4c 4 Bijlage b2. Visie-document met wijzigingen in kleur.pdf
Tekst van het document
Stap voor stap ver komen Omgevingsvisie Soest en Soesterberg
Contactpersoon gemeente Soest Ruben de Goede (projectleider) Projectteam LOSstadomland Hans van Kempen (projectleider), Sophie Rijswijk NL.IMRO.0342.OVSOE0001-0301 Laatst gewijzigd: 17/11/2021
2
Inhoudsopgave 1. 1.1 1.2 1.3
Inleiding Over de omgevingsvisie Twintig jaar vooruit De inrichting van ons beleid en onze beleidsproductie voor de fysieke leefomgeving
8 10 12
6.1 Inleiding 6.2 Bos- en natuurgebieden 6.3 Bijzondere gebieden
86 86 88
14
2. 2.1 2.2 2.3
Huidige situatie Ruimte Functies Milieu en water
16 18 24 30
7. De inrichting van ons beleid en onze beleidsproductie voor de fysieke leefomgeving 7.1 De inrichting van ons beleid 7.2 Slimme beleidsproductie 7.3 Kostenverhaal 7.4 Het creëren van ontwikkelruimte voor initiatieven
90 92 94 96 97
3.
2040
34
4.
Stap voor stap ver komen
40
5. Visie 5.1 Inleiding 5.2 Ontspannen woon en werkmilieu 5.3 Soest in beweging 5.4 Samen Soesterberg verder versterken 5.5 Waardevol groen 5.6 Ruimte voor recreatie en toerisme 5.7 Een groene bruikbare polder 5.8A Adequaat reageren op klimaatverandering (mitigatie) 5.8B Klimaatbestendige omgeving en toekomstgerichte watersystemen
46 48 48 59 62 65 68 69 71 72
Visie op de rolinvulling door de gemeente voor de gemeentelijke watertaken
78
Intermezzo data en technologie voor de fysieke leefomgeving
80
6.
82
Doelen voor gebieden
3
Visiekaart ontwerp omgevingsvisie Soest en Soesterberg
het woord landschap toegevoegd
4
Locaties uitnodigingskader grootschalige energie toegevoegd
6
7
1. Inleiding
1.1 Over de omgevingsvisie
De omgevingsvisie
Dit is de omgevingsvisie voor de gemeente Soest. Hierin geven we, de gemeenteraad van Soest, aan hoe wij de gewenste situatie van onze gemeente over 20 jaar, in 2040, zien. De omgevingsvisie is een instrument van de Omgevingswet. De beoogde inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet is 1 juli 2022. De rol van de omgevingsvisie is in samenhang en vanuit een langetermijnperspectief naar de fysieke leefomgeving te kijken en een richting te bepalen. Want de wereld verandert snel en soms ingrijpend. Om daar effectief en samenhangend op te reageren is het nodig verder te kijken dan vandaag. Beleid moet effect hebben op de vraagstukken van vandaag, visie geeft aan waar dat beleid naar toe moet gaan.
bestaande situatie, vraagstukken die we zien en trends in de samenleving en de fysieke leefomgeving. • In omgevingsprogramma’s geven we aan hoe we van de bestaande situatie naar de gewenste situatie willen komen. Welk beleid en welke gebiedsprojecten zijn daarvoor nodig?
gaan’ overleggen we met de overheid die er wel over gaat en brengen onze visie in. Afhankelijk van het onderwerp en de rol van de andere overheid groeit er dan een samenwerking of blijft het bij afstemming. Daarnaast maakt Soest onderdeel uit van de regio Amersfoort. Recent zijn, ook door Soest, het regionaal programma wonen en werken en het ontwikkelbeeld regio Amersfoort 2030-2040: Regio Amersfoort Centraal! vastgesteld. Deze stukken leggen op regionaal niveau ambities en een ontwikkelrichting vast die wij onderschrijven. De omgevingsvisie gebruikt deze stukken als bouwstenen en geeft er een lokale invulling aan.
We hebben als gemeente een integrale verantwoordelijkheid voor onze fysieke leefomgeving. Met de omgevingsvisie binden we alleen ons zelf. Het heeft geen directe werking op de rechten en plichten van anderen. Maar anderen hebben er wel mee te maken! Als een bedrijf of een bewoner, instelling of bedrijf een initiatief wil nemen dan biedt de visie gelijktijdig inspiratie en voorspelbaarheid. Inspiratie omdat we hier doelen voor Hoe wordt de visie gebruikt? de lange termijn aangeven, voorspelbaar- Er zijn drie toepassingen van de visie heid omdat een initiatiefnemer aan ‘de voorAlle instrumenten van de Omgevingswet kant’ kan weten in hoeverre zo’n initiatief 1. Mogelijk maken van initiatieven waar het sturen, zoals de wetgever dat zegt, op ‘be- kan passen in de lange-termijn doelen. kan schermen en benutten van de fysieke leefAls gemeente pakken we de visie (en omgeving’. Twee daarvan, de omgevingsvi- Wij als gemeenteraad stellen deze visie vast. indien nodig ook de omgevingsprogramsie en de omgevingsprogramma’s sturen in Maar de inhoud van de visie is voor een groot ma’s) erbij als een initiatief invloed heeft samenhang op de overgang van de bestaan- deel ontstaan in het gesprek met de samenop de fysieke leefomgeving, een besluit de situatie naar de gewenste situatie (Let op: leving over de fysieke leefomgeving.
Veel invan de gemeente nodig heeft en niet we kunnen ervoor kiezen dat de bestaande woners, belangengroepen en maatschappepast binnen de bestaande regelgeving. situatie gelijk is aan de gewenste situatie!). We beoordelen of het initiatief past bij de lijke organisaties hebben meegedacht en de • In de omgevingsvisie geven we als gedoelen voor de leefomgeving, of aan te ingrediënten voor deze visie bedacht. meente aan wat de gewenste situatie passen is zodat het er bij past. Zo maken voor de fysieke leefomgeving is. Dat we ruimte voor ontwikkelingen. De gemeente is niet de enige overheid die doen we niet in detail, we beschrijven de stuurt op de fysieke leefomgeving, ook wa- 2. Hulpmiddel voor initiatieven vanuit de hoofdlijnen van de gewenste situatie. We terschappen, provincie en het Rijk hebben samenleving bepalen de doelen voor ‘bescherming en een verantwoordelijkheid. Wij kijken inteBurgers, ondernemers en maatschappebenutting’ van de fysieke leefomgeving. graal naar de totale leefomgeving. Als er lijke organisaties kunnen de visie (en de We doen dit tegen de achtergrond van de dan onderwerpen zijn waar ‘we niet over omgevingsprogramma’s) gebruiken ter 10
inspiratie, en om in te schatten of een initiatief kansrijk is of op welke manier een initiatief kansrijk te maken is. Hoe dichter bij de doelen, hoe kansrijker het initiatief. Met behulp van de visie kunnen initiatiefnemers straks beter inschatten wat de kans is op medewerking voor een initiatief. En daarmee kan een initiatiefnemer beter inschatten welke voorinvesteringen verantwoord zijn. 3. Synergie in ons beleid en bepalen van onze acties. We sturen ons beleid voor de fysieke leefomgeving vanuit de omgevingsvisie aan. Daarmee zorgen we voor samenhang en synergie in beleid. Alle strategische keuzes (de doelen) worden in deze visie gemaakt en het beleid in omgevingsprogramma’s. Welke omgevingsprogramma’s we gaan maken en wat het doel van die omgevingsprogramma’s is stellen we gelijktijdig vast met de visie. Daarnaast kunnen we projecten opstarten die invulling geven aan de visie.
De opgavennotitie en ‘Kwaliteiten voor de toekomst’
In mei 2020 hebben we de opgavennotitie voor deze visie opgesteld. Dit is een document waarin de bestaande situatie en het vigerende beleid uitgebreid besproken is. Ook staan daar de opgaves die we als raad meegegeven hebben aan het participatieproces dat daarna heeft plaatsgevonden. Als u als lezer meer wilt weten over de huidige situatie (2020/2021) en de opgaves dan kunt u het document op bijgaande link oproepen.
Als afronding van de participatie is er in april 2021 een document gemaakt en vastgesteld onder de naam: kwaliteiten voor de toekomst. Daarin staan de belangrijkste bevindingen van de participatie, onderdeel daarvan is een beeld van de kwaliteiten in onze gemeente.
zondheid. De wetgever heeft, om dit nog eens te benadrukken, het verplicht gesteld om gezondheid mee te nemen in de afwegingen die we maken. Met de Omgevingswet wordt het dan ook een taak van een gemeente om een keuze te maken over (milieu) aspecten van de leefomgeving, zoals het gewenste geluidsniveau, de gewenste luchtkwaliteit, etc. en dat te beargumenteren.
