CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen toelichting _Bijlage 16 Vooronderzoek conventionele explosieven

Besluitvormende Raadsvergadering 7 juli 2022, gemeente SoestBij agendapunt: Bestemmingsplan Officierscasino Soesterberg16.512 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

336-020-VO-02

Pagina 35 van 73

3 HET CONTRA-INDICATIE ONDERZOEK In het onderzoeksgebied kunnen na de oorlog activiteiten hebben plaatsgevonden die de kans op de aanwezigheid van Conventionele Explosieven kunnen beïnvloeden. Dit betreft bijvoorbeeld grondroerende werkzaamheden. Bij deze werkzaamheden mag verondersteld worden dat eventuele aangetroffen CE zijn gemeld en geruimd. Tevens kunnen er activiteiten hebben plaatsgevonden waarbij grond is aangevoerd welke mogelijk CE bevatten (redepositie). Onder contra-indicaties worden ook opsporingswerkzaamheden door zowel de EOD (en haar voorgangers) en civiele opsporingsbedrijven verstaan.

3.1

BEELDVERGELIJKING TEN BEHOEVE VAN CONTRA-INDICATIE ONDERZOEK

Het vaststellen van naoorlogse grondroerende activiteiten gebeurt conform het WSCS-OCE deels aan de hand van een beeldvergelijking van luchtfoto’s en satellietbeelden uit diverse tijdvakken. De navolgende naoorlogse luchtfoto’s tonen naoorlogse activiteit in het onderzoeksgebied.

Figuur 11: Luchtfoto uit 1960. Er zijn twee loodsen in het onderzoeksgebied gebouwd. Bron: luchtfoto 1960, Kadaster.

336-020-VO-02

Pagina 36 van 73

Figuur 12: Luchtfoto uit 1999. De twee naoorlogse gebouwde loodsen zijn afgebroken. Ten noorden van het Officierscasino is een nieuw gebouw geplaatst. Bron: luchtfoto 1999, Kadaster.

Figuur 13: Satellietbeeld van de huidige situatie. Er zijn geen veranderingen zichtbaar ten opzichte van de luchtfoto uit 1999. Bron: Luchtfoto RD, ESRI Nederland.

336-020-VO-02

Pagina 37 van 73

3.2

OPSPORINGSWERKZAAMHEDEN

ECG heeft een inspanning verricht om eventuele naoorlogse opsporingswerkzaamheden in het onderzoeksgebied te achterhalen. Er zijn geen opsporingswerkzaamheden in het onderzoeksgebied bekend.

3.3

KABELS EN LEIDINGEN

ECG heeft een KLIC melding gedaan om na te gaan of er in de naoorlogse periode kabels en/of leidingen in het onderzoeksgebied zijn gelegd. Hieruit blijkt dat er enkele kabels en leidingen in het gebied liggen, lopende naar het Officierscasino en het bovenliggende gebouw.

Figuur 14: Overzicht van de ligging van kabels en leidingen in het onderzoeksgebied. Bron: Kadaster. Bron ondergrond: Luchtfoto RD, ESRI Nederland.

3.4

SAMENVATTING NAOORLOGSE WERKZAAMHEDEN

Er zijn contra-indicaties achterhaald. Deze betreffen: -

Aanleg van twee loodsen ten zuidoosten van het Officierscasino; Sloop van de twee naoorlogse loodsen; Aanleg van een gebouw ten noorden van het Officierscasino; Aanleg van enkele kabels en leidingen.

336-020-VO-02

Pagina 38 van 73

Er is geen maatvoering achterhaald met betrekking tot de contra-indicaties. In het navolgende contra-indicatie schema zijn diverse achterhaalde contra-indicatieve aspecten weergegeven: MOGELIJKE OORZAKEN VOOR CONTRA-INDICATIES VOOR DE AANWEZIGHEID VAN CONVENTIONELE EXPLOSIEVEN

GRONDROERENDE WERKZAAMHEDEN

Ontgravingen

Gronddepositie

BAGGERWERKZAAMHEDEN

OPSPORINGSWERKZAAMHEDEN

EOD en voorgangers

Civiele opsporingsbedrijven

Figuur 15: Schema met contra-indicaties betreffende de aan/afwezigheid van CE.

336-020-VO-02

Pagina 39 van 73

4 AFBAKENING VERDACHT GEBIED Op basis van de geraadpleegde bronnen zijn er aanwijzingen achterhaald dat het onderzoeksgebied bij oorlogshandelingen betrokken is geweest. Het onderzoeksgebied wordt derhalve deels gekwalificeerd als verdacht.

4.1

EVALUATIE AFWEGING INDICATIES EN CONTRA-INDICATIES

Uitgaande van de indicaties en contra-indicaties vindt er een afweging plaats omtrent de indicatie ‘verdacht/onverdacht’. In de periode na de oorlog hebben er grondroerende werkzaamheden en opsporingsactiviteiten in bepaalde bodemlagen plaatsgevonden in het onderzoeksgebied. Het uitgangspunt is dat bij de reeds uitgevoerde grondroerende werkzaamheden eventuele aangetroffen Conventionele Explosieven gemeld en geruimd zouden zijn. Deze naoorlogs geroerde en onderzochte bodemlagen kunnen derhalve als onverdacht worden aangemerkt. Maatvoering hieromtrent is beperkt achterhaald. ECG laat hierbij eventuele naoorlogse dumping of redepositie buiten beschouwing. Bij de horizontale afbakening is rekening gehouden met contra-indicaties. In situaties waar deze contra-indicaties voldoende overtuigend zijn bevonden, worden de verdachte gebieden op deze locaties bijgesteld. Dit is het geval ter plaatse van het naoorlogs aangelegde gebouw ten noorden van het Officierscasino. Volgens de plannen van de opdrachtgever zal dit gebouw worden gesloopt. Ter plaatse van het Officierscasino is het verdachte gebied vervallen. Met betrekking tot de naoorlogse schuur t.h.v. de loopgraaf wordt verwacht dat de grond tot 30cm-MV geroerd zal zijn.

4.2

HORIZONTALE AFBAKENING VERDACHT GEBIED

Het verdachte gebied zal in deze paragraaf horizontaal worden afgebakend aan de hand van bijlage 3 van het WSCS-OCE. Van de richtlijnen uit de afbakeningstabel mag gemotiveerd worden afgeweken. De achterhaalde indicaties zijn gehanteerd bij de horizontale afbakening van verdacht gebied. Vanuit veiligheids- en risicoperspectief worden de indicaties voorzien van zogenaamde risicobuffers waarin zich theoretisch achtergebleven munitieartikelen en/of blindgangers zouden kunnen bevinden. De bijlage uit het WSCS-OCE en de daarin geschetste indicaties zijn niet te beschouwen als volledig dekkend voor ieder achterhaalbaar scenario. Het gevolg hiervan is dat achterhaalde oorlogshandelingen in sommige gevallen geïndiceerd worden naar de meest in de lijn van de gebeurtenis liggende omschrijving of een gemotiveerde afgeleide hiervan. Bij de horizontale afbakening is rekening gehouden met contra-indicaties. In situaties waar deze contra-indicaties voldoende overtuigend zijn bevonden, worden de verdachte gebieden op deze locaties bijgesteld. Het resultaat is waar te nemen op de CE-Bodembelastingkaart in bijlage 1. De verdachte gebieden worden bij dit vooronderzoek meegeleverd en kunnen in een GIS worden ingeladen. De verdachte gebieden worden in de onderstaande afbakeningen voorzien van een GIS ID.

