4b 2 Bijlage 1 bestemmingsplan Veldmaarschalk Montgomeryweg 3 Soesterberg.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Veldmaarschalk Montgomeryweg 3, Soesterberg
Toelichting Ontwerp bestemmingsplan Soesterberg, Veldmaarschalk Montgomeryweg 3, Soesterberg Mei 2021
September 2020
Concept
Bestemmingsplan “Veldmaarschalk Montgomeryweg 3, Soesterberg” Ontwerp
Bestemmingsplan “Veldmaarschalk Montgomeryweg 3, Soesterberg”
Plannaam: Plantype: Status: Datum:
Veldmaarschalk Montgomeryweg 3, Soesterberg Bestemmingsplan Ontwerp Mei 2021
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
Bestemmingsplan “Veldmaarschalk Montgomeryweg 3, Soesterberg” Ontwerp
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 1.1 1.2 1.3. 1.4 1.5
AANLEIDING ........................................................................................................................................... 5 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ............................................................................................................ 5 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN........................................................................................... 5 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ........................................................................................................... 6 LEESWIJZER ........................................................................................................................................... 7
HOOFDSTUK 2 2.1
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ............................ 28
GELUID (WET GELUIDHINDER) .......................................................................................................... 28 BODEMKWALITEIT ................................................................................................................................ 29 LUCHTKWALITEIT ................................................................................................................................. 30 EXTERNE VEILIGHEID .......................................................................................................................... 32 MILIEUZONERING................................................................................................................................. 35 ECOLOGIE ............................................................................................................................................. 38 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE ................................................................................................. 42 WATERASPECTEN ................................................................................................................................. 43 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .................................................................................................. 46
HOOFDSTUK 6 6.1 6.2 6.3
BELEIDSKADER ............................................................. 15
RIJKSBELEID ........................................................................................................................................ 15 PROVINCIAAL BELEID........................................................................................................................... 18 GEMEENTELIJK BELEID ........................................................................................................................ 22
HOOFDSTUK 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9
GEWENSTE SITUATIE ................................................... 10
GEWENSTE ONTWIKKELING................................................................................................................. 10 VERKEER EN PARKEREN ....................................................................................................................... 12
HOOFDSTUK 4 4.1 4.2 4.3
BESCHRIJVING PLANGEBIED......................................... 8
BESCHRIJVING PLANGEBIED EN OMGEVING ......................................................................................... 8
HOOFDSTUK 3 3.1 3.2
INLEIDING ...................................................................... 5
JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING 48
INLEIDING ............................................................................................................................................ 48 OPZET VAN DE REGELS ........................................................................................................................ 48 VERANTWOORDING VAN DE REGELS................................................................................................... 50
HOOFDSTUK 7
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ............................ 52
HOOFDSTUK 8
VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN............ 53
8.1 8.2 8.3
VOOROVERLEG ..................................................................................................................................... 53 INSPRAAK ............................................................................................................................................. 53 ZIENSWIJZEN ....................................................................................................................................... 53
BIJLAGEN BIJ HET BESTEMMINGSPLAN .................................................. 54 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4
BEELDKWALITEITSPLAN ........................................................................................................... 55 AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEER ............................................................................... 56 VERKENNEND BODEMONDERZOEK .......................................................................................... 57 STIKSTOFONDERZOEK ............................................................................................................. 58 BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
Bestemmingsplan “Veldmaarschalk Montgomeryweg 3, Soesterberg” Ontwerp BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8
QUICKSCAN FLORA EN FAUNA ................................................................................................. 59 NADER ONDERZOEK VLEERMUIZEN......................................................................................... 60 STANDAARD WATERPARAGRAAF.............................................................................................. 61 VORMVRIJE M.E.R.................................................................................................................... 62
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
Bestemmingsplan “Veldmaarschalk Montgomeryweg 3, Soesterberg” Ontwerp
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding
Dit bestemmingsplan heeft betrekking op een perceel aan de Veldmaarschalk Montgomeryweg 3 te Soesterberg in de gemeente Soest. De locatie ligt aan de rand van het centrum van Soesterberg. Momenteel bevinden zich er een woonperceel en een bedrijfsperceel, waar tot voorheen een bakkerij gevestigd was. Initiatiefnemer is voornemens de bestaande bebouwing ter plaatse te slopen en te vervangen door een appartementengebouw met daarin ruimte voor 17 appartementen. Op basis van het geldende bestemmingsplan “Soesterberg” is de ontwikkeling niet mogelijk, aangezien de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor het plan ontbreken. In voorliggend geval kan medewerking worden verkregen door een bestemmingsplanherziening, waarbij er een passende woonbestemming wordt gegeven. Deze bestemmingsplanherziening moet gemotiveerd worden met een ruimtelijke onderbouwing waarin wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met ‘een goede ruimtelijke ordening’. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin en biedt de gewenste planologisch-juridische kaders waarbinnen de ontwikkeling mogelijk kan worden gemaakt.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied ligt in het noordoosten van Soesterberg. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Soest, sectie E, nummer 2043. De ligging van het plangebied ten opzichte van Soesterberg en de ligging ten opzichte van de directe omgeving (rode belijning) is weergegeven in afbeelding 1.1.
Afbeelding 1.1
Ligging van het plangebied (Bron: ArcGIS)
1.3. De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan “Veldmaarschalk Montgomeryweg 3” bestaat uit de volgende stukken: •
Verbeelding (tek. nr. NL.IMRO.0342.BPSTB0031-0201) en een renvooi; BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
Bestemmingsplan “Veldmaarschalk Montgomeryweg 3, Soesterberg” Ontwerp •
Regels
Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten, maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.4
Huidig planologisch regime
1.4.1 Algemeen Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan “Soesterberg”. Dit bestemmingsplan is door de gemeenteraad van de gemeente Soest op 4 juli 2013 vastgesteld. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan opgenomen. De begrenzing van het plangebied is indicatief met de zwarte onderbroken belijning aangegeven.
Afbeelding 1.2
Verbeelding geldende bestemmingsplan (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)
1.4.2 Beschrijving geldende regels Op basis van het geldende bestemmingsplan is het plangebied voorzien van de enkelbestemmingen ‘Bedrijf’, ‘Tuin’ en ‘Wonen’. Ter plaatse van de bedrijfsbebouwing en de woning zijn bouwvlakken aanwezig, waarin een maatvoering is opgenomen voor de goot- en bouwhoogte. Ter plaatse van de woonbestemming zijn tevens de bouwaanduiding ‘vrijstaand’ en ter plaatse van de bakkerswinkel de functieaanduiding ‘detailhandel’ opgenomen. Tot slot gelden op het gehele perceel de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie lage verwachting’ en de gebiedsaanduiding ‘geluidzone – weg’. Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - snelweg' mogen, geen nieuwe woningen of
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
Bestemmingsplan “Veldmaarschalk Montgomeryweg 3, Soesterberg” Ontwerp andere geluidgevoelige gebouwen worden gebouwd, geluidsgevoelige ruimten worden ingericht of gronden in gebruik worden genomen, waardoor die aangemerkt kunnen worden als geluidsgevoelig object, tenzij uit akoestisch onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde niet wordt overschreden of een hogere grenswaarde is verleend. Gronden met de bestemming ‘Bedrijf’ zijn hoofdzakelijk bestemd voor bedrijven in milieucategorie 1 en 2 van de in de bijlage van het bestemmingsplan opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten. Gronden met de bestemming ‘Wonen’ zijn in dit geval bestemd voor wonen in een vrijstaande woning. Ter plaatse van de daarvoor opgenomen aanduiding is tevens detailhandel toegestaan. Gronden met de bestemming ‘Tuin’ zijn bestemd voor tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen gebouwen en perceelsontsluitingen. De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie lage verwachting’ is opgenomen ter bescherming van de daar eventueel te verwachten archeologische waarden. De ‘geluidszone – weg’ is opgenomen ter bescherming van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat als gevolg van wegverkeerslawaai van wegen met een geluidszone.
