Bijlagen toelichting _Bijlage 1 Quickscan cultuurhistorie _ bouwhistorie M_DM
Tekst van het document
Ansichtkaarten van genoeglijk koutende militairen in een Werhmachtheim in Frankrijk of Duitsland uit deze periode zijn een courant artikel op de diverse verzamelaarssites.38 Veel van deze Soldatenheime (evenals de logementen van officieren en commandanten) zijn echter net als tijdens de Tweede Wereldoorlog dikwijls gevestigd in bestaande gebouwen. Daarnaast was er het vertier op de basis zelf, de bekende mess. Hieronder is een selectie opgenomen van voorbeelden van de diverse benamingen, elk kort becommentarieerd.
36
http://www.geschichtsspuren.de/forum/wehrmachtheime-t6166.html Het Wehrmachtheim Den Burg was in De Graaf’s lunchroom, in Zwolle was het de Groote Sociëteit, In Enschede een woonhuis naar een ontwerp van De Bazel, in Dordrecht het katholiek tehuis voor ouderen Huize Anna, in Den Bosch restaurant Lohengrin, in Amersfoort Amicitia, in Amsterdam Krasnapolsky en in Groningen Hotel Peters. In Assen was het Theater Bellevue en in Arnhem Musis Sacrum. Andere Wehrmachtheime waren onder andere in Venlo, Eindhoven, Groningen, Harderwijk, Maastricht, Den Haag en Middelburg. 38 Zoektermen op de site van de ZVAB waren Offizier(s)heim, Soldatenheim, Wehrmacht(s)heim, Kameradschaftsheim. Soldatenheim kwam 82 keer voor, Wehrmachtheim slechts een keer, Kameradschaftsheim in het geheel niet. Het lijkt er op dat de term Kameradschaft gebruikt werd om een gevoel weer te geven dat de Heime moesten opwekken. 37
53
Duitsland
Afb. 88 Legerplaats Neuhammer (WO II): Offizierheim (mess), ingang en stafcentrum, woonhuis commandant.
Afb. 89 Dresdner Soldatenheim (WO I): eten en drinken, maar geen ander vertier dan een piano.
54
Afb 90 Soldatenheim Danzig Breitgasse, kantinegebouw voor verpozing.
Afb. 91 Offizierheim Taunus Spielzimmer (WO I). Het verschil met het eenvoudiger Soldatenheim is onmiskenbaar aanwezig. De constante in vergelijkbare interieurs is de informele sfeer. Heim in de zin van (t)huis(voelen) en Heimatschutzstil schurken hier dicht tegen elkaar aan. Een ander terugkerend thema is de toegepaste kunst, altijd prominent aanwezig in de horecaruimtes.
Afb. 92 Wehrmachtheim Osnabrueck (WO II). Een uitsnede van dezelfde functie als het Offizierheim hierboven. Gescheiden eetzalen voor officieren en manschappen. http://www.geschichtsspuren.de /forum/wehrmachtheimet6166.html
55
Nederland
\
Afb. 93, 94 Het Wehrmachtheim in Assen lijkt op de foto eenzelfde clubfunctie te vervullen als bovenstaande Duitse voorbeelden. Maar in Assen is ook een tamelijk grote theaterzaal. De tekst op de kaart luidt: ‘Das Wehrmachtheim in Assen, in diesem heim haben wir auch gespielt. Ein richtiges Theater befindet sich darin, faßt 600 Personen.’ Theater Bellevue aan de Nassaulaan werd na de oorlog door de Canadezen als feesttent in gebruik genomen.
56
Afb. 95 Wehrmachtheim Assen exterieur.
Afb. 96 Wehrmachtheim Arnhem exterieur.
57
Afb. 97 Het Wehrmachtheim in Arnhem in het bestaande Musis Sacrum was een theater en een horecagelegenheid, geschikt als club en voor voorstellingen. Het theater was divers van karakter: op het gecentraliseerde programma stond klassieke muziek, maar ook het lichte genre en propagandabijeenkomsten.
4.2.2. Typologie Wehrmachtheim Soesterberg (functie) Dat het Wehrmachtheim aan de Kamperweg een theaterfunctie had is evident. Ook de mess-achtige horecafunctie valt niet te betwijfelen. Het is uitgesloten dat sprake was van een hotel- of legeringsfunctie. Desalniettemin blijven veel vragen over aangaande de activiteiten in het gebouw. Immers, ook op de basis bevonden zich mess-achtige gebouwen en er was een reeds bestaand, veel kleiner Wehrmachtheim aan de Oude Amersfoortsche Weg. Daarbij dient gerealiseerd te worden dat het hier besproken gebouw geen gelijke kent in Nederland en mogelijk ook daarbuiten niet of nauwelijks.
58
Afb. 98 De programmering van het theater
De programmering van het theater lijkt op het eerste gezicht niet af te wijken van wat gebruikelijk was.39 ‘Over de programmering kan ik melden dat er tijdens de bezetting een structuur was van Kameradschaft avonden, die naar ik meen vanaf woensdagavond tot vrijdagavond plaatsvonden. En op Zaterdagen speciale programma’s. Algemene entertainment werd gebracht in de vorm van speelfilms, propagandafilms, Beeldjournaals, allerhande muziek- en dansuitvoeringen, theater en toneel, lezingen van oostfront-gangers en waarschijnlijk ook voorlichtingsbijeenkomsten. Daarnaast speciale ceremonies, recepties, feesten en al wat meer. Na de bevrijding was er een rijke voortzetting van allerhande voorstellingen, van zowel lokaal als nationaal niveau, waaronder Theater Plezier met Toon Hermans. In de jaren 90 hebben er artiesten opgetreden zoals Lee Towers, Gert en Hermien en Lori Spee.’ De programmering (Veranstaltungsplan) werd verzorgd vanuit een speciale afdeling van het Luftgaukommando Holland, afdeling I c 4, de Wehrbetreuung. De reizende voorstellingen werden verdeeld in toneel, kleinkunst, dans, amusementsmuziek en voordrachten. Soesterberg werd direct na de opening in de agenda opgenomen.40 Over de naoorlogse voorstellingen kan nog vermeld worden dat in de KLM-tijd er thés dansants werden gehouden en na die tijd incidenteel ‘algemene’ 39
Mededeling en citaat Richard de Mos. De afbeelding van het programma komt uit zijn collectie. 40 De Winter, 115.
59
kerkdiensten en toneelavonden die ook door de lokale bevolking bezocht mochten worden.41
Afb. 99 Zeer waarschijnlijk is dit het Heim te Soesterberg. Het Duitse winterhulpwerk is ten behoeve van het Oostfront. Utrechtse Courant 4-3-1942.
Met het oog op de theaterfunctie lijkt Soesterberg op Assen en Arnhem, niet zozeer op de kleinere Nederlandse Wehrmachtheime, die veel meer gericht waren op het verpozen. De verpozingsfunctie is in Soesterberg afgesplitst in de dwarsvleugel. Tot het verpozen werd niet alleen eten en drinken gerekend (er was zelfs geen consumptieplicht), maar ook lezen en het (kaart)spel. Hiervoor waren dikwijls aparte ruimtes bestemd.42 Het Soesterberger Wehrmachtheim is te kenschetsen als het meest veelzijdige van zijn soort in Nederland. Het is verleidelijk op grond van de programmering de functieinvulling van het Wehrmachtheim gelijk te stellen aan de grotere Wehrmachtheime in bestaande gebouwen: een goed geoutilleerd theater. Daarbij zijn dan een restaurant en een club. Maar dat is niet de exclusieve functie en betekenis van het gebouw.
41
Mededeling Dik Top, voorstelling Het Witte Schaap 12-2-1957. Met algemeen wordt oecumenisch bedoeld. 42 Zoals in ieder geval in Utrecht, een zaal van de jaarbeurs: Deutsche Zeitung in die Niederlande 26-10-1940
60
4.2.3 Het type van het Soesterberger Wehrmachtheim Functioneel is de scheiding theater-horeca helder doorgezet in de hoofdvolumes en de plattegrond. Het theater beantwoordt aan de eisen die in die tijd gesteld werden aan dergelijke gebouwen. Een zelfstandige toneeltoren is er niet, maar de hoogte is overall in het hele gebouw. De indeling in drieën vestibule-voorhal-zaal - en een monumentaal trappenhuis zijn eigen aan alle grote theaters. De additionele technische en kleedruimtes, alsmede de ruimtes voor rekwisieten en decors (kelder), zijn zelfstandig te bereiken, wat genoegzaam bekend is van de theaterarchitectuur.43 De vraag is allereerst dan ook niet wat er in de bekende ruimtes gebeurde, maar wat er plaatsvond in de onbekende vertrekken: de grote zaal aan de voorzijde op de verdieping en de indrukwekkende betonnen kelders onder de vestibule. Deze ruimtes staan in geen enkel verband tot het podium en het eigenlijke theater. In de tweede plaats is de vraag hoe deze afwijkingen in plattegrond en architectuur zich verhouden tot de algemene theaterfunctie en de horeca- en ontspanningsfunctie van de dwarsvleugel. En ten derde is er wel degelijk een significante afwijking ten opzichte van de in die tijd gebruikelijke theaterarchitectuur, een afwijking die tot nog toe onvoldoende aandacht heeft gekregen.
