Bijlage 1 Ontwerpbestemmingsplan Koninginnelaan 81-83.pdf
Tekst van het document
Gemeente Soest
Bestemmingsplan Koninginnelaan 81-83 Toelichting, regels en analoge verbeelding
Ontwerp September 2020 Kenmerk 0342-45-T01 Projectnummer 0342-45
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1. 1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 1.5.
Inleiding Aanleiding Doelstelling Ligging van het projectgebied Vigerende bestemmingsplannen Leeswijzer
Hoofdstuk 2. 2.1. 2.2.
Beleidskaders 4 Inleiding 4 Rijksbeleid 4 2.2.1. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte 4 2.2.2. Verdrag van Malta 5 2.2.3. Wet natuurbescherming 6 2.2.4. Natuurnetwerk Nederland 6 2.2.5. Nationaal bestuursakkoord Water 7 2.2.6. Nationaal Waterplan 7 2.2.7. Watertoets 8 2.2.8. De Europese kaderrichtlijn Water 8 2.2.9. Wet gemeentelijke watertaken 8 Provinciaal beleid 9 2.3.1. Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 9 2.3.2. Provinciale ruimtelijke verordening 10 2.3.3. Bodem-, Water- en Milieuplan 2016-2021 11 2.3.4. Natuurvisie en Beleidskader Wet natuurbescherming 11 Regionaal beleid 12 2.4.1. Waterbeheerprogramma met meerjarenraming 2016 - 2021 12 Gemeentelijk beleid 12 2.5.1. Structuurvisie Soest 12 2.5.2. Masterplan Wonen Soest 12 2.5.3. Gemeentelijk verkeer- en vervoersplan 13 2.5.4. Groenstructuurplan 14 2.5.5. De groene kernkwaliteit van Soest 2014 14 2.5.6. Bescherming en kap van bomen 2012 15 2.5.7. Nota Parkeernormen auto en fiets 3e herziening 15 2.5.8. Duurzaamheidsplan 2016-2020 16 2.5.9. Gemeentelijk Water- en Rioleringsplan Soest-Baarn 2018-2022 16 2.5.10. Plan van aanpak Diffuse bronnen 17 2.5.11. Welstandsbeleid 17
2.3.
2.4. 2.5.
Hoofdstuk 3. 3.1.
Planbeschrijving Bestaande situatie 3.1.1. Cultuurhistorie 3.1.2. Stedenbouw
1 1 2 2 2 3
19 19 19 20
3.1.3. Functionele structuur 3.1.4. Verkeersstructuur 3.1.5. Groen 3.1.6. Water Toekomstige situatie 3.2.1. Stedenbouw 3.2.2. Verkeer 3.2.3. Groen 3.2.4. Water
20 20 20 20 21 21 23 24 24
Resultaten onderzoeken Algemeen Milieuaspecten 4.2.1. Bodem 4.2.2. Milieuzonering 4.2.3. Geluidhinder 4.2.4. Luchtkwaliteit 4.2.5. Externe veiligheid Water Natuurwaarden Archeologie Kabels en leidingen
25 25 25 25 26 27 28 28 29 31 33 34
Hoofdstuk 5. 5.1. 5.2. 5.3. 5.4.
Planologisch juridische regeling Inleiding Toelichting De regels De verbeelding
35 35 35 35 38
Hoofdstuk 6. 6.1. 6.2. 6.3.
Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Ontwerpbestemmingsplan
39 39 39 39
3.2.
Hoofdstuk 4. 4.1. 4.2.
4.3. 4.4. 4.5. 4.6.
1
Hoofdstuk 1. Inleiding 1.1.
Aanleiding
Op het perceel Koninginnelaan 81-83 was een groothandel en importeur in textiel gevestigd. Dit bedrijf is inmiddels verhuisd naar een grotere locatie. De huidige eigenaar van het perceel heeft een principeverzoek ingediend om de bestemming van het perceel te veranderen ten behoeve van woningbouw. De voorgestelde ontwikkeling past binnen het beleid van de gemeente Soest. Omdat bestaande bedrijfsbestemmingen binnen woongebieden overlast kunnen veroorzaken door bijvoorbeeld het aantal verkeersbewegingen, geluidsoverlast of stankoverlast, staat het gemeentebestuur, in de meeste gevallen, positief tegenover bedrijfsverplaatsing buiten de woonwijk. Door medewerking te verlenen aan het bouwplan en een bestemmingsplanwijziging door te voeren verdwijnt de bedrijfsbestemming uit de woonwijk en draagt bij aan een betere woon- en leefomgeving. Het onderhavige bestemmingsplan biedt het juridischplanologische kader voor de realisatie van woningen in het plangebied. Afbeelding 1: Plangebied.
Dit bestemmingsplan omvat een beknopte toelichting, omdat de ruimtelijke gevolgen van deze ontwikkeling zeer beperkt zijn. De ontwikkeling heeft uitsluitend betrekking op de bebouwingsmogelijkheden ter plaatse van een bestaand bedrijf. Voor het rijks- en het provinciale beleid zijn er geen relevante beleidsuitgangspunten die van invloed zijn op deze planontwikkeling. Daarom wordt in dit plan niet uitgebreid ingegaan op het beleid van hogere overheden.
Ontwerp Bestemmingsplan Koninginnelaan 81-83
2
1.2.
Doelstelling
De doelstelling van dit bestemmingsplan is woningbouw op het perceel Koninginnelaan 81-83 mogelijk te maken.
1.3.
Ligging van het projectgebied
Het plangebied ligt aan de noordkant van de kern Soest.
1.4.
Vigerende bestemmingsplannen
Voor het perceel vigeert het bestemmingsplan Soestdijk dat door de gemeenteraad van Soest op 4 juli 2013 is vastgesteld. Het plangebied heeft in dat bestemmingsplan de bestemming "Bedrijf" met de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2". Door middel van een bouwvlak is aangegeven waar mag worden gebouwd. Woningbouw is binnen deze bestemming niet toegestaan. Daarnaast ligt er nog een strook grond met de bestemming "Tuin" in het plangebied. Afbeelding 2: Vigerend bestemmingsplan.
Het perceel heeft daarnaast de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie hoge verwachting". Op grond van deze bestemming is archeologisch onderzoek noodzakelijk indien daarvoor dieper dan 0,30 meter, te rekenen vanaf het maaiveld, in de bodem zal worden geroerd en de oppervlakte van het nieuwe bouwwerk of de uitbreiding van het bestaande bouwwerk meer dan 100 m² bedraagt. Derhalve is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Op 28 september 2017 heeft de gemeenteraad het paraplubestemmingsplan "Nota parkeernormen auto en fiets" vastgesteld. Dit paraplubestemmingsplan is van toepassing in de gehele gemeente Soest. Via dit paraplubestemmingsplan wordt juridisch geregeld dat alle ontwikkelingen in de bestemmingsplangebieden moeten voldoen aan de parkeernormen uit de
Ontwerp Bestemmingsplan Koninginnelaan 81-83
3
beleidsnota Parkeernormen auto en fiets 3e herziening, waarvan in paragraaf Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.. een samenvatting is opgenomen.
1.5.
Leeswijzer
Deze toelichting is opgesteld op basis van de opzet voor bestemmingsplantoelichtingen uit het Handboek Digitale Ruimtelijke Plannen zoals dat is opgesteld begin 2009 en vervolgens een aantal malen is geactualiseerd. Allereerst wordt kort ingegaan op het beleidskader in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 is de bestaande en toekomstige situatie van het plangebied beschreven. Hoofdstuk 4 verwoordt de uitkomsten van het uitgevoerde onderzoek naar milieu- en overige aspecten. In hoofdstuk 5 wordt de planologisch-juridische regeling verantwoord. Tot slotte komt in hoofdstuk 6 de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid aan de orde.
Ontwerp Bestemmingsplan Koninginnelaan 81-83
4
Hoofdstuk 2. Beleidskaders 2.1. Inleiding Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de inhoud van het ruimtelijk relevante beleid voor het plan op rijks-, provinciaal- en lokaal niveau. Dit beleid vormt het kader van toetsing van de huidige situatie en nieuwe ontwikkelingen. Het beschreven beleidskader is daarmee een van de belangrijkste bouwstenen voor de visie op het plangebied en de opzet van de juridische regelingen.
