CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

7. Bijlage 6 Startnotitie Groen en Landschap

Besluitvormende Raadsvergadering 20 april 2023, gemeente SoestBij agendapunt: Startnotities omgevingsprogramma’s Mobiliteit, Wonen, Werken, Energietransitie, Water/riolering en Groen en Landschap14.171 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Omgevingsprogramma Groen en landschap Startnotitie voor het omgevingsprogramma

Versie 1.0 - 23-02-2023

Inhoudsopgave 1

2

3

4

Aanleiding

3

1.1

Achtergrond

4

1.2

Probleem

4

1.3

Doelstelling

6

1.4

Rol van de gemeente

7

1.5

Rol van het omgevingsprogramma

7

Kaderstelling

8

2.1

Europese en landelijke kaders

8

2.2

Provinciale en regionale kaders

12

2.3

Omgevingsvisie en lokale kaders

18

2.4

Kaders van partners

19

2.5

Financiële en organisatorische kaders

19

2.6

Aandachtspunten bij kaderstelling

19

Opdracht

20

3.1

Opdrachtformulering

20

3.2

Raakvlakken en samenhang met andere programma’s

20

3.3

Afbakening van het programma

23

3.4

Randvoorwaarden en vereisten voor het opstellen van het programma

23

3.5

Strategie en afwegingskader

24

3.6

Eindresultaat

26

Plan van Aanpak

28

4.1

Globale aanpak

28

4.2

Onderzoek, informatie en kwaliteit

29

4.3

Programma-organisatie

30

4.4

Participatie

31

4.5

Procedures

34

4.6

Budget

35

4.7

Planning

36

4.8

Communicatie

36

4.9

Uitvoering van het programma

37

1 Aanleiding Eind 2021 is de Omgevingsvisie Soest en Soesterberg ‘Stap voor Stap ver komen’ door de gemeenteraad vastgesteld. In de omgevingsvisie staan de ambities, doelen en uitdagingen van de gemeente voor de komende jaren. De Omgevingsvisie geeft een beeld van waar de gemeente naartoe werkt in de periode tot 2040. Alle instrumenten van de Omgevingswet sturen, zoals de wetgever dat zegt, op ‘beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving’. Bijna alle beleidsvelden waar we als gemeente mee te maken hebben, hebben wel een raakvlak met de fysieke leefomgeving. De bedoeling is om de ruimtelijke component van al die beleidsvelden in samenhang te benaderen. Twee instrumenten, de omgevingsvisie en de omgevingsprogramma’s sturen in samenhang op de overgang van de bestaande situatie naar de gewenste situatie. • In de omgevingsvisie geven we als gemeente aan wat de gewenste situatie voor de fysieke leefomgeving is. • In omgevingsprogramma’s geven we aan hoe we van de bestaande situatie naar de gewenste situatie willen komen en welk beleid en welke gebiedsprojecten daarvoor nodig zijn. De omgevingsprogramma’s waar we nu aan werken (wonen, mobiliteit, Werken, Energietransitie, Water en Groen) dekken, de belangrijkste ruimtevragers in onze gemeente af en zullen de hoofdlijnen uit de Omgevingsvisie de komende jaren verder in moeten kleuren.

Voor alle programma’s geldt dat er in meer of minder mate een samenhang en/of (in)directe afhankelijkheid is met andere programma’s. Bij de vaststelling van de Omgevingsvisie is de afspraak gemaakt om bij het uitwerken van een omgevingsprogramma te beginnen met het opstellen van een startnotitie. In de startnotitie staat op welke wijze de opdracht concreet uitgewerkt wordt. De kern van die startnotitie wordt later verwerkt in de inleiding van het programma, zodat iedereen weet wat het verband is tussen dat programma en de opdrachten die naar aanleiding van de visie zijn vastgesteld. De startnotities voor de omgevingsprogramma’s zijn kaderstellend (bedoeld voor een nadere beleidsmatige inkadering). Doel van de kaderstellende startnotitie is immers dat de raad aan de voorkant het (door college voorgestelde) nadere kader toetst. Het college geeft daarna het betreffende programma verder invulling en gaat daadwerkelijk aan de slag met het behalen van de strategische doelen, zoals door de raad is vastgelegd in de omgevingsvisie. Het Omgevingsprogramma Groen en landschap is een sectoraal (thematisch) programma. In het programma Groen en landschap staat in grote lijnen hoe de gemeente Soest met het groen, de natuur en het landschap om wil gaan.

Groen en landschap gaat over het stedelijk groen, het landschap in het buitengebied en de natuur in stedelijke en buitengebied van Soest en Soesterberg.

3

Er is op veel vlakken behoefte aan vernieuwing of vorming van beleid. Door het formuleren van beleid zetten we een duidelijke stip op de horizon. Daarnaast biedt beleid de mogelijkheid goed te sturen op particuliere initiatieven; het biedt een toetsingskader en bewaakt op deze manier de wijze waarop Soest zich ontwikkelt op langere termijn.

1.1 Achtergrond Onze gemeente kenmerkt zich door haar groene karakter. Zo is er het groen in de directe leefomgeving, zoals parken, wijk- en buurtgroen en bomen in de straten. In deze groene leefomgeving ontmoeten buurtbewoners elkaar en spelen kinderen. Hier vinden we ook oude cultuurhistorische waardevolle groenelementen. Ook ons buitengebied wordt gekenmerkt door de hoge groen-, landschappelijke en natuurwaarden. Zoals onze bossen met heidevelden, die druk bezocht worden door wandelaars, ruiters en fietsers, uit Soest en de regio. Al dat groen heeft tevens een grote natuurwaarde. Het is het leef- en voedselgebied voor alle dieren. De groene leefomgeving staat onder enorme druk. Een toenemende vraag naar ruimte voor woningbouw en klimaatveranderingen hebben grote gevolgen voor het groen, de natuur en het landschap. En dit heeft op korte en lange termijn effect op de gezondheid en de kwaliteit van leven van onze inwoners. Het omgevingsprogramma Groen en landschap gaat in op deze onderwerpen en dilemma’s.

Hoe gaan we om met de grote ruimtevragers, zoals het wonen, mobiliteit en toenemende recreatie? En ondergronds de enorme hoeveelheid aan kabels en leidingen? Hoe spelen we in op de toenemende klimaatveranderingen? Wat betekent dit voor de natuur? Welke keuze moeten we maken om groen en natuur in balans te houden? Hoe behouden we ons groene karakter? In het omgevingsprogramma Groen en landschap geven we daar invulling aan met een blik gericht op de toekomst.

1.2 Probleem Groen en landschap is een belangrijke randvoorwaarde bij ruimtelijke ontwikkelingen. Een omgevingsprogramma Groen en landschap is daarom nodig om antwoord te kunnen geven op de vraag hoe Soest duurzaam kan groeien en een vitale en kwalitatief prettige gemeente kan blijven. Dat is voor de gemeente Soest een uitdagende opgave, want de druk op het groen en het landschap in Soest kan de komende jaren verder onder druk komen te staan. Dit heeft te maken met een aantal ontwikkelingen. Vraag om ruimte (voor (woning)bouw) legt druk op het groen Voor de komende jaren is de woningbouwopgave groot. In de gemeente Soest verwachten we 100 tot 200 woningen per jaar te bouwen. Een deel van deze woningbouwopgaven is al bekend (tot 2030). Voor de periode na 2030 zoeken we nieuw locaties voor wonen. Daarnaast

4

kan er vanuit werken ook behoefte zijn naar nieuwe ruimte voor bedrijventerreinen. Uitbreiding van woningbouw en ruimte voor werken zal ook leiden tot een uitbreiding van ons wegennet. Daarnaast krijgen we te maken met een groeiende vraag naar recreatie in het buitengebied. Het kan niet anders dan dat (een deel van) de ruimte voor deze nieuwe woon- en werklocaties gezocht gaat worden in het groen. Binnen- dan wel buitenstedelijk. En dat terwijl groen juist bijdraagt aan onder meer het woongenot, gezondheid, goede luchtkwaliteit, biodiversiteit, klimaatadaptatie en recreatieve mogelijkheden. Hoe gaan we om met deze vraag om ruimte én vraag om groen. De klimaatverandering vraagt om forse ingrepen De klimaatveranderingen waar wij nu mee te maken hebben, heeft ook zijn weerslag in het groen. Zo zijn langdurige perioden van droogte, (plotselinge) wateroverlast, hitte en overstroming zijn van invloed om het groen en de natuur. Zo weten we dat onder andere oude beuken het erg moeilijk hebben door de droogte en hete zomers (lagen grondwaterstanden). Dit vraagt om een andere kijk op het toepassen (sortiment) en beheren van het groen. Ook de fauna (dieren, vogels, etc.) merkt de gevolgen van de klimaatveranderingen, omdat zij afhankelijk zijn van een gezonde bodem en het groen om in te nestelen, te schuilen en voedsel te zoeken.