1.4.4 Strijdigheid De voorgenomen bouw van een appartementengebouw voor 17 appartementen is op basis van het geldende bestemmingsplan niet toegestaan, aangezien in zowel de woonbestemming en de bedrijfsbestemming hiervoor de bouw- en gebruiksregels ontbreken. Binnen de bedrijfsbestemming is een woonfunctie niet mogelijk. Binnen de woonbestemming is wonen uitsluitend binnen een vrijstaande woning mogelijk, ter plaatse van het bouwvlak.
1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie van het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 omvat een beschrijving van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Utrecht en de gemeente Soest beschreven. In hoofdstuk 5 passeren de relevante milieuaspecten en het onderdeel ‘water’ de revue. In de hoofdstukken 6 en 7 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 8 gaat in op vooroverleg en de inspraak.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
Bestemmingsplan “Veldmaarschalk Montgomeryweg 3, Soesterberg” Ontwerp
HOOFDSTUK 2 2.1
BESCHRIJVING PLANGEBIED
Beschrijving plangebied en omgeving
Het plangebied ligt in het noordoosten van Soesterberg, op een korte afstand van het centrum. In de nabijheid van het plangebied bevinden zich verscheidene voorzieningen, waaronder een kleinschalig bedrijf, een kazerne, horecavoorzieningen, een supermarkt en woningen. Het plangebied zelf heeft een oppervlakte van 1.328 m2 en bestaat onder meer uit een woonperceel waarin een vrijstaande woning (momenteel 126,2 m2), met een detailhandelsfunctie (momenteel 58,5 m2) is toegestaan. Hier was tot voorheen de bakkerswinkel gevestigd. Achter de woning bevindt zich een klein bedrijfsperceel waar de voormalige bakkerij voorheen was gevestigd. Het betreft een klein bedrijf met een oppervlakte van 177,6 m2. Achter de bakkerij bevindt zich de achtertuin die in gebruik is ten behoeve van de vrijstaande woning. Deze achtertuin heeft in de huidige situatie en verrommelde/overgroeide uitstraling. In deze achtertuin is ook een bijgebouw aanwezig. Dit bijgebouw is te bereiken via een pad vanaf de straat, die langs de zuidkant van de andere bebouwing loopt. In afbeelding 2.1 en 2.2 zijn een luchtfoto en een straatbeeld van de huidige situatie opgenomen.
Afbeelding 2.1
Luchtfoto en indeling huidige situatie (Bron: Google maps/OOK Architecten)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
Bestemmingsplan “Veldmaarschalk Montgomeryweg 3, Soesterberg” Ontwerp
Afbeelding 2.2
Straatweergave huidige situatie (Bron: Google streetview)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
Bestemmingsplan “Veldmaarschalk Montgomeryweg 3, Soesterberg” Ontwerp
HOOFDSTUK 3 3.1
GEWENSTE SITUATIE
Gewenste ontwikkeling
In hoofdstuk 2 is een beschrijving van de bestaande situatie in en om het plangebied gegeven. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de concrete ontwikkeling. Voor het geheel is een beeldkwaliteitsplan opgesteld, welke als bijlage 1 opgenomen is. Initiatiefnemer is voornemens de bestaande bebouwing te slopen en te vervangen door een appartementengebouw. Het gebouw krijgt een hoogte van circa 12 meter, bestaat uit drie bouwlagen en wordt afgedekt met een kap. Binnen het gebouw worden 17 appartementen gerealiseerd. Het gaat om 12 twee- en 5 driekamerappartementen. De tweekamerappartementen hebben een oppervlakte van 45 m2 (9) en 47,7 m2 (3). De driekamerappartementen hebben een oppervlakte van 56,5 m2. De tweekamerappartementen betreffen sociale huur en koopappartementen. De driekamerappartementen betreffen middelhuur en koopappartementen. De appartementen worden verdeeld over de drie bouwlagen. Op de begane grond en de eerste verdieping komen zes appartementen, op de eerste en tweede bouwlaag komen vijf appartementen. Het gebouw bestaat uit twee geschakelde delen. Ter plaatse van het tussenstuk worden een lift en een trappenhuis gesitueerd. Het gebouw ligt in een soort u-vorm rondom een binnentuin, die wordt ingericht als een hoogwaardige patio. Het gebouw is bereikbaar via de bestaande in- en uitrit.
Achter het gebouw worden ten behoeve van de appartementen 12 parkeerplaatsen aangelegd. Ook worden hier vijf bergingen en een gemeenschappelijke fietsenstalling gebouwd. De vijf bergingen behoren bij de driekamerappartementen. De tweekamerappartementen beschikken niet over een eigen berging. In afbeelding 3.1 en 3.2 zijn een plattegrond en een impressie van de gewenste situatie weergegeven. Het geheel krijgt een groene uitstraling. De patio en het parkeerterrein worden groen ingericht. De twee bomen vooraan de straat worden gekapt en herplant. Behoud van deze bomen is niet wenselijk om het plan te kunnen uitvoeren. Er wordt ook één boom gekapt op de plaats waar het parkeerterrein zal komen. De boom verkeert namelijk in een redelijke conditie, maar doordat er een zware gesteltak uit de boom is gebroken is een groot gat in de kroon ontstaan. Resterende takken en kroondelen zijn vanwege veranderende windbelasting breukgevaarlijk geworden. Door het uitbreken van de tak is een wond van circa 40 cm ontstaan. In het kader van veiligheid is het daarom wenselijk de boom te verwijderen. Deze boom wordt teruggeplaatst in de patio. Dit wordt geregeld in de anterieure overeenkomst.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
Bestemmingsplan “Veldmaarschalk Montgomeryweg 3, Soesterberg” Ontwerp
Afbeelding 3.1
Plattegrond gewenste situatie (Bron: OOK Architecten)
Afbeelding 3.2
Impressie gewenste situatie (Bron: OOK Architecten)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
Bestemmingsplan “Veldmaarschalk Montgomeryweg 3, Soesterberg” Ontwerp
3.2
Verkeer en parkeren
3.2.1 Algemeen Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd. In dit geval worden deze berekeningen gedaan op basis van de gemeentelijke ‘Nota parkeernormen auto en fiets (3 e herziening) (vastgesteld op 28 september 2017) door de gemeenteraad van Soest). 3.2.2 Situatie plangebied 3.2.2.1
Parkeren
Op basis van de gemeentelijke parkeernormering gelden voor woningen de parkeernormen zoals in volgende tabel is opgenomen. Vervolgens wordt ingegaan op achtereenvolgens de parkeerbehoefte in de huidige situatie en in de nieuwe situatie, voor zowel auto’s als fietsen.
