4a 2 Rapport Soest op de fiets.pdf
Tekst van het document
Activiteiten naar oplossingsrichtingen GVVP
Wanneer het gaat om de oplossingsrichtingen, zoals geformuleerd in het GVVP, is door de gemeente in de periode 2014-2020 op de volgende wijze invulling daaraan gegeven. Optimalisatie fietsnetwerk
Soest op de Fiets • Normenkader, conclusies en aanbevelingen
26
De gemeente probeert vanuit kostenefficiëntie zoveel mogelijk werk met werk te maken. Bij onderhoud of herinrichting van een straat of wegvak brengt de afdeling Leefomgeving standaard advies in ten aanzien van de fiets en draagt wanneer mogelijk bij aan het verbeteren van de fietsinfrastructuur of andere fietsvoorzieningen. De gemeente hanteert daarbij CROW-richtlijnen wat betreft eisen aan de infrastructuur. Er zijn diverse kleine fietsdoorsteken en verbeteringen van fietspaden gerealiseerd. Directe routes Budgetten vanuit het Fietsactieplan worden vooral ingezet om nieuwe routes voor te bereiden en subsidies aan te vragen. Budgetten vanuit het Fietsactieplan zijn niet voldoende voor het realiseren van nieuwe routes. Er zijn budgetten aangevraagd om de voorgestelde verbindingen naar Hilversum, Soesterberg en Amersfoort te realiseren. Deze zijn vanuit het VERDER-programma gehonoreerd. Tot nu toe is alleen een deel van de verbinding naar Soesterberg reeds gerealiseerd. Voorrang voor de fiets Op verschillende plaatsen zijn verkeerslichten slimmer ingericht en zijn wachttijdvoorspellers aangebracht. Verkeerslichten kunnen niet altijd een snellere doorgang voor de fiets bewerkstelligen. Fietsers worden hier tegemoet gekomen door wachttijdvoorspellers.
Op dit moment is de gemeente aan het inventariseren in hoeverre het mogelijk en wenselijk is om bij oversteekplaatsen zebrapaden voor voetgangers niet door te trekken over het fietspad, ten behoeve van voorrang voor de fiets. Hier wil de gemeente één lijn in trekken. Fietsenstallingen De gemeente plaatst elk jaar nieuwe rekken en nietjes voor het stallen van fietsen. Dat doet de gemeente veelal vraaggestuurd, op basis van verzoeken van bewoners. Om ketenmobiliteit te stimuleren zijn extra stallingen bij OV-haltes en -stations gerealiseerd, mede met subsidies van de provincie. Ook zijn bij station Soest-Zuid bewaakte fietskluizen gerealiseerd. In 2017 is een herziening van de Nota parkeernormen uitgebracht. Hierin zijn aanvullingen wat betreft fietsparkeernormen gedaan. Bij nieuwe ontwikkelingen worden aanvragen voor omgevingsvergunningen getoetst op deze normen. Bij bestaande ontwikkelingen is toepassing van de normen vrijwillig. Integratie recreatief en utilitair fietsnetwerk De invulling van deze oplossingsrichting valt veelal samen met de oplossingsrichtingen Optimalisatie fietsnetwerk en Directe routes. Bij de het realiseren en verbeteren van fietsroutes is het uitgangspunt dat deze voor zowel recreatief als utilitair fietsverkeer bruikbaar zijn.
Verschillende maatregelen die zijn uitgevoerd om fietsbewegwijzering voor routes/knooppunten aan te brengen, en die in Bijlage III vallen onder de oplossingsrichting Optimalisatie fietsnetwerk, hebben ook een relatie met deze oplossingsrichting. Samenwerking De gemeente Soest werkt nauw samen met buurgemeenten, zoals Baarn, Hilversum en Zeist. Het gaat zowel om het samen oppakken van grensoverschrijdende projecten, zoals de fietsverbinding SoestHilversum, als om het benutten van ervaringen in buurgemeenten. Zo heeft Soest de aanpak van fietswrakken en weesfietsen bij station Soest-Zuid mede opgesteld op basis van ervaringen in Baarn. Met de provincie wordt samengewerkt op het gebied van regionale fietsroutes, vooral bij de snelfietsroutes Amersfoort-Utrecht en Amersfoort-Hilversum. Met de Fietsersbond wordt nauw samengewerkt om knelpunten in beeld te brengen. Vervoermanagement
Soest op de Fiets • Normenkader, conclusies en aanbevelingen
27
Er zijn in de periode 2014-2020 weinig maatregelen genomen op het gebied van vervoermanagement. Er is een begin gemaakt met het project Last Mile Bedrijventerreinen, waarbij fietsvoorzieningen op bedrijventerreinen verbeterd moeten worden. Daarmee moet het fietsen aantrekkelijker gemaakt worden voor werknemers. Op dit moment bereidt de gemeente Soest vanuit het Programma Energietransitie een fietsplan voor haar eigen organisatie voor, in het kader het geven van het goede voorbeeld. Vervoersprestatie op locatie De gemeente Soest streeft ernaar om de principes van Omgekeerd ontwerpen toe te passen bij nieuwe ontwikkelingen. De volgorde van prioriteit geven is in dit principe voetganger, fiets, auto. Het gaat hier niet zozeer om concrete maatregelen/projecten, maar om het toepassen van het principe bij nieuwe herinrichtingen of nieuwe ontwikkelingen. Het blijkt in de praktijk lastig om dit principe toe te passen. Er is vanuit de afdeling Leefomgeving vaak alleen budgettaire ruimte om snelheidsbeperkende maatregelen voor de auto toe te voegen bij herinrichtingen en niet om de fiets op grootschaligere manier tegemoet te komen in het wegontwerp. Ook is er regelmatig sprake van ruimtegebrek om de fiets een prominentere plek te geven.