Om het hoofd te bieden aan deze gevolgen van de klimaatveranderingen moeten we ook in het groen forse maatregelen nemen (klimaatadapatie in het groen). Groen is vaak een hightech oplossing voor veel van deze problemen. Ook aan de mitigerende kant kan groen (in beperkte mate) bijdragen aan het verminderen van de CO2 uitstoot. Groen kan dan ook worden ingezet als techniek om verbeteringen in ons leefklimaat te bereiken. Hoe? Dat werken we verder uit in het omgevingsprogramma Groen en landschap. Naast deze adaptieve kant van het klimaat, hebben we in het groen en ons landschap ook te maken met de gevolgen van te nemen mitigerende maatregelen. Maatregelen om bijvoorbeeld de CO2 uitstoot te reduceren, zoals het aanleggen van zonnevelden en windmolens in het kader van ‘van het gas af’. Deze vragen veel ruimte die ook ten koste zal gaan van groen. Dit speelt ook bij het aanleggen van nieuwe kabels en middenspanningsstations voor het uitbreiden van het elektranet. Naast ruimte heeft dit ook invloed op de bodem, de voedingsbasis voor het groen. Samengevat: onze opgave Als we niet inspelen op deze ontwikkelingen, dan gaan we hard achteruit met (de kwaliteit van) ons groen en het landschap van Soest. Wij staan als gemeente Soest daarom voor de opgave om het groen en ons landschap in stand te houden en de leefkwaliteit te verbeteren.

Daarmee zorgen we ook voor een balans tussen groen, landschap en recreatie. We vertalen dit in onze hoofdopgave voor groen en landschap: “HOE BEHOUDEN WE HET GROENE EN DORPSE KARAKTER VAN DE GEMEENTE EN HOE VERSTERKEN WE DE KWALITEIT VAN DE GROENE LEEFOMGEVING ?”

5

1.3 Doelstelling De hoofdopgave: ‘Hoe behouden we het groene en dorpse karakter van de gemeente en hoe versterken we de kwaliteit van de groene leefomgeving?’ wordt uitgewerkt in zes thema’s: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Ruimtelijke samenhang Biodiversiteit Leefomgeving Klimaat Inclusiviteit Gezondheid

Deze thema’s vormen de scope van het omgevingsprogramma Groen en landschap. Binnen deze thema’s werken we aan zes doelen: 1. Verbinden en structureren van groen-blauw in wonen en werken; 2. Verbeteren en vergroten van de diversiteit in flora en fauna; 3. Zorgen voor een prettige en natuurlijke leefomgeving; 4. Verminderen van CO2, wateroverlast, hittestress en droogte; 5. Zorgen dat de groene leefomgeving voor iedereen bruikbaar is; 6. Bevorderen van een gezonde leefstijl.

De zes doelen zijn hogere doelen. Dat betekent dat niet alleen het omgevingsprogramma Groen en landschap bijdraagt aan het behalen van de doelen, maar bijvoorbeeld ook de andere omgevingsprogramma’s (wonen, mobiliteit, werken, energietransitie en water). De doelen die geformuleerd zijn, sluiten aan bij de global goals van de Verenigde Naties. Binnen de zes hoofdthema’s wordt ingegaan op subthema’s (bijvoorbeeld landschapsstructuren, soortenbescherming, schaduw door bomen en ruimte voor bewegen en ontmoeten). In bovenstaand overzicht van de scope voor groen en landschap is een eerste aanzet gegeven voor subthema’s.

6

De hoofddoelen van programma Groen en landschap sluiten aan bij de volgende global goals:

1.4 Rol van de gemeente De gemeente Soest heeft verschillende rollen in het programma Groen en landschap. Op sommige onderwerpen kunnen wij direct invloed uitoefenen om onze doelen te halen (ruimte bieden voor recreëren en bewegen, het vergroten van de biodiversiteit in het openbaar groen of onze bos- en natuurgebieden). Op andere onderwerpen, zoals natuurinclusief bouwen, groene tuinen en het vergroten van natuurwaarden in het agrarische buitengebied, hebben we anderen daarvoor nodig. Dit betekent dat we enerzijds onszelf sturen door bijvoorbeeld uitvoeringsprogramma’s en beheerplannen op te stellen. Daarnaast moeten wij stimuleren, door samen te werken met onze partners, grondbezitters in het buitengebied, tuineigenaren, et cetera. Ook zullen we projectontwikkelaars verleiden om ‘groen en natuur-inclusief te ontwikkelen.

1.5 Rol van het omgevingsprogramma Zoals al aangegeven is een omgevingsprogramma een uitwerking van de Omgevingsvisie. In de omgevingsprogramma’s werken we uit hoe we van de bestaande situatie naar de gewenste situatie willen komen. We formuleren beleid en maatregelen die leiden tot de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het programma bevat de volgende onderdelen: • de uitwerking van het beleid voor ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming en behoud van de fysieke leefomgeving (artikel 3.5, onder a, Omgevingswet). • maatregelen om aan omgevingswaarden te voldoen of maatregelen om 1 of meer andere doelstellingen voor de fysieke leefomgeving te bereiken (artikel 3.5, onder b, Omgevingswet). Het programma Groen en landschap is een vrijwillig programma onder de Omgevingswet. Een vrijwillig programma wil zeggen dat dit type programma uit eigen initiatief en behoefte inzetbaar is. De Omgevingswet (Ow) noemt dit een onverplicht programma. Onder de Omgevingswet vormen onze omgevingsprogramma’s straks een belangrijke schakel tussen (de strategische beleidsdoelen uit) de Omgevingsvisie en (de juridische doorvertaling in de regels van) het Omgevingsplan. Een van de doelen van(uit) de programma's is dan ook om (zo mogelijk) (nieuwe) regels voor het toekomstig Omgevingsplan op te leveren.

De regels in het Omgevingsplan bepalen immers uiteindelijk welke ontwikkelingen/initiatieven we willen toestaan.

7

2 Kaderstelling In dit hoofdstuk beschrijven we de kaders die vanuit het bestaande beleid aan het programma Groen en landschap gesteld worden. Het gaat daarbij om zowel de Europese, landelijke, provinciale, regionale als lokale ‘Soester’ en financiële kaders. Ook is gekeken naar mogelijke relevante kaders van onze overige partners. We hebben een vertaling gemaakt naar wat deze kaders voor ons programma betekenen. We hebben daarbij aangegeven welke beleidsruimte is er, of dat deze mogelijk gecreëerd moet worden. Ook kijken we naar relevante kaders die vanuit ander beleid, andere omgevingsprogramma’s of andere documenten zijn vastgesteld. Tot slot is gekeken of er naast een inkadering van de opdracht in paragraaf 3.1 Opdrachtformulering ook inhoudelijke kaders voor de uitwerking zijn meegegeven in het coalitieakkoord, in de begroting (bijvoorbeeld financiële kaders) of in toezeggingen aan de gemeenteraad. In paragraaf 2.6 Benodigde aanpassing van kaders is aangegeven of er kaders ontbreken of dat juist kaders in tegenspraak met elkaar zijn. Wat dit mogelijk betekent, of bestaand beleid wellicht moet worden aangepast en wat daarvoor nodig is, wordt hierbij aangegeven.

