Bijlagen toelichting _Bijlage 1 Quickscan cultuurhistorie _ bouwhistorie M_DM
Tekst van het document
Officierscasino Kampweg 1 Soesterberg Cultuur- en bouwhistorische verkenning M&DM
Kampweg 1 Soesterberg
maart 2015
1
2
Inleiding 1
Beknopte (bouw)geschiedenis
4
2
Historisch stedenbouwkundige context
5
2.1 2.2
14 20
3
De geschiedenis in kaarten Huidige situatie
Het gebouw en de tuin, beschrijving
21
3.1
23
Architectuur hoofdgebouw 3.1.1. 3.1.2. 3.1.3.
3.2
Architectuur nieuwe vleugel 3.2.1. 3.2.2.
Legeringsgebouw
43
3.4
Tuinaanleg
44
Gelaagdheid Uitgangssituatie Situatie interbellum – 1941 Naoorlogse veranderingen
3.5 Ondergrond archeologie (bijlage)
51
Het gebouw als cultuurhistorisch type
52
4.1
Inleiding
53
4.2
De typologie van het Wehrmachtheim
53
4.2.1 4.2.2. 4.2.3 4.2.4 4.2.5
5
40
Exterieur Interieur
3.3
3.4.1. 3.4.2. 3.4.3. 3.4.4.
4
Exterieur Interieur hoofdgebouw Constructie
Benaming en functie: Duitsland en Nederland Typologie Wehrmachtheim Soesterberg (functie) Het type van het Soesterberger Wehrmachtheim Het type vanuit de architectuur De officiersmess als type
Het Wehrmachtheim te Soesterberg in breder cultuurhistorisch perspectief
73
6
Conclusie
80
7
Waardering
85
Bronnen Bijlage Quickscan Archeologie
3
Inleiding Tot de gebouwen die door het rijk, hier meer specifiek het Ministerie van Defensie, worden afgestoten behoort ook het zogenoemde Officierscasino, gebouwd als Wehrmachtheim voor de Duitse bezetter, aan de Kampweg 1 te Soesterberg. Het bouwwerk, een rijksmonument, maakt deel uit van de voormalige luchtmachtbasis Soesterberg, het is echter gelegen buiten de omgrenzing van het eigenlijke vliegveld. Het Werhmachtheim, gebouwd in de Tweede Wereldoorlog, valt onder de noemer ‘dadererfgoed’, een categorie die tot voor kort in de monumentenzorg nauwelijks erkend. De geschiedenis van het gebouw betreft de periode van de Tweede Wereldoorlog, maar uiteraard ook de naoorlogse periode. In voorliggend rapport wordt eerst de historische context geschetst en daarna wordt het gebouw architectuurhistorisch en typologisch geduid. Dit wordt gevolgd door een cultuurhistorische verhandeling over het gebruik, de functie en de betekenis van het bouwwerk na de oorlog. Onderdelen van het rapport zijn verder een archeologische verwachting, een waardestelling annex bouwhistorische waardering van het hoofdgebouw en het bijgebouw en een eerste waardering van de tuin rondom het complex.
4
1.
Beknopte (bouw)geschiedenis
De bouw van het Wehrmachtheim is geen geïsoleerd incident binnen de geschiedenis van de Luftwaffe in Nederland gedurende de oorlogsjaren, maar maakt integraal deel uit van de veel langere naoorlogse geschiedenis van de luchtmachtbasis Soesterberg. De ligging aan de Kampweg, niet op het eigenlijke terrein van het vliegveld, is veelzeggend. De dorpskern en het vliegveld zijn sinds de aanleg in 1910 nauw met elkaar verbonden. Toen in 1913 besloten werd de Militaire Luchtvaartafdeling te Soesterberg te vestigen, had dat een direct gevolg voor het dorp. De toename van het militair personeel en ook de aanleg van een tramlijn met een halte Soesterberg (Amersfoort-Zeist) leidden tot een stroomversnelling in de ontwikkelingen. Oorlog en ontspanning Net als alle andere militaire terreinen en opstallen werd na mei 1940 ook het vliegveld te Soesterberg, dat nauwelijks schade had geleden tijdens de Duitse overmeestering van Nederland, door de bezetter overgenomen. Het gemoderniseerde vliegveld zou een belangrijke rol in de Slag om Engeland gaan spelen en groeide uit tot een van de belangrijkste knooppunten in de Duitse verdediging van West-Europa. Dat het Wehrmachtheim niet op het eigenlijke vliegveld werd opgericht, maar binnen – of liever gezegd aan de rand van – de dorpskern, kan uit het oogpunt van veiligheid zijn verordonneerd.
Het is echter ook mogelijk dat hier een andere reden aan ten grondslag lag; het was immers gebruikelijk dat het Spazieren in de burgermaatschappij plaatsvond.1 Dikwijls werden bestaande gebouwen voor dit doel in gebruik genomen, vaak gebouwen die al voor theater of horeca bestemd waren. In Soesterberg, waar voor een groter Wehrmachtheim geen locatie voorhanden was, werd gekozen voor nieuwbouw. De opening van het Wehrmachtheim, ook wel Soldatenheim of Kameradschaftsheim genoemd, was een grootse gebeurtenis.2 Om een beter beeld te krijgen van de functie van een dergelijk bouwwerk is in het kader van deze studie gekeken naar andere ‘Heime’ en ook de programmering is, voor zover bekend, bestudeerd. Naar aanleiding van deze studie is gebleken dat het gebouw zeker niet alleen verklaard kan worden vanuit de civiele functie van theater en horeca. Binnen het Fliegerhorst Soesterberg verkeerden tijdens de oorlog gemiddeld 3.000 tot 5.000 Duitsers, waarbij de lokale bevolking bijna in het niet viel. 1
Hierover meer in hoofdstuk 4. Uiteraard was het veiliger verpozen in de burgerlijke dorpskern dan op het vliegveld zelf. Er is slechts één melding bekend van een beschieting in oorlogstijd: een Nederlands jachtvliegtuig zou op 10 december 1941 een beschieting op het Heim hebben uitgevoerd. Er wordt wel gesuggereerd dat het hier om een vergissing zou gaan en dat eigenlijk de woning van de vorige chef van het vliegveld het doel was. Deze suggestie is evenals de suggestie van een Nederlands vliegtuig niet onderbouwd. Top p.111. 2 Over de termen, die wat gemakkelijk door elkaar heen worden gebruikt, meer in hoofdstuk 5. Het Wehrmachtheim in Soesterberg was niet het eerste Wehrmachtheim in Nederland (De Mos). Dat was vanaf op 28 augustus 1940 het Amsterdamse hotel Krasnapolsky. De opening van dit Wehrmachtheim werd opgeluisterd door hoge officieren en uitgebreid besproken in de pers. Krasnapolsky lijkt veel meer een vermaakscentrum te zijn geweest dan een militair centrum. http://www.beeldbankwo2.nl/detail.jsp?action=detail&recordidx=1
5
Op de basis zelf waren verschillende ontspanningsmogelijkheden: een Offizier(s)heim, een Soldatenheim, een kantine, enzovoorts. Als legeringsgebouw diende onder andere de nabijgelegen Johannes Stichting dat werd omgedoopt tot Haus Wever.3 Het Wehrmachtheim aan de Kampweg had klaarblijkelijk een andere, additionele functie. Functie van het Wehrmachtheim Een Wehrmachtheim is – zoveel werd ook duidelijk in het kader van deze studie - niet een eenduidig type. In Soesterberg was sprake van een monumentaal bouwwerk met daarin opgenomen een theaterzaal en horecavoorzieningen. Daarin is het te vergelijken met andere Wehrmachtheime in Nederland, die of in reeds bestaande horeca of in bestaande theaters werden ingericht, zoals Krasnapolsky in Amsterdam en Musis Sacrum in Arnhem. In Soesterberg werd zoals gezegd een heel nieuw bouwwerk opgetrokken. De zaal is imponerend, het podium ingericht op grote voorstellingen met een orkestbak en ruimtes voor techniek en rekwisieten. Ook de coulissen (friezen en poten) zijn ruim bemeten. Daarbij duiden ook de vestibule met garderobe en de voorhal op een allure die het niveau van het gemiddelde soldatencabaret ver overtreft. De horeca in de zijvleugel is ingesteld op (bijzondere) ontvangsten, een enfilade van ruimtes waar men eventueel na de voorstelling kon verpozen en souperen.
Afb. 1 Contouren van het gebouw in 1941. 3
Grimm, 217.
