CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

6. Bijlage 5 Startnotitie Energietransitie

Besluitvormende Raadsvergadering 20 april 2023, gemeente SoestBij agendapunt: Startnotities omgevingsprogramma’s Mobiliteit, Wonen, Werken, Energietransitie, Water/riolering en Groen en Landschap12.914 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

26

Figuur 5: Schematische weergave van de programmaorganisatie Energietransitie, verkregen uit het huidige programma. In het nieuw te bouwen programma zal de pijler 'Energiesysteem' worden toegevoegd aan het rijtje bestaande pijlers onderaan de figuur.

Invloed op ander beleid Zoals al beschreven in paragraaf 3.2 Raakvlakken en samenhang met andere programma’s is vermeld, zijn er veel raakvlakken tussen het programma Energietransitie en de andere omgevingsprogramma’s. Ook bevat de pijler Gemeente als voorbeeld al het project waarbij ander beleid, zoals de welstandsnota, wordt geactualiseerd. Door deze samenwerking tussen beleidsvelden tijdens het uitvoeren van programma Energietransitie, heeft dit programma dus al impact op allerlei beleidsvelden. Als in de toekomst blijkt dat in een beleidsveld een drempel zit die de energietransitie in de weg staat, dan zal onderzocht worden hoe deze drempel kan worden weggenomen. Monitoring Het huidige programma Energietransitie heeft al een monitoringinstrument waarmee de voortgang op de doelstellingen wordt bijgehouden. Deze monitoring krijgt een update bij de actualisatie van het programma. Daarmee verandert er niets aan de manier van monitoring. Voor de financiering van dit programma, zie paragraaf 4.6 Budget.

27

Bijlage 1 - Consequenties verhogen doelstelling Leeswijzer Bijlage 1 Deze bijlage gaat verder in op het verhogen van de doelstelling voor CO2-reductie van 49% uit programma Energietransitie 2020-2025 naar 55% in programma Energietransitie 20232030. Waar gaat deze doelstelling over en wat betekent dat voor de inhoud van de pijlers van het programma? We nemen hier wat inzichten in mee die adviesbureau Over Morgen eerder al heeft uitgevoerd. Dat geeft richting voor het actualiseren van het programma. Uiteraard zal nog verder worden onderzocht hoe meer reductie kan worden gerealiseerd. In deze startnotitie-bijlage geven we graag alvast wat inzichten.

B1.1 Definities rondom doelstellingen Huidige doelstelling De huidige doelstelling van de gemeente Soest is 49% CO2 reductie in 2030 en nagenoeg CO2 neutraal in 2050. In paragraaf 1.2 van het programma Energietransitie 2020-2025 staat beschreven dat de doelstelling gericht is op het CO2 neutraal maken van de gehele energieproductie in de gemeente Soest. Ofwel alle energie die we straks gebruiken veroorzaakt geen CO2 uitstoot meer tijdens het gebruik. Het programma zet niet actief in op andere vormen van CO2 of broeikasgas uitstoot of opname (landgebruik) Doelstelling uit vernieuwd landelijk beleid De doelstelling is recentelijk door de Europese ‘Fit for 55’ afspraken verhoogd naar 55% CO2 reductie in 2030. Vaak wordt er bij deze doelstellingen over CO2-reductie gesproken, maar wat bedoeld wordt is CO2-equivalent (uitleg). Met het klimaatakkoord van Parijs hebben we internationaal afgesproken om de stijging van de wereldtemperatuur te beperken tot 2 en zo mogelijk 1,5 graden Celsius. Deze temperatuurstijging wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van broeikasgassen waar CO2 de belangrijkste van is, maar zeker niet de enige. Denk ook aan methaan, stikstof en fluorgas. Belangrijke definities Bij lokale zijn de doelstellingen afgelopen jaren op basis van diverse definities ingevuld. Dat is ook logisch, omdat niet alles binnen de invloedsfeer ligt.