2.2. Rijksbeleid 2.2.1. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 in werking getreden. De structuurvisie infrastructuur en ruimte 2040 (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijken mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. De SVIR vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het de ruimtelijke doelen en uitspraken in de volgende documenten: PKB Tweede structuurschema Militaire terreinen, de agenda landschap, de agenda Vitaal Platteland en Pieken in de Delta. Het Rijk stelt heldere ambities voor Nederland in 2040, die inspelen op de (inter)nationale ontwikkelingen die de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven bepalen tot aan 2040. Het Rijk zet het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid in voor een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland.
Het Rijk formuleert drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk economische structuur van Nederland; het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Het rijk gaat voor verstedelijking en economische activiteiten (evenals in de Nota Ruimte) uit van de bundelingsstrategie. Voordelen hiervan zijn dat steden ondersteund worden in hun economische en culturele functie. Zowel in dorpen als steden wordt het draagvlak voor voorzieningen ondersteund. Het bundelingsbeleid is een taak van decentrale overheden. Het rijk heeft een stimulerende rol. Doel is dat in iedere gemeente voldoende mogelijkheid is om in de natuurlijke bevolkingsaanwas te voorzien. Naast de eigen bevolkingsaanwas moet ook voldoende ruimte worden geboden aan de lokaal gerichte bedrijvigheid. Bundeling houdt in dat nieuwe bebouwing geconcentreerd tot stand komt, dat wil zeggen in bestaand bebouwd gebied of direct aansluitend aan het bestaand bebouwd gebied.
Ontwerp Bestemmingsplan Koninginnelaan 81-83
5
Voor geheel Nederland is een basiskwaliteit geformuleerd waaraan voldaan moet worden. Een verdere verfijning wordt overgelaten aan de decentrale bestuurslagen. De gebieden en netwerken die het kabinet van nationaal belang acht, zijn bestemd als Ruimtelijke Hoofdstructuur. In deze gebieden wil het rijk nadrukkelijk een rol vervullen. Vertaald naar de gemeente Soest betekent dit het volgende: Verstedelijking: bundeling van verstedelijking en economische activiteiten ondersteunt de functie van steden als economische motor. Nieuwe bebouwing dient geconcentreerd tot stand te komen: in het bestaande bebouwde gebied, aansluitend op het bestaande bebouwde gebied of in clusters daarbuiten. Uitgangspunt is dat iedere gemeente voldoende ruimte krijgt om te voorzien in de natuurlijke aanwas; Vitaal platteland: een economisch vitale grondgebonden landbouw is belangrijk voor het beheer van het buitengebied. Het economisch draagvlak en de vitaliteit van landelijke gebieden staat onder druk. Om daarin verlichting te brengen moeten de mogelijkheden voor hergebruik, nieuwbouw en de mogelijkheden voor een brede(re) bedrijfsvoering ruimer worden; Borging van bijzondere landschappelijke waarden: Nationale landschappen zijn gebieden met internationaal zeldzame en nationaal kenmerkende kwaliteiten op landschappelijk, cultuurhistorisch en natuurlijk gebied.
Uitgangspunt voor de Nationale landschappen is 'behoud door ontwikkeling'. De polders van de oostkant van Soest vallen gedeeltelijk in het Nationale landschap Arkemheen-Eemland. Uitgangspunt van de SVIR is dat de ruimte zorgvuldig wordt benut en overprogrammering wordt voorkomen. Om beide te bereiken, is de "Ladder voor duurzame verstedelijking" opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Sinds 1 juli 2017 dient in de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het aantal woningen neemt met 11 toe ten opzichte van het aantal dat in het vigerende bestemmingsplan is toegestaan. Op grond van de jurisprudentie (AbRvS 16 september 2015, nr. 201501297/1/R4) wordt de bouw van elf woningen binnen een dorpskern niet aangemerkt als stedelijke ontwikkeling. In dit geval neemt het woningaantal met 11 toe. De ladder is in dit geval derhalve niet van toepassing. Het project past daarom binnen de beleidsdoelstellingen van de SVIR. Het plangebied ligt niet binnen een gebied van nationaal belang of de Ruimtelijke Hoofdstructuur.
De ontwikkelingen passen dan ook binnen het beleid van het rijk. 2.2.2. Verdrag van Malta Het Europese Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (het verdrag van Malta, bij wet 26 februari 1998) duidt aan dat archeologie internationaal in de belangstelling staat. Het verdrag van Malta bepaalt onder andere dat het archeologisch belang wordt meegewogen bij besluitvorming rond ruimtelijke ordeningsaspecten. Bij elke voorge-
Ontwerp Bestemmingsplan Koninginnelaan 81-83
6
nomen activiteit om de bodem te verstoren in een gebied met archeologische waarde moet in een zo vroeg mogelijk stadium worden bepaald of een nader onderzoek noodzakelijk is. In navolging op dit verdrag zijn er voor Nederland een aantal kaarten gemaakt. De Archeologische Monumenten Kaart (AMK) is een overzicht van belangrijke archeologische terreinen in Nederland. De terreinen zijn beoordeeld op de criteria kwaliteit, zeldzaamheid, representativiteit, ensemblewaarde en belevingswaarde. Op grond van deze criteria zijn de terreinen ingedeeld in terreinen met archeologische waarde, hoge archeologische waarde en zeer hoge archeologische waarde. Onder deze laatste categorie vallen ook de wettelijk beschermde monumenten. Het complement van de AMK is de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW). Deze geeft voor heel Nederland inclusief de bodems van grote wateren en het Nederlandse deel van de Noordzee de kans aan op het aantreffen van archeologische resten bij werkzaamheden in de bodem. De eerste beoordeling van plannen vindt plaats op grond van de AMK en de IKAW. 2.2.3.
Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Wnb) vervangt vanaf 1 januari 2017 de Flora- en faunawet, Boswet en Natuurbeschermingswet 1998 en is het sluitstuk van de decentralisatie van het natuurbeleid van het Rijk naar de provincies, onder andere vastgelegd in het Bestuursakkoord Natuur (2011) en het Natuurpact (2013). Hiertoe maakt de Wnb onderscheid in het beschermen van gebieden (hoofdstuk 2), dier- en plantensoorten (hoofdstuk 3) en houtopstanden (hoofdstuk 4). De Wnb gaat in op de bescherming van natuurgebieden van Europees belang die behoren tot het zogenoemde Natura-2000-netwerk. In feite verandert er niet veel ten opzichte van de Natuurbeschermingswet 1998. Natura 2000-gebieden zijn belangrijke delen van het NNN en dragen veel bij aan het bereiken van een goede biologische diversiteit. De provincies zijn vanaf 1 januari 2017 verantwoordelijk voor het beleidsveld natuur en krijgen te maken met extra taken, bevoegdheden en verplichtingen, waarbij het nieuwe stelsel de Europese regelgeving als uitgangspunt neemt. De provincies hebben de opdracht om de Wnb nader uit te werken in een provinciale Natuurvisie die de strategische hoofdlijnen van het natuurbeleid moet weerspiegelen. 2.2.4. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft.
Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. Het NNN bestaat uit: bestaande natuurgebieden, reservaten, natuurontwikkelingsgebieden en zogenaamde robuuste verbindingen; landbouwgebieden met mogelijkheden voor agrarisch natuurbeheer (beheergebieden); grote wateren (zoals de kustzone van de Noordzee, het IJsselmeer en de Waddenzee).
