Bijlage 1 Totaalplan met bijlagen
Tekst van het document
BIJLAGEN 1 | Documenten vooronderzoek 2 | Boorprofielen met legenda en verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk 3 | Analysecertificaten 4 | Toetsing analyseresultaten 5 | Achtergrondinformatie 6 | Kadastrale kaart en tekening
Verkennend en nader bodem- en verkennend asbest in grondonderzoek
1
INLEIDING
In opdracht van de heer A.L.T. Hilhorst te Soest is door PJ Milieu BV in augustus 2020 een verkennend en nader bodem- en verkennend asbest in grondonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Lange Brinkweg 87 te Soest. Aanleiding Aanleiding tot het uitvoeren van het onderzoek is de aanvraag van een omgevingsvergunning (slopen agrarische bebouwing en nieuwbouw woningen). Normering en verantwoording Voorafgaand aan het veld- en laboratoriumonderzoek is vooronderzoek uitgevoerd volgens de NEN 57251, aanleiding A2. Het aansluitend uitgevoerde verkennend bodem- en asbest in grondonderzoek is gebaseerd op de NEN 57403 en de NEN 57074. Het nader bodemonderzoek heeft als basis de NTA-57555. Voor het bepalen van de eventuele spoedeisendheid van sanering is gebruik gemaakt van de Circulaire Bodemsanering6. Doelstelling Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Het doel van het verkennend bodem- en asbest in grondonderzoek is het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit. Een nadere uitwerking van deze doelstelling is omschreven in paragraaf 2.3.
De doelstellingen van het nader onderzoek zijn als volgt: ▪ het bepalen van de aard, mate, oorzaak, omvang en ligging van de verontreiniging; ▪ het vaststellen van het tijdstip van ontstaan van de bodemverontreiniging; ▪ het bepalen of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging; ▪ vaststellen of de verontreiniging tot onaanvaardbare risico’s leidt. Indeling rapport In de rapportage worden de wijze van uitvoering en de resultaten van het verkennend en nader bodem- en verkennend asbest in grondonderzoek besproken. Op de volgende pagina’s geven wij de resultaten van het vooronderzoek en het veld- en laboratoriumonderzoek weer. Het rapport sluit af met conclusies en aanbevelingen.
1 2
3 4 5
6
NEN 5725, Bodem. Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, Delft 2017 De (verplicht) te onderzoeken aspecten worden in de NEN 5725 afhankelijk gesteld van de aanleiding van het onderzoek. Aanleiding A is als volgt geformuleerd: opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek NEN 5740+A1, Bodem. Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek, Delft 2016 NEN 5707+C2, Bodem. Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, Delft 2017 Nederlandse Technische Afspraak-5755: 2010. Bodem – Landbodem. Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek – Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging Staatscourant 27-06-2013, nr. 16675
20051801A | Lange Brinkweg 87 Soest
4
Verkennend en nader bodem- en verkennend asbest in grondonderzoek
Verantwoording Dit onderzoek is uitgevoerd met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen. Desondanks dient opgemerkt te worden dat een bodemonderzoek slechts bestaat uit een steekproef, waarbij een relatief gering aantal boringen / gaten en analyses uitgevoerd worden. Het kan niet geheel uitgesloten worden dat op de locatie een verontreiniging aanwezig is, die bij dit onderzoek niet aangetroffen is. Een onderzoek heeft over het algemeen een geldigheid van maximaal vijf jaar. De exacte geldigheidstermijn is afhankelijk van het gebruik van de locatie en het bevoegd gezag dat het onderzoek beoordeelt. Tenslotte wordt opgemerkt dat PJ Milieu BV geen financieel of zakelijk belang heeft bij de kwaliteit van de onderzochte locatie.
20051801A | Lange Brinkweg 87 Soest
5
Verkennend en nader bodem- en verkennend asbest in grondonderzoek
2
VOORONDERZOEK
2.1
Werkwijze
Het vooronderzoek heeft betrekking op de onderzoekslocatie en de omgeving. De volgende bronnen zijn geraadpleegd: ▪ het Kadaster; ▪ de opdrachtgever; ▪ de gemeente Soest; ▪ het Bodemloket en Topoptijdreis.nl; ▪ de Grondwaterkaart van Nederland, de Bodemkaart van Nederland en/of het DINOloket. Voorafgaand aan de uitvoering van het bodemonderzoek zijn de onderzoekslocatie en de omgeving geïnspecteerd. Voor de resultaten van het vooronderzoek wordt verwezen naar de luchtfoto op de voorpagina en de door de gemeente Soest verstrekte bodeminformatie onder bijlage 1. Onder bijlage 6 zijn opgenomen: ▪ een kadastrale kaart; ▪ een situatietekening. In paragraaf 2.2 wordt het één en ander verwoord en geïnterpreteerd weergegeven. Daarnaast wordt relevante aanvullende informatie verstrekt. 2.2
Resultaten vooronderzoek
2.2.1 Onderzoekslocatie Topografische en algemene gegevens Enkele (topografische) gegevens van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in tabel 2. Tabel 1
Topografische en algemene gegevens locatie
Algemeen Adres onderzoekslocatie
Lange Brinkweg 87 Soest
Gemeente
Soest
Kadastrale aanduiding
Gemeente Soest, sectie L, perceel 424, 426 en 508
Artikel 55
Ten aanzien van deze percelen zijn geen aantekeningen in het kader van het artikel 55 Wet bodembescherming opgenomen. Dit houdt in dat bij het Kadaster geen bodeminformatie geregistreerd is
Oppervlakte perceel
5.725 m²
Oppervlakte onderzoekslocatie
Circa 2.475 m² (alleen uitpandige terreindeel)
X-coördinaat
149.699
Y-coördinaat
465.774
20051801A | Lange Brinkweg 87 Soest
6
Verkennend en nader bodem- en verkennend asbest in grondonderzoek
Huidig gebruik De Lange Brinkweg 87 heeft een agrarische functie. De bebouwing bestaat uit een woning, werkplaats / berging (oude schaapskooi) en achterliggende schuren (varkensstallen). De schuren zijn deels voorzien van asbesthoudende dakbeplating. Alleen aan de noordwestzijde van het schurencomplex is sprake van een zorgeheten druplijn (asbesthoudend dak dat afwatert op onverhard maaiveld) over een lengte van circa 60 meter. Aan de overige zijde zijn goten danwel verharding aanwezig. Nabij de schuren is een kleinschalige wasplaats aangetroffen welke verhard is met beton. Het overig terrein is uitpandig grotendeels voorzien van een klinkerverharding. De locatie maakt een verzorgde indruk. In bijlage 6 is een situatietekening opgenomen. Historisch gebruik Er zijn geen relevante gegevens bekend met betrekking tot voormalige/historische bodembedreigende activiteiten. Te denken valt daarbij aan (ondergrondse) brandstoftanks, calamiteiten, ophogingen of dempingen. De bouw van de woning en de schaapskooi dateert van 1968. De bouw van de varkensschuren dateert van de jaren 1969, 1986, 1990, 1995 en 2012. Van de locatie zijn een tweetal bodemonderzoeksrapporten bekend. In tabel 2 zijn gegevens uit deze rapporten beknopt weergegeven. Tabel 2
Voorgaande bodemonderzoeken
Type onderzoek
Verkennend bodemonderzoek
Onderzoeksbureau
Milieu Techniek Eemland B.V.