Het is wel van belang om het onderscheid te begrijpen. Hieronder een overzicht van de belangrijkste definities: • Energieneutraal; net zoveel duurzame energie opwekken als dat er in een jaar gebruikt wordt. Hierbij wordt in bewolkte en windstille wintermaanden energie geïmporteerd en op zonnige en windrijke zomermaanden geëxporteerd. • Energieneutraal en onafhankelijk; energieneutraal waarbij ook de onbalans tussen vraag en aanbod binnen het grondgebied wordt opgevangen door bijvoorbeeld vraagsturing en opslag van energie. Dit om de pieken van bijvoorbeeld zonnepanelen op zonnige dagen en maanden op te vangen en te gebruiken als er een tekort is op bewolkte dagen en maanden. In deze definitie is de gemeente zelfvoorzienend. Het is de vraag of dit in de praktijk haalbaar is. • CO2-neutraal qua energievoorziening; hierbij gaat het alleen om energie-gebonden CO2 uitstoot, dus de CO2 die uitgestoten worden door energieverbruik zoals bij aardgas

28

•

•

en elektriciteit. Met besparing en duurzame energieopwekking (en CO2 opslag) daalt deze uitstoot. CO2-neutraal; hierbij gaat het naast de energie-gebonden CO2 ook om andere vormen van CO2 uitstoot en opname. Denk aan CO2 die vrijkomt bij oxidatie van oude veenlagen in polders of de opname van CO2 door het aanplanten van bos. Klimaatneutraal; hierbij hoort de uitstoot van alle broeikasgassen. Denk aan methaan van veeteelt, stikstof van de landbouw, industrie en mobiliteit en fluorgas uit bijvoorbeeld koelkasten en airco’s. Al deze gassen worden uitgedrukt in CO2 equivalenten omdat verschillende broeikasgassen een ander effect hebben op opwarming. Methaan is bijvoorbeeld 25 keer sterker dan CO2, dus 1 kg methaan heeft 25 keer meer effect op het klimaat dan 1 kg CO2. Om het effect te kunnen uitdrukken wordt daarom omgerekend naar CO2 equivalent. Het aandeel broeikasgassen is soms nog lastig toe te wijzen aan een individuele gemeente omdat de data veel op nationaal niveau is.

Al deze definities richten zich op een bepaald grondgebied waar een uitstoot van deze gassen plaatsvindt. Een lokale overheid kan beleid ontwikkelen om deze uitstoot te reduceren en dat gebeurt momenteel op grote schaal. Het is belangrijk om te beseffen dat deze focus op het grondgebied betekent dat alle uitstoot daarbuiten niet meetelt. En er vindt nogal wat activiteit plaats van westerse landen in het buitenland. Dus diverse initiatieven zoals het convenant duurzaam bouwen of de transitie naar een circulaire economie bewegen zich vaak ook buiten het grondgebied en dus de activiteiten die we meetellen. Vanwege onze westerse voetafdruk voor het klimaat zijn die minstens zo belangrijk., maar lastig te beïnvloeden. Bij voorkeur verkleinen wij onze voetafdruk door de grootste emissies te verminderen, zoals in de bouwsector. Dat doen we bijvoorbeeld door, zoals afgesproken in het Convenant Duurzaam Bouwen, betongebruik te reduceren. Door meer toepassing van houtbouw als alternatief, kunnen in de toekomst steeds meer betoncentrales dicht. Wat kan de gemeente Soest met deze definities? Veel van wat hierboven staat beschreven ligt buiten de invloedsfeer van de gemeente Soest. Het is belangrijk om te weten hoe deze systemen werken voor alle stakeholders, raadsleden, inwoners en betrokkenen van de energietransitie in de gemeente Soest.

Gedrag van het individu in Soest en Soesterberg beïnvloedt mondiale keuzes. Dus elke individuele keuze in de supermarkt of op een webshop geeft een klein stukje invloed. Qua beleid blijft de gemeente Soest inzetten op CO2-reductie. En vanuit het programma Energietransitie is dit altijd energie-gebonden CO2 geweest (zie 1.2 van het programma Energietransitie Soest). In de verkenning naar de mogelijkheden voor 55% CO2 reductie blijft dit ook het uitgangspunt.