Om met dat laatste te beginnen, de zaal is geen theaterzaal met oplopende zitplaatsen, maar een festiviteitenzaal met een vlakke vloer. Waar de zaal in Musis Sacrum nog dwingend vlak was (een muziekzaal), doch tegelijkertijd uiterst praktisch voor de propaganda bijeenkomsten, daar was in het geval van de nieuwbouw in ieder geval de mogelijkheid een echte theaterzaal te maken. Dat daar niet voor gekozen is, duidt op het feit dat we hier niet te maken hebben met een exclusieve functie, ook al waren er drie tot vier avonden in de week voorstellingen. De betonnen kelders, ook onder de dwarsvleugel, lijken te zijn gebouwd ter bescherming tegen lucht- en gasaanvallen. Ook tijdens de koude oorlog hadden de kelders deze functie. Als schuilkelder voor het theaterbezoek zijn deze ruimtes echter niet geschikt: te klein en te slecht bereikbaar. De compartimentering (van ongelijke grootte) van alle betonnen kelders onder het gebouw duidt op nog andere functies dan alleen schuilkelder. Bovendien zijn de muren van het gebouw in beton opgetrokken en veel dikker dan de constructie van een reguliere theaterzaal rechtvaardigt. De sleuven in de dagkanten van de zaal boven de vestibule zijn niet voor verduisteringspanelen, maar voor een bepantsering.44 Soesterberg was, zoals hierboven opgemerkt, een van de belangrijkste steunpunten van de Luftwaffe in West-Europa. 43
Toonaangevende handboeken vanaf het einde van de 19de eeuw bevestigen dit beeld. Bijvoorbeeld: Ludwig Klasen, Grundriss-Vorbilder von Gebäuden für Kunst und Wissenschaft - Handbuch für Baubehörden, Bauherren, Architekten, Ingenieure, Baumeister, Bauunternehmer, Bauhandwerker und technische Lehranstalten (Grundriss-Vorbilder von Gebäuden aller Art. Abth. X), Leipzig 1887. 44 Dit laatste is speculatief, maar geloofwaardig in de context. Dergelijke luiken in combinatie met de dikke muren boden bescherming tegen (bom)scherven en lichte beschietingen, maar niet tegen een voltreffer.
61
Vanaf de zomer van 1940 concentreerden diverse staven van de Luftwaffe zich in de omgeving van Zeist onder het opperbevel van Generalmajor Josef Kammhuber. Het was een komen en gaan van hoge militairen.45 De opening (Schluesseluebergabe) van het gebouw op 13 november 1941 werd bijgewoond door vertegenwoordigers van alle Duitse wapens in Nederland (niet alleen de Luftwaffe), op het hoogste niveau. Van alle drie de krijgsmachtonderdelen was de hoogste militair in rang aanwezig alsook de Wehrmachtsbefehlshaber in den Niederlanden, General der Flieger Friedrich Christiansen. Voor de luchtmacht was het Generalleutnant Hans Siburg.46 Voorts waren diverse burgerlijke autoriteiten aanwezig, waaronder de schoonzus van Goering (Ilse), die aan het hoofd stond van het Duitse Rode Kruis. Bij de opening werden voor de zekerheid ook zes stuks FLAK opgesteld op het nabijgelegen voetbalveld.47 Het is daarom een aantrekkelijke veronderstelling, dat het Wehrmachtheim niet alleen ter verpozing diende, maar ook een militair-representatieve functie vervulde (waarover hieronder meer). Ook bij een bombardement van het vliegveld dienden de communicatielijnen veilig gesteld te worden. De Fliegerhorstkommandatur was gevestigd in het reeds bestaande gebouw van de luchtvaartafdeling; een gewoon kantoorgebouw, dat niet verstevigd was.
De verdediging kon op het moment van een luchtaanval dan ook niet georganiseerd worden vanuit de Fliegerhorstkommandatur.48 Uiteraard was er ook een Befehlsbunker op het vliegveld.49 Een andere hypothetische verklaring van de overgeproportioneerde dimensies van de dragende muren kan gelegen zijn in het feit dat in het Wehrmachtheim hoog bezoek verwacht en ontvangen werd. In dat geval is de zaal boven een ontvangstzaal in de zin van een salon, waar de gasten konden verblijven alvorens de theaterzaal te betreden of een souper na afloop konden nuttigen (afhankelijk van de aard van de bijeenkomst). Ook de aanwezigheid van een antichambre en andere vertrekken op de verdieping, het voortzetten van de detaillering van het hoofdtrappenhuis en een separaat trappenhuis naar de technische ruimtes, duidt op een bijzondere gebruiks- of ontvangstfunctie. De officieren die op de luchtmachtbasis gelegerd waren, hadden een eigen eetzaal in de dwarsvleugel. Net als de theaterzaal, geeft ook de dwarsvleugel informatie prijs over het gebruik ervan. Het monumentale hoofdtrappenhuis zet zich niet alleen naar boven, naar de representatieve ruimtes boven de vestibule, door maar ook naar de kelder. Dat is gelet op het veel soberdere afwerkingsniveau van de kelder onder de dwarsvleugel opmerkelijk.
Kijkend naar de routing en de afwerking vertellen trappenhuizen in zijn algemeenheid veel over het gebruik.
45
De Winter, 111. Siburg en Christiansen waren ook aanwezig bij de opening van het eerste Werhmachtheim in Kras. 47 Top 1, 13-11-41. 48 De Winter, p.111. 49 De Winter, 107, 46
62
In dit geval zou deze constellatie erop kunnen wijzen dat de kelders onder de vestibule belangrijker waren dan de kelders onder de dwarsvleugel.50 Die kelders onder de eetzalen zouden naar verluidt ook een vermaaksfunctie hebben gehad, onder meer in de vorm van een kegelbaan. Dit laatste is mogelijk, aangezien het kegelen niet gebonden was aan heel bijzondere condities. Met een eigen setje kon eigenlijk op iedere houten vloer wel gekegeld worden (Mit kind und Kegel raus nach Tegel!). Daarentegen vond het kegelen over het algemeen in grotere hallen met meer banen plaats. Wedstrijdbanen maten 20 meter en zalen van die afmetingen bevonden zich niet in de kelder. Daarbij passen de houten vloeren van de ruimtes onder de eetzalen goed in het beeld dat het marmer van de gangen in de kelder vertaald wordt naar plavuizen en het parket naar een eenvoudiger houten vloer. Deze materialen pleiten overigens wel voor een gebruiks- en verblijfsfunctie van de kelders, bijvoorbeeld ten behoeve van het lagere personeel. Ook het doorzetten van het houten trappenhuis lijkt daar op te wijzen. Het zijn zoals gezegd aantrekkelijke gissingen, vooralsnog niet gestaafd door direct bewijs. Echter, ook vanuit de architectuur zijn er aanwijzingen dat de functie van het gebouw niet alleen verpozing en vermaak was.
4.2.4 Het type vanuit de architectuur De termen nazi-architectuur, neoclassicisme en Heimatschutzstil worden in gelijke mate van toepassing verklaard op het Soesterberger Wehrmachtheim. Daarbij spelen de gevoelens aangaande het bouwwerk schijnbaar een meer doorslaggevende rol dan stilistische kenmerken. Die gevoelens worden misschien nog het best omschreven door General der Flieger Christiansen die het gebouw een ‘Stätten Deutscher Kameradschaft’ en ‘Ein Stück Deutschland’ in bezet gebied noemde, geheel volgens de filosofie van Hitler zelf.51 Deze uitgesproken wens dat de troepen zich thuis dienden te voelen, kan allicht zo verstaan worden dat de ontspanningsgelegenheden er als ‘thuis’ moesten uit zien. En in Duitsland was een sterke beweging gaande die het idyllische platteland verheerlijkte. Daaruit volgt echter niet dat ‘thuis’ het platteland is en dat daarom Duitse gebouwen in den vreemde er uit zagen als gebouwen op het Duitse platteland. Thuis is ook een Berliner Mietkaserne of een tuinstad in Hamburg. De hierboven geschetste gedachtegang sluit andere mogelijkheden uit en sluit niet aan op de diverse architectonische uitingen van de bezetter in Nederland. Al in 1976 wees Joachim Petsch erop, dat er niet een naziarchitectuurstijl is; dat de opvattingen van de nazi’s over architectuur net zo onsamenhangend waren als het overige gedachtegoed. 50
Theaterbezoek dat in de dwarsvleugel iets wilde eten of drinken verlaat het theater via de glasdeuren van de voorhal. Er is aldus geen visuele noodzaak de trap naar de kelder op deze manier vorm te geven of zelfs maar op deze plaats te willen hebben. 51 De Winter, 113.
