4a 3 Bijlagen bij toelichting Segment 001 van e. Molenstraat 157 A_.pdf
Tekst van het document
6
ASFALTONDERZOEK............................................................................................................. 21 6.1 Vooronderzoek ....................................................................................................... 21 6.2 Onderzoekstrategie en uitvoering ......................................................................... 21 6.3 Toetsingskader ....................................................................................................... 21 6.4 Laboratoriumonderzoek ........................................................................................ 22 6.5 Omvang vrijkomend asfalt ..................................................................................... 23
Molenstraat 157 A te Soest
3
P2482.01
Diverse onderzoeken t.b.v. herontwikkeling gemeentewerf
Buro Ontwerp & Omgeving
7
FUNDATIE-ONDERZOEK....................................................................................................... 24 7.1 Onderzoeksstrategie bepaling milieuhygiënische kwaliteit fundatie .................... 24 7.2 Toetsingskader ....................................................................................................... 24 7.3 Laboratoriumonderzoek ........................................................................................ 24 7.4 Omvang vrijkomend fundatiemateriaal ................................................................. 25
8
VERKENNEND ONDERZOEK ASBEST IN GROND EN PUIN .................................................... 26 8.1 Onderzoeksopzet ................................................................................................... 26 8.2 Veldwerkzaamheden.............................................................................................. 26 8.3 Asbestinspectie en zintuiglijke waarnemingen ...................................................... 27 8.4 Laboratoriumonderzoek ........................................................................................ 27 8.5 Toetsingskader ....................................................................................................... 27 8.6 Analyseresultaten................................................................................................... 28
9
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...................................................................................... 29 9.1 Conclusies............................................................................................................... 29 9.2 Aanbevelingen........................................................................................................ 30 9.3 Opmerkingen.......................................................................................................... 31
BIJLAGEN
1
2 3
4
5
6
Situatietekeningen 1.1 Topografisch overzicht en kadastrale kaart 1.2 Situatietekeningen met boorpunten en inspectiegaten Boorprofielen en legenda Analysecertificaten Analytico 3.1 Asfalt 3.2 Fundatie 3.3 Grond en waterbodem (milieuhygiënisch) 3.4 Asbest) Toetsing van de analyseresultaten 4.1 Toetsing analyseresultaten aan Wbb (grond/grondwater) 4.2 Toetsing analyseresultaten aan Bbk (grond/waterbodem) 4.3 Verspreidbaarheid (waterbodem) Toetsingskader 5.1 Wet bodembescherming (Wbb) 5.2 Besluit bodemkwaliteit grond (Bbk) 5.3 Besluit bodemkwaliteit bouwstoffen (Bbk) Asbestinspectieformulieren
Molenstraat 157 A te Soest
4
P2482.01
Diverse onderzoeken t.b.v. herontwikkeling gemeentewerf
1
Buro Ontwerp & Omgeving
INLEIDING In opdracht van de gemeente Soest zijn door Buro Ontwerp & Omgeving diverse onderzoeken uitgevoerd op de locatie bekend als Molenstraat 157 A te Soest (gemeentewerf). De aanleiding tot de uitvoering van de diverse onderzoeken is de voorgenomen herontwikkeling van de gemeentewerf ten behoeve van woningbouw. Alvorens het initiatief verder uit te werken wil de gemeente inzicht hebben in relevante haalbaarheidsaspecten. Onderhavige rapportage gaat uitsluitend in op (water)bodem en verhardingsmaterialen. De uitkomsten van de onderzoeken kunnen als randvoorwaarden dienen bij de verdere uitwerking van het initiatief. Hierbij is het van belang inzicht te hebben in de milieuhygiënische kwaliteit en/of de omvang van diverse vrijkomende materiaalstromen (risicobeheer/Arbo). Tabel 1 geeft een overzicht van de in dit kader uitgevoerde onderzoeksdisciplines. Tabel 1
Overzicht uitgevoerde onderzoeken en doelstellingen
Onderzoeksdiscipline
Doelstellingen
Protocol
Vooronderzoek
Nagaan of ter plaatse (of in de omgeving van) het projectgebied een geregistreerd geval van bodemverontreiniging aanwezig is;
NEN 5725
Nagaan of (bedrijfs-)activiteiten en/of verontreinigingen in de omgeving de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van het projectgebied negatief beïnvloed kunnen hebben; Nagaan aanleghistorie en visueel beoordelen homogeniteit van de asfaltverhardingen.
CROW 210
Verkennend/actualiserend bodemonderzoek
Het verkrijgen van een indicatie van de huidige milieuhygiënische kwaliteit van de bodem.
NEN 5740
Verkennend waterbodem
Bepaling milieuhygiënische kwaliteit, hergebruiksmogelijkheden en de verspreidbaarheid van de waterbodem.
NEN 5720
Asfaltonderzoek
Inzicht verkrijgen in de wegconstructie;
CROW 210
Bepaling dikte, de gelaagdheid en de teerhoudendheid van de asfaltverharding; Fundatie-onderzoek
Bepaling dikte, de aard, de milieuhygiënische hergebruiksmogelijkheden (indicatief).
Maatwerk
Verkennend asbestonderzoek
Vaststellen of het materiaal verontreinigd is met asbest.
NEN 5707 / NEN 5897
Molenstraat 157 A te Soest
5
P2482.01
Diverse onderzoeken t.b.v. herontwikkeling gemeentewerf
Buro Ontwerp & Omgeving
In het voorliggende rapport worden achtereenvolgens de resultaten van het vooronderzoek en de daarop gebaseerde onderzoeksstrategie (hoofdstuk 2), de uitvoering en resultaten van de uitgevoerde onderzoeken (hoofdstuk 3 t/m 8) en de conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 9) beschreven. Buro Ontwerp & Omgeving verklaart dat zij geen financieel of zakelijk belang heeft bij het resultaat van het onderzoek. Het onderzoek is in dat opzicht onafhankelijk van de opdrachtgever uitgevoerd.