Kenmerk rapport
950232
Aanleiding
Uitbreiding bedrijfsgebouw (noordhoek varkensschuren)
Resultaten bovengrond
Licht verhoogde gehalten PAK en minerale olie
Resultaten ondergrond
Geen verhoogde gehalten
Resultaten grondwater
Licht verhoogde gehalten chroom en tolueen
Conclusies
Geen belemmering voor uitbreiding bedrijfsgebouw
Type onderzoek
Partijbemonstering grond
Onderzoeksbureau
Grondvitaal BV
Datum rapport
26-07-2012
Kenmerk rapport
BSB1217
Aanleiding
Afvoer grond (800 m2 / 0,5 – 1,3 m-mv)
Resultaten gekeurde partij
Geen verhoogde gehalten / Altijd Toepasbaar
Toekomstig gebruik Men is voornemens ter plaatse van de onderzoekslocatie de bestaande agrarische bebouwing te slopen en nieuwbouw van woningen te realiseren.
20051801A | Lange Brinkweg 87 Soest
7
Verkennend en nader bodem- en verkennend asbest in grondonderzoek
Asbest Om vast te stellen of de bodem van de locatie op voorhand verdacht is op aanwezigheid van asbest, zijn de volgende acties uitgevoerd: • raadplegen asbestkansenkaart; • globale inspecteren van de locatie (maaiveld en gebouwen); • bestuderen luchtfoto’s; • verzamelen informatie over ophogingen, dempingen en/of stort afval of puin. Op basis van de aanwezigheid van een druplijn aan de noordzijde van de schuren wordt de locatie als verdacht ten aanzien van asbest beschouwd. Het overig terrein wordt vooralsnog beschouwd als onverdacht ten aanzien van asbest. 2.2.2 Omgeving Definiëring omgeving De omgeving wordt gedefinieerd als de onderzoekslocatie en de directe omgeving tot een afstand van maximaal 25 meter. Gebruik De onderzoekslocatie is gelegen aan de rand van de gemeente Soest. Ten oosten van de Lange Brinkweg wordt het gebied in hoofdzaak benut voor agrarische doeleinden. Aan de westzijde van de Lange Brinkweg bevindt zich woningbouw. Bodembedreigende activiteiten Van de directe omgeving zijn geen relevante gegevens bekend met betrekking tot (voormalige) bodembedreigende , welke aanleiding kunnen geven om bodemverontreiniging ter plaatse van de onderzoekslocatie te verwachten. Ook expliciete bronnen van PFAS (inclusief GenX) zijn niet bekend. Bodeminformatie Van de omgeving is bodeminformatie bekend (zie bijlage 1).
De resultaten van de uitgevoerde onderzoeken geven geen aanleiding om relevante bodemverontreiniging ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie te verwachten. Bodemopbouw en geohydrologie De locatie is opgenomen in rapport GWK-21 en gelegen op kaartblad 31 west. Regionaal bestaat de bodem tot circa 10 meter min maaiveld (m-mv) uit zand (met mogelijk een veenlaag). De regionale grondwaterstroming is noordoostelijk gericht. De onderzoekslocatie bevindt zich niet in een grondwaterbeschermingsgebied. 2.3
Hypothese en onderzoeksopzet
Op basis van de resultaten van het uitgevoerde vooronderzoek is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie verdacht is ten aanzien van verontreiniging met asbest ter plaatse van de drupzone. Ten aanzien van de overige parameters is de locatie onverdacht. Wel zal extra aandacht worden besteed aan de aanwezige kleinschalige wasplaats. Het verkennend bodemen asbest in grondonderzoek wordt uitgevoerd conform respectievelijk de NEN 5740 en de NEN 5707. Het algemene doel van de onderzoeken is het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het aantonen dat op de onderzoekslocatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater in gehalten boven respectievelijk de achtergrondwaarde en de streefwaarde.
20051801A | Lange Brinkweg 87 Soest
8
Verkennend en nader bodem- en verkennend asbest in grondonderzoek
Het doel van het verkennend asbest in grondonderzoek is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de Bodem. In de onderstaande tabel zijn de gehanteerde onderzoeksstrategie en de daarop gebaseerde veld- en laboratoriumwerkzaamheden schematisch weergegeven. Tabel 3
Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek
NEN 5740: Onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL) NEN 5707: Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, plaatselijke bodembelasting Veldonderzoek Aantal boringen en peilbuizen
Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters
Gaten tot ongeroerde grond
Boring tot
èn boring tot
èn boring met
Grond
Grondwater
0,5 m
grondwater
peilbuis
Asbest
Grond
2
9
3
1
1
3
1
Asbest in grond
Standaardpakket bodem7
Standaardpakket grondwater8
Aanvullend onderzoek naar asbest in de bodem op het overig terrein wordt, op basis van de resultaten van het vooronderzoek, op voorhand niet noodzakelijk geacht. De locatie is ten aanzien van asbest als onverdacht te beschouwen.
