4c 7 Structuurvisie 2009 - 2030.pdf
Tekst van het document
^
~mH
'/
^
n*.'
i:V:
Structuurvisie 2009 2030
/
Een groen en levendig Soest, nu en in de toekomst *
"
.
'
•
*
■
331.f00:01i * 29 ©ktober 2009
Gemeente Soest
. V*
■. •
%,
,.
,^"t .l
a
•
_
'*'
'
%
"Ém '•■ §F
KuiperCompagnons Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Architectuur, Landschap City & Regional Planning, Urban Design, Architecture, Landscape
isie 2009 - 2030
Een groen en levendig Soest, nu en in de toekomst 331.100.01 29 oktober 2009
Voorwoord Geachte lezer, Gouverner c'estprévoir. Oftewel 'regeren is vooruitzien'.
andere zijn pas aan de orde als over een aantal jaren blijkt
Dat klinkt ambitieus en misschien zelfs wel als een onmo-
dat ze echt nodig zijn.
gelijke opgave. Want niemand weet precies hoe de toekomst eruit zal zien. Toch moeten we als lokale overheid
Wat vinden we nu zó belangrijk dat het echt moet worden
vooruitzien. Want we willen niet alleen nu prettig kunnen
vastgelegd in de structuurvisie? Dat Soest groen en leven-
wonen, leven en werken in Soest. Dat moet ook in de toe-
dig blijft. Dat we hetzelfde aantal inwoners houden en onze
komst zo blijven. De kinderen en jongeren die nu in Soest
voorzieningen op niveau blijven. Dat we bouwen voor onze
wonen en hier later misschien een eigen huis willen kopen
eigen inwoners en een klein beetje voor mensen van buiten
of huren moeten ook een plekje kunnen vinden in ons
Soest. Niet teveel want we willen wel een groen dorp
groene en levendige dorp.
blijven. Maar al die mensen die de afgelopen jaren 'van buiten' in het mooie Soest zijn komen wonen, kunnen dat
We hebben als gemeente te maken met allerlei ontwik-
anderen nu niet ontzeggen. Daar staat wel tegenover dat
kelingen waar we geen grip op hebben maar waar we wel
we minder bouwen dan in de periode waar de vorige struc-
rekening mee moeten houden. Bijvoorbeeld vergrijzing en
tuurvisie over ging (toen zijn de Boerenstreek en Wilgenblik
gezinsverdunning (minder mensen per woning). We moeten
gebouwd). En we bouwen niet op de Eng, in de Eempolder
bijvoorbeeld zorgen voor genoeg passende woningen en
en op veel andere mooie, groene plekken buiten èn binnen
voorzieningen. Maar daarbij willen we ook zoveel mogelijk
de bebouwde kom.
de waardevolle (natuurlijke) kwaliteiten in Soest behouden en versterken. Hoe we dit willen doen hebben we beschreven in deze structuurvisie. Met deze structuurvisie geven we invulling aan één van de ambities uit het raadsprogramma 2006-2010. De structuurvisie is gebaseerd op beleid dat al eerder is opgesteld in overleg met allerlei professionele deskundigen en ervaringsdeskundigen: de inwoners van Soest. Voorbeelden hiervan zijn de woonvisie, de detailhandelsnota en de
Deze structuurvisie moet worden gezien als de rode draad voor het beleid de komende jaren. In ieder geval tot 2015 maar er wordt ook vast een doorkijk gegeven naar 2030. In de tussentijd krijgen we als gemeente ongetwijfeld met ontwikkelingen te maken die we nu nog niet kunnen voorzien en waar we dan een oplossing voor moeten vinden. Dat betekent dat om te behouden, we soms moeten veranderen. Maar hoe dan ook, we gaan voor een groen en levendig Soest, nu en in de toekomst.
recreatienota. Daarnaast hebben inwoners en organisaties tijdens de inspraakperiode belangrijke input geleverd voor deze structuurvisie. Er zijn ten opzichte van de concept versie enkele in het oog springende wijzigingen doorgevoerd.
Teun Middelkoop
Enkele potentiële woningbouwlocaties zijn geschrapt en
Wethouder Ruimtelijke Ordening
3
Inhoudsopgave
7 1.1 1.2
Aanleiding
7
Wat is de structuurvisie Soest?
7
1.3
Leeswijzer
8
1.4
Werkwijze
8
2
3.1
Maatschappelijke trends
3.1.1
Inleiding
3.1.2
Individualisering en gemeenschapszin
3.1.3
Vergrijzing, ontgroening en verdunning
3.1.4
Krimp
3.1.5
Mobiliteit en digitalisering
3.1.6
Woon-werkrelatie(s)
3.1.7
Schaalvergroting
3.1.8
Klimaatverandering
3.1.9
Recreatie
3.1.10 Conclusie
2.1
Inleiding
2.2
Beleidsinventarisatie
2.2.7
Ruimtelijke opbouw
2.2.2 2.2.3 2.2.4
Natuur/Groen Milieu Infrastructuur
2.2.5 2.2.6 2.2.7
Wonen Voorzieningen/Zorg Economie
2.3
Lagenbenadering
9 11 11 21 22 23 23 26 27 28
3.2
Positie van Soest
3.3
Analyse
3.3.1
Ruimtelijk
3.3.2
Functioneel
39 39 39 39 40 41 41 41 41 43 43 43 45 45 47
4.1
Inleiding
49
74
Missie
49
5.3 5.4
Schema
4.2
Beschrijving samenhang
76
4.3
Een groen dorp
49
5.4.7
Inleiding
76
4.4
Een levendig dorp
51
5.4.2
Wonen
76
4.5
52
5.4.3
Bedrijven
76
4.5.7
Gedoseerde toevoeging Relatie Soesterberg
52
5.4.4
Verkeer
77
4.5.2
Gaten in de markt
52
5.4.5
78
4.5.3
Ruimtetekort tot 2015
53
5.4.6
Groene mantel Fondsen
4.5.4
53
5.5 5.5.7
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
78
4.5.5
Voorspellingen na 2015 Afweging locaties
Voorbereiding
78
4.5.6
Gedoseerd en gefaseerd
Inspraak en overleg
78
Economie
59 61
5.5.2
4.6
5.5.3
Handhaving
79
4.7
Bereikbaarheid
62
Wettelijke vereisten
80
4.8 4.8.7
Voorzieningen Algemeen
63 63
5.6 5.6.7
4.8.2
Onderwijsvoorzieningen
63
5.6.2
Wet ruimtelijke ordening Milieueffectrapportage (mer)
4.8.3 4.8.4
Sport en spel Verzorging en verpleging/wonen met zorg
65
5.6.3
Digitale verplichtingen ten aanzien van
4.8.5 4.9
Gezondheidszorg
65 67
Recreatie
68
4.10 4.11
Buitengebied Klimaatbeleid
68 69
5.1
Waarom een (economische)uitvoeringspara-
53
graaf?
73
5.7.7
Wet ruimtelijke ordening
73
5.1.2
Nota grondbeleid
73
5.2
Inhoud (economische) uitvoeringsparagraaf 74
78
Een gemeentelijke structuurvisie volgens de 80 80
gemeentelijke structuun/isies
80
Böjlaig©
83
5
1
Inleiding
HJ
AanleScümg
De structuurvisie Soest is verder: * een integrale visie die inzicht geeft in de ruimtelijke en
Deze structuurvisie gaat over de hoofdlijnen van het toe
functionele hoofdstructuur van de gemeente Soest;
komstig ruimtelijk beleid voor de gemeente Soest. De Wet
* een uitwerking van eerder door het rijk, de provincie en de gemeente Soest opgestelde visies;
ruimtelijke ordening verplicht gemeenten een structuurvisie op te stellen. Bovendien heeft de gemeente behoefte aan
*
een rapportage van de huidige situatie, het beleid en
een integraal beeld van het toekomstige ruimtelijke beleid,
de knelpunten, maar ook een inspirerende aanzet voor
zodat sturing gegeven kan worden aan gewenste ruimte
mogelijkheden, kansen en ideeën;
lijke ontwikkelingen.