Klik hier om de opgavennotitie te openen. Klik hier om het document ‘Kwaliteiten voor de toekomst’ te openen. Zo bezien is de Omgevingswet, en het begrip fysieke leefomgeving, een flinke veranDe fysieke leefomgeving dering ten opzichte van de Wet ruimtelijke Bijna alle beleidsvelden waar we als gemeente ordening. De gevolgen kunnen heel groot mee te maken hebben, hebben wel een raak- zijn want een standpunt over bijvoorbeeld vlak met de fysieke leefomgeving. De bedoe- de gewenste luchtkwaliteit kan direct gevolling van de omgevingsvisie is om de ruim- gen hebben voor de gebruiksmogelijkheden telijke component van al die beleidsvelden van gronden. in samenhang te benaderen. Wat verandert er daardoor in onze verantwoordelijkheden? In de ruimtelijke ordening stond het gebruik van de grond centraal. Dat was het beginpunt van het denken: wat mag je met de grond en welke voorwaarden zitten daaraan vast? Een kenmerk van grond is dat het ‘van iemand is’. Maar de fysieke leefomgeving is, anders dan een grondstuk, van ons allemaal. Nu is de hele leefomgeving het beginpunt. Het geluid dat ik maak, wordt jouw geluid als dat in de openbare ruimte is of als het buiten mijn grondstuk komt. Jouw lucht is mijn lucht als je een kachel aansteekt die rook naar mij laat waaien. Een aantal van dit soort aspecten van de fysieke leefomgeving werken door op onze ge11
1.2 Twintig jaar vooruit
Relatie heden en toekomst in de visie
Om over de toekomst te kunnen nadenken moeten we loskomen van de problematiek van vandaag. Trends zijn leidend zodat je de problematiek en het beleid van vandaag in een bredere context kunt plaatsen. Het schema op de volgende pagina geeft aan hoe de relatie tussen het toekomstdenken en de actualiteit in deze visie in elkaar zit. In H3 introduceren we trends waar we op de lange termijn mee te maken hebben en waar we op in moeten spelen met de visie. In H4 geven we de hoofdlijnen voor 2040 voor onze gemeente aan. Dit is een introductie op, en gelijktijdig een samenvatting van, H5. H5 bevat de visie voor 2040: wat is de ‘gewenste situatie’. Die visie beschrijven we aan de hand van een 7-tal onderwerpen die samen de lange-termijn agenda voor de fysieke leefomgeving zijn. Ieder thema wordt eerst ingeleid met een analyse: hoe hangen de trends van H3 samen met de situatie van nu en wat zijn dan de opgaven waar we voor staan? In H6 is de visie van H5 vertaalt naar een zonering voor ons hele grondgebied. En zijn de doelen voor die zones aangegeven. In hoofdstuk 7 beschrijven we hoe we ons beleid voor de fysieke leefomgeving
12
organiseren. Het onderdeel ‘opgaves voor de omgevingsprogramma’s’ heeft een aparte status. Dit is een document waarin we aangeven hoe we door middel van omgevingsprogramma’s van de huidige situatie naar de gewenste situatie willen komen.
Positie van de hoofdstukken in het heden en de toekomst 13
1.3 De inrichting van ons beleid en onze beleidsproductie voor de fysieke leefomgeving Deze paragraaf is een introductie op de wijze waarop we ons omgevingsbeleid organiseren. De uitgewerkte versie staat in H7. Enkele punten zijn bij het lezen van deze visie een belangrijke achtergrond. Die punten beschrijven we hier. Met deze omgevingsvisie richten we ons beleid samenhangend en overzichtelijk in. Al ons beleid voor de fysieke leefomgeving wordt gekoppeld aan de visie, zo kunnen we er ook daadwerkelijk vanuit sturen. In het schema hiernaast staat hoe we het beleid gaan organiseren. We richten ons specifiek op de relatie omgevingsvisie-omgevingsprogramma. Samenhang omgevingsvisie en omgevingsprogramma’s In de visie beschrijven we de gewenste situatie. Daarnaast bepalen we omgevingsprogramma’s. In een omgevingsprogramma staat hoe we van de huidige situatie naar de gewenste situatie willen komen. Er zijn thematische omgevingsprogramma’s en gebiedsgerichte omgevingsprogramma’s, en omgevingsprogramma’s kunnen vrijwillig en verplicht zijn. Wij hebben alleen met vrijwillige omgevingsprogramma’s te maken. Na vaststelling van deze visie maken we alleen nog beleidsnota’s (omgevingsprogramma’s) die aan de omgevingsvisie gekoppeld zijn.
(Alle beleidsnota’s van na 23 maart 2016 worden automatisch een omgevingsprogramma.) We beoordelen welke van de bestaande beleidsnota’s (omgevingsprogramma’s) nog binnen de visie passen, welke geactualiseerd moeten worden en waar iets nieuws voor moet worden opgesteld/ opgestart. 14
De omgevingsprogramma’s die we gaan maken worden geïntroduceerd in een apart document. Voor ieder omgevingsprogramma wordt daar een ‘opdracht voor een omgevingsprogramma’ beschreven. In zo’n opdracht staat wat de bijdrage van dat omgevingsprogramma aan het behalen van de gewenste situatie moet zijn.
opdracht concreet uitgewerkt gaat worden. De kern van die startnotitie wordt later verwerkt in de inleiding van het omgevingsprogramma zodat iedereen weet wat het verband is tussen dat omgevingsprogramma en opdrachten die naar aanleiding van de visie waren vastgesteld.
Onder de Omgevingswet is de omgevingsvisie de bevoegdheid van ons als gemeenteraad. En de omgevingsprogramma’s zijn de bevoegdheid van het college. Om voldoende inhoudelijke samenhang te creëren tussen beide instrumenten kiezen wij ervoor om gelijktijdig met de omgevingsvisie ook opdrachten voor uitwerking naar omgevingsprogramma’s op te stellen. Door deze opdrachten ook door ons te laten vaststellen, en later de startnotities, creëren we een kaEen omgevingsprogramma begin met een der voor de omgevingsprogramma’s. startnotitie. Daarin staat op welke wijze de De omgevingsprogramma’s gaan we in de komende jaren maken. In de begrotingscyclus kiezen we jaarlijks welke omgevingsprogramma’s we gaan starten. De urgentie wordt bepaald op basis van de verwachte bijdrage van een omgevingsprogramma aan de doelen van de visie en de actualiteit, in een jaarlijkse discussie over de optimale inzet van de middelen.
15
2. Huidige situatie Aan de hand van de drie aspecten ruimte, functies en milieu en water beschrijven we in het kort de huidige situatie van de gemeente Soest in 2021. Een uitgebreider overzicht van kwaliteiten van de huidige situatie en de dilemma’s die daarbij spelen is te raadplegen in het stuk ‘Kwaliteiten voor de toekomst’ dat door de raad is vastgesteld.
2.1 Ruimte
De gemeente Soest ligt centraal in Nederland. Het landschap in de gemeente Soest is heel divers en gebieden zoals het Soester Veen en de Soester Duinen zijn uniek in Nederland. De diversiteit is goed te zien op de geomorfologische kaart. De stuwwal, in het rood, loopt dwars door de gemeente en is onderdeel van het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug. De duinen tegen de stuwwal aan, op de kaart in het geel, is grotendeels een stuifzandgebied. De Korte- en Lange Duinen zijn beide benoemd als aardkundig monument. In het blauw zijn de ontgonnen veenvlaktes te zien op de kaart. In dit gebied, het Soesterveen, is het laatste restant hoogveen te vinden in de provincie Utrecht. De kern Soest en het gebied de Birkt liggen op de overgang van hoog, de Utrechtse Heuvelrug, en laag, de Eempolder. De polder in Soest is onderdeel van een groter geheel. De kernen Soest, Baarn en Amersfoort en de A1 worden ervaren als de begrenzing van dit open poldergebied.
