7. Bijlage 6 Bijlage 2 bij het BP - Verkennend Bodemonderzoek
Tekst van het document
(UT0342102639)
Geachte heer Van Vulpen, Op 11 november 2011 hebben wij uw melding in het kader van het Besluit Uniforme Saneringen (BUS) ontvangen. Op 25 november 2011 is, na verzoek van de provincie Utrecht, door de heer N. van Keulen (PJ Milieu BV) per e-mail aanvullende informatie aangeleverd. De melding, inclusief aanvullende informatie, heeft betrekking op de locatie Prins Bernhardlaan 8b te Soest. De locatie staat bij ons geregistreerd onder locatiecode UT034202639. De melding wordt behandeld onder zaakkenmerk ZBDM HZ-2011-2247-01. Bij eventuele correspondentie verzoeken wij u naar dit nummer te verwijzen. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Soest, sectie K, perceelnummer 1745. De sanering is van toepassing op een deel van dit perceel. Wij hebben uw melding en aanvullende informatie inhoudelijk beoordeeld. Hieruit blijkt dat de melding in overeenstemming is met de eisen. De door u gekozen saneringsaanpak betreft 'open ontgraving ten behoeve van volledige verwijdering'. De saneringslocatie heeft een oppervlakte van 90 in 2 en naar verwachting wordt tot 1,0 meter beneden maaiveld ontgraven. Toetsing van de saneringsdoelstelling is van toepassing voor de stoffen lood, zink en asbest. U kunt vijf weken na de datum van de ontvangst van de melding starten met de sanering.
De sanering en de milieukundige begeleiding moeten worden uitgevoerd door een persoon of instelling die op grond van het Besluit bodemkwaliteit beschikt over een erkenning voor het uitvoeren van de betrokken werkzaamheden.
1
Wij wijzen u er op dat de melding vervalt indien de saneringswerkzaamheden niet binnen een termijn van twaalf maanden na II november 2011 zijn begonnen. Een verlenging van deze termijn is niet mogel ij k. In verband met een mogelijk controlebezoek van ééri van onze medewerkers moet het tijdstip van de feitelijke aanvang van de bodemsanering ten minste één week voor dat tijdstip bij ons worden gemeld. Dat kan: • schriftelijk: Gedeputeerde Staten van Utrecht, afdeling Handhaving, Postbus 80300, 3508 TH Utrecht, of • per fax: via de fax van de afdeling Handhaving, 030 - 258 3106 of • per e-mail: handhavingbodem@provincie-utrecht.nl. • voor het melden van de start van de sanering, het bereiken van de einddiepte en het melden van het einde sanering moet u gebruik maken van de standaardformulieren die u kunt vinden op onze website: www.provincie-utrecht.n1/ thema milieu / subthema bodem. Bij deze melding moeten de volgende gegevens worden bijgevoegd: • geplande einddatum van de sanering; • de naam van de aannemer die de saneringswerkzaamheden gaat uitvoeren; • de naam van het bureau en van de persoon die de saneringswerkzaamheden milieukundig begeleiden. Indien u vooraf of tijdens de werkzzamheden wilt of moet afwijken van de BUS-melding, dan moet u ons direct hiervan op de hoogte stellen. Ook dit moet u doen bij de afdeling Handhaving, via één van bovengenoemde mogelijkheden.
Daarnaast attenderen wij ii erop, dat bij onvoorziene omstandigheden tijdens de uitvoering van de sanering, met ons moet overleggen. Binnen acht weken na afronding van de sanering dient u bij ons het evaluatieverslag in. Hierbij is het verplicht gebruik te maken van het standaard BUS-evaluatieverslagformulier. Vervolgens nemen wij een beslissing naar aanleiding van het evaluatieverslag. Meer informatie over procedurele en technische voorschriften kunt u vinden in de Handreiking uniforme saneringen. Voor meer informatie verwijzen wij u naar de websites van de Rijksoverheid (www.rijksoverheid.n1) en Agentschap NL (www.agentschapnl.n1). Wij wijzen u er op, dat de sanering niet eerder als afgerond wordt beschouwd dan nadat de ernstig verontreinigde en reinigbare grond en/of baggerspecie is afgevoerd naar een volgens BRL SIKB 7500 gecertificeerde en door Agentschap NI. erkende verwerker. Dit is alleen van toepassing wanneer tijdens de sanering grond wordt afgevoerd. Deze brief is geen besluit of beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Inspraak, ter visielegging, zienswijze, bezwaar en beroep zijn dus niet van toepassing. Op grond van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen sturen wij een kopie van uw melding aan het Kadaster. Daarnaast ontvangen de eigenaar, de gemeente en de milieudienst (indien aanwezig) een kopie.
provincie:: Utrecht Als u vragen heeft, kunt u contact opnemen met de heer G. van Bergeijk (contactgegevens in het brieflioofd).
Hoogaehtend, Gedeputeerde Staten van Utrecht, namens hen,
drs. S. van Gool Teamleider Bodem en Water Afdeling Vergunningverlening
•
De heer A.A. den Hartog, Talmalaan 23, 3761 AK Soest
•
Gemeente Soest, t.a.v. de heer R. den Hartog, postbus 2000, 3760 CA Soest
•
Servicebureau Gemeenten, Postbus 2188, 3800 CD Amersfoort
•
Kadaster team WKPB, Postbus 9010, 6800 DT Arnhem.
provincie::Utrecht
Datum
vnjdag 11 november 2011
Aan
Reclame Adviesbureau Alta B.V. Postbus 60 3500 AB UTRECHT
Referentie Telefoon e-mail Onderwerp
Lily Amani Ayan 030 258 3311 bodemloket@provincie-utrecht.nl plaatsing milieubericht
Geachte heer, mevrouw, Hierbij verzoeken wij u bijgaand milieubericht te plaatsen in het huis-aan-huisblad Soest Nu op Woensdag 16 november 2011. Zowel de bewijsnummers als de factuur kunnen verstuurd worden aan: Provincie Utrecht afdeling Vergunningverlening team Bodem en Water T.a.v. Lily Amani Ayan Postbus 80300 3508 TH UTRECHT o v v. UT-034202639
Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Utrecht, namens hen,
Lily Amani Ayan medewerker team Bodem en Water
MILIEUBERICHT Deze advertentie geeft injormatie over een project dat gevolgen kan hebben voor het milieu. Woont werkt a in de buurt, dan Aan het poor u van belang zijn de advertentie te lezen.
Het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht heeft op 8 november 2011 een melding ontvangen op grond van artikel 39b van de Wet bodembescherming, het Besluit uniforme saneringen en de Regeling uniforme saneringen. Naam melder: Categorie BUS:
Pi Milieu BV Immobiel
De melder is van plan de bodem te saneren ter plaatse van: Locatie: Prins Bernhardlaan 8b Soest Plaats : UT034202639 UT-code : Als blijkt dat de melding niet in overeenstemming is met de geldende regelgeving, dan zullen Gedeputeerde Staten dit binnen vier weken na de ontvangst van de melding schriftelijk aan de melder meedelen. Als de melding wel met deze regelgeving in overeenstemming is, dan ontvangt de melder hiervan schriftelijk bericht en kan hij vanaf vijf weken na de datum van ontvangst van de melding starten met de sanering. Let op: deze kennisgeving is géén beschikking in de zin van artikel 1:3 van de Algemenè wet bestuursrecht. De procedure van inspraak-, ter visielegging, zienswijze, bezwaar en beroep is niet van toepassing.