2.1 Europese en landelijke kaders Klimaatakkoord Parijs (2022) De nieuwe klimaatwet zet in op 55% CO2 reductie in 2030 en 95% CO2 reductie in 2050. De Rijksoverheid heeft deze doelstelling overgenomen in het coalitieakkoord en roept op om beleidsmatig in te zetten op 60% CO2 reductie om de beoogde 55% CO2 reductie te halen. Hiermee wordt verder invulling gegeven aan het Klimaatakkoord van Parijs uit 2015 waarin afgesproken is om de gemiddelde mondiale temperatuurstijging te beperken tot 2°C met inspanningen om het te beperken tot 1,5°C. In Nederland is met vele klimaatpartners een klimaatakkoord gesloten met doelstellingen voor CO2 reductie voor de thema’s elektriciteit, industrie, gebouwde omgeving, mobiliteit en landbouw en landgebruik. Europees natuurbeleid Het Europese natuurbeleid richt zich met name op het beschermen en het herstellen van biodiversiteit en ecosystemen. Bodem, bossen en landgebruik worden daarbij steeds belangrijker onderdelen. Daarnaast is natuur een centraal onderdeel in de Europese beleidsvorming. Andere beleidsterreinen en sectoren zoals energie, vervoer en landbouw moeten bijvoorbeeld rekening houden met de effecten ervan op flora en fauna.

Het Europees natuurbeleid omvat voor groen en landschap de volgende kaders: − Bescherming biodiversiteit De kern van het Europees natuurbeleid is de instandhouding van biologische biodiversiteit en de bescherming van kwetsbare Europese natuur. Dit gebeurt met name via het Natura 2000-netwerk. Daarnaast heeft de EU wetgeving voor invasieve uitheemse soorten en wilde en exotische diersoorten. − De Vogel- en Habitatrichtlijnen regelen de bescherming van kwetsbare gebieden, dieren en plantensoorten. De gebieden die op basis van deze twee Richtlijnen zijn aangewezen, vormen samen het Europese Natura 2000-netwerk. Nationaal is dit vastgelegd in de Wet Natuurbescherming.

8

−

−

−

Europees Exotenbeleid Invasieve uitheemse soorten of exoten zijn dieren of planten die van oorsprong niet voorkomen in het gebied waar ze aangetroffen worden en schadelijk zijn voor de natuur. Voorbeelden zijn de muskusrat, de Japanse duizendknoop en de reuzenberenklauw. Ze verdringen namelijk inheemse dieren en planten. Ook kunnen ze schade veroorzaken aan gebouwen, leidingen en infrastructuur. De Europese Unie heeft regels opgesteld om invasieve exoten te bestrijden. Dit moet schade door deze soorten zo veel mogelijk voorkomen. Provincies, waterschappen en gemeenten zijn betrokken bij de bestrijding van deze exoten. Nationaal is dit geregeld in de Wet . Europese bossenstrategie (juli 2021) De strategie bevat maatregelen voor de bescherming en het herstel van bossen. Het belang van duurzame (her)bebossing en duurzaam bosbeheer staat centraal: het doel is om in 2030 minstens 3 miljard extra bomen in de EU te planten. De strategie stelt maatregelen voor ter bevordering van innovatie en promotie van producten en materialen die een alternatief zijn voor producten uit fossiele materialen. De strategie wil daarnaast andere economische activiteiten dan houtproductie bevorderen, bijvoorbeeld ecotoerisme. Richtlijn hernieuwbare energie (RED III) (2021) De Europese Commissie heeft in juli 2021 een voorstel voor een nieuwe gepubliceerd.

Dit voorstel scherpt de duurzaamheidscriteria voor (bos-)biomassa aan.

Regeerakkoord (2022) In het regeerakkoord ‘Omzien naar elkaar, voortuitkijken naar de toekomst’ is voor groen en landschap aangegeven dat onze unieke natuur beschermd wordt en het verlies van biodiversiteit wordt hersteld. Er wordt de komende jaren fors geïnvesteerd in een robuust natuurareaal om weer tot een balans te komen. Om de natuur in Nederland in goede staat te brengen is gekozen voor een brede aanpak die zich richt op de verscheidenheid aan gebieden. Die aanpak richt zich ook op de (Europese) normen en opgaven van de waterkwaliteit, bodem, klimaat en biodiversiteit. Er is een Nationaal Programma Landelijk Gebied opgesteld, zie verderop. In de hernieuwde Nationale Woon- en Bouwagenda worden belemmeringen voor klimaatbestendige en natuurinclusieve bouw weggenomen. En bescherming van natuur wordt randvoorwaarde voor bouwen. Nationale omgevingsvisie (2020) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is een langetermijnvisie voor het omgevingsbeleid van Nederland. De (woningbouw)ontwikkeling vindt plaats in lijn met de ambities van de integrale verstedelijkingsstrategie, zo veel mogelijk in bestaand stedelijk gebied, klimaatbestendig en natuurinclusief. Grote open ruimten tussen de steden houden hun groene karakter. Het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad worden versterkt en de aansluiting op het groene gebied buiten de stad wordt verbeterd.

De COVID-19 crisis onderstreept extra het grote belang van een goede inrichting van de openbare ruimte.

9

Ook wordt in de NOVI stilgestaan bij de stikstofproblematiek. De stikstofproblematiek raakt zowel het landelijk gebied als diverse economische sectoren zwaar. De waarde van onze natuur, het landschap én de toekomst van de landbouw staan onder druk. Daarbij is verbetering van de biodiversiteit niet alleen een ecologische, maar nadrukkelijk ook een economische uitdaging, die op de korte termijn om een doortastende aanpak vraagt. Houdbare oplossingen vragen echter tijd. Voor de lange termijn werken we daarom aan geleidelijke en zorgvuldige herindeling van het landelijk gebied, onder meer gericht op kringlooplandbouw in goed evenwicht met natuur en landschap. Dit draagt bij aan een landelijk gebied waar het prettig wonen, werken en recreëren is en waarin ruimte is en blijft voor economisch vitale landbouw als belangrijke drager van het platteland. In het omgevingsprogramma Groen en landschap zullen we overigens niet ingaan op deze stikstofproblematiek en hoe we daar mee om willen gaan. Zie ook paragraaf 3.3 Afbakening van het programma. Deltaplan Ruimtelijke adaptatie (2018) Het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie is een plan van Nederlandse overheden om wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen te beperken. Het doel van het plan is dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht.

Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk werken samen aan de ambities in dit plan. Het Deltaplan is opgebouwd volgens zeven ambities: • Kwetsbaarheid in beeld brengen • Risicodialoog voeren en strategie opstellen • Uitvoeringsagenda opstellen • Meekoppelkansen benutten • Stimuleren en faciliteren • Reguleren en borgen • Handelen bij calamiteiten Deltaprogramma ‘versnellen, verbinden, verbouwen’ (2023) Het nationaal Deltaprogramma is wettelijk ingesteld om ervoor te zorgen dat ons land wordt beschermd tegen overstromingen, zoetwatertekorten en weersextremen. Het coalitieakkoord maakt ook werk van de grote transities voor wonen, natuurherstel, landbouw en energie. Bij al die transities moet het water- en bodemsysteem als basis dienen. Klimaatadaptatie is bij alle ingrepen in de fysieke leefomgeving een conditio sine qua non een noodzakelijke voorwaarde. De toekomstbestendige realisatie van de bouwopgave vraagt een locatiekeuze en -inrichting waarin klimaatadaptatie expliciet is meegenomen en afgewogen. De doelen voor reductie van CO2-emissie in het veenweidegebied kunnen alleen gerealiseerd worden als de zoetwatervoorziening op orde is. Natuurherstel op de zandgronden vraagt zowel om de reductie van stikstof- depositie als om het herstel van grondwaterstanden.