336-020-VO-02

Pagina 40 van 73

Deze GIS ID’s zijn terug te vinden bij de betreffende indicaties in de overzichtstabel in paragraaf 2.5.1 en in de bijgeleverde shapefiles met verdachte gebieden. -

Geschutsopstelling (GIS ID 1)

Op de luchtfoto’s zijn geschutsopstellingen van Duitse herkomst waargenomen. In het WSCS-OCE is met betrekking tot deze indicatie het volgende uitgangspunt opgenomen: Locatie van geschut, niet zijnde onderdeel van een verdedigingswerk. 25 meter rondom het hart van de geschutsopstelling is verdacht, maar niet verder dan een eventueel aangrenzende watergang. De locaties van de waargenomen geschutsopstellingen worden voorzien van een risicobuffer van 25 meter inclusief 10 meter voor de afwijkende georeferentie. Totale risicobuffer: 35 meter. Vanwege naoorlogse bebouwing is het verdachte gebied vervallen binnen de contouren van de waargenomen gebouwen. -

Loopgraaf (GIS ID 2)

Op de luchtfoto’s en een Defence Overprint is een loopgraaf waargenomen. In het WSCS-OCE is met betrekking tot deze indicatie het volgende uitgangspunt opgenomen: Het gebied binnen de contouren van de loopgraaf is verdacht, bij voorkeur bepaald aan de hand van georefereerde luchtfoto’s. De locaties van de waargenomen loopgraven zijn verdacht en worden voorzien van een buffer van 10 meter voor de afwijkende georeferentie. Ter hoogte van de loopgraaf is na de oorlog een schuur gebouwd en weer afgebroken. De maatvoering van de werkzaamheden ontbreekt. Hier wordt ingeschat dat de eerste 0,3m-MV geroerd zal zijn.30 -

Mangat

Op luchtfoto’s zijn in het onderzoeksgebied diverse mangaten waargenomen. Bij de analyse van luchtfoto’s wordt de functie van een vergraving bepaald aan de hand van de context van het gebied en de locatie waar deze is waargenomen. Mangaten hebben een schuilfunctie en werden veelal langs doorgaande wegen in regelmatige intervallen gegraven. Schuttersputten daarentegen, hebben een militaire functie en konden zowel voor gevechtsdoeleinden of voor oefeningen worden gegraven. De vergravingen zijn in dit geval als mangat geclassificeerd en in lijn met het WSCS-OCE als onverdacht aangemerkt.

30 In samenspraak met adviseur Gemeente Soest (04-02-2021).

336-020-VO-02

Pagina 41 van 73

De afbakening van verdachte gebieden leidt tot het onderstaande schema met aanleidingen voor de mogelijke aanwezigheid van Conventionele Explosieven in het onderzoeksgebied.

MOGELIJKE OORZAKEN VOOR DE AANWEZIGHEID VAN ACHTERGEBLEVEN CONVENTIONELE EXPLOSIEVEN

LUCHTAANVALLEN

Bombardement

Beschieting met boordwapens

Beschieting met raketten

Vliegtuigcrash/ Inslag V-wapen

GRONDGEVECHTEN (SECUNDAIRE GEVOLGEN)

Blindgangers (bijv. artillerie beschieting)

In stellingen achtergelaten, gedumpt of bedolven

MUNITIE VERNIETIGING

MILITAIR GEBRUIK

MUNITIE OPSLAG

Springputten

Militair oefenterrein

Munitie fabricage en/of opslag

Munitiedump of stort

Stationering militairen

Munitie inrichtingen

Munitiedump in water

Vliegveld

Incident munitieopslag

(afzinking)

Mijnenveld(en)

(explosie)

Vernielingsactiviteiten

Figuur 16: Schema met achterhaalde oorzaken/scenario’s voor indicaties betreffende de vermoedelijke aanwezigheid van CE.

De gebieden die naar aanleiding van de horizontale afbakening zijn aangemerkt als verdacht op het aantreffen van Conventionele Explosieven, zijn weergegeven op de CE-bodembelastingkaart in Bijlage 1.

4.3

MOGELIJK AAN TE TREFFEN CONVENTIONELE EXPLOSIEVEN

Op basis van de resultaten uit de bronnenstudie kan worden aangenomen dat de volgende typen en kalibers Conventionele Explosieven of restanten hiervan mogelijk aangetroffen kunnen worden in de als ‘verdacht’ aangemerkte gebieden. Wanneer geen compleet sluitende gegevens met betrekking tot de ingezette munitieartikelen zijn aangetroffen, zijn de verwachte Conventionele Explosieven gebaseerd op de ruimingen van de EOD, de ingezette wapensystemen en eerdere ervaringen met vergelijkbare indicaties. Restanten van wapens en naoorlogse CE zijn niet in de tabel opgenomen.

336-020-VO-02

Pagina 42 van 73

GIS ID

INDICATIE

HERKOMST

TYPE

KALIBER

VERSCHIJNINGSVORM

TRILLINGSGEVOELIGE ONTSTEKERS FEITELIJK VASTGESTELD?

1

Geschutsopstelling

Duits

Geschutmunitie

Gedumpt

Nee

2

Loopgraaf

Duits

KKM, geweer- en handgranaten, munitie voor granaatwerpers, raketten

2cm, 3,7cm, 5cm, 7,5cm, 8,8cm KKM, steelhandgranaat, handgranaat MK II, geweergranaat, panzerschreck, panzerfaust

Gedumpt

Nee

Tabel 6: Mogelijk aan te treffen CE binnen de als ‘verdacht’ aangegeven gebieden.

336-020-VO-02

Pagina 43 van 73

4.4

VERTICALE AFBAKENING

Om de te verwachten diepte van de vermoede CE vast te kunnen stellen, dient bezien te worden van welke verschijningsvorm er wordt uitgegaan, in dit geval: ▪

Gedumpt;

Er wordt een verticale afbakening van 1m-MV aangehouden, afgeleid van de verwachte diepte van de stellingen.31 Eventuele munitieartikelen worden verwacht op de bodem van de stellingen. De exacte diepte van de stellingen zal middels opsporingswerkzaamheden ter plaatse moeten worden vastgesteld.

31 In samenspraak met adviseur Gemeente Soest (04-02-2021).

336-020-VO-02

Pagina 44 van 73

5 LEEMTEN IN KENNIS ▪

Van eventuele meldingen of ruimingen van (vermoede) explosieven in of direct grenzend aan het onderzoeksgebied zijn over de periode 1940-1944 en 1948-1970 geen gegevens meer bekend bij de EOD en het SSA.

▪

De locatiegegevens van een groot deel van de door de EOD uitgevoerde ruimingen waren te summier om hieraan een exacte locatie aan te koppelen.

▪

ECG beschikt niet over de complete informatie over de maatvoering van de achterhaalde naoorlogse grondroerende werkzaamheden in het onderzoeksgebied. Het is niet bekend of er verhogingen of verlagingen van het maaiveld hebben plaatsgevonden.

336-020-VO-02

Pagina 45 van 73

6 CONCLUSIE EN ADVIES Het doel van deze studie is het verkrijgen van een gefundeerd antwoord op de volgende drie kernvragen door middel van het verzamelen en verwerken van relevant historisch feitenmateriaal: 1. Is het onderzoeksgebied of delen hiervan betrokken geweest bij oorlogshandelingen (indicaties) en is er daardoor sprake van een verhoogd risico op het aantreffen van Conventionele Explosieven oftewel van verdacht gebied? Op basis van het geraadpleegde bronnenmateriaal wordt geconcludeerd dat er op een tweetal locaties in het onderzoeksgebied sprake is van een verhoogde kans op het aantreffen van conventionele explosieven. De verhoogde kans is gebaseerd op het feit dat er twee geschutsopstellingen en een loopgraaf aanwezig waren ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. De gebieden die als ‘verdacht’ zijn aangemerkt, zijn te raadplegen op de CE-Bodembelastingkaart onder Bijlage 1. 2. Zijn er gebeurtenissen (contra-indicaties) die een aanwijzing vormen dat een (mogelijk verdacht) gebied als onverdacht kan worden aangemerkt? Er zijn grondroerende werkzaamheden uitgevoerd in delen van het als verdacht aangemerkte gebied. Ter hoogte van het naoorlogs gebouwde pand ten noorden van het Officierscasino zijn de contra-indicaties als voldoende overtuigend bevonden om te worden gewogen bij de afbakening van verdacht gebied.