Ontwerp Bestemmingsplan Koninginnelaan 81-83
7
Het NNN is opgenomen in het Provinciale ruimtelijke verordening van de provincie Utrecht. Het plangebied ligt niet binnen het NNN. 2.2.5. Nationaal bestuursakkoord Water In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW 2003) is samen met provincies, waterschappen en gemeenten, het kabinetsstandpunt over het waterbeleid in de 21e eeuw vastgelegd. Daarbij is vastgelegd op welke wijze, met welke middelen en langs welk tijdpad zij gezamenlijk de wateropgave voor Nederland in de 21e eeuw willen aanpakken. Aanleiding voor het akkoord vormen de structurele veranderingen die zich voordoen in de aard en omvang van de nationale waterproblematiek. Klimaatveranderingen, zeespiegelstijging, bodemdaling en verstedelijking maken een nieuwe aanpak in het waterbeleid noodzakelijk. Kern van die aanpak is dat water meer ruimte zal moeten krijgen voordat het die ruimte zelf neemt. De hoofddoelstellingen zijn: het waarborgen van het veiligheidsniveau bij overstromingen van de dijken en het verminderen van wateroverlast door piekbuien door het hebben van "droge voeten". Daarbij wordt de voorkeur gegeven aan duurzame ruimtelijke maatregelen boven technische maatregelen. In het NBW is ook de watertoets als procesinstrument opgenomen. In 2008 is het NBW geactualiseerd. Het NBW-actueel benadrukt de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het op orde krijgen en houden van het totale watersysteem.
Het geeft aan welke instrumenten ingezet worden om de opgave te realiseren, welke taken en verantwoordelijkheden iedere partij daarbij heeft en hoe partijen elkaar in staat willen stellen hun taken uit te voeren. Ook is een nieuwe fase aangebroken in het samenwerkingsproces, waarbij het zwaartepunt verschuift van planvorming naar uitvoering. 2.2.6. Nationaal Waterplan In december 2015 is het Nationaal Waterplan 2016-2021 vastgesteld. In het plan zijn de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het nationale ruimtelijke beleid beschreven. Met dit Nationaal Waterplan voldoet Nederland aan de Europese eisen die voortvloeien uit de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Richtlijn Overstromingsrisico's (ROR) en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KMS). In het Nationaal Waterplan 2016-2021 zijn verwerkt: hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid, gewenste ontwikkelingen, de werking en de bescherming van de watersystemen in Nederland, benodigde maatregelen en ontwikkelingen, beheerplannen voor de stroomgebieden, beheerplannen voor de gebieden met overstromingsrisico, Mariene Strategie, Beleidsnota Noordzee en de functies van de rijkswateren. Het Nationaal Waterplan vormt het kader voor de regionale waterplannen en de beheerplannen.
Er is geen formele hiërarchie tussen deze plannen, maar op grond van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (zoals het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel) kan bij het vaststellen van een regionaal waterplan of een beheerplan niet zo maar worden afgeweken van het Nationaal Waterplan.
Ontwerp Bestemmingsplan Koninginnelaan 81-83
8
2.2.7. Watertoets Bij ruimtelijke plannen geldt vanaf 1 november 2003 de wettelijke verplichting van een waterparagraaf/watertoets. De watertoets is één van de pijlers van het Waterbeleid voor de 21e eeuw, waarin aan water een meesturende rol in de ruimtelijke ordening is toegekend. Met de watertoets wordt beoogd waterbeheerders vroegtijdig in het ruimtelijke ordeningsproces te betrekken. De watertoets betreft het hele proces van informeren, adviseren, afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van een waterparagraaf is een samenhangend beeld te geven van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met duurzaam waterbeheer en de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het voorkomen van negatieve effecten op de waterhuishouding staat bij de watertoets voorop. Dan pas komen inrichtingsmaatregelen en compensatie in beeld. 2.2.8. De Europese kaderrichtlijn Water De Europese Kaderrichtlijn Water gaat er vanuit dat water geen gewone handelswaar is, maar een erfgoed dat moet worden beschermd en verdedigd. Het hoofddoel van de richtlijn is daarop gebaseerd. De Kaderrichtlijn Water geeft het kader voor de bescherming van landoppervlaktewater, overgangswater, kustwater en grondwater.
Dat moet er toe leiden dat: aquatische ecosystemen en gebieden die rechtstreeks afhankelijk zijn van deze ecosystemen, voor verdere achteruitgang worden behoed; verbetering van aquatisch milieu wordt bereikt, onder andere door een forse vermindering van lozingen en emissies; duurzaam gebruik van water wordt bevorderd op basis van bescherming van de beschikbare waterbronnen op lange termijn; er wordt gezorgd voor een aanzienlijke vermindering van de verontreiniging van grondwater. In paragraaf 4.3 wordt nader ingegaan op het aspect water binnen het plangebied. 2.2.9. Wet gemeentelijke watertaken In de Wet Verankering en bekostiging Gemeentelijke Watertaken is de verbreding van het gemeentelijke rioolrecht tot een bestemmingsheffing geregeld. Hiermee kunnen gemeenten ook voorzieningen bekostigen voor regenwaterafvoer en de aanpak van grondwaterproblemen in bebouwd gebied. De nieuwe wet is per 1 januari 2008 in werking getreden. Gemeenten hebben via een zorgplicht een formele rol toegekend in de aanpak van stedelijke grondwaterproblemen. Het gemeentelijke grondwaterbeleid moet zijn opgenomen in het gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Indien er in het bebouwd gebied sprake is van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aanwezige bestemming, dan heeft de gemeente een zorgplicht.
Dit betekent dat de gemeente maatregelen moet nemen waarmee de problemen zoveel mogelijk voorkomen worden. De gemeentelijke zorgplicht geldt alleen als het gaat om maatregelen
Ontwerp Bestemmingsplan Koninginnelaan 81-83
9
die doelmatig zijn en niet tot de verantwoordelijkheid van het waterschap of provincie behoren. Ook is de gemeente verantwoordelijk voor de doelmatige inzameling van afstromend hemelwater, voor zover de perceelseigenaar dit water zelf niet kan verwerken. Alle voorzieningen die direct of indirect samenhangen met de gemeentelijke stelsels voor afvalwater, hemelwater en grondwater kunnen uit de verbrede rioolheffing worden bekostigd. Iedere gemeente dient de grondwaterzorgplicht te concretiseren naar de eigen lokale situatie. Er is beleidsruimte om op gemeentelijk niveau vast te stellen wanneer er bijvoorbeeld sprake is van structurele overlast en welke minimale ontwateringsdiepte gewenst is.
2.3. Provinciaal beleid 2.3.1. Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie Op 4 februari 2013 hebben Provinciale Staten de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 20132028 vastgesteld, sindsdien zijn er meerdere herzieningen geweest. De laatste partiële herziening is vastgesteld op 10 december 2018. In het provinciale beleid richt de provincie Utrecht zich nog steeds primair op de ontwikkelingsmogelijkheden in het landelijk gebied. Op die manier blijven de steden, dorpen en kernen aantrekkelijk om te wonen, te werken en te ontmoeten en blijven de karakteristieken van het landelijk gebied bewaard en worden zo nodig ontwikkeld. In de Structuurvisie geeft de provincie Utrecht inzicht in de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de provincie tot 2028. De provincie zet in op beheerste groei en zorgvuldig ruimtegebruik. Daarbij wordt er naar gestreefd dat ten minste twee derde van het woningbouwprogramma binnen de actuele rode contouren gerealiseerd wordt. Het plangebied ligt binnen die rode contour. In het ruimtelijk beleid worden de volgende beleidslijnen onderscheiden: Zorgvuldig ruimtegebruik: voor ruimtelijke ontwikkelingen, zowel in het stedelijk als het landelijk gebied, is zorgvuldig ruimtegebruik een belangrijk uitgangspunt; Water: water vormt een ordenend principe.
Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen vormt water een vertrekpunt; Infrastructuur: de beschikbaarheid van bestaande infrastructuur en de (toekomstige) capaciteit van deze infrastructuur zijn mede bepalend bij het kiezen van nieuwe verstedelijkingslocaties; Verstedelijking: de provincie streeft naar een gedifferentieerd aanbod van wonen, werken en voorzieningen. Nieuwe woningbouw en bedrijventerreinen worden vooral gerealiseerd in het stadsgewest Utrecht en het gewest Eemland. Daarnaast vormen Veenendaal en Woerden belangrijke opvangkernen. Elders in de provincie wordt een terughoudend verstedelijkingsbeleid gevoerd. Landelijk Gebied: het ruimtelijk ontwikkelingsbeleid voor het landelijk gebied is gericht op het versterken van zowel de (cultuurhistorische) identiteit, de landschappelijke diversiteit, als de vitaliteit van het landelijk gebied en op de kwaliteit van de natuur en de ecologische samenhang.