Deze transities moeten gelijktijdig met de opgaven van het Deltaprogramma worden opgepakt, waarbij de eigen focus van het Deltaprogramma gekoppeld aan uitvoeringskracht van de overheden - niet onder druk mag komen te staan. Nationaal Programma Landelijk Gebied (2022) De overheid wil vóór 2030 de natuur ruimte bieden voor herstel en versterking, de kwaliteit van water en bodem verbeteren en meer doen tegen klimaatverandering. Het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) gaat samen met provincies, waterschappen, gemeenten

10

en maatschappelijke partners, (agrarisch) ondernemers, grondeigenaren en grondgebruikers op zoek naar oplossingen per gebied. In het NPLG worden de belangen van de boeren, natuur, water en klimaat samen met het oog op een vitaal platteland bij elkaar gebracht. Ons landelijk gebied staat onder grote druk door intensief land- en watergebruik en door klimaatverandering. De provincies stellen de komende tijd hun gebiedsprogramma’s vast. Daarin zal staan hoe de doelen voor natuur en stikstof, water en bodem en klimaat in een gebied wordt ingevuld en hoe fijnstof, geur en luchtkwaliteit worden aangepakt. Provincies bepalen dit samen met gebiedspartners, zoals gemeenten, waterschappen en ondernemers. Samen wordt bekeken hoe een passende combinatie gemaakt kan worden voor landbouw, water en natuur, maar ook breder met wonen, industrie, energie en recreatie in een gebied, en wat daarvoor nodig is. Voor de provincie Utrecht wordt deze beschreven in het Provinciaal Gebiedsprogramma ‘Gebiedsgerichte Aanpak’. Programma ‘Mooi Nederland’ (2022) In het programma ‘Mooi Nederland’ staat ruimtelijke kwaliteit centraal. Het programma werkt aan een gedeeld beeld van de toekomst van ons land en regelt nieuwe concepten voor de inrichting van gebieden. Het hoofddoel is om de ruimtelijke kwaliteit centraal te stellen in de aanpak van maatschappelijke opgaven, op de korte én lange termijn.

Het Programma Mooi Nederland biedt voor de nationale opgaven perspectief op oplossingen met ruimtelijke kwaliteit en samenhang tussen de opgaven. Het programma draagt eraan bij dat de doelstellingen waaraan gewerkt wordt in de nationale programma’s op het vlak van natuur, stikstofreductie, waterkwaliteit, biodiversiteit, werkgelegenheid en wonen gehaald kunnen worden en dat de ruimte in Nederland zo goed en mooi mogelijk wordt benut. Water en bodem zijn daarin sturend. Voor onze regio vragen de opgaven om een transformatie van de bestaande situatie én komen lokaal verschillende opgaven samen. De keuzes die op het niveau van gebiedsinrichting gemaakt worden en de uitvoering van die keuzes moeten de (nationale) opgaven, veranderingen en uitdagingen voor de toekomst samenbrengen met de kenmerken en identiteit van een plek of gebied. Dit is ook het niveau waar de belangrijkste stap wordt gezet om ruimtelijke kwaliteit te borgen en toe te voegen. Hier is een veelheid van partijen bij betrokken. Dit maakt het gezamenlijk komen tot keuzes en oplossingen én het uitvoeren hiervan complex. Voor de regio Amersfoort wordt dit uitgewerkt in het Handelingsperspectief Buitengebied. Programma Nationaal Omgevingsvisie Extra (NOVEX, 2022) Het programma NOVEX geeft regie aan het leggen van de ruimtelijke puzzel in samenwerking met provincies, gemeenten en waterschappen.

Het zorgt voor samenhang in het ruimtelijke beleid, verbindt de 22 nationale programma’s en het versnelt de uitvoering door te sturen op heldere voorwaarden en concrete uitvoeringsafspraken. Nederland staat voor grote ruimtelijke keuzes in het Nederlandse landschap, zoals het opwekken van 35 TWh duurzame energie op land of de bouw van één miljoen extra huizen. We willen onze natuur versterken en investeren in een toekomstbestendige landbouw. Tegelijk ligt er een economische opgave om ruimte te blijven geven aan een duurzaam en ondernemend Nederland. Deze ambities vragen om vierkante meters, slimme combinaties, maatschappelijke betrokkenheid en vooral ruimtelijke keuzes. Deze verbouwing wordt alleen succesvol, dus met behoud van of verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, als alle partijen hun eigen verantwoordelijkheid nemen én samenwerken. Het programma NOVEX geeft via twee sporen vorm aan de noodzakelijke versnelling, versterking en vernieuwing. Enerzijds

11

door met de provincies toe te werken naar twaalf ruimtelijke arrangementen. Daarin maken het Rijk en de provincies afspraken om de ruimtelijke puzzel te leggen waarin de opgaven en doelen uit de nationale programma’s worden verbonden met de decentrale opgaven met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Anderzijds door een gebiedsgerichte aanpak in zestien NOVEX-gebieden; daar waar opgaven de provinciegrenzen overschrijden, meervoudige oplossingen nodig zijn en/of het Rijk zelf actief moet puzzelen. Voor de Provincie Utrecht is deze verder uitgewerkt in het NOVEX-gebied Utrecht – Amersfoort. Programma Natuur (2020) De Wet natuurbescherming beschermt planten en diersoorten. De rijksoverheid is verantwoordelijk voor het omzetten van Europees beleid naar nationaal beleid. Provincies werken de kaders vervolgens uit in provinciale strategieën. In het programma natuur (2020) werken het rijk en de provincies gezamenlijk aan het versterken en verbeteren van de natuur en biodiversiteit. Het programma Natuur vormt een aanvulling op het Natuurpact (2013). Met dit programma willen Rijk en provincies samen de natuur de komende jaren verder versterken en verbeteren. De instandhoudingsdoelen uit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn worden namelijk nog altijd niet gehaald.

Maar net zo belangrijk is, dat de natuur de basis vormt voor ons bestaan: gezonde bodem, schoon water, schone lucht. Bovendien laat de coronacrisis zien dat natuur ook essentieel is voor ons welbevinden. Extra inzet is nodig, niet alleen vanwege de overbelasting van natuur met stikstof, maar ook om de effecten van klimaatverandering en verdroging het hoofd te bieden. Daarbij gaan we uit van een leefbaar en vitaal platteland, een mooi landschap en vergroening van de bebouwde omgeving.

2.2 Provinciale en regionale kaders Provinciale omgevingsvisie (2021) In de provinciale omgevingsvisie (POVI) staat hoe de provincie Utrecht de komende jaren wil omgaan met een gezonde en veilige leefomgeving. Daarin wordt op thema's verder ingezoomd. Voor het programma Groen en landschap zijn de thema’s klimaatbestendig en waterrobuust, levend landschap, erfgoed en cultuur, toekomstbestendige natuur en landbouw het meest van toepassing. De provincie Utrecht wil in 2050 dat de inrichting en het gebruik van het leefomgeving zijn aangepast aan de eisen van het klimaat, de gezondheid en de veiligheid zijn gewaarborgd. Natuurbeleid provincie Utrecht Het behouden, versterken en verbinden van de natuur. Dat is de kern van het natuurbeleid van de provincie Utrecht. De provincie speelt daarmee in op de veranderde maatschappij. Hoofdlijnen van het natuurbeleid zijn de inzet op een robuust netwerk en meer aandacht voor beleefbaarheid en toegankelijkheid van natuurgebieden. Ook investeren we in de kwaliteit van natuurgebieden en de bescherming van plant- en diersoorten. De provincie zet in op duurzaam benutten en financieren van de natuur. Daarbij wegen we het beschermen van de natuur steeds zorgvuldig af tegen andere belangen.

12

Beleidskader Wet Natuurbescherming Prov Utrecht ‘Natuurlijk Waardevol’ De provincie Utrecht heeft de Wet natuurbescherming (Wnb) nader uit te werken in een natuurvisie die de strategische hoofdlijnen van het natuurbeleid moet weerspiegelen in de provincie. De algemene doelstelling van de Wnb is vertaald naar meer concrete doelen en naar beschikbare en nieuw te ontwikkelen instrumenten. De samenhang met de rijksnatuurvisie en de koppeling met andere beleidsterreinen, zoals economie, landbouw, recreatie, bosbeheer, bodem, water, milieu, landschap, erfgoed, cultuurhistorie, ruimtelijk beleid en mobiliteit zijn hierin geduid. Dit beleidskader hangt nauw samen met de natuurvisie en dient twee doelen. Enerzijds is het bedoeld om een aantal wettelijke taken die de Wnb ons toebedeeld nader uit te werken – bijvoorbeeld in een verordening en beleidsregels. Anderzijds omvat dit beleidskader een nadere uitwerking van de doelen uit de natuurvisie in concrete beleidsafspraken. Natuurvisie provincie Utrecht ‘Een plus op natuurbeleid 2.0’ (2017) De provincie Utrecht is een uniek knooppunt in Nederland: op een klein oppervlak vinden we een grote verscheidenheid aan prachtige landschappen en natuurgebieden. Ook in het stedelijk gebied komen veel natuurwaarden voor, bijvoorbeeld in de eigen tuinen van mensen of in de vele stadsparken.