Inform atie Voor inlichtingen kunt u terecht bij de afdeling Vergunningverlening van de provincie Utrecht, telefoonnummer (030) 258 33 06.
BIJLAGE 3
Behoort bij rapport: 220838 Prins Bernhardlaan nabij 8b te Soest
01
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, kleurint grijs, kleur, m at ig bakst een, edelm an
50 2 100
-100 3
zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, kleurint geel, kleur, edelm an
150 4 200 5 250
300
350
-350
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, kleurint geel, kleur, edelm an 400
450
-450
zand, m at ig grof, zwak silt ig, m at ig grindig, kleurint geel, kleur, edelm an 500
-500
Geen grondwat er binnen 5 m et er t ype dat um boorm eest er x y
g r on d b or in g 1 4 -0 7 -2 0 2 2 V e ld w e r k e r 1 4 8 8 1 0 .8 3 4 6 6 2 0 0 .8 7
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
Soe st 230838 N EN 5 1 0 4
02
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, kleurint grijs, kleur, zwak bakst een, edelm an
50 2 100
-100 3
zand, m at ig grof, zwak silt ig, kleurint geel, kleur, edelm an
150 4 200 t ype dat um boorm eest er x y
-200
g r on d b or in g 1 4 -0 7 -2 0 2 2 V e ld w e r k e r 1 4 8 8 1 6 .1 9 4 6 6 1 8 4 .9 1
03
grind / cm t ov m aaiveld
0
0
, edelm an, grindlaag verhardingslaag 1 50 2
-10
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, kleurint grijs, kleur, rest en bakst een, edelm an -60
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, kleurint grijs, kleur, edelm an
100
3
-80
zand, m at ig grof, zwak silt ig, kleurint geel, kleur, edelm an 150 t ype dat um boorm eest er x y
-150
g r on d b or in g 1 4 -0 7 -2 0 2 2 V e ld w e r k e r 1 4 8 8 2 1 .5 9 4 6 6 1 9 1 .2 6
04
cm t ov m aaiveld
0 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, kleurint grijs, kleur, edelm an
2
zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, kleurint geel, kleur, edelm an
50
-50
100 t ype dat um boorm eest er x y
0
-100
g r on d b or in g 1 4 -0 7 -2 0 2 2 V e ld w e r k e r 1 4 8 8 1 0 .7 8 4 6 6 1 8 9 .2 7
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
Soe st 230838 N EN 5 1 0 4
05
bosgrond / cm t ov m aaiveld
0 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, kleurint grijs, kleur, edelm an
2
zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, kleurint geel, kleur, edelm an
50
-50
100 t ype dat um boorm eest er x y
-100
g r on d b or in g 1 4 -0 7 -2 0 2 2 V e ld w e r k e r 1 4 8 7 9 9 .6 5 4 6 6 1 9 3 .8 9
06
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, kleurint grijs, kleur, rest en bakst een, edelm an
50
-50 2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, kleurint grijs, kleur, edelm an
100 t ype dat um boorm eest er x y
0
-100
g r on d b or in g 1 4 -0 7 -2 0 2 2 V e ld w e r k e r 1 4 8 8 1 3 .5 6 4 6 6 1 9 4 .7 8
07
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, kleurint grijs, kleur, rest en bakst een, edelm an
50 2 -70 3
100
zand, m at ig grof, zwak silt ig, kleurint geel, kleur, edelm an -120
t ype dat um boorm eest er x y
g r on d b or in g 1 4 -0 7 -2 0 2 2 V e ld w e r k e r 1 4 8 8 0 6 .8 1 4 6 6 1 9 4 .8 6
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
Soe st 230838 N EN 5 1 0 4
08
grind / cm t ov m aaiveld
0
0
, edelm an, grind -10 1 50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, kleurint grijs, kleur, sporen bakst een, edelm an -60
2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, kleurint geel, kleur, edelm an
100 -110 t ype dat um boorm eest er x y
g r on d b or in g 1 4 -0 7 -2 0 2 2 V e ld w e r k e r 1 4 8 8 0 7 .2 6 4 6 6 1 8 0 .6 1
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
Soe st 230838 N EN 5 1 0 4
PEILBUIS
BORIN G
OLIE OP W ATER REACTIE
num m er
bodem m onst er, geroerd
Geen casing
Zwak
Mat ig
St erk
Uit erst
bodem laag
GEUR IN TEN SITEIT
bent oniet
grondwat erst and t ijdens boren
bodem m onst er, ongeroerd
filt ergrind
Geen Zeer zwak
Zwak
Mat ig
St erk
bodem laag filt ert raject grondwat erst and
links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP
GRON D SOORTEN
M ATE V AN BIJM EN GIN G
GRIND, grindig (G,g)
zwak - (0-5%)
ZAND, zandig (Z,z)
m at ig - (5-15%)
LEEM, silt ig (L,s)
st erk - (15-50%)
KLEI, kleiig (K,k)
uit erst - (> 50%)
VEEN, hum eus (V,h)
slib
V ERH ARD IN GEN
GRAD ATIE Z AN D
asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag
uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )
OV ERIG
GRAD ATIE GRIN D
bodem vreem de best andsdelen aanwezig
f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )
wat er
BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er
Zeer st erk
BIJLAGE 4
Behoort bij rapport: 220838 Prins Bernhardlaan nabij 8b te Soest
Van der Poel BV T.a.v. vd poel milieu Aalsvoort 2-E 7241 MA LOCHEM NETHERLANDS
Analysecertificaat Datum: 20-Jul-2022
Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw datum aanlevering monster(s)
2022113786/1 230838 Soest 15-Jul-2022
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.
Bewaren tot: Datum:
Naam:
Handtekening:
Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.
Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.
Ing. A. Veldhuizen Technical Manager
Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 NL-3771NB Barneveld +31 (0)34 242 63 00 Info-env@eurofins.nl www.eurofins.nl
Venecoweg 5 B-9810 Nazareth +32 (0)9 222 77 59 belgie-env@eurofins.be www.eurofins.be
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer
230838 Soest
Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina
vd poel milieu
Analyse
Eenheid
1
2
Uitgevoerd
Uitgevoerd
% (m/m)
92.4
96.6
2022113786/1 15-Jul-2022 20-Jul-2022 20-Jul-2022/14:30 A,B,C 1/2
Voorbehandeling
Cryogeen malen Bodemkundige analyses
S
Droge stof
S
Organische stof
% (m/m) ds
2.7
0.9
Gloeirest
% (m/m) ds
97
99
Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
% (m/m) ds
3.5
<2.0
S
Metalen
S
Barium (Ba)
mg/kg ds
82
<20
S
Cadmium (Cd)
mg/kg ds
0.29
<0.20
S
Kobalt (Co)
mg/kg ds
3.2
<3.0
S
Koper (Cu)
mg/kg ds
16
<5.0
S
Kwik (Hg)
mg/kg ds
0.30
0.081
S
Molybdeen (Mo)
mg/kg ds
<1.5
<1.5
S
Nikkel (Ni)
mg/kg ds
7.1
5.7
S
Lood (Pb)
mg/kg ds
160
25
S
Zink (Zn)
mg/kg ds
100
40
Minerale olie (C10-C12)
mg/kg ds
<3.0
<3.0
Minerale olie (C12-C16)
mg/kg ds
<5.0
<5.0
Minerale olie (C16-C21)
mg/kg ds
6.4
<5.0
Minerale olie (C21-C30)
mg/kg ds
21
<11
Minerale olie (C30-C35)
mg/kg ds
12
<5.0
Minerale olie (C35-C40)
mg/kg ds
<6.0
<6.0
Minerale olie totaal (C10-C40)
mg/kg ds
43
<35
Minerale olie
S
Zie bijl.
