4b 4 Bijlage 3 Ontwerpbestemmingsplan Nieuweweg 2A 201209 toelichting + regels.pdf
Tekst van het document
4.10
Bomen effect Analyse
4.10.1 Inleiding De gemeente Soest beschikt over een groen karakter, vanwege de grote bos- en natuurgebieden en het groen tussen en rondom de bebouwing. Het groen tussen en rondom de bebouwing dragen bij aan een prettige woonomgeving. Het groene karakter moet dan ook beschermd worden. In 2012 is de nota ‘Bescherming en kap van bomen’ vastgesteld door de gemeente Soest. De regels over het beschermen en kappen staan verwoord in de Algemene plaatselijke verordening (APV), deze is vastgesteld in 2018.
32
(ontwerp)
bestemmingsplan Nieuweweg 2C Het bomenbeleid van de gemeente is gericht op het beschermen van bomenstructuren, bomen in bosrijke woongebieden en waardevolle bomen en monumentale bomen. Ook worden toekomstig monumentale particuliere bomen op grote percelen (minimaal 175 m²) beschermd. Voor het vellen (kappen, rooien, ingrijpend snoeien, dunnen of verplanten) van deze bomen gelden regels. Er zijn vijf categorieën van bomen die worden beschermd, te weten: bomenstructuren; monumentale bomen (openbare en particuliere bomen); waardevolle bomen (openbare bomen); particuliere bomen op percelen = 175 m²; overige openbare bomen. Alle beschermwaardige bomen (categorie 1 tot en met 3) zijn op de ‘Bomenkaart van Soest’ vastgelegd. Daarnaast staan de monumentale en waardevolle bomen in een register, waardoor deze duurzaam worden beschermd. Voor de beschermwaardige bomen wordt in principe geen vergunning voor kap verleend, tenzij sprake is van zwaarwegende verwijderingbelangen. Dit is bijvoorbeeld aan de orde als de veiligheid in het geding komt. Voor de overige bomen in (categorie 4 en 5) geldt dat een vergunning wordt verleend, mits geen sprake is van een weigeringsgrond. Hierbij kan een herplantplicht worden opgelegd 4.10.2 Onderzoek In december 2019 is door Copijn Boomspecialisten een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd bij 28 bomen op de Nieuweweg 2 te Soest.
Doel van dit onderzoek is het informeren van de opdrachtgever over de (on)mogelijkheden van het uitvoeren van werkzaamheden in de nabijheid van de bomen. De hoofdvraag een Bomen Effect Analyse (hierna te noemen BEA) is: ‘Kan de boom, in het perspectief van de voorgenomen werkzaamheden en de toekomstige situatie, in zijn huidige verschijningsvorm en op deze standplaats, duurzaam behouden blijven?’. Uit het onderzoek blijkt dat er zeven bomen vergunningsplichtig zijn.
Bomenkaart met in geel de boomnummers.
(ontwerp)
33
bestemmingsplan Nieuweweg 2C De vergunningsplichtige bomen zijn: boom 1, 3, 4, 10, 12, 25 en 26. Van deze zeven bomen hebben drie een lage boomwaarde: boom 3, 4 en 12. Bomen 3 en 4 betreffen taxusbomen die recent zijn getopt. Waarschijnlijk zijn deze bomen aangeplant als haagboom maar te lang niet gesnoeid. Boom 12 betreft een uitgegroeide kerstboom. Dit is een type boom met een lage esthetische waarde, met name wanneer deze dicht opeen groeit zoals hier het geval. Boom 1 staat op de grens met het toekomstige kavel, boom 2 staat voor het geplande woonhuis en boom 10 staat voor de geplande garage. De huidige inrit tussen de beplantingsstrook en de tuin is breed en sterk verhard omdat het ingericht is als parkeerplaats voor een vrachtwagen. Dit maakt de inrit zeer geschikt als bouwweg. Wanneer de huidige inrit wordt gebruikt voor de bouwweg dan kan de voortuin worden gespaard en zijn de bomen in de voortuin te behouden. Hiertoe behoren de bomen 1 en 2. Bomen 1 en 2 zijn goed te behouden als de werkzaamheden alleen worden uitgevoerd vanaf de huidige inrit. De bomen 8-19 staan voor de geplande garage. Voor de garage is een oprit nodig en minstens een deel van deze bomen verliezen hun groeiplaats aan de nieuwe oprit. Met aanpassingen van de nieuwe oprit is een deel van de bomen te behouden (bomen 8-11).
Geadviseerd wordt de nieuwe oprit in een slinger langs bomen 8-11 te laten lopen. Tevens wordt geadviseerd bomen 8, 9 en 11 te gaan beheren als haagboom en boom 10, de fraaie beuk, uit te laten groeien als solitaire boom.
Geplande situatie. (Blauw wordt de nieuwe kavelgrens. Geel is de geadviseerde nieuwe oprit. Groen het te beschermen plantvak van boom 10). 4.10.3 Conclusie Doordat met de uitvoering van het plan rekening wordt gehouden met het advies van de BEA, is de uitvoering geen belemmering.