6
De bouw De bouw werd – net als alle andere bouwactiveiten rondom het Fliegerhorst vanaf 1 juni 1940 geïnitieerd vanuit de Bauleitung van de Luftwaffe (LuftwaffeBau-Bataillon 4/III), aanvankelijk gestationeerd in Den Dolder (Hertenlaan 3) en Huis ter Heide (Potterlaan 3), later vanaf 1941 in Huis ter Wege. De leiding van deze afdeling, waaronder ruim dertig architecten en ingenieurs, berustte bij een Baurat (een zekere Eymael). Behalve de naam van Hanns Schiffers wordt opmerkelijk genoeg ook Tiefbauarchitekt (architect voor ondergrondse bouw) Paul Grünewald genoemd, beide in 1941 tijdelijk toegevoegd ten behoeve van het Wehrmachtheim.4 De aannemer was Bruil & Zanen uit Bussum.5 De bouw zelf verliep spoedig ook al probeerde de plaatselijke jeugd op een eigen onbeholpen manier sabotage te plegen.6 Kosten noch moeite werden gespaard, waarbij met name in het interieur een hoog afwerkingsniveau bereikt werd.7 Binnen tien maanden was het gebouw gereed. De opening op 13 november 1941 werd opgeluisterd door vele voornamelijk militaire hoogwaardigheidsbekleders, waarbij de sleutel officieel overhandigd werd door Eymael aan General der Flieger Friedrich Christiansen, Wehrmachtsbefehlshaber in den Niederlanden.8 Er was een toespraak en een rondleiding, uiteindelijk ook een muzikale voorstelling.
Toch was er in tegenstelling tot de Amsterdamse opening van Krasnapolsky nauwelijks pers uitgenodigd om verslag te doen van de bijeenkomst.9 Maar kort als theater in gebruik Het Wehrmachtheim diende zeker in de beginjaren van de oorlog als regulier theater. Het vaste programma dat centraal werd vastgesteld en door heel Nederland voor alle troepen hetzelfde was, werd ook in Soesterberg gedraaid. Specifieke voorstellingen waren er ook, zoals op 1 maart 1942 (een zondag): een benefietvoorstelling voor de soldaten aan het oostfront.10 Dergelijke voorstellingen werden eveneens landelijk georganiseerd. Maar na maart 1942 was het afgelopen met het theater en werd het gebouw heringericht voor 4
Grimm, 215. De Winter, 105. BBA, 11. Ongeveer 10 % van de Luftwaffe, rond de 150.000 man was bouwbedrijf, later overigens ook militair ingezet. De leiding over het bouwapparaat berustte bij Regierungsbaumeister Duwe, die zich in het Amsterdamse Hotel de l’ Europe had genesteld (Grimm 53). Overigens bevond ook het opperbevel van de Luftgaukommando Holland (Siburg) zich in Amsterdam, in het Carlton hotel (tot daar een vliegtuig op neerstortte…). Wat de Tiefbau betreft, mogelijk ligt hier de verklaring van de mythe dat tunnels gebouwd waren tussen Heim en Horst. 5 Bruil vervalste kennelijk ook papieren voor onderduikers: http://www.egoproject.nl/archiefdebooijfamilie/Stadsarchief%20Amsterdam%20Presentatie%20Archief%20De%20Booij.htm 6 Zakken cement openscheuren, stapels stenen omgooien en dergelijke. Top 2, 92. 7 Dat het marmer een geschenk van Mussolini was is evenzeer een fabeltje als de vermeende ondertunneling. Overigens een tamelijk hardnekkige fabel: http://www.4-5mei.nl/herdenking/9/23/officierscasino.html 8 Volgens bronnen, dezelfde als in noot 7, werd het gebouw door Goering aangeboden, wat aantoonbaar onjuist is. Goering bezocht de basis twee maal, echter ruim voor de opening van het Wehrmachtheim. 9 Top 2, 92-93. 10 Top 1, 116.
7
terugkerende zieke en gewonde soldaten.11 De transformatie van theater naar ziekenboeg mag opmerkelijk genoemd worden voor een bouwwerk, dat nog maar zo kort in gebruik was. De malaise aan het front duizenden kilometers verder raakt het militaire apparaat in alle bezette gebieden. In december ’44, na een bombardement op Amersfoort werden nog soldaten vanaf de Veluwe naar het Wehrmachtheim gedirigeerd.12 Maar kort daarop kwam het Heim geheel leeg te staan en werd het bewaakt door de lokale politie.13 Bij luchtaanvallen op 1 februari werd ook het Heim beschoten. Een voltreffer zou grote gevolgen hebben omdat de Duitsers het gebouw met explosieven volgestopt hadden. Bij een eventuele onvrijwillige aftocht zou het Heim worden opgeblazen.14 Toch hadden de Duitsers nog niet alle hoop verloren: ook op het laatste moment werd nog luchtafweergeschut op het voetbalveld geplaatst.15
Afb. 2 Het Wehrmachtheim in de oorlog. Aan de vlaggenmast wappert de Duitse oorlogsvlag. De bestrating van de Kampweg is door de Duitsers verordonneerd.
De nadagen Een nieuwe lichting piepjonge soldaten, de Hermann Goerringtroepen, 16-18 jaar en vol overtuigd dat ze nog lang zouden blijven arriveerde op 16 april 11
Ook elders in het dorp worden soldaten ingekwartierd. Top 1, 14-11-1944, respectievelijk 27-11-1944. 12 Top 1, 25-12-1944. 13 Deze agenten ontdekten een wandkleed van Juliana en Bernhard, dat ze voor de zekerheid in het gebouw in een verwarmingsbuis onder het toneel verstopten. Het kleed is nooit meer tevoorschijn gekomen. Twee dames die kolen wilden ontvreemden, werden weggestuurd. Top 1, 16-1-1945. 14 Top 1, 2-2-1945; Top 2 1-2-1945. 15 Top 1, 28-2-1945; 11-4-1945
8
1945. Het Heim was in deze hectische dagen overvol en ook op andere locaties in Soesterberg werden nog soldaten ingekwartierd. Echter, net als elders in het Derde Rijk was de goed geoliede machine in verval geraakt.16 Binnen twee weken waren de Goerringtroepen weer verdwenen en verwijderden de diverse onafhankelijk van elkaar opererende verzetsgroepen de boobytraps, een beetje op goed geluk.17 Na de oorlog Het Heim bleef behouden en diende direct na de overgave/wapenstilstand ter internering van de collaborateurs en de ‘moffenmeiden’, in totaal 33 mannen en 29 vrouwen.18 Vanaf het moment dat de geïnterneerden doorgestuurd werden naar het Durchgangslager Amersfoort werd het Heim als opslagplaats gebruikt voor geïnventariseerde inboedels van de NSB’ers, waaronder veel ontvreemde Joodse goederen.19 Het Wehrmachtheim, aldus, weerspiegelt de oorlog in alle facetten. Behoudens een enkele beschieting heeft het gebouw, in tegenstelling tot de luchtmachtbasis, de oorlog goed doorstaan.20 Na de oorlog werd de oorspronkelijke functie van de theaterzaal in ere hersteld. Toen de kruitdampen van de Tweede Wereldoorlog waren opgetrokken nam – tot 1947 - de KLM haar intrek in het gebouw dat verder ging als opleidingsinstituut.
Afb. 3, 4 De periode van het KLM internaat. Het voetbalveld waar de FLAKS stonden opgesteld. Het waren wellicht dezelfde netten die in de oorlog als camouflagemateriaal hadden gediend.21 Het meest linkse venster is het venster dat vermoedelijk is dichtgezet ten behoeve van de nieuwe vleugel.
Een officierscasino voor de Nederlandse luchtmacht De luchtmachtbasis was, vanwege de grote verwoestingen, tot 1951 niet functioneel. In 1947 nam de Nederlandse luchtmacht het voormalige Heim in gebruik, tot 1953 voor de Vliegmedische dienst, daarna voor krijgsmachtbrede (vermaaks-)functies: een officierscasino, theater, concerten, galadiners, conferenties, personeelsfeesten en workshops. In datzelfde jaar 1953 werd
16
Top 1, 16-4-1945. Top 1, 30-4-1945. 18 Top 1, 8-5-1945; Top 2, 193-194. 19 Top 2, 29-5-45; Top 1 11-5-45, 267. 20 Top 1,10-12-1941, 111;Top 2, 93. 21 http://www.parkvliegbasissoesterberg.nl/Fotos/SoesterbergVliegveld%2019391945/Fotos.html 17
9
het gebouw uitgebreid met een nieuwe vleugel (feitelijk een zelfstandig legeringsgebouw, tegen de oudbouw aangezet).
Afb. 5 Aan het metselwerk is te zien dat ten behoeve van de nieuwe vleugel een van de hoge vensters is dichtgezet. Zie ook afbeelding 3.
Deze uitbreiding werd voorafgegaan door een noodgebouw achter de bestaande dwarsvleugel en een tweede, laag noodgebouw, meer in het groen verscholen. Ondanks de tijdelijkheid zou deze barak hier decennia blijven staan. De nieuwe vleugel werd opgetrokken in dezelfde stijl als de oude dwarsvleugel met de horecafunctie.
