4a 2 Rapport Soest op de fiets.pdf
Tekst van het document
Rapport
SOEST OP DE FIETS
Onderzoek rekenkamercommissie Soest naar het fietsstimuleringsbeleid Mei 2021 @RKC
COLOFON
Uitgave Goudappel Snipperlingsdijk 4 Postbus 161 7400 AD Deventer Rapportnummer 2021/definitief Datum Mei 2021 Opdrachtgever Rekenkamercommissie Soest Auteurs Dr. Nico Dogterom (Goudappel) Bart Jelijs, MSc (Goudappel) Drs. Jan-Anne Waagmeester (Goudappel)
Het overnemen uit deze publicatie is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld.
Soest op de Fiets • Colofon
INHOUDSOPGAVE
Managementsamenvatting ................................................................................................... 4 1.
2.
3.
4.
Inleiding ...................................................................................................................... 9 1.1
Achtergrond........................................................................................................... 9
1.2
Doel- en vraagstelling ............................................................................................. 9
1.3
Uitvoering onderzoek ............................................................................................ 10
1.4
Normenkader ....................................................................................................... 10
1.5
Leeswijzer ........................................................................................................... 10
Totstandkoming en inhoud beleid .............................................................................. 13 2.1
Inleiding.............................................................................................................. 13
2.2
Aanleiding fietsstimuleringsbeleid ........................................................................... 13
2.3
Doelen ................................................................................................................ 14
2.4
Vertaling van doelen naar beleid ............................................................................ 14
2.5
Maatregelen ........................................................................................................ 18
2.6
Conclusie ............................................................................................................ 20
Doelbereik en uitvoering ........................................................................................... 23 3.1
Inleiding.............................................................................................................. 23
3.2
Uitvoering maatregelen ......................................................................................... 23
3.3
Feiten en cijfers over fietsgebruik ........................................................................... 29
3.4
Aanvullende monitoring en informeren raad ............................................................. 37
Normenkader, conclusies en aanbevelingen .............................................................. 40 4.1
Inleiding.............................................................................................................. 40
4.2
Toetsing normenkader .......................................................................................... 40
4.3
Aanbevelingen ..................................................................................................... 43
Bijlage I: Geïnterviewde personen ..................................................................................... 45 Bijlage II: Geraadpleegde documenten .............................................................................. 46 Bijlage III: Uitgevoerde maatregelen met budget Fietsactieplannen ................................. 47 Bijlage IV: Bestuurlijke reactie........................................................................................... 49
Soest op de Fiets • Inhoudsopgave
Managementsamenvatting
Achtergrond Begin 2021 heeft de Rekenkamercommissie van de gemeente Soest een onderzoek uitgevoerd naar het fietsstimuleringsbeleid van de gemeente Soest. Dit onderzoek moet inzicht geven in de wijze waarop het college invulling geeft aan de ambitie om het fietsgebruik in de gemeente te stimuleren. Het onderzoek gaat in op de beleidskeuzes die zijn gemaakt, de investeringen die zijn gedaan en de resultaten die het beleid heeft opgeleverd. Het onderzoek richt zich op de periode 2014-2020. De centrale onderzoeksvraag in dit onderzoek is: In hoeverre zijn de maatregelen, genomen in de periode 2014 tot 2020, gericht op het stimuleren van het gebruik van fietsen, doeltreffend en doelmatig? In het onderzoek zijn relevante documenten geanalyseerd en zijn interviews afgenomen. Ook is het fietsgebruik aan de hand van CBS-cijfers onderzocht en is een enquête uitgezet onder inwoners van Soest waarin hen gevraagd is naar hun fietsgebruik en ervaring met getroffen maatregelen.
Totstandkoming en inhoud beleid Ten aanzien van het stimuleren van het fietsgebruik zijn in het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP, 2008) twee strategische doelstellingen geformuleerd: 1. Het aantal verplaatsingen per fiets is in ritten tot 7,5 km in 2010 minimaal 35% en in 2020 hoger dan het landelijke geldende gemiddelde voor middelgrote gemeenten; 2. Bij nieuwe ontwikkelingen en nabij bestaande voorzieningen worden vaste normen gehanteerd voor het aantal te realiseren fietsparkeerplaatsen. De doelstellingen volgen uit een heldere probleemanalyse, waaruit een laag fietsgebruik en een relatief slechte concurrentiepositie van de fiets is gebleken in de gemeente Soest. De gemeente heeft een heldere visie op de waarde van het fietsgebruik op het vlak bereikbaarheid, leefbaarheid, gezondheid en veiligheid. Het fietsstimuleringsbeleid richt zich op een negental oplossingsrichtingen, met daarbij een grote rol voor inzet op fietsinfrastructuur en -voorzieningen. Naast infrastructuur (harde maatregelen) wordt ook het belang van gedragsbeïnvloeding (zachte maatregelen) omschreven in de beleidsdocumenten. Waar infrastructurele maatregelen de juiste randvoorwaarden moeten bieden zijn maatregelen op het gebied van gedrag en educatie nodig om mensen daadwerkelijk vaker voor de fiets te laten kiezen.
Het is niet altijd duidelijk omschreven en onderbouwd op welke wijze de onderscheiden oplossingen precies moeten bijdragen aan een hoger fietsgebruik. De gemeente Soest kiest er nadrukkelijk niet voor om het gebruik van de fiets te stimuleren door in te zetten op het ontmoedigen van autogebruik.
Soest op de Fiets • Managementsamenvatting
4
Het jaarlijkse Fietsactieplan bevat de jaarlijkse uit te voeren maatregelen op het gebied van de fiets. Hiervoor is jaarlijks circa €50.000 beschikbaar. Verder zet de gemeente met het regionaal Fietsplan in op regionale (snel)fietsroutes, waarvoor subsidies vanuit het programma VERDER beschikbaar zijn gekomen. Het fietsstimuleringsbeleid kent integratie met het duurzaamheidsbeleid van de gemeente; de fiets heeft een rol in het Programma Energietransitie Soest 2020-2025.
Uitvoering maatregelen In de praktijk is in de periode 2014-2020 vooral ingezet op de uitvoering van infrastructurele maatregelen. Maatregelen op het gebied van gedrag en educatie zijn slechts in beperkte mate uitgevoerd. De beperkte capaciteit binnen de organisatie speelt daarbij een rol. In de selectie van maatregelen binnen de Fietsactieplannen hebben verzoeken en wensen van burgers een grote rol. Hierdoor speelt de gemeente actief in op ervaren knelpunten rondom het fietsgebruik, wat het draagvlak voor maatregelen ten goede komt. Tegelijk is er met deze vraaggestuurde benadering in mindere mate sprake van een opgavegericht toewerken naar de strategische doelen, waardoor bij meerdere maatregelen een directe koppeling met de strategische doelstellingen mist. Een relatief groot deel van de beschikbare budgetten zijn besteed aan de uitvoering van haalbaarheidsonderzoeken en verkenningen ter voorbereiding op subsidieaanvragen voor grotere projecten. De gemeente Soest heeft in de periode 2014-2020 verschillende grote subsidies verworven, waarmee in de komende jaren het regionale fietsnetwerk verder geoptimaliseerd wordt.
Fietsgebruik en monitoring Gedurende de uitvoering van het GVVP bleek dat de voorgenomen monitoring van het aandeel verplaatsingen per fiets aan de hand van CBS-cijfers niet werkbaar was. De steekproef in het jaarlijkse verplaatsingsonderzoek van CBS werd in de loop van de jaren kleiner, waardoor deze niet meer bruikbaar was voor een jaarlijkse update van het aandeel verplaatsingen per fiets in Soest. Dit werd al in de tussenevaluatie van het GVVP in 2015 opgemerkt. Er is evenwel geen alternatief monitoringskader gekomen. In dit onderzoek is aan de hand van een alternatieve methode nagegaan hoe het fietsgebruik zich in verplaatsingen tot 7,5 kilometer heeft ontwikkeld. Daarbij is gewerkt met een voortschrijdend meerjarig gemiddelde gebaseerd op cijfers uit het genoemde CBS-onderzoek. Daarmee kunnen uitspraken tot en met 2018 gedaan worden. De voortschrijdend meerjarig gemiddelden tonen dat Soest in 2018 nog steeds een lager fietsgebruik had dan alle middelgrote gemeenten samen. In het gebruikersonderzoek, waarin inwoners van Soest zijn bevraagd over hun fietsgebruik en ervaring met fietsstimuleringsmaatregelen, gaf een groot gedeelte van de respondenten (circa 40%) aan in de periode 2014-2020 vaker te zijn gaan fietsen. Deelnemers geven aan dat persoonlijke factoren daarbij een grotere rol spelen dan geïmplementeerde maatregelen.
