CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen toelichting _Bijlage 16 Vooronderzoek conventionele explosieven

Besluitvormende Raadsvergadering 7 juli 2022, gemeente SoestBij agendapunt: Bestemmingsplan Officierscasino Soesterberg16.512 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Vooronderzoek naar het risico op het aantreffen van Conventionele Explosieven in het onderzoeksgebied ‘Kampweg 51 Soesterberg’.

ONDERZOEKSGEBIED:

Kampweg 51 Soesterberg

OPDRACHTGEVER:

Lodewijck Groep

DATUM:

04-02-2021

STELLER:

C. Neelen MA – Historicus / GIS Specialist

TER ACCORDERING MANAGEMENT EN EINDVERANTWOORDELIJKE DIRECTIE:

Ing. F. Pas – Algemeen Directeur Explosive Clearance Group

……………………………………………………...

DOCUMENTCODE:

336-020-VO-02

VERSIE:

Definitief

DISTRIBUTIELIJST:

Explosive Clearance Group BV Lodewijck Groep

Copyright Explosive Clearance Group BV 2020©. Niets uit deze rapportage mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, internet of welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de houders van het auteursrecht. De opdrachtgever mag voor intern gebruik duplicaten maken.

336-020-VO-02

Pagina 3 van 73

Inhoudsopgave 1

INLEIDING ................................................................................................................6

1.1 1.2

ONDERZOEKSGEBIED ..........................................................................................................9 BRONNEN ..................................................................................................................... 13

2

HET INDICATIE ONDERZOEK ........................................................................................ 14

2.1 EERDER VOORONDERZOEK................................................................................................. 15 2.2 LITERATUUR .................................................................................................................. 16 2.3 ARCHIEVEN ................................................................................................................... 16 2.3.1 ARCHIEF EEMLAND ....................................................................................................................16 2.3.2 NATIONAAL ARCHIEF .................................................................................................................16 2.3.3 NIOD INSTITUUT VOOR OORLOGS- HOLOCAUST- EN GENOCIDESTUDIES ............................................17 2.3.4 NEDERLANDS INSTITUUT VOOR MILITAIRE HISTORIE .......................................................................17 2.3.5 ARCHIEF M.M.O.D.

SEMISTATISCHE ARCHIEFDIENSTEN MINISTERIE DEFENSIE RIJSWIJK .......................17 2.3.6 UTRECHTS ARCHIEF ...................................................................................................................18 2.3.7 THE NATIONAL ARCHIVES (LONDEN) ............................................................................................18 2.3.8 THE NATIONAL ARCHIVES AND RECORDS ADMINISTRATION (WASHINGTON) ......................................21 2.3.9 BUNDESARCHIV-MILITÄRARCHIV .................................................................................................21 2.4 LUCHTFOTO INTERPRETATIE ............................................................................................... 22 2.4.1 METHODIEK.............................................................................................................................22 2.4.2 GRENZEN EN MOGELIJKHEDEN VAN LUCHTFOTO INTERPRETATIE ......................................................22 2.4.3 INVENTARISATIE EN SELECTIE VAN LUCHTFOTO’S ...........................................................................23 2.5 RESULTATEN INDICATIEONDERZOEK .....................................................................................

26 2.5.1 OVERZICHTSTABEL INDICATIES UIT LITERATUUR, ARCHIEVEN EN LUCHTFOTOANALYSE ............................26 2.5.2 BEELD- EN KAARTMATERIAAL INDICATIES .......................................................................................30 2.6 GEMELDE EN GERUIMDE EXPLOSIEVEN EOD EN M.M.O.D. ...................................................... 33 2.6.1 ARCHIEF UITVOERINGSOPDRACHTEN EXPLOSIEVEN OPRUIMINGSDIENST DEFENSIE.............................33 2.6.2 MIJNENVELDREGISTER ...............................................................................................................34 2.7 ANALYSE INDICATIES UIT HET INDICATIE ONDERZOEK ................................................................ 35

3

HET CONTRA-INDICATIE ONDERZOEK ............................................................................. 36

3.1 3.2 3.3 3.4

BEELDVERGELIJKING TEN BEHOEVE VAN CONTRA-INDICATIE ONDERZOEK ....................................... 36 OPSPORINGSWERKZAAMHEDEN.......................................................................................... 38 KABELS EN LEIDINGEN ...................................................................................................... 38 SAMENVATTING NAOORLOGSE WERKZAAMHEDEN ................................................................... 38

4

AFBAKENING VERDACHT GEBIED .................................................................................. 40

4.1 4.2 4.3 4.4

EVALUATIE AFWEGING INDICATIES EN CONTRA-INDICATIES ........................................................ 40 HORIZONTALE AFBAKENING VERDACHT GEBIED ....................................................................... 40 MOGELIJK AAN TE TREFFEN CONVENTIONELE EXPLOSIEVEN ....................................................... 42 VERTICALE AFBAKENING ................................................................................................... 44

5 6 7

LEEMTEN IN KENNIS.................................................................................................. 45 CONCLUSIE EN ADVIES ............................................................................................... 46 OVERZICHT VAN GEHANTEERDE BRONNEN ...................................................................... 48

336-020-VO-02

Pagina 4 van 73

8

BIJLAGEN .............................................................................................................. 59

BIJLAGE 1: CE-BODEMBELASTINGKAART ........................................................................................ 59 BIJLAGE 2: RESULTATENKAART .................................................................................................... 61 BIJLAGE 3: TOELICHTING VERPLICHTE EN AANVULLENDE BRONNEN WSCS-OCE ....................................... 63 BIJLAGE 4: VASTSTELLEN VERDACHT GEBIED EN AFBAKENING IN VOORONDERZOEK ................................... 66 BIJLAGE 5: PROTOCOL SPONTANE VONDST ..................................................................................... 70 BIJLAGE 6: SYSTEEM CERTIFICATEN OPSPOREN CONVENTIONELE EXPLOSIEVEN ........................................ 72

336-020-VO-02

Pagina 5 van 73

1 INLEIDING Op een onbekend aantal plaatsen in Nederland liggen nog bommen, granaten en andere munitieartikelen uit de Tweede Wereldoorlog. Volgens mondiale, militaire inschatting is van al het explosieve materiaal dat gedurende de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) is ingezet, verschoten of afgeworpen, tussen de zeven en vijftien procent om verschillende redenen niet tot ontploffing gekomen of gebracht. Hoofdrisico van het werkveld van het opsporen van Conventionele Explosieven (CE) is het onverhoeds aantreffen van deze CE bij het uitvoeren van werkzaamheden in de (water)bodem en de ondeskundige en onzorgvuldige omgang met aangetroffen CE. Hierdoor bestaat het gevaar op het ongewenst tot uitwerking komen van CE. De belangrijkste gevolgen daarvan zijn luchtdruk, schokgolf en scherfwerking, welke een groot gevaar vormen voor de veiligheid en gezondheid van bij het opsporen van CE betrokken werknemers en andere personen. Het voornoemd risico doet zich voor indien voorafgaand aan (bouw)projecten geen/onvoldoende onderzoek wordt gedaan naar de mogelijke aanwezigheid van CE en/of het opsporen van CE op een onzorgvuldige en/of ondeskundige wijze plaatsvindt.

In het laatstgenoemde geval doet het risico van het onverhoeds aantreffen van CE zich ook voor zodra na een opsporingsproject met de reguliere (bouw)werkzaamheden wordt gestart.1 Om spontane vondsten en eventuele daaruit voortvloeiende ongewilde gebeurtenissen te voorkomen, dient de opdrachtgever ervoor te zorgen (inspanningsverplichting) dat in de ontwerpfase – als onderdeel van de Risico-Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) – er rekening wordt gehouden met (veiligheids) verplichtingen die gelden in de uitvoeringsfase. Dat wil onder andere zeggen dat de opdrachtgever (de initiatiefnemer van de werkzaamheden) het mogelijk moet maken dat de aannemer die het werk uitvoert dat op een veilige en gezonde manier kan doen, onder naleving van wettelijke regels en door toepassing van maatregelen uit de voor dat werk geldende arbocatalogus, brancherichtlijnen, stand der techniek en wetenschap.2 Als gevolg van het voorgaande dient de opdrachtgever er vooraf zorg voor te dragen dat er bij grond- en/of waterbodemroerende activiteiten informatie beschikbaar is over de vermoede aanwezigheid van CE en/of de identificatie van potentiële risicolocaties. Om het maatschappelijk belang te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte certificatieregeling voor de borging van de kwaliteit en veiligheid van het opsporen van Conventionele Explosieven.