4.11
Duurzaam bouwen
Duurzaam bouwen is bouwen met duurzaamheid als doel. Zowel in de ontwerpfase, de bouwfase en de gebruiksfase. Een duurzaam gebouw moet volgens de Nederlandse rijksoverheid idealiter: energie besparen; (schaarse) materialen besparen; water besparen; een gezond binnenmilieu hebben;
34
(ontwerp)
bestemmingsplan Nieuweweg 2C weinig hinder opleveren wat betreft licht, geluid en dergelijke; niet tot vervuiling leiden, zoals bijvoorbeeld CO2-uitstoot; uit materialen bestaan die men kan hergebruiken. Duurzaam bouwen is meer dan energiebesparing Duurzaam bouwen betekent dat gebouwen en andere bouwwerken ontwikkeld en gebruikt worden met respect voor mens en milieu. Het gaat bij duurzaam bouwen niet alleen om energiebesparing in huizen en gebouwen, maar bijvoorbeeld ook om: gebruik van duurzame materialen die rekening houden het milieu en de gezondheid van bewoners en gebruikers; een gezond binnenmilieu bijvoorbeeld door goede ventilatie om vocht, schimmel en ophoping van schadelijke stoffen te voorkomen; voorkomen dat grondstoffen voor bouwmaterialen uitgeput raken. Voor gebouwontwerpen kunnen van te voren bepaald worden welk ambitieniveau gewenst is. De te nemen maatregelen kunnen door de gemeente of ontwikkelaar zelf worden gekozen om een bepaald niveau te bereiken. Hierna volgen enkele specificaties die betrekking hebben op duurzaamheid. Wettelijk: Bouwbesluit 2012 De wettelijke eisen aan nieuwbouw van woningen staan in het bouwbesluit. De volgende eisen worden gesteld bij nieuwbouw en/of verbouwingen:. 1. Een minimale isolatiewaarde voor dichte uitwendige scheidingsconstructies. 2. Een maximale U-waarde voor ramen (glas en kozijn) en deuren. 3.
Een minimale EPC waarde afhankelijk van het type gebouw. 4. Milieuprestatie Gebouw (MPG). Kansen duurzaam bouwen Materiaalgebruik. Pas FSC hout toe in de kozijnen of inlands hout uit duurzaam beheerde bossen. Kijk naar soort isolatie. Het streven van initiatiefnemer is om zoveel mogelijk te werken met BIM (Bouw Informatie Model), zodat tijdens het gehele proces vanaf de start tot en met de realisatie, met bovenstaande aspecten van duurzaam bouwen rekening wordt gehouden.
4.12
Onderzoeksplicht vanwege mer-wetgeving
4.12.1 Algemeen Op 1 april 2011 is het (gewijzigde) Besluit m.e.r. in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.-beoordeling) van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in lijst D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. Daarbij zijn in het bijzonder de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EU-richtlijn van belang. Deze omstandigheden betreffen onder andere de kenmerken van de potentiële effecten en cumulatie. Op grond van artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht moet het bevoegd gezag zijn eventuele keuze om géén m.e.r.-beoordeling uit te voeren voor een activiteit die beneden de drempelwaarde valt, motiveren in de overwegingen van het moederbesluit. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Op basis van de vormvrije m.e.r. blijkt of al dan niet een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. 4.12.2 Onderzoek De planvoornemens blijven onder de drempelwaarden die zijn opgenomen in het Besluit m.e.r. Uit de verrichte milieuonderzoeken blijkt voorts dat het planvoornemen geen (significante) negatieve effecten op de omgeving legt.
4.12.3 Conclusie Voor het plan hoeft derhalve geen m.e.r.-(beoordelings)procedure te worden doorlopen.
(ontwerp)
35
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
36
(ontwerp)
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische toelichting
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.
5.2
De regels
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. Ook de Standaard voor vergelijkbare bestemmingsplannen 2008 (SVBP2008) is vanaf deze datum verplicht. De Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2008 maakt het mogelijk bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. Vergelijkbare bestemmingsplannen leiden tot een betere dienstverlening en tot een effectievere en efficiëntere overheid. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels. 2. Bestemmingsregels. 3. Algemene regels. 4. Overgangs- en slotregels. 5.2.1 Inleidende regels Hoofdstuk 1 van de regels geeft de inleidende regels.
Het betreft de begripsbepalingen, waarin de in het plan voorkomende begrippen worden gedefinieerd, en de wijze van meten. 5.2.2
Bestemmingsregels
Hieronder wordt per bestemming een toelichting gegeven op de regels. ‘Tuin’ Het voorerf, aan de straatzijde van het plangebied, is bestemd als ‘Tuin’. De gronden ter plaatse van deze bestemming zijn bedoeld voor de tuinen en parkeervoorzieningen bij de woningen. Daarnaast zijn deze bedoeld voor de perceelsontsluitingen. ‘Wonen’ De gronden waar de woning wordt gerealiseerd en de gronden ter plaatse van het achtererfgebied is bestemd als ‘Wonen’. Deze gronden zijn bestemd voor wonen, al dan niet met een beroep of bedrijf aan huis. Daarnaast zijn hier tuinen en erven, parkeervoorzieningen met bijbehorende ontsluitingsverhardingen, bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken en overige voorzieningen, zoals groenvoorzieningen en nutsvoorzieningen toegestaan. De woning moeten in de vorm van een vrijstaande woning en binnen het bouwvlak worden gerealiseerd. De maximale goot- en bouwhoogten voor de woningen zijn respectievelijk 5 meter en 9 meter, gelijk aan de aangrenzende bebouwingsmogelijkheid van de woning Nieuweweg 4. Aan- of uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen binnen deze woonbestemming, zowel binnen als buiten het woningvlak worden gebouwd.