*
een handleiding geen blauwdruk voor de toekomst van Soest met heldere uitgangspunten voor de verschil
H.
is de sïiryctyyre5s»e Soest?
lende partijen; het moet een 'flexibel raamwerk' (met 'spelregels') bieden ten behoeve van al dan niet voor
In de structuurvisie voor de gemeente Soest zijn op basis van maatschappelijke trends, de bestaande situatie en het vigerende beleid uitgangspunten geformuleerd voor toekomstige ontwikkelingen. Daarbij zijn verschillende waarden en belangen afgewogen. Zo mogelijk zijn belan gen gezamenlijk ontwikkeld. De structuurvisie geeft een streefbeeld voor de periode tot 2015 met een doorkijk naar
ziene ontwikkelingen; *
een document dat weergeeft hoe tot keuzes en oplos singen is gekomen; het proces en het product moeten transparant en 'volgbaar' zijn;
•ü een opstap voor bestemmingsplannen voor de kern Soest en het buitengebied; ■ü een actieplan dat bepaalt welke partijen betrokken zijn
2030 en doet uitspraken op alle fronten voorzover deze
bij c.q. verantwoordelijk zijn voor de besluitvorming, de
ruimtelijk relevant zijn. De kern Soesterberg en de vliegba
financiering en de uitvoering; in de structuurvisie wordt
sis Soesterberg zijn in de structuurvisie niet meegenomen
een dynamisch uitvoeringsprogramma opgenomen dat
omdat hiervoor al plannen zijn opgesteld met een eigen
wanneer nodig, kan worden geactualiseerd. De wijze
besluitvorming. Later wordt bekeken of deze plannen tot
van toedeling zal separaat worden uitgewerkt.
één structuurvisie voor de hele gemeente worden samen gevoegd.
7
In deze structuurvisie zijn doorlopend twee sporen herkenbaar: *
Spoor 1 is gebaseerd op de lagenbenadering (zie bladzijde 28)
* Spoor 2 is gebaseerd op behoeften en wensbeelden en is meer kwantitatief en programmatisch gericht Het integrale karakter van de structuurvisie bestaat uit het bij elkaar brengen van deze sporen.
1.4
Werkwijze
In het raadsprogramma 2006 - 2010 van de gemeente Soest is de structuurvisie aangekondigd. Het Plan van Aanpak is behandeld in De Ronde van 13 maart 2008. Ten behoeve van de structuurvisie is het gebied geïnventariseerd en is het vigerende beleid van de gemeente en hogere overheden geanalyseerd. Om meer te weten te komen over
Een structuurvisie is een plan dat niet direct bindend is voor
de ontwikkelingen in Soest, zijn interviews gehouden met
de burger. Er moet altijd een vertaling gemaakt worden in
de wethouder, relevante disciplines binnen het ambtelijk
de vorm van bijvoorbeeld een bestemmingsplan. Wel is de
apparaat en 13 sleutelfiguren uit de Soester samenleving.
structuurvisie richtinggevend voor het gemeentebestuur.
De interviews moeten niet gezien worden als klankbord of
1.3
Leeswijzer
belangenbehartiging, maar als informatieve beeldvorming (input) in het begin van het proces. De relevante informatie voortkomend uit deze interviews is zo mogelijk verwerkt in
De structuurvisie is als volgt opgebouwd. Allereerst is het relevante beleid geïnventariseerd. Vervolgens is het plangebied aan de hand van de lagenbenadering geanalyseerd. Daarbij is ook ingegaan op de maatschappelijke trends en de positie van Soest in de regio. De visie wordt gevormd door de structuurvisiekaart en een beschrijving op hoofdlijnen van de integrale visie op het ruimtelijke beleid. Ten slotte komt de economische, juridische en maatschappelijke uitvoering van de structuurvisie aan bod.
8
deze visie. De ontwerp-structuurvisie is in het voorjaar van 2009 ter inzage gelegd. Op basis van de ingediende zienswijzen is de (ontwerp)structuurvisie op onderdelen aangepast. Vervolgens is de structuurvisie nogmaals besproken in De Ronde. Ten slotte heeft de raad de (naar aanleiding van De Ronde aangepaste) structuurvisie vastgesteld.
Gemeenten krijgen voldoende ruimte om te voorzien in de natuurlijke bevolkingsaanwas. Dit geldt ook voor het 2.2.1 Ruimtelijke opbouw
landelijk gebied, waar vooral starters en ouderen moeilijk aan een geschikte woning komen, waardoor de sociale
Nota Ruimte
samenhang (evenwichtige bevolkingssamenstelling) onder
Op 23 april 2004 is de Nota Ruimte, het derde deel van de
druk komt te staan. Het provinciale respectievelijk regionale
Planologische Kernbeslissing (PKB) Nationaal Ruimtelijk
ruimtelijk beleid biedt elke gemeente de mogelijkheid om
Beleid ofwel de regeringsbeslissing, vastgesteld. Hierin
het aantal woningen te bouwen dat nodig is wanneer het
is het nationaal ruimtelijk beleid voor de periode 2004 tot
saldo van alle verhuisbewegingen op nul wordt gesteld. Dit
2020 met een doorkijk naar 2030 op hoofdlijnen vastge-
wordt ook wel de 'migratiesaldo nul'- benadering ge-
legd dat voorheen in de afzonderlijke nota's - Vijfde Nota
noemd. Daarnaast wordt voldoende ruimte geboden voor
over de Ruimtelijke Ordening, het Tweede Structuurschema
lokaal georiënteerde bedrijvigheid.
Groene Ruimte (SGR2) en het Nationaal Verkeers- en Vervoersplan (NWP) - was opgenomen. De nota bevat
Een deel van de ruimtevraag van burgers, bedrijven en
geen concrete beleidsbeslissingen, maar stelt een aantal
voorzieningen kan in het bestaande bebouwd gebied
beleidsdoelen als leidraad voor de ontwikkelingen in de
worden geaccommodeerd. Een optimale benutting van het
komende periode. Hoofddoel is ruimte te scheppen voor
bebouwd gebied blijft van groot belang. Zowel hoogbouw
de verschillende ruimtevragende functies. Specifiek richt
als ondergronds bouwen kunnen daarbij een rol spelen.
het rijksbeleid zich op: *
versterking van de internationale concurrentiepositie van Nederland; met name door voldoende ruimte te reserveren voor de ontwikkeling van bedrijven in (groot) stedelijk gebied;
*
krachtige steden en een vitaal platteland; investeren in
Bedrijventerreinen voldoen niet altijd meer aan de huidige eisen. Soms is revitalisering een optie, maar in geval van functieverlies (zoals bij verouderde spoorwegemplacementen, haven- en industriegebieden) is transformatie in nieuwe woon- en werkgebieden een reële mogelijkheid.
leefbaarheid en veiligheid; *
*
borging en ontwikkeling van belangrijke (internationale
De kwaliteit van steden en dorpen wordt mede bepaald
ruimtelijke (natuur-, landschappelijke en cultuurhistori-
door landschappelijke en recreatieve mogelijkheden in de
sche) waarden;
directe omgeving. De beschikbaarheid van bereikbare en
borging van de veiligheid; aandacht voor de waterpro-
toegankelijke 'groene' en 'blauwe' recreatievoorzieningen
blematiek en externe veiligheidsaspecten.
rondom de (grote) steden houdt geen gelijke tred met de
11
Huizen
Blaricum Laren
A
^
^>ds
4
Hilversum
/ /
open landschap nationaal landschap overgangsgebied provinciegrens
Begrenzing Nationaal Landschap Arkemheen-Eemland (gedeelte Eemland)
12
vergaande verstedelijking van de laatste jaren. Met name in
Soest heeft een groot aantal uit te plaatsen bedrijven en
en rondom de grote steden van de Randstaat is een groot
er wordt uitgegaan van een woningbouwprogramma van
tekort aan vaar, fiets, wandel en andere 'groene' en
750 woningen voor de hele gemeente. Deze woningen zijn
'blauwe' recreatiemogelijkheden.
volgens de provincie te realiseren door het benutten van inbreidingscapaciteiten. In het kader van het project Hart
In nationale landschappen moeten cultuurhistorische en
voor de heuvelrug is er bij Soesterberg nog plaats voor 500
natuurlijk kwaliteiten behouden blijven, duurzaam beheerd
woningen, Voor Soest zijn geen uitbreidingsmogelijkhe
en waar mogelijk worden versterkt. De grondgebonden
den opgenomen in het streekplan, behalve een beperkte
landbouw is een belangrijke drager van het cultuurland
uitbreiding nabij de Meent en de Regentesselaan.
schap. Om die betekenis te kunnen handhaven is een duurzaam toekomstperspectief voor de landbouw in de nationale landschappen gewenst. Omdat de productie van agrarische producten niet altijd voldoende oplevert om een landbouwbedrijf op lange termijn te continueren, kan verbreding van de bedrijfsvoering nieuwe kansen bieden en bijdragen aan voorzetting van het agrarisch beheer van het cultuurlandschap. In de Eemvallei is aandacht nodig voor een ontwikkelingsgerichte en gebiedsgerichte benadering. Naast de landschappelijke, ecologische en cultuurhistori sche waarden van dit gebied, moeten de economische en toeristischrecreatieve aspecten worden betrokken. Provincie Utrecht Streekplan 2005 2015
De gemeente Soest valt in het streekplandeelgebied Ge west Eemland en is tevens onderdeel van het Reconstruc tieplan Gelderse Vallei en UtrechtOost. Het streekplan en het reconstructieplan zijn nauw op elkaar afgestemd. Op de volgende drie punten werkt het reconstructieplan direct door in het streekplan: ■Cs de Reconstructiezonering: dit betekent dat de bepa lingen in relatie tot de intensieve veehouderij uit het Reconstructieplan prevaleren boven de bepalingen uit de streekplanzonering; * functieverandering voormalige (agrarische) bedrijfsge bouwen; * nieuwe landgoederen.