Dat wil zeggen dat opsporingswerkzaamheden met betrekking tot CE op grond van het Arbeidsomstandighedenbesluit (Arbobesluit) enkel uitgevoerd mogen

1 Voor nadere info betreffende regelgeving etc. zie: www.explosievenopsporing.nl. 2 Zie ook voor achtergrond Nederland: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Inspectie Sociale Zaken en

Werkgelegenheid, Jaarplan 2015 (Den Haag 2014) 18 (http://www.inspectieszw.nl/Images/Jaarplan-InspectieSZW2015_tcm335-359626.pdf); De Inspectie blijft zich inzetten om bij de opdrachtgevers, inclusief gemeenten, indringend concrete aandacht en zorg te eisen voor hun verantwoordelijkheid bij de voorbereidingen voor GWW-projecten. Bijvoorbeeld het veilig opleveren van projectgrond – gevrijwaard van explosieven – en sturing op arbo-aspecten in het opdrachtverlenings-traject.

336-020-VO-02

Pagina 6 van 73

worden door de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD) en bedrijven die in het bezit zijn van een certificaat voor het opsporen van Conventionele Explosieven. Om dit certificaat te verkrijgen dient het bedrijf (en de EOD) te voldoen aan de eisen zoals gesteld in het “Werkveld Specifiek certificatie Schema voor het Opsporen Conventionele Explosieven: 2012, versie 1” (WSCS-OCE). Het toepassingsgebied van het Certificatieschema is verdeeld in twee deelgebieden: A (Opsporing, inclusief vooronderzoek) en B (Civieltechnisch Opsporingsproces).3 Explosive Clearance Group B.V. (ECG) is voor beide deelgebieden (A+B) gecertificeerd.

De doelstelling van het WSCS-OCE is drieledig: ▪ bewerkstelligen dat risicovolle werkzaamheden voldoende veilig voor het eigen personeel en derden aanwezig op het project worden uitgevoerd; ▪ bewerkstelligen dat risicovolle werkzaamheden zodanig en met die deskundigheid worden uitgevoerd dat omwonenden veilig zijn en dat de openbare orde en publieke veiligheid wordt gewaarborgd; ▪ bewerkstelligen dat het vooronderzoek en/of de opsporing volgens de gegunde opdracht wordt uitgevoerd en opgeleverd (vast te leggen in het proces-verbaal van oplevering).4 Een eerste stap in het opsporingsproces wordt gevormd door een historisch vooronderzoek waarin beoordeeld wordt of een onderzoekgebied verdacht of onverdacht is op de mogelijke aanwezigheid van Conventionele Explosieven. Het doel van het vooronderzoek is in het WSCSOCE als volgt omschreven: ‘Het vooronderzoek heeft tot doel om te beoordelen of er indicaties zijn dat binnen het onderzoeksgebied CE aanwezig zijn, en zo ja, om het verdachte gebied in horizontale en verticale dimensie af te bakenen. Het vooronderzoek bestaat uit zowel het inventariseren als beoordelen (analyseren) van bronnenmateriaal en resulteert in een rapportage en een CE bodembelastingskaart.’5 Het uitgangspunt van deze studie is het verkrijgen van een gefundeerd antwoord op de volgende drie kernvragen: 1.

Is het onderzoeksgebied of delen hiervan betrokken geweest bij oorlogshandelingen (indicaties) en is er daardoor sprake van een verhoogd risico op het aantreffen van Conventionele Explosieven: verdacht gebied?6

3 Het Werkveld Specifiek certificatie Schema voor het Opsporen Conventionele Explosieven (WSCS-OCE) is een

verplicht procescertificaat voor het opsporen van CE. Het stelt eisen aan de kwaliteit, veiligheid en deskundigheid van het bedrijf en/of organisatie. 4 Werkveldspecifieke certificatieschema voor het systeemcertificaat opsporing conventionele explosieven zoals opgenomen in bijlage XII van de Arbeidsomstandighedenregeling (WSCS-OCE). 5 WSCS-OCE, 16. 6 Het werkveldspecifieke certificatieschema WSCS-OCE heeft betrekking op het opsporen van Conventionele Explosieven die in de (water)bodem zijn achtergebleven tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog. CE afkomstig uit de periode na de Tweede Wereldoorlog worden in dit onderzoek niet behandeld.

336-020-VO-02

Pagina 7 van 73

2. Zijn er gebeurtenissen (contra-indicaties) die een aanwijzing vormen dat een (mogelijk verdacht) gebied of een deel hiervan als onverdacht kan worden aangemerkt? 3. Wat is de (sub)soort, hoeveelheid en verschijningsvorm van de vermoede Conventionele Explosieven indien er sprake is van verdacht gebied? De indicaties zijn onder te verdelen naar: geografisch herleidbare gebeurtenissen met informatie die een aanwijzing vormen dat het gebied verdacht is op Conventionele Explosieven of geografisch herleidbare gebeurtenissen die een aanwijzing vormen dat het gebied als onverdacht kan worden aangemerkt (contra-indicaties).7 Het onderstaande schema geeft een overzicht van de oorzaken die geleid kunnen hebben tot de mogelijke aanwezigheid van Conventionele Explosieven in het onderzoeksgebied. MOGELIJKE OORZAKEN VOOR ACHTERGEBLEVEN CONVENTIONELE EXPLOSIEVEN

LUCHTAANVALLEN

Bombardement

Beschieting met boordwapens

Beschieting met raketten

Vliegtuigcrash/ Inslag V-wapen

GRONDGEVECHTEN (SECUNDAIRE GEVOLGEN)

Blindgangers (bijv. artillerie beschieting)

In stellingen achtergelaten, gedumpt of bedolven

MUNITIE VERNIETIGING

MILITAIR GEBRUIK

MUNITIE OPSLAG

Springputten en dergelijke

Militair oefenterrein

Munitie fabricage en/of opslag

Munitiedump of stort

Stationering militairen

Munitie inrichtingen

Munitiedump in water

Vliegveld

Incident munitieopslag

(afzinking)

Mijnenveld(en)

(explosie)

Vernielingsactiviteiten

Figuur 1: Schema met voorbeelden van oorzaken voor de mogelijke aanwezigheid van CE.

Gebeurtenissen die mogelijk geleid hebben tot het uit de bodem verwijderen van Conventionele Explosieven (contra-indicaties) kunnen onderverdeeld worden in de onderstaande scenario’s.

7 VERDACHT of ONVERDACHT houdt niet in dat feitelijk vaststaat dat er wel of geen CE liggen, maar geeft antwoord

op de vraag of het op basis van feiten/bronnenmateriaal aannemelijk is dat in een bepaald gebied CE worden aangetroffen.

336-020-VO-02

Pagina 8 van 73

MOGELIJKE OORZAKEN VOOR CONTRA-INDICATIES VAN CONVENTIONELE EXPLOSIEVEN

GRONDROERENDE WERKZAAMHEDEN

Ontgravingen

Gronddepositie

BAGGERWERKZAAMHEDEN

OPSPORINGSWERKZAAMHEDEN

EODD en voorgangers

Civiele opsporingsbedrijven

Figuur 2: Schema met voorbeelden van scenario’s voor contra-indicaties.

1.1

ONDERZOEKSGEBIED

In opdracht van Lodewijck Groep is een vooronderzoek opgesteld voor het onderzoeksgebied Kampweg 51 Soesterberg. Het onderzoeksgebied is gelegen in de gemeente Soest in het dorp Soesterberg. De oppervlakte van het te onderzoeken gebied beslaat +/- 2,7 hectare. Het onderzoeksgebied bestaat gedeeltelijk uit bebouwd en onbebouwd terrein. In de periode 1940-1945 werd een Soldatenheim gebouwd, tegenwoordig bekend als het Officierscasino. Dit pand deed dienst als ontspanningslocatie voor de Duitse troepen die op Vliegbasis Soesterberg gelegerd waren. Na de oorlog werd het pand in gebruik genomen voor de opleiding van KLM-personeel en later voor congressen en evenementen.8 De opdrachtgever is voornemens om diverse werkzaamheden uit te voeren op het terrein rondom het Officierscasino, bestaande uit de sloop van een bestaand pand en de bouw van twee nieuwe panden.

8

http://annascasino.nl/over-annas-casino/ (geraadpleegd op 15-09-2020).

336-020-VO-02

Pagina 9 van 73

Figuur 3: Satellietbeeld van het onderzoeksgebied. Bron: Luchtfoto RD, ESRI Nederland.

336-020-VO-02

Pagina 10 van 73

Figuur 4: Door opdrachtgever aangeleverde plantekening. Bron ondergrond: Luchtfoto RD, ESRI Nederland.

336-020-VO-02

Pagina 11 van 73

Figuur 5: Topografische kaart uit de periode 1940-1945. Het onderzoeksgebied is blauw gearceerd. Het Officierscasino is hierop al te zien. Tevens zijn de toponiemen Kampweg en Egghermond ingetekend. Bron: Stafkaart 377 Amersfoort, GSGS 4427 Second Edition 1945, Topografische Dienst Zwolle.