(Soest) en Kamp Zeist (Zeist). De Wegh der Weegen is een cultuurhistorisch element dat van Amersfoort tot Utrecht loopt. De weg staat centraal en sorties zijn kamers die grenzen aan die weg.
militaire erfgoed en het Nationaal Militair Museum de historie van de plek beleefbaar maakt. In de Soester polder kijk je, met name ten noorden van de spoordijk, de weidse groene polder in. Ook de Zuidelijke Eng valt op als open plek in de kern Soest. De bosDe openheidskaart laat de grote verschillen sen bij Pijnenburg en op de heuvelrug en het tussen open en gesloten gebieden zien. Bij groen rond de Amersfoortsestraat hebben Soesterberg is de vliegbasis een groot open een meer gesloten karakter. gebied waar de start- en landingsbaan, het
Op de hoogtekaart is de diversiteit ook goed te zien. De oude veenontginning bij de Wieksloot en de polder zijn laag gelegen. De kern Soest is ontstaan langs linten rond en op de hoger gelegen Soester Eng. Deze oude linten vormen nu nog steeds de hoofdstructuur van de kern. Soesterberg is ontstaan op de flank van de heuvelrug, langs de eeuwenoude Wegh der Weegen. Soesterberg ligt tussen militaire terreinen zoals de Vlasakkers (Soest en Amersfoort), Kamp Soesterberg (Soest), de Leusderheide (Leusden). Ook zijn er enkele voormalige militaire terreinen rond Soesterberg zoals vliegbasis Soesterberg Grondgebruik in de gemeente Soest (CBS, 2015) 18
Onze groene gemeente kent door de verschillende landschappen en de overgangen van hoog naar laag, droog naar nat, besloten en weids veel bijzondere natuur en wordt daarom grotendeels beschermd. Grote delen van onze natuur zijn onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland of de Groene contour. Daarnaast is de Vlasakkers aangewezen als militair terrein met natuurwaarden. Het groen en de natuur zijn een belangrij-
ke kwaliteit voor de inwoners van Soest en Soesterberg. Beide kernen kenmerken zich door de groene leefomgeving binnen en buiten de kern.
zijn lichter van kleur. Dit geeft aan dat de bijendiversiteit, en waarschijnlijk dus ook de biodiversiteit, daar lager is. De vliegbasis ontbreekt in de kaart. Tot 2019 zijn er 147 soorten (40%-45% van alle soorten in De bijendiversiteit kan worden gezien als Nederland) waargenomen op de vliegbasis. een grove indicatie van de biodiversiteit. Op Hiermee is het in de provincie Utrecht de lodeze kaart is te zien dat het in grote delen catie met de grootste bijendiversiteit. van de gemeente goed gesteld is met de bijendiversiteit. Met name de graslanden
Natuurnetwerk (Provincie Utrecht, klik hier om naar de webviewer te gaan)
Bijendiversiteit (RIVM, klik hier om naar de webviewer te gaan) 19
Geomorfologische kaart (Nationaal Georegister) 20
Hoogtekaart (AHN3 en panden en wegdelen uit de BGT)
Openheidskaart (combinatie van kaartlagen: panden uit de BGT, bomenkaart Nederland, primaire waterkeringen 21
22
23
2.2 Functies
In de gemeente Soest wonen er totaal 46.606 mensen waarvan 7.000 in Soesterberg (CBS 2020). Ondanks de vergrijzing die optreedt, zijn beide kernen momenteel nog divers op verschillende vlakken zoals leeftijd, inkomens en cultuur. Er zijn in totaal 20.953 woningen in de gemeente Soest. Het woningbehoefteonderzoek uit 2019 wijst uit dat er met name een tekort is aan betaalbare woningen voor starters en toegankelijke woningen voor ouderen die kleiner willen gaan wonen.
24
Woningen in Soest en Soesterberg naar bouwjaar met bouwhoogte (Bron: https://parallel.co.uk/netherlands/) 25
Zoals te zien is op de kaart, kent de gemeente drie bedrijventerreinen. De Soestdijkse Grachten in Soest en de Richelleweg en Soesterberg-Noord in Soesterberg. In Soest staan zeven winkelgebieden aangegeven op de kaart. De Van Weedestraat, het hoofdwinkelcentrum, en Soest-Zuid zijn de twee grootste winkelgebieden met een breed scala aan voorzieningen. De andere winkelgebieden zijn kleinere buurtcentra en aan de Birkstraat in Soest Zuid ligt het Wooncentrum Soest. In Soesterberg staan twee winkelgebieden aangegeven op de kaart. Dit zijn de Rademakerstraat in het centrum van het dorp en het Wooncentrum Soesterberg aan de Amersfoortsestraat. De gemeente Soest telt in totaal bijna 18.500 arbeidsplaatsen. De bedrijven, gevestigd op bedrijventerreinen, in winkel- en centrumgebieden, in kantoren en verspreid over de diverse wijken, zijn daarmee van essentieel belang voor het creëren van voldoende werkgelegenheid. Op de bedrijventerreinen wordt 30% van alle arbeidsplaatsen gecreëerd. In de afgelopen 10 jaar zijn er ruim 1.500 bedrijfsvestigingen bijgekomen ook al zijn er inmiddels geen vrije uitgeefbare kavels meer beschikbaar voor de vestiging van nieuwe bedrijven op de bedrijventerreinen. De sectoren handel, zakelijke dienstverlening, openbaar bestuur en zorg en welzijn hebben het grootste aandeel in de werkgelegenheid.
De belangrijkste groeisectoren qua werkgelegenheid zijn echter de sectoren cultuur, recreatie en sport en overige dienstverlening, ICT en logistiek. 26
Op het gebied van mobiliteit zijn de kernen Soest en Soesterberg met name gericht op de autobereikbaarheid. Daarnaast zijn er in de kern Soest drie treinstations. De treinverbinding verbetert de bereikbaarheid van de kern met name voor studenten en forenzen, maar de vervoerswaarde is laag zoals te zien is aan de tabel met het aantal reizigers. Het fietsnetwerk en de buslijnen verbinden Soest en Soesterberg met de kernen rond de gemeente.
Aantal instappers per vervoerder op een gemiddelde werkdag(Gemeente Soest)
Openbaar vervoer (Provincie Utrecht mobiliteitsplan 2015-2028)
Bedrijventerreinen, kantoren en winkelgebieden (Provincie Utrecht, klik hier om naar de webviewer te gaan))
Hoofdwegenstructuur (Gemeente Soest)
Wegenstructuur fiets (Gemeente Soest)
Auto
Fiets
27
Strava heatmap wandelen (Strava, 2021)
Strava heatmap fietsen (Strava, 2021)
Met name de bossen, de duinen en Park wordt gewandeld en gefietst. De genoemde Vliegbasis Soesterberg worden veel gebruikt locaties zijn daarin terug te zien. voor recreatieve doeleinden. In de eerste plaats door onze eigen inwoners, maar het is ook een uitloopgebied voor Amersfoort en zelfs de Randstad. De grootste toeristische trekpleisters zijn het Nationaal Militair Museum (NMM) en de Soester Duinen. Samen met het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug sturen we op de bezoekersstromen die dit trekt vanuit het hele land. Door de bezoekers zo veel mogelijk te concentreren bij Park Vliegbasis Soesterberg (het NMM, pleisterplaats Soesterdal en het zweefvliegterrein) en de Lange Duinen worden andere bijzondere natuurgebieden gespaard. De gemeente kan hierop sturen doordat zij eigenaar is van een groot gedeelte van het bos en de duinen. Naast de twee hotspots is met de komst van de fietsbrug over de Eem ook het recreatieve verkeer in de polder toegenomen. Op de Strava heatmaps is te zien waar het meeste Zonering recreatie in de gemeentelijke bossen (Gemeente Soest) 28
29
2.3 Milieu en water
Voor een belangrijk deel wordt de milieusituatie in onze gemeente bepaald door de regionale milieusituatie. Op bijgaande kaarten is te zien dat de milieusituatie in Soest gunstiger is dan in Soesterberg. De hogere geluid en roet waardes zijn in Soesterberg hoger door de nabije ligging van de snelweg en de provinciale weg van Amersfoort naar Utrecht. Bron: RIVM, klik hier om naar de webviewer te gaan)
Bron: RIVM, klik hier om naar de webviewer te gaan) 30
Op het gebied van klimaatverandering werken we aan de aspecten blauw (water), groen, stedelijk en sociaal. Doordat we steeds vaker te maken krijgen met wateroverlast en periode van droogte, speelt op het gebied van blauw vooral de opslag van water in de Utrechtse Heuvelrug een belangrijke rol. Deze watervoorraad is van belang voor het drinkwater dat wordt opgepompt in de duinen en voor de natuur. We proberen zo veel mogelijk water in de grond te infiltreren om water op te slaan voor tijden van droogte. Bijgaande stroombanenkaart laat zien waar er water onttrokken wordt in de Heuvelrug. De hellingen en de grote mate van verharding zorgen ervoor dat bij flinke buien het regenwater over de straten stroomt en verzamelt op lage plekken. Op die plekken kan flinke wateroverlast ontstaan. Door de klimaatveranderingen krijgen we ook steeds vaker te maken met hitte. Zowel voor de gezondheid als voor de natuur heeft dit nadelige gevolgen. Op de kaart is te zien dat er met name in de stedelijke gebieden veel hitte wordt vastgehouden waardoor de temperatuur daar op hete dagen hoger wordt dan in het buitengebied.