Er wordt ingezet op herstel van de ecologische relaties tussen de hogere delen van de heuvelrug, de flanken en de lagere gebieden ten westen van Soest. De doelstelling voor het landschap van de Eempolders is het behoud van het open karakter. Grondgebonden veehouderij kan zich hier ontwikkelen.
(concept) Ontwikkelingsvisie Noordvleugel Utrecht 20152030 (eindbalans) Een programma voor verdichting en kwaliteitsverbetering De essentie van deze ontwikkelingsvisie is het vinden van een oplossing voor de spanning tussen twee waarden, namelijk:
*
de behoefte aan ruimte om te wonen en te werken voor
en bedrijventerreinen. Om de woningvraag in het gewest te
het nog steeds groeiend aantal huishoudens van de
beantwoorden, kan de Noordvleugel Utrecht voor 15.000
Utrechtse Noordvleugel;
woningen een beroep doen op de ruimte in het aangren- |
* de behoefte aan bescherming van natuur en landschap en de duurzaamheid in de ruimtelijk-economische ont-
zende deel van Flevoland (Almere). Het besluit hierover is door het Rijk genomen in 2006.
;
wikkeling. In het gebied zijn vijf nationale landschappen, een deel
In de eigen regio moet echter nog voor bijna 54.000 wo- ,
van de ecologische hoofdstructuur en een rijksbufferzone
ningen ruimte worden gevonden, buiten de 'overloop' naar
waarbinnen beschermingsregimes gelden. Geen enkel
Almere. Tweederde deel daarvan kan tot stand komen in ,
ander gebied in de Randstad heeft zulke hoge groen-
bestaand bebouwd gebied. Er is ook gezocht naar zones
blauwe kwaliteiten. De kwaliteit van het landschap is een
waar - met de minste schade aan natuur en landschap - .
belangrijke vestigingsfactor geworden. Toch moet er ruimte
nieuwe locaties ontwikkeld kunnen worden. Dit deel van de
worden gevonden voor woningen en bedrijven. Door onder
woningbehoefte komt verspreid in het gebied in grotere en,
meer de vele infrastructuurbundels, die essentieel zijn voor
kleinere clusters tot stand, zal vrijwel overal aansluiten bij
de bereikbaarheid, is dat echter extra moeilijk.
bestaande lijnen van openbaar vervoer en zal zoveel mogelijk aansluiten bij bestaande bebouwing.
In en buiten bebouwd gebied In het gewest Gooi en Vechtstreek, onderdeel van Noordvleugel Utrecht, is een tekort aan ruimte en zijn er na 2015 geen uitbreidingsmogelijkheden meer voor woongebieden
Samenvattend moeten in de periode 2015 - 2030 de vol- ' gende woningaantallen worden gerealiseerd:
Spreiding van nieuwe woningen over de gewesten van de Noordvleugel Utrecht en Almere In bebouwd gebied 2015
Buiten bebouwd gebied
Totaal
Gewest Eemland
4.800
12.200
Gewest Gooi en Vechtstreek
4.500
7.400 -
4.500
Regio Utrecht
26.500
10.500
37.000
Totaal Noordvleugel Utrecht
35.800
17.900
53.700
Almere
-
15.000
15.000
32.900
68.700
Noordvleugel Utrecht + Almere
14
35.800
Concentratie op bestaand bebouwd gebied
Bovendien gaat uitleg ten kosten van het bestaande groen,
De visie NV Utrecht concentreert de nieuwe woningbouw in
recreatiemogelijkheden en de kwaliteit van het landschap.
bestaand bebouwd gebied op verschillende manieren. De
De op het eerste gezicht hogere kosten van binnenstedelijk
eerste is het verdichten van woningbouw in stadsdelen die
bouwen moet dus worden afgewogen tegen verschillende
zich daarvoor lenen, bij voorkeur bij stations van Rand-
baten en kosten.
stadSpoor. Een andere optie is de herstructurering van verouderde locaties. Daar waar woningen worden gesloopt is
Station Amersfoort en A12-zone
de ambitie om hetzelfde aantal terug te bouwen. Ten derde
Het stationsemplacement van Amersfoort en de naaste
zal een aantal bedrijventerreinen worden getransformeerd
omgeving kan worden bebouwd met duizend woningen
tot woonwijken. Daar zijn ook enkele "majeure locaties" bij
als er een oplossing gevonden wordt voor de beperkingen
die extra inspanning vergen. Dit alles leidt tot een aanzienlij-
die gelden wegens het vervoer van gevaarlijke stoffen. Een
ke kwaliteitsverbetering van de woningvoorraad in de regio.
ander tot de verbeelding sprekend project is de Al 2-zone tussen Oudenrijn en het verkeersplein Lunetten. Deze
Deze vormen van binnenstedelijk bouwen vragen forse
zone, die nu voor een groot deel uit asfalt bestaat, kan
financiële investeringen. Onderzoek van de Noordvleugel
worden opgenomen in het stedelijk woongebied met veel
Utrecht wijst op tekorten die variëren van € 5.000,- tot €
groen en nieuwe verbindingen tussen deze plaatsen. Beide
40.000,- per woning voor de huidige situatie en tekorten
ambities passen volledig in de filosofie van de visie: ver-
die variëren van € 10.000,- tot € 65.000,- voor de reste-
dichting en kwaliteitsverbetering.
rende, meer complexe locaties in de periode 2015 - 2030. Sleutelproiecten Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft erop gewezen dat uitleglocaties kostbare nieuwe infrastructuur nodig hebben. Deze moeten niet alleen worden aangelegd, maar ook worden onderhouden. Nieuwe woningen in bestaand gebied vergroten het draagvlak voor openbaar vervoer (waardoor minder subsidies nodig zijn) en leveren bijvoorbeeld nieuwe klanten op voor winkels en andere voorzieningen in steden en dorpen.
De Noordvleugel Utrecht dringt er bij het Rijk op aan om spoedig een keuze te maken over nieuwe sleutelprojecten. De Noordvleugel Utrecht ziet goede mogelijkheden om de complexe binnenstedelijke opgave, waaronder de A12-zone en het stationsgebied van Amersfoort, als nieuw sleutelproject te definiëren. Deze projecten leveren namelijk een zeer grote bijdrage aan de ruimteproblematiek en de kwaliteitsverbetering in de Noordvleugel Utrecht.
15
Herstructurering (oude) stadswijken, stedelijke vernieuwing en verdichting, inrlusief voltooiing grote uitleglocaties Verbeteren sta d/l andverbindingen (recreatief tiitloopgebiert) \
Randstadspoor (met nieuwe haltes)
Indicatief eindbeeld Noordvleugel Utrecht 2030 met verbeterde infrastructuur en stad-land-vertindingen maar nog zonder volledige uitleglocaties
16
Duurzaamheid
Vervolgproces
Duurzaamheid speelt in deze ruimtelijke ontwikkelingsvi
Het Rijk is betrokken geweest bij het opstellen van dit
sie een grote rol. Het is de ambitie om de Noordvleugel
document en steunt de conceptOntwikkelingsvisie op
Utrecht vanaf 2015 in alle opzichten te laten voldoen aan
hoofdlijnen. De visie wordt nog voorgelegd aan bestuurlijke
de eisen op het gebied van duurzaamheid. In de ruimtelijke
en maatschappelijke "achterbannen" binnen de regio. Over
ontwikkeling is daartoe de lagenbenadering toegepast. Dat
de uitvoering worden rond 2009 door de partners binden
wil zeggen dat bij het zoeken van geschikte locaties onder
de afspraken gemaakt. Hierna kan de Ontwikkelingsvisie
meer zijn meegenomen:
als onderlegger fungeren voor door verschillende partijen
■£? de kwaliteit van de ondergrond;
op te stellen structuurvisies. De Structuurvisie Soest is een
*
voorbeeld van zo een structuurvisie.
het watersysteem;
ü de bestaande infrastructuur; *
de landschappelijke kwaliteiten.