7
8
Droge stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood en zink), minerale olie (GC), PAK (10) en PCB (7). Bij enkele representatieve (meng)monsters wordt tevens het lutum- en organische stofgehalte bepaald Metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood en zink), aromaten (BTEXN), styreen, VOCL (11), vinylchloride, 1,1 dichlooretheen, chloorpropanen (3), bromoform en minerale olie (GC)
20051801A | Lange Brinkweg 87 Soest
9
Verkennend en nader bodem- en verkennend asbest in grondonderzoek
3
VERKENNEND BODEMONDERZOEK
3.1
Uitvoering veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd door gecertificeerde personen van PJ Milieu BV (bijlage 2, verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk) conform de Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek (BRL SIKB 2000) en de protocollen 20019 en 200210. Op 6 augustus 2020 is het veldwerk uitgevoerd als omschreven in paragraaf 2.3. Er is één extra ondiepe boring geplaatst ten opzichte van de onderzoeksopzet. De verrichte boringen en de geplaatste peilbuis zijn gecodeerd nrs. 1 t/m 13. Het grondwater is bemonsterd op 13 augustus 2020. Gelijktijdig zijn de stand, de zuurgraad (pH), het geleidingsvermogen (ec) en de troebelheid van het grondwater bepaald. De situering van de boorpunten is aangegeven op de tekening (bijlage 6). Een uitgebreide omschrijving van de onderzoeksmethodiek is opgenomen in bijlage 5. 3.2
Resultaten veldonderzoek
In bijlage 2 is van elke boring een boorprofiel opgenomen. De globale bodemopbouw van de locatie is in tabel 4 omschreven. Tabel 4
Globale bodemopbouw onderzoekslocatie
Traject (m-mv)
Lithologische beschrijving
0,0 – 0,1
Klinker
0,1 – 0,4
Zand, matig fijn, zwak siltig
0,4 – 1,5
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus
1,5 – 2,0
Zand, matig fijn, zwak siltig
2,0 – 3,2
Leem, zwak zandig
m-mv
=
meter minus maaiveld
Zintuiglijke waarnemingen vaste bodem Bij de uitvoering van het veldwerk zijn bijmengingen aangetroffen. Voor een overzicht van de aangetroffen bijmengingen wordt verwezen naar tabel 5.
9
10
Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen Het nemen van grondwatermonsters
20051801A | Lange Brinkweg 87 Soest
10
Verkennend en nader bodem- en verkennend asbest in grondonderzoek
Tabel 5
Zintuiglijke waarnemingen
Boring
Traject (m-mv)
Zintuiglijke waarnemingen
3
0,6 – 1,0
Sporen baksteen en kolen
5
0,05 – 1,2
Sporen baksteen
6
0,0 – 0,5
Sporen baksteen
7
0,0 – 0,5
Sporen baksteen
8
0,0 – 0,5
Sporen baksteen
9
0,0 – 0,5
Sporen baksteen
10
0,0 – 0,5
Zwak baksteenhoudend, sporen kooldeeltjes
11
0,0 – 0,5
Sporen baksteen
Op het maaiveld en in het omhoog gebrachte materiaal zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Grondwaterstand, zuurgraad, geleidingsvermogen en troebelheid In tabel 6 zijn de resultaten van de veldmetingen aan het grondwater schematisch weergegeven. Tabel 6
Veldmetingen grondwater
Peilbuis
Datum monstername
Grondwaterstand (m-mv)
Zuurgraad (-)
Geleidbaarheid (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
1
13 augustus 2020
1,78
6,63
1.313
44,3
De in tabel 6 genoemde waarden aan zuurgraad en geleidbaarheid kunnen als normaal beschouwd worden. De troebelheid is hoger dan 10 NTU. Ondanks goed voorpompen en een laag afpompdebiet is geen helder watermonster verkregen. Dit kan van invloed zijn op het analyseresultaat. Zintuiglijke waarnemingen grondwater In tabel 7 zijn de zintuiglijke waarnemingen bij de watermonstername schematisch weergegeven. Tabel 7 Peilbuis
1
Zintuiglijke waarnemingen grondwater Bijzonderheden
Goed-/slechtlopend
Belucht
Geen
Slechtlopend
Ja
De monsternemer heeft de flessen wel voldoende kunnen vullen (zonder aanzuiging van luchtbellen). Beluchting kan resulteren in lagere gehalten aan vluchtige stoffen in het monster.
20051801A | Lange Brinkweg 87 Soest
11
Verkennend en nader bodem- en verkennend asbest in grondonderzoek
3.3
Uitvoering laboratoriumonderzoek
De verzamelde monsters zijn ter analyse aangeboden aan het RvA-geaccrediteerde laboratorium Eurofins Analytico Milieu B.V. te Barneveld. In tabel 8 zijn de monsteromschrijvingen en de stoffen waarop de betreffende monsters zijn onderzocht, schematisch weergegeven. Tabel 8
Monsteromschrijvingen en geanalyseerde parameters
Monstercode
Boringen
Traject (m-mv)*
Geanalyseerde parameters
3-2
3
0,6 – 1,0
Standaardpakket bodem11, lutum en organische stof
10-1
10
0,0 – 0,5
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
MM-1
1, 3, 4 en 12
0,1 – 0,5
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
MM-2
5 t/m 9 en 11
0,0 – 0,5
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
1
2,1 – 3,1
Standaardpakket grondwater12
Grond
Grondwater 1-1-1 MM *
3.4
= =
mengmonster het betreft de minimale en maximale monsternamediepte. Op het analysecertificaat is het monsternametraject per boring weergegeven
Analyseresultaten
De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3. De analyseresultaten zijn getoetst met behulp van BoToVa aan de achtergrond-/streef13- en interventiewaarden. Informatie over het toetsingskader is opgenomen in bijlage 5. De analyseresultaten van de grond zijn ook indicatief 14 getoetst volgens het Besluit15 en de Regeling16 bodemkwaliteit. Deze toetsing geeft een indicatie van toepassingsmogelijkheden zodra grond wordt afgevoerd. De toetsing doet geen uitspraak over de (gezondheids)risico’s bij het gebruik van de grond.