336-020-VO-02

Pagina 12 van 73

1.2

BRONNEN

In het WSCS-OCE is vastgesteld welke bronnen verplicht dienen te worden geraadpleegd. ECG raadpleegt deze bronnen en vult deze aan met bronnen uit optionele archiefinstellingen. In het onderstaande schema is aangegeven welke dit zijn. De conclusie ‘verdacht’ wordt bij voorkeur vastgesteld op basis van twee of meer onafhankelijke bronnen. Een toelichting van de verplicht en aanvullend te raadplegen bronnen is opgenomen in Bijlage 3. BRONNEN CONFORM WSCS-OCE: Inventarisatie eerder onderzoek CE Literatuur Gemeente- en Provinciaal archief Nederlands Instituut voor Militaire Historie NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies Explosieven Opruimingsdienst Defensie Luchtfotocollectie Universiteit Wageningen Luchtfotocollectie Topografische Dienst Zwolle Luchtfotocollectie The Aerial Reconnaissance Archives/National Collection of Aerial Photography te Edinburgh (Schotland) The National Archives te Londen (Engeland) Bundesarchiv-Militärarchiv te Freiburg (Duitsland) The National Archives and Records Administration te College Park, MD (USA) Getuigen

RAADPLEGEN: Verplicht Optioneel ✓ ✓ ✓

GERAADPLEEGD:

✓

Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja

✓ ✓ ✓

Ja Ja Ja

✓

Nee

✓ ✓ ✓ ✓ ✓

AANVULLEND BRONNENONDERZOEK ECG: Semistatische archiefdiensten Ministerie Defensie te Rijswijk Laurier Military History Archive te Waterloo (Canada) Nationaal Archief te Den Haag

Nvt. Nvt. Nvt.

Ja Ja Ja

Tabel 1: Overzicht van geraadpleegde bronnen.

336-020-VO-02

Pagina 13 van 73

2 HET INDICATIE ONDERZOEK In het indicatie onderzoek wordt op basis van historisch bronmateriaal vastgesteld of het onderzoeksgebied mogelijk betrokken is geweest bij oorlogshandelingen. Ten eerste wordt een inventarisatie uitgevoerd naar bij ECG bekende gegevens omtrent eerder uitgevoerd(e) onderzoek(en) naar de aanwezigheid van Conventionele Explosieven in of nabij het onderzoeksgebied.9 Vervolgens worden de indicaties die middels literatuur- en archiefonderzoek en luchtfotoanalyse zijn achterhaald chronologisch in een overzichtstabel weergegeven. Vervolgens volgt een overzicht van de naoorlogse ruimingen van Conventionele Explosieven (Mora’s) en eventuele mijnenvelden. Indicaties worden bij voorkeur vanuit het perspectief van meerdere bronnen wordt beoordeeld en geanalyseerd op de omschrijving van: • • • •

de aard van de oorlogshandeling; het aantal en de soort CE dat tijdens de oorlogshandeling is ingezet; de inslaglocatie van CE; relevantie en herleidbaarheid tot (de directe omgeving van) het onderzoeksgebied.

Tevens worden luchtfoto's uit de Tweede Wereldoorlog geanalyseerd om de indicaties uit literatuur- en archiefonderzoek verder te herleiden. Bij het beoordelen van de relevantie van indicaties wordt een selectiecriterium uit het WSCSOCE toegepast: ‘Indicaties/contra-indicaties dienen een locatieverwijzing te hebben, aangezien deze essentieel is om te bepalen of de informatie relevant is voor de aanwezigheid van CE in het onderzoeksgebied.’10 Indien de locatieverwijzing niet verwijst naar de omgeving van het onderzoeksgebied of op een andere wijze geen relatie met het onderzoeksgebied heeft, dan wordt de desbetreffende informatie niet in de rapportage opgenomen of als niet relevant beoordeeld. Wanneer een indicatie als relevant wordt beoordeeld, dan wordt deze in de Overzichtstabel in paragraaf 2.5.1 voorzien van een GIS ID. Met dit identificatienummer zijn eventuele verdachte gebieden in de bijgeleverde GIS bestanden (shapefiles) digitaal in een GIS te herleiden. In paragraaf 2.7 volgt een opsomming van de indicaties die op basis van luchtfoto’s en/of twee onafhankelijke bronnen als relevant zijn beoordeeld. Tevens volgt een opsomming van indicaties die vanwege het gebrek aan verifiërend bronnenmateriaal niet verder worden meegenomen in het onderzoek. De achterhaalde indicaties zijn in Bijlage 2 te raadplegen op de Resultatenkaart.

9 Onder een onderzoek wordt door ECG verstaan: een (opsporings)onderzoek uitgevoerd volgens de regels van

de (voormalige) BRL-OCE of het vigerende WSCS-OCE. 10 WSCS-OCE, 18.

336-020-VO-02

Pagina 14 van 73

2.1

EERDER VOORONDERZOEK

Het WSCS-OCE schrijft voor dat moet worden nagegaan welke vooronderzoeken er in het verleden reeds zijn uitgevoerd. De resultaten van deze vooronderzoeken worden in deze bureaustudie geanalyseerd en waar mogelijk aangevuld. ECG heeft in het verleden het volgende vooronderzoek uitgevoerd voor het terrein direct ten noorden van het onderzoeksgebied: Explosive Clearance Group, Vooronderzoek naar het risico op het aantreffen van conventionele explosieven in het onderzoeksgebied ‘Ontwikkelingsgebied Banningstraat Soesterberg’, Projectnummer 172-014 (Wijchen, mei 2014).

Figuur 6: Het onderzoeksgebied ten opzichte van eerder onderzocht gebied 172-014. Bron: Archief ECG.

336-020-VO-02

Pagina 15 van 73

In het voorgaande vooronderzoek werden geen verdachte gebieden afgebakend die van invloed zijn op het huidige onderzoeksgebied. Wel werd met behulp van luchtfoto’s vastgesteld dat er in het huidige onderzoeksgebied twee geschutsopstellingen hebben gestaan. Deze gegevens zullen in de voorliggende rapportage worden verwerkt.

2.2

LITERATUUR

Om een beeld te krijgen van mogelijk relevante oorlogshandelingen heeft ECG diverse boeken en artikelen over het onderzoeksgebied geraadpleegd. Een totaaloverzicht van de geraadpleegde literatuur is opgenomen bij de geraadpleegde bronnen in Hoofdstuk 7. De achterhaalde indicaties worden in de overzichtstabel in paragraaf 2.5 beoordeeld op relevantie en herleidbaarheid.

2.3

ARCHIEVEN

De nadruk bij het indicatieonderzoek ligt bij het raadplegen van de diverse archieven op het bestuderen van de stukken van de luchtbeschermingsdienst, de stukken over aangetroffen/geruimde CE, oorlogsschaderapporten en bombardements- en gevechtsverslagen. Alle geraadpleegde archieven en inventarisnummers zijn opgenomen in Hoofdstuk 7. 2.3.1

ARCHIEF EEMLAND

In het Archief Eemland is het archief van de gemeente Soest geraadpleegd. Tevens is de Beeldbank van Archief Eemland doorzocht op relevant historisch beeldmateriaal. 2.3.2

NATIONAAL ARCHIEF

In het Nationaal Archief (NA) is archief 2.04.53.15 Ministerie van Binnenlandse Zaken: Inspectie Bescherming Bevolking tegen Luchtaanvallen, 1937-1946 geraadpleegd. De Inspectie Bescherming Bevolking tegen Luchtaanvallen werd naar aanleiding van de Wet tot Bescherming van de Bevolking tegen Luchtaanvallen, die in 1936 in werking trad, opgericht. De taak van dit overheidsorgaan was de gemeentelijke activiteiten op dit terrein te begeleiden en te controleren. Toen in 1942 de Duitse bezetter de wet verving door de Luchtbeschermingsverordening kwam de luchtbescherming sterker onder controle te staan van de bezetter. De archiefstukken beslaan diverse onderwerpen betreffende de luchtbeschermingsdienst, waaronder door gemeenten ingestuurde rapporten betreffende Geallieerde luchtactiviteiten. Tevens is archief 2.13.210 Commissie van Proefneming met hierin opgenomen afgedwaalde archiefbescheiden van onderdelen van de Artillerie-Inrichtingen en Artillerie onderdelen, (1814-) 1867-1942 geraadpleegd. De Commissie van Proefneming (CvP) was een instelling die zich bezighield met proeven betreffende wapens en artilleriegeschut. In de archiefstukken zijn ook staten opgenomen betreffende plaatsen waar mogelijk onontplofte projectielen zijn gevonden, die wel of niet geruimd zijn, in het begin van de oorlog. 336-020-VO-02