Afb. 6, 7 Contouren van het gebouw in 1953 en de huidige situatie.
10
Koude Oorlog In 1981 volgde een vrijstaand legeringsgebouw op het oude voetbalveld. Van 1954 tot 1994 waren op Soesterberg Amerikanen gestationeerd, het Fighter squadron USANCE. Ten behoeve van deze Amerikanen en hun gezinnen werd achter het Heim de zogenoemde ‘Amerikaanse wijk’ gebouwd, waarbij Amerikaans hout werd toegepast.22 In de periode van de Koude Oorlog was de basis hermetisch afgesloten van de buitenwereld. Het Officierscasino daarentegen vervulde sporadisch een publieke functie met films voor de jeugd, kerkdiensten en toneel. Gedurende deze periode werden geleidelijk diverse verbouwingen uitgevoerd. Het betreft voornamelijk moderniseringen van de keukens en sanitair, een doorbraak in de garderobemuur en een nieuwe inrichting van de feestzaal van de dwarsvleugel (rond de jaren ’80). Ook werden bij onderhoudsbeurten hang- en sluitwerk, vloeren en plafonds aangepakt. De overige aanpassingen zijn meer cosmetisch van aard (de datering niet bekend).
Afb. 8 Legeringsgebouw 1981.
Het einde van de Koude Oorlog betekende een inkrimping van het Nederlandse leger en een vermindering van de NAVO-troepen. De basis Soesterberg werd uiteindelijk in 2008 geheel gesloten. Op 1 januari 2013
22
http://www.vliegbasissoesterberg.info/geschiedenis/
11
sloot het Wehrmachtheim de poorten.23 Na de Tweede Wereldoorlog weerspiegelde het gebouw – zij het minder dramatisch - ook het beloop van de koude oorlog. Ingrepen in het gebouw in de naoorlogse periode De naoorlogse verbouwingsgeschiedenis is bescheiden geweest en juist dat gegeven betekent dat uitspraken gedaan kunnen worden over de oorspronkelijke toestand, ondanks het feit dat geen bouwtekeningen bekend zijn. De tekeningen die wel zijn overgeleverd zijn vermoedelijk gebaseerd op oudere onderleggers. Op een aantal plaatsen wijken de tekeningen af van de bestaande situatie. Door deze afwijkingen te bestuderen in samenhang met andere architectonische parameters als de al dan niet oorspronkelijke detaillering en de routes binnen het gebouw, kunnen uitspraken over het gebruik van het gebouw gedaan worden. Een van de afwijkingen betreft drie niet ingetekende, kleine betonnen bordestrappen. Deze omissie is van belang omdat het materiaal hier iets zegt over de hiërarchie van de entree. De bordessen van de representatieve ontsluitingen, in een duurder materiaal zijn wel ingetekend. Meer raadselachtig zijn het meest rechtse raam van de achtergevel van de dwarsvleugel, dat veel breder is getekend dan het in werkelijkheid is en de ontbrekende ronde vensters op de verdieping boven de vestibule.
Vermoedelijk betreft het tekenfouten.24 De niet weergegeven deuren van de grote zaal naar een secundair trappenhuis en de glasdeuren tussen de eerste en de tweede eetzaal lijken verbouwingen te betreffen. Op de verdieping boven de vestibule is een deur naar de zijkamer ingetekend die er niet (meer) is. Dit geldt ook voor de ontsluiting van de technische ruimtes vanuit de hal. De kelders en trappen onder het podium, met onder andere een niet bereikbare ruimte, zijn evenzeer onduidelijk of onjuist ingetekend. De afwijkingen zijn te omvangrijk en bouwhistorisch te interessant om te veronachtzamen. In onderstaande hoofdstukken wordt nader ingegaan op de relatie tussen gebouw, functie en tekening.
23
De Winter, 116. De tekeningen zijn niet consequent. Deuren zijn soms met een lijntje, soms met een kwartrond aangegeven. 24
12
Afb. 9 De Gooi en Eemlander 18-2-1948. De grond behoorde toe aan Pichot en Tetrode. Onduidelijk is het of onteigend is of dat er betaald is voor het kavel. Top 1, 108.
13
2
Historisch-stedenbouwkundige context
2.1
De geschiedenis in kaarten
De stedenbouwkundige context van het gebouw wordt bepaald door de omgeving, meer specifiek door de latere verdichting in de directe omgeving en de daarmee samenhangende aanleg van het vliegveld. De hoofdstructuur was al gelegd in 1652 met de uitgiften van de kavels van 100 x 50 roede (376 x 188 m) aan de Nieuwe Amersfoortsche Straatwegh (Amersfoortseweg, de route van De Bilt naar Amersfoort). Deze kavels, in feite heideontginningen werden deels bebost, deels agrarisch in gebruik genomen, voornamelijk akkerbouw.25 Ten behoeve van landgoederen waarop huizen verrezen (Beukbergen, Sterrenberg) werden kavels van een dubbele diepte uitgegeven.
Afb. 10 Bernard de Roij 1669, Van Groningen 222.
Het eerste vliegveld De onderlegger van de 17de eeuwse ontginningen is het uitgangspunt voor de latere ontwikkelingen van Soesterberg, die rond 1910 met de aanleg van een (burger)vliegkamp in een stroomversnelling zouden raken. De route vanaf de Amersfoortseweg (de latere N237) naar het Vliegkamp ging vanzelfsprekend de Kampweg heten (1913). Deze Kampweg, pas later ook ten zuiden van de Amersfoortseweg doorgetrokken, volgde de haakse verkavelingsstructuur van 1652, net als de overige later aangelegde dwarsverbindingen, de oude perceelscheidingen die op 3 roede (11 meter) waren uitgemeten. 25
Soesterberg is gelegen op de zandgronden van de Utrechtse Heuvelrug, waar de natuurlijke vegetatie bestond uit heide en bossen. De heideontginningen en ook de latere ontwikkelingen hebben de heide ver teruggedrongen. Het bos is overheersend.
14
Binnen deze dwarsverbindingen in de dorpskern is de Kampweg als doorgaande route de belangrijkste geworden. De ontwikkeling van de lintbebouwing zou aldus in eerste instantie vanuit de Amersfoortseweg verdichten en in tweede instantie langs de Kampweg, de even zijde. De aanleg van een tramspoor over de Amersfoortseweg zou de groei van het dorp – voornamelijk tussen Amersfoortseweg en Kampweg - verder faciliteren.
Afb. 11 1890, kaartbeeld Watwaswaar.
Afbeelding 11 geeft de situatie weer van voor 1890. In rood de Amersfoortsche straatweg en in geel de verkaveling van 1652. De Kampweg (oranje) is nog niet de Kampweg, maar een aftakking van de latere N237 naar het station Soest (spoor). Het zuidelijke deel is een secundaire ontsluitingsweg (gestippeld). De sporadische bebouwing is overwegend agrarisch (witte vlakken) en de heide neemt veel meer ruimte in dan tegenwoordig. Op een van de agrarische percelen ten zuiden van de Amersfoortseweg, langs de onverharde (gestippelde) Kampweg zou het Wehrmachtheim worden opgericht. Het profiel is symmetrisch, leeg.
15
Afb. 12, 13 De situatie van voor 1910 en voor 1917. Op het kaartbeeld van 1910 is te zien hoe de weg ‘naar Het Kamp’ (met de knik) aan belang wint. Het lint strekt zich nauwelijks uit voorbij de Kampweg. In 1917 is het vliegkamp ingetekend, zonder landingsbanen. Over de Amersfoortseweg loopt een stoomtram (al voor 1926 geëlektrificeerd). Kaartbeeld Watwaswaar.
Duitse uitbreidingen Het bestaande vliegkamp zou door de Duitsers spectaculair worden uitgebreid. De meeste nieuwe bebouwing zou binnen de contouren van het bestaande vliegkamp worden opgericht, de niet bebouwde of beboste zandgronden. Daarnaast werden in de directe omgeving bestaande gebouwen overgenomen ten behoeve van ondersteunende functies. Het Wehrmachtheim daarentegen werd ontwikkeld op een locatie aan de zuidelijke periferie van de dorpskern. De keuze voor dit terrein is opmerkelijk omdat vanuit de bereikbaarheid een locatie aan de kruising met de Amersfoortseweg (meer naar het noorden en op een steenworp afstand van de basis) meer voor de hand had gelegen.
16
Afb. 14 In 1932 is het vliegveld uitgebreid en is te zien hoe een smalspoor van vliegkamp naar genietroepen loopt, over de bestaande tramverbinding: dorp en basis raken vervlecht. De lintbebouwing breidt uit richting kamp, langs de structuren van 1652. Haaks op de Kampweg komt een dwarsstraat naar een school. Aan de overkant van de school ligt het voetbalveld. De bebouwing even zijde rukt op en het profiel wordt symmetrisch. De Kampweg is nog half verhard met grind. De bestrating is van 1941 en hangt samen met de bouw van het Wehrmachtheim.26 Kaartbeeld Watwaswaar.
