CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

4b 2 Bijlage 1 ontwerp bestemmingsplan Moerbessenberg Soesterberg.pdf

Besluitvormende Raadsvergadering 14 oktober 2021, gemeente SoestBij agendapunt: Bestemmingsplan Moerbessenberg20.155 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen:  soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn;  soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn;  overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod.

De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002688.20200312

34

Onderzoek Gebiedsbescherming Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen ligt op circa 12 kilometer ten oosten van het plangebied (figuur 4.2).

Figuur 4.2: Ligging Natura 2000-gebieden (bron: AERIUS calculator) Vanwege de afstand zijn directe effecten zoals areaalverlies, versnippering, verandering van de waterhuishouding en verstoring op voorhand uitgesloten. Wel zijn er gevolgen mogelijk door stikstofemissies. Er wordt gasloos gebouwd waardoor er geen gebouwemissies zijn. Dat betekent dat het plan enkel stikstofemissies veroorzaakt als gevolg van de verkeersgeneratie. Effecten als vermesting en verzuring als gevolg van stikstofdepositie zijn niet op voorhand uit te sluiten. Daarom is een stikstofberekening uitgevoerd voor de aanleg- en gebruiksfase. Na berekening geeft het programma aan dat er geen rekenresultaten zijn hoger dan 0,00 mol/ha/j. De resultaten zijn toegevoegd in bijlage 8 en 9. Soortenbescherming Door middel van een quickscan ecologie is het plangebied onderzocht en beoordeeld op de aanwezigheid van door de Wet natuurbescherming beschermde plant- en diersoorten. Dit onderzoek is toegevoegd in bijlage 10. Uit bureaustudie en biotooptoets is naar voren gekomen dat het mogelijk is dat met de plannen vaste rust- en verblijfplaatsen worden aangetast van de in de Wet natuurbescherming beschermde vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen. Nader onderzoek naar deze soorten is noodzakelijk. Dit onderzoek is uitgevoerd van april 2020 tot oktober 2020.

Hieruit blijkt dat ter plaatse nesten van huismussen aanwezig zijn. Voor het voorkomen van de huismus wordt een ontheffing in het kader van de wet natuurbescherming aangevraagd. Daarnaast blijkt dat twee paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis aanwezig zijn. Ook voor het voorkomen van deze verblijfplaatsen wordt een ontheffing Wet natuurbescherming aangevraagd.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002688.20200312

35

Omdat de verblijfplaatsen aan de Moerbessenberg niet langer gebruikt kunnen worden zijn tijdelijke maatregelen voorzien. Conform richtlijnen moeten dan in de directe omgeving tijdelijk 8 vleermuiskasten worden opgehangen en zal er later in het werk permanente voorzieningen moeten worden aangebracht. Voor de huismus zijn 50 nestkastjes voorzien. Deze worden aan de bebouwing aan de overzijde van de Moerbessenberg geplaatst. Conclusie Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.12

Luchtkwaliteit

Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2, van de Wet milieubeheer. De Wet milieubeheer bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordenings- praktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in de volgende tabel weergegeven. Stof Stikstofdioxide (NO2)

Toetsing van Grenswaarde Jaargemiddelde 40 µg/m³ concentratie Uurgemiddelde Max. 18 keer p.j. meer dan 200 concentratie µg/m³ Fijn stof (PM10) Jaargemiddelde 40 µg/m³ concentratie 24-uurgemiddelde Max. 35 keer p.j. Meer dan concentratie 50 µg / m³ Fijn stof (PM2,5) Jaargemiddelde 25 µg/m³ concentratie Tabel 4.3 Grenswaarden maatgevende stoffen Wet milieubeheer Besluit niet in betekenende mate (nibm) In het Besluit nibm en de bijbehorende regeling is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de beperkte gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden twee situaties onderscheiden:  een project heeft een effect van minder dan 3% toename van concentratie NO2 (stikstof dioxide) en PM10 (fijn stof) in de buitenlucht;  een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg of kantoorlocaties met maximaal 100.000 m² bvo bij één ontsluitingsweg. Onderzoek De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van 60 appartementen. Dit aantal valt ruim onder de grens van 1.500 woningen, die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit.

Dit betekent dat de ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit ter plaatse, en dat nader onderzoek niet noodzakelijk wordt geacht.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002688.20200312

36

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2019 (http://www.nsl-monitoring.nl/viewer/) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Amersfoortsestraat (N237). Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden uit de Wet milieubeheer liggen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedragen 23,8 µg/m³ voor NO2, 18,6 µg/m³ voor PM10 en 10,9 µg/m³ voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedraagt 6,6. Deze waarden liggen ruimschoots onder de grenswaarden. Hierdoor is ter plaatse van het plangebied sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling in het plangebied. Ter plaatse van het plangebied is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

4.13

Kabels en leidingen

Toetsingskader Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Onderzoek en conclusie Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig. Het aspect kabels en leidingen staat de beoogde ontwikkeling dan ook niet in de weg.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002688.20200312

37

Hoofdstuk 5

5.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

Artikel 1 Begrippen De begrippen die in het bestemmingsplan gebruikt worden zijn in dit artikel gedefinieerd. Dit wordt gedaan om interpretatieverschillen te voorkomen. Artikel 2 Wijze van meten Dit artikel maakt duidelijk hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte en dergelijke van gronden en bouwwerken worden gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard.

5.2

Bestemmingsregels

Artikel 3 Tuin De strook onbebouwde grond aan de zuidzijde van het appartementencomplex en de tuin aan de achterzijde heeft de bestemming Tuin. Binnen deze bestemming is geen bebouwing mogelijk. Artikel 4 Verkeer De inritten en de openbare parkeerplaatsen zijn bestemd als Verkeer. Artikel 5 Wonen De strook waar bergingen worden gerealiseerd heeft de bestemming Wonen. Binnen de aanduiding 'bijgebouwen' zijn bijbehorende bouwwerken toegestaan. Artikel 6 Wonen - Gestapeld De woningen zijn mogelijk binnen de bestemming Wonen. Binnen deze bestemming zijn uitsluitend gestapelde woningen toegestaan. Het hoofdgebouw is toegestaan binnen het bouwvlak. Artikel 7 Waarde - archeologie lage verwachting Dit artikel borgt de archeologische waarden ter plaatse. Bij werkzaamheden met een oppervlakte groter dan 10.000 m2 dient archeologisch onderzoek verricht te worden.

5.3

Algemene regels

Artikel 8 Antidubbeltelregel Deze bepaling is ingevolge artikel 3.2.4 van het Bro vast voorgeschreven. Doel van deze bepaling is te voorkomen dat er meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt, bijvoorbeeld ingeval (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002688.20200312

38

Artikel 9 Algemene bouwregels Dit artikel bevat twee algemene bepalingen. De eerste bepaling omvat regels voor ondergronds bouwen. De tweede bepaling betreft 'ondergeschikte bouwdelen', waarbij ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, gevelversieringen en liftschachten buiten beschouwing worden gelaten indien de overschrijding van bouw- c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt. Artikel 10 Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksbepaling wordt voor een aantal zaken expliciet aangegeven, dat deze als strijdig gebruik worden aangemerkt en daarmee onder het verbod vallen zoals opgenomen in artikel 2.1 van de Wabo. Artikel 11 Algemene aanduidingsregels Voor het hele plangebied is een aanduiding 'geluidzone - weg' opgenomen. Deze regel stelt voorwaarden bij de ontwikkeling van nieuwe woningen, andere geluidgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige ruimten in het kader van de Wet geluidhinder. Artikel 12 Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken. Het gaat hierbij om de bevoegdheid om af te wijken van de regels die gelden voor alle bestemmingen in het plan. Artikel 13 Algemene wijzigingsregels Het plan bevat een aantal wijzigingsbevoegdheden als bedoeld in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening.