Pagina 16 van 73

Ook 2.13.71 Archieven van het Ministerie van Defensie te Londen [1940-1941]; Ministerie van Oorlog te Londen [1941-1945]; Departement van Oorlog: Bureau Londen [1945-1947], (1933) 1940-1947 (1974) is geraadpleegd met betrekking tot mogelijk relevante gegevens voor het onderzoeksgebied. Dit betreft het archief van het ministerie van Defensie (later Oorlog) dat vanaf 14 mei 1940 in Londen was gevestigd. Het hield zich onder meer bezig met luchtvaart, militaire operaties en inlichtingen uit Nederland. Ook een onderzoek naar het verloop van de Meidagen van 1940 en de voorbereiding van de terugkeer naar Nederland behoorde tot het takenpakket. Het Bureau Londen hield zich na de bevrijding bezig met de afwikkeling van zaken in Engeland, waarna het in 1947 werd opgeheven. In het NA is het archief 2.04.110 Korps Hulpverleningsdienst van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, 1945-1974 geraadpleegd. Het Korps Hulpverleningsdienst (HVD) nam vanaf juli 1947 de taken van de Mijn- en Munitieopruimingsdienst (M.M.O.D.) over. Eind juli 1947 werd de H.V.D. verantwoordelijk voor het ruimen van explosieven die in de civiele sector werden aangetroffen en vanaf januari 1948 ook voor het ruimen op militaire objecten en terreinen. In 1971 werd de taak van de H.V.D.

overgedragen aan de EOD.11 Door middel van het raadplegen van delen van het archief van de Hulpverleningsdienst is getracht inzicht te verkrijgen in mogelijke ruimingen van CE in de periode van ca. 1947 tot en met het begin van de jaren ’70 van de vorige eeuw. 2.3.3 NIOD INSTITUUT VOOR OORLOGS- HOLOCAUST- EN GENOCIDESTUDIES In het NIOD is het archief van ‘Generalkommissar für das Sicherheitswesen en Höhere SS- und Polizeiführer’ Hanns Albin Rauter (1892-1949), die was belast met ‘de openbare orde en veiligheid’ in Nederland, en het archief van het Departement van Justitie tussen 1940 en 1945 geraadpleegd, respectievelijk archief 077 Generalkommissariat für das Sicherheitswesen (Höhere SS-und Polizeiführer Nord-West), (1938) 1940-1945 en 216k Departement van Justitie (1935) 1940-1945 (1950). Daarnaast zijn diverse aanvullende archieftoegangen geraadpleegd op informatie over het onderzoeksgebied, te weten archief 1943-1945, 191 Geheime Dienst Nederland, 1943-1945 en 226B Bureau Inlichtingen – Hoofdbureau Londen, 1940-1945. 2.3.4 NEDERLANDS INSTITUUT VOOR MILITAIRE HISTORIE De collectie 575 Duitse verdedigingswerken en inundaties van Nederlands Grondgebied in de oorlog/ Rapporten van militaire aard vanuit bezet Nederland aan Bureau Inlichtingen Londen (collectie 575) 1940-1945 van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) in Den Haag is geraadpleegd.

Naast collectie 575 heeft ECG de aanvullende collectie 406 Kazernes, legerplaatsen en gebouwen geraadpleegd. 2.3.5 ARCHIEF M.M.O.D. SEMISTATISCHE ARCHIEFDIENSTEN MINISTERIE DEFENSIE RIJSWIJK

11 J. van Woensel, Vrij van explosieven. De geschiedenis van het EOCKL en zijn voorgangers, 1944-2004 (Meppel 2004)

107 en 142.

336-020-VO-02

Pagina 17 van 73

In het Semistatisch Archief van Defensie te Rijswijk is het archief van de Mijn- en Munitieopruimingsdienst (M.M.O.D) geraadpleegd. Deze dienst was in de periode 1945-1947 verantwoordelijk voor het opruimen van mijnen en achtergelaten munitie. Het archief bestaat uit meldingen, kaarten, plattegronden en ruimingsrapporten uit diverse Nederlandse gemeenten. 2.3.6 UTRECHTS ARCHIEF In het Utrechts Archief is het archief 1136 Militair Gezag in de Provincie Utrecht geraadpleegd. De taak waarvoor het Militair Gezag in bevrijd Nederland gesteld werd, was drieledig. In de eerste plaats was het Militair Gezag handhaver van de openbare rust en orde. Verder was het belast met het onderhouden van de verbindingen tussen de Nederlandse civiele organen en de geallieerde legerautoriteiten. Ten slotte fungeerde het als voorpost van de Nederlandse regering. Onder het handhaven van de openbare rust en orde viel ook het aannemen van meldingen en het coördineren/uitvoeren van het opruimen van achtergebleven oorlogstuig. Tevens is het archief 1202 Commissaris van de Koningin in de Provincie Utrecht ingezien. Hierin zijn dossiers opgenomen over het melden van luchtaanvallen en andere oorlogshandelingen. 2.3.7 THE NATIONAL ARCHIVES (LONDEN) ECG beschikt over de Daily Logs van de Geallieerde 2nd Tactical Airforce, ook wel 2nd TAF.

Dit was een Geallieerd luchtleger dat veelvuldig in de periode september 1944-april 1945 boven Nederland operaties heeft uitgevoerd. Uit de vluchtgegevens kan informatie worden gehaald over de aanvalsdoelen, het verloop van de gebeurtenissen en gevechtshandelingen en de gehanteerde wapens en/of gebruikte CE. ECG heeft daarnaast de Operations Record Books van de verschillende niveaus van de Britse luchtmacht geraadpleegd. Tevens zijn er After Action Reports en Intelligence Reports geraadpleegd over luchtaanvallen op het onderzoeksgebied: • • • • •

AIR 14 Air Ministry: Bomber Command Registered Files; AIR 25 Air Ministry and Ministry of Defence. Operations Record Books, Groups; AIR 26 Air Ministry: Operations Record Books, Wings; AIR 27 Air Ministry and Successors. Operations Record Books, Squadrons; AIR 40 Air Ministry Directorate of Intelligence and related bodies. Intelligence reports and papers.

In de bovengenoemde archiefingangen worden aanvalsdoelen en getroffen locaties door de Geallieerden aangeduid met coördinaten uit het zogeheten Nord de Guerre coördinatenstelsel. Door middel van Geallieerde stafkaarten zijn deze coördinaten herleidbaar naar een hedendaagse locatie. De stafkaart Amersfoort, A.M.S. M831 (G.S.G.S. 4427) Second Edition 1945, Sheet 377, Holland 1:25.000 heeft betrekking op het onderzoeksgebied. Een met vier cijfers aangeduid coördinaat beslaat een kaartvierkant van 1000 bij 1000 meter. Indien een locatie met

336-020-VO-02

Pagina 18 van 73

zes (100 meter) of acht cijfers (10 meter) wordt aangeduid, is het in de meeste gevallen mogelijk een specifiekere positie binnen het desbetreffende kaartvierkant aan te geven. Bij de interpretatie van de gegevens uit de bovengenoemde collecties dient te worden opgemerkt dat coördinaataanduidingen, informatie over bommenlast en gevechts- of bombardementsbeschrijvingen door allerlei oorzaken niet overeen kunnen komen met de werkelijke gebeurtenissen en locaties. Door middel van ander bronnenmateriaal zoals luchtfoto’s tracht ECG de beschreven locaties van de oorlogshandelingen te verifiëren en te herleiden. Vermeldingen uit de RAF-collecties die op basis van de omschrijvingen niet kunnen worden herleid naar (de directe omgeving van) het onderzoeksgebied worden buiten beschouwing gelaten.

336-020-VO-02

Pagina 19 van 73

Figuur 7: Dekkende kaartvierkanten uit het Nord de Guerre coördinatenstelsel ter hoogte van het onderzoeksgebied. Bron: Archief ECG. Bron ondergrond: Topo Basiskaart RD, ESRI Nederland.

336-020-VO-02

Pagina 20 van 73

2.3.8 THE NATIONAL ARCHIVES AND RECORDS ADMINISTRATION (WASHINGTON) ECG heeft archiefonderzoek uitgevoerd in The National Archives and Records Administration in College Park, MD (NARA II) om informatie in te winnen over de door de USAAF uitgevoerde luchtaanvallen op de nabijgelegen vliegbasis Soesterberg. Een deel van de onderzoeksinspanning is gericht op het vaststellen van de ontstekingsmechanismen op de afgeworpen CE, en in het bijzonder of er gebruik is gemaakt van trillingsgevoelige ontstekers. Hierbij gaat speciale aandacht uit naar de zogenaamde chemisch lange vertragers, een ontstekerinrichting waar een potentieel acuut veiligheidsrisico van uit gaat in verband met de kans op een spontane detonatie. 2.3.9

BUNDESARCHIV-MILITÄRARCHIV

Het Militärarchiv is een onderdeel van het Duitse Bundesarchiv en is gehuisvest in Freiburg im Breisgau. Deze instelling beheert onder meer het archiefmateriaal en documenten van de Duitse strijdkrachten en het Ministerie van Defensie. Uit de periode van het Deutsches Reich 19331945, beheert het onder meer de archieven van de Reichswehr, Wehrmacht en Waffen-SS. Opgemerkt dient te worden dat de archieven door verschillende oorlogsactiviteiten ernstig hebben geleden. De schade aan de collecties wordt als volgt omschreven door het Militärarchiv: “Die Überlieferungen aus der Zeit bis 1945 haben durch Kriegseinwirkungen erhebliche Verluste erlitten. Die Unterlagen der zentralen Dienststellen der Wehrmacht und der Heeresführung, der Dienststellen und der Truppen des Heeres unterhalb der Divisionsebene sowie der Luftwaffe und der Waffen-SS sind weitgehend verlorengegangen. Dagegen haben die Masse der Kriegstagebücher der Kommandobehörden des Heeres und der Divisionsstäbe bis 1943 sowie das Archivgut der Marine den Krieg überdauert. Ebenso blieb das Archivgut der wehrtechnischen Einrichtungen und Dienststellen der Wehrmacht nahezu vollständig erhalten. Der größte Teil der Akten der Preußischen Armee wurde 1945 mit dem Brand des Heeresarchivs Potsdam vernichtet.”12 ECG heeft de beschikking over Lageberichten van de Duitse Luftwaffenführungsstab uit de periode 1940-1941.