Afb. 15 Voor 1944. Curieus is het dat het voetbalveld en de vliegheide zijn ingetekend, maar niet het Wehrmachtheim of de landingsbaan: wel militaire bouwwerken, waaronder de commandotoren, maar niet een civiel geacht bouwwerk. Kaartbeeld Watwaswaar.
26
Top 1, 10-12-1941, 111.
17
Afb. 16 De foto van de geallieerden in de nadagen van de oorlog laat een ander beeld zien, de halve rotonde en het heim duidelijk zichtbaar. Ook het voetbalveld en de relatie tussen bosgrond en akkerbouw, met het Wehrmachtheim op de overgang van open naar dicht bebost komt goed uit. De kamvormige structuur wordt ter plaatse door een bomenrij geaccentueerd. Kaartbeeld www.parkvliegbasissoesterberg.nl
Afb. 17, 18 Kaartbeeld van 1953, respectievelijk 1962. De eerste kaart met het Wehrmachtheim en de halve rotonde ingetekend is uit 1953. Ook de noodbarak voorafgaand aan de nieuw te bouwen additionele vleugel is waarneembaar. Rondom het voetbalveld is een windsingel duidelijk zichtbaar. De tram is verdwenen. Rechts (1962) is te zien hoe snel de ontwikkelingen zich voltrekken. De wederopbouw kent een multiplier effect. Een compleet nieuwe woonwijk is gebouwd (in het derde kwadrant): strokenbouw, maar wel binnen de structuur van 1652. De nieuwe vleugel is ingetekend, het noodgebouw nog aanwezig. Open gronden, heide en akkerbouw staan onder druk. Kaartbeeld Watwaswaar.
18
Afb. 19 Situatie 1973. De reeds langere tijd aanwezige dwarsverbinding binnen de kamvormige structuur wordt de bebouwingsgrens tussen dorp en bedrijventerrein. De Amersfoortseweg krijgt een lus. De bebouwing ten zuiden van het Wehrmachtheim is institutioneel van karakter. Kaartbeeld Watwaswaar.
Afb. 20, 21 Situatie 1982 respectievelijk 1989. De bebouwing, strokenbouw en een bloemkoolwijkje, rukt op aan de oostkant van de Kampweg, langs de nieuwe infrastructuur. De verkaveling van 1652 is niet meer leidend. Rechts is de uitbreiding van de Amerikaanse wijk compleet. Het nieuwe legeringsgebouw is ingetekend. Ook na de oorlog hebben de Amerikanen de Duitsers in de tang. De windsingels rukken op. De verdichting in bebouwing en hoog opgaand groen is maximaal. Het profiel van de Zuidelijke Kampweg is mee veranderd. NB: het noodgebouw staat nog steeds ingetekend. Kaartbeeld Watwaswaar.
19
2.2
Huidige situatie
Ondanks de stevige verdichting in groen en in bebouwing is opvallend genoeg het Wehrmachtheim aan de zijde van de Kampweg redelijk geïsoleerd. Wel worden de zichtlijnen op het gebouw doorbroken door de naoorlogse tuinaanleg. Deze tuinaanleg heeft onmiskenbaar kwaliteiten en sluit aan op de aanleg van private tuinen in de directe omgeving. De historische structuur van 1652 is echter mede vanwege deze aanleg, die niet uitgaat van lineaire begrenzingen, maar van vloeiende overgangen niet of nauwelijks meer herkenbaar. Ook de uitgangspositie van de aanleg van het Wehrmachtheim is als zodanig ingrijpend gewijzigd. De heldere oriëntatie van een kopgevel en een teruggerooide lange, lagere zijvleugel op de weg komt niet meer goed tot uiting. Het representatieve van de kopgevel en de structuur van de nokrichting van de lage aanbouwen parallel aan de weg zijn verworden tot onzichtbare stedenbouwkundige, landschappelijke kwaliteiten. De relatie tussen het gebouw uit 1941 en de ontginningsstructuur van 1652 is met de naoorlogse tuinaanleg doorbroken. Ook de halfronde oprijlaan voor het gebouw is achter het nieuwe groen uit het zicht verdwenen. De situering van de nieuwe vleugel houdt wel rekening met de lineaire structuur en zelfs de nieuwbouw van 1981 is met een situering aan de lange zijde van het sportveld gerelateerd aan de oude verkavelingsstructuur.
De open ruimte aan de achterzijde van de (oude) zijvleugel is na de sloop van het noodgebouw als structuur beter beleefbaar geworden. De Amerikaanse woonwijk aan de achterzijde staat rug aan rug met het Wehrmachtheim. Hier is geen poging gedaan aan te knopen bij het bestaande. De openheid binnen het terrein en de overgang van open naar bebost gebied zijn ondanks de wildgroei en ondergroei nog sterk aanwezig. Dit zijn (cultuurhistorische) kwaliteiten binnen de landschappelijke situering van het gebouw.
20
Afb. 22 In rood de hoofstructuur van 1652. Het voetbalveld is nog tamelijk open, waar het groen rond de hoofdbebouwing verdicht is geraakt. Ten westen van het Wehrmachtheim is de structuur verwaterd (Amerikaanse wijk).
21
3
Het gebouw en de tuin, beschrijving 1 legeringsgebouw 1981 2 nieuwe vleugel 1953 3 hoofdvolume 1941 4 dwarsvleugel 1941 Kampweg
Legenda
h
Hoofdingang Objectgrens Gebouwen Omheining
Ondergrondse gebouwen
1 8
RS1
2 3 1
1B
h
Topografie
³ ²
4
h
0
10
20
30
40
50m.
32C23 Officierscasino Schaal: Datum: okt 22, 2012
(A3)
Dienst Vastgoed Defensie : Directie West Hoewel aan de totstandkoming van deze vastgoedgegevens de uiterste zorg is besteed, aanvaardt het Ministerie van Defensie geen enkele aansprakelijkheid voor eventuele fouten, onduidelijkheden of onvolkomenheden, noch voor de gevolgen hiervan. Aan deze gegevens kunnen geen rechten worden ontleend. © Ministerie van Defensie
Afb. 23 Situatieschets, luchtfoto en schematische weergave van het hoofdvolume, (oorspronkelijke) zij- of dwarsvleugel en de nieuwe vleugel (onder v.l.n.r.).
22
3.1
Architectuur hoofdgebouw
Zoals opgemerkt in Hoofdstuk 1 is het gebouw in grote trekken onveranderd gebleven. Voor zover van belang voor een beter begrip van het gebouw worden de naoorlogse ingrepen vermeld en beschreven. Met uitzondering van de nieuwe vleugel als geheel zijn echter alle naoorlogse ingrepen van ondergeschikt belang en zelfs verstorend ten opzichte van de uitgangspositie. Overigens zijn veel ingrepen van de jaren ’70-’80, hetgeen er op duidt dat of de Duitse voorzieningen nog lang in gebruik zijn geweest of dat keukens en sanitair vaker zijn gemoderniseerd. 3.1.1. Exterieur Het oorspronkelijke gebouw is opgetrokken op een L-vormige plattegrond, waarbij de zijvleugel fors is teruggezet ten opzichte van de representatieve voorgevel, de kopse kant van het lange been van de L-vorm (desgewenst kan ook gesproken worden van een asymmetrische T). De afmetingen van het hoofdvolume zijn 17x67x14 meter (nokhoogte), die van de zijvleugel bijna 17x46x9 meter.27 De aangebouwde vleugel uit 1953 staat eveneens haaks op het hogere hoofdvolume, maar aan de andere lange gevel aan de achterkant. Deze in stijl aangebouwde vleugel is koud tegen het hoofdgebouw aangezet en is niet binnendoor verbonden. De aanbouw zal separaat worden besproken.
Hoofvolume Het hoofdvolume is vanwege de theaterfunctie hoog opgetrokken, een blokvorm onder een flauw hellend, overkragend, met Romaanse pannen gedekt schilddak, waarbij het voorste gedeelte onderkelderd is en deels van een verdieping voorzien, overigens ook van monumentale hoogte. De gemetselde gevels worden ingekaderd door een omlopende plint en lijst en overigens gekenmerkt door een heldere vlakverdeling, waarbij de functies aan de buitenzijde afleesbaar blijven.
Afb. 24, 25 Hoofdentree. 27
De Winter, 114.
23
Afb. 26, 27 Rond kiepraam van de garderobe en hoog venster van de zaal op de verdieping.