Molenstraat 157 A te Soest
6
P2482.01
Diverse onderzoeken t.b.v. herontwikkeling gemeentewerf
2
VOORONDERZOEK
2.1
Algemeen
Buro Ontwerp & Omgeving
Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van de NEN 5725:2009 (Bodem- landbodem - strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend- en nader onderzoek). Het vooronderzoek omvat de terreindelen binnen de onderzoekslocatie en direct hieraan grenzende percelen binnen een afstand van 25 meter. Ten behoeve van de beoordeling van de invloedsfeer van eventueel aanwezige grondwaterverontreinigingen is een grotere straal aangehouden. In het kader van het vooronderzoek is vanuit diverse bronnen, waaronder de opdrachtgever en de Omgevingsdienst Regio Utrecht, informatie verzameld over de volgende onderzoeksaspecten: 2.2
Voormalig en huidig (bodem)gebruik; Toekomstig (bodem)gebruik; Bodem(opbouw) en geohydrologie; de aanlegperiode en verwachte aard van de wegconstructie; (financieel-)juridische situatie.
Resultaten vooronderzoek
2.2.1 Locatiebeschrijving, gebruik en inspectie Sinds het begin van de jaren ’70 van de vorige eeuw is de locatie in gebruik (geweest) als kwekerij, gemeentewerf en milieu-educatiecentrum. De onderzoekslocatie betreft de kadastrale percelen gemeente Soest, sectie K, nummers 2593 (ged.), 2624, 3362, 3952, 5897, 5898 en 5899. Ten aanzien van deze percelen zijn geen publiekrechtelijke beperkingen opgenomen ten aanzien van artikel 55 uit de Wet bodembescherming, hetgeen inhoudt dat bij het Kadaster geen geval van ernstige bodemverontreiniging is geregistreerd. De locatie is bebouwd met een kantoor en een werkplaats. Op het noordoostelijk deel, dat ten behoeve van een kwekerij in gebruik is geweest, bevindt zich een vijver. De vijver zal in de toekomstige situatie waarschijnlijk opgeschoond en gedempt worden. De milieuhygiënische kwaliteit van de waterbodem/sliblaag is onbekend. De locatie is verder plaatselijk verhard met grind, prefab betonplaten (stelcon), klinkers en asfalt (opslag afval). Onder het asfalt bevindt zich een puinfundatie. Nabij de oostelijke, westelijke en zuidelijke perceelsgrenzen bevindt zich een grondwal. Het is niet bekend of deze wal bestaat uit locatie-eigen grond of dat de grond van elders afkomstig is.
Molenstraat 157 A te Soest
7
P2482.01
Diverse onderzoeken t.b.v. herontwikkeling gemeentewerf
Buro Ontwerp & Omgeving
Nabij de westelijke perceelsgrens bevindt zich een droogstaande zaksloot/greppel. Op het zuidoostelijk deel bevinden zich infiltratiekratten en een infiltratievijver. Uit de resultaten van het vooronderzoek blijkt verder dat er in het verleden een brand heeft gewoed op het noordwestelijk terreindeel (kantoor/milieu-educatiecentrum/deel werkplaats). Daarnaast is de voormalige milieuvergunning van de gemeentewerf geraadpleegd. Op basis van tekeningen uit 1994 en 2003 van de milieuvergunning zijn een aantal verdachte deellocaties onderscheiden (werkplaats en opslag diesel). Voor de ligging van de locatie en de kadastrale kaart wordt verwezen naar bijlage 1.1 en voor een situatietekening naar bijlage 1.2. 2.2.2 Toekomstig gebruik De gemeente Soest is voornemens om de locatie te ontwikkelen ten behoeve van woningbouw. De precieze invulling van de herontwikkeling is overigens nog niet bekend. De bestaande gemeentewerf kan mogelijk ook in een kleinere vorm behouden blijven. 2.2.3 Regionale bodemopbouw en geohydrologische situatie Het maaiveld ligt globaal op een hoogte van circa 7,2 m +NAP. Volgens de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) ligt de locatie in een niet gekarteerd (bebouwd) gebied. De dichtstbijzijnde kaarteenheden betreffen hoge zwarte enkeerdgronden, die opgebouwd zijn uit leemarm en zwak lemig fijn zand en uit grof zand.
De onderzoekslocatie ligt op de rand van de Utrechtse Heuvelrug en de Gelderse Vallei. Vanaf het maaiveld tot circa 130 m -NAP bevindt zich het eerste watervoerend pakket (Formatie van Harderwijk). Deze laag bestaat uit matig fijn zand in het zuidelijke gedeelte van Soest; dit loopt in noordelijke richting over in middel grof zand. In het zuidelijke gedeelte zijn op diverse dieptes kleilagen met een dikte van circa 1 à 2 meter aanwezig. Onder het eerste watervoerend pakket bevindt zich een kleilaag (Formatie van Tegelen) met een dikte van circa 5 meter. Hieronder bevinden zich matig grove, slibhoudende, zandige en kleiige lagen, behorende tot de Formatie van Maassluis. Ten zuiden van de locatie, ter hoogte van de Bosstraat, bevindt zich een grondwaterbeschermingsgebied. Volgens de Dienst grondwaterverkenning bevindt het grondwater zich op circa 2,0 m +NAP.