Chromatogram olie (GC) Polychloorbifenylen, PCB
S
PCB 28
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
PCB 52
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
PCB 101
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
Nr. Uw monsteromschrijving
Opgegeven monstermatrix
Monster nr.
1
Mp. 1, 2, 3, 6, 7 en 8, 01: 0-50, 02: 0-50, 03: 10-60, 06: 0-50, 07: 0-50, 08:Grond 10-60(AS3000)
12879043
2
MP. 1, 2, 4, 5, 7 en 8, 01: 100-150, 01: 150-200, 02: 100-150, 02: 150-200, Grond 07: 70-120, 08: 60-110, (AS3000)
12879044
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting V: VLAREL erkende verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
W: Waals Gewest erkende verrichting
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
TESTEN RvA L010
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer
S S S
230838 Soest
Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina
vd poel milieu
Analyse
Eenheid
1
PCB 118
mg/kg ds
<0.0010
PCB 138
mg/kg ds
0.0011
1)
<0.0010
2)
<0.0010
2022113786/1 15-Jul-2022 20-Jul-2022 20-Jul-2022/14:30 A,B,C 2/2
2
<0.0010
PCB 153
mg/kg ds
0.0011
S
PCB 180
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
PCB (som 7) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.0057
0.0049
3)
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK
S
Naftaleen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
S
Fenanthreen
mg/kg ds
0.46
0.091
S
Anthraceen
mg/kg ds
0.16
<0.050
S
Fluorantheen
mg/kg ds
1.3
0.18
S
Benzo(a)anthraceen
mg/kg ds
0.63
0.080
S
Chryseen
mg/kg ds
0.70
0.093
S
Benzo(k)fluorantheen
mg/kg ds
0.31
<0.050
S
Benzo(a)pyreen
mg/kg ds
0.69
0.081
S
Benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
0.43
0.065
S
Indeno(123-cd)pyreen
mg/kg ds
0.48
0.068
S
PAK VROM (10) (factor 0,7)
mg/kg ds
5.2
0.76
Nr. Uw monsteromschrijving
Opgegeven monstermatrix
Monster nr.
1
Mp. 1, 2, 3, 6, 7 en 8, 01: 0-50, 02: 0-50, 03: 10-60, 06: 0-50, 07: 0-50, 08:Grond 10-60(AS3000)
12879043
2
MP. 1, 2, 4, 5, 7 en 8, 01: 100-150, 01: 150-200, 02: 100-150, 02: 150-200, Grond 07: 70-120, 08: 60-110, (AS3000)
12879044
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
V: VLAREL erkende verrichting W: Waals Gewest erkende verrichting
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC: 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Akkoord Pr.coörd.
VA TESTEN RvA L010
Bijlage (A) met de opgegeven deelmonsterinformatie behorende bij het analysecertificaat. 2022113786/1 Pagina 1/1 Monster nr. Barcode
Uw monsteromschrijving Boornr
12879043
Van
Tot
Uw datum monstername
Monsteromsch./Monstername ID
Mp. 1, 2, 3, 6, 7 en 8, 01: 0-50, 02: 0-50, 03: 10 -60, 06: 0-50, 07: 0-50, 08: 10-60
0539479505
01
0
50
14-Jul-2022
0539479519
02
0
50
14-Jul-2022
0539479520
03
10
60
14-Jul-2022
0539479434
06
0
50
14-Jul-2022
0539479433
08
10
60
14-Jul-2022
0539479450
07
0
50
14-Jul-2022
12879044
MP. 1, 2, 4, 5, 7 en 8, 01: 100-150, 01: 150-200, 02: 100-150, 02: 150-200, 07: 70-120, 08: 60-110,
0539479510
01
100
150
14-Jul-2022
0539479514
01
150
200
14-Jul-2022
0539479503
02
100
150
14-Jul-2022
0539479513
02
150
200
14-Jul-2022
0539479436
05
50
100
14-Jul-2022
0539479452
04
50
100
14-Jul-2022
0539479404
08
60
110
14-Jul-2022
0539479446
07
70
120
14-Jul-2022
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Bijlage (B) met opmerkingen behorende bij analysecertificaat 2022113786/1 Pagina 1/1 Opmerking 1)
PCB 138 kan positief beïnvloed worden door PCB 163. Opmerking 2)
PCB 153 kan positief beïnvloed worden door PCB 132. Opmerking 3)
De toetswaarde van de som is gelijk aan de sommatie van 0,7*RG
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
.
Bijlage (C) met methodeverwijzingen behorende bij analysecertificaat 2022113786/1
Analyse
Pagina 1/1
Methode
Techniek
Methode referentie
W0106
Voorbehandeling
AS3000
Droge Stof
W0104
Gravimetrie
pb 3010-2 en NEN-EN 15934
Organische stof (gloeiverlies)
W0109
Gravimetrie
pb 3010-3 en NEN 5754
Korrelgrootte < 2 µm (lutum)
W0171
Sedimentatie
pb 3010-4 en NEN 5753
Barium (Ba)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Cadmium (Cd)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Kobalt (Co)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Koper (Cu)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Kwik (Hg)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Molybdeen (Mo)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Nikkel (Ni)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Lood (Pb)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Zink (Zn)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Minerale Olie (C10-C40)
W0202
GC-FID
pb 3010-7 en NEN-EN-ISO 16703
Chromatogram MO (GC)
W0202
GC-FID
NEN-EN-ISO 16703
W0271
GC-MS
pb 3010-8 en NEN 6980
Voorbehandeling
Cryogeen malen Bodemkundige analyses
Metalen
Minerale olie
Polychloorbifenylen, PCB
PCB (7)
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK
PAK som AS3000/AP04
W0271
GC-MS
pb. 3010-6 en NEN-ISO 18287
PAK (10) (VROM)
W0271
GC-MS
pb. 3010-6 en NEN-ISO 18287
Nadere informatie over de toegepaste onderzoeksmethoden alsmede een classificatie van de meetonzekerheid staan vermeld in ons overzicht "Specificaties analysemethoden", versie april 2022.