Ontwerp Bestemmingsplan Koninginnelaan 81-83
10
Het ruimtelijk beleid is voor een belangrijk deel ingegeven door het principe van beheerste groei. De aantasting van waardevolle en kwetsbare open ruimte door nieuwe verstedelijking dient zoveel mogelijk vermeden te worden. Daarbij dient de contrastwerking tussen stad en land te worden versterkt. In verband daarmee is het gewenst om nieuwe bouwmogelijkheden binnen het bestaand stedelijk gebied goed te benutten. Beleidsmatig is dit vertaald in een ruimtelijke afbakening van het stedelijk gebied door rode contouren. De provincie streeft onder andere naar de kwaliteit van de leefomgeving in stand te houden en waar mogelijk te verbeteren. Dit kan worden bereikt door in te zetten op duurzame kwalitatief hoogwaardige oplossingen voor ruimtelijke vraagstukken. Leidend hierin is het vinden van een evenwicht tussen leefkwaliteit en de druk op de ruimte. De kwaliteiten die de gehele provincie raken betreffen het landschap, de cultuurhistorie en de natuur. Deze kwaliteiten spelen altijd een rol bij ontwikkelingen waarbij wij streven naar behoud daarvan. Bescherming van deze kwaliteiten is noodzakelijk, want ze zijn kwetsbaar en onvervangbaar. De restauratie van de boerderij past daarmee binnen het streven van de provincie om de kwaliteit van de leefomgeving in stand te houden. Voor Soest geldt dat er behoefte is aan woningen en bedrijventerreinen.
Deze zijn te realiseren door het benutten van de aanwezige rest- en inbreidingscapaciteit en door transformatie. 2.3.2. Provinciale ruimtelijke verordening Op 4 februari 2013 hebben Provinciale Staten ook de Provinciale Ruimtelijke Verordening 2013 (PRV) vastgesteld. Ook deze verordening wordt regelmatig aangepast. De 2e partiële herziening 2018 is op 10 december 2018 door Provinciale Staten vastgesteld. De provinciale ruimtelijke verordening is gebaseerd op artikel 4.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening. Doel van de verordening is om provinciale belangen op het gebied van de ruimtelijke ordening te laten doorwerken naar het gemeentelijk niveau. Hierbij kan worden gedacht aan het NNN en de rode contouren. De verordening bevat daartoe bepalingen die bij het opstellen van gemeentelijke bestemmingsplannen, projectbesluiten en beheersverordeningen, in acht moeten worden genomen. De verordening heeft alleen betrekking op nieuwe plannen en besluiten. Dit betekent dat geldende bestemmingsplannen niet onder de werking van de verordening vallen. De verordening bevat géén bepalingen die de burger rechtstreeks binden. Dat betekent dat burgers pas iets merken van de normen uit de verordening wanneer deze door de gemeente vertaald zijn in een gemeentelijk planologisch besluit (bijvoorbeeld een bestemmingsplan).
Wanneer de gemeente de normen uit de verordening dus nog niet heeft vertaald in een bestemmingsplan, hebben deze normen geen invloed op de activiteiten van een burger. Het plangebied ligt binnen het 'stedelijk gebied'. Op grond van artikel 4.1 van de PRV kan een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als 'stedelijk gebied' bestemmingen en regels bevatten voor verstedelijking. Voor het overige omvat de PRV geen relevante regels voor de ontwikkeling van het plangebied.
Ontwerp Bestemmingsplan Koninginnelaan 81-83
11
2.3.3. Bodem-, Water- en Milieuplan 2016-2021 Op 7 december 2015 hebben Provinciale Staten het Bodem-, Water- en Milieuplan 20162021 vastgesteld. Het Bodem-, Water- en Milieuplan legt het beleid op basis van de provinciale wettelijke taken voor bodem, water en milieu vast voor de periode 2016-2021. Vanaf 2016 is al het bodem-, water- en milieubeleid in één integraal plan opgenomen. Het plan een praktische bouwsteen voor de toekomstige omgevingsvisie. Het plan richt zich op vier belangrijke maatschappelijke opgaven: waterveiligheid en wateroverlast, schoon en voldoende oppervlaktewater, ondergrond en leefkwaliteit stedelijk gebied. De provincie zet in op een duurzaam gebruik van de fysieke leefomgeving. Voor bodem, water en milieu betekent dit dat: gestreefd wordt naar een robuust bodem- en watersysteem. Dit houdt in dat onder normale omstandigheden alle functies goed uitgevoerd kunnen worden en dat extreme situaties goed opgevangen kunnen worden; gestreefd wordt naar bodem-, water- en milieukwaliteiten die passend zijn voor de functie van een gebied; gestreefd wordt naar een duurzaam gebruik van de fysieke leefomgeving, zodat de mogelijkheden die het natuurlijk systeem ons biedt ook in de toekomst gebruikt kunnen worden; gestreefd wordt naar een gezonde leefomgeving, die een positieve bijdrage levert aan de economische en maatschappelijke ontwikkelingen in de regio.
2.3.4. Natuurvisie en Beleidskader Wet natuurbescherming De Natuurvisie van de provincie Utrecht is tegelijk met het provinciale Beleidskader Wet natuurbescherming op 12 december 2016 vastgesteld. Daarmee wordt voldaan aan de Wet natuurbescherming (Wnb) die vanaf 1 januari 2017 in werking is getreden. In de Provinciale Natuurvisie zijn de beschermde gebieden op kaart weergegeven. De opgave is om de leefgebieden en habitats van de Utrechtse Natura-2000 gebieden in een duurzaam gunstige staat van instandhouding te houden of te brengen. Het provinciale Beleidskader is de juridische grondslag waarin de bepalingen uit de Wnb en de doelstellingen uit de provinciale Natuurvisie zijn vertaald naar een aantal uitvoeringsregelingen. Op grond van de Wnb moeten initiatiefnemers onderzoek doen naar de effecten van hun activiteiten op beschermde dier- en plantensoorten en beschermde gebieden. Bij het vaststellen van (wijzigingen in) een bestemmingsplan moet van tevoren duidelijk zijn dat de Wet natuurbescherming niet in de weg staat aan de uitvoering van het plan. Daarnaast moet worden gekeken naar de regels in de Provinciale Ruimtelijke Verordening Provincie Utrecht en de Provinciale Verordening Natuur en Landschap provincie Utrecht 2017. Vrijwel alle in het wild voorkomende dieren en een aantal planten worden beschermd door de Wet natuurbescherming.
Dat houdt in dat bij planvorming uitdrukkelijk rekening gehouden moet worden met de gevolgen die ruimtelijke ingrepen hebben voor de instandhouding van beschermde soorten.
Ontwerp Bestemmingsplan Koninginnelaan 81-83
12
2.4. Regionaal beleid 2.4.1. Waterbeheerprogramma met meerjarenraming 2016 - 2021 Op 30 september 2015 heeft het Waterschap Vallei en Eem het Waterbeheerprogramma vastgesteld. Dit Waterbeheerprogramma (WBP), dat op 1 januari 2016 in werking is getreden, geeft de koers van het waterschap aan en wordt bewust neergezet als een 'programma' en niet meer als een waterbeheerplan. Met het WBP als programma wordt aangesloten bij het Bestuursakkoord Water. Binnen de kaders van de Waterwet, de Europese Kaderrichtlijn Water en de Deltabeslissingen beschrijft het waterschap hoe wordt gewerkt aan de wateropgaven. Ook wordt alvast ingespeeld op de nieuwe wetgeving omtrent ruimtelijke ordening, waarmee dit WBP ook na de inwerkingtreding van de Omgevingswet houdbaar is. In het WBP is ook de meerjarenraming voor de periode 2016-2021 opgenomen.