Gedrag/educatie Op het gebied van gedrag en educatie zijn in 2017 en 2018 enkele kleinschalige campagnes met een beperkt budget uitgevoerd rondom fietsverlichting (totaal rond €3.500,-). Ook faciliteert de gemeente het jaarlijkse verkeersexamen van basisscholen (onder andere m.b.t. vergunning/toestemming, verkeersbelduiten, advisering routes). Verder heeft dit onderwerp weinig aandacht gehad in de periode 2014-2020. In 2020 zou de gemeente Soest aansluiten bij de gedragscampagne ‘Ik Fiets’, wat mede vanuit de Provincie Utrecht binnen het programma Goedopweg wordt aangeboden. Dit is vanwege beperkte capaciteit uitgesteld. 3.2.4
Conclusie
Hier volgen de belangrijkste conclusies ten aanzien van de uitvoering van fietsstimuleringsmaatregelen: •
Uit te voeren maatregelen op het gebied van het stimuleren van het fietsgebruik zijn opgenomen in de jaarlijkse Fietsactieplannen. Deze worden ieder jaar vastgesteld op basis van ingeschatte kosten, beschikbaar budget en urgentie van de maatregelen.
•
Veel maatregelen uit het Fietsactieplan zijn opgenomen op basis van ingebrachte knelpunten en verzoeken door bewoners en andere belanghebbenden. Het gaat bijvoorbeeld om het inventariseren van onveilige fietspaaltjes, het plaatsen van parkeervoorzieningen bij bushaltes en het weghalen van groenvoorzieningen ten behoeve van beter zicht bij rotondes. Dit zijn voornamelijk kleinschalige maatregelen. Deze zijn in principe in te passen in het beleid, omdat in het GVVP gesproken wordt over het realiseren van een samenhangend, direct, aantrekkelijk, verkeersveilig en comfortabel fietsnetwerk als randvoorwaarde voor gedragsverandering. Ook passen deze maatregelen binnen het kader van goede dienstverlening door de gemeente. Er is door deze werkwijze echter minder sprake van een opgavegericht toewerken naar realisatie van de strategische doelstellingen binnen een strategie voor de langere termijn.
•
Verschillende uitgevoerde maatregelen zijn ingegeven door de ambities die in het coalitieakkoord 2018-2022 opgenomen zijn ten aanzien van de verkeersveiligheid. Het gaat hier om het onderzoeken en verbeteren van de verkeersveiligheid voor fietsers in de Bosstraat en op rotondes. Het college heeft hier geacteerd op basis van klachten over subjectieve verkeersveiligheid; ongevalscijfers lieten niet zien dat deze locaties onveiliger waren. Dit betekent niet dat de inzet door het college niet te rechtvaardigen is. Het is immers de beleefde veiligheid die een rol speelt in de keuzes van inwoners ten aanzien van hun mobiliteitsgedrag. Inzet op deze maatregelen heeft prioriteit gekregen in de Fietsactieplannen. Hierdoor is minder
Soest op de Fiets • Normenkader, conclusies en aanbevelingen
28
aandacht gegeven aan maatregelen die een directe relatie hebben met de strategische doelstellingen. Inzet op verkeersveiligheid is belangrijk en past op zichzelf goed binnen het beleid maar geldt ten opzichte van het strategische doel van fietsstimulering als randvoorwaarde. Verkeersveiligheid dient beschouwt te worden als ‘dissatisfier’: een slechte verkeersveiligheid schrikt bestaande fietsers af, een goede verkeersveiligheid trekt in zichzelf geen nieuwe fietsers aan. •
Ten opzichte van infrastructurele maatregelen zijn maatregelen op het gebied van gedragsbeïnvloeding in zeer beperkte mate van de grond gekomen in de periode 2014-2020. De gedragscampagne ‘Ik Fiets’ stond voor 2020 gepland maar is vanwege beperkte capaciteit uitgesteld en zal naar verwachting in 2021 uitgevoerd worden.
•
Een relatief groot deel van de uitgevoerde maatregelen in de periode 2014-2020 betreffen haalbaarheidsonderzoeken en verkenningen. Deze zijn mede uitgevoerd ter voorbereiding op subsidieaanvragen voor regionale fietsverbindingen. De gemeente streeft ernaar om alleen haalbaarheidsonderzoeken uit te voeren voor projecten die een gerede kans maken op financiering. Juist de inzet op regionale routes zouden nieuwe mensen naar de fiets kunnen trekken. Het is echter niet altijd op voorhand met zekerheid te zeggen of deze subsidieverzoeken ook daadwerkelijk financiering opleveren. De gemeente is relatief succesvol in het verwerven van subsidies.
3.3 Feiten en cijfers over fietsgebruik De gemeente Soest heeft in het GVVP aangegeven om de voortgang op de doelstelling ten aanzien van het aandeel verplaatsingen per fiets in verplaatsingen tot 7,5 kilometer te monitoren aan de hand van het Onderzoek Onderweg in Nederland (ODiN) van het CBS.4 Bij de tussenevaluatie bleek dat dit onderzoek niet langer gebruikt kon worden voor deze monitoringsdoeleinden. Dit is in de Tussenevaluatie aan de raad gemeld. Volgens de Tussenevaluatie kan het strategische doel niet cijfermatig worden onderbouwd en geeft daarvoor als reden: ‘Het aantal respondenten van dit onderzoek is teruggebracht, waardoor kleinere gemeenten op basis hiervan geen betrouwbare uitspraken meer kunnen doen’. Het aantal waarnemingen van verplaatsingen die een relatie met de gemeente Soest hebben is in het jaarlijkse onderzoek te laag om per afzonderlijk jaar betrouwbare uitspraken voor de gemeente Soest te kunnen doen over het aandeel fiets in verplaatsingen korter dan 7,5 kilometer. De strategische doelstelling ten aanzien van het aandeel verplaatsingen per fiets is echter gehandhaafd door het college in de Oplegnotitie. Vanuit de gemeente vindt er daarom geen monitoring plaats van de voortgang op dit strategische doel. In het geheel heeft de gemeente geen cijfers die iets zeggen over het fietsgebruik in de gemeente in de periode 2014-2020.
