor iedereen’ heeft als doel te zorgen voor voldoende betaalbare woningen voor alle ‘aandachtsgroepen’, met een evenwichtige verdeling over gemeenten en met de juiste zorg en begeleiding. In het programma worden diverse aandachtsgroepen beschreven, waarvan we de grootste groepen hieronder beschrijven.

43

Arbeidsmigranten

Statushouders

De provincie Utrecht heeft in 2021 onderzoek laten uitvoeren naar arbeidsmigranten. Uit dit onderzoek bleek dat er toen ongeveer 665 geregistreerde arbeidsmigranten woonachtig waren in de gemeente Soest. Op provinciaal niveau bleek een clustering van woonachtige arbeidsmigranten in wijken met goedkope woningen. Voor Soest geldt dat vooral in de wijk Smitsveen relatief veel arbeidsmigranten woonachtig waren. Op provinciaal niveau is de huisvestingsopgave tot 2030 bepaald op + 11.835 plekken. Als we dit verhoudingsgewijs doorvertalen naar de gemeente Soest dan zou dit tot 2030 een opgave van 340 extra woonplekken betekenen. Dit is vervolgens te verdelen naar: • Shortstay (< 4 maanden; flexibele woonvormen): 75 woonplekken • Midstay (tot 3 jaar; flexibele woonvormen): 165 woonplekken • Long stay (permanent; reguliere woningbehoefte): 100 woonplekken

De huisvesting van statushouders is een specifiek aandachtspunt. Over het huisvesten van deze groep worden afspraken gemaakt met de woningcorporaties. Hoewel niet goed te voorspellen is hoe de omvang van deze doelgroep zich gaat ontwikkelen, kan wel een richting gegeven worden. Voor de kortere termijn is er zicht op de aantallen statushouders die gemeenten moeten huisvesten. Het Rijk publiceert hiervoor halfjaarlijks de Taakstelling Huisvesting Statushouders. Om voor de komende jaren een bandbreedte te geven, kijken we naar gemiddelde taakstelling van de afgelopen jaren en de hoge taakstelling die bekend is voor de eerste helft van 2023. Deze taakstelling ligt op het niveau van de hoogste piek in de afgelopen jaren. Vervolgens vertalen we dit naar een daadwerkelijke woningvraag door ons te baseren op ervaringscijfers over de gemiddelde woningbezetting bij statushouders.

Om de opgave voor Soest volledig in beeld te brengen is nader onderzoek nodig, waarbij ook een aanbodinventarisatie wordt uitgevoerd en met werkgevers wordt gesproken.

Figuur 5.10: Jaarlijkse taakstelling statushouders, gemeente Soest 2013-2027. 140 120 100 80 60 40

20 0

Historisch

Trendmatig

Hoog

Bron: Rijksoverheid 2023, bewerking Companen.

342.107 | Woningmarktonderzoek

44

Bij een trendmatige huisvestingsopgave zijn jaarlijks ongeveer 20 woningen nodig (situatie 2022). Dit betreft in grote mate corporatiewoningen. De extra woningbehoefte bij het hoge scenario hoog gebaseerd op de actuele taakstelling ligt op bijna 45 woningen per jaar. Dit zijn 25 woningen per jaar méér dan de situatie in 2022.

(Dreigend) dak- en thuislozen De omvang van de groep mensen die dak- of thuisloos zijn (of dreigen te worden) is lastig in te schatten. Er is geen sluitende registratie van het aantal dak- en thuislozen in de gemeente Soest. Het betreft een diverse groep van bijvoorbeeld jongeren die niet in hun thuissituatie kunnen blijven wonen, mensen die na een relatiebreuk een nieuwe woning nodig hebben, economisch daklozen die hun woning zijn kwijtgeraakt, maar ook dak- en thuislozen die op straat en in de opvang leven. Er is daarmee ook overlap met de groep uitstroom Maatschappelijke Opvang. Om een inschatting te kunnen maken van de omvang van deze doelgroep kan bijvoorbeeld worden gekeken naar: • Hoeveel mensen er zijn ingeschreven op vakantieparken (of er verblijven); • De toewijzing van sociale huurwoningen aan urgenten (specifiek ook de mensen die niet aan de voorwaarden voldoen en niet in aanmerking kwamen); • Het aantal gehonoreerde en afgewezen aanvragen bij de Urgentiecommissie (uitsplitsen naar reden van aanvraag). • Mensen die zich bij een sociaal wijkteam met urgente woonvraag hebben gemeld.