Daarmee kunnen bestemmings- en bouwgrenzen en grenzen van aanduidingen op de verbeelding in beperkte mate worden verschoven. Ook kan de van toepassing zijnde 'Parkeernormen auto en fiets' worden aangepast. Artikel 14 Overige regels Dit artikel bevat de bepaling "Werking wettelijke regeling". Hierin is bepaald dat wanneer in de regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen, deze gelden zoals deze luidden op het moment van vaststelling van het plan. Daarnaast is in dit artikel geborgd dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid en laad- en losruimte.

5.4

Overgangs- en slotregels

Artikel 15 Overgangsrecht In artikel 14 Overgangsrecht is het overgangsrecht ten aanzien van het gebruik en het bouwen in strijd met het plan geregeld. In lid 14.1 is de in artikel 3.2.1 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor bouwwerken opgenomen. In lid 14.2 is de in artikel 3.2.2 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor gebruik opgenomen. Artikel 16 Slotregel De slotregel beschrijft op welke wijze de regels aangehaald moeten worden.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002688.20200312

39

Hoofdstuk 6

6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Dit bestemmingsplan vormt het toetsingskader voor de geplande ontwikkeling. Portaal heeft aannemelijk gemaakt over voldoende financiële middelen te beschikken om deze ontwikkeling te realiseren. Het project richt zich op een marktsegment waar momenteel vraag naar is. Hierdoor is het plan financieel haalbaar. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. De ontwikkeling die in dit bestemmingsplan centraal staat is als 'bouwplan' aangemerkt.

Voor dit plan is een anterieure overeenkomst opgesteld, waarmee de kosten anderszins zijn verzekerd. Hierin zijn ook afspraken gemaakt ten aanzien van planschade er is tevens een planschadeverhaalsovereenkomst opgesteld.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Participatie Voorafgaand aan de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan wordt een inloopavond georganiseerd. De resultaten worden in deze paragraaf verwerkt. Overleg ex artikel 3.1.1 Bro Het bestemmingsplan wordt in het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) toegezonden aan de verschillende overlegpartners. De ingekomen reacties worden van een beantwoording voorzien. Ter inzagelegging Voor dit bestemmingsplan is de coördinatieregeling van toepassing verklaard. Het ontwerp bestemmingsplan wordt gelijktijdig met de ontwerp omgevingsvergunning gedurende zes weken ter inzage gelegd (artikel 3.8 Wro). Tijdens deze periode wordt aan belanghebbenden de mogelijkheid geboden tot het indienen van zienswijzen.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002688.20200312

40

Rho adviseurs voor leefruimte

44002688.20200312

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

42

Rho adviseurs voor leefruimte

44002688.20200312

43

Bijlage 1 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

Rho adviseurs voor leefruimte

44002688.20200312

44

Rho adviseurs voor leefruimte

44002688.20200312

Moerbessenberg Soesterberg Soest Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

identificatie

planstatus

projectnummer:

datum:

44002688.20200312

16-11-2020

projectleider:

opdrachtgever:

drs. W. Kraaijeveld

Portaal

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

44002688.20200312

Inhoud

1.

Inleiding

5

2.

Plaats en kenmerken van het project

7

3.

Kenmerken van de milieueffecten

10

4.

Conclusie

14

44002688.20200312

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

1.1. 1.2. 1.3. 2.1. 2.2. 2.3. 3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6. 3.7. 3.8. 3.9.

Aanleiding Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in? Leeswijzer Plaats van het project Kenmerken van het project Cumulatie met andere projecten

Verkeer en parkeren Wegverkeerslawaai Luchtkwaliteit Externe veiligheid Bodem en water Ecologie Cultuurhistorie en archeologie Sloop- en aanlegwerkzaamheden Mitigerende maatregelen

5 5 5

7 8 9

10 10 10 11 12 12 13 13 13

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

44002688.20200312

5

1. Inleiding

1.1.

Aanleiding

Woningbouwcorporatie Portaal gaat 32 appartementen aan de Moerbessenberg in Soesterberg vervangen door een nieuw appartementengebouw met 60 woningen. De bestaande woningen voldoen niet meer aan de eisen van deze tijd. Het nieuwe gebouw wordt gasloos en energiezuinig. De ontwikkeling is echter strijdig met het geldende bestemmingsplan. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. In het Besluit milieueffectrapportage is in categorie D (sectie D 11.2) opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op 2000 of meer woningen of een oppervlakte van 100 hectare of meer. De beoogde ontwikkeling betreft 60 wooneenheden en blijft daarmee ruim onder deze drempelwaarden. Dit betekent dat kan worden volstaan met een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling'. Dit document bevat deze beoordeling.

1.2.

Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in?

In een m.e.r.- beoordeling wordt getoetst of een m.e.r. procedure doorlopen moet worden. De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: • de plaats van het project; • de omvang van het project; • de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Het bevoegd gezag dient een m.e.r-beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de omvang van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

1.3.

Leeswijzer

Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie: • beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en omvang van het project; • licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe; • geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling.

44002688.20200312

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

6

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

44002688.20200312

7

2. Plaats en kenmerken van het project

2.1.

Plaats van het project

De zuidzijde van het plangebied grenst aan de Moerbessenberg. Aan de westzijde ligt de Generaal Winkelmanstraat. De noordzijde van het plangebied grenst aan de achterzijde van de winkels aan de Rademakerstraat. Aan de oostzijde bevindt zich een voormalig militair kantoorgebouw (figuur 2.1).

Figuur 2.1: Luchtfoto plangebied (rood omrand). (bron: ArcGis luchtfoto 2019)

Ligging plangebied ten opzichte van beschermde/bijzondere gebieden Archeologische waarden Conform de archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Soest kent het plangebied een lage archeologische verwachtingswaarde (AWV-3). Hiervoor geldt dat bij bodemingrepen groter dan 10.000 m2 en dieper dan 30 cm –mv archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Cultuurhistorische waarden Op basis van het provinciaal beleid valt de locatie binnen de cultuurhistorische hoofdstructuur. Het plangebied bevindt zich in de historische buitenplaatszone ‘Amersfoortseweg’ en militair erfgoed ‘Soesterberg en omgeving’.

44002688.20200312

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

8

Natuurgebieden en milieubeschermingsgebieden Het plangebied is niet gelegen binnen Natura 2000-gebied of het Natuurnetwerk Nederland (figuur 2.2). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen ligt op circa 12 kilometer ten oosten van het plangebied. Verder is het project niet gelegen binnen of in de nabijheid van waterwin-, stilte-, grondwaterbeschermings- en milieubeschermingsgebieden.

Figuur 2.2: Ligging van de planlocatie (rood) ten opzichte van beschermde natuurgebieden. (bron: Provincie Utrecht)

2.2.

Kenmerken van het project

De huidige woningen voldoen niet meer aan de eisen van de huidige tijd. De woningen die terug worden gebouwd, zijn comfortabel en energiezuinig. Met de bouw van 60 appartementen worden 28 woningen toegevoegd aan de woningvoorraad in Soesterberg, hiermee wordt een bijdrage geleverd aan het terugdringen van het tekort aan sociale huurwoningen.