De visie is tevens bedoeld als fundament voor de met het Rijk te maken Verstedelijkingsafspraken 2010 2020 en de afspraken in het kader van het Meerjarenprogramma Infra
Vervolgens zijn voor duurzaamheid ambities geformuleerd op het gebied van onder andere energieneutraal bouwen, duurzaam materiaalgebruik en duurzame mobiliteit.
structuur, Ruimte en Transport. In de loop van dit vervolg proces zullen ook de gesprekken op gang komen tussen gemeenten, provincies en Rijk over de financiële bijdragen van elk van deze partijen aan het beoogde programma.
sM
'*--*
„•**
.Al. •' ''«>• ">
'Ö'
•u.«*
fe^??:5si.
fB # ' -
-
. - ^-.«tv; \ v - '•'-»->
ÏÜtó^. *«H.I-
•,•.«.«'-r-
mM ^.<.-:^Se^
'*a**«"<
Actualisering Ruimtelijke Visie Eemland
Beeldkwaliteitplan 'Buitengebied Soest' (2004)
Sinds de Nota Ruimte (2004) van kracht is maken de ker-
Het buitengebied is één van de 18 deelgebieden in de Wel-
nen Amersfoort, Eemnes, Baarn, Soest en Leusden deel uit
standsnota 2004 van de gemeente Soest. Voor het buiten-
van het Nationaal Stedelijk Netwerk Randstad.
gebied is een Beeldkwaliteitplan gemaakt. Het Beeldkwa-
De volgende trends op het gebied van de ruimtelijke inrich-
liteitplan omvat het buitengebied van de gemeente Soest
ting zijn in het gebied Eemland van belang:
behalve vliegveld Soesterberg, en de Legerbasis.
*
Op basis van een analyse van het gebied, het bestaande
*
*
Meer variatie in woonvormen, van hoogstedelijk wonen tot en met nieuwe vormen van landelijk wonen. Daar-
beleid en de geconstateerde ontwikkelingen is de volgende
door is de klassieke, compacte 'bouwlocatie' lang niet
doelstelling voor de beeldkwaliteit geformuleerd: Ontwikke-
meer de enige optie voor in- en uitbreiding.
len van een herkenbaar en duurzaam landschap gebaseerd
Potenties van snelweglocaties: concentraties van werk-
op de verschillende ruimtelijke kwaliteiten van deelgebieden
winkel- en recreatievoorzieningen langs het wegennet
met een realistische strategie naar de toekomst toe en
hebben zich sterk ontwikkeld.
met contrast tussen de beeldtaal van het stedelijk en het
In de toekomst zullen Europese natuur- en milieuricht-
landelijk gebied.
lijnen meer invloed krijgen, waardoor mogelijk zelfs 'harde' plannen in de praktijk op problemen kunnen
De algemene visie op het landelijk bestaat uit de volgende
stuiten.
punten:
Als gevolg van gemeentelijke beleidsvoornemens kan de flexibele ruimtelijke grens worden omgezet naar een harde ruimtelijke grens. In die visie wordt aan de zuidzijde van Soesterberg geen verdere ontwikkeling van de kern meer voorzien.
* Traditionele boerderijen zijn beeldbepalend voor het buitengebied en moeten worden behouden. is De oorspronkelijke samenhang en ordening in de gebouwen en in het erf met landelijk karakter moet worden gehandhaafd en versterkt. *
Nieuwe moderne boerderijen moeten aan bepaalde voorwaarden voldoen.
*
Introduceren van nieuwe landschappelijke woonvormen die hun inspiratie vinden in het archetype van de langgevelboerderij.
*
De kwaliteiten van bestaande utilitaire gebouwen handhaven en versterken.
19
* *
*
Het zichtbaar maken van de historie van utilitaire gebouwen.
Vredehofstraat
Het handhaven van de beperkte omvang van sportge-
De Vredehofstraat maakt deel uit van het historisch we-
bouwen en het versterken van de ruimtelijke samen-
genpatroon van Soest. Het noordelijke deel van de straat
hang bij het sportcomplex.
is onlangs heringericht, waarbij het laankarakter nabij de
Recreatieve bebouwing moet de natuurlijke vaak bos-
Biltseweg versterkt is. Er is markante bebouwing aanwe-
achtige omgeving respecteren.
zig in een overwegend fraaie groene setting. Slechts het gebouw van woonzorgcentrum 'Marienburg' nabij het
De algemene visie op de erfinrichting in het agrarisch
Nieuwerhoekplein valt uit de toon doordat het zich op te
gebied is dat erfbeplanting belangrijk is als schakel tussen
korte afstand van de straat bevindt en het daarmee de
bebouwing en het open landschap.
groene context mist.
Het buitengebied is weer onderverdeeld in aparte, karakteristieke deelgebieden: Eemdalgebied, De Birkt, Praamgrachtzone, Soesterveen, Landgoed Pijnenburg, Duinheide- en boslandschap, Amersfoortsestraat en Militaire terreinen.
Koninginnelaan De verkeersfunctie van de Koninginnelaan is relatief beperkt. Dat houdt in dat er ruime mogelijkheden zijn om het karakter van de weg, als onderdeel van een oude uitvalsweg, te versterken. Tevens houdt dat in dat de druk van niet-woonfuncties hier nauwelijks aan de orde is, wellicht met uitzondering van kleinschalige, buurtgebonden activiteiten. Het verder versterken van de woonfunctie ligt hier in de rede. De voelbare aanwezigheid van het landelijk gebied enerzijds en het kleinschalige milieu van 't Hart leveren voldoende aanknopingspunten.
Beeldkwaliteitsplan 'De entrees van Soest' (2005) 'De entrees van Soest' is één van de 18 deelgebieden van de Welstandsnota 2004 van de gemeente Soest. Ook hiervoor is een Beeldkwaliteitplan gemaakt, dat de vier oorspronkelijke entrees omvat van de bebouwde kom in Soest: de Koninginnelaan, de Vredehofstraat, de Birkstraat, en de Soesterbergsestraat. De entrees bepalen in belangrijke mate het gezicht van Soest en daarom is extra aandacht nodig voor de ruimtelijke kwaliteit. De entrees hebben een eigen karakteristiek en ook een eigen dynamiek waarbij de inrichting van het openbaar gebied een bindende factor is. De ruimtelijke opgaven zijn per entree beschreven:
20
Soesterbergstestraat-noord Bij de afbakening van het winkelcentrum, zoals opgenomen in het bestemmingsplan 'Soest-Zuid 1995' is het 'van kleur verschieten' zichtbaar. Het versterken van de diversiteit binnen dit gebied kan de aantrekkelijkheid verhogen. Daaronder valt ook een opwaardering van de Zuidpromenade. De relatie tussen beide zijden van de Soesterberg-
sestraat is een bijzonder aandachtspunt, vooral ten aanzien
2.2.2 Natuur/Groen
van de inrichting van het openbare gebied. Soesterbergsestraat-zuid Er doen zich hier relatief weinig veranderingen voor. Dat neemt niet weg dat zorg nodig is om de kwaliteiten te behouden en te verbeteren. Dat heeft vooral betrekking op de inrichting van het openbare gebied, waar het versterken van het laankarakter een belangrijke bijdrage kan leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. Birkstraat-noord De schaal en inrichting van dit deelgebied zijn door toevoeging van voorzieningen de afgelopen periode veranderd. Nu is er behoefte aan het versterken van het dorpse karakter van de weg. De bebouwingsmogelijkheden doen zich op perceelsniveau voor, waarbij de bouw(on-)mogelijkheden uit het bestemmingsplan 'Soest-Zuid 1995' richtinggevend zijn. Herstel van de kleinschalige verkaveling van een deel van de Birkstraat is gewenst. Birkstraat-zuid Er moet een betere aansluiting op de aanwezige kwaliteiten van het aangrenzende buitengebied van De Birkt komen. Daarnaast verdient een gezamenlijke presentatie van de bedrijvigheid de voorkeur. Het kantoor ten westen van de Lenneplaan mag niet de aanleiding zijn om de grootschaligheid verder westwaarts te laten opschuiven, al biedt het geldende bestemmingsplan daar wel enige ruimte voor.
Landschapsontwikkelingsplan Eemland, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Soest. 2005. Het landschap van Eemland is samen met Arkemheen aangewezen als Nationaal Landschap. Om de kwaliteiten van dit landschap te waarborgen wordt ingezet op behoud door ontwikkeling, onder die voorwaarde dat het landschap ook voldoet aan de economische gebruiksfuncties van het gebied. Samengevat kan het Eemland worden ingedeeld in vier gebieden. Het landschapsontwikkelingsplan geeft voor deze gebieden afzonderlijk een visie: is het rivier- en uiterwaardenlandschap; Het landschapsontwikkelingsplan sluit aan bij de plannen van de provincie in de combinatie van het behoud van de regionale beroepsvaart en met hoge ecologische doelstellingen in de uiterwaarden. Hierbij is recreatief medegebruik wenselijk, mits deze geen belemmering vormt voor de beroepsvaart of het ecologisch functioneren. Daarnaast ziet het landschapsontwikkelingsplan grote kansen in de cultuurhistorische structuren en elementen en de ontwikkeling daarvan tot routes. * het open slagenlandschap; De visie voor het open slagenlandschap maakt onderscheid tussen agrariërs die kiezen voor grondgebonden landbouw (de 'verdiepers') en agrariërs die kiezen voor verbreding (de 'verbreders'). De kern van de visie bestaat uit het open houden van het waardevolle landschap, het handhaven van het agrarische gebruik en kaders scheppen voor nieuwe
21
het nodig de inrichting aan te passen, de samenhang
ecologische en recreatieve netwerken. 'k het overgangslandschap; belangrijke beleidsdoelstellingen in dit landschap zijn: het realiseren van ecologische verbindingszones (EVZ's), ontsnippering, vitaliseren van de flanken (tegengaan 'verrommeling' en verdichting, inpassen nieuwe ruimtelijke wensen), uitwerking duurzaam waterbeheer, ruimte voor recreatie, ruimte voor landelijk wonen. Het overgangslandschap vraagt om sterke strategieën om de stedelijke en economische druk in gewenste ontwikkelingen om te zetten. Deze strategieën gaan uit van bestaande kwaliteiten en zoeken daarbij een optimaal samenspel tussen functie en het gewenste overwegend halfopen beeld. *
het bos- en landgoederenlandschap. Doelstellingen in dit landschap zijn: ontsnipperen en geleiden bouwopgave (Hart van de Heuvelrug), versterken en ontwikkelen ecologische relaties, herstel natuurlijk systeem en geleiden recreatiedruk (gericht op natuurgerichte recreatie en medegebruik).
