4c 7 Structuurvisie 2009 - 2030.pdf
Tekst van het document
Het aansluiten van de diverse fietsverbindingen (ondermeer
genomen zullen moeten worden in het kader van de be-
richting Hilversum) verbetert de leefbaarheid van de gehele
reikbaarheid. Deze maatregelen kennen over het algemeen
kern Soest. Dit is een bovenwijkse voorziening die van
ook een ruimtelijke component en een samenhang met de
nut is voor de gehele kern Soest en hangt samen met de
uitwerking van de strcutuurvisie. Een aantal van de voor-
genoemde verdienlocaties.
gestelde maatregelen in het GWP zijn openbare bovenplanse voorzieningen en worden als zodanig in het schema
Parkeren
benoemd.
De ontwikkeling van de diverse locaties kan leiden tot een stijging van de parkeerdruk elders in de gemeente. Om deze toegenomen parkeerdruk te kunnen faciliteren overweegt de gemeente een parkeerfonds in te stellen. Gelden uit deze reservering worden aangewend om de noodzakelijke maatregelen rondom parkeren te kunnen nemen. De inzet van dit parkeerfonds is van belang voor de gehele kern Soest en heeft hierdoor een samenhang met de genoemde overschotlocaties.
Ossendamknoop De Ossendamknoop is een belangrijk verkeersknooppunt in Soest Zuid. De verbetering van de doorstroming rond dit punt komt de gehele kern van Soest ten goede. Het betreft hier dan een bovenplanse voorziening die een voordeel oplevert voor de gehele kern. Hiermee is dan ook een samenhang gelegd met de genoemde verdienlocaties.
77
ETW-A (erftoegangswegen type A)
zieningen geheel of gedeeltelijk te dekken.
In het GWP wordt voor een aantal straten de wens uitge-
Bij de betreffende voorzieningen, met uitzondering van het
sproken deze opnieuw in te inrichten als ETW-A. Een derge-
Fonds sociale woningbouw, is aangegeven wat de samen-
lijke herinrichting is van belang voor de gehele omgeving van
hang is tussen het fonds en de betreffende overschotlocaties.
deze straat en derhalve ook voor de ontwikkellocaties. Op deze wijze is er een samenhang met de overschotlocaties.
5.5
üVlaatschappeiiJke yitvoerbaarheid
5.4.5 Groene mantel
5.5.1 Voorbereiding
Rond de kern Soest is een aanzienlijk gebied aangeduid
Om meer te weten te komen over de ontwikkelingen in
als de 'Groene Mantel'. Dit gebied krijgt een groen-blauw
de gemeente Soest, zijn interviews gehouden met de
casco waarbinnen een aantal ontwikkelingen mogelijk is
wethouder, alle relevante disciplines binnen het ambtelijk
(ondermeer woningbouw). Naast de ontwikkelingen binnen
apparaat en 13 sleutelfiguren uit de Soester samenleving.
het gebied levert de ontwikkeling van de 'Groene Mantel'
De interviews moeten niet gezien worden als klankbord of
ook een bijdrage aan de leefbaarheid van de kern Soest.
belangenbehartiging, maar als informatieve beeldvorming
Dit zorgt dat er een samenhang is met de genoemde ver-
(input) in het begin van het proces. De relevante informatie
dienlocaties.
voortkomend uit deze interviews is zo mogelijk verwerkt in
Om voor de groene ambities middelen vrij te maken kan
deze visie.
een Groenfonds ingesteld worden. Dit groenfonds is dan ook gebaseerd op de bovenstaande uitgangspunten
5.5.2 Inspraak en overleg
inclusief een relatie met de overschotlocaties. Daarnaast
De ontwerp-structuurvisie heeft - conform de inspraakver-
kan het groenfonds worden ingezet voor locaties binnen de
ordening van de gemeente Soest - ter inzage gelegen. Een
bebouwde kom (en buiten de Groene Mantel).