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Chromatogram TPH/ Mineral Oil
10000
5000
5000
C35-C40 C40
C30-C35
C21-C30
C12-C16 0.8
C16-C21 C21
C10-C12 0.6
pA
10000
C10
pA
Sample ID.: 12879043 Certificate no.: 2022113786 Sample description.: Mp. 1, 2, 3, 6, 7 en 8, 01: 0-50, 02: 0-50, 03: 10 V
0
0 0.4
1.0
1.2
1.4
1.6
1.8
pA
C35-C40 C40
0.8
C30-C35
0.6
C21-C30
500
C16-C21 C21
500
C12-C16
1000
C10-C12
1000
C10
pA
Minutes
0
0 0.4
1.0
1.2
1.4
1.6
1.8
0 0.4
C35-C40 C40
C30-C35
C21-C30
0 0.6
0.8
1.0
1.2 Minutes
1.4
1.6
1.8
pA
100
C16-C21 C21
100
C12-C16
200
C10-C12
200
C10
pA
Minutes
Aanvullend advies met informatie voor GGD-adviseurs gezondheid en milieu 29-01-2016
Lood in bodem en gezondheid Aanvullend advies met informatie voor GGD-adviseurs gezondheid en milieu GGD-projectgroep bodem - definitieve versie: 29 januari 2016
Inleiding Een bodemverontreiniging met lood kan een gezondheidsrisico vormen voor jonge kinderen. In opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M) heeft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) het lood-in-bodemvraagstuk breed bekeken. Het recent verschenen RIVM-rapport 2015-02041 beschrijft de stand van zaken rondom lood in bodem, gezondheid en bodemnormen. Het rapport gaat daarnaast in op de mogelijkheden voor gemeenten en bewoners om de blootstelling aan bodemlood en de daarmee samenhangende risico’s voor de gezondheid terug te dringen. Met de invoering van de Omgevingswet zullen gemeenten een belangrijkere rol krijgen bij het vaststellen van de toelaatbare loodgehalten in bodem. In RIVM-rapport 2015-0204 geeft het RIVM aan dat het belangrijk is dat gemeenten het bodembeheer richten op vermindering van blootstelling aan bodemlood. Dit advies met informatie voor GGD-adviseurs kan worden gezien als een aanvulling op het RIVMrapport. Het is goed als GGD’en vroegtijdig bij het bodembeleid betrokken zijn. GGD-adviseurs kunnen dit advies en de informatie gebruiken bij hun advisering aan gemeenten. Advisering aan de gemeenten kan betrekking hebben op:
hoeveel lood kinderen dagelijks mogen binnenkrijgen;
wat dit betekent voor de hoeveelheid lood in bodem, wenselijk vanuit gezondheid;
welke adviezen men kan geven om het gezondheidsrisico te beperken.
In de toelichting is aanvullende achtergrondinformatie opgenomen.
Hoeveel lood mag een kind dagelijks maximaal binnenkrijgen? De GGD’en adviseren voor blootstelling aan lood het ALARA-principe te hanteren.
Lood heeft bij jonge kinderen een nadelig effect op het leervermogen en leidt tot een verlies van IQ-punten. Voor het effect van lood bestaat voor zover nu bekend geen drempelwaarde. Daarom adviseren de GGD’en het ALARA-principe te hanteren voor blootstelling aan lood. Dit betekent dat moet worden gestreefd naar een zo laag mogelijke blootstelling van kinderen aan lood. Dit is in lijn met het advies van de EFSA2.
Pagina 1 van 9
Aanvullend advies met informatie voor GGD-adviseurs gezondheid en milieu 29-01-2016
Toelichting: hoe erg is verlies van IQ-punten? De loodblootstelling bij kinderen is in de afgelopen decennia flink gedaald, vooral door het verbod op loodhoudende benzine. Er is dus al veel winst behaald, maar het kan nog beter omdat juist bij lage loodblootstelling relatief veel IQ-puntverlies optreedt 1,2. Het nadelige effect van lood is van toepassing op het ‘gemiddelde’ kind. Voor een individueel kind is het onzeker wat precies de omvang van het effect is. Dit heeft te maken met verschillen in bijvoorbeeld de kinetiek van lood en de gevoeligheid van een kind voor lood. Er zijn uiteraard ook andere factoren dan lood die het IQ beïnvloeden, zoals erfelijkheid, leefomstandigheden en educatie. Ook varieert de uitkomst van een IQ-test bij eenzelfde persoon per keer. Het verlies van enkele IQ-punten is op individueel niveau daarom niet meetbaar, maar het is wel op populatieniveau merkbaar.
Bij kinderen met een loodinname van 0,5 microgram/kg/dag kan gemiddeld circa één IQpuntverlies optreden. Op populatieniveau betekent het verlies van één IQ-punt dat de sociaaleconomische status en arbeidsproductiviteit van een bevolking ongunstig worden beïnvloed. Bij kinderen wordt één IQ-puntdaling geassocieerd met een latere afname in productiviteit van 2%. 2
Bij kinderen met een loodinname van 1,9 microgram/kg/dag kan gemiddeld circa drie IQpuntenverlies optreden. Drie IQ-puntdaling betekent op populatieniveau: -
een toename van 57% in het aantal mensen met een IQ-score onder 70;
-
een afname van 40% in het aantal mensen met een IQ-score boven 130.3
Mensen met een IQ onder 70 en een ondersteuningsbehoefte hebben een verstandelijke beperking. Het Sociaal en Cultureel Planbureau schat dat er in Nederland ongeveer 142.000 mensen met een verstandelijke beperking zijn4. Bij de decentralisaties in het sociale domein zijn zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie centrale begrippen. Een paar IQ-puntenverlies aan de onderkant kan het verschil maken tussen wel of niet zelfredzaam zijn en maatschappelijk participeren.
Wat betekent dit voor de hoeveelheid lood in bodem? De GGD’en adviseren voor gevoelige locaties te streven naar een vermindering van de blootstelling aan lood. Een laag bodemloodgehalte, overeenkomend met minder dan 1 IQ-puntverlies, heeft daarom de voorkeur.
De loodinname die bij kinderen leidt tot één of drie IQ-puntverlies kan met het blootstellingsmodel CSOIL worden omgerekend naar een gehalte lood in bodem. In tabel 1 staan de berekende risicowaarden weergegeven. Met een verdere vermindering van de blootstelling aan lood is gezondheidswinst te behalen.
Pagina 2 van 9
Aanvullend advies met informatie voor GGD-adviseurs gezondheid en milieu 29-01-2016
Een laag bodemloodgehalte, overeenkomend met minder dan 1 IQ-puntverlies, heeft daarom bij gevoelige locaties, zoals wonen met tuin, kinderspeelplekken en kinderdagverblijven, de voorkeur. Tabel 1: Risicowaarden* voor lood in bodem (mg/kgds) op basis van geschat IQ-puntverlies < 1 IQ-puntverlies
1-3 IQ-puntverlies door
> 3 IQ-puntenverlies
door bodemlood
bodemlood
door bodemlood
< 60
60 - 260
> 260
< 90
90 - 370
> 370
< 100
100 - 390
> 390
Grote moestuin (> circa 200 m2) Wonen met tuin (kleine moestuin) Plaatsen waar kinderen spelen
*Informatie over de uitgangspunten voor de berekening staat in de toelichting.
Welke maatregelen beperken het risico? De huidige interventiewaarde voor lood (530 mg/kgds) biedt bij gevoelige locaties onvoldoende bescherming voor de gezondheid van kinderen. Ook onder de interventiewaarde is er sprake van een IQ-puntenverlies. Bij gevoelige locaties zijn daarom maatregelen nodig om blootstelling aan lood bij kinderen te voorkomen.