Maatregelen gericht op verkeersveiligheid kennen een hogere waardering van deelnemers dan andere typen maatregelen.
Soest op de Fiets • Managementsamenvatting
5
Beantwoording hoofdvraag De beantwoording van de hoofdvraag is als volgt: •
Met betrekking tot de doelstelling ten aanzien van het aandeel verplaatsingen per fiets kan niet vastgesteld worden of het beleid doeltreffend is. De voorgenomen wijze van monitoren kan niet gebruikt worden om de voortgang op de doelstelling te monitoren. Daardoor is de gemeente Soest in de periode 2014-2020 niet in staat geweest om te beoordelen of de gemeente op koers lag ten aanzien van dit doel. Het alternatieve monitoringskader dat in dit onderzoek gebruikt is geeft een indicatie dat Soest niet op weg is om de doelstelling te halen.
•
De getroffen maatregelen in de periode 2014-2020 zijn te kleinschalig om daadwerkelijk een verschil te maken. Het beschikbare budget is in de periode 2014-2020 ontoereikend geweest om een schaalsprong te maken die nodig is om het aandeel fiets te verhogen, zeker binnen de randvoorwaarde om het autogebruik niet te ontmoedigen.
•
Tegelijk geldt dat in de komende jaren een aantal belangrijke regionale fietsroutes gerealiseerd zullen worden, op basis van inspanningen en investeringen uit de periode 2014-2020. Mogelijk leiden deze tot een hoger gebruik van de fiets. Eventuele effecten van deze uitbreidingen in fietsroutes kunnen pas in de komende jaren vastgesteld worden. Deze investeringen in infrastructuur zijn naar verwachting effectiever wanneer deze vergezeld gaan van vraagbeïnvloedingsmaatregelen.
•
De doelstelling ten aanzien van het hanteren van fietsparkeernormen is deels gerealiseerd. Er zijn fietsparkeernormen vastgesteld, die worden gehanteerd bij nieuwe ontwikkelingen. Bij bestaande voorzieningen worden deze fietsparkeernormen echter maar in beperkte mate gehanteerd.
Aanbevelingen Algemene aanbevelingen aan de gemeenteraad •
Zet in op samenhangend fietstimuleringsbeleid met strategische doelen en maatregelen voor meerdere jaren, waarbij de maatregelen een duidelijke relatie hebben met de strategische doelen.
•
Bezie de diverse vervoersmodaliteiten (auto, fiets, bus, etc.) in relatie tot elkaar in mobiliteitsbeleid zodat realistische doelen geformuleerd kunnen worden.
•
Werk (nieuwe) doelen SMART uit en geef bij elke maatregel goed onderbouwd aan in welke mate deze bijdraagt aan de doelen.
•
Zorg dat beschikbare middelen, zowel qua capaciteit als qua financiën, beter aansluiten bij de gestelde strategische doelen.
•
Zet in op monitoring van de maatregelen, gerelateerd aan de strategische doelen. Gebruik daarbij indicatoren die hanteerbaar zijn.
•
Verzoek het college om over de maatregelen te rapporteren in de reguliere P&C cyclus, naast het verantwoorden van de uitgevoerde projecten in het kader van de “inzet op het stimuleren fietsgebruik”.
•
Fietsbeleid wordt steeds meer een regionale opgave. Laat het beleid en het uitvoeringsprogramma zoveel mogelijk aansluiten bij regionale ambities, bijvoorbeeld bij de ambities die de provincie hanteert ten aanzien van het regionale fietsbeleid.
Aanbevelingen aan het college •
Maak een uitvoeringsprogramma voor meerdere jaren.
Soest op de Fiets • Managementsamenvatting
6
•
Voer de maatregelen uit in samenwerking met de verschillende clusters binnen de afdeling Ruimte en breng samenhang aan binnen de verschillende gemeentelijke programma’s. Zo kan de geplande inzet op gedragsbeïnvloedingsmaatregelen in het programma Energietransitie een waardevolle bijdrage zijn in de strategische doelen voor fietsgebruik.
Soest op de Fiets • Managementsamenvatting
7
HOOFDSTUK
Inleiding
Soest op de Fiets • Inleiding
8
1. Inleiding
1.1 Achtergrond Fietsen is een duurzame en gezonde vorm van verplaatsen en kan een wezenlijke bijdrage leveren aan een goede bereikbaarheid en leefbaarheid. Steeds meer gemeenten zetten in op het stimuleren van het fietsen. Ook de gemeente Soest heeft de ambitie om het fietsgebruik in de gemeente te stimuleren. De rekenkamercommissie (RKC) van de gemeente Soest kiest ervoor om een onderzoek uit te voeren naar het fietsstimuleringsbeleid van de gemeente Soest. Een dergelijk onderzoek moet inzicht geven in de wijze waarop het college invulling geeft aan de ambitie om het fietsgebruik te stimuleren, welke investeringen worden gedaan en welke resultaten het beleid tot nu toe heeft opgeleverd. De RKC heeft dit onderzoek in samenwerking met Goudappel uitgevoerd.
1.2 Doel- en vraagstelling Het doel van het onderzoek is tweeledig. Het onderzoek beoogt: 1. te reconstrueren welke keuzes zijn gemaakt op het gebied van het stimuleren van fietsgebruik en wat de status van de gestelde doelen is; 2. te beoordelen in welke mate het beleid doeltreffend en doelmatig is. De centrale vraag in het onderzoek is: in hoeverre zijn de maatregelen, genomen in de periode 2014 tot 2020, gericht op het stimuleren van het gebruik van fietsen, doeltreffend en doelmatig? De centrale vraag is opgedeeld in een viertal deelvragen: 1. Hoe ziet het beleid (impliciet en expliciet) van de gemeente eruit om het gebruik van de fiets te stimuleren? 2. Welke doelen wil de gemeente bereiken met het fietsstimuleringsbeleid en zijn deze doelen concreet en meetbaar geformuleerd? 3. Welke maatregelen en uit te voeren acties/activiteiten worden in het beleid genoemd? Welke maatregelen heeft de gemeente feitelijk ingezet om het fietsgebruik te stimuleren en waarom is voor die maatregelen gekozen? 4. Is het gebruik van de fiets in, om en rond Soest daadwerkelijk toegenomen in 2020 (t.o.v. 2014) en in hoeverre is dit het effect van getroffen maatregelen en uitgevoerde acties en activiteiten? Afbakening en verantwoording Het onderzoek gaat in op de maatregelen die genomen zijn in de periode 2014 tot en met 2020.
Daarmee richt het onderzoek zich op de tweede helft van de uitvoering van het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan (GVVP), dat de looptijd 2008-2020 heeft. De RKC verwacht dat effecten van de uitvoering van dit plan te onderzoeken zijn. In 2019 is het Regionaal Fietsplan Soest vastgesteld. De effecten van dit plan zijn naar verwachting nog maar beperkt te onderzoeken. In maart 2020 brak in Nederland het virus COVID-19 uit. Vanaf dat moment werden maatregelen getroffen om de verspreiding van het virus tegen te gaan. Zo werden werknemers aangemoedigd thuis te werken en waren voorzieningen in meer of mindere mate gesloten in de periode maart 2020 tot en met het moment van schrijven. Deze maatregelen hebben hun effect op mobiliteit. Mensen verplaatsten zich
Soest op de Fiets • Inleiding
9
over het algemeen minder in 2020. Tegelijk zijn er indicaties dat het gebruik van de fiets, als individueel vervoermiddel, aantrekkelijker is geworden ten opzichte van andere mobiliteitsvormen vanaf maart 2020. De periode na maart 2020 is niet representatief voor de periode 2014-2020. Daarom richt dit onderzoek zich in eerste instantie op de periode vóór maart 2020. Dit is ingegeven door de wens om het effect van gemeentelijke fietsstimuleringsmaatregelen op het fietsgebruik los te trekken van mogelijke effecten van de uitbraak van COVID-19 op het fietsgebruik. Het onderzoek richt zich op het stimuleren van fietsen in de breedste zin van het woord. Het gaat niet alleen om het stimuleren van de fiets door middel van maatregelen op het vlak van infrastructuur en ruimtelijke ordening maar bijvoorbeeld ook op het vlak van gedragsbeïnvloeding. Deze maatregelen kunnen voortkomen uit diverse terreinen waarop de gemeente beleid maakt, zoals bereikbaarheid, leefbaarheid en duurzaamheid.