Op dit moment is de gemeente samen met de provincie bezig om telpunten aan te leggen op fietspaden. Dit betreft meetpunten op doorgaande regionale fietsroutes. Dit moet inzicht geven in de ontwikkeling van fietsintensiteiten op deze routes. Om toch een beeld te hebben van de ontwikkeling van het fietsgebruik in de gemeente Soest in de afgelopen periode is een aangepaste analyse uitgevoerd op basis van het ODiN. Om het probleem van de geringe steekproef te ondervangen is gebruik gemaakt van meerjarig gemiddelden. Ook is een enquête uitgezet onder inwoners van Soest waarin hen gevraagd is naar de ontwikkeling in hun fietsgebruik en de mate waarin maatregelen vanuit de gemeente daar invloed op gehad hebben. 4
In de periode 2010 tot en met 2017 heette dit onderzoek Onderzoek Verplaatsingen in Nederland (OViN), daarvoor heette het
Mobiliteitsonderzoek Nederland (MON).
Soest op de Fiets • Normenkader, conclusies en aanbevelingen
29
3.3.1
ODiN-analyse
Achtergrond Het Onderzoek Onderweg in Nederland (ODiN) van het CBS is in Nederland een veelgebruikt onderzoek naar de mobiliteit van de Nederlandse bevolking. Het verschaft informatie over de verplaatsingspatronen, beschreven naar plaats van herkomst, bestemming, tijdstip, gebruikte vervoermiddelen en verplaatsingsmotieven. Het ODiN wordt door veel gemeenten gebruikt om uitspraken te doen over het verplaatsingsgedrag van inwoners en bezoekers en om trends in mobiliteitspatronen door de tijd te monitoren. In de analyses die voor dit onderzoek zijn uitgevoerd zijn steeds 3 jaren samen genomen. Dat betekent dat de resultaten voor bijvoorbeeld 2017 in feite de jaren 2016, 2017 en 2018 betreffen. Op het moment van schrijven zijn de resultaten van het ODiN van het jaar 2020 nog niet beschikbaar. Dat betekent dat 2019 het laatste jaar is waarover het ODiN informatie heeft. Het jaar 2019 maakt deel uit van het meerjarig gemiddelde van 2018 (2017-2019), waarmee 2018 het laatste jaar in de reeks waarover in dit hoofdstuk uitspraken worden gedaan. Ook met het weergeven van de 95% betrouwbaarheidsintervallen wordt rekening gehouden met de steekproefomvang van het ODiN.5 Het is belangrijk om op te merken dat door te werken met een meerjarig gemiddelde resultaten niet meer expliciet aan specifieke jaren gekoppeld kunnen worden.
Daarmee is het als monitoringsinstrument minder geschikt en biedt het geen vervanging van de analyses die de gemeente in het GVVP voor ogen had. Het biedt daarentegen wel een mogelijkheid om voor een langere periode trends te identificeren en om na te gaan of het fietsgebruik in Soest al dan niet gestegen is in de afgelopen jaren. Om trends beter inzichtelijk te maken presenteren we hier cijfers die teruggaan tot 2008. Analyse Figuur 3.1 toont het aandeel fiets in alle verplaatsingen die een relatie hebben met de gemeente Soest.6 Het aandeel fiets ligt tussen de 18% en 25%, met twee lagere aandelen in 2008 en 2012. Het valt op dat het aandeel fiets na 2011 een daling kent en vanaf 2012 weer een stijging laat zien. Vanaf 2015 zet deze stijging zich niet door en is er weer een lichte daling. Hetzelfde patroon is zichtbaar wanneer het gaat om het aandeel fiets in verplaatsingen met een afstand korter dan 7,5 kilometer (Figuur 3.2). Er is hier sprake van scherpere fluctuaties; het dal in 2008 en de piek in 2011 zijn lastig verklaarbaar en kan te maken met steekproefvariaties, ook al is gebruik gemaakt van meerjarig gemiddelden. Daarom is het belangrijk om naar de trend te kijken. De trend geeft een daling van het aandeel fiets in de jaren 2012 en 2013 aan. Daarna is het fietsgebruik gestegen, maar sinds 2015 is de stijging gestokt.
Het aandeel fiets in deze verplaatsingen met een afstand korter dan 7,5
5
Het betrouwbaarheidsinterval zegt iets over de nauwkeurigheid van de gevonden waarde. Wanneer het onderzoek steeds weer
opnieuw herhaald zou worden, zou de waarde in 95% van de gevallen binnen het interval liggen. Hoe kleiner het interval, hoe nauwkeuriger de gevonden waarde een weergave van de echte waarde binnen de gehele populatie is. Een grotere steekproef leidt tot een kleiner betrouwbaarheidsinterval. 6
Alle verplaatsingen die de gemeente Soest als herkomst en/of bestemming hebben zijn daarbij meegenomen.
Soest op de Fiets • Normenkader, conclusies en aanbevelingen
30
Figuur 3.1: Aandeel fiets in alle verplaatsingen in
Figuur 3.2: Aandeel fiets in verplaatsingen met
de gemeente Soest.
afstand korter dan 7,5 kilometer in de gemeente Soest.
Figuur 3.3: Aandeel fiets in verplaatsingen korter dan 7,5 kilometer in de gemeente Soest, M50 en Nederland. kilometer was in 2018 32,6%. Daarmee is het aandeel fiets niet hoger dan in 2014, het begin van de periode dat onderwerp is van dit onderzoek. Het aandeel fiets was 32,4% in 2014. De auto wordt het meest gebruikt in verplaatsingen op afstanden tot 7,5 kilometer. Het strategische doel ten aanzien van het aantal verplaatsingen per fiets in verplaatsingen tot 7,5 kilometer stelt dat dit aandeel in 2020 hoger moet zijn dan het landelijk geldende gemiddelde van middelgrote gemeenten. Figuur 3.3 zet het aandeel fiets in deze categorie in de gemeente Soest af tegen het aandeel fiets van alle middelgrote gemeenten (M50) samen.7 Ook is het aandeel fiets in deze categorie voor geheel Nederland weergegeven. De figuur toont dat het aandeel fiets in vrijwel de gehele periode onder het aandeel fiets van de M50 ligt, dat iets onder het gemiddelde van geheel Nederland ligt. Na 2013 komt het aandeel fiets in de gemeente Soest dichter bij het cijfer van de M50 te liggen, maar vanaf 2015 wordt het verschil weer groter. Vanaf dan kent de M50, en ook Nederland als geheel, een stijging in het aandeel fiets in verplaatsingen korter dan 7,5 kilometer, wat voor Soest niet geldt.