Uit tabel 1 blijkt dat bij de huidige interventiewaarde voor wonen met tuin (530 mg/kgds) meer dan 3 IQ-puntenverlies kan optreden. Ook onder de interventiewaarde is sprake van een nadelig gezondheidseffect door IQ-puntverlies. Het gezondheidsrisico voor kinderen door bodemlood kan worden beperkt door sanering van de bodem of door gebruiksadviezen:
Bij sanering wordt verontreinigde grond vervangen of afgedekt door schone grond (of grond geschikt voor de beoogde functie).
Bij het goed opvolgen van gebruiksadviezen wordt het contact van kinderen met bodemlood beperkt. Hiermee kan het gezondheidsrisico tot een acceptabel niveau worden teruggebracht.
Het geven van gebruiksadviezen in combinatie met goede communicatie kan een alternatief zijn voor sanering. Het goed opvolgen van die adviezen door de gebruikers van de grond is hierbij cruciaal. Sanering van verontreinigde grond is een duurzamere oplossing waarbij gebruikersgedrag het gezondheidsrisico niet langer beïnvloedt. Het risico van bodemlood kan men ook beperken via goede ruimtelijke ordening: door gevoelige bestemmingen (kinderspeelplekken, kinderdagverblijven, stadslandbouw en dergelijke) zo veel mogelijk te realiseren op niet-verontreinigde grond of grond met een laag bodemloodgehalte.
Pagina 3 van 9
Aanvullend advies met informatie voor GGD-adviseurs gezondheid en milieu 29-01-2016
Sanering Het bevoegd gezag beslist boven welke bodemloodwaarde sanering moet plaatsvinden. De bodem in Nederland is op veel plekken verontreinigd met lood. De saneringsinspanning zal zich als eerste moeten richten op de meest verontreinigde locaties waar jonge kinderen spelen, zoals tuinen bij woningen en kinderdagverblijven (de gevoelige locaties). Het ligt voor de hand dat gevoelige locaties met een loodgehalte boven de interventiewaarde (530 mg/kg) het eerst aan de beurt zijn voor sanering. Ook bijvoorbeeld herstructurering van wijken biedt kansen voor sanering. Uiteindelijk kan op die wijze voor een steeds groter deel van de Nederlandse bodem een betere bodemloodkwaliteit worden bereikt. Gebruiksadviezen De gebruiksadviezen om contact van jonge kinderen met lood te beperken bestaan in het kort uit:
Laat kinderen in een zandbak met schoon speelzand spelen. Leg (kunst)gras, tegels of een schone laag grond aan op plekken waar kinderen spelen. Bij voorkeur met een laag schone grond of zand onder het (kunst)gras of tegels.
Kweek groenten in bakken met schone teelaarde.
Let vooral bij jonge kinderen extra op hygiëne (handen wassen na het buitenspelen)
Ga de inloop van grond in huis tegen (schoenen uitdoen, regelmatig stofzuigen of dweilen)
De gebruiksadviezen zijn zinvol bij gevoelige locaties met een bodemloodkwaliteit waarbij meer dan 1 IQ-puntverlies kan optreden. Voor sommige gemeenten gaat het dan om een groot deel van het grondgebied. Dit betekent dat de gebruiksadviezen moeten worden gericht aan een groot deel van de bevolking. Met andere woorden: het breed verspreiden van algemene gebruiksadviezen, bijvoorbeeld via informatie op websites en algemene brochures of posters. Het is goed om hierbij ook aandacht te hebben voor andere bronnen van lood, zoals loden waterleidingen. Meer informatie over deze bron staat in het GGD-informatieblad lood in drinkwater5 en RIVM-rapport 2015-0204. Uiteraard geldt dat hoe hoger het bodemloodgehalte is, des te dringender het is om gebruiksadviezen te geven en hierover tijdig en duidelijk te communiceren. Hierbij gaat het om specifieke risicocommunicatie met bewoners en andere gebruikers van verontreinigde grond, bijvoorbeeld via bewonersbrieven en informatiebijeenkomsten.
Pagina 4 van 9
Aanvullend advies met informatie voor GGD-adviseurs gezondheid en milieu 29-01-2016
Toelichting In deze toelichting staat beknopt beschreven wat de huidige inzichten zijn rondom lood in bodem en gezondheid en hoe de GGD’en daarmee kunnen omgaan. Uitgebreidere informatie staat in RIVM-rapport 2015-0204.
1. Gezondheidseffecten van lood en gezondheidskundige advieswaarde voor lood Samenvatting Loodblootstelling heeft bij jonge kinderen een nadelig effect op het leervermogen (verlies IQpunten). Hiervoor is voor zover bekend geen drempelwaarde. De GGD’en adviseren het ALARAprincipe te hanteren voor loodblootstelling: zo laag als redelijkerwijs mogelijk. Achtergrondinformatie
Uit het EFSA-advies van 20102 is duidelijk geworden dat de toelaatbare dagelijkse inname (TDI) voor lood van 3,6 microgram/kg/dag niet meer moet worden gebruikt.
In Sanscrit (instrument voor het bepalen van spoedeisendheid van saneren) wordt een maximaal toelaatbaar risiconiveau voor de mens (MTRhumaan) van 2,8 microgram/kg/dag gehanteerd. Het MTRhumaan is vastgelegd in de Circulaire bodemsanering 2013. Destijds is deze MTRhumaan gekozen op basis van een pragmatische beleidsmatige afweging: bij deze MTR kon de interventiewaarde gelijk blijven. Er lag geen gezondheidskundige onderbouwing aan ten grondslag, behalve dat het lager is dan de TDI die volgens EFSA niet meer moet worden gebruikt.
Het RIVM heeft geen opdracht gekregen het MTRhumaan te herzien en geeft er in RIVMrapport 2015-0204 geen advies over, omdat er geen beleidsmatig standpunt is over welk IQ-verlies daarbij hoort.
De EFSA heeft een Bench Mark Dose Level (BMDL) voor lood vastgesteld: een stijging van 12 microgram lood (Pb) per liter bloed geeft 1 IQ-puntdaling. Dit komt overeen met een loodblootstelling van 0,5 microgram/kg/dag (bij kinderen van 6 jaar). Deze BMDL-waarde is gekozen omdat 1 IQ-puntdaling op populatieniveau de sociaaleconomische status en arbeidsproductiviteit van een bevolking ongunstig beïnvloedt. De EFSA stelt dat 1 IQpuntdaling bij kinderen kan worden geassocieerd met een latere afname in productiviteit van 2%.2
De JECFA3 stelt het volgende: -
Een loodblootstelling onder 0,3 microgram/kg/dag (0,5 IQ-puntdaling) is ‘negligible’.
-
Een loodblootstelling boven 1,9 microgram/kg/dag (3 IQ-puntdaling) is ‘of concern’3.
Pagina 5 van 9
Aanvullend advies met informatie voor GGD-adviseurs gezondheid en milieu 29-01-2016
Meer dan 3 IQ-puntdaling betekent op populatieniveau: -
Een toename van 8% in aantal mensen met IQ-score lager dan 100.