1.3 Uitvoering onderzoek Voor het onderzoek zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: 1. Documentstudie. Het betreft het bestuderen van documenten met informatie over beleidsvorming, besluitvorming en de uitvoering van het beleid. Ook het onderzoek Onderweg in Nederland (ODiN) van CBS is geraadpleegd voor informatie over het fietsgebruik in de gemeente Soest. Bijlage I bevat een overzicht van de bestudeerde documenten. 2. Interviews. Er zijn interviews afgenomen met bestuurders en ambtenaren. Bijlage II bevat een overzicht van de geïnterviewde betrokkenen. Betrokkenen, inclusief leden van de RKC, hebben voorafgaand aan het interview een interviewleidraad ontvangen met een aantal vragen die de structuur voor het interview vormden. Verslagen van de interviews zijn voorgelegd aan de betrokkenen, die de gelegenheid hadden om het verslag te corrigeren op onjuistheden. 3. Enquête. Er is een enquête uitgezet onder inwoners van Soest. Hierin is hen gevraagd naar hun fietsgebruik en hun ervaringen met getroffen fietsstimuleringsmaatregelen. 4. Ambtelijk en bestuurlijk hoor en wederhoor. De medewerkers van de gemeente hebben gelegenheid gekregen om tijdens het ambtelijk wederhoor de feiten in het conceptrapport te controleren. Vervolgens heeft het college van burgemeester en wethouders een bestuurlijke reactie gegeven op de conclusies en aanbevelingen.
1.4 Normenkader Voor de beantwoording van de vragen van dit onderzoek is een normenkader gehanteerd. De normen hebben betrekking op de onderscheiden deelvragen. Tabel 1.1 geeft een overzicht van de normen. In hoofdstuk 4 worden de onderzoeksresultaten aan het normenkader getoetst.
1.5 Leeswijzer Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van het fietsstimuleringsbeleid. Het gaat in dit hoofdstuk om de totstandkoming, de inhoud van het beleid en de vertaling naar maatregelen. Hoofdstuk 3 zet de uitvoering en het doelbereik van de maatregelen uiteen. Hoofdstuk 4 geeft de toetsing van de resultaten aan het normenkader en eindigt met conclusies en aanbevelingen.
Soest op de Fiets • Inleiding
10
DEELVRAAG
NORM Het beleid ten aanzien van fietsstimulering is gebaseerd op een integrale en richtinggevende visie op de samenleving en de rol van mobiliteit daarin.
Hoe ziet het beleid (impliciet en expliciet) van de gemeente eruit om het gebruik van de fiets te stimuleren?
Aan het beleid ten aanzien van fietsstimulering ligt een adequate (probleem)analyse ten grondslag. Het beleid is tot stand gekomen in samenspraak met interne en externe belanghebbenden. Het beleid is consistent: beleidsstukken bouwen voort op eerder beleid en resultaten (aanvullend dan wel corrigerend).
Welke doelen wil de gemeente bereiken met het fietsstimuleringsbeleid en zijn deze doelen concreet en meetbaar geformuleerd
De gemeente heeft duidelijke beleidsdoelstellingen op het gebied van het stimuleren van het fietsgebruik geformuleerd. De doelen zijn realiseerbaar. De doelen zijn concreet en meetbaar. De doelen zijn logisch vertaald naar rollen, instrumenten en randvoorwaarden. Het beleid is vertaald in een coherent geheel aan maatregelen.
Welke maatregelen en uit te voeren acties/activiteiten worden in het beleid genoemd? Welke maatregelen heeft de gemeente feitelijk ingezet om het fietsgebruik te stimuleren en waarom is voor die maatregelen gekozen?
Maatregelen volgen uit de doelen en zijn helder en gedegen onderbouwd. Maatregelen zijn gebaseerd op een afweging tussen kosten en te verwachten resultaten. De gemeente heeft een overzicht van alle maatregelen, acties en interventies die worden uitgevoerd in het kader van het fietsstimuleringsbeleid. Uitgevoerde maatregelen volgen uit het beleid. Uitvoering van maatregelen volgt uit een logische en onderbouwde prioritering. De gemeente heeft inzicht in de behaalde resultaten en de hiervoor gemaakte kosten.
Is het gebruik van de fiets in, om en rond Soest daadwerkelijk toegenomen in 2020 (t.o.v. 2014) en in hoeverre is dit een effect van de getroffen maatregelen en uitgevoerde acties en activiteiten?
De maatregelen dragen herleidbaar bij aan de realisatie van de vastgestelde doelen. Er is sprake van evaluatie, terugkoppeling en (eventuele) bijstelling in de aanpak van het stimuleren van het fietsgebruik in Soest en/of de uitvoering daarvan. De gemeente Soest ligt op koers om de gestelde doelen te bereiken. Effecten en doelbereik worden met het oog op het realiseren van de doelen gemonitord. De raad wordt adequaat, tijdig en voldoende geïnformeerd over de voortgang in het fietsstimuleringsbeleid.
Tabel 1.1: Normenkader.
Soest op de Fiets • Inleiding
11
HOOFDSTUK
Totstandkoming en inhoud beleid
Soest op de Fiets • Totstandkoming en inhoud beleid
12
2. Totstandkoming en inhoud beleid
2.1 Inleiding Dit hoofdstuk gaat over de invulling van het Soester fietsstimuleringsbeleid. We beschrijven hoe het beleid vorm kreeg, welke doelen er werden gesteld en welke maatregelen om het fietsgebruik te stimuleren werden geformuleerd. Dit hoofdstuk is gericht op het beantwoorden van de onderstaande deelvragen: 1. Hoe ziet het beleid (impliciet en expliciet) van de gemeente eruit om het gebruik van de fiets te stimuleren? 2. Welke doelen wil de gemeente bereiken met het fietsstimuleringsbeleid en zijn deze doelen concreet en meetbaar geformuleerd? 3. Welke maatregelen en uit te voeren acties/activiteiten worden in het beleid genoemd? (eerste deel van deelvraag 3)
2.2 Aanleiding fietsstimuleringsbeleid De aanleiding van het Soester fietsstimuleringsbeleid ligt in het Raadsprogramma 2002-2006. Hierin is de ambitie uitgesproken om het gebruik van andere vervoermiddelen dan de auto te stimuleren en om een eerste fietsbeleidsplan te ontwikkelen. Met het stimuleren van het fietsgebruik wil de gemeente de bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid in Soest een impuls geven. Het Fietsbeleidsplan 2003-2007 noemt dat fietsen gezond, goedkoop, stil en schoon is. Dagelijks fietsgebruik heeft volgens het plan een preventieve werking op hart- en vaatzieken, suikerziekte en een te hoge bloedruk. Fietsen is volgens het plan een veilig vervoermiddel doordat het vrijwel geen schade berokkent aan anderen. Ook heeft fietsen een positieve bijdrage aan het verblijfsklimaat van winkelgebieden en de leefbaarheid door het beperkte ruimtegebruik van de fiets. Fietsbalans als vertrekpunt De Fietsbalans van de Fietsersbond vormt een belangrijk startpunt voor het Soester fietsbeleid. De Fietsersbond heeft in 2000 in de gemeente Soest een onderzoek uitgevoerd naar de stand van zaken wat betreft het fietsklimaat. Het fietsklimaat van Soest is in deze Fietsbalans op 10 aspecten gescoord. In 2000 scoorde Soest goed op de aspecten directheid van het netwerk (snelheid op fietsroutes)1, comfort (weinig hinder) en aantrekkelijkheid van het netwerk.
Soest scoorde laag op de aspect kwaliteit van het wegdek, maar scoorde daar wel gelijk met het gemiddelde van andere deelnemende gemeenten aan de Fietsbalans. Soest scoorde ook laag op fietsgebruik en concurrentiepositie van de fiets (snelheid ten opzichte van de auto) en scoorde hier lager dan het gemiddelde van de deelnemende gemeenten. In 2007 is een nieuwe update gekomen van de Fietsbalans. Op zes van de negen criteria scoorde Soest in 2007 beter dan in 2000. Met name de concurrentiepositie van de fiets was duidelijk verbeterd. Hoewel de score iets hoger was dan in 2000, scoorde Soest in 2007 op het criterium fietsgebruik nog steeds laag.