7
De M50 is een netwerk van middelgrote gemeenten. Deze gemeenten hebben allen 30.000-80.000 inwoners. De gemeente Soest
maakt ook deel uit van dit netwerk, dat bestaat uit 43 gemeenten. Een overzicht van de gemeenten is te vinden op de website van M50.
Soest op de Fiets • Normenkader, conclusies en aanbevelingen
31
Figuur 3.4 toont de gemiddelde afstand van verplaatsingen met de fiets, die een alternatieve indicator vormt voor de populariteit van de fiets. De grote uitschieter in 2008 is opvallend, maar moet niet teveel aandacht krijgen vanwege de steekproefvariatie die hier mogelijk een rol speelt. Na een daling in de gemiddelde afstand in de eerste jaren neemt de gemiddelde afstand toe in de periode 2011-215. Net als het aandeel fiets zet de stijging in de gemiddelde afstand na 2015 niet door. Figuur 3.4 laat ten slotte de verdeling van het fietsgebruik over de motieven zien. Het gaat hier om het gemiddeld aantal fietsverplaatsingen per dag. De fiets wordt in de gemeente Soest het meest gebruik voor sociale en recreatieve doeleinden. Vanaf 2015 kent vooral het fietsgebruik voor werk/school en dagelijkse diensten (o.a. boodschappen) een daling.
Figuur 3.4: Gemiddelde afstand van
Figuur 3.5: Gemiddeld aantal fietsverplaatsingen
verplaatsingen per fiets in de gemeente Soest.
per dag in de gemeente Soest.
3.3.2
Gebruikersonderzoek
Er heeft ook een onderzoek onder inwoners van de gemeente Soest plaatsgevonden. In een online enquête is aan inwoners gevraagd in welke mate zij de fiets gebruiken, of zij in de periode 2014-2020 vaker zijn gaan fietsen en met welke reden, en wat hun ervaring met de getroffen maatregelen van de gemeente is. En belangrijke kanttekening is dat we deelnemers gevraagd hebben hun fietsgebruik gedurende een lange periode te beoordelen. Wij hebben mensen gevraagd om een inschatting te maken van hun fietsgebruik meerdere jaren terug, maar mensen zijn niet altijd even nauwkeurig in het herinneren van hun gedrag uit het verleden. Ook geldt dat gedrag tot op zekere hoogte onbewust beïnvloed wordt en de invloed van maatregelen en persoonlijke omstandigheden op fietsgedrag niet altijd helder vast te stellen en te onderscheiden is. In totaal zijn de antwoorden van 169 deelnemers meegenomen in de analyse. De deelnemers woonden minimaal twee jaar in de gemeente Soest en waren allemaal 18 jaar of ouder (gemiddelde = 56 jaar, standaarddeviatie = 14). De deelnemers werden geworven via een oproep in de Soester Courant en via sociale media van o.a. de gemeente Soest en Goudappel. Daarnaast werden deelnemers aan het einde van de vragenlijst gevraagd om andere fietsende Soesters uit te nodigen voor deelname.
Zoals weergegeven in Figuur 3.6 gaf meer dan een derde van de respondenten (39%) aan dat zij vaker zijn gaan fietsen in de periode 2014-2020. Het grootste gedeelte van de respondenten (49%) rapporteerde dat hun fietsfrequentie in deze periode niet veranderde en 12% gaf aan dat hun fietsfrequentie afnam.
Soest op de Fiets • Normenkader, conclusies en aanbevelingen
32
Figuur 3.6: De zelfgerapporteerde verandering in fietsfrequentie (het aantal keer fietsen) van de deelnemers (n = 166) in de periode 2014 – (pre-corona) 2020. De deelnemers bij wie de fietsfrequentie in deze periode toenam (n = 64) gaven aan in hoeverre enkele ‘omgevingsomstandigheden’ en ‘persoonlijke omstandigheden’ maakten dat hun fietsfrequentie toenam. De persoonlijke factoren ‘duurzaamheidsovertuiging’ en ‘gezondheid’ speelden bij de meeste van deze deelnemers ten minste ‘een beetje’ mee bij de toename in hun fietsgebruik (respectievelijk bij 87% en 75%). Figuur 3.7 toont een weergave van in hoeverre voorgelegde persoonlijke omstandigheden meespeelden bij de toename in het fietsgebruik. Figuur 3.8 toont de mate waarin deelnemers van wie het fietsgebruik toenam aangeven dat omgevingsomstandigheden, het terrein waar de gemeente in de periode 2014-2020 heeft geïnvesteerd, daaraan bijgedragen hebben. Van deze deelnemers schreef 73% de toename van hun fietsgebruik ten minste ‘een beetje’ toe aan ‘verbeteringen van het fietscomfort’ en doordat zij ‘met de fiets sneller hun bestemming konden bereiken’. Van de omgevingsomstandigheden speelt veiligheid de minst belangrijke rol in de overwegingen van deelnemers om vaker te fietsen. 50% van de deelnemers geeft aan dat veiligheid ten minste ‘een beetje’ een rol speelt.
Soest op de Fiets • Normenkader, conclusies en aanbevelingen
33
Figuur 3.7: De weergave van de mate waarin persoonlijke omstandigheden meespeelden bij de toename in het fietsgebruik van de deelnemers (n = 64). De factoren staan op volgorde van de hoeveelheid respondenten die aangaven dat de factor ten minste ‘een beetje’ meespeelde.
Figuur 3.8: De weergave van de mate waarin omgevingsomstandigheden meespeelden bij de toename in het fietsgebruik van de deelnemers (n = 64). De factoren staan op volgorde van de hoeveelheid respondenten die aangaven dat de factor ten minste ‘een beetje’ meespeelde. Het aantal deelnemers dat voor (vrijwel) alle korte verplaatsingen (<7,5 km) de fiets gebruikt lijkt in de periode 2014 tot en met 2020 stabiel te zijn gebleven (ongeveer 30%). Er lijkt vanaf 2014 een toename (8 procentpunten) te zijn van het aantal deelnemers dat voor ‘de meeste’ korte verplaatsingen de fiets gebruikt.