Hierdoor kunnen delen voor wat betreft de naoorlogs geroerde en/of onderzochte laag als onverdacht worden aangemerkt. Het resultaat kan worden geraadpleegd op de CE-Bodembelastingkaart in Bijlage 1. 3. Wat is de soort, subsoort, hoeveelheid en verschijningsvorm van de vermoede Conventionele Explosieven indien er sprake is van verdacht gebied, en is er eventueel sprake van de inzet van afwerpmunitie voorzien van trillingsgevoelige ontstekers met een acuut veiligheidsrisico? In de verdachte gebieden kan munitie uit de periode 1940-1945 in gedumpte toestand worden aangetroffen. Ter hoogte van de geschutsopstellingen kan geschutmunitie worden verwacht vanaf 2 cm. Ter hoogte van de loopgraaf bestaat een verhoogd risico op het aantreffen van KKM, geweer- en handgranaten, munitie voor granaatwerpers en raketten. Over de hoeveelheden zijn geen feitelijk onderbouwde uitspraken te doen. ECG adviseert u om het opsporingsproces voort te zetten in de gebieden die op de CEBodembelastingkaarten als ‘verdacht’ zijn aangemerkt. Tevens wordt u aangeraden om uitvoerende partijen op de hoogte te stellen van het Protocol Spontane Vondst dat in Bijlage 5 van deze rapportage is bijgevoegd.

Mochten er onverhoopt munitie(gelijkende) objecten worden aangetroffen in de als ‘onverdacht’ geclassificeerde gebieden, dan wordt u geadviseerd om de werkzaamheden direct te staken en de lokale politie van deze vondst op de hoogte te stellen. Tevens wordt u

336-020-VO-02

Pagina 46 van 73

geadviseerd om in een dergelijke situatie contact op te nemen met een WSCS-OCE gecertificeerd opsporingsbureau en gezamenlijk vast te stellen of opschaling noodzakelijk is.

336-020-VO-02

Pagina 47 van 73

7 OVERZICHT VAN GEHANTEERDE BRONNEN Archieven: ▪ Archief Eemland te Amersfoort ▪ Bundesarchiv-Militärarchiv te Freiburg (Duitsland) ▪ Explosieven Opruimingsdienst van het Ministerie van Defensie te Rijswijk en Soesterberg ▪ Laurier Military History Archive te Waterloo (Canada) ▪ Luchtfotoarchief Topografische Dienst/Kadaster te Zwolle ▪ Nationaal Archief te Den Haag ▪ National Archives te Londen (Engeland) ▪ National Archives and Records Administration te College Park, MD (VS) ▪ National Collection of Aerial Photography/The Aerial Reconnaissance Archives/Royal Commission on the Ancient and Historical Monuments of Scotland te Edinburgh (Schotland) ▪ Nederlands Instituut voor Militaire Historie te Den Haag ▪ NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust – en Genocidestudies te Amsterdam ▪ Semistatische archiefdiensten Ministerie Defensie te Rijswijk ▪ Speciale Collecties Wageningen University te Wageningen ▪ Utrechts Archief te Utrecht Literatuur: ▪ Amersfoort, H. en P. Kamphuis (red.), Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied (Den Haag 2005). ▪ Blijdenstijn, R., Tastbare tijd 2.0: cultuurhistorische atlas van de provincie Utrecht (z.p. 2017). ▪ Bollen, H. en P. Vroemen, Canadezen in actie: Nederland najaar ’44 – voorjaar ’46 (Warnsveld 1994). ▪ Bowman, M., B-17 Flying Fortress Units of the Eigth Air Force, deel 2 (Oxford 2002).

▪ Chorley, W.R., Royal Air Force Bomber Command Losses of the Second World War Volume 1-7 (Leicester 1993-2002). ▪ Eversteijn, T., Bombardementen en verongelukte vliegtuigen in de periode 10 mei 1940 – 5 mei 1945 (z.p. z.j.). ▪ Grimm, P., E. van Loo en R. de Winter (red.), Vliegvelden in oorlogstijd: Nederlandse vliegvelden tijdens bezetting en bevrijding 1940-1945 (Culemborg 2009). ▪ Hall, L. van, Verboden toegang: Een fenomenologische verkenning en ontwerp van de vliegbasis Soesterberg (Eindhoven 2007). ▪ Merwe-Wouters, G. van de, Soest onder vuur (Muiderberg 2001). ▪ Mos, R. de, Wehrmachtsheim / Officierscasino Soesterberg, in: Van Zoys tot Soest , Historische Vereniging Soest/Soesterberg, 34:2, 23-25. ▪ Sectie Krijgsgeschiedenis van den Generalen Staf, Beknopt overzicht van de krijgsverrichtingen der Koninklijke Landmacht 10-19 mei 1940 (Leiden 1947). ▪ Stacey, C.P., The victory campaign: the operations in North-West Europe, 1944-1945 (Ottawa 1966). ▪ Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945, Verliesregister 1939-1945. Alle militaire vliegtuigverliezen in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog (Den Haag 2008). 336-020-VO-02

Pagina 48 van 73

▪ Top, D., Soesterberg 80 jaar militaire luchtvaart (Alphen aan den Rijn 1993). ▪ Top, D., Soesterberg en omgeving in de oorlogstijd (Alphen aan den Rijn 1995). ▪ Top, D., Soesterberg vliegveld 1939-1945. Oorlogsgeweld in en boven ’t hart van Nederland (Alphen aan den Rijn 1994). ▪ Top, D. en W. Top, Soesterberg van toen tot nu (Alphen aan den Rijn 1990). ▪ Volkers, K., Geheim landschap: 200 jaar militairen op de Heuvelrug (Amsterdam 2009). ▪ Weerd, E. van de en G. Crebolder, Bevrijdingskroniek Noord-west Veluwe: april-november 1945: Nijkerk-Putten-Ermelo-Harderwijk-Nunspeet-Hoevelaken, Schaffelaarreeks 14 (Barneveld 1983). ▪ Weerd, E. van de, P.A. Veldheer en G. Crebolder, Bevrijdingsatlas Veluwe, Schaffelaarreeks 16 (Barneveld 1985). ▪ Winter, R. de, Een eeuw militaire luchtvaart in Nederland 1913-2013; Bakermat Soesterberg (Amsterdam 2013). ▪ Z.a., De Duitse ontwapening rondom legerplaats Soesterberg, Stichting Legerplaats Soesterberg 1939-1945. ▪ Zwanenburg, G.J., En nooit was het stil…: kroniek van een luchtoorlog, deel 1 (Den Haag 1990). ▪ Zwanenburg, G.J., En nooit was het stil…: kroniek van een luchtoorlog, deel 2 (Den Haag 1993). Overige rapportages: ▪ Beoordelingsrichtlijn voor het Procescertificaat “Opsporen Conventionele Explosieven (OCE)” versie 2007-02 (8 februari 2007).

▪ Explosive Clearance Group, Vooronderzoek naar het risico op het aantreffen van conventionele explosieven in het onderzoeksgebied ‘Ontwikkelingsgebied Banningstraat Soesterberg’ (Wijchen, mei 2014). ▪ Meijers, A., Horizontale ondergrondse verplaatsing vliegtuigbom Versie 8 (Houten z.j.). ▪ Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Jaarplan 2015 (Den Haag 2014). ▪ TNO, Inventarisatie van WOII vliegtuigbom ontstekers in NL bodem, Rapportnummer R10074 (Rijswijk 16-10-2015) Bijlage 1 C/19. ▪ Vereniging voor Explosieven Opsporing, Handreiking vooronderzoeken BRL-OCE versus WSCSOCE. Notitie 3VEO-VOO.05667.V (Geldermalsen 16 april 2013). ▪ Werkveld specifiek Certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven (WSCS-OCE: 2012, versie 1), Staatscourant 2012 nr. 4230 (Den Haag 2012) 106144. Internetbronnen: ▪ www.annascasino.nl ▪ www.archiefeemland.nl ▪ www.dotkadata.nl ▪ www.explosievenopsporing.nl ▪ www.hvsoest.nl ▪ www.maps.google.nl ▪ www.nl.wikipedia

336-020-VO-02

Pagina 49 van 73

Archieven: Archief Eemland 0911 GEMEENTEBESTUUR SOEST, 1929-1975 INV.NR.:

OMSCHRIJVING:

926

Stukken betreffende het herstel van oorlogsschade aan panden te Soesterberg, 19461947. Stukken betreffende herstel van oorlogsschade aan 76 woningen en 2 winkelwoningen in Soesterberg van woningstichting Ons Belang te Amersfoort, 1944-1957. Stukken betreffende herstel van oorlogsschade van woningen van woningbouwvereniging Sint Joseph, 1941-1949. Opgave van schade aan dijken, wegen en dergelijke ten gevolge van geallieerde gevechtshandelingen, 1946. Stukken betreffende vergoeding van materiële schade bij het blussen van brand, 1929, 1934, 1941, 1943, 1951. Stukken betreffende rampenbestrijding, 1934-1935, 1946-1948, 1954-1957, 1960. Stukken betreffende bescherming tegen de gevolgen van luchtaanvallen, 1928, 1931, 1936-1938, 1941-1944. Stukken betreffende de Luchtbeschermingsdienst, waaronder Luchtbeschermingsplan, 1929, 1933-1940, 1942, 1945. Stukken betreffende opslag, vervoer en verwijdering van gevaarlijke stoffen in specifieke gevallen, 1965-1982. Betreft ondermeer explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Stukken betreffende een molestverzekering en het indienen van claims als gevolg van een bombardement op 3 september 1944 en van oorlogsgeweld- en bezettingsschade, 19401948.