-
Een toename van 57% in aantal mensen met een IQ-score onder 7a.
-
Een afname van 40% in aantal mensen met een IQ-score boven 130.
Daarnaast kan IQ-verlies volgens de JECFA als een marker worden gezien voor andere effecten op de neurologische ontwikkeling waarvoor het wetenschappelijke bewijs niet robuust genoeg is. Deze effecten, waaronder ADHD en leesproblemen, zijn waargenomen bij kinderen met vergelijkbare lood-in-bloedwaarden6.
RIVM-rapport 2015-0204 geeft een indicatie van het IQ-puntverlies dat kan optreden als gevolg van lood in bodem (via bodem en huisstof). De gepresenteerde berekeningen gelden voor het scenario plaatsen waar kinderen spelen en moeten als indicatief worden beschouwd. -
Bij een inname van 2,82 microgram/kg/dag gaat het om circa 3-4 punten IQ-verlies. Deze blootstelling treedt op bij 530 mg/kg lood in bodem (interventiewaarde), scenario plaatsen waar kinderen spelen.
-
Bij een inname van 1,86 microgram/kg/dag gaat het om ca. 2-3 IQ-puntenverlies. Deze blootstelling treedt op bij 350 mg/kg lood in bodem, scenario plaatsen waar kinderen spelen.
Lood wordt na inname opgenomen in bloed en beenderen. Uit beenweefsel komt lood heel langzaam weer vrij. Dit maakt dat een eenmalige hoge inname kan leiden tot langdurige effecten1. Lood hoopt zich dus zowel bij langdurige als kortdurende blootstelling op in het botweefsel en komt daar vervolgens langzaam weer uit vrij. Daardoor is het moeilijk aan te geven na hoeveel tijd IQ-verlies optreedt bij een bepaalde blootstelling aan bodemlood.
2. Relatieve biobeschikbaarheid lood in bodem Samenvatting Uit het ‘biggenonderzoek’ van het RIVM (2014) blijkt dat de opname van lood in het lichaam bij diffuse bodemverontreiniging (stedelijke ophooglagen) hoger is dan eerder werd verondersteld 7. De uitkomst van het ‘biggenonderzoek’ laat geen duidelijk onderscheid zien tussen diffuse loodverontreiniging (stedelijke ophooglagen) en ‘gewone’ loodverontreiniging (puntbronnen) voor wat betreft de relatieve biobeschikbaarheid (RBB) van lood. Voor de berekening van de risicowaarden bij 1 en 3 IQ-puntverlies is de GGD-projectgroep bodem daarom uitgegaan van de standaard RBB van 0,74.
a De helft van de bevolking heeft (per definitie) een IQ lager dan 100, de andere helft hoger. Ongeveer 2% van
de bevolking heeft een IQ lager dan 70. In Nederland zijn dat ruim 300.000 mensen. Een verstandelijke beperking wordt vastgesteld op basis van het intellectueel functioneren (IQ) en de ondersteuningsbehoefte. Het Sociaal en Cultureel Planbureau schat dat er in Nederland ongeveer 142.000 mensen met een verstandelijke beperking zijn. (https://www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/verstandelijke-beperking/cijferscontext/incidentie-en-prevalentie#node-incidentie-van-verstandelijke-beperking, https://www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/verstandelijke-beperking/cijfers-context/incidentie-enprevalentie#node-prevalentie-van-verstandelijke-beperking)
Pagina 6 van 9
Aanvullend advies met informatie voor GGD-adviseurs gezondheid en milieu 29-01-2016
Achtergrond:
RIVM-rapport 607711015/2014 over de biobeschikbaarheid van lood (‘biggenonderzoek’) geeft aan dat de lagere RBB voor stedelijke ophooglagen van 0,4 niet meer moet worden gehanteerd. Het rapport geeft aan dat voor diffuse verontreiniging met lood kan worden uitgegaan van een standaard RBB die ligt tussen 0,58 (P50) en 0,84 (P80). De gemiddelde RBB in het onderzoek is 0,66.
De standaard RBB voor ‘gewone’ bodemloodverontreiniging (puntbronnen) in Sanscrit is 0,74. Dit is het 80-percentiel van de relatieve biobeschikbaarheid van lood van de tot 2008 gemeten bodems, gecombineerd met het 80-percentiel van het verschil tussen gevoede en nuchtere omstandigheden8.
0,74 ligt in de voorgestelde range van 0,58 (P50) - 0,84 (P80). De RBB bij diffuse loodverontreiniging (stedelijke ophooglagen) wijkt dus niet duidelijk af van RRB die bij ‘gewone’ loodverontreiniging in bodem wordt gebruikt.
RIVM-rapport 2015-0204 geeft aan dat voor diffuse verontreiniging kan worden uitgegaan van de mediane waarde die in het biggenonderzoek is vastgesteld: 0,58 (P50). De GGDprojectgroep bodem vindt dit geen logische keuze, om de volgende redenen: -
In het biggenonderzoek zijn slechts 6 bodems onderzocht. De P50 is bij een dergelijk klein aantal niet robuust te noemen. De gemiddelde RBB in het onderzoek was 0,66.
-
Bij eerder biobeschikbaarheidsonderzoek, waarbij 90 bodems zijn onderzocht, is een P50 van 0,67 gevonden (en een P80 van 0,91)9.
-
Uit het biggenonderzoek komt geen duidelijk onderscheid naar voren met ‘gewone’ loodverontreiniging in de bodem (puntbron), waarvoor in Sanscrit een standaard RBB wordt gehanteerd van 0,74.
-
Het is vanuit gezondheid gezien beter om uit te gaan van een hoger percentiel, zodat meer kinderen worden beschermd tegen te hoge loodblootstelling.
Het ‘biggenonderzoek’ geeft geen duidelijke reden waarom onderscheid zou moeten worden gemaakt tussen diffuse bodemloodverontreiniging en puntbronnen. Voor de berekening van de risicowaarden bij 1 en 3 IQ-puntverlies is de GGD-projectgroep bodem daarom uitgegaan van de standaard RBB van 0,74.
3. Beschermingsniveau gezondheid Beleidsmatige keuze voor bodemloodkwaliteit Met een vermindering van de blootstelling aan lood is gezondheidswinst te behalen. Een laag bodemloodgehalte, overeenkomend met minder dan 1 IQ-puntverlies, heeft daarom gezondheidskundig gezien de voorkeur. Het bevoegd gezag beslist boven welke bodemloodwaarde sanering moet plaatsvinden. De (beleidsmatige) keuze welke bodemloodkwaliteit men wil bereiken, heeft behalve met het gezondheidsrisico ook met haalbaarheid te maken.
Pagina 7 van 9
Aanvullend advies met informatie voor GGD-adviseurs gezondheid en milieu 29-01-2016
In een gemeente met veel bodemloodverontreiniging zal in het algemeen een bodemloodkwaliteit overeenkomend met minder dan 3 IQ-puntverlies het eerst haalbare zijn. Op termijn heeft het uiteraard de voorkeur dat iedereen in een gezonde woonomgeving kan wonen, met een laag bodemloodgehalte, overeenkomend met minder dan 1 IQ-puntverlies. Herontwikkeling van locaties biedt vaak de beste kansen om de kwaliteit van de grond te verbeteren. Daar waar geen laag bodemloodgehalte is, kan men, met het opvolgen van de gebruiksadviezen, de risico’s beperken. Tijdige en duidelijke communicatie is in deze gevallen van belang. N.B. Voor alle situaties geldt dat wanneer er ook andere bronnen van loodblootstelling zijn, zoals loden waterleidingen, daar ook maatregelen moeten worden genomen (bijvoorbeeld informeren bewoners, vervangen loden waterleidingen).