Mede door dit groene netwerk wonen en werken mensen graag in Utrecht en vestigen bedrijven zich in onze provincie. Diverse onderzoeken hebben bovendien aangetoond dat de aanwezigheid en beleving van natuur in sterke mate bijdraagt aan de gezondheid van mensen en aan het welbevinden van inwoners. De natuurvisie heeft een integrale aanpak waarin verschillende beleidsvelden terugkomen, te denken aan de verbindingen tussen natuur en economie, natuur en mobiliteit, erfgoed en cultuurhistorie, maar ook de link met bodem, water en milieu. Behoud van Utrechtse Biodiversiteit (supplement bij Natuurvisie Provincie Utrecht Het doel van het actieve soortenbeleid is het duurzaam in stand houden van alle in Utrecht van nature voorkomende soorten planten en dieren. Het beleid richt zich daarbij op het behoud en herstel van de voor die soorten benodigde levensomstandigheden. We richten ons daarbij speciaal op een selectie van in de provincie Utrecht van nature voorkomende soorten van de Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn en een selectie van met uitroeiing bedreigde of speciaal gevaar lopende van nature in Utrecht in het wild voorkomende dier- en plantensoorten. Deze selectie betreft soorten die in de provincie Utrecht in belangrijke mate meer vertegenwoordigd zijn dan op grond van de oppervlakte verwacht zou worden.

In eerste instantie is realisatie voorzien in het Natuurnetwerk Nederland(NNN). Daarbinnen en daarbuiten streven we naar een gezamenlijke aanpak in natuurparels voor soorten die kenmerkend zijn voor de Utrechtse natuur. Beleidsregels natuur en landschap (2017) Overwegende dat het wenselijk is regels te stellen ter bescherming van de kwaliteit van het landschap, de natuurwetenschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden in de Provincie Utrecht; Biodiversiteit in Stad en Dorp De aanpak “Biodiversiteit in Stad en Dorp” (BiSD) richt zich op het vergroenen van de gebouwde omgeving. Met deze aanpak dragen we bij aan de versterking van de stedelijke

13

biodiversiteit en het betrekken van inwoners bij het vergroenen. Het uitgangspunt bij Biodiversiteit in Stad en Dorp is natuur en groen in de directe woonomgeving, voor iedereen. Aanpak opgenomen voor: - Soortenmanagementplannen en pre SMP’s - Natuurvriendelijk bouwen - Samen voor Natuur Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 In de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (PRS) wordt het ruimtelijk beleid beschreven voor de periode tot 2028. Deze periode sluit aan bij de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte van het Rijk. De ambitie voor Utrecht is om de provincie aantrekkelijk te houden om te wonen, werken en recreëren. De met vele regiopartijen opgestelde Strategie Utrecht2040 is daarbij de stip aan de horizon. Het ruimtelijk beleidsvizier is daarop gericht. De doelen uit Strategie Utrecht2040 vragen om een integrale aanpak die vanuit het ruimtelijk beleid resulteert in vier pijlers: • duurzame leefomgeving; • beschermen kwaliteiten; • vitale dorpen en steden; • dynamisch landelijk gebied. Via uitvoeringsprogramma’s zoals het Integraal Gebiedsontwikkelingsprogramma, het Innovatieprogramma Fysieke Leefomgeving, het Uitvoeringsprogramma Binnenstedelijke Ontwikkeling en Agenda Vitaal Platteland wordt er bijgedragen aan de complexe opgaven én aan de concrete uitvoering.

Hierbij gaat het niet alleen om financiële bijdragen, maar ook om kennis, bestuurskracht en formatie. Ambitiekaart Arkemheen-Eemland (2011) Nederland heeft een rijke diversiteit aan landschappen. Veel van deze landschappen zijn uniek, niet alleen binnen ons eigen land, maar ook buiten onze grenzen. In de Nota ruimte heeft het Ministerie van VROM (tegenwoordig Ministerie van Infrastructuur en Milieu) aangegeven welke twintig landschappen in ons land zó uniek zijn, dat we extra aandacht moeten besteden aan het behoud, beheer en de ontwikkeling ervan. Met het benoemen van de ‘kernkwaliteiten’ van de Nationale Landschappen heeft het ministerie invulling gegeven aan datgene wat die landschappen van alle andere gebieden in ons land onderscheidt. Alle landschappen uit de gebiedskaternen lopen door in de aangrenzende provincies. Het Nationaal Landschap Arkemheen-Eemland beslaat zowel de provincies Utrecht als Gelderland. In deze kwaliteitsgids wordt echter alleen het Utrechtse deel van het Landschap uitgewerkt: Eemland. Voor de gemeente Soest loopt de grens tot de bebouwing van Soest en rondom de Birkt tot de Korte Duinen. Visie recreatie en toerisme (2020) De centrale ligging, de aantrekkelijke steden en landschappen en het sterk zijn in kennis en cultuur maken de provincie Utrecht tot een aantrekkelijke regio.

Aantrekkelijk voor mensen om te wonen en voor bedrijven om zich te vestigen. In het aantrekkelijke woon- en vestigingsklimaat ligt de kracht van de regio. De visie is ook bedoeld als uitgangspunt om met gemeenten, gebiedspartijen en instanties tot een gezamenlijke voorstel met betrekking tot de toekomst van de recreatieschappen te komen. Utrecht is in Nederland, samen met

14

Flevoland, de provincie waar de bevolking de komende decennia het sterkst toeneemt. Er is nu al lokaal sprake van tekorten aan recreatieve gebieden. Dit zal zonder uitbreiding van goed bereikbare ‘uitloopgebieden’ verder toenemen. Meer recreatiemogelijkheden betekent niet automatisch meer behoefte aan oppervlaktes. Het kan ook gaan om meer routes, intensiever en gevarieerder gebruik van bestaande gebieden of een betere bereikbaarheid van de populaire gebiedstypen vanuit de woongebieden. Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied (2022) De opgaven voor het landelijk gebied in de Omgevingsvisie provincie Utrecht en vanuit het Rijk zijn zeer groot. Met de Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied (ULG) wordt er weergegeven hoe de provincie de komende jaren in samenwerking met gebiedspartijen met een gebiedsgerichte, integrale aanpak de opgaven van de Omgevingsvisie in het landelijk gebied willen gaan uitvoeren. Deze aanpak sluit ook goed aan op de ontwikkeling van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) door het Rijk. Andere opgaven worden zoveel mogelijk meegewogen. Vanuit de provinciale opgaven en ambities, vanuit die van het Rijk en vanuit die van onze medeoverheden en andere partners. Het gaat bijvoorbeeld om Groen groeit mee, de aanleg van nieuwe bossen, groenblauwe dooradering, recreatieve verbindingen, energietransitie, klimaatadaptatie en meer.

Natuurbeheerplan provincie Utrecht (2022) Het Natuurbeheerplan beschrijft de beleidsdoelen en de subsidiemogelijkheden voor de ontwikkeling en het beheer van natuur en agrarische natuur- en landschapselementen in de provincie. Ook het agrarisch waterbeheer valt hieronder. Het Natuurbeheerplan is verankerd in het Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL). Omgevingsverordening provincie Utrecht (2022) In de Omgevingsverordening staan de regels voor de fysieke leefomgeving. Zo’n twintig verordeningen, regelingen en besluiten zijn samengevoegd in één provinciale Omgevingsverordening. De regels zijn herschreven, samengevoegd, vereenvoudigd en op elkaar afgestemd. De Omgevingsverordening bevat de juridische uitwerking van de plannen en ambities uit de provinciale Omgevingsvisie. De Interim Omgevingsverordening is op 10 maart 2021 vastgesteld door Provinciale Staten en op 1 april 2021 in werking getreden. De Interim Omgevingsverordening geldt totdat de Omgevingswet ingevoerd wordt. Dat is naar verwachting op 1 januari 2024. Dan treedt ook de Omgevingsverordening provincie Utrecht 2022 in werking. Strategisch bosbeleid ‘Meer en beter bos voor Utrecht’ (2022) Bossen zijn een essentieel onderdeel van de Utrechtse natuur. Een vitaal bos herbergt een rijkdom aan soorten dieren en planten. Bomen leveren ons schone lucht op en bossen zijn een prettige plek om te ontspannen.