1
Bij directheid van het netwerk gaat het om de mate waarin de belangrijke herkomst- en bestemmingslocaties met elkaar verbonden
zijn via fietsroutes en de mate waarin de fiets op deze routes voorrang krijgt. Een hogere directheid van het netwerk leidt tot kortere afstanden en kortere reistijden voor de fiets.
Soest op de Fiets • Totstandkoming en inhoud beleid
13
Figuur 2.1: Fietsbalansscore voor de gemeente Soest van de Fietsersbond. Bron: GVVP.
2.3 Doelen Ten aanzien van het stimuleren van het fietsgebruik zijn in de kadernota van het GVVP twee strategische doelstellingen geformuleerd. Het gaat om de volgende doelstellingen: 1. Het aantal verplaatsingen per fiets is in ritten tot 7,5 km in 2010 minimaal 35% en in 2020 hoger dan het landelijke geldende gemiddelde voor middelgrote gemeenten; 2. Bij nieuwe ontwikkelingen en nabij bestaande voorzieningen worden vaste normen gehanteerd voor het aantal te realiseren fietsparkeerplaatsen.
2.4 Vertaling van doelen naar beleid In 2003 stelde de gemeente, met inbreng van inwoners van Soest en de Fietsersbond, het Fietsbeleidsplan 2003-2007 op. Betrokkenen werden actief gestimuleerd om ideeën aan te dragen ter bevordering van het fietsgebruik. Op basis van dit plan werd het eerste jaarlijkse Fietsactieplan opgesteld, met daarin acties en prioriteitsstelling ter bevordering van het fietsgebruik. Nadat het college van B&W in 2006 besloten had om een gemeentelijke toekomstvisie op het verkeersbeleid tot 2020 op te stellen, werd in 2008 het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan (GVVP) vastgesteld. Het GVVP fungeerde als nieuw beleidsplan voor de fiets. Wel kwamen grote delen van het Fietsbeleidsplan 2003-2007 in het GVVP terug. In het GVVP werden de strategische doelen om het fietsen in Soest te stimuleren geïntroduceerd en vastgesteld, die tot 2020 leidend waren. In 2015 behandelde de gemeenteraad de tussenevaluatie van het GVVP. De belangrijkste conclusie ten aanzien van het GVVP was dat de ambities niet pasten bij de beschikbare budgetten. Het college heeft daarop een GVVP ‘Oplegnotitie’ geschreven, waarin binnen de financiële kaders keuzes zijn gemaakt voor concrete maatregelen voor de resterende termijn tot en met 2020. Het college heeft ervoor gekozen om de ambities en de doelen niet te wijzigen. Deze GVVP ‘Oplegnotitie’ werd in 2017 vastgesteld door de raad.
Soest op de Fiets • Totstandkoming en inhoud beleid
14
In het coalitieakkoord 2018-2022 formuleerde het college een aantal specifieke wensen ten aanzien van de fiets. Onder andere werd de ambitie uitgesproken om nader in te zetten op toeristische routes en/of snelfietsroutes. In 2019 werden in het Regionaal Fietsplan Soest voorstellen gepresenteerd voor een aantal te realiseren regionale (snel)fietsroutes. Tenslotte zijn in het Programma Energietransitie enkele maatregelen opgenomen die betrekking hebben op de fiets. Hieronder gaan we nader in op de beleidsdocumenten die betrekking hebben op het stimuleren van het fietsgebruik en die van in vloed zijn geweest op het handelen van de gemeente in de periode 2014-2020. Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) - 2008 Ten aanzien van de fiets introduceert het GVVP allereerst de strategische doelen, zoals die in paragraaf 2.3 zijn gepresenteerd. Vervolgens gaat het GVVP uitvoering in op de wensen met betrekking tot het fietsnetwerk. Het GVVP stelt dat het fietsnetwerk samenhangend, direct, aantrekkelijk, verkeersveilig en comfortabel dient te zijn. Daarbij wordt aangegeven op welke manier invulling gegeven dient te worden aan deze begrippen. Zo wordt genoemd dat bij aantrekkelijke fietsroutes het wegdek vlak is en markeringen goed zichtbaar zijn.
Wat betreft verkeersveiligheid wordt genoemd dat dit beïnvloed wordt door snelheidsverschillen tussen verkeersdeelnemers, mate waarin oogcontact mogelijk is, anticipatietijd, intensiteiten van het fietsverkeer en gemotoriseerd verkeer en de beschikbare manoeuvreerruimte. Het GVVP maakt onderscheid tussen primaire en secundaire fietsroutes. Primaire routes vormen de dragers van de fietsinfrastructuur. Hier vindt bundeling van het fietsverkeer plaats. Primaire routes verbinden de belangrijkste herkomst- en bestemmingslocaties in de gemeente. Secundaire fietsroutes voeden de primaire routes vanuit de verblijfsgebieden. In het GVVP worden inrichtingseisen gegeven voor de primaire en secundaire fietsroutes, onder andere ten aanzien van type en breedte van de fietsinfrastructuur. Wat betreft het fietsnetwerk presenteert het GVVP de Wensstructuur Fiets, waarin alle te realiseren fietsverbindingen zijn opgenomen. Het GVVP neemt de acht primaire routes voor Soest en de drie primaire routes voor Soesterberg uit het Fietsbeleidsplan over. Deze routes zijn opgesteld door middel van een analyse van belangen en frequent gekozen routes tussen de belangrijkste herkomst- en bestemmingspunten. De volgens het GVVP nog te realiseren routes zijn de routes naar Soesterberg, Den Dolder en Hilversum (primaire routes) en de route naar Hoogland langs de Eem (secundaire route).
Na presentatie van strategische doelen en de wensen ten aanzien van het fietsnetwerk identificeert het GVVP verschillende knelpunten wanneer het gaat over de fiets: •
Laag fietsgebruik: het fietsgebruik ligt onder het landelijk gemiddelde.
•
Herkenbaarheid fietsnetwerk: veel wegen uit het primaire fietsnetwerk missen eigen fietsvoorzieningen.
•
Duurzaam Veilige inrichting: niet alle wegen zijn ingericht volgens het Duurzaam Veilig-principe.2
•
Oversteekbaarheid: op verschillende drukkere en bredere wegen kan het oversteken voor fietsers een probleem zijn.
•
Directe fietsroutes: de routes vanuit Soest naar Soesterberg en Hilversum blijven een knelpunt als het gaat om directe fietsroutes. Hier moet nog omgereden worden.
•
Aansluiting fietspaden binnen en buiten de bebouwde kom: het netwerk van fietspaden in het bosgebied sluit niet overal goed aan op de fietspaden binnen de bebouwde kom.
2
Het Duurzaam Veilig-principe is geïntroduceerd door de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) en stelt
specifieke ontwerpeisen voor elke type weg. Het principe is opgesteld om de verkeersveiligheid op wegen te verbeteren, waarbij vorm, functie en gebruik van de weg op elkaar zijn afgestemd.