Figuur 2.3: Impressie beoogde massa nieuwe situatie (bron: Portaal Wonen)

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

44002688.20200312

9

Het nieuwe gebouw krijgt vier bouwlagen. Het nieuwe ontwerp is modern, maar de symmetrische uitstraling van de huidige woonblokken komt terug in het nieuwe gebouw. De twee gebouwen worden verbonden door een glazen entree met lift. Op het achterterrein worden bergingen geplaatst. Aan de oost- en westzijde van het achterterrein worden parkeerplaatsen voor bewoners en bezoekers gerealiseerd.

2.3.

Cumulatie met andere projecten

Aan de oostzijde van het plangebied, aan het Den Berghplein worden maximaal 70 woningen ontwikkeld. Deze ontwikkeling leidt echter niet tot cumulatie van milieueffecten. Voor zover bekend zijn er geen andere beoogde ontwikkelingen in de directe omgeving van het plangebied. Er is daarom geen sprake van een cumulatie van milieueffecten vanwege omliggende projecten.

44002688.20200312

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

10

3. Kenmerken van de milieueffecten

In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de beoogde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen.

3.1.

Verkeer en parkeren

Verkeer en ontsluiting De toename aan verkeersgeneratie bedraagt maximaal 106 mvt/etmaal. Vanaf het plangebied kan via Moerbessenberg in zuidoostelijke richting via de Kampweg en Richelleweg een aansluiting op de A28 worden bereikt. In noordwestelijke richting kan vanaf het plangebied via Dorpsplein, de Professor Lorenzlaan en Rademakerstraat de N237 worden bereikt. Deze wegen bieden voldoende capaciteit om de toename van het verkeer te verwerken. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen zodoende worden uitgesloten. Parkeren In de 'Nota parkeernormen auto en fiets (3e herziening) d.d. 26 maart 2018' van de gemeente Soest zijn onder andere specifieke parkeernormen voor diverse woningtypes opgenomen. Het plan voorziet in de realisatie van 60 appartementen van verschillende groottes, deze zijn verdeeld over de twee bouwblokken. In de bijlage bij het bestemmingsplan is een parkeerbalans toegevoegd. Op basis van deze parkeerbalans komt het aantal te realiseren parkeerplaatsen uit op 33. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten als gevolg van de beoogde ontwikkeling.

3.2.

Wegverkeerslawaai

Het plangebied ligt binnen de geluidzone van de N237 en ligt aan de 30 km/uur weg de Moerbessenberg. Om te bepalen of sprake is van een goed woon- en leefklimaat is akoestisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is toegevoegd als bijlage bij het bestemmingsplan. Hieruit blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel wordt overschreden. Significant negatieve milieueffecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen zodoende worden uitgesloten.

3.3.

Luchtkwaliteit

De verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling bedraagt maximaal 106 mvt/etmaal voor een gemiddelde weekdag. De maximale bijdragen als gevolg van deze verkeersgeneratie zijn berekend met behulp van de NIBM-tool (tabel 3.1). De maximale bijdrage voor NO2 bedraagt 0,08 µg/m³. Voor PM10 bedraagt de maximale bijdrage 0,02 µg/m³. Uit de berekening blijkt dat de beoogde ontwikkeling ‘niet in betekende mate’ bijdraagt aan de concentratie luchtverontreinigende stoffen en is vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarde.

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

44002688.20200312

11

Tabel 3.1: Resultaat invullen NIBM-tool

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2020 die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Waardsedijk ten westen van het plangebied. De concentraties luchtverontreinigende stoffen voor deze weg bedragen volgens prognoses in 2020; 23,8 µg/m3 voor NO2, 18,6 µg/m3 voor PM10 en 10,9 µg/m3 voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6,6 dagen. Hiermee wordt (ruim) binnen de grenswaarden gebleven. Aangezien de luchtverontreinigende stoffen, als gevolg van ‘schoner’ verkeer, volgens prognoses af zullen nemen kunnen negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling worden uitgesloten.

3.4.

Externe veiligheid

Externe veiligheid Ten noorden van het plangebied vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over de N237. Het invloedsgebied van deze weg wordt bepaald door de maatgevende stofcategorie GF3 en bedraagt 355 meter. De afstand tot het plangebied bedraagt circa 280 meter. Een deel van het plangebied ligt binnen het invloedsgebied. Omdat de afstand groter dan 200 meter is, worden er geen beperkingen gesteld aan het ruimtegebruik. Wel is vanwege de ligging in het invloedsgebied een beknopte verantwoording van het groepsrisico opgesteld. Ten zuiden van het plangebied ligt de Rijksweg A28. Het invloedsgebied van deze weg wordt ook bepaald door de maatgevende stofcategorie GF3 en bedraagt hierdoor 355 meter. Voor deze transportroute is tevens een plasbrandaandachtsgebied (PAG) opgenomen, dit is een zone van 30 meter naast de infrastructuur waarin aanvullende bouweisen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen gelden. Het plangebied ligt op circa 825 meter van de A28. Omdat de beoogde ontwikkeling buiten het invloedsgebied en het PAG ligt worden er geen beperkingen gesteld aan het ruimtegebruik. Aan de Rademakerstraat 5 vindt opslag en verkoop van vuurwerk plaats. Vanaf de toegangsdeur van de vuurwerkopslag moet rekening gehouden worden met een veiligheidsafstand van 8 meter, gemeten in een halve bol vanaf de toegangsdeur. De beoogde ontwikkeling vindt plaats buiten deze contour.

Significant negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen worden uitgesloten.

44002688.20200312

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

12

3.5.

Bodem en water

Bodem De beoogde ontwikkeling betreft vervangende nieuwbouw van woningen en voorziet ten opzichte van de vigerende planologische situatie niet in een functiewijziging. In het kader van de bestemmingsplanprocedure is daarom geen bodemonderzoek vereist. Voor de aanvraag omgevingsvergunning zal een actueel bodemonderzoek worden uitgevoerd. Water Binnen het plangebied en in de nabije omgeving zijn geen watergangen aanwezig. Het plangebied is niet gelegen binnen de kern- of beschermingszone van een waterkering. Volgens het beleid van Waterschap Vallei en Veluwe dient een toename van het verhard oppervlak gecompenseerd te worden door de aanleg van functioneel open water. Dit geldt bij nieuwe ontwikkelingen groter dan 1.500m2 in stedelijk gebied en 4.000m2 in het buitengebied. Door de beoogde ontwikkeling zal het verhard oppervlak toenemen met 834m2. Watercompenserende maatregelen zijn dan ook niet noodzakelijk. Wel worden infiltratiekratten toegevoegd voor het vertraagd afvoeren van hemelwater. Hiermee wordt ook in extra bergingscapaciteit voorzien bij extreme buien. Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van het oppervlakte- en grondwater duurzame, nietuitloogbare materialen gebruikt, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Het plangebied wordt aangesloten op het bestaande rioleringssysteem.

Hemelwater van daken, erven en wegen zal via oppervlakkige afstroming worden afgevoerd naar het oppervlaktewater. Binnen het plangebied of in de nabije omgeving liggen geen oppervlaktewaterlichamen die zijn aangewezen vanuit de Kaderrichtlijn Water. Er bevinden zich ook geen natte ecologische verbindingszones zoals opgenomen in het Natuurnetwerk Nederland binnen of in de nabijheid van het plangebied. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling op het watersysteem ter plaatse kunnen bij naleving van bovenstaande worden uitgesloten.

3.6.