11
12
13
14
15 16
Droge stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood en zink), minerale olie (GC), PAK (10) en PCB (7) Metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood en zink), aromaten (BTEXN), styreen, VOCL (11), vinylchloride, 1,1 dichlooretheen, chloorpropanen (3), bromoform en minerale olie (GC) Het betreffen de door de gemeente vastgestelde locatiespecifieke achtergrondwaarden (zie bodemkwaliteitskaart) en/of de landelijk vastgestelde generieke waarden (AW2000) Mogelijke klassen zijn: ‘Altijd toepasbaar’, ‘Klasse Wonen’, ‘Klasse Industrie’, ‘Niet toepasbaar’ en ‘Nooit toepasbaar’ Besluit van 22 november 2007 Regeling van 13 december 2007, nr. DJZ2007124397. Tevens zijn navolgende wijzigingen van de Regeling van toepassing
20051801A | Lange Brinkweg 87 Soest
12
Verkennend en nader bodem- en verkennend asbest in grondonderzoek
In onderstaande tabellen is het resultaat van de toetsing verwoord17 opgenomen voor respectievelijk de grond en het grondwater. Tabel 9
Monsteromschrijving grond(meng)monsters en resultaat toetsing
Monstercode
Boringen
Grondsoort*
Bijmengingen**
Resultaat toetsing***
Klasseindeling****
10-1
10
Grond
Baksteen en kolen
Sterk: minerale olie (1.900) Licht: lood (32) en PAK (2,1)
Nooit Toepasbaar
MM-1
1, 3, 4 en 12
Zand
-
-
Altijd Toepasbaar
MM-2
5 t/m 9 en 11 Grond
Baksteen
Licht: lood (34), zink (74) en PAK (3,7)
Wonen
3
Baksteen en kolen
Licht: lood (140), zink (130), minerale olie (94), PCB (0,031) en PAK (10)
Industrie
Bovengrond
Ondergrond 3-2
MM *
** ***
-
****
= = = = = =
Tabel 10
Grond
mengmonster indeling in hoofdnamen: zand, grond (humeus zand), klei, leem of veen voor de mate en voor meer details wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 2 mate van verhoging (licht, matig of sterk). Tussen haakjes het gemeten gehalte in mg/kg d.s. geen bijmengingen of geen verhoogde gehalten boven de achtergrondwaarden betreft indicatieve toetsing aan Besluit en Regeling bodemkwaliteit met het oog op afvoer en hergebruik van grond
Monsteromschrijving grondwater en resultaat toetsing
Monstercode
Peilbuis
Resultaat toetsing*
1-1-1
1
Licht: barium (57)
*
-
3.5
= =
mate van verhoging (licht, matig of sterk). Tussen haakjes het gemeten gehalten in µg/l geen verhoogde gehalten boven de streefwaarden
Deelconclusie verkennend bodemonderzoek
Geconcludeerd wordt dat de hypothese 'onverdachte locatie' geen stand houdt. Diverse parameters zijn aangetoond in licht verhoogde gehalten. Tevens is in het bodemmonster 101 een sterk verhoogd gehalte minerale olie aangetoond. Aangezien het gehalte minerale olie de interventiewaarde overschrijdt, is nader bodemonderzoek noodzakelijk naar de aard, mate, omvang en oorzaken van het verhoogde gehalte minerale olie. 17
•
•
• •
niet verhoogd: het gehalte overschrijft de achtergrond-/streefwaarde niet; er is in principe sprake van een ‘schoon’ monster (NB: ook de als licht verhoogd gerapporteerde ‘parameters * factor 0,7’ kunnen als ‘niet verhoogd’ worden beschouwd, indien alle individuele parameters de detectiegrens AS3000 niet overschrijden) licht verhoogd: het gehalte overschrijdt de achtergrond-/streefwaarde, maar de tussenwaarde (het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde) wordt niet overschreden. De verontreiniging is naar verwachting dermate gering dat veelal geen nadere actie (onderzoek of sanering) noodzakelijk is matig verhoogd: het gehalte overschrijdt de tussenwaarde. Nader onderzoek kan worden aanbevolen om te bepalen of er inderdaad sprake is van relevante bodemverontreiniging sterk verhoogd: het gehalte overschrijdt de interventiewaarde. Nader onderzoek naar de aard, mate, omvang en oorzaken van de verontreiniging is in de meeste gevallen noodzakelijk
20051801A | Lange Brinkweg 87 Soest
13
Verkennend en nader bodem- en verkennend asbest in grondonderzoek
4
VERKENNEND ASBEST IN GRONDONDERZOEK
4.1
Uitvoering veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd op 6 augustus 2020 door gecertificeerde personen van PJ Milieu BV (bijlage 2, verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk) conform de Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek (BRL SIKB 2000) en het protocol 201818. Handmatig zijn 2 gaten (30 x 30 cm) gegraven. De situering van de gaten (nrs. 101 en 102 e.v.) is aangegeven op de tekening in bijlage 6. Ten behoeve van het asbest in grondonderzoek zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: • het uitvoeren van een maaiveldinspectie; • het uitgegraven materiaal is, ter monstervoorbehandeling, visueel geïnspecteerd; • van het ontgraven materiaal is na voorbehandeling 1 mengmonster samengesteld; • van de ondergrond zijn geen monsters samengesteld; • de zintuiglijke waarnemingen zijn vastgelegd. 4.2
Resultaten veldonderzoek
Maaiveldinspectie Tijdens de maaiveldinspectie is geen sprake van neerslag. De locatie is begroeid met onkruid, planten en struiken. Deze planten en struiken zijn niet verwijderd. Hierdoor was de maaiveldinspectiecoëfficiënt lager dan 10% en niet uitvoerbaar conform de NEN 5707. Tijdens de maaiveldinspectie is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Zintuiglijke waarnemingen vaste bodem De zintuiglijke waarnemingen zijn weergegeven op de (boor)profielen in bijlage 2. Zintuiglijk zijn geen bodemvreemde en asbestverdachte materialen (>20mm) aangetroffen. 4.3
Laboratoriumonderzoek
Het grondmonster is conform de NEN 5898 onderzocht op het gehalte asbest bij het RvAgeaccrediteerde laboratorium Eurofins Acmaa Testing B.V. te Deurningen. In tabel 11 zijn de monsteromschrijvingen en geanalyseerde parameters schematisch weergegeven. Tabel 11
Monsteromschrijvingen en geanalyseerde parameters
Monstercode
Gaten
Traject
Geanalyseerde parameters
MM-A
101 en 102
0,0 – 0,1
Asbest in grond
MM
=
mengmonster
18
Locatie-inspectie en monstername van asbest in bodem
20051801A | Lange Brinkweg 87 Soest
14
Verkennend en nader bodem- en verkennend asbest in grondonderzoek
4.4
Analyseresultaten
Het analysecertificaat is opgenomen in bijlage 2. In mengmonster MM-A is asbest aangetoond in een gehalte van 1,0 mg/kg d.s. In de fractie < 0,5 mm zijn indicatief geen asbestverdachte vezels waargenomen. Het gehalte overschrijdt niet de grenswaarde voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s.). 4.5
Deelconclusie verkennend asbest in grondonderzoek
De hypothese ‘verdachte locatie’ voor het asbest in grondonderzoek houdt stand. In het mengmonster (MM-A) is asbest aangetoond. Het gehalte overschrijdt niet de grenswaarde voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s.). De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding om aanvullend of nader asbest in grondonderzoek te adviseren.