Molenstraat 157 A te Soest
8
P2482.01
Diverse onderzoeken t.b.v. herontwikkeling gemeentewerf
Buro Ontwerp & Omgeving
2.2.4 Aandachtspunten bodemkwaliteit In het verleden is reeds een aantal bodemonderzoeken verricht. Tabel 2 geeft een overzicht van de resultaten van de voorgaande bodemonderzoeken ter plaatse van de onderzoekslocatie. Daarnaast is aangegeven of actualiserend bodemonderzoek noodzakelijk wordt geacht. De beoordeling is vastgesteld in overleg met de heer H. de Jong van de gemeente Soest. Tabel 2
Resultaten voorgaande bodemonderzoeken en beoordeling
Terreindeel
Relevante resultaten bodemonderzoeken
Beoordeling noodzaak actualisatie
Verkennend bodemonderzoek, MTE, kenmerk: 9603816, d.d. 5 februari 1996 Aanvullend bodemonderzoek, MTE, kenmerk: 9607353, d.d. 20 februari 1996
De onderzoeken zijn gedateerd (ouder dan 3 jaar), waardoor actualisatie nodig is.
Gehele locatie
Geactualiseerd in 2009.
Zintuiglijk: diverse gradaties puin, matige tot sterke oliegeuren Bovengrond: t.p.v. boring 14 sterke verontreiniging met minerale olie, t.p.v. boring 16 sterke verontreiniging met zink, t.p.v. boring 5 en 7 sterke verontreinigingen met PAK Ondergrond: plaatselijk licht verontreinigd met minerale olie Grondwater: niet onderzocht (grondwaterniveau >5 m -mv)
Milieuhygiënisch bodemonderzoek 5 infiltratievijvers, Grontmij, kenmerk: 264076, d.d. 27 november 2008
De onderzoeken zijn gedateerd (ouder dan 3 jaar), waardoor actualisatie nodig is. Het onderzoek heeft een indicatief karakter (1 boring per infiltratievijver).
Zuidoostelijk terreindeel (infiltratievijver)
Zintuiglijk: sporen puin Bovengrond: Licht verontreinigd met PAK-10 en som-PCB Ondergrond: niet onderzocht Grondwater: niet onderzocht (grondwaterniveau >5 m -mv)
Voorgesteld is om de milieuhygiënische kwaliteit van zowel de boven- als de ondergrond vast te stellen.
Verkennend bodemonderzoek, Aveco de Bondt, kenmerk 090793, d.d. 19 augustus 2009
De onderzoeken zijn gedateerd (ouder dan 3 jaar), waardoor actualisatie nodig is.
Gehele locatie
De tijdens het onderzoek in 1996 aangetroffen puinbijmengingen zijn niet bevestigd, m.u.v. boring 114. Boring 103 en 116 zijn verricht in het asfalt en zijn gestaakt op een puinlaag. Voorgesteld is om ter plaatse een verkennend onderzoek asbest puin te verrichten.
Zintuiglijk: plaatselijk zwak puinhoudend, t.p.v. boring 114 sterk puinhoudend (bovengrond) Bovengrond: plaatselijk licht verontreinigd met som-PCB, PAK-10, cadmium en lood. Ondergrond: plaatselijk licht verontreinigd met PAK Grondwater: niet onderzocht (grondwaterniveau >5 m -mv)
Verder is voorgesteld om uitsluitend de milieuhygiënische kwaliteit van de bovengrond te actualiseren. Vak B5
Zintuiglijk: geen bijmengingen waargenomen Bovengrond: niet verontreinigd met PAK Ondergrond: licht verontreinigd met kwik, lood, zink en PAK
De sterke PAK-verontreiniging t.p.v. boring 5 van het onderzoek uit 1996 is niet bevestigd. Er is geen sprake van een geval van bodemverontreiniging. Specifieke actualisatie is niet nodig.
Vak B7
Zintuiglijk: geen bijmengingen waargenomen Bovengrond: licht verontreinigd met PAK Ondergrond: niet verontreinigd met PAK
De sterke PAK-verontreiniging t.p.v. boring 7 van het onderzoek uit 1996 is niet bevestigd. Er is geen sprake van een geval van bodemverontreiniging. Specifieke actualisatie is niet nodig.
Vak B14
Zintuiglijk: geen bijmengingen waargenomen Bovengrond: niet verontreinigd met minerale olie
De sterke verontreiniging met minerale olie t.p.v. boring 14 van het onderzoek uit 1996 is niet bevestigd. Er is geen sprake van een geval van bodemverontreiniging. Specifieke actualisatie is niet nodig.
Molenstraat 157 A te Soest
9
P2482.01
Diverse onderzoeken t.b.v. herontwikkeling gemeentewerf
Buro Ontwerp & Omgeving
Terreindeel
Relevante resultaten bodemonderzoeken
Beoordeling noodzaak actualisatie
Vak B16
Zintuiglijk: geen bijmengingen waargenomen Bovengrond: licht verontreinigd met PAK Ondergrond: licht verontreinigd met lood en PAK
De sterke zinkverontreiniging t.p.v. boring 16 van het onderzoek uit 1996 is niet bevestigd. Er is geen sprake van een geval van bodemverontreiniging. Specifieke actualisatie is niet nodig.
Verkennend bodemonderzoek, Acorius Advies, kenmerk: H12-036-O, d.d. 18 april 2012
De onderzoeken zijn gedateerd (ouder dan 3 jaar), waardoor actualisatie nodig is.
Noordoostelijk deel huidige locatie
Zintuiglijk: geen bijmengingen waargenomen Bovengrond: licht verontreinigd met PAK Ondergrond: niet verontreinigd
Voorgesteld is om uitsluitend milieuhygiënische kwaliteit van bovengrond te actualiseren.