(ontwerp)
37
bestemmingsplan Nieuweweg 2C ‘Waarde - Archeologie hoge verwachting’ Het gehele plangebied heeft de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie hoge verwachting'. Deze gronden zijn, behalve voor de hierboven beschreven bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van een gebied met hoge archeologische verwachtingswaarde. De bestemming 'Waarde - Archeologie hoge verwachting' heeft voorrang op de andere op de gronden voorkomende bestemmingen. 5.2.3
Algemene regels
Antidubbeltelbepaling In de regels is een bepaling opgenomen om te voorkomen, dat gronden die bij een eerder bouwplan reeds in aanmerking zijn genomen voor het toestaan van het bouwplan, nogmaals meegeteld worden. Algemene bouwregels In deze regel zijn algemene bouwregels opgenomen, die gelden voor alle bestemmingen in het plan. Er is bijvoorbeeld een regeling voor de onderkeldering van gebouwen. Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksbepaling wordt voor een aantal zaken expliciet aangegeven, dat deze als strijdig gebruik worden aangemerkt en daarmee onder het verbod vallen zoals opgenomen in artikel 2.1 van de Wabo. Indien in een bepaald geval gebruik in strijd met bijvoorbeeld de doeleindenomschrijving van een bestemming of met een verleende vrijstelling wordt geconstateerd, dan is er sprake van een overtreding, waartegen kan worden opgetreden. Algemene afwijkingsregels Het plan bevat een algemene afwijkingsbevoegdheid om een aantal nodige zaken en ondergeschikte afwijkingen mogelijk te maken. Algemene wijzigingsregels Het plan bevat één wijzigingsbevoegdheid, dit is met betrekking tot archeologie. 5.2.4
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht Uitgangspunt in een nieuw bestemmingsplan is dat bestaande bouwwerken en gebruiksvormen in principe positief worden bestemd, dus als zodanig als recht zijn toegestaan. De overgangsrechtelijke bepalingen zijn bindend voorgeschreven in art. 3.2.1 en 3.2.2 Bro. Deze overgangsrechtelijke bepalingen dienen om te waarborgen, dat een bestaand bouwwerken of een bestaand gebruik dat niet in overeenstemming is met het nieuwe plan en waarvan sloop respectievelijk beëindiging wordt beoogd, als zodanig voorlopig kan blijven voortbestaan. Het bouwwerk of gebruik wordt dan als zodanig gedoogd, totdat in de loop van de planperiode wordt beslist over sloop respectievelijk beëindiging. Bouwwerken en gebruiksvormen, die al in strijd zijn met het vorige bestemmingsplan worden expliciet uitgesloten van het overgangsrecht van het nieuwe plan. Ze worden niet gedoogd onder het nieuwe plan, maar blijven in strijd daarmee. Handhaving door sloop respectievelijk gebruiksbeëindiging blijft een optie. Slotregel Hier is bepaald hoe de regels van dit bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.
5.3
De verbeelding
Het plangebied is getekend op gekleurde verbeeldingen, schaal 1:1000. De verbeelding is IMROgecodeerd, conform IMRO2012. Voor de verbeelding is aangesloten bij de systematiek van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012, welke bindend is voorgeschreven in de ministeriële regeling standaarden ruimtelijke ordening.
38
(ontwerp)
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een ontwerp voor een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting van een bestemmingsplan minimaal inzicht te worden gegeven in de uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, onder meer voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, deze moeten kunnen worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient vast te worden gelegd in een exploitatieplan. Een exploitatieplan is alleen nodig voor die ontwikkelingen, die met het plan mogelijk worden gemaakt en waarvoor, voor vaststelling van het bestemmingsplan, geen privaatrechtelijke overeenkomsten worden gesloten. Conform artikel 6.12. lid 2 Wro kan de gemeenteraad besluiten om geen exploitatieplan vast te stellen indien het verhaal van de kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluiten begrepen gronden anderszins verzekerd is. Het voorliggende bestemmingsplan heeft als doel een nieuw planologisch juridisch kader te creëren voor de toevoeging van een woning. Het betreft een particulier initiatief.
De financiering van alle kosten die verbonden zijn aan de uitvoering van het bestemmingsplan komen dan ook voor rekening van de initiatiefnemer(s). In dit kader zal de gemeente Soest met de initiatiefnemer(s) een overeenkomst sluiten waarin afspraken zijn vastgelegd inzake het kostenverhaal. Het plan heeft dan ook geen financiële gevolgen voor de gemeente Soest. Concluderend kan gesteld worden dat er geen kosten voor de gemeente verbonden zijn aan de uitvoering van het bestemmingsplan en het bestemmingsplan economisch uitvoerbaar is. Er kan worden afgezien van het vaststellen van een exploitatieplan ex artikel 6.12 Wro, omdat dekking van het kostenverhaal anderszins verzekerd is.