63
De kretologie aangaande de Heimat, dan wel de megalomane ideeën over de herschepping van Berlijn als hoofdstad van het Derde Rijk is niet meer dan een poging de vele bouwprojecten onder een noemer te brengen. Het gebrek aan een samenhangende visie op architectuur van de nazi’s leidt als vanzelf tot tegenstrijdige analyses bij een wat oppervlakkige bestudering van de Duitse bouwwerken in den vreemde. Voor een betere analyse dient een aantal aspecten goed in het oog te worden gehouden: 1. 2. 3. 4.
Heimatschutz is niet voorbehouden aan de nazi’s; monumentale architectuur is niet voorbehouden aan nazi’s, noch aan totalitaire regimes in het algemeen; de keuze voor landelijke architectuur van militaire objecten in landelijk gebied is niet ingegeven door een visie op architectuur, maar betreft primair een camouflagetechniek; de combinatie van landelijk en monumentaal in één gebouw kan vanuit de diverse functies verklaard worden en is evenmin voorbehouden aan nazi-architectuur.
Heimatschutz is niet voorbehouden aan de nazi’s Karel Loeff constateert terecht dat de conservatieve Deutsche Bund Heimatschutz ‘gekaapt’ werd door de nazi’s. Paul Schultze-Naumburg, aan het hoofd van de bond sinds 1925, was echter net zo min een geboren nazi als veel andere kunstenaars die door de nazi’s ingekapseld werden. Wel zouden vanaf 1928 zijn geschriften behoorlijk ontsporen. Zijn voorkeur voor het romantische of agrarisch-romantische begint echter niet in dat jaar met zijn boekwerk Kunst und Rasse zoals Loeff stelt, maar was al veel eerder, rond de eeuwwisseling, uitgekristalliseerd.52 Daarin verschilde hij niet veel van Paul Mebes die in 1908 zijn invloedrijke Um 1800 publiceerde. Ook de grondlegger van de ‘romantische’ stedenbouw Camillo Sitte hoort in dit rijtje thuis. De nazi’s hadden beslist een voorkeur voor landelijke architectuur in de bezette gebieden voor zover het nieuwe nederzettingen betrof en het archetype van twee onder een kap was ook zeker de bouwsteen. Echter, dit type was feitelijk nooit weggeweest uit de Duitse architectuur en stedenbouw. De detaillering in baksteen of pleister, ooglidvensters en luiken was navenant. Dat de Duitsers in Nederland in de landelijk bedoelde bouwwerken kostbare natuursteen verwerkten komt niet voort uit een typische nazi-ideologie, maar uit gewoonte.
Loeff maakt terecht een vergelijking met de landelijke architectuur van de Delftse School in Nederland, maar ook kan verwezen worden naar de talloze Engelse architectuurboeken vanaf 1850-1940 over cottage architectuur. De romantische hang naar het onbezoedelde platteland was niet alleen niet conservatief, maar ook niet specifiek Duits. 52
Loeff, 9. Hij dateert het boek in zijn overigens verhelderende inleiding abusievelijk op 1938. Het boek van Schultze-Naumburg over dorpse architectuur – Dörfer und Kolonien verscheen in 1908 als derde in de reeks Kulturarbeiten. Ook Grimm herkent een voorliefde van de nazi’s voor landelijke architectuur, Grimm, 60. Tenslotte kan ook verwezen worden naar de architectuur van de Stuttgarterschule.
64
Na de oorlog – toen een grote woningproductie noodzakelijk was – raakte de idyllisch ambachtelijke bouwkunst lange tijd in de vergetelheid om pas eind 20ste eeuw opnieuw aan populariteit te winnen. Monumentale architectuur is niet voorbehouden aan nazi’s, noch aan totalitaire regimes in het algemeen Wat voor de Heimatschutz geldt, geldt ook voor het neoclassicisme. De nazi’s waren ’hoarders’. Ook in de architectuur incorporeerden zij alles wat binnen hun bereik kwam. De beelden van Germania zijn overbekend en ook de beelden van de opstelling van het Duitse paviljoen tegenover het dat van de Sovjet-Unie op de Parijse Wereldtentoonstelling van 1937 zijn inmiddels canoniek. De Grieks-Romeinse vormentaal werd bij uitstek geschikt geacht om de pracht en praal van het Derde rijk tot uitdrukking te brengen. Maar ook in hun voorliefde voor het classicisme waren de nazi’s niet alleen en zeker niet vernieuwend. De zogenoemde Ordre Monumental – geijkt door Franco Borsi – was de heersende Europese stijl van de jaren ’30. En ook op protserigheid en edelkitsch hadden de nazi’s geen patent. De grote koninklijke paviljoens van de wereldtentoonstellingen in Barcelona en Sevilla van 1929 tonen dat niets menselijks de Europese architecten vreemd was in deze jaren.
De keuze voor landelijke architectuur van militaire objecten in landelijk gebied is niet ingegeven door een visie op architectuur, maar betreft primair een camouflagetechniek De verwarring aangaande de architectuurstijl is het opvallendst bij de bespreking van de architectuurstijl op of rond de militaire basis. De uitspraak dat de keuze voor een Heimatschutzstil als bijkomend voordeel had dat de vijand de gebouwen niet zou herkennen, draait de zaak om.53 Camouflage was het uitgangspunt en in landelijk gebied werd daarom landelijk gebouwd, inclusief houten nepkoeien. Dat daarbij soms aansluiting werd gezocht op het plaatselijk vernacular is een uitspraak die enige nuance verdient. Over het algemeen was sprake van standaardontwerpen (Regelbau) van een soort internationaal herkenbaar boerderijtype, dat zeker vanuit de lucht niet opviel als vliegtuighangar of legeringsgebouw.54 Wel konden het gebruik van plaatselijke bouwmaterialen of een lokale aannemer lichte afwijkingen veroorzaken. Het leger bestaat niet uit artiesten maar uit zo efficiënt mogelijk werkende uitvoerders. De standaardisatie die daarbij hoort, komt niet voort uit invloeden van het Bauhaus (Joodse artiesten), maar uit de tijds- en kostenbesparing die het leger moest maken.55 De voorbeelden hieronder tonen aan hoe de landelijke bouwkunst er uit zag; landelijk, maar zonder streekeigen kenmerken.56 53
Grimm, 60. Grimm, 60. 55 De suggestie dat dwarsverbanden zijn aan te wijzen tussen het Bauhaus en de naziarchitectuur is te vrijblijvend (Loeff, 9). 56 Diverse foto’s zijn te vinden op: http://www.museumvlbdeelen.nl/bouw-van-deelen/ en de sites van het Gelders Archief (beeldbank: trefwoorden Deelen + wereldoorlog) en defensie (http://www.defensie.nl/onderwerpen/vliegvelden-tijdens-de-tweedewereldoorlog/inhoud/vliegveldenoverzicht/deelen/multimedia). 54
65
De combinatie van landelijk en monumentaal in één gebouw kan vanuit de diverse functies verklaard worden en is evenmin voorbehouden aan naziarchitectuur Zoals hierboven opgemerkt is het Wehrmachtheim te Soesterberg ‘compleet’ in de zin dat de functies van vermaak en horeca hand in hand gaan met representatieve functies. Het is niet verwonderlijk dat de functies afleesbaar zijn aan het gebouw: architecture parlante. Het monumentale van het hoofdgebouw uit zich voornamelijk in de proporties, die voortkomen uit de functie. Materiaal en detaillering zijn ambachtelijk en sluiten aan op de zijvleugel, die een veel bescheidener aanblik biedt. Architectuurstijlen zijn dikwijls uitingen van maatschappelijke tendensen, waarbij soms gemeenschappelijk formele kenmerken aanwijsbaar zijn, maar lang niet altijd. Architectuurstijlen kunnen elkaar opvolgen en naast elkaar bestaan. Berlage wees al op de aloude antithetische stromingen binnen de bouwkunst, het Grieks en het Gotische, het monumentale en het pittoreske. Daarin school geen nieuwe wijsheid, maar hij sloeg wel de spijker op de kop. Ook in de jaren ’30 kon iedere bouwopgave om een eigen interpretatie van de architectuurgeschiedenis vragen en op een eigen wijze refereren aan de vorm en betekenis van het gebouw. Het Wehrmachtheim is door de nazi’s gebouwd, maar geen typische nazi-architectuur.