Voorgevel De dubbele hoofdontsluiting in de symmetrische voorgevel wordt bereikt via een lage, hardstenen bordestrap. Het tweetal dubbele glasdeuren is functioneel gericht op grote stromen in- en uitgaand bezoek. De vlakverdeling is 3x4-ruits staand. Op de verdieping zijn vijf getoogde hoge vensters met een hoofdindeling in drieën, elk vak voorzien van vier staande ruiten. De deur- en vensteromlijstingen zijn in plat, uitgemetseld natuursteen uitgevoerd, terwijl de lintel boven de deur ojief geprofileerd is. Het natuursteen van de onderdorpels is in een andere soort uitgevoerd. Het halfsteens metselwerk wordt gekenmerkt door een voor Nederland bijzondere, relatief dunne, donkere steen (mangaan). Er zijn geen stootvoegen en de lintvoeg is verdiept uitgestreken. Boven de entree is een rollaag, boven de vensters hanenkammen.
Afb. 28 Noordelijke zijgevel hoofdvolume.
24
Noordelijke zijgevel Dezelfde zorgvuldige detaillering en materialisering kenmerken ook de achteren zijgevels. De noordelijke zijgevel is vanwege de situering van de garderobe/vestibule in de vensteropeningen licht afwijkend ten opzichte van de zuidelijke zijgevel. De garderobe is afleesbaar aan de drie ronde natuurstenen vensters, voorzien van omlopend metselwerk. De indeling van de kiepramen is tienruits. Links van de garderobe zijn de drie hoge vensters van de vestibule, identiek gedetailleerd als de vensters van de voorgevel, maar hoger en breder. De indeling in twaalven komt overeen met die van de voordeuren. Ook de zeven vensters van de theaterzaal zijn overeenkomstig van vormgeving. Een achtste venster lijkt met de aanbouw uit de jaren ’50 te zijn dichtgezet. Genoemde aanbouw staat, zoals gezegd, koud op het hoofdvolume, maar de wijze van vochtbestrijding, de trapsgewijze strip loodslabben is gelijk aan die van de andere, oorspronkelijke dwarsvleugel. Achtergevel Aan de achtergevel zijn vijf vensters als beschreven aangebracht, maar hier in een kleinere variant, negenruits. Deze vensters verlichten de kleedkamers en de technische ruimtes van het theater. Opvallend zijn de beschadigingen aan de plint, waar rond de bevestigingsankers van de stenen platen stukken zijn afgespat (veroorzaakt door corrosie).
Afb. 29, 30 Zuidelijke zijgevel hoofdvolume.
Zuidelijke zijgevel De zuidelijke zijgevel is voorzien van acht hoge vensters van de theaterzaal, waarbij het uiterst rechtse venster naar beneden is doorgetrokken en de nooduitgang omvat. De vlakverdeling in het blanke hout van de deur is een afgeleide van de vensterindeling. De bordestrap is in beton uitgevoerd. Ter rechter zijde is een eenvoudige, getoogde (blinde) deur naar de technische ruimtes en de kleedkamers van de artiesten. Aan de andere kant van de zuidelijke zijgevel - links van de dwarsvleugel - zijn op de begane grond de vensters van de toiletgroepen, de indeling in tienen, net als de ronde vensters op de verdieping. Ook hier is een eenvoudige zijingang (naar de technische ruimtes van het projectiegedeelte in de kapverdieping). Het bovenlicht is gedetailleerd zoals de w.c.-ramen op de begane grond. De compositie en het ritme van dit geveldeel zijn niet symmetrisch, maar de plaatsing van de vier ramen en de deur onder is afgestemd op de ronde vensters boven (behorend bij de twee trappenhuizen en de zaal). 25
Zijvleugel De oorspronkelijke zijvleugel, eveneens onder een schilddak, is gedetailleerd als de hoofdvleugel, maar van een duidelijk eigen karakter, minder monumentaal, meer landelijk. Dat heeft allereerst te maken met de bouwhoogte, slechts één (onderkelderde) bouwlaag, maar ook met de vormgeving. Voorgevel De voorzijde aan de straatkant wordt gekenmerkt door een reeks van tien vensters, vergelijkbaar met de vensters van het hoofdvolume, maar minder zwaar aangezet en voorzien van luiken, die het landelijk voorkomen accentueren.
Afb. 31 Achtergevel oorspronkelijke dwarsvleugel.
Het zijn - ook al doen de jaloezieën/persiennes in opengeklapte toestand anders vermoeden - dubbele luiken, die de vleugel geheel kunnen verduisteren. De onderdorpels zijn hier niet in een (afwijkende) natuursteen uitgevoerd, maar in lekdorpeltegels met waterhol. De hoofdontsluiting is in de eerste travee van rechts, een lage natuurstenen bordestrap met in de omlijsting boven de ongelakte deur een sluitsteen. Het metselwerk, de plint en de lijst zijn omlopend.
Afb. 32, 33. 34 Venster geopend en gesloten, lekdorpeltegels met waterhol.
26
Achtergevel Eenzelfde sluitsteen bevindt zich in de ontsluiting aan de achterzijde (naar het trappenhuis), maar hier is de bordestrap in beton. De andere entree tot de achtergevel, eveneens voorzien van een betonbordes, ontbeert een sluitsteen en is daardoor herkenbaar als zijnde van secundair belang (keukendeur). De kolenkelders en een schuilkelder in de oksel van het gebouw worden ontsloten onder het maaiveldniveau. De negen vensters van de achtergevel zijn identiek aan de vensters van de voorgevel.
Afb. 35, 36 Hoofdingang dwarsvleugel met bordestrap en sluitsteen; kopse kant dwarsvleugel.
Kopse kant Ook aan de kopse kant zijn de ontsluitingen van de schuilkelder opgenomen in het maaiveld. En ook hier zijn de vier vensters identiek aan die van de voorgevel. Kap Aan de achterzijde zijn in de kap in de vensterassen dakkapellen opgenomen, onder flauw hellende lessenaarsdaken, met een vensterindeling in tienen. Ook hier is de kap gedekt met romaanse pannen. De twee zware, gemetselde schoorstenen geven aan dat ook van oorsprong de keuken hier was gesitueerd. De overige doorbrekingen van de dakvlakken van het hoofdgebouw en de zijvleugel zijn, behoudens de kleinere, gemetselde schoorstenen van het hoofdgebouw, van later datum en beeldverstorend. Alle goten en hemelwaterafvoeren zijn vervangen.
27
3.1.2. Interieur hoofdgebouw Het interieur wordt gekarakteriseerd door een even heldere structuur als de buitengevels. Ook in de interieurbeschrijving wordt, vanwege de duidelijk afgebakende functies, gekozen voor een bouwdeelgewijze behandeling. Daarbij wordt de belangrijkste bouwlaag als eerste behandeld in plaats van onder naar boven. Begane grond hoofdvolume
Afb. 36 Begane grond hoofdvolume. Legenda Hst. 7.
De indeling van de vestibule, in de plattegrond een volmaakt vierkant, in drie axiale beuken verdeeld, is in opzet licht gewijzigd maar nog wel herkenbaar. De scheidingsmuur tussen de linker en de middenbeuk is deels uitgebroken. Via twee paar tweezijdig openslaande glasdeuren van een kleine voorhal (01) wordt de eigenlijke vestibule (02) bereikt, die met de voorhal de gehele middenbeuk inneemt. De vloer is met travertin platen belegd in een frame van rood marmeren stroken. Ook de plinten zijn in rood marmer. Een vergelijkbaar materiaal is gezocht voor de nieuwe vloer van de gewijzigde garderobe (04). De aansluiting is echter niet erg geslaagd.
Afb. 37, 38 Overgang in het marmer tussen hal en garderobe; trap naar de technische ruimtes.
28
Garderobe In de garderobe zijn een berging en de entree naar de portiersloge (03). In de rechter beuk zijn de toiletgroepen (ingrijpend gewijzigd, hoewel de deuren oorspronkelijk zijn) en de ontsluiting van het monumentale trappenhuis naar de zaal op de verdieping. Ook is hier het van buiten toegankelijke trappenhuis naar de technische ruimtes op de verdieping. De overgang van de vestibule (02) naar trappenhuis, waarbij hetzelfde rode marmer is gebruikt, is wel geslaagd. De bordestrap met rechte vluchten wordt verlicht door een getoogd en een rond venster. De staafleuningen op de zwart natuurstenen afdekplaten zijn niet uit de bouwtijd. De dichte balustrades zijn gepleisterd.
Afb. 39, 40 Hal en garderobe; hal en trappenhuis.