groot aantal mensen heeft gereageerd. In de afzonderlijke bijlage 'Nota Beantwoording Zienswij-
5.4.6 Fondsen
zen' zijn de ingekomen zienswijzen samengevat en beant-
De gemeente Soest overweegt ter bekostiging van een
woord. Van belang is daarbij onderscheid te maken tussen
aantal hierboven genoemde openbare bovenplanse
het bezwaar (het plandeel waar tegen wordt geageerd,
voorzieningen een aantal fondsen in het leven roepen. Het
bijvoorbeeld woningbouw op een plek) en de argumenten
betreft hierbij ondermeer een parkeerfonds, grondfonds en
die ter ondersteuning van het bezwaar worden aangedra-
een fonds sociale woningbouw. Doel van deze fondsen is
gen (bijvoorbeeld omdat dit een mooie groene plek is).
de kosten behorende bij de in het fonds beoogde voor-
78
Alles overziende kan worden geconstateerd dat er een
heeft regelgeving met name betrekking op de Wet ruimte-
aantal hoofdgroepen van bezwaren is, te weten:
lijke ordening en de Woningwet. Bij overtreding van deze
H o Tegen woningbouw algemeen
regelgeving moet gedacht worden aan bouwen zonder
Ë. Behoud van groen
vergunning, bouwen in afwijking van een verleende vergun-
®= Tegen woningbouw op een specifieke locatie:
ning, het handelen zonder of in afwijking van een noodza-
si weiland Insingerstraat/Den Blieklaan en groene mantel
kelijke aanlegvergunning en het gebruik van gronden en
fe locatie Inspecteur Schreuderlaan
opstallen in strijd met de gebruiksregels van het bestem-
© Jachthuislaan
mingsplan of een vrijstelling.
sfl Bosstraat 4 . Koningsweg hoek Eigendomweg ü . Vóór woningbouw algemeen/specifieke locaties (S. Met betrekking tot mobiliteit en bereikbaarheid ï . Overige bezwaren/argumenten/suggesties ®0 Zienswijzen met meerdere punten In de bijlage zijn de zienswijzen - geordend in deze hoofdgroepen - en de reactie van de gemeente daarop samengevat weergegeven. 5.5.3 Handhaving De structuurvisie is alleen bindend voor het bestuur. Het bestemmingsplan is bindend voor zowel de overheid als de burger. Dit betekent dat de structuurvisie uitgewerkt moet worden in bestemmingsplannen. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving van de bestemmingsplannen ligt bij de gemeente. Handhaving kan worden omschreven als elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de duurzame bescherming van mens en omgeving te waarborgen. Binnen het kader van het bestemmingsplan
Handhaving wordt onderscheiden in preventieve en repressieve handhaving. Preventieve handhaving bestaat uit actief toezicht door of namens de gemeente door bijvoorbeeld regelmatige controles op de uitvoering van vergunningen en regelmatige gebiedscontroles. Voorts bestaat preventieve handhaving uit het opstellen van duidelijke en maatschappelijk geaccepteerde regels en uit communicatie en voorlichting. Repressieve handhaving bestaat uit de aanwending van publiekrechtelijke middelen bij geconstateerde overtredingen, zoals het opleggen van een dwangsom of het uitoefenen van bestuursdwang. Daarnaast is het mogelijk strafrechtelijke middelen toe te passen en privaatrechtelijke actie te ondernemen bij inbreuk op het eigendomsrecht van de gemeente. Repressieve handhaving heeft als primaire doel een einde te maken aan een specifieke overtreding van de Wro of de Woningwet. De nota Handhaving geeft de beleidskaders aan voor handhaving van ruimtelijke regelgeving. Dat houdt in dat wordt overgegaan tot het programmatisch handhaven van regels op het terrein van de Ruimtelijke Ordening. Een
79
nieuwe nota is in voorbereiding. Deze wordt in het najaar
grondexploitatiewet die integraal in de Wro is opgenomen.
van 2009 vastgesteld. De handhaafbaarheid van een bestemmingsplan is met
5.6.2 Milieueffectrapportage (mer)
name afhankelijk van het draagvlak van de regels onder de
Er is geen sprake van zodanige maatregelen die voortvloei-
burgers en van de duidelijk van de regels.
en uit de structuurvisie, dat een mer moet plaatsvinden.