Woonwagenbewoners Gemeenten moeten bij het vaststellen van het lokale woonbeleid rekening houden met de wensen van woonwagenbewoners, onder meer door te zorgen voor voldoende standplaatsen. Periodiek wordt in opdracht van het Ministerie van BZK onderzoek gedaan naar de stand van zaken rond

342.107 | Woningmarktonderzoek

woonwagenstandplaatsen in Nederland. Dat onderzoek geeft inzicht in de aantallen standplaatsen per gemeente en hoe die aantallen zich verhouden tot de woningvoorraad van gemeenten. Het geeft daarmee inzicht in welke gemeenten naar verhouding veel en welke gemeenten naar verhouding weinig woonwagenstandplaatsen hebben. Uit het laatste onderzoek blijkt dat er in Soest 25 woonwagenstandplaatsen aanwezig zijn, wat neerkomt op 1,2 standplaatsen per 1.000 woningen. Dit komt overeen met zowel het landelijke als het provinciale gemiddelde. In 2019 is daarnaast door de gemeente Soest onderzoek gedaan naar de behoefte aan woningenstandplaatsen. Uit dit onderzoek bleek dat een uitbreiding van het aantal standplaatsen met 2 á 3 wenselijk was. De uitkomsten van dit onderzoek worden meegenomen bij het opstellen van een plan voor de vernieuwing van de woonwagenlocatie(s).

Voltijd studenten In het programma ‘Een thuis voor iedereen’ worden voltijd studenten ook als specifieke aandachtsgroep benoemd. In de woningmarktregio van Soest zijn onderwijsinstellingen in Amersfoort (hogescholen) en Utrecht (hogescholen en universiteiten) gevestigd. De meeste studenten met een uitwonende wens willen het liefst in of nabij hun studiestad wonen. Het is daarom te verwachten dat de woningbehoefte van deze groep zich voor in Amersfoort en Utrecht concentreert. De huisvestingsvraag van studenten is in de gemeente Soest naar verwachting beperkt.

Overige urgentiecategorieën Tot slot zijn er nog verschillende kleinere groepen waarvan de omvang lastig cijfermatig te ramen is. Desondanks is het belangrijk om deze doelgroepen straks te benoemen in de verplichte urgentieverordening. De volgende aandachtsgroepen zijn belangrijk om te benoemen: • Mensen die uitstromen uit de klinische GGZ

45

• Uitstroom vrouwenopvang en slachtoffers mensenhandel (mogelijk overlap met uitstroom MO) • Uitstroom uit forensische zorg (overlap met uitstroom MO) • Uitstroom uit detentie • Mantelzorgers en mantelzorgontvangers (is een van de urgentie categorieën bij woningtoewijzing, komt weinig voor in Soest)

342.107 | Woningmarktonderzoek

46

Bijlage 1: verhuisbewegingen binnen de gemeente Gemeente Soest. Verhuisbewegingen tussen de wijken, 2011-2021. naar → t HartKlaarwater Boerenstreek Soestdijk ↓van

De EngSoest-Midden

Smitsveen

Overhees

SoestZuid

Soesterberg

Buiten de gemeente

Totaal

t Hart-Soestdijk

16%

4%

1%

6%

4%

4%

4%

1%

59%

100%

Klaarwater

10%

9%

2%

9%

7%

7%

4%

2%

50%

100%

Boerenstreek

10%

6%

6%

7%

5%

7%

5%

1%

53%

100%

De Eng-Soest-Midden

8%

5%

1%

15%

5%

5%

5%

2%

54%

100%

Smitsveen

8%

4%

2%

8%

11%

5%

4%

1%

57%

100%

Overhees

9%

6%

2%

9%

7%

10%

5%

1%

52%

100%

Soest-Zuid

7%

2%

1%

7%

3%

4%

12%

1%

63%

100%

Soesterberg

1%

0%

0%

1%

1%

1%

1%

24%

70%

100%

Totaal

9%

4%

2%

7%

5%

5%

5%

5%

59%

100%

Bron: CBS Microdata.