Groenstructuurplan (Staalkaart in het Groen, concept
binnen het grote groengebied of met de omgeving te verbeteren, de ecologische waarde te verhogen en verbindingen met het buitengebied te verbeteren. *
Enkele grote groengebieden vormen als groene lobben een verbinding met het buitengebied. Verbindingen van deze groengebieden kunnen tot stand worden gebracht langs recreatieve routes.
*
Natuurontwikkeling in samenhang met recreatief aantrekkelijke routes ontwikkelen in de vijvergebieden.
Over de agrarische gebieden meldt het Groenstructuurplan dat het medegebruik voor extensieve recreatie als uitloop van de stad meer ontwikkeld moet worden. Door de gevarieerde landschappelijke opbouw van Soest vereist elk deelgebied een specifieke benadering. Het is belangrijk dat er per deelgebied onderzocht wordt wat de mogelijkheden zijn om op een duurzame manier het karakter van Soest terug te krijgen. 2.2.3 Milieu
Groenstructuurplan gemeente Soest) Het Groenstructuurplan geeft een visie op het stedelijk
Milieubeleidsplan
groen in de gemeente Soest. Hoofdpunten zijn:
In 2009 is het nieuwe milieubeleidsplan gereed. De ge-
* * *
De linten moeten meer als continue lijnen worden inge-
meente Soest is al bezig met een plan van aanpak voor
richt.
milieudoelen die te maken hebben met ruimte of land-
Het inrichtings- en beheemiveau van groenaccenten ligt
schap. Hiervoor wordt verwezen naar het landschapsont-
hoger, gezien hun belang voor de hele kern.
wikkelingsplan.
De grote groengebieden zijn een uiting van de tijdgeest waarin ze zijn aangelegd of ontstaan. Op onderdelen is
22
2.2.4 Infrastructuur
Op het gebied van openbaar vervoer bestaat het wensbeeld uit het behouden van de bestaande buslijnen en het
Gemeentelijk verkeers- en vervoersplan, beleidsnota,
realiseren van hoogwaardig vrijliggend openbaar vervoer
gemeente Soest, mei 2008
naar Amersfoort.
In regionaal verband wordt bekeken hoe de doorstroming op het hoofdwegennet (de rijkswegen) en het onderliggend
2.2.5 Wonen
wegennet kan worden verbeterd. Hierbij worden ook het openbaar vervoer en de fiets betrokken. Ook het stimuleren
aan de bereikbaarheid van onze gemeente.
Woonvisie De woonvisie heeft vijf hoofdthema's als 'kapstok' voor beleid, waaraan alle opgaven voor het wonen in Soest zijn 'opgehangen'. Deze thema's zijn:
Het beleid voor de fiets richt zich op een samenhangend,
H. Een bijzondere kwaliteit in de regio,
direct, aantrekkelijk, veilig en comfortabel fietsnetwerk.
thuis voor alle Soesters Voor de gemeente Soest is het behoud van haar kwaliteit (groen en comfortabel wonen) belangrijk, maar goed wonen voor iedereen is de basis: wie in Soest wil blijven wonen, moet kunnen in- of doorstromen op de woningmarkt. Het voorkomen of doorbreken van eenzijdigheid is daarbij een belangrijk uitgangspunt. De keuze is gemaakt om de woningbehoefte van de kern Soest niet op te lossen in Soesterberg, maar in en bij de kern Soest zelf (zie blz. 23 van de Woonvisie). In de praktijk van het dagelijks leven van inwoners is Soesterberg nauwelijks verbonden met Soest en vice versa.
van ketenmobiliteit en het beter op elkaar laten aansluiten van de verschillende beschikbare netwerken, kan bijdragen
Belangrijk is daarbij het op elkaar aansluiten van het recreatieve en het utilitaire (gebruiks) fietsnetwerk. Verondersteld wordt dat het stimuleren van recreatief fietsgebruik een positief effect heeft op het utilitair fietsgebruik en omgekeerd. Daarnaast zijn nieuwe verbindingen naar Hilversum, Zeist en Den Dolder als beleid opgenomen. De snelwegen (A27/A1/A28) hebben onvoldoende capaciteit om het spitsverkeer te verwerken. Ook is de infrastructuur aan de westzijde van Amersfoort niet toereikend. Binnen de kern Soest ontstaan mede hierdoor knelpunten in de Van Weedestraat, in Soest-Zuid en bij de Biltseweg. Een regionale aanpak is voor deze punten van groot belang.
S,a Levensloopbestendig bouwen in de wijk creëert doorstromingskansen Dit betekent wijken die geschikt zijn voor alle Soesters, ongeacht leeftijd of zorgbehoefte. Er wordt met nadruk
23
De cijfers Naast de woonvisie is ook een woningmarktanalyse uitgevoerd. Getalsmatige uitgangspunten zijn hieronder weergegeven: 1. Gebouwd moet worden voor een evenwichtige bevolkingsopbouw. Voor de eigen bevolking met een kleine instroom in de gemeente Soest moeten tussen 2007 en 2015 circa 350 nieuwe woningen worden gebouwd. Dit zijn circa 44 woningen per jaar, verdeeld over 8 jaar. 2. Soest en Soesterberg staan tot 2015, en ook daarna, voor een aanzienlijke herstructureringsopgave; het betreft sloop van vrijwel alleen sociale huurwoningen. Uitgangspunt uit de Woonvisie is het stabiel houden van het aantal sociale woningen. Voor Soest betekent dit de compensatie van 400 nieuwbouwwoningen in het sociale koop- of huursegment. 3. Het gewenste woningprogramma is - op basis van de behoefte en vervangende nieuwbouw - geschat op 750 nieuwe woningen tot en met 2015. De woningbehoefte van de kern Soest moet niet worden opgelost in Soesterberg, maar in en bij de kern Soest. Het is ongewenst om bijvoorbeeld sociale woningbouw te slopen in Soest en terug te bouwen in Soesterberg. 4. Van de totale opgave van 750 woningen moeten circa 560 woningen (75% van 750; 260 nieuw, 300 vervanging) in de kern Soest worden gebouwd. 5. Hoewel de Woonvisie uitgaat van een capaciteit van 1350 woningen tot eind 2015, is de plancapaciteit lager: 840 zelfstandige woningen.
Gemeentebreed lijkt er op basis van de Woonvisie voldoende speelruimte voor het realiseren van het gewenste programma. De bestaande plancapaciteit in de kern Soest omvat circa 480 woningen.
24
gekeken naar de relatie tussen wonen, welzijn en zorg. De gemeente werkt aan het optimaliseren van bestemmings-
4n Het programma: fysiek én sociaal investeren in bestaande en nieuwe buurten
plannen, om 'opplussen' (uitbreiden) van woningen door
De inzet voor de verschillende groepen op de woningmarkt
particulieren te bevorderen. Ook de omgeving is voor de
is beschreven in een programma. Geïnvesteerd wordt in
gemeente een belangrijke factor: mensen moeten in hun
'stenen' (fysiek), maar ook in het voorkomen van isolement,
vertrouwde omgeving voldoende keuzevrijheid in woon-
betrekken van mensen met een zorgvraag in de maat-
vormen en woonmileus hebben. In het verlengde daarvan
schappij, ondersteuning van vrijwilligerswerk en multifuncti-
moet, samen met partners rond het wonen, worden nage-
onele wijken (sociaal investeren). Diversiteit van functies en
dacht over het maken van woonservicegebieden in Soest.
bewoners stimuleert de levendigheid, de ontmoeting en de binding van verschillende groepen met de wijk.