De kwaliteit van deze waardevolle Utrechtse bossen staat onder druk en het aantal hectaren bos is de afgelopen jaren afgenomen. In het strategisch bosbeleid van de provincie staat hoe wij werken aan meer, gezonder en toekomstbestendig bos. In het bosbeleid zijn ambities opgenomen rondom 5 thema’s, meer bos, vitaal bos, bescherming van bos, gebruik van bos voor recreatie en gebruik van bos voor houtoogst. Bij het bosbeleid is een uitvoeringsplan opgesteld. In dit plan staat waar nieuwe landschapselementen gewenst zijn, hoeveel en welke landschapselementen er nog

15

gerealiseerd moeten worden. Daarmee kan de provincie ook haar subsidies gerichter inzetten. Afspraken klimaat adaptief bouwen Utrecht (2021) Een toekomstbestendige en dus klimaatrobuuste gebouwde omgeving wordt volkomen normaal in de provincie Utrecht. Daarvoor zijn afspraken gemaakt door de provincie. Door middel van een intentieverklaring onderstreep de gemeente Soest deze afspraken. Het gaat hierbij om de volgende thema’s: • Hitte • Droogte • Wateroverlast • Gevolgbeperking van overstromingen • Biodiversiteit en natuurinclusiviteit • Bodemdaling Nationaal Park Heuvelrug Samenwerkingsagenda (2023) In februari 2023 hebben de deelnemers aan het Heuvelrugoverleg (terreineigenaren en overheden) de Samenwerkingsagenda Nationaal Park Heuvelrug 2023-2028 ondertekend. Voor het eerst hebben ook landgoedeigenaren hieraan deelgenomen. In deze agenda staan de gezamenlijke ambities en activiteiten voor de komende jaren. Deze agenda is tot stand gekomen na een breed proces met tal van organisaties en betrokkenen die de natuur, het landschap en het erfgoed op de Heuvelrug een warm hart toedragen. De Samenwerkingsagenda is een dynamisch document. Dat betekent dat de partners regelmatig bekijken waar aanscherping of aanpassing aan de orde is. De overkoepelende ambitie is meer natuur, meer geld voor natuur en meer draagvlak voor natuur.

De gebiedspartijen willen een beweging op gang brengen van mensen die zich hiervoor inzetten. Daarbinnen hebben we de volgende 6 ambities: • • • • • •

Ambitie 1: Natuur, landschap en cultuurhistorie Ambitie 2: Beleving en toegankelijkheid vergroten Ambitie 3: Toezicht en handhaving: effectief en efficiënt Ambitie 4: Merkversterking Ambitie 5: Groeiende economische basis voor natuur, landschap en erfgoed Ambitie 6: Uniek Nationaal Park

De Samenwerkingsagenda is de inhoudelijke leidraad voor de activiteiten die de samenwerkende partners de komende jaren ondernemen. De Stichting Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug is de motor van het Nationaal Park en heeft een belangrijke rol in het faciliteren van de samenwerking en het aanjagen van vernieuwing. Handelingsperspectief buitengebied De gemeenten en de provincie Utrecht hebben eind 2021 het Ontwikkelbeeld 2030-2040 voor de Regio Amersfoort vastgesteld. Daarmee besloten zij onder andere tot het opstellen van een Handelingsperspectief Buitengebied. De toekomst van het buitengebied staat onder druk. Het op te stellen Handelingsperspectief zal de (ruimtelijke) opgaven in het buitengebied tot 2040 concreter maken op basis van de huidige situatie, vastgestelde ruimtelijke opgaven, trends en ontwikkelingen, verdienmodellen en het prioriteren en

16

combineren van functies. Met het Handelingsperspectief geeft de regio zichzelf en haar partners een kader en richting voor de uitvoering van ambities in het buitengebied. Het Handelingsperspectief is een overkoepelend integraal verhaal voor het buitengebied van de regio op basis van het landschappelijk raamwerk en bodem- en watersysteem voor de drie landschapstypen van Regio Amersfoort: Utrechtse Heuvelrug, Gelderse Vallei en Eemvallei. Daaraan wordt een uitvoeringsprogramma gekoppeld dat richting geeft aan het handelen van overheden en gebiedspartijen, inclusief een financiële vertaling en een overzicht van te maken afspraken en bestuurlijke keuzes. Dit traject om tot een Handelingsperspectief Buitengebied te komen, is ingezet, maar bevindt zich nog in een vroeg stadium. Uitkomsten zijn er dan ook nog niet. Groen Groeit Mee (2022) Het programma “Groen Groeit Mee” brengt en houdt rode en groenblauwe ontwikkelingen in de provincie Utrecht in balans. Met de rode ontwikkelingen worden de verstedelijkingsopgave bedoeld voor Utrecht tot 2040. Met “Groen Groeit Mee” willen de Utrechtse gemeenten, provincie en waterschappen komen tot een stevige positionering van groene groenblauwe opgaven.

Het doel van de analyse “Opgave in Beeld” is drieledig: • Kwantificering van de opgaven gerelateerd aan de “Groen Groeit Mee-waarden” (toegankelijk groen, duurzame landbouw, veerkrachtige natuur, beleefbaar landschap en zichtbaar water) in de provincie Utrecht tot 2040; • Het creëren van een overzicht van opgaven en projecten op provinciale en regionale schaal; • Een financiële vertaling van de opgaven in investerings- en beheerkosten. Ook zijn voor groen richtlijn aangegeven in Groen groeit mee. Uitgangspunt is 75m² groen per woning en dat binnen 3-5 km 500 m² groen beschikbaar is. Onder Groen groeit mee valt onder meer de uitwerking van de pilot Zuidelijke Eemvallei. Convenant duurzame woningbouw (2022) Om nieuwe woningen op een duurzame en toekomstbestendige manier te kunnen bouwen, hebben de provincie Utrecht en de Metropoolregio Amsterdam (MRA) een convenant voor duurzame woningbouw opgesteld. Hierin staan ambitieuze afspraken, strenger dan de huidige wettelijke normen, zodat er sneller, goedkoper en duurzame woningen gebouwd kunnen worden. Het convenant introduceert een kader waarbinnen ruimte is voor drie ambitieniveaus ‘brons’, ‘zilver’ en ‘goud’. Brons ligt dicht tegen het wettelijk minimum aan, zilver stijgt daar bovenuit en goud is een koplopersambitie. De gemeente Soest heeft dit convenant getekend, waarbij gekozen is voor het ambitieniveau brons.

Het ambitieniveau brons betekent concreet voor groen dat : − nieuwbouwprojecten zodanig gerealiseerd worden dat zij bestand zijn tegen uitdagingen op het gebied van wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen. Dit sluit aan op de afspraken zoals gemaakt in het convenant klimaatadaptief bouwen Utrecht. − In het kader van duurzaam bouwen ontwikkelen Natuurinclusief moeten zijn, waarbij het bouwwerk en de omliggende openbare ruimte bijdragen aan de lokale biodiversiteit en algemene natuurwaarden. Natuurinclusief bouwen is daarmee gericht

17

−

op het behouden, verbeteren en uitbreiden van biodiversiteit in de gebouwde omgeving. een groene omgeving in of nabij een wijk, utiliteitsgebouw of werkplek bijdraagt aan het welzijn van mensen. Mensen voelen zich gezonder, hebben aantoonbaar minder stress en komen minder vaak bij de huisarts. Niet alleen vanwege frisse lucht, maar ook door de positieve werking van natuur.