Drinkwaterwinning
Bron: Provincie Utrecht, klik hier om naar de webviewer te gaan)
Soest heeft een uitgebreide groenstructuur en daardoor valt het Urban Heat-effect nog mee. Met name de gebieden zonder groen en dus zonder schaduw en gebieden met veel verharding hebben last van hitte.
Bron: Klimaateffectenatlas https://klimaatvalleienveluwe.nl/atlas/
Bron: RIVM, Atlas Natuurlijk Kapitaal, klik hier om naar de webviewer te gaan.
31
Grondwatersysteem
In het geschematiseerde stromingspatroon van het diepe grondwater in Soest valt de drinkwaterwinning Soestduinen op. In de Eempolders treedt plaatselijk lichte kwel op waarbij het grondwater uit de diepere lagen aan het oppervlak komt. De stroming van het ondiepe grondwater varieert sterk in tijd en locatie. Het natuurgebied Soesterveen blijkt sterk afhankelijk te zijn van deze stroming. Het overgrote deel van Soest ligt hoog, hier stroomt het ondiepe grondwater naar het onderliggend watervoerend pakket.
Oppervlaktewatersysteem
In Soest liggen niet veel oppervlaktewateren. Aan de zuidwestelijke kant van de kern Soest liggen in o.a. de wijken Overhees en Boerenstreek enkele wateren. Deze wateren zamelen het regenwater in en houden het vast. Bij veel regen stroom het water via de Praamgracht in het noorden van Soest naar de Eem. De Eempolder aan de oostkant van Soest voert het water af via een waterschapsgemaal op de Eem. In Soest zijn twee kleine gemalen (onderbemalingen) aan de Clemenstraat en de Wieksloterweg. Het gebied ten westen en noorden van de kern Soest is onderdeel van “de Laagte van Pijnenburg” met een bijzonder watersysteem, een ingesloten laagte waar veenvorming en veenontginning heeft plaatsgevonden. Het Slangenbosje aan de noordoostkant van Soest is ook onderdeel hiervan. De Laagte ontvangt kwel uit de diepere ondergrond, maar de hoeveelheid is vrij klein, waardoor de grondwaterstanden (te) sterk fluctueren bij het wisselende weerbeeld. 32
De waterkwaliteit van de meeste stedelijke wateren is niet op orde, waardoor elk jaar blauwalg optreedt. Op kleine schaal zijn er plaatsen met een betere waterkwaliteit zoals in het Soesterveen, poelen in het noorden van Soest en kwelsloten tussen Amersfoort en Soest.
Rioolwatersysteem
De gemeente zamelt het afvalwater van huishoudens en bedrijven in en het waterschap zuivert dit water op de rioolwaterzuivering aan de Maatweg in het noorden van Soest. Het gezuiverde water stroomt naar de Eem. Afval- en regenwater dat in Soesterberg in het riool verdwijnt, wordt ook naar de zuivering in Soest verpompt. Het legt dus een lange weg af door buizen en pompen voordat het gezuiverd in de Eem terecht komt. Regenwater dat in Soesterberg valt en in de bodem kan zakken, kan naar het diepe grondwater stromen. Bij hevige buien kan regen het rioolstelsel overbelasten. Dat leidt tot ongezuiverde lozingen bij de overstorten en soms zelfs helaas op straat. In Soest liggen voornamelijk gemengde stelsels (de dikke rode lijnen op de afbeelding #) Deze is grotendeels aangelegd in de jaren ’70. Grofweg ligt er vooral gemengde riolering in Soesterberg kom, Soestdijk, SoestZuid, Soestduinen, Klaarwater. In Overhees, Boerenstreek en de bedrijventerreinen van Soest en het noorden van Soesterberg zijn gescheiden stelsels (turquoise en bruine lijnen op de afbeelding rioolsysteem Soest
en Soesterberg) aangelegd. Het schone regenwater wordt via een apart stelsel afgevoerd naar de vijvers (Soest) of naar wadi’s (Soesterberg). De gemeente Soest legt op veel plekken naast de bestaande riolering voorzieningen aan waardoor het regenwater niet meer in het riool stroomt maar in de grond kan zakken. De diepe grondwaterstand en de bodemopbouw maken Soest hiervoor zeer geschikt. Dit zijn de groene lijnen op de afbeelding rioolsysteem Soest en Soesterberg). Daar waar de groene lijnen vlak bij het water zijn getekend stroomt het regenwater niet naar de bodem maar naar het water. De roze lijnen zijn de leidingen van de mechanische riolering. Deze riolering zamelt en transporteert alleen vuilwater, nooit regenwater
Bodemkaart (Bron: Nationaal Georegister)
Oppervlaktewater (Bron: op basis van Basisregistratie Grootschalige Topografie van het Kadaster)
Rioolsysteem Soest en Soesterberg (Gemeente Soest)
Pagina met afbeeldingen toegevoegd ter verduidelijking watersystemen
33
3. 2040 Dit hoofdstuk beschrijft de trends en ontiwkkelingen die we verwachten voor 2040.
Klimaatverandering, technologische ontwikkeling en demografische veranderingen zijn drie grote motoren achter een voortdurende verandering van onze fysieke leefomgeving. We schetsen hier een beeld waar die veranderingen in 2040 toe kunnen leiden en waar we dus met deze visie op in willen spelen. Dat beeld kan onmogelijk ‘waar’ zijn. Politieke en culturele ontwikkelingen hebben bijvoorbeeld grote invloed op de wijze waarop we met de ‘motoren’ omgaan. Maar het beeld kan wel een mate van verandering schetsen. Het centrale deel van Nederland (Randstad plus) functioneert als één sociaal en economisch geïntegreerde stedelijke zone, de netwerksamenleving, die op wereldniveau concurreert en samenwerkt met andere economische regio’s. Een van de gevolgen is dat we mensen van buiten Nederland aantrekken omdat er hier werk is en omdat we als speler in de mondiale kenniseconomie een open economie voeren (denk bijvoorbeeld aan de effecten van de Brexit). De meeste van deze mensen komen uit Europa en zij zoeken een plekje in de Randstad. Daardoor blijft de bevolking groeien. Ook in Soest merken we dat. Die groei van de Randstad is steeds meer afhankelijk van de immigratie/ emigratiebalans. En die is weer vooral afhankelijk van de economische ontwikkeling. Nu al (in 2021) is nog maar een kwart van de groei de ‘natuurlijke’ groei.
De omvang van de groei is de afgelopen tijd naar ongeveer 100.000 personen per jaar gestegen en de verwachting is dat-ie voorlopig in die buurt blijft. Arbeidstekorten trekken meer mensen aan maar naar 2040 gaat robotisering dat 36
wellicht steeds meer oplossen. Toch is het denkbaar dat er rond 2040 zo’n 1,5 tot 2 miljoen extra mensen wonen in Nederland. Tot 2030 wordt momenteel (2021) in ieder geval een groei die in die richting gaat voorspeld. Vergrijzing is een andere hoofdtrend met veel gevolgen. In 2040 zitten we waarschijnlijk in de sterkst vergrijsde periode van onze samenleving. Daarna neemt de vergrijzing weer iets af, maar de component ouderen blijft groot. De vraag is wel wat ‘ouderen’ zijn en wat ze doen. Er is, nu al maar zeker in 2040, bijvoorbeeld een hele groep 55-75 jarigen die maatschappelijk en economisch zeer actief zijn en andere wensen en mogelijkheden hebben dan gezinnen. Ook boven de 75 blijven mensen nog lang actief, net als nu, en vanwege de grote omvang van deze groep zijn er dus ook veel voorzieningen voor nodig. Er zijn veel meer 1-persoonshuishoudens, zowel jongeren als ouderen. Sommigen zeggen dat je nu (2021) het beste alleen nog voor die groepen bouwt. Maar de woningvoorraad is maar langzaam te veranderen, doorstroming komt moeilijk op gang, en de markt voor gezinswoningen blijft ook groot. Vanwege de bevolkingsgroei en de ‘woningverdunning’ blijft de vraag naar woningen groot. Om tekorten weg te werken zullen er tot 2030 zo’n 800.000 woningen bijkomen, vooral in de Randstad, en vooral ‘betaalbaar’ dus klein. Ook daarna zal de bouw doorgaan.