Ecologie

Gebiedsbescherming Zoals beschreven in paragraaf 2.1 is het plangebied niet gelegen binnen beschermd natuurgebied, zoals Natura 2000 of Natuurnetwerk Nederland (NNN). Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling en de afstand tot natuurgebieden kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. De beoogde ontwikkeling leidt wel tot een toename van verkeersbewegingen. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitattype ligt op circa 12,5 km afstand. Om te onderzoeken of er sprake is van stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden is een Aerius-berekening uitgevoerd, deze berekening is opgenomen in de bijlage van het bestemmingsplan. Uit berekeningen voor zowel de aanlegals de gebruiksfase blijkt dat er geen sprake is van stikstofdeposities die hoger zijn dan 0,00 mol/ha/jr op Natura 2000-gebied. Voor projecten die niet leiden tot een toename van depositie is geen vergunning conform de Wet natuurbescherming nodig. De ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op de natuurwaarden in Natura-2000 gebieden. Soortenbescherming Door middel van een quickscan ecologie is het plangebied onderzocht en beoordeeld op de aanwezigheid van door de Wet natuurbescherming beschermde plant- en diersoorten.

Dit onderzoek is toegevoegd in de bijlage bij het bestemmingsplan. Uit bureaustudie en biotooptoets is naar voren gekomen dat het

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

44002688.20200312

13

mogelijk is dat met de plannen vaste rust- en verblijfplaatsen worden aangetast van de in de Wet natuurbescherming beschermde vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen. Nader onderzoek naar deze soorten is noodzakelijk. Dit onderzoek is uitgevoerd van april 2020 tot oktober 2020. Hieruit blijkt dat ter plaatse nesten van huismussen aanwezig zijn. Voor het voorkomen van de huismus is een ontheffing in het kader van de wet natuurbescherming aangevraagd. Daarnaast blijkt dat twee paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis aanwezig zijn. Ook voor het voorkomen van deze verblijfplaatsen is een ontheffing Wet natuurbescherming aangevraagd. Er worden mitigerende maatregelen getroffen door het voorzien in alternatie verblijfplaatsen voor huismussen en alternatieve paarverblijven voor vleermuizen.

3.7.

Cultuurhistorie en archeologie

Cultuurhistorie Zoals beschreven in paragraaf 2.1 valt het plangebied binnen de cultuurhistorische hoofdstructuur. Het plangebied valt binnen de historische buitenplaatszone en de zone militair erfgoed van de cultuurhistorische hoofdstructuur. Verstedelijking binnen de zone Cultuurhistorische hoofdstructuur is toegestaan indien sprake is van kleinschalige verstedelijking en zorgvuldige inpassing in de omgeving. Het plangebied ligt in het stedelijk gebied en de functie is reeds aanwezig. De beoogde ontwikkeling heeft geen negatief effect op de cultuurhistorische waarden van het militair erfgoed. Het plangebied maakt daarnaast geen deel uit van een historische buitenplaats. Significant negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden zijn zodoende uitgesloten. Archeologie Zoals aangegeven in paragraaf 2.1 geldt er conform de archeologische beleidskaart van de gemeente Soest een lage archeologische verwachtingswaarde. Hiervoor geldt dat bij bodemingrepen groter dan 10.000 m2 en dieper dan 30 cm –mv archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Voorliggende locatie heeft een oppervlakte van minder dan 10.000 m2. Archeologisch onderzoek is daarom niet vereist.

3.8.

Sloop- en aanlegwerkzaamheden

De sloop- en aanlegwerkzaamheden worden uitgevoerd conform het Bouwbesluit 2012. Hiermee wordt rekening gehouden met de omliggende woningen. Verder worden afvalstoffen vervoerd naar een erkende verwerker. Significant negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen daarmee worden uitgesloten.

3.9.

Mitigerende maatregelen

Uit de voorgaande sectorale analyses blijkt dat de volgende mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn: • Ten aanzien van het voorkomen van huismussen en vleermuizen is een ontheffing Wet natuurbescherming aangevraagd.

44002688.20200312

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

14

4. Conclusie

Uit de informatie in deze notitie blijkt dat het plangebied niet is gelegen in kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. Verder leiden de aard en omvang van het project niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen, mits de genoemde mitigerende maatregelen worden uitgevoerd. Met inachtneming van deze maatregelen is het doorlopen van een m.e.r.-procedure niet noodzakelijk.

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

44002688.20200312

45

Bijlage 2 Stedenbouwkundige uitgangspunten

Rho adviseurs voor leefruimte

44002688.20200312

46

Rho adviseurs voor leefruimte

44002688.20200312

STEDENBOUWKUNDIGE UITGANGSPUNTEN MOERBESSENBERG SOESTERBERG

Opgesteld door:

Inhoud 1. INLEIDING

In opdracht van:

1.1 Aanleiding

3

1.2 Ligging plangebied

3

1.3 Doel stedenbouwkundige uitgangspunten

4

1.4 Leeswijzer

4

2. GEBIEDSVISIE In samenwerking met:

2.1 Historie

5

2.2 Bestaande situatie

11

2.3 Analyse bouwblokken

14

2.4 Toekomstige situatie

16

3. STEDENBOUWKUNDIGE UITGANGSPUNTEN versie 20 mei 2020

STEDENBOUWKUNDIGE UITGANGSPUNTEN MOERBESSENBERG SOESTERBERG

3.1 Bouwmassa en vorm

18

3.2 Architectonische verschijning

19

3.3 Ontsluiting, oriëntatie en gevelopzet

20

3.4 Maaiveld voorzijde

21

3.5 Maaiveld achterzijde

22

3.6 Kop Generaal Winkelmanstraat

23

3.7 Kop Kampweg zijde

24

3.8 Centrale ontsluitingskern

25

3.9 Kleur en materiaal

26

3.10 Referenties

28

2

1. Inleiding 1.1 Aanleiding De aan de Moerbessenberg gelegen portiekwoningen zijn zowel qua woningtype als bouwkundig verouderd en aan vernieuwing toe. Deze sociale huurwoningen zijn in bezit van woningcorporatie Portaal, die in Soesterberg op dit moment ook veel vergelijkbare portiekwoningen uit hetzelfde bouwjaar (rond 1960) in bezit heeft. Ook heeft Portaal in de wijk veel eengezinswoningen in bezit, waarvan een deel reeds gerenoveerd is. Voor deze woningen gold dat de basisopzet goed genoeg was om ze een tweede leven te geven. De portiekwoningen zijn qua opzet echter niet meer van deze tijd. De appartementen op de verdieping hebben geen lift en de woningen op de begane grond hebben een erg grote tuin in verhouding tot de oppervlakte van de woning zelf. Bovendien zijn de woningen bouwkundig aan het eind van hun levensduur, slecht geïsoleerd en qua indeling niet courant. Daarnaast heeft Portaal prestatieafspraken met de gemeente gemaakt, waarin is afgesproken dat er in Soesterberg meer verhuurbare eenheden bij moeten komen vanwege het tekort aan huurwoningen. Dit alles tezamen heeft Portaal doen besluiten dat voor de Moerbessenberg sloop-nieuwbouw de beste optie is. Door in hogere dichtheid terug te bouwen kan tegemoet gekomen worden aan de prestatieafspraken en kan tevens de woningportefeuille verder verduurzaamd worden.

Nieuwbouw is bovendien een kans om te zorgen voor kwalitatief hoogwaardigere, betaalbare en gedifferentieerde woningen die door het toepassen van galerijontsluiting allemaal met een lift bereikbaar zijn. Hierdoor ontstaat er voor zowel jong als oud meer en beter huurwoningaanbod in Soesterberg. Er is ook een participatietraject doorlopen met o.a. enkele van de huidige bewoners van de Moerbessenberg opgestart om mee te denken over de nieuwbouw, waarbij de reacties overwegend positief zijn.