2.5. Gemeentelijk beleid 2.5.1. Structuurvisie Soest Op 10 september 2009 is door de gemeenteraad de Structuurvisie Soest vastgesteld. In deze structuurvisie is aangegeven dat een levendig dorp vraagt om het actief inspelen op ontwikkelingsmogelijkheden op velerlei gebied. Alle bevolkingsgroepen moeten kunnen blijven wonen, werken en gebruik maken van voorzieningen. Gestreefd wordt naar een evenwichtige bevolkingsopbouw, waarbij gebouwd wordt voor de eigen bevolking en een kleine instroom. Het woningbouwprogramma moet vooral een kwalitatieve invulling krijgen die aansluit bij de specifieke doelgroepen, zoals jongeren/starters en senioren. Daarmee wordt de doorstroming bevorderd en komen er woningen beschikbaar voor alle bevolkingsgroepen. Dit is nodig voor een evenwichtige bevolkingsopbouw en het in standhouden van het voorzieningenpeil. Bovendien is buitenstedelijk wonen een gewenst woonmilieu. Soest biedt daarvoor binnen de regio een oplossing. Op basis van een studie naar de huidige en gewenste identiteit van Soest is de volgende missie geformuleerd: Soest wil nu en in de toekomst een groen èn levendig dorp zijn. Soest wil een dorp blijven met het kleinschalige karakter dat daarbij past. Bouwen binnen de bebouwde kom heeft in beginsel de voorkeur. Voor grotere woningbouwlocaties is in de structuurvisie een kaart opgenomen.
Daartoe behoort de locatie aan de Koninginnelaan 81-83 niet. De visie gaat niet in op individuele initiatieven. 2.5.2. Masterplan Wonen Soest Op 20 mei 2020 heeft de gemeenteraad het Masterplan Wonen Soest vastgesteld. Aanleiding hiervoor is dat in de jaren voorafgaand aan de totstandkoming van dit Masterplan de druk op de woningmarkt sterk is toegenomen. Door de gestegen prijzen voor koopwoningen hebben mensen met een lager of middeninkomen minder mogelijkheden om een huis te kopen. Bovendien is het aantal woningzoekenden aanzienlijk groter dan het aanbod. Met name in een centraal gelegen regio als Soest. Het is daarom van groot belang om de komende jaren meer, en de juiste, woningen te bouwen.
Ontwerp Bestemmingsplan Koninginnelaan 81-83
13
Met het vaststellen van het Masterplan Wonen Soest geeft de gemeenteraad richting aan de nieuwbouw in de kern Soest. Gestreefd wordt naar de realisatie van 700 tot 800 woningen in de kern Soest tot 2025. De focus ligt hierbij op het sociale en betaalbare segment. Daarmee zorgt de gemeenteraad ervoor dat voor de Soesters de zo gewenste woningen beschikbaar komen. Een randvoorwaarde daarbij is dat zorgvuldig met de ruimte en het buitengebied wordt omgegaan, om het woonmilieu waar Soest trots op is zoveel mogelijk te behouden en te versterken. Het Masterplan Wonen heeft drie belangrijke uitgangspunten: de woningbouw moet inspelen op de kwalitatieve woningbehoefte van de eigen inwoners; met de woningbouw wordt gestreefd om doorstroming op de woningmarkt stimuleren; gestreefd wordt naar een gevarieerd aanbod in de nieuwbouw (woningtype, eigendom en prijsklasse) In 2019 is de kwantitatieve woningbehoefte in de gemeente Soest onderzocht. Dit onderzoek leverde een woningbehoefte van 770 woningen op voor de periode tot en met 2025. Deze behoefte wordt al deels ingevuld met bestaande plannen, waardoor de resterende woningbehoefte uitkomt op 635 woningen. Hiervoor zijn ruim 50 woningbouwlocaties beschikbaar, die samen goed zijn voor ongeveer 1.000 woningen.
De kwalitatieve woningbehoefte in Soest richt zich de komende jaren op twee soorten woningen: huurappartementen: een vraag van senioren die willen verhuizen naar een levensloopgeschikte woning; betaalbare koopwoningen voor starters, jonge doorstromers en (in beperkte mate) senioren die een koopappartement zoeken. Het beleid is der daarom gericht met de nieuwe plannen te voorzien in deze kwalitatieve vraag, maar ook de doorstroming op de woningmarkt stimuleren en zorgen voor voldoende gevarieerd aanbod. De onderhavige planontwikkeling past binnen de uitgangspunten van het Masterplan. Omdat op een transformatielocatie wordt gebouwd wordt zorgvuldig met de ruimte omgegaan. De woningen leveren een bijdrage aan de invulling van de behoefte van 635 woningen en vallen in een prijssegment dat geschikt is voor starters, jonge doorstromers en senioren. 2.5.3. Gemeentelijk verkeer- en vervoersplan In 2008 heeft de gemeente het Gemeentelijke verkeer- en vervoersplan (GVVP) vastgesteld. Verkeer- en vervoerstromen zijn de laatste decennia sterk aan verandering onderhevig. Ruimtelijke en economische ontwikkelingen en de hiermee samenhangende, groeiende vraag naar mobiliteit zijn daarvan de oorzaken. Alle verkeer- en vervoerstromen moeten in goede banen worden geleid. Er moet tijdig ingespeeld kunnen worden op ontwikkelingen en de overlast van verkeer moet zoveel mogelijk worden ingeperkt.
Ontwerp Bestemmingsplan Koninginnelaan 81-83
14
De bereikbaarheid van de gemeente Soest is van groot belang voor de ruimtelijke en economische ambities. Om de bereikbaarheid ook in de toekomst te kunnen waarborgen wordt ingezet op de regionale pakketstudies. In regionaal verband wordt bekeken hoe de doorstroming op het hoofdwegennet (de rijkswegen) en het onderliggende wegennet kan worden verbeterd. Binnen de gemeente zal de verkeersveiligheid en de doorstroming verbeterd worden door functionele weginrichting. De inrichting van de weg dient aan te sluiten bij de functie van de weg. De belangrijkste knelpunten op het gebied van de verkeersveiligheid zullen de komende jaren worden aangepakt. De Koninginnelaan behoort niet tot de hoofdwegenstructuur en is aangeduid als erftoegangsweg type A. In het GVVP is opgenomen dat vraag en aanbod naar parkeerplaatsen met elkaar in balans moeten blijven. In verband daarmee heeft de gemeenteraad op 18 februari 2010 de Beleidsnota parkeernormen en parkeerfonds (1e herziening) vastgesteld. Op 28 september 2017 is deze beleidsnota voor het laatst herzien. In paragraaf 2.5.7 is aangetoond aan de parkeernormering wordt voldaan. De woningbouw op het perceel Koninginnelaan 81-83 voldoet aan de uitgangspunten en doelstelling van het gemeentelijk verkeer- en vervoersplan. 2.5.4.
Groenstructuurplan In het Groenstructuurplan van de gemeente Soest ("Staalkaart in het Groen") is de hoofdgroen- en bomenstructuur voor het stedelijk gebied aangegeven. Het Groenstructuurplan beschrijft het groen binnen de bebouwde kommen van Soest en Soesterberg en de kern Soestduinen. Het plangebied behoort niet tot de hoofdgroenstructuur. 2.5.5. De groene kernkwaliteit van Soest 2014 In de nota De groene kernkwaliteit van Soest (2014) is het groenbeleid van de gemeente Soest vastgelegd. De gemeente Soest heeft een uitgebreide groenstructuur zowel binnen de bebouwde kom als in het groene buitengebied. Daarbij zijn nog veel landschappelijke cultuurhistorische elementen aanwezig. De kernkwaliteit van het groen in Soest bestaat uit een combinatie van visueel-ruimtelijke, functioneel-ruimtelijke en economische kwaliteiten. Het groen op dorps- en wijkniveau draagt bij aan de collectieve beleving van de groene kernkwaliteit, waarbij bomen de belangrijkste groenelementen zijn. Het groen dat bepalend is voor de groene kernkwaliteit is vastgelegd op de groenstructuurkaart. Het doel van de nota en de groenstructuurkaart is: het behouden en versterken van de groene kernkwaliteit van Soest; het herstel van landschappelijke cultuurhistorische elementen; het bieden van kaders voor het herstel van lanenstructuren en landschappelijke cultuurhistorische elementen.
Het plangebied vormt geen onderdeel van het structureel groen in Soest.