voorzieningen in het algemeen zoals recreatievoorzieningen. In de gemeente Soest zijn wij, met onze bossen en zandgebieden, een ‘regionale voorziening’ voor recreatie en de bezoekersaantallen nemen steeds meer toe. 2020/2021 is een periode waarin de Nederlandse samenleving haar eigen omgeving (her)ontdekt. Wat daarvan de structurele effecten zijn weten we nog niet. Maar dat het aandacht behoeft, mag duidelijk zijn. In 2040 zal er veel meer vraag zijn naar waterplekken tijdens warme periodes. We zoeken voortdurend naar nieuwe ervaringen. De bandbreedte van die ervaringen lijken onbegrensd als de beleving maar goed is en de ervaring uniek. Cultuur, historie, bijzondere lichaamservaringen, unieke omgevingen, het kan niet op. De combinatie van de culturele sector met de toeristisch/ recreatieve is bij uitstek het veld waar steeds nieuwe ervaringen worden ontwikkeld, en verkocht. Te verwachten is dat deze sector 2040 veel groter zal zijn dan nu, en daarmee een van de belangrijkste economische sectoren.
Buitenshuis eten, vergaderen en werken, ontmoetingen, vertier, ‘uitgaan’. Legio zijn de aanleidingen die achter de groei van de horeca in de afgelopen jaren zat. De groei zal wat afnemen, uniciteit wordt belangrijker. Maar de samenleving van 2040 leeft veel meer dan nu in semipublieke ‘huiskamers’. In 2040 is het wagenpark voor een groot deels elektrisch want vanaf 2030 worden er Door de groei van de bevolking zijn er niet alleen elektrische auto’s verkocht. Elektrische alleen meer woningen nodig, maar ook meer auto’s zijn verbonden auto’s, softwareaan-
passingen en diagnoses zijn standaard. De mate waarin de auto’s ook verbonden zullen zijn met hun omgeving, en bijvoorbeeld zelfrijdend, is nog onduidelijk. Er zijn veel fases op weg naar de zelfrijdende auto en ieder fase heeft zo z’n eigen mogelijkheden.
komsten, en voor een deel zal dat ook zo blijven. Dit heeft ongetwijfeld fysieke gevolgen. Maar de aard van de gevolgen is nog niet duidelijk. Het meest voor de hand liggend is dat mobiliteitspatronen en ontmoetingsgedrag gevarieerder worden. Gevarieerder omdat mensen fysieke ontmoetingen afwisDe elektrische fiets heeft in 2040 een be- selen met virtuele, maar niet minder omdat langrijke rol in de mobiliteit. Het fietswegen- de netwerksamenleving intensiever gewornetwerk is daarvoor uitgebreid. De vraag is den is. wel of het netwerk volledig is. Door de grote bandbreedte van vervoersvormen, tussen We doen in 2040 mogelijk meer dan de fiets en auto in, moeten de wegen anders in- helft van onze aankopen via internet, foodgericht zijn dan nu. en non-food. Hoe groot het aandeel precies wordt hangt af van de mate waarin de Uitbreiding van, de capaciteit van, het spoor- bestaande detailhandel zich tijdig weet te netwerk gaat traag. Op dit moment (2021) hervormen. Vooral de combinatie internet/ lijkt het er niet op dat het netwerk ingrijpend fysiek lijkt kansrijk (multichanneling) en de veranderd zal zijn in 2040. Toch ligt hier een combinatie winkel/recreatie/horeca (‘blurgrote onzekerheid, het is niet ondenkbaar ring’) is kansrijk. Een winkelgebied van 2040 dat er toch een ombouw naar een ‘metronet- is een belevingsgebied, een winkel is een werk’ is gekomen.
De beleidstrend om meer belevingsplek. mensen met de trein te laten reizen loopt namelijk tegen capaciteitsgrenzen aan. De situatie van de natuur in 2040 is erg afhankelijk van klimaatverandering en de Mobiliteit is in 2040 informatie-intensiever keuzes die er voor de landbouw gemaakt waardoor er meer mogelijkheden voor ke- worden. Meest voor de hand liggend is dat tens van vervoer zijn (een stukje met de de problematiek ongeveer hetzelfde zal zijn fiets, een stukje met de trein en een stukje als nu. Klimaatverandering levert blijvende met een deelauto of deelfiets). Een omvang- en toenemende druk, en de landbouw blijft rijke aanvulling op, en aanpassing van, de de grond intensief gebruiken. Maar natuurbestaande infrastructuur om die ketens mo- gebieden zijn een beetje uitgebreid en de gelijk te maken is nodig. stikstofbelasting ligt vrijwel zeker lager omdat de agrarische sector gaat extensiveren. De virtuele vorm van de netwerksamenle- Wereldwijd is de stand van de natuur in 2040 ving heeft in 2020/2021 een enorme sprong sterk teruggelopen waardoor de urgentie van gemaakt. We zijn in een jaar tijd gewend de problematiek vrijwel zeker hoger is. geraakt aan vele vormen van virtuele bijeen-
Gezondheid staat in 2021 al stevig op de agenda maar is in 2040 nog wezenlijker door de vergrijzende bevolking. Zo lang mogelijk gezond blijven door, o.a. meer bewegen en een schoon milieu zijn nog belangrijker dan nu. Het meten aan de kwaliteit van je eigen omgeving (lucht, geluid) is in 2040 normaal en mensen zullen een gezonde omgeving eisen. Er zijn in 2021 aanleidingen om de openbare ruimte belangrijker te maken (gezondheid, bewegen, natuur, beleving, ontmoeting, klimaatbestendig). Maar er zijn in 2021 geen signalen dat investeringen in die openbare ruimte structureel omhooggaan. Het is daardoor onduidelijk wat de situatie in 2040 zal zijn. De effecten van klimaatverandering zullen zichtbaarder zijn. De verandering is in 2040 nog niet wezenlijk afgeremd. Te verwachten is dat er wel wat meer zicht zal zijn op de richting van de verandering. Belangrijkste daarbij is de verwachtingen van de zeespiegelrijzing, en met name of deze ‘hanteerbaar’ of ‘niet hanteerbaar’ wordt, dit zou rond 2040 duidelijker kunnen zijn. Hoewel concrete omvangrijke effecten van de stijging zo maar een eeuw verderop liggen, is vooral de verwachting leidend. De ‘verbouw’ van de waterhuishouding is in volle gang. In 2040 is het grootste deel van het stedelijk gebied afgekoppeld. Water wordt substantieel meer geïnfiltreerd en vastgehouden. De maatschappelijk aanvaardbare hoogte van grondwaterstanden 37
in natte periodes is in 2040 maatgevend. In 2040 hebben we te maken met steeds langere neerslagloze perioden, wat een groot gevaar vormt voor het behoud van ons groen. Door lokaal zoveel mogelijk water in de bodem terug te brengen kunnen ook de langste droge perioden worden overbrugd. Mocht dit onvoldoende zijn dan is een zoektocht naar een andere continue-leverende waterbron noodzakelijk. We zitten in 2040, nog meer dan nu, midden in de ombouw van ons energiesysteem. De Noordzee staat in 2040 ‘vol’ met windmolens en er is een uitgebreide industrie omheen ontstaat. ‘Zon op dak’ is verveelvoudigd. Zonne-energie en windenergie zijn in 2040 veruit de goedkoopste manier van energieopwekking geworden. Het Europese hoofdelektriciteitsnet is in 2040 versterkt waardoor uitwisseling makkelijker is. Het lijkt er nu, in 2021, op dat waterstof een belangrijke energiedrager zal zijn in 2040. Onzekerheden zijn er ook: Het is in 2021 nog niet duidelijk hoeveel wind-op-land en zon-op-land er zal zijn in 2040. En het is ook nog niet duidelijk welke besparingen gehaald zullen worden, en wat in 2040 de rol van bijvoorbeeld diepe warmtewinning of andere nieuwe technologieën zal zijn. Het doel van circulariteit blijft het zo veel mogelijk sluiten van grondstoffencycli. In de komende jaren zal dit steeds meer gecombineerd worden met de energietransitie.