1.2 Ligging plangebied Het gaat om twee bouwblokken van 2 bouwlagen met kap met in totaal 32 woningen, die per 4 woningen (2 boven en 2 beneden) vanuit één portiek ontsloten wordt. De woningen zijn gelegen aan de noordzijde van de Moerbessenberg, binnen het blauw gekleurde deel op afb. 1. Aan de zuidzijde van de Moerbessenberg bevinden zich eengezinswoningen (sociale huur) die tevens in bezit zijn van Portaal. Aan de westzijde bevindt zich een doorgang naar de Rademakersstraat en het complex van ‘de Drie Eiken’ (seniorenwoningen). Aan de oostzijde bevindt zich het pand Kampweg 2 wat jarenlang het hoofdkwartier was van de afdeling Luchtvaart geneeskundige aangelegenheden en getransformeerd zal worden tot woningen. Aan de noordzijde grenst het perceel met de twee bouwblokken aan de achterkant van de panden die aan de Rademakersstraat zijn gelegen.

Afb. 1: ligging plangebied

STEDENBOUWKUNDIGE UITGANGSPUNTEN MOERBESSENBERG SOESTERBERG

3

1.3 Doel stedenbouwkundige uitgangspunten Deze stedenbouwkundige uitgangspunten hebben tot doel een ruimtelijk kader te bieden voor het ontwerp van de beoogde nieuwbouw ten noorden van de Moerbessenberg. Er worden criteria omschreven waaraan de bebouwing en de daaromheen gelegen ruimte aan zouden moeten voldoen. Hiervoor wordt een ambitieniveau gesteld en een streefbeeld vastgelegd. De in deze stedenbouwkundige uitgangspunten opgenomen afbeeldingen zijn referentiebeelden en suggesties voor mogelijk oplossingsrichtingen. Bebouwing of inrichting van de buitenruimte vinden niet op exact dezelfde wijze plaats, maar zij dienen ter inspiratie voor de architect die de nieuwbouw zal ontwerpen.

1.4 Leeswijzer Dit document met stedenbouwkundige uitgangspunten voor de Moerbessenberg is als volgt opgebouwd: • •

•

Hoofdstuk 1 beschrijft de aanleiding van de nieuwbouw, de situering van de bebouwing en het doel van de stedenbouwkundige uitgangspunten; Hoofdstuk 2 beschrijft de gebiedsvisie voor de Moerbessenberg. Eerst wordt de historie van het plangebied en de bestaande situatie beschreven, vervolgens wordt de bestaande bebouwing geanalyseerd en wordt er een doorkijkje gegeven naar de toekomstige ontwikkelingen in de directe omgeving. Hoofdstuk 3 beschrijft de beoogde beeldkwaliteit voor de nieuw te realiseren bouwblokken en de daar omheen gelegen buitenruimte.

STEDENBOUWKUNDIGE UITGANGSPUNTEN MOERBESSENBERG SOESTERBERG

4

2. Gebiedsvisie 2.1 Historie Soesterberg dankt haar ontstaan aan de aanleg van de Amersfoortsestraat in 1650. Deze nieuwe “Wegh der Weegen“ van Amersfoort naar Utrecht zou verkaveld worden voor de vestiging van buitenplaatsen. Op het Soester gedeelte aan de Amersfoortsestraat ontstaan vier buitenplaatsen/hofsteden: Sterrenberg, Moerbessenberg, Bloemheuvel en de Oude Tempel. Daarvoor was het een onbewoonde gemeenschappelijke heide, die alleen werd gebruikt door schaapherders, bijenhouders en plaggenstekers. Het dorp Soesterberg ontstond rond het kruispunt van de Amersfoortschestraat (nu N237) tussen Utrecht (ten westen) en Amersfoort (ten oosten) en de oude Postweg van Amsterdam naar Arnhem. Vanouds werd de herberg op dat kruispunt, het Huis ten Halve (halverwege tussen Amsterdam en Arnhem), bevoorraad vanuit Soest. Het dorp kwam bekend te staan als Den Bergh. In 1837 veranderde dat, toen het bij Koninklijk besluit de naam Soesterberg kreeg.

Afb. 2 1815: de Wegh de Weegen tussen Amersfoort en Utrecht en de oude Postweg

Vanaf 1910 werd het vlakke heideveld ten noorden van Soesterberg als starten landingsplaats voor vliegtuigen gebruikt en toen in 1913 de luchtvaartafdeling van de Koninklijke Landmacht werd opgericht werd het vliegveld vliegbasis Soesterberg. Er kwam nieuwe en meer werkgelegenheid, niet alleen vliegers vestigden zich in Soesterberg maar ook technici, grondpersoneel, burgerpersoneel en toeleveringsbedrijven. Hiermee werd de basis gelegd voor een snellere groei van het dorp, van ca. 400 inwoners rond 1900 tot ruim 6.000 tijdens de laatste eeuwwisseling.

Afb. 3 1873: Het eerder als ‘Den Berg’ aangeduide dorp heet nu Soesterberg.

STEDENBOUWKUNDIGE UITGANGSPUNTEN MOERBESSENBERG SOESTERBERG

5

Als de topografische kaarten van 1953 (afb. 4)en 1962 (afb. 5) vergeleken worden is te zien dat het gebied ten zuiden van de Rademakersstraat in relatief korte tijd enorm is uitgebreid. Mede door de vliegbasis was de behoefte aan huisvesting in Soesterberg flink gegroeid. In deze periode is ook de bebouwing aan de Moerbessenberg gerealiseerd, zie het blauwe vlak op de afbeeldingen Het bureau van architect/stedenbouwkundige S.J. van Embden heeft reeds in 1947 schetsen gemaakt voor de uitbreiding ten zuiden van de Rademakersstraat , waarbij in plaats van kleinschalige lintbebouwing die tot dan toe gebruikelijk was grootschaliger rijbebouwing ingetekend wordt. De Moerbessenberg wordt hier voor het eerst als weg ingetekend, de huidige bebouwing (het blauwe vlak) is hier nog ingetekend. Hierna volgt een omschrijving van de levensloop, het werk en het gedachtengoed van S.J. van Embden, wiens bureau een belangrijke stempel heeft gedrukt om het ruimtelijk ontwerp van het naoorlogse Soesterberg.

Afb. 4 1953: lintbebouwing langs de ‘sorties’ van de ‘Wegh de Weeghen’

Afb. 6 Schetsontwerp Van Emden ‘getekend d.d. 18 nov. ’47 te Delft in avonduren’

Afb. 5 1962: grootschalige uitbreiding met woningen ten zuiden van de Rademakersstraat

STEDENBOUWKUNDIGE UITGANGSPUNTEN MOERBESSENBERG SOESTERBERG

6

Prof. ir. S.J. van Embden (1904-2000) Van Embden was leerling van Grandré-Molière. De kring rond Granpré Molière werd bekend ‘De Delftse School’, die streefde naar een architectuur, gebaseerd op universele normen en waarden. Schoonheid ligt juist in de eenvoud en een goede harmonie tussen massa, ruimte en lichtval is belangrijk. De architectuur moest nederig zijn en vooral niet opvallen. De functie van een gebouw moest tot uitdrukking komen in de vorm. Vandaar werd ook een groot onderscheid gemaakt in de vormgeving van woonhuizen (simpel en ingetogen) en publieke gebouwen als stadhuizen en kerken, die juist monumentaal moesten zijn om hun functie te benadrukken. Van Emden was oprichter van architectenbureau S.J. van Emden (nu OD205) Met ir. C. van Traa was hij betrokken bij de wederopbouw van Rotterdam. In de jaren ’50 heeft hij de TU Eindhoven en samen met ir. W. van Tijen TU Twente ontworpen. Als stedenbouwkundig adviseur was hij betrokken bij de reconstructie van historische binnensteden en uitbreidingsplannen van o.a. Delft, Zwolle, Dordrecht, Soest en Deventer. Hij werkte mee aan het ontwerp van nieuwe, moderne steden als Zoetermeer en Lelystad. Hij was een voorstander van functiemenging, hoge dichtheden en hoogbouw zodat de ruimtebeleving met contrasten kon worden versterkt.