Soest op de Fiets • Totstandkoming en inhoud beleid
15
Na identificatie van de knelpunten formuleert het GVVP een negental oplossingsrichtingen. Deze zijn weergegeven in Tabel 2.1. OPLOSSINGSRICHTING
BELEID/VOORBEELD
1
Optimaliseren fietsnetwerk
Realisatie van ontbrekende schakels, toepassing kwaliteitseisen van het fietsnetwerk
2
Directe routes
Directere routes Soest-Soesterberg en Soest-Hilversum
3
Voorrang voor de fiets
Minimaliseren oponthoud voor fietsers op primaire fietsroutes
4
Fietsenstallingen
Hanteren vaste normen voor het aantal stallingen bij nieuwe ontwikkelingen
5
Integratie recreatief en utilitair fietsnetwerk
Hanteren van de definitie primaire en secundaire routes zonder recreatief en utilitair gebruik te onderscheiden
6
Samenwerken
Intern en extern samenwerking zoeken om fietsen te stimuleren
7
Vervoermanagement
Aanspreken bedrijfsleven op hun verantwoordelijkheid voor fietsbereikbaarheid
8
Vervoersprestatie op locatie (‘Omgekeerd ontwerpen’)
Vergroten aandacht/prioriteit voor fiets (en ander langzaam verkeer) bij ontwikkeling van ruimtelijke plannen
9
Communicatie (Gedrag en educatie)
Bij de inwoners onder de aandacht brengen van de concurrentiepositie en gezondheidsvoordelen van de fiets
Tabel 2.1: De oplossingsrichtingen voor de fiets zoals beschreven in het GVVP. Volgens het GVVP dragen de genoemde oplossingsrichtingen bij aan het stimuleren van het fietsgebruik. De oplossingsrichtingen kennen een duidelijke focus op fietsinfrastructuur- en voorzieningen. Hiermee sluiten zij goed aan bij de geïdentificeerde knelpunten. Het GVVP ziet inzet op fietsinfrastructuur- en voorzieningen als een belangrijke randvoorwaarde voor het stimuleren van het fietsgebruik. Dit zijn de zogenoemde ‘harde maatregelen’. Het GVVP stelt evenwel dat naast het realiseren van goede en uitnodigende fietsroutes en -voorzieningen ook de overtuiging van inwoners om vaker te fietsen nodig is om meer fietsgebruik te realiseren. Via de oplossingsrichting gedrag en educatie moet volgens het GVVP gewoontegedrag doorbroken worden en inwoners bewust gemaakt worden van het goede aanbod van fietsvoorzieningen. Met het oog op gedrag en educatie geeft het GVVP aan: ‘Om de doelstellingen voor een toename in het gebruik van de fiets bij verplaatsingen te realiseren spelen voorlichting en educatie een belangrijke rol’. Dit zijn de zogenoemde ‘zachte maatregelen’, waaronder ook maatregelen binnen de oplossingsrichting vervoermanagement geschaard kunnen worden.
In de interviews wordt door meerdere betrokkenen benadrukt dat, om fietsstimuleringsbeleid werkelijk succesvol te laten zijn, het van belang is om inzet op fietsinfrastructuur vergezeld te laten gaan van inzet op gedragsbeïnvloeding. Het GVVP stelt dat bij het stimuleren van de fiets wordt uitgegaan van de eigen kracht van de fiets als modaliteit, als een veilig en gezond vervoermiddel. De gemeente kiest nadrukkelijk niet voor het ontmoedigen van het autoverkeer. In het eerdere Fietsbeleidsplan 2003-2007 wordt daarentegen wel gesteld dat ‘uit de praktijk in andere gemeenten blijkt dat beperkende maatregelen voor het autoverkeer het meeste gewicht in de schaal leggen’. Het is een politieke keuze om niet in te zetten op fietsstimulering door middel van het ontmoedigen en beperken van autogebruik. Het GVVP heeft als uitgangspunt dat mobiliteit niet belemmerd mag worden, ook de automobiliteit niet. Iedereen is vrij om zijn of haar eigen keuzes te maken en voor sommige mensen is de auto een noodzakelijk vervoermiddel. Uit de interviews blijkt ook dat economische afwegingen een rol spelen. Er wordt gevreesd dat het voorzieningenniveau in de gemeente onder druk komt te staan wanneer het autogebruik ontmoedigd wordt, door bijvoorbeeld invoering van betaald parkeren. Het GVVP is vastgesteld voor de periode 2008-2020.
De gemeente is voornemens om een nieuwe mobiliteitsvisie te ontwikkelen. Op dit moment wordt eerst de omgevingsvisie uitgewerkt. Wanneer de
Soest op de Fiets • Totstandkoming en inhoud beleid
16
raad de integrale beleidskaders voor de omgevingsvisie heeft vastgesteld zal de gemeente in lijn hiermee een nieuwe mobiliteitsvisie ontwikkelen. Naar verwachting wordt dit in 2022 opgepakt. Nota parkeernormen auto en fiets (2e herziening) - 2014 Met de Nota parkeernormen geeft de gemeente Soest invulling aan de ambitie uit het GVVP om de vraag naar en aanbod van parkeerplaatsen met elkaar in balans te laten blijven. De parkeernormen zijn afgeleid van de landelijke kengetallen van CROW, met hier een daar een aanpassing naar de Soester situatie. Met betrekking tot de fiets wordt in hoofdstuk 4.2 van de Nota ingegaan op de bepalingen voor fietsparkeerplaatsen. Er wordt gesteld dat kwaliteitseisen ten aanzien van afmetingen, toegankelijkheid en ruimtegebruik worden gehanteerd wanneer partijen een omgevingsvergunning aanvragen voor het realiseren van een nieuwe voorziening. In het document zijn de precieze afmetingen voor fietsparkeervakken opgenomen. Het document presenteert de fietsparkeernormen voor verschillende functies (wonen, detailhandel, horeca etc.). Er ontbreken nog fietsparkeernormen voor enkele functies. In dit document staat het voornemen om deze bij een volgende herziening aan te vullen gebaseerd op ervaringscijfers.
Tussenevaluatie GVVP - 2015 De Tussenevaluatie van het GVVP bevat een beschrijving van de uitgevoerde fietsmaatregelen die tussen 2008 en 2014 zijn uitgevoerd. De belangrijkste conclusie van de Tussenevaluatie is dat de ambities van het GVVP niet pasten bij de beschikbare budgetten. In de Tussenevaluatie wordt gesteld dat ambities en maatregelen maar gedeeltelijk zijn gerealiseerd en dat aan de uitvoering van het GVVP geen toereikend budget is gekoppeld. Het hoofdstuk over de fiets bevat de volgende conclusies: •
De strategische doelen zijn volgens de Tussenevaluatie SMART geformuleerd. Tegelijk wordt aangegeven dat het strategische doel over fietsgebruik niet cijfermatig kan worden onderbouwd omdat het jaarlijkse verplaatsingsonderzoek van CBS, dat hiervoor gebruikt zou worden, niet langer voldoet vanwege het terugbrengen van de steekproefgrootte.
•
Er zijn maatregelen ingezet op alle oplossingsrichtingen (tactieken).
•
In de praktijk wordt bij (her)inrichtingsplannen nauwelijks rekening gehouden met het principe van ‘omgekeerd ontwerpen’: bij ontwerpen krijgt in de praktijk eerst de auto een plek.
•
Bedrijven en winkels passen de (vrijwillige) fietsparkeernormen slechts in beperkte mate toe op bestaande situaties (de verplichting geldt alleen voor nieuw- en verbouwplannen waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is).
Oplegnotitie GVVP - 2017 Als antwoord op de Tussenevaluatie presenteerde het college een oplegnotitie bij het GVVP. Daarbij gaf het college aan geen nieuw GVVP te willen maken, met nieuwe doelen en ambities. In de Oplegnotitie presenteert het college de keuzes voor concrete maatregelen in de resterende 3-4 jaar van het GVVP binnen bestaand beleid en financiën. Er is dus geen sprake geweest van een wijziging in de doelen, zoals geformuleerd in het GVVP. De Oplegnotitie is in 2017 vastgesteld door de raad. In de Oplegnotitie is verwoord dat Soest het verbeteren van de fietsroutes en het realiseren van nieuwe verbindingen als uitgangspunt neemt om het fietsgebruik te stimuleren. Inzet op ‘zachtere’ maatregelen op het gebied van vervoermanagement en gedrag/educatie wordt niet genoemd. Onder de voorgestelde maatregelen vallen de fietsverbindingen Soest-Soesterberg en Soest-Hilversum (gesubsidieerd vanuit het programma ‘VERDER’3), enkele haalbaarheidsonderzoeken naar regionale gewenste fietsverbindingen en het verbeteren van enkele lokale fietsverbindingen. Vanuit het programma ‘Beter Benutten’ werkt Soest 3
Programma in de regio Midden-Nederland waarin maatregelen ter verbetering van de bereikbaarheid worden gerealiseerd.
Maatregelen worden bekostigd door gemeenten, de provincie Utrecht en het Rijk.