Het sluiten van de ‘energiecyclus’ van productieprocessen is voor de komende decennia het urgentste probleem. Neem Hoogovens als 38
voorbeeld: de grondstoffencyclus van metaal blijft belangrijk maar vooral belangrijk wordt hoe de productieprocessen CO2 neutraal kunnen worden. En dit gaat voor alle productieprocessen gelden. Het belang van ICT is nog nooit zo duidelijk geweest als in de coronacrisis. De maatschappelijke ontwrichting zou vele malen groter zijn geweest als de digitale wereld minder ver ontwikkeld was geweest. De weerslag van kennis en automatisering op de fysieke leefomgeving zal steeds groter worden. Denk daarbij aan de energietransitie, inzicht in mobiliteit, meten van je milieukwaliteit, de waterhuishouding, het gebruik en de inrichting van de openbare ruimte, woningbouw enz. Kennis/informatie is de belangrijkste motor in de economie. De verwachting is dat de sprong die er tussen het jaar 2020 en 2040 gemaakt wordt groter zal zijn dan de sprong die tussen 2000 en 2020 gemaakt is. Dit is bijna niet te visualiseren. In het jaar 2000 was niet te overzien dat in 2006 Facebook zou worden opgericht en dat in 2007 de moderne smartphone zou worden bedacht. De nieuwe fase in technologie gaat over zaken als artificiële intelligentie, ‘machine learning’ en robotisering. De opvallendste gevolgen van de eerste sprong zaten vooral op interactiviteit, de tweede sprong zit nog meer dan de eerste in de ontwikkeling van technologie.
Europa heeft, in navolging van de VS en China, digitalisering tot een speerpunt gemaakt, en richt zich daarbij expliciet ook op overheden.
In kennis-intensieve economie van 2040 werkt nog meer in netwerken en produceert ook in die netwerken, soms lokaler en soms internationaler maar altijd gespecialiseerder: • Lokale bedrijven (op de schaal van Soest) opereren in (boven)lokale netwerken. • Regionaal organiseren sturende organisaties intensieve regionale netwerken (met ASML als grootste voorbeeld maar ook grote organisaties als ziekenhuizen doen dit). • Specialisatie leidt natuurlijk ook tot internationale samenwerking en internationaal verkeer. De mate waarin in 2040 digitalisering in andere, meer publieke, sectoren wezenlijk verder zal zijn doorgedrongen is onduidelijker. Scholen bijvoorbeeld integreren technologie wel maar kunnen nog een hele sprong maken. In de zorgsector moet er steeds een balans tussen privacy en technologische mogelijkheden worden gevonden. En de overheid digitaliseert op sommige terreinen de dienstverlening wel maar speelt op andere terreinen met haar processen nog niet sterk in op de mogelijkheden.
39
4. Stap voor stap ver komen
Houding De gemeente Soest ligt in een van de drukste delen van Nederland en heeft een van de mooiste landschappen van het land. Door de ligging in het land en de kwaliteit van de groene omgeving is er een voortdurende grote vraag naar ruimte in ons gebied. Mensen willen hier wonen en recreëren. En bedrijven willen zich hier vestigen. We zijn een gevarieerde gemeenschap. Er wonen en leven veel verschillende bevolkingsgroepen, jong en oud, van verschillende achtergronden en met uiteenlopende inkomens. En die gemeenschap is heel actief, organiseert zich en onderneemt samen van alles. Daarin is er een grote diversiteit. Dat actieve, ondernemende, en de diversiteit vinden we waardevol, en hoort bij onze gemeente. Onze omgevingskwaliteit is hoog. We liggen op en aan de rand van de Heuvelrug en we hebben afwisselende landschappen. Bij Soesterberg is de Heuvelrug op haar breedst (uniek). Ten noorden daarvan ligt de kwelzone met het uitgebreide duinengebied en de laagte van Pijnenburg (uniek). En de Soester Eng is een volledige en van de heuvelrug losliggende heuvel (uniek). Op deze bijzondere natuurlijke basis werkt een bijzonder watersysteem in, groeit waardevolle natuur, en is door de eeuwen heen een gevarieerd landschap, met groene woonkernen, polder, bos, en akkers gemaakt.
42
Wat is de gewenste werkwijze? We denken lang na over het gebruik van onze ruimte. We zoeken steeds oplossingen om ruimte voor ontwikkeling te maken en gelijktijdig hoeder van de groene omgeving te zijn. Want we willen in beweging blijven en gelijktijdig die waardevolle omgeving behouden. Dynamiek in een ontspannen groene omgeving.
ten). Dit is zeker geen uitputtende lijst voor de komende 20 jaar. De lijst wordt regelmatig geëvalueerd en waar nodig uitgebreid met nieuwe omgevingsprogramma’s.
Wat zijn onze strategische doelen?
De Gemeente Soest heeft zich als Global Goals gemeente verbonden aan de Global Goals van de Verenigde Naties (VN). Middels Om de waardevolle omgeving te kunnen deze visie dragen wij bij aan de duurzame behouden én ruimte te vinden voor veran- ontwikkelingsdoelen voor 2016 – 2030. dering moeten we in kleine stappen werken. Dat is grotendeels nu al de praktijk maar Ontspannen woon- en werkmilieu soms worden we daar ongeduldig van: we (Uitwerking in paragraaf 5.2). vinden dan dat het te langzaam gaat. Toch In 2040 zijn er in de gemeente Soest meer weten we ook zeker dat we niet te snel willen woningen dan nu. Tot 2030 ligt de omvang veranderen. tussen de 0,6% en 1% toevoegingen per jaar. 0,6% is wat we nu doen en 1% is het Ook met kleine stappen kun je ver komen. Nederlandse gemiddelde. Dat zou neerkoVeel projecten van beperkte omvang leiden men op 100- 200 woningen per jaar in onze tot een omgeving met nieuwe kwaliteiten. gemeente. Deze bandbreedte kan bij elke peGrote doelen hoeven we dan ook niet te riodieke actualisatie van de omgevingsvisie schuwen. opnieuw worden vastgesteld. Daarmee lossen we het regionale probleem niet op maar Door het stapsgewijze als uitgangspunt te maken het ook niet groter. Met dit aantal wonemen kunnen we ook gerust een keer wat ningen kan de Soester manier van leven, en verder vooruitkijken.
Want we gaan daar de huidige gevarieerde bevolkingsopbouw toch niet in een keer naar toe. Dat verdere duurzaam behouden worden. En de claim op vooruitkijken heeft een eigen rol: als je stap de (groene) ruimte blijft binnen de perken. voor stap werkt kun je de richting kwijtraken. Maar die richting kun je vasthouden (proces) Om te besluiten welke (on)bemet een blik op de lange termijn. Je hebt een bouwde ruimte gebruikt kan worden voor stip op de horizon nodig en die moeten we woningen hanteren we een openbare en ook steeds benoemen. Er komt een lijst van gemeentebrede selectiemethode waarbij omgevingsprogramma’s die al lopen en van de maatschappelijke waarde van de (on) omgevingsprogramma’s de nog opgestart bebouwde ruimte het uitgangspunt is. We zouden moeten worden (en die we nu al we- kijken hierbij in de volle breedte naar ver-
dichten en uitleglocaties en ook naar ‘rood voor rood’ en ‘rood voor groen’. Zodra er perspectief is op toekomstige woningbouwlocaties wordt een proces gestart om bredere ambities en doelen te formuleren rondom het thema wonen.
tra). Er is meer werkgelegenheid, er wordt er vaker gewandeld en gefietst of met het OV gereisd dan nu en de openbare ruimte wordt veel intensiever gebruikt. Samen Soesterberg verder versterken (uitwerking in paragraaf 5.4) Soesterberg is in 2040 gevarieerder en groIn 2040 is de omvang van onze bedrijfster- ter, een kern met een nog sterkere eigen culreinen even groot als nu. Maar er is nog tuur en identiteit. steeds ruimte voor ondernemerschap, de bestaande terreinen worden intensiever ge- Proces: we zetten een platform op waarmee bruikt. Per hectare zijn er meer arbeidsplaat- we intensief met de samenleving blijven prasen, en meer bedrijven. ten over lopende projecten en plannen en waar nieuwe initiatieven worden ingebracht. Er zijn 7 specifieke gebieden die uitdagen en de gelegenheid geven om elkaar te ontmoe- Waardevol groen (uitwerking in paragraaf ten, waar veel te beleven is, die mooi zijn, en 5.5) waar meer bezoekers komen. Dat noemen De openbare ruimte in de kernen, groen en we onze centrumgebieden; het centrum is verhard, wordt meer gebruikt, is natuurlijker, waar de mensen zijn. circulairder en klimaatrobuuster dan nu. De onbebouwde ruimte buiten de kernen (bosIn 2040 reizen we naar verhouding meer sen en landbouwgebieden) is natuurlijker en met de fiets en het OV en minder met de klimaatrobuuster. Delen daarvan worden inauto dan nu.