Parkeernorm huidige situatie In de huidige situatie zijn een winkel, een bakkerij en een woning toegestaan. Voor de winkel geldt op basis van de parkeernota een parkeerbehoefte van 2,9 parkeerplaatsen per 100 m2. De winkel, met een grootte van 58,5 m2, kent een parkeernorm van 1,7 parkeerplaatsen (58,5/100 * 2,9). Voor de bakkerij geldt op basis van de parkeernota een parkeerbehoefte van 1,8 parkeerplaatsen per 100 m2. De bakkerij, met een grootte van 177,6 m2, kent een parkeernorm van 3,2 parkeerplaatsen (177,6/100 * 1,8). Voor de woning, met een grootte van 126,2 m2, geldt op basis van bovenstaande tabel een parkeerbehoefte van 1,8 parkeerplaatsen. Totaal zorgt de huidige functie op basis van de parkeernota voor een parkeerbehoefte van 1,7+3,2+1,8 = 6,7 parkeerplaatsen. In de huidige situatie is uitsluitend de oprit aanwezig, waarvoor op basis van de parkeernota 1,3 parkeerplaatsen mogelijk zijn. In totaal worden er dus 5,4 parkeerplaatsen (afgerond 6) opgevangen in het openbaar gebied. Autoparkeernormen gewenste situatie In dit geval gaat het om de realisatie van 9 woningen tot 45 m2 en 8 woningen tussen de 46 en 60 m2. Hiermee ontstaat het volgende beeld: • •
9*0,6 = 5,4 parkeerplaatsen; 8*1,1 = 8,8 parkeerplaatsen;
In totaal dienen er ten behoeve van de appartementen afgerond (5,4 + 8,8) = 15 parkeerplaatsen te worden aangelegd. In de gemeente Soest geldt dat per drie appartementen één parkeerplaats in het openbaar gebied mag worden opgevangen. Dit maakt voor de 17 appartementen dat er in totaal zes openbare parkeerplaatsen in het
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
Bestemmingsplan “Veldmaarschalk Montgomeryweg 3, Soesterberg” Ontwerp openbaar gebied mogen worden gerealiseerd. Dit betekent dat op eigen terrein de realisatie van 9 parkeerplaatsen voldoende is. In dit geval worden er op eigen terrein 12 parkeerplaatsen gerealiseerd. De overige drie parkeerplaatsen mogen worden opgevangen in het openbare gebied. Dit is in de huidige situatie al het geval, gezien de huidige functie reeds de behoefte aan 6 parkeerplaatsen in het openbaar gebied opvangt. Dit zorgt voor een totaal van 18 parkeerplaatsen (waarvan 6 openbaar). Per saldo is er dus ten aanzien van autoparkeren sprake van een verbetering ten opzichte van de huidige planologische situatie. Fietsparkeernormen gewenste situatie In dit geval gaat het om de realisatie van 9 woningen tot 45 m2 en 8 woningen tussen de 46 en 60 m2. Hiermee ontstaat het volgende beeld: • •
9*2 = 18 fietsparkeerplaatsen; 8*3 = 24 fietsparkeerplaatsen;
Daarnaast dient ten aanzien van fietsparkeren per 3 appartementen een fietsplaats bij de hoofdentree te worden gerealiseerd. Voor 17 appartementen betekent dit 6 fietsplaatsen. De totale fietsparkeernorm bedraagt hiermee 48 fietsparkeerplaatsen. In dit plan wordt er in de gemeenschappelijke fietsenstalling ruimte gemaakt voor 18 fietsen. Ter plaatse van de bergingen voor de driekamerappartementen is er ruimte voor in totaal 24 fietsen (8 maal fietsen per berging). Tot slot komt er bij de entree een fietsenstalling met ruimte voor 6 fietsen. Hiermee komt het totaal op 48 fietsparkeerplaatsen, waarmee wordt voldaan aan de parkeernormering. 3.2.2.2
Verkeersgeneratie
De gemeentelijke parkeernota noemt geen cijfers ten aanzien van verkeersgeneratie. Hiertoe worden berekeningen gemaakt op basis van de CROW-publicatie ‘toekomstbestendig parkeren’ (december 2018). In de CROW-publicatie wordt uitgegaan van een minimum en maximum generatie. Dit is de bandbreedte. In dit geval wordt van het gemiddelde uitgegaan. In onderstaande tabel is de verkeersgeneratie van de nieuwe situatie ten opzichte van de huidige (planologische) situatie weergegeven. Hierbij is uitgegaan van een ligging in het gebiedstype ‘schil centrum’. Voor verkeersgeneratie geldt dat, anders dan bij de parkeerberekening, onderscheid wordt gemaakt tussen huur- en koopappartementen (op basis van de CROW). De exacte verdeling tussen huur- en koop is nog niet duidelijk. Daarom is in dit geval in een worst-case scenario uitgegaan van 17 koopappartementen, aangezien deze op basis van de CROW de hoogste verkeersgeneratie met zich meebrengen. Opgemerkt wordt dat voor de bakkerswinkel geen kencijfers qua verkeersgeneratie zijn opgenomen. De functie die het meest hiermee te vergelijken is betreft een buurtsupermarkt. Voor de bakkerij is aangesloten bij een arbeidsintensief en bezoekersextensief bedrijf. Qua verstedelijkingsgraad wordt de gemeente Soest aangemerkt als een matig stedelijke gemeente.
Op basis van deze gegevens ontstaat het volgende beeld: Huidige functie Koop huis vrijstaand Bedrijf, arbeidsintensief, bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats)
Verkeersgeneratie 8,2 verkeersbewegingen 8,6 verkeersbewegingen per 100 m2
Totaal 8,2 verkeersbewegingen 15,2 verkeersbewegingen (8,6/100*177,6)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
Bestemmingsplan “Veldmaarschalk Montgomeryweg 3, Soesterberg” Ontwerp Bakkerswinkel (buursupermarkt)
69,6 verkeersbewegingen per 100 m 2
Totaal oude situatie Nieuwe functie Koop, appartementen, midden)
Verkeersgeneratie 7,3 verkeersbewegingen per appartement
40,7 verkeersbewegingen (58,5/100*69,6) 64,11 verkeersbewegingen Totaal 17*7,3 = 124,1 verkeersbewegingen
Zoals blijkt uit bovenstaande tabel is er in de nieuwe situatie sprake van een toename aan verkeersbewegingen van afgerond 60 verkeersbewegingen. Deze vrij beperkte toename kan eenvoudig via de Veldmaarschalk Montgomerylaan worden afgewikkeld. Het verkeer wordt van het terrein afgewikkeld via een brede en overzichtelijke in- en uitrit. 3.2.3 Conclusie Op basis van het vorenstaande wordt geconcludeerd dat er vanuit verkeer en parkeren geen belemmeringen zijn voor de voorgenomen ontwikkeling.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
Bestemmingsplan “Veldmaarschalk Montgomeryweg 3, Soesterberg” Ontwerp
HOOFDSTUK 4
BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte 4.1.1.1
Algemeen
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijken mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. 4.1.1.2
Rijksdoelen en regionale opgaven
In de SVIR heeft het Rijk drie doelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): • • •
Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.