Van Embden was persoonlijk betrokken bij vrijwel alle professionele debatten over architectuur en stedenbouw in zijn tijd. Van 1948 tot 1965 was hij voorzitter van de Bond voor Nederlandse Stedenbouwkundigen (BNS). Als redactielid van de tijdschriften Forum en Bouw gaf hij regelmatig commentaar op vakdiscussies of informeerde hij over (inter)nationale projecten. Volgens Van Embden kan met stedenbouwkundige plannen de toekomst nooit onverbiddelijk vastgelegd worden maar is het veel belangrijker om het heden zo goed mogelijk te doorgronden om daaruit een beeld te vormen van wat er zal komen en van wat het meest wenselijk is.

Afb. 7 Prof. ir. S.J. van Embden

(Bron: o.a. Necrologie door zijn biograaf Joosje van Geest, Wikipedia)

STEDENBOUWKUNDIGE UITGANGSPUNTEN MOERBESSENBERG SOESTERBERG

7

De plek waar nu de bouwblokken aan de Moerbessenberg staan waren daarvoor grotendeels onbebouwd. Enkel op de noordoost hoek van de huidige Moerbessenberg en de Generaal Winkelmanstraat stond oorspronkelijk een boerderij. Het rijtje woningen op de zuidoost hoek van deze kruising is van eerder datum (jaren ’30?) aangezien deze ook op de schets uit 1947 al ingetekend is en op de foto’s naast de boerderij te zien is.

Afb. 11 Generaal Winkelmanstraat, kijkend in noordelijke richting, toen en nu

Afb. 12 De voormalige boerderij en de huidige Moerbessenberg

Afb. 9 Schets uit 1947 met daarin standpunt van (oudere) foto’s ingetekend

Afb. 13 De boerderij ter hoogte van het huidige Dorpsplein

Afb. 10 Luchtfoto, jaartal onbekend, met daarop twee oude boerderijen

STEDENBOUWKUNDIGE UITGANGSPUNTEN MOERBESSENBERG SOESTERBERG

8

Op de tekening genaamd ‘Voorstel Partiële Herziening Uitbreidingsplan Soesterberg, waarin omlegging Rijksstraatweg Utrecht -Amersfoort’ van ir. S.J. van Emden uit 1954 (afb. 14) is naast een eerste voorstel voor omlegging van de Rijksstraatweg ook de contour van de huidige blokken aan de Moerbessenberg ingetekend. De boerderij op de kruising van de Professor Lorentzlaan en de Moerbessenberg is daarmee verdwenen. De boerderij aan het Dorpsplein staat nog wel op de kaart, maar er is al wel een nieuw bouwblok overheen geprojecteerd. Op afb. 15 is het net gebouwde blok aan de Moerbessenberg vanaf het erf van deze boerderij te zien.

Afb. 15 Bouwblok Moerbessenberg gezien vanaf boerderij en straatbeeld

Afb. 16 Moerbessenberg gezien vanaf de Kampweg en het pand Kampweg 2

Afb. 14 Voorstel Partiële Herziening Uitbreidingsplan Soesterberg 1954

STEDENBOUWKUNDIGE UITGANGSPUNTEN MOERBESSENBERG SOESTERBERG

Afb. 17 Moerbessenberg

9

In het tevens door het bureau van S.J. van Embden getekende uitbreidingsplan Soesterberg van 1968 wordt ook een voorstel gedaan voor het vervangen van de losse bebouwing aan de Rademakersstraat door meer eenduidige bouwblokken. Ook wordt het pand van de huidige Drie Eiken hier nog in de zelfde rooilijn als de blokken aan de Moerbessenberg en de Van Angerenstraat voorgesteld. Het grootste deel van de nieuwe bebouwing ten zuiden van de Rademakersstraat en ten westen van de Kampweg is dan inmiddels al gerealiseerd.

Afb. 18 Uitbreidingsplan Soesterberg (ir. S.J. van Emden 1968) Afb. 19 Uitbreidingsplan Soesterberg (ir. S.J. van Emden 1962)

STEDENBOUWKUNDIGE UITGANGSPUNTEN MOERBESSENBERG SOESTERBERG

10

2.2 Bestaande situatie De blokken aan de Moerbessenberg bestaan in totaal uit 32 woningen, verdeeld over 2 blokken van 16 woningen (Afb. 20). De woningen zijn per 4 geclusterd rond een portiek, van waaruit 2 benedenwoningen met tuin en 2 bovenwoningen met balkon worden ontsloten. De ruimte tussen de stoep en de voorgevel van de woningen bestaat uit een openbare groenstrook, die ter plaatse van één hoekwoning is geprivatiseerd en van een oprit is voorzien (afb. 22). Achter de woningen bevinden zich achtertuinen die in diepte variëren van 10 tot 15 meter. Daarachter is een pad gelegen van waar de bergingen voor zowel de beneden- als bovenwoningen zijn ontsloten die geheel tegen de erfgrens aan gebouwd zijn (Afb. 29). Aan de westzijde bevindt zich de ouderenhuisvesting van de Drie Eiken (Afb. 23), aan de oostzijde de tot woningbouw te herontwikkelen locatie Kampweg 2 (Afb. 24).

Afb. 21 Eenduidige blokken zonder verbijzondering in massa opbouw

Afb. 20 Schematische 3D vogelvluchtperspectief van de bestaande situatie

STEDENBOUWKUNDIGE UITGANGSPUNTEN MOERBESSENBERG SOESTERBERG

Afb. 22 Onderbreking tussen blokken met hoekverdraaiing (en privé oprit)

11

Afb. 23 De Drie Eiken

Afb. 25 Eengezinswoningen Moerbessenberg

Afb. 24 Kampweg 2

Afb. 26 Eengezinswoningen Generaal Winkelmanstraat

STEDENBOUWKUNDIGE UITGANGSPUNTEN MOERBESSENBERG SOESTERBERG

12

Afb. 27 Zicht vanaf grasveld (locatie toekomstige bebouwing) Dorpsplein

Afb. 29 Bergingen in rij aan achterzijde tegen erfgrens gepositioneerd

Afb. 28 Achterzijde bergingen gezien vanaf parkeerterrein Rademakerstraat

Afb. 30 Diepe achtertuinen afgescheiden door (ondersteunde) muur op kop

STEDENBOUWKUNDIGE UITGANGSPUNTEN MOERBESSENBERG SOESTERBERG

13

2.3 Analyse bouwblokken De bestaande woningen worden gekenmerkt door een symmetrische gevelopbouw rond verticale portieken. Vanuit deze portieken worden telkens twee benedenwoningen ne twee bovenwoningen ontsloten. Aan de voorzijde bevindt zich een openbare grasstrook, die bij één woning is geprivatiseerd. Schoorstenen Oranje dakpannen Verticale opbouw centrale ontsluitingskern