Soest op de Fiets • Totstandkoming en inhoud beleid
17
onder andere mee aan de uitbreiding van fiets- en autoparkeerplaatsen bij de (bus)stations. De fietsparkeernormen zullen worden aangevuld bij een herziening van de parkeernota. Nota parkeernormen (3e herziening) - 2017 Zoals voorgenomen in de vorige Nota parkeernormen en de Oplegnotitie zijn de fietsparkeernormen voor de ontbrekende functies aangevuld in de derde herziening van de Nota parkeernormen. Daarnaast worden enkele aanvullingen op de kwaliteitseisen beschreven, bijvoorbeeld m.b.t. de bereikbaarheid en fietsparkeersystemen. Coalitieakkoord - 2018 Ten aanzien van het fietsen staan in dit coalitieakkoord afspraken over (1) het verbeteren van de parkeergelegenheid en de verkeersveiligheid voor fietsers bij de aanpak van sportpark Bosstraat, (2) het bevorderen van het fietsverkeer door de haalbaarheid van nieuwe toeristische fietsroutes en/of snelfietsroutes te onderzoeken en (3) het bezien of er maatregelen mogelijk zijn tot verbetering van de fietsveiligheid bij rotondes aan de Koningsweg. Regionaal Fietsplan – 2019 Samen met o.a. de gemeenten Amersfoort en Baarn en de provincie Utrecht, presenteert Soest zes fietsprojecten die worden uitgevoerd van 2020 t/m 2023. Vijf van deze projecten behelzen het realiseren van nieuwe/directere fietsroutes. De inzet op goede regionale fietsroutes is ingegeven door de opkomst van het gebruik van de elektrische fiets.
Programma Energietransitie Soest 2020-2025 - 2020 De gemeente Soest heeft de doelstelling geformuleerd om een energietransitie in te zetten waarmee de gemeente in 2030 een CO2-reductie van 49% realiseert en in 2050 nagenoeg CO2-neutraal is. In het programma zijn opgaven en projecten opgesteld voor verschillende domeinen, waaronder het domein Mobiliteit. Een van de projecten is het stimuleren en faciliteren van fietsen door middel van een jaarlijks Fietsactieplan, dat reeds vanuit Verkeer wordt opgezet. Hier komen de ambities en werkwijze van het fietsbeleid en het duurzaamheidsbeleid samen. Wat betreft fietsstimulering vanuit werkgevers vindt de gemeente dat zij zelf het goede voorbeeld moet geven. In 2020 is de gemeente gestart met het uitwerken van een fietsplan voor werknemers binnen de eigen organisatie. Als grootste werkgever in de gemeente wil de gemeente Soest, wanneer het fietsplan gereed is en resultaten worden behaald, ook andere werkgevers aanmoedigen tot het stimuleren van het fietsgebruik onder hun werknemers.
2.5 Maatregelen Met het jaarlijkse Fietsactieplan wordt invulling gegeven aan de uitvoering van concrete maatregelen om de ambities uit het GVVP te realiseren. In de periode 2014-2020 is voor het Fietsactieplan jaarlijks een budget van €52.000 beschikbaar gesteld. De actieplannen hebben een dynamisch karakter en worden jaarlijks vastgesteld door het college van B&W en worden ter inzage gelegd voor de raad. De in het GVVP gedefinieerde ontbrekende schakels in het fietsnetwerk dienen als belangrijk raamwerk voor de invulling van de concrete maatregelen die in het Fietsactieplan zijn opgenomen. Tegelijk is er ook veel ruimte voor inbreng van inwoners en belanghebbenden, zoals de Fietsersbond. In de actieplannen zijn ook onderzoeken opgenomen ter voorbereiding op subsidieaanvragen voor provinciale, regionale of nationale programma's. Sinds vaststelling van het Programma Energietransitie Soest 2020-2025 worden ook de ambtenaren die zich bezighouden met het duurzaamheidsbeleid in de gemeente betrokken de
Soest op de Fiets • Totstandkoming en inhoud beleid
18
gedragsbeïnvloeding middels specifieke programma’s van de provincie Utrecht. Dit heeft nog niet geleid tot concrete projecten. Elk jaar vindt opnieuw een prioritering plaats van de op te nemen maatregelen. Volgens het Fietsbeleidsplan 2003-2007 wordt de prioriteitsstelling bepaald door: 1. rendement/ te verwachten effecten van de uit te voeren maatregelen in relatie tot de kosten; 2. primaire, secundaire, recreatieve routes; 3. relatie met lopende projecten; 4. routegewijze aanpak. De Oplegnotitie presenteert een voorstel voor uit te voeren maatregelen in de periode 2017 tot het einde van de beleidstermijn in 2020. Daarmee wordt tegelijk ook een invulling gegeven aan de Fietsactieplannen voor de periode 2017-2020. In deze periode worden daarom geen jaarlijkse Fietsactieplannen meer vastgesteld. Voor 2021 geldt dat het nog onduidelijk is of een nieuw Fietsactieplan wordt opgesteld of in plaats daarvan een meerjarenplan, als onderdeel van de nieuwe omgevingsvisie. In de Fietsactieplannen worden de volgende maatregelen genoemd voor de periode 2014-2020: JAAR
MAATREGEL Actie melden hinderlijke fietspalen Uitvoering onderzoek gebruik fietsenstallingen stations Soest-Zuid en Soestdijk
2014
Het plaatsen van stallingsvoorzieningen bij sportterreinen Het plaatsen van stallingsvoorzieningen (fietsnietjes) bij bushalte Koningsweg/Eigendomsweg Bewegwijzering buitengebied tussen Soest en Soesterberg Kleinschalige maatregelen Jachthuislaan Aanpassingen bij fietsoversteek Clemensstraat
2015
Actie fietspaaltjes (vervolg) Plaatsen stallingsvoorziening busstation Soestdijk Noord, Koningsweg Het plaatsen van oplaadzuilen elektrische fietsen Verwijderen biggenruggen tussen fiets- en voetpaden (o.a. bij rotondes)
2016
Aanvullende aanpassingen Jachthuislaan Aanschaf fietsnietjes Actie fietspaaltjes (vervolg)
2017
Onderzoek fietsverbinding Peter van den Bremerweg – Barchman Wuytierslaan
2018
Onderzoek fietsverbinding Stadhouderslaan-Breemeentje via Praamgracht
2019
Fietspad Kleine Melm
2020
Snelfietsroute Amersfoort-Soestduinen-Utrecht
Tabel 2.2: Voorgestelde maatregelen uit de jaarlijkse Fietsactieplannen. In de Fietsactieplannen is tevens elk jaar een post ‘Overig’ opgenomen, waaronder overige kleinschalige fietsmaatregelen geschaard worden. In de periode 2017-2020 is steeds €10.000 opgenomen voor deze post.
Soest op de Fiets • Totstandkoming en inhoud beleid
19
In het Regionaal Fietsplan zijn een zestal maatregelen genoemd. Een aantal van deze maatregelen zijn reeds in de Oplegnotitie (2017) genoemd. MAATREGEL A
Fietspad Koningsweg Soest (N221) – Hilversumsestraatweg (N415)
B
Fietspad Peter van den Breemerweg, Soest – Middelhoefseweg, Amersfoort
C
Fietskluizen voor bewaakt dagstallen bij station Soest-Zuid
D
Snelfietsroute F28 Utrecht - Amersfoort
E
Directe fietsverbinding Soest – Soesterberg
F
Directe fietsverbinding Soesterberg, schakel Soest-West/Den Dolder
Tabel 2.3: Voorgestelde maatregelen uit het Regionaal Fietsplan (2019). Verder noemt de Oplegnotitie ook onderzoek naar en uitvoering van verbeteringen van lokale fietsverbindingen die vallen binnen ROW-projecten (Regulier Onderhoud Wegen). Het gaat specifiek om drie projecten die vallen binnen ROW-herinrichtingsprojecten voor 2020: de verbindingen Clemensstraat – Klarinet, Koningsweg – Bosstraat en Rinke Tolmanpad en Chris Uiterwijkpad.
2.6 Conclusie Hier volgen de belangrijkste conclusies ten aanzien van de totstandkoming van het beleid, de invulling van de strategische doelen en de maatregelen die hieruit volgen: •
Het Soester fietsstimuleringsbeleid komt voort uit een gedegen uiteenzetting van de waarde van het fietsgebruik op het vlak van bereikbaarheid, leefbaarheid, gezondheid en veiligheid. Met de uitvoering van de Fietsbalans van de Fietsersbond is er een heldere analyse gemaakt van het Soester fietsklimaat. De uitkomsten van de analyses lieten zien dat het fietsgebruik in Soest een belangrijk aandachtspunt is: op dit criterium scoorde Soest zowel in 2000 als in 2007 lager dan het landelijk gemiddelde.