Empfangshalle Vanuit de hal wordt de Empfangshalle (10) bereikt, via twee paar gekoppelde, dubbele glasdeuren waarvan de indeling ook weer vijftienruits is. Deze hal, ook te kenschetsen als antichambre, is van monumentale afmetingen.28 De proporties van deze rechthoekige ruimte zijn weloverwogen en de geleding en de detaillering zijn uitermate precies op elkaar afgestemd. Alle wanden zijn symmetrisch en er is duidelijk sprake van een as/zichtlijn. De lambrisering – tot aan de onderdorpels van de vensters - loopt rondom en is in dezelfde kleur gesausd als de plafondlijsten, maar verder kleuronderzoek zal moeten uitwijzen wat de eerste afwerklaag was. Dit geldt overigens voor alle interieurafwerklagen.
28
De Winter, 114. De door De Winter aangehaalde oorlogscorrespondent die de opening beschrijft noemt deze hal de Vorhalle, 113.
29
Afb. 41, 42, 43, 44 Kroonluchter, deuren, vloerafwerking en deurknop van een glasdeur in de Empfangshalle.
De hoofdwand naar de theaterzaal (30) is in vijven geleed, een hoog centraal spaarveld geflankeerd door twee kleinere spaarvelden, die tot aan de dubbele deuren lopen (in totaal dus vier paar). De indeling in vijven of in drieën of in zevenen loopt als een rode draad door deze ruimte heen. Ook de indeling van het cassettenplafond is daarop afgestemd, hetgeen uiteraard ook geldt voor de plaatsing van de drie hoge vensters aan de buitengevel en de twee paar dubbele deuren naar de zijvleugel. Ook de marmeren vloerplaten, met een bijzondere, blauw-rood geaderde marmersoort aan de randen, zijn exact uitgelijnd. De ijzeren kroonluchters zijn te zien op een van de weinige interieurfoto’s uit de oorlog en stammen uit de bouwtijd.
30
Afb. 45 Theaterzaal met op de achtergrond het toneel.
Theaterzaal Dezelfde regelmatige vlakverdeling kenmerkt ook de grote theaterzaal, die nog hoger opgetrokken is dan de antichambre. De vensters aan de lange zijden verspringen ten opzichte van elkaar in het eerste en het laatste venster als gevolg van de aangebouwde zijvleugels, maar dit valt binnen de symmetrische vlakverdeling nauwelijks op. Het plafond heeft een dubbele omlijsting waarbij de techniek in de binnenring verwerkt is.
Afb. 46, 47 Ventilatierooster met theaterlicht; podium.
31
Onder deze omlijsting hangen de oorspronkelijke, ophijsbare kroonluchters. Deze zijn in hoofdvorm vergelijkbaar met de lampen in de antichambre, maar meer elegant en in messing of goudverf uitgevoerd. Het parket volgt een regelmatige indeling van vierkanten, maar het is niet zeker dat dit de eerste parketvloer is.29 De in de lambriseringen opgenomen deuren naar de oorspronkelijke zijvleugel vormen een toegang tot een trappenhuis. Deze constellatie dateert niet uit de bouwtijd.30 De ventilatieroosters van alternerende rondstaven in de lambrisering, met daaronder de vloerverlichting zijn daarentegen wel accenten uit de bouwtijd. Het verhoogde podium (32) is (half) onderkelderd met ruimte voor souffleurs en een orkestbak. Achter het podium zijn technische en verkleedruimtes, op het podium een regiekamer (34).
Afb. 48 Regie.
Verdieping hoofdvolume
Afb. 49 Verdieping hoofdvolume. Legenda Hst. 7.
29
De Bruynzeelverkopen bleven niet beperkt tot het inrichten van barakken. In de archiefstukken zijn leveranties terug te vinden van duizenden vierkante meters aan parketvloeren voor onder meer het Soldatenheim en Huis ter Heide in Soesterberg , beiden in beheer bij de Weermacht. https://zaanstreek4045.wordpress.com/ 30 Van de naoorlogse verbouwingen zijn geen tekeningen of dateringen gevonden. Afgaande ste op de deurklinken is een datering eind 20 eeuw aannemelijk (20d).
32
De verdieping bevindt zich boven de vestibule en de antichambre, waarbij de verdieping boven de vestibule zeer hoog en representatief is. De verdieping boven de (hoge) antichambre is veel lager, zonder daglichttoetreding en bedoeld voor diensten en installaties. Opmerkelijk aan de verdieping boven de antichambre zijn de plaatstalen brandwerende deuren en de luikjes met zicht op de grote zaal (theatertechniek: projectoropstelling; 59-61).
Afb. 50 Projectoropening.
Boven de vestibule is een hal (57), te bereiken via het hoofdtrappenhuis, die toegang geeft tot een zaal (65), ook weer van monumentale proporties, over de volle breedte van de voorgevel. Twee kleinere ruimtes (56, 57A) aan de noordgevel worden vanuit de hal ontsloten. Een tweede, tamelijk donker trappenhuis (65) dat te bereiken is via de zaal, leidt naar de technische ruimtes boven de antichambre en naar beneden naar de personeelsingang. Dit trappenhuis is ingrijpend gewijzigd.31 Ook van de twee kleinere kamers en een derde (ingetekende) trap (43) is het niet duidelijk in hoeverre deze uit de bouwtijd stammen. De hoofdindeling in drieën met de zaal over de breedte, is wel oorspronkelijk. In detaillering geldt dat ook voor de (glas)deuren en de natuurstenen vloer op deze bouwlaag. De vloer van de zaal en ook andere afwerkingen dienen nader onderzocht te worden. In de grote zaal vallen de sleuven in de zeer diepe dagkanten op. Het is duidelijk dat het om betonnen muren gaat, waarbinnen beschermende platen geplaatst kunnen worden. Het hang- en sluitwerk van de ramen is uit de bouwtijd, net als het gele glas.
31
Zie de opmerking in de vorige noot.
33
Kelder hoofdvolume
Afb. 51 Kelder hoofdvolume. Legenda Hst. 7.
De kelders onder het theater zijn gecompartimenteerd. Onder de voorhal/vestibule (02-07A) correspondeert de indeling in drieën ongeveer met de indeling op de begane grond. Opvallend is het doorzetten van de luxe afwerking van de trap (01) naar beneden, hetgeen duidt op daar aanwezige verblijfsruimtes. Het daglicht komt binnen via koekoeks. Onder de antichambre zijn twee langwerpige zalen (08, 09), alleen te bereiken via de kelder van de zijvleugel. Onder de zaal is geen kelder, wel onder het podium. De ruimtes ten behoeve voor het theater zijn constructief minder zwaar aangezet dan de meer naar achter liggende kelders 34-38). De oorspronkelijke functie van de kelders onder het theater is niet bekend. Zijvleugel
Afb. 52, 53, 54 Begane grond, kelder en kap van de oorspronkelijke dwarsvleugel. Legenda Hst. 7.
34
Begane grond De zijvleugel is vanuit de antichambre te bereiken via vergelijkbare glasdeuren als die naar de entreehal. De structuur is ook hier helder vanuit de functie: een centrale gang (11) met links de keukens en diensten (w.c., trappenhuis 19) en rechts de eetzalen (27-29). Aan het einde van de gang is over de volle breedte een feestzaal of aparte zaal (23) gesitueerd, die ook vanaf de buitenzijde ontsloten was. Of deze zaal oorspronkelijk open was ten opzichte van de eetzalen, is niet duidelijk. Het parket is visgraat (in 23, 27 en 28) dan wel in afgebiesde blokken (29) gelegd en dateert vermoedelijk niet uit de bouwtijd. De eetzalen zijn gecompartimenteerd: de eerste, grote alleen door een gemetselde rondboog, de tweede door gesloten wanden (waarvan de wand naar 29 voorzien is van vermoedelijk naoorlogse glasdeuren) en de derde door een vouwwand. De middelste zaal heeft een enkele deur, de andere dubbele openslaande (glas)deuren, hetgeen duidt op intensiever gebruik.
Afb. 55, 56, 57, 58 Eetzaal 27 met visgraat parket, schuifwand en stucplafond; lambrisering eetzaal 29.
35
Afb. 59 Stuc reliëf of boetseerverf, paradijsvogels op boomtakken.
Het meest opvallende element van de afwerking zijn de reliëfs van paradijsvogels op boomstronken (in de jaren ’80 voor een klein deel in goud opgehoogd). Voorts vallen de eenvoudige lambrisering op en de parketvloeren met vlakverdeling. De gestucte plafonds zijn deels weggewerkt onder een imitatie cassettenplafond. De gemetselde segmentbogen tussen de ruimtes verlenen deze ruimtes een intiem karakter en refereren aan het landelijke aanzien van deze vleugel in contrast met het monumentale theater. De keukens zijn geheel gemoderniseerd. Niettemin zijn de gemetselde bogen waarneembaar. Behalve de keukens is in deze beuk een hal met trappenhuis (19) opgenomen, naar de kelder en naar boven. De houten balustrade is uit de bouwtijd. De gang is voorzien van lambriseringen en een natuurstenen vloer met biesjes.