Ontwerp Bestemmingsplan Koninginnelaan 81-83
15
2.5.6. Bescherming en kap van bomen 2012 In de nota Bescherming en kap van bomen (2012) is het beleid rondom het duurzaam beschermen van bomen en de regels voor het kappen vastgelegd. De te beschermen bomen zijn onderverdeeld in 5 categorieën: bomenstructuren zoals vastgelegd op de groenstructuurkaart, en de parkwijken; monumentale bomen (particulier en gemeentelijk); waardevolle bomen (gemeentelijk); toekomstig monumentale particuliere bomen op percelen meer dan 175 m²; overige openbare bomen. De beschermwaardige bomen van categorieën 1 t/m 3 zijn vastgelegd op de bomenkaart van Soest. Voor deze bomen geldt een concreet verbod op het vellen. Er wordt géén vergunning verleend voor kap tenzij sprake is van een zwaarwegend verwijderingsbelang. Daarbij wordt altijd een herplantplicht opgelegd. De Koninginnelaan vormt onderdeel van de bomenstructuur. De Koninginnelaan en een strook aan weerzijden daarvan maken onderdeel uit van die bomenstructuur. De bomenstructuur valt onder categorie 1 van de Bomenkaart. Deze maakt onderdeel uit van de nota 'Bescherming en kap van bomen' (2012). Bomenstructuren zijn onder meer lanen, die bepalend zijn voor het groene karakter van Soest. Deze bevinden zich zowel in het stedelijk als het landelijk gebied. Bomenstructuren versterken de opzet en de identiteit van de gemeente.
Daarnaast vertellen zij iets over het aanwezige landschap en onderstrepen de cultuurhistorische achtergrond van het gebied. Binnen de bomenstructuur is een omgevingsvergunning voor het kappen nodig, indien de houtopstand een stamomtrek heeft van minimaal 30 centimeter, gemeten op 1.30 meter boven maaiveld. 2.5.7. Nota Parkeernormen auto en fiets 3e herziening In de Nota parkeernormen auto en fiets 3e herziening, slimmer en beter, die op 28 september 2017 is vastgesteld, is het parkeerbeleid van de gemeente Soest verwoord. Op basis van de parkeernormen wordt berekend hoeveel autoparkeerplaatsen benodigd zijn voor een bepaalde ontwikkeling; de parkeereis. Aan deze parkeereis moet minimaal worden voldaan. Het is altijd toegestaan om meer parkeerplaatsen te realiseren dan het aantal dat wordt vastgelegd in de parkeereis. Bij woningbouw moet (een deel van) de autoparkeerplaatsen voor bezoekers openbaar zijn. Bij een ontwikkeling van 3 of meer woningen moet per 3 woningen ten minste 1 parkeerplaats openbaar zijn.
Ontwerp Bestemmingsplan Koninginnelaan 81-83
16
Afbeelding 3: Parkeernormen woningbouw.
Uit paragraaf 3.2.2 blijkt dat er voldoende parkeergelegenheid beschikbaar is, om aan de parkeernormering uit de beleidsnota te voldoen. Afbeelding 4: Berekeningswijze parkeren.
2.5.8. Duurzaamheidsplan 2016-2020 De gemeente Soest heeft in het Duurzaamheidsplan 2016-2020 een richtinggevende beleidsvisie op een Duurzaam Soest in 2030 ontwikkeld. Met betrekking tot het thema Wonen wordt ingezet op duurzaam bestemmen en inrichten en duurzaam bouwen. Dit gaat naast energiegebruik over meerdere aspecten, zoals water, duurzaam materiaalgebruik, levensloopbestendigheid. Een hulpmiddel daarbij is de systematiek van de Gemeentelijke Praktijkrichtlijn (GPR). GPR gebouw is een softwareprogramma dat helpt bij het maken van duurzaamheidskeuzes voor de nieuwbouw of renovatie van woningen, kantoren en scholen. Bereikte of geambieerde prestaties worden uitgedrukt in rapportcijfers over 5 deelgebieden: Energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde. Het Bouwbesluit (= GPR 7 ) wordt als uitgangspunt gehanteerd, waarbij indien mogelijk een stapje verder wordt gegaan. 2.5.9. Gemeentelijk Water- en Rioleringsplan Soest-Baarn 2018-2022 Op 21 december 2017 heeft de gemeenteraad van Soest het Gemeentelijk Water- en Rioleringsplan Soest-Baarn 2018-2022 vastgesteld. Het plan heeft betrekking op alle gemeentelijke watertaken (afvalwater, hemelwater en grondwater), het stedelijk oppervlaktewater en de integratie met de leefomgeving. Het plan beschrijft de achtergronden, het beleid, het programma en de financiën.
Ook komen de rollen van gemeente, waterschap, bewoners en be-
Ontwerp Bestemmingsplan Koninginnelaan 81-83
17
drijven aan bod. Daarnaast houdt het plan rekening met recente ontwikkelingen en het pas afgeronde technische onderzoek Basiswaterketenplan. Doelstelling is het maken van een duurzaam en robuust watersysteem en rioleringsstelsel, zodat deze de effecten van de klimaatverandering kunnen opvangen. Dit gebeurt in samenhang met andere ingrepen in de (stedelijke) omgeving, waarbij de kansen worden benut en effectgericht word gewerkt. Het hemelwater van de bebouwing zal worden opgevangen in infiltratiekratten. Het water dat op straat valt zal naar straatkolken worden geleid. In het plangebied zal hiervoor een gescheiden stelsel worden aangelegd tot aan de perceelsgrens. De riolering wordt daar aangesloten op het bestaande gescheiden stelsel. Nieuwe ontwikkelingen worden 'waterneutraal' ontworpen (geen extra afvoer van hemelwater). Het afvalwater wordt als bron van grondstoffen en energie gezien. Waar kansen zich voordoen, maken we het afvalwater onderdeel van de circulaire economie. Het grond- en oppervlaktewaterbeleid richt zich op waterbestendig bouwen, zodat de natuurlijke waterhuishouding behouden blijft. Onder het motto wat groen is moet groen blijven probeert het gemeentebestuur het verharden van tuinen te beperken. Door de klimaatverandering zal hevige neerslag vaker voorkomen en nog heviger worden. Hierdoor neemt het risico op wateroverlast toe.
Bewoners en bedrijven zullen vaker hinder ondervinden, maar de gemeente wil de kans op overlast beperken en waterschade zoveel mogelijk voorkomen. De gemeente zet het beleid voort om vuil water en schoon hemelwater te scheiden. Het schone hemelwater wordt van de riolering afgekoppeld. Dit afkoppelen is duurzaam en nodig om de gemeente klimaatbestendig te maken. Voor nieuwbouw is de inzet om de ideale situatie steeds meer te benaderen op basis van de stand van de techniek. Dit vraagt om een vroegtijdige verbinding tussen disciplines als ruimtelijke ordening en stedelijk waterbeheer. De initiatiefnemer zal over de definitieve uitvoering in overleg treden met gemeente. 2.5.10.Plan van aanpak Diffuse bronnen Alle lozingen van afvalwater op oppervlaktewater zijn gesaneerd. Het afvalwater wordt nu gezuiverd op de rioolwaterzuivering. De kwaliteit van het oppervlaktewater is hierdoor sterk verbeterd. Waterschap Vallei & Veluwe, als waterbeheerder, streeft ernaar om de kwaliteit van het oppervlaktewater nog verder te verbeteren. Voor een groot deel wordt de overgebleven verontreiniging van het oppervlaktewater veroorzaakt door diffuse bronnen, bijvoorbeeld metalen en bestrijdingsmiddelen. Het plan bevat een inventarisatie van diffuse bronnen en omschrijft hoe en wanneer de gemeente de diffuse bronnen aanpakt en hoe de gemeente de aanpak nog wil intensiveren.
2.5.11.Welstandsbeleid Op 13 februari 2014 heeft de gemeenteraad van Soest de nieuwe Welstandsnota vastgesteld om transparant welstandsbeleid te kunnen voeren. Het welstandsbeleid is bedoeld om te zorgen dat bij bouwen en verbouwen de omgeving niet visueel wordt aangetast.