Voor de drie rijksdoelen worden 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Opgaven van nationaal belang in de provincie Utrecht zijn: • • • • • •
Het goed laten functioneren van de ‘draaischijf’ van Nederland (weg, spoorweg en vaarweg) inclusief een goed regionaal openbaar vervoer en het uitvoeren van het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer Versterking van de primaire waterkeringen (hoogwaterbeschermingsprogramma) en het samen met decentrale overheden uitvoeren van het gebiedsgerichte deelprogramma Rivieren (Lek en Neder-Rijn) van het Deltaprogramma; Het samenwerken met decentrale overheden in de generieke deelprogramma’s Veiligheid, Zoet water en Nieuwbouw en Herstructurering van het Deltaprogramma; Het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) EHS, inclusief de Natura 2000-gebieden; Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV) en het indien nodig ruimtelijk accommoderen van de inzet van de regio op geothermie (waaronder warmtekoudeopslag) in de ondergrond; Het op lange termijn stimuleren van regionale ontwikkeling van de A12-zone. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
Bestemmingsplan “Veldmaarschalk Montgomeryweg 3, Soesterberg” Ontwerp 4.1.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ 4.1.2 Toetsing van initiatief aan uitgangspunten in het rijksbeleid De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de structuurvisie. Wat betreft de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij ‘nieuwe stedelijke ontwikkelingen’ (3.1.6 Bro). Op het realiseren van woningen is ondermeer de uitspraak ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921 van belang. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van respectievelijk 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In voorliggend geval is er sprake van de realisatie van 17 woningen. Er is dus sprake van een stedelijke ontwikkeling. Hierna wordt nader op de ladder ingegaan. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet de toelichting van het bestemmingsplan of de ruimtelijke onderbouwing een beschrijving van de behoefte aan de woningen die mogelijk worden gemaakt bevatten.
De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling. De aard en omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Voorliggend plan voorziet in het realiseren van 17 appartementen. De appartementen zullen met name bedoeld zijn voor de lokale behoefte. Gelet op de aard en omvang van de hiervoor genoemde functies kan het ruimtelijk verzorgingsgebied worden beperkt tot kern Soesterberg en haar directe omgeving (de regio Amersfoort). Beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling Kwantitatief
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
16
Bestemmingsplan “Veldmaarschalk Montgomeryweg 3, Soesterberg” Ontwerp Voor de gemeente Soest geeft de trendraming in de gemeentelijk woonvisie (2012) aan dat er een groei verwacht kan worden van circa 1.500 huishoudens. Dit aantal moet enigszins genuanceerd worden aangezien deze raming nog uitgaat van een beter economisch scenario. Het is raadzaam om een bandbreedte aan te houden waarbij de trendraming fungeert als bovengrens. De ondergrens kan gesteld worden op 1.000. In dat geval wordt geanticipeerd op een vraaguitval van 33%; dit komt ongeveer overeen met de terugloop in verstrekte vergunningen voor nieuwbouw In 2019 is het Woningbehoefteonderzoek 2019 – gemeente Soest uitgevoerd. Daaruit blijkt dat er in de gemeente Soest behoefte is aan 720 extra woningen en daarna tot 2030 nog eens 370. Van deze woningen zou ongeveer 15-20% in Soesterberg gerealiseerd moeten worden. Hieruit wordt geconcludeerd dat er sprake is van een kwantitatieve behoefte. Kwalitatief In de gemeente Soest manifesteert de vraag zich in de periode 2010-2020 ten eerste in de groei van de koopsector. Binnen deze periode ligt het accent binnen de vraagontwikkeling vooral op de middeldure koopwoning (€215.000- €350.000). Binnen het koopsegment is de eengezinswoning gewild. De tweede manifestatie is de groeiende vraag naar de meergezinswoning in zowel de huur als de koopsector.
Hierbij de groei even groot in de huur als in de koopsector. Het marktaandeel van de huursector is gelijk aan dat van de koopsector. De derde manifestatie is de afname van de vraag naar de goedkope en de middeldure huurwoning. De vraag naar de huur van een eengezinswoning daalt zeer sterk wat verklaard wordt door de wens om een eigenaarbewoner te zijn van een eengezinswoning. In Soesterberg wordt vooral ingezet op transformatie binnen de bestaande huurvoorraad als nieuwbouw van woningen op geplande uitbreidingslocaties. Tevens is in de woonvisie aangegeven dat het merendeel van het programma gerealiseerd kan worden in Soesterberg. In Soesterberg ligt het accent iets meer op goedkope koopwoningen, de sociale huur en goedkopere koopappartementen. In de sociale en particuliere huursector is er meer vraag dan aanbod van appartementen. In de koopsector is de vraag naar goedkope rijwoningen en appartementen groter dan het aanbod. Met dit plan gaat het om het toevoegen van appartementen in zowel de koop- als huursector. In de koopsector gaat het om het middensegment. Naar dit type woningen is vraag in Soesterberg. Geconcludeerd wordt daarom dat er tevens sprake is van een kwalitatieve behoefte. Binnen of buiten bestaand stedelijk gebied Gezien de definitie uit de Bro kan worden geconcludeerd dat het plangebied onderdeel uitmaakt van bestaand stedelijk gebied.
Het plangebied betreft een bebouwd perceel waar in dit geval sprake is van herstructurering. Met voorliggende ontwikkeling is sprake van inbreiding in bestaand stedelijk gebied, waarbij wordt voldaan aan deze trede van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Conclusie: Gezien het vorenstaande wordt gesteld dat voorliggende ontwikkeling in overeenstemming is met de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. 4.1.2 Toetsing van initiatief aan uitgangspunten in het rijksbeleid Geconcludeerd wordt dat onderhavig plan in overeenstemming is met het van toepassing zijnde rijksbeleid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
17
Bestemmingsplan “Veldmaarschalk Montgomeryweg 3, Soesterberg” Ontwerp
4.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid behelst een doorvertaling van rijksbeleid en is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste betreffen de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 en de Provinciale Ruimtelijke Verordening, Provincie Utrecht 2013 (Herijking 2016). 4.2.1 Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 4.2.1.1
Algemeen
Op 4 februari 2013 is de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 vastgesteld en op 12 december 2016 is de betreffende Structuurvisie herijkt. De provinciale structuurvisie bevat het ruimtelijk beleid voor de provincie Utrecht voor de periode tot 2028. In de structuurvisie wordt aangegeven welke doelstellingen van provinciaal belang worden geacht, welk beleid bij deze doelstellingen hoort én hoe er uitvoering wordt gegeven aan dit beleid. De twee belangrijkste beleidsopgaven om Utrecht aantrekkelijk te houden als vestigingsplaats zijn: •
Accent op de binnenstedelijke opgave Tenminste 2/3 van de woningbouwopgave binnenstedelijk realiseren. Dit sluit aan bij de vraag, vergroot het draagvlak voor voorzieningen en openbaar vervoer en vermindert de druk op het landelijk gebied. Verminderen van het overschot aan kantoren en herstructurering van bedrijventerreinen, maken ook deel uit van de binnenstedelijke opgave.