Soest op de Fiets • Normenkader, conclusies en aanbevelingen
34
Figuur 3.9: Het aandeel fietsgebruik t.o.v. andere vervoermiddelen bij verplaatsingen korter dan 7,5 in 2014, in pre-corona 2020 en in 2020 na de aankondiging van de eerste coronamaatregelen.
Vrijwel alle deelnemers (96%) geven aan dat Soest ten minste ‘een beetje’ de goede dingen doet voor fietsers (zie Figuur 3.10). Meer dan een kwart van de deelnemers (27%) rapporteerde dat Soest in (zeer) sterke mate de goede dingen doet voor fietsers. De deelnemers rapporteerden in hoeverre zij verbeteringen opmerkten per aspect waarop categorieën van maatregelen ingrijpen (comfort, snelheid, veiligheid). De top 3 items waarbij de meeste deelnemers aangaven tenminste ‘een beetje’ verbetering te hebben opgemerkt waren verbeteringen van: (1) de fietsveiligheid doordat fietsers op kruisingen meer overzicht op ander verkeer kregen, (2) het fietscomfort door vernieuwingen van het wegdek en (3) de fietsveiligheid doordat obstakels als fietspaaltjes en varkensruggen werden verwijderd. Zie Figuur 3.11 voor het volledige overzicht.
Figuur 3.10: De mate waarin de respondenten vinden dat Soest de goede dingen doet voor fietsers. Dertien respondenten beantwoordden deze vraag met ‘weet ik niet’.
Soest op de Fiets • Normenkader, conclusies en aanbevelingen
35
Figuur 3.11: De mate waarin de respondenten verbeteringen opmerkten door de maatregelen. De maatregelen zijn gecategoriseerd naar aspect van fietsklimaat. De respondenten die kozen voor de optie ‘weet ik niet’ zijn niet in de figuur opgenomen. Per item staat het aantal geïncludeerde responsen (n) weergegeven. Bij het onderste item gaf 50% van de respondenten (n = 85) aan het antwoord niet te weten.
Vanaf 2014 is het gebruik van elektrische fietsen onder de respondenten toegenomen. In 2014 gebruikte 14% van de respondenten een elektrische fiets en in februari 2020 was dit 34%. Geen enkele deelnemer heeft vanaf 2014 gebruik gemaakt van de openbare laadpalen voor elektrische fietsen. Twee procent van de respondenten gaf aan gebruik te hebben gemaakt van de fietskluizen bij station Soest-Zuid. De nieuwe fietsenstallingen, bijvoorbeeld bij sportcomplexen en OV-haltes, werden vanaf 2014 door 25% van de respondenten gebruikt.
3.3.3
Conclusie
Hier volgende de belangrijkste conclusies ten aanzien van de het fietsgebruik in de periode 2014-2020: •
De gemeente was voornemens om de prestaties in het fietsgebruik in de gemeente Soest te monitoren aan de hand van het jaarlijkse onderzoek Onderweg in Nederland van CBS. Uit de tussenevaluatie van het GVVP bleek dat het vaststellen van de presentaties voor Soest niet mogelijk was vanwege de kleinere steekproefomvang die het CBS in dit onderzoek hanteert. Het is volgens de voorgenomen werkwijze van de gemeente niet mogelijk om na te gaan of het fietsgebruik is toegenomen.
•
In dit rekenkameronderzoek is een alternatieve methode toegepast om na te gaan of het fietsgebruik in de gemeente Soest is toegenomen. Daarvoor zijn meerjarige gemiddelden gebruikt, waarbij steeds het gemiddelde van 3 jaren is genomen. Volgens deze werkwijze is er geen sprake van een toename van het fietsgebruik. Het aandeel fiets in alle aan de gemeente Soest gerelateerde verplaatsingen was in 2018 20,8% ten opzichte van 21,4% in 2014 (er kan met deze werkwijze niet verder gekeken worden dan 2018). Voor verplaatsingen korter dan 7,5 kilometer is dat 32,6% respectievelijk 32,4% (dit is geen statistisch significante stijging). Hierbij dient opgemerkt te worden dat deze methode geen één-op-één vervanging is van de methode die de gemeente Soest oorspronkelijk voor ogen had voor de monitoring. Deze alternatieve methode
Soest op de Fiets • Normenkader, conclusies en aanbevelingen
36
kan voor de specifieke jaren minder nauwkeurig het aandeel fiets bepalen omdat een meerjarig gemiddelde is gebruikt. •
Het aandeel fiets in verplaatsingen korter dan 7,5 kilometer was in 2018 lager dan het gemiddelde voor middelgrote gemeenten. Vanaf 2015 nam het verschil tussen de gemeente Soest en de middelgrote gemeenten op deze indicator toe. Daarmee lag de gemeente niet op koers om de doelstelling ten aanzien van het aandeel fiets in verplaatsingen korter dan 7,5 kilometer te halen.
•
In het gebruikersonderzoek, waarin inwoners van Soest zijn bevraagd over hun fietsgebruik en ervaring met fietsstimuleringsmaatregelen, gaf een groot gedeelte van de respondenten (circa 40%) aan in de periode 2014-2020 vaker te zijn gaan fietsen. Persoonlijke omstandigheden spelen daarbij een grotere rol dan omgevingsfactoren. Vooral duurzaamheidsoverwegingen en de beschikking over een snellere fiets worden genoemd als redenen voor toegenomen fietsgebruik. Wat betreft omgevingsfactoren lijken maatregelen gericht op snellere en comfortabele routes en makkelijk fietsparkeren sterker bij te dragen aan toegenomen fietsgebruik dan maatregelen gericht op de verkeersveiligheid. Maatregelen gericht op verkeersveiligheid kennen wel een hogere tevredenheid.