342.107 | Woningmarktonderzoek

47

Bijlage 2: tabellenboek cijfers per wijk Gemeente Soest. Totale woningvoorraad naar type, situatie 1-1-2023.

3%

Alleenstaand 25 jaar tot AOW

16%

25%

13%

23%

23%

13%

11%

19%

Paar 25 jaar tot AOW

15%

12%

18%

13%

13%

17%

17%

19%

Paar met kind(eren)

28%

20%

41%

25%

24%

30%

31%

30%

Eenoudergezin

5%

9%

9%

6%

11%

6%

6%

7%

Alleenstaand AOW of ouder

17%

21%

7%

16%

14%

15%

14%

11%

Paar AOW of ouder

16%

12%

13%

13%

12%

17%

19%

12%

Soesterberg

Soesterberg

1%

Soest- Zuid

Soest- Zuid

1%

Overhees

Overhees

4%

Smitsveen

Smitsveen

5%

Midden

Midden

0%

De Eng – Soest

De Eng – Soest

2%

Boerenstreek

Boerenstreek

3%

Klaarwater

Klaarwater

Jonger dan 25 jaar

‘ t Hart Soestdijk

’ t Hart Soestdijk

Gemeente Soest. Huishoudens naar type, situatie 2021.

Rij-/hoekwoning

26%

37%

53%

11%

26%

61%

23%

26%

2-1 kapwoning

28%

4%

24%

22%

7%

13%

40%

28%

Vrijstaande woning

18%

2%

10%

14%

3%

10%

24%

18%

Appartement

27%

57%

14%

53%

65%

16%

13%

27%

Bron: WOZ-registratie gemeente Soest. Gemeente Soest. Totale woningvoorraad naar bouwjaar, situatie 1-1-2023. ‘ t Hart Soestdijk

Klaarwater

Boerenstreek

De Eng – Soest

Midden

Smitsveen

Overhees

Soest- Zuid

Soesterberg

Bron: Lokale Monitor Wonen, 2023.

Voor 1900

1%

0%

1%

1%

0%

0%

1%

0%

1901 tot 1945

33%

4%

2%

23%

3%

4%

36%

9%

1946 tot 1970

32%

20%

1%

37%

63%

1%

38%

28%

‘ t Hart Soestdijk

Klaarwater

Boerenstreek

De Eng – Soest

Midden

Smitsveen

Overhees

Soest- Zuid

Soesterberg

Gemeente Soest. Koopvoorraad naar prijsklassen, situatie 1-1-2023.

< € 275.000

10%

23%

4%

22%

4%

5%

12%

14%

€ 275.000-€ 355.000

5%

14%

14%

5%

42%

12%

4%

15%

1971 tot 1990

16%

74%

1%

13%

21%

78%

7%

34%

€ 355.000-€ 450.000

18%

52%

32%

13%

36%

48%

12%

37%

1991 tot 2010

14%

2%

93%

21%

9%

15%

14%

12%

> € 450.000

67%

11%

50%

60%

19%

36%

72%

34%

Na 2010

3%

0%

1%

4%

3%

2%

4%

17%

Bron: WOZ-registratie gemeente Soest.

342.107 | Woningmarktonderzoek

Bron: WOZ-registratie gemeente Soest.

48

Klaarwater

Boerenstreek

De Eng – Soest

Midden

Smitsveen

Overhees

Soest- Zuid

Soesterberg

‘ t Hart Soestdijk

Klaarwater

Boerenstreek

De Eng – Soest

Midden

Smitsveen

Overhees

Soest- Zuid

Soesterberg

Gemeente Soest. Huishoudensprofiel van vestigers in de wijken, 2011-2021.

‘ t Hart Soestdijk

Gemeente Soest. Herkomst van vestigers (personen) in de wijken, 2011-2021.