Ons mobiliteitsbeleid stuurt tensiever gebruikt dan nu, andere delen niet. daar actief op. Een deel van onze onbebouwde ruimte van In 2040 zijn onze OV-knooppunten leven- nu, is in 2040 in gebruik voor woningbouw. diger en ze trekken meer in- en uitstappers. Naast de mobiliteitsfunctie zijn het ook ge- (proces, zie ook hierboven bij eerste keuze bieden voor recreëren en ontspannen, wo- en 5.2) nen en werken. Ruimte voor recreatie en toerisme (uitwerSoest in beweging (uitwerking in paragraaf king in paragraaf 5.6) 5.3) In 2040 zijn er meer regionale recreanten Soest in 2040 is de levendige en gevarieerde dan nu in onze gemeente, vooral meer dan plaats die het nu is. Er zijn meer woningen nu in de kernen en in de polder. In de bossen (waarvoor ook deels open ruimte is gebuikt), en de natuurgebieden is er een groter ver5 aantrekkelijke ontmoetingsgebieden (cen- schil dan nu tussen drukke en rustige delen.
De impact op de leefomgeving, vooral geluid, is lager omdat we meer sturen op toegankelijkheid voor gemotoriseerd verkeer. Een groene, bruikbare polder (uitwerking in paragraaf 5.7). De polder is tot aan de A1 omgevormd tot een agrarisch natuurlandschap. Daarmee kunnen we een alternatief voor de regio bieden voor de bossen en de algemene capaciteit voor recreatie uitbreiden. Duurzame, op de lokale consument gerichte landbouw, is een zo groot mogelijk onderdeel van de bedrijfsvoering van onze agrariërs. Dit doel voor de landbouw geldt ook voor agrariërs buiten het poldergebied. Ruimtelijk is de polder gevarieerder dan alleen veeteelt nu en er zijn veel meer gebruiksmogelijkheden. Denk aan verschillende vormen van recreatie, natuurontwikkeling, zwemplekken of kleine plukbossen. Proces: dit moet samen met de buurgemeenten en maatschappelijke partijen ontwikkeld worden. Adequaat reageren op klimaatverandering, mitigatie (uitwerking in paragraaf 5.8A) Onze bestaande doelstelling voor 2030, 49% CO2-reductie ten opzichte van het peiljaar 2016, blijft van kracht. Klimaatbestendige omgeving en toekomstgerichte watersystemen (uitwerking in paragraaf 5.8B) In 2040 zien we water en klimaataspecten in de volle breedte als een onderdeel van de integrale gebiedsopgave om te komen tot 43
een duurzame en waardevolle leefomgeving. We willen de omgeving en het watersysteem robuuster maken. Ten behoeve van een gezonde en veilige leefomgeving streven we naar het zo veel mogelijk voorkomen van het contact met afvalwater. We streven samen met onze inwoners en bedrijven naar een leefbare omgeving, waarin de negatieve gevolgen van klimaatverandering zo veel mogelijk worden beperkt. Dat betekent dat wij streven naar het beperken van maatschappelijke ontwrichting en schade door extreme weersomstandigheden. In ons streven naar een gezonde leefomgeving dragen wij als gemeente bij aan een watersysteem van goede kwaliteit. Een watersysteem van goede kwaliteit draagt bij aan natuurontwikkeling, landschap en recreatie.
44
45
5. Visie Dit hoofdstuk is de kern van de omgevingsvisie. Hier geven we aan hoe wij de toekomst van de leefomgeving van onze gemeente zien.
5.1 Inleiding
5.2 Ontspannen woon en werkmilieu
Dit hoofdstuk is de kern van de omgevingsvisie. Hier geven we aan hoe wij de toekomst van de leefomgeving van onze gemeente zien. Die leefomgeving bestrijkt een breed terrein en je kunt er zowel thematisch (‘natuur’, ‘wonen’) als gebiedsgericht (‘de polder’, ‘Soesterberg’) naar kijken. Alles hangt met elkaar samen. In het vorige hoofdstuk hebben we 7 onderwerpen geïntroduceerd waarbinnen er extra samenhang is. Zo kijken we naar de leefomgeving van onze gemeente, dat is onze lange-termijn agenda. De keuze voor de 7 onderwerpen is daarmee op zich al een vorm van een visie. De onderwerpen zijn • Ontspannen woon- en werkmilieu • Soest in beweging • Samen Soesterberg verder versterken • Waardevol groen • Ruimte voor recreatie • Een groene, bruikbare polder. • Adequaat reageren op klimaatverandering
Wat speelt er?
Bepaalde thema’s, een thema is bijvoorbeeld natuur, kunnen op verschillende plekken terugkomen. Dat is iets om rekening mee te houden bij het lezen. Per paragraaf geven we eerst aan wat er speelt, dan volgt de visie voor 2040.
48
We zijn een aantrekkelijke woon- en werkgemeente. Het wonen in de Randstad, de ondernemersgeest, de groene omgevingen binnen en buiten de kernen, de goede autobereikbaarheid, de relatief rustige en schone omgeving, de sociale samenhang, en de maatschappelijke, commerciële en culturele voorzieningen dragen daar allemaal aan bij. In deze paragraaf bespreken we de thema’s die met de bebouwde leefomgeving en het gebruik daarvan te maken hebben. Het is veruit de langste paragraaf van dit hoofdstuk, het gaat over: • Woningen (bestaand en nieuw)
• Bedrijventerreinen en werken • Ontmoeten en ontmoetingsplekken (waaronder winkelgebieden, cultuur en samenleven) • Voorzieningen (zorg, scholen etc.) • Mobiliteit • Omgevingskwaliteit (milieu (gezondheid), erfgoed en beeldkwaliteit) Noot: groen, natuur, en bewegingsbevordering worden besproken bij waardevol groen, paragraaf 5.5. Wat speelt er: Woningen bestaand en nieuw
Woningmarkt in 2040 Er wordt veel nagedacht over de woningbouw, ook in onze regio zijn we al verschillende jaren betrokken bij visieontwikkeling. We werken bijvoorbeeld aan het ‘regionale ontwikkelbeeld’ waarin wonen een belangrijke plek heeft. Voor de omgevingsvisie zijn in ieder geval de ruimtelijk meest ingrijpende trends van belang. Daar richten we ons nu op. De woningmarkt is een regionale markt, voor ons is dat de driehoek ‘regio Amersfoort’-Utrecht-Amsterdam. Omdat de woningmarkt regionaal is moet de globale vraag in onze gemeente (die invloed heeft op de ‘druk’) op dat niveau bekeken worden. Er is jaarlijks structureel een landelijke behoefte aan ongeveer 75.000 nieuwe woningen (45.000 voor de bevolkingsgroei en 30.000 voor de ‘woningverdunning’) en dit blijft de komende decennia waarschijnlijk zo. Dat is ongeveer 1% van de woningvoorraad, er moet dus ieder jaar 1% toegevoegd worden. In de Randstad ligt de vraag veel hoger dan het gemiddelde. De bevolkingsgroei komt namelijk grotendeels in de Randstad terecht.
een jaar of acht de achterstanden te halveren. 500 jaar. In de sociale woningbouw ligt dit tempo veel hoger (ongeveer eens in de Landelijk zouden er dan minimaal 110.000 100 jaar) terwijl er in de particuliere markt woningen per jaar gebouwd moeten worden. nauwelijks vervanging is. Het merendeel Maar in de praktijk wordt de 75.000 maar van de woningen is particulier, en van na net gehaald. de tweede wereldoorlog. De achterstallige vervanging groeit snel. Veel woningen zijn In Soest hebben we de afgelopen jaren zo’n technisch en qua duurzaamheid matig. 125 woningen per jaar bijgebouwd, dat is on- Woningen worden natuurlijk wel continu geveer 0,6% van onze woningvoorraad. Op opgeknapt. zich worden er het meeste woningen in de steden gebouwd en de kleinere kernen kun- Er zijn ook nog heel veel andere trends in nen in de luwte van de steden wat minder de woningmarkt zoals: een veranderende groeien. Amersfoort heeft een ambitie van prijs-kwaliteitsverhouding, veranderingen zo’n 2% per jaar toevoegingen. Maar daar- in de verhoudingen tussen spelers op de mee wordt de regionale vraag dus nog niet woningmarkt (die invloed heeft op de stuvolledig aangepakt.