Afb. 31 foto met originele gevelindeling en bloemkozijn

mastgoten verbijzonderingen bij entree oorspronkelijk geheel glazen entreepui witte kozijnen (nu met gekleurde invulling) bruin genuanceerd metselwerk openbare groenstrook

Symmetrische gevelopbouw

STEDENBOUWKUNDIGE UITGANGSPUNTEN MOERBESSENBERG SOESTERBERG

14

De woningen zijn verdeeld over 2 simpele hoofdvolumes van 2 lagen met kap. Binnen deze volumes vindt een repetitie plaats per portiek met 4 woningen, zoals op de vorige pagina beschreven (Afb.32). De blokken zijn vooral functionalistisch, sober, ingetogen en hebben vergeleken met andere soortgelijke blokken binnen Soesterberg weinig plastiek. Op afb. 31 (vorige pagina) is te zien dat er oorspronkelijk een bloemkozijn op de kopgevel zat wat inmiddels verdwenen is en ook de glazen puien bij de portieken hadden eerst nog meer glas dan in de huidige situatie, waarbij een aantal glasdelen met panelen zijn gesloten (Afb. 33). De kozijnen bestonden oorspronkelijk uit één deel dat te kiepen was (afb. 34), maar dat is tijdens een renovatie gewijzigd naar een vast raam waarvan maar één deel van te openen is.

Afb. 33 een entreepui en de grasstrook voor de blokken

Afb. 32 het rechter blok

Afb. 34 de blokken kort na oplevering

STEDENBOUWKUNDIGE UITGANGSPUNTEN MOERBESSENBERG SOESTERBERG

15

2.4 Toekomstige situatie In de directe omgeving van de Moerbessenberg staan in de nabije toekomst veel nieuwe ontwikkelingen op stapel (afb. 35). Zo is aan de zuidwestzijde in het bestemmingsplan reeds ruimte gemaakt voor de afronding van de bebouwing aan het Dorpsplein, het is alleen op het moment van schrijven nog niet duidelijk wanneer deze gerealiseerd zal worden en hoe deze er uit gaat zien. Ook de Drie Eiken aan de westzijde heeft in de toekomst plannen, maar daar is nog niets definitiefs van bekend. Direct aangrenzend aan de oostzijde bevindt zich het pand Kampweg 2 wat jarenlang het hoofdkwartier was van de afdeling Luchtvaart geneeskundige aangelegenheden en getransformeerd zal worden tot woningen (afb. 36). Recentelijk is aan de Kampweg het woningbouwproject Noorduyn opgeleverd. Binnenkort zal de bouw starten van het Dorpshart, wat bestaat uit twee bouwblokken. Het ene blok, Den Bergh (afb. 37), heeft 4 bouwlagen plus een kapverdieping en heeft op de verdiepingen koopappartementen en op de begane grond bedrijfsruimte. De Brigade (afb. 38) is 4 bouwlagen hoog en bestaat uit sociale huurwoningen van Portaal. Afb. 36 Toekomstplannen Kampweg 2

Afb. 35 Toekomstige bouwplannen in de nabije omgeving

STEDENBOUWKUNDIGE UITGANGSPUNTEN MOERBESSENBERG SOESTERBERG

16

Afb. 37 Den Bergh

STEDENBOUWKUNDIGE UITGANGSPUNTEN MOERBESSENBERG SOESTERBERG

Afb. 38 De Brigade

17

3. Beeldkwaliteit 3.1 Bouwmassa en vorm De bebouwing in de huidige situatie bestaat uit twee bouwlagen met een kap. Dit is vergelijkbaar met de tegenoverliggende eengezinswoningen, met als voornaamste verschil dat de portiekwoningen dieper zijn dan de eengezinswoningen. Mede gezien de wens om in de nieuwe situatie meer sociale woningen terug de bouwen is onderzocht wat voor deze plek de meest passende bouwhoogte en kapvorm is. Daarbij is zowel gekeken naar de karakteristieken van de plek als de bestaande en te realiseren bebouwing in de omgeving. Qua profiel is de Moerbessenberg relatief breed en de eengezinswoningen aan de overzijde worden van de straat gescheiden door een openbare groenstrook, waardoor deze niet direct aan de straat liggen. Aan de westzijde van de Moerbessenberg is de bebouwing van 6 lagen van de Drie Eiken gelegen, die vrij fors is voor de plek, maar wel ruim terug is gelegen ten opzichte van de straat. Direct aan de oostkant zal het gebouw aan de Kampweg 2 straks 3 volledige bouwlagen hebben. De nieuw te realiseren bebouwing van het dorpshart zal straks uit 4 bouwlagen (de Brigade) en 4 bouwlagen plus kapverdieping (Den Bergh) bestaan. Kijkend naar de ligging direct achter de Rademakersstraat als hoofdstraat van Soesterberg en de zojuist beschreven bebouwing in de directe omgeving is 3 bouwlagen met een kapverdieping hier het meest passend in de omgeving.

Aan de voorzijde is het wenselijk om het volume met een kap te beëindigen om goed aan te sluiten op de tegenoverliggende bebouwing en ook te refereren naar de oorspronkelijke bebouwing. Qua hoofdopzet is het passend om zoveel mogelijk de footprint van de bestaande bebouwing aan te houden, zo blijft de oorspronkelijke structuur van het stedenbouwkundig plan wat ooit voor deze plek is bedacht zoveel mogelijk in tact. Op de koppen is het wenselijk de nieuwe bebouwing iets verder terug te leggen, zodat aan de westzijde meer ruimte wordt gegeven aan de doorsteek naar de Rademakersstraat en aan de oostzijde ruimte wordt gegeven aan de nieuwe ontwikkeling aan de Kampweg 2. Kijkend naar het karakter van de oorspronkelijke (jaren 60) bebouwing is ook voor de nieuwe bebouwing een simpele hoofdvorm met een in essentie symmetrische hoofdopzet van de twee bouwblokken vanuit de tussenruimte het meest passend op deze plek.

STEDENBOUWKUNDIGE UITGANGSPUNTEN MOERBESSENBERG SOESTERBERG

Afb. 39 Huidige volumes: 2 bouwlagen plus kap

Afb. 40 Nieuwe basisvolumes: 3 bouwlagen plus kapverdieping

18

3.2 Architectonische verschijning Met name de westhoek van de bebouwing wordt vanaf verschillende richtingen nadrukkelijk beleefd wat aanleiding geeft voor een architectonische verbijzondering op die plek. Doordat de bebouwing van de Drie Eiken ruim terug ligt vanaf de straat is de westgevel van de bebouwing duidelijk zichtbaar vanaf het Dorpsplein. Ook vanuit de Generaal Winkelmanstraat is reeds op grote afstand het linker deel van de voorgevel zichtbaar. Zoals in paragraaf 2.1 beschreven stond op deze plek ooit een boerderij die ook duidelijk zichtbaar was vanaf de Generaal Winkelmanstraat. Ook dit feit geeft aanleiding om juist op deze kop van de bebouwing een verbijzondering in de kapvorm toe te passen door middel van een gedraaide kap. Aan de oostzijde van de bebouwing is deze aanleiding er minder en past vanwege de confrontatie met de achterzijde van het tot woningen te herontwikkelen blok aan de Kampweg 2 juist een wat ingetogener massa. De onderlinge symmetrie die zo kenmerkend was voor de oorspronkelijke blokken wordt daarmee wel doorbroken. De portiekwoningen waren destijds gelijkmatig over Soesterberg Kom verspreid, waarbij qua architectonische verschijningsvorm niet specifiek gereageerd werd op de plek waar deze stonden. Nu de context van de blokken door de tijd heen verder is gevormd is er een aanleiding om meer te reageren op de plek dan voorheen.