20051801A | Lange Brinkweg 87 Soest
15
Verkennend en nader bodem- en verkennend asbest in grondonderzoek
5
NADER BODEMONDERZOEK
5.1
Onderzoeksopzet
5.1.1 Conceptueel model Op basis van de informatie uit het vooronderzoek en de resultaten van het verkennend bodemonderzoek is voorafgaand aan het nader bodemonderzoek naar de bodemverontreiniging met minerale olie bij boring 10 een inschatting gemaakt van de verontreinigingssituatie en zijn onderzoeksvragen geformuleerd, het zogenaamde ‘conceptueel model’. Wat is de aard, mate, omvang en ligging van de verontreiniging? De aard en mate (sterk verhoogd gehalte minerale olie) is in voldoende mate bekend. De omvang en ligging zijn onvoldoende bekend en dienen nader te worden onderzocht. Wat is de oorzaak van de verontreiniging? Aangezien ter plaatse geen bodembedreigende activiteiten bekend zijn, is de oorzaak niet met zekerheid te achterhalen. Vermoedelijk betreft het hier, mede gezien de diepte van voorkomen, echter lekkage aan een in het verleden gestald voertuig. Mogelijkheden tot aanvullend vooronderzoek zijn niet aanwezig. Wat is het tijdstip van ontstaan van verontreiniging? Gezien het feit dat de oorzaak vermoedelijk gezocht dient te worden bij lekkage aan een in het verleden gestald voertuig is niet met zekerheid vast te stellen wanneer de verontreiniging is ontstaan. Gezien de gebruiksperiode van de locatie kan dit zowel voor als na 1987 zijn. Dit is geen punt van onderzoek meer.
Is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging? Aangezien niet met zekerheid gesteld kan worden wanneer de verontreiniging is ontstaan, wordt ervan uitgegaan dat de verontreiniging is ontstaan voor 1987. Daarmee is mogelijk sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging zal afhangen van de nog vast te stellen omvang van de verontreiniging. Is de sanering spoedeisend? Dit is afhankelijk van bovenstaande. 5.1.2 Opzet veld- en laboratoriumonderzoek In deze paragraaf wordt de voorgenomen onderzoeksstrategie beschreven. De strategie/opzet is gebaseerd op het hiervoor genoemde conceptuele model. Onderzoekstechniek De NTA 5755 schrijft geen specifieke onderzoekstechnieken voor. Omdat de verontreiniging vermoedelijk kleinschalig is, zich relatief ondiep bevindt en de zintuiglijk waar te nemen is, is afperking middels handboringen het meest zinvol. Veldwerk De contouren van de achtergrond- en de interventiewaarde in de vaste bodem moeten voldoende gedetailleerd vastgelegd worden ten behoeve van het omvangcriterium voor gevallen van ernstige bodemverontreiniging (25 m³ voor grond), voor eventuele kadastrale registratie en voor het bepalen van de kosten van een eventuele sanering. Vanuit boring 10 worden rastermatig boringen geplaatst tot in zintuiglijk schone bodemtrajecten.
Tevens wordt naast boring 10 een nieuwe boring geplaatst voor verticale
20051801A | Lange Brinkweg 87 Soest
16
Verkennend en nader bodem- en verkennend asbest in grondonderzoek
afperking van de verontreiniging. Indien vastgesteld wordt dat de verontreiniging zich uitstrekt tot grondwaterniveau zal tevens een peilbuis worden geplaatst ter vaststelling van de kwaliteit van het grondwater. Laboratoriumonderzoek Monsters van zintuiglijk schone en verontreinigde grond worden onderzocht op minerale olie en organische stof. 5.2
Uitvoering veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd door gecertificeerde personen van PJ Milieu BV (bijlage 2, verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk) conform de Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek (BRL SIKB 2000) en de protocollen 2001. Op 25 augustus 2020 is het veldwerk uitgevoerd als omschreven in paragraaf 5.1. De verrichte boringen zijn gecodeerd nrs. 201 t/m 204. De situering van de boorpunten is aangegeven op de tekening (bijlage 6). 5.3
Resultaten veldonderzoek
In bijlage 2 is van elke boring een boorprofiel opgenomen. De globale bodemopbouw van de locatie is in tabel 12 omschreven. Tabel 12
Globale bodemopbouw onderzoekslocatie
Traject (m-mv)
Lithologische beschrijving
0,0 – 1,5
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak tot matig humeus
1,5 – 2,0
Zand, matig fijn, zwak siltig
m-mv
=
meter minus maaiveld
Zintuiglijke waarnemingen vaste bodem Bij de uitvoering van het veldwerk zijn olie-indicaties en bijmengingen aangetroffen. Voor een overzicht van de zintuiglijke waarnemingen wordt verwezen naar tabel 13. Tabel 13
Zintuigelijke waarnemingen
Boring
Traject (m-mv)
Zintuiglijke waarnemingen
201
0,0 – 0,4
Zwak baksteenhoudend
0,4 – 0,8
Sporen baksteen, zwakke olie-waterreactie
0,0 – 0,4
Zwak baksteenhoudend
0,4 – 0,8
Sporen baksteen
203
0,0 – 0,4
Zwak baksteenhoudend
204
0,0 – 1,5
Matig baksteenhoudend
202
Op het maaiveld en in het omhoog gebrachte materiaal zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen.
20051801A | Lange Brinkweg 87 Soest
17
Verkennend en nader bodem- en verkennend asbest in grondonderzoek
5.4
Uitvoering laboratoriumonderzoek
De verzamelde monsters zijn ter analyse aangeboden aan het RvA-geaccrediteerde laboratorium Eurofins Analytico Milieu B.V. te Barneveld. In tabel 14 zijn de monsteromschrijvingen en de stoffen waarop de betreffende monsters zijn onderzocht, schematisch weergegeven. Tabel 14
Monsteromschrijvingen en geanalyseerde parameters
Monstercode
Boringen
Traject (m-mv)
Geanalyseerde parameters
201-2
201
0,4 – 0,8
Minerale olie en organische stof
201-3
201
0,8 – 1,1
Minerale olie en organische stof
202-1
202
0,0 – 0,4
Minerale olie en organische stof
203-1
203
0,0 – 0,5
Minerale olie en organische stof
204-1
204
0,0 – 0,5
Minerale olie en organische stof
Grond
5.5
Analyseresultaten
De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3. De analyseresultaten zijn getoetst met behulp van BoToVa aan de achtergrond- en interventiewaarden. Het resultaat van de toetsing is in bijlage 4 numeriek weergegeven. In tabel 15 is het resultaat van de toetsing verwoord opgenomen. Tabel 15
Monsteromschrijving grond(meng)monsters en resultaat toetsing
Monstercode
Boringen
Grondsoort*
Bijmengingen**
201-2
201
Grond
Baksteen en olie- waterreactie
201-3
201
Klei
-
-
202-1
202
Grond
Baksteen
-
203-1
203
Grond
Baksteen
-
204-1
204
Grond
Baksteen
-
* ** ***
-
5.6
= = = =
Resultaat toetsing***
indeling in hoofdnamen: zand, grond (humeus zand), klei, leem of veen voor de mate en voor meer details wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 2 mate van verhoging (licht, matig of sterk). Tussen haakjes het gemeten gehalte in mg/kg d.s. geen bijmengingen of geen verhoogde gehalten boven de achtergrondwaarden
Deelconclusie nader bodemonderzoek
Op basis van de resultaten van het nader bodemonderzoek is het in paragraaf 5.1 besproken conceptueel model bijgewerkt. Het aangepaste model wordt hieronder weergegeven. Wat is de aard, mate, omvang en ligging van de verontreiniging? De aard (minerale olie) is in voldoende mate bekend. Het hoogste aangetroffen gehalte (boring 10) betreft 1.900 mg/kg d.s. (sterk verhoogd). Ingeschat wordt dat de verontreiniging aanwezig is over een oppervlakte van circa 28 m2 in het bodemtraject van 0,0 – 0,5 m-mv. De omvang van de verontreiniging bedraagt hiermee circa 14 m 3.
20051801A | Lange Brinkweg 87 Soest
18
Verkennend en nader bodem- en verkennend asbest in grondonderzoek
Wat is de oorzaak van de verontreiniging? Aangezien ter plaatse geen bodembedreigende activiteiten bekend zijn, is de oorzaak niet met zekerheid te achterhalen. Vermoedelijk betreft het hier, mede gezien de diepte van voorkomen, echter lekkage aan een in het verleden gestald voertuig. Wat is het tijdstip van ontstaan van verontreiniging? Gezien het feit dat de oorzaak vermoedelijk gezocht dient te worden bij lekkage aan een in het verleden gestald voertuig is niet met zekerheid vast te stellen wanneer de verontreiniging is ontstaan. Gezien de gebruiksperiode van de locatie kan dit zowel voor als na 1987 zijn. Is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging? Aangezien niet met zekerheid gesteld kan worden wanneer de verontreiniging is ontstaan, wordt ervan uitgegaan dat de verontreiniging is ontstaan voor 1987. Aangezien de sterke verontreiniging minder dan 25 m3 betreft, is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Is de sanering spoedeisend? Aangezien geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging danwel een nieuw geval van bodemverontreiniging waarvoor de zorgplicht van toepassing is, is uitvoering van een sanering niet spoedeisend. Mogelijk is sanering wel wenselijk in het kader van de herinrichting van de locatie.
Uit het bijgewerkte conceptueel model komen geen nieuwe onderzoeksvragen naar voren die gezien de aanleiding en doelstelling van het nader onderzoek relevant zijn.
20051801A | Lange Brinkweg 87 Soest
19
Verkennend en nader bodem- en verkennend asbest in grondonderzoek
6
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
6.1
Conclusies
Op basis van de resultaten van het uitgevoerde vooronderzoek is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie verdacht is ten aanzien van verontreiniging met asbest ter plaatse van de drupzone. Ten aanzien van de overige parameters is de locatie onverdacht. Het verkennend bodem- en asbest in grondonderzoek wordt uitgevoerd conform respectievelijk de NEN 5740 en de NEN 5707. 6.1.1 Deelconclusie verkennend bodemonderzoek Geconcludeerd wordt dat de hypothese 'onverdachte locatie' geen stand houdt. Diverse parameters zijn aangetoond in licht verhoogde gehalten. Tevens is in het bodemmonster 101 een sterk verhoogd gehalte minerale olie aangetoond. Aangezien het gehalte minerale olie de interventiewaarde overschrijdt, is nader bodemonderzoek noodzakelijk naar de aard, mate, omvang en oorzaken van het verhoogde gehalte minerale olie. 6.1.2 Deelconclusie verkennend asbest in grondonderzoek De hypothese ‘verdachte locatie’ voor het asbest in grondonderzoek houdt stand. In het mengmonster (MM-A) is asbest aangetoond. Het gehalte overschrijdt niet de grenswaarde voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s.). De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding om aanvullend of nader asbest in grondonderzoek te adviseren.
6.1.3 Deelconclusie nader bodemonderzoek Op basis van het nader bodemonderzoek wordt ingeschat dat de verontreiniging met minerale olie aanwezig is over een oppervlakte van circa 28 m 2 in het bodemtraject van 0,0 – 0,5 mmv. De omvang van de verontreiniging bedraagt hiermee circa 14 m 3. Er is daarmee geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Vermoedelijk is de verontreiniging, mede gezien de diepte van voorkomen, veroorzaakt door lekkage aan een in het verleden gestald voertuig. Het is niet met zekerheid vast te stellen wanneer de verontreiniging is ontstaan. Gezien de gebruiksperiode van de locatie kan dit zowel voor als na 1987 zijn. Er wordt vooralsnog vanuit gegaan dat de verontreiniging is ontstaan voor 1987. Aangezien geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging danwel een nieuw geval van bodemverontreiniging waarvoor de zorgplicht van toepassing is, is uitvoering van een sanering niet spoedeisend. Mogelijk is sanering wel wenselijk in het kader van de herinrichting van de locatie.
20051801A | Lange Brinkweg 87 Soest
20
Verkennend en nader bodem- en verkennend asbest in grondonderzoek
6.2
Aanbevelingen
Nader bodem- danwel asbest in grondonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. In het kader van de herinrichting/functiewijziging kan gestart worden met verdere planvorming. Bij werkzaamheden in de grond ter plaatse van het geval van bodemverontreiniging is er sprake van een ‘saneringssituatie’ omdat gewerkt wordt aan/met sterk verontreinigde grond. Hiervoor dienen de nodige meldingen te worden gedaan en veiligheidsmaatregelen genomen te worden. Indien wordt overgegaan tot sanering, bijvoorbeeld in het kader van een herinrichting van de onderzochte locatie, dient een beknopt saneringsplan opgesteld te worden. In het beknopt saneringsplan wordt een uitvoeringsmethode omschreven om de bodem op een zo efficiënt mogelijke wijze te saneren met het oog op het toekomstige gebruik. Het beknopt saneringsplan dient goedgekeurd te zijn door het bevoegd gezag (de gemeente Soest / RUD Utrecht). Het onderzoek is onder Kwalibo (een onderdeel van het Besluit bodemkwaliteit) uitgevoerd. Het betreft echter geen partijkeuring. Bij afvoer van grond of verhardingsmaterialen van de locatie kan er sprake zijn van verwerkingskosten. Door derden kan, ongeacht de resultaten van dit bodemonderzoek, een keuring van de af te voeren partij verlangd worden.
20051801A | Lange Brinkweg 87 Soest
21
Bijlage | 1
Bodeminformatie gemeente Soest
Bodeminformatie Eigen selectie locatie - 12-08-2020
Geselecteerde locatie
HBB Tankenbestand
percelen
HBB Overig
gebouwen
Locatie
overig
Onderzoek
HBB Bedrijven
Tank
Gemeente Soest - Pagina 1 van 5 - 12-08-2020
Informatie over geselecteerd perceel
Locatie Locatie "Lange Brinkweg/Korte Brinkweg (wegtracé)" Straat
Lange Brinkweg
Huisnummer Huisletter Toevoeging Postcode Plaats
Soest
Is monitor locatie
Nee
Verontreiniging ontstaan
Voor 1-1-1987
Dominante UBI Vervolgactie (WBB)
voldoende onderzocht
Status verontreiniging
niet ernstig, licht tot matig verontreinigd
Gegevensbeheerder
Soest
Onderzoeken bij locatie Verkennend onderzoek NEN 5740 1 Rapportnummer
1706101A
Onderzoeksbureau
PJ Milieu
Datum rapport
16-02-2017
Statusonderzoek
Verkennend onderzoek NEN 5740
Conclusie
Zintuiglijke waarnemingen: vrijwel overal sporen tot zwak baksteenhoudend; plaatselijk sporen en zwak afvalhoudend, 1x matig puinhoudend. Bovengrond: Kwik, Lood, PAK en Minerale olie >Aw. Ondergrond: Niet onderzocht. Grondwater: Niet onderzocht. Conclusie rapport: Grondroerende activiteiten ter plaatse van boring 34 (indicatief klasse industrie) dienen in de basisklasse te worden uitgevoerd. Grondroerende activiteiten ter plaatse van de rest van het plangebied kunnen zonder aanvullende veiligheidsmaatregelen worden uitgevoerd. De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding om aanvullend of nader bodemonderzoek te adviseren.
Locatie "Lange Brinkweg 87" Straat
Lange Brinkweg
Huisnummer
87
Huisletter Toevoeging
Gemeente Soest - Pagina 2 van 5 - 12-08-2020
Postcode
3764AC
Plaats
Soest
Is monitor locatie
Nee
Verontreiniging ontstaan
Voor 1-1-1987
Dominante UBI Vervolgactie (WBB)
voldoende onderzocht
Status verontreiniging
niet ernstig, plaatselijk sterk verontreinigd
Gegevensbeheerder
Soest
Onderzoeken bij locatie Verkennend onderzoek NEN 5740 2 Rapportnummer
1219028
Onderzoeksbureau
Grondvitaal BV
Datum rapport
27-02-2012
Statusonderzoek
Verkennend onderzoek NEN 5740
Conclusie
Zintuiglijke waarnemingen: Boring 2 resten puin in ondergrond, boring 3 bovengrond sterk baksteenhoudend, zwak puinhoudend Bovengrond: Zink > AW Ondergrond: Geen verontreinigingen Grondwater: Geen verontreinigingen Conclusies rapport: De aangetroffen concentraties zijn van lichte aard geven geen aanleiding tot aanvullend onderzoek. De invloed hiervan op de volksgezondheid en het milieu is nihil.
Verkennend Onderzoek 1 Rapportnummer
950232
Onderzoeksbureau
M.T.E. - Milieu Techniek Eemland
Datum rapport
28-02-1995
Statusonderzoek
Verkennend onderzoek NVN 5740
Conclusie
Zintuiglijke waarneming : Geen bijzonderheden. Bovengrond: Minerale olie en PAK >S Ondergrond: Geen bijzonderheden. Grondwater: Chroom en tolueen >S, arseen =S. Bijzonderheden: Beoordeling risico's: Geen ernstig gevaar voor de volksgezondheid.
Gemeente Soest - Pagina 3 van 5 - 12-08-2020
Historisch bodembestand locaties Binnen de gemeente Soest zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
Tanks Binnen de gemeente Soest zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
Gemeente Soest - Pagina 4 van 5 - 12-08-2020
Toelichting op de verstrekte bodeminformatie
Bodemonderzoeken: De bij de gemeente Soest bekende bodemonderzoeken zijn ingevoerd in het Bodeminformatiesysteem (BIS).Het BIS kan echter niet een compleet beeld geven van alle uitgevoerde bodemonderzoeken. Bodemonderzoeken worden soms uitgevoerd voor transacties van onroerende zaken en de rapportages daarvan worden vaak niet overgelegd aan de gemeente. De beschikbare bodemonderzoeken kunnen op verzoek ter inzage worden gelegd. De Provincie Utrecht is bevoegd gezag voor de gevallen van ernstige bodemverontreiniging. De gegevens van Soest en de Provincie Utrecht zijn wederzijds. Geadviseerd wordt om voor de laatste stand van zaken van gevallen van ernstige bodemverontreiniging de provinciale website te raadplegen. Historische bodembestand: Dit bestand bevat voormalige bedrijven en bedrijfsactiviteiten en geeft aan waar een bodemrisico kan hebben gespeeld door gebruik en opslag van gevaarlijke stoffen. Bij de inventarisatie, die provinciebreed is uitgevoerd, is gebruik gemaakt van oude Hinderwetarchieven, luchtfoto's en gegevens van de Kamer van Koophandel. Bedrijfsgegevens na 1987 zijn niet opgenomen omdat in dat jaar de Wet bodembescherming van kracht werd. Deze wet stelt vanaf dat jaar dat degene die de bodem heeft vervuild gehouden is een bodemsanering uit te voeren. De mate van mogelijke bodemverontreiniging wordt uitgedrukt in een getal, de dominante UBI-score.
Hoe hoger dit getal is hoe meer kans er is op een bodemverontreiniging. In Soest zijn de locaties waar onderzoek nodig is allemaal onderzocht. Wet bodembescherming (Wbb)-locaties: Wbb-locaties zijn locaties waar in een bepaald bodemvolume (grond dan wel grondwater) stoffen zijn aangetroffen in een concentratie boven de interventiewaarde. Deze waarde is een norm waarboven (mogelijk) bodemsanering moet plaatsvinden. Of en wanneer er sanering plaats moet vinden hangt af de omvang van de verontreiniging, gebruik en risico's. Ook kan het zijn dat sanering al heeft plaatsgevonden. Indien er in het kader van de Wbb geen vervolgactie noodzakelijk is wil dit niet zeggen dat er voor bouwen of grondverzet geen verplichting bestaat om de bodem te onderzoeken. Tankbestand: Dit bestand vertoont een overlap met het historisch bodembestand. De wijze van sanering, verwijdering of afvullen met zand, en de datum zijn aanvullend hier te vinden. Voor eventuele inlichtingen kunt u een bericht sturen naar H.deJong@soest.nl Korte begrippenlijst: Streefwaarde (S of A)
verwachte achtergrondconcentratie als er geen bodemvervuiling is (schoon).
Toetsingswaarde (T)
verhoogde concentratie waardoor nader bodemonderzoek nodig is om ernst en omvang verontreiniging vast te stellen
Interventiewaarde (I of C)
hoge concentratie en onderzoek moet aanwijzen of er al dan niet sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging
PAK
polycyclische aromatische koolwaterstoffen (teer, roet en dergelijke)
UBI-score
hoe hoger dit getal hoe meer kans dat er ten gevolge van voormalige bedrijfsactiviteiten bodemverontreiniging is veroorzaakt.
Gemeente Soest - Pagina 5 van 5 - 12-08-2020
Disclaimer
Op de website wordt het door u opgegeven adres de bij de gemeente Soest bekende informatie over de bodemkwaliteit getoond. De informatie wordt automatisch gegeneerd. Met nadruk wordt erop gewezen dat alleen recent bodemonderzoek betrouwbare informatie geeft over de kwaliteit van het betreffende perceel. Als er geen informatie (geen aanduiding op perceelsniveau) beschikbaar is dan houdt dat niet in dat de bodem dan schoon is. Voor meer informatie over locaties waar de Provincie Utrecht gegevensbeheerder van is, raadpleeg u de Provincie Utrecht. Voor de verzameling en verwerking van bodeminformatie heeft de gemeente Soest de noodzakelijke zorg in acht genomen. Fouten zijn echter niet uit te sluiten en er kan niet zondermeer worden uitgegaan van de juistheid van gegevens. U kunt aan de getoonde gegevens geen rechten verbinden.
Bijlage | 2
Boorprofielen met legenda Verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk
Boring:
1
Boring:
Datum: Boormeester:
6-8-2020 Renze van den Brink
Datum: Boormeester:
0
1
0
klinker
10
Edelmanboor
30
2 6-8-2020 Robin Rigter
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht bruinbeige, Edelmanboor
20
1
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor
50
klinker
8
50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, bruinbeige, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
60
Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donker bruinzwart, Edelmanboor
2 100
3
150
150
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor 4
200
200
Leem, zwak zandig, lichtgrijs, Edelmanboor
250
300 320
Boring:
3
Boring:
4
Datum: Boormeester:
6-8-2020 Robin Rigter
Datum: Boormeester:
6-8-2020 Robin Rigter
0
0
klinker
10
Edelmanboor
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, bruinbeige, Edelmanboor
Zand, matig grof, zwak siltig, lichtbruin, Edelmanboor 1
1 40
50 60
2 100
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, sporen baksteen, sporen kolen, donker bruinzwart, Edelmanboor Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donker bruinzwart, Edelmanboor
3
150
150
Leem, sterk zandig, lichtgrijs, Edelmanboor 4
200
200
Projectcode: Locatie: Schaal:
20051801A Soest, Lange Brinkweg 87 1: 30
Getekend volgens NEN 5104
klinker
8
50
50
Boring:
5
Boring:
Datum: Boormeester:
6-8-2020 Robin Rigter
Datum: Boormeester:
0 5
0
braak
6 6-8-2020 Robin Rigter
Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor
1
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor
1
50
braak
50
50
2
100 120
Zand, matig fijn, zwak siltig, bruinbeige, Edelmanboor
3 150 4 170
Boring:
7
Boring:
Datum: Boormeester:
6-8-2020 Robin Rigter
Datum: Boormeester:
0
0
braak
6-8-2020 Robin Rigter
50
50
Boring:
9
Boring:
10
Datum: Boormeester:
6-8-2020 Robin Rigter
Datum: Boormeester:
6-8-2020 Robin Rigter
0
braak
1
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, sporen kooldeeltjes, donkerbruin, Edelmanboor
1
50
50
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor
1
50
0
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor
1
50
8
50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
2
100
3
150
150
Zand, matig fijn, zwak siltig, bruinbeige, Edelmanboor 4
200
200
Boring:
11
Boring:
12
Datum: Boormeester:
6-8-2020 Robin Rigter
Datum: Boormeester:
6-8-2020 Robin Rigter
0
0
braak
1
1
13
Boring:
Datum: Boormeester:
6-8-2020 Robin Rigter
Datum: Boormeester:
0
klinker
8
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor, Geroerd
1 40 50
50
Projectcode: Locatie: Schaal:
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, bruinbeige, Edelmanboor
20051801A Soest, Lange Brinkweg 87 1: 30
Getekend volgens NEN 5104
50
50
Boring: 0
klinker
8
Zand, matig fijn, zwak siltig, bruinbeige, Edelmanboor
50
50
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor
101 7-8-2020 Renze van den Brink 0
MM-A
0
braak
10
Zand, matig fijn, zwak siltig, donkerbruin, Schep
Boring:
102
Boring:
Datum: Boormeester:
7-8-2020 Renze van den Brink
Datum: Boormeester:
0
MM-A
0
braak
10
Zand, matig fijn, zwak siltig, donkerbruin, Schep
201 25-8-2020 Ruben van de Bunt
0
0
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
1 40
50 2 80
3
100
110
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen baksteen, zwakke olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor Klei, sterk zandig, zwak humeus, geen olie-water reactie, donker grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, bruinbeige, Edelmanboor
4 150 160
Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, lichtbeige, Edelmanboor
5 200
200
Boring:
202
Boring:
Datum: Boormeester:
25-8-2020 Ruben van de Bunt
Datum: Boormeester:
0
0 1
40
50 2 80
100
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen baksteen, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, bruinbeige, Edelmanboor
3
203 25-8-2020 Ruben van de Bunt
0
0
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor
1
50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor
2
100 3 130
4
150
Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, bruinbeige, Edelmanboor
4 150 160
Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, lichtbeige, Edelmanboor
5 200
200
Boring:
200
204
Datum: Boormeester:
25-8-2020 Ruben van de Bunt
0
0
groenstrook Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, matig baksteenhoudend, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor
1
50
2
100
3
150
150
Zand, matig fijn, matig siltig, grijsbeige, Edelmanboor 4
200
200
Projectcode: Locatie: Schaal:
20051801A Soest, Lange Brinkweg 87 1: 30
Getekend volgens NEN 5104
5
200