•
Behoud en versterken kwaliteit landelijk gebied Kwaliteit behouden en versterken, zowel voor het landelijk gebied zelf, als voor het stedelijk gebied. De binnenstedelijke opgave vraagt als contramal ook om een aantrekkelijk en bereikbaar landelijk gebied met hoge kwaliteit van landschap, natuur en recreatieve voorzieningen. De zware terugval van financiële middelen voor natuur en recreatie om de stad willen wij onder andere opvangen door hier rood-voor-groenconstructies mogelijk te maken. De cultuurhistorische waarden van onder meer de linies, de buitenplaatsen en het agrarische landschap dragen bij aan een aantrekkelijk landelijk gebied. De landbouw is een belangrijke drager van het agrarische cultuurlandschap. Die rol vergt ruimte voor een economisch duurzame landbouw. De aanwezigheid van zo’n 1,2 miljoen inwoners biedt afzetmogelijkheden voor de producten die dit oplevert. Bij dit alles is het kunnen beleven van rust en ruimte van belang.
In de structuurvisie zijn tevens vier pijlers opgenomen voor ruimtelijke ontwikkeling: • • • •
Duurzame leefomgeving; Beschermen kwaliteiten; Vitale steden en dorpen; Dynamisch landelijk gebied.
De pijlers ‘duurzame leefomgeving’ en ‘beschermen kwaliteiten’ leggen de basis waarbinnen de ontwikkelingen in de ‘vitale dorpen en steden’ en het ‘dynamisch landelijk gebied’ plaats kunnen vinden. De pijlers voor de ontwikkeling dragen bij aan de aantrekkelijkheid, leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit van de provincie. Op basis van de verbeelding van de structuurvisie is het plangebied gelegen binnen de volgende relevante lagen: • • •
Landschap Utrechtse Heuvelrug; CHS – Archeologie; CHS – Historische buitenplaatszone;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
18
Bestemmingsplan “Veldmaarschalk Montgomeryweg 3, Soesterberg” Ontwerp • •
CHS – Militair erfgoed; Binnenstedelijke woningbouw.
4.2.1.2
Landschap Utrechtse Heuvelrug
Voor het landschap Utrechtse Heuvelrug wilt de provincie de volgende kernkwaliteiten behouden: 1. robuuste eenheid; 2. reliëfbeleving; 3. extreme historische gelaagdheid. Deze kernkwaliteiten hebben in de verschillende deelgebieden van de Utrechtse Heuvelrug verschillende accenten. De kernkwaliteiten zijn in de toelichting kort beschreven. Een uitgebreidere beschrijving en handvatten voor het omgaan met de kernkwaliteiten heeft de provincie opgenomen in de Kwaliteitsgids voor de Utrechtse Landschappen. De provincie vraagt gemeenten en initiatiefnemers bij ontwikkelingen hiervan gebruik te maken. 4.2.1.3
CHS – Archeologie;
Het beleid richt zich op het bevorderen van duurzaam behoud en beheer van de archeologische resten in de bodem (‘in situ’). Als ruimtelijke ingrepen onvermijdelijk zijn vraagt de provincie aandacht voor het op goede wijze uitvoeren van archeologisch onderzoek. Ten slotte richt het beleid zich op het versterken van de zichtbaarheid en de beleefbaarheid van archeologisch erfgoed, ook als inspiratiebron voor ruimtelijke ontwikkeling. 4.2.1.4
CHS – Historische buitenplaatszone;
Voor de historische buitenplaatszones is het beleid van enerzijds veiligstellen en anderzijds ruimte bieden voor ontwikkeling een bijzondere opgave. De historische buitenplaatsen vertegenwoordigen bijzondere cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden in de provincie. De historische buitenplaatszones staan tegelijkertijd onder hoge druk, zowel door ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving, als door ontwikkelingen op de buitenplaatsen zelf. Wij willen, voor zover dit past binnen het overige ruimtelijk beleid, in de verordening ruimte bieden voor ontwikkeling, gericht op het creëren van economische dragers voor het behoud van de cultuurhistorische waarden van buitenplaatsen. Daarbij is behoud van de specifieke kenmerken van de zone waarin de buitenplaats ligt het uitgangspunt. 4.2.1.5
CHS – Militair erfgoed
Voor het militair erfgoed van de voormalige waterlinies, Stelling van Amsterdam, Nieuwe Hollandse Waterlinie, Oude Hollandse Waterlinie en Grebbelinie, ligt de opgave vooral op het via gebiedsontwikkelingen behouden en beleefbaar maken van de linies in het landschap. Voor het modernere militaire erfgoed op en rond de voormalige Vliegbasis Soesterberg ligt de opgave in het behouden van diverse uiteenlopende defensiestructuren. 4.2.1.4
Binnenstedelijke woningbouw
In het provinciale ruimtelijk beleid maakt de provincie de hoofdkeuze om in te zetten op de binnenstedelijke ontwikkeling. Het streven is dat ten minste twee derde van het woningbouwprogramma binnen de actuele rode contouren gerealiseerd wordt. Deze binnenstedelijke opgave biedt kansen om de leefbaarheid in de steden en dorpen te verbeteren, als er voldoende aandacht is voor de kwaliteit van de woningen en de BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
19
Bestemmingsplan “Veldmaarschalk Montgomeryweg 3, Soesterberg” Ontwerp woonomgeving. Daarom vindt de provincie het belangrijk dat er aandacht is voor deze kwaliteit. De provincie wil stimuleren dat overheden en marktpartijen zich gezamenlijk inspannen om de binnenstedelijke opgave te realiseren. 4.2.1.5
Toetsing aan de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2038
Beleidsopgaven Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op een woningbouwontwikkeling op een herstructureringslocatie. Met het voornemen wordt een appartementengebouw voor 17 appartementen gerealiseerd. Hiermee wordt aangesloten bij de wens van de provincie om binnen de actuele rode contour woningbouw te realiseren. De leefbaarheid en kwaliteit van de stedelijke omgeving wordt verbeterd, aangezien een leegstaand pand wordt gesloopt en het perceel een nieuwe duurzame vervolgfunctie krijgt. Tevens wordt voor een klein deel bijgedragen aan de grote woningbouwopgave in met name de regio Amersfoort. Pijlers Ten aanzien van de vier pijlers in de provinciale structuurvisie kan ten aanzien van ‘duurzame leefomgeving’ worden gesteld dat het vervangen van de bestaande bouw naar nieuwbouw als gevolg heeft dat de nieuwbouw zo energieneutraal als mogelijk wordt neergezet en de energiebehoefte gasloos wordt ingevuld. Er wordt dan ook bijgedragen aan deze pijler. Ten aanzien van de pijler ‘het beschermen van de kwaliteiten’ geldt dat het gaat om een stedelijke ontwikkeling. Het te slopen pand is niet van cultuurhistorische waarde. Het nieuwe pand sluit aan op de omliggende omgeving. Er is geen sprake van aantasting van de kwaliteiten van het landschap danwel cultuurhistorische waarden.