4. Overzicht gezondheidskundige waarden voor lood in de bodem De volgende tabel geeft een overzicht van bestaande risicowaarden (saneringsurgentie, maximale waarden) en risicowaarden voor lood in de bodem bij 1 en 3 IQ-puntverlies. In de gekleurde vakken staan de gezondheidskundige bodemloodwaarden. Deze waarden zijn afgeleid in het blootstellingsmodel CSOIL (Sanscrit), met een RBB van 0,74. Tabel: Risicowaarden voor lood in bodem in mg/kgds (RBB = 0,74) Maximale Saneringsurgentie waarden
humaan risico
< 1 IQ-puntverlies 1-3 IQ-puntverlies
> 3 IQ-puntenverlies door
(Sanscrit)
door bodemlood
door bodemlood
-
390
< 56 (60)**
56-262 (60-260)
> 262 (260)
210
542 (530*)
< 94 (90)
94-368 (90-370)
> 368 (370)
-
565
< 101 (100)
bodemlood
Grote moestuin (> circa 200 m2 ) Wonen met tuin (incl. kleine moestuin) Plaatsen waar kinderen
101-385 (100390)
> 385 (390)
spelen Inname bodem-lood
< 0,5
0,5-1,9
> 1,9
microgram/kg/dag microgram/kg/dag microgram/kg/dag
(kind) * In de praktijk wordt vaak de interventiewaarde voor wonen met tuin aangehouden (530 mg/kg ds). ** Tussen haakjes staan de afgeronde waarden die in de praktijk kunnen worden gehanteerd. Pagina 8 van 9
Aanvullend advies met informatie voor GGD-adviseurs gezondheid en milieu 29-01-2016
5. Gebruiksadviezen: aandachtspunten
Locaties waar jonge kinderen (0-6 jaar) vaak spelen, zoals wonen met tuin, kinderopvang en kinderspeelplekken, hebben prioriteit bij het doen van bodemonderzoek, het maken van een risicobeoordeling en het nemen van maatregelen (sanering/gebruiksadviezen).
Er zijn naast bodemloodverontreiniging ook andere bronnen van loodblootstelling, zoals loden waterleidingen. Ook hiervoor zijn maatregelen zinvol (informatie aan bewoners, vervangen loden waterleidingen). Dit kan worden meegenomen in de communicatie over gebruiksadviezen. Meer informatie over deze bronnen staat in het GGD-informatieblad lood in drinkwater5 en RIVM-rapport 2015-0204.
Literatuur
1 RIVM Rapport 2015-0204. Diffuse loodverontreiniging in de bodem. Advies voor een gemeenschappelijk beleidskader. Otte P,
Bakker MI, Lijzen JPA, Versluijs CW, Zeilmaker MJ 2 European Food Safety Authority. EFSA Panel on Contaminants in the Food Chain (CONTAM); Scientific Opinion on Lead in
Food. EFSA Journal 2010; 8(4):1570. [151 pp.]. doi:10.2903/j.efsa.2010.1570 3 Joint FAO/WHO Expert Committee on Food Additives. Seventy-third meeting. Geneva, 8–17 June 2010. Summary and
Conclusions. Issued 24 June 2010 (FAO: Food and Agricultural Organization) 4 https://www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/verstandelijke-beperking/cijfers-context/incidentie-en-prevalentie#node-
prevalentie-van-verstandelijke-beperking 5 RIVM briefrapport RIVM Rapport 609400003/2012. Lood in drinkwater: GGD-informatieblad medische milieukunde.
Dusseldorp A, Versteegh JFM, Drijver M, Janssen PJCM 6 Seventy-third report of the Joint FAO/WHO Expert Committee on Food Additives..WHO technical report series ; no. 960.
World Health Organization 2011 7 RIVM Report 607711015/2014. Oral bioavailability of lead from Dutch made grounds. A validation study. Kesteren PCE van et
al. 8 RIVM Rapport 711701081/2008. Richtlijn: bepalen van de orale biobeschikbaarheid van lood in de bodem. Hagens WI, Sips
AJAM, Lijzen JPA, Oomen AG 9 RIVM Report 711701086/2009: Relative oral bioavailability of lead from Dutch made grounds. Hagens WI et al.
Pagina 9 van 9
BIJLAGE 5
Behoort bij rapport: 220838 Prins Bernhardlaan nabij 8b te Soest
BoToVa T12 Toetsing Wbb grond
Uw projectnummer Projectnaam Ordernummer Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum
230838 Soest
Analyse
Eenheid
14-07-2022 vd poel milieu 2022113786 15-07-2022 20-07-2022
Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen Bodemkundige analyses Droge stof % (m/m) Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) % (m/m) ds Metalen Barium (Ba) mg/kg ds Cadmium (Cd) mg/kg ds Kobalt (Co) mg/kg ds Koper (Cu) mg/kg ds Kwik (Hg) mg/kg ds Molybdeen (Mo) mg/kg ds Nikkel (Ni) mg/kg ds Lood (Pb) mg/kg ds Zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie Minerale olie (C10-C12) mg/kg ds Minerale olie (C12-C16) mg/kg ds Minerale olie (C16-C21) mg/kg ds Minerale olie (C21-C30) mg/kg ds Minerale olie (C30-C35) mg/kg ds Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds Minerale olie totaal (C10-C40) mg/kg ds Chromatogram olie (GC) Polychloorbifenylen, PCB PCB 28 mg/kg ds PCB 52 mg/kg ds PCB 101 mg/kg ds PCB 118 mg/kg ds PCB 138 mg/kg ds PCB 153 mg/kg ds PCB 180 mg/kg ds PCB (som 7) (factor 0,7) mg/kg ds Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds
1
GSSD
Oordeel
2
GSSD
2,7 3,5
0,9 2
Uitgevoerd
Uitgevoerd
92,4 2,7 97 3,5
92,4 2,7
82 0,29 3,2 16 0,3 <1,5 7,1 160 100
267,6 0,4731 9,664 30,77 0,4185 1,05 18,41 242 216,9
<3,0 <5,0 6,4 21 12 <6,0 43 Zie bijl.
7,778 12,96 23,7 77,78 44,44 15,56 159,3
<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0011 0,0011 <0,0010 0,0057
0,0025 0,0025 0,0025 0,0025 0,004 0,004 0,0025 0,0211
<0,050 0,46 0,16 1,3 0,63 0,7 0,31 0,69 0,43 0,48 5,2
0,035 0,46 0,16 1,3 0,63 0,7 0,31 0,69 0,43 0,48 5,195
96,6 0,9 99 <2,0
96,6 0,9
*
<20 <0,20 <3,0 <5,0 0,081 <1,5 5,7 25 40
54,25 0,241 7,383 7,241 0,1164 1,05 16,63 39,35 94,92
-
<3,0 <5,0 <5,0 <11 <5,0 <6,0 <35
10,5 17,5 17,5 38,5 17,5 21 122,5
-
*
<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049
0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0245
-
*
<0,050 0,091 <0,050 0,18 0,08 0,093 <0,050 0,081 0,065 0,068 0,76
0,035 0,091 0,035 0,18 0,08 0,093 0,035 0,081 0,065 0,068 0,763
-
3,5
* *
1,4
Legenda Nr.