(ontwerp)
39
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
40
(ontwerp)
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
Hoofdstuk 7
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.1
Procedure en fase bestemmingsplan
7.1.1
Vooroverleg
Het bestemmingsplan wordt in het kader van het vooroverleg, als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), toegestuurd aan de gebruikelijke diensten en instanties. 7.1.2
Participatie
Initiatiefnemer heeft de buurt geinformeerd over het voornemen om naast zijn woning een vrijstaande woning te willen realiseren. Hierop is grotendeels positief gereageerd. Deze buren hebben hun handtekening geplaatst dat zij instemmen met het plan (zie Bijlage 8) 7.1.3
Inspraak
In voorliggend geval wordt geen voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. 7.1.4
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende zes weken voor een ieder en ter inzage gelegd. Tijdens die periode zijn ...... zienswijzen ingediend.
(ontwerp)
41
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
42
(ontwerp)
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
Bijlagen
(ontwerp)
43
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
44
(ontwerp)
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
Bijlage 1
(ontwerp)
Archeologisch onderzoek
45
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
46
(ontwerp)
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
Bijlage 2
(ontwerp)
Verkennend bodem- en asbestonderzoek
47
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
48
(ontwerp)
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
Bijlage 3
(ontwerp)
Watertoets
49
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
50
(ontwerp)
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
Bijlage 4
(ontwerp)
Samenvatting watertoets
51
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
52
(ontwerp)
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
Bijlage 5
(ontwerp)
Natuurtoets
53
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
54
(ontwerp)
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
Bijlage 6
(ontwerp)
Akoestisch onderzoek
55
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
56
(ontwerp)
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
Bijlage 7
(ontwerp)
Bomen Effect Analyse
57
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
58
(ontwerp)
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
Bijlage 8
(ontwerp)
Overleg
59
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
60
(ontwerp)
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
Regels
(ontwerp)
61
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
62
(ontwerp)
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan:
het bestemmingsplan 'Nieuweweg 2C' met identificatienummer NL.IMRO.0342.BPSOE0061-0201 van de gemeente Soest. 1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar -ingevolge de regelsregels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5
aan- en uitbouw:
een aan een hoofdgebouw aangebouwde ruimte, die een directe verbinding vormt met dat hoofdgebouw en dat als uitbreiding van de woning dient en door zijn situering en/of afmetingen ondergeschikt is aan dat op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw. 1.6
achtererfgebied:
erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 m. van de voorkant, van het hoofdgebouw. 1.7
achtergevel:
de van de weg afgekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één van de van de weg afgekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt. 1.8
ander bouwwerk:
een bouwwerk, geen gebouw zijnde. 1.9
archeologisch deskundige:
de gemeentelijke archeoloog of een andere door Burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van archeologie. 1.10
archeologisch onderzoek:
onderzoek verricht door de gemeente Soest of namens de gemeente Soest door een dienst, bedrijf of instelling, beschikkend over een opgravingsvergunning ex artikel 5.1 van de Erfgoedwet en werkend volgens de kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie. 1.11
archeologisch verwachtingsgebied:
terrein dat op basis van de Archeologische Verwachtings- en Beleidsadvieskaart van de gemeente Soest op de verbeelding is aangeduid als gebied met lage, dan wel middelmatige of onbekende, dan wel hoge archeologische verwachting. 1.12
archeologische waarde:
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden.
(ontwerp)
63
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
1.13
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of andere bouwwerken. 1.14
bedrijf:
een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop dan wel levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende activiteiten. 1.15
bedrijf aan huis:
het bedrijfsmatig verlenen van diensten of het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid door de hoofdbewoner, gericht op consumentenverzorging, geheel of overwegend door middel van handwerk, alsmede handelsactiviteiten via internetwinkels, waarvan de omvang zodanig is, dat de activiteit in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend. 1.16
begane grondbouwlaag:
de eerste bouwlaag van een gebouw, niet zijnde een kelder. 1.17
bestaand:
a. bij bouwwerken: bestaand ten tijde van de in werking treding van dit bestemmingsplan en met een vergunning gebouwd; b. bij gebruik: bestaand ten tijde van de in werking treding van het betreffende gebruiksverbod. 1.18 bestemmingsgrens: de grens van het bestemmingsvlak. 1.19
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met een zelfde bestemming. 1.20
bevoegd gezag:
bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.21
bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak. 1.22
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.23
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak. 1.24
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.25
bouwperceelsgrens:
de grens van een bouwperceel.
64
(ontwerp)
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
1.26
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en andere bouwwerken zijn toegelaten. 1.27
bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.28
bruto vloer oppervlakte (BVO):
de totale oppervlakte van gebouwen ten dienste van de bedrijfsactiviteiten, met inbegrip van daartoe behorende opslag- en overige dienstruimten. 1.29
dakkapel:
een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst. 1.30
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop of te huur aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen, die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending overwegend anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, met uitzondering van het bieden van gelegenheid om gekochte etenswaren ter plaatse te nuttigen. 1.31
erf:
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden. 1.32
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.33
gemeentelijke parkeernormen:
de parkeernorm, zoals vastgelegd in de gemeentelijke nota 'Parkeernormen auto en fiets, 3e herziening' d.d. 28 september 2017. 1.34
hoofdbewoner:
degene die in de gemeentelijke basisadministratie als zodanig voor het betreffende adres vermeld staat, alsmede de personen die deel uitmaken van zijn/haar huishouden. 1.35
hoofdgebouw:
een woning of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer woningen of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.36
horeca:
a. een bedrijf, in hoofdzaak gericht op: 1. het verstrekken van ter plaatse te nuttigen spijzen en/of dranken; 2. het verstrekken van nachtverblijf; 3. het verhuren en ter plaatse beschikbaar stellen van zaalruimten. b. tot horeca worden ook afhaalzaken en maaltijdbezorgdiensten gerekend.