Stukken betreffende opgaven aan het Ministerie van Financiën van oorlogs- en bezettingsschade aan eigendommen als bedoeld in het Besluit Bijdragen Wederopbouw Publiekrechtelijke Lichamen, en het ontvangen van vergoedingen, 1941-1956. Stukken betreffende het inbrengen en uitnemen van gronden bij het grondbedrijf, 19491973, 1949-1973. Dossier inzake het aandacht geven aan de Nationale Woningbouwlening, met de daarbij behorende uitgifte van rentespaarbrieven, en de verdeling van deze lening voor de bouw van woningen ter leniging van de nationale woningnood, 1952-1957. Correspondentie met de gemeente Amersfoort waarin burgemeester en wethouders van Soest ermee instemmen de plannen tot wederopbouw in het gedeelte der gemeente dat na grenswijziging tot de gemeente Amersfoort zal gaan behoren, door die gemeente te laten opmaken en uitvoeren, 1940. Briefwisseling met het Hoofd van het Bureau Wederopbouw Boerderijen waarin de burgemeester opgave doet van de voorlopige taxatie van schade aan gebouwen op landen tuinbouwbedrijven in de gemeente, 1940.

1741 1834 1946 2122 2156 2158 2159 2277 2649

2650

2683 2684

2685

2686

336-020-VO-02

Pagina 50 van 73

2687

Stukken betreffende het doen van opgaven van schade aan onroerende goederen in de gemeente Soest, ontstaan als gevolg van oorlogsgeweld, aan diverse instanties, 19401947. 2688-2700 Taxatie- en schaderapporten van oorlogsschade aan gebouwd onroerend goed, en correspondentie betreffende aanvraag, toekenning en uitbetaling van Rijksvoorschotten, 1940-1960. 2688 An-Be, 1940-1956. 2689 Bi-E, 1941-1957. 2690 F-Ka, 1941-1960. 2691 Ke-Kr, 1940-1960. 2692 L, 1940-1956. 2693 M-PL, 1941-1956. 2694 Postdwarsweg - Postweg 43, 1940-1954. 2695 Postweg 37-39, 1940-1956. 2696 Postweg 44-Pij, 1940-1956. 2697 R, 1941-1957. 2698 Sch-So, 1940-1959. 2699 Sp-Vel, 1941-1956. 2700 Ver-Z, 1941-1957. 2701 Stukken betreffende het houden van toezicht op de voltooiing van herstel en herbouw van door oorlogsgeweld beschadigde panden, en melding daarvan aan de Algemeen Gemachtigde voor den Wederopbouw, 1941-1950. 2815 Weekverslagen van de burgemeester aan de Militair Commissaris van Oost-Utrecht, 1945 juni - augustus. Opgaven van schade, en verzoek om vergoeding van schade geleden door Soester arbeiders tijdens hun werk in een werkplaats van de Duitse Wehrmacht te Amersfoort 2899 (Bernhard kazerne), ontstaan als gevolg van een neerstortend vliegtuig, 1941.

Stukken betreffende de financiële afwikkeling van schade bij particulieren, ontstaan door een bominslag in Soesterberg (Amersfoortsestraat e.o.) op 18 april 1941, 1941-1944, 2900 1951. Stukken betreffende het verlenen van steun aan arbeiders uit Soest die tijdens tewerkstelling in Duitsland bij bombardementen have en goed hebben verloren, en 2903 declaratie van de gemaakte kosten, 1943-1944. Stukken betreffende het doorzenden van schadeclaims wegens schade veroorzaakt door 2906 geallieerde militairen ter afhandeling aan het Ministerie van Oorlog, 1945-1951. Correspondentie van de Vakcommandant van Vak I over organisatie en werkwijze van de 3310 Luchtbeschermingsdienst, en over materieel en oefeningen, 1938-1942. Circulaires waarin wordt bevolen spijkers, glas en explosieven van de wegen te 3626 verwijderen met dreiging van represailles, 1942-1945. Tabel 7: Archiefdeel Gemeentebestuur Soest, 1929-1975.

336-020-VO-02

Pagina 51 van 73

0912 GEMEENTEPOLITIE SOEST, 1920-1993 INV.NR.:

OMSCHRIJVING:

43

Processen-verbaal van aangetroffen explosieve stoffen, met bijbehorende stukken, 1972, 1973, 1981. Stukken betreffende het onschadelijk maken van bommen en munitie uit WO II, 1970, 1971, 1973.

45

Tabel 8: Archiefdeel Gemeentepolitie Soest, 1920-1993.

Bundesarchiv-Militärarchiv RL 2-II GENERALSTAB DER LUFTWAFFE/LUFTWAFFENFÜHRUNGSSTAB INV.NR.: OMSCHRIJVING: 4 5. Abteilung (Ic; Feindaufklärung, Abwehr, geistige Betreuung) 4.1 Lagemeldungen, Lageberichte 205 Lageberichte Nr.246-Nr.258, 9. Mai 1940 – 21. Mai 1940 206 Lageberichte Nr.259-Nr.264, 22. Mai 1940 – 27. Mai 1940 207 Lageberichte Nr.265-Nr.270, 28. Mai 1940 – 1. Juni 1940 208 Lageberichte Nr.271-Nr.276, 3. Juni 1940 – 7. Juni 1940 209 Lageberichte Nr.277-Nr.282, 9. Juni 1940 – 13. Juni 1940 210 Lageberichte Nr.283-Nr.290, 15. Juni 1940 – 21. Juni 1940 211 Lageberichte Nr.292-Nr.298, 23. Juni 1940 – 29. Juni 1940 211a 1. Juli 1940 – 5. Juli 1940 212 Lageberichte Nr.305-Nr.317, 7. Juli 1940 – 19. Juli 1940 213 Lageberichte Nr.319-Nr.330, 21. Juli 1940 – 1. Aug. 1940 214 Lageberichte Nr.375-Nr.382, 15. Sept. 1940 – 22. Sept. 1940 215 Lageberichte Nr.383-Nr.391, 23. Sept. 1940 – 1. Okt. 1940 216 Lageberichte Nr.393-Nr.403, 3. Okt. 1940 – 13. Okt. 1940 217 Lageberichte Nr.404-Nr.414, 14. Okt. 1940 – 24. Okt. 1940 218 Lageberichte Nr.415-Nr.425, 25. Okt. 1940 – 4. Nov. 1940 219 Lageberichte Nr.426-Nr.434, 5. Nov. 1940 – 13. Nov. 1940 220 Luftlageberichte Nr.435-Nr.440, 14. Nov. 1940 – 19. Nov. 1940 221 Luftlageberichte Nr.441-Nr.447, 20. Nov. 1940 – 26. Nov. 1940 222 Luftlageberichte Nr.448-Nr.454, 27. Nov. 1940 – 3. Dez. 1940 223 Luftlageberichte Nr.455-Nr.463, 4. Dez.