36
Afb. 60, 61, 62, 63 Keuken met gemetselde boog; trap naar de kap; oorspronkelijk hang- en sluitwerk is sporadisch bewaard, klink en spanjolet.
37
Afb. 64, 65, 66, 67 Trap naar de kelder onder de vestibule, trap naar de kelder onder de dwarsvleugel; keldervloer van de dwarsvleugel; gepantserde deur van de kelder onder de kop van de dwarsvleugel.
Kelder De kelder van de zijvleugel is op dezelfde wijze ingedeeld als de begane grond, een centrale gang (29, 30) met aan weerszijden ruimtes, in langsrichting onder de eetzalen en in dwarsrichting onder de keukens. Opvallend zijn de rode en gele – dezelfde kleurstelling als boven, maar uitgevoerd in eenvoudiger materiaal - plavuizen in de gang en in het trappenhuis. In de rechterbeuk, onder de eetzalen, liggen houten vloeren (kegelvloer of Bierstube, verblijfsruimtes). 38
Onder de keukens zijn technische ruimtes, kolenkelder (voor de bovenliggende keukens), een wijnopslag, koeling en andere opslagruimtes. Aan de kopse kant is een schuilkelder met plaatstalen deuren en vluchtroutes via de koekoeks (21-23).
Afb. 68 Wijnopslag, in april 1945 gevuld met explosieven.
Kap De kap is in het interieur gewijzigd, maar de hoofdindeling van een gang met aan één zijde kamers – met dakkapellen – is intact gebleven. 3.1.3. Constructie Vanuit constructief oogpunt verdient het gebruik van beton aandacht. Zowel in de uitzonderlijk zware buitenmuren, als in de plafonds en de muren van schuil- en andere kelders is het beton meer dan alleen als goedkoop en snel bouwmateriaal toegepast. Er is enige onduidelijkheid over de kelders: alleen bedoeld als schuilkelders of ook bedoeld voor een andere functie. Dat schuilkelders worden mee-ontworpen en dat een Tiefbauarchitekt daarbij betrokken is, is niet heel vreemd voor een militair gebouw. Maar gelet op de nadruk die tot op heden gelegd wordt op de civiele functie, de ligging op behoorlijke afstand van de basis, in de nabijheid van het dorpslint en de architectonische vormgeving (routing en plattegrond) kan vermoed worden dat de functie meer gecompliceerd was. Het is daarbij zeker niet vanzelfsprekend dat ook de bovengrondse muren zo zwaar geproportioneerd zijn. Op basis van het gebouw zelf, plattegrond en constructie kan voorzichtig gesteld worden dat bij de bouw in 1941 het Wehrmachtheim een militaire betekenis had, die uitsteeg boven de vermaaksfunctie van de troepen.
Daar de tekeningen vernietigd zijn en de meeste installaties verwijderd zijn is het echter onmogelijk op basis van de muurdikte uitspraken te doen over het exacte gebruik van de ruimtes. De kappen zijn overigens – meer in de lijn der verwachting – in hout uitgevoerd. De scheidingsmuren tussen de ruimtes zijn in veel gevallen constructief, maar ook niet meer dan dat.
39
Afb. 69 Dikke betonnen muren in de garderobe.
Afb. 70, 71 Beschadigingen in de stenen plint en de vensteromlijstingen.
3.2 Architectuur nieuwe vleugel 3.2.1 Exterieur De nieuwe vleugel uit 1953 voegt zich in vormgeving geheel naar de oudbouw, in geleding en in detaillering van plint tot pan, en lijkt een kopie van de vleugel aan de zuidkant. Toch zijn er opvallende verschillen. Allereerst de afmetingen: deze nieuwe vleugel is minder diep en minder lang. Ten tweede is het gebouw niet onderkelderd. En dan is er het metselwerk, in een licht afwijkende handvorm steen, die het origineel benadert, maar duidelijk anders is. De stootvoegen zijn hier juist wel afgevoegd. Voorts zijn, in tegenstelling tot de oorspronkelijke vleugel, de ventilatiegleuven van de spouw zichtbaar. De voorgevel aan de straatzijde wordt gekenmerkt door eenzelfde vensterreeks als aan de oorspronkelijke zijvleugel. Deze vensters – het zijn er in dit geval slechts zes - zijn op dezelfde manier gedetailleerd. De ontsluiting is in de tweede travee van rechts.
40
Afb. 72, 73 Voor en achtergevel van de nieuwe vleugel.
Een tweede ontsluiting bevindt zich aan de kopse kant, tussen twee vensters. Aan de achterzijde zijn zeven vensters geplaatst en ook hier zijn dakkapellen, die hier echter als één lange plat gedekte doos vormgegeven zijn.
Afb. 74 Aansluiting op de oudbouw. Let op het afwijkend metselwerk en de spouw.
Hanenkammen, jaloezieën en raamindeling zijn afgestemd op de detaillering van de oude vleugel. De kopse kant is symmetrisch met een centrale ontsluiting – ook hier een glasdeur – te midden van twee vensters, net als elders. De achtergevel telt zeven vensterassen en geen deuren. Boven de linker vijf assen is een doorlopende dakkapel – model platte doos – met per vensterpartij vier negenruits ramen. De kap is net als de kappen van de oudbouw met Romaanse pannen gedekt. 3.2.2 Interieur Ook in het interieur volgt de nieuwe vleugel de oudbouw, echter, deze nieuwbouw is in functie eenduidiger en daardoor meer symmetrisch in aanleg. Een centrale gang ontsluit de (slaap)kamers, die samenvallen met de externe vensterverdeling. Zelfs de natte cel heeft een slaapkamerraam om de eenvormigheid niet te verstoren.
41
Vanuit de kopse kant betreedt men een hal, van de lange gang gescheiden door een glazen pui met dito deur. De entree aan de lange gevel geeft toegang tot de hal met het trappenhuis naar de verdieping. De trap is in zijn geheel op 1953 te dateren. In de kap zijn aan de achterzijde vijf volwaardige (slaap)kamers opgenomen, met aan de uiteinden van de gang de w.c. en de badcel.
Afb. 75 Ontwerptekening 1952, Dienst der Genie, Bureau Aanleg Beheer Onderhoud van vliegvelden (B.A.B.O.V.), afgetekend door de Luitenant-Kolonel-Ingenieur, Hoofd Arrondissement West, Leiden.
42
Afb. 76, 77 Trappenhuis en deurscharnier van de tochtdeur naar het trappenhuis in de nieuwe vleugel.
3.3 Legeringsgebouw Het legeringsgebouw uit 1981 - afkomstig uit de koker van de Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen - is de eigentijdse en vrijstaande vertaling van dezelfde bouwopgave als die van de nieuwe vleugel: slaapkamers aan weerszijden van de centrale corridor. In tegenstelling tot de nieuwe vleugel is ook in de kap – een afgeplat schilddak – een dubbele reeks kamers opgenomen. De plattegronden zijn sterk vergelijkbaar, de detaillering en materiaalkeuze daarentegen zijn kenmerkend voor de jaren ’80. Er is gekozen voor goedkope oplossingen: aluminium kozijnen en trespa als plaatmateriaal. De detaillering is navenant.
Afb. 78 Het legeringsgebouw uit 1981.
43
3.4
Tuinaanleg
3.4.1 Gelaagdheid De huidige tuinaanleg is de resultante van diverse, opeenvolgende historische lagen. Het meest rudimentair is de oude landschappelijke herkenbaarheid, slechts nog aanwezig in het contrast van open en dicht begroeid. De binnen het landschap uitgemeten verkavelingsgrenzen zijn nog zichtbaar aanwezig in de hoge boomaanplant langs de Kampweg. De terreininrichting van het Werhmachtheim en enige tijd eerder de aanleg van een voetbalveld respecteren deze grenzen min of meer. In de naoorlogse periode is gekozen voor een tuinaanleg die meer aansluit op de (particuliere) tuinen in de regio. 3.4.2. Uitgangssituatie Tot de aanleg van het voetbalveld, werd het terrein gekenmerkt door open weilanden en akkertjes, gecultiveerd agrarisch landschap binnen de belijning van de verkaveling van 1652 (foto onder). De uitgangssituatie is in de huidige hoofdstructuur nog zichtbaar aanwezig.
Afb. 79 De stippellijn geeft een smaldeling van de percelen weer. Het weilandje in de cirkel met hier nog een hoge boomaanplant aan de straatzijde is de locatie van het heim.