In deze rapporten, die per dag werden opgesteld, werd informatie verzameld omtrent de voortgang van de strijd in de verschillende oorlogsgebieden.

12 https://www.bundesarchiv.de/DE/Content/Artikel/Benutzen/Hinweise-zur-Benutzung/benutzen-hinweise-

militaerische-unterlagen.html (geraadpleegd: november 2018).

336-020-VO-02

Pagina 21 van 73

2.4

LUCHTFOTO INTERPRETATIE

Luchtfoto’s uit de Tweede Wereldoorlog kunnen een bruikbare bron vormen bij het vergaren van informatie betreffende de mogelijke aanwezigheid van Conventionele Explosieven. Het primaire doel van de luchtfoto interpretatie is het vaststellen of een gebied zichtbaar betrokken is geweest bij oorlogshandelingen. Er kunnen sporen waarneembaar zijn van kraters, stellingen (militaire werken), vernielde of beschadigde bebouwing en andere oorlogsgerelateerde handelingen. Met behulp van deze informatie kan een inschatting worden gemaakt of er een verhoogde kans bestaat op het aantreffen van achtergebleven Conventionele Explosieven. Luchtfoto’s kunnen veelal als een betrouwbare bron worden geclassificeerd, waarmee tevens indicaties geografisch herleid en geverifieerd kunnen worden. 2.4.1

METHODIEK

Er zijn meerdere typen luchtfoto's, onder andere vanwege de opnamehoek. De meest bruikbare luchtfoto’s voor interpretatie zijn de zgn. verticals. Het interpreteren van deze luchtfoto’s gebeurt op diverse manieren. De foto’s worden zo nauwkeurig mogelijk geanalyseerd op zichtbare verstoringen die mogelijk in verband staan met oorlogshandelingen. Een aantal van de geselecteerde foto’s heeft de overlapping en kwaliteit om het stereoscopisch interpreteren (creëren van diepte voor dimensionaal inzicht door middel van het gebruik beeldparen) mogelijk te maken. Vervolgens worden de luchtfoto's zo exact mogelijk gepositioneerd op een recente ondergrond in ArcGIS om de resultaten van de luchtfotoanalyse te koppelen aan de hedendaagse situatie.13 2.4.2

GRENZEN EN MOGELIJKHEDEN VAN LUCHTFOTO INTERPRETATIE

Het hanteren van luchtfoto’s bij explosievenonderzoek wordt sterk beïnvloed door een aantal kwaliteits- en randvoorwaarden: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Beschikbaarheid van luchtfoto’s van het gebied; Opnamedata; Beeldkwaliteit; Opnamehoogte en (brandpunt van) de gehanteerde lens (schaal); Beschikbare neveninformatie (bijv. bombardements- en aanvalsdata); Ondersteunende technische mogelijkheden (bijv. analoge of digitale interpretatiesystemen); Ervaring van het uitvoerende personeel met interpreteren/analyseren.

Daarnaast blijft een luchtfoto een momentopname van een situatie die bijvoorbeeld een week, een maand of een jaar later totaal anders zou kunnen zijn. Het is mogelijk dat een bomkrater of

13 Afhankelijk van de fotohoek (verticals - split verticals e.d.), vlieghoogte, de schaal, de gehanteerde fotolens, de

beeldkwaliteit, de stabiliteit tijdens de vlucht van het fotograferende vliegtuig, de beschikbare georeferentiepunten, hoogteverschillen in het landschap en de georectificatie, treden er tijdens de georeferentie van de verschillende foto’s afwijkingen (toleranties) van 5 meter tot maximaal 10 meter op.

336-020-VO-02

Pagina 22 van 73

een loopgraaf op de ene foto wel, maar op een eerdere of latere luchtfoto niet (meer) zichtbaar is. Tussentijdse herstel- en/of dempwerkzaamheden en camouflage kunnen een vertekend/onvolledig beeld geven. Bovendien kunnen bijvoorbeeld jaargetijden, bebouwing, schaduwwerking, wolken, puin, begroeiing en water een belemmerend effect hebben op het ontlenen van gegevens aan luchtfotografie. 2.4.3

INVENTARISATIE EN SELECTIE VAN LUCHTFOTO’S

Voor dit onderzoek is een inventarisatie uitgevoerd van beschikbare luchtfoto’s in de luchtfotocollecties van Wageningen University (WUR), de Topografische Dienst te Zwolle (TOPO), National Collection of Aerial Photography (NCAP) - The Aerial Reconnaissance Archives (TARA) te Edinburgh (Schotland) en het Laurier Military History Archive (LMHA) te Waterloo (Canada). In de tabel op de volgende pagina zijn de geanalyseerde luchtfoto’s opgenomen en is gemotiveerd waarom foto’s van bepaalde data zijn gebruikt. Bij de selectie van luchtfoto’s is rekening gehouden met de opnamedatum in relatie tot oorlogshandelingen, kwaliteit van het fotobeeld en de schaal. De kwaliteit van de luchtfoto’s wordt aangeduid als A, B of C: - A: Luchtfoto’s van goede kwaliteit, bepaald door een grote schaal (bijvoorbeeld 1:7.600) en de afwezigheid van storende factoren zoals wolken, ruis en krassen. - B: Luchtfoto’s van redelijke kwaliteit. Grote tot middelgrote schaal, maar aanwezigheid van storende factoren zoals wolken, ruis en krassen. - C: Luchtfoto’s van matige kwaliteit en met beperkte bruikbaarheid voor interpretatie. Kleine schaal en/of storende factoren zoals wolken, ruis en krassen. De resultaten van de luchtfotoanalyse zijn verwerkt in de overzichtstabel in paragraaf 2.5.1.

336-020-VO-02

Pagina 23 van 73

DATUM

SORTIE NR.

SCHAAL (1:X) BEELDNUMMER(S)

KWALITEIT

MOTIVATIE SELECTIE

ARCHIEF AANTAL BEELDPAREN

28-9-1940 24-2-1941 2-10-1941 30-11-1942 12-3-1943 17-4-1943 20-6-1943 8-10-1943 23-2-1944 17-3-1944 25-3-1944 9-5-1944 28-5-1944 3-8-1944 16-8-1944 13-9-1944 5-10-1944

H-266 H-681 T-732 C-650 D-242 D-431 D-708 E-338 J-400 FG-091-109 7-AA-884 106W-325 7-1614 7-2622 7-2989 400-42A 106G-3226 106G-3239 16-1277 4-1492 4-1524 16-1732 106G-4833 4-2371 106G-LIB343 -

27.500 24.000 16.200 15.200 17.000 15.300 16.000 10.000 13.000 13.000 8.000 12.000 14.500 28.000 14.500 17.000 7.600 18.000 9.000 7.600 8.000 12.000 9.000 14.400 15.000

418, 419, 420 648, 649 605, 619, 620 2030, 2031, 2032 3147, 3148, 3149 3120, 3122, 4114 4007 3068, 3069 3088, 3089 3 8028 3136, 3137 4089, 4090, 4091 7073 4008, 4009, 4010 3070, 3071, 4069, 4070, 4071 3054 4068 3086, 3087, 3088 4121, 4122 3022 4011, 4012, 4013 4106 4091, 4092 3071, 3072

B C B B B B A A A B A A B B B B A A A A A B A B B

Multitemporele afdekking. Multitemporele afdekking. Multitemporele afdekking. Multitemporele afdekking. Multitemporele afdekking. Multitemporele afdekking. Multitemporele afdekking. Multitemporele afdekking. Multitemporele afdekking. Multitemporele afdekking. Multitemporele afdekking. Multitemporele afdekking. Multitemporele afdekking. Multitemporele afdekking. Multitemporele afdekking. Multitemporele afdekking. Multitemporele afdekking. Multitemporele afdekking. Multitemporele afdekking. Multitemporele afdekking. Multitemporele afdekking. Multitemporele afdekking. Multitemporele afdekking. Periode voor de bevrijding. Naoorlogse situatie.