Half verhard parkeerterrein gemeentewerf
Zintuiglijk: verhard met grind (15 cm), in onderliggende bodem (boring 21) geen bijmengingen waargenomen Bovengrond: licht verontreinigd met lood en matig verontreinigd met zink
Er is aansluitend aanvullend onderzoek verricht naar de matige zinkverontreiniging. T.p.v. de afperkende boringen is geen zinkverontreiniging geconstateerd. Wel is een matig kolengruis/puinhoudende laag aangetroffen bij boring 101 en 104. Deze laag bleek licht verontreinigd met cadmium, koper, kwik, lood, zink, PAK-10, som-PCB en minerale olie.
de de
Voorgesteld is om de matige zinkverontreiniging t.p.v. boring 21 te verifiëren om uit te sluiten of het verhoogde gehalte te wijten is aan heterogeniteit van het grondmonster. Voorgesteld is om ter plaatse van boring 101 en 104 een verkennend onderzoek asbest in bodem te verrichten.
Voor specifieke inhoudelijke gegevens van de genoemde bodemonderzoek wordt verwezen naar de betreffende rapportages.
Molenstraat 157 A te Soest
10
P2482.01
Diverse onderzoeken t.b.v. herontwikkeling gemeentewerf
3
Buro Ontwerp & Omgeving
INTEGRALE UITVOERING ONDERZOEKEN
3.1 Algemeen In de navolgende hoofdstukken worden per onderzoeksdiscipline onder meer de volgende onderdelen besproken: Onderzoeksstrategie; Uitgevoerde veldwerkzaamheden; Zintuiglijke waarnemingen; Analyseprogramma; Toetsingskader; Onderzoeksresultaten. 3.2 Voorbereiding Alle veldwerkzaamheden zijn waar mogelijk gecombineerd verricht. Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de richtlijnen, zoals beschreven in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de resultaten van het vooronderzoek en de ligging van kabels en leidingen. 3.3 Kwaliteitsborging veldwerk en laboratoriumonderzoek Tenzij anders vermeld zijn de veldwerkzaamheden uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodemonderzoek en de bijbehorende protocollen 2001, 2002, 2003 en/of 2018. Alle monsters zijn, tenzij anders vermeld, ter analyse aangeboden aan het milieulaboratorium van Eurofins Analytico B.V. te Barneveld. Eurofins Analytico is een NEN-EN-ISO/IEC 17025 geaccrediteerd milieulaboratorium, en door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu erkend voor de uitvoering van milieuanalyses in het kader van AS3000 en AP04.
Molenstraat 157 A te Soest
11
P2482.01
Diverse onderzoeken t.b.v. herontwikkeling gemeentewerf
Buro Ontwerp & Omgeving
4
VERKENNEND EN ACTUALISEREND BODEMONDERZOEK
4.1
Onderzoeksopzet Uit het vooronderzoek blijkt dat er meerdere deellocaties zijn te onderscheiden. Tabel 3 bevat de gehanteerde onderzoeksstrategieën. Het grondwaterniveau bevindt zich dieper dan 5 m -mv. Grondwateronderzoek is daarom, conform de vrijstelling in de NEN 5740, achterwege gelaten. Tabel 3
Onderzoekstrategieën Oppervlakte
Strategie
Gehele terrein
Terreindeel
1,35 ha
VED-HE-NL
Metalen, PAK, minerale olie
Grondwal
2.500 m2
VED-HE-NL
onbekend
Infiltratievijver
300 m
2
VED-HE-NL
Metalen, PAK, minerale olie
Voormalige kantoor/werkplaats (brand)
700 m2
VED-HE-NL
Metalen, PAK, minerale olie
Werkplaats (incl. opslag diesel)
165 m2
VEP
Metalen, PAK, minerale olie
Opslagplaatsen afval (stelconverharding)
1.090 m2
VED-HE-NL
Metalen, PAK, minerale olie
Opslagplaatsen afval (asfaltverharding)
1.250 m2
Opslagplaatsen afval (klinkerverharding)
375 m2
Parkeerplaats (grind) (verificatie boring 21: zink)
<10 m2
VEP
Verwachte stoffen
Zink
Onderzoeksstrategieën volgens NEN 5740:2009/A1:2016 ONV-NL/L : Onverdacht (niet lijnvormig / lijnvormig) ONV-GR-NL/L : Grootschalig onverdacht (niet lijnvormig / lijnvormig) VEP : Verdacht, plaatselijke bodembelasting, uitgezonderd ondergrondse opslagtanks VEP-OO : Verdacht, plaatselijke bodembelasting, (verwijderde) ondergrondse opslagtanks VED-HO-NL/L : Verdacht, diffuse bodembelasting, homogene verontreiniging (niet lijnvormig / lijnvormig) VED-HE-NL/L : Verdacht, diffuse bodembelasting, heterogene verontreiniging (niet lijnvormig / lijnvormig)
Tenzij anders vermeld worden de veldwerkzaamheden uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodemonderzoek en het bijbehorende protocol 2001 (Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen). De grondmonsters zijn, tenzij anders vermeld, ter analyse aangeboden aan het milieulaboratorium van Eurofins Analytico B.V. te Barneveld. Eurofins Analytico is een NEN-EN-ISO/IEC 17025 geaccrediteerd milieulaboratorium, en door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu erkend voor de uitvoering van milieuanalyses in het kader van AS3000 en AP04.