2.3 Omgevingsvisie en lokale kaders Omgevingsvisie Soest ‘Stap voor stap ver komen’ (2021) In de omgevingsvisie ‘Stap voor stap ver komen’ is vastgelegd dat de hoofdgroenstructuur is in 2040 nog intact. De openbare ruimte in de kernen, groen en verhard, wordt meer gebruikt en is natuurlijker en klimaatrobuuster dan nu. Daarmee is de openbare ruimte waardevoller dan nu. Ook moet het groen in de kernen intensiever gebruikt worden voor recreatie. Verder streven we samen met onze inwoners en bedrijven naar een leefbare omgeving, waarin de negatieve gevolgen van klimaatverandering zo veel mogelijk worden beperkt. In ons streven naar een gezonde leefomgeving dragen wij als gemeente ook bij aan een watersysteem van goede kwaliteit. Een watersysteem van goede kwaliteit draagt bij aan natuurontwikkeling, landschap en recreatie. Voor de onbebouwde ruimte hebben we vastgelegd dat in 2040 de buiten de kernen gelegen gronden (bossen en landbouwgebieden) natuurlijker en klimaatrobuuster moeten zijn. Voor een aantal gebieden is de natuurwaarde in 2040 in ieder geval verhoogd, met name het gebied rond de Wieksloot (bijzondere natuur) en de polder. In de bos- en natuurgebieden zijn er (beperkt) meer recreanten dan nu en is er meer onderscheid tussen drukke en stille delen dan nu.

Ook is de polder tot aan de A1 omgevormd tot een agrarisch natuurlandschap en zijn er veel meer gebruiksmogelijkheden. Denk aan verschillende vormen van recreatie, natuurontwikkeling, zwemplekken of klein plukbos. Daarnaast moet het groene en cultuurhistorische lint als verbinding tussen Soesterberg en Soest (van de erfgoederen de Wegh der Weegen, het Officierscasino, de Marechausseekazerne, de Vliegbasis, Landgoederen De Oude Tempel, de Paltz en HazArt, de Zuidelijke Eng naar het Paleis Soestdijk) een aantrekkelijke recreatieve route worden. Coalitieakkoord Soest ‘Bouwen aan de toekomst, samen aan de slag’ (2022) In het coalitieakkoord van Soest ‘Bouwen aan de toekomst, samen aan de slag’ is aangegeven hoe het college deze raadsperiode 2022/2026 richting wil geven, met het vizier op de toekomst, aan onder meer de toekomst van de fysieke leefomgeving. Daarin wordt ook ingegaan op het groen en het landschap van onze gemeente, waarbij het behoud van het groene en dorpse karakter van Soest centraal staat. Een groene omgeving bevordert de cohesie, nodigt uit om elkaar te ontmoeten, heeft een positief effect op het welbevinden en levert een positieve bijdrage aan de klimaatadaptatie. Om verantwoord te kunnen bouwen is het noodzakelijk om inzicht te hebben in de consequenties daarvan. Daarvoor zijn kaders nodig op het gebied van o.a.

mobiliteit, ecologie, recreatie, cultuurhistorie, beeldkwaliteit, riolering etc. Het groene landschap is van grote waarde voor de kwaliteit van de gemeente Soest. De gemeente heeft veel gebieden met hoge natuurwaarden en bijzondere landschapstypen. Biodiversiteit draagt bij aan deze natuurwaarde en een gezonde leefomgeving van Soest. Inwoners actiever betrekken bij het groenonderhoud in hun buurt. Niet alleen vanuit de

18

groenwaarde is dit belangrijk maar het stimuleert ook de sociale cohesie. Dit is oa terug te vinden in het convenant ‘Groen groeit mee’, het behoud van de volkstuinen en meer richten op de Wet natuurbeschermingszin.

2.4 Kaders van partners Er zijn geen kaders van andere partners van toepassing op het groen en landschap van Soest.

2.5 Financiële en organisatorische kaders Op dit moment is structureel € 615.000 per jaar beschikbaar binnen het renovatie-budget stedelijk groen om invulling te geven aan de doelen vanuit het Groenstructuurplan. Dit budget wordt ingezet om bomen en beplanting te vervangen aan het einde van hun levensduur. Het is budget om het huidige areaal groen op dezelfde wijze te vervangen. Voor ambities rondom biodiversiteit of grote ingrepen in het groen ten behoeve van klimaatadaptatie kunnen hieruit niet worden betaald. Daarbij moet wel opgemerkt worden dat maatregelen rondom het infiltreren van water, zoals het aanleggen van greppels of wadi’s, in principe gefinancierd worden vanuit Water en Riolering. Voor het buitengebied is daarnaast structureel budget beschikbaar, € 99.000, voor het uitvoeren van projecten en maatregelen in het kader van het Landschaps- en natuurontwikkelingsplan (LOP). Afhankelijk van de instrumenten die ingezet worden om uitvoering te geven aan de ambities uit het nieuwe programma Groen en landschap, moet worden bezien of binnen beschikbare budgetten uitvoering gegeven kan worden of dat extra middelen beschikbaar gesteld moeten worden. Met de integrale aanpak van meerdere omgevingsprogramma’s, doen zich koppelkansen voor. Dit kan leiden tot meer effectiviteit en efficiency.

Waar nodig worden in projecten aanvullende voorbereidingskosten geraamd, om tijdelijke capaciteit in te huren of projecten extern te kunnen beleggen.

2.6 Aandachtspunten bij kaderstelling We nemen de in dit hoofdstuk omschreven kaders mee bij het schrijven van het omgevingsprogramma Groen en landschap. We beschouwen dit als richtinggevende kaders. Daarmee bedoelen we dat deze kaders wel het uitgangspunt vormen voor het programma, maar dat ze niet bindend zijn. We hebben immers de consequenties van de kaders nog niet (volledig) in beeld. Waar nodig geven we bij het schrijven van het programma gemotiveerd aan als aanscherping of afwijking van kaders gewenst is. Omdat de Raad over de kaders gaat, zal in dat geval ook de raad een aanvulling of aanscherping van een kader moeten vaststellen bij het vaststellen van het omgevingsprogramma. Vooralsnog zijn er géén aanvullingen dan wel aanscherpingen van kaders nodig voor het omgevingsprogramma Groen en landschap.

19

3 Opdracht In dit hoofdstuk staat de opdracht om te komen tot een omgevingsprogramma centraal. Wat doet het programma wel en niet, wat is nodig om tot een programma te komen en wat verwachten we van het eindresultaat?

3.1 Opdrachtformulering In het programma Groen en landschap kijken we vooruit tot in ieder geval 2040. Maar gezien de lange levensduur van groen en bomen, zal een visie op de toekomst van ons groen en landschap ook zeker gaan voor de periode na 2040. We brengen in beeld hoe we het stedelijk groen en het landschap rondom de kernen, met de bossen, heidegebieden, polder en veenweidegebied duurzaam in stand kunnen houden met het oog op de ruimtelijke ontwikkelingen en klimaatveranderingen. Ook brengen we in beeld hoe we aanwezige natuur en gebieden met natuurpotenties verder kunnen ontwikkelen, waarbij we zorgen voor een samenhang tussen het stedelijk en buitengebied. Tot slot brengen we in beeld hoe groen kan bijdragen aan een gezonde leefomgeving voor onze inwoners. Daarbij maken we integrale afwegingen tussen wonen, werken, mobiliteit, energietransitie, water en groen en zetten we in op een goede groen-water balans.

3.2 Raakvlakken en samenhang met andere programma’s Een van de doelen van de Omgevingswet is het in samenhang benaderen van de fysieke leefomgeving, om zo een balans te bereiken tussen het beschermen en het benutten van de fysieke leefomgeving. Het omgevingsprogramma Groen en landschap kan dan ook niet los worden gezien van andere ruimtevragers in de fysieke leefomgeving. Het gaat hierbij niet alleen over de thema’s wonen, mobiliteit, werken, water en energie waarvoor nu de omgevingsprogramma’s worden opgesteld. Ook andere ruimtevragers, zoals sporten, bewegen en ontmoeten (thema’s uit het sociaal domein) hangen nauw samen met het programma Groen en landschap. Evenals de op te stellen gebiedsvisie, zoals de ontwikkeling rond Defensie/Amersfoortsestraat. De ruimtevragers zijn allen onlosmakelijk verbonden met elkaar. Raderen waarbij het draaien aan een rader direct invloed heeft op een ander rader.