De architect Hanns Schiffers kon niet buigen op veel ervaring. Wel waren van zijn hand enkele kleinere projecten gepubliceerd die naadloos aansloten op met name het werk van onder andere Paul Schmithenner. Ter illustratie van de diversiteit in verschijningsvorm wordt hieronder een aantal bouwwerken getoond die elk een aspect belichamen van hetgeen hier boven is betoogd.
Afb. 100 Invalidenhaus Berlijn 1748: symmetrische baksteenarchitectuur met kruisvensters, natuurstenen detaillering en een ooglidvenster in de kap. Gemunt door het boek Um 1800 zou deze architectuur in heel Duitsland tot en met de tweede Wereldoorlog een contante zijn.
66
Afb. 101 Prototype van een gestandaardiseerde, agrarische boerderij, Erfhoeve aan de Adolf Hitler Koog. Uit: Troost 1938.
Afb. 102 Vliegbasis Deelen (1940). Agrarische typologie met hooizolders en wolfseinden. De kruiskozijnen met luiken en de symmetrische gevelindeling - vanuit de lucht niet zichtbaar - verraden een andere functie.
67
Afb. 103 Ook het type van de kleine woning, een Monopolyhuisje in baksteen, waarbij het zadeldak gedekt is met Oude Holle pannen, misstaat niet in het Nederlandse landschap. Ook hier kruiskozijnen, waarbij de luiken van zandlopermotieven zijn voorzien. Deelen 1940
Afb. 104 Het officierscasino op de basis van Deelen (1940) is in detaillering en materialen gelijkvormig aan de overige bebouwing, maar de doorlopende vensterreeks – ook in Soesterberg een karakteristiek van de horecavleugel - verraadt een andere functie.
68
Afb. 105, 106 Op de basis van Gilze Rijen (1941-1942) is de typologie vergelijkbaar, maar de uitwerking duidelijk anders, dat wil zeggen individueler. Het sterkst komt dat tot uitdrukking in de zandstenen blokken rond de vensters, een referentie aan de Hollandse Renaissance. De andere gebouwen zijn op detail anders - tamelijk sober uitgewerkt.
69
Afb. 107 Officierscasino Den Helder. De functie mess en logement worden doorgaans als de voornaamste functies van een Wehrmachtheim beschouwd. De Heimatschutz is hier echter ver te zoeken. Gerefereerd wordt aan een klassieke zuilenordening (de Dorische), maar het gaat beslist niet om monumentaal classicisme. Foto RCE.
Afb. 108 De referentie aan tempelbouw is zeker aanwezig, maar de bescheiden bouwhoogte en de combinatie van beton of kunststeen met baksteen maken geen pompeuze indruk. Foto RCE.
70
Afb. 109, 110 Het stafgebouw (1942) in Den Helder verwijst naar de landelijke bouwkunst, maar is niet gelijk aan de streekeigen bouwkunst van de kop van NoordHolland. Hetzelfde geldt voor de ziekenboeg (1942, rechts). Foto’s Jim van der Mee Wikimedia commons.
Afb. 111, 112 Nazi architectuur (links) en Sovjet-architectuur op de wereldtentoonstelling van 1937 te Parijs. De architectuur is ondergeschikt aan het iconografisch programma, maar zonder de beeldengroepen is de architectuur niet heel anders dan wat op dat moment in Europa gangbaar was.57 4.2.5
De officiersmess als type
De nadruk lag in dit hoofdstuk op de typologie van het Wehrmachtheim, niet op de typologie van het officierscasino. Toch heeft een deel van het Heim wel degelijk die functie vervuld. 57
Zie daarvoor Borsi.
71
Ook al is sprake van overlap in functies het officierscasino zoals dat in Nederland voorkwam voor en na de oorlog biedt geen aanknopingspunten voor het Duitse Werhmachtheim.
Afb. 113 Officierscasino Bergen op Zoom 1934, in de toen gangbare stijl met invloeden van de Amsterdamse School (en Haagse School) Wikimedia Michiel1972.
72
5.
Het Wehrmachtheim te Soesterberg in breder cultuurhistorisch perspectief
Het moge duidelijk zijn dat ‘nazi-architectuur’ een lastig begrip is. Dat neemt niet weg dat de optelsom van stijlvormen- en keuzes in het geval van het Wehrmachtheim wel degelijk karakteristiek te noemen is. Een belangrijk kenmerk is de combinatie van een representatieve hoofdmassa en een ondergeschikte dwarsvleugel op een T-vormige plattegrond. De interieurs zijn navenant indrukwekkend en gemütlich. Bij ontstentenis van vergelijkingsmateriaal in Nederland is de zoektocht verlegd naar Duitsland zelf. De genoemde combinatie komt in Duitsland in de oorlogsjaren veelvuldig voor, voor diverse soorten gebruikers. Hieronder wordt een aantal voorbeelden getoond.
Afb. 114 Hermann-Goering-Heim der Hitler-Jugend, Rudolstadt (1939). De Ferienhalle in de hoofdvleugel is op de verdieping en bood plaats aan 1000 personen. Haaks daarop de onderschikte vleugel met de ruimtes voor de onderafdelingen. Het gebouw, net voor de oorlog gereed gekomen, was voorzien van een schuilkelder. Uit: Moderne Bauformen, November 1941.
73
Afb. 115 De gelijkenis van het HJ-Heim met de architectuur van Soesterberg is opvallend. De zeven, in drieën gedeelde, hoge, getoogde vensters van de zaal, maken eenzelfde soevereine indruk als de vensters van het Wehrmachtheim. Ook de indeling in drieën – van vensters tot zaalvloer en wandgeleding – is hier aanwezig. Het landelijke karakter van de ondergeschikte dwarsvleugel is hier vertaald in een ‘typisch Duits’ vakwerk. Uit: Moderne Bauformen, November 1941.
Af. 116 Ook al is het afwerkingsniveau wisselend, de zaal van het HJ-Heim te Rudolstadt is typologisch en functioneel met Soesterberg te vergelijken. De axiale werking, de verticaliteit van de vensters en de vlakverdeling van de vloeren zijn constanten, die in proportionering tot zelfs in de Mosaiksaal van de Neue Reichskanzlei (Berlijn 1938) zijn terug te vinden. Uit: Moderne Bauformen, November 1941.
74
Afb. 117 Ook de Festsaal van het Offizierheim van een Panzerregiment (1940, locatie niet bekend) beantwoordt aan het stereotype zaalbeeld. Dat er ook gegeten wordt, betekent niet dat deze zaal louter een restaurant was (net zo min als de zaal van Soesterberg louter een theater was). De kunst en de verlichtingsarmaturen van de zaal van het Wehrmachtheim zijn rijker dan in het HJ-Heim. Aan de andere kopse gevel is een muziekgalerij opgenomen. De balken zijn mogelijk in beton uitgevoerd. Uit: Moderne Bauformen, Juni 1940.
Afb. 118 De Festsaal van het Panzerregiment is even hoog als de dwarsvleugel (die over twee bouwlagen verdeeld is). Haaks daarop is een lagere, smalle vleugel, met een speelkamer, dameskamer en leeskamer. De hoofdentree is in de dwarsvleugel. Links van de vestibule is een Kaminzimmer. Deze benamingen zouden ook in Soesterberg hebben kunnen voorkomen.
75
Afb. 119 Bauverwaltung der Luftwaffe: Offizierskasino eines Fliegerhorstes. Locatie onbekend. Uit: Speer.