•
De strategische doelstelling om het aandeel fiets in verplaatsingen onder de 7,5 kilometer te stimuleren, met het doel dit in 2020 hoger dan het landelijke geldende gemiddelde voor middelgrote gemeenten te laten zijn, volgt logisch uit de probleemanalyse. Dit doel is concreet en meetbaar geformuleerd. Het doel is tegelijk erg ambitieus, zeker gesteld de beperkte financiële middelen voor maatregelen voor de fiets en de keuze om niet in te zetten op het ontmoedigen van het autogebruik. Ook is een tweede strategische doel geformuleerd, namelijk het hanteren van vaste normen voor het aantal te realiseren fietsparkeerplaatsen bij nieuwe ontwikkelingen en nabij bestaande voorzieningen. Dit doet is concreet, meetbaar en realistisch.
•
Het fietsstimuleringsbeleid richt zich op een negental oplossingsrichtingen. De gemeente ziet een grote rol voor inzet op fietsinfrastructuur en -voorzieningen. Het is niet altijd duidelijk omschreven en onderbouwd op welke wijze de aangedragen oplossingen precies moeten leiden tot een hoger fietsgebruik. De gemeente stelt in het GVVP dat infrastructurele maatregelen (harde maatregelen) vooral de juiste randvoorwaarden moeten bieden voor meer fietsgebruik. Om mensen daadwerkelijk vaker de fiets te laten gebruiken is ook gedragsbeïnvloeding (zachte maatregelen) nodig volgens de gemeente. Daarbij worden gedrag/educatie en werkgeversaanpak genoemd als oplossingsrichting. Activiteiten op deze terreinen komen echter weinig terug in de jaarlijkse Fietsactieplannen, die concrete maatregelen bevatten. Ook komen zachte maatregelen niet aan bod als gekozen maatregelen in de Oplegnotitie en het Regionaal Fietsplan. In het Programma Energietransitie wordt inzet op vraagbeïnvloedingsmaatregelen wel weer expliciet genoemd.
Soest op de Fiets • Totstandkoming en inhoud beleid
20
•
Bij het opstellen van maatregelen hecht de gemeente veel waarde aan draagvlak. Een groot deel van de maatregelen wordt geformuleerd op basis van input van inwoners en de Fietsersbond. Met de Fietsersbond wordt structureel overlegd.
Soest op de Fiets • Totstandkoming en inhoud beleid
21
HOOFDSTUK
Doelbereik en uitvoering
Soest op de Fiets • Normenkader, conclusies en aanbevelingen
22
3. Doelbereik en uitvoering
3.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de deelvragen beantwoord die betrekking hebben op de uitvoering en de resultaten van het fietsstimuleringsbeleid in de gemeente Soest: 3. Welke maatregelen heeft de gemeente feitelijk ingezet om het fietsgebruik te stimuleren en waarom is voor die maatregelen gekozen? (tweede deel van deelvraag 3) 4. Is het gebruik van de fiets in, om en rond Soest daadwerkelijk toegenomen in 2020 (t.o.v. 2014) en in hoeverre is dit het effect van getroffen maatregelen en uitgevoerde acties en activiteiten?
3.2 Uitvoering maatregelen 3.2.1
Organisatie
De activiteiten rondom de fiets zijn binnen de gemeentelijke organisatie belegd bij het Cluster Verkeer dat valt onder het Team Leefomgeving van de Afdeling Ruimte. Het cluster bestaat uit bijna 4 fte. Op het moment van het onderzoek stond er een vacature open voor een positie binnen het cluster. De nieuw aan te trekken medewerker dient invulling te geven aan de grotere verkeersprojecten. Voor de uitvoering van de maatregelen uit het Regionaal Fietsplan is een externe verkeerskundige ingehuurd. Volgens het cluster was er sprake van een beperkte capaciteit om de geplande fietsprojecten uit te voeren. Meerdere projecten die op de planning stonden voor de periode 2014-2020 zijn uitgesteld vanwege onvoldoende capaciteit. 3.2.2
Maatregelen
Tabel 3.1 geeft een overzicht van welke voorgenomen maatregelen, zoals beschreven in het vorige hoofdstuk, daadwerkelijk zijn uitgevoerd in de periode 2014-2020. Deze informatie is aangeleverd vanuit de ambtelijke organisatie. BRON
Fietsactieplan 2014
Fietsactieplan 2015
MAATREGEL
OPLOSSINGSRICHTING
STATUS
Actie melden hinderlijke fietspalen
Optimaliseren fietsnetwerk
Uitgevoerd
Uitvoering onderzoek gebruik fietsenstellingen stations Soest-Zuid en Soestdijk
Fietsenstallingen
Uitgevoerd
Het plaatsen van stallingsvoorzieningen bij sportterreinen
Fietsenstallingen
Uitgevoerd
Het plaatsen van stallingsvoorzieningen (fietsnietjes) bij bushalte Koningsweg/Eigendomsweg
Fietsenstallingen
Uitgevoerd
Bewegwijzering buitengebied tussen Soest en Soesterberg
Optimaliseren fietsnetwerk
Uitgevoerd
Kleinschalige maatregelen Jachthuislaan
Optimaliseren fietsnetwerk
Uitgevoerd
Aanpassingen bij fietsoversteek Clemensstraat
Optimaliseren fietsnetwerk
Uitgevoerd
Actie fietspaaltjes (vervolg)
Optimaliseren fietsnetwerk
Uitgevoerd
Plaatsen stallingsvoorziening busstation Soestdijk Noord, Koningsweg
Fietsenstallingen
Uitgevoerd
Het plaatsen van oplaadzuilen elektrische fietsen
Fietsenstallingen
Uitgevoerd
Soest op de Fiets • Normenkader, conclusies en aanbevelingen
23
Verwijderen biggenruggen
Optimaliseren fietsnetwerk
Uitgevoerd
Aanvullende aanpassingen Jachthuislaan
Optimaliseren fietsnetwerk
Uitgevoerd
Aanschaf fietsnietjes
Fietsenstallingen
Uitgevoerd
Actie fietspaaltjes
Optimaliseren fietsnetwerk
Uitgevoerd
Oplegnotitie/ Fietsactieplan 2017
Onderzoek fietsverbinding Peter van den Bremerweg – Barchman Wuytierslaan
Directe routes
Uitgevoerd
Oplegnotitie/ Fietsactieplan 2018
Onderzoek fietsverbinding StadhouderslaanBreemeentje via Praamgracht + recreatieve fietsverbinding langs de Eem
Directe routes
Uitgevoerd
Fietsactieplan 2016
Oplegnotitie/ Fietsactieplan 2019
Fietspad Kleine Melm
Optimaliseren fietsnetwerk
Niet volledig uitgevoerd (uitwerking ontwerp en onderhandelingen gerealiseerd)
Oplegnotitie/ Fietsactieplan 2020
Snelfietsroute Amersfoort-SoestduinenUtrecht
Directe routes
Gerealiseerd met provinciale middelen
Oplegnotitie
Actualisatie fietsparkeernormen bij herziening Nota Parkeernormen
Fietsenstallingen
Uitgevoerd
Onderzoek naar fietsdoorsteek Clementstraat-Klarinet
Optimaliseren fietsnetwerk
Werk in uitvoerig (verwachte oplevering 2022)
Onderzoek naar fietsdoorsteek KoningswegBosstraat
Optimaliseren fietsnetwerk
Onderzoek uitgevoerd, niet haalbaar binnen het financiële kader
Onderzoek naar en verbetering van fietspad Rinke Tolmanpad.