Ondanks de sobere architectonische verschijningsvorm van de oorspronkelijke bebouwing werd er wel wat ‘extra’ gedaan ter plaatse van de portieken Deze waren in de originele toestand voorzien van een vrijwel geheel glazen pui die van de postkasten onder tot de ornamenten onder de goot doorliep. Deze glazen puien bij de entrees vormden zo sterk repeterende glazen elementen die zorgden voor een vaste ritmiek in de verder vrij doelmatige en sobere gevels. Ook in de nieuwe situatie speelt het vraagstuk hoe om te gaan met de lange doorlopende gevels. Het toepassen van verticale verbijzondering in een andere materialisatie biedt ook in de nieuwe situatie aanleiding om de gevel te breken en te zorgen voor de gewenste ritmiek en afwisseling. Qua ontsluiting is er hier een kans om beide blokken te koppelen voor een efficiënter gebruik van de lift, waardoor er tevens meer ruimte is de centrale entree meer allure en een transparant en verticaal karakter te geven, net als in de oorspronkelijk situatie.

STEDENBOUWKUNDIGE UITGANGSPUNTEN MOERBESSENBERG SOESTERBERG

Afb. 41 Verbijzondering in massa: gedraaide kap op kop in zichtas van Generaal Winkelmanstraat en langs doorgang naar Rademakersstraat

Afb. 42 Verbijzondering in de gevel: verticale accenten met andere materialisering en verbijzondering bij entreepartij

19

3.3 Ontsluiting, oriëntatie en gevelopzet In de huidige situatie bevinden zich de entrees van de portieken aan de voorzijde en de privé buitenruimtes aan de achterzijde. Uitgangspunt voor de nieuwe situatie is dat alle op de verdieping gelegen appartementen per lift bereikbaar moeten zijn. Vanwege het langgerekte karakter van het blok en het feit dat het hier sociale huurwoningen betreft is de meest praktische en efficiënte manier van ontsluiting hier een galerijontsluiting met één centrale ontsluitingskern met hoofdtrappenhuis en lift. De voorzijde van het blok is op de zuidzijde georiënteerd en de achterzijde op de noordzijde. Het is daarom het meest logisch de ontsluiting van de individuele woningen via galerijen aan de achterzijde te laten verlopen en de woningen aan de voorzijde een privé buitenruimte te geven. Balkons aan de straatzijde leveren bovendien een aantrekkelijker en levendiger beeld op dan galerijen, mits goed ingepast. De balkons bieden aanleiding voor ritmiek en plastiek in het ontwerp van de voorgevel. Het is niet wenselijk dat de balkons los tegen een vlakke gevel geplaatst worden, deze dienen onderdeel uit te maken van het gevelontwerp en zijn bij voorkeur deels verdiept gelegen ten opzichte van de voorgevelrooilijn.

Zo wordt enerzijds de continuïteit van de voorgevel niet te veel verstoord en wordt er anderzijds voor de bewoners geborgenheid en beschutting op hun balkon geboden, waardoor de wens tot het zelf toevoegen van extra afschermingen minder groot wordt. De galerijen aan de achterzijde zijn in eerste instantie vooral functioneel, maar dienen wel met architectonische middelen verbijzonderd te worden om ook vanuit het achterterrein en voor de achterliggende bewoners een aantrekkelijk en gevarieerd gevelbeeld te bewerkstelligen. De (vlucht)trappenhuizen op de beide koppen dienen in het gevelontwerp geïntegreerd te worden. Voor de centrale ontsluitingskern is het ontwerpuitgangspunt deze aan de voorzijde terug te liggen en van voor tot achter zo transparant mogelijk uit te voeren, zodat er een visuele relatie tussen voor- en achterterrein behouden blijft en de beide blokken duidelijk als twee afzonderlijke volumes waarneembaar en beleefbaar blijven. Met het ontwerp van de ontsluitingskern moet voorkomen worden dat beide blokken zich aan de voorzijde samen als één groot blok gaan manifesteren. Zie ook paragraaf 3.8 voor een verdere beschrijving van de ontsluitingskern.

STEDENBOUWKUNDIGE UITGANGSPUNTEN MOERBESSENBERG SOESTERBERG

Afb. 43 Plastiek in de gevel: terugliggende balkons

Afb. 44 Ontsluiting middels galerijen aan achterzijde

20

3.4 Maaiveld voorzijde Ten opzichte van de huidige situatie vindt er feitelijk een omkering plaats van de oriëntatie van de woningen. Waar de woningen eerst allemaal ontsloten werden met een portiek vanaf de straat en aan de achterzijde hun privé buitenruimte hadden vindt de privé ontsluiting op de verdiepingen nu aan de achterzijde plaats en hebben de woningen hun privé buitenruimte aan de zonnige voorzijde. Dit vraagt met name aan de voorzijde een zorgvuldig ontwerp van de buitenruimte voor de woningen op de begane grond en de overgang daarvan naar de straat. Uitgangspunt is dat bij de woningen op de begane grond het terras iets terug gelegen is ten opzichte van de voorgevel, net als bij de balkons op de verdiepingen. Zo wordt een deel van het terras meer beschut en wordt de behoefte aan op deze plek onwenselijke schuttingen of privacyschermen tussen de woningen minder groot. Ter verbetering van de relatie met de openbare ruimte kunnen de woningen op de begane grond waar mogelijk de entree aan de straatzijde krijgen. Uitgangspunt is dat de voortuinen afgescheiden worden van de openbare ruimte middels een haag. Ook bij de herontwikkeling van de Kampweg 2 is een afscheiding middels hagen voorzien, waardoor de gehele noordzijde van de Moerbessenberg qua erfafscheiding een eenduidig beeld zal hebben.

Afb. 45 Erfafscheiding middels lage hagen aan voorzijde en westzijde

Afb. 46 Lage hagen schermen privé buitenruimtes aan voorzijde af

STEDENBOUWKUNDIGE UITGANGSPUNTEN MOERBESSENBERG SOESTERBERG

21

3.5 Maaiveld achterzijde Op dit moment is de achterzijde van de woningen voornamelijk ingenomen door de privé achtertuinen van de woningen op de begane grond. Op de erfgrens zijn bergingen voor zowel beneden- als bovenwoningen gelegen die vanaf een gemeenschappelijk achterpad ontsloten worden. Omdat in de nieuwe situatie de privé buitenruimtes van de woningen aan de voorkant zijn gericht ontstaat er aan de achterzijde een nieuwe collectieve ruimte waar ook plek ontstaat voor de parkeerbehoefte van de extra woningen die ten opzichte van de huidige situatie toegevoegd worden. Uitgangspunt is om de hoeveelheid verharding van het achterterrein zoveel mogelijk te beperken en het achterterrein een zo groen mogelijk karakter te geven. Dit kan onder andere bereikt worden door de parkeerplaatsen in de vorm van ‘parkeerkoffers’ aan beide uiteinden van het achterterrein te realiseren, waardoor het middendeel van het achterterrein autovrij gehouden kan worden en een groen karakter kan krijgen. Net zoals in de huidige situatie zal een deel van bergingen op de erfgrens opgelost kunnen worden. Het is theoretisch ook mogelijk alle bergingen inpandig in de gebouwplint op te lossen, maar dan zullen er op de begane grond grote dichte geveldelen ontstaan zonder woning er achter.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=05fdae71-b2fa-4e73-9173-a248129db858