Bovenstaande foto (afb. 119) is in menig opzicht verhelderend. Allereerst blijkt hieruit zonneklaar dat ook het Wehrmachtheim te Soesterberg gebaseerd is op Regelbau (het bouwen volgens een standaard model). Het afgebeelde gebouw is kleiner omdat hier wel een zaal, maar geen theaterfunctie aanwezig was, maar verder is de gelijkenis frappant. Wel is sprake van detailverschillen, die te maken kunnen hebben met de lokale bouwpraktijk en de beschikbaarheid van bouwmaterialen. De gevels zijn gekeimd, in Duitsland een gangbare praktijk, terwijl de gevels in Soesterberg in schoon metselwerk zijn uitgevoerd. Ook de pannendekking lijkt af te wijken. In Nederland was de holle pan de norm, maar juist vanaf de jaren ’30 raakte de Romaanse pan in de mode. Dat ook in het geval van Soesterberg sprake was van Regelbau, plaatst de rol van de architect in een ander perspectief. Ook aan andere Regelbauten zijn architectnamen verbonden, soms ook wel bekende architecten. Hanns Schiffers, de ontwerper van Soesterberg, was echter niet bekend. Er is een brief van hem overgeleverd waarin te lezen staat dat hij in 1905 in Keulen geboren werd en in Berlijn als schilder en architect werkte. Een jaar nadat hij zijn eigen bureau begonnen was, werd hij opgeroepen voor de militaire dienst (Luftwaffenbataillon 304). In Soesterberg hield hij zich in eerste instantie bezig met camouflage en infrastructuur.
In 1940 kreeg hij de kans ‘mit Freude als architect’ het Wehrmachtheim te ontwerpen.58 Schiffers kende Nederland en was een bewonderaar van de Nederlandse bouwstijl.59 58
Hans van Breukelen citeert een brief van Schiffers die hij via Dik Top gekregen heeft. http://www.vliegbasis-soesterberg.nl/ Kleinere projecten van Schiffers werden gepubliceerd in de Deutsche Bauhütte.
76
Naar eigen zeggen trachtte hij de bouwstijl aan te passen aan de Nederlandse tradities en ziet hij het ontwerp als een civiele opgave. De creatieve inbreng is gelet op bovenstaande echter niet al te groot geweest, hoewel hij in het interieur, in de afwerking en in materiaalkeuze zeker beslissende invloed gehad kan hebben, mogelijk in samenwerking met aannemer Bruil. Uit dezelfde brief blijkt dat de samenwerking hervorragend was.60 Dat Schiffers zich niet profileerde als een uitvoerder van de Luftwaffe, maar als scheppend kunstenaar, die toevallig de kans kreeg in Nederland een gebouw met vermaaksfunctie te ontwerpen, is veelzeggend. Zowel in het exterieur, als in het interieur is geen spoor te bekennen van Nederlandse bouwtradities.
Afb. 120 Hanns Schiffers in Soesterberg, geheel rechts naast Tewes, die na de oorlog veroordeeld werd. In het midden Baurat Eymael met een secretaresse en een andere architect. Bauleitung, Amersfoortsche weg Huis ter Heide. Top 2, 78.
Om zijn superieuren te overtuigen dat niet met geld gesmeten werd, kon Schiffers melden dat het marmer uit België goedkoper was dan Nederlandse tegels en dat de Vlaamse kroonluchters in de theaterzaal goedkope imitaties waren.61 Beide argumenten doen overigens ongeloofwaardig aan.
59
Top 1, 92. Top verwijst niet direct naar een bron, maar ongetwijfeld gaat het om de brief uit de voorgaande noten. 60 Na Soesterberg werd Schiffers ingezet bij de Oranisation Todt, het Duitse staatsbouwbedrijf dat honderdduizenden dwangarbeiders inzette bij de bouw van militaire werken en de infrastructuur. Na de oorlog, toen Schiffers korte tijd gevangen zat, wenste hij alles met betrekking tot de oorlog te vergeten (zie de vorige noot, zelfde brief). Aangenomen mag worden dat de zorgvuldige uitwerking van de detaillering voor een deel aan Bruil te danken was. 61 Top 1, 92.
77
Afb. 121 De kroonluchters zijn vermoedelijk unieke exemplaren, speciaal vervaardigd voor het Wehrmachtheim.
Afb. 122 Paradijsvogels in de vermoedelijke eetzaal van de dwarsvleugel (029).
Een aspect verdient nog aandacht en dat is de kunst. Vrijwel alle afbeeldingen die gevonden zijn van Wehrmachtsheime, casino’s en andere Heime laten toegepaste kunst zien, veelal wandschilderingen in het horecadeel, maar ook glas-in-lood, wandkleden en andere uitingen. Maar ook de reguliere Gaststätten waren zonder uitzondering voorzien van kunstuitingen. Het stucwerkreliëf zoals dat in het Soesterberger restaurant is aangetroffen, is vooralsnog niet gedateerd, maar het is wel aannemelijk dat het uit de bouwtijd stamt.
78
Dit omdat kunst altijd deel uitmaakte van de ontwerpopgave van dergelijke bouwopdrachten, maar ook omdat deze techniek in Nederland juist in dit soort gelegenheden vaker werd toegepast.62 Het vaktijdschrift Doelfray’s Schildersblad dat in de jaren ’30 verscheen, laat daarvan diverse voorbeelden zien.63 Het onderwerp, Paradijsvogels, is typisch Nederlands (-Indisch). Met een flinke slag om de arm kan gesteld worden dat de toegepaste kunst uit de bouwtijd stamt en door Nederlandse sierkunstenaars uitgevoerd is. Het is bekend dat op enkele plaatsen de reliëfs in de jaren ’80 met goud zijn opgehoogd. Het is echter meer aannemelijk dat sprake was van een polychrome beschildering. Kleuronderzoek zou hierover uitsluitsel moeten geven. Het kleuronderzoek en onderzoek naar andere afwerklagen is in algemene zin aan te bevelen voor het houtwerk, deuren en lambrisering en de muren. De afwerklaag van de gang van de oorspronkelijke dwarsvleugel doet ook sterk denken aan de meer algemene toepassingen van boetseerverf (noot 61). Behalve de reliëfs zijn overigens ook de monumentale kroonluchters in de Vorhalle en de theaterzaal op te vatten als toegepaste kunst, beslist geen ‘Vlaamse imitaties’.
62
Denk ook aan bijvoorbeeld de publicaties van Konrad Gatz in deze periode, het tijdschrift Form und Farbe en het boek Farbe und malerischer Schmuck am Bau, uit 1940. 63 Doelfray heeft het over boetseerverf, met als merknaam Plastika. Figuratieve voorstellingen als de paradijsvogels worden echter niet getoond. Geraadpleegde experts als Frans van Burkom kenden geen vergelijkbare kunstuitingen.
79
6
Conclusie
Samenvattend heeft deze studie aangetoond dat sprake is een bijzonder bouwwerk, architectonisch en typologisch, maar bovenal ook historisch. Het is gebleken dat de oorspronkelijke functie van het gebouw gecompliceerd is te noemen. Aan de ene kant omdat veel documentatie vernietigd is en daardoor de functie op basis van analyse nader ingevuld diende te worden en aan de andere kant omdat de oorspronkelijk bedoelde functie – voor zover te achterhalen - in werkelijkheid niet of nauwelijks uit de verf is gekomen. De functie van het gebouw binnen de oorlogs- en propagandamachine van de nazi’s werd reeds ver voor het einde van de oorlog uitgehold. Het verval van de goed geoliede machine was al ingezet voordat deze goed en wel op stoom was gekomen. Het gebouw was in november ’41 voltooid, maar na maart ’42 wordt het gebouw niet meer genoemd in de pers. Het is bekend dat het zelfs geruime tijd leegstaat voordat het in ’44 ingericht wordt voor overnachtende en herstellende troepen. Deze specifieke functie van het Wehrmachtheim – een hospitaal - is onderdeel van de gemeenschappelijke herinnering geworden. Dit geldt ook voor het gebruik als theater annex casino. De oorspronkelijke functie - die veel complexer was - is in de naoorlogse jaren, toen het gebouw een tamelijk eenzijdige educatieve en vooral ontspanningsfunctie kende, uit beeld geraakt.
Het is juist deze geschiedenis van wisselende functies, die de teloorgang van de nazi’s illustreren, maar ook de geschiedenis van de koude oorlog, die bijdraagt aan de bijzondere betekenis en gelaagdheid van het gebouw in een tijdspanne van nauwelijks zeventig jaar. Wat betreft de functies in oorlogstijd het volgende. De indeling die vanuit de functie van theater annex officiersmess niet logisch is, lijkt vanuit een militaire functie goed werkbaar. Daarbij valt voorzichtig te denken aan communicatie of een tweede commandocentrum (naast die op de basis zelf). De laatste suggestie duikt af en toe op weliswaar zonder bronvermelding (beschrijving RCE), maar een alternatieve locatie bij uitval van de het zenuwcentrum op de basis zelf is niet op voorhand uit te sluiten. Ook de plechtige opening, alsook de locatie en het kaartbeeld (hoofdstuk 2) doen vermoeden dat het gebouw belangrijker was dan alleen een Wehrmachttheater met een programmering als ieder ander theater. Wat betreft het ontwerp kan geconcludeerd worden dat het gebouw niet eenzijdig getypeerd kan worden als nazi-architectuur. Een militair gebouw opgericht door de nazi’s is stilistisch nog geen nazi-architectuur. Deze schijnbare tegenstelling is in onderhavige studie beargumenteerd. Dit is met name gedaan omdat in de diverse beschrijvingen van het Wehrmachtheim deze term nogal makkelijk als feit wordt gepresenteerd.