Optimaliseren fietsnetwerk
Werk in uitvoerig (verwachte oplevering 2022)
Fietspad Koningsweg Soest (N221) – Hilversumsestraatweg (N415)
Directe routes
Werk in uitvoerig (verwachte oplevering 2021)
Fietspad Peter van den Breemerweg, Soest – Middelhoefseweg, Amersfoort
Directe routes
Werk in uitvoerig (verwachte oplevering 2023)
Fietskluizen voor bewaakt dagstallen bij station Soest-Zuid
Fietsenstallingen
Uitgevoerd
Snelfietsroute F28 Utrecht - Amersfoort
Directe routes
Werk in uitvoerig (verwachte oplevering 2022)
Directe fietsverbinding Soest – Soesterberg
Directe routes
Werk in uitvoerig (verwachte oplevering 2022)
Directe fietsverbinding Soesterberg, schakel Soest-West/Den Dolder
Directe routes
Uitgevoerd
Oplegnotitie/ ROW 2020 herinrichting
Oplegnotitie/ Regionaal Fietsplan
Tabel 3.1: Status van in beleidsdocumenten voorgestelde maatregelen. 16 van de 18 maatregelen die zijn genoemd in de Fietsactieplannen zijn uitgevoerd. Het feit dat tot en met 2016 het Fietsactieplan op jaarbasis is vastgesteld heeft bijgedragen de hoge mate waarin voorgestelde maatregelen ook daadwerkelijk zijn uitgevoerd. De actualisatie van de fietsparkeernormen, zoals voorgenomen in de Oplegnotitie, is uitgevoerd. Het grootste deel van de grotere maatregelen die in de Oplegnotitie binnen het raamwerk van de ROW 2020 herinrichting en het Regionaal Fietsplan zijn genoemd zijn nog niet uitgevoerd. 6 van de 9 maatregelen staan op de planning om in de periode 2021-2023 uitgevoerd te worden. Twee maatregelen zijn reeds uitgevoerd (fietskluizen voor bewaakt dagstallen bij station Soest-Zuid en de directe
Soest op de Fiets • Normenkader, conclusies en aanbevelingen
24
fietsverbinding Soesterberg, schakel Soest-West/Den Dolder) en één maatregel is vervallen (uitvoering fietsdoorsteek Koningsweg-Bosstraat). In de tweede helft van de periode 2014-2020 zijn een aantal voorgenomen maatregelen komen te vervallen: •
Het voorgenomen fietspad Kleine Melm is onderdeel van de Wensstructuur Fiets. Het voornemen was om deze te realiseren met de geplande ontwikkeling bij de Kleine Melm. Door terughoudendheid van de ontwikkelaar is het niet mogelijk gebleken om het betreffende fietspad samen met de ontwikkeling te realiseren in 2019. De maatregel is daarmee komen te vervallen. Het budget is voor andere projecten ingezet.
•
In 2020 was budget gereserveerd om bij te dragen aan maatregelen in de gemeente Soest rondom de realisatie van de snelfietsroute Amersfoort-Utrecht. Deze maatregelen bleken met geld van de provincie gefinancierd te kunnen worden. Daarmee is de reservering komen te vervallen en kon het budget voor andere projecten worden ingezet.
•
De verbetering van de fietsverbinding Koningsweg-Bosstraat is komen te vervallen. Na een haalbaarheidsonderzoek bleek het budget van €200.000,- om de drie voorgenomen projecten met ROW 2020 dekking uit te voeren ontoereikend. De haalbaarheid van de verbinding Koningsweg-Bosstraat scoorde het laagst en is daarom afgevallen. De beide andere projecten stonden gepland voor 2020 maar zijn vanwege een gebrek aan capaciteit doorgeschoven naar 2022.
Bijlage III bevat een tabel waarin alle maatregelen zijn opgenomen die in de periode 2014-2020 zijn uitgevoerd binnen het Fietsactieplan, ingedeeld naar bestedingen. De informatie over bestedingen is aangeleverd vanuit de ambtelijke organisatie. Uit het overzicht van de bestedingen komt het volgende naar voren: •
De meeste maatregelen hebben een beperkte schaal. Het gaat bijvoorbeeld om het plaatsen van fietsparkeervoorzieningen, het plaatsen van bewegwijzering en kleine herinrichtingen op specifieke locaties.
•
De haalbaarheidsonderzoeken die voor 2017 en 2018 gepland stonden hebben minder gekost dan vooraf begroot. Samen met de vervallen voorgenomen maatregelen in 2019 en 2020 heeft dit ertoe geleid dat in de periode 2017-2020 veel maatregelen zijn uitgevoerd die niet in de oorspronkelijke Fietsactieplannen zijn opgenomen. Voorbeelden van maatregelen die extra zijn uitgevoerd zijn: •
Uitwerken van een ontwerp voor een fietsoversteek en verlenging van het fietspad tussen de Biltseweg het kruispunt Beckeringhstraat-Koningweg ter voorbereiding op een subsidieverzoek (2018);
•
Voorbereiden van schetsen voor een vijftal lokale fietsverbindingen en Last Mile oplossingen bij bedrijventerreinen en investeringen in een fietsapp ten behoeve van de handhaving van verkeerd geparkeerde fietsen (2019);
•
Onderzoek naar de verkeersveiligheid op rotondes, als uitvoering van een belangrijke wens uit het coalitieakkoord 2018-2022.
•
Niet alle budgetten die beschikbaar waren per jaar (€52.000,-) zijn volledig gebruikt. •
Het overschot in 2014 was €18.000,-. Dit is geoormerkt voor het realiseren van kleinschalige maatregelen aan de Jachthuislaan in 2015;
•
In 2017 is een oormerkvoorstel voor €28.700,- gedaan voor onderzoeken na 2017. Dit voorstel is niet gehonoreerd door de Afdeling Bedrijfsvoering, team Financiën;
•
In 2020 is een overschot vanwege uitstel van de gedragscampagne ‘Ik Fiets’ naar 2021. Deze gedragscampagne is uitgesteld vanwege een gebrek aan capaciteit.
Soest op de Fiets • Normenkader, conclusies en aanbevelingen
25
Uitvoering overige maatregelen Buiten het Fietsactieplan, Regionaal Fietsplan en ROW 2020 herinrichting zijn nog de volgende maatregelen gerealiseerd in de periode 2014-2020: •
Pilot dynamische fietsverlichting rotonde Koningsweg/Dalweg. Deze pilot maakt deel uit van de onderzoeken naar de verkeersveiligheid op rotondes. De voorbereiding en aanleg van de verlichting in 2020 op deze specifieke rotonde is bekostigd uit een apart vrijgegeven krediet.
•
In 2014/2015 werd een breder fietspad langs het spoor tussen de Paltzerweg en ecoduct Op Hees aangelegd (nog voor dat duidelijk werd dat deze deel zou uitmaken van de snelfietsroute Amersfoort-Utrecht). Realisatie werd gefinancierd met een bijdrage vanuit Onderhoud en een provinciale subsidie.
•
In 2016/2017 vond de herinrichting van de Wieksloterweg plaats. De herinrichting werd gefinancierd met een bijdrage vanuit Onderhoud en een provinciale subsidie. De maximumsnelheid ging terug naar 30km/u en er werden snelheidsremmende ingrepen gerealiseerd. Het zuidelijke deel van de weg werd ingericht als fietsstraat.
•
In 2019 zijn fietsenstellingen en fietsparkeervakken geplaatst en verplaatst bij winkelpromenade Soestdijk, Plein van Zuid en Rademakerstraat (Soesterberg), mede in afstemming met winkeliersverenigingen. Dit was onderdeel van een breder pakket aan maatregelen in winkelgebieden, waarvoor een apart budget beschikbaar was (ca. €10.000).
Selectie van maatregelen Een aanzienlijk deel van de uitgevoerde maatregelen is genomen naar aanleiding van aangedragen knelpunten en verzoeken van bewoners en andere belanghebbenden. Voorbeelden hiervan zijn de plaatsing van fietsnietjes bij OV-halte Koningsweg Varenstraat (2014), het verwijderen van groenvoorziening nabij de rotonde op de Vrijheidsweg (2015) en het onderzoek naar en verwijderen van biggenruggen als scheiding tussen voet- en fietspaden (2016). Het onderzoek naar de verkeersveiligheid op rotondes op de Koningsweg is ingegeven door het coalitieakkoord 2018. Hoewel er op basis van ongevalscijfers geen reden was om aan te nemen dat het hier om onveilige situaties gaat, werden deze rotondes door meerdere bewoners als onveilig voor fietsers ervaren. De coalitie vond het belangrijk om deze subjectieve onveiligheid te adresseren en heeft dit als één van de drie speerpunten ten aanzien van het onderwerp fiets opgenomen. Verkenningen voor subsidies Een deel van de budgetten van het jaarlijkse Fietsactieplan in de periode 2014-2020 is geïnvesteerd in haalbaarheidsonderzoeken en verkenningen, meestal ter voorbereiding op subsidieaanvragen bij de provincie. De gemeente heeft het streven om alleen haalbaarheidsonderzoeken uit te voeren voor projecten die een gerede kans maken om gehonoreerd te worden.
Dat zijn met name fietsverbindingen die een bijdrage leveren aan het regionale fietsnetwerk. De provincie vind het belangrijk om te investeren in regionale fietsnetwerken en geeft prioriteit aan aanvragen naar aanleiding van de provinciale knelpuntenanalyse die in 2019 samen met de gemeenten is uitgevoerd. De provincie vraagt van gemeenten normaliter om een cofinanciering van 50-65% voor de fietsroutes, afhankelijk van het beschikbare budget. 3.2.3