Ten aanzien van de pijler vitale steden en dorpen’ wordt gesteld dat met deze transformatie wordt bijgedragen aan het vitaal houden van de stad. Het plan ligt in lijn met de vraag om tweederde van de te bouwen woningen binnenstedelijk uit te voeren. De pijler ‘dynamisch landelijk gebied’ tot slot is voor deze stedelijke ontwikkeling niet relevant. Relevante lagen Doordat de ontwikkeling plaatsvindt op een stedelijk perceel, worden de kernkwaliteiten van de Utrechtse Heuvelrug niet aangetast. Deze zijn in het plangebied reeds niet of nauwelijks zichtbaar aanwezig. Ten aanzien van de cultuurhistorische lagen geldt dat de te beschermen objecten (erfgoed en historische buitenplaatsen) op voldoende afstand en worden deze niet in kwaliteit of in hun zichtlijnen aangetast. Tot slot wordt ten aanzien van archeologie gesteld dat een dubbelbestemming de waarden beschermd. Met de ontwikkeling wordt de onderzoeksgrens voor archeologisch onderzoek overigens niet overschreden. Hiermee is geen sprake van strijd met provinciale belangen en/of kernkwaliteiten zoals genoemd in de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie is (deels) doorvertaald naar een verordening voor zover het planologisch relevante aspecten betreft. De Provinciale Ruimtelijke Verordening, Provincie Utrecht 2013 wordt hierna behandeld. 4.2.2 Provinciale Ruimtelijke Verordening, Provincie Utrecht 2013 4.2.2.1
Algemeen
Op 4 februari 2013 is de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV), Provincie Utrecht 2013 (PRV) in werking getreden. Ook de Verordening is op 12 december 2016 herijkt. De verordening bevat algemene regels die gemeenten in acht moeten nemen bij het
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
20
Bestemmingsplan “Veldmaarschalk Montgomeryweg 3, Soesterberg” Ontwerp opstellen van hun ruimtelijke plannen. In de PRV staan geen regels die direct doorwerken naar de burgers. In de PRV zijn alleen de algemene regels opgenomen, die noodzakelijk zijn voor het waarborgen van de provinciale belangen. In voorliggend geval zijn met name artikel 1.6, 1.7, 1.8 en 4.1 uit de PRV van belang. Hierna worden de artikelen benoemd en wordt het voornemen eraan getoetst. 4.2.2.2
Artikel 1.6: Mobiliteitstoets (lid 1 en 2)
1. De toelichting op een ruimtelijk besluit waarin ruimtelijke ontwikkelingen zijn voorzien, bevat een beschrijving van het aantal verplaatsingen die deze ruimtelijke ontwikkelingen tot gevolg hebben, een beschrijving van de wijze waarop het plangebied wordt ontsloten voor de verschillende vervoerwijzen en een analyse of er door het aantal verplaatsingen knelpunten op het omliggende verkeers- en vervoersnetwerk voor de diverse vervoerwijzen kunnen ontstaan. 2. Indien uit de in het tweede lid bedoelde analyse blijkt dat er mogelijk sprake is van knelpunten op het omliggende verkeers- en vervoernetwerk, wordt een mobiliteitstoets zoals beschreven in bijlage Mobiliteitstoets uitgevoerd. Binnen deze mobiliteitstoets worden mogelijke oplossingen voor de geconstateerde knelpunten uitgewerkt, waarbij ook realisatie en financiering van deze maatregelen aan bod komen. Toetsing van het initiatief aan artikel 1.6 van de PRV Het plan voorziet in een toelichting van het aantal verplaatsingen dat dit plan met zich meebrengt. Er is geen sprake van knelpunten voor het omliggende verkeers- en vervoersnetwerk. In paragraaf 3.2 is hier uitgebreid op ingegaan. Het voornemen is in overeenstemming met artikel 1.6 van de PRV. 4.2.2.3
Artikel 1.7: Cultuurhistorische hoofdstructuur (lid 2 en 3)
1. Een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als ‘Cultuurhistorische hoofdstructuur’ bevat bestemmingen en regels ter bescherming van de waarden van de Cultuurhistorische hoofdstructuur, zoals genoemd in de Bijlage Cultuurhistorie. 2. Een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als ‘Cultuurhistorische hoofdstructuur’ bevat geen nieuwe bestemmingen en regels die leiden tot een onevenredige aantasting van in het plangebied voorkomende waarden van de Cultuurhistorische hoofdstructuur, zoals genoemd in de Bijlage Cultuurhistorie.
Toetsing van het initiatief aan artikel 1.7 van de PRV De voorgenomen ontwikkeling voorziet niet in de aantasting van de cultuurhistorische hoofdstructuur. De te slopen bebouwing is niet van cultuurhistorische waarde. Het voornemen is in overeenstemming met artikel 1.7 van de PRV. 4.2.2.4
Artikel 1.8, Landschap
1. Als ‘Landschap’ wordt aangewezen de gebieden ‘Eemland’, ‘Gelderse Vallei’, ‘Groene Hart’, ‘Rivierengebied’ en ‘Utrechtse Heuvelrug’, waarvan de geometrische plaatsbepaling is vastgelegd in het GML-bestand en is verbeeld op de kaart Landschap. 2. Een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als ‘landschap’ bevat bestemmingen en regels ter bescherming van de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten, zoals genoemd in de Bijlage Kernkwaliteiten landschap.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
Bestemmingsplan “Veldmaarschalk Montgomeryweg 3, Soesterberg” Ontwerp 3. Een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als ‘landschap’ bevat geen nieuwe bestemmingen en regels die leiden tot een onevenredige aantasting van de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten, zoals genoemd in de Bijlage Kernkwaliteiten landschap. 4. De toelichting op een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als ‘landschap’ bevat een beschrijving van de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten en de wijze waarop met de bescherming van de kernkwaliteiten is omgegaan. Toetsing van het initiatief aan artikel 1.8 van de PRV De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats op gronden die voorheen reeds waren bebouwd en ingericht voor stedelijke functies. Met het voornemen worden de kernkwaliteiten van de Utrechtse Heuvelrug niet verder aangetast. Het voornemen is in overeenstemming met artikel 1.8 van de PRV. 4.2.2.5
Artikel 4.1, Stedelijk gebied
1. Als ‘Stedelijk gebied’ wordt aangewezen het gebied waarvan de geometrische plaatsbepaling is vastgelegd in het GML-bestand en is verbeeld op de kaart Wonen en werken. 2. Een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als ‘Stedelijk gebied’ kan bestemmingen en regels bevatten voor verstedelijking. 3. De toelichting op een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als ‘Stedelijk gebied’ bevat een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met energiebesparing en het toepassen van duurzame energiebronnen. Toetsing van het initiatief van artikel 4.1 van de PRV Het appartementengebouw wordt zo duurzaam als mogelijk gebouwd. Om hieraan te kunnen voldoen worden de nodige maatregelen getroffen qua isolatie. De norm van het bouwbesluit wordt als minimum toegepast. Het streven is om het geheel klimaatadaptief te bouwen, waarbij wordt gewerkt met maatregelen zoals het inbedden van groen en het bergen van water op eigen terrein. Voorbeelden van duurzaamheidsmaatregelen die toegepast worden, zijn het realiseren van een groen dak op de bergingen, het plaatsen van zonnepanelen op het hoofdgebouw en het halfverharden van het parkeerterrein. Hiermee wordt voldaan aan de norm voor appartementen.