(ontwerp)
65
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
1.37
kelder:
een overdekte, met wanden omsloten, voor mensen toegankelijke ruimte, beneden of tot ten hoogste 0,5 m boven de kruin van de weg, waaraan het bouwperceel is gelegen. 1.38
nutsvoorzieningen:
voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.39
openbaar gebied:
weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer. 1.40
overkapping:
een ander bouwwerk dat een overdekte ruimte vormt zonder, dan wel met ten hoogste één wand. 1.41
peil:
a. voor gebouwen waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang, vermeerderd met 5 cm. b. in andere gevallen: de hoogte van het aan het bouwwerk aansluitende terrein, vermeerderd met 5 cm., waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven. 1.42 perceel: een aaneengesloten stuk grond dat een eenheid vormt in gebruik. 1.43
seksinrichting:
een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht. Onder een seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.44
verbeelding:
de kaart met bijbehorende verklaring waarop de bestemmingen alsmede de aanduidingen van de in het plan begrepen gronden zijn aangewezen. 1.45
vlak:
een geografisch bepaald gebied. 1.46
voorgevel:
de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt. 1.47
woning:
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 1.48
wonen:
de huisvesting van één huishouden in een woning.
66
(ontwerp)
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
1.49
zijdelingse perceelsgrens:
de grens tussen twee percelen, die voor- en achterzijde van een perceel verbindt.
(ontwerp)
67
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
68
(ontwerp)
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
Artikel 2 2.1
Wijze van meten
Meetregels
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: a. afstand tot de (zijdelingse) perceelsgrens: de kortste afstand van een bouwwerk tot de (zijdelingse) perceelsgrens; b. afstand tussen gebouwen: de kortste afstand tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de gebouwen; c. bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; d. bruto vloeroppervlakte van een gebouw: gemeten (op alle bouwlagen) op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, of tot het hart van de desbetreffende scheidingsconstructie, indien de binnenruimte van het gebouw grenst aan de binnenruimte van een ander gebouw; e. dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; f. goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. druiplijn, het boeiboord of daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Indien het terrein voor en achter het bouwwerk niet even hoog ligt, wordt de goothoogte gemeten aan de voorgevel; voor de achtergevel liggen in dat geval de goothoogten op dezelfde werkelijke hoogte als bij de voorgevel. Indien de voorgevel wordt uitgevoerd als opgaande topgevel, gelden de goothoogten voor de zijgevels.
Zij worden gemeten uit het terrein, aanliggende aan de voorgevel; g. inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; h. netto vloeroppervlakte van een gebouw: binnen de afgewerkte omtrekwanden, onder aftrek van de in de ruimte uitspringende onderdelen van het gebouw, zoals schoorsteenstoelen, kanalen en kasten, doch zonder aftrek van plinten en vast meubilair, zoals aanrechten en verwarmingslichamen; de vloeroppervlakte van een verdieping, waarboven minder dan 1,5 meter hoogte aanwezig is, wordt buiten beschouwing gelaten; i. oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; j. verticale bouwdiepte van een bouwwerk: vanaf het peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend. 2.2 Aanvullende meetregels Bij het meten gelden de volgende aanvullende regels: a.
ondergeschikte bouwonderdelen: bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, bestemmings- en aanduidingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt; b. relatie: indien op de verbeelding twee of meer bestemmingsvlakken dan wel bouwvlakken door middel van de aanduiding 'relatie' met elkaar zijn verbonden, dan worden die bestemmingsvlakken dan wel bouwvlakken bij de toepassing van deze regels aangemerkt als één bestemmingsvlak respectievelijk één bouwvlak.
(ontwerp)
69
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
70
(ontwerp)
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Tuin
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen gebouwen; b. perceelsontsluitingen en parkeervoorzieningen; c. waterhuishoudelijke voorzieningen.. 3.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: 3.2.1
Erkers
Op de voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn geen gebouwen en/of overkappingen toegestaan, met dien verstande, dat een erker aan de voor- en zijgevel van een hoofdgebouw is toegestaan, mits: a. de diepte, gemeten uit de betreffende gevel(s) van, niet meer dan 1,50 meter bedraagt; b. de gezamenlijke oppervlakte van de erker(s) bij elke woning niet meer dan 6 m² bedraagt; c. een erker niet meer dan 1 bouwlaag heeft; d. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 20 centimeter boven de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw waaraan de erker wordt aangebouwd. 3.2.2 Andere bouwwerken a. de bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan in de tabel is aangegeven: ander bouwwerk
voor de voorgevel hoofdgebouw
achter de voorgevel hoofdgebouw
vlaggenmasten
8 meter
8 meter
perceelafscheidingen
1 meter
2 meter
overige andere bouwwerken
1 meter
2 meter
b. een overkapping boven de voordeur is toegestaan, mits: 1. de breedte maximaal 120% bedraagt van de breedte van de entreepartij; 2. de horizontale diepte niet meer dan 1,50 meter bedraagt, gemeten uit de voorgevel van het gebouw waaraan wordt aangebouwd; 3. het om een open constructie zonder zijwanden gaat; 4. de bouwhoogte niet meer dan 3 meter bedraagt.