3c Invullen van 'gaten in de markt' Het streven is dat ook de 'smallere beurs' goed aan bod komt op de Soester woningmarkt. De situatie op de huurmarkt voor starters is acceptabel: de wachttijden zijn redelijk, maar het is nodig vinger aan de pols te houden. Voor starters op de koopmarkt is het aanbod goedkope eengezinskoopwoningen beperkt, waardoor zij moeizaam toetreden tot de markt. Oplossingen worden gezocht in verkoop van dure eengezinshuurwoningen, bouw van goedkope eengezinswoningen ('verkoop onder voorwaarden'/KoopGarant bij verkoop met korting ten opzicht van de markwaarde) en toepassing van flankerende instrumenten, zoals experimenteren met collectief of individueel particulier opdrachtgeverschap. Bij de groep doorstromers op de huurmarkt is vergrijzing een punt van aandacht. Dat betekent vooral: verbetering van de kwaliteit van bestaande appartementen.
§= Gemeente en partners maken afspraken over investeren in wonen De gemeente maakt met partners in het wonen afspraken over een duidelijke rolverdeling. De gemeente voert de regie over de samenstelling van bouwprogramma's, maar zoekt nauw en vroegtijdig overleg met ontwikkelaars, corporaties en andere ontwikkelende partijen naar een samenhangend pakket van maatregelen, onder het motto 'samen investeren'.
25
2.2.6 Voorzieningen/Zorg
ten en is minder mobiliteit nodig voor de aanschaf van de
Beleidsplan WMO Soest 2008-2011 Het Beleidsplan stelt dat aandacht moet worden besteed aan levensloopbestendige woningen. Het gaat daarbij om een woning (en woonomgeving) die het mogelijk maakt om zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen. In levensloopbestendige wijken komen - naast de technische aspecten van het wonen (bijvoorbeeld geen drempels) - alle aspecten van wonen en zorg samen. In woon-zorgzones kan meer nadruk komen te liggen op zorgaspecten. Dat vraagt om beleidsmatige inzet op:
dagelijkse boodschappen.
a) een gezonde woonruimte en leefomgeving
Soest en Soesterberg detailhandelsbeleid 2005 - 2 0 1 5 (2005) Om de kwaliteit van het winkelaanbod in Soest te behouden en verdere vervlakking te voorkomen, is een actief gemeentebeleid noodzakelijk gericht op de concentratie van winkels. Dit beleid is enerzijds gericht op een sterk en attractief hoofdwinkelcentrum en anderzijds op complete winkelcentra voor de dagelijkse boodschappen. Hierdoor daalt de afvloeiing van koopkracht naar andere gemeen-
Voor de versterking van de Van Weedestraat is een sterk aanbod in de dagelijkse winkelvoorziening noodzakelijk, zodat het hoofdwinkelcentrum de hele week intensief wordt bezocht. In combinatie met een verbetering van het verblijfsklimaat (terugdringen doorgaand autoverkeer, concentratie parkeercapaciteit, realisatie aaneengesloten winkelfront) ontstaan kansen voor het uitbreiden van het recreatieve aanbod. In Soest-zuid en Soest-west komt een winkelcentrum met een wijkverzorgende functie. Voor Soest-zuid kan dat op de huidige locatie met een compacte uitbreiding. In Soestwest houdt Overhees de buurtfunctie, terwijl Smitshof moet worden ontwikkeld tot een wijkwinkelcentrum.
26
b) programma's om de gezondheid zo lang mogelijk en zo goed mogelijk te houden c) aanbod van voor zorg geschikte woningen d) aanbod van ondersteunings- en zorgfaciliteiten. WMO en LGB raken hier aan elkaar en aan de ruimtelijke ordening en het woonbeleid van de gemeente. In Soest zijn twee aspecten van belang: de woonvisie en de 'Bestuurlijke Overeenkomst Wel Thuis!' van de regio Eemland, met afspraken over het realiseren van verschillende categorieën voor zorg geschikte woningen.
2.2.7 Economie De economische visie en missie luiden als volgt: Soest... groe;' in balans. Sociaal economisch beleids
* Visie: de komende 10 jaar selectief groeien, zodat de
plan gemeente Soest 2008 2015 (2008)
gemeente niet alleen sociaal dynamisch, maar ook
In dit plan worden de volgende kenmerken toegeschreven
economisch vitaal blijft, zonder de aantrekkelijke omge
aan de gemeente Soest:
vingskwaliteiten geweld aan te doen.
■v? Een relatief hoog besteedbaar inkomen.
*
is Een diverse economische structuur, die veel werkgele
Missie: de economische groei in balans houden met de ontwikkeling van de beroepsbevolking en de aantrekke
genheid biedt zowel aan Soesters als aan mensen van
lijke omgevingskwaliteiten.
buitenaf (inkomende pendel is groter dan uitgaande). ts Een hoge bedrijvendynamiek met relatief veel startende ondernemers. *
Kansen voor uitbouw van wonen, werken, recreëren, voorzieningen en natuur op en rond de vliegbasis Soes terberg.
De aandachtspunten c.q. beperkingen van de gemeente Soest zijn: *
Weinig echte groeiclusters.
* Vergrijzing en afname van de beroepsbevolking. is Vertrek van jongeren, onder andere voor een studie of baan elders en door gebrek aan goedkope woningen. is Tekort aan ruimte voor uitbreiding van bestaande c.q. vestiging van nieuwe economische activiteiten, van wege gebrek aan uitgeefbaar bedrijventerrein. is Een beperkt aanbod van sociaalculturele voorzienin gen. *
Onvoldoende oplossingen voor de steeds toenemende verkeersdruk rond en in Soest.
Dit moet plaatsvinden door: *
Uitbouw van de mogelijkheden voor toerisme en recre atie door het aantrekken van één of meer grote toeristi sche trekkers (voorzieningen en/of evenementen).
is Scheppen van aantrekkelijke vestigingsvoon/vaarden voor andere economische dragers, waaronder zorg en welzijn, zakelijke dienstverlening, hoogwaardige logistiek en wijkeconomie. is Zorgen voor aanbod van voldoende en kwalitatief goede werklocaties, zowel voor uitbreiding van reeds gevestigde bedrijvigheid als voor startende onderne mers en gewenste bedrijven van buitenaf. is Lobby voor een betere bereikbaarheid op het hoofdwe gennet en behoud/verbetering van de doorstroming in Soest zelf. is Faciliteren van de bouw van meer woningen, herstruc turering van bestaande woongebieden en betere door stromingsmogelijkheden op de woningmarkt.
is Een gespannen woningmarkt.
27
2.3
Lagenbenadering VOORZIENINGEN
UJ
O
Bij de inventarisatie van Soest is de lagenbenadering als STEDENBOUWKUNDIGE
n n c"D > -H
OPZET
m
TECHNISCHE
NJ
hulpmiddel gehanteerd bij het zoeken naar gebieden voor de ontwikkeling van natuur en meer stedelijke functies. Deze benadering betekent dat de ordening van een gebied gestalte krijgt via een (duurzaam) ruimtelijk raamwerk (zie schema). De volgende lagen worden bezien: 1. ondergrond: natuurlijke omstandigheden waarin ruimtelijke veranderingen optreden (vooral hoogte en watersystemen);
INFRASTRUCTUUR
m
2. netwerken: lijnen en punten in de ruimte die de infrastruc-
m
tuur vormen (wegen, spoorwegen, waterwegen, havens,
33
luchthavens, overstappunten en onzichtbare routes);
VERKEER
7s
3. occupatie: fysiek patroon dat voortkomt uit het gebruik dat mensen maken van de ondergrond en de netwerken (wonen, werken en recreëren); daarbij zijn de trends beschreven WATER
die de grootste invloed op dit ruimtegebruik uitoefenen.
O
z o m
Laag 1 is het minst veranderlijk en vormt het fundament voor de lagen 2 en 3. Lagen 1 en 2 zijn weer de basis voor
20
laag 3, die het meest veranderlijk is.