20

Dit betekent dat het opstellen van het omgevingsprogramma vanuit deze integrale benadering bezien wordt. Ook in de uitvoering van het programma krijgen we te maken met een integrale aanpak. Doelstellingen die een integrale aanpak vergen, buiten de kaders van het eigen omgevingsprogramma, worden integraal aangepakt. Deze integrale ‘projecten’ komen dan ook terug in de verschillende (uitvoerings-)programma’s. Samenhang met de andere omgevingsprogramma’s in meer detail (maar niet onuitputtelijk): Wonen 1. De opgave voor het omgevingsprogramma wonen is om (voor doelgroepen) woninglocaties aan te wijzen. In het programma Groen en landschap brengen we in beeld waar zich natuurwaarden bevinden en waar kansrijke natuurpotenties aanwezig zijn. Daarmee zal op een kaart inzichtelijk worden gemaakt waar kansen liggen voor woningbouw (bijvoorbeeld daar waar weinig natuurpotentie is). Dat betekent concreet waar in Soest is er ruimte voor woningbouw rekening houdend met de natuurwaarden. 2. Het vergroten van de biodiversiteit en het inzetten van groen als techniek bij droogte, wateroverlast en hitte, is het belangrijk om ook bij nieuwe woonlocaties te zorgen voor voldoende kwalitatief en duurzaam groen. Ook draagt een groene leefomgeving bij aan ontmoeten, bewegen en ontspanning (én onthaasting).

Vanzelfsprekend speelt dit ook in de bestaande woonomgeving, maar daar gaat het omgevingsprogramma wonen niet over.

21

Mobiliteit 1. Ingrepen in de infrastructuur hebben veelal effecten op het groen. Langs wegen, fietspaden en trottoirs bevindt zich vaak openbaar groen en staan er bomen. Maatregelen in het kader van verkeersveiligheid, zoals het aanleggen van een rotonde, vraagt ruimte. Dat geldt ook voor maatregelen om de verkeersdoorstroming te verbeteren, zoals het verbreden van wegen. De effecten zijn het grootst voor bomen, die een gemiddelde levensduur van 60 jaar hebben in het stedelijk gebied. Naast het mogelijk moeten kappen van bomen om ruimte te maken, kunnen werkzaamheden in de bodem de vitaliteit van een boom ook negatieve beïnvloeden. Er kan schade aan het wortelgestel optreden, waardoor de levensduur van de boom achteruit kan gaan. Bij dergelijke ingrijpende maatregelen is een zorgvuldige samenwerking tussen mobiliteit en groen al in een vroeg stadium noodzakelijk om een juiste belangenafweging te kunnen maken. Tegelijkertijd liggen er ook kansen voor groen en natuur als infrastructurele maatregelen moeten worden genomen. 2. Ook het aanleggen van nieuwe infrastructuur vraagt om ruimte. Ook daarbij komen de belangen van het groen en het landschap onder druk te staan. Dit vraagt om innovatieve oplossingen om ook groen en landschap recht te doen. 3. Tot slot zien wij ook kansen voor het groen.

Zo is er in het stedelijk gebied soms sprake van overbreedtes aan verharding, zoals zeer brede voetpaden. Het versmallen van dergelijke voetpaden en aanleggen van groen helpt in de opgaven van vergroenen, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Werken 1. Net als bij wonen kan het omgevingsprogramma werken resulteren in een ruimtevraag voor meer oppervlakte bedrijventerrein. Inzicht in aanwezige natuurwaarden en potentiële gebieden voor natuur, geeft ook inzicht in kansen voor werklocaties. 2. Voor het vergroten van het leefklimaat op bedrijventerreinen is een integrale samenwerking met werken van belang. Het vergroenen van de bedrijventerreinen biedt enerzijds een prettiger leef/werkklimaat, maar draagt ook bij aan opgaven rondom klimaatveranderingen, zoals het infiltreren van hemelwater en verminderen van hittestress op parkeerterreinen. 3. Een van de pijlers binnen het programma werken is recreatie en toerisme, waarbij het in de basis gaat om de werkgelegenheid. In het programma Groen en landschap gaan we in op recreatieve routes of activiteiten in de bos- en natuurgebieden. Deze worden dan ook in samenhang met elkaar opgepakt. Water 1. Het programma Water, Riolering en Klimaatadaptatie gaat in op de blauwe structuren en heeft daarmee een zeer nauwe relatie met het groen. Immers groen kan niet zonder water.

Daarnaast biedt groen veelal een integrale oplossing voor verschillende klimaatproblemen. Groen als hightech oplossing. Voor de bodem, onze basis, zijn groen en water dan ook leidend. Tussen de programma’s water en groen zullen dan ook op dit gebied nauwe afstemming noodzakelijk zijn. Energie 1. Een van de pijlers uit het omgevingsprogramma Energie is het transformeren van gas naar elektra. De komende jaren zal een grote uitbreiding plaatsvinden van het

22

elektriciteitsnetwerk. Dit betekent bijvoorbeeld het aanleggen van kabels en plaatsen van nieuwe (midden)spanningsstations. Het aanleggen van kabels in de bodem kan grote effecten hebben op het groen en de bomen. Daarnaast is ruimte nodig voor de spanningsstations. Om de effecten van deze ingrepen zo klein mogelijk te maken, zal al op strategisch niveau afstemming en sturing moeten plaatsvinden. Overigens biedt dit traject ook kansen voor het groen door in de uitvoering werk met werk te maken. 2. Zoals al eerder aangegeven zal ruimte in het buitengebied gevonden moeten worden voor het aanleggen van zonnevelden/ windmolen. Ook daarbij zal nadrukkelijk gekeken moeten worden naar aanwezige natuurwaarden en natuurpotenties.

3.3 Afbakening van het programma Het omgevingsprogramma Groen en landschap gaat over: • •

• • • •

Het openbaar groen in het stedelijk gebied van Soest en Soesterberg. We gaan daarbij niet in op het beheer en onderhoud van dit openbaar groen; Het landschap in het buitengebied. Daarbij gaat het niet over de landbouw (het agrarisch gebruik). Alhoewel de ruimtelijke component van landbouw wel bepalend is voor de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied/landschap. Verder hebben we het wel over de bossen en natuurgebieden. Ook over de kenmerken en landschappelijke structuren in de verschillende landschapstypes rondom Soest en Soesterberg; De groene en landschappelijke cultuurhistorische kenmerken/waarden; De natuur in zowel het stedelijk als landelijk gebied; De recreatieve routes, zoals ruiter- en menroutes, wandelpaden in de bossen, klompenpaden en mountainbikeroutes. De relatie met de andere omgevingsprogramma's

Verder legt het programma Groen en landschap ook de basis voor beheer- en onderhoudsplannen. Denk daarbij aan het groenrenovatieplan, het uitvoeringprogramma LOP en het beheerplan bossen (‘Bosnota’). Zoals in paragraaf 2.1 bij de Nationale omgevingsvisie is aangegeven gaan we vooralsnog niet in op wat de stikstofproblematiek betekent voor de landbouw. Daar is op dit moment nog te weinig beeld bij. Desalniettemin staan we niet stil als het gaat om deze problematiek. Zo voeren we gesprekken met onze agrariërs, maken we deel uit van het ‘Handelingsperspectief buitengebied’ en wordt gewerkt (regionaal) aan de gebiedsvisie zuidelijke Eemvallei.

3.4 Randvoorwaarden en vereisten voor het opstellen van het programma Voor het opstellen van het omgevingsprogramma Groen en landschap is géén budget beschikbaar gesteld. Dit betekent dat er in de voorjaarsnota geld moet worden aangevraagd. Wij gaan ervan uit dat een bedrag van € 140.000,- voldoende is om het programma te kunnen maken (zie ook paragraaf 4.6). Hiervoor worden diverse onderzoeken uitgevoerd, ondersteuning ingehuurd voor het opstellen van het programma en kan onder meer ook de participatie (extern in te schakelen bureau) betaald worden (samen met de andere omgevingsprogramma’s).

23

Belangrijk is daarnaast de beschikbaarheid van mensen. De participatie en het schrijven van de stukken is voor een groot deel afhankelijk van de eigen medewerkers van de gemeente. Het opstellen van het programma loopt parallel aan de programma's wonen, mobiliteit, werken, energie en water. Daarmee kunnen we de integraliteit tussen de verschillende uitwerkingen van de omgevingsvisie beter borgen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=670a26cd-e6ae-45fa-917b-6a2832fec48e