Dit leidt tot een gering begrip van het gebouw en zijn functie.
80
Dat de classificatie ‘neoclassicistische nazi-architectuur’ wringt, wordt eens te meer duidelijk als dezelfde auteurs het gebouw beschrijven vanuit een landelijk, idyllische benadering waarbij bovendien gesteld wordt dat het gebouw refereert aan zowel de Duitse Heimat als aan de lokale bouwtrant.64 De afwezigheid van plattegronden bemoeilijkt het ontrafelen van de functie van het gebouw. Een slordige architectuurhistorische classificatie helpt daar niet bij. Om het gebouw beter te begrijpen en beter te kunnen waarderen is het zaak vorm en functie integraal te bestuderen in de context van de dagelijkse bouwpraktijk in nazi-Duitsland. De nazi’s waren theoretisch eclectisch. Ze roofden niet alleen goederen, maar ook gedachten en ideeën. Dat deden ze met de landelijke bouwkunst en het classicisme, maar ook met gebouwtypen. Petsch wijst op de Gemeinschaftsbauten bij Siedlungen en fabrieken van vooruitstrevende architecten als Bruno Taut, die als type net als andere symbolen van de arbeidersbeweging door de nationaalsocialistische arbeidersbeweging geïncorporeerd werden.65 De horeca van het Wehrmachtheim met gemetselde bogen had een willekeurige Gaststaette in Duitsland kunnen zijn. Het theater is niet zo groots opgezet als de Neue Reichskanzlei.
Echter, dat er een theater aanwezig was én dat de zaal voor veel meer geschikt was dan theater alleen (zelfs niet optimaal was ingericht als theater gezien de vlakke vloer), bepaalt het karakter van het gebouw. Dat karakter was enerzijds eenvoudig en gezellig (horeca en theater), en anderzijds welhaast sacraal. Dit sacrale element, in wezen de cultus rond Adolf Hitler, is kenmerkend voor de vrijwel alle grotere bijeenkomstgebouwen van het Derde Rijk. Bijeenkomsten in dergelijke zalen, dikwijls zorgvuldig geregisseerd, dienden het saamhorigheidsgevoel te versterken. De optelsom van individuele verpozing en massale bijeenkomsten maakt het Wehrmachtheim te Soesterberg tot uniek ‘dadererfgoed’. 66 De conclusie tenslotte dat architect Hanns Schiffers een Regelbau heeft aangepast aan de specifieke eisen - functioneel en technisch - van de locatie Soesterberg, is gerechtvaardigd. De afwerking van het interieur zal deels tijdens de werkzaamheden zijn bepaald (mede door Schiffers), maar de hoofdlijnen van de zaal en de voorhal zijn in de Ferienhallen en Festsalen overal in het Derde Rijk een beproefd concept gebleken. De opmerkingen van Schiffers zelf over het gebouw als een aangenaam burgerlijk uitje, dienen derhalve met een flinke korrel zout te worden genomen. Wel hebben zijn opmerkingen over de functie van het gebouw mogelijk bijgedragen aan de latere perceptie.
64
De Winter bespreekt het bouwwerk in één alinea als Heimatschutzstil, landelijk en aan de andere kant als een gebouw dat een symbool is van de verpletterende macht van het Reich, De Winter, 114. Zie ook Grimm, p.60 en de redengevende omschrijving van de RCE. 65 Petsch, p. 153. Ook de sociale woningbouw werd door de Nazi’s overgenomen en geïnfesteerd. De SS-Siedlung Krumme Lanke, maar ook de andere Siedlungen met de tweeonder-een-kapwoningen in een lommerrijke aanleg waren in Duitsland sinds de eeuwwisseling de norm in woningbouw. 66 De sacrale functie is veel meer typisch voor de nazi’s dan de architectonische vormentaal.
81
Als men de zaal louter beziet als theaterzaal, dan is het wellicht een civiele opgave, maar uitgaande van de iconologische betekenis van het gebouw, de betonstructuur, de indeling van de kelders en de opdrachtgever, dan is het Wehrmachtheim een militair gebouw. Nieuwe vleugel In het kader van een stilistische toeschrijving van het Wehrmachtheim speelt de nieuwe, naoorlogse vleugel een opmerkelijke rol. Deze vleugel heeft uiteraard geen rol gespeeld in de bouwopgave van Schiffers. Mede daarom is het een ijkpunt in de beoordeling van het karakter van het gebouw en de architectuurstijl. De nieuwe vleugel is in dezelfde stijl opgetrokken, maar kan evenmin getypeerd worden als nazi-architectuur. De afwijkende detaillering ondersteunt de these dat de detaillering van het hoofdgebouw afhankelijk is geweest van beschikbare materialen en technieken in die tijd en in die omgeving. Tegenwoordig is het vaak een redelijke eis van welstand een gebouw stilistisch te laten aansluiten op het bestaande. Dat was echter niet zo in de jaren ’50. Het is daarom opmerkelijk dat deze keuze gemaakt is en het valt zelfs niet uit te sluiten dat gebruik is gemaakt van zeldzame, bewaard gebleven tekeningen van Regelbauten. Het ondergeschikte belang zoals in de redengevende omschrijving van de RCE genoemd wordt, is in ieder geval vanuit de geschiedenis van het bouwwerk niet van toepassing.
Dat geldt wel voor de functie en invulling, die weinig toevoegt aan het bestaande. Dit onderscheid komt in de bouwhistorische opname tot uitdrukking. Legeringsgebouw en terrein In de eindconclusie dienen ook enkele woorden gewijd te worden aan het legeringsgebouw uit de jaren ’80 en de terreininrichting. Over het eerste kan men kort zijn. Dit bouwwerk ontbeert iedere kwaliteit. De terreininrichting is meer genuanceerd. De tuininrichting, zoals die in de jaren ’70 tot stand was gekomen, had beslist kwaliteiten, maar miskende het karakter en de positie van het Wehrmachtheim. Ook latere toevoegingen als de beukenhaag missen een context en lijken tamelijk toevallig te zijn ontstaan. Bij de transformatieopgave van het gebouw dient de tuinaanleg dan ook intensief betrokken te worden.
82
Afb. 123 Viering te Utrecht, Deutsche Zeitung in die Niederlande 26-10-1940. Uiteraard werden dergelijke vieringen breed uitgemeten, ter ondersteuning van het moraal van de troepen. Andere bezigheden, zoals misschien te Soesterberg, kwamen natuurlijk niet in de krant.
83
Afb. 124 Viering waarschijnlijk te Soesterberg. Eenzelfde vulling als Utrecht. Een gerenommeerd gezelschap sluit de avond af met Lili Marlene (in de krant verkeerd gespeld). Amersfoortsche Courant 22-8-1942. Rambour was een populaire Berlijnse violist en orkestleider.
84
7
Waardering
Toelichting op de waardering De waardestelling in dit rapport is verricht conform de Richtlijnen Bouwhistorisch Onderzoek 2009 van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de Rijksgebouwendienst (Atelier rijksbouwmeester), de Stichting Bouwhistorie Nederland en de VNG. Op basis van de gedane studie zijn de monumentwaarden van het complex aangegeven. Voor de drie bouwlagen van het Wehrmachtheim en de begane grond van het recente legeringsgebouw is daarbij gebruik gemaakt van waardestellingstekeningen. Voorts is in de plattegronden aangegeven waar de meest significante afwijkingen zijn aangetroffen ten opzichte van de bestaande situatie. Ook zijn de tuin- en landschapswaarden aangegeven (geen plattegrond). In een korte toelichting wordt per bouwlaag nader ingegaan op de waardering ‘hoog’, ‘positief’, dan wel ‘indifferent’. Daarbij dient het volgende voor ogen gehouden te worden. Het onderzoek heeft uitgewezen dat het Wehrmachtheim niet eenduidig te typeren valt als een bouwwerk van vermaak en verpozing, theater en mess. De militaire betekenis en het gebruik konden niet volledig geduid worden, bij afwezigheid van relevante bouwtekeningen en archiefbescheiden.