3.4 Aanvullende monitoring en informeren raad 3.4.1
Analyse
In 2015 heeft de raad om een tussenevaluatie van het GVVP gevraagd. In de tussenevaluatie concludeerde de gemeente dat de ambities en doelen niet bereikt konden worden binnen de financiële kaders. In 2017 heeft het college een oplegnotitie bij het GVVP gemaakt waarin het college heeft aangegeven op welke projecten zij wilde inzetten in de resterende looptijd van het GVVP. Deze oplegnotitie is vastgesteld door de raad. Na de vaststelling van de Oplegnotitie hebben geen aanvullende evaluaties plaatsgevonden. In de Tussenevaluatie werd geconcludeerd dat monitoring op de voortgang van het strategische doel ten aanzien van het aandeel fiets niet mogelijk was vanwege de beperkte steekproefomvang in het onderzoek Onderweg in Nederland van CBS. Nadien heeft geen monitoring plaatsgevonden om te onderzoeken wat de voortgang op deze doelstelling is. Ook bij afzonderlijke maatregelen heeft geen monitoring plaatsgevonden van effecten op het fietsgebruik. Wel worden op dit moment meetpunten ingericht om het fietsverkeer op een aantal punten structureel te meten. Dit gebeurt op (toekomstige) provinciale snelfietsroutes en bijvoorbeeld ook op de nieuw fietsverbinding Soest-Soesterberg (op de voormalige vliegbasis). Daarnaast beschikt de gemeente Soest al over twee vaste meetpunten op fietspaden (Koningsweg en het Jaagpad (fietsbrug Eem)).
Op een aantal momenten heeft de raad vragen gesteld over fietsprojecten. Dat heeft de raad bijvoorbeeld gedaan rondom de reconstructie van de Wieksloterweg, waarbij subsidiemogelijkheden zijn ingezet ter bevordering van het fietsgebruik. De raad kijkt kritisch mee of subsidies op een juiste wijze worden ingezet. De wethouder en de afdeling Ruimte leggen op de gevraagde momenten verantwoording af door middel van de voor- en najaarsnota, begroting en jaarrekening. In de begroting worden de belangrijkste fietsmaatregelen aan de raad gepresenteerd. In de voor- en najaarsnota worden de (verwachte) afwijkingen op toegezegde budgetten opgenomen. Indien gewenst door de raad organiseren betrokken
Soest op de Fiets • Normenkader, conclusies en aanbevelingen
37
beleidsmedewerkers een informatiebijeenkomst. Over het fietsbeleid is in de periode 2014-2020 geen bijeenkomst geweest. Wanneer schriftelijke vragen door de raad worden gesteld, stelt de afdeling Ruimte in samenspraak met het college een reactie op. In de meeste gevallen kunnen de vragen binnen de geldende termijn beantwoord worden. Wanneer dat niet het geval is wordt de raad daar vooraf van op de hoogte gesteld. Vragen worden volgens de afdeling adequaat beantwoord; zij leiden zelden tot vragen ter verduidelijking. 3.4.2
Conclusie
In de periode 2014-2020 vond geen monitoring van het fietsgebruik plaats. In de Tussenevaluatie GVVP uit 2015 is de raad geïnformeerd over het feit dat de in 2008 opgenomen monitoringstool niet meer mogelijk was. Ook effecten van individuele fietsstimuleringsmaatregelen zijn niet gemonitord. Op dit moment worden wel telpunten op regionale fietsroutes ingericht in samenwerking met de provincie om in de toekomst fietsintensiteiten structureel te meten. Na de Tussenevaluatie in 2015 heeft geen evaluatie meer plaats gevonden van de voortgang op doelen en maatregelen en eventuele aanpassing en bijsturing daarin naar aanleiding van uitkomsten. De raad heeft hier ook niet meer om gevraagd. De raad wordt tijdig en adequaat geïnformeerd over gekozen maatregelen en financiële zaken daaromtrent. Vragen vanuit de raad lijken naar tevredenheid beantwoord te worden.
Soest op de Fiets • Normenkader, conclusies en aanbevelingen
38
HOOFDSTUK
Normenkader, conclusies en aanbevelingen
Soest op de Fiets • Normenkader, conclusies en aanbevelingen
39
4. Normenkader, conclusies en aanbevelingen
4.1 Inleiding
Dit hoofdstuk presenteert de conclusies en aanbevelingen. Allereerst worden de deelvragen beantwoord aan de hand van toetsing aan het normenkader. Daarna volgen de aanbevelingen.
4.2 Toetsing normenkader Hier volgt een toetsing van de normen. De beoordeling is weergegeven als goed/voldoende/matig. Per norm is een toelichting gegeven. Deelvraag 1: Hoe ziet het beleid (impliciet en expliciet) van de gemeente eruit om het gebruik van de fiets te stimuleren? NORM Het beleid ten aanzien van fietsstimulering is gebaseerd op een integrale en richtinggevende visie op de samenleving en de rol van mobiliteit daarin.
Aan het beleid ten aanzien van fietsstimulering ligt een adequate (probleem)analyse ten grondslag.
Het beleid is tot stand gekomen in samenspraak met interne en externe belanghebbenden.
Het beleid is consistent: beleidsstukken bouwen voort op eerder beleid en resultaten (aanvullend dan wel corrigerend).
BEOORDELING
TOELICHTING
Voldoende
In het beleid wordt beargumenteerd waarom fietsgebruik een positieve bijdrage levert aan het welzijn van burgers en aan de leefbaarheid en bereikbaarheid in de gemeente. Het beleid behandelt de modaliteiten wel sterk gefragmenteerd en bevat een beperkte integrale visie op de wijze verschillende modaliteiten met elkaar in verband staan.
Goed
In de totstandkoming van het beleid spelen de analyses uit de Fietsbalans van de Fietsersbond een grote rol. De sterke en zwakke punten uit deze analyse zijn vertaald in een aantal sporen waarop verbeteringen nodig zijn. De routes in het Regionaal Fietsplan zijn tot stand gekomen op basis van een knelpuntenanalyse met de provincie.
Goed
Bewoners en de Fietsersbond zijn nauw betrokken bij het ontstaan van het beleid. Ook is regelmatig overleg en samenwerking met andere betrokkenen zoals het Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid, de provincie en buurgemeenten.
Goed
Beleidsstukken bouwen op elkaar voort. De evaluatie en oplegnotie van het GVVP heeft in belangrijke mate focus gebracht in maatregelen. Het Regionaal Fietsplan is opgesteld naar aanleiding van de opkomst van snellere fietsen en brengt meer focus in de specifieke routes waarop ingezet wordt als het gaat om het regionale netwerk.