In de bestemmingsplannen moet worden aangesloten bij de actuele maatschappelijke behoefte voor wat betreft bouwen en gebruik. Voorts kan door middel van de flexi-
5.6.3 Digitale verplichtingen ten aanzien van gemeentelijke structuurvisies
biliteitsbepalingen en de nadere eisenregeling ruimschoots
In beginsel is een structuurvisie vorm- en procedurevrij.
worden ingespeeld op toekomstige ontwikkelingen. De
In de Wro is echter bepaald dat de kennisgeving van het
verbeelding, de toelichting en de regels moeten zodanig
besluit tot vaststelling van een structuurvisie via elektroni-
op elkaar worden afgestemd dat interpretatieproblemen en
sche weg moet plaatsvinden en dat bij of krachtens een
problemen met betrekking tot de uitvoering zo veel moge-
algemene maatregel van bestuur regels kunnen worden
lijk worden voorkomen.
gesteld omtrent de voorbereiding, vormgeving, inrichting en beschikbaarstelling van structuurvisies.
5.6
Wettelijke vereisten
Per 1 januari 2010 treden de digitale verplichtingen van de Wro in werking, ook voor structuurvisies. Deze moe-
5.6.1 Een gemeentelijke structuurvisie volgens de Wet ruimtelijke ordening In de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) is over structuurvisies het volgende bepaald (hoofdstuk 2, artikel 2.1, eerste lid): 'De gemeenteraad stelt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening voor het grondgebied van de gemeente of een gedeelte hiervan een structuurvisie vast. De structuurvisie bevat de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling van dat gebied, alsmede de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren ruimtelijk beleid. De structuurvisie gaat tevens in op de wijze waarop de raad zich voorstelt die voorgenomen ontwikkeling te doen verwezenlijken.' Met deze laatste zin wordt de relatie gelegd met de
80
ten dan worden vormgegeven, ingericht en beschikbaar gesteld conform het IMRO2008 en het STRI2008. Zie ook de regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 21 oktober 2008, nr. BJZ2008100723, Directie Bestuurlijke en Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, houdende regeling standaarden ruimtelijke ordening 2008, die op 30 oktober in de Staatscourant is gepubliceerd. De technische uitvoerbaarheid hiervan is vastgelegd in de Praktijkrichtlijn gemeentelijke Structuurvisies, ook wel de PRgSV2008 genaamd. Het Besluit ruimtelijk ordening (Bro) legt vast dat een structuurvisie in elk geval bevat een geometrische plaatsbepaling van het gebied waarop de
visie betrekking heeft. Daarmee wordt het belang van de praktijkrichtlijn, die de wijze van elektronisch (digitaal) vastleggen bepaalt, evident. De PRgSV2008 meldt het volgende: "In de Regeling standaarden ruimtelijke ordening is bepaald dat bij de digitalisering van ruimtelijke instrumenten gebruik moet worden gemaakt van IMRO2008. Dit informatiemodel is de huidige standaard voor de beschrijving en codering van ruimtelijke instrumenten. IMRO2008 is gebaseerd op het Basismodel Geo-lnformatie (NEN 3610: 2005). Dit Basismodel kent een aantal objectklassen en attributen waarmee aan het aardoppervlak gerelateerde ruimtelijke objecten kunnen worden gecodeerd. IMRO2008 gebruikt slechts één van deze objectklassen, namelijk PlanologischGebied. Met IMRO wordt de inhoud (representatie van de werkelijkheid) digitaal vastgelegd; het gaat niet om de uiteindelijke vormgeving op papier of beeldscherm (presentatie). Met andere woorden, in het digitale bestand van ruimtelijke instrumenten wordt de vormgeving van de verbeelding (kleuren, lettertypen e.d.) niet vastgelegd. De gebruiker van het bestand bouwt zelf de door hem gewenste verbeelding op. Deze verbeelding kan dus een andere presentatie zijn van dezelfde gegevens." Deze structuurvisie is opgesteld conform de Praktijkrichtlijn gemeentelijke structuurvisies (PRgSV2008).
Als zodanig kan een ieder via internet een perceel aanklikken en zien welk beleid uit de structuurvisie daarop van toepassing is.