TARA TARA TARA TARA TARA WUR TARA TARA TARA TARA TARA TARA TARA TARA TARA TARA TOPO WUR TARA TARA WUR TARA TOPO WUR TARA

3 2 3 3 3 3 1 2 2 1 1 2 3 1 3 5 1 1 3 2 1 3 1 2 2

2 1 1 2 2 1 1 2 2 2 3 2 1 2 1 1

8.500

32-CN-XI-430-1947

A

Contra-indicaties

TOPO

1

-

14-10-1944 25-12-1944 26-12-1944 21-2-1945 15-3-1945 19-4-1945 10-10-1945 1947

336-020-VO-02

Pagina 24 van 73

DATUM

SORTIE NR.

SCHAAL (1:X) BEELDNUMMER(S)

KWALITEIT

MOTIVATIE SELECTIE

ARCHIEF AANTAL BEELDPAREN

1960

-

14.000 14.000 14.000 14.000 17.000 17.000

A A A A A A

Contra-indicaties Contra-indicaties Contra-indicaties Contra-indicaties Contra-indicaties Contra-indicaties

TOPO TOPO TOPO TOPO TOPO TOPO

1971 1977 1981 1999

6455 32-VII-98-1960 32-VI-174-1971 32-607-1977 028 075

1 1 1 1 1 1

Tabel 2: Overzicht van de geanalyseerde luchtfoto’s.

336-020-VO-02

Pagina 25 van 73

-

2.5

RESULTATEN INDICATIEONDERZOEK

2.5.1 OVERZICHTSTABEL INDICATIES UIT LITERATUUR, ARCHIEVEN EN LUCHTFOTOANALYSE In de onderstaande tabel zijn de achterhaalde gegevens uit de geraadpleegde literatuur en archiefdelen opgenomen en worden de resultaten van de luchtfotoanalyse beschreven. Per indicatie wordt nagegaan of de oorlogshandelingen geografisch herleidbaar zijn en of deze in het onderzoeksgebied hebben plaatsgevonden. Wanneer de indicatie als relevant wordt bestempeld, wordt deze in de laatste kolom gekoppeld aan een GIS ID. Deze identificatienummers zijn in de attributentabel van de bijgevoegde GIS bestanden (shapefiles) vermeld, zodat elk verdacht gebied digitaal terug te vinden is. DATUM:

LITERATUUR:

NATIONALE ARCHIEVEN:

INTERNATIONALE ARCHIEVEN:

Luchtfoto 28-9-1940 15-11-1940

Sortienummer: H-266 Merwe-Wouters: ‘Om snel aan de Duitse jagers te ontkomen, lost een Bristol Blenheim op 15 november 1940 zijn bommenlast boven de Lange Brinkweg en het Kerkpad. Drie bewoners van pand Lange Brinkweg 44 vinden de dood.’14

Fotonummer(s): 418, 419, 420

Analyse: Geen indicaties zichtbaar.

Fotonummer(s): 648, 649

Analyse: Op de luchtfoto’s is te zien dat het Officierscasino in aanbouw is. Er zijn geen indicaties van oorlogshandelingen zichtbaar. Geen indicaties zichtbaar.

Luchtfoto 24-2-1941

Top: ‘ 's Avonds wordt een Wellington-bommenwerper boven Soesterberg zo hevig beschoten, dat de bemanning de bommen ongericht uitgooit om snel weg te kunnen komen. Er ontploft een bom vlakbij het zandgat van de Gebr. Tammer en een paar komen neer in het bos achter Groot Sterrenberg. Brandbommen exploderen onder meer in de tuin van A. van den Berg op Schoolweg 10. Eén daarvan op ca. 2 m afstand van diens schuilkelder.’15 Sortienummer: H-681

2-10-1941 21-11-1941

T-732 Top: Het Wehrmachtsheim aan de Kampweg (Officierscasino) [nr. 8] wordt geopend. “In verband met de opening zijn op het voetbalveld ernaast 6 stukken van de Flak (Flugabwehrkanone) ingegraven, waarvan één in elke hoek van het grasveld.”16

21-1-1942

Top:

605, 619, 620

VERMELDE INZET CE (EVT ONTSTEKING-TIJDSSINRICHTING):

HERLEIDBAARHEID EN RELEVANTIE ONDERZOEKSGEBIED:

-

De getroffen locaties zijn herleidbaar tot de omgeving van het onderzoeksgebied. Er zijn geen aanwijzingen achterhaald dat het onderzoeksgebied is getroffen.

-

-

-

De stukken luchtafweergeschut die langs het voetbalveld zouden zijn geplaatst, zijn niet zichtbaar op luchtfoto’s. Vanwege de beperkte herleidbaarheid wordt er geen afbakening van verdacht gebied toegepast. Egghermonde lag in de omgeving van het

Afwerpmunitie 2 x brand

14 Merwe-Wouters, G. van de, Soest onder vuur (Muiderberg 2001) 23. 15 D. Top, Soesterberg en omgeving in de oorlogstijd, 67.

16

Top, 109.

336-020-VO-02

Pagina 26 van 73

DATUM:

LITERATUUR:

NATIONALE ARCHIEVEN:

INTERNATIONALE ARCHIEVEN:

VERMELDE INZET CE (EVT ONTSTEKING-TIJDSSINRICHTING):

‘'s Avonds vallen er 2 brandbommen, afkomstig van een Engelse Wellington, op het terrein van Egghermonde, vlakbij het politiebureau. Met 8 man arriveert het brandweerkorps aldaar om 21.13 uur. De branden werden te lijf gegaan met zand dat op de brandweerauto aanwezig is. Om 21.25 uur kan alweer ingerukt werden.’17

Luchtfoto 30-11-1942 17-4-1943 20-6-1943 8-10-1943 23-2-1944 17-3-1944 25-3-1944 9-5-1944 28-5-1944 16-8-1944 3-9-1944

Het politiebureau was gevestigd in villa ‘Merelhof’ aan de Amersfoortschestraat 12, op de hoek van de Oude Tempellaan.18 Tegenwoordig is dit adres Oude Tempellaan 2. Sortienummer: C-650 D-431 D-708 E-338 J-400 FG-091-109 7-AA-884 106W-325 7-1614 7-2989 Zwanenburg: ‘114 vliegtuigen, 105 Halifaxes en negen Lancasters naar het vliegveld Soesterberg. 103 Halifaxes en negen Lancasters voerden tussen 17.26 en 18.01 uur hun aanvallen uit, waarbij 539 ton brisant en 30 250-ponds markeringsbommen werden afgeworpen. Er was 3/10 – 5/10 bewolking met toppen op 6/8000 voet in het doelgebied dat echter door gaten in de bewolking visueel kon worden geïdentificeerd. De markeringsbommen werden goed geplaatst en er wordt gerapporteerd dat de aanval zeer geconcentreerd was. De bommen vielen dwars over de startbanen, explodeerden tussen gebouwen en er brak brand uit in het noordelijk deel van het veld. De zware flak werd gemeld als zijnde middelmatig en goed gericht. Er waren geen vijandelijke jagers. Dat de aanval op Soesterberg langer duurde dan die op de andere velden was te wijten aan Halifax V voor London van No 76 Squadron met F/O. Compton als piloot en Captain.

HERLEIDBAARHEID EN RELEVANTIE ONDERZOEKSGEBIED: onderzoeksgebied. Er kunnen geen inslagen naar het onderzoeksgebied zelf worden herleid.

Fotonummer(s): 2030, 2031, 2032 3120, 3122, 4114 4007 3068, 3069 3088, 3089 3 8028 3137, 3138 4089, 4090, 4091 4008, 4009, 4010 Schadeopgaves Utrechtseweg - 242 sectie C, No. 3479 woonhuis P. v.d. Land, f.300.- 246 sectie C, No. 3480 N. Heilijgers, f.500.- 248 sectie C, No. 3482 Stichting Zon en Schild, f.3000.-. Bijna geheel verwoest. - 248-2 sectie C, No. 3482 Stichting Zon en Schild, f.3500.-. Geheel verwoest. - 248-3 sectie C, No. 3482 Stichting Zon en Schild, f.2800.-. Zwaar beschadigd. - 248-4 sectie C, No. 3482 Stichting Zon en Schild, f.600.- 248-5 sectie C, No. 3482 Stichting Zon en Schild, f.600.- 248-6 sectie C, No. 3482 Stichting Zon en Schild, f.600.- 250 sectie C, No. 3559 B. Horseling, f.150.- 252 sectie C, No. 3559 M. Horseling, f.120.-

Analyse: Geen indicaties zichtbaar. Geen indicaties zichtbaar. Geen indicaties zichtbaar. Geen indicaties zichtbaar. Geen indicaties zichtbaar. Geen indicaties zichtbaar. Geen indicaties zichtbaar. Geen indicaties zichtbaar. Geen indicaties zichtbaar. Geen indicaties zichtbaar. Day Bomb Raid Sheets 9 Lancasters No. 8 Group: - 1 x 1000lbs USA - 72 x 1000lbs USA SAP - 16 x 500lbs USA 105 Halifaxes No. 4 Group: - 303 x 1000lbs USA - 606 x 1000lbs USA SAP - 8 x 500lbs MC - 428 x 500lbs GP22 Operations Record Book No. 4 Group Squadrons: 10, 76, 78, 158, 462, 466, 640. Photographs were of poor quality but two clusters of T.I.’s were plotted to the northwest and southwest of the aiming point. Bombing was fairly well concentrated and a large number of bombs fell in the workshops and

Totale bommenlast: 678 x 1000lbs USA SAP 304 x 1000lbs USA 16 x 500lbs USA 428 x 500lbs GP 8 x 500lbs MC Alle Operations Record Books van de betrokken Groups, Wings en Squadrons zijn geanalyseerd op bommenlast en type ontstekers. In de ORB’s wordt geen melding gemaakt van de inzet van afwerpmunitie met chemisch lange vertragingsontstekers. De volgende informatie is achterhaald:

Met behulp van luchtfoto’s is vastgesteld dat de dichtstbijzijnde kraters van dit bombardement zich op 200 meter afstand van het onderzoeksgebied bevinden. Derhalve wordt dit bombardement als niet relevant beschouwd.