Deelvraag 2: Welke doelen wil de gemeente bereiken met het fietsstimuleringsbeleid en zijn deze doelen concreet en meetbaar geformuleerd? NORM
BEOORDELING
TOELICHTING
De gemeente heeft duidelijke beleidsdoelstellingen op het gebied van het stimuleren van het fietsgebruik geformuleerd.
Goed
De twee doelstellingen zijn helder en duidelijk.
Soest op de Fiets • Normenkader, conclusies en aanbevelingen
40
De doelen zijn realiseerbaar.
Matig
Het doel met betrekking tot de fietsparkeernormen is goed realiseerbaar. Het doel met betrekking tot het aandeel fiets is ambitieus. Met de beperkte beschikbare financiële middelen en de keuze om niet in te zetten op het ontmoedigen van autogebruik was de kans dat het doel in 2020 behaald zou zijn klein.
Doelen zijn concreet en meetbaar.
Goed
Beide doelen zijn concreet en meetbaar geformuleerd. Dit is ook het oordeel in de Tussenevaluatie.
Deelvraag 3: Welke maatregelen en uit te voeren acties/activiteiten worden in het beleid genoemd? Welke maatregelen heeft de gemeente feitelijk ingezet om het fietsgebruik te stimuleren en waarom is voor die maatregelen gekozen?
NORM
BEOORDELING
TOELICHTING
Matig
Er is onvoldoende capaciteit, zowel in personeel als in financiën, om de doelen te realiseren. De gemeente is relatief succesvol in het verwerven van subsidies. Ook is een actieve samenwerking met belangenorganisaties en buurgemeenten opgezet om ambities te verwezenlijken.
Voldoende
Het GVVP noemt de ambitie om zowel ‘harde’ als ‘zachte’ maatregelen in te zetten. Vraagbeïnvloedingsmaatregelen moeten daarbij infrastructurele maatregelen ondersteunen, om daarmee mensen ook daadwerkelijker vaker de fiets te laten gebruiken. In de periode 20142020 is nauwelijks ingezet op deze zachte maatregelen. Voorgenomen maatregelen vormen in beperkte mate een goede afspiegeling van de oplossingsrichtingen zoals geformuleerd in het GVVP. Daarnaast worden veel maatregelen op ad-hoc basis uitgevoerd, zonder dat deze direct deel uitmaken van een vooraf uitgewerkt gezamenlijk pakket maatregelen voor de langere termijn. Kleinschalige maatregelen die door bewoners werden aangedragen worden meldingsgericht uitgevoerd.
Voldoende
Een deel van de voorgenomen maatregelen is niet direct aan de strategische doelen te koppelen. Van de meeste maatregelen is te beargumenteren dat deze een bijdrage leveren aan een beter fietscomfort. Bij een deel van de maatregelen mist echter een onderbouwde koppeling met fietsstimulering. Ook is een deel van de maatregelen opgenomen omdat bijvoorbeeld verkeersveiligheid prioriteit gegeven is boven fietsstimulering. Inzet op verkeersveiligheid is weliswaar belangrijk en past goed binnen het beleid, maar geldt ten opzichte van het strategische doel van fietsstimulering als randvoorwaarde: inzet hierop trekt in zichzelf geen nieuwe fietsers aan.
Maatregelen zijn gebaseerd op een afweging tussen kosten en te verwachten resultaten.
Voldoende
Het jaarlijkse Fietsactieplan wordt opgesteld op basis van een heldere afweging tussen kosten, beschikbaar budget en prioritering. In de praktijk worden bij de prioritering ook andere afwegingen gemaakt dan de verwachtte effecten ten aanzien van de strategische doelen. Klachten en inbreng van omwonenden spelen een grote rol.
De gemeente heeft een overzicht van alle maatregelen, acties en interventies die worden uitgevoerd in het kader van het fietsstimuleringsbeleid.
Goed
De Fietsactieplannen vormen een helder overzicht van voorgenomen maatregelen. Uitgevoerde maatregelen worden goed bijgehouden.
De doelen zijn logisch vertaald naar rollen, instrumenten en randvoorwaarden.
Het beleid is vertaald in een coherent geheel aan maatregelen.
Maatregelen volgen uit de doelen en zijn helder en gedegen onderbouwd.
Soest op de Fiets • Normenkader, conclusies en aanbevelingen
41
Uitgevoerde maatregelen volgen uit het beleid.
Uitvoering van maatregelen volgt uit een logische en onderbouwde prioritering.
Voldoende
Een aanzienlijk deel van de maatregelen is genomen op basis van aangedragen knelpunten en verzoeken van bewoners. De gemeente zet in op deze knelpunten en verzoeken vanuit de wens om een goede dienstverlener te zijn en om de juiste randvoorwaarden voor fietsgebruik te creëren, maar een rechtstreekse koppeling met de strategische doelen is niet altijd helder.
Goed
De keuze voor maatregelen in de periode 2014-2020 volgt uit prioritering in de Tussenevaluatie GVVP. De jaarlijkse Fietsactieplannen worden opgesteld op basis van een afweging tussen kosten, beschikbaar budget en prioritering. Deze zijn goed onderbouwd.
Deelvraag 4: Is het gebruik van de fiets in, om en rond Soest daadwerkelijk toegenomen in 2020 (t.o.v. 2014) en in hoeverre is dit een effect van de getroffen maatregelen en uitgevoerde acties en activiteiten?
NORM
BEOORDELING
TOELICHTING
De gemeente heeft inzicht in de behaalde resultaten en de hiervoor gemaakte kosten.
Matig
Er is een overzicht van de maatregelen die zijn uitgevoerd, alsmede de kosten hiervan. Resultaten in termen van fietsgebruik worden niet gemeten per maatregel.
Matig
Er wordt beperkt winst behaald op het doel van aandeel fiets. Er is niet aan te tonen in welke mate de individuele maatregelen bijdragen aan veranderingen op deze indicator.
Matig
Er heeft een evaluatie plaatsgevonden van het GVVP in 2015. Als gevolg daarvan heeft aanscherping in de aanpak plaatsgevonden. In de periode na deze Tussenevaluatie heeft geen evaluatie, terugkoppeling en bijstelling van de aanpak meer plaatsgevonden.