Amersfoort

18%

31%

19%

25%

29%

23%

31%

25%

1-2 phh tot 35 jaar

35%

40%

31%

47%

45%

29%

28%

43%

Utrecht

16%

17%

26%

15%

16%

19%

19%

17%

1-2 phh 36 - 55 jaar

18%

20%

17%

18%

19%

21%

21%

20%

Amsterdam

12%

7%

8%

9%

8%

10%

12%

10%

1-2 phh 56 - 65 jaar

8%

11%

9%

7%

6%

11%

10%

6%

Baarn

14%

15%

12%

15%

8%

7%

7%

11%

1-2 phh 66 - 75 jaar

6%

8%

7%

4%

5%

8%

6%

4%

Zeist

4%

6%

5%

3%

6%

6%

4%

4%

1-2 phh 75 jaar en ouder

10%

5%

0%

6%

2%

0%

3%

2%

Hilversum

8%

7%

8%

7%

5%

6%

4%

6%

Gezinnen

22%

15%

35%

18%

23%

27%

31%

24%

De Bilt

3%

3%

9%

3%

3%

5%

3%

4%

Almere

3%

3%

3%

2%

2%

4%

2%

3%

Leusden

1%

0%

0%

2%

1%

2%

2%

2%

Rotterdam

2%

1%

2%

2%

2%

1%

2%

2%

's-Gravenhage

2%

1%

2%

1%

2%

2%

2%

2%

Utrechtse Heuvelrug

1%

0%

0%

1%

3%

2%

1%

1%

Gooise Meren

2%

0%

0%

1%

2%

2%

2%

2%

Overig Nederland

12%

7%

5%

12%

13%

11%

11%

11%

Bron: CBS Microdata.

Bron: CBS Microdata.

342.107 | Woningmarktonderzoek

49

Bijlage 3: De Doorzonscan De Doorzonsscan is een beproefd meetinstrument waarmee gemeenten en woningcorporaties op een snelle manier kunnen achterhalen welk deel van de woningvoorraad al geschikt is voor mensen met een functiebeperking en welke woningen met een kleine ingreep geschikt te maken zijn. Iedere woning wordt op basis van een aantal kenmerken van de woningen (bouwjaar, oppervlakte en woningtype) ingedeeld in één van de categoriën. Hieronder staan de kenmerken waaraan woningen moeten voldoen om een specifieke kwalificatie te krijgen. Geschikte woning Alle primaire voorzieningen (slaapkamer, woonkamer, toilet, badkamer en keuken) liggen gelijkvloers of zijn zonder traplopen bereikbaar. De woning is geschikt voor bewoners met geringe beperkingen bij het lopen, die als hulpmiddelen eventueel wandelstok of kruk(ken) gebruiken. De woningen voldoen aan tenminste één van de volgende kenmerken: • woning is aangemerkt als seniorenwoning of nultredenwoning; • appartementen/(galerij)flats (als deze over een lift beschikken); • (semi)bungalows, woonboerderijen.

• geschakelde woning. Niet-geschikte woning De overige woningen zijn als niet-geschikt aangemerkt; deze woningen zijn vermoedelijk ook niet (eenvoudig) geschikt te maken. De beoordeling van de woningvoorraad op geschiktheid op basis van wozgegevens is een inschatting. Bezoek aan een woning zelf moet uitwijzen of de inschatting ook juist is. Daarnaast geeft de analyse uitsluitend inzicht in de kenmerken van de woning. Het is denkbaar dat ouderen de woning niet meer geschikt vinden omdat bijvoorbeeld het onderhoud van de woning of de tuin teveel wordt, of dat men dichter bij voorzieningen wil wonen; een woning die volgens de analyse ‘geschikt’ is kan in de beleving van de bewoners dan minder geschikt zijn. Andersom kan het zo zijn dat in een woning die volgens de analyse ‘potentieel geschikt’ is inmiddels al aanpassingen zijn gedaan (zoals de installatie van een traplift, of de drempels verwijderd). Hier kom je echter alleen achter door de woning daadwerkelijk te bezoeken. Daar wordt in deze analyse geen rekening mee gehouden.

Potentieel geschikte woning Potentieel geschikte woningen zijn woningen die met relatief beperkte middelen geschikt te maken zijn. Hierbij is te denken aan het installeren van een traplift, of het verlagen of weghalen van drempels. Deze woningen voldoen aan de volgende criteria: • eengezinswoning, is gebouwd na 1998; • inhoud bij koopwoning is groter dan 350 m 3 en gebouwd na 1965; • inhoud bij huurwoning is groter dan 300 m 3 en gebouwd na 1980;

342.107 | Woningmarktonderzoek

50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=6e79d3ef-c450-42ae-bb30-898956f11b78