Bomb loads No. 4 Group:

17 Top, 114. 18 Top, 71. 22 Day bomb raid sheets Vol. VIII 1944 June-Nov., The National Archives (TNA), AIR 14, inv.nr. 3367.

336-020-VO-02

Pagina 27 van 73

DATUM:

LITERATUUR:

NATIONALE ARCHIEVEN:

INTERNATIONALE ARCHIEVEN:

VERMELDE INZET CE (EVT ONTSTEKING-TIJDSSINRICHTING):

Er was iets niet in orde met hun Halifax en zodoende misten ze bij hun aankomst het richtpunt. Ze vlogen daarom door naar het noorden en stelden daar, bij de kustlijn van het Ijsselmeer, opnieuw hun positie vast. Draaiden toen en vlogen terug naar het doel, waarbij ze om precies 18.01 uur, van een hoogte van 14.000 voet hun bommen, visueel gericht, loslieten.’19

- 254a sectie C, No. 3558 G. Meyer, f.300.- 254b sectie C, No. 3558 G. Meyer, f.120.- 256 sectie C, No. 3557 J. v. Straten, f.120.- 258 sectie C, No. 3556 Wed. A. Ponsen, f.130.- 190 sectie F, No. 1884 Wed. H. Th. Cox, f.350.- 300 sectie C, No. 3489 A. Buitenbos, f.120.-21

hangars. New craters were seen on the runway and there is no doubt that the raid was a success.23

Normal fused T.D. 0.025 Repeat fused T.D. 0.02526

Top: ‘Terwijl de voetbalenthousiasten net op weg zijn naar huis, doemen om ca. 17.15 uur plotseling over de 100 bommenwerpers van de RAF op en breekt boven Soesterberg nogmaals de hel los. In de loop van 12 minuten worden ca. 3000 bommen uitgeworpen, voornamelijk bestaande uit brisantbommen. (…) Eén bommenwerper raakt uit koers en laat vliegend in oostelijke richting een serie van 10 bommen in bijna rechte lijn over het centrum van Soesterberg vallen. De eerste bom landt in het zandgat van de Gebr. Tammer aan de Postweg, de tweede komt neer vlakbij het huis van G.J. Westra daar schuin tegenover, de volgende op 7 m van het huis van J. Adema, waarbij een eik wordt onttopt, nummer vier verwoest het huis op Luit. Koppenlaan 3, de vijfde maakt een puinhoop van het groentewinkeltje Lakerveld aan de Banningstraat, terwijl nog 5 exemplaren neerkomen respectievelijk achter de schuur van Nellysteijn, op de schuur van het huis van Pichot (Heidewijck), in de tuin van deze villa, vlak achter de Amersfoortschestraat en op deze straat zelf. Laatstgenoemde raakt een gasleiding en de hoofdwaterleiding en tevens een telefoonkabel (…) Er valt ook een achttal bommen in het bos van Houbaer aan de Kerklaan. In Ons Belang komen ca 4 bommen neer. Daar wordt de Bieënhof op de Amersfoortsestraat 43 getroffen.

(…) Van het zojuist weer in gebruik genomen ziekenhuis De Lichtenberg sneuvelen ruiten, waarschijnlijk door bommen die ontploffen op het terrein van Zon en Schild.’20

Operations Record Book No. 8 Group Squadron: no. 635 Squadron 9 Lancasters took off and all attacked the primary target. Master bomber gave main force time check at 1715 hours, instructing them to bomb as flight plan. Master bomber and deputy master bomber dropped red T.I.’s in immediate vicinity of aiming point at 1726 hours and 1733 hours respectively and main force bombing was directed on to these at frequent intervals. Some T.I. yellows dropped by backer up aircraft were seen to overshoot by about 1000 yards and main force aircraft were instructed to ignore these. Main force bombing was reported very concentrated, all three runways seen well covered by bursts.24

HERLEIDBAARHEID EN RELEVANTIE ONDERZOEKSGEBIED:

Bomb loads No. 8 Group: Master and deputy: 4 x lb TI Red + 4 x TI Red + 6 x 1000 Supporters: 11 x 1000 + 4 x 500 Backers up: 4 x lb TI Yellow + 4 x TI Yellow + 6 x 100027

Operations Record Book No. 635 Squadron 9 aircraft detailed for operations to Soesterburg. (…) All attacked primary dropping 73 x 1000 USA GP, 16 x 500 GP, 16 TI red, 16 TI yellow between 17.26.30 and 17.41.06 hours from 15.000/12.500 ft.25

19 Zwanenburg, En nooit was het stil, deel 2, 287-288. 20 Top, Soesterberg en omgeving in de oorlogstijd, 200. 21 WO II (o.a Luchtbescherming) Lijsten opgaven oorlogsgeweldschaden, 1944, Archief Eemland (AE), 0022 Stadsarchitect Amersfoort 1913-1954, inv.nr. 182. 23 No. 4 (Bomber) Group, Operations record book, 1944 Jan.- Dec., TNA, AIR 25, inv.nr. 94. 24 No. 8 (Bomber) Group, Operations record book, 1944 Jan.- Dec., TNA, AIR 25, inv.nr. 153. 25 No 635 Squadron: Operations Record Book, 1944 Mar.-1945 Aug., TNA, AIR 27, inv.nr. 2155. 26 No. 4 (Bomber) Group, Appendices, 1944 Sept.- Dec., TNA, AIR 25, inv.nr. 105. 27 No. 8 (Bomber) Group, Appendices, 1944 Sept., TNA, AIR 25, inv.nr. 166.

336-020-VO-02

Pagina 28 van 73

DATUM:

LITERATUUR:

NATIONALE ARCHIEVEN:

INTERNATIONALE ARCHIEVEN:

Luchtfoto 13-9-1944 5-10-1944

Sortienummer: 400-42A 106G-3226

Fotonummer(s): 3070, 3071, 4068, 4069, 4070, 4071 3054

Analyse: Geen indicaties zichtbaar. Op het voetbalveld ten noorden van het Officierscasino zijn twee artillerieopstellingen zichtbaar. Langs de zuidrand van het onderzoeksgebied is een mogelijke loopgraaf zichtbaar. Ter plaatse is de grond geroerd.

5-10-1944 14-10-1944 25-12-1944

106G-3239 16-1277 4-1492

4068, 4069 3038, 3086, 3087, 3088, 4046 4121, 4122

26-12-1944 21-2-1945 15-03-1945 19-4-1945 10-10-1945

4-1524 16-1732 106G-4833 4-2371 106G-LIB-343

3022 4011, 4012, 4013 4106 4091, 4092 3071, 3072

Geen aanvullende indicaties waargenomen. Geen aanvullende indicaties waargenomen. Langs de Kampweg zijn diverse schuilgaten gegraven. Gezien de ligging langs de doorgaande weg wordt aangenomen dat de putten geen militair gebruik hebben gekend. Geen aanvullende indicaties waargenomen. Geen aanvullende indicaties waargenomen. Geen aanvullende indicaties waargenomen. Geen aanvullende indicaties waargenomen. Geen aanvullende indicaties waargenomen.

VERMELDE INZET CE (EVT ONTSTEKING-TIJDSSINRICHTING):

HERLEIDBAARHEID EN RELEVANTIE ONDERZOEKSGEBIED:

Geschutmunitie Kaliber onbekend Duits KKM, geweer- en handgranaten, munitie voor granaatwerpers, raketten Duits -

GIS ID: 1 Geschutsopstellingen

-

-

GIS ID: 2 Loopgraaf

-

Tabel 3: Overzichtstabel indicaties met verwijzingen naar (de omgeving van) het onderzoeksgebied.