Matig
Wat betreft het doel rondom aandeel fiets scoort de gemeente nog steeds lager dan het gemiddelde van middelgrote gemeenten. Het verschil lijkt toe te nemen.
Voldoende
Wat betreft het doel rondom fietsparkeernormen is deels behaald. Bij nieuwe ontwikkelingen worden fietsparkeernormen gehanteerd; bij bestaande voorzieningen echter in beperkte mate. Het is lastig om fietsparkeernormen te hanteren bij bestaande voorzieningen, dit is echter wel onderdeel van het strategische doel.
Matig
Er vindt geen monitoring plaats om na te gaan of de voortgang op de doelen op orde is.
Voldoende
De raad wordt wel geïnformeerd over de maatregelen die genomen worden en de financiële zaken daaromtrent. Over de voortgang op de doelen wordt de raad niet geïnformeerd omdat de indicator aandeel fiets niet gemonitord wordt.
De maatregelen dragen herleidbaar bij aan de realisatie van de vastgestelde doelen. Er is sprake van evaluatie, terugkoppeling en (eventuele) bijstelling in de aanpak van het stimuleren van het fietsgebruik in Soest en/of de uitvoering daarvan. De gemeente Soest ligt op koers om de gestelde doelen te bereiken – Doel 1: verhogen aandeel fiets
De gemeente Soest ligt op koers om de gestelde doelen te bereiken – Doel 2: hanteren fietsparkeernormen
Effecten en doelbereik worden met het oog op het realiseren van de doelen gemonitord. De raad wordt adequaat, tijdig en voldoende geïnformeerd over de voortgang in het fietsstimuleringsbeleid.
Soest op de Fiets • Normenkader, conclusies en aanbevelingen
42
4.3 Aanbevelingen
Algemene aanbevelingen aan de gemeenteraad •
Zet in op samenhangend fietstimuleringsbeleid met strategische doelen en maatregelen voor meerdere jaren, waarbij de maatregelen een duidelijke relatie hebben met de strategische doelen.
•
Bezie de diverse vervoersmodaliteiten (auto, fiets, bus, etc.) in relatie tot elkaar in mobiliteitsbeleid zodat realistische doelen geformuleerd kunnen worden.
•
Werk (nieuwe) doelen SMART uit en geef bij elke maatregel goed onderbouwd aan in welke mate deze bijdraagt aan de doelen.
•
Zorg dat beschikbare middelen, zowel qua capaciteit als qua financiën, beter aansluiten bij de gestelde strategische doelen.
•
Zet in op monitoring van de maatregelen, gerelateerd aan de strategische doelen. Gebruik daarbij indicatoren die hanteerbaar zijn.
•
Verzoek het college om over de maatregelen te rapporteren in de reguliere P&C cyclus, naast het verantwoorden van de uitgevoerde projecten in het kader van de “inzet op het stimuleren fietsgebruik”.
•
Fietsbeleid wordt steeds meer een regionale opgave. Laat het beleid en het uitvoeringsprogramma zoveel mogelijk aansluiten bij regionale ambities, bijvoorbeeld bij de ambities die de provincie hanteert ten aanzien van het regionale fietsbeleid.
Aanbevelingen aan het college •
Maak een uitvoeringsprogramma voor meerdere jaren.
•
Voer de maatregelen uit in samenwerking met de verschillende clusters binnen de afdeling Ruimte en breng samenhang aan binnen de verschillende gemeentelijke programma’s. Zo kan de geplande inzet op gedragsbeïnvloedingsmaatregelen in het programma Energietransitie een waardevolle bijdrage zijn in de strategische doelen voor fietsgebruik.
Soest op de Fiets • Normenkader, conclusies en aanbevelingen
43
BIJLAGEN
Soest op de Fiets • Bijlagen
44
Bijlage I: Geïnterviewde personen
•
Wethouder portefeuille Verkeer
•
Teamleider afdeling Ruimte
•
Beleidsadviseur Verkeer
•
Beleidsadviseur Klimaat en Leefomgeving
•
Programmamanager Fiets, Provincie Utrecht
Soest op de Fiets • Bijlagen
45
Bijlage II: Geraadpleegde documenten
•
Fietsbeleidsplan 2003-2007, 2003
•
Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan 2008-2020, 2008
•
Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan ‘Tussenevaluatie’, 2015
•
Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan ‘Oplegnotitie’, 2017 (inclusief Fietsactieplan 2017-2020)
•
Nota parkeernormen auto en fiets – 2e herziening, 2014
•
Nota parkeernormen auto en fiets – 3e herziening, 2017
•
Regionaal Fietsplan Soest – Uitvoeringsvoorstel gemeente Soest, 2019
•
Fietsactieplan 2014
•
Fietsactieplan 2015
•
Fietsactieplan 2016
•
Programma Energietransitie Soest 2020-2025, 2020
•
Coalitieakkoord 2014-2018, 2014
•
Coalitieakkoord 2018-2022, 2018
Soest op de Fiets • Bijlagen
46
Bijlage III: Uitgevoerde maatregelen met budget Fietsactieplannen Hier volgen de uitgevoerde maatregelen en de kosten daarvan zoals die gefinancierd zijn uit de Fietsactieplannen in de periode 2014-2020. Dit overzicht is afkomstig van de ambtelijke organisatie. In het originele overzicht zijn enkele aanpassingen gemaakt, door posten samen te voegen die duidelijk onder dezelfde maatregel vallen. De maatregelen zijn door de onderzoekers ingedeeld naar de relevante oplossingsrichtingen volgens het GVVP. Er zijn geen maatregelen ingedeeld bij de oplossingsrichtingen Voorrang voor de fiets, Integratie recreatief en utilitair fietsnetwerk, Samenwerken en Vervoersprestatie op locatie. Concrete maatregelen die een relatie met deze oplossingsrichtingen hebben zijn veelal primair bedoeld om fietsnetwerk te optimaliseren, en zijn daarom ingedeeld bij Optimaliseren fietsnetwerk.
Soest op de Fiets • Bijlagen
47
Soest op de Fiets • Bijlagen
48
Bijlage IV: Bestuurlijke reactie
Soest op de Fiets • Bijlagen
49
Soest op de Fiets • Bijlagen
50
Soest op de Fiets • Bijlagen
51