(ontwerp)
71
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
72
(ontwerp)
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
Artikel 4 4.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. al dan niet met een beroep of bedrijf aan huis; met de daarbij behorende: c. tuinen en erven; d. parkeervoorzieningen met bijbehorende ontsluitingsverhardingen; e. bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken; f. overige voorzieningen, zoals groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en nutsvoorzieningen. 4.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: 4.2.1 Hoofdgebouwen a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, met de voorgevels gekeerd naar de weg; b. ter plaatse van de bouwaanduiding 'vrijstaand' zijn uitsluitend vrijstaande woningen toegestaan; c. ter plaatse van de maatvoeringsaanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte' mogen de goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven; d. onder woningen zijn kelders toegestaan tot een verticale bouwdiepte van 3,3 meter; e. op woningen zijn dakkapellen toegestaan, mits deze voldoen aan de redelijke eisen van welstand, zoals verwoord in de Welstandsnota, zoals verwoord in de welstandsnota d.d. 3 juni 2004. 4.2.2 Bijbehorend bouwwerk a. bijbehorende bouwwerken mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd; b.
de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak mag niet meer bedragen dan 20% van de oppervlakte van de bij de woning behorende gronden met de bestemming wonen en tuin met een maximum van 150m2; c. de goot- en bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan hierna is aangegeven: bijbehorend bouwwerk
goothoogte
bouwhoogte
gebouwen
3 meter
5 meter
overkappingen
3 meter
5 meter
d. geen deel van een bijbehorende bouwwerk mag uitsteken buiten de denkbeeldige vlakken, die de denkbeeldige verticale vlakken boven de grenzen van het perceel onder een hoek van 142° snijden ter hoogte van de maximum goothoogte die geldt voor het desbetreffende bijbehorende bouwwerk. 4.2.3 Andere bouwwerken a. voor het bouwen van een zwembad geldt dat de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens ten minste 3 meter dient te bedragen; b. het totaal aan bebouwing buiten het bouwvlak mag niet meer bedragen dan 20 % van de bij een woning behorende gronden; c. de bouwhoogte van andere bouwwerken bedraagt niet meer dan in de tabel is aangegeven: situering
bouwhoogte
voor de voorgevel van het hoofdgebouw
1 meter
achter de voorgevel van het hoofdgebouw
2 meter
(ontwerp)
73
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
4.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken voor de bouw van een bijbehorend bouwwerk met een hogere goot- en/of bouwhoogte, mits: a. daarmee een betere aansluiting op de hoogte van de begane grond laag van het hoofdgebouw kan worden verkregen; b. de kapvorm en dakhellingen van het hoofdgebouw worden overgenomen; c. de bouwhoogte tenminste 2 meter onder de bouwhoogte van het hoofdgebouw ligt. 4.4 Nadere eisen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning nadere eisen stellen aan de omvang en situering van bijbehorende bouwwerken die binnen 2 meter van de perceelsgrenzen zijn gesitueerd, vanwege het woon- en leefklimaat op de aangrenzende percelen. 4.5
Specifieke gebruiksregels
Voor het gebruik gelden de volgende regels: a. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken dient functioneel ondergeschikt te zijn aan het hoofdgebouw, dus te gebruiken voor functies zoals garage, stalling, hobbyruimte, bergruimte, kas, huisdierenverblijf, en voor een aan huis gebonden bedrijf of beroep; b. hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken mogen worden gebruikt ten behoeve van de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis, met dien verstande dat: 1. de woonfunctie daardoor niet mag worden verdrongen en maximaal 50 m² van het hoofdgebouw en de bijbehorende bouwwerken voor de bedoelde activiteiten mag worden gebruikt; 2. het beroep- of bedrijf aan huis door de hoofdbewoner wordt uitgeoefend; 3. in het kader van een beroep of bedrijf aan huis mogen maximaal 2 personen in de woning werkzaam zijn, mits kan worden voldaan aan de parkeernormen volgens de 'Beleidsnota parkeernormen en parkeerfonds' (1e herziening) d.d. 18 februari 2010 van de gemeente Soest; 4. uitsluitend beroeps- en bedrijfsactiviteiten kunnen worden toegestaan in de categorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten aan huis in Bijlage 1; 5. er geen horeca of detailhandel wordt uitgeoefend, met uitzondering van beperkte verkoop als ondergeschikte nevenactiviteit van de beroeps- of bedrijfsmatige activiteit; 6.
door de bedrijvigheid geen onevenredige vergroting van de verkeers- en parkeerdruk optreedt, met dien verstande dat, behoudens in- en uitladen, geen bedrijfsmatige activiteiten in het openbaar gebied rond de betreffende kleinschalige bedrijvigheid mogen plaatsvinden; 7. er geen reclame wordt gemaakt aan of bij de woning, met uitzondering van een klein bord, met een maximale oppervlakte van 0,5 m², voor de mededeling van het beroep, de openingstijden etc. 8. bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwwerk, enige andere functie dan genoemd in lid 4.1, moet voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen worden gerealiseerd conform de 'Nota parkeernormen auto en fiets 3e herziening, slimmer en beter' d.d. 28 september 2017 (Bijlage 2). Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt rekening gehouden met deze wijziging. 4.6 Voorwaardelijke verplichting Een aanvraag om omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt slechts verleend, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: Door middel van berekeningen moet worden aangetoond dat aan de vereiste karakteristieke geluidwering van de gevels wordt voldaan.