4.2.3 Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 en de Provinciale Ruimtelijke Verordening, Provincie Utrecht 2013.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1 Structuurvisie Soest 2009-2030 4.3.1.1
Algemeen
In de Structuurvisie Soest 2009-2030 is globaal vastgelegd hoe de gemeente er in het jaar 2030 ongeveer uit moet zien. De kracht van de structuurvisie zit in de samenhang tussen elementen als hoeveel en soort woningen, werkgelegenheid, voorzieningen en verkeersafwikkeling. Het speerpunt van de structuurvisie is het dorp Soest levendig en BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
Bestemmingsplan “Veldmaarschalk Montgomeryweg 3, Soesterberg” Ontwerp groen houden. Een levendig en groen dorp vraagt om het actief inspelen op ontwikkelingsmogelijkheden op velerlei gebieden. In de structuurvisie wordt gestreefd naar een evenwichtige bevolkingsopbouw. Alle bevolkingsgroepen moeten kunnen blijven wonen, werken en gebruik maken van voorzieningen in de gemeente. Het woningbouwprogramma moet vooral een kwalitatieve invulling krijgen die aansluit bij de specifieke doelgroepen, zoals jongeren/starters en senioren. Daarmee wordt de doorstroming bevorderd en komen woningen beschikbaar voor alle bevolkingsgroepen. 4.3.1.2
Toetsing
Het plan voorziet in de sloop van een pand zonder duurzame vervolgfunctie, gezien de kleinschaligheid van de locatie en de mate van benodigde investeringen. Herontwikkeling naar een woonfunctie draagt bij aan het levendig en aantrekkelijk houden van het dorp Soesterberg. Het plan houdt zorgvuldig rekening met het dorpse karakter. De maat en schaal van de nieuwe bebouwing sluit aan bij de omliggende woonbebouwing. 4.3.2 Masterplan Soesterberg 4.3.2.1
Algemeen
In april 2009 heeft de gemeenteraad van Soest het 'Masterplan Soesterberg' vastgesteld. Dit plan beschrijft op hoofdlijnen een toekomstvisie voor Soesterberg. Nu de vliegbasis niet meer in gebruik is, kan het dorp een flinke kwaliteitsimpuls krijgen. Het gewenste toekomstperspectief voor Soesterberg is uitgewerkt volgens een prioriteitenladder: 1. 2. 3. 4.
Aanpak barrièrewerking N237. Herstructurering Soesterberg-Noord. Realisatie Dorpshart-campus-kop. Dorpsuitbreiding.
De uitdaging bij de groei van Soesterberg is het huidige dorpse en kleinschalige karakter, het bloeiende verenigingsleven en de sterke sociale samenhang te behouden en verder te versterken. De opgave luidt daarom: groei met behoud van het eigen karakter. Dit wordt door veel inwoners onderschreven. De huidige woningmarkt in Soesterberg wordt getypeerd door een groot en relatief eenzijdig aanbod aan (sociale) huurwoningen. Een deel van deze woningen is sterk verouderd en voldoet niet meer aan eisen en wensen van deze tijd. Het eenzijdige karakter van de woningvoorraad brengt een tekort aan senioren- en starterswoningen met zich mee. Daarnaast is er behoefte aan woningen voor het middensegment. De bevolking van Soesterberg vergrijst. Om draagvlak voor voorzieningen te behouden is het wenselijk jongeren vast te houden en aan te trekken door hen een woning op maat te bieden. Senioren wensen levensloopbestendige woningen in de buurt van voorzieningen en zorg. Dit alles vraagt om een gedifferentieerd woonmilieu. Een gevarieerd aanbod aan verschillende type woningen zal ook de doorstroming op de woningmarkt verbeteren. Soesterberg is gelegen in een groene omgeving, waar nog te weinig gebruik van wordt gemaakt. Bewoners wensen duurzame, levensloopbestendige en innovatieve woningen passend binnen het aanwezige groen.
4.3.2.2 Toetsing Het masterplan Soesterberg laat zich niet uit over de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. Het betreft namelijk meer een visie op hoofdlijnen. Wel kan worden gesteld dat de ontwikkeling bijdraagt aan de doelstelling om jongeren vast te houden en
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
Bestemmingsplan “Veldmaarschalk Montgomeryweg 3, Soesterberg” Ontwerp aan te trekken door woningen op maat te bieden. Daarnaast past het bieden van levensloopbestendige woningen bij het streven om ouderen zo lang mogelijk thuis te laten wonen in de buurt van voorzieningen (het plangebied ligt nabij het centrum). Tot slot zal door het woningprogramma het woonmilieu worden gedifferentieerd, wat een positieve uitwerking heeft op doorstroming. Gesteld wordt dat het plan in overeenstemming is met het masterplan. 4.3.3 Nota wonen in Soest 4.3.3.1
Algemeen
Het voornaamste doel van de nota ‘Wonen in Soest (2012) is een actualisering van het woonbeleid op basis van nieuwe gegevens. De meest recente prognoses ten aanzien van bevolkings- en huishoudenontwikkeling, de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte en de nieuwste inzichten in woontrends vormen samen een actueel en volledig beeld waarin onder meer duidelijk wordt waar mensen willen wonen, hoe ze willen wonen, waarin ze willen wonen et cetera. Een ander doel is het aanreiken van handvatten om ontwikkelingen te sturen en om volkshuisvesting leidend te maken waar het ruimtelijke ontwikkelingen betreft. De bouwopgave wordt idealiter namelijk ingegeven door wat volkshuisvestelijk gewenst is. Dat vertaalt zich in een opgave gespecificeerd naar types, woonmilieus, locatie enzovoort. Tenslotte vormt de inhoud van de nota een uitvoeringsagenda voor de toekomst. Deze agenda laat zien waar de prioriteiten liggen waar het de woningmarkt betreft. Nieuwe ontwikkelingen dienen rekening te houden met de uitgangspunten uit de nota ‘Wonen in Soest’. 4.3.3.2
Kwantitatieve vraagontwikkeling
Voor Soest geeft de trendraming aan dat er een groei verwacht kan worden van circa 1.500 huishoudens. Dit aantal moet enigszins genuanceerd worden aangezien deze raming nog uitgaat van een beter economisch scenario. Het is raadzaam om een bandbreedte aan te houden waarbij de trendraming fungeert als bovengrens. De ondergrens kan gesteld worden op 1.000. In dat geval wordt geanticipeerd op een vraaguitval van 33%; dit komt ongeveer overeen met de terugloop in verstrekte vergunningen voor nieuwbouw. 4.3.3.3
Kwalitatieve vraagontwikkeling
In de gemeente Soest manifesteert de vraag zich in de periode 2010-2020 ten eerste in de groei van de koopsector. Binnen deze periode ligt het accent binnen de vraagontwikkeling vooral op de middeldure koopwoning (€215.000- €350.000). Binnen het koopsegment is de eengezinswoning gewild. De tweede manifestatie is de groeiende vraag naar de meergezinswoning in zowel de huur als de koopsector. Hierbij de groei even groot in de huur als in de koopsector. Het marktaandeel van de huursector is gelijk aan dat van de koopsector. De derde manifestatie is de afname van de vraag naar de goedkope en de middeldure huurwoning. De vraag naar de huur van een eengezinswoning daalt zeer sterk wat verklaard wordt door de wens om een eigenaarbewoner te zijn van een eengezinswoning. In Soesterberg wordt vooral ingezet op transformatie binnen de bestaande huurvoorraad als nieuwbouw van woningen op geplande uitbreidingslocaties. Tevens is in de woonvisie aangegeven dat het merendeel van het programma gerealiseerd kan worden in Soesterberg.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
24
Bestemmingsplan “Veldmaarschalk Montgomeryweg 3, Soesterberg” Ontwerp 4.3.3.4
Toetsing
De woonvisie is enigszins verouderd. Uit de ladderonderbouwing is reeds gebleken dat er sprake is van een behoefte aan het plan. Wat betreft de woonvisie wordt gesteld dat voor de invulling van dit plan wordt aangesloten op het gewenste gedifferentieerde programma in Soesterberg, bestaande uit eengezins(koop)woningen, en appartementen met een lift.