NATUUR
In lijn hiermee zijn in deze structuurvisie de volgende inventarisatiekaarten opgenomen: *
Archeologie
*
Bodem
* Water *
Natuur/groen/landschap
* Verkeer (regionaal) * Verkeer (lokaal) *
Stedenbouwkundige opbouw
* Voorzieningen *
28
Milieu- en risicozonering
Schema lagenbenadering
O 30 O
Archeologie De Eng en de zandverstuivingen ten zuiden van Soest zijn aan gewezen als archeologische vindplaatsen. Verspreid over de gemeente liggen bovendien gebieden met middelhoge tot hoge archeologische verwachtingswaarden. Hier is een kans aanwezig dat er archeologische sporen / ' '■ gevonden worden. Dit betekent niet dat er
/«..
per definitie geen ontwikkelingen mogen plaatsvinden, maar wel dat altijd onderzoek verricht moet worden voordat de ontwikkeling plaatsvindt.
|
| Archeologische vindplaats
■
Gebied met archeologisch hoge / middelhoge verwachtingswaarde
29
Bodem Vlak langs de Eem bestaat de bodem uit zeeklei. Veengronden zijn te vinden tussen de oude lintbebouwing en de Eem en ten westen van Soest, het Soesterveen. De bodem van de open ruimten binnen de kern Soest bestaat uit enkeerdgronden, dit zijn de oude akkerbouw gebieden. Ten zuiden van Soest komen duinvaaggronden voor, hier liggen ook de zandverstuivingen. De bodem onder het bosgebied bestaat uit podzolgronden.
zeeklei veengronden eerdgronden enkeerdgronden podzolgronden duinvaaggronden
30
Water De Eem vormt het grootste element in tersysteem. Andere relatief grote elementen zijn (in verlengde van de Praamgracht) de Pijenburgergrift (ten westen van Soest) de Wieksloot. Verder zijn langs de Koningsweg en in de wijk Overhees nog enkele oppervlaktewaterelementen
te vinden. Afwatering vindt plaats vanaf de Utrechtse Heuvelrug en de Eng. Kwel treedt op in Soesterveen en bij de Eem. Deze laatstgenoemde wordt gevoed door een kwelstroom die onder Soest doorloopt.
oppervlaktewater IIIIÉ
iiiiiiimi m
afwatering ondergrondse kwelstroom
kwel
31
Natuur/Groen/La ndscha p De kern Soest wordt ten zuiden en westen begrensd door een bosgebied dat deel uitmaakt van de Utrechtse Heuvelrug en binnen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) valt. Ten oosten van Soest ligt het Nationaal landschap ArkemheenEemland. De Eem en de Praamgracht (tot de Torenlaan) vormen ecologische verbin dingszones. Nieuwe natuur is gepland bij de Wieksloot en ten zuiden van de Birkstraat. Binnen de kern Soest zijn de Engen de grootste groenge bieden.
I
nieuwe natuur
|
bestaande natuur
1 bestaande natuur, militair terrein 3 groen gebieden ■K _ ^
programma ecologische verbindingszone ecologische verbinding Nationaal landschap
32
Verkeer (regionaal) Soest ligt temidden van de driehoek Al (Amsterdam - Amersfoort) A27 (Utrecht - Almere) en A28 (Utrecht - Amersfoort). Verder ligt in het gebied een relatief dicht netwerk van provinciale en N-wegen, waarvan de N221 door Soest komt. Dit levert doorgaand verkeer op van automobilisten die de rijkswegen proberen te mijden.
overige steden plangebied
33
Verkeer (lokaal) De hoofdwegenstructuur vormt de ontsluiting van Soest. De belangrijkste routes zijn het oude lint (Vredehofstraat tot en met de Birkstraat) en de Koningsweg. Hiertussen ligt de route BeckeringhstraatNieuweweg. Deze hoofdwe gen worden onderling verbonden door de hierop haaks liggende Dalweg en Vrijheidsweg. De trein UtrechtBaarn stopt op drie stations SoestZuid, Soest en Soestdijk.
»
hoofdwegenstructuur
^
spoor
■ ^
34
station
Stedenbouwkundige opbouw Soest De ontwikkeling van Soest begint bij het dorpslint. Van daar uit ontwikkelt Soest zich steeds meer in (zuid)westelijke richting. In chronologische volgorde is dit: Soest-Zuid, 't Hart, De Eng, Smitsveen, Klaarwater, Overhees, Bosstraat en omgeving en Boerenstreek. Het bedrijventerrein /, De Grachten is succesievelijk in westelijke richting uitgebreid. j£'
voor 1920-dorpslint vanaf 1920 1945-1955
1996-2000
1960-1965
vanaf 1998
1965-1970 1970-1974 1975-1980
■ ■ lllllll
S -:m -ZP-
bedrijventerrein voor 1985 bedrijventerrein na 1985 lintbebouwing vóór 20e eeuw
35
Voorzieningen Het winkelgebied in de Van Weedestraat is het hoofdwinkelcentrum. De kleinere winkelclusters in Smitsveen en Soest-Zuid zijn wijkwinkelcentra. Overhees is te beschouwen als buurtwinkelcentrum. Overige bedrijvigheid is geconcentreerd op het bedrijventerrein. Sportvoorzieningen liggen verspreid, maar de meeste zijn geconcentreerd langs de Bosstraat. Het basisonderwijs kent een goede spreiding.
bedrijventerrein sportterrein
O
36
hoofdwinkelcentrum
voortgezet onderwijs
wijkwinkelcentra
basisonderwijs
wijkwinkelcentrum, toekomstig buurtwinkelcentrum
zorgvoorzieningen
Milieu- en risicozonering Over de doorgaande spoorlijnen (niet Baarn - Soest) worden gevaarlijke stoffen vervoerd. Er moet rekening worden gehouden met een invloedsgebied in verband met het groepsrisico (200 m). De contour voor het plaatsgebonden risico ligt op de spoorbaan. Ook het MOB-complex in Soesterberg kent een risicozone (zie Risicokaart Soest). Volgens het GWP komen in 2006 belastingen boven 58 dB voornamelijk voor langs de hoofdwegenstructuur. In 2020 breidt dit zich uit naar het onderliggende wegennet (Nieuweweg - Beckeringhstraat). Opmerkelijk is ook de hoge geluidsbelasting op de KerkstraatMiddelwijkstraat. Het industrieterrein Soestdijk, de waterzuivering (RWZI) en het schakelstation aan de Peter van den Breemeweg hebben een zone industhelawaai. Met name de veehouderijen aan de Lange Brinkweg en de RWZI nabij Baarn hebben (grote) stankcirkels.
\\
buitendijks
1
(§)
(9 o
stankcirkels
\,^
invloedsgebied gevaarlijke stoffen (opslag) plaatsgebonden risicogebied
M
route invloedsgebied, 150 meter
lir
gevaarlijke stoffen (LPG)
mm
geluidsbelasting op gevel > 60dB
0
gevaarlijke stoffen (vuurwerk)
mm
geluidsbelasting spoor
_
route gevaarlijke stoffen
_
geluidszones
37
-X
o
L.ea^jH't'X■'i Wi^**
—*»
: ^
f^f^
^Sl
' f A
Bt' V f t | 3 ; | ^ ^^
.^^^g
^M^, / /
^
^
„car
Analyse
3.1.3 Vergrijzing, ontgroening en verdunning Door de vergrijzing ontstaat meer vraag naar seniorenwo3.1.1 Inleiding
ningen en woon-zorgcomplexen. Ook komen er steeds
Voor het ontwikkelen van een visie moet niet alleen naar de
meer kritische, geëmancipeerde ouderen voor wie de
gemeente zelf gekeken worden. De ontwikkelingen op een
woning, naarmate de gebreken komen, als zorgplek steeds
grotere schaal, zoals buurgemeenten en provincie, zijn ook
belangrijk wordt. Ouderen worden koopkrachtiger, kriti-
van invloed. De ontwikkelingen in Soest moeten tegen de
scher en wereldser. Ouderen hebben een groter behoefte
achtergrond van de maatschappelijke tendensen in Neder-
aan voorzieningen, zowel in de woning als in de woonom-
land worden bezien.
geving. Naast vergrijzing speelt ontgroening ook een rol. Voor het
3.1.2 Individualisering en gemeenschapszin
bereiken van een middelbare school zijn jongeren vaak al
De laatste jaren vond, mede door economische en tech-
aangewezen op grotere kernen. In Soest is een middel-
nologische ontwikkelingen (zoals internet), een individuali-
bare school, maar niet alle schooltypen zijn hier gevestigd.
sering van de samenleving plaats. Volgzaamheid en traditie
Wanneer jongeren gaan studeren trekken zij naar grotere
hebben plaatsgemaakt voor zelfontplooiing en emancipa-
steden. Ook na hun studie blijven jongeren vanwege hun
tie. Mensen stellen steeds meer specifieke eisen aan hun
behoefte aan stedelijke voorzieningen vaak in stedelijk
woning en woonomgeving. De verschillende wensen lopen
gebied wonen. Voor hen is het lastig om geschikte starters-
nog wel eens uiteen. Tegelijkertijd is er de hang naar meer
woningen te vinden.
gemeenschapszin. Keuzevrijheid vormt hier echter nog
Daarnaast is (als gevolg van vergrijzing en veranderde huis-
steeds een belangrijk aspect. Mensen dragen bij aan de
houdingsamenstelling) sprake van woonverdunning. Dit be-
gemeenschap wanneer het hen het beste uitkomt.
tekent dat per woning gemiddeld minder mensen wonen. Deze trend is al langer aan de gang, maar verwacht wordt dat het zich in de toekomst in verhevigde mate voortzet. Het gevolg hiervan is dat zelfs bij een gelijkblijvend inwonertal, toch extra woningen gebouwd moeten worden.