336-020-VO-02

Pagina 29 van 73

2.5.2 BEELD- EN KAARTMATERIAAL INDICATIES

Figuur 8: Boven: luchtfoto 28 september 1940. Onder: sporen van de aanleg van het Wehrmachtsheim (Officierscasino), zichtbaar op een luchtfoto van 24 februari 1941. Bron: sortie H-226, 418, TARA & sortie H-681, foto 648 en 649, TARA.

336-020-VO-02

Pagina 30 van 73

Figuur 9: Boven: op een luchtfoto van 5 oktober 1944 zijn twee artillerieopstellingen zichtbaar op een voetbalveld ten noorden van het Wehrmachtsheim. Aan de zuidzijde van het onderzoeksgebied is een loopgraaf zichtbaar. Onder: Op een Defence Overprint is een loopgraaf ingetekend in zuidoostelijke hoek van het onderzoeksgebied. Bron: sortie H-226, 418, TARA & sortie H-681, foto 648 en 649, TARA & LAC, Defence Overprint 377 Amersfoort.

336-020-VO-02

Pagina 31 van 73

Figuur 10: Onder: Langs de Kampweg zijn schuilgaten gegraven. Bron: sortie H-226, 418, TARA.

336-020-VO-02

Pagina 32 van 73

2.6

GEMELDE EN GERUIMDE EXPLOSIEVEN EOD EN M.M.O.D.

Voor deze bureaustudie is ten behoeve voor verder inzicht betreffende eerdere gedocumenteerde ruimingen van Conventionele Explosieven in of nabij het onderzoeksgebied het archief van de Explosieven Opruimings Dienst Defensie (EOD) te Soesterberg bestudeerd. De EOD is eigenaar van twee archieven: het Mijnenveldregister en het archief met de ‘Uitvoeringsopdrachten (UO’s)’ – ook betiteld als ‘Melding Opdracht Ruimrapportage Afdoening (MORA’s)’; de zgn. ruimrapporten. Dit laatstgenoemde archief bevindt zich in het Semistatisch archiefdiensten Ministerie Defensie (SSA) te Rijswijk. Een nadeel van deze bron is dat deze niet volledig is: over de meldingen/ruimingen tussen 1940-1944 en 1947/1948-1971 zijn bij de EOD en het SSA nauwelijks gegevens beschikbaar. 2.6.1 ARCHIEF UITVOERINGSOPDRACHTEN EXPLOSIEVEN OPRUIMINGSDIENST DEFENSIE ECG heeft een overzicht van de UO’s/MORA’s van het onderzoeksgebied en het omliggende gebied ontvangen.28 De omschrijvingen van de locaties zijn inclusief spelfouten en dergelijke letterlijk overgenomen. Uit de praktijk is gebleken dat door de EOD en haar voorgangers het dichtstbijzijnde adres in de omgeving van de vindplaats als locatie aanduiding wordt gehanteerd.

Dit kan betekenen dat het gemelde of geruimde object op een locatie (bijvoorbeeld in akkerland achter het vermelde adres) is gevonden zodat naderhand slechts bij benadering de locatie kan worden aangegeven. Om de door de EOD opgegeven adressen en plaatsaanduidingen te lokaliseren is door ECG gebruik gemaakt van Google Earth & Maps. Er heeft geen controle plaatsgevonden of de hieraan ontleende adresgegevens corresponderen met mogelijk in de loop van de jaren veranderde huisnummering, straatnamen of perceelindelingen. Verder zijn te globale locatieaanduidingen en ruimingen waarbij geen CE zijn aangetroffen (bijvoorbeeld “schroot”) niet meegenomen. MELDING NR.:

DATUM:29

LOCATIE:

AANGETROFFEN:

19712222 19740060

15-10-1971 08-01-1974

19751649

30-06-1975

1 x fosforbrandbom van 30 kg, Duits 1x lichtgranaat van 8mm mortier (leeg); 1x lichtgranaat van 2 inch mortier (leeg). Ca. een halve pond jachtmunitie.

19772808 19773924

20-08-1977 12-12-1977

Soesterberg Veldmaarschalk Montgomeryweg 2, Soesterberg Veldmaarschalk Montgomeryweg 2, Soesterberg Ligt op een fietspad, Soesterbeg Kampweg 98, Soesterberg

19830631

15-03-1983

Brigade, Veldmaarschalk Montgomeryweg 2, Soesterberg

19831444

18-05-1983

19831465

19-05-1983

19831501

22-05-1983

KMAR brigade, Veldmaarschalk Montgomeryweg 2, Soesterberg Op betonbaan t.o. Apollo 32, Soesterberg Apollowijk 29 in de tuin, Soest

1x betonbom 250 kg. 1x loodmantelprojectiel 21cm, zonder ontsteker. 1x raketmotor 3.5 inch raket (leeg); 1x gasgranaat (traangas); Ca. 1600 KKM diversen. 1x oefenmijn Antipersoneel S35. 1x oefen antitankmijn (Duits). 1x oefenantitankmijn 35 st. leeg.

28 Om een zo nauwkeurig mogelijk beeld te kunnen schetsen of een gebied bloot heeft gestaan aan een bepaald soort

oorlogshandelingen (grondgevechten, beschietingen, bombardementen etc.), hanteert ECG een afbakening van ca. 250 meter rondom het onderzoeksgebied bij het aanvragen van de meldings- en ruimrapporten. 29 Meldingsdatum

336-020-VO-02

Pagina 33 van 73

MELDING NR.:

DATUM:29

LOCATIE:

AANGETROFFEN:

19831594 19842708

01-06-1983 15-08-1984

Geen explosieven aangetroffen. 10x KKM diversen.

20091766

21-11-2009

Wijk Apollo, Soest KMAR brigade, Veldmaarschalk Montgomeryweg 2, Soesterberg Oude Tempellaan 18, Soesterberg

20100841

07-06-2010

Kampweg 46, Soesterberg

Ca. 120 KKM diversen; Ca. 25 kruit; 4x slaghoedjes penvuur/patronen penvuur; 1x verpakkingskokersamenstel t.b.v. 84 mm TLV munitie. Rapportage niet aanwezig.

Tabel 4: Meldingen en ruimingen van mogelijke conventionele explosieven in (de omgeving van) het onderzoeksgebied door de EODD.

De ruimingen uit het voorgaande overzicht die naar een locatie kunnen worden herleid, zijn verwerkt in het GIS-systeem. Uit het overzicht kunnen een aantal conclusies worden getrokken: • •

Er zijn geen ruimingen te herleiden naar het onderzoeksgebied. Een aantal ruimingen zijn herleidbaar tot Veldmaarschalk Montgomeryweg 2 te Soesterberg. Hier was een KMAR gebouw gevestigd, waar munitie naartoe is gebracht en aangemeld. Het gaat dus niet om de daadwerkelijke vondstlocaties van de gemelde explosieven.

2.6.2 MIJNENVELDREGISTER Na de oorlog zijn de mijnenvelden in Nederland (voor zover bekend) in kaart gebracht in zogenaamde “mijnenboeken”. Deze mijnenkaarten zijn in het bezit van de EOD. ECG heeft bij de EOD navraag gedaan of er voor de onderzoeksgebieden mijnenvelden zijn gedocumenteerd. Indien er mijnenvelden zijn geregistreerd, dan zijn deze met rood ingetekend op de kaart. Uit de door de EOD aangeleverde gegevens blijkt dat er geen mijnenvelden in het onderzoeksgebied waren geregistreerd.

336-020-VO-02

Pagina 34 van 73

2.7

ANALYSE INDICATIES UIT HET INDICATIE ONDERZOEK

Conform paragraaf 6.5.2 van het WSCS-OCE wordt hieronder per achterhaalde indicatie getracht aan de hand van tenminste twee onafhankelijk en verifieerbare bronnen tot de conclusie te komen of er voldoende aanwijzingen zijn om gebieden als verdacht of onverdacht aan te merken. Daarnaast hanteert ECG met betrekking tot indicaties welke zijn achterhaald op basis van luchtfotointerpretatie het uitgangspunt dat deze in veel gevallen voldoende feitelijk zijn om zonder verificatie van een tweede bron als uitgangspunt bij het trekken van een onderbouwde conclusie te dienen. De navolgende achterhaalde indicaties acht ECG voldoende feitelijk onderbouwd en tevens voldoende herleidbaar naar een locatie om tot een conclusie te komen: -

GIS ID 1: Op basis van luchtfoto’s is gebleken dat er twee geschutsopstellingen in het onderzoeksgebied hebben gestaan. GIS ID 2: Op basis van luchtfoto’s en een Defence Overprint is gebleken dat er een loopgraaf is aangelegd in het onderzoeksgebied.

De volgende indicaties konden niet voldoende worden herleid en/of worden geverifieerd met een tweede onafhankelijke bron: -

In de literatuur wordt beschreven dat er in 1941 flakgeschut werd geplaatst in de hoeken van het voetbalveld in het onderzoeksgebied. Dit kon niet met behulp van een tweede archiefbron of met luchtfoto’s worden bevestigd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=8255d09a-4a50-4976-8ddc-dffdee69d27a