74
(ontwerp)
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
Artikel 5 5.1
Waarde - Archeologie hoge verwachting
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie hoge verwachting' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van een gebied met hoge archeologische verwachtingswaarde, waarbij de bestemming 'Waarde - Archeologie hoge verwachting' voorrang heeft op de andere daar voorkomende bestemming(en). 5.2
Bouwregels
Voor het bouwen gelden de volgende regels: 5.2.1
Verbod
Op de voor 'Waarde - Archeologie hoge verwachting' mede bestemde gronden is het verboden om zonder een afwijking zoals bedoeld in 5.3 te bouwen of te laten bouwen krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en). 5.2.2
Uitzonderingen
Het onder 5.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing op: a. bebouwing die nodig is voor het archeologisch onderzoek met een maximale bouwhoogte van 5 meter, of; b. bebouwing op gronden waarvan kan worden aangetoond dat de laag met verwachtingen al is geroerd, of; c. bebouwing waarvan op voorhand is vastgesteld dat het belang van de archeologie niet onevenredig wordt geschaad, of; d. bebouwing waarvan de ondergrondse bouwdiepte niet meer bedraagt dan 30 centimeter en die kan worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), of; e. de verbouwing en/of sloop- en nieuwbouw van bestaande bebouwing krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits: 1. de bestaande fundering wordt gebruikt; 2. de bestaande oppervlakte met niet meer dan 100 m² wordt uitgebreid, of; f. bebouwing waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan 100 m² en die kan worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en). 5.3 Afwijken van de bouwregels 5.3.1
Afwijking
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het verbod in 5.2.1 voor het bouwen volgens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden verstoord. 5.3.2
Beperkingen
Het bevoegd gezag kan onder beperkingen afwijken en de volgende voorschriften aan de afwijking verbinden: a. de verplichting tot het (laten) treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het (laten) doen van opgravingen, of de verplichting de activiteit, die leidt tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. 5.3.3 Advies Alvorens het bevoegd gezag beslist over een afwijking winnen zij schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de afwijking archeologische waarden (kunnen) worden aangetast, en welke voorschriften aan de afwijking moeten worden verbonden.
(ontwerp)
75
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1
Verbod
Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie hoge verwachting' aangewezen gronden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: a. de bodem met meer dan 1 meter op te hogen boven het bestaande maaiveld; b. het verwijderen van funderingen op een diepte van meer dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld; c. de aanleg of uitbreiding van oppervlakteverhardingen met een gezamenlijke oppervlakte van meer dan 100 m² zoals wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; d. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, vijvers, sloten, greppels en andere wateren; e. de aanleg van drainage op een diepte van meer dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld; f. de aanleg van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies op een diepte van meer dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld; g. het planten en/of het vellen/rooien van diepwortelende bomen en/of beplanting; h. andere grondbewerkingen op een diepte van meer dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld. 5.4.2 Uitzonderingen Het onder 5.4.1 genoemde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden: a. die normale onderhoud betreffen, of; b.
die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treding van het bestemmingsplan, of; c. die het archeologisch onderzoek betreffen, of; d. die een oppervlakte van 100 m² of minder beslaan, of; e. die zijn voorzien op gronden waarvan kan worden aangetoond dat de laag met verwachtingen al is geroerd, of; f. waarvan op voorhand is vastgesteld dat het belang van de archeologie niet onevenredig wordt geschaad. 5.4.3 Toetsingscriteria De vergunning wordt verleend, indien de in 5.4.1 bedoelde werken of werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van de archeologische waarden, of indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. 5.4.4
Voorwaarden
Het bevoegd gezag kan de vergunning onder beperkingen verlenen en de volgende voorschriften aan de vergunning verbinden: a. de verplichting tot het (laten) treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het (laten) doen van opgravingen, of de verplichting de activiteit, die leidt tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. 5.4.5 Advies Alvorens het bevoegd gezag beslist over een vergunning winnen zij schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige, omtrent de vraag of door het verlenen van de vergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast, en welke voorschriften aan de vergunning moeten worden verbonden.
76
(ontwerp)
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
5.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de bestemming 'Waarde - Archeologie hoge verwachting' geheel of gedeeltelijk laten vervallen, indien op basis van een nader archeologisch onderzoek is gebleken dat de archeologische waarden van de gronden niet behoudenswaardig zijn of niet langer aanwezig zijn.