1940 – 12. Dez. 1940 224 Luftlageberichte Nr.464-Nr.471, 13. Dez. 1940 – 21. Dez. 1940 225 Luftlageberichte Nr.472-Nr.479, 22. Dez. 1940 – 31. Dez. 1940 226 Luftlageberichte Nr.480-Nr.488, 1. Jan. 1941 – 9. Jan. 1941 227 Luftlageberichte Nr.489-Nr.497, 10. Jan. 1941 – 18. Jan. 1941 228 Luftlageberichte Nr.498-Nr.510, 19. Jan. 1941 – 31. Jan. 1941 229 Luftlageberichte Nr.511-Nr.519, 1. Feb. 1941 – 9. Feb. 1941 230 Luftlageberichte Nr.520-Nr.528, 10. Feb. 1941 – 18. Feb. 1941 231 Luftlageberichte Nr.529-Nr.538, 19. Feb. 1941 – 28. Feb. 1941 232 Luftlageberichte Nr.539-Nr.546, 1. März 1941 – 8. März 1941 233 Luftlageberichte Nr.547-Nr.554, 9. März 1941 – 16. März 1941 234 Luftlageberichte Nr.555-Nr.559, 17. März 1941 – 21 März 1941 336-020-VO-02

Pagina 52 van 73

RL 2-II GENERALSTAB DER LUFTWAFFE/LUFTWAFFENFÜHRUNGSSTAB INV.NR.: 235 236 237 238 239 240 241 242 243 244 245 246 247 248 249 250 251 252 253 254 255 256 257 258 259 260 261 262 263 264 265 266 267 268 269 1025 1026 1557

OMSCHRIJVING: Luftlageberichte Nr.560-Nr.562, 22. März 1941 – 24. März 1941 Luftlageberichte Nr.563-Nr.569, 25. März 1941 – 31. März 1941 Luftlageberichte Nr.570-Nr.575, 1. Apr. 1941 – 6. Apr. 1941 Luftlageberichte Nr. 577-Nr. 583, 8. Apr 1941 – 14. Apr. 1941 Luftlageberichte Nr.584-Nr.591, 15. Apr. 1941 – 22 Apr. 1941 Luftlageberichte Nr.592 – Nr.599, 23. Apr. 1941 – 30. Apr. 1941 Luftlageberichte Nr.600 – Nr.605, 1. Mai 1941 – 6. Mai 1941 Luftlageberichte Nr.606 – Nr.613, 7. Mai 1941 – 14. Mai 1941 Luftlageberichte Nr.614 – Nr.625, 15. Mai 1941 – 26. Mai 1941 Luftlageberichte Nr.626 – Nr.637, 27. Mai 1941 – 7.Juni 1941 Luftlageberichte Nr.638 – Nr.645, 8. Juni 1941 – 15. Juni 1941 Luftlageberichte Nr.646 – Nr.655, 16. Juni 1941 – 25. Juni 1941 Luftlageberichte Nr.656 – Nr.660, 26. Juni 1941 – 30. Juni 1941 Luftlageberichte Nr.661 – Nr.666, 1. Juli 1941 – 6. Juli 1941 Luftlageberichte Nr.667 – Nr.672, 7. Juli 1941 – 12. Juli 1941 Luftlageberichte Nr.673 – Nr.678, 13. Juli 1941 – 18. Juli 1941 Luftlageberichte Nr.679 – Nr.684, 19. Juli 1941 – 24. Juli 1941 Luftlageberichte Nr.685 – Nr.691, 25. Juli 1941 – 31. Juli 1941 Luftlageberichte Nr.692 – Nr.700, 1. Aug. 1941 – 9. Aug. 1941 Luftlageberichte Nr.701 – Nr.707, 10 .Aug. 1941 – 16. Aug. 1941 Luftlageberichte Nr. 708 – Nr.713, 17. Aug. 1941 – 22. Aug. 1941 Luftlageberichte Nr.714 – Nr.719, 23. Aug. 1941 – 28. Aug.

1941 Luftlageberichte Nr.720 – Nr.725, 29. Aug. 1941 – 3.Sept. 1941 Luftlageberichte Nr.726 – Nr.730, 4. Sept. 1941 – 8.Sept. 1941 Luftlageberichte Nr.731 – Nr.736, 9. Sept. 1941 – 14. Sept. 1941 Luftlageberichte Nr.737 – Nr.742, 15. Sept. 1941 – 20. Sept. 1941 Luftlageberichte Nr. 743 – Nr.748, 21. Sept. 1941 – 26. Sept. 1941 Luftlageberichte Nr.749 – Nr.754, 27. Sept. 1941 – 2. Okt. 1941 Luftlageberichte Nr.755 – Nr.760, 3. Okt. 1941 – 9. Okt. 1941 Luftlageberichte Nr.761 – Nr.765, 10 .Okt. 1941 – 14. Okt. 1941 Luftlageberichte Nr.766 – Nr.769, 15. Okt. 1941 – 18. Okt. 1941 Luftlageberichte Nr.770 – Nr.774, 19. Okt. 1941 – 23. Okt. 1941 Luftlageberichte Nr.775 – Nr.778, 24. Okt. 1941 – 28. Okt. 1941 Luftlageberichte Nr.779 – Nr.785, 28. Okt. 1941 – 3. Nov. 1941 Luftlageberichte Nr.786 – Nr.791, 4. Nov. 1941 – 9. Nov. 1941 Lageberichte Nr.331-Nr.340, 2.- 11. Aug. 1940 Lageberichte Nr.341-Nr.345, 12.- 16. Aug. 1940 Lagebericht Nr. 269, 1. Juni 1940

Tabel 9: Geraadpleegde archiefdelen uit RL2-II.

336-020-VO-02

Pagina 53 van 73

Nationaal Archief 2.04.53.15 INSPECTIE BESCHERMING BEVOLKING LUCHTAANVALLEN INV.NR.: 42 74

OMSCHRIJVING: Commissaris der Koningin in de provincie Utrecht, nrs. 18.6.1 - 18.6.15 Utrecht

Tabel 10: Overzicht geraadpleegde stukken Inspectie Bescherming Bevolking luchtaanvallen.

2.13.210 MINISTERIE VAN DEFENSIE: COMMISSIE VAN PROEFNEMING INV.NR.: 23

OMSCHRIJVING: Staten houdende opgaven van plaatsen waar mogelijk onontplofte projectielen zijn gevonden, die wel of niet geruimd zijn, 1940.

Tabel 11: Overzicht geraadpleegde stukken Commissie van Proefneming.

2.13.71 ARCHIEVEN VAN HET MINISTERIE VAN DEFENSIE TE LONDEN 1940-1941 - MINISTERIE VAN OORLOG TE LONDEN [1941-1945]; DEPARTEMENT VAN OORLOG: BUREAU LONDEN [1945-1947], (1933) 1940-1947 (1974) INV.NR.: OMSCHRIJVING: 368 Stukken betreffende luchtbombardementen in Nederland, 1941, 1944-1945 2.1 Het archief van de Marineattaché Londen, 1937, 1940-1945 576-577 Stukken betreffende luchtaanvallen op en inundaties van Nederland, 1940-1945 1788-2107 Rapporten betreffende verdedigingsstelsels in Nederland, 1941-1945 1895 Provincie Utrecht, 1943-1945 1907 Soest, 1944 2228-2253 Stukken betreffende de ligging, omvang, faciliteiten, bereikbaarheid en verdediging van (schijn)vliegvelden, 1942-1945 2242 Bestanddeel 15: Soesterberg Overige stukken 2298 Stukken betreffende gegevens van kazernes, legerplaatsen en kampementen in Nederland. 1944 2309 Stukken betreffende de locatie van munitiedepots in Nederland. 1944-1945 Tabel 12: Overzicht geraadpleegde stukken Ministerie van Defensie te Londen.

2.04.110 ARCHIEF KORPS HULPVERLENINGSDIENST VAN HET MINISTERIE BINNENLANDSE ZAKEN 1945-1974 INV.NR.: 20 21 22 27 28

OMSCHRIJVING: Registers met krantenknipsels inzake explosieven. Zonder datum. Registers met krantenknipsels inzake explosieven. 1945-1947. Registers met krantenknipsels inzake explosieven. 1957-1959. Register met krantenknipsels inzake ongevallen met oorlogstuig. 1965-1970. Verzameling krantenknipsels inzake de Hulpverleningsdienst. 1947-1970.

Tabel 13: Overzicht geraadpleegde stukken archief Korps Hulpverleningsdienst.