Analytico-nr
Monster
BoToVa Oordeel
1
12879043
Mp. 1, 2, 3, 6, 7 en 8, 01: 0-50, 02: 0-50, 03: 10-60, 06: 0-50, 07: 0-50, 08: 10-60
Overschrijding Achtergrondwaarde
2
12879044
MP. 1, 2, 4, 5, 7 en 8, 01: 100-150, 01: 150-200,02: 100-150, 02: 150-200, 07: 70-120, 08: 60-110,
Voldoet aan Achtergrondwaarde
Verklaring van de gebruikte tekens:
-
kleiner dan of gelijk aan de Achtergrondwaarde
*
groter dan Achtergrondwaarde
**
groter dan Tussenwaarde
***
groter dan Interventiewaarde
Deze toetsing is m.b.v. BoToVa uitgevoerd. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/
Oordeel
-
BoToVa T1 Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de landbodem
Uw projectnummer Projectnaam Ordernummer Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum
230838 Soest
Analyse
Eenheid
14-07-2022 vd poel milieu 2022113786 15-07-2022 20-07-2022
Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen Bodemkundige analyses Droge stof % (m/m) Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) % (m/m) ds Metalen Barium (Ba) mg/kg ds Cadmium (Cd) mg/kg ds Kobalt (Co) mg/kg ds Koper (Cu) mg/kg ds Kwik (Hg) mg/kg ds Molybdeen (Mo) mg/kg ds Nikkel (Ni) mg/kg ds Lood (Pb) mg/kg ds Zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie Minerale olie (C10-C12) mg/kg ds Minerale olie (C12-C16) mg/kg ds Minerale olie (C16-C21) mg/kg ds Minerale olie (C21-C30) mg/kg ds Minerale olie (C30-C35) mg/kg ds Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds Minerale olie totaal (C10-C40) mg/kg ds Chromatogram olie (GC) Polychloorbifenylen, PCB PCB 28 mg/kg ds PCB 52 mg/kg ds PCB 101 mg/kg ds PCB 118 mg/kg ds PCB 138 mg/kg ds PCB 153 mg/kg ds PCB 180 mg/kg ds PCB (som 7) (factor 0,7) mg/kg ds Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds
1
Oordeel
2
Oordeel
2,7 3,5
0,9 2
Uitgevoerd
Uitgevoerd
92,4 2,7 97 3,5
96,6 0,9 99 <2,0
82 0,29 3,2 16 0,3 <1,5 7,1 160 100 <3,0 <5,0 6,4 21 12 <6,0 43 Zie bijl. <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0011 0,0011 <0,0010 0,0057 <0,050 0,46 0,16 1,3 0,63 0,7 0,31 0,69 0,43 0,48 5,2
Ind.
<20 <0,20 <3,0 <5,0 0,081 <1,5 5,7 25 40
<= AW
<3,0 <5,0 <5,0 <11 <5,0 <6,0 <35
<= AW
Wonen
<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049
<= AW
Wonen
<0,050 0,091 <0,050 0,18 0,08 0,093 <0,050 0,081 0,065 0,068 0,76
<= AW
<= AW <= AW <= AW Wonen <= AW <= AW Ind.
<= AW <= AW <= AW <= AW <= AW <= AW <= AW <= AW
Legenda Nr.
Analytico-nr
Monster
Oordeel
1
12879043
Mp. 1, 2, 3, 6, 7 en 8, 01: 0-50, 02: 0-50, 03: 10-60, 06: 0-50, 07: 0-50, 08: 10-60
Klasse industrie
2
12879044
MP. 1, 2, 4, 5, 7 en 8, 01: 100-150, 01: 150-200,02: 100-150, 02: 150-200, 07: 70-120, 08: 60-110,
Altijd toepasbaar
Verklaring van de gebruikte tekens: <= AW
kleiner dan of gelijk aan de Achtergrondwaarde
Ind.
klasse industrie
Deze toetsing is m.b.v. BoToVa uitgevoerd. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/
Toetsing standaard bodem BoToVa Analyse Metalen Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) Molybdeen (Mo) Nikkel (Ni) Lood (Pb) Zink (Zn) Minerale olie Minerale olie totaal (C10‐C40) PCB PCB (som 7) (factor 0,7) PAK PAK VROM (10) (factor 0,7) Toetsingswaarden grondwater Analyse Metalen Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) Molybdeen (Mo) Nikkel (Ni) Lood (Pb) Zink (Zn) Vluchtige Aromatische Koolwaterstoffen Benzeen Tolueen Ethylbenzeen o-Xyleen m,p-Xyleen Xylenen (som) factor 0,7 BTEX (som) Naftaleen Styreen Vluchtige organische halogeenkoolwaterstoffen Dichloormethaan Trichloormethaan Tetrachloormethaan Trichlooretheen Tetrachlooretheen 1,1-Dichloorethaan 1,2-Dichloorethaan 1,1,1-Trichloorethaan 1,1,2-Trichloorethaan cis 1,2-Dichlooretheen trans 1,2-Dichlooretheen CKW (som) Tribroommethaan Vinylchloride 1,1-Dichlooretheen 1,2-Dichloorethenen (Som) factor 0,7 1,1-Dichloorpropaan 1,2-Dichloorpropaan 1,3-Dichloorpropaan Dichloorpropanen som factor 0.7 Minerale olie Minerale olie totaal (C10-C40)
Eenheid
RG
AW
T
I
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
20 0,2 3 5 0,05 1,5 4 10 20
190 0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140
555 6,8 103 115 18,1 95,8 67,5 290 430
920 13 190 190 36 190 100 530 720
mg/kg ds
35
190
2600
5000
mg/kg ds
0,007
0,02
0,51
1
mg/kg ds
0,35
1,5
20,8
40
Eenheid
RG
S
T
I
μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L
50 0,8 20 15 0,05 5 15 15 65
50 0,4 20 15 0,05 5 15 15 65
340 3,2 60 45 0,17 150 45 45 430
630 6 100 75 0,3 300 75 75 800
μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L
0,2 7 4
0,2 7 4
15 500 77
30 1000 150
0,3
0,2
35
70
0,05 6
0,01 6
35 150
70 300
0,2 6 0,1 24 0,1 7 7 0,1 0,1
0,01 6 0,01 24 0,01 7 7 0,01 0,01
500 200 5 260 20 450 200 150 65
1000 400 10 500 40 900 400 300 130
μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L
0,2 0,1 0,1
0,01 0,01 0,01
2,5 5 10
630 5 10 20
0,75
0,8
40
80
μg/L
100
50
330
600
BIJLAGE 6
Behoort bij rapport: 220838 Prins Bernhardlaan nabij 8b te Soest