Als vuistregel kunnen we ringsmogelijkheden voor woningbouw) en stellen dat we, als we in de gemeente Soest verschillende trends die de woningmarkt jaarlijks 1% aan de woningvoorraad zouden zelf beïnvloeden (woonwensen, doelgroetoevoegen (ongeveer 200 woningen) we het pen etc). Deze trends spelen binnen de alprobleem van de regionale woningmarkt gemene ‘koepel’ van de aantallen en werniet groter maar ook niet kleiner maken. ken we niet in deze omgevingsvisie uit.
De overheid (in de praktijk de gemeentelijke overheid) heeft het monopolie op het uitgeven van bouwrechten. Daarom is de uitspraak van een gemeente: ‘wij bouwen’ een juiste uitspraak. Deze uitspraak laat ook zien hoe groot de verantwoordelijkheid van een Behalve de structurele vraag is er een gemeente is. Als wij geen bouwrechten creëachterstand. Die achterstand ligt vooral ren komen er geen woningen. in de Randstad en bedraagt in 2021 zo’n 330.000 woningen. Al met al zou er onge- Woningen worden landelijk, en ook bij ons, veer in de Randstad ongeveer 2% per jaar maar mondjesmaat vervangen, in het huitoegevoegd moeten worden om binnen dige tempo ongeveer eens in de 400 tot
49
De spanning tussen het bouwen van nieuwe woningen en het behouden van het groen is het belangrijkste vraagstuk in onze gemeente. De landelijke druk op de woningmarkt is bij ons zeer merkbaar. Met name voor starters en voor ouderen die kleiner willen gaan wonen is het lastig een passende woning te vinden. Een langdurig gebrek aan woningen heeft effecten op de bevolkingsopbouw en de voorzieningen. Als er minder dan de ‘verdunning’ (minder mensen per woning, momenteel landelijk 0,38%/jaar) wordt bijgebouwd krimpt de bevolking. En als woningen erg duur zijn zullen bepaalde groepen weggedrukt worden waardoor bepaalde voorzieningen minder nodig zijn (bijvoorbeeld scholen), andere voorzieningen veranderen en er komen ook weer nieuwe bij. Op dit moment hebben we een bevolkingsprofiel met veel ouderen en redelijk veel gezinnen met kinderen. Dat vinden wij een kernkwaliteit van de gemeente Soest en de opgave voor deze omgevingsvisie is hoe je met woningbouw die opbouw in stand kunt houden en of het wenselijk zou zijn deze nog wat te verjongen.
wat we kunnen bouwen. In de kern Soest gaat het maar mondjesmaat met woningbouw. Er is een programma van een redelijke omvang maar dat kijkt slechts zo’n 5 jaar vooruit en de uitvoerbaarheid zal zeker geen 100% zijn. Het grootste probleem in de kern Soest op de middellange tot lange termijn is het gebrek aan locaties. Heel veel mensen vinden dat er gebouwd moet worden maar als we ze vragen waar dat dan zou moeten en kunnen, dan weten velen geen enkele plek en er is in ieder geval geen consensus over.
van de Heuvelrug en Masterplan Soesterberg. In het pakket zit zowel ruimte voor woningbouw als voor bedrijven(o.a. ook de transformatie van Soesterberg noord naar wonen). Er is geen beeld van de woningbouw na de twee genoemde projecten. Wel spelen er nog veel meer bouwprojecten rond Soesterberg, zowel in Zeist, Amersfoort als bij ons( zoals bijvoorbeeld een vernieuwingsopgave van de huurwoningen in Soesterberg en initiatieven langs de Wegh der Weegen).
Huidig beleid In het participatietraject voor deze visie • Het masterplan wonen speelt tot 2025. is het dilemma tussen de groene kwaliteit Daarna moet deze omgevingsvisie perenerzijds en de behoefte aan woningen anspectief geven hoe verder. derzijds centraal komen te staan. • Soesterberg: Masterplan, Hart van de Heuvelrug met woningbouwopgaves. Ook ‘inbreiding’ valt niet altijd mee. Het is vaak duur en een plan moet voldoen aan ei- Wat speelt er: Bedrijventerreinen en werken sen voor het soort woningen, parkeren, cir- (Lokale) ondernemers zijn belangrijk voor de culariteit, natuurinclusief bouwen, zorg en economie en worden erg gewaardeerd, onwonen, groen en beeldkwaliteit. Deze stape- dernemers hebben een verbindende rol in de ling van eisen kan ervoor zorgen dat het on- gemeente. Voor ondernemerschap is ruimte mogelijk wordt om te bouwen. nodig. Er is meer vraag naar bedrijventerrein dan aanbod. De bedrijventerreinen zijn In Soesterberg wordt er op dit moment ge- momenteel volledig uitgegeven en er is zeer De behoefte lokaal en regionaal is groter dan bouwd als onderdeel van de projecten Hart weinig ruimte voor uitbreiding.
Daar komt bij dat het aantal kleine bedrijven zeer sterk toeneemt, dat er ‘nieuwe sectoren’ op bedrijventerreinen gehuisvest worden die een ander type vastgoedvraag kennen en de externe druk op de bedrijventerreinen toeneemt met name door de woningbouwopgave.
Demografische druk (CBS, bewerking door ABF Research) 50
In het participatietraject is besproken hoe je bestaande bedrijventerreinen intensiever zou kunnen gebruiken. Daarbij kunnen we
aansluiten op nationale trends in bedrijventerreinen. Daarin zie je dat er aan de ene kant geautomatiseerde ‘megahallen’ komen en aan de andere kant gevarieerde multifunctionele terreinen met verblijfskwaliteit. Vooral de tweede trend biedt ruimte om je meer dan nu te richten op ‘arbeidsplaatsendichtheid’. Een verandering in ruimtegebruik maakt dat er een veranderende vraag is naar de manier waarop onze bedrijventerreinen in de toekomst functioneren. Het veranderende ruimtegebruik komt o.a. door de toename van ict en de gebruiksmogelijkheden ervan, automatisering en robotisering. Ook trends zoals gebruik en inzet van duurzame, circulaire en ambachtelijk productiemethoden en technologieën maken dat het ruimtegebruik van bedrijven verandert. Er is een trend waarin grote bedrijven steeds groter worden maar tegelijkertijd ook steeds meer kleinere bedrijven zich ontwikkelen of ontstaan. Voor Soesterberg is de voorgenomen ontwikkeling van defensie op het terrein rond het Zeisterspoor van belang, er zal daardoor veel meer bedrijvigheid komen in het gebied als geheel. Huidig beleid Er is momenteel bedrijventerreinen.
geen
beleid
voor
Wat speelt er: Ontmoeten en ontmoetingsplekken (waaronder winkelgebieden, cultuur, sport en samenleven) Door de bijzondere kenmerken van de gemeente liggen plekken waar je een ‘centrum-
gevoel’ kunt hebben verspreid. Vooral in de met horeca en/of cultuur (‘blurring’). Ten kern Soest speelt dit al jaren. tweede wordt de horeca als ‘publieke huiskamer’ steeds belangrijker. Verwacht wordt dat In de participatie werd duidelijk dat de in- de snelle groei van het afgelopen decennium woners van onze gemeente zich de versprei- wel wat zal afnemen, de focus zal meer koding van centrumplekken ook realiseren. In men te liggen op kwaliteit, beleving, specialide kern Soest is dit sowieso een langjarige satie. Ten derde komen we steeds meer af op discussie. Velen voelen zich comfortabel bij evenementen en die evenementen worden de uitspraak: ‘het centrum is waar de men- steeds vaker op bijzondere plekken georgasen zijn’. niseerd, of het nu gaat om muziek, kunst- en cultuur, ‘interest-events’, sport. Steeds meer We hebben in Nederland een traditie om worden dit soort evenementen gemengd detailhandel en horeca ‘in te zetten’ om een met andere functies en op de meest onvercentrumgevoel te maken. En dat was ook wachte plekken georganiseerd (muziek op logisch want uiteindelijk gaat het er bij het een boot op de Eem bijvoorbeeld). centrumgevoel om dat er veel mensen bij elkaar zijn, en als je die mensen bij elkaar Deze processen vinden op alle plekken hebt dan liggen er ook commerciële kansen.