336-020-VO-02

Pagina 54 van 73

Nederlands Instituut voor Militaire Historie COLL. 575 DUITSE VERDEDIGINGSWERKEN IN NEDERLAND EN RAPPORTEN VAN HET BUREAU INLICHTINGEN TE LONDEN 1940 1945 INV.NR.: 182 212 493

503

509

OMSCHRIJVING: 27 margrieten 07-04-1943 Vliegveld Soesterberg 197 vlaggen 30-08-1944 Rapport i.z. resultaten bombardement op vliegveld Soesterberg 15 aug. 1944 22-02-1944; Schaal/code/blz.: NE/16/464; Omschrijving: Inlichtingenrapport van Engelandvaarder Johan Jacob Greter betreffende Amersfoort, Ijmuiden (met schets), Coevorden, Aalsmeer en Amsterdam (met schets) januari 1945; Schaal/code/blz.: E/279/45; Omschrijving: Bericht betreffende de luchtaanval op Hilversum op 29 december 1944 en op Amersfoort op 6 januari 1945, van het Bureau inlichtingen der Nederlandsche regering 15-03-1945; Schaal/code/blz.: E/1830/45; Omschrijving: Bericht betreffende bombardementen op Lopiker Kapel, Den Haag, Amersfoort, Aalten, Vaassen en Nunspeet, van Groep Albrecht 21-02-1945; Schaal/code/blz.: E/1296/45; Omschrijving: Berichten betreffende bombardementen op Doorn, Utrecht, Hoevelaken, Amersfoort, Zeist, vliegveld Loosdrecht en Soesterberg in de periode 29 januari en 14 februari 1945

Tabel 14: Overzicht geraadpleegde stukken Collectie 575.

NIOD 077 GENERALKOMMISSARIAT FÜR DAS SICHERHEITSWESEN (HÖHERE SS- UND POLIZEIFÜHRER NORD-WEST) INV.NR.: 1328 1759

OMSCHRIJVING: Dagberichten van de Befehlshaber der Ordnungspolizei Den Haag betreffende vijandelijke luchtaanvallen, 1940-1941 Berichtgevingen betreffende neergekomen vliegtuigen, 1943

Tabel 15: Overzicht geraadpleegde stukken Generalkommissariat für das Sicherheitswesen (Höhere SS- Und Polizeiführer Nord-West).

191 GEHEIME DIENST NEDERLAND, 1943-1945 INV.NR.: 39

OMSCHRIJVING: Midden 43 vel o.m. IJssellinie, foto's militaire objecten te Amersfoort, militaire gegevens en kaarten Soest en Ede

Tabel 16: Overzicht geraadpleegde stukken Geheime Dienst Nederland.

216K DEPARTEMENT VAN JUSTITIE INV.NR.: 180

OMSCHRIJVING: Rapporten van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politiekorpsen en de Marechaussee inzak het geven van het sein luchtalarm, het neerstorten van vliegtuigen en de vondst van nietontplofte explosieven, 23 juni 1943 – 28 april 1944.

336-020-VO-02

Pagina 55 van 73

216K DEPARTEMENT VAN JUSTITIE INV.NR.: 181-185 186

OMSCHRIJVING: Processen-verbaal van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politie en Marechaussee met betrekking tot vijandelijke vliegtuigen, bomaanvallen en ontploffingen in verschillende gemeenten. Meldingen van verschillende gemeenten betreffende ongevallen, beschietingen, bombardementen en het afwerpen van (lege) benzinetanks door vliegtuigen.

Tabel 17: Overzicht geraadpleegde stukken Departement van Justitie.

226B BUREAU INLICHTINGEN – HOOFDBUREAU LONDEN 1940-1945 INV.NR.: 119 123 124 125

OMSCHRIJVING: Rapporten en brieven over geallieerde bombardementen, neergestorte vliegtuigen en treinbeschietingen, 27 april 1943 – augustus 1944. Militaire spionagerapporten en situatieschetsen betreffende Nederlandse en Duitse objecten, onder meer van de Geheime Dienst Nederland, april 1943-augustus 1944. Militaire spionagerapporten en situatieschetsen betreffende Nederlandse en Duitse objecten, onder meer van de Geheime Dienst Nederland, 27 oktober 1944-14 februari 1945. Militaire spionagerapporten en situatieschetsen betreffende Nederlandse en Duitse objecten, onder meer van de Geheime Dienst Nederland, 15 februari-16 april 1945.

Tabel 18: Overzicht geraadpleegde stukken Bureau Inlichtingen – Hoofdbureau Londen.

Semi-Statisch Informatiebeheer Defensie ARCHIEF MIJN- EN MUNITIEOPRUIMINGSDIENST (M.M.O.D.) INV.NR.: 33 Doos 43 Doos 44 Doos 45 Doos 46 Doos 47 Doos 48 Doos 49 Doos 50 Doos 51 Doos 52 Doos 53 Doos 54 Doos 55

OMSCHRIJVING: Explosierapporten Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 43 A t/m B Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 44 B t/m E Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 45 E t/m G Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 46 G t/m H Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 47 H t/m K Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 48 K t/m L Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 49 M t/m N Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 50 N t/m O Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 51 P t/m S Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 52 S t/m U Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 53 V t/m W Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 54 W Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 55 W t/m Z

Tabel 19: Overzicht geraadpleegde archiefdelen archief Mijn- en Munitieopruimingsdienst.

336-020-VO-02

Pagina 56 van 73

The National Archives (Londen) AIR 14 AIR MINISTRY: BOMBER COMMAND: REGISTERED FILES INV.NR.: 3367 3676

OMSCHRIJVING: Day bomb raid sheets Vol. VIII 1944 June-Nov. Photographic Interpretation Section: War album 1944 volume VI strike photographs sept 44

Tabel 20: Overzicht geraadpleegde archiefdelen uit AIR 14.

AIR 25 AIR MINISTRY AND MINISTRY OF DEFENCE: OPERATIONS RECORD BOOKS, GROUPS INV.NR.: 94 105 153 165 166

OMSCHRIJVING: No. 4 (Bomber) Group, Operations record book, 1944 Jan.- Dec. No. 4 (Bomber) Group, Appendices, 1944 Sept.- Dec No. 8 (Bomber) Group, Operations record book, 1944 Jan.- Dec No. 8 (Bomber) Group, Appendices, 1944 Aug. No. 8 (Bomber) Group, Appendices, 1944 Sept.

Tabel 21: Overzicht geraadpleegde archiefdelen uit AIR 25.

AIR 27 AIR MINISTRY AND SUCCESSORS: OPERATIONS RECORD BOOKS, SQUADRONS INV.NR.: 2155

OMSCHRIJVING: No 635 Squadron: Operations Record Book, 1944 Mar.-1945 Aug.

Tabel 22: Overzicht geraadpleegde archiefdelen uit AIR 27.

AIR 37 AIR MINISTRY: ALLIED EXPEDITIONARY AIR FORCE, LATER SUPREME HEADQUARTERS ALLIED EXPEDITIONARY FORCE (AIR), AND 2ND TACTICAL AIR FORCE: REGISTERED FILES AND REPORTS INV.NR.: 714 715 716 717 718

OMSCHRIJVING: 2ND TACTICAL AIR FORCE: Daily log: July.- August 1944 2ND TACTICAL AIR FORCE: Daily log: Sept.- Oct. 1944 2ND TACTICAL AIR FORCE: Daily log: Nov.- Dec. 1944 2ND TACTICAL AIR FORCE: Daily log: Jan.- Feb. 1945 2ND TACTICAL AIR FORCE: Daily log: Mar.- May 1945

Tabel 23: Overzicht geraadpleegde archiefdelen uit AIR 37.

National Archives and Records Administration (College Park, MD, USA) RG 243 RECORDS OF THE U.S. STRATEGIC BOMBING SURVEY, 1928-1947 BOX.NR.: OMSCHRIJVING: Damage Assessment Reports 149 III a (2668): Soesterberg, Holland Tabel 24: Overzicht geraadpleegde archiefdelen uit RG 243.

336-020-VO-02

Pagina 57 van 73

RG 341 RECORDS OF HEADQUERTERS US AIR FORCE (AIR STAFF), 1934-2004 BOX.NR.: OMSCHRIJVING: Military Intelligence Photograhpic Interpretation (MIPI) reports 168 13918 Soesterberg 176 14880 Soesterberg Tabel 25: Overzicht geraadpleegde archiefdelen uit RG 341.

Utrechts Archief 1136 MILITAIR GEZAG IN DE PROVINCIE UTRECHT, 1945-1946 (1948) BOX.NR.:

OMSCHRIJVING:

Archief van de Provinciale Militaire Commissaris in Utrecht 207 Correspondentie over het melden van de ligplaatsen van landmijnen en andere onontplofte projectielen, 1945. Tabel 26: Overzicht geraadpleegde archiefdelen uit Militair Gezag Utrecht.