De verschillende trends verbeeld
39
3.1.4 Krimp
woonruimtevraag is bovendien het groeiend aantal kleine
De daling van de bevolking is gaande in de periferie van
huishoudens. Het aantal huishoudens zal naar verwachting
Nederland: Groningen, Limburg en Zeeland. Verwacht
nog veel sterker groeien dan de bevolking. Een afname
wordt dat deze daling in steeds meer delen van Nederland
van het aantal huishoudens zal pas volgen met vertraging
zal optreden. Krimp kan behalve voor de woningbehoefte
een afname van de bevolking. Van een woningoverschot of
gevolgen hebben voor zaken als het voorzieningenni-
leegstand zal nadrukkelijk geen sprake zijn.
veau, gemeentelijke financiën en economische ontwik-
Tot 2030 is er nog een aanzienlijk aantal nieuwe woningen
keling. In het midden van het land is de komende 20 tot
nodig. Een deel van de behoefte zal op basis van rijksbe-
25 jaar echter geen bevolkingsdaling te verwachten. De
leid worden opgevangen in Almere. Desondanks zullen
prognoses van het CBS en het Planbureau voor de Leef-
in het gebied gewest Eemland, zoals afgesproken in het
omgeving voorspellen een groei van de bevolking voor
bestuurlijk overleg van de NV Utrecht, nog 11.900 nieuwe
provincie Utrecht, het gewest Eemland (12.200 woningen)
woningen gebouwd moeten worden.
en de gemeente Soest. Een belangrijke aanjager voor de
Legenda
Procentuele bevolkingsgroei per gemeente
Procentuele toename van het aantal huishoudens per gemeente
tussen 2007 en 2025; prognose
tussen 2007 en 2025; prognose
40
3.1.5 Mobiliteit en digitalisering
gen) kunnen in de vorm van woon-werkunits gerealiseerd
De mobiliteit neemt nog steeds fors toe. Mensen ver-
worden. De verwachting is dat ook andere werknemers
plaatsen zich over steeds grotere afstanden. Oftewel
flexibeler (andere tijden) en vaker thuis gaan werken.
in de woonplaats hoeft niet ook gewerkt, gewinkeld of
I
gerecreëerd te worden. Hiermee is het voorzieningen- en
3.1.7 Schaalvergroting
woonvraagstuk sterker een regionaal vraagstuk geworden.
Mobiliteit zorgt samen met schaalvergroting in de winkel-
Daarentegen zal door de vergrijzing de minder mobiele
en supermarktbranche voor het wegtrekken van kleinere
doelgroep groter worden. Deze mensen zijn afhankelijk
buurtwinkels met een beperkter assortiment. Door de
van de voorzieningen in de omgeving of van zorg aan huis
toenemende mobiliteit gaan mensen sneller naar een plek
(zogeheten extramuralisering).
waar het voorzieningenaanbod groot is (multipurpose
Een trend die haaks staat op de toename van de mobiliteit
shopping trips). De consument wil een breed aanbod
is de toepassing van internet en e-mail, waardoor perso-
van producten, zodat ineens voorzien kan worden in alle
neel en zelfstandigen vanuit huis kunnen werken en niet de
benodigdheden. Vooral de schaalvergroting in de super-
weg of het spoor op hoeven.
marktbranche en de stijgende internetverkoop geven voor
Op de lange termijn is van belang dat de auto's stiller en
de lokale bakker, groenteboer en slager zwaardere concur-
schoner worden. Dit betekent dat in de toekomst dichterbij
rentie. Mensen gaan sneller naar een supermarkt waar alles
(snel)wegen gebouwd kan worden.
onder één dak te verkrijgen is of bestellen vanuit huis.
3.1.6 Woon-werkrelatie(s)
3.1.8 Klimaatverandering
Mensen wonen zoals gezegd niet meer altijd dichtbij het werk. Met name hoger opgeleide werknemers zijn bereid te reizen en kiezen hun woning vooral uit op woonkwaliteit en minder op de nabijheid van het werk. Uit onderzoek blijkt dat veel mensen bereid zijn anderhalf uur reistijd voor lief te nemen. Vanwege de centrale ligging van Soest kan zo een groot gebied bereikt worden (bijna de gehele Randstad). Deze groep wordt met name bediend door meer kantoren in de buurt te ontwikkelen. Dit zijn (vanwege de bereikbaarheid) typisch aan stations en snelwegen gebonden activiteiten. Kleinere kantoren (met name voor zelfstandi-
Klimaatverandering staat (weer) volop in de belangstelling vanwege de waargenomen opwarming van de aarde. De gevolgen ervan zijn voelbaar: temperaturen gaan omhoog, regenbuien worden intensiever en de zeespiegel stijgt. Om een verdere klimaatverandering tegen te gaan en op te vangen, worden zoveel mogelijk duurzaamheidmaatregelen ingevoerd op allerlei gebieden. Zo wordt bij bouwplannen vereist dat er voldoende waterberging is en wordt een toename van mobiliteit zo veel mogelijk voorkomen. Daarnaast wordt sinds kort op een aantal plekken in Nederland het cradle-to-cradle-principe toegepast. Dit gaat uit van zoveel
mogelijk hergebruik van grondstoffen. Cradle to Cradle
3.1.10 Conclusie
heeft echter meer te bieden dan alleen materiaalkringlopen.
Met name de trends vergrijzing, ontgroening en verdunning
Er zijn vijf leidende beginselen van eco-effectiviteit:
hebben grote invloed op de woningbouwopgave. Trends
1. Maak je bedoeling duidelijk; 2. Streef naar herstel; 3.
als mobiliteit en digitalisering werken door in de woon-
Wees bereid verder in innoveren; 4. Creëer ruimte voor
werkrelaties. Schaalvergroting drukt zijn stempel op de
veranderingsprocessen; 5. Intergenerationele verantwoor-
winkelbranche. Klimaatverandering kan in beginsel overal
delijkheid
in doorwerken. Duurzaamheid en cradle to cradle bieden
De mogelijkheden van de toepassing van duurzaamheid en
echter ook economische kansen. Ook de recreatie biedt in
cradle to cradle zijn onderzocht bij het opstellen van deze
algemene zin mogelijkheden de locale economie (zoals de
structuurvisie.
agrarische sector) te versterken.
3.1.9 Recreatie
3.2
De Utrechtse Heuvelrug en de Eemvallei zijn in trek als recreatiegebied. Dit gebied vormt (samen met de kuststrook en het Groene Hart) de tuin van de Randstad. Mensen willen zich in hun vrije tijd onttrekken aan de hectiek van de stad. Het platteland, de natuurlijke omgeving, de rust en de ruimte bieden een omgeving om te ontspannen. Naast rust en ruimte is in het landelijk gebied plaats voor dagrecreatie en verblijfsrecreatie (bijvoorbeeld campings en chaletparken). De kwaliteiten van Soest als groene gemeente kunnen daarin een bijdrage leveren. Sinds enkele jaren vindt er een verschuiving plaats van team- en duosporten naar solosporten, zoals golf. Verder is een ontwikkeling dat meerdere sporten gebruik maken van één (kunstgras)veld. Dit heeft gevolgen voor het ruimtebeslag van sporten.
Positie van Soest
De gemeente Soest ligt centraal in de stedendriehoek Amersfoort - Hilversum - Utrecht. Soest bevindt zich ook in de invloedsferen van deze steden. Daarbij gaat het om woon-werkrelaties, gebruik van (groot)stedelijke voorzieningen en de gevolgen van de verkeersstromen. In combinatie met de ligging op overgang van de Utrechtse Heuvelrug naar de Eemvallei betekent dit ook dat Soest een belangrijke recreatieve functie voor de genoemde steden vervult. Binnen dit spectrum bezien is de kern Soest - als het gaat om de functionele relaties - meer georiënteerd op Amersfoort en Hilversum en heeft de kern Soesterberg van nature een sterkere band met Zeist.
Verder is van belang dat de vraag naar (trendy) kwaliteitshoreca groeit.
43
Huidige ruimtelijke str uctuur
Legenda dichte bosr and lllllll
nieuwe bebouwingsr and
■■■■Il
r oo r sp onkelijke bebouwingsr and
Eem oud lint gebied
bos
Nieuweweg - Becker inghstr aat
waardevol open gebied
open weidelandschap
^ — ■ ^ ^
Koningsweg - Birkstraat
waardevolle ruimtelijke eenheid
A . . A.
spoo r
waardevolle ruimtelijke eenheid/ aardkundig monument
^
^
oud lint
-4
►
44
* / /
half open landschap bedrijventerrein
se 3.3.1 Ruimtelijk
woonmilieu zijn karakteristiek voor Soest. De Eemvallei is onderdeel van het Nationaal Landschap Eemland en Arkemheen. In Soest wordt de Eemvallei door-