Vanuit de aanbeveling het gebouw bij een transformatie – ontdaan van verlaagde (systeem)plafonds en dergelijke - nader bouwhistorisch te beschouwen is vooralsnog de waardering voor alle bouwmuren uit de periode van de eerste aanleg uit 1941 hoog uitgevallen. De structuur als zodanig is van hoog cultuurhistorisch belang.
85
1. Wehrmachtheim Algemeen Het Wehrmachtheim is (cultuur)historisch van zeer hoog belang vanwege de ontstaansgeschiedenis, de functie en het militair-civiele gebruik in de Tweede Wereldoorlog. De status en het belang van het gebouw – samenhangend met politiek-ideologische ideeën aangaande het Derde Rijk - namen af naarmate de oorlog vorderde, maar juist de discrepantie tussen doelstellingen en feitelijk gebruik zijn cultuurhistorisch uiterst waardevol. Het bouwwerk staat symbool voor de daadkracht en de oorlogszuchtige bedoelingen van de Duitse bezetter in de beginjaren van de oorlog. Het Werhrmachtheim was niet een theater van beperkt belang, maar een groots en representatief bouwwerk. Tegelijkertijd is het gebouw een stille getuige van de haperende oorlogsmachine en de afbraak van het Nazi-regime, niet eens zo heel lang na de feestelijke opening. In Nederland zijn gaaf bewaard gebleven, fysieke overblijfselen die van deze omslag getuigen buitengewoon zeldzaam. Daarnaast vertegenwoordigt het gebouw bijzondere waarden vanwege het naoorlogse gebruik. Het gebruik als theater en officierscasino ten tijde van de Koude Oorlog is een voortzetting van in ieder geval een deel van de functie uit de Tweede Wereldoorlog, maar nu ten behoeve van de overwinnaars.
Het voortzetten van de functie en de uitbreiding van het gebouw in dezelfde stijl hebben bijgedragen aan de ‘reclassering’ van het Wehrmachtheim, dat na een turbulente beginfase uiteindelijk in de collectieve herinnering als Officierscasino bewaard zal blijven. Het Wehrmachtheim is architectuurhistorisch van zeer hoog belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp, dat is ter herleiden tot Duitse Regelbauten en de specifieke typologie in relatie tot de (beoogde) functie. Daarnaast is het Wehrmachtheim van zeer hoog architectuurhistorisch belang vanwege de kunsthistorische waarden in het interieur, in de helder ingedeelde plattegronden en in het bijzonder in het afwerkingsniveau van de diverse ruimtes. Het bouwwerk is tevens van hoog architectuurhistorisch belang vanwege de vormgeving van de naoorlogse vleugel, in dezelfde stijl als het hoofdgebouw. Het bouwhistorisch belang van het Wehrmachtheim is eveneens zeer hoog vanwege de tastbare aanwijzingen vanuit het gebouw zelf aangaande de complexe functies. De gaaf bewaard gebleven structuur in combinatie met de overgebleven afwerking geeft inzicht in het gebruik, zowel tijdens de Tweede Wereldoorlog als tijdens de naoorlogse periode.
Stedenbouwkundig is het Wehrmachtheim van belang vanwege de kwaliteit van het stedenbouwkundig ontwerp, met vrije ligging, in een groene omgeving, binnen de contouren van de 17de-eeuwse ontginningen en in relatie tot de route naar de voormalige luchtmachtbasis. Tuinhistorisch is het belang gelegen in de herkenbaarheid van de bewaard gebleven open groenstructuur en de relatie met de laanbeplantingen die de oude ontginning markeren.
86
Het Wehrmachtheim is ook van algemeen (cultuur)historisch belang omdat het in tegenstelling tot andere enigszins vergelijkbare Duitse objecten uit de vroege jaren 1940 (in Nederland en elders) gaaf bewaard is gebleven. Ten slotte zijn uit deze periode slechts uiterst weinig representatieve bouwwerken overgebleven. Gevels en kapvorm De gevels en de kapvorm van het hele hoofdgebouw inclusief de nieuwe vleugel, inclusief stoepen en koekoeks met vluchtroutes vertegenwoordigen hoge monumentwaarden. De cultuurhistorische waarden zijn zeer hoog vanwege de zeldzame en gave typologie van een Wehrmachtheim in Nederland. De architectuurhistorische waarden zijn zeer hoog, vanwege de kwaliteit van het ontwerp, de detaillering en de materiaalkeuze, waarbij de lichte afwijkingen van de naoorlogse vleugel ten opzichte van het oorspronkelijke bouwwerk evenzeer van belang zijn. Kelder Binnen de gecompartimenteerde structuur van de kelders is de hoge cultuurhistorische waarde gelegen in de compartimentering, de routing (bereikbaarheid en vluchtroutes) en in sprekende details als de plaatstalen deuren en de vluchtroutes. De tussenmuren van de te onderscheiden kelders, voor zover uit de bouwtijd, zijn vanuit de regelmatige structuur van het gebouw van architectuurhistorisch belang (het ‘vierkant’ onder de vestibule, de axiale aanleg van de dwarsvleugel).
De combinatie van deze zeer hoge waardering vloeit voort uit het gebruik en de bedoelde functie van het gebouw. Doordat de kelders goed bewaard zijn gebleven is verder onderzoek naar de intrigerende functie mogelijk gebleven. Aan de overige scheidingsmuren en de houten vloeren wordt een positieve monumentwaarde toegekend, omdat ook deze constructieve delen mogelijkerwijs informatie over het gebruik van het gebouw kunnen geven.
87
Afb. 125 Kelder.
Hoge monumentwaarden kelder: -
Hoofdstructuur. Vier keldercompartimenten (34-38, 08-10, 01-7B, 20-24, 31); stalen kelderdeuren; de sobere afwerking van het trappenhuis in de zijvleugel (19) ten opzichte van de rijke afwerking van het trappenhuis vanuit de vestibule (01);
88
-
eenzelfde contrast in materialisering van de gang (29-30) ten opzichte van het maaiveldniveau (gebakken plavuizen tegenover natuursteen); ook het contrast tussen de eenvoudig houten vloeren en het parket op de begane grond behoort tot de hoge waarden.
Positieve monumentwaarden kelder: - Overige scheidingsmuren en houten vloeren.
89
Begane grond Vanuit het (bedoelde) gebruik en de betekenis van de ruimtes is de gaaf bewaard gebleven begane grondindeling alsook de afwerking van zeer hoog cultuur- en architectuurhistorisch belang. Het belang is gelegen in de heldere opzet en structuur van de ruimtes, waaruit de functie afleesbaar is. De afleesbare functie betreft niet alleen het theater en de horeca, maar juist ook de mogelijk bedoelde militaire functies. De aankleding van het theater en de hoofdverblijfsruimtes is evenzeer van zeer hoog cultuurhistorisch belang als toonbeeld van representatie van het Derde Rijk in de bezette gebieden. De bouwkundige hoofdstructuur, waaronder de ‘routing’, heeft kortom een hoge monumentwaarde. Gedurende het transformatieproces is op gezette tijden een (bouwhistorische) monitor aan te bevelen. Bijzondere aandacht dient uit te gaan naar de afwijkingen van de aangetroffen situatie ten opzichte van de meest recente tekeningen. Hoge monumentwaarden: -
-
-
Hoofdstructuur. vestibule met driebeukige hoofdindeling, hoofdtrappenhuis en een secundair diensttrappenhuis (06); de opeenvolgende sets van openslaande deuren en de afwerking van de vloeren en lambrisering van het hoofdtrappenhuis en de centrale gang (01-02); de Vorhalle (10) de ruimte als geheel, inclusief kroonluchters, vloeren, wandafwerking en plafonds, de gaaf bewaard gebleven detaillering; de zaal (30) de ruimte als geheel, inclusief kroonluchters, wandafwerking en plafonds (met de zichtbare systeemopeningen van de luchtbehandeling en verlichting) en de vormgeving van de vloeren; het toneel als verhoogde, afgescheiden ruimte met technische ruimtes en kleedkamers, gescheiden entrees (32-39) ; de axiale, driebeukige indeling van de dwarsvleugel met op de kop een zaal (23); de indeling van de verblijfsruimtes (27-29); de boogconstructies in de keukens; de detaillering en afwerking van de gangvloer (11) en de trap (19); de stucreliëfs van de paradijsvogels; de vouwwand, de lambriseringen en de oorspronkelijke (glas)deuren; de vleugel van 1953 in driebeukigheid met tochtportaal en trappenhuis (A9A-A9, A18).