Molenstraat 157 A te Soest
12
P2482.01
Diverse onderzoeken t.b.v. herontwikkeling gemeentewerf
4.2
Buro Ontwerp & Omgeving
Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden ten behoeve van het verkennend en actualiserend bodemonderzoek zijn op 22 en 23 juni en op 10 augustus 2017 uitgevoerd door de erkende veldwerker, de heer L.L. Thijssen van Soil Select bv te Huissen. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn geen kritieke afwijkingen opgetreden van de protocollen beschreven in de BRL SIKB 2000. Tabel 4 geeft een overzicht van de uitgevoerde veldwerkzaamheden. Tabel 4
Uitgevoerde veldwerkzaamheden Terreindeel
Oppervlakte
Aantal boringen
Boornummers
Gehele terrein
1,35 ha
25x tot 0,5 m -mv
01 t/m 25
Grondwal
2.500 m2
14x tot 2,0 m -mv
26 t/m 39
Infiltratievijver
300 m
2
5x tot 0,5 m -mv 2x tot 2,0 m -mv
40 t/m 46
Voormalige kantoor/ werkplaats (brand)
700 m2
5x tot 0,5 m -mv 2x tot 2,0 m -mv
47 t/m 53
Werkplaats (incl. opslag diesel)
165 m2
3x tot 0,5 m -mv 1x tot 2,0 m -mv
54 t/m 57
Opslagplaatsen afval (stelconverharding)
1.090 m2
7x 0,5 m -mv
58 t/m 64
Opslagplaatsen afval (asfaltverharding)
1.250 m2
4x tot 1,1 m -mv
65 t/m 68
Opslagplaatsen afval (klinkerverharding)
375 m2
2x tot 0,5 m -mv
69 en 70
Parkeerplaats (grind) (verificatie boring 21: zink)
<10 m2
1x 1,0 m -mv
71
Bij alle boringen is de vrijgekomen grond zintuiglijk beoordeeld op textuur, kleur en zintuiglijk waarneembare verontreinigingen. De gegevens van de monsterpunten zijn verwerkt tot boorprofielen, welke zijn opgenomen in bijlage 2. De situering van de boringen is aangegeven op tekening 1 in bijlage 1.2. 4.3
Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen De bovengrond bestaat voornamelijk uit zwak tot matig humeus, zwak siltig, matig fijn zand. De grondwal bestaat voornamelijk uit matig humeus, matig siltig zand, met een dikte van 1,5 à 2,0 meter. Hieronder komt matig siltig, zeer fijn zand voor. In het merendeel van het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. De bovengrond nabij het voormalige kantoor (boringen 47 t/m 50) bevat resten puin. Op het maaiveld en in het opgeboorde materiaal zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. De bovengrond van het met klinkers verharde deel van de afvalopslag (boringen 69 en 70) bevat sporen baksteen.
Molenstraat 157 A te Soest
13
P2482.01
Diverse onderzoeken t.b.v. herontwikkeling gemeentewerf
4.4
Buro Ontwerp & Omgeving
Laboratoriumonderzoek Ten behoeve van het analyseprogramma is rekening gehouden met de resultaten van de zintuiglijke waarnemingen. Tabel 5 geeft een overzicht van de onderzochte monsters en de analysepakketten. Tabel 5
Analyseprogramma Terreindeel
Monstercode
Boring/monster (cm -mv)
GRN-MM1
05 (8-50) 04 (8-50) 01 (0-50) 03 (0-50)
Zand, zintuiglijk schoon (noordwestelijk deel)
Standaardanalysepakket grond
GRN-MM2
09 (0-50) 08 (0-50) 07 (0-50) 06 (0-50)
Zand, zintuiglijk schoon (noordoostelijk deel)
Standaardanalysepakket grond
GRN-MM3
15 (8-50) 13 (8-50) 10 (8-50) 11 (8-50)
Zand, zintuiglijk schoon (direct onder klinkerweg)
Standaardanalysepakket grond
GRN-MM4
19 (0-50) 20 (0-50) 18 (0-50) 17 (0-50)
Zand, zintuiglijk schoon (zuidelijk terreindeel)
Standaardanalysepakket grond
GRN-MM5
22 (0-50) 23 (0-50) 24 (0-50) 25 (0-50)
Zand, zintuiglijk schoon (westelijk terreindeel)
Standaardanalysepakket grond
GRN-MM6
29 (0-50) 28 (50-100) 26 (0-50) 27 (100-150)
Zand, zintuiglijk schoon
Standaardanalysepakket grond
GRN-MM7
33 (0-50) 32 (150-200) 31 (50-100) 30 (0-50)
Zand, zintuiglijk schoon
Standaardanalysepakket grond
GRN-MM8
37 (100-150) 39 (0-50) 35 (0-50) 34 (50-100)
Zand, zintuiglijk schoon
Standaardanalysepakket grond
GRN-MM9
40 (0-50) 41 (0-50) 42 (0-50)
Zand, zintuiglijk schoon
Standaardanalysepakket grond
GRN-MM10
45 (0-50) 46 (150-200) 44 (0-50) 43 (50-100)
Zand, zintuiglijk schoon
Standaardanalysepakket grond
Voormalige kantoor/ werkplaats (brand)
GRN-MM11
47 (0-50) 48 (0-50) 49 (0-50) 50 (0-50)
Zand, resten puin
Standaardanalysepakket grond
Werkplaats (incl. opslag diesel)
GRN-MM12
52 (0-50) 53 (0-50) 51 (0-50)
Zand, zintuiglijk schoon
Standaardanalysepakket grond
GRN-MM13
56 (8-50) 54 (8-50) 55 (8-50) 57 (8-50)
Zand, zintuiglijk schoon
Standaardanalysepakket grond
GRN-MM14
63 (12-50) 59 (5-50) 60 (12-50) 61 (12-50)
Zand, zintuiglijk schoon (direct onder stelcon)
Standaardanalysepakket grond
GRN-MM15
69 (8-50) 70 (8-50)
Zand, sporen puin (direct onder klinkers)
Standaardanalysepakket grond
GRN-MM16
65 (60-110) 66 (60-110) 67 (60-110) 68 (60-110)
Zand, zintuiglijk schoon (direct onder asfalt/ puinfundatie)
Standaardanalysepakket grond
71-1
71 (15-50)
Zand, zintuiglijk schoon
Zink
Gehele terrein
Grondwal
Infiltratievijver
Opslagplaatsen afval
Parkeerplaats (grind) (verificatie boring 21: zink) Standaardanalysepakket grond:
Molenstraat 157 A te Soest
Textuur en zint. waarnemingen
Analyses
droge stof, lutum, organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), PCB, PAK en minerale olie.