4.3.4 Welstandsnota 4.3.4.1
Algemeen
Op 13 februari 2014 heeft de gemeenteraad van Soest de nieuwe Welstandsnota vastgesteld om transparant welstandsbeleid te kunnen voeren. Het welstandsbeleid is bedoeld om te zorgen dat bij bouwen en verbouwen de omgeving niet visueel wordt aangetast. De nota staat vol inspirerende voorbeelden, kaartmateriaal en gebiedsbeschrijvingen. Om mensen die een vergunning aanvragen te ondersteunen bij het indienen van een kwalitatief goed plan, zijn proces en inhoud van de welstandsbeoordeling duidelijk beschreven. Door middel van een welstandskaart is voor alle gronden in Soest aangegeven wat het welstandsniveau is. Per welstandsniveau horen een aantal beoordelingsaspecten. 4.3.4.2
Situatie plangebied
Op basis van de welstandsnota geldt voor het plangebied het welstandsniveau ‘gewoon’. Voor dit niveau gelden de hoofdaspecten. Het bouwplan moet aan deze aspecten voldoen. Hierna zijn de hoofdaspecten weergegeven.
Afbeelding 4.4
Welstandscriteria plangebied (Bron: gemeente Soest)
4.3.4.3
Toetsing
Het bouwplan wordt ter toetsing voorgelegd aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Voor nu wordt gesteld dat de gewenste ontwikkeling passend is binnen het welstandsbeleid van de gemeente Soest 4.3.5 Gemeentelijk verkeer- en vervoersplan (2008) 4.3.5.1
Algemeen
In 2008 heeft de gemeente het Gemeentelijke verkeer- en vervoersplan vastgesteld. Verkeer- en vervoerstromen zijn de laatste decennia sterk aan verandering onderhevig. Ruimtelijke en economische ontwikkelingen en de hiermee samenhangende, groeiende BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
25
Bestemmingsplan “Veldmaarschalk Montgomeryweg 3, Soesterberg” Ontwerp vraag naar mobiliteit zijn daarvan de oorzaken. Alle verkeer- en vervoerstromen moeten in goede banen worden geleid. Er moet tijdig ingespeeld kunnen worden op ontwikkelingen en de overlast van verkeer moet zoveel mogelijk worden ingeperkt. De bereikbaarheid van de gemeente Soest is van groot belang voor de ruimtelijke en economische ambities. Om de bereikbaarheid ook in de toekomst te kunnen waarborgen wordt ingezet op de regionale pakketstudies. In regionaal verband wordt bekeken hoe de doorstroming op het hoofdwegennet (de rijkswegen) en het onderliggende wegennet kan worden verbeterd. Binnen de gemeente zal de verkeersveiligheid en de doorstroming verbeterd worden door functionele weginrichting. De inrichting van de weg dient aan te sluiten bij de functie van de weg. De belangrijkste knelpunten op het gebied van de verkeersveiligheid zullen de komende jaren worden aangepakt. In het uitvoeringsprogramma wordt een aantal projecten aangewezen die in de komende jaren uitgevoerd gaan worden. Het gaat hier om het herinrichten van parkeerterreinen en de reconstructie van diverse kruispunten in Soest Zuid. 4.3.5.2
Toetsing
Onderhavig plangebied wordt niet specifiek genoemd in het Gemeentelijke verkeer- en vervoersplan. Een nadere toetsing kan daarom achterwege blijven. 4.3.6 Bomenkaart Soest 4.3.6.1
Algemeen
De Bomenkaart maakt onderdeel uit van de nota ‘Bescherming en kap van bomen’ (2012).Het plangebied is op de Bomenkaart gelegen nabij een laan (bomenstructuur categorie 1). In afbeelding 4.5 is dit weergegeven.
Afbeelding 4.5
Uitsnede bomenstructuurkaart Soest (Bron: Gemeente Soest)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
26
Bestemmingsplan “Veldmaarschalk Montgomeryweg 3, Soesterberg” Ontwerp 4.3.6.2
Categorie 1
Bomenstructuren zijn onder meer lanen, oude houtwallen, parken, parkwijken (boomrijke woongebieden) en bos- en natuurgebieden die bepalend zijn voor het groene karakter van Soest. Deze bevinden zich zowel in het stedelijk als het landelijk gebied. Bomenstructuren versterken de opzet en de identiteit van de gemeente. Daarnaast vertellen zij iets over het aanwezige landschap, onderstrepen de cultuurhistorische achtergrond van het gebied en zijn bepalend voor de ruimtelijke kwaliteit en beleving. Voor bomen in categorie 1 geldt een kapverbod. Een omgevingsvergunning ‘kap’ is alleen mogelijk als sprake is van: • • •
een maatschappelijk gewenst project of acuut gevaar / ernstige ziekte of het verplanten van de boom binnen de bomenstructuur.
4.3.6.3
Compensatie
Als sprake is van aantasting van het bosachtige karakter van het gebied wordt altijd een herplantplicht opgelegd. Als sprake is van dunning in de zin van boom-/ bosbeheer, dan kán een herplantplicht worden opgelegd. 4.3.6.4
Toetsing
De groenstructuur is als randvoorwaarde al vroeg in de planvorming betrokken. Het plangebied ligt zoals aangegeven aan een laan de als categorie 1 is aangeduid. In dit geval zijn er meerdere bomen gekapt. In het projectgebied waren voorheen 15 bomen voorheen. Voor een groot aantal van deze bomen was de stamomtrek minder dan 30 centimeter, waarmee deze bomen konden worden gekapt zonder omgevingsvergunning. Verder is geconstateerd dat de conditie van de berk redelijk goed is, maar de boom op 50 centimeter afstand van de muur van het gebouw van de buren staat. Dit is geen optimale situatie voor een boom. Een kapvergunning kan worden verleend. De conditie van de Japanse lariks is matig-redelijk. Door een uitgewaaide top van de boom in het verleden is er geen sprake meer van een mooie vorm van de boom. Bovendien zorgen resterende takken en kroondelen vanwege veranderende windbelasting voor breukgevaar. Door het uitbreken van de tak is een wond van circa 40 cm ontstaan. In het kader van veiligheid is het daarom wenselijk de boom te verwijderen. Er zijn dan ook geen gronden om een vergunning te weigeren. De drie sierkersen in de achtertuin zijn verdwenen, ook voor deze bomen is geen kapvergunning benodigd. Er komt dus uitsluitend een vergunning voor de kap van de lariks en de berk. Deze vergunning wordt meegenomen bij de coördinatieregeling voor het plan.