3.4.3. Interbellum - 1941 In de interbellumperiode werd het voetbalveld aangelegd, mogelijk in eerste instantie een sportveld voor de school aan de even kant van de Kampweg. De tuin- en erfinrichting van de Duitsers is eenvoudig en maakt gebruik van de bestaande hoofdstructuur. Het halfronde representatieve gazon met vlaggenmast is door de Duitsers aangelegd, met als enige aanplant enkele struiken en heesters. Rondom het bouwwerk was de ondergrond naar het zich laat aanzien, overwegend stenig of half verhard, mogelijk afgewisseld met grasveldjes. Het hoofdgebouw onderhield een relatie met het voorplantsoen en de vlaggenmast. Het voetbalveld en de weilanden vormden gezamenlijk een (historische) open ruimte. Het gebouw was veel meer een blikvanger vanaf de weg dan tegenwoordig en er was nauwelijks sprake van een tuinaanleg.
44
Afb. 80 Het voetbalveld wordt ingeklemd door windsingels. Het Wehrmachtheim is aan drie zijden open, terwijl aan de zuidzijde de bossige rand de erfgrens vormt.
Afb. 81 Terrein in 1941.
45
3.4.4. Naoorlogse periode Direct na de oorlog gebeurde er weinig. Het voetbalveld bleef in gebruik en ook het terrein rondom bleef ongewijzigd. Alleen op het open plein aan de achterzijde verrees het houten noodgebouw.
Afb. 82 Op deze luchtfoto, vlak na de oorlog is het noodgebouw al ingetekend en zijn de contouren van het voetbalveld nog helder aanwezig.
Afb. 83 Terrein in 1970.
In de volgende jaren veranderde het beeld. Begin jaren ’70 was de aanblik van de tuin sterk vergelijkbaar met de particuliere tuinen in de regio, meer landschappelijk met een afwisseling van open ruimtes, solitairen en gazons, veel rododendrons en andere heesters en struiken, maar ook naaldbomen.
46
De singelbeplanting tussen het nog in gebruik zijnde voetbalveld werd ‘verlandschappelijkt’ door diverse boomsoorten in een curve bij te planten. Struiken en heesters werden aangeplant in de gazons en tegen de gevels van het Wehrmachtheim, los of in stroken. De gebakken klinkers zijn mogelijk te dateren op de jaren ’60 of eerder, terwijl de betonklinkers en het asfalt dateert van de jaren ’70 of later.32
Afb. 84 Tuinaanleg rond 1970.
32
De inrichting van de tuin is mogelijk verzorgd door het Bureau Aanleg Beheer Onderhoud van vliegvelden (B.A.B.O.V.).
47
Afb. 84 Grote rododendrons tegen de dwarsvleugel en bomen tegen het hoofdvolume ontnemen het zicht op het gebouw. Let op de laagbouw in het groen.
Afb. 85 In de jaren ’70 is de naoorlogse tuinaanleg op zijn hoogtepunt, nog niet verwilderd, maar wel sterk verdicht in het groen. Opvallend is de nog steeds open zichtlijn op de hoofdingang van het casino.
48
Huidig beeld Het huidig beeld is ten opzichte van de jaren ’80 op een aantal punten gewijzigd. De noodgebouwen hebben plaats gemaakt voor het nieuwe legeringsgebouw, waardoor het contrast tussen dicht en open vertroebeld is geraakt. De eerder verdichte singelbeplanting tussen sportveld en Heim is opengebroken. De ondergroei is overal sterk toegenomen en een nieuw element in de vorm van een gecultiveerde vormgesnoeide beukenhaag is toegevoegd (voor de oude dwarsvleugel). De beukenhaag diende als achtergrond voor een nu verdwenen borstbeeld uit de latere naoorlogse periode. De rododendrons voor de dwarsvleugel zijn verdwenen, maar nog in ruime mate te vinden op de overgang van het terrein naar de bossige rand en op het halfronde plantsoen voor de hoofdingang. Met name dit halfronde plantsoen en het groen tussen de voormalige singelbeplanting en het Heim is dichtgeslibt.
Afb. 86 Terrein 2014.
49
Afb. 88 Recente luchtopname.
50
Afb. 87 De nieuwe beukenhaag met het borstbeeld.
3.5 Ondergrond archeologie Een quickscan Archeologie is opgesteld, gedateerd op, 18 augustus 2014. Geconcludeerd wordt dat het verwachtingspatroon laag is. Het rapport is als bijlage toegevoegd. Als toevoeging kan worden opgemerkt dat tot tweemaal toe luchtafweergeschut is opgesteld, deels ingegraven, op de vier hoeken van het naastgelegen voetbalveld plus twee stuks elders op het terrein.
51
4 4.1
Het gebouw als cultuurhistorisch type Inleiding
Bij de bespreking van de stijl en de functie van het complex dient een aantal vragen beantwoord te worden. Vooropgesteld, het gaat om een gebouw met een bepaalde functie in een karakteristieke vormgeving. De eerste vraag is of in vorm en functie vergelijkbare bouwwerken in Nederland dan wel in het buitenland bestaan. De tweede vraag is of deze architectuur stilistisch te duiden is zoals bijvoorbeeld gebeurt in de redengevende omschrijving van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE): ’Het casino is één van de weinige overblijfselen van neoclassicistische nazi-architectuur in Nederland.’33 De aspecten die achtereenvolgens aan bod komen zijn de typologie, waaronder, het gebruik (functie) en de architectuurstijl. 4.2
De typologie van het Wehrmachtheim
4.2.1 Benaming en functie Het Wehrmachtheim aan de Kampweg 1 wordt in de redengevende omschrijving van de RCE een ‘Soldatenheim’ of ‘officiersmess’ genoemd, maar ook een ‘clubgebouw’ of ‘casino’. Deze typologische karakterisering is innerlijk tegenstrijdig of in ieder geval niet eenduidig.34 Een scherpe afbakening van doeleinden en gebruik is op deze wijze niet goed mogelijk. Opvallend genoeg wordt de benaming ‘Wehrmachtheim’ niet vermeld.35 De verwarring is begrijpelijk, ook omdat de Duitse termen tijdens de oorlog naast elkaar voorkwamen. In Soesterberg was een oud en een nieuw Wehrmachtheim, maar ook een Offizier(s)heim en een horecagelegenheid op de basis. Welke functie bij welke naam hoort is niet zo een eenvoudige vraag als het op het eerste gezicht lijkt. Wat te denken van onderstaand citaat: Wehrmachtsheime waren Hotels, meist sogar mit Unterhaltungsprogramm (!!!). Nebenbei wurden sie von dem Unternehmer auch meist als "normales" Hotel geführt. Die Ausstattung war meist noch karger als zur damaligen Zeit üblich. Vergleichbar mit Jugendherbergen. Es gab aber in den okkupierten Gebieten auch Zimmer bis zur Suite für hohe Offiziere. […] Wehrmachtsheime befanden sich meist in der Nähe von Bahnhöfen oder neben Kasernen (ähnlich der Mannschaftsheime der BW).
33
RCE, monumentenregister. Ook andere, gerenommeerde auteurs als De Winter volgen klakkeloos deze lijn en zien de termen Soldatenheim, Kameradhaftsheim, Fliegerheim en Wehrmachtheim als inwisselbaar, in alle gevallen de vermaaksfunctie voorop. De beschrijving van de opening die De Winter nauwkeurig weergeeft contrasteert met deze monofunctionele opvatting. 35 De eenzijdige benaming officiersmess doet geen recht aan de complexe functies binnen het gebouw, maar dat officieren hier konden verpozen lijdt geen twijfel. 34
52
Auch in allen überfallenen Ländern wurden Wehrmachtsheime errichtet oder Gebäude (oft auch Varietés, Bordelle oder Kinos) konfisziert.36 In deze omschrijving is een Wehrmachtheim een hotel met een vermaaksfunctie, in eerste instantie voor de troepen op doortocht of voor troepen die op adempauze kwamen, in tweede instantie voor burgers. De (Duitse) auteur noemt opmerkelijk genoeg slechts twee voorbeelden en allebei in Nederland, Arnhem en Eindhoven. Ook het Wehrmachtheim van het Fliegerhorst Venlo fungeerde waarschijnlijk als retraite. Deze omschrijving is echter te ruim. Het is zeker correct dat de Wehrmachtheime in Nederland veelal in bestaande horecagelegenheden en theaters waren gevestigd, maar de hotelfunctie is slechts in beperkte gevallen aangetoond.37 Het Wehrmachtheim in Soesterberg had die functie in ieder geval niet, hoewel aan het einde van de oorlog het gebouw geschikt werd gemaakt voor zieken en gewonden, die terugkeerden van het oostfront. En daar ligt misschien een van de oorzaken van de verwarring: in de turbulente oorlogsjaren was het geen uitzondering dat bouwwerken voor andere doeleinden werden ingericht. Functie en naamgeving liepen binnen een zo kort tijdsbestek naadloos in elkaar over. Wat betreft de functie club’ of ‘casino’, zonder theater. Hiervan zijn talloze voorbeelden bekend, met name uit de Eerste Wereldoorlog.