14
P2482.01
Diverse onderzoeken t.b.v. herontwikkeling gemeentewerf
4.5
Buro Ontwerp & Omgeving
Toetsingskader De analyseresultaten van de grond zijn in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) getoetst aan de Achtergrondwaarden uit het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) en de interventiewaarden uit de Circulaire bodemsanering 2013. De analyseresultaten voor grond zijn omgerekend naar het gehalte voor standaardbodem en vervolgens getoetst aan de toetsingswaarden voor standaardbodem. Voor de omrekening naar standaardbodem wordt gebruik gemaakt van de gemeten percentages voor organische stof (humus) en lutum. Tabel 6 bevat het toetsingskader volgens de Wbb (zie tevens bijlage 5.1). Tabel 6
Overzicht toetsingskader Wbb Gehalte/concentratie
Betekenis
Opmerking
≤ AW-waarde (of < detectielimiet)
niet verontreinigd
geen aanvullend onderzoek nodig (*A)
> AW-waarde ≤ T-waarde
licht verontreinigd
geen aanvullend onderzoek nodig (*A)
> T-waarde ≤ I-waarde
matig verontreinigd
mogelijk nader bodemonderzoek noodzakelijk
> I-waarde
sterk verontreinigd
nader bodemonderzoek noodzakelijk; mogelijk sprake van ernstige bodemverontreiniging
(*A)
Voor grondwater geldt de streefwaarde.
Toelichting:
De AW-waarden zijn achtergrondwaarden en zijn referentiewaarden voor een multifunctionele bodem. De halve som van de AW- en I-waarden ((AW+I)/2 = T-waarde) is een toetsingswaarde waarboven er een vermoeden is van ernstige bodemverontreiniging. Door middel van aanvullend onderzoek moet dit vermoeden worden getoetst. De I-waarden zijn de ‘interventiewaarden’. Als de I-waarde voor een stof wordt overschreden in meer dan 25 m3 grond of in meer dan 100 m3 grondwater (bodemvolume), dan wordt gesproken van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
De analyseresultaten zijn tevens getoetst aan de maximale waarden van het Bbk. Dit teneinde een indicatie omtrent de te verwachten bodemkwaliteitsklasse van de voorkomende bodemlagen te verkrijgen (zie tevens bijlage 5.2). 4.6
Analyseresultaten Het resultaat van de toetsing is in bijlage 4.1 numeriek weergegeven voor toetsing van grond aan de achtergrond- en interventiewaarden uit de Wbb en in bijlage 4.2 voor de toetsing aan het Bbk. 0bevat de analyse- en de toetsingsresultaten voor grond bij toetsing aan achtergronden interventiewaarden (Wbb). Tevens is een indicatie met betrekking tot de te verwachten bodemkwaliteitsklasse weergegeven.
Molenstraat 157 A te Soest
15
P2482.01
Diverse onderzoeken t.b.v. herontwikkeling gemeentewerf
Tabel 7
Buro Ontwerp & Omgeving
Analyse- en toetsingsresultaten grond in mg/kg d.s.
Terreindeel
Monstercode
Boring/monster (cm – mv)
Gemeten verhoogde parameters Wbb > AW-waarde
Gehele terrein
> T-waarde
Indicatie Bbk
> I-waarde
GRN-MM1
05 (8-50) 04 (8-50) 01 (0-50) 03 (0-50)
-
-
-
AW
GRN-MM2
09 (0-50) 08 (0-50) 07 (0-50) 06 (0-50)
Lood
-
-
AW
GRN-MM3
15 (8-50) 13 (8-50) 10 (8-50) 11 (8-50)
-
-
-
AW
GRN-MM4
19 (0-50) 20 (0-50) 18 (0-50) 17 (0-50)
Lood
-
-
AW
GRN-MM5
22 (0-50) 23 (0-50) 24 (0-50) 25 (0-50)
PCB
-
-
AW
GRN-MM6
29 (0-50) 28 (50-100) 26 (0-50) 27 (100-150)
-
-
-
AW
GRN-MM7
33 (0-50) 32 (150-200) 31 (50-100) 30 (0-50)
-
-
-
AW
GRN-MM8
37 (100-150) 39 (0-50) 35 (0-50) 34 (50-100)
PCB PAK
-
-
Wonen
GRN-MM9
40 (0-50) 41 (0-50) 42 (0-50)
Lood PCB PAK
-
-
Wonen
GRN-MM10
45 (0-50) 46 (150-200) 44 (0-50) 43 (50-100)
-
-
-
AW
Voormalige kantoor/ werkplaats (brand)
GRN-MM11
47 (0-50) 48 (0-50) 49 (0-50) 50 (0-50)
-
-
-
AW
Werkplaats (incl. opslag diesel)
GRN-MM12
52 (0-50) 53 (0-50) 51 (0-50)
-
-
-
AW
GRN-MM13
56 (8-50) 54 (8-50) 55 (8-50) 57 (8-50)
-
-
-
AW
Opslagplaatsen afval
GRN-MM14
63 (12-50) 59 (5-50) 60 (12-50) 61 (12-50)
Minerale olie PCB
-
-
Industrie
GRN-MM15
69 (8-50) 70 (8-50)
-
-
-
AW
GRN-MM16
65 (60-110) 66 (60-110) 67 (60-110) 68 (60-110)
Kwik
-
-
AW
71-1
71 (15-50)
-
-
-
AW
Grondwal
Infiltratievijver
Parkeerplaats (verificatie boring 21: zink) Wbb: >AW-waarde >T-waarde >I-waarde
: aangetroffen gehaltes kleiner dan achtergrondwaarde : aangetroffen gehalte groter dan achtergrondwaarde : aangetroffen gehalte groter dan tussenwaarde (aanvullend / nader bodemonderzoek nodig : aangetroffen gehalte groter dan interventiewaarde