Indifferente monumentwaarde: -
scheidingswand vestibule (tussen 02 en 04) in vorm en materiaal; muuropening tussen zaal en dwarsvleugel (12 en 30); inrichting zaal 23; Indeling toiletgroepen; compartimentering vleugel 1953
Onbekend: - plafonds 02, 04, 29; - berging 04A.
90
Afb. 126 Begane grond.
91
Verdieping Ook op de verdieping is de cultuurhistorische waarde zeer hoog. Met betrekking tot de indeling van de technische ruimtes boven de Vorhalle is een voorbehoud te maken dat hier de indeling op hoofdlijnen weliswaar van belang is, maar minder vanuit de structuur dan vanuit de functie. Dit geldt ook voor de kleedkamers en de kap van de dwarsvleugel. Van zeer hoog cultuuren architectuurhistorisch belang is de relatie tussen de ruimtes van het trappenhuis, de hal en de zaal, de aankleding van de hal en het trappenhuis incluis. Hoge monumentwaarden: -
-
Hoofdstructuur. de hoofdindeling in drieën van de ruimte boven de vestibule met twee gescheiden trappenhuizen, waarbij de centrale hal (57) uitkomt op de monumentale zaal aan de voorzijde van het gebouw (65); de afwerking van de hal (57) en het hoofdtrappenhuis; de hoofdindeling van de afzonderlijk te bereiken technische ruimtes (59-64, 86) met stalen deuren en projectieluiken; kleedruimtes boven het toneel (35, 38); de trappen (routing) naar de kap van de dwarsvleugel (73, 68).
Positieve monumentwaarden: - hoofdstructuur kap dwarsvleugel. Indifferente monumentwaarde: -
indeling kap nieuwe vleugel.
Onbekend -
afwerking zaal 65, functie trappenhuis en nevenruimtes 43, 56, 57A.
92
Afb. 127 Verdieping en kappen.
93
2. Legeringsgebouw Het legeringsgebouw vertegenwoordigt geen monumentwaarden. Aanwezige nagelvaste kunstuitingen (in entreehal / trappenhuis) ook indifferent maar e.v. nader te documenteren.
Afb. 128 Begane grond legeringsgebouw.
94
3. Terreininrichting Een hoge waardering is toegekend aan de oorspronkelijke context van het gebouw ten opzichte van de door de bezetter verhardde straatweg, binnen de contouren van de verkaveling van 1652. De latere terreininrichting sluit meer aan op de burgerlijke tuinaanleg van de villa’s in de directe omgeving en is vanuit de cultuurhistorie van indifferente waarde. Deze aanleg is daarbij niet goed onderhouden en plaatselijk verstoord. Op basis van de door Hamaland uitgevoerde quickscan archeologie, in opdracht van de gemeente Utrecht, kan geconcludeerd worden dat de archeologische verwachting laag is en dat de bodem ter plaatse van de gebouwen verstoord is. Wel is sprake van een hoge verwachting van vondsten uit de Nieuwe Tijd. Hoge monumentwaarden: -
de zichtlijnen vanaf de straatweg op het hoofdgebouw; de halfronde plantsoenaanleg met vlaggenmast aan de voorzijde; de laanbeplanting aan de achtererfgrens, ter markering van de parcellering van 1652; de open ruimte rondom het hele gebouw (harde overgang).
Positieve monumentwaarde: -
de herkenbare contouren van het voetbalveld en het contrast van de open ruimte met de bossige boomaanplant aan de andere kant van het terrein; De klinkerbestrating.
Indifferent: -
de overige beplanting, bomen en struikgewas vertroebelen het beeld; de bestrating van betonklinkers.
95
Literatuur -
-
Borsi, Franco, L’Ordre Monumental. Europe 1929-1939, Paris 1986 Beemt, F.H. van den, D. Broekema, K.K. Thijssens (red.), 300 jaar bouwen voor de landsverdediging, Almelo 1988 Gatz, Konrad, Farbe und malerischer Schmuck am Bau, München 1940 Grimm, Peter, Erwin van Loo, Rolf de Winter (red.) Vliegvelden in Oorlogstijd, Nederlandse vliegvelden tijdens bezetting en bevrijding 1940-1945, Amsterdam 2009 Groningen, Catharina L. van, De Utrechtse heuvelrug. De Stichtse Lustwarande. Buitens in het groen, Zwolle 1999 Ludwig Klasen, Grundriss-Vorbilder von Gebäuden für Kunst und Wissenschaft - Handbuch für Baubehörden, Bauherren, Architekten, Ingenieure, Baumeister, Bauunternehmer, Bauhandwerker und technische Lehranstalten (Grundriss-Vorbilder von Gebäuden aller Art. Abth. X), Leipzig 1887 Petsch, Joachim, Baukunst und Stadtplanung im Dritten Reich: Herleitung, Bestandsaufnahme, Entwicklung, Nachfolge, München, Wien 1976 Top, Dik, Soesterberg en omgeving in de oorlogstijd, Alphen a/d Rijn 1995 (Top 1) Top, Dik, Soesterberg vliegveld 1939-1945.
Oorlogsgeweld in en boven ’t hart van Nederland, Alphen a/d Rijn 1994 (Top 2) Troost, Gerdy, Het bouwen in het derde rijk, Amsterdam 1943 (vertaald uit het Duits) Raith, Frank-Bertolt, Der Heroische Stil, Studien zur Architektur am ende der Weimarer Republik, Berlin 1997 Speer, Albert, Neue Deutsche Baukunst, Berlin 1940 Wächtler, Fritz, Die Neue Heimat, Vom Werden der nationalsozialistischen Kulturlandschaft, München 1940 Winter, Rolf de, Een eeuw militaire luchtvaart in Nederland 1913-2013, Bakermat Soesterberg, Amsterdam 2015
Tijdschriften - Der Baumeister, Deutsche Bauhütte, Form und Farbe, Moderne Bauformen Siedlungsgestaltung aus Volk Raum Landschaft, diverse jaargangen - Doelfray’s schilderblad, maandblad gewijd aan de belangen van de Nederlandsche huis- en decoratieschilders en aanverwante vakken, zevende jaargang, ’s Gravenhage 1933 - Moderne Bauformen, Monatshefte für Architektur und Raumkunst, Jahrgang XXXIX Heft 6 Juni 1940, Stuttgart 1940 - Moderne Bauformen, Monatshefte für Architektur und Raumkunst, Jahrgang XXXIX Heft 11 November 19412, Stuttgart 1941 - Vincentz, Curt R. (Hg.), Deutsche Bauhütte 38, Jahrgang 1934, Zeitschrift der deutschen Architektenschaft, Heft 20, 26 September, p. 245 - Vincentz, Curt R. (Hg.), Deutsche Bauhütte 39, Jahrgang 1935, Zeitschrift der deutschen Architektenschaft, Heft 1, 2 Januar, p. 14-15 96
Rapporten - BBA, Cultuurhistorische inventarisatie met waardestelling Vliegbasis Soesterberg Dolderseweg 34 Huis ter Heide, juni 2007 - Loeff, Karel, Quickscan Historische vliegveld-complexen 1910-1955, juni 1999 - Stichting Menno van Coehorn, Werkgroep Verdedigingswerken vanaf 1915, Duitse militaire werken uit de Tweede Wereldoorlog – zand erover? Landelijke inventarisatie en selectievoorstel, Den Haag 2003 Kranten - Deutsche Zeitung in die Niederlande 26-10-1940 - Amersfoortsche Courant 22-8-1942 - Utrechtse Courant 4-3-1942 - De Gooi en Eemlander 18-2-1948 Websites Onderstaande websites zijn geraadpleegd in maart en april 2015. http://www.zvab.com/ http://www.4-5-mei.nl/herdenking/9/23/officierscasino.html http://www.defensie.nl/onderwerpen/collecties-militairegeschiedenis/inhoud/bibliotheek http://www.delpher.nl/ http://www.niod.nl/ http://www.sls39-45.nl/pages/187669/Home.html http://www.vliegbasissoesterberg.info/geschiedenis/ http://www.parkvliegbasissoesterberg.nl/Fotos/ http://www.cultureelerfgoed.nl/ http://www.beeldbankwo2.nl/detail.jsp?action=detail&recordidx=1 https://zaanstreek4045.wordpress.com/ http://watwaswaar.nl http://www.geschichtsspuren.de/forum/wehrmachtheime-t6166.html http://www.museumvlbdeelen.nl/bouw-van-deelen/ http://www.defensie.nl/onderwerpen/vliegvelden-tijdens-de-tweedewereldoorlog/inhoud/vliegveldenoverzicht/deelen/multimedia