(ontwerp)
77
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
78
(ontwerp)
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
Hoofdstuk 3 Artikel 6
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
(ontwerp)
79
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
80
(ontwerp)
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
Artikel 7 7.1
Algemene bouwregels
Overschrijding bouwgrenzen
De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van aanduidingen, aanduidingsgrenzen en regels worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding ten hoogste 2,5 meter bedraagt; b. tot gebouwen behorende erkers en serres, mits de overschrijding ten hoogste 2 meter bedraagt; c. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding ten hoogste 1,5 meter bedraagt. 7.2 Onderkeldering van gebouwen Daar waar volgens deze regels woningen zijn toegestaan, mag tevens onderkelderd worden. Voor het bouwen onder een gebouw gelden de volgende regels: a. verticale bouwdiepte mag maximaal 3,3 meter bedragen; b. het deel van de kelder, dat verder reikt dan het oppervlak van het gebouw vanaf peil wordt meegeteld bij de oppervlaktebebouwing en bedraagt niet meer dan de maxima zoals deze zijn gesteld in de daar voorkomende bestemming; c. de voorzieningen voor de toetreding van daglicht mogen maximaal 1 meter uit de gevel van de kelder worden gebouwd; d. toelaatbaar zijn uitsluitend ondergrondse ruimten, die een functionele eenheid vormen met de ter plaatse toegestane functies, zoals (huishoudelijke) bergruimten, parkeerruimten en fietsenstallingen.
7.3 Ondergrondse parkeervoorzieningen Parkeervoorzieningen kunnen gerealiseerd worden in een kelder, mits de parkeervoorziening binnen het bouwvlak wordt gerealiseerd. 7.4
Maximum goothoogte
a. Van een gebouw waarvoor geen bouwvlak is opgenomen en waarvan de maximum goothoogte is bepaald, mag geen deel uitsteken buiten de denkbeeldige vlakken, die de denkbeeldige verticale vlakken waarin de twee langste gevels van het bouwwerk liggen onder een hoek van 142° snijden ter hoogte van de maximum goothoogte (zie figuur maximale goothoogte. b. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen met betrekking tot het uiterlijk, de afmeting en de plaatsing van dakkapellen.
Figuur maximale goothoogte
(ontwerp)
81
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
Artikel 8
Algemene gebruiksregels
Als strijdig gebruik wordt in ieder geval aangemerkt: a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting, tenzij dit gebruik als zodanig uitdrukkelijk is toegestaan in of krachtens het plan; b. het gebruik van onbebouwde gronden als stand- of ligplaats van onderkomens, en als opslag-, stort- of bergplaats van machines, voer- en vaartuigen en andere al dan niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten, tenzij dit gebruik verband houdt met de verwerkelijking of het beheer van de bestemming;
82
(ontwerp)
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
Artikel 9 9.1
Algemene afwijkingsregels
Afwijken
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels van dit bestemmingsplan mits dit stedenbouwkundig acceptabel wordt geacht: a. voor het overschrijden van bouwgrenzen, mits de overschrijding niet meer dan 2.00 meter bedraagt; b. voor het overschrijden van voorgeschreven maten en percentages tot ten hoogste 10% van de in het plan aangegeven maten en percentages; c. voor het toestaan van bijzondere dakvormen; d. voor het bouwen van portieken, liftschachten en stedenbouwkundige accenten; e. voor de bouw van niet voor bewoning bestemde bouwwerken bij een woning voor de stalling van scootmobielen of daaraan gelijk te stellen vervoersmiddelen, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer dan 3.00 m en de oppervlakte niet meer dan 10 m² mag bedragen; f. voor het plaatsen van beeldende kunstwerken met een maximale bouwhoogte van 5.00 m. 9.2 Criteria Er wordt niet afgeweken als bedoeld in lid 9.1, indien daardoor afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
(ontwerp)
83
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
84
(ontwerp)
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
Artikel 10 10.1
Algemene wijzigingsregels
Overschrijding van bestemmingsgrenzen
Burgemeester en wethouders kunnen de begrenzing van bestemmings- en bouwvlakken wijzigen, zodanig dat de geldende oppervlakte van de bij de wijziging betrokken vlakken en zones niet meer dan 20% wordt verkleind of vergroot. 10.2
Wijzigen van Staat van Bedrijfsactiviteiten
Burgemeester en wethouders kunnen de van deze regels deel uit makende Staat van bedrijfsactiviteiten als bedoeld in Bijlage 1 wijzigen, indien technologische ontwikkelingen of vernieuwde inzichten hiertoe aanleiding geven. 10.3
Wijzigen van Beleidsnota parkeernormen en parkeersfonds
Burgemeester en wethouders kunnen voor het toepassen van de Beleidsnota, het bestemmingsplan wijzigen voor zover dit nodig is in verband met een nieuwe door de gemeenteraad vastgestelde beleidsnota voor parkeernormen.
(ontwerp)
85
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
86
(ontwerp)
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
Hoofdstuk 4 Artikel 11 11.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit, geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor bouwen wordt gedaan binnen 2 jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in lid 11.1 onder a, een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 11.1.a met maximaal 10%. c. Het bepaalde in lid 11.1 onder a, is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan. 11.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 11.2 onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in lid 11.2 onder.a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde in lid 11.2 onder.a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan.
(ontwerp)
87
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
88
(ontwerp)
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
Artikel 12
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Nieuweweg 2C'
(ontwerp)
89
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
90
(ontwerp)
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
Bijlagen
(ontwerp)
91
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
92
(ontwerp)
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
Bijlage 1
(ontwerp)
Staat van bedrijfsactiviteiten aan huis
93
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
94
(ontwerp)
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
Bijlage 2 en beter
(ontwerp)
Nota parkeernormen auto en fiets 3e herziening, slimmer
95
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
96
(ontwerp)
bestemmingsplan Nieuweweg 2C
Verbeelding
(ontwerp)
97