Bbk:
De indicatieve beoordeling Bbk geldt voor de situatie "Grond, toepassing op landbodem"
AW Wonen Industrie NT
: overal toepasbaar (voldoet aan Achtergrondwaarde) : toepasbaar (functieklasse wonen) : toepasbaar (functieklasse industrie) : niet toepasbaar
Molenstraat 157 A te Soest
16
P2482.01
Diverse onderzoeken t.b.v. herontwikkeling gemeentewerf
4.7
Buro Ontwerp & Omgeving
Interpretatie In de sporen baksteenhoudende en resten puinhoudende grond zijn geen verontreinigingen aangetoond. De zintuiglijk schone grond is plaatselijk licht verontreinigd met lood, kwik, minerale olie, PCB en/of PAK. Voor het merendeel van de grond betreft de indicatie voor de bodemkwaliteitsklasse AW/Wonen. De indicatie voor de bodemkwaliteitsklasse ter plaatse van de bovengrond direct onder de prefab betonplaten (stelcon) betreft Industrie. De matige zinkverontreiniging ter plaatse van boring 21 uit voorgaand bodemonderzoek (parkeerplaats; grind) is niet bevestigd. De vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit vormt onzes inziens geen belemmering voor de herontwikkeling van de onderzoekslocatie.
Molenstraat 157 A te Soest
17
P2482.01
Diverse onderzoeken t.b.v. herontwikkeling gemeentewerf
5
Buro Ontwerp & Omgeving
VERKENNEND WATERBODEMONDERZOEK Het waterbodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5720:2009 "Bodem - Waterbodem Strategie voor het uitvoeren van verkennend onderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van waterbodem en baggerspecie".
5.1
Onderzoeksstrategie Tabel 8 bevat de gehanteerde onderzoeksstrategie. Tabel 8
Onderzoekstrategie Terreindeel
Lengte
Verwachte stoffen
Vijver kwekerij
50 m2
-
ONLN
Strategie
Zaksloot/greppel
190 m2
-
OLL
Onderzoeksstrategie volgens NEN 5720: ONLN : overig water, niet-lintvormig, normale onderzoeksinspanning OLL : overig water, lintvormig, lichte onderzoeksinspanning
5.2
Uitgevoerde veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden ten behoeve van het verkennend waterbodemonderzoek zijn op 23 juni 2017 uitgevoerd door de erkende veldwerker, de heer L.L. Thijssen van Soil Select bv te Huissen. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn geen kritieke afwijkingen opgetreden van de protocollen beschreven in de BRL SIKB 2000. Tabel 9 geeft een overzicht van de uitgevoerde veldwerkzaamheden. Tabel 9
Uitgevoerde veldwerkzaamheden Terreindeel
Lengte
Aantal boringen
Boornummers
Vijver kwekerij
50 m2
6x 0,5 m -waterbodem
W1 t/m W6
Zaksloot/greppel
190 m2
6x 0,5 m -waterbodem
W7 t/m W12
Bij alle boringen is de vrijgekomen waterbodem zintuiglijk beoordeeld op textuur, kleur en zintuiglijk waarneembare verontreinigingen. De gegevens van de monsterpunten zijn verwerkt tot boorprofielen, welke zijn opgenomen in bijlage 2. De situering van de boringen is aangegeven op tekening 1 in bijlage 1.2. 5.3
Zintuiglijke waarnemingen In de vijver stond ten tijde van de veldwerkzaamheden circa 1,0 m water. De vijver is afgesloten middels folie. Op de folie bevindt zich een sliblaag met een dikte van 0,2 m. De zaksloot/greppel stond ten tijde van de veldwerkzaamheden droog. Er is geen sliblaag aangetroffen. De waterbodem bestaat voornamelijk uit matig humeus, zwak siltig, matig fijn zand.
Molenstraat 157 A te Soest
18
P2482.01
Diverse onderzoeken t.b.v. herontwikkeling gemeentewerf
5.4
Buro Ontwerp & Omgeving
Laboratoriumonderzoek Ten behoeve van het analyseprogramma is rekening gehouden met de resultaten van de zintuiglijke waarnemingen. Tabel 10 geeft een overzicht van de onderzochte monsters en het analysepakket. Tabel 10
Analyseprogramma
Terreindeel Vijver kwekerij
Monstercode WAT-MM1
Boring/monster (cm -mv) W1 t/m W6 (0-20)
Zaksloot/greppel
WAT-MM2
W7 t/m W12 (0-50)
Standaardanalysepakket waterbodem:
5.5
Textuur en zint. waarnemingen Slib Matig humeus, zwak siltig, matig fijn zand
Analyses Standaardpakket regionale waterbodem en baggerspecie Standaardpakket regionale waterbodem en baggerspecie
droge stof, lutum, organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), PCB, PAK en minerale olie.