1202 COMMISSARIS DER KONINGIN IN DE PROVINCIE UTRECHT, 1920-1954 BOX.NR.: OMSCHRIJVING: Meldingen van burgemeesters in de provincie van in de gemeente plaatsgevonden luchtaanvallen en andere gebeurtenissen welk direct verband houden met de oorlogshandelingen, 1940-1943 235 1940 mei-juli. 236 1940 aug.-dec. 237 1941. 640 1942-1943. Tabel 27: Overzicht geraadpleegde archiefdelen Commissaris der Koningin in de Provincie Utrecht.

336-020-VO-02

Pagina 58 van 73

8 BIJLAGEN BIJLAGE 1: CE-BODEMBELASTINGKAART

336-020-VO-02

Pagina 59 van 73

BIJLAGE 2: RESULTATENKAART

336-020-VO-02

Pagina 61 van 73

BIJLAGE 3: TOELICHTING VERPLICHTE EN AANVULLENDE BRONNEN WSCS-OCE Toelichting verplichte bronnen WSCS-OCE Literatuur Aan de start van het bronnenonderzoek wordt op basis van literatuuronderzoek een lijst opgesteld met oorlogshandelingen die relevant zijn voor de mogelijke aanwezigheid van CE in het onderzoeksgebied (indicaties). Deze lijst bevat tevens een verwijzing naar de data waarop de oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden. Gemeentelijk en provinciaal archief Bij het raadplegen van het gemeentelijk en provinciaal archief dienen ten minste de stukken van de luchtbeschermingsdienst, de stukken over aangetroffen/geruimde CE en de oorlogsschaderapporten te worden geraadpleegd. Indien deze stukken niet aanwezig zijn, dient dit te worden vermeld in de rapportage. Explosieven Opruimings Dienst Defensie Bij het raadplegen van het archief van de Explosieven Opruimings Dienst Defensie (EOD) dient als eerste de database met meldingen van aangetroffen CE en de collectie mijnenveldkaarten te worden geraadpleegd. Indien in de database met meldingen van aangetroffen CE indicaties voor de aanwezigheid van CE worden aangetroffen, dient de collectie MORA’s/UO’s te worden geraadpleegd. Indien in de collectie mijnenveldkaarten indicaties voor de aanwezigheid van CE worden aangetroffen, dient de collectie mijnenveld ruimrapporten te worden geraadpleegd.

NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies De organisatie raadpleegt de Collectie Departement van Justitie (toegangsnummer 216k) en de Collectie Generalkommissariat für das Sicherheitswesen – Höhere SS- und Polizeiführer Nord-West (toegangsnummer 077) uit het archief van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie. Nationaal Archief te Den Haag De organisatie raadpleegt de collectie “Binnenlandse Zaken” (toegangsnummer 2.04.53.15) waarin de berichten van gemeenten aan de Rijksinspectie Luchtbescherming te Den Haag in de periode 1940-1943 zijn ontsloten. Semistatische archiefdiensten Ministerie Defensie te Rijswijk De organisatie raadpleegt de collectie van de Mijn- en Munitieopruimingsdienst (MMOD) waarin de ruimingen in de periode 1945-1947 zijn ontsloten. Luchtfotocollectie Wageningen Universiteit en Topografische Dienst De organisatie dient beschikbare luchtfoto’s betreffende de datum waarop de oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden te inventariseren. Daaruit worden de bruikbare luchtfoto’s geselecteerd. Bij de selectie van luchtfoto’s dient rekening te worden gehouden met: opnamedatum in relatie tot oorlogshandelingen, kwaliteit van het fotobeeld en de schaal. De organisatie interpreteert de geselecteerde luchtfoto’s ten minste op schade aan het landschap als gevolg van 336-020-VO-02

Pagina 63 van 73

oorlogshandelingen en de aanwezigheid van militaire werken. De interpretatie van luchtfoto’s dient te geschieden door een deskundige met ervaring in de interpretatie van luchtfoto’s uit het tijdvak 1940-1945. De organisatie dient de beschikbare luchtfoto’s te rapporteren en daarin tevens de selectie te motiveren. Indien er indicaties zijn voor de aanwezigheid van CE, dient de organisatie de luchtfoto’s en/of satellietbeelden te verzamelen met dekking van het onderzoeksgebied uit de naoorlogse periode. De organisatie vergelijkt de luchtfoto’s/satellietbeelden met luchtfoto’s uit het tijdvak 1940-1945, met als doel te inventariseren welke naoorlogse ontwikkelingen in het onderzoeksgebied hebben plaatsgevonden waarbij grond is geroerd of verzet. Conform het gestelde in het WSCS-OCE dient er aanvullend in een aantal gevallen uitgeweken te worden naar de volgende bronnen: Toelichting aanvullende bronnen WSCS-OCE Conform het gestelde in het WSCS-OCE dient er aanvullend in een aantal gevallen uitgeweken te worden naar de volgende bronnen: NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies De organisatie raadpleegt de literatuurcollectie van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) indien onvoldoende informatie aanwezig is om een totaalbeeld te vormen van oorlogshandelingen in het onderzoeksgebied.

Nederlands Instituut voor Militaire Historie De collectie “Duitse verdedigingswerken in Nederland en rapporten van het Bureau Inlichtingen te Londen (1940–1945)” met collectienummer 575 van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) dient ten minste te worden geraadpleegd indien uit raadpleging van de verplichte bronnen blijkt dat er indicaties zijn dat Duitse militaire werken in het onderzoeksgebied aanwezig waren tijdens de Tweede Wereldoorlog. De collectie “Gevechtsverslagen en rapporten mei 1940” met collectienummer 409 van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie dient ten minste te worden geraadpleegd indien uit raadpleging van de verplichte bronnen blijkt dat er indicaties zijn dat grondgevechten hebben plaatsgevonden in de periode mei 1940. The National Archives Londen/Bundesarchiv-Militärarchiv/The National Archives Washington DC Er dient aanvullend bronnenonderzoek plaats te vinden indien uit raadpleging van de verplichte bronnen blijkt dat er indicaties zijn dat oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden, waarbij mogelijk CE in het onderzoeksgebied terecht zijn gekomen, maar er onvoldoende informatie aanwezig is in de Nederlandse archieven en op de geraadpleegde luchtfoto’s over: ▪ ▪

de aard van de oorlogshandeling; het aantal en de soort CE dat tijdens de oorlogshandeling is ingezet;

336-020-VO-02

Pagina 64 van 73

▪

de inslaglocaties van CE.

Aanvullend onderzoek omvat één of meerdere van de onderstaande buitenlandse archieven32 ▪ ▪ ▪

The National Archives te Londen; Bundesarchiv-Militärarchiv te Freiburg; The National Archives te Washington DC.

Luchtfotocollectie The Aerial Reconnaissance Archives/National Collection of Aerial Photography Indien de verplichte luchtfotoarchieven onvoldoende resultaat opleveren, wordt aanvullend de Luchtfotocollectie The Aerial Reconnaissance Archives geraadpleegd.33 Op de inventarisatie en selectie van luchtfoto’s is hetgeen bepaald onder verplichte bronnen van toepassing. Wanneer uit het bronnenmateriaal relevante feiten naar voren komen, wordt met behulp van voetnoten en bronvermelding een verwijzing gegeven naar de vindplaats van de betreffende passages, afbeeldingen of documenten zodat alle gegevens desgewenst verifieerbaar zijn.34

32 De organisatie dient de keuze voor het te raadplegen archief/de te raadplegen archieven te motiveren in het rapport op

basis van het reeds verzamelde bronnenmateriaal. ECG beschikt over archiefbestanden uit The National Archives te Londen. Deze keuze is gebaseerd op de aanwezigheid van het aldaar aanwezige bronnenmateriaal welke betrekking heeft op de activiteiten van de in Nederland actieve diverse Geallieerde leger- en luchtmachtonderdelen. 33 De collectie The Aerial Reconnaissance Archives (TARA) is sinds 2014 ondergebracht bij de National Collection of Aerial Photography (NCAP). 34 ECG hanteert hiervoor de methodiek van onderzoek, annotatieregels en richtlijnen conform de systematiek van: P. de Buck e.a., Zoeken en schrijven. Handleiding bij het maken van een historisch werkstuk (Rijswijk 1992).