B1.2 Huidige doelstelling 49% CO2 reductie in 2030 De huidige doelstelling betekent een forse besparing en het duurzaam opwekken van energie. In het programma is deze doelstelling als volgt uitgewerkt (zie Tabel 2 op de volgende pagina): Het betekent een energiebesparing variërend van 16% tot 21% in de verschillende pijlers in 2030 oplopend naar een besparing van 22% tot 68% in 2050. In 2030 zijn er 20 windturbines van 3 MW (dat zijn zeven moderne windturbines van 5,6 MW), 36

29

hectare zonneveld en 69% benutting van de geschikte daken met zonnepanelen nodig om voldoende duurzame elektriciteit op te wekken. Voor 2050 zijn dat 26 windturbines van 3 MW (dat zijn negen moderne windturbines van 5,6 MW), 50 hectare zonneveld en 100% benutting van de geschikte daken. Hieronder staat een overzicht uit het huidige programma. Tabel 2: Uitwerking opwekken elektriciteit (NB. PV= Photo Voltaics= zonnepanelen)

B1.3 Actualisatie berekeningen huidig beleid Adviesbureau Over Morgen heeft geanalyseerd wat het voor de gemeente Soest betekent om de doelstelling van 49% CO2 reductie te verhogen naar 55% en 60% CO2 reductie. Dit is gebeurd met behulp van het gerenommeerde Energie Transitie Model van Quintel met daarin de laatste stand van zaken qua uitgangspunten. De inzichten vanuit het programma, het uitnodigingskader en de data-analyse van de transitievisie warmte zijn verwerkt waardoor de lokale situatie van Soest en Soesterberg is meegerekend. Dat leidt tot onderstaande inzichten: Wat is de CO2-reductie op basis van het huidige programma en de meest recente uitgangspunten? Met de meest actuele uitgangspunten vanuit bijvoorbeeld de KEV (nationale klimaat en energie verkenning van PBL) en de nieuwste analyses van de netbeheerders komt de CO2 reductie op basis van de cijfers uit het huidige Programma Energietransitie 2020-2025 uit op afgerond 53%. Dat is nog niet voldoende om de huidige landelijke ambitie van 55% te behalen. Het programma Energietransitie 2023-2030 dient die 55% door de actualisatieslag wel te halen. In de antwoorden van onderstaande vragen gaan we hier dieper op in. Hoever komen we met het bestaande uitnodigingskader? In het uitnodigingskader wordt dus rekening gehouden met zeven windturbines van 5,6 MW en 15 hectare zon op land.

In vergelijking met het huidige programma is dat dus 21 hectare zon op land minder. Het effect is echter minimaal, namelijk een ingeschatte CO2-reductie van afgerond 53%. Wat kunnen we met deze inzichten? Wat betreft duurzame elektriciteit betekent dit dat alle zeven windturbines uit het programma Energietransitie 2020-2025, waar dus mee is gerekend, ook daadwerkelijk gerealiseerd moeten worden in de zoekgebieden. Er

30

wordt nu met de regio gekeken naar mogelijke belemmeringen voor die zoekgebieden. Daarnaast is zon op veld bij de Spoordriehoek weggevallen uit het uitnodigingskader. Daarmee blijft er één gebied voor zon op veld over, namelijk op rijksgrond naast de A28. Dus de in het huidige uitnodigingskader genoemde 15 ha zon op veld heeft nu geen locatie. Het gebied langs de A28 is voor zon op veld is verwaarloosbaar klein. Die zal dus niet de stap van 53% naar 55% realiseren. Kortom: het geactualiseerde programma Energietransitie moet samen met de vijf andere omgevingsprogramma’s voor voldoende CO2 reductie zorgen. De volgende paragraaf B1.4 gaat hier dieper op in.

B1.4 Verhoogde doelstelling 55% CO2 reductie in 2030 Wat is er nodig om die 55% wel te behalen? Meer duurzame energieopwekking Zoals hierboven genoemd levert het programma Energietransitie naar verwachting gemiddeld 53% CO2 reductie op. Om de 55% CO2 reductie te halen zal in het geactualiseerde programma Energietransitie 2023-2030 het doel voor de pijler Elektriciteitsopwekking moeten worden verhoogd. Het is namelijk vele malen lastiger om op andere pijlers (bijv. wonen, werken) meer reductie te realiseren. Met bijvoorbeeld zeven extra windturbines van 5,6 MW of 117 extra hectare zon op veld kan die 55% in theorie worden gehaald. Meer energieopslag Over Morgen constateert in de analyse dat het toevoegen van extra duurzame elektriciteitsopwekking in de toekomst steeds minder CO2-reductie oplevert: • De elektriciteitsvraag blijft stijgen: De grootschalige opwekking van duurzame elektriciteit levert vooral een versnelling op kortere termijn. Het aanbod van wind- en zonne-energie loopt niet gelijk met de alsmaar stijgende elektriciteitsvraag. Elektriciteitsvragen ontwikkelingen zoals elektrisch rijden en aardgasvrije huizen kosten meer tijd.