Toetsingskader De analyseresultaten van de waterbodem zijn getoetst aan de normwaarden voor toepassen van grond of baggerspecie op of in de bodem (Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1), VROM, 2007). Voor toepassing in oppervlaktewater wordt onderscheid gemaakt in "bodemkwaliteitsklasse A" en "bodemkwaliteitsklasse B". De bovengrens van bodemkwaliteitsklasse B is de interventiewaarde. De ondergrens van bodemkwaliteitsklasse A is de achtergrondwaarde. Bij toepassing van vrijkomend waterbodemmateriaal op landbodems wordt een andere indeling in kwaliteitsklassen gehanteerd, gerelateerd aan de bodemfunctie (Achtergrondwaarde / Wonen / Industrie binnen het generieke kader of locatiespecifiek toetsingskader). De bovengrens voor toepassing is de maximale waarde voor de functie Industrie. Deze ligt voor een aantal stoffen lager dan de interventiewaarde (landbodem). De interventiewaarde voor landbodems ligt bovendien lager dan die voor waterbodem. Daarmee is er binnen oppervlaktewater meer hergebruik mogelijk dan op landbodems. Bij de Achtergrondwaarden is er geen verschil tussen land- en waterbodems. Tevens is een toetsing (msPAF) uitgevoerd ten behoeve van de vaststelling van de verspreidbaarheid van de baggerspecie over de aangrenzende percelen.
Molenstraat 157 A te Soest
19
P2482.01
Diverse onderzoeken t.b.v. herontwikkeling gemeentewerf
5.6
Buro Ontwerp & Omgeving
Analyseresultaten Het resultaat van de toetsing is in bijlage 4.2 numeriek weergegeven voor de toetsing aan het Bbk. Tabel 11 bevat de analyse- en de toetsingsresultaten. Tevens is aangegeven of het materiaal verspreidbaar is over het aangrenzend perceel (zie bijlage 4.3). Tabel 11
5.7
Analyse- en toetsingsresultaten waterbodem
Terreindeel
Monstercode
Vijver kwekerij
WAT-MM1
Zaksloot/ greppel
WAT-MM2
Boring/monster (cm -mv)
Gehalte > Achtergrondwaarde
Gehalte > Interventie -waarde
Toepassing landbodem Bodemfunctieklasse Bbk
Toepassing onder water Klasseindeling waterbodem Bbk
Verspreidbaarheid
W01 t/m W06 (100-120)
Kobalt Kwik Zink Min. olie
-
Niet toepasbaar
A
Niet verspreidbaar (zie § 5.7)
W7 t/m W12 (0-50)
-
-
Altijd toepasbaar
Altijd toepasbaar
Verspreidbaar
Interpretatie De sliblaag ter plaatse van de vijver bevat verhoogde gehalten aan enkele metalen en minerale olie ten opzichte van de Achtergrondwaarde. De sliblaag is in principe verspreidbaar op het aangrenzend perceel, maar uit de toetsing aan toepassing op landbodem blijkt dat het gehalte aan minerale olie te hoog is. Derhalve is de sliblaag niet herbruikbaar op de locatie. De sliblaag is wel toepasbaar onder water. Er is geen sprake van een geval van ernstige waterbodemverontreiniging. In de waterbodem van de zaksloot/greppel zijn geen verontreinigingen aangetoond en is zowel wel op landbodem als onder water toepasbaar.
Molenstraat 157 A te Soest
20
P2482.01
Diverse onderzoeken t.b.v. herontwikkeling gemeentewerf
6
Buro Ontwerp & Omgeving
ASFALTONDERZOEK Het onderzoek naar de homogeniteit en de teerhoudendheid van het asfalt is uitgevoerd conform CROW-publicatie 210 (juni 2015). Hiertoe zijn de protocollen 1 t/m 4 doorlopen. Voor het onderzoek is de ouderdom van de te onderzoeken asfaltverhardingen van belang. Vanaf 1995 is het niet meer toegestaan om teerhoudend asfalt of teerhoudende bindmiddelen toe te passen in asfaltverhardingen.
6.1
Vooronderzoek Naar verwachting is het asfalt ter plaatse van de afvalopslag voor 1995 aangebracht. Er is geen informatie bekend over de mengselsamenstelling en de gebruikte asfaltsoorten. Uit de terreininspectie blijkt dat het asfalt van het in Tabel 12 genoemde vak als homogeen kan worden beschouwd. Tabel 12
Aanmerking asfaltvakken na terreininspectie Terreindeel
Oppervlakte 1.250 m2
Opslagplaats afval
6.2
Onderzoekstrategie en uitvoering Uit de resultaten van het vooronderzoek blijkt de asfaltverhardingen voor 1995 zijn aangebracht en derhalve teerhoudende kunnen lagen bevatten. Het onderzoek dient te worden uitgevoerd conform de strategie "Asfalt aangelegd vóór 1995". Tabel 13 geeft de op 23 juni 2017 uitgevoerde veldwerkzaamheden weer. Het veldwerk is uitgevoerd door de heer L.L. Thijssen van Soil Select bv te Huissen. Tabel 13
Uitgevoerde veldwerkzaamheden Terreindeel (rijbaan)
Opslagplaats afval
Oppervlakte
Aantal kernboringen
Boornummers
1.250 m2
4
65 t/m 68
Het asfalt is gefundeerd op een laag brokken baksteen, brokken asfalt en brokken beton. 6.3 Toetsingskader De analyseresultaten van het asfalt zijn getoetst aan de eisen volgens het "Formulier Acceptatie Asfaltgranulaat t.a.v. Milieuhygiënische Eigenschappen" en aan de samenstellingswaarden (Regeling bodemkwaliteit (bijlage A, tabel 2), VROM, 2007). Indien het PAK-gehalte groter is dan de samenstellingswaarde voor bouwstoffen (75 mg/kg d.s.) dient het asfalt als teerhoudend te worden beschouwd. Molenstraat 157 A te Soest
21
P2482.01