336-020-VO-02

Pagina 65 van 73

BIJLAGE 4: VASTSTELLEN VERDACHT GEBIED EN AFBAKENING IN VOORONDERZOEK Deze bijlage maakt onderdeel uit van paragraaf 6.5 van het WSCS-OCE en wordt gebruikt om te beoordelen of bepaalde oorlogshandelingen een indicatie vormen voor de aanwezigheid van CE (verdacht of onverdacht) en voor de horizontale afbakening van het verdachte gebied. Hiervan mag alleen gemotiveerd worden afgeweken.

336-020-VO-02

Pagina 66 van 73

wetten.nl - Regeling - Arbeidsomstandighedenregeling - BWBR0008587

Indicatie

Artillerie-, mortier- of raketbeschieting

Raketbeschieting inslagenpatroon bekend

Inslagpunt blindganger, zijnde een vliegtuigbom

Algemene omschrijving

Locatie van aangebrachte vernielingslading. Gebied dat is beschoten door mobiel of vast geschut, mortieren of grondgebonden (meervoudig) raketwerpersysteem. Gebied dat is getroffen door een raketbeschieting met jachtbommenwerpers.

Uitgangspunt Uitgangspunten voor afbakening verdacht gebied conclusie Verdacht Onverdacht

x

Situationeel te bepalen.

x

Op basis van een analyse van het inslagenpatroon wordt de maximale afstand tussen twee opeenvolgende inslagen binnen een inslagpatroon bepaald. Het verdachte gebied wordt afgebakend door deze afstand te projecteren op de buitenste inslagen van het inslagenpatroon. Dat is exclusief de eventuele horizontale verplaatsing van de buitenste blindganger binnen het inslagenpatroon. Te bepalen volgens rekenmethode waarin ten minste rekening wordt gehouden met de volgende parameters: de afwerphoogte, de afwerpsnelheid, het gewicht van de bom, de diameter van de bom en de weerstand van de bodem. Op basis van in ieder geval deze vijf parameters wordt berekend tot welke diepte CE theoretisch kunnen indringen en hoever de maximale horizontale verplaatsing is. Situationeel te bepalen.

Vliegtuigbom die niet in werking is getreden.

Crashlocatie vliegtuig

Aanwezigheid van CE vanwege de x crash. Krater van gedetoneerde Gebied waarin zich de krater van de incidentele detonatie van een incidentele luchtafweergranaat luchtafweergranaat bevindt. Inslagpunt van een V-1 Gebied dat is getroffen door de inslag x wapen van een V-1 wapen. Krater van een Gebied waarin zich de krater van de x (gedeeltelijk) detonatie van een V-1 wapen bevindt. gedetoneerd V-1 wapen Krater van een Gebied waarin zich de krater van de x (gedeeltelijk) detonatie van een V-2 wapen bevindt. gedetoneerd V-2 wapen Dumplocatie van munitie Dumplocatie van CE en/of x en/of toebehoren toebehoren in landbodem of op waterbodem. Ongecontroleerde (Sympathische) detonatie van een x (massa)explosie explosieven voorraad zoals ontploffing munitieopslag of munitie trein. Vernietigingslocatie voor Eén of meerdere springputten. x CE

Vernielingslading (in werking gesteld)

Tapijtbombardement

Duikbombardement op zgn. ‘Pin Point Target’, inslagenpatroon onbekend

Locatie van in werking gestelde x vernielingslading, waarbij de mogelijkheid bestaat op het aantreffen van niet (geheel) gedetoneerde springlading(en). Gebied dat is getroffen door een x bombardement met middelzware en/of zware bommenwerpers, met als doel om schade aan te richten over een groot gebied.

Gebied dat is getroffen door een bombardement met jachtbommenwerpers, met als doel om een vooraf bepaald specifiek object te treffen. Duikbombardement op Lineair gebied, nabij een spoorlijn, zgn. ‘Line Target’, dat is getroffen door een inslagenpatroon bombardement met onbekend jachtbommenwerpers, met als doel om de spoorlijn te treffen. Raketbeschieting op zgn. Gebied dat is getroffen door een ‘Pin Point Target’, raketbeschieting met inslagenpatroon jachtbommenwerpers, met als doel onbekend om een vooraf bepaald specifiek object te treffen. Raketbeschieting op zgn. Lineair gebied, nabij een spoorlijn, ‘Line Target’, dat is getroffen door een inslagenpatroon raketbeschieting met onbekend jachtbommenwerpers, met als doel

pagina 27 van 32

x

x

Tenzij er indicaties zijn dat het geen incidentele luchtafweergranaat betreft. 15 meter rondom een inslagpunt vanwege de mogelijke horizontale verplaatsing onder de grond. 50 meter rondom een inslagpunt vanwege de mogelijke aanwezigheid van explosieve componenten. Situationeel te bepalen.

Locatie van de dump en afbakening verder situationeel te bepalen, bijvoorbeeld dumping in stilstaand of stromend water. Situationeel te bepalen

De contour(en) van de springput(ten) en afbakening verder situationeel te bepalen, bijvoorbeeld gelet op de afstand van eventuele uitgeworpen CE buiten deze contour(en). Locatie waar de vernielingslading in werking is gesteld en afbakening verder situationeel te bepalen.

Op basis van een analyse van het inslagenpatroon 1 wordt de maximale afstand tussen twee opeenvolgende inslagen binnen een inslagpatroon bepaald. Het verdachte gebied wordt afgebakend door deze afstand te projecteren op de buitenste inslagen van het inslagenpatroon. Dat is exclusief de eventuele horizontale verplaatsing van de buitenste blindganger binnen het inslagenpatroon. Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 181 meter gemeten vanuit het hart van het doel 2/3.

x

Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 91 meter gemeten vanuit het hart van de spoorlijn 2/4.

x

Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 108 meter gemeten vanuit het hart van het doel 2/5.

x

Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 80 meter gemeten vanuit het hart van de spoorlijn 2/6.

http://wetten.overheid.nl/BWBR0008587/2016-07-05/0/BijlageXII/afdrukken+informatie

28-07-16

BIJLAGE 5: PROTOCOL SPONTANE VONDST

336-020-VO-02

Pagina 70 van 73

LEGENDA

Start-werk vergadering

Actie aannemer Actie opdrachtgever Actie Politie Actie EOD Vervolgstap Communicatielijn

Personeel informeren hoe te handelen bij vondst van een (vermoedelijk) explosief

Werkzaamheden

Eventueel toolbox door een Senior OCEdeskundige

Aantreffen verdacht object bij werkzaamheden

Werkzaamheden staken

Opdrachtgever in kennis stellen van vondst

(In overleg met politie) Afzetten van het terrein

Het object niet beroeren!

Personen uit de omgeving van het object verwijderen

Maatregelen treffen tegen roeren of verplaatsen object

Bij het melden van vondst: - Naam, functie en telefoonnummer van de melder - De ligplaats van het object - Een omschrijving van het object (kleur, vorm, lengte, breedte, diameter, etc.) - Hoeveel objecten er zijn aangetroffen - Naam en telefoonnummer van de contactpersoon die bekend is met de ligplaats van het object - (Indien mogelijk:) Een foto van het object

Politie in kennis stellen van vondst (0900-8844)

Na het aantreffen van een vermoedelijk explosief

EOD in kennis stellen van vondst

Maak geen melding van de vondst op social media!

Bevoegd Gezag in kennis stellen van vondst

Identificatie van het object

EOD arriveert bij vindplaats

Object is geen explosief

Object is een explosief

Ruiming explosief door EOD

In overleg met EOD bepalen of het om een incidentele vondst gaat JA

Incidentele vondst

Na identificatie en eventuele ruiming

Werkzaamheden hervatten

NEE Verdacht gebied

Werkzaamheden hervatten na aanvullende maatregelen

Instructies van de medewerkers van de EOD en het Bevoegd Gezag dienen strikt opgevolgd te worden!

BIJLAGE 6: SYSTEEM CERTIFICATEN OPSPOREN CONVENTIONELE EXPLOSIEVEN

336-020-VO-02

Pagina 72 van 73

336-020-VO-02

Pagina 73 van 73

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=8255d09a-4a50-4976-8ddc-dffdee69d27a