Ontwerp Bestemmingsplan Koninginnelaan 81-83
18
In de Welstandsnota is de gemeente in verschillende gebieden ingedeeld. Het plangebied ligt in deelgebied: Entrees van Soest (zie afbeelding 5). Voor dit deelgebied is het beeldkwaliteitplan Entree's van Soest (2005) van kracht. De Koninginnelaan is van oorsprong een ontginningsweg en vormde de voormalige dorpsrand. Aan de weg ligt nog één functionerende boerderij en zijn diverse bedrijven ontwikkeld. De bedrijven zijn voornamelijk achter de woonbebouwing gesitueerd. De Koninginnelaan heette voor 1929 de Veenhuizenweg, genoemd naar het Veenhuis dat aan de Praamgracht lag en diende als overslagplaats voor turf en tevens herberg was. Rond 1950 is het lint nagenoeg opgevuld. Na deze datum zijn enkele woningen toegevoegd. De Koninginnelaan heeft primair een verblijfsfunctie en heeft geen duidelijke groenstructuur. De laan wordt gekenmerkt door overwegend kleinschalige, vrijstaande panden in één bouwlaag met een kap haaks op de weg. Er komen ook panden voor van twee lagen met kap evenwijdig aan de straat. De bebouwing bevindt zich op relatief bescheiden percelen. Dat geldt vooral voor de zuidzijde van de straat. Aan de noordelijke zijde is de agrarische herkomst nog herkenbaar door onder andere de erfbeplanting en verspringende rooilijnen. Op sommige plekken is doorzicht naar het achtergelegen weidelandschap mogelijk. Afbeelding 5: Gebiedsindeling Welstandsnota.
De welstandsnota gaat uit van 3 toetsingsniveaus, te weten: Gebieden met monumenten en beschermde dorpsgezichten – De Soester Eng - hebben welstandsniveau 1 (beschermend); Gebieden waarvoor een beeldkwaliteitsplan is opgesteld, zoals voor de entrees van Soest waaronder Vredehofstraat en Koninginnelaan, alsook de Flanken van De Eng. Hiervoor geldt welstandsniveau 2 (bijzonder); De rest van de gemeente heeft een basisniveau (niveau 3) waarbij een eenvoudige toets volstaat. Het bouwplan is door de Commissie ruimtelijke kwaliteit aan het beeldkwaliteitsplan getoetst. Naar aanleiding van die toetsing is het bouwplan aangepast.
Ontwerp Bestemmingsplan Koninginnelaan 81-83
19
Hoofdstuk 3. Planbeschrijving 3.1.
Bestaande situatie
3.1.1. Cultuurhistorie De Koninginnelaan is onderdeel van de zogenaamde Flanken van De Eng. Deze flanken worden gevormd door de percelen gelegen aan de wegen ten zuiden, westen en noorden van de Eng. De Eng is een uniek geïsoleerde stuwwalheuvel met drie toppen tot ongeveer 20 meter boven NAP. De hogere gelegen gronden bleven lang onontgonnen en bewoners vestigden zich op de flanken van De Eng op de overgang tussen hoog en laag. De flanken van De Eng liggen op 6 tot 7 meter boven NAP. Rondom De Eng ontstonden de buurtschappen Soestdijk, Het Hart, Den Eng, De Bunt, Hees en De Birkt. Op de topografische kaart uit 1852 is zeer verspreid gesitueerde lintbebouwing langs deze verbindingsweg tussen Soestdijk en Het Hart zichtbaar. Op een topografische kaart uit 1933 is te zien dat er langs de Koninginnelaan (toen nog Veenhuizerstraat genoemd) veel dichtere lintbebouwing is ontstaan. De bebouwing aan de flanken van De Eng is over het algemeen gevarieerd in grootte en stijl. Dat geldt ook voor de bebouwing langs de Koninginnelaan. Een gemeenschappelijk kenmerk is dat het voornamelijk gaat om individueel herkenbare bebouwing in één tot twee bouwlagen met kap. De kaprichting is niet eenduidig in het gebied. Van oudsher is de kaprichting vooral haaks op de weg, terwijl de latere toevoegingen ook kappen in de langsrichting hebben. Het betreft veelal (half-)vrijstaande woningen.
Het oorspronkelijke patroon is weliswaar in de loop van de tijd sterk verdicht, maar het is nog grotendeels in tact. Afbeelding 6: Historische topografie.
Ontwerp Bestemmingsplan Koninginnelaan 81-83
20
De Koninginnelaan in de nabijheid van het plangebied kenmerkt zich met name in de nabijheid van het centrum van Soest door een functieverweving van wonen, detailhandel, horeca en dienstverlening. Op grotere afstand van het centrum, waartoe het onderhavige plangebied behoort, wordt het aandeel van de woonfunctie groter. De Koninginnelaan is een zijstraat van de Vredehofstraat, het Nieuwerhoekplein en de Burgemeester Grothestraat, die onderdeel uitmaken van de hoofdontsluiting van Soest. Op het perceel Koninginnelaan 81-83 was de laatste jaren een groothandel en importeur in textiel gevestigd Het perceel Koninginnelaan 81-83 was in eigendom bij dezelfde eigenaar als het perceel met de vrijstaande woning aan de Koninginnelaan 79. Deze eigenaar heeft zijn textielbedrijf verplaatst en vervolgens het perceel Koninginnelaan 81-83 met uitzondering van een perceelsgedeelte achter zijn woning verkocht. Op dit perceel staat in de achterste perceelsgrens over de volledige breedte van het perceel bedrijfshal van 760 m². Deze bedrijfshal is voor het grootste gedeelte plat afgedekt en bestaat uit één bouwlaag. Op een aantal gebouwdelen is een kap aanwezig. Het perceel heeft twee inritten met daartussen een tuin waarop enkele bomen staan. De gebouwen aan Koninginneweg 81, 83 en 85 zijn volgens het gemeentelijk monumentenregister en het rijksmonumentenregister niet aangemerkt als monument.
3.1.2. Stedenbouw Doordat sprake is van een historisch bebouwingslint is er in de afgelopen decennia een grote diversiteit is in de bebouwing aan de Koninginnelaan ontstaan. De laan wordt gekenmerkt door overwegend kleinschalige, vrijstaande panden in één bouwlaag met een kap haaks op de weg. Er komen echter ook panden voor van twee lagen met kap evenwijdig aan de straat. Aan de Schaepmanstraat die aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door rijwoningen met een diepe achtertuin. 3.1.3. Functionele structuur De meeste percelen rondom het plangebied hebben een woonfunctie. Tegenover het plangebied is een café aanwezig. 3.1.4. Verkeersstructuur De Koninginnelaan is een woonstraat. Ter plaatse geldt een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur. 3.1.5. Groen Aan de straatzijde is een perceelsgedeelte aanwezig dat is ingericht als tuin, die bestaat uit een gazon met enkele bomen en struiken. 3.1.6. Water Grondwater De grondwaterstromen in Soest bewegen zich van de Utrechtse Heuvelrug naar de lage gebieden van het Soesterveen en worden vervolgens via de Praamgracht/ Pijnenburgergrift af-
Ontwerp Bestemmingsplan Koninginnelaan 81-83
21
gevoerd naar de Eem. Het plangebied ligt op circa 4 meter boven NAP. Uit het bodemonderzoek (zie paragraaf 4.2.1) bevindt het grondwater zich op 1,3 à 2,3 m-mv. Oppervlaktewater Op het terrein is geen oppervlaktewater aanwezig. Afval- en regenwater Bij nieuwbouw moet rekening gehouden worden met het veranderende klimaat. Het waterbeleid is hier op aangepast. Bij de ontwikkeling moet men rekening houden met de toenemende mogelijkheid van 'water op straat'. Bouwplannen moeten hierop afgestemd zijn. Bij nieuwbouw moet regenwater van verharde oppervlaktes (daken en verhardingen) afgekoppeld worden. Regenwater wordt zo dicht mogelijk bij de plek waar het valt worden verwerkt, om afwenteling te voorkomen. Het regenwater moet daarom, voor zover redelijkerwijs haalbaar, binnen het plangebied worden opgevangen en verwerkt, voor particulier terrein bij voorkeur binnen het eigen perceel. Het wordt bij voorkeur niet getransporteerd naar buiten het plangebied. Infiltratie van regenwater binnen het plangebied heeft daarom de voorkeur boven afvoer naar oppervlaktewater via een regenwaterriool. Gezien de situatie ter plaatse (wateroverlast uit riolering in het verleden, afwezigheid van oppervlaktewater en geschiktheid bodem voor infiltratie) is afvoer naar oppervlaktewater (al dan niet via een regenwaterriool) geen optie.