Kern Soest: Woningbehoefte en -bouwlocaties 2008 - 2030 1e oplevering
aantal woningen betaalbaar overig Locaties 2 0 0 8 - 2 0 1 5 Braamduin Bosman (Birkstraat 48) Jachthoorn (Koningsweg 3) Klimop (Weegbreestraat) Plantago (Smitsveen) Spoordal laatste deel Bos en Duin (Bosstraat) Molenschot Staring laan Dr. De Voslaan Bosstraat/Den Blieklaan Smitsveen Chalonhof/Beukenlaan 12 Insingerstraat In de Ruimte2 Insp.Schreuderlaan 23 Koninginne-ZRegentesselaan Pm: herstructurering Totaal 2 0 0 8 - 2 0 1 5 ee/TOe/te2008-2015 Zoeklocaties 2016-2030 Van Oest (Clemensstraat)2 Weegbreestraat Meander (Dalweg)2 Kerkstraat 56-58 Insingerstraat weilandhoek Koninginne-ZRegentesselaan PM: herstructurering Totaal na 2 0 1 5 Behoefte na 2 0 1 5
4 6 28 10
37 12
X X
98 33 48 16 292 330
totaal
10 6 10 15 86 11 39 14 14 11 38
20 24 40 338 230
voorstel
10 10 16 28 25 86 11 76 26 14 11 136 33 48 20 40 40 630 4 560
2009 2009 2009 2008 2009 2008 2010 2010 2011 2011 2011 2014 2012 2012 2013 2015
schatting van het aantal woningen 11 23 12 6 6 50 50 14 14 16 24 40 28 42 70 220 70 150 126 297 423 360 900 540
op basis van nog te maken visie voor hele Noordelijke Eng de woningdichtheid kan lager uitvallen zodra randvoorwaarden zi|n opgesteld aantal woningen exclusief de geprojecteerde zorgwoningen Het in paragraaf 4.5.3. genoemde aantal woningen (346) op beschikbare locaties tot 2015 is als volgt te verklaren indien de woningen voor herstructurering ("Smitsveen" en "Pm: herstructurering" (176)), de woningen buiten de bebouwde kom, maar binnen de contouren ("Koninginne-ZRegentesselaan" (40)) en de woningen buiten de rode contouren ("Insingerstraat In de Ruimte" en "Inspecteur Schreuderlaan" (68)) in mindering worden gebracht op het totale aantal woningen op beschikbare locaties (630), resteert het aantal van 346 woningen.
82
Bijlage
De structuurvisie stoelt op diverse beleidsnota's, waarvan de meeste de periode bestrijken tot 2015. Daarom is het woningbouwprogramma hiernaast maatgevend voor de periode tot 2015. De doorkijk naar de periode na 2015 behoeft - vanzelfsprekend - te zijner tijd een heroverweging. Volgens het overzicht wordt in de periode tot 2015 meer gebouwd dan de woningbehoefte aangeeft. Tegelijkertijd blijft tot 2015 het aandeel betaalbare woningen achter bij de behoefte. Kanttekeningen hierbij: "0. Bij sommige projecten kan de woningdichtheid, zoals gemeld, lager uitvallen zodra randvoorwaarden zijn opgesteld §„ De woningbehoefte 2008 - 2015 blijkt in het rapport- Quintis lager te zijn ingeschat dan de werkelijkheid tot nu toe. S. De opbrengsten van duurdere woningen worden gewoonlijk ingezet voor het realiseren van betaalbare woningen binnen één project, maar ook voor andere doeleinden (Hart van de Heuvelrug, scholen, volksgezondheid, enz.) Tot 2015 wordt slechts op twee kleine locaties gebouwd buiten de rode contouren van het provinciaal beleid.
83
In opdracht van
SS
Gemeente Soest
KuiperCompagnons
Structuurvisie
Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Architectuur, Landschap City & Regional Planning, Urban Design, Architecture, Landscape
Economische uitvoeringsparagraaf
Ad van Dongen (projectleider) Henk Dillingh Hans Gerth Karen Groenendijk Alice van Halsema Daniël Hendriks Dirk Konings
sjJJ' PurpleBlue
Gerwin Gabry (projectleider) Janita van Gastel Stefan Klingens Simon Matahelumual Martijn Niehof Hans Ophuis Bart Verhoeven
Erik Landman Tristan Minning
e-
Adriaan Moons Elke Poldervaart Marlein Smith-Bos
Jurjen Medendorp (projectleider)