• Een ‘mismatch’ tussen vraag en aanbod in de tijd: Kijkend naar de drukke momenten op een dag en kijkend naar de drukke maanden in het jaar waarop men het meeste energie wil gebruiken, komt dat niet overeen met de momenten waarop het meeste wordt opgewekt. Denk bijvoorbeeld aan de momenten waarop zon en wind het meeste opbrengen. Deze ‘mismatch’ in vraag en aanbod kan worden verzacht door energieopslag. Door energie op te slaan in de gemeente Soest via welke vorm dan ook kan de extra benodigde CO2-reductie worden behaald. Want naast de krapte op het net, zijn er ook momenten waarop er meer energie wordt geproduceerd dan wordt gebruikt. De impact van energieopslag in Soest op het behalen van die 55% doelstelling vergt extra onderzoek. Energieopslag zal daarmee deel uit gaan maken van het programma Energietransitie 20232030.

B1.5 Beleidsmatig inzetten op een doelstelling van 60% CO2 reductie in 2030 De analyse van Over Morgen laat zien dat het behalen van een 60% reductie in 2030 een grote uitdaging. Door de technische en maatschappelijke ontwikkelingen te blijven volgen

31

zullen zich mogelijk nieuwe kansen aanbieden om wel ruim boven de 55% uit te komen. Voor het programma Energietransitie 2023-2030 blijft daarom het besparen van energie essentieel Blijvend inzetten op energiebesparing Een aantal voorbeelden van maatregelen die allemaal naast elkaar nodig zijn: • Alle woningen naar een isolatiegraad van A++, zodat minder energie nodig is en verloren gaat. • De isolatie van overige gebouwen naar A+ in plaats van de eerdere aanname van label B/C. • Drie tot zeven keer meer woningen en gebouwen op een warmtenet dan nu de aanname is, zodat de grote stijging van warmtepompen ervoor zorgt dat de lokale duurzame elektriciteit binnen de gemeente gebruikt kan worden. • De adoptie van duurzaam aangedreven vrachtwagens laten toenemen tot 70% i.p.v. de aangenomen 5%. • De adoptie van elektrische auto's laten toenemen tot 50% i.p.v. de aangenomen 22%

B1.6 Conclusies De doelstellingen uit het huidige programma Energietransitie 2020-2025 en de getallen uit het uitnodigingskader blijken op basis van de actuele aannames en modellen hoger uit te komen dan de destijds geldende 49% CO2 reductiedoelstelling, namelijk circa 53%. Om de 55% CO2 reductie te halen is in programma Energietransitie 2023-2030 meer inzet nodig op duurzame opwekking, energieopslag (vooral van elektriciteit) en energiebesparing. Zie ‘Bijlage 2 – Eerste opzet evaluatie programma per pijler’ op de volgende pagina voor meer informatie over die actualisatie.

32

Bijlage 2 – Eerste opzet evaluatie programma per pijler Leeswijzer bijlage 2: Voor de zomer van 2022 zijn binnen de gemeente Soest gesprekken gevoerd over de uitvoering van het programma Energietransitie in de voorliggende periode. Deze bijlage beschrijft de verbeteringen, aanscherpingen en kansen die daarbij horen. Elke paragraaf beschrijft een pijler, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen punten van evaluatie op basis van de uitvoering van afgelopen periode en algemene ontwikkelingen en kansen die er zijn om de aanpak binnen de pijlers aan te scherpen.

B2.1 Pijler wonen Evaluatie • Door stijgende energieprijzen krijgen steeds meer huishoudens moeite om de energierekening te betalen. In de eerste twee kwartalen van 2022 is een aanpak energiebesparing voor minima voorbereid. • 28 energiecoaches van Energie Actief Soest draaien volle toeren om inwoners te adviseren over verminderen van hun energieverbruik en het toekomstbestendig maken van hun woning. • Communicatie (betrekken inwoners en in gesprek gaan met hen) is belangrijk en wordt belangrijker nu de transitie dichter bij de woningen komt. Meer gebruik maken van de wijk- en doelgroepbenadering van Motivaction. Strategie ontwikkelen waarbij de inwoners eerst aangehaakt zijn en zich betrokken voelen. Nieuwe vorm van participatie. • De woningcorporaties werken hard aan het halen van energielabel B. Ze gaan hun doel halen aan het einde van de oude programmaperiode 2025. Uit de monitor blijkt wel dat de huidige resultaten achterblijven bij de doelstellingen. • Binnen project WN05 Financiering inwoners gebruik laten maken van het Nationaal Warmtefonds (NWF), in plaats van het depot van de Duurzaamheidsleningen voor de derde keer aanvullen. Sinds juni 2022 is het depot leeg. Vanaf dat moment wijzen we inwoners op de mogelijkheden van het Nationaal Warmtefonds. Argumenten voor het NWF Ook 75+ kan gebruik maken van het NWF. Steeds meer doelgroepen kunnen gebruikmaken van NWF.

Ook de randvoorwaarden worden regelmatig aangepast, zodat de energietransitie betaalbaarder wordt voor steeds meer mensen. Vanaf 1 oktober 2022 geldt er bijvoorbeeld een 0% rente lening voor minima met een eigen woning. Het NWF is het Rijksfinancieringsinstrument verbonden aan de versnelling verduurzaming Gebouwde Omgeving en de Nationaal Isolatieaanpak. Voor de uitvoering van deze nationale regeling is geen formatie nodig van de gemeentelijke organisatie. •

33

Ontwikkelingen op het gebied van gebouwgebonden verduurzamingsconcepten (financiering ervan) volgen. Pilots: Gemeentelijk Verduurzamingsregeling (GVR; Wijk bij Duurstede) en de Gebouwgebonden VerduurzamingsDienst (GGVD; Amersfoort).

•

•

• •

Versterken van onafhankelijke advisering aan en begeleiden van inwoners door middel van bijvoorbeeld Energie Actief Soest, Soester Energie, energieloket, energiecoaches, warmtescans, ambassadeurs en ‘slimme buren’. Meer aandacht voor integrale samenwerking met: klimaatadaptatie, wonen, circulair en natuurbeleid. Voorbeeld: SMP (Soorten Management Programma) traject van provincie Utrecht ingaan met gemeente Soest. Organiseren van meer uitvoeringskracht voor het uitvoeren van energiebesparende maatregelen. Voorbeeld: Utrechtse Energie-fixers en Energieklussers (Present/EAS). Mobiliseren van lokale bedrijven die inwoners kunnen helpen. Versterken Bedrijven Alliantie Energiezuinig Soest. Klus- en bouwbedrijven (aannemers).

Ontwikkelingen en kansen Energiebesparing krijgt momenteel nationaal een enorme impuls met een campagne en diverse programma’s met stevige budgetten voor gemeenten. Door energiebesparende maatregelen te nemen gaan energiekosten omlaag, het wooncomfort omhoog en wordt de woning onderhouden om weer een tijd mee te gaan en toekomst bestendig te maken. • •

• •

Lokale uitwerking nationaal isolatieprogramma met focus op objecten, wijken en doelgroepen en niet alleen wijken met behulp van gelden van het Rijk. Speciale aanpak voor energierechtvaardigheid voor deze nieuwe doelgroep onder het motto “haalbaar, betaalbaar en van ons allemaal” met behulp van gelden van het Rijk. Het doel is om een totaalconcept van ontzorging uit te werken van eerste contact, scan woning, aanbrengen kleine besparende maatregelen tot het meten van lagere energiekosten. De verwachting is dat dit een structureel thema gaat zijn voor het Sociaal Domein. Deze aanpak is begin 2022 voorbereid en de uitvoering start in het najaar. Effecten nationaal programma versnelling verduurzaming gebouwde omgeving Het verbreden van project WN02 Energiefonds samen zodat ook inwoners die in energiearmoede leven ondersteund worden.

B2.2 Pijler werken Evaluatie • Voortzetten van het delen van de goede voorbeelden bij bedrijven. De ondertekenaars stimuleren elkaar om maatregelen te treffen. Goed werkende communicatiestrategie. • Er is voldoende draagvlak en eigenaarschap bij het bedrijfsleven om een collectieve aanpak te starten naast de individuele aanpak. De lijst met deelnemers van het energieconvenant groeit nog steeds en onder de ondertekenaars leeft veel enthousiasme. Het is een populair onderwerp op social media. • Door de energieprijzen worden er ook meer energiescans afgenomen welke vaak resulteren in maatregelen. • Netcongestie zorgt voor een blokkade voor de aanleg van zonnepanelen op bedrijfsdaken. Er wordt een subsidieaanvraag gedaan om op bedrijventerrein Soestdijkse grachten en Centurionbaan een haalbaarheidsanalyse op te stellen.

34

•

Hiermee gaan we belemmeringen van netcongestie opheffen en collectieve projecten aanjagen. Onderzoeken hoe we meer kunnen bereiken met handhaving bij bedrijven door middel van de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD).

Ontwikkelingen en kansen • Energiecongestie vormt nu een groot obstakel voor investeringen in zon op dak bij bedrijven. Er is op korte termijn een oplossing nodig, maar die is nog niet in zicht. Mede door dit inzicht wordt de pijler ‘duurzame opwekking’ verbreed naar ‘energiesysteem’ waarin thema’s als netcongestie, onbalans en opslag een plek krijgen. Netcongestie zal bij de netbeheerder zeker tot 2029 aanwezig blijven als obstakel.

B2.3 Pijler mobiliteit Evaluatie • In de gemeente Soest staan inmiddels 88 openbare laadpalen met een gemiddeld gebruik. Dit is de helft van het aantal van onze plankaart. De pilot met de kabelgoottegels was een groot succes. • De plankaart voor laadpalen heeft een update nodig. In sommige gebieden zijn de laadpalen van de kaart ‘op’, terwijl er wel behoefte is aan meer laadvoorzieningen. • Inzetten op meer eigenaarschap bij cluster mobiliteit en de doelen van energietransitie in het omgevingsprogramma mobiliteit van de gemeente opnemen. • Het is onwaarschijnlijk dat we met de huidige inzet de mobiliteitsdoelstellingen van het programma gaan halen. Bekeken moet worden waar we extra op in moeten zetten. Zo besteden we bijvoorbeeld nog weinig aandacht aan gedragsverandering. Ontwikkelingen en kansen • De meeste invloed op verduurzaming van mobiliteit ligt binnen de regionale samenwerking. Het is kansrijk om mee te werken aan het Regionaal Mobiliteitsprogramma (RMP) om daarmee schaalvoordelen voor Soest te bereiken en kennis uit de regio te benutten.

B2.4 Pijler gemeente als voorbeeld Evaluatie • De ontwikkeling van de routekaart loopt door tekort aan capaciteit achter op de planning. De verwachting is dat dit jaar een voorstel naar de raad gaat om het eerste gebouw van het gemeentelijk vastgoed te verduurzamen. • Doelstelling interne campagne aanpassen naar periodieke focus op een team/verantwoordelijke per discipline binnen de gemeentelijke organisatie. Hier kennis delen over nieuwe duurzame standaarden. • Doelen van het programma Energietransitie verweven met hele afdeling ruimte. Met behulp van de Routekaart Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed van de VNG de doelen concreet vastleggen binnen de organisatie.

35

•

Project VB3 ‘transitie mogelijk maken’ intensiveren o Scan waar meeste invloed CO2 zit vanuit werkzaamheden/bevoegdheden gemeente o Doelen programma beter verankeren binnen organisatie (projectenbureau, omgevingstafel, inkoop en REA) o Regelgeving en welstandsbeleid

Ontwikkelingen en kansen • Onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om met nieuwe bomen/biomassa CO2 op te slaan of productie te organiseren van biobased bouwmaterialen. • Meewerken aan het convenant duurzaam bouwen binnen de Provincie Utrecht. Hierin zijn afspraken gemaakt over meer duurzame nieuwbouw op de thema’s energie, circulariteit, klimaatadaptatie, biodiversiteit, gezondheid en duurzame mobiliteit. Ook wordt grootschalig ingezet op biobased bouwen om invulling te geven aan de afspraken in het Klimaatakkoord. Lessen die hier geleerd worden toepassen op de projecten die binnen Soest en Soesterberg lopen of komen.

B2.5 Pijler energieopwekking Evaluatie • De ontwikkeling binnen deze pijler blijft flink achter omdat de opschaling van zon op daken niet snel genoeg gaat en er geen windturbines en zonnevelden zijn ontwikkeld. De duurzame opwekking in de gemeente Soest bedraagt 56 TJ per jaar en het doel voor 2025 is 213 TJ. Windturbines van 5,6 MW leveren circa 63 TJ per stuk, maar deze kunnen niet meer voor 2025 gerealiseerd worden. Het wordt zelf een uitdaging om voor eind 2025 de vergunning rond te krijgen, zoals is afgesproken in het klimaatakkoord. Opschaling kan plaatsvinden door stevig in te zetten op zon op dak. Die ontwikkeling gaat hard, maar niet hard genoeg om de doelstelling te halen. • De haalbaarheid van de onderzoekslocaties wind en zon is onzeker. Er is een sterke afhankelijkheid van andere partijen en geen van de onderzoeksgebieden is grond van de gemeente (wel van gemeente Amersfoort, Rijkswaterstaat en Rijksvastgoedbedrijf). De locaties Vlasakkers en A28 zijn onder de noemer energiehub A28 opgenomen in het OER programma van de rijksoverheid (Opwek van Energie op Rijksgronden) en komt daarmee in aanmerking voor extra capaciteit en middelen vanuit het Rijk. Bij de Isselt (in Amersfoort) kan de gemeente Soest pas verder als de ruimtelijke procedures bij het aangrenzend windproject Soesterwijkwiek rond zijn. Hierin zoeken we naar samenwerking met gemeente Amersfoort.

Het doel is om duidelijkheid te krijgen over de kansrijkheid van de onderzoekslocaties door middel van een technisch onderzoek en een plan-MER. Tegelijkertijd heeft de Provincie Utrecht ook de ruimtelijke potentie voor windturbines in beeld gebracht. Zij willen mogelijk als bevoegd gezag regie pakken op dit onderwerp en geven gemeenten tot eind 2022 de tijd om zelf met (nieuwe) zoekgebieden te komen. Het is belangrijk dat de gemeente Soest en haar inwoners zelf regie blijven houden en proactief aan de slag gaan met de onderzoekslocaties. • Het opstellen van de transitievisie warmte (TVW) is op 80% van het proces en product stopgezet vanwege een tekort aan capaciteit binnen het programma. De komende

36

•

tijd wordt de TVW afgerond en direct in lijn gebracht met de besparingsaanpak en aanpak energierechtvaardigheid. Dit brengt voor de gemeente Soest een benodigde versnelling in de route naar aardgasvrij. Groene waterstof als energiedrager is opgenomen als optie in het Uitnodigingskader en als mogelijke kans besproken in de Green en Social Deal met Defensie en de gemeente Amersfoort en Leusden. Echter is dit nog steeds in een pril stadium en is nog niet duidelijk op welke plek Defensie hierin wil gaan investeren.

Ontwikkelingen en kansen • Vanuit de RES komt een dataset beschikbaar van zon op gebouw waar ook overdekte parkeerplaatsen als potentie zijn berekend. Met deze inzichten kan de gemeente Soest de kansen op dit gebied in beeld brengen. • De uitdagingen van oplopende netcongestie is in korte tijd zeer urgent geworden. De gemeente Soest werkt in regionaal verband samen om oplossingen te vinden in overleg met de lokale netbeheerders en TenneT. Naast oplossingen bij netbeheerders liggen er ook veel kansen bij oplossingen op lokaal niveau. Met allerlei vormen van opslag hoeft warmte of elektriciteit niet meer altijd via een nationaal net getransporteerd te worden en kan het lokaal in de gemeente Soest gebruikt worden. Er is een kans om als gemeente Soest deze brede blik op het energiesysteem te kiezen en opslag standaard onderdeel te maken bij alle projecten rondom duurzame energieopwekking. • Vanwege bovenstaande ontwikkelingen is het een kans om de pijler energieopwekking te verbreden naar een scope van het energiesysteem. Op die manier wordt aan de voorkant voorkomen dat energieopwekking niet op het netwerk past en worden lokale oplossingen met opslag van energie of vraagsturing aan de voorkant gestimuleerd.

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=6097bdcc-cb2a-4d6e-8f0c-fd7f0c03b88d