Uit de klimaateffectatlas van het Waterschap Vallei en Veluwe blijkt dat ter plaatse sprake is van wateroverlast. In de huidige situatie is het maaiveld van dit perceel over het algemeen lager dan het maaiveld (en vloerpeil) dan de omringende percelen. Hierdoor ontvangt dit lager gelegen perceel bij extreme buien van nature het afstromend water van de hogere percelen. Bij nieuwbouw moet voor de afvoer van afvalwater een vuilwaterriool worden aangelegd. Regenwater mag niet op het vuilwaterriool aangesloten worden. Afvalwater en regenwater worden strikt gescheiden gehouden (gescheiden stelsel)
3.2.
Toekomstige situatie
3.2.1. Stedenbouw Op het perceel Koninginnelaan 81-83 worden 11 woningen gebouwd, 7 appartementen en vier rijwoningen. Het bouwplan is bij de stedenbouwkundige uitwerking ingepast in het bestaande straatbeeld van de Koninginnelaan dat wordt gekenmerkt door woningen met een individuele gedifferentieerde architectuur die bestaan uit één of twee bouwlagen met een kap. Gelet op de bestaande woonpercelen rondom het plangebied is ook de positionering van de bouwblokken een ander belangrijk uitgangspunt om het woon- en leefklimaat van omwonenden te borgen. De appartementen komen aan de straatzijde in een gebouw dat bestaat uit twee bouwlagen met een kap op de begane grond worden 3 appartementen en de bergingen gerealiseerd, daarboven komen 4 maisonnettes. Doordat de bouwmassa in twee bouwdelen met elk een eigen kap is opgedeeld met daartussen een lager gedeelte, krijgt het gebouw een massaopbouw die past in de bebouwingsstructuur langs die laan. Net als andere bebouwing langs de laan, krijgt het appartementengebouw een voorgevel en voortuinen die gericht zijn op de
Ontwerp Bestemmingsplan Koninginnelaan 81-83
22
Koninginnelaan. Bij de situering is met het oog op de privacy van de bewoners van Koninginnelaan 87 bovendien rekening gehouden met een brede zijtuin. Afbeelding 7: Indicatieve gevelaanzichten.
De rijwoningen daarachter worden haaks op de Koninginnelaan gesitueerd en worden georienteerd op het plein dat daar voor wordt aangelegd. Deze woningen krijgen een asymmetri-
Ontwerp Bestemmingsplan Koninginnelaan 81-83
23
sche kap, waarbij het lage deel is gericht op het woonperceel aan de westzijde. De rijwoningen zijn lager dan het appartementengebouw, zodat in hoogte een afbouw ontstaat richting de Schaepmanstraat. Afbeelding 8: Indicatieve toekomstige situatie.
Het parkeren vindt in het achterterrein plaats zodat dit maar beperkt zichtbaar is vanaf de Koninginnelaan. 3.2.2. Verkeer In het plangebied is in de huidige situatie een groothandel en importeur in textiel gevestigd. In plaats van dat textielbedrijf worden er 7 appartementen en 4 rijwoningen gebouwd. Uit de ASVV 2012 blijkt dat rijwoningen in matig stedelijk gebied in de rest bebouwde kom uitgegaan dient te worden van 6,7 tot 7,5 motorvoertuigen per woning per etmaal en voor appartementen 4,5 tot 5,3 motorvoertuigen per woning per etmaal. De 11 woningen genereren derhalve maximaal 67,1 motorvoertuigen per etmaal. Het textielbedrijf is in de zin van de ASVV 2012 beschouwd als een arbeids- en bezoekersextensief bedrijf. Hiervoor geldt verkeersaantrekkende werking van 3,9 en 5,7 motorvoertuigen per etmaal per 100 m². Wanneer ervan uitgegaan wordt dat het textielbedrijf een oppervlak had van 760 m², resulteert dit in een verkeersaantrekkende werking van 43,3 motorvoertuigen per etmaal. Per saldo is er derhalve sprake van een beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen met 24 voertuigbewegingen per etmaal. Wanneer uitgegaan wordt van een spitsintensiteit van 10% betekent dit in de spits één beweging extra per 25 minuten. De Koninginnelaan en de omliggende wegen kunnen deze marginale toename verwerken. Verkeersmaatregelen worden dan
Ontwerp Bestemmingsplan Koninginnelaan 81-83
24
ook niet nodig geacht. De realisatie van de woningen op deze locatie zal niet leiden tot onaanvaardbare verkeershinder. Voor de rijwoningen (gebruiksoppervlak circa 83 m²) geldt op grond van de Nota Parkeernormen een parkeernorm 1,8 parkeerplaatsen; voor de appartementen (gebruiksoppervlak circa 60 m²) bedraagt die norm 1,2 parkeerplaatsen. Derhalve zijn er 16 parkeerplaatsen (4x1,8 + 7x1,2) noodzakelijk. Deze zullen worden aangelegd op het plein. Hiermee wordt voldaan aan de parkeernormering (zie paragraaf 2.5.7). Alle parkeerplaatsen krijgen een openbaar karakter zodat ook aan de eis uit de Nota parkeernormen wordt voldaan dat per 3 woningen tenminste één parkeerplaats openbaar moet zijn. 3.2.3. Groen In het plangebied wordt geen openbaar groen gerealiseerd. Op enkele plekken zullen in de verharding wel bomen worden ingeplant. De tuinen krijgen uiteraard een groen karakter. 3.2.4. Water Het terrein is in de huidige situatie grotendeels bebouwd en verhard. Door de aanleg van de tuinen zal dit bebouwde en verharde oppervlak per saldo afnemen. Het bouwplan brengt ten aanzien van de verschillende wateraspecten geen (ingrijpende) veranderingen teweeg. Binnen het perceel wordt geen oppervlaktewater gerealiseerd (de grondwaterstand is relatief diep). Infiltratie van regenwater binnen het plangebied heeft de voorkeur boven afvoer naar oppervlaktewater via een regenwaterriool.
In het kader van de planuitwerking zal worden onderzocht in hoeverre infiltratie ter plaatse mogelijk is, mede gelet op het feit dat in de huidige situatie sprake is van wateroverlast.
Ontwerp Bestemmingsplan Koninginnelaan 81-83
25
Hoofdstuk 4. Resultaten onderzoeken 4.1.
Algemeen
Ten behoeve van een bestemmingsplan en/of een bestemmingsplan dient op diverse gebieden onderzoek te worden uitgevoerd. De resultaten van het uitgevoerde onderzoek zijn samengevat in dit hoofdstuk. Het plan voldoet uit het oogpunt van milieu aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening.
4.2.
Milieuaspecten
Het bouwplan omvat geen activiteiten uit de bijlage C en D van het Besluit milieueffectrapportage die aanleiding geven een m.e.r.-beoordeling of een (plan- of project)MER op te stellen. Dit geldt ook voor activiteiten uit de Provinciale Milieuverordening. In de omgeving van het plangebied liggen geen Natura-2000 gebieden. Met de uitvoering van het plan is het derhalve niet noodzakelijk om een passende beoordeling (planMER) in het kader van de Natuurbeschermingswet op te stellen. 4.2.1. Bodem In artikel 2.4.1, lid 1 van de Bouwverordening is bepaald dat een omgevingsvergunningsplichtig bouwwerk niet mag worden gebouwd op een zodanig verontreinigd terrein, dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu. Derhalve is bodemonderzoek1 uitgevoerd. Uit de analyseresultaten blijkt dat de top- en onderlaag van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie over het algemeen licht verontreinigd is met enkele zware metalen, PAK en PCB. Uitzondering hierop betreft de noordwesthoek van het perceel waar sprake is van een sterke verontreiniging met PAK in de grond. De sterke verontreiniging beperkt zich tot de zintuiglijk zwak kool- en puinhoudende bodemlaag (tot 0,8 à 1,0 m-mv) en heeft een omvang van 45 m² / circa 40 m³. In verband met de verontreiniging met PAK is een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd.